CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 – Toelichting bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

Raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Woonwagenlocatie, Dorpsweg, Arkel14.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1.

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplan Leeswijzer

2 2 3 5

2.

Bestaande situatie

6

2.1 2.2

Historie en ruimtelijke structuur omgeving Bestaande situatie

6 7

3.

Planbeschrijving

8

3.1 3.2

Algemeen Parkeren

8 10

4.

Beleidskader

11

4.1 4.2 4.3. 4.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

11 13 15 16

5.

Randvoorwaarden

19

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Duurzaamheid Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water M.e.r.-beoordeling

19 24 26 28 29 31 32 33 36 40

6.

Juridische regelgeving

42

6.1 6.2 6.3

Inleiding Systematiek van de regels Beschrijving van de bestemmingen

42 42 43

7.

Uitvoerbaarheid

45

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45

Bijlagen: Bijlage 1: Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Bijlage 2: Archeologisch verkennend booronderzoek (karterende fase) Bijlage 3: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6: Quickscan Natuurwetgeving Bijlage 7: Stikstofdepositieonderzoek

|2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is de voorgenomen uitbreiding van de woonwagenlocatie Dorpsweg te Arkel (gemeente Molenlanden). De gemeente Molenlanden is voornemens om, in samenwerking met woningcorporatie KleurrijkWonen en de bestaande bewoners van de woonwagenlocatie, een uitbreiding met maximaal 6 plaatsen aan de zuidwestzijde van de locatie te realiseren. In eerste instantie zullen 3 plaatsen gerealiseerd worden. In de nabije toekomst zullen nog 3 extra plaatsen mogelijk gemaakt worden. Het realiseren van nieuwe woonwagenstandplaatsen is binnen het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Om het planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk te maken, is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Daarbij wordt met dit bestemmingsplan de bestaande woonwagenlocatie geactualiseerd, omdat het aantal huidige woonwagenstandplaatsen voor het bestaande gedeelte planologisch in overeenstemming moet worden gebracht met de feitelijke situatie. Er staat namelijk één woonwagen meer dan planologisch is vastgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een bestemmingsplan voor de gehele woonwagenlocatie.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan een aftakking van de doorgaande weg Dorpsweg in Arkel in de gemeente Molenlanden. Ten noord- en zuidoosten van het plangebied grenst het plangebied aan een bosschage met daarachter de sportvelden van ASV Arkel (amateurvoetbalvereniging). Aan de noordwestzijde grenst het plangebied aan deze genoemde aftakking van de doorgaande weg Dorpsweg. Deze aftakking heet ook de Dorpsweg. Het is een doodlopende weg die naar de woonwagens en volkstuinen loopt. Aan de zuidwestkant grenst het plangebied (gedeeltelijk) aan enkele volkstuinen. In figuur 1 (volgende pagina) is de ligging van het plangebied weergegeven.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|3

Figuur 1 Ligging plangebied

1.3

Vigerende bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Dorpskern Arkel’, vastgesteld op 27 juni 2013 door de voormalige gemeente Giessenlanden. Het plangebied heeft op grond van dit bestemmingsplan de enkelbestemmingen ‘Wonen’, ‘Verkeer’, ‘Recreatie’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie-3’. Het bestemmingsvlak “Wonen” heeft een bouwvlak en de functieaanduidingen ‘woonwagenstandplaats’, ‘maximum goothoogte van 3 meter’ en ‘maximum wooneenheden van 5’.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|4

Figuur 2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan met bestemmingen (rode lijn = plangebied)

Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' alleen woonwagens toegestaan zijn. Verder geldt hier een maximum goothoogte van 3 meter en het maximum aantal wooneenheden van 5. Verkeer De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, alsmede opstelstroken en busstroken, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en waterberging en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals duikers, geluidswerende voorzieningen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, fiets- en voetpaden en groen. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, waarbij geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van verkeersgeleiding, wegverlichting, verkeersregeling en wegaanduiding, ten hoogste 3 meter bedraagt. Recreatie De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor volkstuinen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en waterberging en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals hobbykassen, bergingen, nutsvoorzieningen en groen. Op deze gronden mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|5 Waarde – Archeologie – 3 Voor het gehele plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 3. De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

1.4

Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt allereest ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving van het relevante beleidskader op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijke niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de (milieukundige) randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|6

2.

BESTAANDE SITUATIE

2.1

Historie en ruimtelijke structuur omgeving

Arkel is een dorp in de Alblasserwaard in de provincie Zuid-Holland, iets ten noorden van Gorinchem in het gelijknamige Land van Arkel. Het maakt deel uit van de gemeente Molenlanden en heeft circa 3.400 inwoners. Het Land van Arkel was een leenschap van de graven van Holland, tot aan 1412 beheerd door de heren van Arkel. Het grondgebied strekte van de rivier de Merwede in het zuiden tot aan het hedendaagse Everdingen in het noorden, en van het riviertje de Linge in het oosten ongeveer tot de rivier de Lek in het westen. Hedendaagse plaatsen in het grondgebied zijn onder andere Leerdam, Arkel, Heukelum, Asperen, Hagestein, Haastrecht en Gorinchem. Momenteel wordt de dorpskern van Arkel nog steeds omringd door water: enerzijds, ten oosten van de kern de Linge en aan de westelijke zijde het Merwedekanaal. Direct ten noorden van de kom van Arkel mondt de Linge uit in het Merwedekanaal. Derhalve wordt Arkel aan 3 zijden omgeven door water. Direct ten zuiden van de kern zijn agrarische gronden gelegen. Ten westen van het Merwedekanaal zijn woningen, bedrijven en voorzieningen gelegen die ook onderdeel uitmaken van Arkel. Hier is ook de woonwagenlocatie gelegen. De woonwagenlocatie ligt enerzijds verscholen tussen het voetbalterrein van ASV Arkel en het volkstuinencomplex en verwijderd van de doorgaande openbare weg tussen Arkel en Hoogblokland.

