Bijlage 1: toelichting bestemmingsplan Dorpsstraat-oost
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Streefkerk, Dorpsstraat-Oost’ (Ontwikkellocatie Klimaatdijk)
Toelichting bestemmingsplan ‘Streefkerk, Dorpsstraat-Oost’ (Ontwikkellocatie Klimaatdijk)
Identificatie NL.IMRO.1978.BPDorpsstroostSKK-ON01
Planstatus Ontwerp
Versie 2.0
Datum 22-12-2020
Projectleider Dhr. R. Kip
Opdrachtgever Jachthaven Liesveld B.V.
2
Inhoud 1.
Inleiding............................................................................................................ 5 1.1
Aanleiding .................................................................................................. 5
1.2
Ligging en begrenzing plangebied .............................................................. 6
1.3
Belang ........................................................................................................ 6
1.4
Vigerend bestemmingsplan......................................................................... 7
1.5
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 7
1.6
Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 7
1.7
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 8
1.8
Communicatie ............................................................................................ 8
1.9
Realisatie .................................................................................................... 8
1.10 Leeswijzer .................................................................................................. 9 2.
3.
4.
5.
Planbeschrijving .............................................................................................. 10 2.1
Bestaande situatie ..................................................................................... 10
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 12
Juridische planopzet........................................................................................ 16 3.1
Inleiding ................................................................................................... 16
3.2
Systematiek van de regels ......................................................................... 16
3.3
Bestemmingen .......................................................................................... 16
3.4
Aanduidingen ........................................................................................... 17
Beleidskader ................................................................................................... 18 4.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 18
4.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 20
4.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 23
4.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 24
4.5
Conclusie .................................................................................................. 25
Onderzoek/verantwoording ............................................................................ 26 5.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 26
5.2
Geluid ....................................................................................................... 28
5.3
Bedrijven en milieuzonering ...................................................................... 29
5.4
Bodem ...................................................................................................... 32
5.5
Archeologie .............................................................................................. 33
5.6
Watertoets ................................................................................................ 35
5.7
Ecologie .................................................................................................... 39
5.8
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 41
5.9
Externe veiligheid ..................................................................................... 43 3
5.10
Kabels en leidingen ............................................................................... 46
5.11
Duurzaamheid ....................................................................................... 47
Bijlage 1
2
3 4
Omschrijving Stedenbouwkundig Raamwerk Streefkerk, Molenwaard Onderbouwing ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’ Stikstofdepositieonderzoek Akoestisch onderzoek
Auteur Ruimtelijke denkers Wissing
Referentie 1121
Datum 21-09-2018
BRO adviseurs
P02959
17-08-2020
De Roever Omgevingsadvies Voortman Ingenieurs
20191458.v02
21-09-2020
R-JVO/1526
10-02-2020
4
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding Enkele jaren geleden hebben de voormalige gemeente Molenwaard, Waterschap Rivierenland en Jachthaven Liesveld de handen ineengeslagen om de diverse ontwikkelinitiatieven in Streefkerk, waaronder de uitbreiding van Jachthaven Liesveld en het versterken van de relatie tussen de kern Streefkerk en de Lek, in een breder kader op te pakken ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de (maatschappelijke) ontwikkeling van het dorp. Door stedenbouwkundig bureau Wissing is een Stedenbouwkundig Raamwerk opgesteld. Het Stedenbouwkundig Raamwerk biedt inzicht in welke ontwikkelingen in de dorpskern Streefkerk kunnen plaatsvinden. Het stedenbouwkundig raamwerk is 24 september 2018 vastgesteld in de gemeenteraad van de voormalige gemeente Molenwaard. Het Stedenbouwkundig Raamwerk betreft het toetsingskader voor het beoordelen van bouwinitiatieven en wordt als uitgangspunt genomen bij de inrichting van de openbare ruimte. Het Stedenbouwkundig Raamwerk is toegevoegd als bijlage van dit bestemmingsplan (bijlage 1). De meeste ontwikkelinitiatieven in Streefkerk, waaronder de uitbreiding van de jachthaven, zijn inmiddels gerealiseerd. Uitsluitend het pilotproject Klimaatdijk is nog niet volledig afgerond. In het kader van de dijkversterking van de zuidelijke Lekdijk tussen het Schoonhovense Veer en Kinderdijk is het dijklichaam van de Klimaatdijk gerealiseerd.
Voor de Klimaatdijk geldt een specifiek ontwerp-horizon voor een periode van 150 jaar (normaal gesproken geldt een ontwerp-horizon voor dijkversterking voor een periode van 50 jaar) op grond waarvan het mogelijk is de Klimaatdijk te bebouwen. De bebouwing van de Klimaatdijk maakt onderdeel uit van het pilotproject Klimaatdijk. De bebouwing zorgt voor een verrijking van de Jachthaven Liesveld en een versterking van de relatie tussen de kern Streefkerk en de Lek. Voor het juridisch-planologisch mogelijk maken van de bebouwing van de Klimaatdijk dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Het gestelde in het Stedenbouwkundig Raamwerk is juridisch verankerd in dit bestemmingsplan.
