Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan “Giessen-Oudekerk, schoollocatie”;.pdf
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Giessen-Oudekerk, schoollocatie’
Toelichting bestemmingsplan ‘Giessen-Oudekerk, schoollocatie’
Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPschoollocatieGOK-VG01 Planstatus: Vastgesteld Datum: 22-02-2022
2
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1
Inleiding ..................................................................................................... 5
1.2
Kader .......................................................................................................... 6
1.3
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 7
1.4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................... 7
1.5
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 8
1.6
Communicatie ............................................................................................ 8
1.7
Realisatie .................................................................................................... 8
1.8
Leeswijzer................................................................................................... 9
Planbeschrijving .................................................................................................................... 10 2.1
Bestaande situatie ..................................................................................... 10
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 12
Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 18 3.1
Inleiding ................................................................................................... 18
3.2
Systematiek van de regels ......................................................................... 18
3.3
Bestemmingen .......................................................................................... 18
3.4
Aanduidingen ........................................................................................... 19
Beleidskader............................................................................................................................ 20 4.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 20
4.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 22
4.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 26
4.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 28
4.5
Conclusie .................................................................................................. 30
Milieuaspecten ....................................................................................................................... 31 5.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 31
5.2
Watertoets ................................................................................................ 32
5.3
Geluid ....................................................................................................... 41
5.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 43
5.5
Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 45
5.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 47
5.7
Kabels en leidingen................................................................................... 49
5.8
Ecologie .................................................................................................... 50
5.9
Bodem ...................................................................................................... 54
5.10 Archeologie .............................................................................................. 55 5.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie .......................................................... 57 3
Bijlage Omschrijving 1 Verkeerskundig onderzoek 2 Watercompensatieberekening 3 Akoestisch onderzoek 4 Ecologische quickscan 5 Stikstofdepositieonderzoek 6 Verkennend bodemonderzoek 7 Archeologisch onderzoek 8 Watervergunning 9 10
Aanvullend huismusen vleermuisonderzoek Watercompensatietekening
Auteur DTV consultants
Referentie -
Datum 24-09-2020
ADCIM b.v.
20200556
01-07-2021
Voortman Ingenieurs
20.1478 / 03-03-2021 R-JVO/1600 BE/2020/627/r 09-09-2020
Blom Ecologie b.v. Van den Heuvel Milieuadvies Adromi b.v.
18057
23-02-2021
B202013/2001
28-09-2020
ADC Archeoprojecten Waterschap Rivierenland Blom Ecologie b.v.
Rapport 5276
10-03-2021
2021024719/ 2021071921 BE/2020/745
03-06-2021
ADCIM b.v.
20200556-C30
19-10-2021
08-10-2021
4
1.
Inleiding
1.1 Inleiding Aanleiding Het plan ‘Herontwikkeling schoollocatie Giessen-Oudekerk’ betreft een initiatief van de dorpsraad Giessen-Oudekerk. Met dit plan hebben de bewoners van Giessen-Oudekerk de handen ineengeslagen ten behoeve van de leefbaarheid en de toekomst van het dorp. In een projectgroep, bestaande uit de gemeente Molenlanden, Van der Padt en Partners Architecten, Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V., Dorpsraad Giessen-Oudekerk, stichting Openbaar primair onderwijs Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (O2A5) en stichting interkerkelijke jongerensociëteit De Korf is een financieel haalbaar plan uitgewerkt. Het plan bestaat uit de bouw van een nieuwe school (met multifunctionele ruimte voor het dorp) en 11 woningen te realiseren. De gemeenteraad van Molenlanden heeft op 31 maart 2020 besloten in te stemmen met het plan voor de nieuwbouw van de school (met inbegrip van een multifunctionele ruimte voor het dorp) en 11 woningen en daarmee het bewonersinitiatief van de dorpsraad Giessen-Oudekerk te steunen. Het plan is echter in strijd met het vigerende bestemmingsplan ‘BP GiessenOudekerk, Hoogblokland en Schelluinen’ (vastgesteld 25 oktober 2012). Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ en ‘Groen’ is het realiseren van woningen niet toegestaan. Daarbij wordt de nieuwe school buiten de huidige bestemming ‘Maatschappelijk’ (in de bestemming ‘Groen’) gerealiseerd.