In de nabijheid bevindt zich een voor Arkel grote ontwikkelingslocatie op het terrein van de voormalige betonfabriek.

Figuur 3 Omgeving plangebied (oranje = bestaande woonwagenlocatie)

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|7

2.2

Bestaande situatie

Figuur 4 Bestaande situatie

De woonwagenlocatie is gelegen ten westen van de dorpskern Arkel, aan een aftakking van de doorgaande weg Dorpsweg. Deze aftakking heet ook de Dorpsweg. Het is een doodlopende weg die naar de woonwagens en volkstuinen loopt. In de gemeente Molenlanden is dit de enige locatie met woonwagens. Het kamp is halverwege de jaren ’70 aangelegd met 7 standplaatsen, later teruggebracht tot 5 en in 2018 weer uitgebreid naar 6. Hiervan zijn 5 woonwagens eigendom van de bewoners en 1 woonwagen is eigendom van KleurrijkWonen. Verder staat op het kamp een oude nissenhut die door één van de bewoners gebruikt wordt als opslag- en werkplaats voor zijn klusbedrijf. De bergingen met daarin de meterkasten en deels nog verouderd sanitair staan tegenover de woonwagens aan de overzijde van de straat. De locatie heeft een echt familiekarakter. .

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|8

3.

PLANBESCHRIJVING

3.1

Algemeen

Bestaande woonwagenstandplaatsen De bestaande woonwagenlocatie wordt met dit bestemmingsplan geactualiseerd. Het aantal huidige woonwagenstandplaatsen voor het bestaande gedeelte wordt planologisch in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie (6 woonwagenstandplaatsen). Er staat namelijk één woonwagen meer dan planologisch is vastgesteld. De doodlopende weg in het bestaande gedeelte krijgt een verkeersbestemming. De bergingen krijgen een aparte aanduiding op de verbeelding (bijgebouwen). De afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 2 m. De nissenhut krijgt ook een aparte aanduiding op de verbeelding met specifieke bouw- en gebruiksregels. Voor de rest is zoveel mogelijk aangesloten op de vigerende regels uit het moederplan. Toekomstige woonwagenstandplaatsen. Vanaf 2016 hebben al gesprekken plaatsgevonden over toekomstige woonwagenstandplaatsen. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een definitief aanbod van KleurrijkWonen om 3 woonwagens op 3 standplaatsen in de sociale huur te realiseren. KleurrijkWonen maakt daarbij wel het voorbehoud dat zij voor een periode van 10 jaar geen additionele ontwikkeling zal doen. De bewoners vinden een uitbreiding van 6 wagens/standplaatsen reëel. De 6 extra woonwagenstandplaatsen zijn namelijk afgestemd op de behoefte. Ze zijn noodzakelijk door natuurlijk verloop van de woonwagenfamilie.

De ontwikkeling van 6 nieuwe woonwagenstandplaatsen zal gesitueerd worden parallel aan de huidige locatie waarbij de eerste 3 nieuwe wagens zo ver mogelijk van de entree komen. Op deze manier kunnen er in een later stadium gemakkelijker wagens bijgeplaatst worden. De nieuw neer te zetten woonwagens zullen voldoen aan de technische vereisten conform het Bouwbesluit en aardgasvrij zijn. Alle voor de uitbreiding benodigde grond ligt op het terrein van de Volkstuinvereniging en is eigendom van de gemeente. Door te schuiven met de indeling van de tuinen kan de benodigde strook grond vrij gemaakt worden. De nieuwe woonwagenstandplaatsen zullen ontsloten worden op de aftakking van de doorgaande weg Dorpsweg ten noordwesten van het plangebied. Voor de regels is zoveel mogelijk aangesloten op de vigerende regels van de bestaande woonwagenstandplaatsen. Op dit gedeelte mogen ook maximaal 6 woonwagenstandplaatsen gerealiseerd worden. Net zoals voor het bestaande gedeelte geldt hier onder ander een goothoogte van hoofdgebouwen van 3 meter, grondoppervlakte van hoofdgebouwen van ten hoogste 125 m 2, de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens van ten minste 2 m en een gezamenlijke oppervlak aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van maximaal 75 m2. In dit nieuwe gedeelte is geen aparte aanduiding voor de bijgebouwen opgenomen.

