CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan ‘Giessenburg, Binnendamseweg 64c

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Binnendamseweg 64c, Giessenburg13.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Giessenburg, Binnendamseweg 64c’

Toelichting bestemmingsplan ‘Giessenburg, Binnendamseweg 64c’

Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPbindamsewg64cGSB-VG01 Status: Vastgesteld Datum: 22-02-2022

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding .......................................................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding...................................................................................................... 2 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................. 2 1.3 Belang ............................................................................................................ 3 1.4 Kader ............................................................................................................. 3 1.5 Maatschappelijk resultaat ............................................................................... 4 1.6 Maatschappelijk draagvlak ............................................................................. 5 1.7 Economische uitvoerbaarheid ......................................................................... 5 1.8 Communicatie ................................................................................................ 5 1.9 Realisatie ....................................................................................................... 5 1.10 Leeswijzer .................................................................................................... 6 2.

Planbeschrijving .......................................................................................................................... 7 2.1 Bestaande situatie .......................................................................................... 7 2.2 Nieuwe situatie............................................................................................... 9 2.3 Verkeer en parkeren ..................................................................................... 11 2.4 Beeldkwaliteit / Landschappelijke inpassing ................................................. 11 3. Beleidskader ............................................................................................................................... 13 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................... 13 3.2 Provinciaal beleid ......................................................................................... 15 3.3 Regionaal Beleid ........................................................................................... 20 3.4 Gemeentelijk beleid...................................................................................... 21 3.5 Conclusie ..................................................................................................... 23 4.

Milieuaspecten .......................................................................................................................... 24 4.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) ...................................................... 24 4.2 Geluid .......................................................................................................... 25 4.3 Bedrijven en milieuhinder ............................................................................. 26 4.4 Bodem.......................................................................................................... 28 4.5 Archeologie .................................................................................................. 30 4.6 Watertoets.................................................................................................... 32 4.7 Ecologie ....................................................................................................... 37 4.8 Luchtkwaliteit ............................................................................................... 40 4.9 Externe veiligheid ......................................................................................... 42 4.10 Duurzaamheid en klimaatadaptatie ............................................................ 45 5.

Juridische planopzet ............................................................................................................... 46 5.1 Inleiding ....................................................................................................... 46 5.2 Systematiek van de regels ............................................................................ 46

5.3 Bestemmingen ............................................................................................. 46 5.4 Aanduidingen ............................................................................................... 47 Bijlage Omschrijving 1 Landschappelijk inpassingsplan 2 Verkennend bodemonderzoek (incl. asbest) 3 Ecologisch onderzoek 4 Digitale watertoets 5 Akoestisch onderzoek wegen railverkeerslawaai 6 Archeologisch onderzoek

Auteur New-ton Architects & Engineers Bakker Milieuadviezen

Referentie Variant 1

Datum 02-03-2021

BM/261422020

Dec. 2020

Blom Ecologie

BE/2021/408/r 29-04-2021

Waterschap Rivierenland Voortman Ingenieurs

20210520-926533 R-JVO/1698

20-05-2021

ADC ArcheoProjecten

Rapport 5481

01-07-2021

10-06-2021

1

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het perceel Binnendamseweg 64c te Giessenburg betreft een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. Op het perceel zijn een bedrijfswoning (Binnendamseweg 64c) met een aantal voormalig agrarische bedrijfsgebouwen gelegen. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn reeds beëindigd. De initiatiefnemer van dit plan heeft de locatie aangekocht om zich daar met de familie te vestigen. Het plan is om de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, behoudens de bedrijfswoning Binnendamseweg 64c en een bestaande stenen schuur, te slopen en één vrijstaande woning met schuur te realiseren. Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Giessenburg, Binnendamseweg 64b/c’ (vastgesteld op 11 juli 2019). Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Cultuurhistorische waarden’. Op deze gronden is de realisatie van een burgerwoning niet toegestaan. Tevens is het niet toegestaan de huidige agrarische bedrijfswoning te bewonen wanneer het agrarisch bedrijf is beëindigd. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 23 maart 2021 een besluit genomen op het principeverzoek. De gemeente is in principe bereid medewerking te verlenen aan het plan middels een bestemmingsplanprocedure. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Binnendamseweg te Giessenburg.

