CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan ‘Noordeloos, Minkeloos 26-26a’

Raadsvergadering 18 april 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 5a. Raadsvoorstel Bestemmingsplan Noordeloos, Minkeloos 26-26a14.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Noordeloos, Minkeloos 26/26a’

Toelichting bestemmingsplan ‘Noordeloos, Minkeloos 26/26a’

Identificatie: NL.IMRO.1978.BPminkeloos26NDL-VG01 Datum: 18-04-2023 Planstatus: Vastgesteld Versie: 3.0

2

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding............................................................................................................ 5 1.1

Inleiding ..................................................................................................... 5

1.2

Kader .......................................................................................................... 7

1.3

Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 8

1.4

Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 8

1.5

Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 9

1.6

Communicatie .......................................................................................... 10

1.7

Realisatie .................................................................................................. 10

1.8

Leeswijzer................................................................................................. 10

Planbeschrijving .............................................................................................. 11 2.1

Bestaande situatie ..................................................................................... 11

2.2

Nieuwe situatie ......................................................................................... 14

Verantwoording beleidskader .......................................................................... 21 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 21

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 23

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 27

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 28

3.5

Conclusie .................................................................................................. 30

Verantwoording sectorale aspecten ................................................................. 31 4.1

Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 31

4.2

Watertoets ................................................................................................ 33

4.3

Geluid ....................................................................................................... 37

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 39

4.5

Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 41

4.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 44

4.7

Kabels en leidingen................................................................................... 48

4.8

Ecologie .................................................................................................... 49

4.9

Stikstofdepositie ....................................................................................... 52

4.10 Bodem ...................................................................................................... 53 4.11 Archeologie ............................................................................................... 54 4.12 Duurzaamheid en klimaatadaptatie ........................................................... 56 5 Juridische planbeschrijving ................................................................................. 57 5.1

Inleiding .................................................................................................... 57

5.2

Systematiek van de regels ......................................................................... 57

5.3

Bestemmingen .......................................................................................... 57 3

5.4

Aanduidingen ............................................................................................ 57

Bijlage Omschrijving 1 Landschappelijk inpassingsplan 2 Situatietekening parkeren 3 Digitale watertoets 4 5 6 7 8 9

Verkennend bodemonderzoek (incl. asbest) Onderzoek externe veiligheid Ecologische quickscan Stikstofdepositie onderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Nota van Zienswijzen

Auteur Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten Van der Padt & Partners Architecten Waterschap Rivierenland Bakker milieuadviezen

Referentie LTL21319-01

Datum 20-01-2023

RIJ-01

02-09-2021

20201126-924884 BM/26107-2020

26-11-2020

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu Blom Ecologie

M.2019.1260. 00. N001 BE/2020/529/r

07-11-2019

Van den Heuvel Milieuadvies Voortman Ingenieurs

19101

27-08-2021

B-JVO/1616

05-11-2020

Gemeente Molenlanden

-

Feb. 2023

Okt. 2020

05-10-2021

4

1.

Inleiding

1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Karin’s Zonnestraal is een christelijke zorgboerderij dat onder andere agrarische dagbesteding biedt aan zorgvragers met problematieken in het autistische spectrum, met een licht verstandelijke beperking, downsyndroom en/of gedragsstoornissen (kinderen vanaf 4 jaar en volwassenen tot ca. 35 jaar). Men is aangesloten bij Zorgboeren Zuid Holland. Zorgboeren Zuid Holland, biedt administratieve ondersteuning bij de intakes en evaluaties (contracten), regelt dat de betalingen via de SVB of gemeenten binnen komen. Zorgvragers komen via Zorgboeren Zuid Holland binnen. Aan de hand van de zorgvraag wordt gekeken of een zorgvrager wel of niet past en/of de benodigde zorg kan worden aangeboden. Verder biedt Zorgboeren Zuid-Holland intervisie en studiegroep bijeenkomsten om de kennis up-to-date te kunnen houden. De medewerkers van Karin’s Zonnestraal volgen regelmatig trainingen en cursussen om een zo goed mogelijke zorg en kwaliteit te kunnen bieden. Op dit moment biedt Karin’s Zonnestraal zorg aan 50 unieke zorgvragers in de agrarische dagbesteding. Momenteel heeft men nu een wachtlijst. De vraag naar logeren voor zowel in de weekenden als doordeweeks is erg groot. In de regio Alblasserwaard zijn echter onvoldoende zorgboerderijen om hierin te kunnen voorzien. Met Zorgboeren Zuid Holland is dit probleem goed onder de loep genomen.

