CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting bij bestemmingsplan 'Bleskensgraaf, Heulenslag 19-20'

Raadsvergadering 9 november 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 9a. Bestemmingsplan Bleskensgraaf, Heulenslag 19-2015.996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Bleskensgraaf, Heulenslag 19-20’

Toelichting bestemmingsplan ‘Bleskensgraaf, Heulenslag 19-20’

Identificatie NL.IMRO.1978.BPheulenslag1920BLG-VG01 Datum 5 oktober 2023 Planstatus Vastgesteld Versie 3.0

2

Inhoud 1.

2

3

4

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Inleiding ..................................................................................................... 5

1.2

Kader .......................................................................................................... 8

1.3

Maatschappelijk resultaat ......................................................................... 10

1.4

Maatschappelijk draagvlak ........................................................................ 11

1.5

Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid............................ 11

1.6

Communicatie .......................................................................................... 12

1.7

Realisatie .................................................................................................. 12

1.8

Leeswijzer................................................................................................. 12

Planbeschrijving .................................................................................................................... 13 2.1

Bestaande situatie ..................................................................................... 13

2.2

Nieuwe situatie ......................................................................................... 17

Verantwoording beleidskader ......................................................................................... 21 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 21

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 23

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 29

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 31

3.5

Conclusie .................................................................................................. 36

Verantwoording sectorale aspecten ............................................................................. 37 4.1

Milieueffectrapportage .............................................................................. 37

4.2

Watertoets ................................................................................................ 39

4.3

Geluid ....................................................................................................... 45

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 47

4.5

Bedrijven- en milieuhinder ........................................................................ 49

4.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 52

4.7

Kabels en leidingen................................................................................... 55

4.8

Ecologie .................................................................................................... 56

4.9

Bodem ...................................................................................................... 60

4.10 Archeologie .............................................................................................. 62 4.11 Molenbiotoop ........................................................................................... 66 4.12 Duurzaamheid en klimaatadaptatie ........................................................... 67 5

Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 69 5.1

Inleiding ................................................................................................... 69

5.2

Systematiek van de regels ......................................................................... 69

5.3

Bestemmingen .......................................................................................... 69 3

5.4

Aanduidingen ........................................................................................... 70

Bijlage Omschrijving 1 Landschappelijk inpassingsplan 2 3 4 5 6 7

8 9 10 11

Stappen Molenwaards Kookboek Digitale watertoets Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ecologische quickscan Stikstofdepositieberekening Verkennend bodemonderzoek incl. asbest en PFAS Archeologisch onderzoek Selectiebesluit Vaststellingsbesluit Hogere waarden Nota Zienswijze

Auteur Bureau Lagendijk tuinen landschapsarchitecten Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer

Referentie Heulenslag 19/20

Datum 16-10-2019 21-05-2021

Waterschap Rivierenland Voortman Ingenieurs

Bleskensgraaf, Heulenslag 1920 20200303-922628 R-JVO/1573

Blom Ecologie

BE/2020/052/r 03-03-2020

Van den Heuvel Milieuadvies Bakker Milieuadviezen

18106

05-10-2023

BM/2619-2020

April 2020

ADC ArcheoProjecten

ADC Rapport 5192 1109269

24-07-2020

Heulenslag 1920

17-10-2023

1119105

20-09-2023

Gemeente Molenlanden Gemeente Molenlanden Gemeente Molenlanden

03-03-2020 27-05-2020

07-07-2021

4

1.

Inleiding

1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Het perceel Heulenslag 19-20 te Bleskensgraaf betreft een voormalig agrarisch perceel. De volwaardig agrarische bedrijfsactiviteiten en de milieuvergunning zijn jaren geleden ingetrokken. De agrariër heeft daarna nog enkele kleinschalige agrarische activiteiten uitgevoerd, welke in 2009 voor een termijn van vijf jaar zijn gedoogd middels een gedoogbeschikking. In 2014 zijn alle agrarische activiteiten gestaakt. Het perceel heeft echter nog wel een agrarische bestemming in het vigerend bestemmingsplan. Verder is op het perceel een cultuurhistorisch boerderijgebouw aanwezig waarin (al tenminste sinds het jaar 1960) twee woningen zijn geïntegreerd. Conform het vigerend bestemmingsplan is juridisch-planologisch echter maar één woning toegestaan. Naast de boerderij zijn enkele voormalige agrarische schuren gebouwd. Deze schuren zijn in een zeer slechte en extreem deplorabele bouwkundige staat en staan vrijwel op instorten. De initiatiefnemer is voornemens om deze schuren volledig te saneren en een tweeonder-een-kapper te realiseren. Tevens wordt de huidige agrarische bestemming omgezet in een woonbestemming en worden in de cultuurhistorische boerderij twee wooneenheden toegestaan, zodat de juridisch-planologische situatie overeenkomt met het decennialange feitelijke gebruik van de twee wooneenheden in de boerderij.

