CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 toelichting ontwerpbestemming Oud-Alblas, Oosteinde 7

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Oosteinde 7, Oud-Alblas18.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Oosteinde 7’

Toelichting bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Oosteinde 7’

Identificatie NL.IMRO.1978.BPoosteinde7ABS-VG01 Datum 16-07-2021 Status Vastgesteld Versie 3.0

2

Inhoud 1.

2.

3.

4.

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Inleiding ..................................................................................................... 5

1.2

Kader .......................................................................................................... 7

1.3

Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 9

1.4

Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 9

1.5

Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid............................ 10

1.6

Communicatie .......................................................................................... 10

1.7

Realisatie .................................................................................................. 10

1.8

Leeswijzer................................................................................................. 10

Planbeschrijving .................................................................................................................... 11 2.1

Bestaande situatie ..................................................................................... 11

2.2

Nieuwe situatie ......................................................................................... 13

Beleidskader............................................................................................................................ 19 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 19

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 19

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 20

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 20

3.5

Conclusie .................................................................................................. 20

Sectorale aspecten ................................................................................................................ 21 4.1

Milieueffectrapportage .............................................................................. 21

4.2

Watertoets ................................................................................................ 21

4.3

Geluid ....................................................................................................... 23

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 23

4.5

Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 23

4.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 24

4.7

Kabels en leidingen................................................................................... 25

4.8

Ecologie .................................................................................................... 25

4.9

Bodem ...................................................................................................... 27

4.10 Archeologie .............................................................................................. 27 4.11 Molenbiotoop ........................................................................................... 27 4.12 Duurzaamheid .......................................................................................... 28 5.

Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 29 5.1

Inleiding ................................................................................................... 29

5.2

Systematiek van de regels ......................................................................... 29

5.3

Bestemmingen .......................................................................................... 29 3

5.4 6.

7.

Aanduidingen ........................................................................................... 30

Verantwoording beleidskader ......................................................................................... 31 6.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 31

6.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 34

6.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 38

6.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 39

6.5

Conclusie .................................................................................................. 42

Verantwoording sectorale aspecten ............................................................................. 43 7.1

Milieueffectrapportage .............................................................................. 43

7.2

Watertoets ................................................................................................ 46

7.3

Geluid ....................................................................................................... 53

7.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 54

7.5

Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 56

7.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 59

7.7

Kabels en leidingen................................................................................... 63

7.8

Ecologie .................................................................................................... 64

7.9

Bodem ...................................................................................................... 69

7.10 Archeologie .............................................................................................. 70 7.11 Molenbiotoop ........................................................................................... 72 7.12 Duurzaamheid .......................................................................................... 75 Bijlage 1 2 3 4 5 6

Omschrijving Nieuwe situatieschetsen Digitale watertoets Ecologische quickscan Aanvullend onderzoek grote modderkruiper Verkennend bodemonderzoek Nota Zienswijzen

Auteur Architektenburo Bikker BV Waterschap Rivierenland Blom Ecologie Blom Ecologie Bakker Milieuadviezen Gemeente Molenlanden

Referentie 1378

Datum 02-09-2019

201909069-21346 BE/2019/55 7/r BE/2019/55 7/n

06-09-2019

BM/251222019 ‘Oud-Alblas, Oosteinde 7’

Augustus 2019 16-07-2021

25-09-2019 08-10-2019

4

1.

Inleiding

1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Korenmolen ‘De Hoop’ is een rijksmonumentale stellingmolen aan het Oosteinde 7a te Oud-Alblas, gebouwd omstreeks het jaar 1844. Op dit moment wordt er graan verwerkt in de molen en vindt er de verkoop van dierenvoer plaats in het gebouw onder de molen. Daarnaast wordt in een winkel ‘Graan en Zo’ meel, bloem, bakartikelen en soortgelijke producten verkocht (zoals noten, gedroogd fruit, etc.). De molen wordt thans ook opengesteld voor publiek en op afspraak worden rondleidingen gegeven, waarbij koffie en gebak wordt geserveerd. Tenslotte wordt er brood gebakken met de in de molen verwerkte grondstoffen. De eigenaren zijn tevens voornemens om een terras te realiseren. Daarnaast wordt binnen het gebouw onder de molen enkele ruimtes gewijzigd teneinde het huidige aanzien en beeld van de molen te versterken. Tevens krijgt het buitenterrein een nieuwe invulling in de vorm van een parkeerterrein, tuin, terras en weiland. Het plan is echter strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’, vastgesteld op 25 januari 2010 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Graafstroom. Het perceel Oosteinde 7 te Oud-Alblas heeft een bedrijfsbestemming. Binnen deze bestemming is op dit perceel uitsluitend een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg en verkoop van benodigdheden voor dieren toegestaan.

Het aanbieden van verhuurbare ruimtes, lunch- en groepsarrangementen is hierdoor juridisch-planologisch niet toegestaan. Het initiatief is middels een principeverzoek voorgelegd aan de gemeente Molenlanden. In een schriftelijke beantwoording heeft de gemeente aangegeven medewerking te willen verlenen middels een bestemmingsplanprocedure. 1.1.2 Plangebied Het plangebied betreft het perceel Oosteinde 7 en een deel van het naastgelegen perceel Oosteinde 8. Ten noordwesten wordt het plangebied begrensd door de openbare weg Oosteinde en in het noordoosten door een watergang. In het zuiden bevindt zich het open slagenlandschap en ten westen wordt het plangebied begrensd door het bedrijfsterrein van het naastgelegen melkveebedrijf. Het plangebied maakt deel uit van de kadastrale percelen ABS02 – E – 550, 994 en 995.