5
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Dorpsstraat ten noordoosten van de dorpskern Streefkerk. In het kader van een klimaatbestendige dijkversterking heeft het Waterschap Rivierenland ter plaatse de Klimaatdijk gerealiseerd. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de jachthaven en aan de zuidzijde door de Dorpsstraat.
Afbeelding 1: Ligging plangebied
1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan ruimtelijke ontwikkelingen wanneer er sprake is van een aangetoonde verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en wanneer de individuele, bedrijfs- en maatschappelijke belangen en overige belangen in de directe omgeving niet nadelig worden beïnvloed. Het pilotproject Klimaatdijk in Streefkerk zorgt voor een verbetering van de (water)veiligheid. Als onderdeel van het pilotproject Klimaatdijk wordt de Klimaatdijk bebouwd. De bebouwing zorgt voor een verrijking van de Jachthaven Liesveld, een versterking van de relatie tussen de kern Streefkerk en de Lek en een verbetering van de entree van het dorp (de overgang tussen de kern en het buitengebied). Hiermee is sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en van de (maatschappelijke) ontwikkeling. Het plan speelt in op de lokale en regionale woningbehoefte. De diverse woningbouwinitiatieven in Streefkerk zijn in een breder kader opgepakt. De initiatieven zijn samengebracht tot een integraal afgewogen programma dat aansluit bij de woonbehoefte van Streefkerk en de regio. Het plan is een passende ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.
6
1.4 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ Op het plangebied is het bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ van de gemeente Molenwaard van toepassing, dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 4 november 2014. De grond waarop het plangebied is gelegen heeft de enkelbestemmingen: • Wonen; • Tuin; • Groen; • Bedrijf. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie – 2; • Waarde – Archeologie – 4; • Waterstaat – Waterkering. En de aanduidingen: • Functieaanduiding ‘nutsvoorziening’; • Maatvoering ‘Maximum bouwhoogte (m): 3 (bedrijfsbestemming)’; • Maatvoering ‘Maximum goothoogte (m): 4 (woonbestemming)’.
Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan 'Dorpskernen’
1.5 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het bestemmingsplan kan de Klimaatdijk te Streefkerk worden bebouwd (onderdeel pilotproject Klimaatdijk).
1.6 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
7
Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat de gemeente Molenlanden bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de Provincie Zuid-Holland en Waterschap Rivierenland. In het kader van het vooroverleg zijn er twee overlegreacties ingediend. De provincie Zuid-Holland heeft aangegeven dat het plan past binnen het provinciaal beleid en derhalve besloten geen opmerkingen te maken. Het waterschap Rivierenland had uitsluitend enkele tekstuele opmerkingen die zijn verwerkt in hoofdstuk 5.6 Watertoets van deze toelichting van het bestemmingsplan. Inspraak Het college van de gemeente Molenlanden hebben op 5 november 2020 bekend gemaakt (Staatscourant 2020, 58307) dat het voorontwerp-bestemmingsplan ‘Streefkerk, Dorpsstraat-oost’ (imro-codering: NL.IMRO.1978.BPDorpsstroostSKKVO01) vanaf 6 november 2020 voor zes weken ter inzage heeft gelegen, t/m 18 december 2020. Er zijn géén inspraakreacties ingediend Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken worden gedurende zes weken ter inzage gelegd, waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Desgevraagd zal ook een mondelinge zienswijze gegeven kunnen worden.
1.7 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is d.d. 29-01-2014 een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
1.8 Communicatie Er wordt op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet en De Staatscourant).
1.9 Realisatie Wanneer geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de ter inzage termijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor het plan kan dan worden aangevraagd.
8
1.10 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: • • • •
Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 4: Beleidskader; Hoofdstuk 5: Sectorale aspecten.
9
2.
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur Rond de 12e en 13e eeuw is men voor bewoning het uitgestrekte natte veengebied van de Alblasserwaard ingetrokken. Daarbij kwamen de in het veen zichtbare donken en stroomruggen van riviertjes als de Alblas en Goudriaan het eerst voor permanente bewoning in aanmerking. Zo is ook het huidige dorp Streefkerk ontstaan. Op de in het landschap van nature aanwezige zanddonk is in de vroege middeleeuwen de eerste bewoning ontstaan. Recente archeologische vondsten doen zelfs vermoeden dat er door jagers zelfs gebruik is gemaakt van de Streefkerkse donk voor onze jaartelling. In de vroege middeleeuwen vestigden de eerste bewoners van deze streek zich op deze uit het veen oprijzende zandheuvel, om vandaar uit met de ontginning van het moerasland te beginnen. In de Gouden Eeuw begint in Streefkerk de welvaart toe te nemen, wat resulteert in de groei van het dorp. Met de bedijking van de Alblasserwaard neemt ook langzaam de bewoning langs de dijken toe. Zo ontstaat er een langgerekt dijkdorp met een compacte kern. Een ruimtelijke structuur die nog steeds kenmerkend is voor het dorp. De eerste uitbreiding van het dorp concentreerde zich in een compacte bebouwing rond de in 1495 gebouwde kerk, op de van nature aanwezige zanddonk.
