Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Giessenburg, tegenover Slingelandseweg 22
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Giessenburg, tegenover Slingelandseweg 22’
Gemeente Molenlanden Toelichting bestemmingsplan ‘Giessenburg, tegenover Slingelandseweg 22’
Identificatie
Planstatus
Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPslingeland22GSB-VG01
Datum: 19-01-2021
2
Inhoud 1
2
Inleiding............................................................................................................ 5 1.1
Inleiding ..................................................................................................... 5
1.2
Kader .......................................................................................................... 7
1.3
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 7
1.4
Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 8
1.5
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 8
1.6
Communicatie ............................................................................................ 8
1.7
Realisatie .................................................................................................... 9
1.8
Leeswijzer................................................................................................... 9
Planbeschrijving .............................................................................................. 10 2.1
Bestaande situatie ..................................................................................... 10
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 12
Hoofdstuk 3 Juridische planbeschrijving ................................................................ 17
4
5
3.1
Inleiding ................................................................................................... 17
3.2
Systematiek van de regels ......................................................................... 17
3.3
Bestemmingen .......................................................................................... 17
3.4
Aanduidingen ........................................................................................... 18
Verantwoording beleidskader .......................................................................... 19 4.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 19
4.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 21
4.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 26
4.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 28
4.5
Conclusie .................................................................................................. 30
Verantwoording sectorale aspecten ................................................................. 31 5.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 31
5.2
Watertoets ................................................................................................ 34
5.3
Geluid ....................................................................................................... 39
5.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 41
5.5
Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 43
5.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 45
5.7
Kabels en leidingen................................................................................... 47
5.8
Ecologie .................................................................................................... 48
5.9
Bodem ...................................................................................................... 51
5.10
Archeologie ........................................................................................... 53 3
5.11
Duurzaamheid ....................................................................................... 57
Bijlage Omschrijving 1 Landschappelijk inpassingsplan 2 Digitale watertoets 3 Akoestisch onderzoek 4 Ecologische quickscan 5 Bodemonderzoek 6 Archeologisch onderzoek 7 Nota Inspraak
Auteur Lagendijk tuin- & landschapsarchitecten Waterschap Rivierenland Voortman Ingenieurs
Referentie LTL21189
Datum 30-10-2020
20190129-919743 R-JVO/1412
29-01-2019
Blom Ecologie
BE/2019/038
14-01-2019
Bakker Milieuadviezen ADC ArcheoProjecten
BM/2517-2019 Rapport 4865
Juni 2019 05-08-2019
Gemeente Molenlanden
-
20-10-2020
11-11-2020
4
1
Inleiding
1.1 Inleiding Aanleiding Op het perceel Dorpsweg 46 te Hoornaar is een landbouwmechanisatie- en constructiebedrijf gevestigd. Het bedrijf heeft de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt. Gezien het perceel Dorpsweg 46 te Hoornaar niet toereikend is om de groei op te vangen, is besloten om het bedrijf te verplaatsen naar elders. De bedrijfsactiviteiten op het perceel Dorpsweg 46 te Hoornaar worden beëindigd en de locatie wordt herontwikkeld voor woningbouw. In 2012 is besloten medewerking te verlenen aan de nieuwbouw van drie vrijstaande woningen op de locatie Dorpsweg 46 te Hoornaar. De drie vrijstaande woningen zijn noodzakelijk om de bedrijfsverplaatsing te kunnen bekostigen. Hierbij was uitgegaan dat het naastgelegen transportbedrijf ook zou worden verplaatst. Dit is tot op heden nog niet gebeurd, waardoor het vanuit milieutechnisch oogpunt (richtafstanden) niet mogelijk is om ter plaatse drie vrijstaande woningen te realiseren. In reactie daarop is besloten om één bouwrecht te verplaatsen naar de locatie tegenover perceel Slingelandseweg 22 te Giessenburg. Het plan is strijdig met het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’, (vastgesteld op 11 maart 2015). De locatie tegenover perceel Slingelandseweg 22 heeft de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Tuin’. Op deze gronden is het niet toegestaan om een vrijstaande woning te realiseren.