Middels een bestemmingsplanprocedure wordt het plan juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Plangebied Het plangebied is gelegen in het dorp Giessen-Oudekerk (onderdeel van de kern Giessenburg). Het plangebied is kadastraal bekend als GSB00 – H – 627 en 757 (gedeeltelijk). Het plangebied wordt aan de oost- en zuidzijde begrensd door de Oudkerkseweg. Aan de noord- en westzijde wordt het plangebied begrensd door de Dr. Gravemeijerstraat, H.J. van Dijkstraat en de aangrenzende percelen H.J. van Dijkstraat 1, 9, 11 en 13.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
5
Belang Toekomstbestendige situatie basisschool (instandhouding maatschappelijke voorziening in Giessen-Oudekerk) De bewoners van het dorp Giessen-Oudekerk hebben groot belang bij goede voorzieningen in hun dorp. Door middel van dit plan krijgt het voorzieningenniveau in Giessen-Oudekerk een impuls. Aangezien het dorp verder weinig voorzieningen kent, is de basisschool hierin een essentieel onderdeel. Middels dit plan heeft de basisschool (inclusief multifunctionele ruimten voor het dorp) weer een toekomstperspectief. Het sluiten van de school zou een aanzienlijke verschraling van de voorzieningen in het dorp betekenen en tevens zal dit negatieve gevolgen hebben voor de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het dorp Giessen-Oudekerk (met name voor jonge gezinnen). De huidige school is een echte dorpsschool. De betrokkenheid van ouders/verzorgers en andere dorpsbewoners is groot. De school biedt de school ruimte aan verschillende verenigingen, stichtingen en andere groepen zoals de Dorpskamer en de bibliotheek. Middels dit plan blijven deze sociale structuren van de dorpsgemeenschap gewaarborgd. Inspelen op woningbehoefte Giessen-Oudekerk Al geruime tijd zijn er, buiten het hoge segment, geen woningen gebouwd in Giessen-Oudekerk. Het plan voorziet in een gemengd woonprogramma: zes rijwoningen, drie seniorenwoningen en twee geschakelde woningen (twee-onderéén-kap).
De behoefte aan dit type woningen is door het dorp tijdens meerdere bijeenkomsten duidelijk geworden. Bovendien is tijdens de inloopbijeenkomst van 25 november 2019 de behoefte concreet gepeild, hetgeen geleid heeft tot een aantal concreet geïnteresseerde bewoners. De nieuwbouw zorgt voor doorstroming op de woningmarkt in het dorp en zal tevens starters/jonge gezinnen trekken wat weer positief zal zijn voor de toekomst van de basisschool.
1.2 Kader Bestemmingsplan ‘BP Giessen-Oudekerk, Hoogblokland en Schelluinen’ Het plangebied is gelegen binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘BP Giessen-Oudekerk, Hoogblokland en Schelluinen’ (vastgesteld op 25 oktober 2012). Het plangebied heeft de enkelbestemming: • • •
Groen; Maatschappelijk; Verkeer – Verblijfsgebied;
De dubbelbestemming: • Waterstaat – Waterkering; • Waarde – Archeologie – 1; • Waarde – Archeologie – 4; En de aanduidingen: • Bouwvlak, • Maatvoering: maximum goothoogte 4 m; • Maatvoering: maximum bebouwingspercentage: 50 %
6
Afbeelding 2: Vigerende bestemmingsplan
1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om een nieuwe basisschool, inclusief multifunctionele ruimte voor het dorp en bijbehorende voorzieningen, en 11 nieuwe woningen te realiseren.
1.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Inloopbijeenkomsten Voorafgaand aan de presentatie van het bewonersinitiatief hebben er diverse bijeenkomsten plaatsgevonden in het dorp wat heeft geresulteerd in een breed maatschappelijk draagvlak in het dorp voor het bewonersinitiatief. Op 25 november 2019 is door de Dorpsraad Giessen-Oudekerk een inloopbijeenkomst georganiseerd. Tijdens deze inloopbijeenkomst is het plan door de Dorpsraad Giessen-Oudekerk, samen met de verenigingen en de projectgroep gepresenteerd en is toegelicht wat het belang is van dit plan hoe dit plan bijdraagt aan de leefbaarheid van het dorp. Tevens is de inloopbijeenkomst gebruikt om bewoners te vragen naar hun mening ten aanzien van het plan, meer specifiek over de locatie van de school, de plek en hoeveelheid van het groen en speelvoorziening en het woningaanbod. De reacties tijdens de inloopbijeenkomst waren positief. De inloopbijeenkomst heeft bovendien geleid heeft tot een aantal concreet geïnteresseerde bewoners. 7
Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de Provincie Zuid-Holland en Waterschap Rivierenland. Het bestemmingsplan geeft voor de provincie Zuid-Holland géén aanleiding tot het maken van opmerkingen ex artikel 3.1.1 Bro. Het waterschap Rivierenland heeft per mail een reactie gegeven op het plan. Het waterschap Rivierenland heeft een aantal opmerkingen gemaakt op de toelichting van het bestemmingsplan met betrekking tot de thema’s: verhardingsbalans, watercompensatie, waterbergingslocatie, hemelwaterafvoer, de persleiding, de drooglegging, klimaat en de inlaatduiker vanuit de Giessen. De opmerkingen zijn verwerkt in de hoofdstukken 5.2 Watertoets en 5.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid In een projectgroep, bestaande uit de gemeente Molenlanden, Van der Padt en Partners Architecten, Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V., Dorpsraad Giessen-Oudekerk, stichting Openbaar primair onderwijs AlblasserwaardVijfheerenlanden (O2A5) en stichting interkerkelijke jongerensociëteit De Korf is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd wat heeft geresulteerd in financieel haalbaar plan dat is goedgekeurd door de gemeenteraad van Molenlanden. Ter zekerheid voor de gemeente is een intentieovereenkomst met alle partijen getekend waarin tevens de financiële afspraken zijn vastgelegd. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
1.6 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via Gemeenteblad (internet), het Kontakt en de Klaroen).
