bijlage 1 Toelichting BP Groot Ammer, Achtkanter
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Achtkanter’
Toelichting bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Achtkanter’
Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPachtkanterAMS-VG01 Datum: 02-03-2021 Planstatus: Vastgesteld
2
Inhoud 1.
2.
3.
4.
Inleiding............................................................................................................ 5 1.1
Inleiding ..................................................................................................... 5
1.2
Kader .......................................................................................................... 6
1.3
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 7
1.4
Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 7
1.5
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 7
1.6
Communicatie ............................................................................................ 8
1.7
Realisatie .................................................................................................... 8
1.8
Leeswijzer................................................................................................... 8
Planbeschrijving ................................................................................................ 9 2.1
Bestaande situatie ....................................................................................... 9
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 10
Beleidskader ................................................................................................... 15 3.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 15
3.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 15
3.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 16
3.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 16
3.5
Conclusie .................................................................................................. 16
Sectorale aspecten .......................................................................................... 17 4.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 17
4.2
Watertoets ................................................................................................ 17
4.3
Geluid ....................................................................................................... 18
4.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 19
4.5
Bedrijven- en milieuhinder ........................................................................ 19
4.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 19
4.7
Kabels en leidingen................................................................................... 20
4.8
Ecologie .................................................................................................... 21
4.9
Bodem ...................................................................................................... 22
4.10 Archeologie .............................................................................................. 22 5.
Juridische planbeschrijving .............................................................................. 23 5.1 Inleiding ....................................................................................................... 23 5.2 Systematiek van de regels ............................................................................ 23 5.3 Bestemmingen ............................................................................................. 23 5.4 Aanduidingen ............................................................................................... 23 3
6.
7.
Verantwoording beleidskader .......................................................................... 24 6.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 24
6.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 26
6.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 31
6.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 33
6.5
Conclusie .................................................................................................. 34
Verantwoording sectorale aspecten ................................................................. 35 7.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 35
7.2
Watertoets ................................................................................................ 37
7.3
Geluid ....................................................................................................... 43
7.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 45
7.5
Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 47
7.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 49
7.7
Kabels en leidingen................................................................................... 53
7.8
Ecologie .................................................................................................... 54
7.9
Bodem ...................................................................................................... 56
7.10 Archeologie .............................................................................................. 57 Bijlage Omschrijving 1 Nieuwe situatietekening 2 Straatbeeld 3 Digitale watertoets 4 5 6 7 8 9 10
Archeologisch onderzoek Akoestisch onderzoek Ecologisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek Beeldkwaliteitsplan Stikstofdepositieonderzoek (aanlegen gebruiksfase) Parkeerdrukonderzoek
Auteur Brummelhuis
Referentie 11023/B0 (situatie)
Datum 02-06-2020
Brummelhuis Waterschap Rivierenland Becker & Van de Graaf bv Voortman Ingenieurs Adviesbureau Mertens BV Bakker Milieuadviezen Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. Van den Heuvel Milieuadvies
11023/straatbeeld 20190509-920536 23940910/44067
05-04-2019 09-05-2019
R-JVO/1491
25-11-2019
2019.3421
Sept. 2019
BM/25125-2019
Aug. 2019
19059
07-08-2019
19059
12-02-2020
DTV Consultants
2008288
15-06-2020
31-10-2011
4
1.
Inleiding
1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Medio 2011 is de 1ste fase van het nieuwbouwproject ‘Achtkanter Groot-Ammers’, bestaande uit vier levensloopbestendige en twee vrijstaande woningen in de verkoop gegaan. De kavels zijn tot op heden nog niet verkocht en liggen thans braak. Gezien de kavels tot op heden nog niet hebben geleid tot concrete verkoop heeft de ontwikkelaar onderzoek gedaan naar een woningaanbod dat beter aansluit bij de marktvraag. Het plan is om het woningaanbod te wijzigen naar vier vrijstaande woningen en acht twee-onder-een-kapwoningen. De vrijstaande en twee-onder-eenkapwoningen voldoen aan alle facetten van levensloopbestendig wonen. Het vigerende bestemmingsplan ‘Groot-Ammers Zuidoost’ (vastgesteld op 2 sept. 2011) voorziet niet in voldoende flexibiliteit om het woningaanbod op deze wijze te wijzigen (de bouwvlakken zijn strak ingetekend), waardoor het gewijzigde plan in strijd is met het vigerende bestemmingsplan. Om in te spelen op de continu veranderende woningmarkt en daarmee de concrete woningbehoefte is het plan om het huidige bestemmingsplan te wijzigen (wijzigen bouwvlakken). Het plan is d.d. 29 april 2019, met de gemeente Molenlanden besproken en in principe akkoord bevonden. 1.1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan de zuidoostzijde van de kern Groot-Ammers. Het plangebied grenst aan de straat de Achtkanter.
