CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan 'Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk'

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 6d. Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk13.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VASTSTELLING

BP UITKOOPREGELING HOOGSPANNINGSLEIDING LEKDIJK

ORDITO.NL

BESTEMMINGSPLAN UITKOOPREGELING HOOGSPANNINGSLEIDING LEKDIJK GEMEENTE MOLENLANDEN Planstatus

Vaststelling

Datum

05 - 06 - 2023

Plan identificatie

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Auteur(s)

Ivo van de Weijer en Cristian van Kuijk

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

TOELICHTING

1.

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebieden Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer

2 2 4 6

2.

Bestaande situatie

7

2.1 2.2

Historie en ruimtelijke structuur omgeving Bestaande situatie

7 7

3.

Planbeschrijving

10

3.1 3.2

Algemeen Verkeer en parkeren

10 11

4.

Beleidskader

14

4.1 4.2 4.3. 4.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

14 15 17 18

5.

Randvoorwaarden

19

5.1 5.2 5.3 5.4 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water M.e.r.-beoordeling

19 20 21 22 24 25 26 32 35

6.

Juridische regelgeving

37

6.1 6.2 6.3

Inleiding Systematiek van de regels Beschrijving van de bestemmingen

37 37 38

7.

Uitvoerbaarheid

41

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41 41

Bijlagen: Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Ecologische quickscan Bijlage 3; Aanvullend ecologisch onderzoek Bijlage 4: Stikstofdepositieonderzoek

|2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is de uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland in de gemeente Molenlanden. Op 1 januari 2017 is de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in werking getreden. De eigenaren van woningen die loodrecht onder een hoogspanningsverbinding staan, kunnen zich laten uitkopen door de gemeente. De gemeente is na aankoop van deze gronden verplicht om de woonbestemming te verwijderen. De ministeriële uitkoopregeling liep af op 1 januari 2022. Om de aangekochte percelen/woningen een nieuwe bestemming te geven is een participatietraject doorlopen. Voor diverse percelen aan de Lekdijk in Nieuw-Lekkerland is dit proces nu zover gevorderd dat een bestemmingsplan kan worden opgestart. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: •

De bestemming ‘Wonen’ dient verwijderd te worden;

•

De bestemmingen moeten flexibel bestemd worden (wijzigingsbevoegdheden opnemen).

De volgende locaties zijn in dit bestemmingsplan opgenomen: •

Lekdijk 297;

•

Lekdijk 307;

•

Lekdijk 312;

•

Lekdijk 314;

•

Lekdijk 315;

•

Lekdijk 340.

Om het planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk te maken, is deze herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een bestemmingsplan voor de genoemde locaties.

1.2

Ligging en begrenzing plangebieden

Dit bestemmingsplan heeft twee plangebieden. De twee plangebieden zijn gelegen aan de Lekdijk In Nieuw-Lekkerland in de gemeente Molenlanden, ter hoogte van de huisnummers 297, 307, 312, 314, 315 en 340. Lekdijk 297, 307. 312, 314 en 315 vallen in het eerste plangebied. Lekdijk 340 is het tweede plangebied. De Lekdijk is een doorgaande weg die van de kern Kinderdijk langs het water (Lek) richting de kern Streefkerk loopt. Op afbeelding 1a en 1b op de volgende pagina zijn de twee plangebieden weergegeven.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|3

Figuur 1a Ligging eerste plangebied (rode lij is plangebied)

Figuur 1b Ligging tweede plangebied (rode lij is plangebied)

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|4

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Eerste plangebied Ter plaatse van het eerste plangebied vigeert het bestemmingsplan “Dijkverzwaren NieuwLekkerland”, vastgesteld op 26 februari 2014 door de gemeente Molenlanden. Het plangebied heeft op grond van dit bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Bedrijf – Bebouwde kom’ voor het adres Lekdijk 297. Voor de overige adressen (Lekdijk 307, 312, 314 en 315) geldt de enkelbestemming ‘Wonen – Bebouwde kom’. Voor het gehele plangebied gelden de dubbelbestemmingen ‘LeidingHoogspanningsverbinding’ en ‘Waarde – Archeologie – 2’. De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering‘ ligt gedeeltelijk binnen het noordelijk gedeelte van dit plangebied. Elk adreslocatie heeft zijn eigen bouwvlak waarbinnen voor alles locaties een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 7 meter voor gebouwen geldt. De gebiedsaanduiding ‘Geluidzone – industrie’ ligt gedeeltelijk binnen het noordelijk gedeelte van het plangebied. Voor het eerste plangebied geldt tevens de ‘Parapluherziening Parkeren’ (vastgesteld 27 oktober 2020). Het doel van deze parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in de gemeente Molenlanden. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het parkeerbeleid. De parkeerregeling uit deze Parapluherziening is verwerkt in dit bestemmingsplan.

Figuur 2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan van het eerste plangebied (rode lijn = plangebied).