Pas is de 20e eeuw kent Streefkerk een grotere uitbreiding en met name de naoorlogse wijken zijn hiervan een goed voorbeeld. Het centrum van het dorp is gelegen aan de Kerkstraat en Kerklaan. De commerciële en maatschappelijke functies zijn langs deze straten geconcentreerd. Doordat Streefkerk een kleine kern is, staat het draagvlak voor winkels onder druk. Een studie naar een passendere schaal en maat voor deze voorzieningen is momenteel gaande. Hierbij spelen zaken als kwaliteit en toekomstvastheid een belangrijke rol. Het plangebied is gelegen aan de Dorpsstraat. Het historische lint de Dorpstraat langs de Lek kent een gevarieerde opbouw met een menging van functies en een grote afwisseling in massa en ouderdom. Het lint is niet overal hetzelfde. Van oorsprong kenmerkt het lint zich door een meer verdicht centrumdeel, dat richting het buitengebied geleidelijk verdunt en waarbij de doorzichten naar het achterland veelvuldiger en breder zijn. De lintbebouwing langs de Dorpstraat heeft met name ten zuiden van de straat plaats gevonden. Enkel nabij de Kerkstraat was er noordelijke kleinschalige lintbebouwing aanwezig. Door de realisatie van de klimaatdijk en uitbreiding van de jachthaven is een nieuwe schil aan de dorpsstructuur toegevoegd met een directe relatie met de rivier.
10
2.1.2 Huidig gebruik Het plangebied betreft thans braakliggende (bouw)grond (dijklichaam). Voor de realisatie van het dijklichaam van de Klimaatdijk is alle bestaande bebouwing gesloopt.
Afbeelding 3: Bestaande situatie
11
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Enkele jaren geleden zijn de voormalige gemeente Molenwaard, Waterschap Rivierenland en Jachthaven Liesveld, in het kader van de dijkversterking van de zuidelijke Lekdijk tussen het Schoonhovense Veer en Kinderdijk, de verrijking van de Jachthaven Liesveld en een versterking van de relatie tussen de kern Streefkerk en de Lek, gestart met het pilotproject Klimaatdijk. Het dijklichaam van de Klimaatdijk is inmiddels gerealiseerd. Als onderdeel van het pilotproject wordt de Klimaatdijk bebouwd. Door stedenbouwkundig bureau Wissing is een Stedenbouwkundig Raamwerk opgesteld waarin o.a. wordt ingegaan op de ontwikkellocatie Klimaatdijk. Het Stedenbouwkundig Raamwerk is 24 september 2018 vastgesteld in de gemeenteraad van de voormalige gemeente Molenwaard. Het Stedenbouwkundig Raamwerk biedt de randvoorwaarden waar het woningbouwplan voor de Klimaatdijk dient te voldoen. Het Stedenbouwkundig Raamwerk is toegevoegd als bijlage van het bestemmingsplan (bijlage 1). Het gestelde in het Stedenbouwkundig Raamwerk is juridisch verankerd in de regels van dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om ter plaatse maximaal 36 woningen te realiseren.
Aan de westzijde van de woningbouw wordt als onderdeel van de “route Kerk-Havenplein” een hoog gelegen openbare ruimte, het ‘Balkon’ genoemd, gerealiseerd met uitzicht over de Jachthaven en de rivier de Lek. Er dient sprake te zijn van een gevarieerd stedenbouwkundig beeld (afwisseling van twee en drie bouwlagen met een extra hoogteaccent aan de oostzijde van het plangebied). Dit vertaalt zich, wat betreft de bouwhoogte van de woningen, in de volgende randvoorwaarden: • Zuidzijde: Maximale goothoogte 7 meter (t.o.v. Dorpsstraatniveau). • Westzijde: Maximale goothoogte 7 meter (t.o.v. het Balkon). Afwijking goothoogte is toegestaan ter ondersteuning van architectonische verfraaiing representatieve gevel aan het balkon. • Noordzijde: Maximale goothoogte 7 meter (t.o.v. kruin van de dijk). • Oostzijde: Maximale goothoogte 10 meter (t.o.v. Dorpsstraatniveau).
