CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 – Toelichting bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 48a’

Commissievergadering Wonen, Werken & Verkeer 6 september 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordzijde 48a (Het Groene Wout), Goudriaan18.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deze bovengrond was zwak puinhoudend en is daarom ook onderzocht op asbest (door het erkende Ingenieursbureau Brabant) maar dit is niet aangetroffen; • Het ophoogzand onder de bestrating op de voormalige gierkelder is geheel schoon voor alle parameters uit het NEN-5740-pakket. • De venige ondergrond bevat lichte verhogingen aan kobalt, nikkel en molybdeen. De kleiige ondergrond bevat lichte verhogingen aan nikkel en molybdeen. Dit heeft geen consequenties; • Op het oostelijk terreindeel ligt een klein gedempt slootje van circa 15 m lengte. De bovenste 30 a 40 cm is hier normale puinvrije zwarte grond maar daaronder bevindt zich tussen 40 en 80 cm geroerde zandig kleiige puinhoudende slootdempingsgrond. Deze is licht verontreinigd met lood en PAK. Deze laag is ook onderzocht op asbest (door het hierboven genoemde erkende bureau) maar er is geen asbest aangetroffen; • Eveneens op het oostelijk terreindeel ligt een zuid-noord gericht gedempt sloottraject van circa 25 m lang. De slootdempingsgrond is aangetroffen van 070 cm en daaronder bevindt zich wilgensnoeihout (takkenbossen) . De slootdempingsgrond is volgens de opdrachtgever enkele jaren geleden pas aangebracht. Deze grond blijkt geheel schoon te zijn.

Deze grond is ook onderzocht op asbest (door het hierboven genoemde erkende bureau) en er is geen asbest aangetroffen; • In het grondwater uit de 2 peilbuizen zijn gangbare overschrijdingen voor barium aangetroffen (1 keer licht verhoogd en 1 keer matig verhoogd). Er is geen aanleiding voor een herbemonstering van het grondwater uit peilbuis 4 vanwege het ontbreken van een oorzakelijk verband. • Op grond van het uitgevoerde onderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor recreatieve doeleinden. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft bodemkwaliteit geen belemmeringen. 61

4.10 Archeologie Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient er volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleidsnota Archeologie De gemeenten in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden hebben een regionaal archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid is samengevat in drie elementen te weten: de beleidsnota, een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en een beleidsadvies, opgesteld door het adviesbureau BAAC. De nota is gebaseerd op de uitgangspunten en principes van het Verdrag van Malta en gaat uit van behoud van het cultureel erfgoed in situ (op locatie en veiliggesteld in de bodem). Daarnaast gaat het beleid uit van het principe 'de verstoorder betaalt' Het beleid krijgt vooral gestalte door de bescherming van archeologische waarden en verwachtingen via de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan vormt hierin het centrale instrument.

Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden. Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentenzorgcyclus, die erop is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodem verstorende activiteit. Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen dan voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien of het beperken van bodemingrepen. Onderzoek Op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart is te zien dat: • Het plangebied is gelegen op gronden met een lage verwachting voor alle perioden (geel). Bij ingrepen groter dan of gelijk aan 10.000 m² en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk. • Het plangebied is gelegen op gronden met middelmatige verwachting voor late middeleeuwen en nieuwe tijd (roze). Bij ingrepen groter dan of gelijk aan 100 m² en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

62

Plangebied

Afbeelding 21: Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart

De bodemingrepen vinden plaats op gronden met een lage verwachting voor alle perioden. De ingrepen zijn kleiner dan 10.000 m², waardoor een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is en derhalve achterwege kan worden gelaten. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect archeologie geen belemmeringen. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient de uitvoerder van het grondwerk archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag. Ter bescherming van de archeologische waarden wordt de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie - 2’ en ‘Waarde – Archeologie 8’ overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

63

4.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie Visie gemeente Molenlanden De gemeente Molenlanden heeft de ambitie om meer klimaat- en natuuradapatief te bouwen en gebieden in te richten. Als richtlijn is hiervoor het Handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkeling opgesteld. De initiatiefnemers zijn bewust van deze gemeentelijke ambitie en hebben een gedeelde doelstelling waar het dit project betreft. In de geest van de toerist het verhaal van de gemeente Molenlanden te vertellen is er veel behoefte om hierin samen op te trekken. Omgevingsvisie Zuid-Holland In de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland zijn de afspraken van het convenant klimaatadaptief bouwen vertaald in de beleidsbeslissingen klimaatadaptatie en toekomstbestendig bouwen. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is artikel 6.50 Risico’s van klimaatverandering toegevoegd. Dit houdt in dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. Wateroverlast door overvloedige neerslag; b. Overstroming; c. Hitte; d. Droogte. Het schrijven van deze passage is gestoeld op het richtinggevend document ‘Handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkeling’ In grote lijnen is dit in te delen in de onderwerpen: klimaatadaptie, energie, mobiliteit en circulariteit.

