Bijlage 1. Gebiedsplan Veenweideaanpak Alblasserwaard
Tekst van het document
VEENWEIDESTRATEGIE ALBLASSERWAARD EN DE INZET VAN IMPULSGELDEN KLIMAATAKKOORD
Datum: XX-09-2022 Opdrachtgever: PM Opsteller: PM Status: Definitief Gebiedsplan
SAMENVATTING Het Rijk stelt vanuit het “Veenplan 1e fase” €22 miljoen impulsgelden beschikbaar voor Zuid-Holland om in de periode tot eind 2025 maatregelen te nemen die uitstoot van broeikasgas uit veenbodems remmen. De provincie Zuid-Holland gaat uit van een relatieve doelstelling van 25% reductie (= 86.500 ton CO21 reductie) voor 2030 ten opzichte van het peiljaar 2016 . De bijdrage van voorliggend impuls project met 500 ha pompgestuurde waterinfiltratie bedraagt ±3% van deze provinciale doelstelling (2.500 ton CO22 reductie ). De impulsgelden moeten ook bijdragen aan de ontwikkeling van een vitale en toekomstbestendige landbouw. De gemeente Molenlanden heeft het initiatief genomen om een regiegroep in te stellen om ondernemers, grondeigenaren, ketenpartijen, terrein- en natuur beherende organisaties en overheden te betrekken; waarbij ook de samenwerking Alblasserwaard-Vijfheerenlanden en de afstemming tussen de provincies Zuid-Holland en Utrecht wordt geborgd. Een groep van 10 jonge ondernemers heeft in vijf bijeenkomsten meegewerkt aan het opstellen van een toekomstperspectief voor de landbouw. Het bod bestaat uit twee sporen: Spoor 1: maatregelen nemen in de periode 2022- 2025: 1. Maatregelen nemen op 500 ha waardoor kan de jaarlijkse uitstoot van dit gebied ±2.500 ton CO2 lager kan worden volgens de nieuwste rekenregels (SOMERS) van het NOBV.
Dat willen we bereiken door op 500 hectare veenweide pompgestuurde waterinfiltratie (WIS) aanleggen, te zorgen voor compenserende waterberging als dit blijkt uit modelberekeningen waterschap, het opzetten van een blijvend monitoringssysteem van peilbuizen en het instellen van een praktijknetwerk grondwaterstanden waarin boeren, waterschap, provincie, gemeente en natuurorganisaties gegevens verzamelen over de effectiviteit van WIS, afspraken maken met de perceeleigenaren om de optimale werking van hun waterinfiltratiesystemen te borgen. Spoor 2: met maatschappelijke partners en overheden voorbereiden van beleidskeuzes om in 2024 een aanvullend bod te doen: 2. Het opstellen van een bod voor 2024-2030 over de mogelijke bijdrage van de AlblasserwaardVijfheerenlanden aan de doelen van het klimaatakkoord in 2030 en wat daarvoor nodig is. Daarvoor is het nodig om een kansenkaart te maken waarin bodem, water en landgebruik in samenhang worden bekeken en maken daarmee een stappenplan emissiereductie, waarin maatregelen eerst worden genomen in de meest kansrijke peilvakken en polders. We onderzoeken: a. Hoeveel we kunnen bijdragen aan de doelen in 2030 en wat daarvoor nodig is; waarbij we ook het scenario van 30-50% emissiereductie in ons gebied onderzoeken. b.
Hoeveel we kunnen bijdragen aan de doelen in 2050 en wat daarvoor nodig is; waarbij we ook het scenario van 95% emissiereductie in ons gebied onderzoeken. 3. Het opstellen van een bod voor het versterken van de biodiversiteit door de natuurwaarde van boerenland te vergroten; waarbij het uitgangspunt is om van 25% ANLb in 2020 naar 30% in 2030 en 50% in 2050 te gaan en aanvullend invulling te geven aan het begrip landschapsgrond van het coalitieakkoord. 4. Een lange termijnvisie Landschap en opgaven (2022) en een ontwikkelings- en uitvoeringsprogramma Landschap en opgaven (2023). Waarmee we voor de korte (4-5 jaar), middellange (10 - 15 jaar) en lange termijn (30 jaar) antwoord geven op de vraag hoe stakeholders in het om willen gaan met de uitdagingen van het landschap. De gemeenten
1
Mondelinge mededeling provincie op basis van concept van de eerste uitwerking van de veenweidestrategie in Zuid-Holland.
2
De totale emissie uit de 32.423 ha agrarisch veen in Zuid-Holland bedraagt ±346.000 ton CO2 en de emissie van de 11.291 ha agrarisch areaal van de Alblasserwaard bedraagt ±107.000 ton CO2.
1
Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden pakken dit traject binnen de RMA en met stakeholders (waterschap, provincies, maatschappelijke partners zoals LTO, Agrarisch Collectief, Gebiedsplatform en andere leden van onze regiegroep) op.
