Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Noordzijde 17a’
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Noordzijde 17a’
Toelichting bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Noordzijde 17a’
Identificatie: NL.IMRO.1978.BPnoordzijde17aABS-VG01 Datum: 24-10-2023 Planstatus: Vastgesteld Versie: 1.0
2
Inhoud 1.
2.
3.
Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1
Inleiding ..................................................................................................... 5
1.2
Kader .......................................................................................................... 8
1.3
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 8
1.4
Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 9
1.5
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 9
1.6
Communicatie ............................................................................................ 9
1.7
Realisatie .................................................................................................... 9
1.8
Leeswijzer................................................................................................. 10
Planbeschrijving .................................................................................................................... 11 2.1
Bestaande situatie ..................................................................................... 11
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 13
Verantwoording beleidskader ......................................................................................... 18 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................... 18
4.
3.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 21
3.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 27
3.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 29
3.5
Conclusie .................................................................................................. 31
Verantwoording sectorale aspecten ............................................................................. 32 4.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 32
4.2
Watertoets ................................................................................................ 34
4.3
Geluid ....................................................................................................... 41
4.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 43
4.5
Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 45
4.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 47
4.7
Kabels en leidingen................................................................................... 49
4.8
Ecologie .................................................................................................... 50
4.9
Bodem ...................................................................................................... 53
4.10 Archeologie .............................................................................................. 56 4.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie ........................................................... 59 5 Juridische planbeschrijving .................................................................................................. 60 5.1
Inleiding ................................................................................................... 60
5.2
Systematiek van de regels ......................................................................... 60
5.3
Bestemmingen .......................................................................................... 60
5.4
Aanduidingen ........................................................................................... 61 3
Bijlage Omschrijving 1 Landschappelijk inpassingsplan 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 3 Ecologische quickscan 4 Aanvullend ecologisch onderzoek huismus 5 Verkennend bodemonderzoek Noordzijde 17a Oud-Alblas 6 Verkennend bodemonderzoek naast Noordzijde 17a Oud-Alblas 7 Verkennend archeologisch onderzoek
Auteur Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten Adromi B.V.
Referentie LTL21235
Datum 26-08-2022
S202119
29-07-2022
Blom Ecologie b.v.
2022-0686
25-11-2022
Blom Ecologie b.v.
2022-0750
26-05-2023
Adromi B.V.
B202210
31-08-2022
Adromi B.V.
B202129
26-08-2022
ADC Archeoprojecten
5846
07-06-2023
4
1.
Inleiding
1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding De Noordzijde 17a te Oud-Alblas betreft een agrarische bedrijfslocatie (zie afbeelding 1). De agrariërs komen op leeftijd, er is geen bedrijfsopvolging en verkoop van het bedrijf is gezien het karakter (locatie, schaal, hoeveelheid grond etc.) zeer onwaarschijnlijk en gezien de locatie in het cultuurhistorische lint ook minder wenselijk. Daarom is de afgelopen tijd het plan ontstaan om het agrarische bedrijf te beëindigen, de agrarische bedrijfsbestemming, -bebouwing (en verhardingen) te saneren, de bedrijfswoning om te zetten naar burgerwoning en naast de bestaande woning twee woningen te realiseren (ruimte-voor-ruimte). Daarnaast is ten westen van de Noordzijde 17a te Oud-Alblas een (verouderd) agrarisch bouwvlak gelegen, met daarop een verouderde voormalige agrarische schuur (zie afbeelding 1). Ter plaatse wordt al geruime tijd geen volwaardig agrarisch bedrijf meer geëxploiteerd. Daarom is ook hier de afgelopen tijd het plan ontstaan om de agrarische bedrijfsbestemming te verwijderen en een toekomstbestendige situatie te creëren. Ter compensatie van het verwijderen van de agrarische bedrijfsbestemming, de sloop van de bestaande schuur én het inzetten van een woonstip* is het plan ter plaatse één woning te realiseren.
*Woonstip: aan de Damseweg 113 te Ottoland is een multifunctioneel pand gerealiseerd op de Vuilendam ten behoeve van een centrumontwikkeling met winkelvoorzieningen en appartementen. Om deze centrumontwikkeling te realiseren was het noodzakelijk een bouwkavel aan te kopen waar een vrijstaande woning was toegestaan. De gemeente Molenlanden heeft deze woonstip / dit bouwrecht daarmee vrijgegeven om de centrumontwikkeling mogelijk te maken en deze financieel economisch verantwoord uit te voeren. Men is al geruime tijd opzoek naar een passende locatie om deze woonstip in te zetten en naartoe te verplaatsen (vanaf 2018). Onderhavige locatie aan de Noordzijde te Oud-Alblas is aangewezen als locatie om deze woonstip in te zetten voor de bouw van een vrijstaande woning. Naast het verwijderen van de agrarische bedrijfsbestemming en de te slopen schuur, dient de woonstip dus tevens als compensatie voor de bouw van de vrijstaande woning. Beide plannen zijn separaat van elkaar door twee aparte initiatiefnemers middels een principeverzoek voorgelegd aan de gemeente Molenlanden. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenlanden heeft besloten om medewerking te verlenen aan beide plannen. Om beide plannen juridischplanologisch mogelijk te maken dient een bestemmingsplanprocedure te doorlopen.