Aande overige zijden wordt het plangebied begrensd door sloten met daarachter het polderlandschap.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
5
1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Het plangebied betreft een braakliggend stuk bouwgrond waarop de mogelijkheid ligt tot het realiseren van woningbouw. Het woningaanbod dat kan worden gerealiseerd sluit niet aan bij de huidige woningvraag. Middels het voorliggende plan wordt ingespeeld op de huidige woningvraag. Het plan voorziet in de wijziging van het huidige bestemmingsplan waarmee het mogelijk is om vier vrijstaande woningen en acht twee-onder-een-kapwoningen te realiseren. In het kader van de ruimtelijke kwaliteit is het voor de gemeente Molenlanden wenselijk dat de braakliggende grond een passende invulling krijgt middels een woningaanbod dat aansluit bij de woningbehoefte. Het plan past binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Molenlanden.
1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Groot-Ammers Zuidoost’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Groot-Ammers Zuidoost’, dat door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Molenwaard is vastgesteld op 2 september 2011. Het plangebied betreft de enkelbestemming: • Woongebied; En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Maximum bouwhoogte: 10 m; • Maximum goothoogte: 6 m;
Plangebied
Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Groot-Ammers Zuidoost’
6
1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels de bestemmingsplanwijziging is het juridisch-planologisch mogelijk om ter plaatse vier vrijstaande woningen en acht twee-onder-een-kapwoningen te realiseren.
1.4 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat de gemeente Molenlanden bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de Provincie Zuid-Holland en Waterschap Rivierenland. In het kader van het vooroverleg is er één overlegreactie ingediend door het waterschap Rivierenland. De opmerkingen van het waterschap Rivierenland zijn verwerkt in hoofdstuk 4.2/7.2 Watertoets van deze toelichting van het bestemmingsplan en in de regels/verbeelding (de bestemming ‘Water’ is toegevoegd). Inspraak Gelijktijdig met het vooroverleg heeft het voorontwerp-bestemmingsplan vanaf 24 juli 2020 gedurende zes weken digitaal ter inzage gelegen, waarmee eenieder in de gelegenheid is gesteld om een inspraakreactie kenbaar te maken. Er zijn géén inspraakreacties ingediend. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben vanaf 11 november 2020, gedurende zes weken, ter inzage gelegen (t/m 23 december 2020). Er zijn géén zienswijzen ingediend.
1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het voorstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
7
1.6 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet en De Staatscourant).
1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de ter inzage termijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor het plan kan dan worden aangevraagd.
1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • • • • • •
Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Beleidskader; Hoofdstuk 4: Sectorale aspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 6: Verantwoording beleidskader; Hoofdstuk 7: Verantwoording sectorale aspecten.
8
2.
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Groot-Ammers is gelegen in het noorden van de Alblasserwaard, langs de rivier de Lek. Groot-Ammers wordt in de geschiedenis voor het eerst genoemd in 1042. Groot-Ammers dankt haar naam aan het veenriviertje wat uitmondde in de Lek en waarlangs Groot-Ammers is ontstaan (Ammers betekent waterloop). Groot-Ammers en omgeving stonden onder invloed van de heren van Liesvelt, welke bestuurde vanuit slot Liesvelt, wat een van de grootste en sterkste kastelen van Nederland was. Tussen 1300 en 1400 werd de boezem uitgegraven. Deze waterloop mondde via een sluis uit in de Lek en speelt nog steeds een belangrijke rol in de beheersing van het waterpeil in de Alblasserwaard, hoewel de sluis buiten gebruik is genomen. Aan deze boezem staan een viertal poldermolens. Rond 1900 was er in Groot-Ammers veel handel in kaas. De kaas werd in de Alblasserwaardse polder geproduceerd, en in Groot-Ammers verhandeld, getuide de kaaspakhuizen in het dorp. Om de bevolkingsgroei na de Tweede Wereldoorlog op te kunnen vangen is het dorp aanzienlijk uitgebreid. Met de uitbreiding van het dorp heeft ook de industrie in Groot-Ammers zich aanzienlijk uitgebreid. Door de groter groeiende bedrijven uit de kern ontstond ook de behoefte aan een bedrijfsterrein.
Het bedrijfsterrein Gelkenes, gelegen tussen Groot-Ammers en Nieuwpoort voorzag in deze behoefte. Het plangebied is gelegen aan de zuidoostrand van het dorp Groot-Ammers. Het plangebied maakt onderdeel uit van het uitbreidingsgebied van het dorp. 2.1.2 Huidige status/gebruik In de huidige situatie betreft het plangebied braakliggende bouwgrond dat gereed ligt voor woningbouw. Plangebied
Afbeelding 3: Bestaande situatie
9
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan is om weerszijden van de voetverbinding van de Haarsteeg naar de Achtkanter vier vrijstaande woningen en acht twee-onder-een-kapwoningen te realiseren, waarbij de vrijstaande woningen op de koppen worden gerealiseerd (zie afbeelding 4). De vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen worden op de begane grond dusdanige wijze ingericht dat de woningen voldoen aan alle facetten van levensloopbestendig wonen. De woningen bieden de mogelijkheid om in de toekomst op de begane grond een slaapkamer en een badkamer te realiseren.