Alle gebouwen, dus ook de bijgebouwen, moeten hier binnen het bouwvlak gerealiseerd worden.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|9

Figuur 5 De situering van de uitbreiding (in geel de totale uitbreiding; in oranje de deeluitbreiding voor de eerste 3 woonwagenstandplaatsen)

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|10

3.2

Parkeren

Voor het parkeren dient voldaan te worden aan de “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020”. In de nota staat geen parkeernorm voor woonwagenstandplaatsen. Wel worden er parkeernormen gegeven voor de hoofdfunctie wonen op basis van type woning (onder ander vrijstaand, tweeonder-een-kap, tussen/hoek, etage etc.) in de koop- of huursector. Voor het buitengebied geldt een parkeernorm voor de woningen variërend tussen de 1,4 en 2,4. Voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied geldt een parkeernorm van 2,4 en voor huur 2,0. Een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woonwagen lijkt daarom rechtvaardig. Met 6 nieuwe woonwagenstandplaatsen in de toekomst is een parkeerbehoefte van 12 parkeerplaatsen benodigd. De 12 parkeerplaatsen zullen op eigen terrein gerealiseerd moeten worden. Hier is voldoende ruimte voor. In de planregels is dit in artikel 10.1 (parkeren) geborgd: “Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger”.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|11

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te kunnen stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden.

Door het nationale karakter van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|12 Besluit ruimtelijke ordening / Ladder duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ladder voor duurzame verstedelijking - geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologische ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is in artikel 1.1.1, lid 1 sub i van de Bro gedefinieerd als: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de ontwikkeling ‘nieuw’ is.

Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn getrokken dat vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In principe is één woning gelijk aan één woonwagenstandplaats. Indien de Ladder niet van toepassing is op het plan, is een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet onder andere aandacht besteedt worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van de uitvoerbaarheid moet aandacht worden besteed aan de behoefte aan de beoogde ontwikkeling. Toetsing In onderhavige situatie is sprake van 6 bestaande woonwagenlocaties (waarvan 5 ruimtelijke geregeld zijn) waarbij er 6 nieuwe woonwagenstandplaatsen feitelijk worden toegevoegd. Het aantal van 7 extra woningen (ruimtelijk gezien) ligt onder de grens van 11 woningen, waardoor geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking is de beoordeling of de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Over- en ondercapaciteit moet zo veel mogelijk worden voorkomen door regionaal af te stemmen bij de invulling van een kwantitatieve of kwalitatieve behoefte.

Kwalitatieve en kwantitatieve behoefte In de Woonvisie gemeente Molenlanden 2020-2024 wordt de woonwagenlocatie aan de Dorpsweg in Arkel, bestaande uit zes standplaatsen en woonwagens, specifiek benoemd. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.4. Verder staat in deze Woonvisie vermeld dat er op dit moment zes personen op de wachtlijst voor een standplaats staan. Dit zijn kinderen (in de leeftijd tussen 20 en 31 jaar) van de huidige woonwagenbewoners. Daarbij dienen volgens de Woonvisie woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn kans te maken op een standplaats (evt. inclusief woonwagen in huur) en wordt de conclusie in de Woonvisie getrokken dat er in ieder geval zes extra standplaatsen gerealiseerd moeten gaan worden. De nieuw neer te zetten woonwagens zullen NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|13 voldoen aan de technische vereisten conform het Bouwbesluit en aardgasvrij zijn. Hiermee wordt voldaan aan de vereiste uit de Woonvisie. Het planvoornemen sluit hiermee aan bij de gestelde eisen van de ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Het nationale ruimtelijke beleid geeft geen belemmeringen voor het planvoornemen.

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 augustus 2020 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. De zes ambities zijn: 1. Naar een klimaatbestendige delta; 2. Naar een nieuwe economie: the next level; 3. Naar een levendige meerkernige metropool; 4. Energievernieuwing; 5.

Best bereikbare provincie; 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Voor het realiseren van de maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Beleid ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Om te kunnen bepalen of een ontwikkelingen past bij een gebied, onderscheidt de provincie de kwaliteit van gebieden in categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving. Hieruit is de Kwaliteitskaart ontwikkeld, een kaart waarbij de kwaliteiten van onder meer het plangebied inzichtelijk worden gemaakt. NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|14 Steden en dorpen Het plangebied is volgens de kwaliteitskaart gelegen in ‘steden en dorpen’. Voor dergelijke gebieden zijn de volgende richtlijnen opgenomen in de Omgevingsvisie: •

Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp;

•

Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijk structuur;

•

Daar waar hoogbouw niet samenvalt met ‘zwaartepunten’ in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving;

•

Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur;

•

Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand;

•

Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd;

•

Het eigen karakter van het historische centrum wordt versterkt;

•

Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringend gebied;

•

Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.

Door het provinciale karakter van de Omgevingsvisie en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met de Omgevingsvisie. De uitbreiding van 6 woonwagenstandplaatsen bij het bestaand woonwagenpark bouwt voort op de lokale vraag naar extra woonwagenstandplaatsen op de locatie door natuurlijk verloop binnen de woonwagenfamilie. Omgevingsverordening Zuid-Holland In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld, van kracht vanaf 20 februari 2019. Op 9 april 2019 is er een wijzigingsbesluit vastgesteld voor het onderdeel NNN Krimpenenerwaard van de Omgevingsverordening. Op 1 juli 2020 is de Omgevingsverordening ZuidHolland – verzamelherziening 2020 vastgesteld. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening zijn instrumenten die onderling sterk met elkaar samenhangen. In de systematiek van de Omgevingswet is de inhoud van de Omgevingsvisie voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. In relatie tot het onderhavige plan is artikel 6.9 “Ruimtelijke kwaliteit” van de Omgevingsverordening van toepassing. De provincie Zuid-Holland streeft er naar om stedelijke ontwikkelingen primair te laten plaatsvinden binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).

