Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan 'Noordeloos, Grotewaard 34'
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 34’
Toelichting bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 34’
Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPGrotewaard34NDL-VG01 Status: Vastgesteld Datum: 10-07-2024
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding.............................................................................. 3 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ......................................... 4 1.3 Vigerend bestemmingsplan .................................................... 5 1.4 Leeswijzer .............................................................................. 5 2. Bestaande situatie ....................................................................................... 6 2.1 Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur ..................... 6 2.2 Huidig gebruik ....................................................................... 7 3. Planbeschrijving ........................................................................................... 8 3.1 Plan........................................................................................ 8 3.2 Verkeer en parkeren ............................................................... 9 3.3 Landschappelijke inpassing .................................................. 10 4. Beleidskader ................................................................................................ 12 4.1 Rijksbeleid ...........................................................................
12 4.2 Provinciaal beleid ................................................................. 14 4.3 Regionaal Beleid ................................................................... 31 4.4 Gemeentelijk beleid.............................................................. 32 4.5 Conclusie ............................................................................. 32 5. Milieuaspecten ........................................................................................... 33 5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .............................. 33 5.2 Geluid .................................................................................. 34 5.3 Bedrijven en milieuzonering ................................................. 35 5.4 Bodem.................................................................................. 36 5.5 Archeologie .......................................................................... 37 5.6 Watertoets............................................................................ 39 5.7 Flora en fauna ...................................................................... 43 5.8 Luchtkwaliteit ....................................................................... 46 5.9 Externe veiligheid ................................................................. 48 5.10 Klimaatadaptatie ................................................................
50 6. Juridische planopzet ................................................................................ 51 6.1 Inleiding ............................................................................... 51 6.2 Systematiek van de regels .................................................... 51 6.3 Bestemmingen ..................................................................... 51 6.4 Aanduidingen ....................................................................... 51 7. Economische uitvoerbaarheid ............................................................. 52 7.1 Exploitatie ............................................................................ 52
1
8. Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................... 52 8.1 Vooroverleg ......................................................................... 52 8.2 Zienswijzen .......................................................................... 52
Bijlage Omschrijving 1 Toelichting bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ 2 Landschappelijk inpassingsplan 3 4 5
Verkennend bodemonderzoek Archeologisch onderzoek Reactiebrief provincie ZuidHolland
Auteur Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V.
Referentie 15052
Datum 30-03-2022
Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten Linge Milieu bv
LTL21003
13-09-2017
22-2076
07-06-2022
ADC ArcheoProjecten Provincie ZuidHolland
Rapport 4468
23-02-2018
PZH-2021777096494 DOS-20180008784 PZH-2021778531797 DOS-20180008784 -
26-05-2021
6
Aanvullende brief provincie ZuidHolland
Provincie ZuidHolland
7
Nota van Zienswijzen
Gemeente Molenlanden
26-05-2021
April 2024
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding
Het perceel Grotewaard 33a/34 te Noordeloos is jarenlang in gebruik geweest als agrarisch bedrijf. Het agrarisch bedrijf is beëindigd, waarna het plan is ontstaan om in ruil voor de sanering en wegbestemmen van het agrarisch bedrijf (verwijderen agrarisch bouwvlak) twee vrijstaande woningen te realiseren. Voor het plan is een bestemmingsplanprocedure doorlopen (bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’). Het bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ (IMRO-codering NL.IMRO.1978.BPgrotewaard33aNDL-VG01) is op 7 mei 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Molenlanden vastgesteld. Op dit raadsbesluit is beroep ingesteld, waarna de Raad van State heeft op 10 maart 2021 een tussenuitspraak (uitspraak 201904761/1/R3) gedaan waarin wordt opgedragen om het Raadsbesluit te wijzigen of een nieuw besluit te nemen. In navolging van deze uitspraak is contact gelegd met de provincie Zuid-Holland voor de provinciale toestemming. De provincie heeft haar advies eerst mondeling toegelicht en vervolgens op schrift gesteld. De brief van de provincie is toegevoegd in de bijlage van dit bestemmingsplan. Naar aanleiding van de brief van de provincie Zuid-Holland is de verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd.
De verbeelding voor de woning Grotewaard 34 is aangepast, waarbij het bestemmingsvlak ‘Wonen’ is verkleind, de bestemming ‘Tuin’ is verkleind en het achterste deel van het perceel heeft de bestemming ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘hobbymatig agrarisch gebruik’ gekregen. De provincie Zuid-Holland heeft uiteindelijk in een aanvullende brief aangegeven dat het aangepaste plan voldoet aan de aanbevelingen die de provincie vanuit de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit heeft meegegeven. De aanvullende brief van de provincie is toegevoegd in de bijlage van dit bestemmingsplan. Het gewijzigde bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ (IMRO-codering NL.IMRO. 1978.BPgrotewaard33aNDL-VG02) is op 15 juli 2021 gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Molenlanden. Op dit Raadsbesluit is vervolgens wederom beroep ingesteld, waarna de Raad van State op 30 maart 2022 de uitspraak (uitspraak 201904761/3/R3) heeft gedaan dat de gronden die onderdeel uitmaken van het woonperceel van de woning Grotewaard 34 Noordeloos en buiten de ‘linten’ (conform de toen geldende provinciale kwaliteitskaart) zijn gelegen te vernietigen. Inmiddels is de Omgevingsverordening Zuid-Holland van toepassing. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is meer ruimte voor maatwerk.