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|5 Tweede plangebied Ter plaatse van het tweede plangebied vigeert het bestemmingsplan “Herziening Dijkverzwaren Nieuw-Lekkerland”, vastgesteld op 13 oktober 2015 door de voormalige gemeente Molenwaard. Het plangebied heeft op grond van dit bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Wonen – Bebouwde kom’ met gedeeltelijk een bouwvlak. Voor het gehele plangebied gelden de dubbelbestemmingen ‘Leiding-Hoogspanningsverbinding’, ‘Waarde – Archeologie – 2’ en ‘Waterstaat-Waterkering’. Binnen het bouwvlak geldt voor de gebouwen een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter. Voor het tweede plangebied geldt tevens de ‘Parapluherziening Parkeren’ (vastgesteld 27 oktober 2020). Het doel van deze parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in de gemeente Molenlanden. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het parkeerbeleid. De parkeerregeling uit deze Parapluherziening is verwerkt in dit bestemmingsplan.

Figuur 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan van het tweede plangebied

Overzicht vigerende aanduiding en bestemmingen van het eerste en tweede plangebied Bedrijf – Bebouwde kom (enkelbestemming) De voor 'Bedrijf – Bebouwde kom' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven uit ten hoogste categorie A en B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' (opgenomen in de bijlage van de regels) en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen, verkeers- en parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. Gebouwen en overkappingen worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak. Wonen – Bebouwde kom (enkelbestemming) De voor 'Wonen - Bebouwde kom’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met daaronder begrepen aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven en bij deze

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|6 bestemming behorende voorzieningen zoals erven, tuinen, water, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak. Het gezamenlijk grondoppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 50 % van het zij- en achtererf met een maximum van 70 m². Leiding-Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming) De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding. Op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leidingen toegestaan, zoals meet- en regelkasten en hoogspanningsmasten. Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken voor de bouw van bouwwerken die zijn toegelaten op grond van de aan de desbetreffende gronden gegeven hoofdbestemming, mits hierbij uit hoofde van de bescherming van de hoogspanningsverbinding geen bezwaar bestaat. Daartoe wordt vooraf advies ingewonnen van de beheerder van de hoogspanningsverbinding. Waarde – Archeologie – 2 (dubbelbestemming) De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

Waterstaat – Waterkering (dubbelbestemming) De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken. Geluidzone – industrie (gebiedsaanduiding) De bouw van nieuwe geluidsgevoelige objecten (waaronder begrepen de splitsing van panden in meerdere woningen) ter plaatse van de aanduiding 'geluidszone – industrie' is uitsluitend toegestaan, indien voldaan kan worden aan de in of krachtens de Wet geluidhinder geldende normen dan wel de verleende hogere waarden.

1.4

Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt allereest ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving van het relevante beleidskader op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijke niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|7

2.

BESTAANDE SITUATIE

2.1

Historie en ruimtelijke structuur omgeving

De kern van Nieuw-Lekkerland is ontstaan langs de rivier de Lek aan de rand van een open veenweidegebied. Langs de dijk, die de verbinding tussen de kernen in de omgeving vormt, is sprake van lintbebouwing. Tussen de dijk en de wetering bevindt zich van oudsher bebouwing. Een deel van de historische bebouwing is ten behoeve van de eerdere dijkverzwaringen afgebroken. Het karakter van de bebouwing is echter in stand gebleven en heeft een kleinschalig halfopen karakter en kent een grote diversiteit aan gebouwvormen en bouwstijlen. De hoofdfunctie van NieuwLekkerland is dan ook wonen. Langs de rivier de Lek ligt echter ook een buitendijks bedrijventerrein dat gericht is op grootschalige (inter)nationale ondernemingen.

2.2

Bestaande situatie

307 315 297 312

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

314

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|8

340

Figuur 4 Bestaande situatie

Op de locatie Lekdijk 297 is een financieel hulpbedrijf gevestigd. Op de andere locaties (Lekdijk 307, 312, 314, 315 en 340) binnen het plangebied zijn woningen gevestigd. Het bedrijf en de woningen liggen achter de dijk (Lekdijk). De woningen aan de lekdijk 307 en 312 zijn ondertussen gesloopt.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|9

Figuur 5 Zicht over het plangebied vanaf de Lekdijk

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|10

3.

PLANBESCHRIJVING

3.1

Algemeen

Lekdijk 307 De woning aan de Lekdijk 307 is gesloopt en krijgt de bestemming ‘Tuin’. Lekdijk 312 De woning aan de Lekdijk 312 is gesloopt en krijg de bestemming ‘Groen’. Lekdijk 297/314 Het kantoor aan de Lekdijk 297 blijft gehandhaafd, maar ter hoogte van Lekdijk 314 komt een schuur (opslaggebouw) behorende tot hetzelfde perceel als Lekdijk 297. Door het college is een principebesluit genomen om medewerking te verlenen aan de realisatie van een schuur (opslaggebouw) op het perceel Lekdijk 314, grenzend aan het perceel Lekdijk 297, onder de volgende voorwaarden: a. het bouwvlak van perceel Lekdijk 314 wordt samengevoegd met het bouwvlak van perceel Lekdijk 297. Binnen het nieuwe bouwvlak is ‘slechts’ één bedrijf mogelijk. b. de bouwhoogte van het opslaggebouw bedraagt maximaal 6,5 meter; c. de functieaanduiding ‘opslag’ wordt opgenomen in het bouwvlak van het opslaggebouw; d. in het opslaggebouw zijn bedrijfsactiviteiten met ten hoogste categorie A van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' toegestaan. Daarnaast is voor de locatie met de functieaanduiding ‘opslag’ (Lekdijk 314) een afwijkingsbevoegdheid opgenomen in de regels om af te wijken van de functieaanduiding ‘opslag’ voor bedrijven met mileucategorie A van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'. Voor de locatie Lekdijk 297 zijn de vigerende maximale goot- en bouwhoogtes overgenomen.

