Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan ‘Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak’
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Woningen MeeuwenlaanDoorbraak Gemeente Molenlanden
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak Gemeente Molenlanden
IDN-nummer:
NL.IMRO.1978.BPMeeuwenlaanAMS-ON01
Status:
ontwerp
Datum:
1 juli 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
5 5 6 6
Hoofdstuk 2 Het planvoornemen
7
2.1 2.2 2.3
Inleiding Omgeving en plangebied Planvoornemen
7 7 8
Hoofdstuk 3 Beleidskader
15
3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid
15 15 16 20
3.5
Gemeentelijk beleid
21
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten
23
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
23 23 25 26 27 28 29 31 33 34 38 38
Inleiding M.e.r.-beoordeling Bedrijven en milieuzonering Geluid Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Natuur Archeologie en cultuurhistorie Waterparagraaf Leidingen Duurzaamheid
Hoofdstuk 5 Juridische opzet
39
5.1 5.2 5.3
39 39 39
Inleiding De verbeelding De regels
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
41
6.1 6.2
41 41
Inleiding Economische en financiële uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
3
6.3 6.4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Conclusie
41 41
Hoofdstuk 7 De procedure
43
7.1 7.2 7.3 7.4
43 43 43 43
De te volgen procedure Kennisgeving Vooroverleg Vaststelling
Toelichting
4
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Ter plaatse van een inbreidingslocatie in de kern Groot-Ammers (gemeente Molenlanden) bestaat het voornemen om 3 woningen te realiseren op een open plek binnen de bestaande ruimtelijke structuur. Het betreft de locatie gelegen op de hoek Meeuwenlaan/Doorbraak. In de huidige situatie wordt de locatie gebruikt voor het houden van diverse eenden en andere vogelsoorten en op de locatie bevindt zich dan ook een grote afgeschermde volierè met daarbinnen enkele nachtverblijven in combinatie met een waterpartij. Met het planvoornemen wordt het houden van eenden en andere vogelsoorten ter plekke beëindigd en wordt de volierè met de nachtverblijven en waterpartij verwijderd. In plaats daarvan worden 3 woningen opgericht. De ligging in het woongebied van de kern Groot-Ammers en de stedenbouwkundige positie van de locatie binnen de bestaande ruimtelijke structuur maken het voornemen uitermate geschikt als inbreidingsplan voor de realisatie van woningen. In het vigerend bestemmingsplan 'Dorpskernen' is het beoogde plangebied bestemd als 'Groen'. De gebruiksmogelijkheden van deze bestemming komen niet overeen met het beoogde planvoornemen, zijnde een woonbestemming. Het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure is derhalve noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken.
Deze toelichting heeft betrekking op een bestemmingsplan om de ontwikkeling van 3 woningen op de hoek Meeuwenlaan/Doorbraak in Groot-Ammers mogelijk te maken. Onderhavig bestemmingsplan zorgt voor het planologisch-juridisch kader van deze ontwikkeling.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen op de hoek Meeuwenlaan/Doorbraak in Groot-Ammers. Het betreft het perceel kadastraal bekend als gemeente Groot-Ammers, sectie D, nummer 277.
Ligging plangebied Het plangebied wordt aan de noord-, oost- en westzijde begrensd door de woningen in het aangrenzende
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
5
woongebied. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de watergang Middelwetering. Deze vormt de overgang tussen het woongebied aan de zuidzijde van Groot-Ammers en de woningen gelegen aan de weg Graafland.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Dorpskernen' zoals vastgesteld door de voormalige gemeente Molenwaard op 4 november 2014. Conform het vigerend bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming 'Groen'. Tevens is de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 5' ter plekke van het plangebied opgenomen.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan De als 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groen, water, voet- en fietspaden, ontsluiting van percelen, bruggen en nutsvoorzieningen. De bouw van 3 woningen is op basis van de bij de bestemming 'Groen' horende gebruiks- en bouwregels niet mogelijk. Het vigerend bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om ten behoeve van onderhavig planvoornemen van deze regels af te wijken danwel gebruik te maken van een wijzigingsbevoegdheid om voorgenomen ontwikkeling planologisch-juridisch gezien mogelijk te maken. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de herziening van het vigerend bestemmingsplan waarmee voorgenomen ontwikkeling, zijnde de bouw van 2/3 woningen, alsnog planologisch-juridisch mogelijk wordt gemaakt.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 het planvoornemen besproken. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op de relevante beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente, waarbij tevens de ladder voor duurzame verstedelijking betrokken wordt. In hoofdstuk 4 komen de milieu- en omgevingsaspecten aan bod. De wateraspecten in de vorm van een waterparagraaf zijn aangegeven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 bevat de toelichting op de juridische planopzet en de planregels. Vervolgens wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op respectievelijk de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Ten slotte komt in hoofdstuk 8 de procedure aan bod.
6
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
Hoofdstuk 2 2.1
Het planvoornemen
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgeving van het plangebied, het plangebied zelf en het planvoornemen. Tevens komen zowel de onsluiting en het parkeren, als de groenstructuur aan bod.
2.2
Omgeving en plangebied
De locatie van voorliggend plan is gelegen aan de rand van Groot-Ammers. Rond de locatie komen verschillende structuren samen. Herkenbare structuur is de watergang Middelwetering met daaraan grenzend de zone aan Graafland. De woningen aan de Meeuwenlaan en de Irenestraat liggen met de achterzijde aan deze Middelwetering. Hier staan in de omgeving van het perceel vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen, in 1 tot 1,5 bouwlaag met kap.
