CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Gebiedsplan Veenweideaanpak Alblasserwaard

Raadsvergadering 10 november 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Gebiedsplan Veenweideaanpak Alblasserwaard17.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarbij moeten we nog meer dan nu samen een beeld vormen van de opgaven en oplossingsrichtingen die kunnen bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van de AlblasserwaardVijfheerenlanden. En bepalen wat nodig is om daaraan te werken. 2. Toekomstperspectief jonge mensen: meer vertrouwen in de toekomst en handelingsperspectief bij, vooral jonge mensen. Van zorgen over naar zorgen dat. Vertrekpunten samen levenlangleren: 1. Vanuit trots, zorgen, dromen en waarden praten. En elkaar daarop bevragen. 2. Betrekken jongeren en gebruiken ervaringen van ouderen. 3. Veldbezoek aan boerderijen, natuurgebieden, stadskernen om elkaar beter te leren kennen. 4. Stage lopen bij de ander. 5. Uitleg door onafhankelijke experts. 6. Zelf onderzoek doen: meten is weten. 7. Begeleiding van onderzoek door professionals. 8. Het mag ook leuk zijn. .

35

4.

BESCHRIJVING VAN HET GEBIEDSPROCES

De kern van het gebiedsproces bestond uit: 1. Driewekelijkse bijeenkomsten van de regiegroep (via teams en twee keer fysiek) vanaf maart 2021 . Zie plaatje inleiding voor samenstelling Regiegroep. 2. Vijf bijeenkomsten met een diverse groep boeren die dankzij goede afstemming met Corona maatregelen en grote ruimtes bij boeren veilig fysiek konden doorgaan. De groep bestaat uit 12 ondernemers uit de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. 3. Feitenonderzoek door het Kadaster waardoor veel kaartmateriaal en de gebiedsdashboards beschikbaar kwamen. Daarnaast hebben de opsteller van dit Gebiedsplan op aanvraag en eigen initiatief de volgende activiteiten ondernemen: • Februari-maart: Afstemming met de regionale adaptatiestrategie. • Doorlopende: afstemmen en kennisdelen met andere initiatieven rond grondwaterstandsverhoging. • Artikel in het regionale dagblad Het Kontakt. • Afstemmingsbijeenkomst tussen provincie Utrecht en provincie Zuid-Holland in juni. • 15 juni: beeldvormende sessie veenweideaanpak en inzet impulsgelden voor de gemeenteraad van Molenlanden. • 23 augustus: werkbezoek gedeputeerde Meindert Stolk en uitwisselen ideeën met regiegroep.

36

5.

MAATREGELEN OP KORTE TERMIJN 2021-2025 (SPOOR 1)

Dit hoofdstuk beschrijft waar we op 500 ha veenweiden de grondwaterstanden willen verhogen met pompgestuurde waterinfiltratie. Het proces van zoeken naar grondeigenaren die mee willen werken moet in 2022 gaan lopen in dit spoor 1. Het doel van spoor 1 van het Gebiedsplan is om 500 hectare pompgestuurde infiltratie aan te leggen in een of meerdere aaneengesloten peilvakken (Figuur 14). Dat betekent dat we streven naar aaneengesloten percelen met in totaal een oppervlak van 100-250 hectare. Op deze schaal kan het effect van alle systemen invloed hebben op het watersysteem (waterafvoer en watervoorziening) van percelen in het 13 peilvak zelf en eventueel ook in andere peilvakken; zo voorspellen modelstudies van Deltares en 14 waterschap Rivierenland . Dit document gaat over spoor 1 en beschrijft de randvoorwaarden, aandachtspunten en onderzoeksvragen die opkomen bij het verhogen van grondwaterstanden in percelen met pompgestuurde waterinfiltratie in grote delen van peilvakken. Afspraken tussen overheden en boeren / grondeigenaren over eigendom, onderhoud en gebruik moeten nog verder worden uitgewerkt in contracten. Hierbij worden de randvoorwaarden vanuit het waterbeheer (volgende pagina) in de contracten overgenomen. Ook kunnen we gebruik maken van ervaringen die in pilots in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden en in andere veenweidengebieden (Spengen, Vlist, Krimpenerwaard).

Als uitgangspunt geldt een eenmalige eigen bijdrage van boeren / grondeigenaren van EUR 500,- per hectare. Deze bijdrage komt in een gebiedsfonds en wordt gedurende drie jaar door de provincie met EUR 500,- per hectare aangevuld (in totaal EUR 1.500 per ha). Vanuit het gebiedsfonds worden ontwikkelingen gestimuleerd die bijdragen aan klimaatadaptatie, - en mitigatie, biodiversiteit en waterkwaliteit. Toen we kaarten met bodemdalingsvoorspellingskaart PZH, veendikte, afwezigheid aan beschermende kleilaag en knelpunten wateraanvoer en waterafvoer over elkaar legden, ontstond een zoekgebied voor het installeren van actieve waterinfiltratiesystemen waarmee de grondwaterstand hoger kan terwijl het slootpeil hetzelfde kan blijven (Figuur 14). Uit berekeningen van de provincie blijkt dat de aanleg van actieve waterinfiltratie de uitstoot van percelen in dit gebied met 50% kan doen afnemen. Zie figuur zoekgebied. Het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden heeft op basis van een combinatie van veldmetingen, labonderzoek en modelstudies rekenregels voor de uitstoot van broeikasgassen opgesteld (SOMERS). Op dit moment kan alleen het effect van grondwaterstandsverhoging met waterinfiltratiesystemen worden doorgerekend. SOMERS is nog in ontwikkeling en de uitkomsten zijn voorzien van een disclaimer.

13

Het effect van onderwaterdrainage en passieve peilstijging in veenweidegebieden op knelpunten in de zoetwatervoorziening, Deltares 2021; 11205271-007-ZWS-0001 14 Memo HKV PR4361.10: Resultaten onderzoek effecten onderwaterdrainage op wateroverlast. 2021.

37

Disclaimer bij de Rekenregels: SOMERS is nog in ontwikkeling als instrument voor de monitoring van de broeikasgasemissies uit het Nederlandse veenweidengebied en het effect van de maatregelen die genomen gaan worden. Ten behoeve van de Regionale Veenweiden Strategieën zijn rekenregels gemaakt voor de diverse hydrologische maatregelen (oppervlaktewaterpeilen, onderwaterdrainage en drukdrainage). Dit is voornamelijk gedaan, omdat we het belangrijk vinden dat we in heel Nederland rekenen met dezelfde uitgangspunten. Verschillende uitgangspunten tussen de RVS’en zouden tot verschillende aannames in effectiviteit kunnen leiden, en veel vragen in het maatschappelijke debat. Er zijn meerdere rekenregels en modellen, maar deze zijn gebaseerd op empirische relaties, terwijl SOMERS is gebaseerd op het mechanistisch begrip, dat door het NOBV steeds meer zal toenemen. De huidige versie van SOMERS levert een betrouwbaarheid op die ongeveer gelijk is aan of iets beter dan bij andere rekenregels. In het model SOMERS zijn berekeningen gemaakt van de CO2-emissie per ha per jaar (ton CO2) bij verschillende slootwaterpeilen, slootafstanden (breedte percelen) en archetypes van veengronden. Deze 8 typen veengronden beslaan ca. 90% van de veengronden in kustvlakteveen. Niet alle rekenregels en modellen nemen deze factoren mee.

De resultaten van SOMERS zijn getoetst aan metingen die binnen het NOBV zijn gedaan. De rekentabel bij SOMERS geeft absolute cijfers. Deze waarden zijn een gemiddelde binnen een bandbreedte. In de grafieken is de bandbreedte zichtbaar. Deze waarden zijn berekend bij gemiddeld weer (2010 t/m 2019), zodat in de prognoses en straks in de monitoring niet op het weer wordt afgerekend. De rekenregels gaan voorlopig alleen over uitstoot van CO2; dit betekent dat CH4 en N2O niet in de berekeningen meetellen. We gaan er van uit dat de door te rekenen of doorgerekende maatregelen niet tot zodanige hoge grondwaterstanden leiden dat methaan een substantiële rol zal spelen in de totale broeikasgassenemissie in CO2eq. Bron; mail van het NOBV van 9 december 2021.