Bij inpassen moet, in plaats van te voldoen aan de richtpunten, ‘rekening worden gehouden’ met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft Het bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ (IMRO-codering NL.IMRO. 1978.BPgrotewaard33aNDL-VG03) is inmiddels onherroepelijk (zie afbeelding 2). De uitspraak van de Raad van State heeft tot gevolg dat op het vernietigde deel nog altijd een agrarisch bouwvlak is gelegen (conform het onderliggende bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ (IMRO-codering: NL.IMRO.0689.BP8001-vast). Voor de gemeente Molenlanden is dit een onduidelijke en een vanuit milieukundig oogpunt onwenselijke situatie, waardoor besloten is om het restant van het
3
agrarisch bouwvlak op een passende wijze te herbestemmen. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de herbestemming van een resterend deel van een agrarisch bouwvlak naar tuingrond/erf bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos en daarmee een juridisch-planologische logische afronding van het oorspronkelijke totaalplan.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied betreft een gedeelte van het kadastrale perceel Noordeloos, Sectie D, nummer 892. Het plangebied is gelegen ten oosten van het woonperceel Grotewaard 34 Noordeloos. Aan de noord- en zuidzijde wordt het plangebied door een watergang en aan de oostzijde aan het open polderlandschap.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
Afbeelding 2: Plankaart bestemmingsplan Noordeloos, Grotewaard 33a’
4
1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’, (vastgesteld op 11 maart 2015). De grond waarop het plangebied is gelegen heeft de enkelbestemming: • Agrarisch met waarden - Cultuurhistorische waarden; De dubbelbestemming: • Waarde – Archeologie – 4; • Waarde – Archeologie – 5; Met de aanduiding: • Bouwvlak. Bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren’ Op 27 oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ vastgesteld. Het doel van deze parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in de gemeente Molenlanden. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het parkeerbeleid. In de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020” zijn de parkeernormen opgenomen die van toepassing zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ regelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden voldaan aan de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020”. Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten Op 26 oktober 2021 heeft de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten’ vastgesteld.
Het paraplubestemmingsplan voorziet uitsluitend in een juridische borging voor het reguleren van het beleid met betrekking tot huisvesting van arbeidsmigranten. Door deze regeling wordt het eveneens onmogelijk gemaakt om andere ongewenste huisvestingsvormen toe te staan in woningen.
1.4 Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken. -
Hoofdstuk 2: Bestaande situatie; Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; Hoofdstuk 4: Beleidskader; Hoofdstuk 5: Milieuaspecten; Hoofdstuk 6: Juridische planopzet; Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid; Hoofdstuk 8: Maatschappelijke uitvoerbaarheid.
5
2. Bestaande situatie 2.1 Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur
De kern van Noordeloos is gelegen langs een natuurlijk veenriviertje, genaamd de Noordeloos. Vanuit de klei houdende stroomrug langs dit riviertje is het oorspronkelijke dorpje ontstaan. Deze hoger gelegen stroomruggen waren namelijk droger en beter van ondergrond om op te bouwen. Vanuit het dorp heeft men het achterliggende polderlandschap ontgonnen, iets wat goed te zien is in de huidige ligging van de slagen in het landschap. Het centrum van Noordeloos kenmerkt zich door een dichte soms stedelijke bebouwingsdichtheid. Rond de kerk is van oudsher een concentratie aan bebouwing ontstaan. Anno 2017 is de kern door latere uitbreiding, daterend uit de 20ste eeuw, zowel aan de noord- als de zuidzijde omsloten. Ondanks de latere uitbreidingen wordt het dorpsbeeld grotendeels bepaald door met name monumentale boerderijen. Het dorp Noordeloos is daarmee een karakteristiek voorbeeld van een nederzettingsvorm die rechtstreeks is ontstaan uit de wijze van ontginnen in de Middeleeuwen in een groot deel van het HollandUtrechtse veengebied. De ruimtelijke structuur van de kern Noordeloos is in hoofdlijnen nagenoeg onveranderd gebleven. Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van de kern Noordeloos, aan de Grotewaard. Het plangebied is gelegen in het lint langs de Grotewaard.
De lintbebouwing langs de Grotewaard kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) historische (woon)boerderijen, vervangende vrijstaande nieuwbouwwoningen en kleinere (arbeiders)woningen. Kenmerkend voor de woonpercelen in het cultuurhistorische bebouwingslint langs de Grotewaard is dat hoofdgebouwen doorgaans zijn gerealiseerd in de eerste bebouwingslijn (aan de weg) en de bijbehorende bijgebouwen in de tweede bebouwingslijn. Het bebouwingslint langs de Grotewaard kent géén harde bebouwingsgrens. Dit blijkt uit het feit dat men op meerdere plaatsen in de lintbebouwing langs de Grotewaard ziet dat bebouwing verder van de weg is gelegen en tuinen dieper het landschap in gaan. De bebouwing langs de Grotewaard, zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw, heeft overwegend een traditionele landelijke uitstraling. De gebruikte bouwmaterialen zijn bij zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw overwegend traditioneel. De gebruikte kleuren zijn ingetogen en in harmonie met het omliggende landschap. Op meerdere plaatsen langs de Grotewaard ziet men dat de tuinen bij woningen of (agrarische) bedrijfspercelen diep(er) het landschap ingaan.
6
2.2 Huidig gebruik
Het perceel Grotewaard 34 te Noordeloos betreft sinds de inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ (IMRO-codering NL.IMRO.1978.BP grotewaard33aNDL-VG03) een woonperceel. Het plangebied van dit bestemmingsplan is in de huidige situatie agrarisch grasland. Conform het vigerend bestemmingsplan mogen de gronden vanwege het bouwvlak gebruikt en bebouwd worden voor agrarische doeleinden.
Afbeelding 3: Bestaande situatie
7
3. Planbeschrijving 3.1 Plan
Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische afronding van het oorspronkelijke totaalplan (zie afbeelding 4) voor de locatie Grotewaard 33a/34 te Noordeloos (bouw twee woningen in ruil voor de sanering van een voormalige agrarische bedrijfslocatie) waar reeds een bestemmingsplanprocedure voor is afgerond (bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ met IMROcodering: NL.IMRO.1978.BPgrotewaard33aNDL-VG03). Het restant van het agrarisch bouwvlak wordt gewijzigd naar tuingrond/erf bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos. Op het achterste deel van het woonkavel is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - hobbymatig agrarisch gebruik’ waarmee het mogelijk is ter plaatse hobbymatige agrarische activiteiten uit te oefenen.
Afbeelding 4: Totaalplan
8
Afbeelding 5: Nieuwe juridisch-planologisch situatie
3.2 Verkeer en parkeren Verkeer Het woonperceel Grotewaard 34 te Noordeloos heeft een bestaande in- en uitrit op de Grotewaard (brug gerealiseerd over de wetering). Op deze ontsluiting ligt een recht van overpad voor de eigenaar van de aanliggende agrarische gronden. Parkeren Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 Het gemeentelijk parkeerbeleid van Molenlanden is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ en de daaraan gekoppelde 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROWpublicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad, in zijn geheel, in de categorie ‘niet stedelijk’. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘buitengebied’. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische afronding van het oorspronkelijke totaalplan voor de locatie Grotewaard 33a/34 te Noordeloos (bouw twee woningen in ruil voor de sanering van een voormalige agrarische bedrijfslocatie). De parkeerbehoefte voor de twee woningen wordt opgelost op eigen terrein. Het restant van het agrarisch bouwvlak wordt gewijzigd naar tuingrond/erf bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos. 9
3.3 Landschappelijke inpassing Het totaalplan zorgt met het wegnemen van het agrarisch bouwvlak, de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, het verwijderen van de overtollige terreinverharding voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Door een landschapsarchitect is voor het totaalplan een landschappelijke analyse uitgevoerd en een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Landschappelijke analyse Het plangebied is gelegen in het lint langs de Grotewaard. De lintbebouwing langs de Grotewaard kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) historische (woon)boerderijen, vervangende vrijstaande nieuwbouwwoningen en kleinere (arbeiders)woningen. Kenmerkend voor de woonpercelen in het cultuurhistorische bebouwingslint langs de Grotewaard is dat hoofdgebouwen doorgaans zijn gerealiseerd in de eerste bebouwingslijn (aan de weg) en de bijbehorende bijgebouwen in de tweede bebouwingslijn. Het bebouwingslint langs de Grotewaard kent géén harde bebouwingsgrens. Dit blijkt uit het feit dat men op meerdere plaatsen in de lintbebouwing langs de Grotewaard ziet dat bebouwing verder van de weg is gelegen en tuinen dieper het landschap in gaan. De bebouwing langs de Grotewaard, zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw, heeft overwegend een traditionele landelijke uitstraling.
De gebruikte bouwmaterialen zijn bij zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw overwegend traditioneel. De gebruikte kleuren zijn ingetogen en in harmonie met het omliggende landschap. Landschappelijk inpassingsplan Op basis van de landschappelijke analyse is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het uitgangspunt van het landschappelijke inpassingsplan is om de huidige waardevolle landschapselementen te behouden dan wel te versterken. Het bestaande verkavelings- en slotenpatroon blijft gehandhaafd. Aan de zuidrand van het plangebied worden nieuwe bomen aangeplant waarmee de activiteiten en (vergunningsvrije) bouwwerken in de tuin bij de woning Grotewaard 34 Noordeloos groen worden ingepakt. Hierbij kan gedacht worden aan het planten van knotwilgenen /of elzenrijen langs de watergang. De diepte en de oppervlakte van de tuin bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos is ruimtelijk gezien passend in de huidige korrel en profiel van het lint langs de Grotewaard. De hobbymatige agrarische activiteiten op het achterste deel zorgen voor een passende ‘zachte’ overgang naar het open landschap. Het landschappelijk inpassingsplan is juridisch geborgd in de regels van het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting.
De gronden mogen uitsluitend als tuin in gebruik worden genomen indien het perceel Grotewaard 34 te Noordeloos op een goede wijze landschappelijk wordt ingepast en in stand wordt gehouden. Concreet wordt hieronder verstaan dat de eigenaren van het perceel Grotewaard 34 verplicht zijn om de op afbeelding 6 met rood omkaderde landschappelijke inpassing te realiseren. Het overige groen en erfinrichting is indicatief. De impact van de eventuele realisatie van vergunningsvrije bouwwerken op het omliggende landschap is met de landschappelijke inpassing zeer beperkt.
10
Afbeelding 6: Landschappelijk inpassingsplan
11
4. Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • • • •
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen Rijksbelangen geschaad. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.
Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke Rijksbelangen in het Barro.
12
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.
In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Het voorliggende bestemmingsplan voorziet uitsluitend in de juridischplanologische afronding van het oorspronkelijke totaalplan voor de locatie Grotewaard 33a/34 te Noordeloos (bouw twee woningen in ruil voor de sanering van een voormalige agrarische bedrijfslocatie) waar reeds een bestemmingsplanprocedure voor is afgerond (bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ met IMRO-codering: NL.IMRO.1978.BPgrotewaard33aNDL-VG03). Het restant van het agrarisch bouwvlak wordt gewijzigd naar tuingrond/erf bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos. Hiermee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is.
13
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale Staten het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie is nadien een aantal keer herzien/gewijzigd. Provinciale Staten hebben op 1 april 2023 de laatste wijziging doorgevoerd in de Omgevingsvisie ZuidHolland. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5.
Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).
Conform de Omgevingsvisie kunnen kleinschalige stedelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten (in de bebouwde ruimte).
14
Het voorliggende bestemmingsplan voorziet uitsluitend in de juridischplanologische afronding van het oorspronkelijke totaalplan voor de locatie Grotewaard 33a/34 te Noordeloos (bouw twee woningen in ruil voor de sanering van een voormalige bedrijfslocatie) waar reeds een bestemmingsplanprocedure voor is afgerond (bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ met IMRO-codering: NL.IMRO.1978.BPgrotewaard33aNDL-VG03). Het restant van het agrarisch bouwvlak wordt gewijzigd naar tuingrond/erf bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos. Hiermee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is. Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).
De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hierin wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: 1. Inpassing. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de beleidskeuze landschap. 2. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet.
Een voorbeeld is de aanleg of verbreding van een provinciale weg, een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat. Omdat in deze gevallen niet aan (alle) richtpunten van de beleidskeuze landschap kan worden voldaan, zijn ontwerpoptimalisatie, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied met een nieuwe gebiedsidentiteit. De impact van deze plannen op een gebied is groot. 15
Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Gelet op de wezenlijke verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten van de beleidskeuze landschap kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat die nog niet is ondervangen in de richtpunten. In de meest verregaande vorm van transformatie is van de huidige identiteit niets meer zichtbaar. In alle gevallen is het belangrijk om aansluiting te zoeken bij structuren en patronen aan de rand van de omgeving, bijvoorbeeld een bosrand, waterloop of woonlint. Het ontwerp kan gepaard gaan met inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen in de omgeving. Gelet op de omvang van de ontwikkeling kunnen dergelijke maatregelen – eenvoudiger dan bij aanpassing – onderdeel uitmaken van hetzelfde plan. Bij transformatie-opgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie. Het plan kan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’.
Het betreft een kleinschalige ontwikkeling die aansluit bij de bestaande gebiedsidentiteit en structuur van het lint. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van de omgeving. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een bestaand woonperceel in het landelijk gebied kom. Tevens houdt met plan rekening met de relevante richtpunten van de beleidskeuze landschap. Beleidskeuze landschap De provincie zet in op het versterken en benutten van de verschillen tussen de vier groepen landschappen: kustlandschap, veen(weide) landschap, deltarivierenlandschap en stedelijk landschap. De provincie wil de intrinsieke waarde van de verschillende landschappen behouden, beschermen, op passende wijze benutten en beleefbaar maken. Dit betekent dat zorgvuldig moet worden afgewogen welke ontwikkelingen in welk landschap wenselijk zijn. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het in standhouden, benutten, beleven en versterken van bestaande gebiedskwaliteiten. De provincie hecht waarde aan onbebouwde landschappen. De provincie beschermt het landschap tegen ongewenste ontwikkelingen en wil daarmee versnippering en onomkeerbare aantasting van het landschap tegengaan.
De provincie wil in een aantal gebieden specifieke waarden in stand houden, omdat ze landschappelijk, cultuurhistorisch, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn. De instandhouding en versterking van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde vraagt om toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling. Laag van de ondergrond Ondergrond: Rivierdeltacomplex Het plangebied is gelegen in een rivierklei en veengebied in een rivierdeltacomplex. Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden.
16
De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/ drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: • Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Veenlandschappen – Veen(weide)landschap Het plangebied is gelegen in het ‘Veenweidelandschap’. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels, vele sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het agrarisch gebruik overheerst. Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden.
Het gebruik richt zich op behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems. Een duurzaam gebruik en eigenaarschap van het veen(weide)gebied is van belang. Het maken van nieuwe (agrarische) natuurlandschappen met een (extensieve) recreatieve functie behoort daarbij tot de mogelijkheid. In het oosten van de provincie is het veengebied vermengd met oeverwallen en kommen van het rivierenlandschap. In delen is het voor de oeverwallen kenmerkende fruitteelt aanwezig. De kommen zijn grootschalig met regelmatige (cope)verkaveling, maar gaan al snel over in het veenweidelandschap. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer.
Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.
17
Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen.
Veenweidelandschap
Plangebied
‘Linten’
Afbeelding 7: Ligging plangebied in veenweidelandschap
Laag van de stedelijk occupatie De kaart ‘Laag van de stedelijk occupatie’ is niet van toepassing. Uitsluitend gelden er algemene regels voor bouwwerken voor energieopwekking. Nieuwe vormen van energie zullen steeds meer het landschap beïnvloeden. Diverse nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van locatie, vorm en grootte, matige tot grote invloed op het landschap kunnen hebben. Vooral grote windturbines hebben verreikende invloed. Ook biovergistingsinstallaties en zonnevelden zijn bouwwerken die niet vanzelf en niet altijd passen bij de kenmerken van het gebied. Anderzijds kunnen bouwwerken voor energieopwekking bijdragen aan nieuwe landschappelijke kwaliteit. Bij bouwwerken voor energieopwekking is altijd een zorgvuldige locatiekeuze en/of inpassing van belang. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energieopwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Laag van de beleving De kaart ‘Laag van de beleving’ is niet van toepassing. Totstandkoming voorliggend bestemmingsplan Het perceel Grotewaard 33a/34 te Noordeloos is jarenlang in gebruik geweest als agrarisch bedrijf.
Het agrarisch bedrijf is beëindigd, waarna het plan is ontstaan om in ruil voor de sanering en wegbestemmen van het agrarisch bedrijf (verwijderen agrarisch bouwvlak) twee vrijstaande woningen te realiseren. Voor het plan is een bestemmingsplanprocedure doorlopen (bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’). Het bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ (IMRO-codering NL.IMRO.1978.BPgrotewaard33aNDL-VG01) is op 7 mei 2019 door de gemeenteraad 18
van de gemeente Molenlanden vastgesteld. Op dit raadsbesluit is beroep ingesteld, waarna de Raad van State heeft op 10 maart 2021 een tussenuitspraak (uitspraak 201904761/1/R3) gedaan waarin wordt opgedragen om het Raadsbesluit te wijzigen of een nieuw besluit te nemen. In navolging van deze uitspraak is contact gelegd met de provincie Zuid-Holland voor de provinciale toestemming. De provincie heeft haar advies eerst mondeling toegelicht en vervolgens op schrift gesteld. De brief van de provincie is toegevoegd in de bijlage van dit bestemmingsplan. Naar aanleiding van de brief van de provincie Zuid-Holland is de verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd. De verbeelding voor de woning Grotewaard 34 is aangepast, waarbij het bestemmingsvlak ‘Wonen’ is verkleind, de bestemming ‘Tuin’ is verkleind en het achterste deel van het perceel heeft de bestemming ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘hobbymatig agrarisch gebruik’ gekregen. De provincie Zuid-Holland heeft uiteindelijk in een aanvullende brief aangegeven dat het aangepaste plan voldoet aan de aanbevelingen die de provincie vanuit de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit heeft meegegeven. De aanvullende brief van de provincie is toegevoegd in de bijlage van dit bestemmingsplan. Het gewijzigde bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ (IMRO-codering NL.IMRO.
1978.BPgrotewaard33aNDL-VG02) is op 15 juli 2021 gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Molenlanden. Op dit Raadsbesluit is vervolgens wederom beroep ingesteld, waarna de Raad van State op 30 maart 2022 de volgende uitspraak heeft gedaan (uitspraak 201904761/ 3/R3): ‘De conclusie is dat het besluit van 15 juli 2021, waarbij het bestemmingsplan opnieuw, gewijzigd, is vastgesteld wegens strijd met artikel 2.2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Verordening ruimte dient te worden vernietigd voor zover het gaat om de gronden op het perceel [locatie B], kadastraal bekend gemeente Noordeloos, sectie D, nummers 826 en 892, die ingevolge de bij de Visie ruimte en mobiliteit behorende kwaliteitskaart zijn aangemerkt als "Veen(weide)landschap". Als de raad alsnog bebouwing wil toestaan op deze als "Veen(weide)landschap" aangewezen gronden, staat het hem vrij om de ontheffings- of afwijkingsmogelijkheden te onderzoeken die de Verordening ruimte, thans: de Omgevingsverordening Zuid-Holland, daarvoor biedt.’ De uitspraak van de Raad van State d.d. 30 maart 2022 (201904761/1/R3) heeft ertoe geleid dat op het vernietigde deel nog altijd een agrarisch bouwvlak is blijven liggen (conform het onderliggende bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ (IMRO-codering: NL.IMRO.0689.BP8001-vast).
Een strikte toepassing van de regels van het vigerend bestemmingsplan binnen het agrarisch bouwvlak kunnen echter leiden tot een landschappelijk, ruimtelijk en milieukundig onevenredige situatie. Het plan is derhalve om het restant van het agrarisch bouwvlak te wijzigen naar tuingrond/erf bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische afronding van het totaalplan voor de locatie Grotewaard 33a/34 te Noordeloos (bouw twee woningen in ruil voor de sanering van een voormalige agrarische bedrijfslocatie) waar reeds een bestemmingsplanprocedure voor is afgerond (bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ met IMRO-codering: NL.IMRO.1978.BPgrotewaard33a NDL -VG03).
19
Het door de Raad van State deels vernietigde bestemmingsplan (201904761/1/R3) is destijds getoetst aan de Verordening ruimte 2014 (versie 2018). De Verordening ruimte 2014 (versie 2018) had een imperatief karakter (gebiedende wijs). Bij inpassen moest worden voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, zoals het bouwen binnen het lint. Inmiddels is de Omgevingsverordening ZuidHolland van toepassing. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is meer ruimte voor maatwerk. Bij inpassen moet, in plaats van te voldoen aan de richtpunten, ‘rekening worden gehouden’ met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. De begrenzing van de contouren van het lint en het veenweidelandschap zijn indicatief van aard en functioneren niet als harde begrenzing bij de beoordeling van de vraag aan welke richtpunten dient te worden getoetst (zie bijgevoegde brief provincie Zuid-Holland). Het plangebied is gelegen in het ‘veenweidelandschap’. Voor ontwikkelingen in het veenweidelandschap geldt dat de diversiteit aan verkavelingspatronen behouden moet blijven, er moet rekening worden gehouden met het behoud van kenmerkende landschapselementen (o.a.
de wetering, verkavelings- en slotenpatroon, knotwilgenrijen en/of elzenrijen), de ontwikkeling moet bijdragen aan het behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden en nieuwe bebouwing en bouwwerken moeten worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten. In het plan wordt rekening gehouden met de relevante richtpunten voor het ‘veenweidelandschap’. Voor wat betreft het richtpunt ‘Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders’ wordt gemotiveerd afgeweken. Toepassing afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk In overleg met de provincie Zuid-Holland is besloten dat voor dit richtpunt artikel 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk van de Omgevingsverordening ZuidHolland kan worden toegepast. In artikel 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is een maatwerkregeling opgenomen. De maatwerkregeling is bedoeld om af te wijken van de instructieregels in het provinciale omgevingsbeleid. In een bestemmingsplan kan in beperkte mate worden afgeweken van de instructieregels in het provinciale omgevingsbeleid, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels. Met de afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk wordt gemotiveerd afgeweken van artikel 6.9 lid 2 en artikel 6.9 lid 5 onder a van de Omgevingsverordening.
Met dit plan wordt in relatief beperkte mate afweken van het richtpunt ‘Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders’. Het plan betreft de herbestemming van een resterend deel van een agrarisch bouwvlak naar tuingrond/erf bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos (afronding van het oorspronkelijke totaalplan voor de sanering van een voormalige agrarische bedrijfslocatie). Het ruimtebeslag en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is zeer beperkt. Er wordt slechts in relatief beperkte mate afgeweken van de (statische) contour van het lint. De impact van het opnemen van de tuinbestemming op het landschap is heel beperkt. Zeker in het licht dat het huidige agrarisch bouwvlak (onder bepaalde voorwaarden) op grond van het vigerend bestemmingsplan voor 67% mag worden bebouwd. Deze planologische bouwmogelijkheden zijn voor het overgrote deel weggenomen met het bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ (IMROcodering: NL.IMRO.1978.BPgrotewaard33a NDL -VG03). In de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn de werkingsgebieden voor linten gebaseerd op de wegenstructuur. Er is hierin geen rekening gehouden met 20
bestaande waterlopen. In dit geval is er sprake van een wetering welke door het plangebied loopt (niet evenwijdig aan de Grotewaard). Als gevolg hiervan is op de locatie Grotewaard 34 te Noordeloos de ruimte (landoppervlak) binnen de contouren van het lint zeer beperkt. Vanwege de ligging van de wetering binnen de contouren van het lint is er op de locatie Grotewaard 34 in het kader van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering (de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en de bouw van een woning) geen ruimte om de tuin bij de woning Grotewaard 34 binnen de contouren van het lint te situeren (zoals dat bij de noordelijke buurpercelen wel het geval is). Daarnaast betreft de Grotewaard een regionale waterkering. In de nabijheid van de waterkering is nieuwe bebouwing toegestaan, mits de bebouwing boven het profiel van vrije ruimte (Pvvr) van de waterkering wordt gebouwd. Om boven het profiel van vrije ruimte te bouwen moet het woonperceel fors opgehoogd worden dat vanuit landschappelijk, cultuurhistorisch en civieltechnisch (afwatering) oogpunt niet wenselijk is. Verder is aan de westzijde een wetering gelegen. Het beleid van het waterschap stelt dat langs de wetering een obstakelvrije onderhoudsstrook van 5 meter in acht dient te worden genomen. Dit speelt op meerdere plaatsen in het lint langs de Grotewaard.
Dit blijkt uit het feit dat men op meerdere plaatsen in de lintbebouwing langs de Grotewaard ziet dat bebouwing verder van de weg is gelegen en tuinen dieper het landschap in gaan. De diepe(re) tuinen zijn daarmee kenmerkend voor de structuur van het lint langs de Grotewaard. Het verleggen van de wetering is geen optie gezien het conform de richtpunten voor het veenweidelandschap wenselijk is om bestaande weteringen/veenstromen te behouden (als kenmerkend landschapselement). Dit zou afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit van het veenweidelandschap. Om er voor te zorgen dat de ruimtelijke kwaliteit in het veenweidelandschap behouden blijft is een landschapsarchitect benaderd. Voor het totaalplan is door de landschapsarchitect een landschappelijke analyse uitgevoerd. Op basis hiervan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het uitgangspunt van het landschappelijke inpassingsplan is om de huidige waardevolle landschapselementen te behouden dan wel te versterken. De wetering en het bestaande verkavelingsen slotenpatroon blijven gehandhaafd. Aan de zuidrand van het plangebied worden nieuwe bomen aangeplant waarmee de activiteiten en (vergunningsvrije) bouwwerken in de tuin bij de woning Grotewaard 34 Noordeloos groen worden ingepakt. Hierbij kan gedacht worden aan het planten van knotwilgen- en/of elzenrijen langs de watergang.
De diepte en de oppervlakte van de tuin bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos is ruimtelijk gezien passend in de huidige korrel en profiel van het lint langs de Grotewaard. De hobbymatige agrarische activiteiten op het achterste deel zorgen voor een passende ‘zachte’ overgang naar het open veenweidelandschap. Het landschappelijk inpassingsplan is juridisch geborgd in de regels van het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting. De gronden mogen uitsluitend als tuin/erf in gebruik worden genomen indien het perceel Grotewaard 34 te Noordeloos op een goede wijze landschappelijk wordt ingepast en in stand wordt gehouden. De impact van de eventuele realisatie van vergunningsvrije bouwwerken op het omliggende veenweidelandschap is met de landschappelijke inpassing zeer beperkt.
21
Ter voorkoming van de realisatie van overkappingen op de gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ (zonder de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - hobbymatig agrarisch gebruik'), het veenweidelandschap, is in artikel 3.2 onder a van de regels van dit bestemmingsplan vastgelegd dat er op deze gronden geen gebouwen en overkappingen mogen worden gerealiseerd. Hiermee wordt de impact van de eventuele vergunningvrije bouwwerken op het omliggende veenweidelandschap nog meer beperkt. Concluderend, het plan doet geen onevenredige afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van het veenweidelandschap. Hierdoor is een beroep op de afwijking voor maatwerkregeling (artikel 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk), om gemotiveerd af te wijken van artikel 6.9 lid 2 en artikel 6.9 lid 5 onder a van de Omgevingsverordening, gerechtvaardigd. Tabel 1: Toetsing plan aan richtpunten ruimtelijke kwaliteit Richtpunten In hoeverre wordt voldaan en/of rekening gehouden met het richtpunt Laag van de ondergrond Op de locatie Grotewaard 34 (lees: Ondergrond: Rivierdeltacomplex het plangebied) zijn geen komMet het volgende richtpunt wordt rekening gronden en oeverwallen aanwezig. gehouden: Het plangebied is een ontgonnen veenvlakte. Ter plaatse van de • Ontwikkelingen in het rivierengebied rivier de Giessen is de ondergrond houden het verschil tussen komgronden ‘stroomrug of stroomgordel’.
en oeverwallen herkenbaar. De rivierkom en oeverwalachtige vlakte ligt ten noorden van het plangebied (bron: DINOloket). Het voorliggende plan betreft de herbestemming van een resterend deel van een agrarisch bouwvlak naar tuingrond/erf bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos (afronding van het oorspronkelijke totaalplan voor de sanering van een voormalige agrarische bedrijfslocatie). Het ruimtebeslag en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is zeer beperkt. Het plan doet derhalve geen afbreuk aan het herkenbaar houden van het verschil tussen komgronden en oeverwallen. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Veenlandschappen - Veen(weide)landschap De volgende richtpunten worden in acht genomen:
Voor het totaalplan is door een erkend landschapsarchitect een landschappelijke analyse uitgevoerd. Aan de hand hiervan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie paragraaf 3.3).
22
•
Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden.
Het uitgangspunt van het landschappelijke inpassingsplan is om de huidige waardevolle landschapselementen te behouden dan wel te versterken. Het bestaande verkavelings- en slotenpatroon blijft gehandhaafd. Er worden geen sloten gedempt.
•
Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden.
Het totaalplan, waar dit bestemmingsplan onderdeel van uit maakt, zorgt met het wegnemen van het agrarisch bouwvlak ten oosten van de wetering (ruim 1 ha welke grond van het vigerend bestemmingsplan voor 67% mag worden bebouwd) en de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (de grote schuur ten noorden van het woonperceel Grotewaard 34) én in ruil daarvoor het creëren van een woonperceel met een oppervlakte van ca. 1.900 m2, voor een aanzienlijke positieve bijdrage aan de maat en weidsheid van de polder.
•
Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling.
Gezien de kleinschaligheid van dit plan is de impact van dit plan op het veen in dit gebied heel beperkt. Zeker in het licht van het totaal dat het huidige agrarisch bouwvlak (onder bepaalde voorwaarden) op grond van het vigerend bestemmingsplan voor 67% mag worden bebouwd. Met het totaalplan, waar dit bestemmingsplan onderdeel van uitmaakt, zijn de planologische bouwmogelijkheden in dit gebied aanzienlijk beperkt. Daarmee draagt dit plan bij aan het beperken van bodemdaling.
•
Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders.
Voor wat betreft dit richtpunt wordt gemotiveerd afgeweken. In overleg met de provincie ZuidHolland is besloten dat voor dit richtpunt artikel 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk van de Omgevingsverordening ZuidHolland kan worden toegepast.
23
In artikel 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk van de Omgevingsverordening ZuidHolland is een maatwerkregeling opgenomen. De maatwerkregeling is bedoeld om af te wijken van de instructieregels in het provinciale omgevingsbeleid. In een bestemmingsplan kan in beperkte mate worden afgeweken van de instructieregels in het provinciale omgevingsbeleid, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels. Met de afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk wordt gemotiveerd afgeweken van artikel 6.9 lid 2 en artikel 6.9 lid 5 onder a van de Omgevingsverordening. Met dit plan wordt in relatief beperkte mate afweken van het richtpunt ‘Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders’. Het plan betreft de herbestemming van een resterend deel van een agrarisch bouwvlak naar tuingrond/erf bij de woning Grotewaard 34 te Noordeloos (afronding van het oorspronkelijke totaalplan voor de sanering van een voormalige agrarische bedrijfslocatie). Het ruimtebeslag en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is zeer beperkt. Er wordt slechts in relatief beperkte mate afgeweken van de (statische) contour van het lint. De impact van het opnemen van de tuinbestemming op het landschap is heel beperkt.
Zeker in het licht dat het huidige agrarisch bouwvlak (onder bepaalde voorwaarden) op grond van het vigerend bestemmingsplan voor 67% mag worden bebouwd. Deze planologische bouwmogelijkheden zijn voor het overgrote deel
24
weggenomen met het bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ (IMRO-codering: NL.IMRO.1978.BPgrotewaard33a NDL -VG03). In de Omgevingsverordening ZuidHolland zijn de werkingsgebieden voor linten gebaseerd op de wegenstructuur. Er is hierin geen rekening gehouden met bestaande waterlopen. In dit geval is er sprake van een wetering welke door het plangebied loopt (niet evenwijdig aan de Grotewaard). Als gevolg hiervan is op de locatie Grotewaard 34 te Noordeloos de ruimte (landoppervlak) binnen de contouren van het lint zeer beperkt. Vanwege de ligging van de wetering binnen de contouren van het lint is er op de locatie Grotewaard 34 in het kader van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering (de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en de bouw van een woning) geen ruimte om de tuin bij de woning Grotewaard 34 binnen de contouren van het lint te situeren (zoals dat bij de noordelijke buurpercelen wel het geval is). Daarnaast betreft de Grotewaard een regionale waterkering. In de nabijheid van de waterkering is nieuwe bebouwing toegestaan, mits de bebouwing boven het profiel van vrije ruimte (Pvvr) van de waterkering wordt gebouwd. Om boven het profiel van vrije ruimte te bouwen moet het woonperceel fors opgehoogd worden dat vanuit landschappelijk, cultuurhistorisch en civieltechnisch (afwatering) oogpunt niet wenselijk is.
Verder is aan de westzijde een wetering gelegen. Het beleid van het waterschap stelt dat langs de wetering een obstakelvrije onderhoudsstrook van 5 meter in acht dient te worden genomen. Dit speelt op meerdere plaatsen in het
25
lint langs de Grotewaard. Dit blijkt uit het feit dat men op meerdere plaatsen in de lintbebouwing langs de Grotewaard ziet dat bebouwing verder van de weg is gelegen en tuinen dieper het landschap in gaan. De diepe(re) tuinen zijn daarmee kenmerkend voor de structuur van het lint langs de Grotewaard. Het verleggen van de wetering is geen optie gezien het conform de richtpunten voor het veenweidelandschap wenselijk is om bestaande weteringen/veenstromen te behouden (als kenmerkend landschapselement). Dit zou afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit van het veenweidelandschap. Concluderend, het plan doet geen onevenredige afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van het veenweidelandschap. Hierdoor is een beroep op de afwijking voor maatwerkregeling (artikel 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk), om gemotiveerd af te wijken van artikel 6.9 lid 2 en artikel 6.9 lid 5 onder a van de Omgevingsverordening, gerechtvaardigd. •
Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.
Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen.
Niet van toepassing. Het plan voorziet niet in de nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf.
Voor het totaalplan is door een erkend landschapsarchitect een landschappelijke analyse uitgevoerd. Aan de hand hiervan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie paragraaf 3.3). Het uitgangspunt van het landschappelijke inpassingsplan is om de huidige waardevolle landschapselementen (o.a. de
26
wetering, verkavelings- en slotenpatroon, knotwilgenrijen en/of elzenrijen) te behouden dan wel te versterken. Het landschappelijk inpassingsplan is juridisch geborgd in de regels van het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting. De gronden mogen uitsluitend als tuin in gebruik worden genomen indien het perceel Grotewaard 34 te Noordeloos op een goede wijze landschappelijk wordt ingepast en in stand wordt gehouden. Concreet wordt hieronder verstaan dat de eigenaren van het perceel Grotewaard 34 verplicht zijn om het perceel aan de zuidrand landschappelijk in te passen. De impact van de eventuele realisatie van vergunningsvrije bouwwerken op het omliggende landschap is met de landschappelijke inpassing zeer beperkt. Laag van de stedelijk occupatie Bouwwerken voor energie-opwekking Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energieopwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving.
Het plan voorziet niet in de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energieopwekking. De kaart ‘Laag van de stedelijk occupatie’ is niet van toepassing.
Laag van de beleving
De kaart ‘Laag van de beleving’ is niet van toepassing.
27
4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de Omgevingsvisie hebben de Provinciale Staten op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. De Omgevingsverordening is gelijktijdig met de Omgevingsvisie herzien/gewijzigd. De Provinciale Staten heeft op 1 april 2023 de laatste wijziging doorgevoerd in de Omgevingsverordening ZuidHolland. De Omgevingsverordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9 lid 5). Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a.