Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Bleskensgraaf - tegenover Abbekesdoel 39_Giessenburg - A.M.A. van Langeraadweg 10-14
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Bleskensgraaf, tegenover Abbekesdoel 39 / Giessenburg, A.M.A. van Langeraadweg 10/14’
Toelichting bestemmingsplan ‘Bleskensgraaf, tegenover Abbekesdoel 39 / Giessenburg, A.M.A. van Langeraadweg 10/14’
Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPabbekesdoel39BKG-VG01 Datum: 15-07-2021 Planstatus: Vastgesteld
2
Inhoud 1.
2
3
4
Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1
Inleiding ..................................................................................................... 5
1.2
Kader .......................................................................................................... 8
1.3
Maatschappelijk resultaat ......................................................................... 11
1.4
Maatschappelijk draagvlak ........................................................................ 12
1.5
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid............................ 12
1.6
Communicatie .......................................................................................... 13
1.7
Realisatie .................................................................................................. 13
1.8
Leeswijzer................................................................................................. 13
Planbeschrijving .................................................................................................................... 14 2.1
Bestaande situatie ..................................................................................... 14
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 17
Verantwoording beleidskaders ....................................................................................... 22 3.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 22
3.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 24
3.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 27
3.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 29
3.5
Conclusie .................................................................................................. 30
Verantwoording sectorale aspecten ............................................................................. 31 4.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 31
4.2
Watertoets ................................................................................................ 33
4.3
Geluid ....................................................................................................... 41
4.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 43
4.5
Bedrijven- en milieuhinder ........................................................................ 45
4.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 49
4.7
Kabels en leidingen................................................................................... 53
4.8
Ecologie .................................................................................................... 54
4.9
Bodem ...................................................................................................... 59
4.10 Archeologie .............................................................................................. 61 4.11 Duurzaamheid .......................................................................................... 64 5
Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 65 5.1
Inleiding ................................................................................................... 65
5.2
Systematiek van de regels ......................................................................... 65
5.3
Bestemmingen .......................................................................................... 65
5.4
Aanduidingen ........................................................................................... 66 3
Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8
Omschrijving Landschappelijk inpassingsplan tegenover Abbekesdoel 39 Digitale watertoets tegenover Abbekesdoel 39 Digitale watertoets A.M.A. van Langeraadweg 10/14 Ecologische quickscan tegenover Abbekesdoel 39 Verkennend bodemonderzoek tegenover Abbekesdoel 39 Archeologisch bureauonderzoek tegenover Abbekesdoel 39 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai tegenover Abbekesdoel 39 Watervergunning A.M.A. van Langeraadweg 10/14
Auteur Lagendijk tuinen landschapsarchitecten Waterschap Rivierenland Waterschap Rivierenland Blom Ecologie
Referentie LTL21170
Datum 24-08-2020
20190117-919626 20190211-919843 BE/2019/037
17-01-2019
Bakker Milieuadviezen
BM/2513-2019
Feb. 2019
ADC ArcheoProjecten
Rapport 4846
14-10-2019
Voortman Ingenieurs
R-JVO/1442
23-05-2019
Waterschap Rivierenland
2019096862/ 2019118530
04-10-2019
11-02-2019 01-10-2019
4
1.
Inleiding
1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Een aantal jaren geleden is een bestemmingsplanprocedure doorlopen voor de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10-16 te Giessenburg. Het plan was om in ruil voor de sanering van de toenmalige agrarische bedrijf een zorgboerderij, twee woningen (bouwkavels) en een bedrijfsloods voor het bedrijf Hak Installatieservice B.V. te realiseren. Het bestemmingplan is vastgesteld en de omgevingsvergunning voor de realisatie van het plan is verleend. Medio 2014 werd echter door het Rijk de financiering voor zorg gerelateerde initiatieven als het realiseren van een zorgboerderij drastisch ingeperkt, waardoor de zorgboerderij en twee woningen niet zijn gerealiseerd. De bedrijfsloods is wel gerealiseerd en het voormalige agrarische bedrijf is gesaneerd. De rest van het terrein heeft jarenlang braak gelegen. Medio 2018 is uiteindelijk een exploitant gevonden voor de zorgboerderij. Om de exploitatie van de zorgboerderij financieel mogelijk te maken, is het plan ontstaan om de tweede woning als ‘bouwrecht/woonstip’ te verkopen. In samenwerking met de gemeente is gezocht naar een geschikte locatie voor ‘het bouwrecht/de woonstip’. Uiteindelijk heeft dit geleid tot dit plan om ‘het bouwrecht/de woonstip’ te verplaatsen naar het kavel tegenover het perceel Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf.