Volgens de rekenregels van SOMERS kan door maatregelen te nemen op 500 ha kan de jaarlijkse uitstoot van dit gebied ±2.500 ton CO2 lager worden, door met actieve waterinfiltratie bij gelijk slootpeil een hogere grondwaterstand in te stellen. Voor het nemen van maatregelen op korte termijn hebben we: 1. Randvoorwaarden vanuit waterbeheer die bepalen waar maatregelen met de minste gevolgen voor waterbeheer kunnen worden genomen. Waarbij het waterschap het uitgangspunt hanteert (bron waterschap Rivierenland) dat compenserende waterberging wordt gefinancierd door de initiatiefnemer of het impulsproject. Zie Tekstvak Waterberging. 2. Onderzoeksvragen die meespelen bij het opschalen naar grotere delen of wellicht het hele veenweidegebied. Tekstvak waterberging Het waterschap zal de benodigde waterberging, die het gevolg is van de aanleg van WIS medio 2023 modelmatig berekend hebben. Deze compensatie maatregel moet binnen het financiële kader van dit Gebiedsplan / veenweidestrategie ZH gerealiseerd worden, onder motto de veroorzaker betaalt

Randvoorwaarden vanuit het Waterbeheer 1.

2.

3.

Slootpeilen mogen in geen van de watergangen veranderen vanwege de aanleg van waterinfiltratiesystemen. Dit om nadelige effecten als afvoer- en bergingscapaciteit en om wateroverlast te voorkomen . Vandaar de voorkeur voor pompgestuurde waterinfiltratie (drukdrainage) omdat deze systemen hogere grondwaterstanden in de percelen kunnen bewerkstelligen, onafhankelijk van de hoogte van de waterpeilen in de watergangen. Uitgaan van het vigerende peilbesluit met huidige peilmarges (+/- 5cm) in alle grote en kleine watergangen (ABC-status). Dus ook géén peilopzet in de C-watergangen langs een perceel met WIS, vanwege behoud van waterberging. Zoveel mogelijk uitgaan van aaneengesloten percelen binnen het zoekgebied. Zodoende kunnen effecten beperkt blijven tot deelnemende boeren, omdat effecten op de percelen bij nietdeelnemende boeren niet zijn toegestaan (zie punten 4 en 5).

38

15

4.

Het waterschap toetst medio 2023 in het kader van het nieuwe peilbesluit (bij T =1), of bij de aanleg van 500-600 ha infiltratiedrains aan de peilmarges kan worden voldaan. Uit deze toetsing volgt of aanvullende, compenserende maatregelen nodig zijn. Het waterschap gaat ervan uit dat deze compenserende maatregelen in het (financiële) kader van de Veenweidestrategie worden uitgevoerd. 5. De regionale normen voor wateroverlast (NBW-normen) moeten gerespecteerd worden. Deze normen hebben tot doel dat geen wateroverlast ontstaat. Zowel bij de wel-deelnemende als bij de niet-deelnemende boeren mag geen wateroverlast als gevolg van de aanleg van WIS ontstaan. De NBW-toetsing is afhankelijk van het landgebruik (T=10 voor grasland; T=25 voor akkerbouw; T=50 voor hoogwaardige teelten en T=100 voor bebouwde omgeving) en kan WSRL voor de Alblasserwaard verrichten medio 2023. Uit NBW-toetsing volgt of aanvullende, compenserende maatregelen nodig zijn. Het waterschap gaat ervan uit dat deze compenserende maatregelen in het (financiële) kader van de Veenweidestrategie worden uitgevoerd. Een andere mogelijkheid is dat de provincie (bevoegd gezag) de normen voor regionale wateroverlast bijstelt. 6. Het waterschap heeft recent (2020) een wateraanvoerstudie voor de Alblasserwaard uitgevoerd waarbij al rekening met infiltratiedrainage is gehouden.

In de grotere A-watergangen in het zoekgebied voorzien we geen grote knelpunten. In de kleinere watergangen behoren knelpunten tot de mogelijkheden. 7. De deelnemende boeren ondertekenen expliciet dat zij akkoord gaan met een mogelijke toename van de wateroverlast op het eigen perceel. Ook ondertekenen zij dat de wateraanvoer naar de drukdrainage niet altijd aan de waterbehoefte zal kunnen worden voldoen. 8. Elke deelnemer vraagt individueel vergunning bij waterschap aan omdat dit een juridische vereiste is. De indiening van de aanvragen kan wachten tot het waterschap de toetsing in kader peilbesluit en NBW-normering in medio 2023) heeft uitgevoerd. 9. De analyse maaivelddaling van WSRL is begin 2022 beschikbaar gekomen. De maaivelddalingskaart van het waterschap geeft realistischer waarden dan de kaart bodemdalingsvoorspelling in de Veenweidestrategie. 10. Er wordt nauw contact gehouden over wateraanvoer, waterafvoer, wateroverlast met de hydrologen van het waterschap. Hiervoor richten we het Praktijknetwerk Grondwaterstanden op (zie Hoofdstuk voor nadere toelichting). 11. De effectiviteit van de WIS / infiltratiedrains op vermindering bodemdaling en CO2 uitstoot wordt nader door de provincie uitgewerkt. 12. Het waterschap wordt nauw betrokken bij uitkomsten interviews en mogelijke locaties binnen de 4 peilgebieden voor WIS / infiltratiedrains. Onderzoeksvragen Natuur 13.

Aandacht hebben voor overlevings- en voortplantingskansen van organismen die in de sloten en slootkanten leven en mogelijk baat hebben bij de bestaande slootpeilen. Binnen de pilot Life IP wordt hier onderzoek naar gedaan. 14. Het effect van de aanvoer van gebiedsvreemd water op de kwaliteit van natuur, bodem en water; en hoe daarmee om te gaan.

15

Waterschappen rekenen met neerslagkansen voor buien gemeten over 24 uur voor neerslaghoeveelheden die eens in de T=10, 50 of 100 jaar voorkomen. T=1 betekent een hoeveelheid neerslag in 24 uur die gemiddeld 1 keer per jaar voorkomt.

39

15. Alleen verhogen grondwaterstand in percelen is niet voldoende voor stimuleren weidevogels (maar kan wel helpen). 16. Pompgestuurde drainage kan op twee manieren uitwerken; afhankelijk van de instellingen van het systeem: a. Het systeem staat ingesteld op draineren waardoor de grondwaterstand in het voorjaar lager is in het perceel dan zonder systeem. De bolle grondwaterspiegel in het voorjaar wordt dan immers afgetopt waardoor omstandigheden voor weidevogels minder goed kunnen worden. Door draineren komt de grasgroei eerder op gang en kunnen boeren eerder het land op om te maaien wat ook nadelig is voor weidevogels. b. Het systeem staat ingesteld op vasthouden van het water en infiltreren van water waardoor de grondwaterstand hoog blijft (het is mogelijk om plas-dras in te stellen zo blijkt uit ervaringen van boeren). In dat geval komt de grasgroei later op gang en de natte omstandigheden bieden kansen voor weidevogelbeheer. Waarbij ook aandacht nodig is voor bemesting en maaien. c. In de huidige methodiek van SNK (certificerende partij CO2 credits) is bepaald dat actief draineren niet is toegestaan en zal de grondwaterstand in het voorjaar niet veel verschillen van een perceel zonder systeem. 17. Het is zinvol om met boeren goede afspraken te maken; bijvoorbeeld door een protocol op te stellen; over de grondwaterstanden waarop ze sturen in het voorjaar.

Kunnen we bijvoorbeeld andere afspraken maken voor huiskavels dan voor veldkavels? In het geval van boeren die mee willen doen met CO2 credits wordt bindend vastgelegd dat actief draineren niet is toegestaan. 18. De rol van greppels in natuurbeheer. Greppels bieden kuikens, planten en andere organismen een schuilplek. Het beleid van het waterschap is er overigens ook op gericht om C-watergangen (sloten) te behouden. Dit is noodzakelijk om de benodigde waterberging in gebied te behouden en wateroverlast te voorkomen. Overig 19. Hoe kunnen we zoveel mogelijk hectares aansluiten op 1 pompput, in verband met kosten aanleg en beheer en impact op landschap (tonnen in het veld). Daarbij rekening houden met hoogteverschillen binnen 1 peilvak die zorgen voor verschillen in slootpeil en grondwaterstand ten opzichte van maaiveld. Hoe hiermee om te gaan in ontwerp, aanleg, beheer en beoordelen effectiviteit systemen. Welke bandbreedte accepteren we in tijd en ruimte? 20. Nulmeting en monitoren effecten: meten grondwaterstanden, in hert Praktijknetwerk Grondwaterstanden; zie Hoofstuk. Praktijknetwerk grondwaterstanden oprichten In het praktijknetwerk grondwaterstanden leren initiatiefnemers van een project, boeren, waterschap en natuurbeheerders samen om het individuele beheer van systemen af te stemmen op niveau van peilvak en polder.