Klimaatadaptie Rondom dit onderwerp zijn er 4 ambities geformuleerd, onderstaand aangevuld met de visie van de initiatiefnemers in relatie tot het plan. 1. Zoveel mogelijk groen realiseren: kijkend naar het inrichtingsplan kan er gesteld worden dat er absoluut een toename van groen wordt gerealiseerd. Hierbij wordt uitsluitend gewerkt met inheemse soorten. 2. Watergebruik beperken en zoveel mogelijk lokaal bergen: ook hier is groen een belangrijk aandachtspunt waarnaar hierboven wordt verwezen. Er wordt veel meer water gecreëerd in dit plan door uit te graven. Natuurvriendelijke oevers worden gecreëerd, dit draagt bij aan het op peil houden van de waterkwaliteit. Een interessant te onderzoeken mogelijkheid is de afkoppeling van regenwater dan daardoor wordt geïnfiltreerd in de bodem. Daarnaast is in het plan opgenomen dat er in hoofdzaak wordt gewerkt met waterdoorlatende bestrating. 3. Voorkomen van hittestress: naast dat er veel opgaande beplanting is de vorm van knotwilgen en fruitbomen is het de bedoeling dat er op de nieuw te creëren bebouwing wordt gewerkt met groendaken. De combinatie met zonnepanelen en groendaken zijn inmiddels een bewezen concept, de combinatie wordt dan ook nagestreefd.

64

4. Natuur inclusief bouwen: naast de eerder genoemde groene daken zijn er een aantal andere onderwerpen te benoemen die geïntegreerd kunnen worden: a. Nestkasten voor vogels en insecten; b. Voorzieningen voor vleermuizen (nu al aanwezig rondom de huidige boerderij); c. Overwinteringsplaatsen voor amfibieën; d. Biotopen op het terrein zijn ontworpen als natte natuur; e. Overige voorzieningen voor insecten (steenstapels, insectenhotel e.d.); f. Gevarieerde vegetatie (bloeiend, voedselrijk); g. Er is een biotoop voor waterinsecten op het terrein; h. Afscheidingen in de vorm van haag of takkenril; i. Snoeihout blijft op het terrein; j. Hemelwater is van het riool gekoppeld; Een greep uit de mogelijkheden die bij deze ontwikkeling gepland staan. Energie 5. Nieuw te bouwen accommodaties worden nul – op – de meter gebouwd: opwekking van energie door zonnepanelen (geïntegreerd in een groendak), warmtepomp etc. 6. Opwekken benodigde energie in plangebied: alle energie benodigd in het plangebied wordt duurzaam opgewekt. Windenergie is op dit moment qua regelgeving nog niet mogelijk, de wens om kleinere windmolens te kunnen plaatsen blijft van kracht. Drijvende zonnepanelen in gegraven oppervlakte water (niet zichtbaar in tekening) behoort ook tot de mogelijkheden. In Hoornaar worden hier de mogelijkheden voor onderzocht. Mobiliteit 7.

Actief stimuleren van elektrisch vervoer: binnen onze huidige bedrijfsvoering zien we steeds meer elektrische auto’s en fietsen verschijnen. Graag zouden de initiatiefnemers wanneer de huidige infrastructuur door uitvoering van het plan wordt gewijzigd de voorzieningen aanleggen ter ondersteuning van deze auto’s en fietsen. Circulariteit 8. Rondom het bouwen van de accommodaties wordt er gestreefd naar gebouwen die langer gebruikt kunnen worden. Materiaalkeuze, hergebruik van materiaal en flexibiliteit (toekomst gericht) qua belevingswaarde zijn hierin kernbegrippen.

65

5.

Juridische planbeschrijving

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 48a’ bestaat uit drie delen de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 48a’ is conform de landelijke ROstandaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.

5.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 48a’ is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’, onherroepelijk vastgesteld op 20 februari 2018. De regels van het bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 48a’ bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

5.3 Bestemmingen Recreatie De gronden waarop het beoogde plan wordt gerealiseerd en de toegangsweg ten westen van de boerderij krijgen de bestemming ‘Recreatie’. Ter plaatse van de toegangsweg wordt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – toegangsweg’ opgenomen. Binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – toegangsweg’ zijn geen recreatieve activiteiten toegestaan. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie – verblijfsaccommodaties' zijn maximaal vijf verblijfsaccommodaties toegestaan. Waarde – Archeologie – 2 en 8 De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie -2 en 8' zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in de bodem. Waarde – Landschap Ter waarborging van de instandhouding van de kenmerkende landschappelijke openheid, wordt op het noordelijk deel de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’ opgenomen. Aan deze dubbelbestemming zijn regels gekoppeld die kamperen en het realiseren van gebouwen op deze gronden verbieden.

66

5.4 Aanduidingen • • •

Functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – verblijfsaccommodaties’; Functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – toegangsweg’; Bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’.

67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=3e554d36-3d8e-41dd-898f-382ccdc2bb25