Afbeelding 4: Nieuwe situatie
Afbeelding 5: Straatbeeld nieuwe situatie
Afbeelding 6: Impressie straatbeeld
10
De vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen dienen te worden gerealiseerd binnen de bouwvlakken (zie afbeelding 7). Hierdoor is sprake van een luchtige stedenbouwkundige opzet en blijft het doorzicht naar het slagenlandschap ten oosten van het plangebied behouden. Voor de woningen geldt een maximale bouw- en goothoogte van 10 meter respectievelijk 6 meter.
Afbeelding 7: Verbeelding bestemmingsplan
11
2.2.2 Beeldkwaliteitsplan Gezien de mate van flexibiliteit in dit bestemmingsplan is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening wenselijk om kaders op te stellen wat betreft het aspect beeldkwaliteit om daarmee ongewenste situatie te voorkomen. Voor het plan is daardoor een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan heeft als doel om de ontwikkelaar en toekomstige kopers de denkrichting aan te geven, waarbinnen de plannen gestalte moeten krijgen. Tevens dient het beeldkwaliteitplan als toetsingskader van toekomstige omgevingsvergunningsaanvragen. Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd in de bijlage van het bestemmingsplan. 2.2.3 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting De nieuwe woningen krijgen ieder een eigen perceelsontsluiting op de Achtkanter. Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel - in de categorie ‘niet stedelijk’. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. In tabel 1 is de parkeerbehoefte van dit plan uiteengezet.
Tabel 1: Parkeerbehoefte Categorie Parkeernorm Koop, vrijstaand 2,3 Koop, twee-onder2,2 een-kap Totaal
Factor Per woning Per woning
Aantal 4 8
Totaal 9,2 17,6 26,8 (27)* parkeerplaatsen
* Parkeerbehoefte wordt volgens de richtlijnen naar boven afgerond (Bron: 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020).
De parkeerbehoefte van dit plan bedraagt 27 parkeerplaatsen. Parkeeroplossing Het plan is om op iedere kavel twee parkeerplaatsen te realiseren (zie afbeelding 8). Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden in het gemeentelijk parkeerbeleid niet altijd volledig meegerekend in de gerealiseerde parkeerplaatsen, omdat deze plaatsen in de praktijk vaak voor andere doeleinden worden gebruikt dan het parkeren van auto’s. De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegerekend (afhankelijk van de parkeervoorziening) is opgenomen in tabel 2.
12
Afbeelding 8: Twee parkeerplaatsen per kavel
Tabel 2: Berekeningsfactoren voor parkeren op eigen terrein Parkeervoorziening Berekeningsfactor Aantal Totaal (per woning) woningen Kavel 1 t/m 5: Dubbele oprit met garage (2 parkeerplekken naast elkaar) Kavel 6-7: Enkele lange oprit met garage (2 parkeerplekken achter elkaar) Kavel 8-12: Dubbele oprit met garage (2 parkeerplekken naast elkaar) Totaal
1,8
5
9 parkeerplaatsen
1,3
2
2,6 parkeerplaatsen
1,8
5
9 parkeerplaatsen
20,6 parkeerplaatsen
De resterende parkeerbehoefte (7 parkeerplaatsen) worden opgelost in het openbaar gebied. Om te bepalen of de parkeerbehoefte niet tot problemen leidt in de openbare ruimte is door DTV Consultants een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd. De conclusie van dit parkeerdrukonderzoek is: ‘De extra parkeerbehoefte van dit plan bedraagt 7 parkeerplaatsen. Wanneer de extra parkeerbehoefte wordt opgeteld bij de huidige bezettingsgraad in de omgeving van het plangebied komt de toekomstige bezettingsgraad uit op 72%. Hierbij blijft men ruim onder de kritische grens van een bezettingsgraad van 85%. Derhalve kan worden geconcludeerd dat de extra parkeerbehoefte van dit plan (7 parkeerplaatsen) in het openbaar gebied kan worden opgevangen. Dit levert geen parkeerproblemen op.’ Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de gemeentelijk parkeerbeleid (de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'). 13
2.2.4 Duurzaamheid De gemeente Molenlanden heeft de ambitie om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. De ontwikkelaar van het plan speelt hier bewust op in door de woningen gasloos op te leveren en te voorzien van een lucht-water warmtepomp. De woningen worden geïsoleerd conform de huidige bouweisen van het bouwbesluit. Een grondwater-warmtepomp behoort eveneens tot de mogelijkheden. Verder worden de toekomstige kopers verschillende duurzaamheidspakketten aangeboden. In deze pakketten kunnen kopers verschillende keuzes maken in het kader van duurzaam bouwen.
14
3.
