Bijlage 1 – Toelichting bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 48a’
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 48a’
Toelichting bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 48a’
Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPnoordzijde48aGDR-VG01 Datum: 20-09-2022 Status: Vastgesteld
2
Inhoudsopgave 1.
2.
Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1
Inleiding ..................................................................................................... 5
1.2
Kader .......................................................................................................... 7
1.3
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 9
1.4
Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 9
1.5
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid............................ 13
1.6
Communicatie .......................................................................................... 13
1.7
Realisatie .................................................................................................. 13
1.8
Leeswijzer................................................................................................. 13
Planbeschrijving .................................................................................................................... 14 2.1
Bestaande situatie ..................................................................................... 14
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 15
3. Beleidskader ............................................................................................................................... 27
4.
3.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 27
3.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 33
3.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 39
3.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 40
3.5
Conclusie .................................................................................................. 42
Sectorale aspecten ................................................................................................................ 43 4.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 43
4.2
Watertoets ................................................................................................ 44
4.3
Geluid ....................................................................................................... 49
4.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 52
4.5
Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 54
4.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 55
4.7
Kabels en leidingen................................................................................... 57
4.8
Ecologie .................................................................................................... 58
4.9
Bodem ...................................................................................................... 61
4.10 Archeologie .............................................................................................. 62 4.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie .......................................................... 64 5.
Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 66 5.1
Inleiding ................................................................................................... 66
5.2
Systematiek van de regels ......................................................................... 66
5.3
Bestemmingen .......................................................................................... 66
5.4
Aanduidingen ........................................................................................... 67 3
Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8
Omschrijving Landschappelijk inpassingsplan Digitale watertoets Ecologische quickscan Verkennend bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Nota Inspraak en Overleg Nota van Zienswijzen Stikstofdepositieonderzoek
Auteur Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten Waterschap Rivierenland Blom Ecologie
Referentie LTL21435
Datum 24-05-2022
20190225-919956 BE/2021/345/r
25-02-2019
Bakker Milieuadviezen
BM/2745-2021
19-05-2021
Voortman Ingenieurs
R-JVO/1753
21-12-2021
Gemeente Molenlanden Gemeente Molenlanden Van den Heuvel Milieuadvies
-
Feb. 2022
-
Juli 2022
17126
03-06-2022
09-04-2021
4
1.
Inleiding
1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Op het perceel Noordzijde 48 te Goudriaan was jarenlang een agrarisch bedrijf gevestigd. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn al geruime tijd geleden beëindigd. In 2008 is de boerderij verbouwd tot woonhuis en bed-and-breakfast. Sindsdien hebben de cultuurhistorische boerderij en de omliggende gronden en bebouwing hun agrarische functie verloren. Het voormalige stalgedeelte van de boerderij wordt thans als woonhuis en bed-and-breakfast gebruikt. Sinds 2014 is het naastgelegen bijgebouw, ‘De rijtuigenschuur’, in gebruik als groepsaccommodatie. De groepsaccommodatie en de bed-and-breakfast worden verhuurd onder de naam ‘Het Groene Wout’. De initiatiefnemers ervaren dat er veel vraag is naar de bed-and-breakfast en de groepsaccommodatie. De initiatiefnemers zijn daarom voornemens om de huidige activiteiten (bed & breakfast/ groepsaccommodatie) uit te breiden met vijf verblijfsaccommodaties. Daarnaast wordt er ruimte gereserveerd voor een gebouw met de benodigde voorzieningen (receptie, fietsenstalling etc.), een speelweide/dierenweide (met dierenverblijf) en voldoende parkeergelegenheid. Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’. Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden’.
Op gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is recreatief gebruik en het realiseren van verblijfsaccommodaties niet toegestaan. Op 28 november 2017 heeft het college van de voormalige gemeente Molenwaard in besloten in principe medewerking te verlenen aan het plan middels een bestemmingsplanprocedure. De gemeente Molenlanden heeft aangegeven nog altijd bereid te zijn medewerking te verlenen aan het plan. Het voorliggende bestemmingsplan richt zich uitsluitend op de uitbreiding met vijf verblijfsaccommodaties. De boerderij (woonhuis en bed-and-breakfast) en het bijgebouw, ‘De rijtuigenschuur’ (groepsaccommodatie), blijven ongewijzigd (zowel qua gebruik als omvang).
5
1.1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen ten oosten van de dorpskern Goudriaan. Het plangebied grenst aan de noord- west- en oostzijde aan het open slagenlandschap. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door het perceel Noordzijde 47 (basisschool), voorste deel van het perceel Noordzijde 48 en de weg de Noordzijde. Het plangebied is kadastraal bekend als Goudriaan, Sectie C, percelen 483, 444 (gedeeltelijk), 513 (gedeeltelijk) en 526 (gedeeltelijk).
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
6
1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Het plan past binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Molenlanden. Het plan sluit aan bij het streven van de gemeente om te komen tot een aantrekkelijk toeristisch gebied. Het plan draagt bij aan de wenselijke versterking van de belevingswaarde en de benutting van het cultuurhistorisch waardevolle landschap. Het realiseren van meer recreatieve voorzieningen en overnachtingsmogelijkheden voor recreanten en toeristen binnen de gemeente is een belangrijke doelstelling voor de gemeente Molenlanden. De initiatiefnemers van het plan hechten veel waarde aan de instandhouding van dit karakteristieke slagenlandschap, het groene karakter van het gebied en de natuurwaarden van het gebied. Het karakteristieke slagenlandschap is namelijk één van de ‘unique selling points’ van deze locatie. De verblijfsaccommodaties worden op een passende en verantwoorde wijze landschappelijk ingepast. Bestaande landschappelijke elementen, waaronder het slagen- en slotenpatroon en streekeigen beplanting blijven behouden en worden waar mogelijk versterkt.
Er wordt een hoge natuurwaarde nagestreefd. Er is bewust gekozen om de verblijfsaccommodaties en overige bebouwing vorm te geven als schuurvolumes. Ter plaatse van het plangebied betreft de boerderij het hoofdgebouw. Kenmerkend voor de lintbebouwing in de Alblasserwaard is het duidelijke onderscheid tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. In het plan wordt aangesloten bij de kenmerkende stedenbouwkundige structuur van de lintbebouwing. De verblijfsaccommodaties en overige bebouwing worden in het verlengde van de boerderij gesitueerd. De verblijfsaccommodaties krijgen een ondergeschikte uitstraling ten opzichte van de boerderij. Er wordt gebruik gemaakt van streekeigen bouwmaterialen en ingetogen kleuren welke in harmonie zijn met het omliggende slagenlandschap.