Hieruit is geconcludeerd dat uitbreiding noodzakelijk is. Karin’s Zonnestraal is op zoek gegaan naar een nieuwe locatie om in deze zorgbehoefte te voorzien. Hierbij is men terecht gekomen bij het perceel Minkeloos 26/26a te Noordeloos. De boerderij Minkeloos 26/26a, de bijbehorende bebouwing en het omliggende erf mag conform het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ (vastgesteld op 11 maart 2015) niet worden gebruikt als zorgboerderij met de daaraan gerelateerde (zorg)activiteiten. Op 17 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenlanden besloten om medewerking te verlenen aan de vestiging van de zorgboerderij en de mogelijkheid tot logeren op de locatie Minkeloos 26/26a te Noordeloos. Gezien de lange doorlooptijd van een bestemmingsplanprocedure en de grote vraag naar logeren, en daarmee de noodzaak tot uitbreiding is, is besloten om een tijdelijke omgevingsvergunning aan te vragen voor het tijdelijk in gebruik nemen van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij (met bedrijfswoning). Op 15 april 2020 is de omgevingsvergunning verleend voor een periode van maximaal 2 jaar. De afgelopen periode is er een toenemende vraag naar zorgeenheden ontstaan. Om op deze concrete zorgbehoefte in te spelen, is het plan om in de bestaande bebouwing bij de zorgboerderij zeven zorgeenheden te realiseren.

5

Middels dit bestemmingsplan wordt het gebruik van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij voor dagbesteding en de mogelijkheid tot logeren van zorgvragers met problematieken in het autistische spectrum, met een licht verstandelijke beperking, downsyndroom en/of gedragsstoornissen, het gebruik van de bijbehorende bebouwing als zorgeenheden en ruimten voor dagbestedingsactiviteiten en het omliggende erf voor aan de zorgboerderij gerelateerde (zorg)activiteiten permanent vastgelegd. 1.1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen ten noordoosten van de kern Hoornaar. Het plangebied is kadastraal bekend als sectie D percelen 689 (gedeeltelijk), 691, 692, 875 (gedeeltelijk), 876, 877, 879, 880 en 881.

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Inspelen op concrete zorgbehoefte (maatschappelijke voorziening) Het plan past binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Molenlanden. Middels dit plan wordt mogelijk gemaakt om op de locatie Minkeloos 26/26a te Noordeloos permanent een zorgboerderij te vestigen. De zorgboerderij is een belangrijke maatschappelijke voorziening voor de gemeente Molenlanden. In de regio Alblasserwaard is concrete behoefte aan zorgboerderijen met de mogelijkheid voor logeren voor zowel in de weekenden als doordeweeks. Dit plan voorziet in deze concrete zorgbehoefte. 6

Verbetering ruimtelijke kwaliteit Het plan levert een bijdrage levert aan de instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij en het karakteristieke landschap. De zorgboerderij is inmiddels al gerestaureerd. De overige bebouwing op het perceel zal tevens worden gerenoveerd. De bebouwing en de aan de zorgboerderij gerelateerde (zorg)activiteiten worden op een passende wijze landschappelijk ingepast. Het plan resulteert in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan is een wenselijke ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.

1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden (vastgesteld op 11 maart 2015). Het plangebied heeft de bestemmingen: • Agrarisch; • Wonen. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie – 3; • Waarde – Archeologie – 5. En de aanduidingen: • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf’; • Functieaanduiding ‘opslag’; • Bouwvlak;

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden

7

Het permanent gebruiken van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij, het gebruik van de bijbehorende bebouwing en het omliggende erf voor aan de zorgboerderij gerelateerde (zorg)activiteiten is strijdig met de bestemming ‘Wonen’. Op 15 april 2020 is de omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk in gebruik nemen van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij voor een periode van maximaal 2 jaar. Middels dit bestemmingsplan wordt het gebruik van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij, het gebruik van de bijbehorende bebouwing en het omliggende erf voor aan de zorgboerderij gerelateerde (zorg)activiteiten permanent vastgelegd.

1.3 Maatschappelijk resultaat Middels dit bestemmingsplan wordt het gebruik van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij (met bedrijfswoning) voor dagbesteding en de mogelijkheid tot logeren van zorgvragers met problematieken in het autistische spectrum, met een licht verstandelijke beperking, downsyndroom en/of gedragsstoornissen, het gebruik van de bijbehorende bebouwing als zorgeenheden en ruimten voor dagbestedingsactiviteiten en het omliggende erf voor aan de zorgboerderij gerelateerde (zorg)activiteiten permanent vastgelegd.

1.4 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Omgevingsdialoog In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan zijn er meerdere opties om omwonenden van een ruimtelijk initiatief te informeren. Gezien de kleinschaligheid van het plan is in dit geval gekozen om de omwonenden persoonlijk te informeren. De initiatiefnemers hebben het plan gepresenteerd aan de directe omwonenden. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan opgestuurd naar de overlegpartners. Het Waterschap Rivierenland en de provincie Zuid-Holland hebben aangegeven geen opmerkingen te hebben op het plan. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn vier zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn inhoudelijk behandeld en van een antwoord voorzien in een ‘Nota van Zienswijzen’. De Nota van Zienswijzen is toegevoegd in de bijlage.