Het Praktijknetwerk Grondwaterstanden richt zich op het ontwikkelen van kennis (meten is weten) over beheer van waterinfiltratiesystemen gericht op: • Biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit (over het effect op de biodiversiteit en kwaliteit van water en bodem). • Waterkwantiteit en waterbeheer over het effect op wateraanvoer (de waterverdeling en waterbeschikbaarheid) en waterafvoer (wateroverlast) en de benodigde nieuwe waterberging dat effect WIS compenseert. • Bedrijfsvoering (over het effect op bedrijfsvoering en de overgang naar een andere bedrijfsvoering).

40

• •

Betaalbaarheid (over de kosten en baten van maatregelen op bedrijfsniveau en op maatschappelijk niveau). Iedere deelnemer WIS verzorgt zijn eigen monitoringsprogramma en brengt dit in, in het op te richten netwerk. Het netwerk zorgt voor monitoring, rapportage, adviezen etc. van de meetgegevens en wordt vanuit het impulsprogramma gefinancierd. Het waterschap zal vanuit het impulsproject geen metingen op zich nemen en zal ook geen coördinerende rol op zich nemen.

Het praktijknetwerk grondwaterstanden moet een duidelijke verbinding hebben met onderwijs, zie Levenlang leren.

Figuur 14. Informatie over landbouw in het zoekgebied voor maatregelen op korte termijn

41

6.

WERKEN AAN TOEKOMSTPERSPECTIEF (SPOOR 2)

Dit onderdeel beschrijft hoe we verder werken aan een toekomstperspectief voor jonge boeren. De volgende paragraaf beschrijft het perspectief van waaruit de ondernemers naar de toekomst kijken; welke zorgen en ambities ze hebben en op welke manier ze met overheden en bewoners aan de toekomst willen werken.

6.1.

Toekomstperspectief

Boeren in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden zijn er trots op dat ze kwalitatief hoogwaardig, betaalbaar en eerlijk voedsel produceren, terwijl ze ook zorgen voor het behoud en verbeteren van de schoonheid van het landschap en de planten en dieren (bodemleven, vogels, e.d.) die daarin leven. De sector koestert de diversiteit van ondernemers en bedrijven want die zorgt voor een levendig en adaptief gebied. Er is vertrouwen in de toekomst en er zijn zorgen: 1. Landbouwgrond wordt steeds duurder waardoor het steeds moeilijker wordt om bedrijven over te nemen en jonge boeren toekomstperspectief te geven. 2. Dure grond en de onzekere beloning voor beheerpakketten maken het steeds moelijker om ruimte vrij te maken voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer op boerenbedrijven. 3. De ontwikkelruimte die voor verduurzamen van de landbouw nodig is, staat op gespannen voet met de ruimteclaims van bouw, energie, natuur, klimaat en water. 4. Doelen op landelijke en gebiedsniveau voor maatschappelijke opgaven ontbreken vaak. Prijsvorming als probleem ook benoemen. De dreiging van nieuwe, scherpere landelijke doelen maakt investeren in oplossingen onzeker. 5. Het verdienvermogen van de melkveehouderij is door de lage melkprijs en hoge productiekosten en financieringslasten onvoldoende om te kunnen investeren in de verdere verduurzaming van bedrijven. 6.

De politiek geeft weinig tijd en ruimte om innovaties van idee naar gangbare praktijk te ontwikkelen en heeft te weinig oog voor de verschillen tussen bedrijven en de kansen van maatwerk. 7. Het lijkt wel of boeren, burgers en overheden elkaar steeds minder begrijpen en dat belangen steeds meer uiteen lopen. Het lijkt wel dat veel maatschappelijke problemen op het bordje van de boeren worden geschoven, terwijl boeren, consumenten en overheden samen verantwoordelijk zijn voor het ontstaan; en dus ook het oplossen ervan. We praten vooral over elkaar en weinig met elkaar. De beeldvorming is dat de landbouw ‘niets wil’, terwijl de sector de afgelopen jaren veel heeft bereikt. Boeren in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden hebben ambities: 1. Voedsel produceren en vitale bedrijven aan de volgende generatie boeren doorgeven. 2. Blijven bijdragen aan het mooie landschap waarin planten en dieren leven zich kunnen voortplanten. En waarvan bewoners en bezoekers kunnen genieten. 3. Bijdragen aan maatschappelijke opgaven in goede samenwerking met alle partijen die ook een rol hebben. Werken aan de relatie tussen boeren, burgers en overheden. Daarvoor hebben boeren erkenning en ondersteuning nodig: 1. Erkenning voor de resultaten die we in de afgelopen jaren hebben behaald; bijvoorbeeld op het gebied van natuur, lucht- en waterkwaliteit, dierenwelzijn en verbreding van activiteiten (zorg,

42

2.

3.

4. 5. 6. 7.

8.

9.

6.2.

opvang, korte ketens en duurzame energieproductie). De stappen die sinds de jaren ’90 zijn gezet om te werken aan natuur, landschap en water worden niet altijd gezien. Erkenning van alle betrokkenen dat de bestaande situatie het resultaat is van tientallen jaren samenspel van beleid, markt, voorlichting, financiering en ondernemerschap. We zijn samen verantwoordelijk voor de nieuwe uitdagingen en grote veranderingen kosten tijd, geld en visie en vastberadenheid van alle betrokkenen. Voldoende verdienvermogen om de maatschappelijke meerwaarde van de landbouw verder te ontwikkelen: a. Een passende beloning voor de maatschappelijke diensten, bijvoorbeeld voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer, waterkwaliteit, afremmen bodemdaling en klimaatadaptatie. b. Gelijke concurrentiepositie met producten uit het buitenland. c. Een eerlijke prijs voor de melk. Tijd en ruimte onze bedrijven te ontwikkelen, denk aan kennis, grond, beleidsruimte en financieringsmogelijkheden. Betaalbare toegang tot grond. Daarbij kan een regionale grondbank op veen een belangrijk instrument zijn. Ondersteuning door overheden die sturen op lange termijn doelen in plaats van op korte termijn steeds weer nieuwe generieke maatregelen.

De ontwikkeling van Ecoregelingen (nieuwe GLB) en Agrarisch Natuur- en landschapsbeheer; 16 gericht op doelen in plaats van maatregelen en op vergroten van het oppervlak dat meedoet. Waarbij beheerovereenkomsten met een langere looptijd dan 6 jaar en een betere beloning nodig is om het areaal ANLb op een bedrijf te vergroten. Agrarische structuurversterking (beschikbaarheid van betaalbare grond door grondbank, nieuwe functies voor vrijkomende agrarische bebouwing, verplaatsen van bedrijven gericht op huiskavels) zodat ruimte ontstaat voor de transitie van maximale productie naar optimale productie. Educatie en stimuleren van het gesprek tussen boeren, burgers en overheden om doelen, maatregelen en middelen op elkaar af te stemmen.

Impact nu en later

Samen met onze gebiedspartners willen boeren werken aan: • Voedselbeschikbaarheid: betaalbaar, veilig, lekker en gezond voedsel. • Reductie emissie broeikasgassen (zie voorbeeld uitwerking hieronder). • Biodiversiteit versterken, zie voorbeeld uitwerking hieronder • Bijdragen aan de Regionale klimaatadaptatie strategie (RAS). • Waterkwaliteit. • Leefbaar platteland. • Regionale energiestrategie (RES). • Beleefbaar landschap • Toeristische versterking stad-land relaties. Waarbij voedselbeschikbaarheid, reductie emissie broeikasgassen, biodiversiteit versterken, klimaatadaptatie en waterkwaliteit prioriteit hebben om op korte termijn samen integraal op te pakken.

16

Merk op: het is belangrijk doelen te stellen die beïnvloedbaar zijn door boeren en die niet afhankelijk zijn van factoren zoals weeromstandigheden of predatie.

43

Boeren voelen de urgentie om op deze thema’s samen stappen te zetten met gebiedspartners. Boeren verwachten bij partners hetzelfde gevoel van urgentie bij deze thema’s.