De gemeente en de initiatiefnemers hebben ervoor gekozen om beide plannen in één bestemmingsplanprocedure te doorlopen, omdat de locaties naast elkaar liggen. Het plan betreft daarmee de realisatie van in totaal drie woningen naast de bestaande woning. Ten behoeve van het gezamenlijke plan dient de bestemming ter plaatse te worden gewijzigd. De vigerende moederbestemmingsplannen betreffen de ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ uit 2018, het bestemmingsplan 5
‘Buitengebied Graafstroom 3de herziening’ uit 2015 en het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ uit 2010. De enkelbestemming ter plaatse betreft ‘Agrarisch met waarden’ met twee bouwvlakken. In de huidige situatie is het daarmee toegestaan om een volwaardig agrarische bedrijf te exploiteren met bijbehorende bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen aan de Noordzijde 17a. Op het westelijk gelegen bouwvlak is de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ aanwezig en zijn de volwaardige bedrijfsactiviteiten reeds beëindigd. Het is middels deze bestemmingsplannen daarmee niet toegestaan om de bestaande bedrijfswoning te bewonen als zijnde burgerwoning en drie extra burgerwoningen te realiseren (conform bovengenoemd gezamenlijke plan). Met onderhavig bestemmingsplan wordt hetgeen mogelijk gemaakt én worden volwaardige agrarische bedrijfsactiviteiten en bebouwing uitgesloten in de toekomst. Bouwvlak naast nr. 17a
Bouwvlak nr. 17a
Afbeelding 1: Uitsnede luchtfoto plangebied (indicatief)
1.1.2 Plangebied Het plangebied betreft de Noordzijde 17a te Oud-Alblas en de gronden ten westen hiervan (zie afbeelding 1). Het plangebied bestaat uit twee bouwvlakken. Op de Noordzijde 17a is een volwaardig agrarisch bedrijf gelegen met bijbehorende bedrijfsbebouwing en ten westen een verouderde voormalige agrarische schuur. Ten noorden is het open polderlandschap gelegen en ten zuiden het cultuurhistorische lint van de Noordzijde langs de rivier De Alblas. Kadastraal staat het plangebied bekend met ABS02 – D – 411, deels ABS02 – D – 412, ABS02 – D – 555 en deels ABS02 – D – 556.
6
1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden kan medewerking verlenen aan een plan wanneer deze bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Het plan is een wenselijke ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden, omdat: Het plan voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Middels het plan wordt een volwaardig agrarische bedrijf beëindigd en alle agrarische bedrijfsbebouwing, opstallen en verharding worden verwijderd. Tevens wordt de verouderde schuur ten westen van Noordzijde 17a gesloopt. De bebouwing en verharding neemt hiermee aanzienlijk af en er wordt meer openheid gecreëerd. Tevens wordt de kwaliteit van doorzichten verbeterd, aangezien de hoeveelheid te slopen bebouwing aanzienlijk groter is dan de woningen die hiervoor in de plaats komen. Hiermee is er sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Om tot een optimale ruimtelijke kwaliteitsverbetering te komen worden de woningen op een passende wijze in het landschap ingepast (zie paragraaf 2.2.3). Het plan maakt gebruik van een woonstip.
Naast het verwijderen van de agrarische bedrijfsbestemming en de sloop van de schuur ten westen van de Noordzijde 17a wordt, ten behoeve van de bouw van de nieuwe woning aldaar, gebruik gemaakt van de woonstip die is vrijgekomen aan de Damseweg 113 te Ottoland. Ten behoeve van deze woonstip is men sinds 2018 op zoek naar een passende locatie om deze in te zetten. Verschillende potentiële locaties zijn na nader onderzoek niet geschikt gebleken. Met onderhavige locatie is een geschikte locatie gevonden om de woonstip in te zetten, mede gezien ook op deze locatie zelf een ruimtelijke kwaliteitsverbetering teweeg wordt gebracht. Het plan voorziet in een verbetering van het woon- en leefklimaat. Het plan voorziet in de wijziging van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. Daarmee het wegnemen van twee agrarische bouwvlakken en de planologische mogelijkheid om aldaar een volwaardig (agrarische) bedrijf te exploiteren. Het exploiteren van een volwaardig (agrarische) bedrijf ter plaatse wordt daarmee uitgesloten. Hetgeen een verbetering van het woon- en leefklimaat op de locatie, de directe omgeving en langs de Noordzijde tot gevolg heeft. Het plan voorziet in een verbetering van het milieu.
Middels het verdwijnen van een volwaardig agrarisch bedrijf en het wegnemen van de mogelijkheid om een agrarisch bedrijf te exploiteren ter plaatse wordt de ingezette beleidslijn van de Rijksoverheid gevolgd. Het saneren van agrarische bedrijven heeft positieve gevolgen voor het milieu, waarmee de uitstoot van stikstof, ammoniak e.d. terug worden gedrongen. Met name in relatie tot de zeer actuele stikstofproblematiek heeft het plan een goede en positieve uitwerking op het milieu. Het plan voorziet in de realisatie van duurzame woningen.