Er is inmiddels een overeenkomst gesloten tussen beide partijen voor de overdracht van het bouwrecht/de woonstip. Op 29 oktober 2018 heeft de toenmalige gemeente Giessenlanden een omgevingsvergunning verleend voor de zorgboerderij, een gezinsvervangend huis, met daarin een woning voor de exploitant. Deze woning is noodzakelijk voor een efficiënte bedrijfsvoering (de cliënten zijn veelal minderjarig en hebben 24/7 toezicht nodig). De zorgboerderij met woning (voor één van de exploitanten) zijn inmiddels gerealiseerd en het terrein is landschappelijk ingericht. Het verplaatsen van het bouwrecht/de woonstip’ naar het kavel tegenover het perceel Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf is in strijd met het vigerende bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ (vastgesteld op 20 februari 2018). Het kavel heeft de bestemming ‘Wonen’ (zonder bouwvlak). Het realiseren van een woning buiten een bouwvlak is niet toegestaan. Verder wil men het terrein aan de A.M.A. van Langeraadweg inrichten ten behoeve van de zorgboerderij. Het plan is om een kas, een paardenbak, een paardenstal en een longeercirkel te realiseren. Om de plannen juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. De diverse functies en de inpandige woning in de zorgboerderij worden juridisch-planologisch verankerd in dit bestemmingsplan.
5
1.1.2 Plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden, namelijk de percelen A.M.A. van Langeraadweg 10/14 te Giessenburg en het kavel tegenover perceel Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf. Kavel tegenover Abbekesdoel 39 (deelgebied 1) Deelgebied 1 is kadastraal bekend als BKG00 – E – 91 (gedeeltelijk). Deelgebied 1 wordt aan de noordzijde begrensd door de Abbekesdoel. Aan de oostzijde is recent een vrijstaande woning (Abbekesdoel 38a) gerealiseerd. Aan de west- en zuidzijde wordt deelgebied 1 begrensd door een watergang en de wetering.
Afbeelding 1: Begrenzing deelgebied 1
6
A.M.A. van Langeraadweg 10/14 Giessenburg (deelgebied 2) Deelgebied 2 is kadastraal bekend als GSB00 – G – 3557 en 3558. Het deelgebied 2 wordt aan de noordzijde begrensd door de A.M.A. van Langeraadweg. Aan de west- , zuid- en oostzijde wordt deelgebied 2 begrensd door watergangen.
Afbeelding 2: Begrenzing deelgebied 2
1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Het plan past binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Molenlanden. Middels dit plan is het financieel mogelijk gemaakt om op de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10 te Giessenburg een zorgboerderij te realiseren. De zorgboerderij is een belangrijke maatschappelijke voorziening voor de gemeente Molenlanden. In het kader van de ruimtelijke kwaliteit is braakliggend terrein niet gewenst. Middels dit plan is het mogelijk gemaakt om de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10/14 te Giessenburg een passende invulling te geven in de vorm van een zorgboerderij met een vrijstaande woning. De percelen A.M.A. van Langeraadweg 10/14 te Giessenburg en het kavel tegenover Abbekesdoel 39 (reeds een woonbestemming) worden landschappelijk ingericht middels streekeigen beplanting. Voor het kavel tegenover Abbekesdoel 39 is door een landschapsarchitect aan de hand van ‘het Molenwaards Kookboek’ een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waardoor een afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit wordt uitgesloten.
7
1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ Deelgebied 1 valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ (vastgesteld op 25 januari 2010). Deelgebied 1 heeft de bestemming: • Wonen (zonder bouwvlak); De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie; • Waterstaat – Waterkering. En de aanduidingen: • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning gevoelige bodem’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning overgangsgebied’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied dorpslint’.
Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom'
8
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’ Op 15 september 2015 is de 3e herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de 3e herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor deelgebied 1 betekent dat: • De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is gewijzigd naar de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’; • De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is gewijzigd.
Afbeelding 4: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom 3e herziening'
Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ Op 20 februari 2018 is de parapluherziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de parapluherziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor deelgebied 1 betekent dit dat de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is gewijzigd in de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’.
9
Afbeelding 5: Uitsnede bestemmingsplan 'parapluherziening Buitengebied Graafstroom'
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ Deelgebied 2 valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ (vastgesteld op 11 maart 2015). Deelgebied 2 heeft bestemmingen: • Agrarisch; • Groen; • Maatschappelijk; • Tuin; • Water; • Wonen. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie – 4; • Waarde – Archeologie – 8. En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’; • Functieaanduiding ‘zorgboerderij’ • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte (m): 4’
10
Afbeelding 6: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’
1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden Voor de percelen A.M.A. van Langeraadweg 10/14 te Giessenburg en het kavel tegenover Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf. Middels dit bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om op het kavel tegenover het perceel Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf een vrijstaande woning te realiseren. Middels dit bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om op de percelen A.M.A. van Langeraadweg 10/14 een kas, een paardenbak, een paardenstal en een longeercirkel te realiseren. Tevens wordt op het perceel A.M.A. van Langeraadweg 14 het tweede bouwvlak weggenomen, waarmee juridischplanologisch wordt uitgesloten dat in de toekomst op deze locatie een tweede vrijstaande woning kan worden gerealiseerd.