Het plan is strijdig met de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Graafstroom’, ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’ en ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’. Op gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is het niet toegestaan burgerwoningen te realiseren. Voor het onderhavige plan is een principeverzoek ingediend. De gemeente Molenlanden heeft in een schriftelijke reactie aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het plan middels een bestemmingsplanprocedure. 1.1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen ten westen van de dorpskern Bleskensgraaf. Het plangebied betreft het perceel Heulenslag 19-20. Het plangebied wordt in het zuiden begrensd door De Alblas en in het noorden door de openbare weg Heulenslag. Ten oosten wordt het plangebied begrensd door de perceelsgrens van Heulenslag 17 en ten westen door het perceel Heulenslag 21. Het plangebied betreft het kadastrale perceel Bleskensgraaf, sectie D, nummer 191. Om het agrarisch bedrijf met dit bestemmingsplan juridisch-planologisch volledig uit te sluiten, wordt ook het bouwvlak ten noorden van de Heulenslag verwijderd. Dit bouwvlak is namelijk gekoppeld aan de percelen Heulenslag 19-20. Dit noordelijk bouwvlak is gelegen binnen de kadastrale percelen Bleskensgraaf, sectie D, nummers 132, 134 en 291.

Daarnaast wordt de figuurlijn, waardoor de bouwvlakken aan elkaar zijn gekoppeld, ook verwijderd. Daardoor valt het plangebied ook over de openbare weg Heulenslag.

5

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Het onderhavige plan voorziet in een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Middels het plan worden de zeer verouderde en in een extreem slechte bouwkundige staat zijnde bijgebouwen op het perceel gesaneerd. Ter plaatse van de huidige bijgebouwen wordt een twee-onder-een-kapper gerealiseerd. De twee-ondereen-kapper wordt qua situering, opzet en materiaalgebruik ondergeschikt aan de naastgelegen woonboerderij gerealiseerd. Hierdoor krijgen de nieuwe woningen een schuurachtige uitstraling. Het boerderijensemble, wat kenmerkend is voor het woonlint langs de Heulenslag, blijft hierdoor behouden. Verder wordt het perceel in een representatieve staat teruggebracht. Door een landschapsarchitect is het perceel op een passende en verantwoordelijke wijze landschappelijk ingericht. Daarnaast is er een behoorlijke woningbehoefte in Bleskensgraaf. Met het toevoegen van twee woningen draagt het plan bij aan het invullen van deze woningbehoefte.

Daarnaast wordt met het uitsluiten van een eventuele nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf met bijbehorende (geur)hinder voorkomen, hetgeen leidt tot een verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Het plan is een passende ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.

6

Ten aanzien van de belangen van de grondeigenaren ter plaatse van het noordelijk agrarisch bouwvlak geldt dat zo lang er op de gronden ten zuiden van de Heulenslag een agrarisch bedrijf gevestigd is of planologisch is toegestaan, er op het noordelijke deel van het bouwvlak geen nieuw agrarisch bedrijf gevestigd mag worden. In zoverre hebben de eigenaar van de noordelijke gronden nu dus geen rechten. Omdat het in een kader van een goede ruimtelijke ordening wenselijk is om het gehele agrarische bouwvlak te verwijderen, is ervoor gekozen om zowel het zuidelijk als het noordelijk gelegen agrarisch bouwvlak te verwijderen. De gemeente vindt het namelijk niet wenselijk om de juridisch-planologische mogelijkheid om een volwaardig agrarisch bedrijf te vestigen op het noordelijk bouwvlakdeel in stand te laten. Omdat de grondeigenaren van het noordelijk gelegen bouwvlakdeel nu geen rechter hierop hebben, worden deze grondeigenaren niet onevenredig geschaad in hun belangen.

7

1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ (vastgesteld op 25 januari 2010). Het plangebied heeft de enkelbestemming: • Agrarisch met waarden. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie; • Waterstaat – Waterbergingsgebied; • Waterstaat – Waterkering. En de aanduidingen: • Bouwvlakken; • Figuur ‘relatie’; • Functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’; • Functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’; • Gebiedsaanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’; • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 400m’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning gevoelige bodem’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning overgangsgebied’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied dorpslint’.

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’

8

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’ Op 15 september 2015 is de derde herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de derde herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dat: • De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ wordt opgesplitst in ‘Waarde – Archeologie 1, 2, 4, 5 en 8’; • De bestemmingsgrens van dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is gewijzigd. • De gebiedsaanduidingen ‘wro-zones’ wijzigen naar ‘wetgevingszones’.

Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom 3e herziening'

9

Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ Op 20 februari 2018 is de ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de parapluherziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dit: • De dubbelbestemming ‘Waarde – Waterkering’ is opgesplitst en gewijzigd in de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’; • Verruiming van de regels binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’.