7
1.2 Kader Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ en de herzieningen daarop. De laatste parapluherziening is vastgesteld op 20 februari 2018 door de voormalige gemeente Molenwaard. De vigerende bestemmingsplankaart is weergegeven op afbeelding 2. Het plangebied heeft de enkelbestemming: • Agrarisch met waarden; De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie – 5; • Waarde – Archeologie - 7; En de aanduidingen/maatvoeringen: • Bouwvlak; • Figuur: relatie; • Functieaanduiding: bedrijfswoning uitgesloten; • Gebiedsaanduiding: wro-zone – aanlegvergunning overgangsgebied; • Gebiedsaanduiding: wro-zone – wijzigingsgebied dorpslint.
Afbeelding 2: Vigerende bestemmingsplankaart
1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. De bedrijfswoning Noordzijde 17a te Oud-Alblas wordt juridisch-planologisch gewijzigd in een burgerwoning en het wordt mogelijk gemaakt om naast deze bestaande woning drie vrijstaande woningen te realiseren. Twee woningen ter compensatie van het agrarisch bedrijf en
8
één woning voortkomend uit een woonstip en sloop van een schuur. De mogelijkheden voor volwaardige agrarische bedrijven worden verwijderd.
1.4 Maatschappelijk draagvlak Participatie Het plan is in de voorfase reeds meermalen overlegd met de bewoners en initiatiefnemers van Noordzijde 16, 17, 17a en 18. Allen hebben te kennen gegeven achter het plan te staan. Daarnaast zijn de directe buren van het plan geïnformeerd alvorens de bestemmingsplanprocedure is gestart. Het gaat daarbij om de eigenaar/veehouder van een deel van de grond waar het westelijke bouwvlak van wordt verwijderd (nr. 23/23a) en om de buren van nr. 13, 13a, 14 en 15. Allen zijn geïnformeerd over de plannen en hebben te kennen gegeven dat zij geen bezwaar hebben tegen het plan. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de overlegpartners van de gemeente Molenlanden. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken zijn gedurende zes weken ter inzage gelegd, waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Desgevraagd kon ook een mondelinge zienswijze gegeven worden. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemers, welke aangeven dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente wordt een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers gesloten, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemers komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
1.6 Communicatie Er wordt op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure.
1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingesteld, is het vastgestelde bestemmingsplan na de ter inzage termijn onherroepelijk. De sloopmelding(en) en/of omgevingsvergunning(en) voor de sloop van de bebouwing en de bouw van de woningen kunnen dan worden aangevraagd.
9
1.8 Leeswijzer Deze toelichting van het bestemmingsplan bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: • Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; • Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskaders; • Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten; • Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.
10
2.
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur De kern Oud-Alblas is vanaf 1 januari 2019 één van de kernen van de gemeente Molenlanden in de provincie Zuid-Holland. Het dorp Oud-Alblas is omstreeks 1100 ontstaan als lintdorp langs de rivier de Alblas. Vanuit de lintbebouwing is er rondom de kerk een buurtschap ontstaan. Het silhouet van Oud-Alblas, wordt beheerst door de uit 1400 daterende forse bakstenen kerktoren, waarvan het bovenste deel is versierd met nissen. Oud-Alblas heeft in het verleden een veemarkt gekend welke uitermate belangrijk was voor de streek de Alblasserwaard. De veemarkt werd gehouden op het kerkplein ten noorden van de kerk. De veemarkt kon echter niet concurreren tegen de steden Rotterdam en Gorinchem, waardoor de veemarkt ophield te bestaan. Voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog kende Oud-Alblas een bloeiende middenstand. Na de tweede wereldoorlog heeft het lintbebouwingsdorp, zoals de meeste dorpen in de Alblasserwaard een grote groei doorgemaakt, welke is terug te zien in de seriematige uitbreidingswijken rondom de oorspronkelijke kern van het dorp. In de lintdorpen in de Alblasserwaard, waaronder Oud-Alblas, leefden de inwoners met name van de akkerbouw en griendcultuur. Langs de veenstromen werden boerderijen gerealiseerd. Door de ontwatering van het gebied was sprake van bodemdaling.
Op het moment dat de zeespiegel begon te stijgen zorgde dit voor wateroverlast. In 1277 werd de Alblasserwaard bedijkt, waarna het land verder daalde. Windmolens werden gebouwd om het water omhoog te pompen, omdat natuurlijke afwatering naar de riviertjes en de Lek niet meer mogelijk was. De bevolking teelde voornamelijk wilgenhout, vlas en hennep. Tussen de vijftiende en eerste helft van de negentiende eeuw hadden de dorpen regelmatig te kampen met zware overstromingen. Midden van de negentiende verdween de vraag naar hennep als gevolg van de opkomst van de stoomvaart. De bewoners van de dorpen stapten over op veeteelt en hooibouw. De dorpen hebben vandaag de dag nog een agrarisch en landelijk karakter. Het plangebied is gelegen in het cultuurhistorische lint langs de Noordzijde van de rivier De Alblas, ten oosten van de dorpskern. De lintbebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) klassieke woonboerderijen en later gebouwde vrijstaande (arbeiders)woningen. 2.1.2 Huidige status/gebruik Het plangebied betreft een volwaardig agrarisch bedrijfsperceel aan de Noordzijde 17a te Oud-Alblas met daarop een bedrijfswoning en de bijbehorende agrarische bedrijfsbebouwing en opstallen. Ter plaatse is in de huidige situatie nog een agrarisch bedrijf actief.