1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ (vastgesteld op 25 januari 2010). De grond waarop het plangebied is gelegen heeft de enkelbestemmingen: • Agrarisch met waarden; • Wonen. En de aanduidingen: • Functieaanduiding ‘bed & breakfast’; • Functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone- aanlegvergunning overgangsgebied’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone- wijzigingsgebied dorpslint’; • Gebiedsaanduiding milieuzone – stiltegebied.
7
Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom'
Bestemmingsplan ‘Noordzijde 48 Goudriaan Een deel van plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Noordzijde 48 Goudriaan’ (vastgesteld op 25 januari 2013). De grond waarop het plangebied is gelegen heeft de bestemming: • Wonen; De dubbelbestemming: • Waarde – Archeologie – 2; En de aanduidingen: • Functieaanduiding ‘bed & breakfast’ • Bouwvlak; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’
Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Noordzijde 48 Goudriaan'
8
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom 3de herziening’ Op 15 september 2015 is de 3de herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de 3de herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dat: • De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 8’ is toegevoegd; • De gebiedsaanduiding ‘Wro-zones’ wijzigen naar ‘wetgevingszones’: ▪ Gebiedsaanduiding ‘wro-zone - aanlegvergunning overgangsgebied’ is gewijzigd naar ‘wetgevingszone – omgevingsvergunning overgangsgebied’. Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ Op 20 februari 2018 is een volgende herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’, het bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de herziening zijn tevens regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dit de aanpassing/actualisatie van de regelgeving.
1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels dit bestemmingsplan kunnen de gronden achter de boerderij recreatief worden gebruikt voor de uitbreiding van Het Groene Wout en kunnen ter plaatse vijf verblijfsaccommodaties worden gerealiseerd.
1.4 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de overlegpartners waaronder de Provincie Zuid-Holland en het Waterschap Rivierenland. In het kader van het vooroverleg is er één vooroverlegreactie ingediend door het Waterschap Rivierenland. De vooroverlegreactie is inhoudelijk behandeld en van een antwoord voorzien in een ‘Nota Inspraak en overleg’. De ‘Nota Inspraak en overleg’ is toegevoegd in de bijlage. De vooroverlegreactie heeft geleid tot een wijziging van hoofdstuk 4.2 Watertoets van de toelichting van het bestemmingsplan.
9
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het gewijzigde plan opnieuw voorgelegd aan het waterschap Rivierenland. Het waterschap Rivierenland heeft op 27 juli 2021 enkele opmerkingen op de toelichting van het bestemmingsplan gegeven. Deze opmerkingen zijn verwerkt in hoofdstuk 4.2 Watertoets van de toelichting van het ontwerp-bestemmingsplan. De provincie Zuid-Holland heeft per mail, d.d. 29 april 2021, aangegeven akkoord te zijn met het gewijzigde plan. Inspraak Het college van de gemeente Molenlanden hebben op 11 juli 2019 bekend gemaakt (Staatscourant 2019, 39176) dat het voorontwerp-bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 48a’ (imro-codering: NL.IMRO.1978.BPnoordzijde48GDR-VO01) vanaf 12 juli 2019 voor zes weken ter inzage heeft gelegen. Er zijn zeven schriftelijke inspraakreacties ingediend. De inspraakreacties zijn inhoudelijk behandeld en van een antwoord voorzien in een ‘Nota Inspraak en overleg’. De ‘Nota Inspraak en overleg’ is toegevoegd in de bijlage. Participatie Participatiebijeenkomst 20 januari 2020 Op 20 januari 2020 zijn alle indieners van de inspraakreacties en overige omwonenden van het perceel aan de Noordzijde 48a te Goudriaan uitgenodigd voor een participatieoverleg op het gemeentehuis in Hoornaar.
Het doel van dit overleg was om de voornaamste zorgen of bezwaren in beeld te krijgen en om daarna in gesprek te verkennen of er mogelijkheden zijn om deze zorgen/bezwaren weg te nemen. Tijdens dit overleg is er één extra inspraakreactie ingediend. Deze inspraakreactie wordt tevens in deze ‘Nota Inspraak en overleg’ behandeld. Het moment van 20 januari 2020 was niet het eerste participatiemoment inzake de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. In december en januari 2018 hebben de initiatiefnemers persoonlijk de omwonenden voorafgaande aan de indiening van het voorontwerpbestemmingsplan tekst en uitleg gegeven over hun voornemens. Naar aanleiding van dit overleg in combinatie met de ingediende inspraakreacties hebben de initiatiefnemers van het plan besloten om de plannen te wijzigen. In hoofdlijnen betekent dit dat de kleinschalige camping (glamping) is komen te vervallen. In plaats daarvan wordt een klein aantal verblijfsaccommodaties gerealiseerd welke meer worden gecentreerd op het perceel (in het verlengde van de boerderij). Participatiemoment medio januari/februari 2021 Ter voorbereiding op het indienen van het ontwerpbestemmingsplan hebben de initiatiefnemers opnieuw een participatiemoment gecreëerd. De gewijzigde plannen zijn medio januari/februari 2021 aan de indieners van de inspraakreacties gepresenteerd.
De initiatiefnemers hebben de doorgevoerde wijzigingen persoonlijk toegelicht. In verband met de Corona-regels heeft dit plaatsgevonden in kleine groepen. Individuele (geanonimiseerde) verslaglegging is opvolgend aan dit schrijven toegevoegd.