Het onderhavige plangebied is gelegen binnen het BSD. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen);

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|15 b.

c.

Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i. Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.

Onderhavig planvoornemen betreft een uitbreiding van een bestaand woonwagenpark met 6 extra standplaatsen voor natuurlijk verloop van de woonwagenfamilie. De gronden waar de uitbreiding wordt gerealiseerd hebben op dit moment een recreatiebestemming en worden gebruikt als volkstuinen. Er zijn verder geen toekomstplannen voor het plangebied (buiten het planvoornemen). Het plan geeft daarmee invulling aan beschikbare ruimte binnen het bestaand dorpsgebied. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met het provinciaal beleid.

4.3.

Regionaal beleid

Regio Alblasserwaard - Vijfheerenlanden - Actualisatie regionale woonvisie 2017-2020 In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Het wonen in een woonwagen wordt gezien als een wezenlijk onderdeel van de cultuur. Mede hierdoor worden woonwagens en standplaatsen binnen sociale voorraad gezien als een afzonderlijk type woning/verhuring en bewoners van woonwagens als een afzonderlijke groep woningzoekenden. Omdat het gaat om het wonen binnen bepaalde (familie)verbanden, dient de vraag en aanbod op lokaal niveau te worden beoordeeld. Het uitgangspunt hierbij is dat een woonwagen als aparte soort huisvesting moet worden gezien, niet inwisselbaar met woningen. We maken hierover geen regionale afspraken. Het plan hoeft conform de geldende afspraken in de regio niet afgestemd te worden in het regionaal overleg.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|16 Visie 2030 “Open voor elkaar” De “Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ ” is vanuit de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en waarin de beleidskeuzes worden bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat en een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De visie “Open voor elkaar” benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Middels onderhavig planvoornemen wordt voorzien in de uitbreiding van het woonwagenpark met 6 benodigde woonwagenstandplaatsen.

Daarbij zijn specifieke bouwregels voor de woonwagens (hoofdgebouwen), aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor de gehele woonwagenlocatie opgenomen om de leefbaarheid van het gebied te vergroten. Het voornemen sluit daarmee aan op de Visie 2030 “Open voor elkaar”. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met het regionaal beleid.

4.4

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Giessenlanden (ontwerp) De “Omgevingsvisie Giessenlanden” van 28 juli 2017 (ontwerp), geeft een visie op het grondgebied van Giessenlanden en kijkt vooruit op de langere termijn. De visie toont de bestaande kwaliteiten en geeft aan waar ruimte ligt voor nieuwe ontwikkelingen. En hoe het gemeentebestuur als partner, bij wil en kan dragen aan plannen en wensen van inwoners en ondernemers. De visie kenmerkt zich tevens doordat het tot stand is gekomen door een intensief proces van gemeentebestuur en inwoners van de gemeente. Hierbij zijn acht omgevingskwaliteiten geformuleerd: 1. 2.

3. 4. 5. 6. 7.

Wij koesteren, versterken en stimuleren de identiteit van onze dorpen en hun ommeland. Dit door o.a. te bewaken dat het karakter van ieder dorp behouden blijft. De ondergrond, cultuurhistorie en ontstaansgeschiedenis van een dorp en zijn ommeland dragen in belangrijke mate bij aan de huidige kwaliteit, karakteristiek en identiteit van dat dorp. Deze aspecten zijn een belangrijk vertrekpunt bij toekomstige ontwikkelingen. Zorgvuldig ruimtegebruik is uitgangspunt. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de huidige en toekomstige vraag; De kwaliteiten van de onderlinge samenhang tussen de dorpen, het landschap en het water worden beschermd, benut en versterkt. De fysieke leefomgeving van de dorpen dient niet alleen functioneel te zijn, maar ook kwaliteit te bieden in beleving, veilig te zijn en bij te dragen aan de gezondheid van haar inwoners. Wij stimuleren duurzame maatregelen welke een positieve bijdrage leveren aan het milieu. Wij bieden ruimte aan innovatie, zolang deze geen afbreuk doet aan de overige omgevingskwaliteiten.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|17 8.

Wij behouden het evenwicht tussen een doeltreffende waterhuishouding en het karakteristieke slagenlandschap. Het landschap dankt haar karakteristiek mede aan het water en staat daar tegelijkertijd door onder druk.