Daarnaast betreft het plangebied de gronden ten westen van dit bedrijf met daarop een verouderde voormalige agrarische schuur. Ter plaatse is geen volwaardig agrarisch bedrijf meer actief, maar wordt de schuur privé gebruikt. Op onderstaande afbeeldingen is de bestaande situatie ter impressie globaal weergegeven.
11
Afbeelding 3: Luchtfoto bestaande situatie
Afbeelding 4: Vooraanzicht erf Noordzijde 17a Oud-Alblas
12
Afbeelding 5: Aanzicht verouderde schuur ten westen van Noordzijde 17a Oud-Alblas
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan is om het volwaardige agrarische bedrijf ter plaatse van de Noordzijde 17a te Oud-Alblas te beëindigen en het agrarische bouwvlak te verwijderen. De agrarische bedrijfsbebouwing en opstallen ter plaatse te slopen, de bedrijfswoning om te zetten naar burgerwoning en naast de bestaande woning twee woningen te realiseren (ruimte-voor-ruimte). Daarnaast ten westen van de Noordzijde 17a het agrarische bouwvlak te verwijderen, de verouderde voormalige agrarische schuur te slopen en een woonstip (Damseweg 113 Ottoland; zie paragraaf 1.1) in te zetten voor de bouw van een extra woning. In totaal worden er daarmee drie vrijstaande woningen gerealiseerd, naast de te behouden bestaande (bedrijfs)woning. In de bijlagen van deze toelichting is een landschappelijk inpassingsplan toegevoegd van de nieuwe situatie welke een goed beeld geeft van de nieuwe situatie en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering welke deze teweegbrengt. Op afbeelding 6 is deze in het klein weergegeven. In totaal wordt er bij de sloop van het agrarisch bedrijf 1.535 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesaneerd. Naast deze bebouwing wordt er tevens tussen de 4.500-5.000 m2 verhardingen, silo’s, kuilplaten etc. verwijderd (zie paragraaf 4.2; afbeelding 13).
Om te borgen dat er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering en dit ook zo blijft in de toekomst, wordt de maatvoering voor de twee nieuwe woningen gemaximaliseerd op 600 m3 (incl. aan-, uit- en bijgebouwen) (in plaats van de standaardregeling van 750 m3). Hiermee wordt voorkomen dat de locatie in de toekomst niet alsnog te dicht bebouwd wordt.
13
De nieuwe woning aan de westkant sluit wel aan op het huidige beleid en de standaardregeling van maximaal 750 m3 voor de woning (incl. aan- en uitbouwen). Ter plaatse wordt de schuur van ca. 201 m2 gesloopt en de woonstip ingezet.
Afbeelding 6: Nieuwe situatie indicatief
2.2.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting De Noordzijde 17a te Oud-Alblas wordt in de huidige situatie ontsloten middels een betonpad naar het bedrijf (en achtergelegen land) en een inrit naar de bedrijfswoning. De schuur ten westen (en achtergelegen land) is bereikbaar middels een aparte inrit. De ontsluiting voor de bedrijfswoning en het betonpad blijft behouden om het achtergelegen land bereikbaar te houden. Hetzelfde geldt voor de bestaande inrit bij de te slopen schuur. De drie nieuwe woningen krijgen allen een aparte inrit om het perceel te bereiken (zie afbeelding 6 & 8). Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernormering is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020. Voor het vaststellen van de parkeerbehoefte gaat de nota uit van de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’ en de stedelijke zone ‘Buitengebied’. Voor vrijstaande woningen in het buitengebied geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. In totaal zijn er daarmee 9,6 parkeerplaatsen noodzakelijk. Op het erf bij iedere woning is er meer dan voldoende ruimte om minimaal 3 auto’s te parkeren (zie afbeelding 6 & 8). Daarmee kan worden gesteld dat de parkeerbehoefte volledig op het eigen terrein wordt opgelost en kan worden geconcludeerd dat het plan voldoet aan de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020.