10
De indieners van de inspraakreacties zijn via de mail uitgenodigd, op één destijds ingediende inspraakreactie na heeft iedereen van dit moment gebruik gemaakt. De mailwisseling betreffende degene die niet wilde participeren is meegenomen in dit schrijven. Inmiddels betreft dit het 3e participatie sinds 2018 en zijn de plannen in de achterliggende periode rigoureus gewijzigd. Ook nu hebben de initiatiefnemers na de inspraak van de betrokkenen enkele planwijzigingen doorgevoerd. Hierbij ging het hoofdzakelijk om praktische zaken: • Verplaatsing van enkele verblijfsaccommodaties; • Toepassen van bosplantsoen/ beplanting; • Anders situeren van terrassen e.d.; • Toepassen van verkeersdrempels m.b.t. de toerit/ ingang. Over het algemeen waren het prettige gesprekken, wat het gewijzigde plan betreft kregen we als feedback dat er goed geluisterd was op de participatieavond en dat we echt ons best hadden gedaan om het plan zo passend mogelijk te maken. De verslagen van de gesprekken zijn verwerkt in de ‘Nota Inspraak en overleg’. De ‘Nota Inspraak en overleg’ is toegevoegd in de bijlage. Participatiemoment medio juli 2021 Medio juli 2021 heeft de gemeente Molenlanden gesprekken gehad met de indieners van de inspraakreacties. Samengevat zijn in de gesprekken dezelfde bezwaarpunten aangedragen als in de schriftelijke ingediende inspraakreacties.
(Ambtshalve) aanpassingen bestemmingsplan De inspraakreacties hebben geleid tot onderstaande wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan: 1. Het plan/het landschappelijk inpassingsplan is gewijzigd: a. De camping/glamping is uit het plan geschrapt (functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – camping’ is verwijderd) b. De camping/glamping is vervangen door vijf verblijfsaccommodaties; c. Het plan is meer geconcentreerd achter de boerderij/in het cultuurhistorisch lint; 2. Het plangebied van op de verbeelding van het bestemmingsplan is verkleind; 3. De toegangsweg ten westen van de boerderij heeft op de verbeelding van het bestemmingsplan de bestemming ‘Recreatie’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – toegangsweg’ gekregen; 4. Voor het plan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsuitstraling van het Groene Wout te Goudriaan. De resultaten van het akoestisch onderzoek is verwerkt in hoofdstuk 4.3 Geluid. De rapportage van het akoestisch onderzoek is toegevoegd in de bijlage. 5. Hoofdstuk 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking) van de toelichting van het bestemmingsplan is geactualiseerd. 6. Naar aanleiding van bovenstaande wijzigingen is/zijn: a. Hoofdstuk 1 en 2 van de toelichting van het bestemmingsplan geactualiseerd (o.a. verkeersgeneratie/landschappelijk inpassing); b.
Regels voor de bestemming ‘Recreatie’ (Artikel 4) geactualiseerd.
11
Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn zes zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn inhoudelijk behandeld en van een antwoord voorzien in een ‘Nota van Zienswijzen’. De Nota van Zienswijzen is toegevoegd in de bijlage. De zienswijzen hebben geleid tot onderstaande ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan: 1. Het plan/het landschappelijk inpassingsplan is gewijzigd: a. De geluidwerende erfafscheiding ten noordoosten van de bestaande accommodatie is aangegeven; 2. De toelichting van het bestemmingsplan is gewijzigd: a. Het gewijzigde landschappelijk inpassingsplan is verwerkt in hoofdstuk 2 Planbeschrijving; b. Het stikstofdepositieonderzoek (Aerius-berekening) is verwerkt in hoofdstuk 4.8 Ecologie; 3. De verbeelding van het bestemmingsplan is gewijzigd: a. Op het noordelijk deel van het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’ opgenomen; b. Het receptiegebouw en het dierenverblijf zijn specifieker vastgelegd middels het opnemen van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’; 4. De regels van het bestemmingsplan zijn gewijzigd: a. De voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing (artikel 3.4.1) is aangevuld; b. Er zijn regels toegevoegd voor dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’ ter waarborging van de openheid van het landschap; c.
Er is een regel toegevoegd/gekoppeld aan de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ (artikel 3.2.2.2 lid a). Het receptiegebouw en het dierenverblijf mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’; d. Er is een voorwaardelijke verplichting toegevoegd voor de juridische borging van de realisatie en instandhouding van een geluidwerende erfafscheiding ten noordoosten van de bestaande groepsaccommodatie; e. In artikel 9 Algemene gebruiksregels is een regeling toegevoegd waarmee het gebruik van een (bedrijfs)woning, verblijfsaccommodatie of overig gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten niet is toegestaan; f. De begripsbepaling ‘groepsaccommodatie’ is vervangen door ‘verblijfsaccommodatie’ (artikel 1.39); g. Artikel 3.2.1 Algemeen is aangevuld/gewijzigd. Het waterschap Rivierenland heeft per mail aangegeven dat de eerder gemaakte opmerkingen naar tevredenheid zijn verwerkt. Het waterschap is akkoord met het plan. Volledigheidshalve is op verzoek van het waterschap het actuele waterbeheerplan verwerkt in hoofdstuk 4.2 Watertoets. Na de ter inzage legging van het ontwerp-bestemmingsplan is aan alle indieners van de zienswijzen de mogelijkheid geboden om telefonisch contact te hebben met de gemeente Molenlanden. Samengevat zijn in de (telefoon)gesprekken dezelfde 12
bezwaarpunten aangedragen als in de schriftelijke ingediende zienswijzen. De gesprekken hebben plaatsgevonden in mei/juni 2022.
1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is er een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
1.6 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via het digitale Gemeenteblad en het Kontakt).
1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de ter inzage termijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor het plan kan dan worden aangevraagd.
1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: • • • •
Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Beleidskaders; Hoofdstuk 4: Sectorale aspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving;
13
2.
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Rond de 12e en 13e eeuw is men voor bewoning het uitgestrekte natte veengebied van de Alblasserwaard ingetrokken. Daarbij kwamen de in het veen zichtbare donken en stroomruggen van riviertjes als de Alblas en Goudriaan het eerst voor permanente bewoning in aanmerking. Zo is ook het huidige dorp Goudriaan in de 13e en 14e eeuw als lintbebouwing ontstaan langs natuurlijke waterloop de Goudriaan. Vanaf de stroomruggen langs de Goudriaan werden haaks op deze stroomruggen sloten gegraven. Ook ging men over tot de aanleg van min of meer parallel aan de riviertjes gelegen voor- en achter weteringen en kaden. Deze kaden dienden onder meer om wateroverlast vanuit het achterliggende nog onontgonnen veengebied te voorkomen. De gronden die het dichtst bij de woningen lagen werden aanvankelijk gebruikt voor akkerbouw en hennepteelt, de daarachter gelegen gronden als weiland en hooiland. Het dorp Goudriaan kenmerkt zich oorspronkelijk door een eenvoudige lineaire plattegrond met een plaatselijke verdichting in de omgeving van een brug of de kerk. Vanuit de lintbebouwing is er een buurtschap ontstaan, van waaruit het dorp na de tweede wereldoorlog een grote groei heeft gekend. Na de Tweede Wereldoorlog heeft er aan beide zijde van de Goudriaan uitbreiding van het dorp plaatsgevonden.