Op 24 september 2018 heeft het college van B&W van de voormalige gemeente Giessenlanden besloten medewerking te verlenen aan het plan voor de verplaatsing van één bouwrecht naar de locatie tegenover het perceel Slingelandseweg 22 te Giessenburg. Per 1 januari 2019 is de gemeente Giessenlanden gefuseerd met de gemeente Molenwaard tot de gemeente Molenlanden. De gemeente Molenlanden is nog altijd positief over de plannen. Om de plannen juridisch-planologisch te maken wordt een bestemmingsplan doorlopen. Plangebied Het perceel tegenover Slingelandseweg 22 te Giessenburg is gelegen in de cultuurhistorische lintbebouwing. Het plangebied is kadastraal bekend als GSB00K70. Ten zuidwesten van het plangebied is de kern van Giessenburg gelegen en ten oosten de kern van Hoornaar. Het plangebied wordt aan de noordzijde omsloten door een wetering met daarachter het open polderlandschap. Aan de oostzijde is tevens een watergang gelegen, aan de westzijde is een woonperceel gelegen. Aan de zuidzijde van het perceel loopt de Slingelandseweg met daarachter het bebouwingslint en de veenrivier de Giessen. Over de Giessen is ter hoogte van het plangebied een loop- en fietsbrug, de Pinkeveersebrug, gelegen.
5
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied wanneer er sprake is van een aangetoonde verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de individuele, bedrijfs-, maatschappelijke en overige belangen in de directe omgeving niet nadelig worden beïnvloed. Het plangebied betreft een stuk grasland met daarop een verouderde schuur in het cultuurhistorische lint aan de Slingelandseweg te Giessenburg. De initiatiefnemer is voornemens de verouderde schuur te slopen en een vrijstaande woning te realiseren. Met behulp van het ‘verplaatsen’ van een verworven bouwrecht van de locatie Dorpsweg 46 te Hoornaar wordt het mogelijk gemaakt om op het perceel tegenover de Slingelandseweg 22 een burgerwoning te realiseren. Op de locatie aan de Dorpsweg is sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering door de sanering van een landbouwmechaniseringsbedrijf. Tevens is er op de locatie aan de Slingelandseweg sprake van een verbetering. De nieuwe woning zal op een stedenbouwkundig verantwoorde manier worden gerealiseerd door de woning te realiseren met een landelijke uitstraling. Het perceel zal daarnaast landschappelijk worden ingericht. Tevens zal met het verwijderen van de verouderde en vervallen schuur verdere verpaupering en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen worden.
Het onderhavige plan is hiermee een passende ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.
6
1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’, dat door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Giessenlanden is vastgesteld op 11 maart 2015. Het plangebied betreft de enkelbestemmingen: • Agrarisch; • Tuin. De dubbelbestemmingen: • Waarde – archeologie – 2; • Waterstaat – waterkering. En de gebieds-, functie- en overige aanduidingen: • Gebiedsaanduiding: vrijwaringszonde – dijk; • Functieaanduiding: garage; • Bouwvlak.
Afbeelding 2: Uitsnede vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’
1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het bestemmingsplan wordt de huidige agrarische bestemming gewijzigd naar een woonbestemming, waardoor op het perceel een vrijstaande woning kan worden gerealiseerd.
7
1.4 Maatschappelijk draagvlak Principeverzoekfase In april 2019 is er door het Waterschap Rivierenland een buurtoverleg georganiseerd ten behoeve van de vervanging van de Pinkeveersebrug. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt om tevens het onderhavige plan kenbaar te maken aan de directe omgeving en hierbij hebben de omwonenden kennis genomen van het onderhavige plan. Voorontwerpbestemmingsplan Het voorontwerpbestemmingsplan heeft reeds 6 weken ter inzage gelegen, waarop eenieder de gelegenheid heeft gehad op in te spreken. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt, waarbij de inspreker gevraagd heeft om in gesprek te gaan met de initiatiefnemers. Op 20 april 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer en de inspreker. Op 6 augustus 2020 heeft een tweede gesprek plaatsgevonden tussen beide partijen en hierbij de behandelend ambtenaren van de gemeente Molenlanden. Tijdens deze overleggen zijn vragen beantwoord en onduidelijkheden weggenomen, tevens zijn er enkele concrete afspraken gemaakt. Hetgeen heeft geleidt tot enkele aanpassingen in het voorliggende bestemmingsplan. In het kort betekent dit het verleggen en verkleinen van het bouwvlak, het verwijderen van de enkelbestemming ‘water’, het toevoegen van de dubbelbestemming ‘waarde – landschap’ en het aanpassen van de maatvoeringen.
Ontwerpbestemmingsplan Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen, waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Desgevraagd kon ook een mondelinge zienswijze gegeven worden. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan voor de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het voorstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
1.6 Communicatie Er wordt op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet en De Staatscourant).
8
1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de ter inzage termijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor het plan kan dan worden aangevraagd.
1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; • Hoofdstuk 3: Juridische planbeschrijving; • Hoofdstuk 4: Verantwoording beleidskader; • Hoofdstuk 5: Verantwoording sectorale aspecten.