6.3.

Betaalbaar, veilig, lekker en gezond voedsel produceren

Als de voorspellingen voor de bevolkingsgroei uitkomen dan leven er in 2050 bijna 10 miljard mensen op de wereld – en in Nederland ongeveer 19 miljoen. In Nederland komen er dus ongeveer 2 miljoen mensen bij en wereldwijd moeten we binnen 30 jaar 2 miljard meer mensen voeden dan nu. Dat terwijl de meest geschikte landbouwgronden al in gebruik zijn en andere functies een claim op landbouwgrond leggen. In Nederland was er in 2020 nog ongeveer 1,8 miljoen hectare landbouwgrond en dat is 10% minder dan er in 1980 was. De afname van het areaal landbouwgrond zet naar verwachting door (CBS, PBL). Alle ruimteclaims tot 2050 bedragen 10-20% van de landbouwgrond in Nederland. Tegelijkertijd vraagt de politiek, de markt en de consument aan de landbouw om duurzamer te produceren. Dit vraagt om investeringen die de kostprijs van producten verhogen en zolang er ook producten in de winkels liggen die niet aan dezelfde duurzaamheidsvoorwaarden hoeven te voldoen; is het moeilijk / onmogelijk om de hogere kostprijs door te berekenen aan de afnemende groothandel en de consument. De oplossing voor de problematiek van financieren van duurzame (vaak niet rendabele) investeringen en behoud landbouwgrond ligt bij de landelijke politiek en Europese lidstaten en zal zeer bijdragen aan een succesvolle ontwikkeling van een vitale landbouw. Tekstvak: ruimteclaims in het landelijke gebied.

Het PBL raamde de ruimteclaim voor woningbouw op ca. 13.000 tot 17.000 hectare (onder aanname een toename van 1,3 miljoen huishoudens tot 2040 = maximumvariant van CBS-prognose). Het adviesbureau SWECO raamt de ruimteclaims voor woningbouw op 26.000 hectare, voor de energietransitie op 22.000 hectare (zon op land en windmolens ), 13.000 hectare voor 17 waterberging .Voor nieuwe natuur zou 46.000 hectare tot 2027 nodig zijn om de doelen van het Natuurpact (tussen Rijk en provincies) te halen. Het PBL schat dat voor het bereiken van de doelen van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn (de VHR-doelen) het areaal leefgebieden van VHR-soorten uiteindelijk met zo’n 150.000 hectare moet worden uitgebreid. Dit rapport vermeldt ook dat naast dit areaal leefgebieden van 150.000 hectare ook het areaal Natuurinclusief ingericht gebied moet worden uitgebreid met 120.000 hectare om ruimte te geven aan VHR-soorten. In de recent gepresenteerde Bossenstrategie wordt gestreefd naar een netto uitbreiding van het areaal bos in Nederland met 10% in 2030, wat neerkomt op ongeveer 37.000 hectare. Hiervan moet in ieder geval 19.000 hectare buiten het NNN worden gerealiseerd.

6.4.

Reductie emissie broeikasgassen door veenoxidatie

Over het Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord is een pakket van maatregelen en afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden om gezamenlijk de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 ongeveer te halveren (vergeleken met 1990).

17

Rapport Kiezen én Delen en onderliggende publicaties van het Advies van de Studiegroep Ruimtelijke Inrichting Landelijk Gebied 2021.

44

De cijfers In 1990 was de totale uitstoot aan broeikasgassen in Nederland ongeveer 222 miljoen ton CO2 (222 megaton, afgekort Mton, ofwel miljard kilogram; alle andere broeikasgassen zoals methaan en lachgas worden teruggerekend naar CO2-equivalenten). Zie voor meer informatie de nationale emissieregistratie. In 2030 moet die uitstoot 49% lager zijn. Uiteindelijk moet de uitstoot in Nederland in 2050 omlaag met 95% of meer, naar maximaal 11 Mton. Na 2030 moeten er dus nog meer maatregelen worden genomen door alle sectoren om het doel in 2050 te halen. Het Klimaatakkoord bevat afspraken voor de sectoren: Gebouwde omgeving, Mobiliteit, Industrie, Landbouw en Landgebruik en Elektriciteit. Afremmen van emissies van broeikasgassen uit veenoxidatie valt onder de sector Landbouw en landgebruik. Het Klimaatakkoord beschrijft de uitdaging voor Landbouw en landgebruik als volgt: Begin citaat ‘De land- en tuinbouwsector heeft sinds 1990 al een forse inspanning geleverd om de emissies van broeikasgassen te laten dalen. Bij elkaar zijn die al met ongeveer 17% afgenomen. De 18 sectoren in het domein landbouw en landgebruik zetten de al ingeslagen weg naar forse emissiereductie versneld voort. Toch blijven, ook in 2050, broeikasgasemissies vanuit deze sector onvermijdelijk.

Broeikasgasemissies zijn namelijk inherent aan natuurlijke producten, zoals methaan en lachgas uit de veehouderij en bemesting. Tegelijkertijd gaat de sector in toenemende mate koolstof vastleggen in bodems, bossen en materialen, biomassa produceren en hernieuwbare energie opwekken. De ambitie van de sector is dat de onvermijdelijke uitstoot van broeikasgassen aan de ene kant en vastlegging van broeikasgassen en productie van hernieuwbare energie én biomassa aan de andere kant, in 2050 met elkaar in balans te brengen. De veenweiden hebben een opgave voor emissiereductie uit veenweiden: emissies van broeikasgassen uit veenweiden zoveel mogelijk moeten worden gereduceerd, met 1Mton reductie als tussendoel voor 2030’ einde citaat. De provincie Zuid-Holland gaat uit van een relatieve doelstelling van 25% reductie voor 2030 ten opzichte van het peiljaar 2016 (mondelinge mededeling Jan Strijker op basis van concept van de eerste uitwerking van de veenweidestrategie in Zuid-Holland) Zuid-Holland Areaal agrarisch veen Actuele emissie Ton CO2

Alblasserwaard

32.423 ha

11.291 ha

±346.000 ton CO2

±107.000 ton CO2

19

Toepassen van de rekenregels van het NOBV voor de Alblasserwaard levert op dat de totale uitstoot van CO2 in de Alblasserwaard uit agrarische veengebieden (exclusief sloten en bebouwd gebied) ±107.000 ton CO2 per jaar bedraagt. Met actueel beschikbare rekenregels (oktober 2021) van het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen uit Veen (NOBV) heeft de provincie de emissiereductie van verschillende maatregelen doorgerekend voor de Alblasserwaard. 18

De sector landbouw en landgebruik kenmerkt zich door een verscheidenheid aan sectoren in zowel de land-, tuin- en bosbouw, in verschillende landgebruiksfuncties waaronder terrein- en natuurbeheer. 19

De rekenregels van het NOBV houden voor Alblasserwaard rekening met de slootafstand (40 meter), drooglegging (tussen 40 en 60

cm) en bodemtype (weideveengronden (27%), waardveen (33%) en koopveengronden (40%).

45

Tabel effecten maatregelen Maatregel

Passieve waterinfiltratie bij bestaande drooglegging Passieve waterinfiltratie bij drooglegging 40 cm min maaiveld Passieve waterinfiltratie bij drooglegging 30 cm min maaiveld Actieve waterinfiltratie bij bestaande drooglegging Actieve waterinfiltratie bij drooglegging 30 cm- maaiveld

Emissiereductie door maatregelen ten opzichte van berekende CO2 uitstoot zonder maatregelen in de Alblasserwaard 11 % 24% 46% 40-55%, afhankelijk van instellingen systeem 53-61%, afhankelijk van instellingen systeem

Toelichting tabel • WIS: waterinfiltratiesysteem. Passieve WIS beïnvloedt de grondwaterstand via het slootpeil. Actief gestuurde WIS stuurt actief op grondwaterstand via een pompput. • Met pomp gestuurde drukdrainage kan hetzelfde bereikt worden als met slootpeilopzet, echter wordt niet het slootpeil opgezet maar het waterpeil in het drukvat. Aandachtspunt bij pomp gestuurde DD is dat de effectiviteit afhankelijk is van het gebruik. • Emissie bij grondwaterstand van - 20 cm onder maaiveld is het minst met toch nog 3 ton CO2eq/ha/jr. Om tot nul emissie of vasthouden CO2 te komen, is CO2 vastlegging nodig. De hypothese van minimale emissie bij –20cm grondwaterstand, wordt op de Hoogwaterboerderij en in het NOBV getoetst. • Het waterschap gaat uit van peil volgt functie. Dit betekent dat de waterpeilen niet verhoogd zullen worden bij de huidige functies. Als provincies en gemeenten het peil omhoog willen, zullen ze eerst de functie moeten wijzigen in hun ruimtelijke plannen. Het waterschap volgt daarna de nieuwe functies zo goed mogelijk met het waterbeheer. • Dit maakt dat Actieve WIS een geschikte maatregel is voor de eerste stappen in de veenweidestrategie. • De berekeningen met de Rekenregels geven een eerste beeld van de omvang van de opgave.