12
Afbeelding 4: Impressie nieuwe situatie
2.2.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting Het plangebied wordt voor autoverkeer ontsloten vanuit de Dorpsstraat. Aan de westzijde en centraal in het plan wordt aangesloten op voetpaden vanuit de kern van Streefkerk. Het voetpad aan de westzijde is tevens de verbinding van de kern van Streefkerk met het publieke plein dat buitendijks is gerealiseerd in het kader van de dijkversterking. Het voetpad centraal in het plan geeft aansluiting op het voetpad over de kruin van de Klimaatdijk (noord-zuid verbindingen). Verkeer Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om ter plaatse maximaal 36 woningen te realiseren. Gezien het geringe aantal woningen zullen de extra intensiteiten als gevolg van dit plan dermate laag zijn, dat het niet aannemelijk is dat de verkeersafwikkeling in de omgeving van het plangebied buitenproportioneel wordt benadeeld. De omliggende wegen hebben voldoende capaciteit om deze geringe toename van de verkeersintensiteit op een goede wijze af te wikkelen. Parkeren Het exacte woningbouwprogramma dient nog nader te worden uitgewerkt (afhankelijk van de woningbehoefte). Om juridisch te borgen dat er in de uiteindelijke situatie voldoende parkeergelegenheid aanwezig is, is een regeling opgenomen in de regels van het bestemmingsplan (artikel 10.1).
De regeling luidt als volgt: ‘Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien 13
in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger.’ Verder is als uitgangspunt geformuleerd dat de parkeerbehoefte (bewonersparkeren) wordt opgelost binnen de plangrenzen. Het niveauverschil tussen de Dorpsstraat en de kruin van de Klimaatdijkdijk biedt de mogelijkheid om achter de woningen aan de Dorpsstraat en onder de woningen aan noordzijde parkeerruimte te realiseren (géén parkeerkelder). Dit parkeerterrein zal op twee punten worden ontsloten vanuit de Dorpsstraat. De ‘Nota Parkeernormen Molenlanden 2020’ stelt in de ‘rest bebouwde kom’ de onderstaande parkeernormen: Tabel 1: Parkeernormen Woningtype Koop, vrijstaand Koop, twee‐onder‐een‐kap Koop, tussen/hoek Koop, etage, duur Koop, etage, midden Koop, etage, goedkoop Huur, vrije sector Huur, sociale huur Huur, etage, duur Huur, etage, midden/goedkoop
Parkeernorm 2,3 parkeerplaatsen 2,2 parkeerplaatsen 2,0 parkeerplaatsen 2,1 parkeerplaatsen 1,9 parkeerplaatsen 1,6 parkeerplaatsen 2,0 parkeerplaatsen 1,6 parkeerplaatsen 1,9 parkeerplaatsen 1,4 parkeerplaatsen
Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden niet altijd volledig meegerekend in de gerealiseerde parkeerplaatsen. Deze plaatsen worden immers vaak voor andere doeleinden gebruikt dan het parkeren van auto’s. De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegerekend (afhankelijk van de parkeervoorziening) is opgenomen in onderstaande tabel: Tabel 2: Berekeningsaantal parkeervoorziening Parkeervoorziening Theoretisch aantal Enkele oprit zonder garage 1,0 Lange oprit zonder garage of 2,0 carport Dubbele oprit zonder garage 2,0 Garage zonder oprit (bij 1,0 woning) Garagebox (niet bij woning) 1,0 Garage met enkele oprit 2,0 Garage met lange oprit 3,0 Garage met dubbele oprit 3,0
Berekeningsaantal 0,8 1,0 1,7 0,4 0,5 1,0 1,3 1,8
14
2.2.3 Beeldkwaliteit In het kader van de dijkversterking van de zuidelijke Lekdijk tussen het Schoonhovense Veer en Kinderdijk, de verrijking van de Jachthaven Liesveld, de versterking/herstel van de relatie tussen de kern Streefkerk en de Lek en de verbetering van de entree van het dorp (de overgang tussen de kern en het buitengebied) is door stedenbouwkundig bureau Wissing een Stedenbouwkundig Raamwerk opgesteld. In het Stedenbouwkundig Raamwerk wordt o.a. ingegaan op de ontwikkellocatie Klimaatdijk. Het Stedenbouwkundig Raamwerk is toegevoegd als bijlage van het bestemmingsplan (bijlage 1). Het Stedenbouwkundig Raamwerk is 24 september 2018 vastgesteld in de gemeenteraad van de voormalige gemeente Molenwaard. Ter plaatse van de ontwikkellocatie Klimaatdijk wordt aan de oostzijde een hoogteaccent aangebracht die de entree van het dorp Streefkerk markeert. De centrale stoep/doorzicht door het plangebied zal de relatie tussen het dorp en de jachthaven/de rivier versterken. Aan de westzijde van de woningbouw wordt als onderdeel van de “route Kerk-Havenplein” een hoog gelegen openbare ruimte, ‘het Balkon’ genoemd, gerealiseerd met uitzicht over de Jachthaven en de rivier de Lek. De overige stoepen en openingen in het plangebied functioneren als zichtlijnen van dorp naar rivier en zijn openbaar of betreffen collectieve buitenruimten voor de bewoners.