Specifiek wordt er in de omgevingsvisie niets vermeld over woonwagenstandplaatsen. Wel staat in de visie dat woningbouw goed is, maar moet worden afgestemd op de behoefte. De 6 extra woonwagenstandplaatsen zijn afgestemd op de behoefte. Ze zijn namelijk noodzakelijk door natuurlijk verloop van de woonwagenfamilie. Woonvisie gemeente Molenlanden 2020-2024 De woonvisie gemeente Molenlanden van 21 september 2020 is op 27 oktober 2020 gewijzigd vastgesteld. Deze woonvisie beschrijft vooral de opgaven die de gemeente ziet op het vlak van de woningmarkt, voortkomend uit de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte die mensen hebben. Op basis daarvan heeft de gemeente haar ambities bepaald. De grootste opgave ligt daarin om te voorzien in kleinere en betaalbare koopwoningen. De verwachting is dat het aantal huishoudens in de gemeente Molenlanden de komende jaren verder doorzet, als gevolg van de gezinsverdunning en vergrijzing; vooral het aantal oudere 1+2 persoonshuishoudens zal toenemen. In de gemeente Molenlanden bevindt zich één woonwagenlocatie (Arkel), bestaande uit zes standplaatsen en woonwagens. De bewoners behoren tot twee families die verwant zijn aan elkaar. De standplaatsen en één woonwagen zijn in eigendom van woningcorporatie KleurrijkWonen, de overige vijf woonwagens zijn eigendom van de bewoners.

Op dit moment staan er zes personen op de wachtlijst voor een standplaats. Dit zijn kinderen (in de leeftijd tussen 20 en 31 jaar) van de huidige woonwagenbewoners. Woonwagenbewoners dienen binnen een redelijke termijn kans te maken op een standplaats (evt. inclusief woonwagen in huur). Daarbij stelt de gemeente de gemiddelde zoektijd voor een standplaats en/of woonwagen gelijk aan een zeer gewilde eengezinswoning in de sociale huur (gelet op het specifieke woonproduct en de lage mutatiegraad). Om dit mogelijk te maken dienen er in ieder geval zes standplaatsen gerealiseerd te worden. Daarnaast worden onderstaande verantwoordelijkheden benoemd: -

Bij de vaststelling van het lokale woonbeleid moeten gemeenten en woningcorporaties (indien het sociale huur betreft) meer rekening houden met de wensen van woonwagenbewoners en voorzien in voldoende standplaatsen. Woonwagenbewoners moeten zo vaker binnen een redelijke termijn kans maken op een standplaats. In gemeenten waar behoefte is aan standplaatsen kan van een afbouwbeleid van standplaatsen geen sprake zijn.

-

Voor woonwagenbewoners die niet tot de doelgroep behoren heeft de gemeente Molenlanden een verantwoordelijkheid om hen de mogelijkheid te bieden om voor een standplaats in aanmerking te komen (bijvoorbeeld in de vrije sectorhuur). Belangrijke voorwaarde is dat bij mutatie of verkoop een vrijkomende standplaats weer wordt toegewezen / verkocht aan iemand die behoort tot de woonwagendoelgroep en directe afstammeling is van de huidige aanwezige families. Hieronder vallen ook eventuele spijtoptanten (ex-woonwagenbewoners die in het verleden naar een ‘stenen woning’ zijn verhuisd), die directe afstammeling zijn van de huidige bewoners.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|18 -

Nieuw neer te zetten woonwagens dienen te voldoen aan de technische vereisten conform het Bouwbesluit. Daarnaast dienen nieuw neer te zetten woonwagens ook in de basis aardgasvrij te zijn.

Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen in lijn van de Woonvisie gemeente Molenlanden 2020-2024 is. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met het gemeentelijk beleid.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|19

5.

RANDVOORWAARDEN

5.1

Archeologie en cultuurhistorie

Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Beleidsnota Archeologie De gemeenten in de regio Alblasserwaard – Vijfheerenlanden, waaronder de gemeente Molenlanden, hebben een regionaal archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid, vastgesteld op 24 november 2009, is genaamd “Een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart”. De nota is gebaseerd op de uitgangspunten en principes van het Verdrag van Malta en gaat uit van behoud van het cultureel erfgoed in situ (op locatie en veiliggesteld in de bodem). Daarnaast gaat het beleid uit van het principe “de verstoorder betaalt”. Het beleid krijgt vooral gestalte door de bescherming van archeologische waarden en verwachtingen via de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan vormt hierin het centrale instrument. Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden.

Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentzorgcyclus, die er op is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodem verstorende activiteit. Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien of het beperken van bodemingrepen. Bureau- en verkennend booronderzoek De onderzoekslocatie (plangebied) ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de (voormalige) gemeente Giessenlanden in een zone met een hoge archeologische verwachting. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is. Binnen Ruimtelijke Plannen ligt de onderzoekslocatie binnen het bestemmingsplan ‘Dorpskern Arkel’ en geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Er geldt een onderzoekplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 50 m2 en met een diepte vanaf 30 cm –mv. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is noodzakelijk. Op 29 maart 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Dorpsweg (ong.) te Arkel (gemeente Molenlanden). Het onderzoek is als bijlage1 bij de toelichting opgenomen.

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kan NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|20 vervolgens een advies over eventueel aanwezige archeologische resten en een mogelijk vervolgtraject worden opgesteld. De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen (her)ontwikkeling van de locatie ten behoeve van de uitbreiding van het woonwagenterrein met maximaal 6 nieuwe plaatsen. De diepte van de toekomstige verstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot tenminste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied grotendeels op een rivierduin van de stroomgordel van Gorkum-Arkel. Het zuidoosten van het plangebied ligt in een rivierkomvlakte. De rivierduinen zijn afgezet in het laat-mesolithicum en vroegneolithicum. Voor deze periode waren de omstandigheden in het plangebied te nat voor bewoning. Voor het de periode laatpaleolithicum tot midden-mesolithicum geldt er voor het plangebied een lage archeologische verwachting. Met het afzetten van de rivierduinen ontstonden er in het landschap hogere locaties om op te verblijven. In de omgeving zijn al een aantal van deze donken aangewezen als AMK-terrein. Er geldt daarom voor de periode van het laat-mesolithicum tot neolithicum een hoge archeologische verwachting.

Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Eventuele resten uit het neolithicum kunnen bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen. Vanaf de bronstijd werden de omstandigheden in het gebied natter en minder geschikt voor bewoning. Er kon veenvorming plaatsvinden afwisselend door overstromingen met kleiafzettingen. Er zijn in de omgeving nog geen aanwijzingen voor dergelijke vindplaatsen aangetroffen. De mogelijk oorspronkelijk hogere ligging van het plangebied op een rivierduin kan een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode bronstijd tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Resten worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt aan de Dorpsweg en is nog steeds een doorgangsroute van Arkel naar Hoogblok. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste circa 1800 onbebouwd was.

Tot circa 1980 was het plangebied in gebruik als weiland. Hierna werd het onderdeel van een volkstuincomplex. De meeste historische bebouwing concentreerde zich langs de huidige Stationsweg en de noordzijde van de Dorpsweg. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een lage verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen onder andere bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Vanwege de verwachtte klei- en veenafzettingen op het archeologisch relevante niveau (de rivierduinen) zullen eventuele archeologische sporen en vondsten goed geconserveerd zijn. Er zullen vanwege het gebruik als weiland weinig ploegactiviteiten die het archeologisch niveau hebben geroerd plaatsgevonden. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij de rivierkleigronden zijn de NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|21 omstandigheden voor het aantreffen van organische resten redelijk goed: door de hogere grondwaterstand (GWT III) kunnen organische resten ook in ondiepere sporen bewaard zijn gebleven.

Figuur 6 Boorpuntenkaart fase verkennend booronderzoek

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat het plangebied op de overgang van een rivierduin naar een komgebied ligt. Zowel in de rivierduinen als in de komafzettingen zijn geen sporen van bodemvorming of archeologische niveaus aangetroffen. Op basis hiervan wordt de archeologische verwachting voor het gehele plangebied voor alle perioden bijgesteld naar laag. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. De resultaten van dit onderzoek dient getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Molenlanden), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.

Selectieadvies gemeente verkennend bureau- en booronderzoek De gemeente gaat akkoord met het selectieadvies van Aeres Milieu om de zuidelijke helft (boringen 4, 5 en 6, zie figuur 7) van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen bodemingrepen. De

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|22 ondergrond bestaat in deze zone uit komafzettingen die niet geschikt waren voor permanente menselijke bewoning in het verleden. Ten aanzien van de noordelijke helft van het plangebied (boringen 1, 2 en 3, zie Figuur 7) is sprake van rivierduinafzettingen die dicht onder het maaiveld aanwezig zijn (vanaf 20 cm -mv). Deze zone is kansrijk op vindplaatsen uit het mesolithicum en het neolithicum. De bodemopbouw is hier nog intact. Verkennende boringen zijn echter niet geschikt om steentijdvindplaatsen vast te kunnen stellen. Daarom adviseert de gemeente om in de noordelijke helft van het plangebied verspreid minimaal 5 extra karterende boringen (diameter 15 cm) te zetten en de afzonderlijke bodemlagen nat uit te zeven om eventuele archeologische indicatoren te kunnen verzamelen. Bij aanwezigheid van bewerkt vuursteen (ook micro debitage) en/of houtskoolfragmenten dient de vindplaats rond de boring(en) met bewerkt vuursteen en/of houtskoolfragmenten verder begrensd te worden en worden in een raster megaboringen gezet in een verspringend grid van 4x5 meter. Dus raaien op vier meter afstand van elkaar en een boorinterval van 5 meter (zie ook leidraad inventariserend veldonderzoek, deel karterend booronderzoek). Het sediment dient gezeefd te worden per boring (dus per haal) waarbij ook de stratigrafische eenheid wordt beschreven.

Het aangetroffen vuursteenmateriaal wordt gedetermineerd door een erkende senior vuursteenspecialist. Hierbij wordt van alle stukken het artefacttype bepaald en eventuele opvallende uiterlijke kenmerken. Van aangetroffen werktuigen worden het artefacttype, afmetingen (lxbxd), compleet/gebroken, vuursteentype, cortex(aanwezigheid en aard), patina (aard), verbranding beschreven.

Figuur 7 Boorpuntenkaart met de begrenzing van het rivierduin en de komvlakte

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|23 Karterend veldonderzoek Op 1 december 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch verkennend booronderzoek (karterende fase) uitgevoerd in zone 1 (rivierduin) aan de Dorpsweg (ong.) te Arkel (gemeente Molenlanden). Het onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Met een fijnmaziger grid, een grotere boorkop en het plaatse van zeven extra boringen is gezocht naar archeologische resten in de ondergrond. Deze zijn echter niet aangetroffen. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat er vermoedelijk geen archeologische vindplaatsen in het plangebied aanwezig zijn.