Dit moet nog in gebieden concreet uitwerking krijgen; waarbij we zoeken naar een optimum tussen bodemmaatregelen, waterbeheer en landgebruik. Uit de berekeningen blijkt dat: • Het een flinke inspanning vergt om het doel voor 2030 te halen. • Het waterschap zal de benodigde waterberging, die het gevolg is van de aanleg van actieve 20 WIS medio 2023 modelmatig berekend hebben . Uit de tabel blijkt dat bij actieve waterinfiltratiesystemen tot 55% CO2 reductie bereikt kan worden. Verhoging van de waterpeilen tot drooglegging -30 cm heeft dan weinig toegevoegde waarde meer. De aanvullende CO2-reductie bedraagt niet meer dan 6-13%.

20

Waarbij WSRL er, zoals eerder ook al genoemd, van uit gaat dat compenserende waterberging in financiële kader voorliggend impulsproject wordt gerealiseerd, conform de instemmingsbrief van WSRL bij de Veenweidestrategie 1.0 van Zuid-Holland.

46

Huidige situatie Welke ontwikkeling willen we in gang zetten

Waarom kunnen we niet zo doorgaan en wie hebben baat bij verandering?

Bijdragen aan de doelen van het Klimaatakkoord door de emissie van broeikasgassen, die inherent is aan het natuurlijke producten in de veenweiden, te minimaliseren. Een balans te vinden tussen emissies veehouderij en vastleggen van koolstof in akkerbouw en bosbouw. Als we zo doorgaan dan halen we de wettelijke doelen van het klimaatakkoord niet en dan volgen voor alle sectoren aanvullende maatregelen. Klimaatverandering brengt hittestress, droogte en intense regenbuien met zich mee die de productie bedreigen. Daarnaast is er nog het belang van tegengaan maaivelddaling.

Gewenste situatie Wat willen we bereiken en welke tussenresultaten horen daarbij? 2025 – 2030 – 2050. Tussen welke doelen bestaat spanning, welke keuzes liggen voor?

1.

2.

3.

Welke opties hebben we om van de huidige naar de gewenste situatie te komen? Welke randvoorwaarden gelden. Wat zijn voor- en nadelen. Welke inzet (geld, mensen, tijd, ruimte vragen opties?).

• •

• •

2025: Per peilvak duidelijkheid over de geschiktheid van percelen voor Actieve WIS en welke compenserende waterberging in waterbeheer nodig zijn. Compenserende waterberging financieel verankeren in Gebiedsplan (veroorzaker betaalt). 2025-2030: de grootschalige aanleg van pompgestuurde infiltratiedrains op percelen die daarvoor geschikt zijn. Dit goed onderzoeken en zoveel mogelijk bijdragen aan de doelstelling van 25% emissiereductie van de provincie Zuid-Holland Doel 2050: bijdragen aan de ambitie van het Klimaatakkoord dat de onvermijdelijke uitstoot van broeikasgassen van de landbouw aan de ene kant en vastlegging van broeikasgassen en productie van hernieuwbare energie én biomassa aan de andere kant, in 2050 in balans zijn.

Grondwaterstanden verhogen op agrarische percelen kan via waterinfiltratie (Actieve WIS). Daarnaast loopt er nu onderzoek naar Klei in veen. In AW ligt een kleidek over >95% areaal, we moeten daarom niet te veel verwachten van klei in veen. Draagvlak voor onderzoek naar natte teelten onderzoeken en als ondernemers hiermee aan de slag willen opstarten. Gelijkblijvende waterpeilen in alle watergangen, zodat het risico op wateroverlast niet groter wordt (marges peilbesluit) en regionale wateroverlast (NBW-normen).

47

•

Argumenten Wat zijn voor belanghebbenden argumenten voor- en tegen opties?

De compenserende waterberging die nodig zal blijken vanwege aanleg WIS wordt financieel in dit Gebiedsplan belegd (veroorzaker betaalt).

Vertrekpunt voor nemen van maatregelen zijn: • Gelijkblijvende waterpeilen in alle watergangen, zodat het risico op wateroverlast niet groter wordt (marges peilbesluit) en regionale wateroverlast (NBW-normen). • Lagere productie per perceel opvangen.

Keuze: wat is de beste optie Welke argumenten geven Er zijn veel positieve ervaringen met actieve en passieve WIS en er zijn we het meeste gewicht en ook problemen met verkeerde aanleg en tijdrovend beheer en waarom? onderhoud. WIS is nog geen standaardoplossing en actieve begeleiding van boeren blijft nodig. Het is voorlopig wel de maatregel met meeste kans van slagen. Er is ook behoefte aan meer maatregelen. Welke optie of combinaties • Ervaring opdoen met actieve WIS in aaneengesloten percelen in van opties kiezen we? een peilvak (zie spoor 1). Wat kunnen we doen om • Blijven leren en experimenteren met grondwaterstandsverhoging. onze keuze verder te • Landelijke ontwikkelingen water en bodemmaatregelen volgen verbeteren? (o.a. klei in veen). • Wat kunnen we nu doen? Welke stappen kunnen we • Gebruik een deel van de impulsgelden om voor 2025 op 500 nu binnen het Gebiedsplan hectare pompgestuurde waterinfiltratie en compenserende tot 2025 zetten? waterberging aan te leggen en daarvan te leren (zie spoor 1). Wie doet wat? • Aanvullende experimenten met grondwaterstandsverhoging. Begroting en dekking. • Volgen landelijke ontwikkelingen (Veenweiden Innovatie Programma (VIP-NL). • Kansenkaart emissiereductie agrarische percelen maken.

• Bepalen in welke peilvakken het verhogen van de grondwaterstand risico’s voor wateroverlast vergroot, bepalen mitigerende maatregelen en afweging maken tussen klimaatrobuustheid en emissies broeikasgassen (provincie en waterschap). • Op lokaal niveau kan blijken dat wateraanvoer niet voldoende is bij grote deelname aan WIS. Het waterschap heeft geen resultaatsverplichting bij de wateraanvoer. Het is goed voor alle partijen daar rekenschap van te nemen. Remmen van uitstoot van broeikasgassen door beperken veenoxidatie is één van de manieren om te werken aan de doelen van het klimaatakkoord. Daarnaast willen boeren ook werken aan:

48

• • •

6.5.

Duurzame opwekking inpassen in het landschap: kleine windmolens, zon op het dak en mono vergisting. Duurzame mobiliteit op erf en land: meer elektrisch en waterstof in plaats van diesel. Voerspoor in aansluiting op generieke spoor gericht op minder methaan en ammoniak uitstoot: duurzame maisteelt, bemestingsplannen aanpassen, sturen op ureumgetal in de melk, zuinig omgaan met je eigen eiwit, zuinig met aanvoer van voer (geld en transport CO2 en NOX), meer kunstmestvervangers en minder kunstmest.

Biodiversiteit versterken

Biodiversiteit is de verzamelterm voor 1. De diversiteit aan leefgebieden. 2. De diversiteit aan soorten binnen een leefgebied. 3. Binnen soorten (tussen individuen per populatie). De biodiversiteit in Nederland, Europa en de wereld staat onder druk; hoewel er ook positieve trends zijn gaat het gemiddeld steeds slechter met de biodiversiteit. Zie plaatjes hieronder. Onder Fauna vallen zoogdieren, vogels, vissen, reptielen, amfibieën en vlinders. Sinds 1990 zijn vogels, zoogdieren en dagvlinders kenmerkend voor het agrarisch gebied gemiddeld genomen achteruit gegaan. Van de 47 in deze figuur opgenomen soorten zijn 26 soorten achteruitgaan en 11 vooruit. Met name de dagvlinders en de broedvogels zijn als groep achteruitgegaan. Overigens is de fauna in het stedelijk gebied (dat zijn andere soorten dan in agrarisch gebied) ook achteruitgegaan.