Het plangebied grenst aan de noord- en oostzijde aan het agrarisch grasland/het open slagenlandschap. Aan de zuid- en westzijde wordt het plangebied door een perceelsgrens met de belendende percelen Binnendamseweg 64, 64a, 64b, 64d en 64e te Giessenburg.

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

2

1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit Dit plan voorziet in een aanzienlijke afname van bebouwing/verharding. Middels dit plan wordt langdurige leegstand, verpaupering van de agrarische bedrijfsbebouwing en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. Om te komen tot een optimale ruimtelijke kwaliteitswinst wordt het plangebied op een in het cultuurhistorisch lint passende wijze landschappelijk ingericht. Het agrarisch bouwvlak op het perceel wordt verwijderd. Hiermee wordt een onwenselijke nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf op deze locatie uitgesloten. Met de verdwijning van het agrarisch bedrijf is sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat van de omliggende woonpercelen. Toekomstbestendige situatie Het plan is in overeenstemming met het landelijk en zorgbeleid. Het Rijk zet in op langer zelfstandig thuis wonen. Mensen moeten de komende jaren langer op zichzelf blijven wonen in plaats van in beschermde woonzorginstellingen. Middels dit plan wordt een toekomstbestendige woonsituatie gecreëerd.

De ouders van de initiatiefnemer zullen hun intrek nemen in de bestaande woning. Met de bouw van de tweede woning woont men op korte afstand van elkaar. Hiermee ontstaat een toekomstbestendige situatie waarbij de initiatiefnemer in de toekomst eventuele (mantel)zorg kan bieden aan de ouders. 1.4 Kader Bestemmingsplan ‘Giesenburg, Binnendamseweg 64b/c’ Het plangebied valt enerzijds binnen het bestemmingsplan ‘Giessenburg, Binnendamseweg 64b/c’ (vastgesteld op 11 juli 2019). Het plangebied heeft de bestemming: •

Agrarisch met waarden – Cultuurhistorische waarden;

De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie – 1; • Waarde – Archeologie – 2; • Waarde – Archeologie – 4; • Waarde – Archeologie – 5; • Waarde – Archeologie – 7; • Waarde – Archeologie – 8; • Waterstaat – Waterkering. Met de aanduidingen: • Bouwvlak; • Vrijwaringszone – dijk – 1.

3

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ Het plangebied valt anderzijds binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ (vastgesteld op 11 maart 2015). Het plangebied heeft de bestemmingen: • Wonen; • Tuin; De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie – 1; • Waarde – Archeologie – 2; Met de aanduiding: • Bouwvlak.

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Giessenburg, Binnendamseweg 64b/c’ (links) en bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ (rechts)* * Een klein deel aan de zuidoostzijde van het plangebied van het bestemmingsplan ‘Giessenburg, Binnendamseweg 64c’ valt buiten het plangebied van het bestemmingsplan ‘Giesenburg, Binnendamseweg 64b/c’ en daarmee binnen bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’.

Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Giessenburg, Binnendamseweg 64b/c’ (vastgesteld op 11 juli 2019). Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Cultuurhistorische waarden’. Op deze gronden is de realisatie van een burgerwoning niet toegestaan. Tevens is het niet toegestaan de huidige agrarische bedrijfswoning te bewonen wanneer het agrarisch bedrijf is beëindigd. 1.5 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om op het perceel Binnendamseweg 64c een tweede woning met schuur te realiseren en de huidige bedrijfswoning te bewonen als burgerwoning.

4

1.6 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Participatie In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan zijn er meerdere opties om omwonenden van een planontwikkeling te informeren. Gezien de kleinschaligheid van het plan heeft de initiatiefnemer van dit plan gekozen om de omwonenden persoonlijk mondeling te informeren over de plannen. De reacties van de omwonenden waren positief. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de overlegpartners. Het waterschap Rivierenland heeft per mail aangegeven akkoord te zijn met het plan. Het waterschap heeft een tweetal tekstuele opmerkingen gegeven die zijn verwerkt in hoofdstuk 4.6 Watertoets. Het plan geeft voor de overige overlegpartners geen aanleiding om te reageren. Inspraak Het voorontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben met ingang van 1 oktober 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn géén inspraakreacties ingediend. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben met ingang van 24 november 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen.

Er zijn géén zienswijzen ingediend. 1.7 Economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is er een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is. 1.8 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via Gemeenteblad (internet), het Kontakt en de Klaroen). 1.9 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de ter inzage (beroeps)termijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor de realisatie van de nieuwe woning met schuur kan dan worden aangevraagd.

5

1.10 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: - Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; - Hoofdstuk 3: Beleidskader; - Hoofdstuk 4: Milieuaspecten; - Hoofdstuk 5: Juridische planopzet;

6

2. Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Giessenburg is in 1957 ontstaan uit de dorpjes Peursum en Giessen-Nieuwkerk. Deze dorpjes zijn vanaf de 13e eeuw ontstaan door ontginning van het veengebied. Het gebied heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld, wat met name te danken was aan het slot Giessenburg met de bijbehorende heerlijkheden. Het slot is aan het begin van de vijftiende eeuw gebouwd op een eiland in de Giessen, niet ver van het dorp Giessen-Nieuwkerk. Het slot is eeuwenlang van grote betekenis geweest voor het gebied rond de Giessen. De heren van Giessenburg (later d'Ablaing van Giessenburg) waren ook erfwatergraaf van het waterschap de Overwaard. In de zeventiende eeuw was het slot met de bijbehorende heerlijkheden Giessenburg en Giessen-Nieuwkerk eigendom van de familie Van Marlot uit Den Haag. Rond 1800 is het slot Giessenburg afgebroken. Het dorp telt heden ten dage circa 4800 inwoners. Giessenburg is gelegen langs het riviertje de Giessen. Vanuit de kleihoudende stroomrug langs dit riviertje is het oorspronkelijke dorpje ontstaan. Deze hoger gelegen stroomruggen waren namelijk droger en beter van ondergrond om op te bouwen. Vanuit het dorp heeft men het achterliggende polderlandschap ontgonnen, iets wat goed te zien is in de huidige ligging van de slagen in het landschap.

Langs de noordelijke zijde van de Giessen is geen seriematige uitbreiding van het dorp te vinden en wordt de bebouwingsstructuur nog gekenmerkt door typische lintbebouwing, waar grote boerderijen en kleinere arbeidershuisjes elkaar afwisselen. Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van de kern Giessenburg. Het plangebied is gelegen in historische lintbebouwing langs de Giessen. Langs de Binnendamseweg is sprake van een verdichting aan lintbebouwing. Deze dichte bebouwing is kenmerkend voor de stedenbouwkundige structuur van het cultuurhistorische lint langs de Binnendamseweg. In het lint langs de Binnendamseweg ziet men een afwisseling van (grotere) historische (woon)boerderijen, vervangende vrijstaande nieuwbouwwoningen en (kleinere) voormalige arbeidershuizen. Daarbij is sprake van afwisselende functies, kleinschalige bedrijvigheid, detailhandel en burgerwoningen wisselen elkaar af. Wat betreft de architectuur van de bebouwing ziet men een afwisseling van traditionele en moderne bebouwing. De gebruikte bouwmaterialen zijn bij zowel de traditionele bebouwing als de nieuwbouw overwegend traditioneel. De gebruikte kleuren zijn ingetogen en in harmonie met het omliggende landschap. 2.1.2 Huidig gebruik Het perceel Binnendamseweg 64c te Giessenburg betreft een voormalig agrarisch bedrijfsperceel.

Op het perceel zijn een bedrijfswoning (Binnendamseweg 64c) met een aantal voormalig agrarische bedrijfsgebouwen gelegen. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn reeds beëindigd.

7

Werktuigenloods

Stenen schuur

Bestaande woning

Ligboxenstal

Werktuigenloods 1

Werktuigenloods 2 Houtopslag

Afbeelding 3: Bestaande situatie

Tabel 1: Bestaande bebouwing Bestaande woning Ligboxenstal Stenen schuur Werktuigenloods Houtopslag Werktuigenloods 1 Werktuigenloods 2 Totaal

(ca.) m2 90 1040 84 250 25 120 135 1744

Afbeelding 4: Bovenaanzicht perceel Binnendamseweg 64c Giessenburg

8

2.2 Nieuwe situatie Het plan is om 1570 m2 aan bestaande agrarische opstallen te slopen, de overtollige terreinverharding te verwijderen en het agrarisch bouwvlak (dat volledig mag worden bebouwd) weg te nemen. In ruil daarvoor wordt een vrijstaand boerderijvolume met een inhoud van maximaal 1.000 m3 (incl. aan- en uitbouwen) gerealiseerd. De functie van de bestaande bedrijfswoning Binnendamseweg 64c wordt gewijzigd naar een burgerwoning. De bestaande stenen schuur (84 m2) blijft behouden als bijgebouw bij de bestaande woning. Als onderdeel van het voormalig agrarisch bedrijf heeft de initiatiefnemer van dit plan de bijbehorende 6,5 hectare weiland aangekocht. Voor het onderhoud van het weiland en de sloten zijn landbouwmachines noodzakelijk. Het plan is om op voorerf van de nieuwe woning een bijgebouw ter grootte van 184 m2 te realiseren voor o.a. het stallen van deze landbouwmachines. Verder wordt het nieuwe bijgebouw voor het hobbymatige basis houden van dieren en hieraan gerelateerd de opslag van voer en hooi).

Afbeelding 5: Nieuwe situatie

9

Werktuigenloods (250 m2)

Ligboxenstal (1040 m2)

Werktuigenloods 1 (120 m2)

Houtopslag (25 m2)

Werktuigenloods 2 (135 m2)

Afbeelding 6: Te slopen bebouwing

Afbeelding 7: Impressie nieuwe situatie

10

2.3 Verkeer en parkeren Ontsluiting Het perceel Binnendamseweg 64c te Giessenburg heeft een enkele in- en uitrit op de Binnendamseweg. Dit blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd. Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROWpublicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel - in de categorie ‘niet stedelijk’. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘buitengebied’. Parkeerbehoefte In de nieuwe situatie is sprake van twee vrijstaande woningen op het perceel Binnendamseweg 64c te Giessenburg. Voor het woningtype ‘koop, vrijstaand’ liggend in ‘het buitengebied’ van een ‘niet stedelijk gebied’ stelt het parkeerbeleid een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Dit resulteert in een totale parkeerbehoefte van vijf parkeerplaatsen. Parkeeroplossing De parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost. Op beide woonkavels is voldoende ruimte voor het parkeren van minimaal drie personenauto’s. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm.

2.4 Beeldkwaliteit / Landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende vormgeving van de nieuwe bebouwing (beeldkwaliteit) en landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing. Gebiedsomschrijving Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van de kern Giessenburg. Het plangebied is gelegen in historische lintbebouwing langs de Giessen. Langs de Binnendamseweg is sprake van een verdichting aan lintbebouwing. Deze dichte bebouwing is kenmerkend voor de stedenbouwkundige structuur van het cultuurhistorische lint langs de Binnendamseweg. In het lint langs de Binnendamseweg ziet men een afwisseling van (grotere) historische (woon)boerderijen, vervangende vrijstaande nieuwbouwwoningen en (kleinere) voormalige arbeidershuizen. Daarbij is sprake van afwisselende functies, kleinschalige bedrijvigheid, detailhandel en burgerwoningen wisselen elkaar af. Wat betreft de architectuur van de bebouwing ziet men een afwisseling van traditionele en moderne bebouwing. De gebruikte bouwmaterialen zijn bij zowel de traditionele bebouwing als de nieuwbouw overwegend traditioneel. De gebruikte kleuren zijn ingetogen en in harmonie met het omliggende landschap.

Het landschap kenmerkt zich door een grote mate van openheid en een rechtlijnige structuur van verkaveling omringd door rechte sloten en (achter- ) weteringen en incidenteel ruimtelijke elementen in de vorm van bomenlanen (b.v. knotwilgen) en (gerief-) boselementen.

11

Landschappelijk inpassingsplan Om de nieuwe woning op een passende wijze landschappelijk in te passen is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het uitgangspunt van het landschappelijke inpassingsplan is het behoud dan wel versterken van de waardevolle landschappelijke elementen. Dit plan voorziet in een aanzienlijke afname van de bebouwing. De nieuwe woning wordt gerealiseerd op de locatie van de huidige werktuigenloods, waarmee geen sprake is van aantasting van de openheid dan wel het sloten- en verkavelingspatroon van het landschap. De bestaande beplanting in het plangebied blijft zoveel mogelijk behouden en wordt op een aantal plaatsen aangevuld met nieuwe beplanting teneinde het groene karakter van het gebied te versterken. Aan de voorzijde van het plangebied, waar de nu twee werktuigenloodsen staan, wordt een boomgaard gerealiseerd. Verder is het plan om langs de sloten en de toekomstige erfgrens extra beplanting in de vorm van knotwilgen en/overige streekeigen beplanting te realiseren. Wat betreft de architectonische uitwerking van de nieuwe woning wordt aangesloten bij de bestaande cultuurhistorische lintbebouwing in de directe omgeving. Het plan is om de woning vorm te geven in de vorm van een boerderijvolume. Het boerderijvolume wordt opgebouwd uit bakstenen gevels met een zadeldak (of afgeleide daarvan) bedekt met een keramische pan of riet als dakbedekking.

Eventuele bijgebouwen worden achter de voorgevellijn gerealiseerd en zullen een ondergeschikte uitstraling krijgen ten opzichte van de boerderij. De gebruikte kleuren voor o.a. gevelstenen, overstekken, kozijnen en deuren zijn over het algemeen ingetogen en in harmonie met het landschap (een landelijke uitstraling).

Afbeelding 8: Landschappelijk inpassingsplan

12

3. Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomst- perspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen Rijksbelangen geschaad.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke Rijksbelangen in het Barro.

13

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt.

In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. ‘Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).’ Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ In dit plan worden per één woning toegevoegd. Op basis van bovenstaande jurisprudentie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is. De woning wordt gemeld in het regionaal overleg en wordt meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.

14

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie ZuidHolland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie ZuidHolland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020 gepubliceerd (ontwerpOmgevingsvisie Zuid-Holland - Koers 2020). De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.

Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).

Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op BSD of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de 15

kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plangebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het plangebied is gelegen in het cultuurhistorisch lint. Het plan past binnen het woningbouwbeleid van de provincie Zuid-Holland en het streven van de provincie Zuid-Holland naar het beter benutten en opwaarderen van de ‘bebouwde ruimte. Het plan leidt tot een opwaardering van de lintbebouwing aan de Binnendamseweg. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling (kleiner dan 3 ha) welke qua schaal en aard past in het gebied. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is. Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit : een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten.

In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. Dit plan voorziet in een aanzienlijke afname van bebouwing/verharding. Middels dit plan wordt langdurige leegstand, verpaupering van de agrarische bedrijfsbebouwing en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. Om te komen tot een optimale ruimtelijke kwaliteitswinst wordt het plangebied op een in het cultuurhistorisch lint passende wijze landschappelijk ingericht. Het agrarisch bouwvlak op het perceel wordt verwijderd. Hiermee wordt een onwenselijke nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf op deze locatie uitgesloten. Met de verdwijning van het agrarisch bedrijf is sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat van de omliggende woonpercelen.

Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. Het plangebied is gelegen in het ‘veen(weide)landschap’ en in de ‘linten’.

16

Veenweidegebied De ruimtelijke structuur in het veen(weide)gebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veen(weide)landschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor ontwikkelingen in het veen(weide)landschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Linten Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend.

Voor ontwikkelingen in de linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Het plan draagt bij aan het bewaren van het verkavelingspatroon en lengtesloten. Er is rekening gehouden met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Voor het plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het plan draagt bij aan het behoud van de maat en weidsheid van het landschap. Bij de vormgeving van de woning wordt rekening gehouden met de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van het lint. Het plan sluit aan bij de kwaliteitskaart voor ontwikkelingen in de gebieden ‘veen(weide)landschap’ en ‘linten’.

17

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevings- verordening gepubliceerd (ontwerp-Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020). Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen ende inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.

Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang.

Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: • Een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid; • Hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Inpassen In dit licht kan het plan kan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau

18

van een bestaand agrarisch perceel in het lint. Bij het plan veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Gebiedsidentiteit De gebiedsidentiteit is de aard of karakteristiek van een gebied dat is ontstaan in de loop der jaren. In die tijd zijn gemeenschappelijke kernwaarden in het gebied ontstaan die gekoppeld zijn aan gebruik en de verschijningsvorm. De gebiedsidentiteit van een plek is verbonden met de mensen die er wonen, werken en er zich thuis voelen. Een gebiedsidentiteit is meestal van grote omvang. Het plan betreft de sanering van een voormalige agrarisch bedrijfslocatie en de bouw van een extra woning. Er vinden geen wijziging plaats in de landschapsstructuur, in de verkeersstructuur, de leefbaarheid van het gebied en/of de waterstructuren. Het plan is passend binnen de gebiedsidentiteit. Gebiedseigen De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. Het plan betreft een gebiedseigen ontwikkeling of functie dat naadloos aansluit op de bestaande kenmerken en gebruikswaarden van het gebied. Een gebiedseigen ontwikkeling draagt bij aan behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en heeft daarmee geen negatieve invloed op de (kenmerken) van de omgeving.

Structuur Onder structuur worden de samenhangende ruimtelijke elementen die in het gebied aanwezig zijn die het gebruik van functies in het gebied mogelijk maken. Er is een gebiedsanalyse gedaan in de omgeving en een architect heeft voor deze locatie een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Er is een analyse gedaan naar de huidige landschappelijke kernkwaliteiten van de locatie en omgeving. De bestaande landschappelijke kernkwaliteiten op de locatie blijven behouden en/of worden versterkt. Het verkavelings- en slotenpatroon blijven ongewijzigd. Het plangebied wordt groen ingericht. Hiermee is sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Stedelijke ontwikkelingen (Ladder voor duurzame verstedelijking) In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.

Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan betreft een kleinschalige ontwikkeling (kleiner dan 3 ha). Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is.

19

3.3 Regionaal Beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard Vijfheerenlanden, heeft de regio recent een nieuwe visie, de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en worden de beleidskeuzes bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ (2012) benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. In het kader van de regionale centrale visie, de vorming van een vitale regio, zijn niet in gebruik zijnde agrarische bedrijfspercelen niet wenselijk.

Middels dit plan wordt een vrijkomende agrarische bedrijfslocatie grotendeels opgeruimd. De nieuwe woning wordt op een passende wijze vormgegeven en landschappelijk ingepast. Het plan draagt daarmee bij aan de versterking van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van het landschap en is daarmee in overeenstemming met het regionaal beleid. 3.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld.

Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden. We sturen niet in exacte aantallen op de samenstelling van programma’s. In plaats daarvan hanteren we een kwalitatieve leidraad, die gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Giessenburg is aangeduid als voorzieningendorp. Voorzieningendorpen hebben een bovenlokale functie in wonen en voorzieningen. Nieuwbouw bedient hier de lokale vraag, aangevuld met toestroom uit omliggende dorpen. Hier past een gemengd bouwprogramma, ook projectmatig, voor starters, doorstromers en senioren. Naast 20

traditionele groepen is er vraag van de groeigroepen ‘opwaarts mobielen en gemaksgeoriënteerden. Voor het voorzieningendorp Giessenburg geldt dat voor het realiseren van 10 wooneenheden (of minder), mits de totale groei van het aantal wooneenheden in Giessenburg niet groter is dan 0,7% van de totale woningvoorraad in de planperiode 2010-2019, regionale afstemming niet noodzakelijk is. In het plan worden per saldo één wooneenheid toegevoegd voor eigen gebruik. De groei van het aantal wooneenheden in de kern Giessenburg is echter groter dan 0,7% van de totale woningvoorraad in de planperiode 2010-2019, waardoor regionale afstemming noodzakelijk is. Voor plannen waarbij de groei van het aantal woningen is gelegen tussen de 0,8% en de 1,5% geldt dat uitsluitend een melding in het regionaal overleg voldoende is. De woning wordt regionaal gemeld en opgenomen in de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030. 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Giessenlanden Op 14 december 2017 heeft de voormalige gemeente Giessenlanden de Omgevingsvisie Giessenlanden vastgesteld. De Omgevingsvisie Giessenlanden heeft de formele status van een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1 Wet ruimtelijke ordening. Deze omgevingsvisie beschrijft de visie hoe de gemeente in samenwerking met de inwoners willen zorgen voor het gemeentelijk grondgebied.

De visie geeft aan: • Waar bestaande kwaliteiten liggen en waar ruimte ligt voor nieuwe ontwikkelingen (behoud bestaande omgevingswaarden en –kwaliteiten en versterken identiteit); • Op welke wijze het gemeentebestuur als partner, bij wil en bij kan dragen aan plannen en wensen van inwoners en ondernemers, passend bij de visie. In totaal zijn er acht omgevingskwaliteiten geformuleerd: 1. Wij koesteren, versterken en stimuleren de identiteit van onze dorpen en hun ommeland. Dit door o.a. te bewaken dat het karakter van ieder dorp behouden blijft. 2. De ondergrond, cultuurhistorie en ontstaansgeschiedenis van een dorp en zijn ommeland dragen in belangrijke mate bij aan de huidige kwaliteit, karakteristiek en identiteit van dat dorp. Deze aspecten zijn een belangrijk vertrekpunt bij toekomstige ontwikkelingen. 3. Zorgvuldig ruimtegebruik is uitgangspunt. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de huidige en toekomstige vraag; 4. De kwaliteiten van de onderlinge samenhang tussen de dorpen, het landschap en het water worden beschermd, benut en versterkt. 5. De fysieke leefomgeving van de dorpen dient niet alleen functioneel te zijn, maar ook kwaliteit te bieden in beleving, veilig te zijn en bij te dragen aan de gezondheid van haar inwoners. 6. Wij stimuleren duurzame maatregelen welke een positieve bijdrage leveren aan het milieu. 7.

Wij bieden ruimte aan innovatie, zolang deze geen afbreuk doet aan de overige omgevingskwaliteiten. 8. Wij behouden het evenwicht tussen een doeltreffende waterhuishouding en het karakteristieke slagenlandschap. Het landschap dankt haar karakteristiek mede aan het water en staat daar tegelijkertijd door onder druk. Het plan sluit aan bij de relevante omgevingskwaliteiten van de Omgevingsvisie. Bij de inrichting van de woonpercelen en de vormgeving van de nieuwe woning wordt 21

aangesloten bij de directe omgeving. De nieuwe woning wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast en de percelen worden op een passende wijze landschappelijke ingericht, waarbij het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen het uitgangspunt is. Het plan is hiermee in overeenstemming met de Omgevingsvisie Giessenlanden. 3.4.2 Woonvisie 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020-2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: • Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029. • De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. • De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnel de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. • Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik.

Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. • Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen. • Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed). In Giessenburg gaat de woningbehoefte sterk uit naar betaalbare woningen voor starters en levensloopgeschikte woningen voor senioren. De behoefte aan ruimere grondgebonden koopwoningen is beperkt, ook gelet op het huidige aanbod in de kern. De totale woningbehoefte in Giessenburg ligt op 130 woningen in de periode 2020 t/m 2029. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling dat inspeelt op een concrete woningvraag voor eigen gebruik. De nieuwe woning voldoet aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Het plan draagt bij aan de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Doorstroming is essentieel voor een gezonde woningmarkt. De woonvisie geeft aan dat de gemeente plaats biedt aan mensen die hier wonen, die hier willen blijven en mensen die een binding hebben met de gemeente. Mensen moeten kunnen wonen waar ze willen, de woonwens en de eigen kern als woonplaats staan centraal.

Het plan biedt de mogelijkheid aan mensen, die een sterke binding hebben met de gemeente Molenlanden, om een gewenste woonsituatie te realiseren. Middels dit plan wordt een toekomstbestendige woonsituatie gecreëerd. De ouders van de initiatiefnemer zullen hun intrek nemen in de bestaande woning. Met de bouw van de tweede woning woont men op korte afstand van elkaar. Hiermee ontstaat een toekomstbestendige situatie waarbij de initiatiefnemer in de toekomst eventuele (mantel)zorg kan bieden aan de ouders.