Figuur 8 Boorpuntenkaart fase karterend veldonderzoek

Selectieadvies gemeente karterend booronderzoek Op 24 december 2021 heeft de gemeente Molenlanden het gehele plangebied vrijgegeven op basis van de onderzoeksresultaten van het aanvullend karterend booronderzoek. Dit door het ontbreken van ‘vuile lagen’ met archeologische indicatoren, zoals houtskoolfragementen en bewerkt vuursteen. De kans is zeer gering dat met het planvoornemen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan. Mochten er tijdens de graafwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt hier een meldplicht conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Conclusie De aspecten cultuur en archeologie vormen geen belemmering voor het planvoornemen. De archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 3’ is verwijderd van het gehele plangebied.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|24

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Wet Milieubeheer De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wabo en Wet milieubeheer of ze moeten voldoen aan het activiteitenbesluit. In de publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste ligging van de gevel van een woning die mogelijk is. Onderzoek Rondom het plangebied bevinden zich voornamelijk sportvelden, maar ook bedrijven en woningen. Het plangebied is daardoor aan te merken als ‘gemengd gebied’. In onderstaande tabel zijn de nabijgelegen bedrijven en de bijbehorende richtafstanden weergegeven. De werkelijke afstand is de kortste afstand tussen de gevel van de woonwagen tot aan de grens van de bestemming die bedrijven toelaat. Adres

Categorie

Type

Richtafstand

Werkelijke afstand

Parallelweg 2

3.1

veldsportcomplex (met verlichting)

30 m

0m

Parallelweg 2b

3.1

Zend-/ontvangstinstallatie

30 m

145 m

Dorpsweg (huisnummer onbekend)

2

Opslagloods voor goederenvervoer (maximale milieucategorie 2)

10 m

70 m

Dorpsweg 132A en B

2

Functieaanduiding groothandel in vigerend bestemmingsplan (maximale milieucategorie 2).

10 m

125 m

In de bovenstaande tabel is te zien dat het plangebied voor de meeste bedrijven op voldoende afstand ligt. Alleen de veldsportcomplex (met verlichting) aan de parallelweg 2 ligt binnen de richtafstand. De nieuwe woonwagenplaatsen liggen deels binnen de richtafstand van 30 meter van het zuidelijke voetbalveld. Dit is een veld zonder verlichting. De afstand tussen de nieuwe woonwagenplaatsen en het veld met verlichting bedraagt minimaal 30 meter. In deze zone liggen tevens de bestaande woonwagenplaatsen. Akoestisch onderzoek geluiduitstraling ASV Arkel Door K+ Adviesgroep is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluiduitstraling van de omliggende sportvoorziening, voetbalclub ASV Arkel, nabij de nieuwe woonwagenplaatsen. Een NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|25 lichthinderonderzoek is niet noodzakelijk aangezien de afstand tot het veld met verlichting wel voldoet. Het rapport is als bijlage 3 opgenomen bij de toelichting.

Figuur 9 Waarneempunten

Activiteitenbesluit Langtijdgemiddelde geluidbelastingen De langtijdgemiddelde optredende gevelbelastingen ten gevolge van de spelers op het terrein van de inrichting bedragen ten hoogste 50 dB(A). Daarmee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit het Activiteitenbesluit. Er wordt ook voldaan aan stap 2 van de VNG brochure. Goede ruimtelijke ordening Langtijdgemiddelde geluidbelastingen De langtijdgemiddelde optredende gevelbelastingen ten gevolge van de spelers, het publiek en de scheidsrechter op het terrein van de inrichting bedragen ten hoogste 50 dB(A). Daarmee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit het Activiteitenbesluit, zou hieraan getoetst moeten worden. Er wordt ook voldaan aan stap 2 van de VNG brochure. Maximale geluidniveaus Bij waarneempunt 2 zijn in de dag- en avondperiode belastingen vastgesteld van 71 dB(A). Dit betekent dat er een overschrijding plaatsvindt van 1 dB(A) conform de eisen uit het Activiteitenbesluit zou hieraan getoetst moeten worden. Bij de waarneempunten 1, 3 t/m 5 en 10 vindt in de avondperiode ook een overschrijding plaats van maximaal 4 dB(A), de geluidbelasting bedraagt hier maximaal 69 dB(A). Aangezien deze belastingen niet getoetst NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|26 hoeven te worden aan het Activiteitenbesluit zijn deze alleen beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Er wordt niet voldaan aan stap 2 en stap 3 van de VNG brochure. De piekbelastingen worden veroorzaakt door het fluitsignaal van de trainer/scheidsrechter. Het gaat hier om korte momentopnames van een enkele seconde. Deze piekbelasting treedt ook niet gedurende de gehele tijd op. Alleen als er op het fluitje geblazen wordt. Het betreft in de avonden alleen trainingen waarbij gesteld kan worden dat er minder gefloten wordt dan tijdens een wedstrijd, die in de dagperiode plaatsvinden. Het fluitsignaal vindt ook alleen plaats tot einde trainingstijd. Dit is conform opgave van de opdrachtgever tot 21:15 uur. Omdat het een piekbelasting betreft die een enkele seconde duurt, niet constant aanwezig is, en maar tot 21:15 uur voor kan komen kan gesteld worden dat deze piekbelastingen, ook al vallen de waarden buiten de geluideisen van het Activiteitenbesluit, als acceptabel kunnen worden geacht binnen de ruimtelijke ordening. De bestaande woonwagenplaatsen zijn dichterbij de voetbalvelden gelegen waardoor er gesteld kan worden dat hier in de bestaande situatie dezelfde of hogere piekbelastingen optreden. Het treffen van extra voorzieningen aan de nieuwe woonwagenplaatsen lijkt in deze situatie ook niet benodigd. Geadviseerd wordt deze overschrijding toe te staan.