Lekdijk 315 Deze voormalige woning met bijgebouw aan de Lekdijk 315 krijgt de bestemming ‘Kantoor’. Het perceel krijgt twee aparte bouwvlakken, waardoor het gemakkelijker te verkopen is voor de gemeente. Voor het bouwvlak aan de voorzijde van het perceel zijn de vigerende goot- en bouwhoogtes overgenomen. Voor het bouwvlak aan de achterzijde van het perceel is aangesloten op de vigerende goothoogte. Qua bouwhoogte is hier 6 meter aangehouden. In de bestemming ‘Kantoor’ is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor lichte bedrijvigheid met categorie A van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ‘functiemening’, zoals opgenomen in de bijlage bij de regels. Lekdijk 340 De woning aan de Lekdijk 340 krijgt een bedrijfsbestemming met de functieaanduiding ‘bed & breakfast’. In de regels wordt opgenomen dat slechts één bedrijf is toegestaan met bedrijfsactiviteiten met ten hoogste categorie A van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'. Tevens is hier een bed & breakfast met maximaal 4 bedden toegestaan. Permante bewoning en een keukenvoorziening worden in de specifieke gebruiksregels van deze bestemming uitgesloten. Voor de locatie Lekdijk 340 zijn de vigerende maximale goot- en bouwhoogtes overgenomen. De bed & breakfast zal binnen de bestaande bebouwing plaatsvinden.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|11

3.2

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Lekdijk. De Lekdijk is een gebiedsontsluitingsweg die langs de Lek loopt die de kernen Streefkerk, Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk met elkaar verbindt. Door het slopen van de woningen aan de Lekdijk 307 en 312 en deze gronden respectievelijk een tuin- en groenbestemming te geven zullen deze verkeersbewegingen verdwijnen. Hier tegenover staat de bouw van een nieuwe schuur (opslaggebouw) op Lekdijk 314 na sloop van de woning, hetgeen weer tot een toename van het aantal verkeersbewegingen leidt. Door de functieverandering op Lekdijk 315 neemt de toekomstige verkeersgeneratie ook toe. Door de functieverandering op Lekdijk 340 neemt de toekomstige verkeersgeneratie weer iets af. Voor Lekdijk 297 verandert de verkeersgeneratie niet. Voor het bepalen van de verkeersaantrekkende werking, wordt aangesloten bij de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestending parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Gezien de ligging van het plangebied in de kern Nieuw-Lekkerland van de gemeente Molenlanden wordt uitgegaan van de gemiddelde cijfers voor ‘Rest bebouwde kom, matig stedelijk’. In onderstaand tabel is de bestaande en toekomstige verkeersgeneratie schematisch weergegeven. Bestaande situatie Functie

Norm

Eenheid

Verkeersgeneratie

Koop, huis, vrijstaand (Lekdijk 307, 312, 314, 315 en 340)

8,2 mvt/etmaal per woning

5

8,2 mvt x 5 woningen = 41 mvt/etmaal

Kantoor zonder baliefunctie (Lekdijk 297)

7,2 mvt/100 m2 bvo

1

7,2 x circa 350 m2/100 m2 = 25,2 mvt/etmaal

Totaal

66,2 mvt/etmaal

Toekomstige situatie Functie

Norm

Eenheid

Verkeersgeneratie

Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) Lekdijk 314

4,8 mvt/100 m2 bvo

1

4,8 x circa 90 m2/100 m2 = 4,32 mvt/etmaal

Kantoor zonder baliefunctie (Lekdijk 297)

7,2 mvt/100 m2 bvo

1

7,2 x circa 350 m2/100 m2 = 25,2 mvt/etmaal

Kantoor zonder baliefunctie (Lekdijk 315)

7,2 mvt/100 m2 bvo

1

7,2 x circa 220 m2/100 m2 = 15,84 mvt/etmaal

Kantoor zonder baliefunctie (achter Lekdijk 315)

7,2 mvt/100 m2 bvo

1

7,2 x circa 160 m2/100 m2 = 11,52 mvt/etmaal

1* hotel (Lekdijk 340, maximaal 4 bedden)