Beleidskader
In dit hoofdstuk zijn de conclusies vanuit de beleidsaspecten weergegeven. De uitgebreide verantwoording van het beleidskader staat beschreven in hoofdstuk 6.
3.1 Rijksbeleid Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied betreft een braakliggend stuk bouwgrond (bouwkavels). Conform het vigerend bestemmingsplan is het toegestaan om ter plaatse van de bouwvlakken woningen te realiseren (geen maximum aantal wooneenheden). Om diverse redenen zijn de kavels tot op heden nog niet verkocht. Dit bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de bouwvlakken waarmee een woningaanbod kan worden gerealiseerd dat beter aansluit bij de huidige woningvraag. Het plangebied betreft de laatste fase van de uitbreidingswijk Groot-Ammers Zuidoost. Het plan betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is.
3.2 Provinciaal beleid Het plangebied valt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het plan sluit hiermee aan bij het provinciaal beleid om de verstedelijkingsopgave primair te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied. Ruimtelijke kwaliteit Gezien de schaal en aard kan het plan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Het plan voorziet in de mogelijkheid tot het realiseren van een gewijzigd woningaanbod dat beter aansluit bij de huidige woningvraag. Hierbij is geen sprake van wijzigingen op structuurniveau. De bestaande gebiedsidentiteit blijft ongewijzigd. Het plangebied betreft de laatste fase van de uitbreidingswijk Groot-Ammers Zuidoost. Het plan is qua aard en schaal passend is in dit gebied (bestaande uitbreidingswijk). Voor het plan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan heeft als doel om de ontwikkelaar en toekomstige kopers de denkrichting aan te geven, waarbinnen de plannen gestalte moeten krijgen. Tevens dient het beeldkwaliteitplan als toetsingskader van toekomstige omgevingsvergunningsaanvragen. Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd in de bijlage van het bestemmingsplan. Stedelijke ontwikkelingen (Ladder voor duurzame verstedelijking) Dit bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de bouwvlakken. Hiermee kan een woningaanbod worden gerealiseerd dat beter aansluit bij de huidige woningvraag.
Het plangebied betreft de laatste fase van de uitbreidingswijk Groot-Ammers Zuidoost. Het plan betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is. 15
3.3 Regionaal beleid Medio 2011 is de 1ste fase van het nieuwbouwproject ‘Achtkanter Groot-Ammers’, bestaande uit vier levensloopbestendige en twee vrijstaande woningen in de verkoop gegaan. Het woningaanbod sloot niet aan bij de woningvraag, waardoor is besloten om onderzoek te doen naar de actuele woningvraag in Groot-Ammers. Uit dit woningmarktonderzoek is naar voren gekomen dat er concrete vraag is naar nieuwbouw twee-onder-een-kapwoningen. Bewoners van het dorp Groot-Ammers, die thans in een eengezinswoning wonen, willen graag een stap maken naar een grotere woning in het dorp, maar nieuwbouw twee-onder-een-kapwoningen zijn momenteel niet beschikbaar in het dorp Groot-Ammers. Ook onder de doelgroep senioren is behoefte naar twee-onder-een-kapwoningen/levensloopbestendige woningen. Daarom is besloten om het woningaanbod te wijzigen naar vier vrijstaande woningen en acht twee-onder-een-kapwoningen. De vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen worden op de begane grond dusdanige wijze ingericht dat de woningen voldoen aan alle facetten van levensloopbestendig wonen. De woningen bieden de mogelijkheid om in de toekomst op de begane grond een slaapkamer en een badkamer te realiseren. Het plan speelt in op een concrete lokale woningbehoefte. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.
Het gewijzigd woningaanbod (per saldo vier woningen) wordt regionaal gemeld en meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor AlblasserwaardVijfheerenlanden 2020-2030.
3.4 Gemeentelijk beleid Met de ontwikkeling wordt voorzien in de gemeentelijke doelstellingen zoals opgenomen in de Toekomstvisie Molenwaard en het MeerjarenPerspectief Wonen (MPW) van de gemeente Molenlanden. Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Groot-Ammers Zuidoost’ (vastgesteld op 2 sept. 2011). De geplande woningen passen niet binnen de huidige bouwvlakken.
3.5 Conclusie Het plan is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan, maar is wel in overeenstemming met het verdere ruimtelijke beleid.
16
4.
Sectorale aspecten
Sectoraal aspect: 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Watertoets 4.3 Geluid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Bedrijf-milieuhinder 4.6 Externe veiligheid 4.7 Kabels en leidingen 4.8 Ecologie 4.9 Bodem 4.10 Archeologie 4.11 Duurzaamheid
Extern onderzoek uitgevoerd: Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja Nee
Belemmering:
Nadere voorwaarden:
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
4.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling, er geen sprake is van productiewerkzaamheden, de ruime afstand tot beschermde natuurgebieden en er geen sprake is van (een toename van) onevenredige aantallen verkeersbewegingen, etc. kan – met in achtneming van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, redelijkerwijs worden verwacht dat er geen sprake is van ernstige milieugevolgen gerelateerd aan de ruimtelijke ontwikkeling en kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. kan worden volstaan met een onderbouwing van de diverse milieuaspecten in de volgende hoofdstukken. Het (vormvrije) m.e.r. beoordelingsbesluit dient bij de omgevingsvergunningsaanvraag te worden gevoegd.