1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de beroepstermijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor de realisatie van het plan kan dan worden aangevraagd.
8
1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • • • •
Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 4: Beleidskader; Hoofdstuk 5: Milieuaspecten.
9
2.
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Giessen-Oudekerk ligt op de hogere oeverwalgronden aan een grote buitenbocht van de veenrivier De Giessen. Centraal in de historische kern is de beeldbepalende 15e-eeuwse gotische kerk met de grote vierkante Lieve-Vrouwentoren gelegen. De oude kern heeft zich in de loop van de tijd in oostelijke als in zuidelijke richting ontwikkeld (in zuidelijke richting alleen aan de rivierzijde van de op de oeverwal gelegen Oudkerkseweg). De bebouwing bestaat vooral uit oude boerderijen en uit vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen. In de vorige eeuw is het dorpslint langs de Oudkerkseweg geleidelijk aan verder verdicht met vooral vrijstaande en twee-onder-één-kap-woningen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Giessen-Oudekerk zich op een meer planmatige wijze uitgebreid. Aan de zuidwestzijde van de oude kern verscheen een kleine nieuwbouwwijk met rijwoningenblokken. Het plangebied is gelegen in deze uitbreidingswijk op de aansluiting van de Dr. Gravemeijerstraat en de Oudkerkseweg. 2.1.2 Huidige status/gebruik Het plangebied betreft de bestaande schoollocatie van de basisschool GiessenOudekerk met bijbehorend schoolplein en trapveldje.
Afbeelding 3: Luchtfoto bestaande situatie
10
Afbeelding 4: Straatbeeld bestaande situatie
11
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan betreft een initiatief van de dorpsraad Giessen-Oudekerk. Met dit plan hebben de bewoners van Giessen-Oudekerk de handen ineengeslagen ten behoeve van de leefbaarheid en de toekomst van het dorp. Het plan bestaat uit de sloop van het bestaande schoolgebouw, de bouw van een nieuwe school (met multifunctionele ruimte voor het dorp) en de bouw van 6 rij/hoekwoningen, 3 seniorenwoningen en een twee-onder-een-kapwoning.
Afbeelding 5: Nieuwe situatie (indicatief)
12
2.2.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting Het plangebied wordt in de huidige situatie ontsloten via de Dr. Gravemeijerstraat en de H.J van Dijkstraat. Dit blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd. De twee-ondereen-kapwoningen hebben eigen inrit op de Doctor Gravemeijerstraat. Verkeer Om er zeker van te zijn dat in de nieuwe situatie wat betreft de verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling en verkeerveiligheid en de parkeersituatie sprake is van een aanvaardbare situatie is door DTV Consultants een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. De resultaten uit dit onderzoek zijn in dit hoofdstuk uitgewerkt. Het uitgebreide verkeerskundig onderzoek is toegevoegd in de bijlage. Basisschool In het plan neemt de omvang van de basisschool af (van 615 m2 naar 358 m2 b.v.o.). In CROW-publicatie 381 is geen kencijfer voor de verkeersgeneratie van een basisschool opgenomen. Reden hiervoor is dat de grootste parkeer- en verkeersdruk bij basisscholen ontstaat door het halen en brengen van kinderen, en dat het te ingewikkeld bleek om voor dit haal- en brengverkeer een kencijfer op te nemen. Ook is op dit moment in de richtlijnen van CROW geen alternatieve manier van berekenen beschikbaar. Wel heeft de gemeente Molenlanden in de Nota Parkeernormen 2020 een formule opgenomen om het benodigd aantal Kiss and Ride plaatsen te bepalen:
13
De formule voor het benodigd aantal Kiss and Ride vormt de basis voor de berekening van de verkeersgeneratie van de basisschool. Stichting Openbaar primair onderwijs Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (O2A5) verwacht dat de basisschool in toekomst 19 leerlingen in groep 1 t/m 3 en 19 leerlingen in groep 4 t/m 8 heeft. Na realisatie van het plan verandert dat aantal niet. Dat betekent dat de verkeersgeneratie van de leerlingen van de basisschool in beide situaties hetzelfde is, namelijk 30 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm), zoals in de berekening in tabel 1 te zien is. Tabel 1: Berekening verkeersgeneratie basisschool
Naast de leerlingen zorgen ook de docenten voor verkeersbewegingen van en naar de school. Dit aantal is berekend op basis van de gemeentelijke parkeernorm uit de Nota Parkeernormen 2020. Hier is voor basisscholen een norm van 0,8 per lokaal opgenomen. De school bestaat in de toekomstige situatie uit 3 lokalen. Dat komt neer op 2,4 (3 x 0,8) auto’s voor de gehele school. Ervan uitgaande dat een docent 2 verkeersbewegingen (heen en terug) per etmaal maakt, komt dit neer op een verkeersgeneratie van (naar boven afgerond) 5 mvt/etm (2 x 2,4 = 4,8). In de huidige situatie heeft de school 4 lokalen. Dit betekent dat de verkeersgeneratie van docenten in de huidige situatie (naar boven afgerond) 7 mvt/etm (4 x 0,8 x 2 = 6,4) bedraagt. In de toekomstige situatie neemt het aantal motorvoertuigen per etmaal van en naar de school daarom af met 2 mvt/etm (37 - 35). Woningen De berekening van de verkeersgeneratie van de woningen is in tabel 2 uitgewerkt. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Kencijfers conform CROW-publicatie 381; • Stedelijkheidsgraad: Niet stedelijk (bron: CBS 2020); • Gebiedscategorie: "Rest bebouwde kom"; • De verkeersgeneratie betreft standaard het aantal motorvoertuigen in een etmaal, op een gemiddelde weekdag; • * CROW hanteert voor de functie “wonen” een omrekenfactor van 1,11 voor omrekening van gemiddelde weekdag naar gemiddelde werkdag.