Afbeelding 4: Uitsnede bestemmingsplan 'parapluherziening Buitengebied Graafstroom'

1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het nieuwe bestemmingsplan wordt het agrarische bouwvlak verwijderd en de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ op het perceel Heulenslag 19-20 te Bleskensgraaf gewijzigd naar ‘Wonen’. Het wordt hiermee juridisch-planologisch mogelijk gemaakt een twee-onder-eenkapper naast de cultuurhistorische woonboerderij te realiseren. Tevens worden de twee huidige woningen binnen de boerderij juridisch-planologisch geborgd, waarmee de juridisch-planologische situatie overeenkomt met het decennialange feitelijke gebruik van de boerderij. Door het verwijderen van het agrarisch bouwvlak (ten zuiden en noorden van de Heulenslag) wordt een nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf voorkomen.

10

1.4 Maatschappelijk draagvlak Participatie De initiatiefnemer heeft het plan middels een brief met de ontwerptekening voorgelegd aan de bewoners van Heulenslag 17, 18, 19, 21 en 22a. Daarnaast is de brief ook opgestuurd naar grondeigenaren van het noordelijk gelegen bouwvlak. Naar aanleiding van deze brief heeft een grondeigenaar van het noordelijk bouwvlakdeel telefonisch contact opgenomen met zowel de initiatiefnemer als de gemeente en daarbij over het plan en de procedure geïnformeerd. Daarnaast is deze grondeigenaar twee keer op het gemeentehuis geweest, waarbij zij heeft gesproken met de behandelend ambtenaar van dit plan. De behandelend ambtenaar heeft naar aanleiding van dit gesprek een brief verzonden met de uitleg hoe het plan planologisch in elkaar zit. Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de provincie Zuid-Holland en het waterschap Rivierenland.

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben vanaf 20 oktober 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen (Gemeenteblad 2022, nr. 463613), waarbij eenieder de mogelijkheid heeft gehad om een zienswijze kenbaar te maken. Tijdens de terinzagelegging is één zienswijze ingediend, welke ontvankelijk is verklaard. De zienswijze is in de Nota Zienswijze samengevat en van een antwoord voorzien. De Nota Zienswijze is toegevoegd als bijlage bij de toelichting. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen aan het bestemmingsplan. Ambtshalve wijziging • Op 5 oktober 2023 is het rekenprogramma AERIUS, waarmee de stikstofdepositie van een plan kan worden berekend, geactualiseerd. Naar aanleiding hiervan is de stikstofberekening behorend bij dit plan tevens geactualiseerd. De conclusie dat het plan niet voorziet in rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j is ongewijzigd gebleven. Het oudere onderzoek is vervangen door de geactualiseerde stikstofberekening in de bijlage van deze toelichting. Het onderzoek is tevens verwerkt in §4.8 van deze toelichting. • In §4.3 van deze toelichting is opgenomen dat het college het Besluit Hogere waarden heeft vastgesteld voor de woningen. Het vaststellingsbesluit is opgenomen in de bijlage van de toelichting.

1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, 11

welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.

1.6 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet, het Kontakt en het Gemeenteblad).

1.7 Realisatie Wanneer geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de beroepstermijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor het plan kan dan worden aangevraagd.

1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • • • •

Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskader; Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten. Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.

12

2

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Het dorp Bleskensgraaf is ontstaan als lintbebouwing langs de Graafstroom. Vanuit de lintbebouwing is er rondom de kerk een buurtschap ontstaan. Vanuit dit buurtschap is het dorp Bleskensgraaf ontstaan. Mede door de verbetering van de wegen en de toename van transport over de weg (voorheen over water) is het dorp Bleskensgraaf in de loop der tijd gegroeid. De groei vond met name plaats in de dorpskern. In de Tweede Wereldoorlog is de dorpskern van Bleskensgraaf nagenoeg volledig verwoest als gevolg van een bombardement. Thans is nog slechts een beperkt deel van het oorspronkelijke buurtschap zichtbaar. Na de Tweede Wereldoorlog is het dorp wederopgebouwd. De laatste fase van de wederopbouw werd afgerond met de opening van het gemeentehuis op 12 mei 1955. In de jaren daarna heeft Bleskensgraaf, net zoals de meeste dorpen in de Alblasserwaard een grote groei doorgemaakt, welke is terug te zien in de seriematige uitbreidingswijken rondom de oorspronkelijke kern van het dorp. Het plangebied is gelegen in de cultuurhistorische lintbebouwing langs de Heulenslag ten westen van de dorpskern Bleskensgraaf. Deze lintbebouwing is gevormd door een langgerekte strook van min of meer samengegroeide gemengde bebouwing met daartussen afwisselend smalle en brede landschappelijke doorzichten.

De bebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) boerderijen en (kleinere) arbeiders-/knechtenhuisjes. Hier en daar is de traditionele bebouwing vervangen door nieuwbouw (vrijstaande woningen) en hebben de bestaande boerderijen hun agrarische functie verloren en zijn volledig in gebruik als woonfunctie. De verkavelingsrichting van het landschap is haaks op de Heulenslag gericht. De traditionele bebouwing ten zuiden van de Heulenslag is overwegend parallel aan de verkavelingsrichting gepositioneerd. De traditionele bebouwing ligt, indien daar ruimte voor is, doorgaans verder van de Heulenslag (van oudsher op De Alblas georiënteerd). De vervangende nieuwbouw is zowel haaks als parallel aan de verkavelingsrichting gebouwd. Zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw in het cultuurhistorische lint langs de Heulenslag zijn bedekt met een zadeldak of een afgeleide daarvan. De woningen zijn overwegend opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking. Ten noorden van de Heulenslag kenmerkt het gebied zich door slagenverkaveling (open veenweidegebied) omringd door sloten en (achter)weteringen. In het open slagenlandschap zijn kaden en ontginningsassen gelegen welke veelal zijn beplant met bomenlanen (elzenrijen of knotwilgen).

De openheid van het landschap, de slagenverkaveling in combinatie met het slotenpatroon ten noorden van de Heulenslag en de lintbebouwing met landschappelijke doorzichten ten zuiden van de Heulenslag kunnen worden gezien als de streekeigen stedenbouwkundige en landschappelijke structuur.

13

2.1.2 Huidige status/gebruik Het perceel Heulenslag 19-20 betreft een voormalig agrarische bedrijfslocatie waarop een cultuurhistorische boerderij is gebouwd. De boerderij bestaat decennia lang uit twee wooneenheden. Omdat de agrarische bedrijfsmatige activiteiten jaren geleden zijn gestaakt, heeft het perceel thans een woonfunctie. Naast de cultuurhistorische boerderij zijn enkele bijgebouwen gerealiseerd, welke thans in een zeer slechte bouwkundige staat bevinden. Verder doet het perceel zeer verrommeld aan.

Cultuurhistorische boerderij

Ernstig vervallen bijgebouwen Afbeelding 5: Luchtfoto perceel Heulenslag 19-20

Afbeelding 6: Zicht op de cultuurhistorische woonboerderij

14

Afbeelding 7: In zeer deplorabele staat zijnde bijgebouw

Afbeelding 8: Zicht op bijgebouwen vanaf de Abbekesdoel

Afbeelding 9: Zicht op de woonboerderij vanaf de Abbekesdoel

15

Juridisch-planologisch gezien is de locatie Heulenslag 19-20 gekoppeld aan gronden die aan de andere zijde van de Heulenslag zijn gelegen. Deze gronden zijn niet in eigendom van de initiatiefnemer. Het overgrote deel van het plangebied wordt gekenmerkt door het open slagenlandschap.

Afbeelding 10: Gronden ter plaatse van het noordelijke bouwvlak

16

2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Middels het plan worden alle in zeer deplorabele staat zijnde bijgebouwen gesaneerd (circa 450 m²). Ter plaatse van de huidige bijgebouwen wordt een tweeonder-een-kapper gerealiseerd. Door een landschapsarchitect is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld, waarmee het gehele perceel op een verantwoorde wijze wordt ingepast en het perceel in zijn geheel in een representatieve staat wordt teruggebracht. De nieuwe woningen worden qua situering, opzet en materiaalgebruik ondergeschikt aan de naastgelegen woonboerderij gerealiseerd. Hierdoor krijgen de nieuwe woningen een terughoudende, landelijke en schuurachtige uitstraling en zal het perceel aandoen als een historisch boerderijensemble.

Afbeelding 11: Tekening nieuwe situatie

Om het plan mogelijk te maken wordt de huidige agrarische bestemming op het perceel volledig gewijzigd naar ‘Wonen’. De huidige twee wooneenheden in de cultuurhistorische boerderij worden vastgelegd middels het onderhavige plan, waarmee de huidige feitelijke situatie overeenkomt met de nieuwe juridischplanologische situatie. Het perceel is in het vigerend bestemmingsplan nog verbonden met een agrarische bestemming aan de andere zijde van de Heulenslag. Zolang aan de Heulenslag 1920 een agrarisch bouwvlak is gelegen, mag het noordelijk gelegen bouwvlak uitsluitend benut worden door de bewoners van het perceel Heulenslag 19-20. De gronden ter plaatse van het noordelijk bouwvlak zijn niet in eigendom van de bewoners Heulenslag 19-20. Maar omdat het noordelijk bouwvlak juridischplanologisch gekoppeld is aan Heulenslag 19-20, kunnen deze grondeigenaren het agrarisch bouwvlak niet benutten. Middels dit plan wordt ook het noordelijk gelegen bouwvlak verwijderd. Zodoende wordt een eventuele nieuwvestiging van een volwaardig agrarisch bedrijf ter plaatse 17