5

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied wanneer er sprake is van een aangetoonde verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de individuele, bedrijfs- en maatschappelijke belangen en overige belangen in de directe omgeving niet nadelig worden beïnvloed. Het onderhavige plan past binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Molenlanden. De kosten voor het onderhoud aan de rijksmonumentale molen zijn hoog. Om het onderhoud van de molen en het behoud voor de toekomst zeker te stellen is men voornemens een toekomstbestendige situatie te creëren door in te zetten op het benutten van de belevingswaarde van de korenmolen en de producten die hiermee verwant zijn. Met het plan wordt de verkoop van biologische producten en een lunchroom toegestaan. In de buitenruimte wordt een tuin met terras gecreëerd en worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. De uitstraling van de molen wordt verbeterd door de voorgevel aan het Oosteinde (noordwestzijde) gedeeltelijk aan te passen, zodat het linker- en rechterdeel een gelijke uitstraling krijgen. De zuidwestgevel wordt ingevuld met nieuwe puien en ramen met een passende roedeverdeling. De molen zelf zal intern als extern ongewijzigd blijven.

Het plan draagt hiermee bij aan de instandhouding en het creëren van een toekomstbestendige situatie voor de karakteristieke korenmolen en wordt de uitstraling van de molen verbeterd, hetgeen bijdraagt aan het behoud van de molen als beeldbepalend element en het versterken van het cultuurhistorische karakter van de lintbebouwing langs het Oosteinde. Tenslotte wordt de huidige bedrijfsbestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’, waardoor een volwaardig bedrijf zich op deze locatie in het lint niet meer kan vestigen. Het plan is een passende ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.

6

1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’. Het plangebied heeft de enkelbestemmingen: • Agrarisch met waarden; • Bedrijf; • Verkeer. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie; • Waterstaat – Waterkering. En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – molen’; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – erftoegangswegen’; • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 100m’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied dorpslint’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning overgangsgebied’; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte: 5 m’.

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’

7

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’ Op 15 september 2015 is de 3e herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de 3de herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dat: • De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is gewijzigd in de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4, 5 en 7’; • De gebiedsaanduidingen ‘wro-zones’ zijn gewijzigd naar ‘wetgevingszones’: o Gebiedsaanduiding wetgevingszone – omgevingsvergunning overgangsgebied; o Gebiedsaanduiding wetgevingszone – wijzigingsgebied dorpslint.

Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom 3e herziening'

Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ Op 20 februari 2018 is een volgende herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’, het bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de herziening zijn tevens regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het onderhavige plangebied betekent dit de aanpassing/actualisatie van de regelgeving, de wijziging van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ (kernzone waterkering) en het opnemen van de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’ (beschermingszones waterkering).

8

1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het onderhavige bestemmingsplan wordt de winkel en een lunchroom met terras juridischplanologisch mogelijk gemaakt. Hiermee wordt een toekomstbestendige situatie voor de rijksmonumentale molen gecreëerd.

1.4 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Voorontwerp Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat de gemeente Molenlanden bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan besproken met de Provincie Zuid-Holland en het Waterschap Rivierenland. Verder heeft het voorontwerpbestemmingsplan vanaf 19 juni 2020 zes weken ter inzage gelegen (Gemeenteblad nr. 155938), waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld om een inspraakreactie kenbaar te maken. Er zijn geen reacties ingediend. Terinzagelegging ontwerp Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen (Gemeenteblad nr. 320437), waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Hierop is een zienswijze van het waterschap binnengekomen. In de Nota Zienswijzen is de zienswijze van het waterschap is samengevat en van een antwoord voorzien. De Nota Zienswijzen is toegevoegd in de bijlage van de toelichting. Gewijzigde vaststelling Naar aanleiding van de zienswijze van het waterschap zijn enkele aspecten in het ontwerp-bestemmingsplan gewijzigd.

In de toelichting is de parkeerbehoefteberekening opnieuw berekend op basis van de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 en zijn in de verhardingsbalans de nieuwe parkeerplaatsen toegevoegd. In de regels zijn enkele functies verwijderd en enkele functies worden begrensd met een maximum bruto vloeroppervlak. In de verbeelding wordt de aanduiding ‘wonen’ weer toegevoegd, die in het ontwerp-bestemmingsplan per abuis weg was gevallen. Tevens is de aanduiding ‘parkeerterrein’ toegevoegd, waarbinnen de verharde parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Een overzicht van de wijzigingen zijn te vinden in de Nota Zienswijzen welke is toegevoegd in de bijlage van de toelichting.

9

1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente wordt er een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.

1.6 Communicatie Er wordt op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet en de Staatscourant).

1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de beroepstermijn onherroepelijk. Een omgevingsvergunning voor het plan kan dan worden aangevraagd.

1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; • Hoofdstuk 3: Beleidskaders; • Hoofdstuk 4: Sectorale aspecten; • Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving; • Hoofdstuk 6: Verantwoording beleidskader; • Hoofdstuk 7: Verantwoording sectorale aspecten.

10

2.

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Het dorp Oud-Alblas is omstreeks 1100 ontstaan als lintdorp langs de rivier de Alblas. Vanuit de lintbebouwing is er rondom de kerk een buurtschap ontstaan. Het silhouet van Oud-Alblas, wordt beheerst door de uit 1400 daterende forse bakstenen kerktoren, waarvan het bovenste deel is versierd met nissen. In OudAlblas heeft in het verleden een veemarkt gekend welke uitermate belangrijk was voor de streek de Alblasserwaard. De veemarkt werd gehouden op het kerkplein ten noorden van de kerk. De veemarkt kon echter niet concurreren tegen de steden Rotterdam en Gorinchem, waardoor de veemarkt ophield te bestaan. Voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog kende Oud-Alblas een bloeiende middenstand. Na de tweede wereldoorlog heeft het lintbebouwingsdorp, zoals de meeste dorpen in de Alblasserwaard een grote groei doorgemaakt, welke is terug te zien in de seriematige uitbreidingswijken rondom de oorspronkelijke kern van het dorp. De lintdorpen in de Alblasserwaard, waaronder Oud-Alblas, leefden de inwoners met name van de akkerbouw en griendcultuur. Langs de veenstromen werden boerderijen gerealiseerd. Door de ontwatering van het gebied was sprake van bodemdaling. Op het moment dat de zeespiegel begon te stijgen zorgde dit voor wateroverlast.