14
Tabel 2: Berekening verkeersgeneratie woningen
Uitgaande van een verkeersgeneratie volgens het gemiddelde kencijfer, gaat het om (naar boven afgerond) 92 mvt/etm op een werkdag. Omdat er in de huidige situatie geen woningen in het gebied liggen, is dit aantal motorvoertuigen een toename ten opzichte van de huidige situatie. Totale verkeersgeneratie De ontwikkeling van de woningen en de basisschool leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen met 90 motorvoertuigen per etmaal (127 mvt/etm in de toekomstige situatie minus 37 mvt/etm in de huidige situatie). Verkeersafwikkeling en - veiligheid Het plangebied wordt in zuidelijke richting via de H.J. van Dijkstraat en Oudkerkseweg ontsloten en in noordelijke richting grotendeels via de Doctor Gravemeijerstraat en Oudkerkseweg. De toename van het aantal verkeersbewegingen is dusdanig laag dat deze toename op de ontsluitingsroutes niet zal leiden tot negatieve effecten op het gebied van doorstroming, de toename is verkeerskundig gezien zeer beperkt en de wegen zijn dan ook in staat om het extra verkeer te verwerken. Ook zal de beperkte extra verkeersdrukte niet zorgen voor onacceptabele situaties op het gebied van verkeersveiligheid. Wel kan verkeer vanuit de ontwikkeling mogelijk te maken krijgen met kruisend verkeer op de Oudkerkseweg dat een relatief hoge snelheid heeft. De maximum toegestane snelheid bedraagt 30 km/h.
Naar verwachting zal de werkelijk gereden snelheid in veel gevallen hoger liggen, door de lange rechtstand van de Oudkerkseweg rondom het kruispunt met de H.J. van Dijkstraat, maar ook doordat de gesloten verharding en het ontbreken van een aangrenzend trottoir ervoor zorgt dat de weg in beperkte mate de uitstraling van een verblijfsgebied heeft. Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel - in de categorie ‘niet stedelijk’. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. In tabel 3 is de parkeerbehoefte van dit plan uiteengezet.
15
Tabel 3: Parkeerbehoefte Categorie Parkeernorm (per woning/leslokaal) Basisschool (excl. Kiss & Ride) Koop twee-ondereen-kap Koop, tussen/hoek
Totaal parkeerplaatsen
0,8
Aantal (woningen/ leslokalen) 3
2,2
2
4,4
2,0
9
18
Totaal
2,4
24,8*
* Parkeerbehoefte wordt volgens de richtlijnen naar boven afgerond (Bron: 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020).
In tabel 3 is alleen een norm opgenomen voor het parkeren van medewerkers van de basisschool en de buiten schoolse opvang. Het aantal parkeerplaatsen ten behoeve van Kiss and Ride wordt berekend op basis van de volgende formule: Aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen per auto. In tabel 4 is de parkeerbehoefte wat betreft Kiss & Ride uiteengezet. Tabel 4: Kiss & Ride nieuwe situatie Categorie Aantal Percentage leerlingen met de auto gebracht of gehaald
Reductiefactor parkeerduur
Groep 1 t/m 3 Groep 4 t/m 8
0,5 0,25
19 19
60% 40%
Reductiefactor aantal kinderen per auto 0,75 0,85
Totaal
Parkeerplaatsen
4,28 1,62 5,9*
* Parkeerbehoefte wordt volgens de richtlijnen naar boven afgerond (Bron: 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020).
Totale parkeerbehoefte De ontwikkeling van de woningen en de basisschool resulteert in een totale parkeerbehoefte van afgerond 31 parkeerplaatsen.
