Bijlage 1 Groot onderhoud Toelichting
Tekst van het document
jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (=
Rho adviseurs voor leefruimte
34
1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de reconstructie van de N214 tussen Papendrecht en de A27 in de gemeente Molenlanden. Hiermee zal geen verkeerstoename gegenereerd worden. De reconstructie komt de luchtkwaliteit ter plaatste ten goede, aangezien er sprake is van een betere doorstroming van het verkeer. De NSL Rekentool is een rekeninstrument om de luchtkwaliteit bij wegen te berekenen. Hieruit blijkt dat voor de N214 in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 19,6 µg/m³ voor NO2 , 18,4 µg/m³ voor PM10 en 11,1 µg/m³ voor PM2,5 . Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,5 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Nader onderzoek op grond van de Wet milieubeheer en het Besluit nibm is dan ook niet noodzakelijk.
Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse, en dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Er is zelfs sprake van een verbetering omdat de reconstructie de doorstroming van het verkeer ten goede komt. Daarnaast is er plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.8
Niet gesprongen explosieven
Toetsingskader Wanneer er graafwerkzaamheden in verdacht gebied plaats moeten vinden, moet een initiatiefnemer dat vooraf aan de gemeente laten weten door een controle verzoek explosieven in te dienen. De gemeente is verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen van niet gesprongen explosieven. Onderzoek en conclusie In het kader van de reconstructie van de N214 is in 2020 een vooronderzoek Conventionele Explosieven uitgevoerd voor het tracé van de N214. Dit onderzoek is bijgevoegd in bijlage 12. Uit het onderzoek blijkt dat er in binnen het tracé van de N214 twee verdachte locaties zijn waar in WO-II veel is gevochten en waar mogelijk niet gesprongen explosieven zijn achtergebleven in de bodem. Op deze twee verdachte locaties dient in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nader onderzoek uitgevoerd te worden. Het kruispunt N214-N216, behorende tot het plangebied, is een verdachte locatie waar mogelijk niet gesprongen explosieven zijn achtergebleven. Het nader onderzoek wordt bij de aanvraag omgevingsvergunning toegevoegd. Het onderwerp 'Niet gesprongen explosieven' vormt geen belemmering voor bestemmingsplan.
4.9
Water
Watertoets
Rho adviseurs voor leefruimte
35
Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Rivierenland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het bestemmingsplan is overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan Omgevingsvisie Verordening Ruimte Waterschapsbeleid Met het Waterbeheerplan 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Hiermee trekt het Waterschap Rivierenland de lijn door van het vorige waterbeheerplan.
Bij de uitvoering van het programma beweegt het waterschap mee met veranderingen en benutten zij de kansen die zich voordoen in de regio. Om inhoudelijke ambities te bereiken ligt het accent in de periode 2016-2021 onder meer op: 1. Gebiedsgericht werken; 2. Waterbewustzijn; 3. Innovatie Het waterbeheerprogramma is het centrale beleidsdocument van het waterschap. Het programma biedt houvast voor bestuurders en ambtenaren. De doelen en maatregelen in het waterbeheerprogramma zijn opgesteld samen met provincies, gemeenten en andere partijen. Het waterschap houdt rekening met provinciale functies en werkt mee aan het realiseren van provinciale doelen. Huidige situatie De N214 is gelegen in de gemeente Molenlanden tussen de A15 bij Papendrecht en de A27 bij Noordeloos. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse vooral uit veraarde bovengrond op diep veen, kleidek op veen en veen op ongerijpte klei (figuur 4.5). Met betrekking tot grondwater is er sprake van grondwater II. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) op 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) schommelt tussen de 50 en 80 centimeter onder maaiveld.
Rho adviseurs voor leefruimte
36
Figuur 4.2 Aanzicht bodemsoorten met de N214 rood ingetekend
Figuur 4.3 Aanzicht grondwatertrap met de N214 rood ingetekend Waterkwantiteit Conform de Legger van Waterschap Rivierenland zijn in de nabijheid van de N214 verschillende watergangen aanwezig. Het plangebied bevindt zich in verschillende beschermingszones van een watergang.