De Europese partners streven met de Vogel- en Habitatrichtlijnen naar een gunstige staat van instandhouding van bijzondere planten- en diersoorten en habitats (leefgebieden). Nederland heeft daarover afspraken gemaakt met Europa. Om de doelen te halen moet de kwaliteit van veel bestaande 21 natuurgebieden beter en moet het leefgebied van veel soorten worden uitgebreid . De veengebieden behoren tot de leefgebieden die bijdragen aan de biodiversiteit in Nederland. Net als bijvoorbeeld het Waddengebied en de Hoge Veluwe.

21

Bron: naar een hoger doelbereik van de Vogel- en Habitatrichtlijn in Nederland, PBL rapport 2989, 2020.

49

Als je inzoomt op de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden dan heb je twee soorten leefgebieden die belangrijk zijn voor de biodiversiteit: 1. Veenmoerassen (natuur). 2. Veenweidegebieden (boerennatuur). Binnen de veenmoerassen en veenweidegebieden wil je graag die soorten hebben die daar thuis horen en per soort voldoende individuen om het voortbestaan van de soort te garanderen. Dat betekent dat er voldoende aaneengesloten (via verbindingszones) grote leefgebieden (natuur en boerenland) van goede kwaliteit moeten zijn zodat voldoende soorten en per soort voldoende individuen daar kunnen leven en zich voortplanten. De sloot en de 2 meter grasland langs de sloot is het meest waardevol voor natuur en minst relevant voor de boer. Door deze stukken te ontwikkelen als groenblauwe verbindingszones ontstaan leefgebieden voor insecten, planten en dieren en verbinden we weidevogelgebieden en natuurgebieden. De AlblasserwaardVijfheerenlanden heeft de grootste slotendichtheid van Nederland met zo’n 7.500 km sloot (Figuur 15). Relevante ontwikkelingen paragraaf 3.2 voor meer uitleg: • Gebiedsagenda Water en Groen Alblasserwaard. • All4 Biodiversity Donkse Laagten. • Groene Cirkels Kaas en Bodemdaling, bijvoorbeeld het Ontwerpatelier Gezond perspectief melkveehouderij Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. • Nationaal Strategisch Plan (zie tekstkader).

50

Figuur 15. Slotendichtheid in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden is het hoogst van Nederland (Boek Sloten met dank aan Marcel Benschop)

51

Nationaal Strategisch Plan NSP Het Nationaal Strategisch Plan (NSP) is de Nederlandse invulling van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU (GLB). Het plan kent 4 onderdelen. • Basispremie: de basispremie blijft de kern van het GLB. Om deze basispremie te ontvangen moeten boeren zich aan bepaalde voorwaarden houden die zich richten op een duurzame landbouw (conditionaliteiten). • Ecoregelingen: dit zijn maatregelen die boeren kunnen toepassen om bij te dragen aan doelen voor bodem, water, klimaat, landschap en biodiversiteit. Er komt een puntensysteem voor maatregelen en subsidie wordt afhankelijk van het aantal punten. Boeren kunnen zelf kiezen aan welke doelen ze willen werken. Basispremie en ecoregelingen ondersteunen individuele ondernemers. • Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb): boeren die in collectieven samenwerken en daarvoor vergoedingen ontvangen. • Gebiedsgerichte en sectorale instrumenten: ANLb is hiervan een voorbeeld en LEADER ook Het nieuwe GLB wil werken aan gebiedsopgaven ondersteunen, bijvoorbeeld met subsidies.

Huidige situatie Welke ontwikkeling willen we in gang zetten Waarom kunnen we niet zo doorgaan en wie hebben baat bij verandering?

Gewenste situatie Wat willen we bereiken en welke tussenresultaten horen daarbij? 2025 – 2030 – 2050. Tussen welke doelen bestaat spanning, welke keuzes liggen voor?

1.

Versterken natuurkwaliteit in de omgeving van N2000 gebied De Donkse Laagten en versterken van natuurwaarden op het boerenland. 2. Behoud areaal landbouwgrond. De afname van natuurkwaliteit in natuurgebieden, op boerenland en in de stad gaat maar door en dat is om de volgende redenen niet goed: 1. We voelen ons verantwoordelijk voor onze natuur. 2. We moeten voldoen aan de afspraken die we hebben gemaakt in het kader van de Europese Vogel en Habitatrichtlijn en die gaan we niet halen zonder natuurwaarden te versterken in de stad, in de natuur en op het boerenland. Versterken van de natuurwaarde van boerenland: door: • De biodiverse sloot en slootrand. • Vergroten areaal ANLb. • Erf als visitekaartje (PM verwijzen naar Edo Gies).

Merk op: dit is een bod vanuit de landbouw en geen beleidsdoel overheden. In 2020 was er ±6.000 ha ANLb (dit is ±25% van ±23. 640 ha landbouwgrond (bron ANV A5H). • Doel 2030: ±30% ANLb: (±7.000 ha), of vergelijkbare maatregelen met andere financiering. Zie opties. • Doel 2050: ±50% ANLb (±11.820 ha). Welke opties hebben we om van de huidige naar de gewenste situatie te komen? Welke randvoorwaarden Opties: gelden.

52

Wat zijn voor- en nadelen. Welke inzet (geld, mensen, tijd, ruimte vragen opties?).

1.

2.

3. Argumenten Wat zijn voor belanghebbenden argumenten voor- en tegen opties?

Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) door ontwikkelen tot realistisch, langjarig verdienmodel. Of ANLb gebiedsgericht opwaarderen. Economisch afwaarderen en ecologisch opwaarderen via kwalitatieve verplichting (voorwaarden) voor natuurinclusief boeren + goede definitie van natuurinclusief boeren. Functieverandering van landbouw naar natuur: 85% afwaarderen en natuurbeheer.

1.

Functieverandering betekent verlies van landbouwgrond en levert cash op voor investeringen. Voor sommige boeren kan dit een optie zijn. Het moet wel duidelijk afgesproken worden dat er straks niet nog een buffer om deze randen komt. 2. Economisch afwaarderen en ecologisch opwaarderen door middel van kwalitatieve verplichtingen betekent behoud van landbouwgrond en vergroten van natuurwaarden op boerenland. Belangrijke voorwaarde is dat op het bedrijf voldoende grond beschikbaar blijft of komt voor weidegang, mest en grasproductie. Een grondbank met grond van stoppende boeren lijkt hiervoor een noodzakelijk instrument. 3. Door ontwikkelen van ANLb: het bestaande budget voor ANLb is te laag voor de verdere ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden op boerenland. Het budget is overtekend waardoor bedrijven die mee willen doen niet mee kunnen doen en de compensatie is te laag voor groei op bedrijven die al mee doen. Meer hectares kost te veel aan inkomensverlies. Keuze: wat is de beste optie / opties! Welke argumenten geven Dit is een persoonlijke afweging van de ondernemer. we het meeste gewicht en waarom? Welke optie of combinaties Opties uitwerken met provincie, Agrarische Natuurvereniging en boeren. van opties kiezen we? Daarbij aandacht voor: Wat kunnen we doen om • Functieverandering in bufferstroken rond sloten.

onze keuze verder te • Uitwerken instrument van de kwalitatieve verplichting: verbeteren? • Vergoeding. Hoe vastleggen. Consequenties voor mestplaatsingsruimte en andere aspecten. • Door ontwikkelen ANLb ook richten op leefgebied voor insecten. • SNL vergoedingen opnieuw onder de loep nemen. • Passende Ecoregelingen binnen het nieuwe GLB uitwerken (zie tekstblok vooraan deze paragraaf. Wat kunnen we nu doen Welke stappen kunnen we Uitwerking in Hoofdstuk 7. nu binnen het Gebiedsplan Op kleine schaal experimenteren met de drie bovenstaande opties. tot 2025 zetten? Wie doet wat? Begroting en dekking.

53

6.6.