Woningen Irenestaat Aan de overzijde van het perceel komen een aantal structuren samen. De twee-kappers en rijwoningen aan het Eiberplantsoen, de drie vrijstaande villa’s en de rijwoningen aan de Leeuwerikstraat en het blokje rijwoningen aan de Irenestraat.
Woningen overzijde van het perceel De zuidzijde van het perceel grenst aan de watergang Middelwetering. Aan de overzijde van de Middelwetering ligt een loonbedrijf. De uitrit van dit loonbedrijf is gevestigd aan de Doorbraak. Verder geldt dat aan de overzijde van de Middelwetering een aantal percelen met vrijstaande woningen en boerderijen zijn gelegen. Deze zijn gelegen aan de weg de Graafland.
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
7
Bedrijfsbebouwing loonbedrijf (zijde Doorbraak)
2.3
Planvoornemen
Zoals beschreven ligt het perceel ingeklemd tussen de vrijstaande en twee-onder-eenkapwoningen aan de Irenestraat en de Meeuwenlaan. Deze lijn vormt, in tegenstelling tot de overzijde van de straten, een heldere lijn vanaf de school tot de groenzone aan het einde van de Meeuwenlaan. Met de realisatie van woningen op dit perceel wordt een open plek ingevuld en de ruimtelijke structuur verder versterkt. Gezien de grote wisseling in structuren en woningtypologieën aan de overzijde van de straten is gekozen om de structuur van de Meeuwenlaan met vrijstaande en twee-onder-één kapwoningen door te zetten met een vrijstaande woning op de hoek en twee-onder-één kapwoningen tussen deze vrijstaande woningen de bestaande woningen aan de Meeuwenlaan (nummer 2). Met name het perceel op de hoek zal wat breder zijn vanwege het vrijstaande karakter en om voldoende afstand tot de zijdelingse perceelsgrens aan te houden. De nieuwe woningen worden gesitueerd in de zelfde voorgevelrooilijn als de bestaande woningen aan de Meeuwenlaan. De voorgevelrooilijn wordt hiermee verlengt richting de Doorbraak en 'buigt' daarmee niet mee met de Meeuwenlaan zelf. Hierdoor ontstaat er ook een betere aansluiting met de (verspringende) voorgevelrooilijn aan de Leeuwerikstraat. Hier is de eerste woning enigszins terug gelegen waardoor de voorgevelrooilijnen goed op elkaar aansluiten.
Door dat de voorgevelrooilijn van de woningen iets 'wegloopt' van de Meeuwen laan ontstaat ook de nodige ruimte aan de voorzijde. Deze is vergelijkbaar met de bestaande ruimte aan de overzijde zodat de overzichtelijkheid van het kruispunt behouden blijft. Door de oriëntatie van de vrijstaande woning richting zowel de Meeuwenlaan als de Doorbraak wordt de voorgevelrooilijn hier versterkt door de uitstraling van deze woning. De voorgevelrooilijn van de vrijstaande woning aan de Doorbraak ligt in het verlengde van de bestaande bebouwing ten zuiden van het plangebied zodat hiermee ook sprake is van een goede aansluiting.
8
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
Inrichtingstekening met situering vrijstaande en twee-onder-één kapwoningen
Impressie woningen
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
9
Impressie vrijstaande woning
Impressie twee-onder-één kapwoningen De percelen van de woningen zijn qua grootte vergelijkbaar met de naastgelegen woningen en sluiten hier op aan. Doordat de vrijstaande woning met de voorgevel zowel op de Meeuwenlaan als de Doorbraak wordt georiënteerd, wordt voorkomen dat gebouwen c.q. bijgebouwen dan wel bouwwerken geen gebouwen (erfafscheidingen) tot in de zijdelinges perceelsgrens kunnen worden opgericht. Hierdoor wordt het planvoornemen op een goede wijze ingepast in de bestaande ruimtelijke structuur en wordt het zicht van uit de Meeuwenlaan gewaarborgd in verband met de verkeersveiligheid. De ruime tuinen en de aanwezigheid van het water aan de achterzijde maken deze locatie tot een prettige en goed passende woonomgeving. De afmetingen en positie van de woningen zijn door middel van een bouwvlak indicatief aangegeven in de inrichtingstekening (rode stippellijn). Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is bewust gekozen om de inritten niet direct aan de kruising te leggen. Op deze wijze liggen alle inritten langs de Meeuwenlaan waar de verkeersdruk laag is. Bij elkaar is de invulling van het perceel geheel in lijn met de
10
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
omliggende bebouwing aan de Meeuwenlaan, Leeuwerikstraat en Irenestraat. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 3 woningen die qua bouwhoogte (1 tot 1,5 bouwlaag) en kapvorm aansluit bij de aangrenzende woningen op de belendende percelen. De goothoogte wordt maximaal gesteld op 6 meter. 2.3.1 Verkeer en parkeren Verkeer Door toevoeging van 3 woningen is ter plaatse van het plangebied een lichte toename in de verkeersdruk te verwachten. Echter, de bestaande infrastructuur is in staat deze lichte toename in verkeersdruk probleemloos op te vangen. Daarbij geldt dat uit oogpunt van verkeersveiligheid bewust is gekozen om de inritten niet direct aan de kruising te leggen. Derhalve zijn geen negatieve gevolgen ten aanzien van de verkeersveiligheid te verwachten. Er is voldoende afstand tussen de aansluiting van de Meeuwenlaan op de Doorbraak. Daarnaast wordt er eerst een groenstrook aangelegd en wordt de hoekwoning op voldoende afstand van de zijdelingse perceelsgrens gesitueerd. Hierdoor wordt het uitzicht op de kruising en de verkeersveiligheid gewaarborgd. Parkeren Op basis van de parkeernormen zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt de parkeerbehoefte voor een vrijstaande en twee-onder-één-kapwoning bepaald op respectievelijk 2,3 en 2,2 parkeerplaatsen per woning. De parkeerbehoefte voor 3 woningen komt daarmee op 6,7 parkeerplaatsen.