Rho adviseurs voor leefruimte
37
Figuur 4.4 Uitsnede Legger wateren Waterschap Rivierenland Watersysteemkwaliteit en ecologie Het boezemwater in de Alblasserwaard is als waterlichaam aangewezen binnen de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het plangebied kruist ter plaatse van de kruising van de N214-N216 een KRW waterlichaam. Er bevinden zich geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied bij het kruispunt N214-N216 is gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een regionale waterkering, zie figuur 4.5. Om in de kernzone van een waterkering te bouwen is een vergunning van het Waterschap Rivierenland nodig.
Figuur 4.5 Uitsnede Legger Waterschap Rivierenland met de keringen groen gemarkeerd en de N214 rood ingetekend (Bron: Waterschap Rivierenland) Afvalwaterketen en riolering Dit aspect is niet van toepassing. Toekomstige situatie Het voornemen bestaat om de N214 tussen Papendrecht en de A27 in de gemeente Molenlanden te herstructureren. De reconstructie bestaat uit het vernieuwen van het asfalt van het gehele wegtraject alsmede de fietspaden behorende tot de inrichting. Daarnaast worden de bestaande rotondes en knooppunten heringericht. Voor de reconstructie worden enkele sloten gedempt. Deze maatregelen leiden tot een toename aan verhard oppervlakte waardoor er tevens nieuwe wateren worden gegraven.
Rho adviseurs voor leefruimte
38
Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit Conform de Keur van Waterschap Rivierenland dient bij een toename van het verhard oppervlak een watervergunning te worden aangevraagd en zijn watercompenserende maatregelen noodzakelijk. Ook worden er sloten gedempt die één op één gecompenseerd moeten worden. In overleg met het Waterschap Rivierenland worden nieuwe wateren gegraven ter compensatie van de verharding. Een overzicht van alle verharde oppervlaktes, te dempen watergangen, te ontgraven watergangen en compensatie is te vinden in bijlage 9. Waterveiligheid Vanwege de aanpassingen bij het kruispunt N214-N216 binnen de kern- of beschermingszone van een regionale waterkering wordt er een watervergunning bij het Waterschap Rivierenland aangevraagd. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken gedurende de aanlegfase. Voor het afstromend wegwater gelden de richtlijnen van de landelijke CIW nota Afstromend Wegwater. Voor het horizontale wegvlak geldt dat het afstromend wegwater wordt geloosd via infiltratie in de berm.
Waar dit niet mogelijk is, zoals ter plaatse van een onderdoorgang, zal moeten worden voorzien in een voorziening die zorgt voor zuivering van het water alvorens het op het oppervlaktewater wordt geloosd. Afvalwaterketen en riolering Dit aspect is niet van toepassing. Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn onderzocht voor het plangebied. Hieruit blijkt dat er compensatie voor verharding nodig is. Het Waterschap Rivierenland is betrokken geweest bij het aanwijzen van locaties voor compensatie. Het overzicht hiervan is te vinden in bijlage 9. Hiermee worden negatieve effecten op het waterhuishoudkundige uitgesloten. Voor het voorliggende plan wordt een watervergunning van Waterschap Rivierenland aangevraagd. Het aspect water vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.10
Wegverkeerslawaai
Toetsingskader Voor wat betreft het aspect geluid dienen de fysieke wijzigingen aan de N214 te worden getoetst aan het reconstructiecriterium uit de Wet geluidhinder (Wgh). Er is sprake van een reconstructie als er sprake is van een fysieke wijziging aan de weg en er door de wijziging in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen een significantie toename van de geluidbelasting (2 dB) is, getoetst per geluidgevoelige bestemming/object. Indien er sprake is van een reconstructie in de zin van de Wgh dient er te worden getoetst aan de van toepassing zijnde grenswaarden, waarbij tevens een afweging van geluidreducerende maatregelen dient plaats te vinden. Toetsing Op grond van de Wet geluidhinder hebben wegen met een snelheid van 50 km/uur of hoger een geluidzone. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied en het aantal rijstroken. De N214 is een buitenstedelijke weg met 1x2 rijstroken. De zonebreedte is 250 meter aan weerszijden van de te wijzigen N214.