11
1.4 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg wordt het bestemmingsplan opgestuurd naar de overlegpartners. Participatie In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan zijn er meerdere opties om omwonenden van een woningbouwontwikkeling te informeren. Gezien de kleinschaligheid van het plan is in dit geval gekozen om de omwonenden persoonlijk te informeren. De initiatiefnemers van het plan die voornemens zijn op het kavel tegenover Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf een vrijstaande woning te realiseren, zijn in een vroeg stadium (voor de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan) bij de directe buren langsgegaan om hen te informeren over de plannen. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn géén zienswijzen ingediend. Er is één reactie binnengekomen op het ontwerp-bestemmingsplan van Oasen N.V. Oasen N.V. heeft geen bezwaar tegen het bestemmingsplan, maar geeft enkel aan dat Oasen N.V.
het op prijs stelt als er rekening gehouden wordt met de drinkwaterleiding gelegen aan de noordzijde van het perceel A.M.A. van Langeraadweg 10 te Giessenburg. Er is rekening gehouden met de drinkwaterleiding. De drinkwaterleiding is bekend is bij de particuliere grondeigenaar (waterleiding naar de zorgboerderij).
1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemers, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemers komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
12
1.6 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet en de Staatscourant).
1.7 Realisatie Wanneer geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de beroepstermijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor de realisatie van de vrijstaande woning op het kavel tegenover Abbekesdoel 39a Bleskensgraaf en de omgevingsvergunning voor de realisatie van een paardenbak, paardenstal en longeercirkel op de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10/14 te Giessenburg kunnen dan worden aangevraagd.
1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: • • • •
Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskaders; Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten (onderzoeken); Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.
13
2
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Bleskensgraaf Het dorp Bleskensgraaf is ontstaan als lintbebouwing langs de Graafstroom. Vanuit de lintbebouwing is er rondom de kerk een buurtschap ontstaan. Vanuit dit buurtschap is het dorp Bleskensgraaf ontstaan. Mede door de verbetering van de wegen en de toename van transport over de weg (voorheen over water) is het dorp Bleskensgraaf in de loop der tijd gegroeid. De groei vond met name plaats in de dorpskern. In de Tweede Wereldoorlog is de dorpskern van Bleskensgraaf nagenoeg volledig verwoest als gevolg van een bombardement. Thans is nog slechts een beperkt deel van het oorspronkelijke buurtschap zichtbaar. Na de Tweede Wereldoorlog is het dorp wederopgebouwd. De laatste fase van de wederopbouw werd afgerond met de opening van het gemeentehuis op 12 mei 1955. In de jaren daarna heeft Bleskensgraaf, net zoals de meeste dorpen in de Alblasserwaard een grote groei doorgemaakt, welke is terug te zien in de seriematige uitbreidingswijken rondom de oorspronkelijke kern van het dorp. Deelgebied 1 is gelegen in de cultuurhistorische lintbebouwing langs de Abbekesdoel ten westen van de dorpskern Bleskensgraaf. Deze lintbebouwing is gevormd door een langgerekte strook van min of meer samengegroeide gemengde bebouwing met daartussen afwisselend smalle en brede landschappelijke doorzichten.
De bebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) boerderijen en (kleinere) arbeiders-/ knechtenhuisjes. Hier en daar is de traditionele bebouwing vervangen door nieuwbouw (vrijstaande woningen) en hebben de bestaande boerderijen hun agrarische functie verloren en zijn volledig in gebruik als woonfunctie. De verkavelingsrichting van het landschap is haaks op de Abbekesdoel gericht. De traditionele bebouwing is overwegend parallel aan de verkavelingsrichting gepositioneerd. De vervangende nieuwbouw is zowel haaks als parallel aan de verkavelingsrichting gebouwd. Zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw in het cultuurhistorische lint langs de Abbekesdoel zijn bedekt met een zadeldak of een afgeleide daarvan. De woningen zijn overwegend opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking. Ten zuiden van de wetering kenmerkt het gebied zich door slagenverkaveling (open veenweidegebied) omringd door sloten en (achter)weteringen. In het open slagenlandschap zijn kaden en ontginningsassen gelegen welke veelal zijn beplant met bomenlanen (elzenrijen of knotwilgen). De openheid van het landschap, de slagenverkaveling in combinatie met het slotenpatroon en de lintbebouwing met landschappelijke doorzichten kunnen worden gezien als de streekeigen stedenbouwkundige en landschappelijke structuur.