Het plangebied is gelegen in de lintbebouwing langs de Noordzijde, ten oosten van het dorp. 2.1.2 Huidige status/gebruik Op het perceel Noordzijde 48/48a te Goudriaan was jarenlang een agrarisch bedrijf gevestigd. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn al geruime tijd geleden beëindigd. In 2008 is de boerderij verbouwd tot woonhuis en bed-and-breakfast. Sindsdien hebben de cultuurhistorische boerderij en de omliggende gronden en bebouwing hun agrarische functie verloren. Het voormalige stalgedeelte van de boerderij wordt thans als woonhuis en bed-and-breakfast gebruikt. Sinds 2014 is het naastgelegen bijgebouw, ‘De rijtuigenschuur’, in gebruik als groepsaccommodatie. De gronden waarop de verblijfsaccommodaties worden gerealiseerd zijn agrarisch grasland.
14
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan De boerderij op het perceel Noordzijde 48 te Goudriaan is al jarenlang in gebruik als woonhuis en bed-and-breakfast. Sinds 2014 is het naastgelegen bijgebouw, ‘De rijtuigenschuur’, in gebruik als groepsaccommodatie. De groepsaccommodatie en de bed-and-breakfast worden verhuurd onder de naam ‘Het Groene Wout’. De exploitanten ervaren dat er veel vraag is naar de bed-and-breakfast en de groepsaccommodatie. Het plan voorziet in het vergroten van de recreatieve mogelijkheden van het Groene Wout te Goudriaan middels de realisatie van vijf verblijfsaccommodaties. Daarnaast wordt er ruimte gereserveerd voor een gebouw met de benodigde voorzieningen (receptie, fietsenstalling etc.) en voldoende parkeergelegenheid. Het gebouw dient te worden gerealiseerd binnen de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’. De verblijfsaccommodaties worden in het verlengde van de boerderij (in de nabijheid van de huidige boerderij) gesitueerd, waarmee de zichtlijnen vanaf de Noordzijde behouden blijven. De verblijfsaccommodaties dienen te worden gerealiseerd binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – verblijfsaccommodaties’. Het noordelijk deel van het plangebied wordt ingericht als speel- en dierenweide (kinderboerderij). Ten behoeve van de dieren wordt een hooiberg/dierenverblijf gerealiseerd.
Het dierenverblijf dient te worden gerealiseerd binnen de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’. De verblijfsaccommodaties worden voor korte duur en recreatief verhuurd aan gasten. Het plan voorziet, in geval van een volledige bezetting, in recreatieve huisvesting van ca. 55 a 60 personen op het perceel. De doelgroepen voor de verblijfsaccommodaties zijn gezinnen met oudere kinderen, families en senioren (géén verenigingen, scholen, jeugdgroepen). De exploitanten zijn woonachtig bij de recreatieve voorziening en doen er alles aan om geluidsoverlast voor de omgeving te voorkomen. Het Groene Wout levert een belangrijke bijdrage aan de gewenste verbinding tussen het platteland en de stad, de gewenste versterking van het recreatieve toeristische karakter van de regio en de ontwikkeling van de recreatieve en toeristische sector als economische drager van de regio.
15
Afbeelding 4: Nieuwe situatie (uitvergroot in bijlage)
16
Afbeelding 5: Referentiebeelden
17
Context Recreatie De kern van de bedrijfsactiviteiten bestaat uit het aanbieden van overnachting. De doelgroepen zijn dezelfde als die nu worden bediend: gezinnen met kinderen, families en senioren (géén verenigingen, scholen, jeugdgroepen). Het Groene Wout kiest met de uitbreiding voor een luxe aanbod, veel bewegingsruimte, kwalitatief hoogwaardige accommodaties passend in de streek. Het terrein heeft een hoge recreatieve waarde voor gasten, dit creëert men door faciliteiten hiervoor op te zetten: dierenverblijf, visgelegenheid, speeltuin, blotevoeten pad, speelveld etc. Naast dat men zich voor de gasten wil inzetten is ook een verbinding met Goudriaan hierin snel gelegd. Ook dorpsbewoners van Goudriaan zijn van harte welkom om het aanbod te beleven. Samenwerking met regionale en directe omgeving Het platform ‘Bezoek de Alblasserwaard’ van den Hâneker koppelt divers recreatief aanbod aan elkaar, dit versterkt de regionale verbinding. Naast dat het Groene Wout hier aan deelnemen heeft men ook veel aandacht voor dorp gebonden arrangementen. Op loopafstand zijn er 4 of 5 arrangementen opgezet om gasten zeer lokaal te binden. Als vanzelfsprekend levert het bovenstaande een groei in werkgelegenheid op, denk hierbij aan terreinonderhoud, schoonmaak etc.
Onderwijs en zorg Naast de recreatieve functie van de bedrijfsactiviteit wil men ook een maatschappelijke invulling laten ontstaan. De initiatiefnemers hebben naast een recreatief bedrijf een onderneming in het onderwijs en de jeugdzorg. Helaas zijn er in Nederland op dit vlak veel jongeren die zonder enig perspectief ‘thuiszitten’. De beperkte omvang van dit plan biedt overzichtelijkheid en veiligheid voor deze jongeren om vanuit deze setting een leerwerktraject (max. 5 leerlingen) aan te gaan. Dit kan door de combinatie van onderwijs en dagbesteding. Het onderwijs wordt verzorgd door een bevoegd docent die ook werkzaam is in de jeugdzorg. Een reintegratie richting onderwijs is altijd het doel, doordat veel van deze jongeren een dagritme missen waarin ze ook praktische vaardigheden missen kan er op het terrein een aanbod worden gecreëerd. Hierbij kan gedacht worden aan terreinonderhoud, dierverzorging en praktische reparatieklussen. Uitvalbasis van deze activiteiten is het receptiegebouw achter de boerderij. Omgevingsgericht Dit is een multifunctionele gebouw dat ook een openbaar toilet huisvest, recent is in combinatie met de Toeristische agenda Molenlanden (TAM) vanuit de gemeenteraad gesteld dat er binnen de gemeente een ernstig tekort aan openbare toiletten is. Op dit moment onderzoekt men ook de mogelijkheid om een klein verkooppunt van streekproducten te realiseren.