9
2
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Giessenburg is in 1957 ontstaan uit de dorpjes Peursum en Giessen-Nieuwkerk. Deze dorpjes zijn vanaf de 13de eeuw ontstaan door ontginning van het veengebied. Het gebied heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld, wat met name te danken was aan het slot Giessenburg met de bijbehorende heerlijkheden. Het slot is aan het begin van de vijftiende eeuw gebouwd op een eiland in de Giessen, niet ver van het dorp Giessen-Nieuwkerk. Het slot is eeuwenlang van grote betekenis geweest voor het gebied rond de Giessen. De heren van Giessenburg (later d’Ablaing van Giessenburg) waren ook erfwatergraaf van het waterschap de Overwaard. In de 17de eeuw was het slot met de bijbehorende heerlijkheden Giessenburg en GiessenNieuwkerk eigendom van de familie Van Marlot uit Den Haag. Rond 1800 is het slot Giessenburg afgebroken. In 1986 is de zelfstandige gemeente Giessenburg opgegaan in de gemeente Giessenlanden. Het dorp telt tot op heden circa 4800 inwoners en behoort tot een van de drie groeikernen van de voormalige gemeente Giessenlanden. In 2019 is de gemeente overgegaan in de gemeente Molenlanden. Giessenburg is gelegen langs het riviertje de Giessen. Vanuit de kleihoudende stroomrug langs dit riviertje is het oorspronkelijke dorpje ontstaan.
Deze hoger gelegen stroomruggen waren namelijk droger en beter van ondergrond om op te bouwen. Vanuit het dorp heeft met het achterliggende polderlandschap ontgonnen, iets wat goed te zien is in de huidige ligging van de slagen in het landschap. Langs de noordelijke zijde van de Giessen is geen seriematige uitbreiding van het dorp te vinden en wordt de bebouwingsstructuur nog gekenmerkt door typische lintbebouwing, waar grote boerderijen en kleine arbeidershuisjes elkaar afwisselen. Het plangebied is gelegen in het cultuurhistorische lint langs de Slingelandseweg ten noordoosten van de dorpskern Giessenburg. Aan de zijde van de lintbebouwing waar het plangebied is gelegen, is er veel openheid naar het achtergelegen open slagenlandschap. Het lint kenmerkt zich door een verscheidenheid aan functies (woningen en bedrijvigheid door elkaar) en de afwisseling van (grotere) cultuurhistorisch waardevolle woningen en vervangende nieuwbouwwoningen. De bebouwing is doorgaans op korte afstand van de weg gelegen. Ten noorden van het plangebied is het open slagenlandschap gelegen waarin kaden en ontginningsassen zijn gelegen. Tussen de bebouwing door zijn landschappelijke doorzichten te vinden naar het slagenlandschap. Ten zuiden is de veenrivier de Giessen gelegen.
Huidige status/gebruik Het perceel tegenover Slingelandseweg 22 te Giessenburg betreft een perceel met grasland en een tweetal bomen. Op het perceel is aan de westzijde een thans verouderde schuur gebouwd.
10
Afbeelding 3: Huidige situatie plangebied
11
2.2 Nieuwe situatie Plan Het plan is om het vrijgekomen bouwrecht op het perceel Dorpsweg 46 te Hoornaar te verplaatsen naar de locatie tegenover het perceel Slingelandseweg 22 te Giessenburg. Het plan is om ter plaatse een vrijstaande woning te realiseren met een maximale oppervlakte van 90 m2 en maximaal 75 m2 aan-, uit- en bijgebouwen, bestaande uit één bouwlaag met een kap. De huidige verouderde schuur (ca. 90 m2) op het perceel zal worden gesloopt. Aan de oostzijde van het perceel blijft het doorzicht behouden.
Afbeelding 4: Nieuwe situatie
Verkeer en parkeren Het perceel tegenover Slingelandseweg 22 te Giessenburg is direct gelegen aan de Slingelandseweg. Er is één ontsluiting op de openbare weg aanwezig t.b.v. de bestaande schuur. In de nieuwe situatie zal er om de boogde vrijstaande woning te
12
bereiken een nieuwe in- en uitrit worden gerealiseerd op dezelfde plek. Ten westen van het plangebied is via N216 de A15 en A27 gemakkelijk te bereiken. Voor de vaststelling van de parkeernorm is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROWpublicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 wordt uitgegaan van het gemiddelde. De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad in de categorie ‘niet stedelijk’. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘buitengebied’. Uitgaande van het type woning ‘koop, vrijstaand’ wordt uitgegaan van een gemiddelde parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning (waarvan 0,3 parkeerplaatsen per woning voor bezoekers). Deze benodigde parkeerbehoefte wordt volledig opgelost op het eigen terrein. Op het erf is voldoende ruimte voor het manoeuvreren en parkeren van 3 auto’s. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm.