8

De zienswijzen hebben geleid tot onderstaande ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan: 1. Het plan/het landschappelijk inpassingsplan is gewijzigd. Om hinder van de mestplaat voor de omgeving te minimaliseren, is de mestplaat richting het westen verplaatst (naast de huidige paardenbak). 2. De toelichting van het bestemmingsplan is gewijzigd: a. Het gewijzigde landschappelijk inpassingsplan is verwerkt in hoofdstuk 2 Planbeschrijving; b. Paragraaf 4.5 Bedrijven en milieuhinder is gewijzigd/aangevuld; 3. De bijlage bij de regels (landschappelijk inpassingsplan) is geüpdatet. Verder, hebben de initiatiefnemers het plan geoptimaliseerd. Dit heeft geleid tot onderstaande ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan: 4. Het plan/het landschappelijk inpassingsplan is gewijzigd: a. De tuinkas is komen te vervallen (i.v.m. de regelmatig harde wind op deze locatie is het niet handig om hier een kas te plaatsen); 5. De regels van het bestemmingsplan zijn gewijzigd: a. Artikel 3.1 lid d is verwijderd (functieaanduiding ‘kas’); 6. De verbeelding van het bestemmingsplan is gewijzigd: a. De functieaanduiding ‘kas’ is verwijderd; b. Het bestemmingsvlak ‘Maatschappelijk’ is gewijzigd. Het bestemmingsvlak is strak om het erf van de zorgboerderij gelegd (conform het aangepaste landschappelijk inpassingsplan).

Na de ter inzage legging van het ontwerp-bestemmingsplan is aan alle indieners van de zienswijzen de mogelijkheid geboden om hun zienswijze mondeling toe te lichten aan de gemeente Molenlanden. Samengevat zijn in de (telefoon)gesprekken dezelfde bezwaarpunten aangedragen als in de schriftelijke ingediende zienswijzen. Uit de gesprekken kwam wel naar voren dat er bepaalde onduidelijkheden waren over het bestemmingsplan. De (telefoon)gesprekken hebben deze onduidelijkheden (en daarmee gepaard gaande zorgen) deels weggenomen. De gesprekken hebben plaatsgevonden in december 2022/januari 2023.

1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is er een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is. 9

1.6 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via het Gemeenteblad (internet) en het Kontakt).

1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de ter inzage termijn onherroepelijk. Het gebruik van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij (met bedrijfswoning), het gebruik van de bijbehorende bebouwing en het omliggende erf voor aan de zorgboerderij gerelateerde (zorg)activiteiten is daarmee permanent vastgelegd. De omgevingsvergunning voor het verbouwen van de bijbehorende bebouwing tot zorgeenheden en overige aan de zorgboerderij gerelateerde dagbestedingsactiviteiten kan dan worden aangevraagd.

1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: • • • •

Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskaders; Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.

10

2.

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur De kern van Noordeloos is gelegen langs een natuurlijk veenriviertje, genaamd de Noordeloos. Vanuit de klei houdende stroomrug langs dit riviertje is het oorspronkelijke dorpje ontstaan. Deze hoger gelegen stroomruggen waren namelijk droger en beter van ondergrond om op te bouwen. Vanuit het dorp heeft men het achterliggende polderlandschap ontgonnen, iets wat goed te zien is in de huidige ligging van de slagen in het landschap. Het centrum van Noordeloos kenmerkt zich door een dichte soms stedelijke bebouwingsdichtheid. Rond de kerk is van oudsher een concentratie aan bebouwing ontstaan. Anno 2017 is de kern door latere uitbreiding, daterend uit de 20ste eeuw, zowel aan de noord- als de zuidzijde omsloten. Ondanks de latere uitbreidingen wordt het dorpsbeeld grotendeels bepaald door met name monumentale boerderijen. Het dorp Noordeloos is daarmee een karakteristiek voorbeeld van een nederzettingsvorm die rechtstreeks is ontstaan uit de wijze van ontginnen in de Middeleeuwen in een groot deel van het HollandUtrechtse veengebied. De ruimtelijke structuur van de kern Noordeloos is in hoofdlijnen nagenoeg onveranderd gebleven. Het plangebied betreft een voormalige agrarische boerenerf in het buitengebied.

Het plangebied is gelegen aan het einde van de doodlopende polderweg, de Minkeloos (het einde van de cultuurhistorische lintbebouwing).

Afbeelding 3: Bestaande gerenoveerde boerderij Minkeloos 26/26a te Noordeloos

11

2.1.2 Huidige status/gebruik Het plangebied betreft een voormalige agrarisch boerenerf. Een deel van de voormalige agrarische bebouwing is in het verleden gebruikt door een aannemersen verhuurbedrijf. De bestemming is reeds gewijzigd naar ‘Wonen’. De omliggende voormalige agrarische bebouwing is lange tijd gebruikt als opslag van goederen. Na verlening van de tijdelijke omgevingsvergunning is de boerderij Minkeloos 26/26a in gebruik als zorgboerderij (met bedrijfswoning). Op het perceel is de volgende bebouwing aanwezig: • • • •

Gerenoveerde zorgboerderij Minkeloos 26/26a (woonoppervlakte van 405 m2 excl. de beloopbare 2e verdieping met stahoogte en vaste trap); Grote nieuwe loods (525 m2); Gerenoveerde loods (180 m2); Gepotdekselde schuur (80 m2).