Het Groene Wout ziet meerdere mogelijkheden die men met de lokale klankbordgroep zouden willen ontwikkelen. Bevordering ontwikkeling natuur / ecologie en onderwijs Zoals in de TAM omschreven is het de bedoeling om de toerist het verhaal van Molenlanden te vertellen. Bij ons bedrijf begint dit door de diversiteit van het veenweide gebied te laten zien. Heel praktisch doordat de gast er in leeft, daarnaast leggen we er de nadruk op door aan ecologische ontwikkeling op het perceel te laten plaatsvinden (verlandingszone, kikkerpoel etc.). Er zijn diverse projecten in de Alblasserwaard/ Vijfheerenlanden waar rondom klimaatadaptie het e.e.a. gebeurd. 18
Op dit moment heeft men al een samenwerking met de regionale vereniging Den Hâneker rondom de aanplant van streekeigen beplanting, dit verhoogd de ecologische waarde van de percelen. Qua verdere kennismaking voor de gast kan er direct vanaf de verblijfsaccommodatie worden gewandeld door de polder in aansluiting op de Goudriaan-route. Deze verbinding zal ook worden opengesteld voor niet-gasten. Iedere geïnteresseerde streekbewoner kan vanaf de Noordzijde via ons bedrijf deze route straks bereiken. Wat betreft het onderwijs ontstaat er met dit initiatief een prachtig leerobject op het gebied van ondernemen, ecologie en recreatie. Heel praktisch in te passen in de vorm van excursies met opdrachtkaarten, hierbij denkt men aan de lokale basisschool en de onderbouw van de lokale VMBO in Ottoland. De bovenbouw van de VMBO in Ottoland zou in de vorm van praktijkopdracht een lespakket kunnen uitvoeren op het vlak van ecologie, dierverzorging etc. Contacten hierin zijn inmiddels gelegd.
19
2.2.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting Het plangebied wordt thans ontsloten middels twee perceelsontsluitingen. De gasten van Het Groene Wout mogen uitsluitend gebruikt maken van de perceelsontsluiting ten westen de boerderij. De perceelsontsluiting ten oosten van de boerderij wordt uitsluitend gebruikt door de bewoners van de boerderij. Parkeren Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. De verblijfsaccommodaties kunnen het beste worden geschaard in de categorie ‘bungalowpark’ van de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad in zijn geheel in de categorie ‘niet stedelijk’. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘buitengebied’. Tabel 1: Parkeerbehoefte Onderdeel Verblijfsaccommodaties Groepsaccommodatie Bed & Breakfast Woningen in boerderij Totaal
Aantal 5 1 1 2
Norm 2,1 2,1 2,1 2,2
Parkeerbehoefte 10,5 parkeerplaatsen 2,1 parkeerplaatsen 2,1 parkeerplaatsen 4,4 parkeerplaatsen 20 parkeerplaatsen (afgerond)
De parkeerbehoefte wordt volledig binnen het plangebied opgelost. Er zullen geen auto’s op de openbare weg de Noordzijde worden geparkeerd, waardoor het plan geen nadelige gevolgen heeft voor de doorstroming. Aan de westzijde van het plangebied en nabij het receptiegebouw worden in totaal 20 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. Beide parkeerterreinen worden groen ingepast, waardoor men vanaf de Noordzijde geen zicht heeft op de geparkeerde auto’s.
Afbeelding 6: Parkeren (20 parkeerplaatsen)
20
Verkeersgeneratie In het kader van een goede ruimtelijke ordening is aan de hand van de kencijfers uit CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018), berekend hoeveel verkeer het plan gaat genereren per etmaal. Het plan is zeer kleinschalig van aard. De verblijfsaccommodaties kunnen het beste worden geschaard in de categorie ‘bungalowpark’ (huisjescomplex). In de onderstaande tabel is de verkeersgeneratie voor de verblijfsaccommodaties weergegeven. Tabel 2: Verkeersgeneratie Onderdeel Verkeergeneratie (per etmaal) Verblijfs6 verkeersbewegingen accommodatie Groepsaccommodatie 8 verkeersbewegingen Bed & Breakfast 8 verkeersbewegingen Woningen in 6 verkeersbewegingen boerderij Totaal
Aantal Verkeersgeneratie (per etmaal) 5 30 verkeersbewegingen 1 1 2
8 verkeersbewegingen 8 verkeersbewegingen 12 verkeersbewegingen 58 verkeersbewegingen
Het plan resulteert in een geringe toename van 30 verkeersbewegingen. Een dergelijke intensiteit zal, ondanks dat het smalle profiel van de Noordzijde, niet leiden tot negatieve effecten op het gebied van doorstroming dan wel verkeersonveilige situaties. De geringe toename van het aantal verkeersbewegingen kan voor een dergelijke straat als acceptabel worden geacht. Het waterschap Rivierenland, de wegbeheerder, geeft tevens aan dat de extra verkeersbewegingen niet tot problemen zullen leiden gezien gebruik wordt gemaakt van de huidige ontsluiting (geen extra uitrit).
21
2.2.3 Landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting van het plangebied (landschappelijke inpassing). Landschapsarchitect Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten is benaderd om voor de locatie een landschappelijk inpassingsplan op te stellen. Aan de hand van het ‘Molenwaards Kookboek’, is door de landschapsarchitect een analyse uitgevoerd. Geschiedenis 1900
1950
2000
2016
In het jaar 1900 was er nog geen bebouwing op het perceel Noordzijde 48 zichtbaar. Op dat moment was er weinig bebouwing aan de noordkant van de Noordzijde. Vijftig jaar later is meer bebouwing aanwezig aan de noordkant van de Noordzijde. Door de toevoegingen van bebouwing aan de Noordzijde is er in 1950 sprake van lintbebouwing. In 2000 is de intensiteit van de agrarische bedrijven opvallend. Door de schaalvergroting in de agrarische sector zijn de bedrijven genoodzaakt om uit te breiden. In 2016 is er niet veel veranderd ten opzichte van zestien jaar geleden. Enkele bedrijven zijn verder uitgebreid.