De bebouwing dient te worden vormgegeven als één ensemble met één architectuurstijl. Voor de stedenbouwkundige uitwerking van het plan dienen de randvoorwaarden in het ‘Stedenbouwkundig Raamwerk Streefkerk, Molenwaard’ (bijlage 1) als uitgangspunt te worden genomen. In dit document zijn de uitgangspunten geformuleerd voor de bebouwing van de Klimaatdijk en de inrichting van het gebied.
15
3.
Juridische planopzet
3.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Streefkerk, Dorpsstraat-Oost’ bestaat uit drie delen: de verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan ‘Streefkerk, Dorpsstraat-Oost’ is conform de landelijke RO-standaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.
3.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het bestemmingsplan ‘Streefkerk, Dorpsstraat-Oost’ is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpskernen’, vastgesteld op 4 november 2014. De regels van het bestemmingsplan ‘Streefkerk, Dorpsstraat-Oost’ bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangsen slotregels aan de orde komen.
3.3 Bestemmingen Groen De strook grond langs de Dorpsstraat worden bestemd als ‘Groen’. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Verkeer - Verblijfsgebied ‘Het Balkon’ wordt bestemd als ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. De voor 'Verkeer Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. Woongebied De woningbouwlocatie wordt bestemd als ‘Woongebied’. De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen met aan-huis-verbonden beroepen, aan-huis-verbonden bedrijven en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Verder zijn de bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals erven, tuinen, groen, water, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, verkeersvoorzieningen (waaronder straatmeubilair en ontsluitingswegen), parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Waterstaat – Waterkering Het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering is over het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ opgenomen.
16
3.4 Aanduidingen • • • • • • •
Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – centrale stoep’; Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – stoep’; Specifieke bouwaanduiding – architectonisch hoogteaccent’; Specifieke bouwaanduiding – gevelsprong’; Specifieke bouwaanduiding – openingen’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 36’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte (m): 7 en 10’.
17
4.
Beleidskader
4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker vooropzet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve Rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het Rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los.
Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stadsen dorpsgezichten, Rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen Rijksbelangen geschaad. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.
Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
18
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Door BRO adviseurs is een ruimtelijk-functioneel onderzoek uitgevoerd, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling is onderzocht binnen het verzorgingsgebied. Tevens is gekeken naar de locatieafweging binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied (BSD). Verder zijn door middel van het onderzoek de te verwachten effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen.
De onderbouwing ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is toegevoegd als bijlage van dit bestemmingsplan (bijlage 2). De conclusies zijn: •
In Streefkerk komen de mentality-milieus Traditionele Burgerij en Moderne Burgerij het meest voor, gevolgd door Nieuwe Conservatieven. Woningen in Streefkerk beantwoorden de lokale vraag, de beste kansen liggen in het binden van de eigen bewoners. Hier wonen veel honkvaste, oudere huishoudens (traditionele en moderne burgerij). Het initiatief biedt voldoende flexibiliteit in fasering en type woningen om in te spelen op de vraag van lokale inwoners, uiteenlopend van woningen voor starters en doorstromers (betaalbare koopwoningen), maar ook ouderen (levensloopbestendige appartementen). Hiermee zijn niet alleen ouderen geholpen maar ook jongere huishoudens omdat het de doorstroom op gang brengt. Zo blijkt uit onderzoek van Rabobank (april 2020) dat het tekort aan geschikt woningaanbod voor ouderen in de gewenste buurt of gemeente vaak een belangrijke reden is waarom verhuisgeneigde ouderen nog niet zijn verhuisd.
•
Het initiatief heeft met de directe ligging aan en uitzicht op het water en jachthaven (en bijbehorende voorzieningen) en situering op de innovatieve Klimaatdijk, daarnaast ook de kracht en kwaliteiten om inwoners uit een groter verzorgingsgebied aan te trekken (nieuwe conservatieven). Deze nieuwe conservatieven vormen een niche instroomgroep voor de regio (hoger inkomen en prijssegment, op zoek naar landschappelijk of cultuurhistorisch aantrekkelijke plekken, en gericht op nieuwbouw). De nieuwbouw op de locatie Klimaatdijk is in staat om deze groep te bedienen.
•
Op gemeenteniveau is er een potentieel tekort aan alle type woningen in de koopsector en appartementen in de huursector. In Streefkerk liggen er met name kansen in de koopsector (vrijstaand, half vrijstaand, rijwoningen en in appartementen). Ook hier speelt het initiatief op in door een gevarieerd woningbouwprogramma te realiseren met verschillende type woningen en prijssegmenten.
19
•
Het woonmilieu van Streefkerk is “woondorp”, een kleine kern met weinig voorzieningen. Het plan Klimaatdijk sluit daar, voor wat betreft de ruimtelijke invulling, bij aan. De bouwblokken worden op een stedenbouwkundig passende wijze vormgegeven en gepositioneerd. Bij de uitwerking van het woningbouwplan wordt aangesloten bij de voorwaarden in het ‘Stedenbouwkundig Raamwerk Streefkerk Molenwaard’.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Per 1 april is het Omgevingsbeleid in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.
Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit.