14
Giessenburg Giessenburg is in 1957 ontstaan uit de dorpjes Peursum en Giessen-Nieuwkerk. Deze dorpjes zijn vanaf de 13de eeuw ontstaan door ontginning van het veengebied. Het gebied heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld, wat met name te danken was aan het slot Giessenburg met de bijbehorende heerlijkheden. Giessenburg is gelegen langs het riviertje de Giessen. Vanuit de kleihoudende stroomrug langs dit riviertje is het oorspronkelijke dorpje ontstaan. Deze hoger gelegen stroomruggen waren namelijk droger en beter van ondergrond om op te bouwen. Vanuit het dorp heeft men het achterliggende polderlandschap ontgonnen, iets wat goed te zien is in de slagen van het landschap. Langs de noordelijke zijde van de Giessen is geen seriematige uitbreiding van het dorp te vinden en wordt de bebouwingsstructuur nog gekenmerkt door typische lintbebouwing, waar grote boerderijen en kleine arbeidershuisjes elkaar afwisselen. Deelgebied 2 is gelegen ten zuidoosten van de kern Giessenburg aan de A.M.A. van Langeraadweg. De A.M.A. van Langeraadweg vormt één van de ontsluitingswegen van de kern Giessenburg. Deelgebied 2 is gelegen in de oksel van de A.M.A. van Langeraadweg en de N216. Deelgebied 2 is reeds bebouwd met een bedrijfsloods, een zorgboerderij en een vrijstaande woning.
15
2.1.2 Huidige status/gebruik Kavel tegenover Abbekesdoel 39 (deelgebied 1) Het kavel tegenover het perceel Abbekesdoel 39 betreft een stuk tuingrond behorende bij de woning Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf (overzijde van de weg). Het stuk grond is gebruik als tuin / weide voor het hobbymatig houden van dieren. Op het kavel zijn een dierenverblijf en een aantal fruitbomen aanwezig.
Afbeelding 7: Bestaande situatie kavel tegenover Abbekesdoel 39 Bleskensgraaf
A.M.A. van Langeraadweg 10/14 Giessenburg (deelgebied 2) Op het perceel de A.M.A. van Langeraadweg 10/14 zijn recent een zorgboerderij en een vrijstaande woning gerealiseerd.
Afbeelding 8: Bestaande situatie A.M.A. van Langeraadweg 10/14 Giessenburg
16
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan bestaat uit: 1. Verplaatsing bouwrecht (woning) van de locatie A.M.A. van Langeraadweg 14 te Giessenburg naar het kavel tegenover perceel Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf. 2. De realisatie van een kas ten behoeve van de huidige zorgboerderij op de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10 te Giessenburg. 3. De realisatie van een paardenbak, paardenstal en longeercirkel op de locatie A.M.A. van Langeraadweg 14 te Giessenburg. Deze voorzieningen worden zowel gebruikt door de bewoners/exploitanten (hobbymatig) als de cliënten van de zorgboerderij. De woning A.M.A. van Langeraadweg 14 te Giessenburg en de zorgboerderij (A.M.A. van Langeraadweg 10) zijn vergund/gerealiseerd en het terrein is inmiddels landschappelijk ingericht. De vergunde inpandige woning voor de exploitant in de zorgboerderij wordt juridisch-planologisch verankerd in het bestemmingsplan. Op 15 oktober 2019 heeft het Waterschap Rivierenland een watervergunning verleend voor het graven het oppervlaktewaterlichaam ter plaatse van A.M.A. van Langeraadweg 10 en 14 te Giessenburg (zaaknummer 2019096862 /2019118530). Het oppervlaktewaterlichaam is reeds gerealiseerd.
Kas t.b.v. zorgboerderij
Zorgboerderij met inpandige woning voor de exploitant
Paardenstal
Paardenbak
Woning A.M.A van Langeraadweg 14
Longeercirkel
Afbeelding 9: Nieuwe situatie A.M.A. van Langeraadweg 10/14 te Giessenburg
17
Afbeelding 10: Nieuwe situatie kavel tegenover Abbekesdoel 39 Bleskensgraaf
18
2.2.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting Kavel tegenover Abbekesdoel 39 (deelgebied 1) Het kavel tegenover Abbekesdoel 39 heeft in de huidige situatie een in- en uitrit (dam met oprit) op de Abbekesdoel. Dit blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd. A.M.A. van Langeraadweg 10/14 (deelgebied 2) De percelen A.M.A. van Langeraadweg 10/14 heeft in de huidige situatie twee in- en uitritten op de A.M.A. van Langeraadweg. Dit blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd. Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel - in de categorie ‘niet stedelijk’. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘buitengebied’. Kavel tegenover Abbekesdoel 39 Op het kavel tegenover Abbekesdoel 39 wordt een vrijstaande woning gerealiseerd. Conform de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' geldt voor een vrijstaande woning een gemiddelde parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Het parkeren wordt volledig op eigen terrein opgelost.
Op het perceel wordt voldoende ruimte gerealiseerd voor het parkeren van minimaal 3 auto’s. Het parkeren wordt groen ingepakt, waarmee de geparkeerde auto’s uit het zicht worden onttrokken. Hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid. A.M.A. van Langeraadweg 10/14 Op de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10/14 wordt ten behoeve van de zorgboerderij een kas, een paardenbak, een paardenstal en een longeercirkel gerealiseerd. Op het perceel A.M.A. van Langeraadweg 10/14 is voldoende parkeergelegenheid voor de vrijstaande woning en de zorgboerderij (incl. woning voor de exploitant).