22
Kenmerken omgeving en lint Het plangebied is gelegen in het karakteristieke slagenlandschap. Kenmerkend voor het landschap zijn de grote en brede slagen en het open karakter. In het open slagenlandschap zijn kaden en ontginningsassen gelegen welke veelal zijn beplant met bomenlanen (elzenrijen of knotwilgen). Haaks op de slagenverkaveling zijn de polderwegen, waaronder de Noordzijde, gelegen. Langs deze smalle polderweg is door de tijd een langgerekt lint van gemengde bebouwing ontstaan met daartussen afgewisseld brede en smalle landschappelijke doorzichten. De lintbebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) klassieke boerderijen en vervangende nieuwbouwwoningen. Hier en daar hebben de bestaande boerderijen hun agrarische functie verloren en zijn volledig in gebruik als woonfunctie. Kenmerkend voor de lintbebouwing in de Alblasserwaard is het duidelijke onderscheid tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. Bijgebouwen hebben doorgaans een ondergeschikte uitstraling ten opzichte van het hoofdgebouw op het perceel. De boerderijen zijn hoofdzakelijk parallel aan het slagenlandschap gepositioneerd. De vervangende nieuwbouw is zowel haaks als parallel aan het slagenlandschap gebouwd. Zowel de boerderijen als de vrijstaande woningen zijn vrijwel altijd in de eerste bebouwingslijn ten opzichte van de Noordzijde gelegen.
De bedrijfsgebouwen en bijgebouwen zijn achter de boerderij en/of de woning gelegen en zijn zowel haaks als parallel aan het slagenlandschap gepositioneerd. De gebruikte materialen zijn bij zowel de traditionele bebouwing als de nieuwbouw overwegend traditioneel (streekeigen). De gebruikte kleuren zijn ingetogen en zijn in harmonie met het omliggende slagenlandschap.
Afbeelding 7: Bestaande landschappelijke hoofdstructuur (uitvergroot in bijlage)
23
Kenmerken erf Op het perceel Noordzijde 48 te Goudriaan was jarenlang een agrarisch bedrijf gevestigd. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn al geruime tijd geleden beëindigd. De boerderij is verbouwd tot woonhuis en bed-and-breakfast. Het naastgelegen bijgebouw, ‘De rijtuigenschuur’, is in gebruik als groepsaccommodatie. De boerderij betreft het hoofdgebouw van het perceel. De cultuurhistorisch waardevolle boerderij en omliggende bebouwing vormen een cultuurhistorisch waardevol bebouwingsensemble. De bebouwing is parallel aan het slagenlandschap gepositioneerd. De gronden achter de bebouwing betreft agrarisch grasland.
Afbeelding 8: Bestaande situatie erf
Kernkwaliteiten 1. Cultuurhistorische bebouwingsensemble met boerderij als hoofdgebouw; 2. De karakteristieke slagenverkaveling omringd door sloten en weteringen (waterrijk landschap); 3. Bestaande streekeigen beplanting, waaronder knotwilgenlanen langs de watergangen. Ontwerpuitgangspunten 1. Behoud cultuurhistorische boerderij en omliggende waardevolle bebouwing; 2. Behoud/versterken aanwezige streekeigen landschapselementen (o.a. knotwilgenlaan aan de oostzijde van het plangebied); 3. Behoud/versterken van het cultuurhistorisch karakter van het plangebied; 24
4. Behoud bestaande verkavelings- en slotenpatroon; 5. Behoud landschappelijke doorzichten over het terrein naar achterliggende landschap. Nieuwe bebouwing achter de bestaande lintbebouwing, waardoor geen landschappelijke doorzichten worden belemmerd; 6. Landschappelijk inpassen van verblijfsaccommodaties en het parkeerterrein middels het aanplanten van streekeigen beplanting. Een harde overgang van bebouwing naar het karakteristieke slagenlandschap en een versteende uitstraling van het plangebied dient te worden voorkomen (groene omzoming van de bebouwing); 7. Sluit in kleur-, materiaalgebruik en architectonische expressie van de bebouwing aan bij de bestaande bebouwing en het karakteristieke slagenlandschap (landelijke ingetogen uitstraling). 8. Sluit met de vorm van het verblijfsterrein aan bij de bestaande verkaveling. Landschappelijk inpassingsplan De initiatiefnemers van het plan hechten veel waarde aan de instandhouding van dit karakteristieke slagenlandschap, het groene karakter van het gebied en de natuurwaarden van het gebied. Het karakteristieke slagenlandschap is namelijk één van de ‘unique selling points’ van deze locatie. De verblijfsaccommodaties worden op een passende en verantwoorde wijze landschappelijk ingepast.
Bestaande landschappelijke elementen, waaronder het slagen- en slotenpatroon en streekeigen beplanting blijven behouden en worden waar mogelijk versterkt. Er wordt een hoge natuurwaarde nagestreefd. Ter waarborging van de instandhouding van de kenmerkende landschappelijke openheid, wordt op het noordelijk deel de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’ opgenomen. Aan deze dubbelbestemming zijn regels gekoppeld die kamperen en het realiseren van gebouwen op deze gronden verbieden. Kenmerkend voor de lintbebouwing in de Alblasserwaard is het duidelijke onderscheid tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. In het plan wordt aangesloten bij de kenmerkende stedenbouwkundige structuur van de lint- bebouwing. Ter plaatse van het plangebied betreft de boerderij het hoofdgebouw. Er is bewust gekozen om de verblijfsaccommodaties en overige bebouwing vorm te geven als schuurvolumes (ondergeschikte uitstraling). De verblijfsaccommodaties en overige bebouwing worden in het verlengde van de boerderij gesitueerd, waarmee de doorzichten behouden blijven. Er wordt gebruik gemaakt van streekeigen bouwmaterialen en ingetogen kleuren welke in harmonie zijn met het omliggende slagenlandschap. Het landschappelijk inpassingsplan is uitvergroot toegevoegd in de bijlage.