14
2.2.3 Molenwaards Kookboek Om in een optimale kwaliteitsverbetering te voorzien is het plan om het plangebied op een verantwoorde wijze landschappelijk in te passen. Bij de uitwerking van de landschappelijke inpassing is door de landschapsarchitect rekening gehouden met het ruimtelijk kwaliteitskader van de gemeente, het ‘Molenwaards Kookboek’. De stappen van het Kookboek zijn hieronder globaal uiteengezet. 1950
1975
2000
2021
Afbeelding 7: Geschiedenis in beeld (topotijdreis)
Geschiedenis Op afbeelding 7 is de geschiedenis van en in de directe omgeving van het plangebied (rood weergegeven) in beeld gebracht. In 1950 is het bebouwingslint langs beide zijden van de rivier De Alblas al goed zichtbaar. Opvallend is dat de bebouwing zich eigenlijk langs het hele lint concentreert tussen de rivier De Alblas en de weg. In 1975 blijft dit nagenoeg ongewijzigd. Direct ten oosten van het plangebied is wel een woning gerealiseerd aan de noordkant van de weg (nu Noordzijde 13). In 2000 is te zien dat de bebouwing in het lint is geintensiveerd. Zowel de bebouwing tussen De Alblas en de weg, maar ook de bebouwing aan de andere zijde van de weg waar agrarische bedrijven zich hebben gevestigd. Zo ook
15
het agrarische bedrijf aan de Noordzijde 17a waar het onderhavige bestemmingsplan betrekking op heeft. In 2021 lijkt de trent naar een hogere bebouwingsdichtheid zich te hebben voortgezet en is te zien dat de watergangen ter plaatse van de te slopen agrarische schuur zijn gewijzigd. Kenmerken omgeving Het plangebied is gelegen in het cultuurhistorische lint langs De Alblas van het dorp Oud-Alblas. Het perceel ligt langs de Noordzijde van De Alblas. Het plangebied betreft een perceel in het karakteristieke slagenlandschap. De cultuurhistorische lintbebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) boerderijen en (kleinere) arbeiders-/knechtenhuisjes. Hier en daar is de traditionele bebouwing vervangen door nieuwbouw (vrijstaande woningen / moderne bedrijven) en hebben de bestaande boerderijen de agrarische functie verloren en zijn volledig in gebruik als woonfunctie. Het onderhavige plan volgt deze trend. De hoofdvolumes (zowel traditioneel als nieuwbouw) zijn hoofdzakelijk rechthoekig opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking. De vervangende nieuwbouwwoningen hebben doorgaans een modernere bouwstijl dan de traditionele (woon)boerderijen en de arbeidershuisjes welke meer klassiek zijn vormgegeven. De gebruikte materialen zijn bij zowel de traditionele bebouwing als de nieuwbouw overwegend traditioneel (streekeigen).
De gebruikte kleuren zijn ingetogen en zijn in harmonie met het omliggende slagenlandschap. Ontwerpuitgangspunten • Behouden / versterken van water, slotenpatroon en natuurlijke oevers; • Behouden / versterken doorzichten, blokkeer geen essentiële landschappelijke elementen; • Behouden / versterken agrarische en dorpse karakter in het cultuurhistorische lint; • Behouden / versterken streekeigen beplanting; • Behouden / versterken gemengde samenstelling qua bouwvolumes; • Gebruik van gebiedseigen bouwstijl; • Aansluiten op de maat, schaal, positie en vormgeving in het lint en de kavel; • Aansluiten qua kleur, materiaalgebruik, vorm en detaillering; • Ontwikkel een groene voortuin, groene afscheidingen met inheemse erfbeplanting (voorkom teveel schuttingen); • Nieuwbouw heeft een rechthoekige opzet, is opgetrokken uit baksteen en voorzien van een gebakken pan/riet (of een afgeleide daarvan); • Aansluiten op het verkavelingspatroon en de verkavelingsrichting; • Parkeren op eigen terrein en waar mogelijk aan het zicht onttrekken. Landschappelijke inpassing De geschiedenis van het plangebied, de kenmerken van de omgeving zijn tesamen met de bovengenoemde kwaliteiten/ontwerpuitgangspunten in het Molenwaards Kookboek én de richtpunten van de kwaliteitskaart van Zuid-Holland (zie paragraaf 3.2.1) als basis gebruikt voor de landschappelijke inpassing van het plan.
In de bijlage van deze toelichting is het inpassingsplan toegevoegd, een uitsnede is zichtbaar op afbeelding 8. Het uitgangspunt is om een optimale ruimtelijke kwaliteitsverbetering te creëren middels het slopen van alle voormalige agrarische bebouwing, het verwijderen van overtollige verharding en het realiseren van 16
duurzame woningen. Het doel is het karakter van het cultuurhistorische lint te stimuleren, daarom worden de woningen ruim opgezet en in lijn met de bestaande woningen gepositioneerd. Hierdoor onstaan er meer en bredere doorzichten. Het verkavelingspatroon blijft behouden en wordt waar mogelijk hersteld (verlengen watergangen), waardoor het agrarische en dorpse karakter wordt gestimuleerd. De woningen worden uitgevoerd in een gebiedseigen bouwstijl en de erven worden groen en middels streekeigen beplanting ingepast. Met dit alles wordt aangesloten bij de richtpunten van de kwaliteitskaart van Zuid-Holland. Zo blijft de diversiteit aan verkavelingspatroon bewaart en blijven de lengtesloten beeldbepalend. De weidsheid van de poldereenheden blijft behouden en wordt zelfs versterkt, waarbij de nieuwe bebouwing binnen de bestaande structuur van het lint wordt geplaatst. Hierdoor blijft het lint de onderscheidende bebouwingsvorm met het lineaire karakter.