uitgesloten. Omdat de grondeigenaren het bouwvlak thans niet kunnen benutten, worden de belangen van deze grondeigenaren door het verwijderen van het bouwvlak ook niet onevenredig geschaad. Met betrekking tot de regels is aansluiting gezocht bij de regels van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Graafstroom’, ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’, ‘Parapluplan Parkeren’ en ‘parapluherziening Arbeidsmigranten Molenlanden’. 2.2.2 Verkeer Ontsluiting Het plangebied wordt thans ontsloten middels twee in- en uitritten op de Heulenslag. Hierdoor hebben de twee bestaande woningen in het boerderijgebouw een eigen inrit op de Heulenslag. Dit blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd. Voor de twee-onder-een-kapper wordt een nieuwe gezamenlijke inrit gerealiseerd op de Heulenslag. Het waterschap Rivierenland is ter plaatse wegbeheerder van de openbare weg Heulenslag. Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernorm is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020. De Nota gaat met betrekking tot het onderhavige plangebied uit van de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’ en de stedelijke zone ‘buitengebied’. Voor wat betreft de categorie wordt uitgegaan van het woontype ‘koop, twee-onder-een-kap’. De Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 gaat voor dergelijke woningen uit van een parkeerbehoefte van 2,2 parkeerplaatsen per woning.

Per saldo dient het onderhavige plan te voorzien in afgerond 5 parkeerplaatsen (2 × 2,2 = 4,4). Binnen het plangebied is voldoende ruimte voor het parkeren van 5 auto’s. Daarmee kan de volledige parkeerbehoefte opgelost worden op het eigen terrein.

18

Afbeelding 12: Beoogde parkeeroplossing

In de regels van dit bestemmingsplan is een parkeerregeling opgenomen. Daardoor kan de omgevingsvergunning niet eerder verleend worden tot is aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeerregeling. Daarmee is de parkeeroplossing ook juridisch-planologisch geborgd. Verkeersgeneratie Naast het aspect parkeren is gekeken naar de verkeersgeneratie als gevolg van het onderhavige plan. Algemeen uitgangspunt bij het bepalen van de verkeersgeneratie is de aard van het gebied. In dit geval kan het plangebied worden beschouwd als een ‘niet stedelijke’ locatie in het ‘buitengebied’. Voor de vaststelling van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381. Voor de woningtype wordt uitgegaan van de categorieën ‘koop, twee-onder-een-kap’. De CROW-publicatie 381 gaat uit van minimale en maximale kencijfers. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is voor het plan uitgegaan van de maximale kencijfers. De CROW-publicatie gaat voor wat betreft de verkeersgeneratie uit van 8,4 motorvoertuigbewegingen per weekdag. Voor de twee woningen betekent dit per saldo een verkeersgeneratie van maximaal 17 bewegingen per weekdag. Een dergelijke verkeersgeneratie is dermate laag dat deze niet zal leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De verkeersafwikkeling van het plangebied zal plaatsvinden via de Heulenslag.

De Heulenslag heeft voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen vanwege het onderhavige plan op te kunnen vangen. 19

2.2.3 Molenwaards Kookboek/landschappelijke inrichting Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting van het plangebied (landschappelijke inpassing). Daarbij is gebruik gemaakt van het ‘Molenwaards Kookboek’. Het Kookboek is opgesteld door de voormalige gemeente Molenwaard. Aan de hand van het ‘Molenwaards Kookboek’ is een landschappelijke analyse uitgevoerd. De doorlopen stappen zijn toegevoegd in de bijlage van deze toelichting. Vervolgens is door een landschapsarchitect een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit inpassingsplan is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan, zodat uitvoering hiervan verzekerd is.

Afbeelding 13: Landschappelijk inpassingsplan

De landschappelijke inpassing voorziet in het aanbrengen van knotwilgen langs de watergang en het realiseren van een streekeigen haag van circa 1.20 meter hoog rond het erf. Het parkeren wordt volledig op het eigen terrein opgelost. De haag ontneemt het zicht op de geparkeerde auto’s op het eigen terrein. Het parkeren is daarmee slim geïntegreerd in de erfinrichting.

20

3

Verantwoording beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.

21

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6. van de Bro op een aantal punten gewijzigd. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmings- plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’.

Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt: ‘De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3929). De ladder voor duurzame verstedelijking is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013: 2471).

Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3)’. Het plan voorziet in de feitelijke toevoeging van twee woningen en in de juridischplanologische toevoeging van drie wooneenheden. Vanuit jurisprudentie is in beide gevallen geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk.

22

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Per 1 april is het Omgevingsbeleid in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.

Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit.

Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plangebied is gelegen buiten BSD, maar binnen de ‘bebouwde ruimte’. Binnen het gebied ‘bebouwde ruimte’ (systeem van kernen en linten) streeft de provincie 23

Zuid-Holland naar het beter benutten van deze ruimte voor een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied door het stimuleren en faciliteren van verdichting, herstructurering en transformatie. Het plangebied is gelegen in het bestaande bebouwingslint langs de Heulenslag. Middels het plan krijgt het plangebied een passende nieuwe invulling waarbij twee wooneenheden worden toegevoegd. Het plangebied is kleiner dan 3 hectare. In dit geval is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving.

De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Het perceel doet thans zeer verrommeld aan vanwege de aanwezigheid van de in zeer deplorabele staat zijnde bijgebouwen. Met het saneren van deze bijgebouwen en het realiseren van woningen wordt het perceel in een representatieve staat teruggebracht. De woningen worden met een terughoudend landelijk karakter gerealiseerd, zodat de woningen in bouwkundig opzicht ondergeschikt zijn aan de boerderij. Hierdoor zal het perceel aandoen als een boerenensemble, wat kenmerkend is langs historische linten zoals de Heulenslag. Tevens worden nieuwe knotwilgen aangeplant om het omliggende water verder te accentueren en daarmee wordt aangesloten bij het omliggende landschap. Het plan voorziet hiermee in een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en wordt verdere verpaupering en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. Kwaliteitskaart De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen.

In de Omgevingsvisie heeft de provincie de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen vastgelegd op de kwaliteitskaart. Het plangebied is gelegen in de gebieden ‘veenweidelandschap’ en ‘linten’. De ruimtelijke structuur in het veenweidegebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veenweidelandschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor ontwikkelingen in het veenweidelandschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; 24

• • • •

Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders; Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.

Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Voor ontwikkelingen in de linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Het plan sluit aan bij de kwaliteitskaart en daarmee aan bij richtpunten voor ontwikkelingen in de gebieden ‘veenweidelandschap’ en ‘linten’. Voor het plan is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld (paragraaf 2.2.1).

Heulenslag 1920

Afbeelding 14: Kwaliteitskaart

25

3.2.2 Gebiedsprofiel Alblasserwaard & Vijfheerenlanden Als uitwerking van de kwaliteitskaart zijn in het buitengebied van Zuid-Holland voor 17 gebieden een gebiedsprofiel opgesteld. Voor de regio AlblasserwaardVijfheerenlanden is tevens een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van de karakteristieken, de ontwikkelingen, de kwaliteiten en de ambities in het gebied. Het gebiedsprofiel is een hulpmiddel om kwaliteit van de plannen en ontwikkelingen te stimuleren. De acht belangrijkste ambities waar het gebiedsprofiel Alblasserwaard & Vijfheerenlanden op richt zijn: 1. Het veiligstellen van de oostwest oriëntatie van de open ruimte in de Alblasserwaard. 2. Het veiligstellen en waar mogelijk versterken van het lommerrijke karakter van de Vijfheerenlanden als contrast met de Alblasserwaard. 3. Het behoud van de kamerstructuur, door het herkenbaar houden van de middeleeuwse polderkaden en de linten. 4. Het herkenbaar houden en versterken van de differentiatie tussen en binnen de linten. 5. Het herkenbaar houden en versterken van het hoofdwatersysteem. 6. Het ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardige dorpsranden bij het bouwen aan de dorpskernen. 7. Het bij de stedenband middels aantrekkelijke routes naar het landelijk gebied kwalitatief versterken van de stad-landrelaties. 8.

Het behouden en versterken van het contact met de rivier in de stedenband, met name bij herstructureringen en dijkverbeteringen. Het plan en bijbehorende landschappelijk inpassingsplan sluiten aan bij de bovenstaande ambities van het gebiedsprofiel.

Plangebied

Afbeelding 15: Ambitiebeeld gebiedsprofiel Alblasserwaard Vijfheerenlanden

26

3.2.3 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.

Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Het plan kan worden geschaard binnen de categorie ‘inpassen’. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de schaal en aard van het gebied. Het plan voorziet in een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Het plan voldoet aan de doelstellingen en richtpunten van de kwaliteitskaart.

Stedelijke ontwikkelingen (ladder voor duurzame verstedelijking) In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een 27

locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling binnen een bestaand bebouwingslint. Middels het plan krijgt het plangebied een passende nieuwe invulling. Het plangebied is kleiner dan 3 hectare. In dit geval is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is. Bescherming molenbiotoop In artikel 6.25 ‘Bescherming molenbiotoop’ van de verordening zijn regels opgenomen ter bescherming van molenbiotopen. Het plangebied valt deels binnen de molenbiotoop van de molen ‘De Vriendschap’. De nieuwe kavels ten behoeve van de twee-onder-een-kapper vallen echter buiten deze molenbiotoop. Op basis hiervan kan worden gesteld dat het plan geen negatieve invloed heeft op de windvang van de molen. Ter bescherming van de molenbiotoop wordt de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 400m’ overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

28

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, heeft de regio in 2012 de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en worden de beleidskeuzes bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Middels het plan wordt de sloop van in zeer slechte bouwkundige staat zijnde bijgebouwen en de realisatie van twee burgerwoningen mogelijk gemaakt.