Gerenoveerde loods

Grote nieuwe loods

Zorgboerderij Minkeloos 26/26a Gepotdekselde schuur

Afbeelding 4: Bestaande situatie Minkeloos 26/26a te Noordeloos

12

Begane grond

1ste verdieping

2de verdieping Afbeelding 5: Bestaande inrichting zorgboerderij Minkeloos 26/26a te Noordeloos

13

2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Op 15 april 2020 is een omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk in gebruik nemen van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij (met bedrijfswoning) voor een periode van maximaal 2 jaar. Het boerderijgebouw Minkeloos 26/26a is inmiddels ingericht als zorgboerderij met 16 bedden/zorgeenheden en een bedrijfswoning (zie afbeelding 5). Middels dit bestemmingsplan wordt het gebruik van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij voor dagbesteding en de mogelijkheid tot logeren van zorgvragers met problematieken in het autistische spectrum, met een licht verstandelijke beperking, downsyndroom en/of gedragsstoornissen permanent vastgelegd. De afgelopen periode is sprake van een toenemende vraag naar zorgeenheden en een grotere behoefte aan een breder aanbod van dagbesteding. Om op deze concrete zorgbehoefte in te spelen, is het plan om in de bestaande bebouwing bij de zorgboerderij zeven zorgeenheden en ruimten voor dagbestedingsactiviteiten te realiseren. Daarbij is het plan om het omliggende erf voor aan de zorgboerderij gerelateerde (zorg)activiteiten te gebruiken. Concreet is het plan de bestaande bebouwing bij de zorgboerderij in te richten en in gebruik te nemen als: • • • •

Zeven zorgeenheden (zes zorgeenheden in grote nieuwe loods + één eenheid in kleinere gerenoveerde loods); Ontvangstruimte met kantine; Dagbestedingsactiviteiten; Keuken voor dagbesteding, bakken van brood, koek etc.

Tevens is het plan om het omliggende erf rondom de zorgboerderij in te richten in in gebruik te nemen voor de volgende dagbestedingsactiviteiten: • • • • • • •

Paardenbak (zonder verlichting); Paddock (zonder verlichting); Moestuin; Trapveld; Stal + opslag (in bestaande gepotdekselde schuur); Speelweide; Parkeerterrein.

Dagbestedingsactiviteiten De schuren en het erf rondom de boerderij op de locatie Minkeloos 26/26a zullen worden gebruikt voor diverse dagbestedingsactiviteiten. Met het gebruik van de omliggende bebouwing voor dagbestedingsactiviteiten kan er een breder aanbod van dagbesteding worden aangeboden, waarmee de kwaliteit van de zorg wordt verbeterd. Het aanbod van de dagbesteding kan zich tevens meer richten op andere typen zorgvragers. Hierbij moet gedacht worden aan rolstoel gebonden zorgvragers, waar men nu tijdelijk mee is gestopt, omdat de huidige binnenruimtes niet geschikt zijn.

14

Ten zuiden van de zorgboerderij wordt een paardenbak gerealiseerd (binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’. De paardenbak wordt op meer dan 25 meter van (bedrijfs)woningen van derden gesitueerd. De paardenbak wordt uitsluitend gebruikt als dagbesteding voor zorgvragers (geen derden). De paardenbak wordt groen ingepakt middels streekeigen beplanting (zie afbeelding 6). De paardenbak wordt niet groter dan 20 meter bij 40 meter. Lichtmasten en overige bouwwerken zijn niet toegestaan. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke voorwaarden voor het realiseren van een paardenbak.

Afbeelding 6: Nieuwe situatie (uitvergroot in bijlage)

Overnachtingsmogelijkheden (logeren)/zorgeenheden Het logeren wordt voor het overgrote deel gevestigd in de zorgboerderij. In de zorgboerderij zijn inmiddels 16 bedden aanwezig. Dit logeerverblijf kan worden bekostigd vanuit de WMO, de Jeugdwet of de WLZ. Het is voor de zorgvragers van belang dat er sprake is van een huiselijke setting. De slaapkamers en de zolder bieden voldoende ruimte voor het logeren. De zorgboerderij zal verder overdag ook worden gebruikt als huiskamer, keuken en kantine. De afgelopen periode is er een toenemende vraag naar zorgeenheden ontstaan (voor de oudere leeftijdscategorieën). Om op deze concrete zorgbehoefte in te spelen, is het plan om in de bestaande bebouwing bij de zorgboerderij zeven zorgeenheden te realiseren. De zorgeenheden zijn bestemd voor oudere zorgbehoevenden (volwassenen) die hiermee een plek hebben om zich terug te trekken. De zorgeenheden worden bewoond door één persoon. Deze bewoners kunnen echter niet zelfstandig wonen (men eet ook in de gezamenlijke eetruimte). De toekomstige 15

bewoners van de zorgeenheden hebben veelal een psychische beperking, een te laag IQ of gebruiken medicatie, waardoor het niet haalbaar is om een rijbewijs te halen of überhaupt niet de behoefte hebben om te willen auto rijden (angst en/of een trage verwerkingssnelheid). Deze zorgeenheden zijn daarmee totaal niet te vergelijken met sociale huurwoningen.

