CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan 'Brandwijk, Brandwijksedijk 33'

Raadsvergadering 10 juli 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 5a. Bestemmingsplan Brandwijk, Brandwijksedijk 3318.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

67

Indien gekozen wordt voor variant 3, waarbij de huidige woning behouden blijft en de nieuwbouw komt ter plaatse van een zone zonder archeologische verwachting worden geen archeologische waarden bedreigd (afb. 21 [van het onderzoeksrapport]). •

Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het plangebied is voldoende onderzocht indien in de zones ‘terp’ en ‘veraard veen nabij terp’ geen bodemingrepen worden uitgevoerd die dieper gaan dan 30 cm -mv en ter plaatse van de zone ‘terp verstoord tot minimaal 50 cm mv’ geen bodemingrepen worden uitgevoerd die dieper gaan dan 50 cm -mv. Indien in de genoemde zones de dieptegrens wordt overschreden is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk.

ADC ArcheoProjecten adviseert om geen vervolgonderzoek uit te voeren indien in de zones ‘terp’ en ‘veraard veen nabij terp’ geen bodemingrepen worden uitgevoerd die dieper gaan dan 30 cm -mv. De zone ‘terp verstoord tot minimaal 50 cm -mv’ is ook gelegen op de terp, echter is vastgesteld dat in deze de bodem tot 50 cm -mv verstoord is. Indien de dieptegrens tot 50 cm -mv’ in deze zone niet wordt overschreden is ook hier geen archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.

68

Afbeelding 24: Archeologische advieszones in het plangebied (afbeelding 19 uit archeologisch rapport)

Om het advies uit het archeologisch rapport over te nemen in het bestemmingsplan, zijn archeologische dubbelbestemmingen opgenomen binnen de rode, bruine en de gele zone. Op deze zones zijn de regels uit de huidige archeologische dubbelbestemming overgenomen, waarbij de diepte is aangepast op het advies uit het archeologisch onderzoek. Voor de rode en bruine zone is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ opgenomen en voor de gele zone de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1a’. De overige gronden waar het archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen, omdat hier geen archeologisch onderzoek meer nodig is. Op de gronden waar geen ontwikkelingen zijn beoogd, is geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op deze gronden zijn de vigerende archeologische dubbelbestemmingen overgenomen. Cultuurhistorie Het plangebied maakt onderdeel uit van het cultuurhistorisch waardevolle lintbebouwing langs de Brandwijksedijk. Met het plan wordt een agrarisch bedrijf 69

met verouderde opstallen gesaneerd. De woonboerderij zal daarbij behouden blijven, worden gerestaureerd of worden gesloopt en herbouwd worden. De twee vrijstaande woningen worden uitgevoerd in de vorm van schuurwoningen, waardoor het perceel zal aandoen als een karakteristiek boerenerf, passend binnen de karakteristieken van het cultuurhistorisch lint. Conclusie Geen archeologisch vervolgonderzoek is nodig indien in de zone ‘terp’ geen bodemingrepen worden uitgevoerd die dieper gaan dan 30 cm -mv. De zone ‘terp verstoord tot minimaal 50 cm -mv’ is ook gelegen op de terp, echter is vastgesteld dat in deze de bodem tot 50 cm -mv verstoord is. Indien de dieptegrens tot 50 cm mv’ in deze zone niet wordt overschreden is ook hier geen archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Indien de dieptegrens wel wordt overschreden in beide zones, zal een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd moeten worden door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVOP). De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen.

Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.