6,5 per 10 kamers

1

6,5/(10/4) = 2,6 mvt/etmaal

Totaal

59,48 mvt/etmaal Afname

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

6,72 mvt/etmaal

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|12 De totale verkeersgeneratie zal iets afnemen na realisatie van het planvoornemen. Geconcludeerd kan worden dat verkeer geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Parkeren Voor het parkeren dient voldaan te worden aan de “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020”. Het plangebied valt in ‘(Rest) bebouwde kom’. Voor een Bed & Breakfast geldt specifiek een artikel onder het ‘Afwijkingenbeleid voor de toepassing van afwijkingen op grond van artikel 2.12 van de Wet Algemene Bepalingen omgevingsrecht binnen het grondgebied van de gemeente Molenlanden 2019'. In dit beleid wordt gesteld dat per kamer 1 parkeerplaats dient te worden gerealiseerd. Op de locatie Lekdijk 297 is een financieel hulpbedrijf gevestigd. Op de andere locaties (Lekdijk 307, 312, 314, 315 en 340) binnen het plangebied zijn woningen gevestigd. Voor het planvoornemen worden de woningen Lekdijk 307, 312 en 314 gesloopt. Voor de locatie Lekdijk 314 komt een nieuwe schuur (opslaggebouw). De gronden van Lekdijk 307 en 312 krijgen respectievelijk een tuinen groenbestemming. De voormalige woningen aan de Lekdijk 315 en 340 krijgen een andere functie. Voor de locatie Lekdijk 297 wijzigt niets. In onderstaand tabel is de huidige en toekomstige parkeerbehoefte in beeld gebracht. Bestaande situatie Functie

Norm

Eenheid

Parkeerbehoefte

Koop, huis, vrijstaand (Lekdijk 307, 312, 314, 315 en 340)

2,3 per woning

4

2,3 x 4 woningen = 9,2 parkeerplaatsen

Kantoor zonder baliefunctie (Lekdijk 297)

2,6/100 m2

1

2,6 x circa 350 m2/100 m2 = 9,1 parkeerplaatsen

Totaal

18,3 parkeerplaatsen

Toekomstige situatie Functie

Norm

Eenheid

Parkeerplaatsen

Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) Lekdijk 314

2

1,1/100 m bvo

1

1,1 x circa 90 m2/100 m2 = 0,99 parkeerplaats

Kantoor zonder baliefunctie (Lekdijk 297)

2,6/100 m2

1

2,6 x circa 350 m2/100 m2 = 9,1 parkeerplaatsen

Kantoor zonder baliefunctie (Lekdijk 315)

2,6/100 m2

1

2,6 x circa 220 m2/100 m2 = 5,72 parkeerplaatsen

Kantoor zonder baliefunctie (achter Lekdijk 315)

2,6/100 m2

1

2,6 x circa 160 m2/100 m2 = 4,16 parkeerplaatsen

Bed & breakfast (Lekdijk 340, maximaal 4 bedden)

Per kamer één parkeerplaats

2 (we gaan uit van 2 bedden per kamer)

1 x 2 = 2 parkeerplaatsen

Totaal

21,97 parkeerplaatsen Toename

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

3,67 parkeerplaatsen

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|13 De parkeerbehoefte neemt met circa 4 parkeerplaatsen toe. De 4 extra parkeerplaatsen kunnen op eigen terrein gerealiseerd worden. Geconcludeerd kan worden dat parkeren geen belemmering vormt voor het planvoornemen. In de planregels is dit in artikel 15.1 (parkeren) geborgd: “Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger”.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|14

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Het is in de eerste plaats de keuze van de burger om gebruik te maken van deze minsteriele regeling. De regeling verplicht de gemeente om de woonbestemming van deze woningen te verwijderen. Dit bestemmingsplan geeft voor de genoemde percelen een andere bestemming. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Hetgeen in lijn is met de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te kunnen stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming.

Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland, zoals onder het kopje Nationale Omgevingsvisie (NOVI) staat vermeld. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Hetgeen in lijn is met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|15 Conclusie Het nationale ruimtelijke beleid geeft geen belemmeringen voor het planvoornemen.

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 augustus 2020 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. De zes ambities zijn: 1. Naar een klimaatbestendige delta; 2. Naar een nieuwe economie: the next level; 3. Naar een levendige meerkernige metropool; 4. Energievernieuwing; 5.

Best bereikbare provincie; 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Voor het realiseren van de maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Beleid ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Om te kunnen bepalen of een ontwikkelingen past bij een gebied, onderscheidt de provincie de kwaliteit van gebieden in categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving. Hieruit is de Kwaliteitskaart ontwikkeld, een kaart waarbij de kwaliteiten van onder meer het plangebied inzichtelijk worden gemaakt. Steden en dorpen Het plangebied is volgens de kwaliteitskaart gelegen in ‘steden en dorpen’. Voor dergelijke gebieden zijn de volgende richtlijnen opgenomen in de Omgevingsvisie: •

Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp;

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|16 •

Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijk structuur;

•

Daar waar hoogbouw niet samenvalt met ‘zwaartepunten’ in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving;

•

Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur;

•

Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand;

•

Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd;

•

Het eigen karakter van het historische centrum wordt versterkt;

•

Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringend gebied;

•

Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.

Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Hetgeen in lijn is met de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Omgevingsverordening Zuid-Holland In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld, van kracht vanaf 20 februari 2019. Op 9 april 2019 is er een wijzigingsbesluit vastgesteld voor het onderdeel NNN Krimpenenerwaard van de Omgevingsverordening. Op 1 juli 2020 is de Omgevingsverordening ZuidHolland – verzamelherziening 2020 vastgesteld. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening zijn instrumenten die onderling sterk met elkaar samenhangen. In de systematiek van de Omgevingswet is de inhoud van de Omgevingsvisie voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. In relatie tot het onderhavige plan is artikel 6.9 “Ruimtelijke kwaliteit” van de Omgevingsverordening van toepassing. De provincie Zuid-Holland streeft er naar om stedelijke ontwikkelingen primair te laten plaatsvinden binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het onderhavige plangebied is gelegen binnen het BSD.

Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|17 ii.

c.

Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i. Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.

Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). Het planvoornemen past binnen de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met het provinciaal beleid.

4.3.

Regionaal beleid

Visie 2030 “Open voor elkaar” De “Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ ” is vanuit de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en waarin de beleidskeuzes worden bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat en een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De visie “Open voor elkaar” benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd.

Het voornemen sluit daarmee aan op de Visie 2030 “Open voor elkaar”. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met het regionaal beleid.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|18

4.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Nieuw-Lekkerland De voormalige gemeente Nieuw-Lekkerland heeft op 29 november 2012 de structuurvisie ‘NieuwLekkerland’ vastgesteld. In dit structuurplan heeft de gemeente haar integraal ruimtelijk beleid voor de langere termijn vastgelegd. De structuurvisie moet helderheid verschaffen in het ruimtelijk beleid van de gemeente NieuwLekkerland en de wijze waarop zij deze tot uitvoering wil brengen. Deze helderheid is gewenst voor inwoners en ondernemers, als ook voor andere (semi-)overheden en maatschappelijke partners. De gemeente Nieuw-Lekkerland beoogt met de opstelling van de structuurvisie meerdere inhoudelijke en procesmatige doelen te bereiken: •

Integrale visievorming voor de lange termijn.

•

Bijeenbrengen en afwegen van belangen (inhoudelijk en procesmatig).

•

Toetsings- en inspiratiekader voor ruimtelijke beslissingen. - ‘bottom-up’ voor regionale en provinciale planvorming. - ‘top-down’ voor ruimtelijke initiatieven.

•

Basis voor uitwerking in sectoraal beleid en in juridisch-planologische kaders (zoals bestemmingsplannen).

•

Basis voor uitvoering: de structuurvisie vervult een functie als grondpolitiek instrument. Zo kan via een structuurvisie bij particuliere ontwikkelingen de programmatische invulling van het woningbouwprogramma en het kostenverhaal van bovenplanse kosten af worden gedwongen.

Daarnaast besteedt deze structuurvisie aandacht aan het thema ‘bevolkingsontwikkeling en wonen’. De structuurvisie geeft op basis van de structuur van de huidige woningvoorraad en de bevolkingsopbouw een beeld van de stand van zaken in de gemeente. Aan de hand van de doorrekening naar de toekomst, die rekening houdt met bekende woningbouwplannen en herstructurering, wordt een beeld geschetst van de kwantitatieve en kwalitatieve woonwensen. De input die verkregen wordt uit dit onderzoek is verwerkt in voorliggende structuurvisie. In de kernen wordt ingezet op het behoud van de bestaande cultuurhistorische structuren en panden. Met name de relatie met de Lek en de zichtbaarheid van de Lek vanaf de Lekdijk verdient aandacht. Zo dient de Lekdijk, met aangrenzende historische dijkwoningen, als lijn in het landschap zoveel mogelijk zichtbaar te blijven. Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Met het planvoornemen blijft de Lekdijk, met aangrenzende historische dijkwoningen, als lijn in het landschap zichtbaar. Bouwvlakken zijn zoveel mogelijk strak om de huidige bebouwing gelegd en voor de maximale gooten bouwhoogtes is aangesloten op de omliggende bestaande bebouwing.

De nieuwe functies passen daarbij goed bij de bestaande functies in het gebied. Het voornemen sluit daarmee aan op de Structuurvisie Nieuw-Lekkerland van de voormalige gemeente Nieuw-Lekkerland. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met het gemeentelijk beleid. NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|19

5.

RANDVOORWAARDEN

5.1

Archeologie en cultuurhistorie

Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Beleidsnota Archeologie De gemeenten in de regio Alblasserwaard – Vijfheerenlanden, waaronder de gemeente Molenlanden, hebben een regionaal archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid, vastgesteld op 24 november 2009, is genaamd “Een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart”. De nota is gebaseerd op de uitgangspunten en principes van het Verdrag van Malta en gaat uit van behoud van het cultureel erfgoed in situ (op locatie en veiliggesteld in de bodem). Daarnaast gaat het beleid uit van het principe “de verstoorder betaalt”. Het beleid krijgt vooral gestalte door de bescherming van archeologische waarden en verwachtingen via de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan vormt hierin het centrale instrument. Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden.

Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentzorgcyclus, die er op is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodem verstorende activiteit. Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien of het beperken van bodemingrepen. Onderzoek De onderzoekslocaties liggen binnen het bestemmingsplan ‘Dijkverzwaren Nieuw-Lekkerland’ en geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 2’. Er geldt een onderzoekplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 100 m2 en met een diepte vanaf 30 cm –mv. Voor het planvoornemen zijn de woningen aan de Lekdijk 307 en 312 gesloopt. De voormalige woningen aan de Lekdijk 315 en 340 krijgen een andere functie. De woning aan Lekdijk 314 wordt nog gesloopt. Het perceel Lekdijk 314 krijgt een nieuwe functie, dit wordt namelijk een ondergeschikt bedrijfsgebouw behorende tot Lekdijk 297. Dit gebouw krijgt de functieaanduiding ‘opslag’. Het gebouw aan de Lekdijk 340 krijgt de functieaanduiding ‘bed & breakfast’. Voor Lekdijk 297 verandert er niets.

Het is denkbaar dat bij de gebouwen aan de Lekdijk 315 en 340 niet alleen maar functieverandering plaatsvindt, maar ook herbouw zal plaatsvinden (al is dat in eerste instantie niet het planvoornemen). In dit stadium is het daarom nog niet duidelijk welke feitelijke bodemingrepen NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|20 plaats zullen vinden en of dit leidt tot een onderzoeksplicht. In het nieuwe bestemmingsplan zal daarom de huidige dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’ worden overgenomen. Vervolgens kan bij een concrete aanvraag voor een omgevingsvergunning bepaald worden of een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Conclusie De archeologische waarden zijn beschermd binnen het plangebied door de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ die uit het vigerend bestemmingsplan zijn overgenomen. Dit is voor nu voldoende. Mocht er een concrete aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend worden, dient er vastgesteld te worden of archeologisch onderzoek benodigd is.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Wet Milieubeheer De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wabo en Wet milieubeheer of ze moeten voldoen aan het activiteitenbesluit. In de publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste ligging van de gevel van een woning die mogelijk is. Onderzoek Aan de Lekdijk zijn voornamelijk woningen, maar ook bedrijven aanwezig. Binnen het plangebied ligt een bedrijfsbestemming (Lekdijk 297) en wordt met het planvoornemen de bestaande bedrijfsbestemming ter hoogte van Lekdijk 314 uitgebreid en de bestemmingen ‘Kantoor’ (Lekdijk 315) en ‘Bedrijf’ (Lekdijk 340) toegevoegd. Ten zuiden van het plangebied ligt een klein bedrijventerrein ter hoogte van de Planetenlaan. Het plangebied en haar directe omgeving is daarom aan te merken als ‘gemengd gebied’.

De (nieuwe) bestemmingen ‘Kantoor’ (Lekdijk 315), ‘Bedrijf’ (Lekdijk 297/314 en Lekdijk 340) maken een maximale milieucategorie 1 mogelijk (vergelijkbaar met categorie A van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ‘functiemenging’ die als bijlage bij de regels is opgenomen). De kleinschalige bed en breakfast met maximaal 4 bedden zonder keukenvoorziening voor Lekdijk 340 is ook aan te wijzen als een milieucategorie 1-ontwikkeling. Voor gemengd gebied geldt bij milieucategorie 1 bedrijven een richtafstand van 0 meter. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Daarbij zijn milieucategorie 1 bedrijven goed verenigbaar met omliggende woningen. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|21

5.3

Bodemkwaliteit

Wettelijk kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient een bodemonderzoek te worden verricht met het oog op de beoordeling van de realiseerbaarheid van een bepaalde (bestemmings-)wijziging. Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Hiervoor is het bij nieuwe ontwikkelingen verplichte een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. Onderzoek Voor het planvoornemen is door Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek verricht. Het rapport is als bijlage 1 opgenomen bij de toelichting. Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk bijmengingen met baksteen, kooldeeltjes en cementresten waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met kwik, lood, zink en Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10-VROM) en plaatselijk met nikkel. In de ondergrond zijn de gehalten aan kobalt, lood, nikkel en zink gemeten licht verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium en xylenen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De geconstateerde bijmengingen met baksteen en cementresten worden niet als asbestverdacht aangemerkt. Het voorliggende onderzoek doet echter geen uitspraak over de aanof afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Geadviseerd wordt om na sloop van de schuur aan de achterzijde van de Lekdijk 312 een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 uit te voeren. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Wel zal er na sloop van de schuur aan de achterzijde van de Lekdijk 312 een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 worden uitgevoerd. Dat het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|22 niet toepasbaar is voor consumptie, besproeiing of proceswater levert geen problemen op. Dit is namelijk niet aan de orde.

5.4

Externe veiligheid

Beleidskader Bij de invloed van de externe veiligheid wordt bezien in hoeverre de veiligheidsrisico’s door de gewenste bestemmingen worden overschreden. Het gaat hierbij om risico’s door stationaire (inrichtingsgebonden) activiteiten met gevaarlijke stoffen en risico’s door het transport van gevaarlijke stoffen. In beide gevallen wordt de afweging gebaseerd op de omvang van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, de mogelijke effecten die optreden en de kans dat die effecten ook daadwerkelijk manifest worden. Nieuwe (beperkt) kwetsbare bestemmingen mogen niet voorkomen op plaatsen waar het plaatsgebonden risico groter is dan 10-6 per jaar. De normen voor het plaatsgebonden risico zijn bedoeld als grenswaarden volgens de Wet milieubeheer. Naast het plaatsgebonden risico wordt gekeken naar het groepsrisico. De normen worden weergegeven door middel van risicocontouren. Invloed van stationaire bronnen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijventerrein. Bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken en LPG-tankstations. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunning en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden.