Afbeelding 7: Plattegrond zorgeenheden in grote nieuwe loods

Maatwerkvoorzieningen aan cliënten met een Wlz-indicatie Zorgboerderij ‘Karin’s Zonnestraal’ biedt daarnaast ook ondersteuning, verblijf, dagbesteding, logereen aan Wlz-geïndiceerde cliënten. Deze kosten declareert de Stichting bij het Zorgkantoor. Om dubbele of onnodige bekostiging te voorkomen, ontvangt de gemeente automatisch melding als een Jeugdwet of Wmo-cliënt wordt geïndiceerd voor Wlz-zorg (Wlz is levenslang en levensbreed 24/7). Elke volwassene vanaf 18 jaar zal zich volgens de gemeentelijke regels vanuit de Basisregistratie Personen inschrijven als kamerbewoner. De zorgeenheden zijn zo veel mogelijk ingericht voor kamerbewoning door cliënten met een beperking. Omdat het geen zelfstandige woningen betreft, wordt er geen beroep gedaan op gemeentelijke vergoedingen voor woningaanpassing. Om deze reden is het verstandig als bij de realisatie/ontwikkeling van de zorgeenheden zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met cliënten met een beperking, zodat er achteraf geen aanpassingen hoeven plaats te vinden. Omgekeerd worden op deze wijze aanvragen voor vergoeding woningaanpassing voor woningen elders in de gemeente voorkomen. Afhankelijk van de persoonlijke situatie van de client kan deze - zoals elke inwoner van de gemeente - een beroep doen op bijzondere gemeentelijke vergoedingen, toeslagen of bijzondere bijstand.

Overigens is de verwachting/het beeld dat de doelgroep van ‘Karin’s Zonnestraal’ niet zozeer fysiek beperkt is, maar cognitief/psychisch zodat de aanspraak op Wmovoorzieningen slechts incidenteel zal voorkomen.

16

2.2.2 Verkeer en parkeren Verkeersafwikkeling Het perceel Minkeloos 26/26a wordt in de huidige situatie ontsloten door een lange in- en uitrit op de Minkeloos. De Minkeloos (incl. de lange in- en uitrit) is in beheer van het Waterschap Rivierenland. Het plangebied is gelegen aan het einde van de Minkeloos (doodlopende weg). De weg zal in de nieuwe situatie niet met meer verkeersbewegingen te maken krijgen dan in de huidige situatie. De weg is voldoende breed om de huidige verkeersgeneratie af te wikkelen. Daarmee is het niet aannemelijk dat de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid, als gevolg van dit plan, buitenproportioneel wordt benadeeld. Bovendien zullen de meeste auto’s/taxi’s in de ochtend richting het plangebied rijden en aan het einde van de dag wegrijden, en dus dezelfde richting volgen. Kiss en Ride

5 parkeerplaatsen

8 parkeerplaatsen Afbeelding 8: Parkeerterrein / Kiss en Ride (uitvergroot in bijlage)

Om verkeersopstoppingen, verkeersonveilige situaties en overlast voor omwonenden uit te sluiten wordt aan de voorzijde, aan het einde van de oprijlaan, een parkeerterrein/verkeerslus gerealiseerd voor het halen en brengen van de zorgvragers. Ter plaatse is reeds een stuk verhard terrein gelegen wat gebruikt zal worden als parkeerterrein /Kiss en Ride (zie afbeelding 8). Taxi’s, taxibusjes en auto’s hebben daar voldoende ruimte om de auto te parkeren en de zorgvragers af te zetten. Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernormering is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020. Voor het vaststellen van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’ en de stedelijke zone ‘buitengebied’. In het gemeentelijk parkeerbeleid is geen specifieke parkeernorm opgenomen voor een zorgboerderij. Een zorgboerderij kan gezien de schaal en aard het beste worden geschaard in de categorie ‘verpleeg/verzorgingstehuizen’. De Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 stelt voor een ‘verpleeg/verzorgingstehuizen’ een parkeernorm 0,6 parkeerplaatsen per eenheid. 17

Het plan voorziet in maximaal 16 bedden om te logeren in het boerderijgebouw, een bedrijfswoning en 7 zorgeenheden (voor één persoon per zorgeenheid). Tabel 1: Parkeren Categorie Zorgboerderij (16 bedden) Zorgeenheden Bedrijfswoning Totaal