Uitgangspunt van onderhavig planvoornemen is parkeren op eigen terrein waarbij de parkeergelegenheid aan de voorzijde van de woningen gerealiseerd wordt. Dit is ook het geval bij de overige, reeds bestaande woningen aan de Meeuwenlaan. Parkeren vindt plaats op de inritten/opritten behorende bij de woningen en op 1 langsparkeervak aan de Meeuwenlaan. In totaal worden er bij alle woningen een garage met dubbele oprit gerealiseerd (zie onderstaand figuur). Om deze inritten en parkeerplaatsen mogelijk te maken zullen 1 tot 2 bomen gekapt moeten worden. Om de te verwijderen boom/bomen te compenseren en de boomstructuur in stand te houden zal nieuwe aanplant van dezelfde soort en plantmaat gerealiseerd c.q. terug geplant worden.
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
11
Indeling inritten bij woningen Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden echter niet altijd volledig meegerekend in de gerealiseerde parkeerplaatsen. Deze plaatsen worden immers vaak voor andere doeleinden gebruikt dan het parkeren van auto's. De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegerekend is afhankelijk van de parkeervoorziening. Onderstaande tabel geeft hier een overzicht van. Parkeervoorziening Theoretisch aantal Berekend aantal Garage met enkele oprit 3 1,3 Garage met dubbele oprit 3 1,8 Door bij de woningen een garage met dubbele oprit te realiseren wordt het aantal parkeerplaatsen berekend op (3 * 1,8 =) 5,4. Tevens worden 2 parkeerplaats aan de straatzijde van de Meeuwenlaan gerealiseerd. Het totaal aantal parkeerplaatsen komt daarmee in totaal op 7,4 parkeerplaatsen. Hiermee wordt in de berekende parkeerbehoefte van 6,7 parkeerplaatsen voorzien. 2.3.2 Strook onbebouwd Aan de westzijde van het plangebied, parallel aan de Doorbraak, is een strook voorzien waar bebouwing in de vorm van gebouwen, bijgebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde wordt uitgesloten. Dit om te voorkomen dat hier gebouwen of erfafscheidingen worden opgericht. Het is hier juist de bedoeling om een groene haag op te richten aansluitend op de bestaande groenstrook aan de Doorbraak. Hiermee ontstaat een mooie begrenzing van het perceel en een koppeling met de omgeving.
12
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
2.3.3 Duurzaamheid In lijn met duurzaamheidsdoelstellingen van het Rijk en de provincie, heeft ook gemeente Molenlanden het voornemen energieverbruik in de gemeente te verminderen en het aandeel duurzaam opgewekte energie te verhogen. Gemeente Molenlanden hanteert hierbij de doelstelling dat in 2050 alle huizen binnen de gemeente CO2-neutraal zijn. Voor de realisatie van de drie woningen wordt aangesloten bij de eisen die het Bouwbesluit voorschrijft. Dit houdt onder andere in dat de woningen niet worden aangesloten op het gasnet. Op deze wijze wordt bijgedragen aan het bereiken van de duurzaamheidsdoelstelling van gemeente Molenlanden.
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
13
14
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Inleiding
Bij ieder plan vindt inkadering binnen het beleid van de overheid plaats. Door een toetsing aan rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid ontstaat een duidelijk beeld van de marges waarbinnen het bestemmingsplan wordt opgezet. De beleidsinkadering dient een compleet beeld te geven van de ruimtelijke overwegingen en het relevante planologisch beleid. Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van Rijk en de provincie Zuid-Holland worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd randvoorwaarden geven voor het lokale maatwerk in het bestemmingsplan. Tevens komt de ladder voor duurzame verstedelijking in dit hoofstuk aan bod.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de voormalige Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap (waaronder het beleid voor Nationale Landschappen) laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.
Het Rijk borgt dat het rivierensysteem ruimte houdt om water over Rijntakken en Maas veilig af te voeren, ook voor de lange termijn, mede ter bescherming van het binnendijkse plangebied. Het belang van bescherming van de buisleidingen is in een aparte structuurvisie vastgelegd. Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft de SVIR geen consequenties voor voorliggend plan. Het is aan de gemeente zelf om medewerking te verlenen voor kleinschalige natuurlijke groen en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Hier is in onderhavige situatie sprake van. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer Natuurnetwerk Nederland en Erfgoederen van uitzonderlijke
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
15
universele waarde. Onderhavige ontwikkeling heeft geen gevolgen voor aangewezen nationale belangen. Er zijn geen nationale belangen van toepassing op het plangebied, derhalve heeft het Barro geen consequenties voor voorliggend plan. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening: ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een bestemmingsplan die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.
In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie zijn elf woningen (welke op één en dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd. Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus twaalf. Onderhavig planvoornemen maakt de ontwikkeling van 3 woningen mogelijk. Derhalve is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de Ladder niet aan de orde.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland brengt haar verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samen tot één integraal Omgevingsbeleid. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie (geconsolideerde versie 20 april 2019) bestaat uit de volgende onderdelen: Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor ruimtelijke kwaliteit; Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. In de Omgevingsvisie beschrijft de gemeente zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. De ambities betreffen:
16
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
1. Naar een klimaatbestendige agenda 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Verder staat het verbeteren van de omgevingskwaliteit centraal in de Omgevingsvisie. De provincie streeft hierbij naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is opgenomen in de provinciale 'kwaliteitskaart' en 'richtingspunten ruimtelijke kwaliteit'. Laag van stedelijke occupatie De laag van stedelijke occupatie bestaat uit het bebouwde gebied (steden en dorpen) en de doorlopende netwerken van wegen, vaarwegen, spoor en groen. Zuid-Holland is een dynamisch gebied met een veelheid aan steden en dorpen. Steden en dorpen kennen elk hun eigen karakteristiek, ontstaan door ligging in het landschap of bijvoorbeeld verschil in economisch accent. Rotterdam als hardwerkende stad aan de haven, Den Haag als vredesstad aan zee of Delft dat techniek verenigt met cultuurhistorie. Het voortbouwen op de eigen identiteit van steden en dorpen (en het landschap) zorgt voor herkenbare en onderscheidende woon- en werkmilieus.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt aandacht gevraagd voor het behouden of versterken van de identiteit en gebruikswaarde van stads- en dorpsgebied. Het contrast tussen de dynamische stedelijke regio’s en het tussengelegen luwe gebied is een belangrijke kwaliteit. Een efficiënte koppeling tussen stedelijke centra en (openbaar vervoer-) infrastructuur zorgt voor een goede bereikbaarheid. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen liggen logisch aan het netwerk van infrastructuur en dragen bij aan een versterking van de stedelijke structuur, levendige centra en interactiemilieus.
Het plangebied is gelegen binnen het gebied aangeduid als 'steden en dorpen'. Richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit binnen dit gebied zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
17
interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. In paragraaf 2.3 is besproken dat het planvoornemen bijdraagt aan de karakteristieke kenmerken van de kern. Het plangebied ligt ingeklemd tussen de vrijstaande en twee-onder-eenkapwoningen aan de Irenestraat en de Meeuwenlaan. Deze lijn vormt, in tegenstelling tot de overzijde van de straten, een heldere lijn vanaf de school tot de groenzone aan het einde van de Meeuwenlaan.
Met de realisatie van woningen binnen het plangebied wordt deze ruimtelijke structuur verder versterkt. Paragraaf 2.3.2 beschrijft tevens dat het planvoornemen bijdraagt aan de versterking van de stedelijke groenstructuur. De groenstrook die wordt aangelegd zorgt voor een koppeling tussen het bestaande groen in de omgeving. Het plan is passend binnen de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit die voor het plangebied gelden door de versterking van de ruimtelijke structuur ter plaatse. Ook kan worden gesteld dat het plan bijdraagt aan de provinciale ambitie voor het creëren van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Geconcludeerd wordt dat het plan passend is binnen de Omgevingsvisie. 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland De Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 20 april 2019) integreert achttien verordeningen met het oog op het vereenvoudigen en harmoniseren van de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. Door deze integratie loopt de provincie Zuid-Holland vooruit op de invoering van de omgevingsverordening als een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet, voor zover dat reeds op basis van de bestaande wetgeving mogelijk is.
Beoogd is een beleidsneutrale integratie van de provinciale regelgeving op de terreinen van de ruimtelijke ordening, het milieu, luchthavens, het beheer en gebruik van wegen en vaarwegen, het waterbeheer, de ontgrondingen, de kwaliteit op dit terrein van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving en de regels over leges, schadevergoeding en andere financiële aspecten in het fysieke domein. Het beleidsneutrale karakter betekent dat bestaande regelgeving op deze domeinen zonder aanpassing van de normstelling en met een gelijkwaardig beschermingsniveau is overgezet in deze integrale omgevingsverordening. Vanzelfsprekend zijn daarbij wel aanpassingen doorgevoerd in de terminologie en de instrumentkeuze, waar dat was aangewezen om de gewenste stap te maken naar een uniforme omgevingsverordening die vooruitloopt op het nieuwe kader van de Omgevingswet. Ruimtelijke kwaliteit Op basis van artikel 6.9 van de verordening geldt dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de voorwaarde dat de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, niet voorziet in een wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart.
Onderhavig planvoornemen betreft de invulling van een inbreidingslocatie (open plek) in het woongebied van de kern Groot-Ammers. Met het planvoornemen worden 3 woningen aan het bestaande woongebied toegevoegd passend binnen de bestaande ruimtelijke structuur. Het voornemen past daarmee binnen de
18
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
bestaande gebiedsidentiteit, voorziet niet in een wijziging op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied. In voorgaande paragraaf 3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland is tevens besproken dat het plan voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart. Stedelijke ontwikkelingen Op basis van artikel 6.10 van de verordening geldt dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' wordt in de verordening gedefinieerd als 'stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening'. In paragraaf 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening: ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling is reeds besproken dat met onderhavig planvoornemen geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Natuurnetwerk Nederland Op basis van artikel 6.24 van de verordening geldt dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het Natuurnetwerk Nederland geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.