19
2.2.3 Landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting van het plangebied (landschappelijke inpassing). Kavel tegenover Abbekesdoel 39 (deelgebied 1) Landschapsarchitect Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten is benaderd om voor het kavel tegenover Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf een landschappelijk inpassingsplan op te stellen. Aan de hand van het ruimtelijk inspiratiekader van de gemeente, het ‘Molenwaards Kookboek’, is een ruimtelijke analyse uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in de onderstaande kwaliteiten en ontwerpuitgangspunten. Kwaliteiten omgeving, lint en erf • Kavel is gelegen in het cultuurhistorisch lint aan de Abbekesdoel; • Aanwezigheid landschappelijke doorzicht naar het open slagenlandschap; • Aanwezigheid water en erfbeplanting. Ontwerpuitdagingen • Behouden landschappelijk doorzicht naar het open slagenlandschap; • Sluit aan op het dorpse karakter en de karakteristieken van het lint; • Aansluiten qua kleur, materiaal, vorm en detaillering bij het lint, ondergeschikt aan de boerderijen; • Nieuwbouw heeft een rechthoekige opzet en opgetrokken uit baksteen en voorzien van een gebakken pan of rieten zadeldak (of een afgeleide daarvan); • Woning/hoofdgebouw in de eerste bebouwingslijn.
Landschappelijk inpassingsplan Op basis van de ontwerpuitgangspunten is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (afbeelding 11). Het landschappelijk inpassingsplan is uitvergroot toegevoegd in de bijlage. In de anterieure overeenkomst bij dit bestemmingsplan is vastgelegd dat de initiatiefnemer verplicht is om de op afbeelding 11 met rood omkaderde knotwilgenrij te realiseren voordat men de woning betrekt. De knotwilgenrij aan de westzijde dient te worden doorgetrokken. Het overige groen is indicatief. Hiermee is sprake van een goede landschappelijke inpassing van de woning (en eventuele bijgebouwen) in het lint langs de Abbekesdoel.
20
Afbeelding 11: Landschappelijk inpassingsplan Abbekesdoel 39
A.M.A. van Langeraadweg 10/14 Giessenburg (deelgebied 2) De zorgboerderij en de woning zijn reeds gerealiseerd. Deelgebied 2 was na de sanering van de voormalige agrarische bebouwing lange tijd een braakliggend terrein. Het terrein is inmiddels landschappelijk ingericht. Het oppervlaktewaterlichaam is gerealiseerd. Dit plan voorziet in deelgebied 2 uitsluitend in een kas, een paardenbak, een paardenstal en een longeercirkel. De paardenbak, longeercirkel en paardenstal worden achter de zorgboerderij gepositioneerd. Op basis hiervan is sprake van een goede landschappelijke inpassing zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit. Om verrommeling van het landschap te voorkomen krijgt het westelijke deel van deelgebied 2 de bestemming ‘Agrarisch’ (hobbymatig), waarbinnen de bouwmogelijkheden beperkt zijn.
21
3
Verantwoording beleidskaders
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los.
Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stadsen dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.
Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmings- plannen aan moeten voldoen. 22
Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.
Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. ‘Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).’ Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Dit bestemmingsplan voorziet in de verplaatsing van een bouwvlak c.q. woning van de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10-14 te Giessenburg naar het kavel tegenover Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf. Op basis van bovenstaande jurisprudentie is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is.
23
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie ZuidHolland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.
Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Kavel tegenover Abbekesdoel 39 (deelgebied 1) Deelgebied 1 is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), maar binnen de ‘bebouwde ruimte’. Het plan past binnen het woningbouwbeleid van de provincie Zuid-Holland en het streven van de provincie Zuid-Holland naar het beter benutten en opwaarderen van de ‘bebouwde ruimte’. Het plan leidt tot een opwaardering van de lintbebouwing ter hoogte van het perceel Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf. De woning wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast. A.M.A. van Langeraadweg 10/14 (deelgebied 2) Deelgebied 2 betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).
Deelgebied 2 was lange tijd braakliggend terrein. Middels dit plan is het financieel mogelijk gemaakt om op de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10 te Giessenburg een zorgboerderij te realiseren. De zorgboerderij en de vrijstaande woning zijn inmiddels gerealiseerd. De zorgboerderij is een belangrijke maatschappelijke voorziening voor de gemeente Molenlanden. Middels dit plan wordt in deelgebied 2 een bouwrecht (vrijstaande 24
woning) wegbestemd. Verder worden ten behoeve van de zorgboerderij een kas, een paardenbak, een paardenstal en een longeercirkel gerealiseerd. Deze voorzieningen worden op een goede wijze landschappelijk ingepast. Om verrommeling van het landschap te voorkomen krijgt het westelijke deel van deelgebied 2 de bestemming ‘Agrarisch’ (hobbymatig), waarbinnen de bouwmogelijkheden beperkt zijn. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving.