Parkeren
Afbeelding 5: Indicatie nieuwe parkeersituatie
13
Beelkwaliteit en landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende vormgeving van de bebouwing (beeldkwaliteit) en landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld. Het doel van deze beeldkwaliteitsparagraaf is om ongewenste situaties te voorkomen. Daarnaast biedt het een handvat voor het bevoegd gezag om te komen tot een verantwoorde en gewenste invulling van het plangebied. Gebiedsomschrijving Het plangebied is gelegen ten noordoosten van de dorpskern Giessenburg en maakt deel uit van de historische lintbebouwing ten noorden van de Giessen. Het plangebied maakt onderdeel uit van het buurtschap Pinkeveer. Het buurtschap kenmerkt zich door de compacte lintbebouwing. Het buurtschap dankt haar naam aan een oversteekplaats voor jonge runderen over de Giessen. Deze oversteekplaats is thans nog aanwezig in de vorm van een voetgangers en fietsersbrug over de Giessen. De historische lintbebouwing bestaat hoofdzakelijk uit woningen (af en toe kleinschalige bedrijvigheid). Het lint kenmerkt zich door de afwisseling van (grotere) cultuurhistorisch waardevolle (woon)boerderijen, vervangende vrijstaande nieuwbouwwoningen en (kleinere) geschakelde (arbeiders)huizen.
De bebouwing langs de Slingelandseweg, zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw, heeft overwegend een traditionele landelijke uitstraling. De hoofdgebouwen hebben veelal een rechthoekige opbouw en zijn overwegend opgebouwd uit bakstenen gevels met een steenachtige dakbedekking of riet als dakbedekking. De hoofdgebouwen zijn hoofdzakelijk in de eerste bebouwingslijn zowel haaks als parallel op de weg gepositioneerd. De gebruikte bouwmaterialen zijn bij zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw overwegend traditioneel. De gebruikte kleuren voor onder andere gevelstenen, overstekken, kozijnen en deuren zijn ingetogen en in harmonie met het omliggende landschap. In de historische lintbebouwing ziet men ingetogen architectonische detailleringen aan de gevels. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen hebben tevens een rechthoekige opbouw met een heldere of eenduidige kapvorm. Deze bouwwerken zijn zowel parallel als haaks op de weg gepositioneerd achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw. De aan- en uitbouwen of bijgebouwen zijn overwegend opgetrokken uit baksteen of potdekselwerk en hebben doorgaans een donkerdere kleur dan de hoofdgebouwen en hebben daarmee een ondergeschikte uitstraling in relatie tot het hoofdgebouw.
Tussen de lintbebouwing ziet men op meerdere plaatsen smalle en brede landschappelijke doorzichten naar het achterliggende slagenlandschap of de Giessen. Het landschap ten noorden van het plangebied kenmerkt zich door een grote mate van openheid en een rechtlijnige structuur van verkaveling omringd door rechte sloten en (achter)weteringen en incidenteel ruimtelijke elementen in de vorm van bomenlanen (b.v. knotwilgen) en (gerief-) boselementen.
14
Plangebied
Afbeelding 6: Bebouwing (rood) met landschappelijke doorzichten (groene pijlen)
Beeldkwaliteit Vanuit beeldkwaliteitsoogpunt is het wenselijk aan te sluiten bij de huidige karakteristiek van het lint. De vrijstaande woning wordt in de eerste lijn aan de Slingelandseweg gerealiseerd. De woning wordt gerealiseerd aan de westelijke zijde van het perceel. De woning zal bestaan uit één bouwlaag met een kap. Bij de architectonische uitwerking van de nieuwe woning wordt aangesloten bij de bestaande cultuurhistorische lintbebouwing en het karakter van het gebied. De nieuwe vrijstaande woning worden opgebouwd uit bakstenen gevels met een zadeldak (of afgeleide daarvan) bedekt met een gebakken of keramische pan of riet als dakbedekking. De nieuwe woning wordt vormgegeven in een landelijke stijl. De gebruikte kleuren voor o.a. gevel- stenen, overstekken, kozijnen, deuren zijn over het algemeen ingetogen en in harmonie met het landschap (een landelijke uitstraling). Landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende streekeigen landschappelijke inpassing. Voor de nieuwbouw van de vrijstaande woning is aandacht besteed voor de landschappelijke inpassing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is door Bureau Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten een landschappelijk inpassingsplan opgesteld.
Het landschappelijk inpassingsplan is uitvergroot toegevoegd in de bijlage.
15
Afbeelding 7: Landschappelijk inpassingsplan
Het uitgangspunt van het landschappelijk inpassingsplan is om de huidige waardevolle landschapselementen te behouden en waar mogelijk te versterken. Door de schuur te saneren alvorens de realisatie van de nieuwe woning zal het landschappelijke doorzicht en de openheid op het perceel behouden blijven. Het perceel zal landschappelijk worden ingericht middels het aanbrengen van streekeigen beplanting.