4.2 Watertoets Voor het plan is de digitale watertoets doorlopen (Dossiercode 20190509-9-20536). Peilgebied Het plangebied is gelegen binnen het peilgebied OVW065. Het peilgebied heeft een zomerpeil van -1,52 meter NAP en een winterpeil van -1,57 meter NAP. Ten aanzien van de drooglegging geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,0 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen. Watergangen In directe omgeving van het plangebied zijn een A-watergang (001061) en twee B-watergangen (124649/124684) gelegen. De A- en de B-watergang 124684 zijn buiten het plangebied van dit bestemmingsplan gelegen. De B-watergang 124649 aan de zuidzijde van het plangebied is overeenkomstig het moederplan ‘GrootAmmers Zuidoost’ bestemd als ‘Water’. De nieuwe woningen wordt buiten de 17
beschermingszones van de omliggende watergangen gerealiseerd. Er worden geen aanpassingen gedaan aan de bestaande watergangen. Het aanvragen van watervergunning bij het waterschap Rivierenland is derhalve niet noodzakelijk. Waterberging en -compensatie Het plan resulteert in een toename aan verharding met 1219 m2. Op basis hiervan is het realiseren van watercompensatie noodzakelijk. De benodigde watercompensatie bedraagt 1219 m2 * 0,0436 m3/ha = 53,15 m3. Uitgaande van een toelaatbare peilstijging van 0,2 meter betekent dit een te realiseren extra wateroppervlak van 266 m2. Om aan de watercompensatieplicht te voldoen wordt door de ontwikkelaar in eerste instantie onderzoek gedaan om elders binnen het peilgebied OVW065 de benodigde watercompensatie te realiseren. Voor de realisatie van de watercompensatie elders dient een watervergunning te worden aangevraagd bij het waterschap Rivierenland. Indien geen locatie wordt gevonden zal voor dit plan gebruik worden gemaakt van de waterbergingsbank Groot-Ammers van de gemeente Molenlanden. Deze oplossing is afgestemd en akkoord bevonden door het waterschap Rivierenland. Hemelwater- en vuilwaterafvoer (riolering) In de directe omgeving van het plangebied is voldoende oppervlaktewater aanwezig om het hemelwater naar af te voeren. Vuil water wordt afgevoerd via een gescheiden rioleringsstelsel.
De woningen zullen aangesloten worden op het gescheiden rioleringsstelsel. Het gescheiden rioleringsstelsel valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Molenlanden. In het plangebied ligt geen rioolwaterpersleiding van het Waterschap Rivierenland. Waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen kern- en/of beschermingszones van een primaire en/of regionale waterkering. Conclusie Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem.
4.3 Geluid Door Voortman Ingenieurs is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek is geconcludeerd dat: ▪ De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Haarsteeg en de Graafland op de gevels van de woningen ten hoogste respectievelijk 47 en 31 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. Deze geluidbelasting is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB incl. aftrek art. 110g Wgh voor wegverkeer; ▪ De berekende gecumuleerde geluidbelasting (LCUM*) ten gevolge van alle wegen ten hoogste 47 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt; ▪ Alle woningen beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte waarmee aan het streven uit het gemeentelijk geluidbeleid wordt voldaan.
18
Aan te vragen hogere grenswaarden wegverkeerslawaai Voor deze woningen hoeven geen hogere waarden te worden aangevraagd. Geluidwering van de gevel Voor deze woningen hoeft geen nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel plaats te vinden omdat de gecumuleerde geluidbelasting niet hoger is dan 53 dB, excl. aftrek art. 110g Wgh. Algemeen geldt dat zonder aanvullende geluidwerende voorzieningen en bij toepassing van gebruikelijke bouwconstructies/materialen (spouwmuren, standaard dubbel glas, enkele kierdichting, ventilatieroosters etc.) een minimale geluidwering van 20 dB wordt bereikt. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft geluid geen belemmeringen.
4.4 Luchtkwaliteit Het plan is kleinschalig van aard. Hiermee valt het plan in het Besluit NIBM (gevallen die niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit <3%), waardoor kan worden gesteld dat het plan geen tot nihil invloed heeft op de luchtkwaliteit en dat toetsing niet noodzakelijk wordt geacht.
4.5 Bedrijven- en milieuhinder Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect bedrijven- en milieuhinder geen belemmeringen. Gesteld kan worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en dat de omliggende bedrijven niet (verder) in hun bedrijfsvoering worden beperkt.