Afbeelding 8: Landschappelijk inpassingsplan indicatief
17
3.
Verantwoording beleidskader
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven als de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen 18
stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het Bro biedt geen verdere definitie van het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’.
Inmiddels is door jurisprudentie wel een verder beoordelingskader van dit begrip ontstaan: De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS: 2014:3929). De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRVS 18 december 2013, ECLI: NL:RVS:2013: 2471). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3). Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Middels het plan worden drie wooneenheden toegevoegd. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing van het plan aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk.
3.1.4 Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters Middels dit voorbereidingsbesluit verklaart de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening dat voor het werkingsgebied van het voorbereidingsbesluit een algemene maatregel van bestuur wordt voorbereid over de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten op decentraal niveau voor de bouw van hyperscale datacenters. In het coalitieakkoord is aangegeven dat hyperscale datacenters een onevenredig groot beslag leggen op de beschikbare duurzame energie in verhouding tot de maatschappelijke en/of economische meerwaarde. Daarom wil het kabinet de landelijke regie en de toelatingscriteria bij de vergunningverlening aanscherpen. Het kabinet wil daarom op nationaal niveau in overleg met medeoverheden aanvullend aan de Nationale Omgevingsvisie nadere ruimtelijke keuzes maken waar deze 19
hyperscale datacenters in Nederland gevestigd kunnen worden waarna deze keuzes in instructieregels worden vastgelegd. Het is daarom wenselijk te voorkomen dat voordat deze instructieregels zijn opgesteld en de criteria wettelijk zijn vastgelegd nieuwe hyperscale datacenters in Nederland worden vergund, opgericht en gevestigd. Het plan heeft geen raakvlak met de inhoud van dit voorbereidingsbesluit.
20
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 15 maart 2022 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland geconsolideerd. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.
Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bebouwde ruimte De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten.
Het plan voorziet in een kleinschalige woningbouwontwikkeling op een bestaand agrarisch bedrijfsperceel. Met het saneren van het agrarisch bedrijf, bijbehorende 21
agrarische bedrijfsgebouwen en het verwijderen van twee agrarische bouwvlakken komt er ruimte vrij voor een nieuwe functie. In dit geval wordt de vrijkomende locatie ingevuld met kleinschalige en passende woningbouw, welke op een passende wijze wordt gerealiseerd. Daarmee is er sprake van het beter benutten van de bestaande bebouwde ruimte in het cultuurhistorische lint. Zeker gezien de bebouwing en verharding ter plaatse aanzienlijk afneemt. Verbeteren Ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving.
Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. Het plangebied is in de laag van de cultuuren natuurlandschappen binnen ‘veenweidegebied’ en ’linten’ (zie afbeelding 9; rood omkaderd het plangebied). In de laag van de beleving is het plangebied gelegen in ‘stiltegebied’. Veenweidegebied De ruimtelijke structuur in het veen(weide)gebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veen(weide)landschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten.
Voor ontwikkelingen in het veen(weide)landschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden;
22
• •
Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders; Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.
Afbeelding 9: Uitsnede kwaliteitskaart laag van cultuur- en natuurlandschappen
Linten Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Voor ontwikkelingen in de linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Stiltegebied De stiltegebieden zijn de (relatief) luwe gebieden met beperkte verstedelijking, waar het dagelijks geluid laag is. Hier vindt men rust en stilte als contrast met het dynamisch stedelijk gebied. De provincie hanteert hiervoor het volgende richtpunt: • In de stiltegebieden is alleen ruimte voor “gebiedseigen” geluid. 23
Conclusie Kwaliteitskaart Het karakter van het veenweidegebied en het lint blijft met het plan behouden, zie paragraaf 2.2.3 en het landschappelijk inpassingsplan in de bijlage van deze toelichting hiervoor. De diversiteit aan verkavelingspatronen blijft behouden en beeldbepalend. Kenmerkende landschapselementen worden niet aangetast en het plan draagt bij aan de weidsheid en openheid van de polder. Het bouwvlak wordt aanzienlijk verkleind en de bebouwing gaat zich dichter tegen het cultuurhistorische lint aan concerteren, waardoor meer openheid ontstaat. Zie verdere motivering ook in paragraaf 3.2.2. Het plan voorziet in het saneren van een agrarisch bedrijf en de toevoeging van drie wooneenheden. Ondanks dat een agrarisch bedrijf onder gebiedseigen geluid wordt gerekend, kan wel gesteld worden dat met het verwijderen van het agrarisch bedrijf de geluidbelasting op het gebied wordt verminderd, waardoor het plan bijdraagt in het stiller maken van het stiltegebied (zie tevens paragraaf 3.2.2). 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 1 februari 2023 is de Omgevingsverordening Zuid-Holland geconsolideerd.
Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9). Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: • de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; • de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau.
Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; • de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de
24
omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Het plan kan het beste worden geschaard onder de categorie ‘inpassen’. Het plan past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en er vinden geen wijzigingen plaats op structuurniveau. Er wordt rekeningen gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en de ruimtelijke kwaliteit (zie ook paragraaf 3.2.1) en het plan past bij de aard en schaal van het gebied. Zie hiervoor ook paragraaf 2.2.3. Middels het plan blijft de diversiteit aan verkavelingspatronen behouden, deze worden zelfs versterkt doordat de agrarische bedrijfslocatie komt te vervallen en deels wordt teruggebracht naar grasland. De lengtesloten blijven tevens behouden en beeldbepalend, gelijk kenmerkende landschapselementen. De maat en weidsheid van de polder wordt versterkt, door de afname in grootschalige bebouwing. Het lint blijft de onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied, sterker nog deze wordt ook versterkt doordat de hoeveelheid bebouwing verder de polder in wordt gesloopt en de nieuwe (veel minder) bebouwing zich strakker concentreert langs het lint. Het lineaire karakter blijft dan ook behouden met contact aan de achterzijde met het landschap en aan de voorzijde met de openbare weg.
De huidige korrel wordt verkleind van een grote agrarische bedrijfslocatie naar een kleinschalige woonlint, de historische gaafheid wordt hiermee gerespecteerd. Het eigen gezicht van het lint blijft behouden. De ruimtelijke kwaliteit blijft middels het plan per saldo gelijk, er kan zelfs worden gesproken van een verbetering. Middels het plan wordt een volwaardig agrarische bedrijf beëindigd en alle agrarische bedrijfsbebouwing, opstallen en verharding worden verwijderd. Tevens wordt de verouderde schuur ten westen van Noordzijde 17a gesloopt. De bebouwing en verharding neemt hiermee aanzienlijk af en er wordt meer openheid gecreëerd. Tevens wordt de kwaliteit van doorzichten verbeterd, aangezien de hoeveelheid te slopen bebouwing aanzienlijk groter is dan de woningen die hiervoor in de plaats komen. Om tot een optimale ruimtelijke kwaliteitsverbetering te komen worden de woningen op een passende wijze in het landschap ingepast (zie paragraaf 2.2.3). Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen.
Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: • De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; • Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte. Middels het plan worden drie wooneenheden toegevoegd. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing van het
25
plan aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk (zie paragraaf 3.1.3). Stiltegebied In §3.4.3 zijn in de Omgevingsverordening regels opgenomen voor stiltegebieden. Eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten in een stiltegebied de rust op significante wijze kan worden verstoord, is verplicht dergelijk handelen achterwege te laten, behoudens voor zover dat ingevolge deze verordening uitdrukkelijk is toegestaan, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die verstoring te voorkomen of te beperken. Zodoende zijn bijvoorbeeld toertochten voor motorrijtuigen, waterscooters en snelle motorboten verboden, alsook motorrijtuig buiten de openbare weg of voor bestemmingsverkeer openstaande wegen of terreinen. Het verbod geldt echter niet voor het gebruik van motorrijtuigen die verband houden met de uitoefening van onder andere landbouw. Het plan voorziet in het saneren van een agrarisch bedrijf en de toevoeging van drie wooneenheden. Ondanks dat een agrarisch bedrijf onder gebiedseigen geluid wordt gerekend, kan wel gesteld worden dat met het verwijderen van het agrarisch bedrijf de geluidbelasting op het gebied wordt verminderd.
De toevoeging van drie reguliere burgerwoningen zorgt niet voor een significante toename van de geluidbelasting op het stiltegebied. Daarnaast wordt in de verordening specifiek benoemd dat de volgende activiteiten binnen stiltegebieden in beginsel niet zijn toegestaan: • airguns; • schietwapens; • geluid- en omroepinstallaties; • modeltoestellen die worden aangedreven door een verbrandingsmotor; • het (zonder ontheffing) rijden van motorrijtuigen buiten de openbare weg of buiten andere voor bestemmingsverkeer openstaande wegen of terreinen; • het organiseren of deelnemen aan toertochten (zonder ontheffing); • het varen met een waterscooter; • het varen van een motorboot sneller dan 9 km/h. Het plan voorziet niet in dergelijke activiteiten en is daarmee niet in strijd met de regels voor stiltegebieden. De Omgevingsverordening van de provincie regelt al het verbod op bepaalde activiteiten, het bestemmingsplan hoeft dit in principe niet nog een keer te regelen. Daarnaast verplicht de Omgevingsverordening ook niet om een bepaling ten aanzien van het stiltegebied op te nemen in het bestemmingsplan.
26
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. In het kader van de regionale centrale visie, de vorming van een vitale regio, zijn niet in gebruik zijnde agrarische bedrijfspercelen niet wenselijk. Middels dit plan worden vrijkomende agrarische bedrijfslocaties gesaneerd. De nieuwe woningen worden op een passende wijze vormgegeven en landschappelijk ingepast.
Het plan draagt daarmee bij aan de versterking van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van het landschap en is daarmee in overeenstemming met het regionaal beleid. 3.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen.
Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering met woonmilieus en mentality milieus als handreiking. Oud-Alblas is aangeduid als woondorp. Woondorpen vinden voorzieningen op korte afstand in het naastgelegen voorzieningendorp. Woondorpen hebben een hechte gemeenschap die gebruik maakt van een sterk lokaal sociaal netwerk. Woondorpen zijn aantrekkelijk voor verschillende doelgroepen, met name lokale starters en doorstromers. Om flexibel in te kunnen spelen op de behoefte, is het van belang dat kleinere plannen tot ontwikkeling worden gebracht. Dit plan, dat uit slechts drie extra woningen bestaat ten compensatie van de sanering van agrarische bedrijfslocaties, voldoet aan die behoefte. Bij een dergelijk plan met een beperkt 27
aantal woningen is regionale afstemming niet nodig, wel wordt het plan opgenomen in de planmonitor. Middels het plan en de bouw van de woningen kan gelijktijdig een toekomstbestendige situatie worden gecreëerd ter plaatse van het cultuurhistorische lint en wordt leegstand en verpaupering voorkomen. Tevens kan doorstroming op de woningmarkt worden gestimuleerd, waardoor andere woningen binnen het dorp vrij kunnen komen voor andere doelgroepen.
28
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Molenlanden De Toekomstvisie Molenlanden 2030 ‘Eigenheid in verbondenheid’ houdt de gemeente op koers tot 2030 door dialoog, nabijheid en ambitie. Op zes onderwerpen beschrijft de visie de landelijke en lokale trends en de wensen van de gemeente. Deze trends die de gemeente ziet, gebruikt de gemeente om de wensen mogelijk te maken. Per onderwerp schetst de gemeente het beeld voor het jaar 2030. Deze zes beelden samen bepalen het integrale beeld voor wat de gemeente in 2030 wil zijn: • Inclusieve samenleving: in onze samenleving staat gezondheid voorop en zijn alle inwoners even belangrijk; • Leefomgeving: de omgeving waarin we wonen voelt veilig en is zo ingericht dat we grote gevolgen van klimaat op kunnen vangen. Er staan genoeg woningen in onze gemeente waar vraag naar is; • Economie: Molenlanden is een gemeente waar innovatie een belangrijke plek heeft en ondernemen vanzelfsprekend is; • Recreatie en Toerisme: het toerisme in Molenlanden is in balans; • Klimaat en energie: we werken samen aan een circulair, energieneutraal, klimaatbestendig en schoon Molenlanden met aandacht voor een eerlijke voedselketen waarin afval wordt gezien als grondstof; • Bereikbaarheid: Inwoners van Molenlanden ervaren met verschillende vervoersmiddelen dat onze dorpen, de vestingstad en de regio veilig en goed bereikbaar zijn.
Het plan heeft voornamelijk betrekking op het onderwerp leefomgeving en in mindere mate klimaat. Een agrarisch bedrijf wordt beëindigd en er wordt op een duurzame wijze een nieuwe bestemming gerealiseerd ter plaatse. Leegstand van agrarische bedrijfsbebouwing wordt voorkomen en de nieuwe woningen worden conform de huidige bouweisen geïsoleerd en duurzaam gerealiseerd. De gemeente wenst de identiteit van de dorpen in stand te houden, door een stoppende agrarische bedrijfslocatie op een karakteristieke wijze om te zetten ten behoeve van wonen. Het polderlandschap wordt hersteld en de oorspronkelijke identiteit als open landschap wordt teruggebracht. Het plan is in overeenstemming met de toekomstvisie. 3.4.2 Woonvisie Molenlanden 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020 - 2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: •
•
•
Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029. De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnelt de
29
•
•
gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen.
De Woonvisie geeft aan dat er tot 2030 voldoende woningen gebouwd worden om in de concrete behoefte te voorzien. De afweging om medewerking te verlenen aan dit plan heeft voornamelijk een ruimtelijke argumentatie. Een stoppende agrarische bedrijfslocatie, asbesthoudende in slechte bouwkundige staat zijnde bebouwing en opstallen, worden gesloopt. Hiermee wordt leegstand voorkomen. Ook sluit het plan aan op enkele aspecten van de woonvisie, zo wordt doorstroming gestimuleerd. De nieuwe woningen voldoen aan de landelijke eisen wat betreft duurzaamheid en energiegebruik. Er wordt veel aandacht besteed aan klimaatadaptatie, zo neemt de verharding aanzienlijk af en ontstaat een zachtere en groenere locatie. De locatie komt ook overeen met de visie van de gemeente, het betreft een herbestemming van vrijkomende agrarische bedrijfslocaties.
30
3.5 Conclusie Op basis van het beleidskaders kan worden geconcludeerd dat: • Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; • Vanuit jurisprudentie is met het plan geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' en is toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' niet van toepassing; • De extra woningen worden meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030; • Het plan zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
31
4.
Verantwoording sectorale aspecten
4.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek Het plan voorziet in de toevoeging van drie wooneenheden na de sanering van een agrarisch bedrijf (en twee agrarische bouwvlakken) en de sloop van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. De activiteit, het realiseren van woningen, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D11.2 van het Besluit m.e.r. (stedelijk ontwikkelingsproject). Gezien de kleinschaligheid is er geen directe m.e.r-plicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Bij dit aantal woningen, onder de grenswaarde van 2.000 woningen waarvoor een direct m.e.rplicht geldt, geldt wel de vergewisplicht. Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteit te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden.