Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Groot-Ammers, Wilgenweg 3
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Wilgenweg 3’ (Avonturenboerderij Molenwaard)
Toelichting bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Wilgenweg 3’ (Avonturenboerderij Molenwaard)
Opgesteld door: Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. Lekdijk 44 2967 GB Langerak Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPWilgenweg3AMS-VG01 Datum: 28-09-2021 Planstatus: Vastgesteld
2
Inhoud 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1
Inleiding ..................................................................................................... 5
1.2
Kader .......................................................................................................... 8
1.3
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 9
1.4
Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 9
1.5
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid............................ 11
1.6
Communicatie .......................................................................................... 11
1.7
Realisatie .................................................................................................. 11
1.8
Leeswijzer................................................................................................. 11
Planbeschrijving .................................................................................................................... 12 2.1
Bestaande situatie ..................................................................................... 12
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 14
Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 19 3.1
Inleiding ................................................................................................... 19
3.2
Systematiek van de regels ......................................................................... 19
3.3
Bestemmingen .......................................................................................... 19
3.4
Aanduidingen ........................................................................................... 20
Verantwoording beleidskader ......................................................................................... 21 4.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 21
4.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 24
4.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 31
4.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 31
4.5
Conclusie .................................................................................................. 32
Verantwoording sectorale aspecten ............................................................................. 33 5.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 33
5.2
Watertoets ................................................................................................ 35
5.3
Geluid ....................................................................................................... 40
5.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 41
5.5
Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 43
5.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 46
5.7
Kabels en leidingen................................................................................... 50
5.8
Ecologie .................................................................................................... 51
5.9
Bodem ...................................................................................................... 55
5.10 Archeologie .............................................................................................. 56 3
5.11
Bijzondere molenbiotoop ....................................................................... 58
5.12
Duurzaamheid ....................................................................................... 60
Bijlage Omschrijving 1 Locatievisie Avonturenboerderij Molenwaard 2 Digitale watertoets 3
4 5 6 7 8 9 10 11
Situatietekening / Watercompensatie Avonturenboerderij Molenwaard Akoestisch onderzoek Onderzoek Externe veiligheid Ecologisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek (incl. PFOA) Archeologisch onderzoek Stikstofdepositieonderzoek Verkeerskundig onderzoek Nota van Zienswijzen
Auteur Gemeente Molenlanden
Referentie -
Datum 23-07-2019
Waterschap Rivierenland Adcim B.V.
20191204-921963 20170238-C30
04-12-2019
Voortman Ingenieurs DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Blom Ecologie
R-JVO-1654
10-03-2021
M.2019.0305. 00.N001
03-04-2019
BE/2019/161/r
02-04-2019
Bakker Milieuadviezen
BM/2563-209
Mei 2019
ADC Archeoprojecten Van den Heuvel Milieuadvies GoudAppel B.V.
Rapport 4905
10-02-2021
17045/2.1
15-03-2021
-
Juni 2021
Gemeente Molenlanden
-
Mei 2021
15-06-2020
4
1.
Inleiding
1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Op het perceel Wilgenweg 3 te Groot-Ammers is sinds het voorjaar van 2018 het themapark ‘De Avonturenboerderij’ gevestigd. De Avonturenboerderij is geïnspireerd op de populaire jeugdserie ‘Fien en Teun’ en speelt zich af op de boerderij. De activiteiten zijn afgestemd op kinderen tot en met 12 jaar. In het eerste jaar telde de Avonturenboerderij al meer dan 110.000 bezoekers. Vanwege het grote succes is het plan ontstaan om de Avonturenboerderij uit te breiden. Het plan is om het themapark uit te breiden met onder andere de aanleg van een permanente parkeervoorziening en een multifunctioneel hoofdgebouw (o.a. theater en restaurant) om het park te voorzien van voldoende binnenruimte. Het plan is strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Liesveld’ (vastgesteld op 26 maart 2013). De uitbreiding is voorzien op gronden met de bestemming ‘Agrarisch’. Ter plaatse van deze gronden zijn recreatieve activiteiten niet toegestaan. Verder biedt het vigerend bestemmingsplan niet de mogelijkheid om een multifunctioneel hoofdgebouw te realiseren. De voormalige gemeente Molenwaard (nu Molenlanden) heeft op 16 oktober 2018 besloten in principe medewerking te verlenen aan de uitbreiding van de Avonturenboerderij, mits het plan is geoptimaliseerd middels een goede afstemming met de omgeving en een integrale beoordeling door betrokken partijen.
Vervolgens is besloten om voor de uitbreiding van de Avonturenboerderij twee trajecten te doorlopen: 1. Een bestemmingsplanprocedure; 2. Een pilot omgevingsplanprocedure. In het kader van de pilot omgevingsplanprocedure hebben diverse overleggen en werksessies plaatsgevonden met een breed scala aan disciplines. Dit heeft geresulteerd in de locatievisie ‘Avonturenboerderij Molenwaard te Groot-Ammers’. In de locatievisie zijn de richtlijnen voor de uitbreiding van de Avonturenboerderij beschreven. De locatievisie is op 29 oktober 2019 vastgesteld in de gemeenteraad van Molenlanden en vormt de basis voor zowel de pilot omgevingsplan als voor dit bestemmingsplan.
5
1.1.2 Plangebied De ‘Avonturenboerderij Molenwaard’ is gelegen aan de Wilgenweg ten oosten van de dorpskern Groot-Ammers en ten zuidwesten van het bedrijventerrein Gelkenes. Het plangebied betreft een langgerekt kavel tussen de Wilgenweg (& Tiendweg) en de Middelwetering in het polderlandschap.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
6
Groot-Ammers
Bedrijventerrein Gelkenes
Avonturenboerderij Molenwaard
Afbeelding 2: Luchtfoto locatie Avonturenboerderij Molenwaard
1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming voor een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Het plan past binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Molenlanden. De Avonturenboerderij Molenwaard levert een belangrijke bijdrage aan de gewenste verbinding tussen het platteland en de stad, de gewenste versterking van het recreatieve toeristische karakter van de regio en de ontwikkeling van de recreatieve en toeristische sector als economische drager van de regio Alblasserwaard. De Avonturenboerderij, waaronder de parkeerterreinen, wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast, middels streekeigen beplanting, en de hoofdbebouwing op een passende wijze wordt gesitueerd, zodat de identiteit van het waardevolle veenweidegebied gehandhaafd blijft.
7
1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Liesveld’ De Avonturenboerderij Molenwaard valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Liesveld’ (vastgesteld op 26 maart 2013). Het plangebied heeft de enkelbestemmingen: • Agrarisch; • Cultuur en ontspanning. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie – 5; • Waarde – Archeologie – 8. En de aanduidingen: • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 100 m’; • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 400 m’; • Functieaanduiding ‘horeca’; • Functieaanduiding ‘parkeerterrein’; • Bouwvlak.
Afbeelding 3: Vigerend bestemmingsplan
8
1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels de bestemmingsplanwijziging is het juridisch-planologisch mogelijk om het themapark de Avonturenboerderij uit te breiden met onder andere de realisatie van een multifunctioneel hoofdgebouw en een permanente parkeervoorziening. Het plan sluit hiermee aan bij de beleidsuitgangspunten van de gemeente Molenlanden. De Avonturenboerderij Molenwaard levert een belangrijke maatschappelijke bijdrage aan de gewenste verbinding tussen het platteland en de stad, de gewenste versterking van het recreatieve toeristische karakter van de regio en de ontwikkeling van de recreatieve en toeristische sector als economische drager van de regio Alblasserwaard.
1.4 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat de gemeente Molenlanden bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van de pilot omgevingsplanprocedure hebben diverse overleggen en werksessies plaatsgevonden met de volgende partijen: Veiligheidsregio ZuidHolland Zuid (VRZHZ), Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ), Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD), waterschap Rivierenland en de Provincie Zuid-Holland. De input van deze partijen is verwerkt in de locatievisie ‘Avonturenboerderij Molenwaard te Groot-Ammers’ (de locatievisie is toegevoegd in de bijlage). Informatieavond omwonenden In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan zijn er meerdere opties om omwonenden op de hoogte te stellen van een ontwikkeling. De Avonturenboerderij Molenlanden heeft er voor gekozen om de omwonenden te informeren over het plan middels het organiseren van een informatieavond op 30 oktober 2019. Tijdens deze interactieve informatieavond zijn de toekomstplannen gepresenteerd en hebben omwonenden en overige belangstellenden de mogelijkheid om feedback te geven.
De reacties op de plannen waren, op een kritische noot inzake de aanrijroute en geluidsoverlast na, positief. Zienswijzen Het college van de gemeente Molenlanden hebben op 2 december 2020 bekend gemaakt (Staatscourant 2020, 63778) dat het ontwerp-bestemmingsplan ‘GrootAmmers, Wilgenweg 3’ (imro-codering: NL.IMRO.1978.BPWilgenweg3AMS-ON01) vanaf 2 december 2020 voor zes weken ter inzage heeft gelegen, t/m 13 januari 2021. Tijdens de terinzagelegging zijn er 2 zienswijzen ingediend. 9
Met beide indieners van de zienswijzen heeft op één of meerdere momenten constructief overleg plaatsgevonden. Eén van de indieners heeft, na het doorvoeren van enkele wijzigingen in het bestemmingsplan en het verduidelijken van een aantal zaken, besloten zijn zienswijze in te trekken. De indiener wenst de Avonturenboerderij veel succes met alle initiatieven om de samenleving c.q. jeugd dichter te betrekken bij het leven in de polder, het agrarisch bedrijf en de natuur. De resterende zienswijze is inhoudelijk behandeld en van een antwoord voorzien in een Nota van Zienswijzen. De Nota van Zienswijzen is toegevoegd in de bijlage. De zienswijzen hebben geleid tot de volgende (ambtshalve) aanpassingen: 1. Het plan is aangepast (o.a. het theater is verkleind). Dit is verwerkt in hoofdstuk 2.2.1 Plan van de toelichting van het bestemmingsplan. 2. Het bouwvlak voor het hoofdgebouw en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%) voor de gronden buiten het bouwvlak zijn gewijzigd. 3. Op het zuidelijke deel van het plangebied is op de verbeelding van het bestemmingsplan de bestemming ‘Groen’ opgenomen. In de regels van het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor de bestemming ‘Groen’. Op deze gronden is het houden van (boerderij)dieren toegestaan. Dit deel is afgesloten voor bezoekers van het park. 4.
Het akoestisch onderzoek naar de geluidsuitstraling van de Avonturenboerderij is aangepast/uitgebreid en verwerkt in hoofdstuk 5.5 Bedrijven en milieuhinder. 5. Hoofdstuk 5.5 Bedrijven en milieuhinder (toetsing plan aan VNG-Handboek Bedrijven- en milieuzonering, editie 2009) is geactualiseerd. 6. Het stikstofdepositieonderzoek is verwerkt in hoofdstuk 5.8 Ecologie. 7. De resultaten van het verkeerskundig onderzoek is verwerkt in hoofdstuk 2.2.3 Verkeer en parkeren. 8. In hoofdstuk 5.8 Ecologie van de toelichting van het bestemmingsplan is een nadere toelichting gegeven inzake de bescherming van ooievaars.
10
1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is een anterieure overeenkomst met de Avonturenboerderij getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de Avonturenboerderij komt. Op basis van het voorstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
1.6 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet en De Staatscourant). De ‘Avonturenboerderij’ heeft de omwonenden (die tevens zijn uitgenodigd voor de informatieavond op 30 oktober 2019) op de hoogte gehouden van de procedure.
1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de ter inzage termijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de Avonturenboerderij kan dan worden aangevraagd.
1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • • • •
Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 4: Verantwoording beleidskader; Hoofdstuk 5: Verantwoording sectorale aspecten.
11
2.
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis Groot-Ammers Groot-Ammers is gelegen in het noorden van de Alblasserwaard, langs de rivier de Lek. Groot-Ammers wordt in de geschiedenis voor het eerst genoemd in 1042. Groot-Ammers dankt haar naam aan het veenriviertje wat uitmondde in de Lek en waarlangs Groot-Ammers is ontstaan (Ammers betekent waterloop). Groot-Ammers en omgeving stonden onder invloed van de heren van Liesveld, welke bestuurden vanuit slot Liesveld, wat een van de grootste en sterkste kastelen van Nederland was. Tussen 1300 en 1400 werd de boezem uitgegraven. Deze waterloop mondde via een sluis uit in de Lek en speelt (nog steeds) een belangrijke rol in de beheersing van het waterpeil in de Alblasserwaard, hoewel de sluis buiten gebruik is genomen. Aan deze boezem staan een viertal poldermolens. Rond 1900 was er in GrootAmmers veel handel in kaas. De kaas werd in de polder van de Alblasserwaard geproduceerd en in Groot-Ammers verhandeld, getuige de kaaspakhuizen in het dorp. Om de bevolkingsgroei na de Tweede Wereldoorlog op te kunnen vangen is het dorp aanzienlijk uitgebreid. Door de groeiende bedrijven uit de kern ontstond ook de behoefte aan een bedrijventerrein. Het bedrijventerrein Gelkenes, gelegen tussen Groot-Ammers en Nieuwpoort (ten noordoosten van de ‘Avonturenboerderij’), voorzag in deze behoefte.
2.1.2 Historische ontwikkeling plangebied Op de historische kaart van 1900 (bron: Topotijdreis) is te zien dat rond 1900 de locatie van de Avonturenboerderij Molenwaard agrarisch grasland betrof. De Tiendweg (en Tiendwegsche Wetering), waarop de achteringangen van de langgerekte agrarische percelen zijn gelegen, en de Middelwetering zijn al wel aanwezig. Het verkavelingspatroon is haaks op de rivier de Lek, waaraan de Tiendweg en de Middelwetering parallel lopen. De kavels betreffen zeer langgerekte en smalle kavels. Op en rondom de locatie is nog geen bebouwing aanwezig, enkel ten zuiden aan de Graafland (huidige benaming van de weg) is lintbebouwing aanwezig in de directe omgeving. Op de historische kaart van 1950 (bron: Topotijdreis) blijkt nog niet veel veranderd te zijn ten opzichte van 1900. Het landschap is grotendeels ongewijzigd gebleven (open polderlandschap met langgerekte smalle kavels). De bebouwingsdichtheid langs de linten neemt langzaam toe. De schaalvergroting in de agrarische sector blijft nog beperkt. Op de historische kaart van 2000 (bron: Topotijdreis) is te zien dat vanaf 1950 grotere veranderingen hebben plaatsgevonden. De bebouwingsdichtheid rondom het plangebied is verder toegenomen.
De kern van Groot-Ammers heeft zich verder uitgebreid in oostelijke richting en de eerste ontwikkelingen van het bedrijventerrein Gelkenes (ten noordoosten van het plangebied) zijn zichtbaar. Ter plaatse van het plangebied is het ‘Ooievaarsdorp’ gevestigd.
12
Op de historische kaart van 2017 (bron: Topotijdreis) is te zien dat de kern GrootAmmers en het bedrijventerrein Gelkenes verder is uitgebreid. Aan de Wilgenweg hebben zich meerdere agrarische bedrijven gevestigd. Ten opzichte van de 20e eeuw is sprake van schaalvergroting bij veel agrarische bedrijven (grootschalige agrarische bedrijfsbebouwing).
1900
1950
2000
2017
Afbeelding 4: Historische ontwikkeling locatie Avonturenboerderij Molenwaard
2.1.3 Huidige status/gebruik Op het perceel Wilgenweg 3 te Groot-Ammers is sinds het voorjaar van 2018 het themapark ‘De Avonturenboerderij’ gevestigd. De Avonturenboerderij is geïnspireerd op de populaire jeugdserie ‘Fien en Teun’ en speelt zich af op de boerderij. De activiteiten zijn afgestemd op kinderen tot en met 12 jaar. Voorheen was op deze locatie het streekcentrum Ooievaarsdorp Het Liesveld gevestigd.
13
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan in hoofdlijnen is om het themapark ‘Avonturenboerderij Molenwaard’ uit te breiden met: •
Multifunctioneel hoofdgebouw Aan de voorzijde wordt een multifunctioneel hoofdgebouw gerealiseerd. Dit multifunctionele hoofdgebouw is noodzakelijk voor het themapark vanwege de benodigde binnenruimte voor restaurant (keuken), sanitair en kantoor van het streekcentrum/themapark (geen zelfstandige kantoren). Voor een duurzaam en efficiënt ruimtegebruik is tevens een deel van het hoofdgebouw ingericht als ontvangst-, congres- en vergaderruimte en zaalverhuur. Het voorste deel van hoofdgebouw biedt ruimte aan het restaurant, sanitair, keuken, opslag, kantoor-, ontvangst-, congres- en vergaderruimten (zaalverhuur) en (praktijk)ruimten voor groepsactiviteiten (o.a. knutselen, workshops en kinderfeestjes); Het achterste gedeelte zal als theater ingericht worden en is geschikt voor maximaal 350 personen. Dit theater biedt kansen om educatieve shows voor kinderen aan te bieden. De shows kunnen aangevuld worden door de theatershows van Van Hoorne entertainment. Hiermee ontstaat een robuuste binnenattractie, waardoor ook bij slecht weer een goed recreatief aanbod aanwezig is.
•
Permanente uitbreiding parkeervoorziening De Avonturenboerderij verwacht dat het aantal bezoekers het komend jaar zal toenemen tot circa 180.000 bezoekers. Om deze bezoekers goed te kunnen opvangen is een adequate permanente parkeervoorziening noodzakelijk. De noodzakelijke uitbreiding zal aan de oostzijde van het park worden gerealiseerd. Voor drukke dagen wordt in het verlengde van het parkeerterrein een overflow-parkeergedeelte gerealiseerd. Voor bussen worden maximaal 4 busparkeerplaatsen aangelegd. De parkeervoorziening wordt voorzien van een aparte in- en uitrit, zodat de verkeersafwikkeling op de Wilgenweg op een goede wijze verloopt.
Om het themapark voor de doelgroep interessant te houden worden de attracties op het themapark met enige regelmaat vernieuwd, verplaatst en/of gewijzigd. Hiermee is een mate van flexibiliteit in dit bestemmingsplan van groot belang. Het hoofdgebouw dient gerealiseerd te worden binnen het bouwvlak aan de voorzijde. Het bouwvlak mag voor 50 % worden bebouwd. Het overige deel van het recreatieterrein mag voor 10 % worden bebouwd. Binnen en buiten het bouwvlak bedraagt de maximale bouwhoogte van gebouwen 12 meter respectievelijk 6 meter.
14
Afbeelding 5: Impressie nieuwe situatie
15
Afbeelding 6: Impressie nieuwe multifunctionele hoofdgebouw
16
2.2.2 Landschappelijke inpassing Gezien de mate van flexibiliteit in dit bestemmingsplan is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening wenselijk om kaders op te stellen wat betreft het aspect landschappelijke inpassing om daarmee ongewenste situaties te voorkomen. In het kader van de pilot omgevingsplanprocedure hebben diverse overleggen en werksessies plaatsgevonden met een breed scala aan disciplines, waaronder landschapsdeskundigen. Voor de locatie is een gebiedsanalyse uitgevoerd. Verder zijn de stappen van het ‘Molenwaards Kookboek’ doorlopen en is de provinciale kwaliteitskaart geraadpleegd. Dit heeft geresulteerd in de locatievisie ‘Avonturenboerderij Molenwaard te Groot-Ammers’ waarin de ontwerpuitgangspunten voor de landschappelijke inpassing zijn verwerkt. De locatievisie ‘Avonturenboerderij Molenwaard te Groot-Ammers’ is toegevoegd in de bijlage en vormt de basis voor de landschappelijke inpassing van de Avonturenboerderij. De Avonturenboerderij, waaronder de parkeerterreinen, wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast, middels streekeigen beplanting, zodat de identiteit van het waardevolle veenweidegebied gehandhaafd blijft. 2.2.3 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied wordt in de bestaande situatie ontsloten middels een dubbele inen uitrit op de Wilgenweg.
Indien nodig worden in het kader van de veiligheid de entrees (in- en uitritten) gewijzigd, zodat sprake is van een verkeersveilige ontsluiting geschikt voor tweezijdig verkeer. De Wilgenweg is verbonden met de N216. De totale afstand vanaf de N216 tot de Avonturenboerderij bedraagt circa 1500 meter, hiervan heeft circa 1200 meter een breedte van circa 5 meter. Alleen de laatste 260 meter, vanaf de Edisonweg, kent een versmalde wegbreedte van circa 3,5 meter en een verbodsbeperking van de aslasten. In de huidige situatie zijn hier passeervakken aanwezig. Voor wat betreft verkeer en parkeren, ter voorkoming van verkeersopstoppingen en verkeersonveilige situaties, heeft er overleg plaatsgevonden tussen de wegbeheerder Waterschap Rivierenland, gemeente Molenlanden en de Avonturenboerderij Molenwaard. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is door Goudappel een wegenscan uitgevoerd. Uit de wegenscan is geconcludeerd dat de restcapaciteit van de Wilgenweg voldoende is om het bezoekersaantal te verhogen naar maximaal 250.000 bezoekers per jaar. De wegenscan is toegevoegd in de bijlage.
De Avonturenboerderij en de gemeente zetten zich gezamenlijk in om met alle betrokken partijen tot overeenstemming te komen over extra bebording langs de wegen met als doel om bezoekers via de N216 en de Wilgenweg te leiden en daarmee de route over het Liesveld (de dijk) zoveel mogelijk wordt ontzien. Verder 17
zal de Avonturenboerderij tevens via het internet etc. bezoekers informeren over de route naar de Avonturenboerderij. Parkeren Parapluherziening Parkeren (Nota Parkeernormen Molenlanden 2020) Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel - in de categorie ‘niet stedelijk’. In het kader van de pilot omgevingsplanprocedure hebben diverse overleggen en werksessies plaatsgevonden met een breed scala aan disciplines. Dit heeft geresulteerd in de locatievisie ‘Avonturenboerderij Molenwaard te Groot-Ammers’. In de locatievisie zijn richtlijnen voor parkeren beschreven. De in de locatievisie gestelde richtlijnen zijn op 29 oktober 2019 in de gemeenteraad van Molenlanden vastgesteld en vormen de basis voor dit bestemmingsplan. Op dit moment parkeren is er ruimte voor het parkeren van 520 auto’s op eigen terrein. Dit wordt uitgebreid naar een permanente parkeervoorziening bestaande uit ca. 600 parkeerplaatsen. Het plan is om voor drukke dagen een overflowparkeergedeelte te realiseren.
Het overflow-parkeergedeelte wordt gerealiseerd in het verlengde van het parkeerterrein aan de oostzijde. De corona-crisis heeft echter gezorgd voor een systeem waarbij pieken kunnen voorkomen en spreiding kunnen toepassen. De Avonturenboerderij is voornemens dit systeem behouden. Derhalve zijn parkeerproblemen op piekmomenten uitgesloten. In het kader van de veiligheid wordt een veilige wandelroute gerealiseerd voor de bezoekers vanaf het parkeerterrein richting het terrein van de Avonturenboerderij. Voor bussen wordt een aparte busparkeerplaats voor maximaal 4 bussen aangelegd. Deze busparkeerplaatsen zijn onderdeel van het parkeerterrein. Het parkeerterrein wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast. De oostzijde van het parkeerterrein wordt dicht beplant met een opgaande gesloten singelaanplant van elzen en wilgen, zodat de geparkeerde auto’s niet zichtbaar zijn vanaf de Wilgenweg. Het parkeerterrein zal een landschappelijke/groene uitstraling krijgen door middel van het gebruik van materialen waarbij regenwater kan infiltreren (halfverhardingen voor de ontsluitingswegen en grasvegetatie voor de parkeervakken) en waar mogelijk het aanbrengen van beplantingszones.
18
3.
Juridische planbeschrijving
3.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Wilgenweg 3’ bestaat uit drie delen: de verbeelding, de regels en de toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Wilgenweg 3’ is conform de landelijke RO-standaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.
3.2 Systematiek van de regels De regels van het bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Wilgenweg 3’ bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
3.3 Bestemmingen Groen Het zuidelijke deel van het plangebied krijgt de bestemming ‘Groen’. Dit gebied wordt voor overgrote deel gebruikt voor waterberging. Op deze gronden is het houden van (boerderij)dieren toegestaan. Dit gedeelte van het plangebied (incl. de paden) is afgesloten voor bezoekers. Recreatie De rest van het plangebied krijgt de bestemming ‘Recreatie’. De voor ‘Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere een streekcentrum en/of themapark, dagrecreatie (waaronder de attracties van het themapark), educatieve en sociaal-culturele voorzieningen (waaronder theatervoorstellingen), kantoor-, ontvangst-, congres- en vergaderruimten (zaalverhuur), (praktijk)ruimten voor groepsactiviteiten en horecavoorzieningen. Aan de voorzijde wordt een bouwvlak opgenomen. Het hoofdgebouw (met restaurant/theater) dient binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd. Binnen en buiten het bouwvlak geldt dat het bebouwd oppervlak niet meer bedraagt dan met de maatvoeringsaanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven.
19
3.4 Aanduidingen • • • • • •
Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – bijzondere molenbiotoop’; Functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’; Functieaanduiding ‘horeca’; Functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - streekcentrum/ themapark’; Bouwvlak; Maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage 10% (buiten bouwvlak) en 50% (binnen het bouwvlak)’.
20
4.
Verantwoording beleidskader
4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los.
Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stadsen dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. De Rijksmonumentale korenmolen in het plangebied blijft behouden.
21
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een themapark, met een oppervlakte van 2,9 hectare, voor onder andere de aanleg van een adequate parkeervoorziening en een multifunctioneel hoofdgebouw (o.a. theater/restaurant) om het park te voorzien van voldoende binnenruimte. Het plan is getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Concrete behoefte meer bedrijfsoppervlakte (waaronder parkeren) In het voorjaar van 2018 zijn de deuren van het themapark ‘De Avonturenboerderij’ open gegaan.
De Avonturenboerderij is geïnspireerd op de populaire jeugdserie ‘Fien en Teun’ en speelt zich af op de boerderij. De activiteiten zijn afgestemd op kinderen tot en met 12 jaar. In het eerste jaar telde de Avonturenboerderij meer dan 110.000 bezoekers. De verwachting is dat het aantal bezoekers de komende jaren verder zal toenemen tot circa 180.000 bezoekers per jaar. Om dit aantal bezoekers op een goede wijze te kunnen opvangen is een uitbreiding van de Avonturenboerderij noodzakelijk.
22
De uitbreiding bestaat uit de realisatie van een multifunctioneel boerderijgebouw met in het achterhuis een theater en de uitbreiding van het parkeerterrein. Met de realisatie van het multifunctionele boerderijgebouw ontstaat een robuuste binnenattractie, waardoor ook bij slecht weer een goed recreatief aanbod aanwezig is. Op basis hiervan is sprake van een concrete behoefte naar een uitbreiding van het themapark. De Avonturenboerderij Molenwaard levert een belangrijke bijdrage aan de gewenste verbinding tussen het platteland en de stad, de gewenste versterking van het recreatieve toeristische karakter van de regio en de ontwikkeling van de recreatieve en toeristische sector als economische drager van de regio. Alternatieven binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) De huidige Avonturenboerderij (het bestemmingsvlak waarbinnen de activiteiten van de Avonturenboerderij zijn toegestaan) heeft een oppervlakte van circa 6 hectare. Een dergelijke oppervlakte voor een recreatieve voorziening (met de mogelijkheid tot uitbreiding) is in bestaand stads- en dorpsgebied in de regio niet beschikbaar. Bovendien is uit een studie van de omgeving (o.a. het landschap) gebleken dat deze locatie uitermate geschikt is voor een themapark. Er is geen sprake van een aantasting van het landschap (sprake van beperkte openheid) en de locatie is goed bereikbaar (N216/N214).
Conclusie Het plan voldoet aan ‘de Ladder voor duurzame verstedelijking’.
23
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale Staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kader stellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie ZuidHolland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.
Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD) De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder ‘bebouwde ruimte’ wordt het stelstel verstaand van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leef kwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op BSD of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit.
Stedelijke ontwikkeling groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door de Provinciale Staten te worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3ha kaart’) gezet.
24
De Avonturenboerderij Molenwaard is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).
Afbeelding 7: Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD)
De huidige Avonturenboerderij (het bestemmingsvlak waarbinnen de activiteiten van de Avonturenboerderij zijn toegestaan) heeft een oppervlakte van circa 6 hectare. Om eventuele discussie over de bestemming 'Cultuur en Ontspanning' te voorkomen en om aansluiting te zoeken bij de gangbare manier van bestemmen, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Recreatie’ met een specifieke aanduiding ‘streekcentrum/themapark’. Het recreatieve bestemmingsvlak van de Avonturenboerderij wordt vergroot met 2,9 hectare. Het plan hoeft daarmee niet door de Provinciale Staten te worden afgewogen en/of op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3ha kaart’) te worden gezet.
25
Bestaand park (ca. 6 ha): Bestemming ‘Recreatie’ met aanduiding ‘streekcentrum/ themapark’
Uitbreiding park (ca. 1,2 ha)
Uitbreiding park (ca. 1,7 ha)
Afbeelding 8: Uitbreiding Avonturenboerderij Molenwaard
26
Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wenselijk om voor stedelijke ontwikkelingen in het buitengebied kaders op te stellen, teneinde de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. In het kader van de pilot omgevingsplanprocedure hebben diverse overleggen en werksessies plaatsgevonden met een breed scala aan disciplines, waaronder de provincie Zuid-Holland. Voor de locatie is een gebiedsanalyse uitgevoerd. Verder is de provinciale kwaliteitskaart geraadpleegd.
Dit heeft geresulteerd in de locatievisie ‘Avonturenboerderij Molenwaard te Groot-Ammers’ waarin de ontwerpuitgangspunten voor de landschappelijke inpassing van het park zijn verwerkt. De locatievisie ‘Avonturenboerderij Molenwaard te Groot-Ammers’ is toegevoegd in de bijlage en vormt de basis voor de landschappelijke inpassing van de Avonturenboerderij. De Avonturenboerderij, waaronder de parkeerterreinen, wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast, middels streekeigen beplanting, zodat de identiteit van het waardevolle veenweidegebied en daarmee de ruimtelijke kwaliteit gehandhaafd blijft. 6.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale Staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale omgevingsvisie.
27
Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: • De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijzigingen op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); • Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; • Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in de ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante
richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Het plan kan worden geschaard onder de categorie ‘inpassen’. Het plan voorziet in de mogelijkheid tot de uitbreiding van de Avonturenboerderij. Hierbij is geen sprake van wijzigingen op structuurniveau. De bestaande gebiedsidentiteit blijft ongewijzigd. Het plan is qua aard en schaal passend is in dit gebied. De Avonturenboerderij, waaronder de parkeerterreinen, wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast, middels streekeigen beplanting, zodat de identiteit van het waardevolle veenweidegebied en daarmee de ruimtelijke kwaliteit gehandhaafd blijft. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: • De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; • Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte.
28
Het recreatieve bestemmingsvlak van de Avonturenboerderij wordt vergroot met 2,9 hectare. Het plan hoeft daarmee niet door de Provinciale Staten te worden afgewogen en/of op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3ha kaart’) te worden gezet. Ladder voor duurzame verstedelijking Het plan is getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Concrete behoefte meer bedrijfsoppervlakte (waaronder parkeren) In het voorjaar van 2018 zijn de deuren van het themapark ‘De Avonturenboerderij’ open gegaan. De Avonturenboerderij is geïnspireerd op de populaire jeugdserie ‘Fien en Teun’ en speelt zich af op de boerderij. De activiteiten zijn afgestemd op kinderen tot en met 12 jaar. In het eerste jaar telde de Avonturenboerderij meer dan 110.000 bezoekers. De verwachting is dat het aantal bezoekers de komende jaren verder zal toenemen tot circa 180.000 bezoekers per jaar. Om dit aantal bezoekers op een goede wijze te kunnen opvangen is een uitbreiding van de Avonturenboerderij noodzakelijk. De uitbreiding bestaat uit de realisatie van een multifunctioneel boerderijgebouw met in het achterhuis een theater en de uitbreiding van het parkeerterrein. Met de realisatie van het multifunctionele boerderijbouw ontstaat een robuuste binnenattractie, waardoor ook bij slecht weer een goed recreatief aanbod aanwezig is.
Op basis hiervan is sprake van een concrete behoefte naar een uitbreiding van het themapark. De Avonturenboerderij Molenwaard levert een belangrijke bijdrage aan de gewenste verbinding tussen het platteland en de stad, de gewenste versterking van het recreatieve toeristische karakter van de regio en de ontwikkeling van de recreatieve en toeristische sector als economische drager van de regio. Alternatieven binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) De huidige Avonturenboerderij (het bestemmingsvlak waarbinnen de activiteiten van de Avonturenboerderij zijn toegestaan) heeft een oppervlakte van circa 6 hectare. Een dergelijke oppervlakte voor een recreatieve voorziening (met de mogelijkheid tot uitbreiding) is in bestaand stads- en dorpsgebied in de regio niet beschikbaar. Bovendien is uit een studie van de omgeving (o.a. het landschap) gebleken dat deze locatie uitermate geschikt is voor een themapark. Er is geen sprake van een aantasting van het landschap (sprake van beperkte openheid) en de locatie is goed bereikbaar (N216/N214). Conclusie Het plan voldoet aan ‘de Ladder voor duurzame verstedelijking’.
29
Bescherming molenbiotoop Bescherming molenbiotoop In artikel 6.25 ‘Bescherming molenbiotoop’ van de verordening zijn regels opgenomen ter bescherming van molenbiotopen. Eén van de attracties van de ‘Avonturenboerderij Molenwaard’ is de korenmolen, ‘De Jonge Sophia’. De molen en het omliggende gebied betreft een bijzondere molenbiotoop. De categorie ‘molens met een bijzondere molenbiotoop’ betreffen enkele incomplete molens, opnieuw opgebouwde molens en/of verplaatste molens. Een bijzondere molenbiotoop biedt meer ontwikkelingsruimte. Een ontwikkeling binnen een bijzondere molenbiotoop is mogelijk mits de molen en de molenbiotoop op een goede manier ruimtelijk worden ingepast. In dit geval betekent dat concreet dat de korenmolen ‘De Jonge Sophia’ herkenbaar en zichtbaar dient te blijven in het landschap (vanaf de Wilgenweg). De molen heeft een Rijksmonumentale status. Waarschijnlijk is de korenmolen in 1773 gebouwd in Ottoland en heeft deze in de 20ste eeuw een motor gekregen. Sindsdien liet het onderhoud van vooral het buitenwerk te wensen over en is de molen onttakeld (vermoedelijk 1926). In 1998 dreigde de korenmolen te worden gesloopt door opheffing van het bedrijf dat deze in bezit had. Deze is toen echter verplaatst naar de huidige locatie op het toenmalige ‘ooievaarsdorp’ waar deze door de jaren heen is opgeknapt.
Door de herkomst van de korenmolen en de vele verschillende onderdelen van de molen (zelfs buiten de landsgrenzen afkomstig) maakt het een bijzonder geheel. De Jonge Sophia heeft daarom ook een monumentale status verkregen. De molen wordt thans onderhouden door de medewerkers van de Avonturenboerderij Molenwaard’. Elke dag is er een molenaar aanwezig die de kinderen verteld over de molen. De molen kan daarmee worden gezien als een ‘bijzondere molen’. Voor dergelijke molens is het van belang dat het zicht op de molen, de positie in het landschap, behouden blijft. In dit plan is rekening gehouden met de korenmolen ‘De Jonge Sophia’. Binnen de op de verbeelding van het bestemmingsplan aangegeven vrijwaringszone ‘bijzondere molenbiotoop’ mogen geen nieuwe bouwwerken worden gerealiseerd die het zicht op de molen beperken. Hiermee wordt de molenbiotoop op een goede manier ruimtelijk ingepast.
30
4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. In het kader van de regionale centrale visie, de vorming van een vitale regio, is het belangrijk dat regionale ondernemers zich verder kunnen ontplooien. Het voorgenomen plan voorziet in de uitbreiding van de Avonturenboerderij Molenwaard. De Avonturenboerderij Molenwaard is een belangrijke toeristischrecreatieve trekker voor de regio Alblasserwaard. Het plan is passend binnen de regionale doelstelling om het bedrijfsleven in de regio te ondersteunen/versterken.
Het plan zorgt tevens voor een versterking van de belevingswaarde van het landschap in de regio Alblasserwaard. Bij de uitwerking van het plan, de inrichting van het plangebied, is rekening gehouden met het bestaande authentieke karakter van het gebied. Het plan is daarmee in overeenstemming met het regionaal beleid.
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Locatievisie Avonturenboerderij Molenwaard Op 29 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Molenlanden de locatievisie ‘Avonturenboerderij Molenwaard’ vastgesteld. In dit visiedocument beoordeelt de gemeente Molenlanden het initiatief voor de uitbreiding van de Avonturenboerderij Molenwaard. Aan de hand van de beschrijving van de locatie, de input van de Avonturenboerderij, de gebiedsanalyse met het benoemen van de gebiedskwaliteiten is de locatievisie ontwikkeld, waarin de inpassing van de Avonturenboerderij staat beschreven. De locatievisie ‘Avonturenboerderij Molenwaard te Groot-Ammers’ is toegevoegd in de bijlage van dit bestemmingsplan. De Avonturenboerderij, waaronder de parkeerterreinen, wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast, middels streekeigen beplanting, zodat de identiteit van het waardevolle veenweidegebied gehandhaafd blijft.
31
4.5 Conclusie Op basis van de beleidskaders kan worden geconcludeerd dat: • • •
•
Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Liesveld’, maar past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders. Het plan voldoet aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’; Het plan voorziet in een uitbreiding kleiner dan 3 ha en hoeft derhalve niet door de Provinciale Staten te worden afgewogen en/of op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3ha kaart’) te worden gezet. De Avonturenboerderij Molenwaard levert een belangrijke bijdrage aan de gewenste verbinding tussen het platteland en de stad, de gewenste versterking van het recreatieve toeristische karakter van de regio en de ontwikkeling van de recreatieve en toeristische sector als economische drager van de regio.
32
5.
Verantwoording sectorale aspecten
5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek De activiteit, de aanleg, wijziging of uitbreiding van themaparken, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D 10 van het besluit m.e.r. Middels dit bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om de Avonturenboerderij uit te breiden. Met de uitbreiding is het themapark kleiner dan 25 hectare. Het themapark heeft daarnaast minder dan 250.000 bezoekers per jaar. Op basis hiervan hoeft geen m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden gevolgd. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. Kenmerken van het plan Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een themapark uit te breiden, met een oppervlakte van 2,9 hectare, voor onder andere de aanleg van een adequate parkeervoorziening en een multifunctioneel hoofdgebouw (o.a.
theater/restaurant) om het park te voorzien van voldoende binnenruimte. Er vinden geen productiewerkzaamheden plaats. Er is geen sprake van productie van afvalstoffen, anders dan regulier groen en restafval. Op basis hiervan is het opstellen van een milieueffectrapportage niet aan de orde. Ligging van het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 4,5 km ligt het Natura 2000-gebied Uiterwaarden van de Lek. Het plangebied ligt op een afstand van circa 800 m ten windrichting van het Natuurnetwerk Nederland, op 300 m van een belangrijk weidevogelgebied en 8,8 km van een strategische reservering natuur. Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Kenmerken van de potentiële effecten van het plan Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toenemen. De toename van het aantal bezoeker kan in voldoende mate worden afgewikkeld via de bestaande wegen. In het kader van de vormvrije m.e.r. zijn in de volgende hoofdstukken de verschillende milieuaspecten nader toegelicht. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer.
33
Conclusie Voor dit plan hoeft geen m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden gevolgd. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer.
34
5.2 Watertoets Beleidskader In het plangebied is Waterschap Rivierenland de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen, beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en wegbeheerder van de wegen buiten de bebouwde komt, niet zijnde rijks- of provinciale wegen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met het duurzaam waterbeheer. Gemeentelijk beleid Vanuit onder andere het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), is bepaald dat voor alle gemeenten in Nederland een stedelijk waterplan opgesteld moet worden. Om aan deze eis te kunnen voldoen hebben de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom en het waterschap Rivierenland de handen ineen geslagen en het Stedelijk Waterplan Gemeente Liesveld en Graafstroom opgesteld. In dit waterplan is aangegeven welke doelen men wenst te bereiken op het gebied van stedelijk waterbeheer voor de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom. De doelen uit het beleidsplan zijn uitgewerkt in vier aspecten: • Afkoppelen, meer ruimte voor water creëren en diffuse bronnen aanpakken (duurzaam onkruidbeheer, duurzaam bouwen); • Belevingswaarde; • Samenwerking; • Beheer en onderhoud.
Het beleidsplan moet de gemeente helpen om een veilig robuust en duurzaam watersysteem te bereiken in 2025 door optimalisering van het huidige systeem. De gemeenten en het waterschap gaan de komende jaren intensief samenwerken om de gestelde doelen te bereiken. Hierbij wordt, naast het toetsen van nieuwe ontwikkelingen in de ruimtelijke inrichting, ook aandacht besteed aan de gezamenlijke uitvoering en communicatie rond de geplande ingrepen. In het laatste aspect wordt deze samenwerking doorgezet voor het beheer en onderhoud. Dit is een belangrijke pijler voor het op orde houden van het watersysteem. Waterschapsbeleid Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 ‘Koers houden, kansen benutten’ bepalend voor het waterbeleid. Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren. De speerpunten hierin zijn: • Een veilig rivierengebied. Verbeteren en versterken dijken en boezemkades met daarnaast oog voor oplossingen door een aangepast ruimtelijke inrichting en door risicobeheersing (bijvoorbeeld evacuatie); • Anticiperen op klimaatveranderingen.
Een robuust en ecologisch gezond watersysteem dat voldoende water van goede kwaliteit biedt aan landbouw, natuur, stedelijk gebied en recreatie; • Het duurzaam en doelmatig zuiveren van afvalwater door onder andere centralisatie van zuiveringen en van slibverwerkingen. 35
Verordening ‘de Keur’ Het Waterschap Rivierenland heeft als regelgeving haar verordening de Keur. Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging. In de verordening de Keur is geregeld dat langs A- en B-waterlopen een beschermingszone in acht dient te worden genomen. De beschermingszone is een obstakelvrije onderhoudsstrook die in de legger is aangewezen. Met deze zone wordt handmatig en/of machinaal onderhoud van de watergang vanaf de kant mogelijk gemaakt. Binnen de beschermingszone van een A- of B-watergang mogen niet zonder toestemming van het Waterschap Rivierenland werkzaamheden plaatsvinden die schade kunnen brengen aan de watergang. Voor een A-watergang geldt in de Alblasserwaard een beschermingszone van 5 meter en voor een B-watergang 1 meter. Werkzaamheden in de watergang of de bijbehorende beschermingszone zijn vergunning- en of meldingsplichtig, omdat deze invloed hebben op de wateraan- en afvoer, de waterberging of het onderhoud. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Het onderhoud en de toestand van de waterlopen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.