In 1277 werd de Alblasserwaard bedijkt, waarna het land verder daalde. Windmolens werden gebouwd om het water omhoog te pompen, omdat natuurlijke afwatering naar de riviertjes en de Lek niet meer mogelijk was. De bevolking teelde voornamelijk wilgenhout, vlas en hennep. Tussen de vijftiende en eerste helft van de negentiende eeuw hadden de dorpen regelmatig te kampen met zware overstromingen. Midden van de negentiende verdween de vraag naar hennep als gevolg van de opkomst van de stroomvaart. De bewoners van de dorpen stapten over op veeteelt en hooibouw. De dorpen hebben vandaag de nog aan agrarisch en landelijk karakter. Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van de kern Oud-Alblas in de gemengde lintbebouwing langs de Alblas. De lintbebouwing in de directe omgeving van het plangebied, langs het Oosteinde, kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) klassieke boerderijen, later gebouwde vrijstaande woningen en (kleinere) voormalige arbeiders/knechtenhuisjes. De hoofdgebouwen zijn overwegend opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking. De hoofdgebouwen hebben overwegend een rechthoekige opzet. Overwegend zijn er zadeldaken toegepast of een afgeleide hiervan (bijvoorbeeld wolfseind). De gebruikte kleuren zijn ingetogen en zijn in harmonie met het landschap.

De hoofdgebouwen ten noorden van het Oosteinde zijn zowel haaks als parallel op de weg gepositioneerd. Indien aanbouwen of bijgebouwen aanwezig zijn, hebben deze altijd een ondergeschikte uitstraling ten opzichte van het hoofdgebouw. De aanbouwen of bijgebouwen zijn overwegend opgetrokken uit baksteen of potdekselwerk en hebben doorgaans een donkerdere kleur dan de hoofdgebouwen. De bijgebouwen hebben een rechthoekige opbouw en zijn tevens zowel haaks als parallel aan de weg gepositioneerd. De bijgebouwen worden overwegend gekenmerkt door een heldere of eenduidige kapvorm. Het plangebied maakt daarnaast onderdeel uit van het veenweidegebied en is middels slagen verkaveld. De lintbebouwing langs het Oosteinde bevindt zich zowel 11

haaks als parallel aan de slagenverkaveling. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige structuur van de lintbebouwing zijn de kleine bebouwingsconcentraties, van zowel cultuurhistorisch waardevolle traditionele bebouwing als later gebouwde woningen, afgewisseld met brede en smalle doorzichten naar het achterliggende slagenlandschap en/of de Alblas. 2.1.2 Huidige status/gebruik De korenmolen ‘De Hoop’ is een rijksmonumentale stellingmolen aan het Oosteinde 7 te Oud-Alblas. Samen met de nabijgelegen ‘Wingerdse Molen’ en de ‘Peilpolen’ vormen ze een unieke, behoudenswaardige verschijning. Naast de activiteiten in de korenmolen zelf zijn er door de jaren heen vele bedrijfsmatige activiteiten ontwikkeld op deze locatie. In het gebouw onder de molen zijn twee woonruimten, een presentatieruimte en een winkel gebouwd.

Afbeelding 4: Bovenaanzicht huidige situatie

Afbeelding 5: Aanzicht korenmolen 'De Hoop'

12

2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het onderhavige plan voorziet in een wijziging/uitbreiding van de functie van de rijksmonumentale molen teneinde een toekomstbestendige situatie te creëren. In het gebouw onder de molen zijn twee woonruimten, een presentatieruimte en een winkel gebouwd. In de winkel vindt thans de verkoop van dierenvoer en meel, bloem, bakartikelen en soortgelijke producten (noten, gedroogd fruit, etc.) plaats. Middels het onderhavige plan wordt de interne inrichting van het gebouw onder de molen aangepast. De bedrijfswoning aan de noordwestzijde komt te vervallen. De functie als bedrijfswoning wordt verplaatst en omgezet naar een burgerwoning naar de reeds aanwezige tweede bedrijfswoning aan de zuidoostzijde van de molen. Ter plaatse van de nieuwe entree wordt aan de rechterzijde een apart afsluitbare ruimte voor het lunchcafé gerealiseerd. Centraal in het gebouw bevindt zich de kassa, van waaruit zicht is op alle verblijfsruimtes. Aan de kassa wordt een kleine keuken opgesteld voor het maken en serveren van gebak, het bakken van brood, serveren van lunches en het zetten van koffie en thee. De huidige winkelruimte en de voorraadruimte blijven in stand, waarbij de voorraadruimte waarschijnlijk gaat functioneren als uitbreiding van de winkelruimte. De woning aan de zuidoostzijde van het gebouw wordt in de huidige vorm gebruikt.

Om echter meer ruimte te creëren en hiermee een goede levensloopbestendige woning te realiseren wordt een éénlaagse uitbouw van circa 30 m² gerealiseerd. Deze uitbouw zal qua uitstraling sober en doelmatig zijn en daarmee ondergeschikt en niet concurrerend ten opzichte van de rijksmonumentale molen en de bedrijfsbebouwing aan de voorzijde van de molen.