Kavel tegenover Abbekesdoel 39 (deelgebied 1) Dit plan voorziet in een verplaatsing van een ‘bouwrecht/woonstip’ naar het kavel tegenover Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf. Dit betreft reeds een perceel voor woondoeleinden. Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting van het plangebied (landschappelijke inpassing). Er is een landschapsarchitect benaderd om voor het kavel tegenover Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf een landschappelijk inpassingsplan op te stellen. Het uitgangspunt van het landschappelijk inpassingsplan is om de bestaande kwaliteiten te behouden dan wel te versterken (zie paragraaf 2.2.3). Hiermee wordt afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. A.M.A. van Langeraadweg 10/14 (deelgebied 2) In het kader van de ruimtelijke kwaliteit is braakliggend terrein niet gewenst. Middels dit plan is het mogelijk gemaakt om de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10/14 te Giessenburg een passende invulling te geven in de vorm van een zorgboerderij met een vrijstaande woning. De percelen A.M.A. van Langeraadweg 10/14 te Giessenburg wordt landschappelijk ingericht middels streekeigen beplanting. Het plan voorziet in deelgebied 2 in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie.
25
Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9). Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a) De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b) Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c) Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de
relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Gezien de schaal en aard kan het plan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Hierbij is geen sprake van wijzigingen op structuurniveau. De bestaande gebiedsidentiteit blijft ongewijzigd. Het plan is qua aard en schaal passend is in dit gebied. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10). Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a) De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b) Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling in het bestaande bebouwingslint. Vanuit jurisprudentie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is.
26
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Middels dit plan is het financieel mogelijk gemaakt om op de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10 te Giessenburg een zorgboerderij te realiseren. De zorgboerderij is een belangrijke maatschappelijke voorziening voor de gemeente Molenlanden.
De realisatie van overige bouwwerken bij de zorgboerderij (verbreding van de zorgactiviteiten) is passend binnen de regionale doelstelling om bedrijven welke aan het gebied gebonden zijn de mogelijkheid te bieden zich toekomstbestendig te ontwikkelen. De inpandige woning in de zorgboerderij is noodzakelijk voor een efficiënte bedrijfsvoering (de cliënten zijn veelal minderjarig en hebben 24/7 toezicht nodig). De percelen A.M.A. van Langeraadweg 10/14 te Giessenburg en het kavel tegenover Abbekesdoel 39 (reeds een woonbestemming) worden op een passende wijze landschappelijk ingericht middels streekeigen beplanting. Voor het kavel tegenover Abbekesdoel 39 is door een landschapsarchitect een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het plan draagt bij aan de versterking van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van het landschap. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.
27
3.3.2 Regionale woonvisie In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de Randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijks woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden.
Er wordt niet in exacte aantallen op de samenstelling van het programma gestuurd. In plaats daarvan wordt een kwalitatief leidraad gehanteerd, die gemeente helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. De nieuwbouw van de vrijstaande woning op het kavel tegenover Abbekesdoel 39 valt onder de agendamaat voor het afstemmen en hoeft dus niet aan de regio voorgelegd te worden. Het plan wordt meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.
28
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Molenwaard De Toekomstvisie Molenwaard geeft aan dat de gemeente plaats biedt aan mensen en bedrijven die hier wonen en werken en die hier willen blijven en mensen en bedrijven die een binding hebben met de gemeente. De gemeente wil zijn bedrijven begeleiden in hun ontwikkeling. Dit vraagt om maatwerk en veelal heel praktische oplossingen. Om de doelen in de visie te realiseren moet worden samengewerkt met bedrijven/ondernemers. Mensen moeten zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Daarom zet ook Molenlanden in op levensloopbestendig wonen en zorg aan huis. Relevante kaders zijn het aansluiten bij de demografische ontwikkeling, het bouwen in voorzieningendorpen voor senioren en plannen met maatschappelijke urgentie (zoals centrumplannen) voorrang geven. Met de verkoop/verplaatsen van ‘het bouwrecht/de woonstip’ naar de locatie tegenover het perceel Abbekesdoel 39 is het financieel mogelijk gemaakt om op de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10 te Giessenburg een zorgboerderij te realiseren. De zorgboerderij is een belangrijke maatschappelijke voorziening voor de gemeente Molenlanden. Met de realisatie van een kas, een paardenbak, een paardenstal en een longeercirkel is sprake van een gewenste verbreding van de zorgactiviteiten. Het plan past binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Molenlanden.
3.4.2 Woonvisie Molenlanden 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020 - 2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: •
•
•
•
•
•
Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029. De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnel de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen. Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed).
29
Het plan voorziet in een verplaatsing van één woning van de A.M.A. van Langeraadweg naar het kavel tegenover Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf. Middels dit plan wordt voorzien in de eigen woningbehoefte. De woning voldoet aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie Molenlanden 2020-2024.