16
Hoofdstuk 3 Juridische planbeschrijving 3.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Giessenburg, tegenover Slingelandseweg 22’ bestaat uit drie delen: de verbeelding, de regels en de toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouw- en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en de onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Giessenburg, tegenover Slingelandseweg 22’ is conform de landelijke RO-standaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.
3.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het bestemmingsplan ‘Giessenburg, tegenover Slingelandseweg 22’ is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’, welke onherroepelijk is vastgesteld op 11 maart 2015 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Giessenlanden. De regels van het onderhavige bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
3.3 Bestemmingen Wonen Ter plaatse van het huidige agrarische bouwvlak wordt de bestemming ‘agrarisch’ gewijzigd naar ‘wonen’ met een bouwvlak ten behoeve van de realisatie van de vrijstaande woning. Tuin Ten behoeve van de voortuin van de beoogde woning en doorzichten vanaf de weg, maar ook de beschermingszone van de dijk, zal de bestemming ‘tuin’ gelegd worden. Waarde – Archeologie – 2 De dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie – 2’ is mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in de bodem.
17
Waterstaat – Waterkering De dubbelbestemming ‘Waterstaat – waterkering’ is mede bestemd voor de instandhouding, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering. Waarde – Landschap De dubbelbestemming ‘Waarde – landschap’ is mede bestemd om het karakteristieke, open en cultuurhistorische landschap te koesteren en de openheid te waarborgen.
3.4 Aanduidingen • •
Bouwvlak; Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone – dijk – 1.
18
4
Verantwoording beleidskader
4.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los.
Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied, en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stadsen dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB’s) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.
Het gaat om kader voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.
19
Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’.
Een in een bestemmingsplan voorziene stedelijke ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie wel een beoordelingskader van welke woningbouwontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS: 2014:3929). De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRVS 18 december 2013, ECLI: NL:RVS:2013: 2471).
Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3). Het plan betreft de verplaatsing van een bouwrecht naar de locatie tegenover perceel Slingelandseweg 22 te Giessenburg. Hiermee is er geen sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’, waardoor toetsing van het plan aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is. 20
4.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie ZuidHolland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.
Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit.
Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet.
21
Het plangebied is gelegen buiten BSD, maar gelegen binnen de ‘bebouwde ruimte’. Binnen het gebied ‘bebouwde ruimte’ (systeem van kernen en linten) streeft de provincie Zuid-Holland naar het beter benutten van deze ruimte voor een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied door het stimuleren en faciliteren van verdichting, herstructurering en transformatie. Het plan betreft het saneren van de huidige schuur en het realiseren van een vrijstaande woning. Hiermee wordt verdere veroudering en verpaupering van de schuur en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. De te realiseren woning wordt op een verantwoorde wijze landschappelijk ingepast. Het plan sluit hiermee aan op de verstedelijkingsopgave conform het provinciaal beleid. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving.
De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Middels het onderhavige plan wordt de ruimtelijke kwaliteit versterkt door de sloop van een verouderde schuur, de realisatie van een vrijstaande woning en de sanering van een bedrijfsbestemming (en bebouwing) in het lint op de locatie Dorpsweg 46 te Hoornaar (waar het bouwrecht van is verkregen). Verder wordt een agrarisch bouwvalk uit het lint verwijderd, welke toekomstig agrarisch gebruik van het perceel uitsluit en ten goede komt van het woon- en leefklimaat van de directe omgeving. Om te voorzien in een optimale ruimtelijke kwaliteitsverbetering is door een landschapsarchitect een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld, waardoor het perceel op een verantwoorde wijze landschappelijk is ingepast. Tevens zal de woning, vanuit beeldkwaliteitsoogpunt, aansluiten bij de huidige karakteristieken van het lint (paragraaf 2.2). Tenslotte wordt middels de sanering van de verouderde schuur op het perceel tegenover de Slingelandseweg 22 verdere veroudering, verpaupering en verdere aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen.
Kwaliteitskaart De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. In de Visie ruimte en mobiliteit heeft de provincie de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen vastgelegd op de kwaliteitskaart. Beide deelgebieden zijn gelegen in het ‘veenweidelandschap’ en anderzijds gelegen in ‘linten’.
22
De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels, vele sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het agrarisch gebruik overheerst. Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Voor ontwikkelingen in het veenweide- landschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.
Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Voor ontwikkelingen in de linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Het plan sluit aan bij de kwaliteitskaart en daarmee richtpunten voor ontwikkelingen in de gebieden ‘veenweidelandschap’ en ‘linten’. Een landschapsarchitect heeft een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. Het plangebied wordt op een passende en verantwoorde wijze landschappelijk ingericht.