Nieuwe watergang

Nieuwe parkeersituatie

Afbeelding 6: Ontwerp nieuwe situatie

13

Om het beeldbepalende karakter van de molen in het landschap te versterken wordt de voorgevel aan het Oosteinde (noordwestzijde) gedeeltelijk aangepast, zodat het linker- en rechterdeel een gelijke uitstraling krijgen middels oude raampartijen. De zuidwestgevel wordt ingevuld met nieuwe puien en ramen met een passende roedeverdeling. De korenmolen zelf (het gedeelte boven de uit bakstenen gevels opgetrokken gebouw) zal zowel intern als extern onaangetast blijven. Daarnaast zal de huidige tuin van de in het zuidwesten gelegen woning aangepast worden naar een terras. De aanleggende watergang is reeds gedempt en gecompenseerd in de tuin aan de zuidoostzijde van het plangebied. Het terras wordt gekoppeld aan een nieuw aan te leggen parkeerterrein. Middels het nieuwe parkeerterrein en terreinuitbreiding ontstaat er een veiligere en meer vanzelfsprekende benadering van het pand.

Uitbreiding woning

Afbeelding 7: Indicatie indeling gebouw

14

Afbeelding 8: Tekening nieuw aanzicht (noordwest) korenmolen ‘De Hoop’

Indien blijkt dat het geheel niet haalbaar blijkt te zijn, willen de initiatiefnemers de optie krijgen om een extra woning in de molen toe te voegen om op deze manier genoeg draagvlak te creëren voor het onderhoud aan de molen teneinde de instandhouding van de molen te verzekeren. Hierom is een wijzigingsbevoegdheid toegevoegd voor het toevoegen van een extra woning. Hiermee wordt de woning welke middels onderhavig plan wordt wegbestemd, weer teruggebracht. Er is daarmee geen sprake van een toevoeging van een wooneenheid.

15

2.2.2 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting Het perceel Oosteinde 7 wordt thans direct ontsloten op het Oosteinde. Dit zal in de nieuwe situatie ongewijzigd blijven. Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernorm is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020. De Nota gaat met betrekking tot het plangebied uit van de stedelijke zone ‘buitengebied’ en van de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’. In de Korenmolen De Hoop wordt een woning, 192 m² aan winkel en 224 aan lunchroom met terras gerealiseerd. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte van de woning, de winkel en de lunchroom met terras is aangesloten bij de categorieën respectievelijk ‘koop, vrijstaand’, ‘buurt- en dorpscentrum’ en ‘café/bar/cafetaria’. Tabel 1: Parkeernormen Functie Parkeernorm Woning, 2,10 bewoners Woning, 0,30 bezoekers Winkel 4,10 Lunchroom met 7,00 terras

Eenheid Per woning

Aantal 1 woning

Parkeerbehoefte 2,10

Per woning

1 woning

0,30

Per 100 m² bvo Per 100 m² bvo

192 m² 224 m²

7,88 15,68

Totale parkeerbehoefte

25,96

Aanwezigheidspercentage Conform de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 kan bij ontwikkelingen van meerdere verschillende functies voor de berekening van de parkeerplaatsopgave aanwezigheidspercentages gebruikt worden. Bij meerdere functies kan namelijk sprake zijn van een verschillend patroon van tijden waarop gebruikers (bewoners, bezoekers, werknemers) aanwezig zijn en een parkeerbehoefte hebben. Zo is de parkeerdruk bij woningen bijvoorbeeld vooral ’s avonds en ’s nachts groot. Overdag ligt de aanwezigheid lager omdat een deel van de bewoners met de auto naar het werk gaat. Dit biedt mogelijkheden om andere functies deze parkeerruimte laten benutten. Zo kan dubbelgebruik van parkeerplaatsen worden toegepast. In de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 zijn de aanwezigheidspercentages voor dubbelgebruik van parkeerplaatsen aangegeven. Met betrekking tot de woning wordt aangesloten bij de functie ‘woningen’ en voor de winkel wordt aangesloten bij de functie ‘detailhandel’. De Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 heeft geen aanwezigheidspercentages opgenomen voor een lunchroom met terras. Derhalve is aangesloten bij de aanwezigheidspercentages voor een lunchroom uit een verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng (zie rapport ‘Verkeer en parkeren Dorpsstraat 28 Heerjansdam’ d.d. 22-02-2017 van Goudappel Coffeng).

16

Tabel 2: Aanwezigheidspercentages Ochtend Woning, bewoners Woning, bezoekers Winkel Lunchroom met terras*

Werkdag Middag Avond

Nacht

Zaterdag Middag

Avond

Zondag Middag

60%

80%

70%

50%

50%

90%

100%

Koopavond 80%

10%

20%

80%

0%

70%

60%

100%

70%

30% 50%

60% 100%

10% 25%

0% 0%

75% 25%

100% 100%

0% 25%

0% 100%

* De Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 heeft geen aanwezigheidspercentages voor een lunchroom met terras of voor een café/bar/cafétaria. Derhalve is aangesloten bij de aanwezigheidspercentages voor een lunchroom uit het onderzoek ‘Verkeer en parkeren Dorpsstraat 28 Heerjansdam’ d.d. 22-02-2017 van Goudappel Coffeng.