Rho adviseurs voor leefruimte
39
Om uit te sluiten dat er geen sprake is van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In het akoestisch onderzoek (Bijlage 16) worden de gevolgen van de wijzigingen aan de N214 voor de geluidbelasting op de bestaande woningen berekend. Het gaat om de volgende situaties: 1. Verplaatsing aansluiting Minkeloos 2. Aanleg rotonde Gorissenweg 3. Aanpassen rotonde Grote Waard Resultaten Uit de berekeningen blijkt dat de wijzigingen aan de N214 geen toename van de geluidbelasting van 2 dB of meer oplevert op de bestaande woningen in het onderzoeksgebied. Conclusie Op basis van de berekeningen in het uitgevoerde akoestisch onderzoek (bijlage 11) blijkt dat de wijzigingen aan de N214 zijn geen reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
40
Rho adviseurs voor leefruimte
41
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische toelichting
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de plansystematiek van dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan wijzigt op een aantal locaties de bestemming waar het nieuwe ontwerp van de N214 strijdig is met het vigerende bestemmingsplan. Om flexibiliteit te bieden richting het definitieve wegontwerp en om aan te sluiten op de vigerende bestemmingsplannen is voornamelijk de verkeersbestemming opgenomen in dit plan. De verkeersbestemming biedt naast verkeersgerelateerde gebruiken ook de ruimte voor onder andere groen en watergangen. Watergangen die tot categorie A behoren zijn specifiek als 'Water' bestemd in dit bestemmingsplan. Verder zijn alle dubbelbestemmingen uit de vigerende bestemmingsplannen overgenomen in dit bestemmingsplan.
5.2
Opzet van het bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden gezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de enkel- en dubbelbestemmingen weergegeven. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en planregels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen juridische betekenis, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
5.3
Toelichting op de regels
Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Hierin zijn regels opgenomen over onder andere de indeling van de planregels en de naamgeving van bestemmingen. De planregels kennen standaard vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en de wijze van meten; Hoofdstuk 2 bevat de regeling van de afzonderlijke bestemmingen; Hoofdstuk 3 bevat een aantal algemene en aanvullende bepalingen; Hoofdstuk 4 tenslotte bevat overgangsbepalingen en de titel van het bestemmingsplan. 5.3.1
Hoofdstuk 1: Inleidende regels
Begrippen Rho adviseurs voor leefruimte
42
In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. 5.3.2
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels
Enkelbestemmingen Verkeer De verkeersbestemming is de belangrijkste bestemming van het plangebied. Binnen deze bestemming is ruimte voor de ontwikkeling van de aansluiting van de A15 op de N3/N214. Binnen deze bestemming zijn stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen toegestaan. Daarnaast zijn ook bruggen, groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen binnen deze bestemming toegestaan. Water De wateren die in het plangebied gerealiseerd gaan worden hebben de bestemming water gekregen. Tevens is het toegestaan in deze bestemming om bruggen, duikers en andere waterhuishoudkundige voorzieningen te realiseren. Ook zijn binnen deze bestemming oevers en groenvoorzieningen mogelijk. Dubbelbestemmingen Leiding - Gas Ten behoeve van de aanwezige gasleiding is de dubbelbestemming Leiding - Gas opgenomen. In deze bestemming staat de bescherming van de gasleiding centraal. Bouwen op grond van de onderliggende enkelbestemming is alleen toegestaan indien na overleg met de leidingbeheerder is gebleken dat de belangen van de leiding niet worden of kunnen worden geschaad. Daarnaast is in deze bestemming een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de dubbelbestemming te verwijderen indien de leiding verlegd wordt. Leiding - Hoogspanningsverbinding Ter hoogte van de afslag Papendrecht van de A15 loopt een hoogspanningsverbinding over de N214.