16
Parkeeroplossing Het parkeren wordt, evenals in de huidige situatie, opgelost in de directe omgeving. Het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid (zie afbeelding 6). Hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid zoals gesteld in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Tabel 5: Berekeningsfactoren voor parkeren op eigen terrein Parkeervoorziening Berekeningsfactor Aantal Totaal parkeerplaatsen per perceel Twee-onder-eenkapwoningen Garage met lange oprit (2 parkeerplekken achter elkaar) Hoekwoning (kavel 1) Garage met enkele oprit Openbare parkeerplaatsen Totaal (afgerond)
1,3
2
2,6 parkeerplaatsen
0,5
1
0,5 parkeerplaats
-
-
28 parkeerplaatsen 31,1 parkeerplaatsen
9 pp 11 pp
5 pp (eigen terrein)
2 pp
6 pp
Afbeelding 6: Parkeren
17
3.
Juridische planbeschrijving
3.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Giessen-Oudekerk, schoollocatie’ bestaat uit drie delen de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Giessen-Oudekerk, schoollocatie’ is conform de landelijke RO-standaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.
3.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het bestemmingsplan ‘Giessen-Oudekerk, schoollocatie’ is aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan ‘BP Giessen-Oudekerk, Hoogblokland en Schelluinen’ (vastgesteld op 25 oktober 2012). De regels van het bestemmingsplan ‘Giessen-Oudekerk, schoollocatie’ bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
3.3 Bestemmingen Maatschappelijk Ter plaatse van de nieuwe school (met multifunctionele ruimte voor het dorp, het trapveldje, het schoolplein en overige voorzieningen worden de gronden bestemd als ‘Maatschappelijk’. Het schoolgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gesitueerd. Voor het schoolgebouw geldt een maximale bouwhoogte van 8 meter. Verkeer – Verblijfsgebied De parkeerplaatsen langs de Dr. Gravemeijerstraat en de H.J van Dijkstraat en de delen van deze openbare wegen worden bestemd als ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Woongebied Het overige deel van het plangebied, waar de woningen worden gebouwd wordt bestemd als ‘Woongebied’. De woningen dienen binnen de bouwvlakken te worden gebouwd. Voor de woningen geldt een maximale goothoogte van 6 meter.
18
3.4 Aanduidingen • • • •
Bouwvlak; Maatvoeringaanduiding ‘maximum goothoogte (m): 6’ (bestemming Woongebied); Maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte (m): 8’ (bestemming maatschappelijk’); Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk – 1’.
19
4.
Beleidskader
4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • • • •
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.
Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
20
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een in een bestemmingsplan voorziene stedelijke ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als ‘stedelijke ontwikkeling’ te kunnen worden aangemerkt.
In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader welke ontwikkelingen als ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ worden aangemerkt. Uit jurisprudentie blijkt dat het in dit verband moet gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. ‘Verplaatsing van een functie die al was toegestaan binnen datzelfde gebied waarbij het bebouwd oppervlak niet toeneemt is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 24 augustus 2016; ECLI:NL:RVS:2016:2316). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3). Conclusie Dit plan voorziet in de vervangende nieuwbouw van een basisschool (met een kleiner oppervlak) en de realisatie van 11 woningen.
Op basis van bovenstaande jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing van het plan aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk.
21
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020 gepubliceerd (ontwerp-Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020). De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.
Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Het plangebied valt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het plan sluit hiermee aan bij het provinciaal beleid om de verstedelijkingsopgave primair te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied (BSD).
22
Middels dit plan wordt enerzijds een toekomstbestendige situatie gecreëerd voor de basisschool en daarmee de instandhouding van een belangrijke maatschappelijke voorziening in Giessen-Oudekerk. Middels dit plan heeft de basisschool (inclusief multifunctionele ruimten voor het dorp) weer een toekomstperspectief. Het sluiten van de school zou een aanzienlijke verschraling van de voorzieningen in het dorp betekenen en tevens zal dit negatieve gevolgen hebben voor de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het dorp Giessen-Oudekerk. Daarnaast wordt middels dit plan ingespeeld op de concrete woningbehoefte in Giessen-Oudekerk. Al geruime tijd zijn er, buiten het hoge segment, geen woningen gebouwd in Giessen-Oudekerk. Het plan voorziet in een gedifferentieerd woonprogramma. De behoefte aan dit type woningen is door het dorp tijdens meerdere bijeenkomsten duidelijk geworden. De nieuwbouw zorgt voor doorstroming op de woningmarkt in het dorp en zal tevens starters/jonge gezinnen trekken wat weer positief zal zijn voor de toekomst van de basisschool.
Afbeelding 7: Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD)
Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit : een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).
23
De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. Het plan zorgt voor een ruimtelijke kwaliteitsslag in de woonwijk. Middels het plan wordt een verouderd schoolgebouw vervangen door een multifunctioneel nieuw schoolgebouw. De woningen worden op een passende wijze vormgegeven (passend in de identiteit van de buurt). Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers van iedere stad en ieder centrum in het systeem beschermen. Iedere locatie betreft een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek. Een brede waaier aan woon- en werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Het plangebied valt binnen het gebied ‘steden en dorpen’ van de provinciale kwaliteitskaart. Voor ontwikkelingen in ‘steden en dorpen’ heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur; • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving; • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; • Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stadsen dorpsranden); • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; • Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt; • Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied; • Bij bedrijventerreinen krijgt de
beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.