25
Afbeelding 9: Landschappelijk inpassingsplan (uitvergroot in bijlage)
Afbeelding 10: Landschappelijk inpassingsplan in landschappelijke hoofdstructuur (uitvergroot in bijlage)
26
3. Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
27
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de Ladder voor duurzame verstedelijking wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. De vraag is: ‘Wanneer is sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling?’. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.
In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Regionale behoefte Toerisme is een sector van economisch belang. In Nederland is de sector goed voor 4,4% van het BNP. Dit is vergelijkbaar met de bouwsector en twee keer zo groot als de landbouw. En toerisme laat een forse groei zien, zo blijkt uit het Perspectief op de Bestemming Nederland 2030 voor het NBTC (Nationaal Bureau voor Toerisme en Congressen). Deze groei kan volgens de verwachtingen oplopen van 42 miljoen toeristische bezoekers uit binnen- en buitenland in 2017, naar 59 miljoen in 2030. In 2020 en 2021 is deze groei vertraagd door de Corona crisis. De voorspellingen zijn dat de sector snel gaat herstellen en juist dan een groeispurt gaat maken waardoor de verwachting voor 2030 uit gaat komen. De vraag naar overnachtingsmogelijkheden zal blijven stijgen. Begin 2021 is in de Toeristische Agenda Molenlanden (TAM) 2021 – 2025 de ambitie vastgelegd dat de gemeente Molenlanden de verblijfsrecreatie met 30% wil laten groeien naar 2025. De inschatting van 30% groei verblijfsrecreatie, is gebaseerd op een groei van het toerisme (inkomend en binnenlands).
Deze cijfers zijn afkomstig van prognoses van het NBTC (Rapport: Perspectief 2030, opgesteld in 2018), gemiddelde jaarlijkse groei van ca. 4% inkomend en 2% binnenlands toerisme. Die prognose over 5 jaar heeft geleid tot de 30%. Het is dus een doel gebaseerd op de prognose van de groei van de vraag. De gemeente Molenlanden wil inspelen op deze groeivoorspelling. Enerzijds vanuit economisch oogpunt maar anderzijds ook om te voorkomen dat de toestroom van toeristen de gemeente overvalt, waardoor de leefbaarheid van de inwoners onder druk kan komen te staan.
28
Bij het opstellen van de TAM is uitgegaan van ongeveer 1400-1500 slaapplaatsen (625 slaapplaatsen uit het leefstijlonderzoek) + 760 slaapplaatsen van het in aanbouw zijnde vakantiepark Molenwaard). Het gaat hier om een inschatting op basis van het leefstijlonderzoek. Dit leefstijlonderzoek gaat over de huidig verblijfsrecreatief aanbod t.o.v. de prioritaire doelgroepen (leefstijlen) die de gemeente wil aantrekken. Naast deze inschatting van het aantal slaapplaatsen is bekend dat er in Molenlanden op jaarbasis 38.000 toeristische overnachtingen zijn (op basis van de toeristenbelasting 2019). Dit cijfer past bij een plattelandsgemeente. De doelstelling van de gemeente Molenlanden is om de verblijfsrecreatie te laten groeien gebaseerd op de verwachte landelijke groei van het toerisme: kwantitatief. Een groei van 30% betekent een groei van ongeveer 450 slaapplaatsen. Vakantiepark Molenwaard groeit in 2022, maar hiermee is de geambieerde 30% nog niet bereikt. Het genoemde groeicijfer van 30% is een ambitie en kan niet worden gezien als bovengrens/ maximum. Het betekent dus niet dat als de groei van 450 slaapplaatsen bereikt is er dan geen nieuwe ontwikkelingen meer mogelijk zouden zijn. In de TAM is vooral de nadruk gelegd op de kwalitatieve groei van het verblijfsrecreatief aanbod door te kijken naar de gewenste doelgroepen (leefstijlen).
Eind 2021 is een toeristisch, recreatief inwonersonderzoek uitgevoerd. De gemeente heeft 7.500 huishoudens per brief aangeschreven met de vraag om deel te nemen aan dit onderzoek. Uiteindelijk hebben 699 inwoners de vragenlijst ingevuld daarmee zijn de uitkomsten voldoende betrouwbaar om onderbouwde uitspraken te doen. Eén van de conclusies uit het onderzoek wat betreft groei van Recreatie & Toerisme: “Toerisme en recreatie mag worden aangemoedigd. Meer dan de helft van de bewoners vindt dat toerisme en recreatie mag worden aangemoedigd en ongeveer de helft vindt dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. Zo’n één vijfde deel van de bewoners is het hier niet mee eens.” Dit betekent concreet dat er in Molenlanden / regio Alblasserwaard behoefte is aan meer toeristische overnachtingsmogelijkheden. Het huidige aanbod is qua omvang gering, vooral kleinschalig en mag (vanuit de toerist bekeken) ook diverser en gericht op meer comfort en een langer seizoen. Daarbij geldt dat het puur gericht moet zijn op de toeristische verhuur en dus geen oneigenlijk gebruik mag uitlokken of veroorzaken. Kansrijk zijn accommodaties zoals een (familie)hotel, bungalows of andere verhuurobjecten zoals trekkershutten, of recreatieve tiny houses. Ook particuliere verhuur draagt bij aan authentieke belevingen en heeft in zichzelf vaak een passende schaalgrootte.