De maatgevende parkeerbehoefte van alle functies bij elkaar, rekening houdend met het dubbelgebruik van parkeerplaatsen, vindt plaats op de zaterdagmiddag en komt uit op 25 parkeerplaatsen. Tabel 3: Parkeerbehoefte in combinatie met aanwezigheidspercentages Ochtend Woning, bewoners Woning, bezoekers Winkel Lunchroom met terras* TOTAAL

Werkdag Middag Avond

Nacht

Zaterdag Middag

Avond

Zondag Middag

1,26

1,68

1,47

1,05

1,05

1,89

2,10

Koopavond 1,68

0,03

0,06

0,24

0,00

0,21

0,18

0,30

0,21

2,37 7,84

4,73 15,68

0,79 3,92

0,00 0,00

5,91 3,92

7,88 15,68

0,00 3,92

0,00 15,68

11,29

21,52

6,84

2,10

11,72

25,00

5,63

17,36

Volgens de initiatiefnemer is de parkeerbehoefte van 25 parkeerplaatsen onrealistisch. Zijn klanten komen veelal met de fiets en het aantal klanten is zeer afhankelijk van het weer. Vooral bij zonnig weer is de bezetting het hoogst en komt het overgrote deel van de klanten met de fiets. De parkeerbehoefte is niet het grootst op de dagen waarbij de molen de meeste klanten ontvangt. Desondanks kan de volledige parkeerbehoefte conform de Nota Parkeren Molenlanden 2020 opgevangen worden op het eigen terrein. Op het eigen terrein kunnen 16 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De initiatiefnemer zal daarnaast op naastgelegen grasveld (met kadastraal perceelnummer 1019) 9 groene parkeerplaatsen realiseren door het toepassen van een roosterconstructie. In totaal komt het aantal parkeerplaatsen daarmee op 25 op eigen terrein en wordt daarmee voldaan aan de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020.

17

Afbeelding 9: Oplossing parkeerbehoefte

Afbeelding 10: Referentie groene parkeerplaatsen

18

3.

Beleidskader

In dit hoofdstuk zijn de conclusies vanuit de beleidsaspecten weergegeven. De uitgebreide verantwoording van het beleidskader staat beschreven in hoofdstuk 6.

3.1 Rijksbeleid Op rijksniveau zijn op ruimtelijk gebied de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de meest bepalende beleidsdocumenten. Middels het onderhavige plan wordt de toekomstbestendigheid en instandhouding van een rijksmonumentale molen gewaarborgd. Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Het onderhavige plan voorziet niet in een stedelijke ontwikkeling waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is.

3.2 Provinciaal beleid Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied Het plangebied maakt deel uit van een cultuurhistorisch lint. Middels het onderhavige plan wordt een toekomstbestendige situatie gecreëerd voor de karakteristieke korenmolen ‘De Hoop’, waarmee het plan bijdraagt aan de cultuurhistorische waarde van het bebouwingslint langs het Oosteinde. Gezien de kleinschaligheid van het plan is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing van het plan aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet vereist. Ruimtelijke kwaliteit Het onderhavige plan voorziet in een uitbreiding van de functies in het gebouw onder de molen, waarmee de belevingswaarde en daarmee de toekomstbestendigheid van de korenmolen wordt verzekerd. De instandhouding van de rijksmonumentale korenmolen wordt hiermee gegarandeerd.

Het plan draagt daarmee bij aan het behoud en versterking van het cultuurhistorische karakter van de bebouwingslint langs het Oosteinde. De voorgevel van het gebouw onder de molen wordt gedeeltelijk aangepast zodat beide zijden een gelijke uitstraling krijgen, waarmee de beeldkwaliteit verbeterd wordt. Verder wordt het buitenterrein

19

opgeknapt door het herinrichten van het parkeerterrein. Het plan voorziet hiermee in het behoud en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Het onderhavige plan kan worden geschaard binnen de categorie ‘inpassen’. De ontwikkeling is gebiedseigen en passend bij de schaal en aard van het gebied. Het onderhavige plan sluit aan bij de kwaliteitskaart van de Omgevingsvisie ZuidHolland. Het plan zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en instandhouding van de rijksmonumentale molen.

3.3 Regionaal beleid Op regionaal niveau is op ruimtelijk gebied de regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ en de ‘Regionale Woonvisie’ de meest bepalende beleidsdocumenten. De regionale structuurvisie ‘Open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Met het onderhavige plan wordt een toekomstbestendige situatie gecreëerd, waarmee instandhouding van de karakteristieke korenmolen aan het Oosteinde wordt gegarandeerd. Gezien het beeldbepalende en cultuurhistorische karakter van de molen in de lintbebouwing en het omliggende landschap, draagt het plan bij aan het behoud en versterken van het bijzondere cultuurhistorische landschap. Het plan is daarmee in overeenstemming met het regionaal beleid.

3.4 Gemeentelijk beleid Het plan is in overeenstemming met gemeentelijke visies. Met de instandhouding van de beeldbepalende molen wordt de cultuurhistorische waarde, de karakteristiek en de identiteit van het landschap en de omgeving te behouden. Het plan is strijdig met de vigerende bestemmingsplannen. Het perceel Oosteinde 7 te Oud-Alblas heeft een bedrijfsbestemming. Binnen deze bestemming is op dit perceel uitsluitend een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg en verkoop van benodigdheden voor dieren toegestaan. Het aanbieden van verhuurbare ruimtes, lunch- en groepsarrangementen is hierdoor juridisch-planologisch niet toegestaan. Middels onderhavige bestemmingsplan wordt het initiatief juridischplanologisch mogelijk gemaakt.

3.5 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan, maar is wel in overeenstemming met het ruimtelijk beleid.

20

4.

Sectorale aspecten

In dit hoofdstuk zijn de conclusies vanuit de milieuaspecten weergegeven. De uitgebreide verantwoording van de milieuaspecten staan beschreven in hoofdstuk 7. Sectoraal aspect: 1 Milieueffectrapportage 2 Watertoets 3 Geluid 4 Luchtkwaliteit 5 Bedrijf-milieuhinder 6 Externe veiligheid 7 Kabels en leidingen 8 Ecologie 9 Bodem 10 Archeologie 11 Molenbiotoop 12 Duurzaamheid

Extern onderzoek uitgevoerd:

Belemmering:

Nadere voorwaarden:

Ja Ja

Nee Nee

Nee Nee

4.1 Milieueffectrapportage Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling, het plangebied geen deel uitmaakt van beschermde gebieden of locaties en geen sprake is van een significante toename van het aantal verkeersbewegingen, etc. kan – met inachtneming van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling – redelijkerwijs worden verwacht dat er geen sprake is van ernstige milieugevolgen gerelateerd aan de ruimtelijke ontwikkeling. Omdat er tevens geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling in het kader van de m.e.r., hoeft er geen (vormvrije) m.e.r.beoordeling plaats te vinden.