Bijdragen aan de Regionale Adaptatie Strategie (RAS)

De regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden ligt in het overstromingsgevoelige deel van Nederland. Vanwege de gevolgen van klimaatverandering moeten we ons voorbereiden op grotere weersextremen en overstromingsrisico’s. Het veranderende klimaat leidt tot meer wateroverlast, hitte en langdurige droogte. De werkregio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden komt overeen met de grenzen van Dijkring 16 en het boezempoldersysteem van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Hiermee hebben we een overzichtelijke en natuurlijke begrenzing. De RAS werkt aan klimaatadaptatie via een procesaanpak van Weten – Willen – Werken om de koers uit te zetten waarlangs de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden zich wil aanpassen aan klimaatverandering. Deze aanpak past goed op de proces aanpak van de Regionale Veenweide Strategie (verwijzen naar hoofdstuk). De RAS onderscheidt vier omgevingsthema’s: • Verstelijking en Gezonde leefomgeving. • Landbouw en Natuur. • Landschap en Recreatie. • Infrastructuur en Vitale objecten. De RAS moet uitmonden in een zogenaamde RUP: Regionaal Uitvoeringsprogramma. Dat wordt in het eerste kwartaal van 2022 verwacht. Daar staat meer over welke concrete projecten opgepakt gaan worden t/m 2027, op weg naar een klimaatbestendige en werkregio. Dan is het mogelijk om aan te geven welke maatregelen genomen (kunnen) gaan worden.

De tabel hieronder beschrijft vanuit het perspectief van de boeren welke bijdrage ze zouden kunnen leveren aan het Regionaal Uitvoeringsprogramma. Huidige situatie Welke ontwikkeling willen we in gang zetten Waarom kunnen we niet zo doorgaan en wie hebben baat bij verandering? Gewenste situatie Wat willen we bereiken en welke tussenresultaten horen daarbij? 2025 – 2030 – 2050. Tussen welke doelen bestaat spanning, welke keuzes liggen voor?

We willen inspelen op de klimaatverandering door de gevolgen voor burger, boer, vee en gewas op te vangen of te beperken. Het klimaat verandert: de mens moet zich aanpassen aan hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en drogere zomers.

•

In 2050 willen we een water-robuuste en klimaatbestendige regio zijn. Merk op: dit is een bod vanuit de landbouw.

Doel 2025: • Maatregelen nemen tegen hittestress bij (jong)vee, bijvoorbeeld aanpassen stalsystemen. • Verder uitwerken RAS. Duidelijk maken welke maatregelen boeren voor 2030 kunnen nemen en welke afspraken (juridisch, economisch) we moeten maken over waterbuffers. • Doel 2030: nemen van maatregelen waarvan we zeker weten dat ze op korte termijn nodig zijn. Verder vormgeven adaptatiestrategie voor 2050, • Doel 2050: optimale bijdrage landbouw aan klimaatadaptatie Welke opties hebben we om van de huidige naar de gewenste situatie te komen?

54

Welke randvoorwaarden gelden. Wat zijn voor- en nadelen. Welke inzet (geld, mensen, tijd, ruimte vragen opties?).

Argumenten Wat zijn voor belanghebbenden argumenten voor- en tegen opties? Keuze: wat is de beste optie Welke argumenten geven we het meeste gewicht en waarom? Welke optie of combinaties van opties kiezen we? Wat kunnen we doen om onze keuze verder te verbeteren? Wat kunnen we nu doen? Welke stappen kunnen we nu binnen het Gebiedsplan tot 2025 zetten? Wie doet wat? Begroting en dekking.

6.7.

Vraag: wat hebben boeren van anderen nodig om op hun bedrijf hittestress tegen te gaan? Voor het inpassen van waterberging op bedrijven is nodig dat duidelijk is: • Waar vanuit waterbeheer behoefte is of komt aan berging. • Hoe past een waterberging ruimtelijk in het bedrijf (ligging, aanleg dijkjes of niet, aanvoer). • Welke gevolgen, risico’s en kansen voor de bedrijfsvoering (grasopbrengst, weidegang, arbeid). • Wie bepaalt wanneer de berging ‘aan’ gaat? • Hoeveel is de dienst waterberging waard, hoe verloopt de betaling en door wie? Merk op: compenserende waterberging is eis bij de vergunningverlening door waterschap Rivierenland. Verder uit te werken in Gebiedsplan 2025- 2030 en RUP.

Verder uit te werken in Gebiedsplan 2025-2030 en RUP.

Verder uit te werken in Gebiedsplan 2025-2030 en RUP.

• •

in combinatie met nemen van maatregelen om veenoxidatie te remmen. Nemen van maatregelen tegen hittestress voor het vee,

Gebiedsproces

Organisatie: samenwerken, richting en ruimte geven • Voortzetten van de regiegroep om af te stemmen en waar nodig problemen op te lossen. • Oprichten van een praktijknetwerk grondwaterstanden en financiering daarvoor regelen uit de Impulsgelden. • Met het Agrarisch Collectief en andere partijen opstellen van een Aanbod voor het versterken biodiversiteit door natuurwaarde op boerenland te vergroten. • Binnen RMA verband werken partijen (onder andere deelnemers aan de Regiegroep) aan het opstellen van een Lange termijnvisie Landschap en een ontwikkelings- en uitvoeringsprogramma Landschap en opgaven.

55

7.

HET AANBOD

7.1.

Onze doelen voor de periode tot 2025

Spoor 1: maatregelen nemen in de periode 2022- 2025: 1. Maatregelen nemen op 500 ha waardoor kan de jaarlijkse uitstoot van dit gebied ±2.500 ton CO2 lager kan worden volgens de nieuwste rekenregels (SOMERS) van het NOBV. Dat willen we bereiken door op 500 hectare veenweide pompgestuurde waterinfiltratie (WIS) aanleggen, te zorgen voor compenserende waterberging als dit blijkt uit modelberekeningen waterschap, het opzetten van een blijvend monitoringssysteem van peilbuizen en het instellen van een praktijknetwerk grondwaterstanden waarin boeren, waterschap, provincie, gemeente en natuurorganisaties gegevens verzamelen over de effectiviteit van WIS, afspraken maken met de perceeleigenaren om de optimale werking van hun waterinfiltratiesystemen te borgen. Daarbij hoort ook het opzetten van een uitvoeringsorganisatie die de afspraken met boeren maakt en contracten, geldstromen beheert en de verantwoording van bestedingen doet. Spoor 2: met maatschappelijke partners en overheden voorbereiden van beleidskeuzes om in 2024 een aanvullend bod te doen: 2. Het opstellen van een bod voor 2024-2030 over de mogelijke bijdrage van de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden aan de doelen van het klimaatakkoord in 2030 en wat daarvoor nodig is.

Daarvoor is het nodig om een kansenkaart te maken waarin bodem, water en landgebruik in samenhang worden bekeken en maken daarmee een stappenplan emissiereductie, waarin de meest kansrijke peilvakken en polders het eerst worden aangepakt. We onderzoeken: a. Hoeveel we kunnen bijdragen aan de doelen in 2030 en wat daarvoor nodig is; waarbij we ook het scenario van 30-50% emissiereductie in ons gebied onderzoeken. b. Hoeveel we kunnen bijdragen aan de doelen in 2050 en wat daarvoor nodig is; waarbij we ook het scenario van 95% emissiereductie in ons gebied onderzoeken. 3. Het opstellen van een bod voor het versterken van de biodiversiteit door de natuurwaarde van boerenland te vergroten; waarbij het uitgangspunt is om van 20% ANLb in 2020 naar 30% in 2030 en 50% in 2050 te gaan en aanvullend invulling te geven aan het begrip landschapsgrond van het coalitieakkoord. 4. Een lange termijnvisie Landschap en opgaven (2022) en een ontwikkelings- en uitvoeringsprogramma Landschap en opgaven (2023).

Waarmee we voor de korte (4-5 jaar), middellange (10 - 15 jaar) en lange termijn (30 jaar) antwoord geven op de vraag hoe stakeholders in het om willen gaan met de uitdagingen van het landschap: watersysteem, biodiversiteitsverlies, bodemdaling, watersysteem, wateraanvoer en -afvoer, waterkwaliteit en milieu, inpassen energie, klimaat en toekomstbestendige landbouw en natuurinclusief bouwen in kernen en de stedelijke zone. De gemeenten Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden pakken dit traject binnen de RMA en met stakeholders (waterschap, provincies, maatschappelijke partners zoals LTO, Agrarisch Collectief, gebiedsplatform en andere leden van onze regiegroep) op.