Het verblijfsrecreatieve aanbod in de gemeente Molenlanden kenmerkt zich door kleinschaligheid. In het totaal zijn er 61 logiesaccommodaties, waarvan er 28 zijn meegenomen in het onderzoek voor deze Toeristische Agenda (44%). De onderzochte bedrijven hadden een capaciteit van in het totaal 625 slaapplaatsen. Er is een groot aanbod aan kleinschalige B&B’s. Dit betreft vaak omgebouwde ruimten binnen- of buitenshuis en kan ook gezien worden als nevenactiviteit. Bedrijven waarbij verblijfsrecreatie de hoofdfunctie is, zijn zeer beperkt te vinden. De doelgroepen voor de geplande verblijfsaccommodaties zijn gezinnen met oudere kinderen, families en senioren (géén verenigingen, scholen, jeugdgroepen). 29
Daarmee is het Groene Wout aanvullend op Vakantiepark Molenwaard en het overige recreatieve aanbod in de regio. De geplande verblijfsaccommodaties passen naadloos bij de verwachte ontwikkelingen in de toeristische sector in de regio Alblasserwaard en de ambitie van de gemeente. Het plan voorziet in de noodzakelijke verbreding van het recreatieve aanbod van een bestaande recreatieve voorziening in Goudriaan, het Groene Wout, middels de realisatie van vijf verblijfsaccommodaties met bijbehorende voorzieningen (receptie, fietsenstalling etc.), een speelweide/ dierenweide (met dierenverblijf) en voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. De recreatieve verbreding is noodzakelijk om te komen tot een rendabele recreatieve voorziening en is noodzakelijk om attractief te blijven voor gasten in een veranderende markt. Het Groene Wout levert een belangrijke bijdrage aan de gewenste verbinding tussen het platteland en de stad, de gewenste versterking van het recreatieve toeristische karakter van de regio en de ontwikkeling van de recreatieve en toeristische sector als economische drager van de regio. De bedrijfsgegevens (bezettingen en bezettingsontwikkelingen) tonen aan dat er nog ruimte is om te groeien in het aantal slaapplaatsen.
De bezettingscijfers van de huidige rijtuigenschuur (in gebruik als verblijfsaccommodatie voor 13 personen) van het Groene Wout aan dat er sprake is van een toenemende vraag naar toeristische overnachtingsmogelijkheden.
Afbeelding 11: Ontwikkeling bezetting bestaande groepsaccommodatie* * De laatste 4 jaar is er sprake van een gemiddelde groei van bijna 16% (relatieve bezettingsgroei 70% naar 81%). Doordat de verhuur met name weekenden (voorjaar/najaar) midweken en weken (vakantieperiodes) betreft is er sprake van een schommelend beeld in de grafiek, deze is namelijk gebaseerd op een berekening over 365 dagen. Het afwijkende beeld in de maand juli is te verklaring door sluiting van de accommodatie i.v.m. afwezigheid door vakantie.
In het jaar 2021 was er sprake van een gemiddelde bezetting van 81% (gebaseerd op 365 dagen).
30
Afbeelding 12: Gemiddelde bezetting en groei van 201-2021 bestaande groepsaccommodatie
De 16% (feitelijk 15,7%) is de relatieve groei in bezetting van 70% in 2018 naar 81% in 2021. In die cijfers zit een feitelijke toename van 11 procentpunten (81% minus 70%). Relatief komt dit neer op een groei van 15,7%. Formule: groeipercentage = (nieuw -/- oud) / oud. Dus (81-70)/70 =15,7% groei.
Afbeelding 13: Vergelijking weekend/weekverhuur bestaande groepsaccommodatie
Bovenstaand een overzicht per kwartaal (weergegeven als Q1,2,3,4) laat de behoefte aan weekendverhuur zien (Q2,3 en 4). Gezien het één verblijfsaccommodatie betreft, beperkt de vele weekendverhuur de mogelijkheid tot weekverhuur. Vanuit ondernemersperspectief is hiermee een duidelijke indicatie dat er marktruimte is.
31
Meer gespecificeerd betreffende marktruimte is de behoefte aan driegeneratie – of extended familievakanties. Dit betreft een landelijke trend. Naast de huidige verblijfsaccommodatie van 13 personen wordt er met 5 verblijfsaccommodaties van 8 -12 personen nadrukkelijk op deze ontwikkeling ingespeeld. Alternatieven binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) Het plangebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het Groene Wout is reeds gevestigd op deze locatie. Dit plan sluit aan bij de bestaande recreatieve voorziening. Voor een recreatieve voorziening als Het Groene Wout is een ligging in het buitengebied noodzakelijk. Deze ontwikkeling past qua schaal en aard beter in het buitengebied. Het karakteristieke veenweidelandschap is één van de ‘unique selling points’ van het Groene Wout. Binnen bestaand stads- en dorpsgebied zijn bovendien geen geschikte inbreidingslocaties beschikbaar. Bedrijfsverplaatsing is vanuit financieel-economisch oogpunt niet mogelijk. Het plan betreft een particulier initiatief. Om financiële redenen zal het plan ook gefaseerd tot uitvoering worden gebracht. Het Groene Wout heeft in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de huidige accommodaties en de landschappelijke inpassing van het perceel. Een bedrijfsverplaatsing zou een kapitaalvernietiging zijn. Conclusie Het plan voldoet aan ‘de Ladder voor duurzame verstedelijking’.
32
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsvisie ZuidHolland Koers 2020 gepubliceerd (ontwerp-Omgevingsvisie Zuid-Holland - Koers 2020). De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5.
Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).
Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) dient de Ladder voor 33
duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plangebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). In de huidige markt is veel vraag recreatieve verblijfsmogelijkheden in de regio Alblasserwaard. Dit bestemmingsplan voorziet in de een verbreding van het recreatieve aanbod van een bestaande recreatieve voorziening in Goudriaan, het Groene Wout, middels de realisatie van vijf verblijfsaccommodaties met bijbehorende voorzieningen (receptie, fietsenstalling etc.), een speelweide/ dierenweide (met dierenverblijf) en voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Het verblijf in de verblijfsaccommodaties zal hoofdzakelijk in de vakantie en weekendperiodes plaatsvinden. De doelgroepen voor de verblijfsaccommodaties zijn gezinnen met oudere kinderen, families en senioren (géén verenigingen, scholen, jeugdgroepen). Daarmee is het Groene Wout aanvullend op Vakantiepark Molenwaard en het overige aanbod in de regio.
De exploitanten zijn woonachtig bij de recreatieve voorziening en doen er alles aan om geluidsoverlast voor de omgeving te voorkomen. Het Groene Wout levert een belangrijke bijdrage aan de gewenste verbinding tussen het platteland en de stad, de gewenste versterking van het recreatieve toeristische karakter van de regio en de ontwikkeling van de recreatieve en toeristische sector als economische drager van de regio. Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit : een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).