Het besluit is -op enkele onderdelen na- op 27 oktober 2004 inwerking getreden. Nieuwe kwetsbare objecten mogen niet worden gerealiseerd in gebieden waar sprake is van een plaatsgebonden risico (PR) van meer dan 10-6 per jaar. De kans per jaar dat één persoon, die op een bepaalde plaats verblijft, komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen moet kleiner zijn dan 1 op 1 miljoen. Ook het vaststellen van een bestemmingsplannen geldt als nieuwe situatie, waarbij voldaan moet worden aan de eisen uit het Bevi. Concreet betekent dit dat kwetsbare objecten binnen de 10-6 contour niet zijn toegestaan. Volgens de risicokaart van de provincie Zuid-Holland liggen in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen. Wel ligt het plangebied vlakbij rivier de Lek. Hetgeen een risicovolle transportroute (vaarweg) is.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|23

Figuur 6 Uitsnede Risicokaart (oranje cirkel = globale ligging plangebied)

Invloed transport gevaarlijke stoffen, buisleiding Bij het besluit van 24 juli 2010 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van kracht geworden. Dit besluit stelt regels voor risico’s en zonering langs buisleidingen, het opnemen van voorschriften in bestemmingsplannen, technische eisen, het aanwijzen van een toezichthouder, melding van incidenten en beschikbaarheid van noodplannen. Volgens de risicokaart van de provincie Zuid-Holland ligt op circa 2,5 kilometer ten oosten van het plangebied een aardgasleiding. Het plangebied ligt echter ver buiten het invloedsgebied van deze aardgasleiding. Invloed transport gevaarlijke stoffen, wegverkeer Per 1 april 2015 is de Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen van kracht. Basisnet Weg moet de bereikbaarheid van de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het aangrenzende buitenland garanderen voor wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Met Basisnet Weg is een duurzaam evenwicht gecreëerd tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkeling en externe veiligheid. Het Basisnet Weg richt zich uitsluitende op het hoofdwegennet (Rijkswegen en verbindende wegen die van belang worden geacht voor het vervoer van gevaarlijke stoffen). In de directe omgeving van het plangebied vindt geen transport van gevaarlijke stoffen over wegen plaats.

Invloed van transport gevaarlijke stoffen, spoorwegen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig waar transport van gevaarlijke stoffen over plaats vindt.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|24 Invloed transport gevaarlijke stoffen, vaarwegen Op circa 140 meter van het plangebied ligt de Lek. De Lek is onderdeel van de corridor Amsterdam – Rijn en is opgenomen in het Basisnet water. De volgende transporten vinden plaats op de Lek:

Het plangebied ligt echter niet binnen het invloedsgebied van de Lek. Dit invloedsgebied, gebaseerd op de 1%-letaliteitsafstand, bedraagt maximaal 90 meter (conform tabel 4-2 uit de HART). Dit vanwege het transport van brandbare gassen (GF3). Conform Artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (verder: Bevt) moet ingegaan worden op de hoogte van het groepsrisico, de verandering daarvan naar aanleiding van plan en eventuele maatregelen of alternatieven. Dit kan buiten beschouwing worden gelaten als aangetoond kan worden dat het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of de personendichtheid niet meer dan 10% toeneemt én het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde blijft. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de vuistregels uit de bijlagen van de Handleiding risicoanalyse transport (verder: HART). Aangezien de Lek is ingedeeld in bevaarbaarheidsklasse 6 (CEMT), kan vuistregel 1 voor vervoer per water worden toegepast. Een overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico is alleen mogelijk wanneer binnen 200 meter van de oever aanwezigheidsdichtheden voorkomen groter dan 500 personen/ha en de vervoershoeveelheden van stofcategorieën LT2 plus GT3 groter zijn dan 1.000 transporten per jaar. Aangezien geen transporten van LT2 of GT3 plaatsvinden op de Lek, wordt 10% van de oriëntatiewaarde aantoonbaar niet overschreden.

Conclusie Het onderhavige plan ondervindt wat betreft het aspect externe veiligheid geen belemmeringen.