Uitsnede kaart Natuurnetwerk Nederland (plangebied bij rode aanwijzer) Onderhavig plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Derhalve leidt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland niet tot belemmeringen voor het planvoornemen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het planvoornemen passend is binnen de Omgevingsverordening gestelde kaders.
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
19
3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Regionale structuurvisie 2030 'Open voor elkaar' In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard Vijfheerenlanden, heeft de regio in 2012 de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en bepaalt de beleidskeuzes met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. Met onderhavig plan worden ter plekke van een inbreidingslocatie in de kern Groot-Ammers 3 woningen gerealiseerd. Het plan draagt daarmee positief bij aan het behoud van kwaliteit en uitstraling van het woonmilieu. Er wordt immers een open plek binnen de bestaande ruimtelijke structuur ingevuld. Daarnaast draagt het aantal van 3 woningen bij aan het beheerst laten toenemen van de woningvoorraad.
Gesteld kan worden dat onderhavig plan in lijn is met de regionale structuurvisie. 3.4.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard Vijfheerenlanden In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied een dynamische stedelijke zone. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Er wordt onderscheid gemaakt in: Stedelijk gebied; Voorzieningendorpen; Woondorpen. De huidige afspraak is een netto toevoeging van maximaal 3.364 woningen netto in totaal voor de regio voor de periode 2015-2025. De gemiddelde jaarlijkse netto woningbehoefte in de regio is geschat op 0,7% huishoudensgroei per jaar. De kern Groot-Ammers is een voorzieningendorp. De grens voor bespreking ligt op 5 woningen. Onderhavig planvoornemen voorziet in 3 woningen.
De optelsom van de plannen in Groot-Ammers laat een groei zien van 1,1%. Omdat het gaat om minder dan 10 woningen in een voorzieningendorp die tueen de 0.8% en 1,5% valt, valt dit planvoornemen onder de afspraak om het plan per mail aan de regiogemeenten voor te leggen met een beknopte onderbouwing. Met de realisatie van drie nieuwe woningen wordt invulling gegeven aan de woningbehoefte van ca. 135 woningen in de periode 2020 t/m 2029 zoals aangegeven in de Regionale Woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. De keuze voor het (middel)dure segment past binnen de woningbouwopgave voor Groot-Ammers en is passend binnen de stedenbouwkundige situatie. Door woningen te bouwen voor doorstromers en gezinnen komt op andere plaatsen in de kern (of evt. in andere kernen) wellicht woonruimte vrij voor starters. Het plan is conform de gemaakte afspraken per mail voorgelegd aan de regiogemeente en akkoord bevonden
20
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
door deze gemeenten.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Woonvisie 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020 - 2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029. De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnel de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen.
Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed). In totaal is er een voor de periode 2020 tot en met 2029 een woningbehoefte van 1.460 woningen voor de gehele gemeente Molenland en een plancapaciteit van ongeveer 1.800 woningen. Hiermee overstijgt de plancapaciteit de verwachte woningbouwopgave. Echter dit zijn voor het overgrote deel zachte plannen. Derhalve is het wenselijk om enige mate van overcapaciteit te hanteren als buffer om eventuele planuitval of planvertraging op te vangen. Hierbij wordt een overcapaciteit van ongeveer 130% als wenselijk gezien. Er is daarmee ruimte voor maximaal 1.900 woningen aan plancapaciteit. Voor Groot-Ammers is sprake van een woningbouwopgave van 135 woningen in de periode 2020 tot en met 2029 en een plancapaciteit van 120 woningen. Dit betekent concreet dat er binnen de kern Groot-Ammers sprake is van een tekort van 15 woningen. Met de 3 woningen van onderhavig planvoornemen kan aan dit tekort gedeeltelijk invulling worden gegeven. Tevens in de woonvisie aangegeven dat er concreet behoefte is aan zowel betaalbare rij- en hoekwoningen voor starters als (middel)dure woningen voor doorstromers en gezinnen. De te realiseren wonngen vallen binnen het (middel)dure segment grondgebonden koopwoningen, bestemd voor doorstromers en gezinnen.
Door de wijze van verkaveling is er sprake van een differentiatie in de kwaliteit (en daarmee de prijs) van de woningen. Met name de middelste woning zal in een iets lagere prijsklasse vallen. De woning aan de zijde van de Doorbraak heeft een wat ruimer perceel om voldoende afstand aan te houden tussen woning en openbare weg incl. groenvoorziening. De keuze voor het (middel)dure segment past binnen de woningbouwopgave voor Groot-Ammers en is passend binnen de stedenbouwkundige situatie. Door woningen te bouwen voor doorstromers en gezinnen komt op andere plaatsen in de kern (of evt. in andere kernen) wellicht woonruimte vrij voor starters.