De nieuwe woningen worden op een passende wijze vormgegeven door deze op een ondergeschikte wijze aan de boerderij te realiseren. Met de sanering van de bijgebouwen wordt verdere verpaupering en verrommeling voorkomen en kan het perceel in een representatieve staat worden teruggebracht. Tevens worden nieuwe knotwilgen aangebracht om zo aansluiting te vinden bij het omliggende landschap. Het plan draagt bij aan de versterking van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van het landschap en is daarmee in overeenstemming met het regionaal beleid. 3.3.2 Regionale woonvisie In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren.

Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden. We sturen niet in exacte aantallen op de samenstelling van programma’s. In plaats daarvan hanteren we een kwalitatieve leidraad, die 29

gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Bleskensgraaf is aangeduid als een voorzieningendorp. Bleskensgraaf heeft hiermee een bovenlokale functie in wonen en voorzieningen. Voor het voorzieningendorp Bleskensgraaf geldt dat voor het realiseren van 10 wooneenheden (of minder), mits de totale groei van het aantal wooneenheden in Bleskensgraaf niet groter is dan 0,7% van de totale woningvoorraad in de planperiode 2010-2019, regionale afstemming niet noodzakelijk is. Bij het overleg van de regionale Bestuurlijke tafel Wonen op 23 juni 2021 zijn afspraken gemaakt over welke plannen regionaal afgestemd worden. Plannen met een beperkte omvang, zoals dit plan, worden opgenomen op de planmonitor en hoeven niet in het regionaal overleg afgestemd te worden.

30

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Molenlanden 2030 Op 28 september 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Molenlanden unaniem de Toekomstvisie Molenlanden 2030 vastgesteld. Op zes onderwerpen beschrijft de visie de landelijke en lokale trends en de wensen van de gemeente. Deze trends die de gemeente ziet, gebruikt de gemeente om de wensen mogelijk te maken. Per onderwerp schetst de gemeente het beeld voor het jaar 2030. Deze zes beelden samen bepalen het integrale beeld voor wat de gemeente in 2030 wil zijn. De zes beelden gaan in op de volgende aspecten: 1. Inclusieve samenleving 2. Leefomgeving 3. Economie 4. Recreatie & Toerisme 5. Klimaat & Energie 6. Bereikbaarheid De gemeente Molenlanden wenst de identiteit van haar dorpen en vestigingsstad in stand te houden. Met het juridisch-planologisch borgen van de bestaande twee woningen in de woonboerderij wordt bijgedragen aan een toekomstbestendige situatie voor de karakteristieke boerderij en daarmee ook het straatbeeld langs het cultuurhistorisch lint en de identiteit van Bleskensgraaf. De vrijkomende ruimte door de sloop van voormalige agrarische schuren wordt optimaal benut door hier twee burgerwoningen te realiseren.

Daarmee ontstaat er een kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van de woningvoorraad binnen de gemeente Molenlanden, waardoor meer ruimte wordt gecreëerd binnen de (lokale) woningmarkt voor mensen die hier wonen en willen blijven wonen. Het plan is in overeenstemming met de toekomstvisie. 3.4.2 Woonvisie Molenlanden 2020-2024 Op 27 oktober 2020 heeft de gemeenteraad van de gemeente Molenlanden unaniem de nieuwe woonvisie vastgesteld. De woonvisie beschrijft vooral de opgaven die de gemeente ziet op het vlak van de woningmarkt, voortkomend uit de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte die de mensen hebben. De grootste opgave ligt in het voorzien in kleinere en betaalbare koopwoningen, maar de woonvisie maakt ook nog steeds woningbouwinitiatieven mogelijk als daar behoefte aan is; kwantitatief en kwalitatief. De woonvisie is opgedeeld in de volgende opgaven: • Meer woningen met de juiste kwaliteit; • Betaalbaar wonen; • Bestaande voorraad op peil; • Wonen met zorg; • Specifieke woningbehoeften; • Leefbare en vitale dorpen. Daarnaast geldt voor Bleskensgraaf het volgende: een gevarieerd programma is gewenst, met de meer nadruk op grondgebonden koopwoningen. Dat zijn in eerste instantie betaalbare rij- en hoekwoningen (< €250.000) voor starters, maar ook ruimere woningen in het middel(dure) segment (€250-450.000) gericht op gezinnen.