5.6

Geluid

Wet geluidhinder Bij het opstellen of herzien van een bestemmingsplan worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van deze bronnen. Indien het bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Bij het vaststellen van geluidbelasting voor geluidsgevoelige functies zoals ‘Wonen’ dient op grond van de Wgh iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij de weg binnen een woonerf is gelegen of voor de weg een maximum snelheidsregime geldt van 30 km/uur. Op basis van de Wro is het noodzakelijk om aan te tonen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er moet voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|25 Onderzoek Door middel van dit bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.7

Luchtkwaliteit

Wet milieubeheer Binnen de Europese Unie zijn normen voor de luchtkwaliteit vastgesteld (richtlijn 1999/30 EG van de Raad van Europese Unie). De Wet milieubeheer, met ingang van 15 november 2017, implementeert deze regelgeving. Deze wet heeft als doel dat bij toekomstige ontwikkelingen de grenswaarden zoals in de wet gesteld (grenswaarde voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen) niet worden overschreden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn met name stikstofdioxide en fijnstof relevant. De grenswaarden die de wet hieraan stelt worden getoond in onderstaande tabel. Stof

Toetsing van 2

Grenswaarde 3

Geldig

Stikstofdioxide (NO )

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m

Vanaf 2015

Fijnstof (PM10)

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3

Vanaf 11 juni 2011

Fijnstof (PM2,5)

24-uurgemiddelde concentratie

Max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m3

Vanaf 11 juni 2011

Om toetsing van kleinschalige plannen ten aanzien van de luchtkwaliteit overzichtelijk te houden heeft de wetgever het Besluit “Niet In Betekenende Mate” vastgesteld. In dit besluit is vastgelegd in welke gevallen de planontwikkeling niet in betekenede mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit Niet in Betekenende Mate (NIBM) en de bijbehorende regeling is bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden getoetst hoeft te worden. Hierbij zijn twee situaties te onderscheiden: •

Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM10:

•

Een project valt in de categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden: deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.

Huidige luchtkwaliteit Door middel van de NSL-monitoringstool kan gekeken worden naar de huidige luchtkwaliteit in (de omgeving van) het plangebied. Op de NSL-kaart voor de luchtkwaliteit zijn metingen verricht voor het bepalen van de luchtkwaliteit in (de omgeving van) het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool (MT 2021, peiljaar 2020) blijkt dat de concentratie voor NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk 16,8, 16,9 en 9,5 μg/m3 bedragen. Deze concentraties liggen ver onder de grenswaarden. Bovendien is het aantal dagen dat de toegestane concentratie voor stikstof en fijnstof wordt overschreden minder dan 35 dagen. NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|26 Toekomstige luchtkwaliteit Met het planvoornemen neemt het aantal verkeersbewegingen iets af (zie paragraaf 3.2). Een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.8

Natuurwetgeving

Beleidskader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wn) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. Deze nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie vorige wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoort en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd.

De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzonder provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wet natuurbescherming (Wnb) niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: •

Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken;

•

Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;

•

Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

•

Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;

•

Alle Natura 2000-gebieden.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|27

In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren Met de nieuwe wet wijzigt de lijst van beschermde soorten. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en met de komst van de Wnb niet meer en andersom. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten Vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2. Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlage van de verdragen worden tevens vogels genoemd; 3. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wn. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Voor soorten die ook niet in de bijlage van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet.

Op grond van deze bepalingen moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Onderzoek Quickscan natuurwetgeving Voor het planvoornemen is op locatie een ecologische quickscan door ecologisch adviesbureau Natuurlink uitgevoerd. De quickscan is als bijlage 2 opgenomen bij de toelichting. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied valt niet binnen het NNN, waardoor het hiervoor genoemde toetsingskader niet van toepassing is. Ook is ‘externe werking’ niet van toepassing in de Provincie Zuid-Holland. Natura 2000-gebieden Op basis van de gegevens uit de ‘Handreiking woningbouw en AERIUS’, de beperkte afstand van het plangebied tot beschermde Natura 2000-gebieden (1,1 km) en de voorgenomen werkzaamheden is er een kleine kans dat er een significant negatief effect is te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Om juridisch zeker te zijn dat het project geen significante depositie in natuurgebieden veroorzaakt is het daarom noodzakelijk het initiatief te toetsen in AERIUS (zie kopje ‘Stikstof’).

Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot beschermde Natura 2000-gebieden worden er geen overige negatieve effecten verwacht op de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden.

NL.IMRO.1978.BPUitkoopLekdijkLK-VG01

Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk

|28 Gebieden met bijzondere kwaliteit (beschermingscategorie 2) Het plangebied is niet gelegen in of ligt niet direct naast een gebied met bijzondere kwaliteit zoals ‘belangrijke weidevogelgebieden’, ‘openbare recreatiegebieden’ en ‘groene buffers’. Negatieve effecten op deze gebieden worden daarom ook niet verwacht. Algemeen voorkomende broedvogels Een aantal algemeen voorkomende vogels kan mogelijk als broedvogel worden verwacht direct rond het plangebied. Omdat alle vogels tijdens het broeden beschermd zijn, kunnen activiteiten tijdens het broedseizoen die dicht bij mogelijke nestlocaties liggen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Volgens art. 3.1 lid 2 Wnb is het namelijk verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Hieronder valt ook een dusdanige verstoring dat het nest wordt verlaten. Volgens art. 3.1 lid 4 en lid 5 Wnb is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Vogels die zich al in een ongunstige staat van instandhouding bevinden en gevoelig zijn voor verstoring worden echter niet verwacht. Werkzaamheden kunnen daarom het beste worden gestart buiten het broedseizoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=8f906633-cb8f-4363-a78f-b54da10c213c