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
21
3.5.2 Toekomstvisie Molenwaard 2030 In de Toekomstvisie Molenwaard 2030 staan de beleidsdoeleinden en ambities voor verschillende thema’s benoemd: wonen, economische dragers, ondersteuning, voorzieningen en landschap. Molenwaard wil een comfortabele en veilige woon- en werkomgeving bieden in een levend, groen en duurzaam landschap. Dit alles binnen de sociaal hechte gemeenschap. Voor wonen betekent dat inwoners zich thuis voelen in de woonomgeving met een voorzieningenaanbod op maat. De gemeente wil plaats bieden aan de mensen die er al wonen en willen blijven. Ook biedt zij plaats aan mensen die een binding hebben met de gemeente, bijvoorbeeld omdat ze er werken of voorheen hebben gewoond. Mensen moeten de mogelijkheid hebben om daar te wonen waar ze willen, in een woning die bij hen past. De woonwens en het eigen dorp staat centraal in het gemeentelijk woonbeleid. Verder geldt dat mensen zo lang mogelijk thuis moeten kunnen blijven wonen. Om dit mogelijk te maken wil de gemeente inzetten op levensloopbestendige woningen en zorg aan huis. Tot slot streeft de gemeente een veilig woonmilieu na. Dit doet de gemeente door de verkeersveiligheid te bevorderen door te sturen op gedragsbeïnvloeding van verkeersdeelnemers. Fysieke maatregelen worden alleen indien hoognoodzakelijk toegepast.
Burgers zijn de eerst verantwoordelijken in de kern voor sociale veiligheid en worden gestimuleerd zelf initiatief te nemen. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 3 woningen, passend binnen de woningbehoefte en stedenbouwkundige structuur van Groot-Ammers. Het betreffen woningen die voorzien in de eigen behoefte waarbij sprake is van de juist woning op de juiste plaats. De woningen zullen ook levensloopbestendig worden uitgevoerd. Het plan is daarmee ook passend binnen de Toekomstvisie.
22
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
Inleiding
Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien de beleidsvelden naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op verschillende onderzoeks- en milieuaspecten welke van belang zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
4.2
M.e.r.-beoordeling
4.2.1 Algemeen Beoordeeld moet worden of het planvoornemen kan leiden tot het opstellen van een milieueffectrapport (MER). Op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit mer lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben (C-lijst) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (D-lijst). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen. Een belangrijke wijziging die in het Besluit m.e.r. is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Dit is het indicatief maken van de gevaldefinities in kolom 2 in de D-lijst. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieubeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig.
De criteria als bedoeld betreffen: de kenmerken van de activiteit (onder andere omvang en cumulatie); de plaats waar de activiteit wordt verricht (de kenmerken van het plangebied in relatie tot de kwetsbaarheid van de omgeving); de kenmerken van de gevolgen van de activiteit (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid). 4.2.2 Kenmerken van de activiteit Het planvoornemen voorziet ter plaatse van een inbreidingslocatie in de kern Groot-Ammers (gemeente Molenlanden) in de realisatie van 3 woningen. De 3 woningen worden gerealiseerd op een open plek binnen de bestaande ruimtelijke structuur. In de huidige situatie wordt de locatie gebruikt voor het houden van diverse eenden en andere vogelsoorten en op de locatie bevindt zich dan ook een grote afgeschermde volierè met daarbinnen enkele nachtverblijven in combinatie met een waterpartij. Met het planvoornemen wordt het houden van eenden en andere vogelsoorten ter plekke beëindigd en wordt de volierè met de nachtverblijven en waterpartij verwijderd. In plaats daarvan worden 3 woningen opgericht.
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
23
De ligging in het woongebied van de kern Groot-Ammers en de stedenbouwkundige positie van de locatie binnen de bestaande ruimtelijke structuur maken het voornemen uitermate geschikt als inbreidingsplan voor de realisatie van woningen. Gezien het feit dat de woningen worden gerealiseerd op een open plek binnen de bestaande ruimtelijke structuur, leidt het planvoornemen niet tot nieuw ruimtebeslag voor het stedelijk gebied. Dergelijke ontwikkelingen komen niet voor de C-lijst en/of D-lijst. Er is daardoor geen sprake van m.e.r-beoordelingsplicht. 4.2.3 Plaats waar de activiteit wordt verricht Het plangebied is gesitueerd aan de rand van de kern Groot-Ammers. Het plangebied wordt aan de noord-, oost- en westzijde begrensd door de woningen in het aangrenzende woongebied. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de watergang Middelwetering. Deze vormt de overgang tussen het woongebied aan de zuidzijde van Groot-Ammers en de woningen gelegen aan de weg Graafland. In paragraaf 2.2 is een uitgebreidere beschrijving van de omgeving en de inpassing van het planvoornemen daarin beschreven.
In de Natuurbeschermingswet 1998 is de bescherming van de Natura 2000-gebieden vastgelegd. Natura 2000 betreft de natuurparels die vanwege hun natuurwaarden Europese bescherming genieten, hetgeen in Nederland inhoudt, dat werkzaamheden of ontwikkelingen in (de nabijheid van) deze gebieden getoetst dienen te worden aan de Natuurbeschermingswet 1998. Het plangebied ligt niet in, noch in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden betreffen: Donkse Laagten op circa 5 km Zouweboezem op circa 5,5 km Gezien deze afstand zijn er geen siginificante effecten op dit gebied te verwachten ten aanzien van geluid, licht en trillingen. Ook leidt het planvoornemen niet tot een toename van stikstofdepositie op dit gebied (zie ook paragraaf 4.8.1). De instandhoudings- en ontwikkelingsdoelstellingen voor de aangewezen habitattypen en doelsoorten blijven gewaarborgd. Verder maakt het plangebied geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en is het ook niet in de directe omgeving van het Natuurnetwerk Nederland gelegen. Door de voorgenomen plannen binnen het plangebied in combinatie met de afstand tot het Natuurnetwerk Nederland, zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland niet worden aangetast.