Ten behoeve van de instandhouding en veiligheid van de bovengrondse hoogspanningsverbinding is daarom deze dubbelbestemming opgenomen. Leiding - Water In het plangebied ligt een waterleiding. Deze waterleiding behoeft specifieke aandacht, aangezien deze van essentieel belang is voor de drinkwatervoorziening in het voorzieningsgebied van Evides. Op de onderliggende bestemmingen mag pas onder voorwaarden gebouwd worden. Waarde - Archeologie (alle) Ten behoeve van de archeologische verwachtingswaarde die in het plangebied is een bescherming opgenomen via de verschillende archeologische dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen zijn overgenomen uit de hiervoor vigerende bestemmingsplannen. Waterstaat - Waterbergingsgebied Ten behoeve van de handhaving en ontwikkeling van de waterbergende functie van boezemlanden is deze dubbelbestemming opgenomen. Waterstaat - Waterkering Rho adviseurs voor leefruimte
43
Deze gronden zijn primair bestemd voor dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de aanwezige waterkering. 5.3.3
Hoofdstuk 3: Algemene regels
Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel voorkomt dat dezelfde gronden meermaals in aanmerking mogen worden genomen bij het verlenen van (verschillende) vergunningen, waardoor bebouwingsmogelijkheden onbedoeld kunnen worden verruimd. Het opnemen van deze regel is verplicht op grond van de Wro. Algemene aanduidingsregels Er zijn twee aanduidingen opgenomen met bijbehorende regels. Binnen de aanduiding 'Geluidzone Industrie' zijn geen geluidsgevoelige objecten mogelijk. De aanduiding 'Vrijwaringszone - dijk-1' zorgt voor de bescherming, onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering. Binnen deze aanduiding mag niet worden gebouwd. 5.3.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht zoals dat is opgenomen in het Bro overgenomen. Slotregel In dit laatste artikel van het bestemmingsplan is de officiële naam van het bestemmingsplan opgenomen.
Rho adviseurs voor leefruimte
44
Rho adviseurs voor leefruimte
45
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De gemeente Molenlanden en de provincie Zuid-Holland vinden het belangrijk dat alle belangen zorgvuldig worden afgewogen. Er is daarom een uitgebreid participatieproces opgezet voor de plannen van de reconstructie van de N214. Voortraject Alvorens het opstellen van het bestemmingsplan heeft er op 9 oktober 2018 heeft een informatieavond plaatsgevonden in Hoornaar (voormalige gemeente Giessenlanden) en op 15 oktober 2018 in Bleskensgraaf (voormalige gemeente Molenwaard). Hierbij heeft de provincie een algemene toelichting gegeven op de provinciale projecten in de regio Alblasserwaard en is er specifiek in gegaan op het Groot Onderhoud N214 en de reconstructie van het kruispunt N214-N216. Na de algemene presentatie werden twee panelen met alle maatregelen op de N214 getoond en werden enkele individuele gepresenteerd middels een 2d visualisatie. Daarnaast was ook Rijkswaterstaat aanwezig met tweepresentatie-panelen om haar maatregelen in de Provincie Zuid-Holland toe te lichten. Ten slotte konden aanwezigen een reactieformulier invullen met eventuele vragen aan de provincie. Na de avonden was het tot 2 november 2018 mogelijk om een reactieformulier in te dienen of een mail. In bijlage 13 is een reactienota n.a.v. de reacties van de informatieavonden opgenomen. Vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van artikel 3.1.1.
van het Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan alle relevante overlegpartners en overheidsinstanties, zoals de provincie Zuid-Holland. Tegelijkertijd heeft voorontwerpbestemmingsplan vanaf 1 januari 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn drie inspraakreacties ontvangen. De samenvatting en beantwoording van de vooroverleg- en inspraakreacties is opgenomen in bijlage 15. Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Het bestemmingsplan heeft vanaf 11 november 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode is één zienswijze ingediend. De zienswijze is samengevat en beantwoord in de nota zienswijzen in bijlage 16 Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
46
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Voor de voorgenomen planontwikkeling is geen exploitatieplan noodzakelijk (artikel 6.12 Wro jo artikel 6.2.1 Bro). Vrijwel alle gronden in het plangebied zijn reeds in eigendom van de provincie Zuid-Holland, die tevens alle kosten voor het project voor haar rekening neemt. In de plantoelichting van dit bestemmingsplan is aangetoond dat de ontwikkeling vanuit het publiek belang en het verkeersveiligheidsbelang noodzakelijk is. Voor de gronden die (nog) niet in eigendom zijn van de provincie geldt het volgende. Er vindt overleg met de eigenaren plaats in het kader van de minnelijke verwerving. Mocht dit niet tot een resultaat leiden, dan zal toepassing worden gegeven aan het instrument onteigening (artikel 72a Onteigeningswet, onteigening voor aanleg en verbetering van wegen). Het bestemmingsplan is financieel en economisch uitvoerbaar.
Rho adviseurs voor leefruimte