Bij de overige waarneempunten 7 t/m 9 wordt wel voldaan aan de geluideisen van het Activiteitenbesluit zou hieraan getoetst moeten worden. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.3

Bodemkwaliteit

Wettelijk kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient een bodemonderzoek te worden verricht met het oog op de beoordeling van de realiseerbaarheid van een bepaalde (bestemmings-)wijziging. Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Hiervoor is het bij nieuwe ontwikkelingen verplichte een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. Onderzoek In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een verkennen bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie. De rapportage is als bijlage 4 bij de toelichting toegevoegd. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het bodemonderzoek is de toekomstige uitbreiding van de bestaande woonwagenlocatie.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|27

Figuur 10 Boorpuntenkaart

Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Op 29 maart 2021 zijn boringen geplaatst. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium, molybdeen, nikkel, xylenen en naftaleen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|28

5.4

Duurzaamheid

Beleidskader In de Omgevingsvisie zijn de afspraken van het convenant klimaatadaptief bouwen vertaald in de beleidsbeslissingen klimaatadaptatie en toekomstbestendig bouwen. Dit beleid is nu ook vastgelegd in de verordening (onder ander in artikel 6.50 van de Omgevingsverordening). In het nieuwe artikel verzoekt de provincie in lijn met de Omgevingsvisie aan gemeenten om bij nieuwe activiteiten in de fysieke leefomgeving in bestemmingsplannen de risico’s ten aanzien van klimaatverandering in beeld te brengen op basis van de best beschikbare wetenschappelijke kennis. Het artikel is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken maar ook voor conserverende plannen.

Met deze formulering wordt aangesloten op de bewoording zoals opgenomen in artikel 7 van het akkoord van Parijs. In de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie is vastgelegd dat de overheden regelmatig de klimaatadaptatiecyclus zullen doorlopen en de beschikbare wetenschappelijke kennis zullen toepassen in de uitvoering van een klimaatstresstest. Door minimaal zesjaarlijks te toetsen of de stresstest nog actueel is wordt de actualiteit van wetenschappelijke kennis gegarandeerd. De te beschrijven risico’s kunnen risico’s zijn voor het plan zelf, maar ook voor de omgeving. Klimaatverandering kan ten gevolge van de vier genoemde risico’s ook effecten hebben op o.a. bodemdaling, biodiversiteit en waterkwaliteit. Indien relevant moeten deze effecten ook worden beschreven. Ook zal de gemeente moeten aangeven of en welke adaptieve maatregelen en voorzieningen getroffen worden, en welke afweging gemaakt is voor de implementatie van deze maatregelen en voorzieningen. Bijvoorbeeld dat op basis van kostenbeheersing een afweging wordt gemaakt om maatregelen of voorzieningen niet te treffen. Onderzoek Voor de woonwagenlocatie aan de Dorpsweg te Arkel worden duurzaamheidmaatregelen getroffen. De nieuwe wagens worden niet meer voorzien van een gasaansluiting, maar krijgen een warmtepomp.

Door de woonwagens niet te dicht op elkaar te zetten ontstaat er meer ruimte voor koeling van de warmtepompen. Het hemelwater van dak- en wegoppervlakken wordt afgekoppeld van de riolering en afgevoerd naar het oppervlaktewater. Er worden daarbij geen uitlogende bouwmaterialen gebruikt. Ook zijn de watergangen diep genoeg om het hemelwater op te vangen. Met deze maatregelen worden de risico’s op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte verkleind.

NL.IMRO.1978.BPWoonwagenlocatie-VG01

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Dorpsweg Arkel

|29

5.5

Externe veiligheid

Beleidskader Bij de invloed van de externe veiligheid wordt bezien in hoeverre de veiligheidsrisico’s door de gewenste bestemmingen worden overschreden. Het gaat hierbij om risico’s door stationaire (inrichtingsgebonden) activiteiten met gevaarlijke stoffen en risico’s door het transport van gevaarlijke stoffen. In beide gevallen wordt de afweging gebaseerd op de omvang van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, de mogelijke effecten die optreden en de kans dat die effecten ook daadwerkelijk manifest worden. Nieuwe (beperkt) kwetsbare bestemmingen mogen niet voorkomen op plaatsen waar het plaatsgebonden risico groter is dan 10-6 per jaar. De normen voor het plaatsgebonden risico zijn bedoeld als grenswaarden volgens de Wet milieubeheer. Naast het plaatsgebonden risico wordt gekeken naar het groepsrisico. De normen worden weergegeven door middel van risicocontouren. Invloed van stationaire bronnen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijventerrein. Bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken en LPG-tankstations. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunning en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=a97ab244-44b0-4feb-8921-60dcd5caafed