24
Bij het ontwerp van het plan is zorgvuldig rekening gehouden met de identiteit van de woonwijk waarbinnen het plangebied ligt en de kern Giessen-Oudekerk. De woningen en het schoolgebouw worden op een passende wijze vormgegeven (passend in de identiteit van de buurt). Het plan sluit aan bij de relevante richtpunten voor ontwikkelingen in ‘steden en dorpen’ van de kwaliteitskaart. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsverordening gepubliceerd (ontwerp-Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020). Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9).
Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a) De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b) Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c) Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen.
Gezien de schaal en aard kan het plan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Het plan is qua aard en schaal passend is in dit gebied, sluit aan bij de huidige identiteit van het gebied (woongebied) en zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Er is geen sprake van wijzigingen op structuurniveau en de bestaande gebiedsidentiteit blijft ongewijzigd. 25
Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10). Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a) toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b) Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Dit plan voorziet in de vervangende nieuwbouw van een basisschool (met een kleiner oppervlak) en de realisatie van 11 woningen. Vanuit jurisprudentie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is.
4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Middels dit plan wordt een toekomstbestendige situatie gecreëerd voor de basisschool en daarmee de instandhouding van een belangrijke maatschappelijke voorziening in Giessen-Oudekerk. Middels dit plan heeft de basisschool (inclusief multifunctionele ruimten voor het dorp) weer een toekomstperspectief.
Het sluiten van de school zou een aanzienlijke verschraling van de voorzieningen in het dorp betekenen en tevens zal dit negatieve gevolgen hebben voor de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het dorp Giessen-Oudekerk. Het plan speelt tevens in op de concrete woningbehoefte in Giessen-Oudekerk. Al geruime tijd zijn er, buiten het hoge segment, geen woningen gebouwd in GiessenOudekerk. Het plan voorziet in een gedifferentieerd woonprogramma. De behoefte aan dit type woningen is door het dorp tijdens meerdere bijeenkomsten duidelijk geworden. De nieuwbouw zorgt voor doorstroming op de woningmarkt in het dorp en zal tevens starters/jonge gezinnen trekken wat weer positief zal zijn voor de toekomst van de basisschool. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.
26
4.3.2 Regionale woonvisie In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden.
We sturen niet in exacte aantallen op de samenstelling van programma’s. In plaats daarvan hanteren we een kwalitatieve leidraad, die gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Giessen-Oudekerk is ingedeeld bij Giessenburg en is daarmee een voorzieningendorp. Een voorzieningendorp heeft een bovenlokale functie in wonen en voorzieningen. Nieuwbouw bedient hier de lokale vraag, aangevuld met toestroom uit omliggende dorpen. Zowel starters, doorstromers als senioren zijn allen een doelgroep in deze dorpen. Gezien de hoeveelheid plannen in de kern (1,1%, dus boven de agendamaat van 0,7%) moet het plan afgestemd worden in de regio. Het plan is regionaal afgestemd. De woningen worden meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling dat inspeelt op de concrete woningvraag naar andere woningtypen dan vrijstaande woningen (hoge segment). Het plan voorziet in een gedifferentieerd woonprogramma. Dit woningbouwprogramma is afgestemd op de vraag vanuit Giessen-Oudekerk. De bewoners van het dorp hebben dit tijdens meerdere bijeenkomsten aangegeven. Het plan zorgt voor gewenste doorstroming op de woningmarkt in het dorp en zal tevens starters/jonge gezinnen trekken wat weer positief zal zijn voor de toekomst van de basisschool.
27
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Omgevingsvisie Giessenlanden Op 14 december 2017 heeft de voormalige gemeente Giessenlanden de Omgevingsvisie Giessenlanden vastgesteld. De Omgevingsvisie Giessenlanden heeft de formele status van een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1 Wet ruimtelijke ordening. Deze omgevingsvisie beschrijft de visie hoe de gemeente in samenwerking met de inwoners willen zorgen voor het gemeentelijk grondgebied. De visie geeft aan: 1. Waar bestaande kwaliteiten liggen en waar ruimte ligt voor nieuwe ontwikkelingen (behoud bestaande omgevingswaarden en –kwaliteiten en versterken identiteit); 2. Op welke wijze het gemeentebestuur als partner, bij wil en bij kan dragen aan plannen en wensen van inwoners en ondernemers, passend bij de visie. In totaal zijn er acht omgevingskwaliteiten geformuleerd: 1. Wij koesteren, versterken en stimuleren de identiteit van onze dorpen en hun ommeland. Dit door o.a. te bewaken dat het karakter van ieder dorp behouden blijft. 2. De ondergrond, cultuurhistorie en ontstaansgeschiedenis van een dorp en zijn ommeland dragen in belangrijke mate bij aan de huidige kwaliteit, karakteristiek en identiteit van dat dorp. Deze aspecten zijn een belangrijk vertrekpunt bij toekomstige ontwikkelingen. 3. Zorgvuldig ruimtegebruik is uitgangspunt. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de huidige en toekomstige vraag; 4.