20
Het plangebied grenst aan het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Door de realisatie van de klimaatdijk en uitbreiding van de jachthaven is een nieuwe schil aan de dorpsstructuur toegevoegd met een directe relatie met de rivier. Het plangebied kan daarmee worden bestempeld als een ontwikkeling in de kern Streefkerk. Het plangebied ligt binnen het gebied ‘bebouwde ruimte’ (systeem van kernen en linten). Binnen deze gebieden wordt gestreefd naar het beter benutten van deze ruimte voor een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied door het stimuleren en faciliteren van verdichting, herstructurering en transformatie. Middels dit bestemmingsplan wordt het mogelijk de Klimaatdijk te bebouwen met woningen. Het plan zorgt daarmee voor een verrijking van de Jachthaven Liesveld, de versterking/herstel van de relatie tussen de kern Streefkerk en de Lek en een verbetering van de entree van het dorp (de overgang tussen de kern en het buitengebied). Het plan zorgt voor een passende invulling van de Klimaatdijk. Individuele, bedrijfs- en maatschappelijke belangen en overige belangen in de directe omgeving worden niet nadelig beïnvloed. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang.
Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Middels dit bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt de Klimaatdijk te bebouwen met woningen. De bebouwing van de Klimaatdijk zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de (maatschappelijke) ontwikkeling van het dorp. Door stedenbouwkundig bureau Wissing is een Stedenbouwkundig Raamwerk opgesteld. In het Stedenbouwkundig Raamwerk worden de randvoorwaarden gesteld voor o.a. de inrichting van de Klimaatdijk. Het Stedenbouwkundig Raamwerk is toegevoegd als bijlage van het bestemmingsplan (bijlage 1). De bebouwing wordt op een stedenbouwkundig passende wijze vormgegeven en gepositioneerd.
Het plan draagt bij aan het gewenste herstel van de historische ligging van Streefkerk aan de rivier de Lek. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie is de Omgevingsverordening in werking getreden. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie.
21
Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: • Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en • Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c.
Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: • Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en • Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Het plan kan worden geschaard binnen de categorie ‘inpassen’. De ontwikkeling is gebiedseigen en passend bij de schaal en aard van het gebied. Stedelijke ontwikkelingen (Ladder voor duurzame verstedelijking) In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Door BRO adviseurs is een ruimtelijk-functioneel onderzoek uitgevoerd, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling is onderzocht. De onderbouwing ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is toegevoegd als bijlage van dit bestemmingsplan (bijlage 2). De woningen zullen gefaseerd worden gerealiseerd. De woningen zijn regionaal afgestemd en opgenomen in de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.
22
4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, heeft de regio in 2012 de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en worden de beleidskeuzes bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie in de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Het pilotproject Klimaatdijk betreft primair de realisatie van een bijzondere, innovatieve dijk tussen het Schoonhovense Veer en Kinderdijk.
Deze dijk is extra sterk en veilig en daarmee voorbereid op klimaatveranderingen, de stijging van de rivierstanden en de bodemdaling van het veen(weide)gebied. De dijk biedt de mogelijkheid het gebied van de Jachthaven Liesveld te verrijken en relatie tussen de kern Streefkerk en de Lek te herstellen/ versterken. Het dijklichaam van de Klimaatdijk is inmiddels gerealiseerd. Het bebouwen van de Klimaatdijk is onderdeel van het pilotproject. Om de Klimaatdijk op een passende en verantwoorde wijze stedenbouwkundig in te richten is door stedenbouwkundig bureau Wissing een Stedenbouwkundig Raamwerk opgesteld waarin o.a. randvoorwaarden worden gesteld voor de ontwikkellocatie Klimaatdijk. Het Stedenbouwkundig Raamwerk is toegevoegd als bijlage van het bestemmingsplan (bijlage 1). De bebouwing worden op een stedenbouwkundig passende wijze vormgegeven en gepositioneerd. Het plan is in overeenstemming met het regionale beleid. 4.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone.
Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden. Er wordt niet gestuurd in exacte aantallen op de samenstelling van programma’s. In plaats daarvan wordt een kwalitatieve leidraad gehanteerd, die 23
gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Om ervoor te zorgen dat het woningbouwprogramma in Streefkerk, verdeeld over diverse woningbouwinitiatieven, goed aansluit op de woningbehoefte is voor de woningbouwontwikkelingen een afgewogen keuze gemaakt met betrekking tot de verdeling van het woningbouwprogramma en bijbehorende fasering voor de periode 2018-2030. De woningbouwplannen zijn samengebracht tot een integraal afgewogen programma dat aansluit bij de woonbehoefte van Streefkerk en de regio. Omdat nu niet goed voorspelbaar is welk woningaanbod in de toekomst passend zal zijn op de marktvraag (goedkoop/duur, grondgebonden/appartementen), is het woningbouwprogramma opgenomen in de vorm van een dynamische tabel in het ‘Stedenbouwkundig Raamwerk Streefkerk Molenwaard’. Bij elke initiatiefase van een concrete ontwikkeling wordt de woningbouwprogrammatabel gemonitord. De gemeente en de ontwikkelende partijen monitoren vooruitlopend op de planvorming de lokale/regionale woningmarkt en bepalen op basis hiervan welk bouwprogramma passend is voor de betreffende fasen. Deze manier biedt voldoende flexibiliteit om in te spelen op veranderende marktomstandigheden. Door BRO adviseurs is een ruimtelijk-functioneel onderzoek uitgevoerd, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling is onderzocht.