4.2.4 Kenmerken en gevolgen van de activiteit Alle relevante milieuaspecten zijn in het kader van dit bestemmingsplan uitvoerig onderzocht en hieruit zijn geen belangrijke nadelige milieueffecten naar voren gekomen die een belemmering kunnen opleveren voor het planvoornemen. In onderhavig hoofdstuk zijn de betreffende milieuaspecten, alsmede de uitgevoerde onderzoeken nader beschreven. 4.2.5 Conclusie Door de realisatie van 3 woningen op een open plek binnen de bestaande ruimtelijke structuur van de kern Groot-Ammers, wordt niet verwacht dat er negatieve effecten zullen optreden op de in de directe omgeving aanwezige waarden en belangen of op aanwezige beschermde gebieden en (te verwachten) beschermde soorten. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de in dit plan besloten ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen en dat er geen nadelige effecten zijn te verwachten. Het plan is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de (woon)omgeving.
24
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
4.2.6 Besluit verdere m.e.r.-beoordeling Als een initiatienemer een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren dan dient het bevoegd gezag in een zo vroeg mogelijk stadium (voor de start van de procedure van het bestemmingsplan) een beslissing te nemen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld dan wel een verdere m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het kader van onderhavig plan is het bevoegd gezag gevraagd om op basis van de beschreven kenmerken van de activiteit, plaats waar de activiteit wordt verricht en kenmerken van de gevolgen van de activiteit een besluit te nemen of een verdere m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Op .. 2020 heeft het bevoegd gezag van de gemeente Molenlanden besloten ... [PM]
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient er voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Hiervoor worden de afstanden uit de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als maatgevend beschouwd. De richtafstanden opgenomen in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij milieu-inrichtingen of drukke wegen, al een hogere milieubelasting kent. De publicatie biedt geen wettelijk vastgestelde norm, maar biedt een handreiking voor maatwerk. De publicatie geeft vier factoren (geur, stof, geluid en gevaar) op basis waarvan bepaald wordt in welke categorie een activiteit geplaatst kan worden. Voorgaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Woningen worden niet aangemerkt als hinderveroorzakende functie en kennen derhalve geen milieuzonering.
Daarentegen geldt dat woningen wel worden aangemerkt als hindergevoelige functie. Om die reden dienen hinderveroorzakende functies in de omgeving en de afstand tot de beoogde woningen te worden beoordeeld. In de huidige situatie is op circa 25 meter ten zuiden van het beoogde bouwblok voor de woningen een loonen kraanverhuurbedrijf gevestigd. Dit loon- en kraanverhuurbedrijf wordt op basis van de VNG publicatie ingeschaald onder de milieucategorie 3.1 met bijbehorende grootste richtafstand van 50 meter. Echter op het terrein van het loon- en kraanverhuurbedrijf vinden geen bedrijfsmatige activiteiten plaats. Er is alleen sprake van stalling en opslag in de bestaande loodsen. De daadwerkelijke milieuhinder valt in de praktijk daarmee lager uit dan theoretisch wordt verondersteld. De stalling en opslag in de bestaande loodsen komen daarmee overeen met een bedrijfsvoering van categorie B2 zoals overeenkomstig het vigerende bestemmignsplan is aangeduid (bedrijf tot en met categorie 2). Er zijn reeds woningen op ca. 20 meter afstand van het bedrijf gelegen (aan de overzijde van de Doorbraak). De ligging van de woningen leidt ertoe dat het loon- en kraanverhuurbedrijf is beperkt in de uitvoering van bedrijfsactiviteiten. De bedrijfsactiviteiten mogen namelijk niet tot hinder leiden ter plaatse van de dichtbij gelegen woningen aan de Doorbraak.
In de huidige situatie is ter plaatse van de woningen aan de Doorbraak, ondanks de ligging nabij het loon- en kraanverhuurbedrijf, daarom reeds sprake van een goed woon- en leefklimaat. Gezien het feit dat ter plaatse van de woningen aan de Doorbraak een goed woon- en leefklimaat geborgd is, wordt redelijkerwijs verondersteld dat ter plaatse van de te ontwikkelen woningen, die op ietwat ruimere afstand van het bedrijf zijn gelegen, ook sprake is (en blijft) van een goed woon- en leefklimaat. Omgekeerd geldt dat de realisatie van de woningen binnen het plangebied geen belemmering vormt voor het nabij gelegen loon- en kraanverhuurbedrijf, omdat er reeds woningen op kortere afstand van het bedrijf zijn gelegen. De woningen aan de Doorbraak zijn en blijven om deze reden maatgevend ten aanzien van de
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
25
bedrijfsactiviteiten van het bedrijf. Ten zuiden van het plangebied zijn kavels gelegen aan welke op basis van het vigerend bestemmingsplan de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' is toegekend. Ter plaatse van deze functieaanduiding is een bedrijf tot en met milieucategorie 2 van de VNG toegestaan. De grootste richtafstand behorend bij de milieucategorie 2 is 30 meter in een rustige woonwijk. Door de diversiteit van functies op de percelen aan de Graafland en het feit dat de de Doorbraak één van de entrees is tot de kern Groot Ammers kan gesteld worden dat geen sprake is van een rustige woonwijk. De richtafstanden kunnen daarom worden gebaseerd op het omgevingstype Gemengd gebied. Gezien sprake is van het omgevingstype Gemengd gebied, kan gemotiveerd een kleinere richtafstand van 10 meter worden aangehouden. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Voor de verdere omgeving geldt dat er zich drie basisscholen bevinden: één op circa 140 meter ten westen van het plangebied, één op circa 150 meter ten noorden van het plangebied en één op circa 150 meter ten noordoosten van het plangebied. Op basis van de VNG publicatie wordt een basisschool ingeschaald onder milieucategorie 2 met een bijbehorende grootste richtafstand van 30 meter. Ook aan deze afstand wordt ruimschoots aan voldaan.