3.5 Conclusie Op basis van het beleidskaders kan worden geconcludeerd dat: • Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; • Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is daarmee niet van toepassing; • Het plan resulteert in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; • Het plan wordt meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.
30
4
Verantwoording sectorale aspecten
4.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek Dit plan voorziet in een verplaatsing van een ‘bouwrecht/woonstip’ naar het kavel tegenover Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf en de realisatie van een kas, een paardenbak, een paardenstal en een longeercirkel ten behoeve van een zorgboerderij op het perceel A.M.A. van Langeraadweg 10-14 te Giessenburg. De activiteit ‘het realiseren van woningen’ en ‘de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren’ worden genoemd in de bijlage onderdeel D 11.2 en D 14 van het besluit m.e.r. In dit plan blijft men onder de grenswaarde van 2.000 woningen en/of het houden van 100 stuks paarden of pony’s waarvoor een direct m.e.r-plicht geldt.
Er is geen directe m.e.rplicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Wel geldt de vergewisplicht. Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteiten te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Kenmerken van het plan Middels het plan wordt een ‘bouwrecht/woonstip’ verplaatst van het perceel A.M.A. van Langeraadweg 10-14 naar het kavel tegenover Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf. In de zorgboerderij (A.M.A. van Langeraadweg 10) wordt een inpandige bedrijfswoning gerealiseerd. De paardenbak, paardenstal en de longeercirkel is voor hobbymatig gebruik en voor de cliënten van de zorgboerderij. Het plan is hiermee kleinschalig van aard. Er vinden geen productiewerkzaamheden plaats. Behoudens de standaard toegestane aan-huis-gebonden beroepen / bedrijven en de zorgboerderij zullen er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Ligging van het plangebied Beide deelgebieden maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura2000-gebieden, belangrijk Weidevogelgebied of het Natuurnetwerk Nederland. Kenmerken van de potentiële effecten van het plan Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toenemen.
De toename van het aantal motorvoertuigbewegingen als gevolg van het plan kan in voldoende mate worden afgewikkeld via de bestaande wegen. Gezien de kleinschaligheid van het plan zullen geen van de toenames leiden tot significante negatieve effecten op het milieu. 31
Conclusie Voor dit plan hoeft geen m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden gevolgd. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer. Het bevoegd gezag dient een m.e.r.-beoordelings-besluit te nemen. Het m.e.r.beoordelings-besluit dient als bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning te worden gevoegd.
32
4.2 Watertoets Beleidskader In het plangebied is Waterschap Rivierenland de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen, beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en wegbeheerder van de wegen buiten de bebouwde kom, niet zijnde rijks- of provinciale wegen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met het duurzaam waterbeheer. Gemeentelijk beleid Vanuit onder andere het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), is bepaald dat voor alle gemeenten in Nederland een stedelijk waterplan opgesteld moet worden. Om aan deze eis te kunnen voldoen hebben de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom en het waterschap Rivierenland de handen ineengeslagen en het Stedelijk Waterplan Gemeente Liesveld en Graafstroom opgesteld. In dit waterplan is aangegeven welke doelen men wenst te bereiken op het gebied van stedelijk waterbeheer voor de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom. De doelen uit het beleidsplan zijn uitgewerkt in vier aspecten: • Afkoppelen, meer ruimte voor water creëren en diffuse bronnen aanpakken (duurzaam onkruidbeheer, duurzaam bouwen); • Belevingswaarde; • Samenwerking; • Beheer en onderhoud.
Het beleidsplan moet de gemeenten helpen om een veilig, robuust en duurzaam watersysteem te bereiken in 2025 door optimalisering van het huidige systeem. De gemeenten en het waterschap gaan de komende jaren intensief samenwerken om de gestelde doelen te bereiken. Hierbij wordt, naast het toetsen van nieuwe ontwikkelingen in de ruimtelijke inrichting, ook aandacht besteed aan de gezamenlijke uitvoering en communicatie rond de geplande ingrepen. In het laatste aspect wordt deze samenwerking doorgezet voor het beheer en onderhoud. Dit is een belangrijke pijler voor het op orde houden van het watersysteem. Waterschapsbeleid Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 ‘Koers houden, kansen benutten’ bepalend voor het waterbeleid. Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren. De speerpunten hierin zijn: • Een veilig rivierengebied. Verbeteren en versterken dijken en boezemkades. Met daarnaast oog voor oplossingen door een aangepast ruimtelijke inrichting en door risicobeheersing (bijv. evacuatie); • Anticiperen op klimaatveranderingen.
Een robuust en ecologisch gezond watersysteem dat voldoende water van goede kwaliteit biedt aan landbouw, natuur, stedelijk gebied en recreatie; • Het duurzaam en doelmatig zuiveren van afvalwater door o.a. centralisatie van zuiveringen en van slibverwerkingen.