De onderbouwing ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is toegevoegd als bijlage van dit bestemmingsplan (bijlage 2). De woningen zullen gefaseerd worden gerealiseerd. Het plan speelt in op de lokale en regionale woningbehoefte. De woningen zijn regionaal afgestemd en opgenomen in de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030. Belangrijk is dat er een gedifferentieerd woningbouwprogramma wordt uitgewerkt.
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Stedenbouwkundig Raamwerk Streefkerk Molenwaard Op 24 september 2018 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Molenwaard het ‘Stedenbouwkundig Raamwerk Streefkerk Molenwaard’ vastgesteld. Belangrijkste uitgangspunten van de gemeente bij het opstellen van dit raamwerk zijn het Molenwaards Kookboek, het gemeentelijk woonbeleid en het handboek openbare ruimte. Het Stedenbouwkundig Raamwerk biedt enerzijds inzicht op welke wijze de diverse ontwikkelingen in en rondom het centrumgebied van Streefkerk dit deel van de dorpskern zal gaan versterken. Anderzijds biedt het Stedenbouwkundig Raamwerk een toetsingskader voor het beoordelen van bouwinitiatieven en een uitgangspunt bij de herinrichting van de openbare ruimte. In het Stedenbouwkundig Raamwerk zijn randvoorwaarden opgenomen voor de verschillende routes, plekken en ontwikkellocaties. In het raamwerk zijn er vier ontwikkellocaties opgenomen, waaronder de ontwikkellocatie Klimaatdijk. De randvoorwaarden zijn vertaald in een uitvoeringsprogramma. Bij de uitwerking van het woningbouwplan wordt aangesloten bij de voorwaarden en uitvoeringsprogramma in het ‘Stedenbouwkundig Raamwerk Streefkerk Molenwaard’. Middels dit bestemmingsplan wordt de bouw van de woningen op de Klimaatdijk juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
Het gestelde in het Stedenbouwkundig Raamwerk is juridisch verankerd in dit bestemmingsplan.
24
Afbeelding 5: Kaart ontwikkelingslocatie Klimaatdijk
4.5 Conclusie Op basis van hoofdstuk 4 ‘Beleidskader’ kan worden geconcludeerd dat: • •
• •
•
Het plan voldoet aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’; Het plan speelt in op de lokale en regionale woningbehoefte. De woningen zijn regionaal afgestemd en opgenomen in de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030; De bebouwing van de Klimaatdijk zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de (maatschappelijke) ontwikkeling van het dorp. Het plan zorgt voor een verrijking van de Jachthaven Liesveld, de versterking/ herstel van de relatie tussen de kern Streefkerk en de Lek en een verbetering van de entree van het dorp (de overgang tussen de kern en het buitengebied). Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders.
25
5.
Onderzoek/verantwoording
5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek De activiteit, het realiseren van woningen, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D 11.2 van het besluit m.e.r. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling. Er is daarmee geen directe m.e.r-plicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Het aantal woningen blijft onder de grenswaarde van 2.000 woningen waarvoor een direct m.e.r-plicht geldt. Voor het plan geldt wel de vergewisplicht. Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteit te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Kenmerken van het plan Het plan maakt het juridisch-planologisch mogelijk om op de locatie woningen te realiseren.
Er is geen sprake van de productie van afvalstoffen, anders dan regulier huisafval. Behoudens de standaard toegestane aan-huis-gebonden beroepen/ bedrijven zullen er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Ligging van het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park of Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 1,9 km ligt het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied ‘Donkse Laagten’. Het plangebied is gelegen in de dorpskern Streefkerk. In het kader van de klimaatbestendige dijkversterking heeft het Waterschap Rivierenland ter plaatse de Klimaatdijk gerealiseerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het stikstofdepositieonderzoek is toegevoegd in de bijlage (bijlage 3). Kenmerken van de potentiële effecten van het plan Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toenemen. De omliggende infrastructuur heeft voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen als gevolg van het plan op te vangen. Gezien de omvang van het plan zullen geen van de toenames leiden tot significante negatieve effecten op het milieu.
26
Conclusie Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken zijn de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer.
27
5.2 Geluid Beleidskader In het kader van de Wet geluidhinder dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: 1. Woningen, 2. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal), 3. Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. De Wet Geluidhinder (Wgh) stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige functies en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van enig spoorwegtraject en/of gezoneerd industrieterrein. Deze invloedsferen kunnen dus buiten beschouwing worden gelaten. Onderzoek Het plan voorziet in de mogelijkheid tot woningbouw op de Klimaatdijk te Streefkerk.