4.6 Externe veiligheid Inrichtingen Volgens de risicokaart bevindt het plangebied zich in het invloedsgebied een inrichting waar opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Op het bedrijventerrein Gelkenes, op ca. 1,7 km van het plangebied, is het bedrijf Akzo Nobel Decorative Coatings B.V gelegen. Op het terrein van Akzo Nobel Decorative Coatings ligt PGS15 opgeslagen. Plaatsgebonden risico Uit het attribuutrapport blijkt dat de 10-6 PR-contour van de inrichting ten hoogste enkele tientallen meters buiten de inrichtingsgrens ligt (zie figuur 15). Deze ligt derhalve niet over het plangebied en daarmee wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Voor het bedrijf geldt een rekenkundig invloedsgebied van 2765 meter. Het groepsrisico ligt echter ruim onder de oriëntatiewaarde (zie figuur 16, waarmee dit gekwalificeerd kan worden als een ‘verwaarloosbaar groepsrisico’ 19
De PGS15-opslagen van het bedrijf betreffen ruimten van 200 – 300 m2 en 1500 – 2500 m2, beide met beschermingsniveau 1. Voor dergelijke opslaginrichtingen geldt volgens de Regeling externe veiligheid inrichtingen een maximaal te hanteren invloedsgebied van 350 meter. Het plangebied ligt buiten dit invloedsgebied. Een nadere verantwoording van het groepsrisico is daarmee niet nodig. Buisleidingen In en om het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig. Wegverkeer In de directe omgeving van het plangebied vindt geen voor de externe veiligheid relevant structureel transport van gevaarlijke stoffen over de weg plaats. Incidentele transporten van gevaarlijke stoffen over de omliggende wegen zijn echter niet uit te sluiten, maar deze vallen ruimschoots buiten het toetsingskader. Hierdoor zijn geen relevante externe veiligheidsrisico’s door transport over de weg te verwachten. Spoorverkeer In de directe omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig. Vaarwegen Het plangebied is gelegen in het invloedsgebied van de rivier de Lek. Plaatsgebonden risico De contour van het plaatsgebonden risico ligt op de oever van de Lek. Het plaatsgebonden risico is daarom geen belemmering voor het plan. Groepsrisico Het plangebied is gelegen op circa 1 kilometer, waardoor een verantwoording van het groepsrisico niet nodig is.
In geval van een ramp op de Lek hebben de bewoners van de woningen de mogelijkheid om via de hoofdentree van hun woning en omliggende wegen te vluchten. Gezien de grote afstand tot de waterlijn heeft men voldoende tijd om te vluchten. In geval van een gifwolk is men veilig in de woning als men de ramen en deuren sluit en de ventilatie uitzet. Tenslotte hebben de hulpdiensten voldoende ruimte om de ramp te bestrijden en de gevaarlijke stoffen op te ruimen. Conclusie Het aspect externe veiligheid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
4.7 Kabels en leidingen In het plangebied of de directe omgeving zijn geen planologisch relevante leidingen zoals, rioolpersleidingen, waterleidingen, hoogspanningslijnen of straalpaden gelegen. Er wordt derhalve geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen geen belemmeringen oplevert voor de uitvoering van het plan.
20
4.8 Ecologie Soortenbescherming Om de invloed van het plan op de eventueel aanwezige flora en fauna in kaart te brengen, heeft Mertens B.V. een ecologische quickscan uitgevoerd. De resultaten uit dit onderzoek luiden: ‘In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om groen te rooien en het plangebied bouwrijp te maken buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in Provincie Zuid-Holland. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieven aanwezig. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in provincie Zuid- Holland. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Om de rugstreeppad zich niet te laten vestigen in het plangebied gedurende de aanlegfase is het van belang om het ontstaan van waterplassen op het land te voorkomen.
Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen aan de Achtkanter te Groot-Ammers zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.’ Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura2000, Belangrijk Weidevogelgebied of het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van circa 5 km liggen de Natura 2000-gebieden ‘Uiterwaarden van de Lek’ en ‘Donkse Laagten’. Stikstofdepositie In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie op de Natura 2000gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Conclusie Het plan ondervindt wat betreft het aspect ecologie geen belemmeringen.