Parkeernorm (per eenheid) 0,6 parkeerplaatsen*

Aantal

Parkeerbehoefte

7

4,2 parkeerplaatsen

0,4 parkeerplaatsen* 2,2 parkeerplaatsen -

16 1 -

6,4 parkeerplaatsen 2,2 parkeerplaatsen 12,8 parkeerplaatsen

* De bewoners van zowel de zorgboerderij als de zorgeenheden kunnen niet zelfstandig wonen (men eet ook in de gezamenlijke eetruimte). De toekomstige bewoners hebben veelal een psychische beperking, een te laag IQ of gebruiken medicatie, waardoor het niet haalbaar is om een rijbewijs te halen of überhaupt niet de behoefte hebben om te willen auto rijden (angst en/of een trage verwerkingssnelheid). Derhalve is voor de zorgeenheden een parkeernorm van 0,6 parkeerplaats per eenheid en voor de bedden in de zorgboerderij een parkeernorm van 0,4 parkeerplaats per bed gehanteerd. De benodigde parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost. Binnen het plangebied worden 13 parkeerplaatsen gerealiseerd (zie afbeelding 8). Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de gestelde parkeernormen in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'.

18

2.2.3 Landschappelijke inrichting De boerderij Minkeloos 26/26a te Noordeloos is inmiddels gerestaureerd. De overige bebouwing en de rest van het terrein zal tevens in een goede staat worden gebracht. Om een optimale kwaliteitsverbetering te bereiken wordt het plangebied op een verantwoorde wijze landschappelijk ingericht. Bij de uitwerking van het landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met het ruimtelijk kwaliteitskader van de gemeente, het ‘Molenwaards Kookboek’. Kenmerken plangebied/omgeving Het plangebied betreft een voormalige agrarische boerenerf in het buitengebied. Het plangebied is gelegen aan het einde van de doodlopende polderweg, de Minkeloos (het einde van de cultuurhistorische lintbebouwing). Het plangebied betreft een bebouwingscluster in het slagenlandschap wat ontsloten wordt via de lange oprijlaan naar de Minkeloos. De cultuurhistorische lintbebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) boerderijen en (kleinere) arbeiders/knechtenhuisjes. Hier en daar is de traditionele bebouwing vervangen door nieuwbouw (vrijstaande woningen) en hebben de bestaande boerderijen de agrarische functie verloren en zijn volledig in gebruik als woonfunctie. De hoofdvolumes (zowel traditioneel als nieuwbouw) zijn hoofdzakelijk rechthoekig opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking.

De gebruikte materialen zijn bij zowel de traditionele bebouwing als de nieuwbouw overwegend traditioneel (streekeigen). De gebruikte kleuren zijn ingetogen en zijn in harmonie met het omliggende slagenlandschap. Landschappelijke inpassingsplan Op basis van de landschappelijke analyse is door een landschapsarchitect een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het perceel wordt op een passende wijze landschappelijk ingericht. Het landschappelijk inpassingsplan is uitvergroot toegevoegd in de bijlage. Het uitgangspunt daarbij is behoud dan wel versterken van de waardevolle landschappelijke elementen op het perceel. Aan de oostkant van het plangebied wordt een fruitboomgaard aangelegd als verbindend element, met daarin diverse functies als een speelweide en een trapveld en vormt groene transparante afhechting van het boerderijcluster rond de terp. Er worden geen ingrepen gedaan aan het verkavelings- en/of slotenpatroon. Hiermee is sprake van een goede landschappelijke inpassing van het perceel Minkeloos 26/26a te Noordeloos.

19

Afbeelding 9: Landschappelijk inpassingplan

20

3.

Verantwoording beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. • Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.

21

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.

In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader welke ontwikkelingen als ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ worden aangemerkt. Uit jurisprudentie blijkt dat het in dit verband moet gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. ‘Verplaatsing van een functie die al was toegestaan binnen datzelfde gebied waarbij het bebouwd oppervlak niet toeneemt is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 24 augustus 2016; ECLI:NL:RVS:2016:2316). Dit bestemmingsplan voorziet in het permanente gebruik van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij voor dagbesteding en de mogelijkheid tot logeren van zorgvragers met problematieken in het autistische spectrum, met een licht verstandelijke beperking, downsyndroom en/of gedragsstoornissen, het gebruik van de bijbehorende bebouwing als zorgeenheden en ruimten voor dagbestedingsactiviteiten en het omliggende erf voor aan de zorgboerderij gerelateerde (zorg)activiteiten. Er is geen sprake van een toename van het bebouwd oppervlak en/of het toevoegen van permanente wooneenheden.

Hiermee is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is.

22

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie ZuidHolland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie ZuidHolland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 15 maart 2022 is een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland gepubliceerd. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.

Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).

Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) dient de Ladder voor 23

duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Dit bestemmingsplan voorziet in het permanente gebruik van de woonboerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij voor dagbesteding en de mogelijkheid tot logeren van zorgvragers met problematieken in het autistische spectrum, met een licht verstandelijke beperking, downsyndroom en/of gedragsstoornissen, het gebruik van de bijbehorende bebouwing als zorgeenheden en ruimten voor dagbestedingsactiviteiten en het omliggende erf voor aan de zorgboerderij gerelateerde (zorg)activiteiten. Het plan betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten.

In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt.

Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. Het plangebied is gelegen in het ‘veenweidelandschap’.

24

Plangebied

Afbeelding 10: Kwaliteitskaart

Veenweidegebied De ruimtelijke structuur in het veen(weide)gebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veen(weide)landschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor ontwikkelingen in het veen(weide)landschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.

25

Het plan betreft de functiewijziging van een voormalig boerenerf (nu een woonboerderij met schuren) naar een zorgboerderij. Er is geen sprake van uitbreiding van het bebouwd oppervlak. Er worden geen ingrepen gedaan aan het verkavelingsen/of slotenpatroon. Middels het plan wordt leegstand, verpaupering van de boerderij en overige bebouwing en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. Het plan sluit aan bij de richtpunten voor ontwikkelingen in de gebieden die zijn aangemerkt als ‘veenweidelandschap’. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 15 maart 2022 is een herziening van de Omgevingsverordening gepubliceerd. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie.

Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9). Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a) De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b) Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c) Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de

relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Gezien de schaal en aard kan het plan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Er vinden geen wijzigingen plaats op structuurniveau. Er worden geen wijzigingen gedaan in het verkavelings- en slotenpatroon. De bestaande gebiedsidentiteit blijft ongewijzigd. Het plan is qua aard en schaal passend is in dit gebied. 26

Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: • De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; • Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte. Het plan betreft geen stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Het plan betreft de functiewijziging van een voormalig boerenerf (nu een woonboerderij met schuren) naar een zorgboerderij. Er is geen sprake van uitbreiding van het bebouwd oppervlak. Op basis van de landschappelijke analyse is door een landschapsarchitect een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het uitgangspunt daarbij is behoud dan wel versterken van de waardevolle landschappelijke elementen op het perceel.

Er worden geen ingrepen gedaan aan het verkavelings- en/of slotenpatroon. Het plan draagt bij aan de versterking van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van het landschap. De realisatie van een inpandige bedrijfswoning in de zorgboerderij en het gebruik van de overige bebouwing als zorgeenheden en dagbestedingsactiviteiten is passend binnen de regionale doelstelling om bedrijven welke aan het gebied gebonden zijn de mogelijkheid te bieden zich toekomstbestendig te ontwikkelen. Voor een efficiënte bedrijfsvoering van de zorgboerderij is een inpandige bedrijfswoning noodzakelijk. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.

27

3.3.2 Regionale woonvisie In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking.

Dit plan voorziet per saldo niet in een toevoeging van het aantal wooneenheden. De inpandige bedrijfswoning in de zorgboerderij is voor eigen gebruik van de exploitant van de zorgboerderij. Voor een efficiënte bedrijfsvoering van de zorgboerderij is een bedrijfswoning noodzakelijk. Voor de inpandige bedrijfswoning is op 15 april 2020 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Molenwaard De toekomstvisie van de voormalige gemeente Molenwaard geeft aan dat de gemeente plaats biedt aan mensen die hier wonen, die hier willen blijven en mensen die een binding hebben met de gemeente. Mensen moeten kunnen wonen waar ze willen, de woonwens en de eigen kern als woonplaats staat centraal. Mensen moeten zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Daarom zet ook Molenlanden in op levensloopbestendig wonen en zorg aan huis. In mei 2013 heeft de raad de kaders voor verdeling van het woningbouwprogramma vastgesteld. Relevante kaders zijn het aansluiten bij de demografische ontwikkeling, het bouwen in voorzieningendorpen voor senioren en plannen met maatschappelijke urgentie (zoals centrumplannen) voorrang geven. Het plan sluit aan bij het gemeentelijk beleid van de gemeente Molenlanden (Toekomstvisie Molenwaard). Middels het plan wordt een voormalig boerenerf (nu een woonboerderij met schuren) getransformeerd naar een zorgboerderij. De zorgboerderij is inmiddels gerestaureerd. Het plan speelt in op het streven van de gemeente naar zorg aan huis. De zorgboerderij biedt dagbesteding en de mogelijkheid tot logeren van zorgvragers met problematieken in het autistische spectrum, met een licht verstandelijke beperking, downsyndroom en/of gedragsstoornissen.

28

3.4.2 Woonvisie Molenlanden 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020 - 2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: • Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029. • De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. • De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnel de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. • Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. • Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen.

• Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed). Middels dit plan wordt voorzien in de concrete behoefte naar begeleid wonen voor zorgvragers met problematieken in het autistische spectrum, met een licht verstandelijke beperking, downsyndroom en/of gedragsstoornissen. De zorgboerderij en zorgeenheden voldoen aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. De inpandige bedrijfswoning in de zorgboerderij is voor eigen gebruik van de exploitant van de zorgboerderij. Voor een efficiënte bedrijfsvoering van de zorgboerderij is een inpandige bedrijfswoning noodzakelijk. Voor de inpandige bedrijfswoning is op 15 april 2020 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend. Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie Molenlanden 2020-2024. 3.4.3 Concept Woonzorganalyse (onderdeel van de Woonzorgvisie) De zeven zorgeenheden zijn bedoeld voor de doelgroep cognitieve beperking: lichte verstandelijke beperking (LVB) / downsyndroom en gedragsstoornissen. Vooral in de groep LVB is een stijging te verwachten en daarmee verdergaande lokale behoefte te verwachten. Uit de concept woonzorganalyse – onderdeel van de Woonzorgvisie blijkt dat de huidige capaciteit binnen de gemeente onvoldoende is om de behoefte op te vangen. Het plan is zodoende passend in de concept woonzorganalyse.

Vakteam Mens en Samenleving staat positief tegenover deze ontwikkeling, zowel vanuit de optiek van Jeugd als Zorg en Welzijn en concludeert dat zowel de zorgboerderij (logeerverblijf) als de zorgeenheden voor niet-zelfstandige bewoning voorziet in een zorgbehoefte van inwoners in de (omliggende) gemeente(n).

29

3.5 Conclusie Op basis van het beleidskaders kan worden geconcludeerd dat: • • • •

Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; Het plan betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is; Het plan past binnen het streven van de provincie Zuid-Holland naar het beter benutten en opwaarderen van de ‘bebouwde ruimte. Middels dit plan wordt voorzien in de concrete behoefte naar begeleid wonen voor zorgvragers met problematieken in het autistische spectrum, met een licht verstandelijke beperking, downsyndroom en/of gedragsstoornissen.

30

4.

Verantwoording sectorale aspecten

4.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek Dit bestemmingsplan voorziet in het permanent vastleggen van het gebruik van de boerderij Minkeloos 26/26a als zorgboerderij voor dagbesteding en de mogelijkheid tot logeren van zorgvragers met problematieken in het autistische spectrum, met een licht verstandelijke beperking, downsyndroom en/of gedragsstoornissen, het gebruik van de bijbehorende bebouwing als zorgeenheden en ruimten voor dagbestedingsactiviteiten en het omliggende erf voor aan de zorgboerderij gerelateerde (zorg)activiteiten. Het plan betreft geen ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Er is geen directe m.e.r-plicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Wel geldt de vergewisplicht.

Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteit te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Kenmerken van het plan Het plan maakt het juridisch-planologisch mogelijk om een bestaand boerderijgebouw en omliggend erf en schuren permanent in gebruik te nemen als zorgboerderij. Er is geen sprake van een toename van het bebouwd oppervlak. Behoudens de aan de zorgboerderij gerelateerde activiteiten zullen er geen andere bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Ligging van het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van circa 3,6 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Lingegebied & Diefdijk Zuid’. Op een afstand van circa 1,7 km ligt het Natuurnetwerk Nederland. Gezien de schaal en aard van het plan (functiewijziging) en de ruime afstand van de Natura- 2000gebieden tot het plangebied kunnen nadelige effecten voor gevoelige habitats/natuurgebieden als gevolg van het plan worden uitgesloten. Kenmerken van de potentiële effecten van het plan Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toenemen. De toename van het aantal motorvoertuigbewegingen als gevolg van het plan kan in voldoende mate worden afgewikkeld via de bestaande wegen.

Gezien de kleinschaligheid van het plan zullen geen van de toenames leiden tot significante negatieve effecten op het milieu.

31

Conclusie Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 7.17 van de Wet milieubeheer.

32

4.2 Watertoets Beleidskader In het plangebied is Waterschap Rivierenland de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen, beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en wegbeheerder van de wegen buiten de bebouwde kom, niet zijnde rijks- of provinciale wegen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met het duurzaam waterbeheer. Gemeentelijk beleid Vanuit onder andere het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), is bepaald dat voor alle gemeenten in Nederland een stedelijk waterplan opgesteld moet worden. Om aan deze eis te kunnen voldoen hebben de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom en het waterschap Rivierenland de handen ineengeslagen en het Stedelijk Waterplan Gemeente Liesveld en Graafstroom opgesteld. In dit waterplan is aangegeven welke doelen men wenst te bereiken op het gebied van stedelijk waterbeheer voor de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom. De doelen uit het beleidsplan zijn uitgewerkt in vier aspecten: • Afkoppelen, meer ruimte voor water creëren en diffuse bronnen aanpakken (duurzaam onkruidbeheer, duurzaam bouwen); • Belevingswaarde; • Samenwerking; • Beheer en onderhoud.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=6114a38e-8b77-4728-8f71-43a16ad0a419