In het kader van de Wgh is hiermee sprake van het toevoegen van nieuwe geluidsgevoelig objecten en is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Voor het plan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is toegevoegd in de bijlage (bijlage 4). Omdat de exacte positie van de nieuw te bouwen woningen nog niet bekend is, is door middel van geluidcontouren de geluidbelasting van de gezoneerde wegen inzichtelijk gemaakt. De conclusies uit dit onderzoek luiden: • Het volledige plangebied binnen de 48 dB geluidcontour ten gevolge van het Nieuwe Veer ligt en dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh niet wordt overschreden; • De 48 dB geluidcontour (incl. aftrek art. 110g Wgh) ten gevolge van de gecumuleerde geluidbelasting op alle wegen (incl. 30 km/h wegen) op 1,5, 4,5 en 7,5 m ter plaatse van het plangebied op respectievelijk ca. 22, 25 en 26 m uit het hart van de Dorpsstraat is gesitueerd; • Ten zuidoosten van het plangebied schampt de 53 dB geluidcontour nog net het plangebied; • Verwacht wordt dat de noordgevels van de toekomstige woningen door de afscherming van de woningen zelf over een geluidluwe buitenruimte beschikken en aan het gemeentelijk geluidbeleid kan worden voldaan; Conclusie Het plan ondervindt wat betreft geluid geen belemmeringen.
Voor het plan hoeven geen hogere grenswaarden te worden aangevraagd. 28
5.3 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader De Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat overheden bij het vaststellen van bestemmingsplannen moeten aantonen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (Wro artikel 3.1 lid 1). Onderdeel hiervan is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient er op toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven), en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). In de praktijk wordt gebruik gemaakt van de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG, editie 2009). Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een afstand aan tot woningen of andere 'kwetsbare' functies. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder is van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). In de onderstaande tabel zijn de afstanden weergeven.
Tabel 3: Richtafstanden per milieucategorie (bron: VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering Milieucategorie Rustige woonwijk Gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m 5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m Onderzoek Het plan voorziet in de mogelijkheid tot woningbouw op de Klimaatdijk te Streefkerk. Er is hiermee sprake van een toevoeging van nieuwe hindergevoelige objecten. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening dient gekeken te worden naar de mogelijke bedrijf- en milieuhinder van de omliggende bedrijven/ instellingen en de invloed van de nieuwe hindergevoelige functies op de bedrijfsvoering van deze bedrijven/instellingen. Het plan is getoetst aan de richtafstanden van het VNG-Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Karakter van het gebied De richtafstanden in het VNG-Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) hebben betrekking op de omgevingstypen rustige woonwijk en rustig buitengebied. Onder het omgevingstype 'rustige woonwijk en rustig buitengebied' wordt het volgende verstaan: "Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor.
Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie, een stiltegebied of een natuurgebied)."
29
Het plangebied is gelegen in het omgevingstype gemengd gebied. Onder het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt het volgende verstaan: "Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.’ Ter plaatse is sprake van een afwisseling van woningen en bedrijvigheid. De richtafstanden mogen daarmee één afstandstrap worden verlaagd. In de directe omgeving van het plangebied zijn de onderstaande bedrijven/ instellingen gelegen. Tabel 4: Omliggende bedrijven/ instellingen Adres Functie Richtafstand conform (SBI 1993) VNG (gecorrigeerd) Nieuwe Veer 112 Dorpstraat 23 Dorpstraat 25 Dorpstraat 40 Nieuwe haven 1 Nieuwe haven 1
Agrarisch bedrijf Horeca (cat. 1.0) Centrum (detailhandel) Bedrijf (cat. 2.0) Jachthaven (cat. 3.1) Horeca (Limonadefabriek)
Werkelijke afstand
50 meter (geur) 0 meter 0 meter
65 meter 15 meter 15 meter
10 meter 30 meter
100 meter 20 meter
0 meter
175 meter
Doordat de ontwikkeling van de jachthaven en de Klimaatdijk gezamenlijk worden opgepakt en elkaar versterken, is gezamenlijk naar de ontwikkelingsmogelijkheden gekeken. Met dit plan wordt ingespeeld op de relatie van de jachthaven met het dorp en de beleving die deze kan bieden. Op de Klimaatdijk wordt wonen aan het water gecreëerd, wat een verrijking is voor de jachthaven. Hierdoor kan worden gesteld dat wat betreft hinder de jachthaven en de Klimaatdijk voor elkaar géén belemmering vormen, maar beide functies elkaar juist versterken. De bedrijfslocaties ten zuiden van de Dorpsstraat zijn inmiddels herontwikkeld voor woningbouw.
30
Jachthaven Horeca
Bedrijf (cat. 2.0) Agrarisch bedrijf Centrum
Horeca
Afbeelding 6: Afstanden tot omliggende bedrijven/instellingen