De kwaliteiten van de onderlinge samenhang tussen de dorpen, het landschap en het water worden beschermd, benut en versterkt. 5. De fysieke leefomgeving van de dorpen dient niet alleen functioneel te zijn, maar ook kwaliteit te bieden in beleving, veilig te zijn en bij te dragen aan de gezondheid van haar inwoners. 6. Wij stimuleren duurzame maatregelen welke een positieve bijdrage leveren aan het milieu. 7. Wij bieden ruimte aan innovatie, zolang deze geen afbreuk doet aan de overige omgevingskwaliteiten. 8. Wij behouden het evenwicht tussen een doeltreffende waterhuishouding en het karakteristieke slagenlandschap. Het landschap dankt haar karakteristiek mede aan het water en staat daar tegelijkertijd door onder druk. Het plan sluit aan bij de relevante omgevingskwaliteiten van de Omgevingsvisie. Bij het ontwerp van het plan is zorgvuldig rekening gehouden met de identiteit van de woonwijk waarbinnen het plangebied ligt en de kern Giessen-Oudekerk. De woningen en het schoolgebouw worden op een passende wijze vormgegeven (passend in de identiteit van de buurt). Er wordt zorgvuldig omgegaan met het ruimtegebruik en het plan sluit aan op de huidige en toekomstige vraag.
28
4.4.2 Woonvisie 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020 - 2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: • Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029. • De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. • De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnel de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. • Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. • Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen.
• Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed). Volgens de factsheet die voor Giessen-Oudekerk gemaakt is, is de behoefte aan woningen in de periode 2020-2030 ca. 10 woningen. Behalve dit plan zijn er geen andere initiatieven in Giessen-Oudekerk. Met dit plan zou in de volledige berekende behoefte voorzien kunnen worden. Giessen-Oudekerk kent een beperkte woningbouwopgave voor de komende jaren. De invulling van nieuwbouw is daarmee maatwerk. Wel is het wenselijk om nieuwbouw flexibel genoeg te maken voor meerdere doelgroepen (jong en oud), passend bij het dorpse woonmilieu. De bouw van betaalbare hoek- of rijwoningen die zowel geschikt zijn voor starters als senioren ligt daarmee voor de hand. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling dat inspeelt op een concrete woningvraag. Het plan voorziet in een gedifferentieerd woonprogramma. Dit woningbouwprogramma is afgestemd op de vraag vanuit Giessen-Oudekerk. De bewoners van het dorp hebben dit tijdens meerdere bijeenkomsten aangegeven. Het plan zorgt voor gewenste doorstroming op de woningmarkt in het dorp en zal tevens starters/jonge gezinnen trekken wat weer positief zal zijn voor de toekomst van de basisschool. De woningen voldoen aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik.
Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie Molenlanden 2020-2024.
29
4.5
Conclusie
Op basis van het beleidskaders kan worden geconcludeerd dat: • • • • •
• •
Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; Het plan betreft geen ‘stedelijke ontwikkeling’, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is Het plan speelt in op een concrete woningbehoefte in Giessen-Oudekerk; Het plan levert een positieve bijdrage aan de gewenste doorstroming op de woningmarkt en de leefbaarheid van Giessen-Oudekerk. Het plan is regionaal afgestemd. De woningen worden meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 20202030. Het plan zorgt voor een kwalitatieve toevoeging aan de woningvoorraad van de gemeente Molenlanden; Middels dit plan wordt een toekomstbestendige situatie gecreëerd voor de basisschool in Giessen-Oudekerk.
30
5.
Milieuaspecten
5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek De activiteit, het realiseren woningen, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D 11.2 van het besluit m.e.r. Het plan betreft een vervangende nieuwbouw van een schoolgebouw en een kleinschalige woningbouwontwikkeling bestaande uit 11 woningen. Er is daarmee geen directe m.e.r-plicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Kenmerken van het plan Het plan maakt het juridisch planologisch mogelijk om een nieuw schoolgebouw (inclusief multifunctionele ruimte voor het dorp) een 11 woningen te realiseren. Behoudens de reeds toegestane maatschappelijke activiteiten (school/BSO) en de standaard toegestane aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven zullen er geen andere bedrijfsactiviteiten plaatsvinden.