33
Verordening ‘de Keur’ Het Waterschap Rivierenland heeft als regelgeving haar verordening de Keur. Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging. In de verordening de Keur is geregeld dat langs A- en B-waterlopen een beschermingszone in acht dient te worden genomen. De beschermingszone is een obstakelvrije onderhoudsstrook die in de legger is aangewezen. Met deze zone wordt handmatig en/of machinaal onderhoud van de watergang vanaf de kant mogelijk gemaakt. Binnen de beschermingszone van een A- of B-watergang mogen niet zonder toestemming van het Waterschap Rivierenland werkzaamheden plaatsvinden die schade kunnen aanbrengen aan de watergang. Voor een A-watergang geldt in de Alblasserwaard een beschermingszone van 5 meter en voor een B-watergang 1 meter. Werkzaamheden in de watergang of de bijbehorende beschermingszone zijn vergunning- en of meldingsplichtig, omdat deze invloed hebben op de wateraanen afvoer, de waterberging of het onderhoud. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Het onderhoud en de toestand van de waterlopen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
Watergangen Kavel tegenover Abbekesdoel 39 (deelgebied 1) In de directe omgeving van deelgebied 1 liggen twee C-watergangen en een Awatergang (wetering). Voor de A-watergang geldt een beschermingszone van 5 meter. De werkzaamheden, waaronder de bouw van de woning, vindt plaats buiten de beschermingszone van de A-watergang. Verder vinden er geen ingrepen plaats aan de omliggende watergangen. Derhalve is het aanvragen van een watervergunning niet noodzakelijk. A.M.A. van Langeraadweg 10/14 Giessenburg (deelgebied 2) Ter compensatie van toename aan de verharding en het dempen van oppervlaktewater op de locatie A.M.A. van Langeraadweg 10/14 Giessenburg is een oppervlaktelichaam gerealiseerd. Op 15 oktober 2019 heeft het Waterschap Rivierenland een watervergunning verleend voor het graven het oppervlaktewaterlichaam ter plaatse van A.M.A. van Langeraadweg 10 en 14 te Giessenburg (zaaknummer 2019096862/2019118530). De realisatie van de kas, de paardenbak, de paardenstal en de longeercirkel zijn in de watervergunning meegenomen. De watervergunning is toegevoegd in de bijlage.
34
C-watergang 067842
C-watergang 067936
A-watergang 112052 Afbeelding 12: Uitsnede Legger wateren (deelgebied 1)
A-watergang 000966
C-watergang 047759 C-watergang 047766
C-watergang 047762 C-watergang 047769
C-watergang 047822
C-watergang 047824 C-watergang 047772
Afbeelding 13: Uitsnede Legger wateren (deelgebied 2)
35
Onderzoek Voor beide deelgebieden is de digitale watertoets doorlopen (dossiercodes 20190117-9-19626 en 20190211-9-19843 ). De uitkomsten van de digitale watertoets zijn verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. Peilgebied Kavel tegenover Abbekesdoel 39 (deelgebied 1) Deelgebied 1 is gelegen binnen het peilgebied NDW014. Het peilgebied heeft een zomerpeil van -2,24 meter NAP en een winterpeil van –2,34 meter NAP. A.M.A. van Langeraadweg 10/14 Giessenburg (deelgebied 2) Deelgebied 2 is gelegen binnen het peilgebied OVW041. Het peilgebied heeft een zomerpeil van -1,69 meter NAP en een winterpeil van -1,79 meter NAP. Grondwater Ten aanzien van de drooglegging geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,0 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen.
Deelgebied 1
Afbeelding 14: Uitsnede peilgebiedenkaart (deelgebied 1)
36
Deelgebied A.M.A. van Langeraadweg
Afbeelding 15: Uitsnede peilgebiedenkaart (deelgebied 2)
Waterberging en -compensatie Het realiseren van nieuwbouw op niet verharde grond heeft effecten voor de waterhuishouding. De mogelijkheden van afkoppelen dienen zoveel mogelijk benut te worden. Schoon dak- en terreinwater (mits geen uitlogende materialen worden toegepast) kan direct naar het oppervlaktewater afgevoerd worden, om belasting van de afvalwaterzuivering te verminderen. Indien er een toename van het bestaande verhard oppervlak (bebouwing, bestrating, e.d.) plaats vindt, dient compensatie in het kader van waterberging plaats te vinden. Voor gebieden in het landelijk gebied is compensatie noodzakelijk indien het verhard oppervlak toeneemt. Om te bereken welke hoeveelheid watercompensatie noodzakelijk is heeft het Waterschap Rivierenland voor dit gebied de stelregel dat er 436 m3 waterberging moet worden gerealiseerd bij een toename van het verhard oppervlak van 10.000 m2. Eventueel kan gebruik worden gemaakt van een eenmalige vrijstelling voor particulieren wanneer deze nog niet eerder is benut. In het landelijk gebied geldt een eenmalige particuliere vrijstelling van 1.500 m2. Kavel tegenover Abbekesdoel 39 (deelgebied 1) Het plan resulteert in deelgebied 1 in een toename aan verharding (zie tabel 1).