CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 toelichting ontwerpbestemming Oud-Alblas, Oosteinde 7

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Oosteinde 7, Oud-Alblas18.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats betreft de ‘Biesbosch’, welke is gelegen op een afstand van 6,3 km tot het plangebied. Gezien de zeer grote afstand van het plangebied tot een Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats, de kleinschaligheid van het plan en het plan niet voorziet in een onevenredige toename aan verkeersbewegingen kan gesteld worden dat het onderhavige plan niet voorziet in stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling van de stikstofdepositie is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft ecologie geen belemmeringen, mits de genoemde voorzorgsmaatregelen genomen worden. Een passende beoordeling van de stikstofdepositie is niet noodzakelijk.

68

7.9 Bodem Beleidskader Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Hiervoor is het bij nieuwe ontwikkelingen verplicht een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen tenminste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Om aan te tonen dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik is door Bakker Milieuadviezen een verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek uitgevoerd. De resultaten uit de onderzoeken luiden: ‘Op basis van het bodemonderzoek kan voor het onderzochte terreindeel het volgende worden geconcludeerd: • De bovengrond in de tuin ten oosten en zuiden van de woning is licht verontreinigd met lood, PAK en PCB. Deze tamelijk gangbare lichte verhogingen hebben geen consequenties voor de bestemming wonen; • De sterk humeuze kleiige ondergrond is geheel schoon voor alle parameters uit het NEN 5740 pakket; • In het grondwater overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarde. Dit is geen relevante verhoging.

Op grond van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de bestemming wonen. Derhalve is er ook geen belemmering voor de omzetting van de bedrijfswoning tot burgerwoning’. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft het aspect bodem geen belemmeringen.

69

7.10 Archeologie Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient er volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleidsnota Archeologie De gemeenten in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden hebben een regionaal archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid is samengevat in drie elementen te weten: de beleidsnota, een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en een beleidsadvies, opgesteld door het adviesbureau BAAC. De nota is gebaseerd op de uitgangspunten en principes van het Verdrag van Malta en gaat uit van behoud van het cultureel erfgoed in situ (op locatie en veiliggesteld in de bodem). Daarnaast gaat het beleid uit van het principe 'de verstoorder betaalt' Het beleid krijgt vooral gestalte door de bescherming van archeologische waarden en verwachtingen via de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan vormt hierin het centrale instrument.

Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden. Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentenzorgcyclus, die erop is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodem verstorende activiteit. Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen dan voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien of het beperken van bodemingrepen. Onderzoek Op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart is te zien dat het plangebied is gelegen op gronden met een: • hoge verwachting aan of nabij het oppervlak. Bij ingrepen groter dan of gelijk aan 250 m² en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk. • hoge verwachting tussen 1,5 en 5 meter beneden maaiveld. Bij ingrepen groter dan of gelijk aan 250 m² en dieper dan 150 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk; • Middelmatige verwachting. Bij ingrepen groter dan of gelijk aan 500 m² en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

70

Plangebied

Afbeelding 24: Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart

Het plan voorziet niet in bodemingrepen plaats groter dan 250 m², waardoor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Het plan is d.d. 30 april 2019 voorgelegd aan de Erfgoedcommissie welke hebben aangegeven positief te zijn. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft archeologie geen belemmeringen. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient de uitvoerder van het grondwerk eventuele archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag. De archeologische dubbelbestemmingen worden overgenomen uit het moederplan. Het plan is d.d. 30 april 2019 voorgelegd aan de Erfgoedcommissie welke hebben aangegeven positief te zijn.

71

7.11 Molenbiotoop Beleidskader Het plangebied valt binnen de beschermingszone van een molenbiotoop, namelijk van de korenmolen ‘de Hoop’. Om de windvang van en het zicht op de traditionele windmolens te beschermen is rondom deze molens een molenbiotoop vastgesteld met een straal van 400 meter vanuit het middelpunt van de molen. Binnen deze molenbiotoop gelden regels voor wat betreft de bouwhoogte van nieuw te realiseren objecten. Richtlijnen t.a.v. molens in ruimtelijke planvorming 1. Binnen de straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek. 2. Binnen de straal van 100 tot 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de molen, moet voor wat betreft bebouwing en beplanting het volgende zijn geregeld: • In het buitengebied mag de maximale hoogte niet meer bedragen dan 1/100 van de afstand tussen bouwwerk/beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 100 regel); • In het stedelijk gebied mag de maximale hoogte van bebouwing/beplanting niet hoger zijn dan 1/30 van de afstand tussen bouwwerk/beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 30 regel).

Onderzoek Het onderhavige plan voorziet in de interne functiewijzigingen in het gebouw onder de molen en in de realisatie van een uitbouw. Uitsluitend de realisatie van de uitbouw is relevant voor het aspect molenbiotoop. Het plangebied is gelegen binnen de molenbiotopen van de eigen korenmolen ‘de Hoop’ en de ‘Peilmolen’. Met betrekking tot de eigen molen kan gesteld worden dat de uitbouw wordt gerealiseerd onder de onderste punt van de verticaal staande wiek en derhalve de molen niet wordt belemmerd door de uitbouw. Met betrekking tot de Peilmolen geldt dat de uitbouw op een afstand van 256 meter tot de Peilmolen wordt gerealiseerd. Uitgaande dat het onderste punt van de verticaal staande wiek van de Peilmolen op 1 meter boven maaiveld staat, geldt dat de bouwhoogte van de uitbouw maximaal 3,56 meter (256 ÷ 100 × 1) mag zijn.

72

Afbeelding 25: Aanzicht peilmolen

Om de werkelijk mogelijke bouwhoogte in kaart te brengen is gekeken naar de hoogte van de molen en het plangebied ten opzichte van het NAP. Hiervoor is gebruikgemaakt van de gegevens van de AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland). Tabel 8: Hoogtes Peil/maaiveld Peilmolen Onderkant verticale wiek Peil/maaiveld plangebied

Hoogte t.o.v. NAP -0,22 m NAP +1,00 m NAP -1,452 m NAP

Afbeelding 26: Maaiveld/peilhoogte molens (bron: AHN)

73

Om een maximale bouwhoogte in het plangebied vast te kunnen leggen, is de toegestane bouwhoogte van de hierboven gebruikte formule omgezet naar een bouwhoogte t.o.v. NAP, oftewel de bouwhoogte ten opzichte van het maaiveld van het plangebied. De bouwhoogte wordt vanaf het omliggende maaiveld gerekend omdat dit als peilmaat voor de bebouwing wordt aangehouden. Het plangebied ligt 1,232 meter lager dan het peil van de molen (-1,452 m NAP – -0,22 m NAP). De berekende maximale bouwhoogte kan daarmee voor het plangebied worden verhoogd met dit hoogteverschil. Dit betekend dat de uitbouw een maximale bouwhoogte ten opzichte van het maaiveld mag hebben van circa 4,79 meter (3,56 m + 1,232 m = 4,792 m). Gezien de uitbouw lager is dan 4,79 m kan worden geconcludeerd dat de uitbouw niet voorziet in belemmeringen voor wat betreft het aspect molenbiotoop. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft het aspect molenbiotoop geen belemmeringen.

74

7.12 Duurzaamheid De gemeente Molenlanden heeft de ambitie om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. De eigenaar van het perceel Oosteinde 7 te Oud-Alblas is bewust van deze gemeentelijke ambitie. Het plan is om enkele platte daken te voorzien van zonnepanelen.

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=649becfd-c5cd-4efe-a740-9d897ca7c61f