56

7.2. Aanbod 1 1a 1b 1c 1d 1d-1

1d-2 1d-3 1d-4 1e 1e-1

Activiteiten 500 hectare Waterinfiltratiesystemen aanleggen voor eind 2025 en monitoren Fysieke aanleg pompgestuurde WIS Werving en selectie aanleg WIS Risicopot onverwachte neveneffecten Praktijknetwerk Grondwaterstanden + monitoren; in elk geval tot eind 2030 Grondwatermeetnet aanleggen (peilbuizen + eerste ronde analyseren en 10% onderhoud tot 2030) Meten en data analyseren Proceskosten praktijknetwerk Onderzoeksvragen natuur en grondwaterstanden beantwoorden Water Aanpassen watersysteem

1e-2

Waterberging, uitgaande van 2 cm extra waterberging en aankoop en inrichting EUR 25 /m2

1f

Uitvoeringsorganisatie, uitvoeren secretariaat Regiegroep en opstellen Gebiedsplan 2

Stelpost

Aanvullende kosten waterberging, uitgaande van 4 cm waterberging in plaats van 2 cm

Toelichting

Pompgestuurde WIS op 500 ha voor 2025. Op basis van een inschatting met rekenregels kan de jaarlijkse uitstoot van dit gebied daarmee ±2.500 ton CO2 lager worden dan nu. Monitoren en praktijknetwerk lopen tot eind 2030

Experts waterschappen en provincies hebben afgesproken om bij inschatten kosten van aanpassen watersysteem (pompen, duikers, en dergelijke) een bedrag van EUR 1.750.- te hanteren. Afhankelijk van het effect van grondwaterstandsverhoging op waterberging schat het waterschap met de kennis van nu voor 500 ha een bedrag van 1.375.000 - 2.750.000 in. Een deel daarvan is als stelpost opgenomen. Het betreft nadrukkelijk een eerste inschatting die nader moet worden onderzocht als meer duidelijkheid is over locaties en dimensionering WIS systemen. Organiseren van de uitvoering van het plan, onder andere fysieke aanleg (aanbesteding aanleg, afspraken boeren, geldzaken, liefst door een bestaande organisatie en schrijven van het volgende plan Zie toelichting 1e-2

57

Aanbod 2 2a

Voorbereiden beleidskeuzes 20242030 Kansenkaart en stappenplan emissiereductie veenoxidatie 20242030 (opschalen) met bijzondere aandacht voor randvoorwaarden waterbeheer (aanvoer, afvoer, overlast, kwaliteit)

2b

Onderzoeken haalbaarheid van andere water en bodemmaatregelen

Aanbod 3

Versterken biodiversiteit door natuurwaarde van boerenland te vergroten Ontwikkeltraject biodiverse en methaanarme sloot en slootrand

3a

Toelichting Uitvoeringsplan voor beperken emissies veenoxidatie 2024-2030 (bodem, water, landgebruik) met deelonderzoek randvoorwaarden waterbeheer. Inschatting welke aanpassingen watersysteem en landgebruik die nodig zijn om verschillende mate van doelbereik emissiereductie te halen. Als onderdeel van langetermijnvisie en ontwikkelings-en uitvoeringsprogramma Landschap AV zie Aanbod 4. Inclusief kosten detailstudie wateraanvoer (100.000,-) en effecten WIS op waterberging en NBW normen (50.000,-) Klei in Veen (aanleg en monitoren)

Toelichting

1.000 ha extra ANLb in 2030 (van 6.000 ha naar 7.000 ha; ±30% van het landbouwareaal A5H). Pilot 'landschapsgrond' aantal hectares nog uit te werken

3b

Uitwerken idee van landschapsgrond Coalitieakkoord

Aanbod 4

Lange termijnvisie Landschap AV en ontwikkelings- en uitvoeringsprogramma landschap en opgaven (RMA pakt dit in 2022 en 2023 op) Samen met alle betrokken partijen in de regio werken aan de ontwikkeling van het landschap in de gezamenlijk gewenste richting. Door het uitvoeren van projecten op korte (4-5 jaar), middellange (10-15 jaar) en lange termijn (30 jaar) gericht. We werken met elkaar aan een gedeelde visie en manier van werken (governance) op hoe het landschap er over 30 jaar uit zou moeten zijn als leidraad bij de uitvoering van deze projecten.

58

Toelichting

Uitdagingen van het landschap: watersysteem, biodiversiteitsverlies, bodemdaling, watersysteem, wateraanvoer en waterafvoer, waterkwaliteit en milieu, inpassen energie, klimaat en toekomstbestendige landbouw en natuurinclusief bouwen in kernen en de stedelijke zone. Afstemmen met veenweide strategieën en een concrete propositie aan het Rijk vanuit de AV voor in het NOVI-traject Groene Hart.

7.3.

Begroting

Begroting Gebiedsplan Alblasserwaard Alle bedragen zijn excl. Btw Aanbod 1 500 hectare Waterinfiltratiesystemen aanleggen voor eind 1a Fysieke aanleg pompgestuurde WIS 1b Werving en selectie aanleg WIS 1c Risicopot onverwachte neveneffecten Praktijknetwerk Grondwaterstanden + monitoren; in elk 1d geval tot eind 2030 Grondwatermeetnet aanleggen (peilbuizen + eerste ronde 1d-1 analyseren en 10% onderhoud tot 2030) 1d-2 Meten en data analyseren 1d-3 Proceskosten praktijknetwerk Onderzoeksvragen natuur en grondwaterstanden 1d-4 beantwoorden 1e Water

2021

2022

2023

2024

2025

2026-2030

Totaal

€ 2.500.000

€ 2.500.000 € 99.000 € 250.000

€ 99.000 € 250.000

€ 150.000 € 40.000

€ 20.000 € 40.000

€ 75.000

€ 75.000

€ 20.000 € 40.000

€ 20.000 € 40.000

€ 15.000

€ 165.000

€ 100.000 € 200.000

€ 160.000 € 360.000 € 150.000

1e-1

Aanpassen watersysteem

€ 875.000

€ 875.000

1e-2

Waterberging, uitgaande van 2 cm extra waterberging en aankoop en inrichting EUR 25 /m2

€ 1.375.000

€ 1.375.000

Uitvoeringsorganisatie, uitvoeren secretariaat Regiegroep en opstellen gebiedsplan 2

1f

€ 150.000

€ 150.000

Aanvullende kosten waterberging, uitgaande van 4 cm waterberging in plaats van 2 cm Aanbod 2 Voorbereiden beleidskeuzes 2024-2030 Stelpost

€ 100.000

€ 100.000

n.t.b

€ 1.375.000

2a

Kansenkaart en stappenplan emissiereductie veenoxidatie 2024-2030 (opschalen) met bijzondere aandacht voor randvoorwaarden waterbeheer (aanvoer, afvoer, overlast, kwaliteit)

€ 400.000

€ 250.000

2b

Onderzoeken haalbaarheid andere water en bodemmaatregelen

€ 44.000

€ 14.000

€ 500.000 Totaal Bod 1

€ 6.434.000

Totaal stelpost

€ 1.375.000

€ 650.000

€ 14.000

€ 14.000

€ 86.000 Totaal Bod 2

Aanbod 3 3a 3b

Aanbod 4

Versterken biodiversiteit door natuurwaarde van Ontwikkeltraject biodiverse en methaanarme sloot en slootrand Uitwerken idee van landschapsgrond Coalitieakkoord

n.t.b

n.t.b

n.t.b

n.t.b

n.t.b

n.t.b

n.t.b

n.t.b

n.t.b

n.t.b

€ 736.000

n.t.b n.t.b Totaal Bod 3

n.t.b

Lange termijnvisie Landschap AV en ontwikkelings- en uitvoeringsprogramma landschap en opgaven (RMA pakt dit in 2022 en 2023 op) Samen met alle betrokken partijen in de regio werken aan de ontwikkeling van het landschap in de gezamenlijk gewenste richting. Door het uitvoeren van projecten op korte (4-5 jaar), middellange (10-15 jaar) en lange termijn (30 jaar) gericht. We werken met elkaar aan een gedeelde visie en manier van werken (governance) op hoe het landschap er over 30 jaar uit zou moeten zijn als leidraad bij de uitvoering van deze projecten.

Lange termijn visie

Ontwikkelingsen uitvoeringsprogramma

n.t.b.

n.t.b

n.t.b

n.t.b: na de verkiezingen voor de provinciale staten in 2023.

59

n.t.b

n.t.b

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=1ebe273a-4b89-403b-b61f-ebfc1f700f27