Voor het toenemend aantal ouderen is er behoefte aan een levensloopgeschikte 31

woning. Dat kan zowel in de vorm van een appartement als een kleine grondgebonden woning. De totale behoefte voor de periode 2020 t/m 2029 ligt op 100 woningen. Het plan voorziet in de fysieke toevoegen van 2 wooneenheden in de vorm van een twee-onder-een-kapper. Daarmee betreft het een kleinschalige woningbouwontwikkeling en wordt voorzien in ruimere woningen in het middel(dure) segment, geschikt voor doorstromers/gezinnen, waardoor het plan bijdraagt aan doorstroming in de (lokale) woningmarkt. Het plan past hiermee binnen het gemeentelijke woonvisie. 3.4.3 Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ (vastgesteld op 25 januari 2010). Het plangebied heeft de enkelbestemming: • Agrarisch met waarden. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie; • Waterstaat – Waterbergingsgebied; • Waterstaat – Waterkering. En de aanduidingen: • Bouwvlakken; • Figuur ‘relatie’; • Functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’; • Functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’; • Gebiedsaanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’; • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 400m’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning gevoelige bodem’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning overgangsgebied’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied dorpslint’.

32

Afbeelding 16: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’

3.4.4 Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’ Op 15 september 2015 is de derde herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de derde herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dat: • De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ wordt opgesplitst in ‘Waarde – Archeologie 1, 2, 4, 5 en 8’; • De bestemmingsgrens van dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is gewijzigd. • De gebiedsaanduidingen ‘wro-zones’ wijzigen naar ‘wetgevingszones’.

33

Afbeelding 17: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom 3e herziening'

34

3.4.5 Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ Op 20 februari 2018 is de ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de parapluherziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dit: • De dubbelbestemming ‘Waarde – Waterkering’ is opgesplitst en gewijzigd in de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’; • Verruiming van de regels binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’.

Afbeelding 18: Uitsnede bestemmingsplan 'parapluherziening Buitengebied Graafstroom'

Het plan is strijdig met de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Graafstroom’, ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’ en ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’. Op gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is het niet toegestaan om burgerwoningen te realiseren. 3.4.6 Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten Binnen onderliggende bestemmingsplannen waren te weinig sturingsmogelijkheden om huisvesting van arbeidsmigranten binnen de bestemmingen ‘wonen’, ‘woongebied’, ‘centrum’ of ‘gemengd’ te kunnen reguleren. In veel onderliggende bestemmingsplannen was bijvoorbeeld geen begripsdefinitie opgenomen inzake ‘wonen’ en daarmee was het langdurige verblijf van een ongelimiteerd aantal arbeidsmigranten per woning toegestaan. Dit past niet binnen het doel van de gemeente Molenlanden om te voorzien in passende en kwalitatieve goede huisvesting op de juiste plek, waarbij tevens een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden kan worden gewaarborgd. Met het paraplubestemmingsplan is onder 35

andere een nieuwe begripsdefinitie gekomen van ‘het wonen’, waardoor het niet meer mogelijk is om met meer dan één huishouden te verblijven in een woning. Huisvesting van arbeidsmigranten voor de shortstay (logies) en midstay is uitsluitend toegestaan door een vergunning aan te vragen die voldoet aan de eisen uit de Beleidsnotitie Arbeidsmigranten. De regeling die is opgenomen in het paraplubestemmingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten’ is overgenomen in dit bestemmingsplan. 3.4.7 Parapluplan Parkeren Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden. Hierdoor zijn de stedenbouwkundige bepalingen – waaronder de parkeernormbepaling – uit de Bouwverordening komen te vervallen. Als gevolg hiervan hebben deze bepalingen geen aanvullende werking meer op bestemmingsplannen, zodat bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de Bouwverordening aan gemeentelijke parkeernormen kan worden getoetst. Voldoende parkeervoorzieningen is een belangrijke voorwaarde voor bijna elke ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente Molenlanden wenst dan ook over de mogelijkheid te beschikken tot het stellen van eisen aan het parkeren. Middels het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ bezit de gemeente een eenduidige regeling, zodat bij ruimtelijke ontwikkelingen voorwaarden kunnen worden gesteld ten aanzien van het aspect parkeren.

De regeling die is opgenomen in het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ is overgenomen in dit bestemmingsplan.

3.5 Conclusie Op basis van het beleidskaders kan worden geconcludeerd dat: • In het plan is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is daarmee niet van toepassing; • Het plan zorgt voor een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en wordt verdere verpaupering van het perceel en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen; • Er is sprake van de feitelijke toevoeging van twee woningen. De woningen worden opgenomen op de planmonitor en hoeven niet in het regionaal overleg afgestemd te worden; • Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; • Het plan is strijdig met de vigerende bestemmingsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=a6543d20-1231-4998-9da5-46101d503f6f