23
Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmings- plannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.
Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: • zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en • het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: • Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en • Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Het plan kan geschaard worden binnen de categorie ‘inpassen’. Het onderhavige plan is qua schaal en aard passend in het gebied en zorgt ervoor dat de ruimtelijke kwaliteit is gewaarborgd. Met het verwijderen van de verouderde en vervallen schuur zal het perceel worden opgeknapt.
De vrijstaande woning op het perceel kan worden gerealiseerd met behulp van het bouwrecht verkregen van het plan aan de Dorpsweg 46 te Hoornaar en de ruimtelijke kwaliteitswinst die hier wordt behaald door het verwijderen van de bedrijfsbestemming en de bedrijfsbebouwing uit het cultuurhistorische lint aan de Dorpsweg te Hoornaar. Verdere verpaupering en eventuele leegstand in de huidige schuur wordt hiermee voorkomen. Ook wordt een agrarisch bouwvalk uit het lint verwijderd, welke toekomstig agrarisch gebruik van het perceel uitsluit en ten goede komt van het woon- en leefklimaat van de directe omgeving. Om in een optimale ruimtelijke kwaliteitsverbetering te voorzien is een 24
landschappelijk inpassingsplan opgesteld en zal de nieuwe woning stedenbouwkundig gezien aansluiten bij de overige karakteristieken in het lint. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: • De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; • Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan betreft de sloop van de huidige schuur en de verplaatsing van een bouwrecht naar de locatie tegenover perceel Slingelandseweg 22 te Giessenburg. Hiermee is er geen sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’, waardoor toetsing van het plan aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is.
25
4.3 Regionaal beleid Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, heeft de regio recent een nieuwe visie, de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en worden de beleidskeuzes bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerrein, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige e authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘Open voor elkaar’ (2012) benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. In het kader van de regionale centrale visie, de vorming van een vitale regio, is een verouderde en verpauperde schuur in het cultuurhistorische lint niet wenselijk.
Middels het onderhavige plan wordt een verouderde schuur gesaneerd en hiermee verdere verpaupering voorkomen. Op het perceel wordt een vrijstaande woning op een verantwoorde wijze landschappelijk ingepast en vormgegeven. Tevens worden de landschappelijke doorzichten op het perceel gewaarborgd. Hiermee draagt het onderhavige plan bij aan de versterking van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van het landschap en is daarmee in overeenstemming met het regionaal beleid. Regionale woonvisie In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de Randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld.
Door een jaarlijks woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden. Er wordt niet in exacte aantallen op de samenstelling van het programma gestuurd. In plaats daarvan wordt een kwalitatief leidraad gehanteerd, 26
die gemeente helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Giessenburg is aangeduid als voorzieningendorp. Een voorzieningendorp heeft een bovenlokale functie in wonen en voorzieningen. Nieuwbouw bedient hier de lokale vraag, aangevuld met toestroom uit omliggende dorpen. Zowel starters, doorstromers als senioren zijn allen een doelgroep in deze dorpen. Daarom past hierbij een gemengd woningbouwprogramma. Het onderhavige plan betreft het saneren van een verouderde schuur en de realisatie van een woning middels de verplaatsing van een bouwrecht. Per saldo worden geen wooneenheden toegevoegd. Gezien de kleinschaligheid van de woning en de locatie van het perceel is het plan passend voor elke doelgroep, maar is deze vooral passend voor doorstromers en senioren. De te realiseren woning is levensloopbestendig. In de regionale woonvisie is vastgesteld dat het realiseren van 10 (of minder) wooneenheden, mits de totale groei van het aantal wooneenheden in Giessenburg niet groter is dan 0,7%-norm van de totale woningvoorraad in de planperiode 20102020, er een vrijstelling kan worden vergeven. Het onderhavige plan is een organische ontwikkeling in de lintbebouwing en kleinschalig van aard. Hetgeen leidt niet tot concurrentie met overige woningbouwplannen of overaanbod in de regio.
De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan een kwalitatieve verbetering van de woningvoorraad in de gemeente Molenlanden. De extra woning wordt gerealiseerd op particulier initiatief. Het plan speelt in op concrete woningbehoefte in Giessenburg. De woning is reeds regionaal afgestemd en meegenomen in de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.