4.2 Watertoets Voor het onderhavige plan is de digitale watertoets doorlopen (20190906-9-21346). De uitkomsten van de digitale watertoets zijn verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. Het plangebied is gelegen binnen het peilgebied NDW020. Het peilgebied heeft een zomerpeil van -2,26 meter NAP en een winterpeil van –2,16 meter NAP. Ten aanzien van de drooglegging geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,0 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen. Watergangen In de directe omgeving van het plangebied zijn een B- en enkele C-watergangen gelegen. De werkzaamheden vinden plaats buiten de beschermingszone van enig watergang. Het plan voorziet wel in het dempen en realiseren van watergangen. De watervergunning voor de wijzigingen aan de watergangen is verleend door het 21

Waterschap Rivierenland (kenmerk 2020022126). De werkzaamheden hebben al plaatsgevonden. Waterberging en -compensatie Het plan voorziet in een toename van 126 m² aan verharding. Conform de stelregel dient voor de toename aan verharding 5,5 m³ aan water gecompenseerd te worden (126 ÷ 10.000 × 436). Rekening houdend met een peilstijging van 0,2 m betekent dit een watercompensatie van 27,5 m². Verder wordt middels het plan 109 m² aan water gedempt. Gedempt water dient voor 100% gecompenseerd te worden, waardoor per saldo de watercompensatie uitkomt op 136,5 m². Reeds is ca. 208 m² aan water gerealiseerd, waarvoor door het Waterschap een watervergunning is verleend (kenmerk 2020022126). Hiermee is voldoende water gerealiseerd. Hemelwater- en vuilwaterafvoer (riolering) In de directe omgeving van het plangebied is voldoende oppervlaktewater aanwezig om het hemelwater naar af te voeren. Vuil water wordt afgevoerd via een gescheiden rioleringsstelsel. Het gescheiden rioleringsstelsel valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Molenlanden. In het plangebied ligt geen rioolwaterpersleiding van het Waterschap Rivierenland. Primaire of regionale waterkering Het plangebied is gelegen binnen de kern- en beschermingszone van een regionale waterkering. Binnen de kernzone gelden strenge regels voor het uitvoeren van bouw- en/of sloopwerkzaamheden.

Binnen de beschermingszone van de waterkering geldt een bouwprincipe van ja, mits er geen nadelige gevolgen zijn voor de waterkering. De geplande werkzaamheden met betrekking tot de parkeerplaats vallen deels binnen de beschermingszone van de regionale waterkering. Voor de geplande werkzaamheden is het aanvragen van een watervergunning bij het Waterschap Rivierenland hierdoor vereist. De uitbreiding van de molen en de parkeerplaats dienen buiten het profiel van vrije ruimte gerealiseerd te worden. Ter bescherming van de waterkering wordt op de verbeelding ter plaatse van de kernzone de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ opgenomen. Op basis van de Barro (2012) wordt voor de beschermingszone van de waterkering de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk – 1’ opgenomen. Wegbeheer Buiten de bebouwde kom is het Waterschap Rivierenland verantwoordelijk voor het beheer van de wegen in de Alblasserwaard, waaronder het Oosteinde. Het perceel wordt thans ontsloten middels een in- en uitrit op het Oosteinde. In het onderhavige plan wordt de in- en uitrit niet gewijzigd. Het Oosteinde betreft een 15t-zone, wat wil zeggen dat de weg gesloten is voor verkeer zwaarder dan 15 ton. Indien het voor de werkzaamheden noodzakelijk is om verkeer zwaarder dan 15 ton over het Oosteinde te laten plaatsvinden, dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het Waterschap Rivierenlanden.

Conclusie Het onderhavige plan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Voor het plan is een watervergunning bij het

22

waterschap Rivierenland. Deze vergunning (kenmerk 2020022126) is verleend en de werkzaamheden zijn reeds uitgevoerd.

4.3 Geluid Het plangebied ligt binnen de invloedsfeer van enkele wegen. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsfeer van enig spoorwegtraject en/of een gezoneerd industrieterrein, waardoor deze bronnen buiten beschouwing gelaten kunnen worden. Het onderhavige plan betreft het intern toevoegen van functies in het gebouw onder de molen. In het kader van de Wgh is hiermee geen sprake van het toevoegen van een nieuw geluidsgevoelig object. Wel voorziet het plan in het realiseren van een uitbouw. Gezien de uitbouw gezien kan worden als een vergunningsvrij bouwwerk en daardoor in principe buiten de bestemmingsplanprocedure valt, is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft het aspect geluid geen belemmeringen.

4.4 Luchtkwaliteit Het onderhavige plan is kleinschalig van aard. Hiermee valt het plan in het besluit NIBM, waardoor kan worden gesteld dat het plan geen tot nihil invloed heeft op de luchtkwaliteit en dat toetsing niet noodzakelijk wordt geacht. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

4.5 Bedrijven en milieuhinder Ondanks dat het plan voorziet in een kleine uitbouw van een bestaande woning wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening gekeken of de uitbreiding omliggende bedrijven beperkt in hun bedrijfsvoering. Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan de gestelde richtafstanden. Gesteld kan worden dat omliggende bedrijven niet (verder) in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Gesteld kan worden dat de zwaarste richtafstand van de diverse functies 0 meter is en daardoor het woon- en leefklimaat niet kunnen aantasten. Geconcludeerd is dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft bedrijf- en milieuhinder (milieuzonering) geen belemmeringen.