21
4.9 Bodem Om de kwaliteit van de bodem in kaart te brengen voor het beoogde gebruik is door Bakker Milieuadviezen een verkennend onderzoek uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek luiden: ▪ ▪ ▪
▪
‘De zintuiglijk schone bovengrond is in 3 mengmonsters onderzocht en is geheel schoon voor alle parameters uit het standaardpakket; De kleiige ondergrond bevat een verwaarloosbaar licht verhoogd gehalte aan molybdeen; In het grondwater is barium in een gehalte boven de tussenwaarde aangetroffen en het gehalte aan minerale olie in lichte mate boven de streefwaarde. Barium komt bijna standaard in gehalten boven de streefwaarde voor en soms (zoals in dit geval) wordt ook de tussenwaarde overschreden zonder aanwijsbaar oorzakelijk verband. Vanwege het ontbreken van een oorzakelijk verband is er dan ook geen reden voor een herbemonstering. Het verhoogde bariumgehalte veroorzaakt geen enkel risico. Het verhoogde oliegehalte wordt toegeschreven aan storende humuszuren in de venige ondergrond. Ook deze verhoging heeft geen consequenties voor de bestemming wonen; In de kleiige bovengrond is een PFOA-gehalte bepaald van 1.3 ug/kgds en in de ondergrond is dit duidelijk hoger, namelijk 7.5 ug/kgds. PFOS is alleen in de bovengrond aangetoond (0.72 ug) en de overige PFAS zijn niet verhoogd;
Op grond van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de voorgenomen woningbouw. Conclusie Het plan ondervindt wat betreft de bodemkwaliteit geen belemmeringen.
4.10 Archeologie Ten behoeve van het oorspronkelijke plan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De conclusie uit dit onderzoek is: Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied in de polder achter GrootAmmers ligt, de bodem onverstoord is en dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn in de bodem. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren.’ Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect archeologie de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient de uitvoerder van het grondwerk eventuele archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag.
22
5.
Juridische planbeschrijving
5.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Achtkanter’ bestaat uit drie delen: de verbeelding, de regels en de toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Achtkanter’ is conform de landelijke RO-standaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.
5.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Achtkanter’ is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Groot-Ammers Zuidoost’ (vastgesteld op 2 september 2011). De regels van het bestemmingsplan ‘GrootAmmers, Achtkanter’ bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangsen slotregels aan de orde komen.
5.3 Bestemmingen Woongebied De bestemming ‘Woongebied’ blijft ongewijzigd. Uitsluitend de bouwvlakken worden gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Water De B-watergang aan de zuidzijde van het plangebied is overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan ‘Groot-Ammers Zuidoost’ bestemd als ‘Water’.
5.4 Aanduidingen • • •
Bouwvlak; Maatvoeringsaanduiding ‘Maximum bouw- en goothoogte (m): 10 en 6’; Maatvoeringsaanduiding ‘Maximum aantal wooneenheden: 6’.
23
6.
Verantwoording beleidskader
6.1 Rijksbeleid 6.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los.
Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stadsen dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. 6.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.
Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.
24
Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro. 6.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’.
Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie wel een beoordelingskader welke ontwikkelingen als ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ worden aangemerkt. Uit jurisprudentie blijkt dat het in dit verband moet gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het plangebied betreft een braakliggend stuk bouwgrond (bouwkavels). Conform het vigerend bestemmingsplan is het toegestaan om ter plaatse van de bouwvlakken woningen te realiseren (geen maximum aantal wooneenheden). Om diverse redenen zijn de kavels tot op heden nog niet verkocht. Dit bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de bouwvlakken waarmee een woningaanbod kan worden gerealiseerd dat beter aansluit bij de huidige woningvraag. Het plangebied betreft de laatste fase van de uitbreidingswijk Groot-Ammers Zuidoost. Het plan betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is.
25
6.2 Provinciaal beleid 6.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale Staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kader stellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie ZuidHolland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.
Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD) De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stadsen dorpsgebied (BSD). Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder ‘bebouwde ruimte’ wordt het stelstel verstaand van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leef kwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Het plangebied valt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het plan sluit hiermee aan bij het provinciaal beleid om de verstedelijkingsopgave primair te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied.
26
Plangebied
BSD
Afbeelding 9: Provinciale kwaliteitskaart
Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Het bestemmingsplan voorziet in een passende invulling van een braakliggend stuk bouwgrond aan de rand van Groot-Ammers. In het kader van de ruimtelijke kwaliteit is braakliggende bouwgrond niet gewenst.
27
Kwaliteitskaart Het plangebied valt binnen het gebied ‘steden en dorpen’ van de provinciale kwaliteitskaart. De provincie wil de kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers van iedere stad en ieder centrum in het systeem beschermen. Iedere locatie betreft een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek. Een brede waaier aan woon- en werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Voor ontwikkelingen in ‘steden en dorpen’ heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur.
• Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stadsen dorpsranden). • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. • Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. • Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. • Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. Voor het plan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan heeft als doel om de ontwikkelaar en toekomstige kopers de denkrichting aan te geven, waarbinnen de plannen gestalte moeten krijgen. Tevens dient het beeldkwaliteitplan als toetsingskader van toekomstige omgevingsvergunningsaanvragen. Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd in de bijlage van het bestemmingsplan. De toekomstige kopers van de kavels dienen wat betreft de vormgeving van de woningen aan te sluiten bij de kwaliteitskaart en daarmee rekening te houden met de karakteristieke kenmerken/identiteit van het dorp.
28
6.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale Staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9).
Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a) De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b) Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c) Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen.