Ligging van het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura2000, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park of Natuurnetwerk Nederland. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het stikstofdepositieonderzoek is toegevoegd in de bijlage van het bestemmingsplan. Kenmerken van de potentiële effecten van het plan Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toenemen. De toename van het aantal motorvoertuigbewegingen als gevolg van het plan kan in voldoende mate worden afgewikkeld via de bestaande wegen. Gezien de kleinschaligheid van het plan zullen geen van de toenames leiden tot significante negatieve effecten op het milieu. Conclusie Voor dit plan hoeft geen m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden gevolgd. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer. 31
5.2 Watertoets Beleidskader In het plangebied is Waterschap Rivierenland de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen, beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en wegbeheerder van de wegen buiten de bebouwde kom, niet zijnde rijks- of provinciale wegen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met het duurzaam waterbeheer. Gemeentelijk beleid Vanuit onder andere het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), is bepaald dat voor alle gemeenten in Nederland een stedelijk waterplan opgesteld moet worden. Om aan deze eis te kunnen voldoen hebben de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom en het waterschap Rivierenland de handen ineengeslagen en het Stedelijk Waterplan Gemeente Liesveld en Graafstroom opgesteld. In dit waterplan is aangegeven welke doelen men wenst te bereiken op het gebied van stedelijk waterbeheer voor de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom. De doelen uit het beleidsplan zijn uitgewerkt in vier aspecten: • Afkoppelen, meer ruimte voor water creëren en diffuse bronnen aanpakken (duurzaam onkruidbeheer, duurzaam bouwen); • Belevingswaarde; • Samenwerking; • Beheer en onderhoud.
Het beleidsplan moet de gemeenten helpen om een veilig, robuust en duurzaam watersysteem te bereiken in 2025 door optimalisering van het huidige systeem. De gemeenten en het waterschap gaan de komende jaren intensief samenwerken om de gestelde doelen te bereiken. Hierbij wordt, naast het toetsen van nieuwe ontwikkelingen in de ruimtelijke inrichting, ook aandacht besteed aan de gezamenlijke uitvoering en communicatie rond de geplande ingrepen. In het laatste aspect wordt deze samenwerking doorgezet voor het beheer en onderhoud. Dit is een belangrijke pijler voor het op orde houden van het watersysteem. Waterschapsbeleid Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 ‘Koers houden, kansen benutten’ bepalend voor het waterbeleid. Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren. De speerpunten hierin zijn: • Een veilig rivierengebied. Verbeteren en versterken dijken en boezemkades. Met daarnaast oog voor oplossingen door een aangepast ruimtelijke inrichting en door risicobeheersing (bijv. evacuatie); • Anticiperen op klimaatveranderingen.
Een robuust en ecologisch gezond watersysteem dat voldoende water van goede kwaliteit biedt aan landbouw, natuur, stedelijk gebied en recreatie; • Het duurzaam en doelmatig zuiveren van afvalwater door o.a. centralisatie van zuiveringen en van slibverwerkingen.
32
Verordening ‘de Keur’ Het Waterschap Rivierenland heeft als regelgeving haar verordening de Keur. Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging. In de verordening de Keur is geregeld dat langs A- en B-waterlopen een beschermingszone in acht dient te worden genomen. De beschermingszone is een obstakelvrije onderhoudsstrook die in de legger is aangewezen. Met deze zone wordt handmatig en/of machinaal onderhoud van de watergang vanaf de kant mogelijk gemaakt. Binnen de beschermingszone van een A- of B-watergang mogen niet zonder toestemming van het Waterschap Rivierenland werkzaamheden plaatsvinden die schade kunnen aanbrengen aan de watergang. Voor een A-watergang geldt in de Alblasserwaard een beschermingszone van 5 meter en voor een B-watergang 1 meter. Werkzaamheden in de watergang of de bijbehorende beschermingszone zijn vergunning- en of meldingsplichtig, omdat deze invloed hebben op de wateraanen afvoer, de waterberging of het onderhoud. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Het onderhoud en de toestand van de waterlopen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
Onderzoek Peilgebied/drooglegging Het plangebied is gelegen in het peilgebied NDW003. Het peilgebied heeft een zomerpeil van –1,85 meter NAP en een winterpeil van -1,95 meter NAP. Het waterschap Rivierenland adviseert standaard voor het bouwpeil van nieuwe bebouwing een drooglegging/bouwpeil van 1,3 meter te hanteren. Een dergelijke drooglegging is in dit geval echter onwenselijk. Het plan betreft een inbreiding in een bestaande kern (Giessen-Oudekerk). Het wegpeil van de naastgelegen weg waarop het plangebied wordt ontsloten en de omliggende huidige bebouwing waarop dit inbreidingsplan aansluit betreffen vaste gegevens. De bestaande woonwijk en wegen rondom het plangebied zijn lager gelegen. Daarbij is sprake van een hoogteverschil in het plangebied. Derhalve zijn vanwege het openbare karakter van het (school)gebouw (en toegankelijkheid voor mindervaliden) en de inpassing van de nieuwe bebouwing in de omgeving aangepaste (bouw)peilen overeengekomen. Voor het bouwplan worden de volgende bouwpeilen aangehouden: • Bouwpeil woningen: - 0,75 m NAP; • Bouwpeil schoolgebouw: - 0,75 m NAP; • Bouwpeil bijgebouwen woning - 0,85 m NAP;