27
4.4 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Giessenlanden Op 19 oktober 2017 heeft de voormalige gemeente Giessenlanden de Omgevingsvisie Giessenlanden vastgesteld. De Omgevingsvisie Giessenlanden heeft de formele status van een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1 Wet ruimtelijke ordening. Deze omgevingsvisie beschrijft de visie van het gebied van de voormalige gemeente Giessenlanden, nu Molenlanden, hoe de gemeente in samenwerking met de inwoners wil zorgen voor het gemeentelijk grondgebied. De visie geeft aan: 1. Waar bestaande kwaliteiten liggen en waar ruimte ligt voor nieuwe ontwikkelingen (behoud bestaande omgevingswaarden en – kwaliteiten en versterken identiteit); 2. Op welke wijze het gemeentebestuur als partner, bij wil en bij kan dragen aan plannen en wensen van inwoners en ondernemers, passend bij de visie. In totaal zijn er acht omgevingskwaliteiten geformuleerd: 1. Wij koesteren, versterken en stimuleren de identiteit van onze dorpen en hun ommeland. Dit door o.a. te bewaken dat het karakter van ieder dorp behouden blijft; 2. De ondergrond, cultuurhistorische en ontstaansgeschiedenis van een dorp en zijn ommeland dragen in belangrijke mate bij aan de huidige kwaliteit, karakteristiek en identiteit van dat dorp. Deze aspecten zijn een belangrijk vertrekpunt bij toekomstige ontwikkelingen; 3. Zorgvuldig ruimtegebruik is uitgangspunt.
Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de huidige en toekomstige vragen; 4. De kwaliteit van de onderlinge samenhang tussen de dorpen, het landschap en het water worden beschermd benut en versterkt; 5. De fysieke leefomgeving van de dorpen dient niet alleen functioneel te zijn, maar ook kwaliteit te bieden in beleving, veilig te zijn en bij te dragen aan de gezondheid van haar inwoners; 6. Wij stimuleren duurzame maatregelen welke een positieve bijdrage leveren aan het milieu; 7. Wij bieden ruimte aan innovatie, zolang deze geen afbreuk doet aan de overige omgevingskwaliteiten; 8. Wij behouden het evenwicht tussen een doeltreffende waterhuishouding en het karakteristieke slagenlandschap. Het landschap dankt haar karakteristiek mede aan het water en staat daar tegelijkertijd door onder druk. Middels het plan wordt de ruimtelijke kwaliteit versterkt door de sloop van een verouderde schuur, de realisatie van een vrijstaande woning en de verplaatsing van een bedrijf uit het lint op de locatie Dorpsweg 46 te Hoornaar. De te realiseren woning wordt op een verantwoorde wijze landschappelijk en stedenbouwkundig ingepast, waardoor wordt voorzien in een optimale ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Hiermee wordt de identiteit en het karakter van de dorpen bewaakt, wordt zorgvuldig met het ruimtegebruik omgegaan. Het plan is hiermee in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
28
Woonvisie Buitengewoon Wonen In juni 2016 heeft de voormalige gemeente Giessenlanden de woonvisie ‘Buitengewoon Wonen in Giessenlanden’ vastgesteld. De doelstelling van de woonvisie is om te komen tot een passend woningaanbod binnen een aantrekkelijk woongebied. Inwoners moeten binnen hun mogelijkheden zoveel mogelijk hun woonwensen kunnen realiseren. In het gemeentelijk woonbeleid staan de volgende thema’s centraal: 1. Het faciliteren van initiatieven; 2. Aandacht voor kwaliteit, duurzaamheid en toekomstbestendigheid; 3. Het bevorderen van doorstroming. Het onderhavige plan betreft de realisatie van één woning. Het plan betreft een organische ontwikkeling in de lintbebouwing welke kan worden gezien als een kwalitatieve toevoeging aan de woningvoorraad van de gemeente Molenlanden. Het betreft een welkom particulier initiatief welke gefaciliteerd wordt door de gemeente. Het onderhavige plan draagt bij aan het streven van de gemeente Molenlanden om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Doorstroming is essentieel voor een gezonde woningmarkt. De woning betreft een kleinschalige woning welke passend is voor verschillende doelgroepen, zoals eerder aangegeven in het regionaal beleid. Doorstroming wordt hiermee gestimuleerd.
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ Het onderhavige plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’, dat door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Giessenlanden onherroepelijk is vastgesteld op 11 maart 2015. Het plangebied betreft de enkelbestemmingen: • Agrarisch; • Tuin. De dubbelbestemmingen: • Waarde – archeologie – 2; • Waterstaat – waterkering. En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Gebiedsaanduiding: vrijwaringszonde – dijk; • Functieaanduiding: garage.
29
Afbeelding 8: Uitsnede vigerende bestemmingsplan
Het voorgenomen plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’. Het plangebied betreft de enkelbestemmingen ‘agrarisch’ en ‘tuin’. Ter plaatse van deze gronden is het niet toegestaan een woning te realiseren.