70

4.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie Duurzaamheid De gemeente Molenlanden heeft de ambitie om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. De huidige woonboerderij is verouderd en is niet goed geïsoleerd. Bij restauratie of herbouw zal de woonboerderij op een goede wijze geïsoleerd worden. Daarnaast worden de nieuwe woningen niet aangesloten op het gasnetwerk, waardoor er geen emissies plaatsvinden door stookinstallaties. Tevens zullen de woningen bijna energieneutraal gerealiseerd worden, zodat ze voldoen aan de BENG-normen. De initiatiefnemer streeft er echter naar om de nieuwe woningen geheel energieneutraal te realiseren. Klimaatadaptatie In de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland zijn de afspraken van het convenant klimaatadaptief bouwen vertaald in de beleidsbeslissingen klimaatadaptatie en toekomstbestendig bouwen. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is artikel 6.50 Risico’s van klimaatverandering toegevoegd. Dit houdt in dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. Wateroverlast door overvloedige neerslag; b. Overstroming; c. Hitte; d. Droogte. Wateroverlast door overvloedige neerslag Gezien het natter wordt moet de waterhuishouding geschikt zijn om zware regenbuien op te kunnen vangen.

Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat het hemelwater te snel in het open water verdwijnt. Het moet de gelegenheid krijgen om de infiltreren in de bodem. Het plan voorziet in een aanzienlijke afname in de verharding. Daardoor ontstaat er meer ruimte voor het infiltreren van het hemelwater in de bodem. Verder wordt het belang van groene tuinen onder de aandacht gebracht. Overstroming Het stijgen van de zeespiegel raakt het plan niet direct. Het plangebied is niet gelegen nabij een waterkering. Hitte Gezien het warmer wordt, wordt bij de uitwerking van de woning rekening gehouden met de accumulatie van warmte. Met het plan wordt de hoeveelheid aan verharding aanzienlijk verminderd, hetgeen bijdraagt aan het tegengaan van hittestress. Mogelijk dat in de woningen installaties worden geïnstalleerd die naast verwarmen ook kunnen koelen. Droogte Omdat het steeds droger wordt, zal de bodem sneller verdroogt raken. De initiatiefnemer wordt geïnformeerd over het toepassen en gebruiken van regentonnen. Indien houtstructuren of planten door droogte een gebrek aan water hebben, kan het opgevangen hemelwater in de regenton gebruikt worden om de

71

bodem te hydrateren. De beplanting kan daardoor blijven voorzien in het afbreken van CO2 en het produceren van zuurstof voor mens en dier.

72

5

Juridische planbeschrijving

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Brandwijk, Brandwijksedijk 33’ bestaat uit drie delen de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Brandwijk, Brandwijksedijk 33’ is conform de landelijke ROstandaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.

5.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het bestemmingsplan ‘Brandwijk, Brandwijksedijk 33’ is aangesloten bij het bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’, ‘Parapluherziening Parkeren’ en ‘Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten’. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

5.3 Bestemmingen Agrarisch met waarden De gronden achter de wetering zullen de agrarische bestemming behouden en het bouwvlak ter plaatse wordt verwijderd. Hierdoor behoud het open slagenlandschap haar agrarische functie, maar wordt het realiseren van gebouwen uitgesloten, zodat het open karakter van het landschap niet wordt aangetast. Water De wetering welke is opgenomen als A-watergang in de Legger wateren van het waterschap Rivierenlanden is bestemd met de bestemming ‘Water’, conform het beleid van het waterschap. Wonen Met de wijziging van de agrarische bestemming voor de wetering naar ‘Wonen’ wordt het mogelijk gemaakt om hier burgerwoningen te realiseren. Daarnaast wordt hiermee de huidige bedrijfswoning in het achterhuis van de woonboerderij functioneel gewijzigd naar een burgerwoning. 73

Waarde – Archeologie 1, 1a, 2, 5, en 7 De dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 1, 1a, 2, 5, 7’ zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in de bodem. Met betrekking tot de vrijstellingsgrens van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1 en 1a’ is aangesloten bij het uitgevoerde archeologisch rapport.

5.4 Aanduidingen • • • • • • • •

Bouwvlakken; Gebiedsaanduiding ‘milieuzone – eendenkooi’; Gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – aanlegvergunning gevoelige bodem’; Gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – aanlegvergunning overgangsgebied’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximale goothoogte (m): 4’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximale goothoogte (m): 6’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximum oppervlakte (m2): 125’.

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=c10c3e71-2d62-44d8-8e10-e5160c345039