23

4.6 Externe veiligheid Invloed van stationaire bronnen Volgens de risicokaart bevinden zich in de omgeving van het plangebied geen inrichting waar opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt die een bedreiging kunnen vormen voor het onderhavige plan, waardoor gesteld kan worden dat er geen relevante externe veiligheidsrisico’s te verwachten zijn. Invloed transport gevaarlijke stoffen – buisleidingen Het plangebied is uitsluitend gelegen in het invloedsgebied van de leidingen A-553 en A-802. Het Bevb schrijft voor dat in de toelichting bij een bestemmingsplan, voor zover het gebied waarop dat plan betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een buisleiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval moet worden ingegaan op: • De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op dat de weg, en; • Voor zover dat plan betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de weg een ramp voordoet. Plaatsgebonden risico De contour van het plaatsgebonden risico ligt op de aardgasleidingen. Het plaatsgebonden risico is hierom geen belemmering voor het plan. 100% letaliteitsafstand Het plangebied is gelegen buiten de 100%-letaliteitsafstand van de drie leidingen.

Groepsrisico De initiatiefnemer verwacht in de nieuwe situatie dat op de drukste dag (zaterdag in het voorjaar/zomer) het plangebied wordt bezocht door maximaal 110 bezoekers. De bezoekers komen per auto en per fiets. Van deze 110 bezoekers bezoeken maximaal 80 de winkel, waarbij maximaal 3 bezoekers tegelijk in de winkel. Daarnaast verwacht de initiatiefnemer maximaal 10 bezoekers tegelijkertijd op het nieuwe terras. Op het drukste moment zal het plangebied dus bezocht worden door 13 bezoekers. Daarnaast wordt middels het plan een woning verwijderd waardoor de permanente bewoning van een huishouden wordt weggenomen. De toename in het aantal personen binnen het plangebied is niet onevenredig en derhalve is het zeer aannemelijk dat het groepsrisico ter hoogte van het plangebied met weinig populatie lager is en blijft dan een factor 1000 lager dan de oriëntatiewaarde. Invloed transport gevaarlijke stoffen – transportroutes Wegverkeer In de directe omgeving van het plangebied vindt geen voor de externe veiligheid relevant structureel transport van gevaarlijke stoffen over de weg plaats. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een voor de externe veiligheid relevante weg. Incidentele transporten van gevaarlijke stoffen over de omliggende wegen zijn echter niet uit te sluiten, maar deze vallen ruimschoots buiten het toetsingskader.

Hierdoor zijn geen relevante externe veiligheidsrisico’s door transport over de weg te verwachten. 24

Spoorverkeer In de directe omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een voor de externe veiligheid relevante spoorweg. Vaarwegen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen voor beroepsvaart relevante vaarwegen gelegen. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een voor de externe veiligheid relevante vaarweg. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect externe veiligheid de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

4.7 Kabels en leidingen In het plangebied is een vacuüm riolering gelegen. Gezien deze riolering kwetsbaar is en er werkzaamheden plaats gaan vinden, is het plan op 2 juli 2019 besproken met de rioolbeheerder van de gemeente Molenlanden. Verder zijn er geen planologisch relevante kabels en leidingen gelegen.

4.8 Ecologie Het onderhavige plan betreft het wijzigen van de tuin, het veranderen van de parkeerplaatsen en het dempen en realiseren van watergangen. Hiermee is sprake van werkzaamheden die in het kader van ecologie bedreigend kunnen zijn voor verblijfplaatsen van beschermde plant- en diersoorten. Om de invloed van de geplande bouw- en sloopwerkzaamheden op de eventueel aanwezige flora en fauna in kaart te brengen is door Blom Ecologie een ecologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten uit dit onderzoek luiden: ‘Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. Er dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar de grote modderkruiper. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 2,3 km ligt het Natura 2000-gebied ‘de Donkse Laagten’.

Op een afstand van 270 m ligt het een ecologische verbindingszone, dit is een natuurstrook dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland die verschillende natuurgebieden met elkaar 25

verbind. Op een afstand van 390 m ligt het dichtstbijzijnde Belangrijk weidevogelgebied en op een afstand van 1,9 km ligt het dichtstbijzijnde gebied wat valt onder de ‘Strategische reservering natuur’. Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een beschermd gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Op de planlocatie zijn geen karakteristieke landschapselementen aangetroffen, de knotwilgen langs de Oosteinde staan op gemeentelijke grond en vallen niet binnen de invloedsfeer van de ontwikkelingen. Conclusie De beoogde werkzaamheden op het perceel aan de Oosteinde 7 te Oud-Alblas leidt, mits vooraf aan de werkzaamheden aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd ten aanzien van de grote modderkruiper, bij aanwezigheid van deze soort een ontheffing wordt verleend en enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van zorgplicht en algemene broedvogels, niet tot overtreding van de Wet Natuurbescherming. Bij eventuele aanwezigheid van grote modderkruiper kan met bepaalde maatregelen een ontheffing worden verleend, waarbij er een uitzondering wordt gemaakt op een wettelijk verbod.