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig plan.
4.4
Geluid
Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een omgevingsvergunning een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron of wijziging van een bestaande geluidsbron (aanpassing weg) mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan of een ruimtelijke onderbouwing. Om die reden is er een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd (Econsultancy, rapportnummer 10711.002, d.d. 25 september 2019). De samenvatting en conclusie van dit onderzoek zijn in onderstaande weergegeven. De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 1. Samenvatting Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen realisatie van 3 nieuwbouwwoningen aan de hoek Meeuwenlaan/Leeuwerikstraat te Groot Ammers. Bij de projectie van een nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone van een weg is een akoestisch onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk.
De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de Doorbraak en Graafland. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden tevens de nabijgelegen 30 km/uur wegen (Leeuwerikstraat, Meeuwenlaan, Irenestraat en Doorbraak) in het onderzoek betrokken. In het onderzoek is de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemming inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Voor het plangebied is reeds een indeling voor de woningen opgesteld. Voor elke zijde van de woningen zijn toetspunten ten behoeve van maximaal 3 bouwlagen gemodelleerd. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 5.10. Alleen ten gevolge van het niet-gezoneerd deel van Doorbraak treedt een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt met maximaal 2 dB overschreden op de hoekwoning. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Voor de Doorbraak is een afweging van geluidsreducerende maatregelen gewenst. Wegens het ontbreken van een zone is het niet mogelijk hogere waarden aan te vragen. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn niet doelmatig of stuiten op overwegende bezwaren.
Voor de woning met een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting dient te worden voldaan aan het
26
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
binnenniveau. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is in het kader van goede ruimtelijke ordening een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels wenselijk. Conclusie Ten gevolge van het niet-gezoneerde deel van de Doorbraak treedt er een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Wegens het ontbreken van een zone is het niet mogelijk hogere waarden aan te vragen. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn niet doelmatig of stuiten op overwegende bezwaren. Voor de woning met een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting dient te worden voldaan aan het binnenniveau. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is in het kader van goede ruimtelijke ordening een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels wenselijk. Het is het aannemelijk dat de maximaal benodigde geluidwering te halen is en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden geboden. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
4.5
Bodem
Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. In dat kader is een verkennend bodemonderzoek (Econsultancy, rapportnummer 10711.001, 23 oktober 2019) uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd als Bijlage 2. Uit dit onderzoek is gebleken dat op basis van het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Daarnaast blijkt dat er op de locatie in het verleden een sloot heeft gelegen, deze is gedempt. Tijdens het veldwerk zijn alhier 2 boringen geplaatst. In het opgeboorde materiaal zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Tevens zijn er geen aanwijzingen gevonden die wijzen op demping met locatievreemd materiaal.
Op basis van bovenstaande wordt de gedempte sloot niet als verdacht geacht, derhalve wordt geadviseerd geen verder onderzoek uit te voeren voor deze (deel)locatie. De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk zandige, klei. De bovengrond is bovendien zwak humeus. De ondergrond bestaat voornamelijk uit matig tot sterk siltige klei en is plaatselijk zwak tot matig veenhoudend. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Derhalve wordt geadviseerd om géén verkennend asbestonderzoek in bodem/puin uit te voeren. De locatie bevindt zich wel in een gebied waar verhoogde gehalten aan PFOA worden verwacht. Onderzoek naar PFOA maakt echter geen deel uit van het onderhavige onderzoek. In de bovengrond ter plaatse van het oostelijke terreindeel is een lichte verontreiniging met nikkel aangetoond. In de ondergrond is een lichte kwikverontreiniging is geconstateerd. De lichte metaalverontreinigingen houden hoogstwaarschijnlijk verband met de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Het grondwater is licht verontreinigd met barium.
Deze metaalverontreiniging is hoogstwaarschijnlijk, te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater.
bestemmingsplan Woningen Meeuwenlaan-Doorbraak
27
Op basis van voorgaande kan geconcludeerde worden dat de vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de bestemmingsplanherziening. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing. Ten behoeve van grondverzet zal het ook noodzakelijk zijn om de uitkomende grond te onderzoeken op de aanwezigheid van PFAS om vast te stellen of de partij voor hergebruik in aanmerking komt.
4.6
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden, waarmee de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 vervallen. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. NIBM Hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn. Deze NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.