22

Kijkend naar de Woonvisie Molenlanden 2020-2024 is het plan, alhoewel zeer beperkt van omvang, niet passend in de kwantitatieve behoefte en kwalitatieve behoefte. De afweging is gemaakt om wel medewerking te verlenen aan dit plan door een doorslaggevende ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Met dit plan verdwijnt de agrarische bestemming met bouwvlak, circa 1570 m2 aan bestaande agrarische opstallen wordt gesloopt en overtollige terreinverharding wordt verwijderd. 3.5 Conclusie Op basis van hoofdstuk 3 ‘Beleidskader’ kan worden geconcludeerd dat: • Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; • Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is daarmee niet van toepassing; • Het plan resulteert in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; • Het plan wordt regionaal gestemd en de nieuwe woning worden meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.

23

4. Milieuaspecten 4.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek De activiteit, het realiseren van woningen, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D 11.2 van het besluit m.e.r. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling (toevoeging één vrijstaande woning). Er is daarmee geen directe m.e.rplicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Bij dit aantal woningen, onder de grenswaarde van 2.000 woningen waarvoor een direct m.e.r-plicht geldt, geldt wel de vergewisplicht. Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteit te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden.

Kenmerken van het plan Middels het bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om op het perceel Binnendamseweg 64c een tweede woning met schuur te realiseren en de huidige bedrijfswoning te bewonen als burgerwoning. Ligging van het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000, het Natuurnetwerk Nederland en Belangrijke weidevogelgebieden. Op een afstand van circa 1,7 km ligt het Natura 2000-gebied ‘De Biesbosch’. Op een afstand van circa 800 m ligt het Natuurnetwerk Nederland en op een afstand van circa 1 km ligt het Belangrijk weidevogelgebied. Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig in het plangebied die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep. Kenmerken van de potentiële effecten van het plan In de bestaande situatie is juridisch-planologisch een agrarisch bedrijf toegestaan op het perceel Binnendamseweg 64c te Giessenburg. Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling worden de agrarische bedrijfsactiviteiten en de hieraan gerelateerde verkeersbewegingen weggenomen. Middels dit bestemmingsplan wordt de nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf op deze locatie uitgesloten. Hiermee is vanuit milieukundig oogpunt sprake van een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie (bedrijfsmatig gebruik).

Conclusie Voor dit plan hoeft geen m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden gevolgd. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer. 24

4.2 Geluid Beleidskader In het kader van de Wet geluidhinder dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: 1. Woningen, 2. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal), 3. Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. De Wet Geluidhinder (Wgh) stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige functies en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen. Onderzoek Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsfeer van een gezoneerd industrieterrein, dus kan buiten beschouwing worden gelaten. Door Voortman Ingenieurs is een akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai uitgevoerd.

Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek is geconcludeerd dat: Wegverkeerslawaai • De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Binnendamseweg ten hoogste 35 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh bedraagt en niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer; • De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen ten hoogste 40 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh bedraagt; Railverkeerslawaai • De berekende geluidbelasting ten gevolge van railverkeerslawaai van de Betuweroute ten hoogste 53 dB bedraagt en niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor railverkeer; Gecumuleerde geluidbelasting alle bronsoorten • De geluidbelasting ten gevolge van weg- en railverkeerslawaai is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van respectievelijk 48 dB en 55 dB en wordt derhalve niet gecumuleerd; De woning alzijdig over een geluidluwe gevel en buitenruimte beschikken waarmee aan het gemeentelijk geluidbeleid wordt voldaan. Voor de onderzochte woning hoeft geen hogere waarden te worden vastgesteld. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect geluid geen belemmeringen.

25

4.3 Bedrijven en milieuhinder Beleidskader De Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat overheden bij het vaststellen van bestemmingsplannen moeten aantonen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (Wro artikel 3.1 lid 1). Onderdeel hiervan is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient er op toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven), en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). In de praktijk wordt gebruik gemaakt van de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG, editie 2009). Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een afstand aan tot woningen of andere 'kwetsbare' functies. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder is van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). In onderstaande tabel zijn de afstanden weergeven. Tabel 2: Richtafstanden per milieucategorie (bron: VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering) Milieucategorie Rustige woonwijk Gemengd gebied 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=b8b31280-10c9-43be-bb91-31d215a14a89