Gezien de schaal en aard kan het plan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Het plan voorziet in de mogelijkheid tot het realiseren van een gewijzigd woningaanbod dat beter aansluit bij de huidige woningvraag. Hierbij is geen sprake van wijzigingen op structuurniveau. De bestaande gebiedsidentiteit blijft ongewijzigd. Het plangebied betreft de laatste fase van de uitbreidingswijk Groot-Ammers Zuidoost. Het plan is qua aard en schaal passend is in dit gebied (bestaande uitbreidingswijk).
29
Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: • De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; • Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte. Dit bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de bouwvlakken. Hiermee kan een woningaanbod worden gerealiseerd dat beter aansluit bij de huidige woningvraag. Het plangebied betreft de laatste fase van de uitbreidingswijk Groot-Ammers Zuidoost. Het plan betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is.
30
6.3 Regionaal beleid 6.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Het plan voorziet in een passende invulling van een stuk braakliggende bouwgrond in een bestaande uitbreidingswijk van Groot-Ammers. Dit bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de bouwvlakken, waarmee een woningaanbod kan worden gerealiseerd dat beter aansluit bij de huidige woningvraag. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.
6.3.2 Regionale woonvisie In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de Randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijks woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden.
Er wordt niet in exacte aantallen op de samenstelling van het programma gestuurd. In plaats daarvan wordt een kwalitatief leidraad gehanteerd, die gemeente helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen.
31
Groot-Ammers is aangeduid als een voorzieningendorp. Voorzieningenkernen hebben een bovenlokale functie voor woningbouw en voorzieningen. Voor een voorzieningendorp geldt dat voor het realiseren van 10 wooneenheden (of minder), mits de totale groei van het aantal wooneenheden in de betreffende kern niet groter is dan 0,7% van de totale woningvoorraad in de planperiode 2010-2019, regionale afstemming niet noodzakelijk is. Gezien de hoeveelheid plannen in Groot-Ammers (1,7%, dus boven de agendamaat van 0,7%) moet het plan afgestemd worden in de regio. Medio 2011 is de 1ste fase van het nieuwbouwproject ‘Achtkanter Groot-Ammers’, bestaande uit vier levensloopbestendige en twee vrijstaande woningen in de verkoop gegaan. Het woningaanbod sloot niet aan bij de woningvraag, waardoor is besloten om onderzoek te doen naar de actuele woningvraag in Groot-Ammers. Uit dit woningmarktonderzoek is naar voren gekomen dat er concrete vraag is naar nieuwbouw twee-onder-een-kapwoningen. Bewoners van het dorp Groot-Ammers, die thans in een eengezinswoning wonen, willen graag een stap maken naar een grotere woning in het dorp, maar nieuwbouw twee-onder-een-kapwoningen zijn momenteel niet beschikbaar in het dorp Groot-Ammers. Ook onder de doelgroep senioren is behoefte naar twee-onder-een-kapwoningen/levensloopbestendige woningen.
Daarom is besloten om het woningaanbod te wijzigen naar vier vrijstaande woningen en acht twee-onder-een-kapwoningen. De vrijstaande en tweeonder-een-kapwoningen worden op de begane grond dusdanige wijze ingericht dat de woningen voldoen aan alle facetten van levensloopbestendig wonen. De woningen bieden de mogelijkheid om in de toekomst op de begane grond een slaapkamer en een badkamer te realiseren. Het plan speelt in op een concrete lokale woningbehoefte. Het gewijzigd woningaanbod (per saldo vier woningen) wordt regionaal gemeld en meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor AlblasserwaardVijfheerenlanden 2020-2030.
32
6.4 Gemeentelijk beleid 6.4.1 Toekomstvisie Molenwaard De toekomstvisie van de voormalige gemeente Molenwaard geeft aan dat de gemeente plaats biedt aan mensen die hier wonen, die hier willen blijven en mensen die een binding hebben met de gemeente. Mensen moeten kunnen wonen waar ze willen, de woonwens en de eigen kern als woonplaats staat centraal. Mensen moeten zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Daarom zet ook Molenlanden in op levensloopbestendig wonen en zorg aan huis. In mei 2013 heeft de raad de kaders voor verdeling van het woningbouwprogramma vastgesteld. Relevante kaders zijn het aansluiten bij de demografische ontwikkeling, het bouwen in voorzieningendorpen voor senioren en plannen met maatschappelijke urgentie (zoals centrumplannen) voorrang geven. Middels het plan wordt ingespeeld op een concrete woningbehoefte in GrootAmmers. Uit het woningmarktonderzoek is naar voren gekomen dat er concrete vraag is naar nieuwbouw twee-onder-een-kapwoningen. De vrijstaande en tweeonder-een-kapwoningen worden op de begane grond dusdanige wijze ingericht dat de woningen voldoen aan alle facetten van levensloopbestendig wonen. De woningen bieden de mogelijkheid om in de toekomst op de begane grond een slaapkamer en een badkamer te realiseren. Het plan levert een positieve bijdrage aan de gewenste doorstroming op de woningmarkt.