Een ontheffing wordt tevens alleen verleend indien er een wettelijk belang is aangetoond en de gunstige staat van instandhouding van de soort is onderbouwd.’ Gezien de conclusie van de ecologische quickscan is door Blom Ecologie een aanvullend onderzoek naar Grote modderkruiper uitgevoerd. De conclusie van het aanvullend onderzoek luidt: ‘Tijdens het veldbezoek zijn 0 individuen van de grote modderkruiper waargenomen. Tevens is het aannemelijk dat door de afwezigheid van optimaal functioneel leefgebied, waterbeheer, predatie en slechte paseerbaarheid van duikers, de soort niet voorkomt in en om het plangebied. Negatieve effecten ten aanzien van de grote modderkruiper zijn uitgesloten. De beoogde ontwikkelingen leiden derhalve niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Voor de uitvoering van de beoogde ontwikkelingen is ontheffing van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk t.a.v. de grote modder kruiper.’ Stikstofdepositie Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. De beoogde ontwikkeling betreft de sanering van een erker om daar een extra deur te plaatsen. Verder wordt er een sloot met slechte doorstroom gedempt, hier wordt een bredere sloot met natuurvriendelijke oevers voor terug geplaatst. Het parkeerterrein wat nu functioneel is zal gesaneerd en teruggeplaatst worden.

Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een beschermd gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden binnen Natura 2000-gebieden ten aanzien van stikstof. In de twee dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ‘Donkse Laagten’ (2,3 km) en ‘Boezems Kinderdijk’ (4,5 km) zijn geen stikstofgevoelige habitats aanwezig welke gevoelig zijn voor stikstof. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats betreft de ‘Biesbosch’, welke is gelegen op een afstand van 6,3 km tot het plangebied. Gezien de zeer grote afstand van het plangebied tot een Natura 2000-gebied met 26

stikstofgevoelige habitats, de kleinschaligheid van het plan en het plan niet voorziet in een onevenredige toename aan verkeersbewegingen kan gesteld worden dat het onderhavige plan niet voorziet in stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling van de stikstofdepositie is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft ecologie geen belemmeringen, mits de genoemde voorzorgsmaatregelen genomen worden. Een passende beoordeling van de stikstofdepositie is niet noodzakelijk.

4.9 Bodem Om aan te tonen dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik is door Bakker Milieuadviezen een verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek uitgevoerd. De resultaten uit de onderzoeken luiden: ‘Op grond van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de bestemming wonen. Derhalve is er ook geen belemmering voor de omzetting van de bedrijfswoning tot burgerwoning’. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft het aspect bodem geen belemmeringen.

4.10 Archeologie Het plan voorziet niet in bodemingrepen plaats groter dan 250 m², waardoor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Het plan is d.d. 30 april 2019 voorgelegd aan de Erfgoedcommissie welke hebben aangegeven positief te zijn. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft archeologie geen belemmeringen. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient de uitvoerder van het grondwerk eventuele archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag. De archeologische dubbelbestemmingen worden overgenomen uit het moederplan. Het plan is d.d. 30 april 2019 voorgelegd aan de Erfgoedcommissie welke hebben aangegeven positief te zijn.

4.11 Molenbiotoop Het onderhavige plan voorziet in de interne functiewijzigingen in het gebouw onder de molen en in de realisatie van een uitbouw. Uitsluitend de realisatie van de uitbouw is relevant voor het aspect molenbiotoop. Het plangebied is gelegen binnen de molenbiotopen van de eigen korenmolen ‘de Hoop’ en de ‘Peilmolen’. Met 27

betrekking tot de eigen molen kan gesteld worden dat de uitbouw wordt gerealiseerd onder de onderste punt van de verticaal staande wiek en derhalve de molen niet wordt belemmerd door de uitbouw. Met betrekking tot de Peilmolen geldt dat de uitbouw een maximale bouwhoogte ten opzichte van het maaiveld mag hebben van circa 4,79 meter. Gezien de uitbouw lager is dan 4,79 m kan worden geconcludeerd dat de uitbouw niet voorziet in belemmeringen voor wat betreft het aspect molenbiotoop. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft het aspect molenbiotoop geen belemmeringen.

4.12 Duurzaamheid De gemeente Molenlanden heeft de ambitie om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. De eigenaar van het perceel Oosteinde 7 te Oud-Alblas is bewust van deze gemeentelijke ambitie. Het plan is om enkele platte daken te voorzien van zonnepanelen.

28

5.

Juridische planbeschrijving

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Oosteinde 7’ bestaat uit drie delen de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Oosteinde 7’ is conform de landelijke ROstandaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.

5.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het onderhavige bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Oosteinde 7’ is aangesloten bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’. De regels bestaan uit 4 hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

5.3 Bestemmingen Gemengd De bestemming ‘Gemengd’ wordt opgenomen ten behoeve van de molen, de woning en de diverse functies in de vorm van een winkel en kleinschalige horeca met terras. Verkeer Ten behoeve van de openbare weg Oosteinde wordt de verkeersbestemming overgenomen. Waarde – Archeologie 7 De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 7’ is mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in de bodem.

29

Waterstaat – Waterkering Ten behoeve van het behoud en bescherming van de waterkering wordt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ op de kernzone van de regionale waterkering opgenomen.

5.4 Aanduidingen • • • • • • • • • •

Bouwvlak; Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk – 1’; Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 100m’; Functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’; Functieaanduiding ‘parkeerterrein’; Functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – molen’; Functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – erftoegangswegen’; Functieaanduiding ‘wonen’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximale goothoogte (m): 5’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 1’.

30

6.

Verantwoording beleidskader

6.1 Rijksbeleid 6.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los.

Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stadsen dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Middels het onderhavige plan wordt de toekomstbestendigheid en instandhouding van een rijksmonumentale molen gewaarborgd. 6.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.

Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote 31

rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro. 6.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6. van de Bro op een aantal punten gewijzigd. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmings- plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.

Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De verdere definitie van een stedelijke ontwikkeling is niet opgenomen. Inmiddels biedt jurisprudentie wel een verdere definitie van het begrip: De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3929).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=649becfd-c5cd-4efe-a740-9d897ca7c61f