4.5 Conclusie Op basis van de beleidskaders kan worden geconcludeerd dat: • • • •
In het plan geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is daarmee niet van toepassing; Het plan zorgt voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering; Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan.
30
5
Verantwoording sectorale aspecten
5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen of er sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Onderzoek Aan de hand van de bestemmingswijziging ten behoeve van de realisatie van een vrijstaande woning zal de vraag beantwoord worden of een m.e.r.-(beoordelings) plicht geldt. Voor de beantwoording van deze vraag is allereerst het bepaalde in het Besluit milieueffectrapportage van belang. De verplichting tot het opstellen van een m.e.r. is opgenomen in artikel 7.2 Wet milieubeheer. Dit artikel vormt een omzetting van de EEG-m.e.r.-richtlijnen. Voor de beantwoording van de vraag of voor een concreet plan een m.e.r. dient te worden doorlopen, dient primair te worden beoordeeld of de activiteit valt binnen de onderdelen C en D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Onderdeel C geeft aan wanneer er sprake is van een m.e.r.-plicht.
Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen een plan-m.e.r. (kolom 3 van onderdeel C) en een besluit-m.e.r. (kolom 4 van onderdeel C). Onderdeel D geeft de activiteiten en gevallen aan waarin sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht, dan moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van significante milieugevolgen en als deze aan de orde zijn dient een m.e.r. plaats te vinden. Voor het onderhavige plan kan worden gesteld dat er geen directe m.e.r.-plicht vanuit de wet milieubeheer en vanuit het besluit m.e.r. geldt op grond van Bijlage C. De activiteiten / bouw welke middels onderhavig bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt vallen binnen de in de bijlage D bij het Besluit m.e.r. (D11.2). Het plan betreft uitsluitend het saneren van een verouderde schuur en het realiseren van één burgerwoning. Kenmerken van het plan Het perceel tegenover Slingelandseweg 22 te Giessenburg, kadastraal aangeduid als GSB00K70, is momenteel een stuk grasland met daarop een verouderde schuur gelegen. De initiatiefnemer is voornemens de verouderde schuur te slopen en een vrijstaande woning te realiseren. Er vinden geen productiewerkzaamheden plaats. Er is geen sprake van productie van afvalstoffen, anders dan regulier huishoudelijk afval. Behoudens de standaard toegestane aan-huis-gebonden beroepen/bedrijven zullen er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden.
31
Ligging van het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 6,0 km ligt het Natura 2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid. Overige natura 2000-gebieden in de omgeving zijn op grotere afstand gelegen. De planlocatie ligt op een afstand van circa 340 m ten noordoosten van het een ecologische verbinding van het Natuurnetwerk Nederland.
Afbeelding 9: Afstand plangebied t.o.v. Natura2000-gebieden
Afbeelding 10: Afstand plangebied t.o.v. Natuurnetwerk Nederland (NNN)
32
Kenmerken van de potentiële effecten van het plan Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toenemen. Gezien de kleinschaligheid van het plan zullen geen van de toenames leiden tot significante negatieve effecten op het milieu. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Hieruit blijkt dat er door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling geen sprake zal zijn van nadelige milieueffecten. Conclusie Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling, het feit dat het plangebied niet nabij Natura2000-gebieden en NNN is gelegen, er geen sprake is van productiewerkzaamheden, er geen sprake is van (een toename van) onevenredige aantallen verkeersbewegingen etc. kan – met inachtneming van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling – redelijkerwijs worden verwacht dat er geen sprake is van ernstige milieugevolgen gerelateerd aan de ruimtelijke ontwikkeling en kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. kan worden volstaan met een onderbouwing van de diverse milieuaspecten in de voorliggende toelichting van het bestemmingsplan ‘Giessenburg, tegenover Slingelandseweg 22’.
33
5.2 Watertoets Beleidskader In het onderhavige plangebied is Waterschap Rivierenland de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheer van de primaire en secundaire waterkeringen, beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en wegbeheerder van de wegen buiten de bebouwde komt, niet zijnde rijks- of provinciale wegen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met het duurzaam waterbeheer. Waterschapsbeleid Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 ‘Koers houden, kansen benutten’ bepalend voor het waterbeleid. Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren. De speerpunten hierin zijn: • Een veilig rivierengebied. Verbeteren en versterken dijken en boezemkades met daarnaast oog voor oplossingen door een aangepast ruimtelijke inrichting en door risicobeheersing (bijvoorbeeld evacuatie); • Anticiperen op klimaatveranderingen. Een robuust en ecologisch gezond watersysteem dat voldoende water van goede kwaliteit biedt aan landbouw, natuur, stedelijk gebied en recreatie; • Het duurzaam en doelmatig zuiveren van afvalwater door onder andere centralisatie van zuiveringen en van slibverwerkingen.