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ................................................................................................................. 4
2.
BESCHRIJVING VAN DE ALBLASSERWAARD-VIJFHEERENLANDEN ................................ 7
3.
STAKEHOLDERS EN ONTWIKKELINGEN ..................................................................... 31
4.
BESCHRIJVING VAN HET GEBIEDSPROCES................................................................. 36
5.
MAATREGELEN OP KORTE TERMIJN 2021-2025 (SPOOR 1) ....................................... 37
6.
WERKEN AAN TOEKOMSTPERSPECTIEF (SPOOR 2) ................................................... 42
7.
HET AANBOD........................................................................................................... 56
3
1.
INLEIDING
Het Rijk heeft het “Veenplan 1e fase” vastgesteld en stelt vanuit dit kader €22 miljoen impulsgelden beschikbaar voor Zuid-Holland. In de periode tot eind 2025 moet dit bedrag worden omgezet in maatregelen die uitstoot van broeikasgas uit veenbodems remmen. De provincie Zuid-Holland gaat uit van een relatieve doelstelling van 25% reductie voor 2030 ten opzichte van het peiljaar 2016 (mondelinge mededeling Jan Strijker op basis van concept van de eerste uitwerking van de veenweidestrategie in ZuidHolland). De impulsgelden moeten ook bijdragen aan de ontwikkeling van een vitale en toekomstbestendige landbouw op langere termijn (2030; 2050) en daarom zoeken partijen bij de besteding van de impulsgelden naar kansen om ook aan andere opgaven te werken. Bijvoorbeeld door inspanningen en budgetten te koppelen en nieuwe financieringsbronnen te vinden. De gemeente Molenlanden heeft het initiatief genomen om een regiegroep in te stellen die het opstellen en uitvoeren van de aanpak vormgeeft (Figuur 1).
De samenstelling va de regiegroep is erop gericht om: ondernemers, grondeigenaren, ketenpartijen, terrein- en natuur beherende organisaties en overheden te betrekken bij de beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming over de aanpak veenweiden, Waarbij ook de samenwerking Alblasserwaard-Vijfheerenlanden en de afstemming tussen de provincie ZuidHolland en de provincie Utrecht wordt geborgd.
Figuur 1. Samenstelling Regiegroep
Op 10 maart 2021 heeft de regiegroep ingestemd met het plan van aanpak voor het Gebiedsplan VEENWEIDEAANPAK ALBLASSERWAARD EN DE INZET VAN IMPULSGELDEN KLIMAATAKKOORD. Het plan van aanpak bevat twee sporen: 1. Voor 2025 maatregelen nemen om de uitstoot van broeikasgassen uit veenweiden te remmen op 500 hectare in de Alblasserwaard. 2. Opzetten van een vitaal gebiedsproces voor de ontwikkeling van duurzaam landgebruik na 2025; met een doorkijk naar 2050.
4
Provincie en regiegroep hebben gekozen voor een adaptieve aanpak richting 2030 en 2050 waarin ze: 1. Bewezen effectieve maatregelen op de meest geschikte locaties zo snel mogelijk willen treffen. 2. De besluitvorming over ingrijpender maatregelen goed willen voorbereiden, waarbij we ook open blijven staan voor nieuwe inzichten en innovaties en ontwikkelingen zoals klimaatverandering. Bij het organiseren en uitvoeren van het gebiedsproces de komende jaren volgen we de volgende redeneerlijn (Figuur 2): 1. Maatregelen tegen uitstoot van broeikasgassen door veenoxidatie moet je in de bodem nemen. Bijvoorbeeld door grondwaterstandsverhoging in de percelen of door klei in veen toe te passen. 2. In dat geval zijn bijna altijd aanpassingen (maatregelen) in landgebruik en het waterbeheer nodig om: a. Het effect van bodemmaatregelen te optimaliseren, bijvoorbeeld door deze maatregelen af te stemmen op de wateraanvoer- en -afvoer situatie van een peilvak of polder; of een infrastructuur op te zetten voor toepassen van klei in veen. b. Te garanderen dat de maatregelen ook bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw met een goed verdienvermogen en minder uitstoot van broeikasgassen, stikstof en hogere biodiversiteit en waterkwaliteit. Bijvoorbeeld door het vergroten van verdienmogelijkheden van boeren bij hoog water of de ontwikkeling van natte teelten. 3.
Daarbij moeten alle partijen samenwerken en afspraken maken over ontwikkeling, financiering en toepassen van instrumenten en maatregelen. Dus richting en ruimte geven met bijvoorbeeld onderzoeks-en innovatieprogramma’s, stimuleringsmaatregelen door overheden, marktpartijen en financiële instellingen, peilbesluiten, versterken biodiversiteit op weiden en erf en Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer. Figuur 2. Onderdelen adaptieve aanpak
Dat betekent dat we instrumenten en maatregelen moeten verkennen, besluitvorming moeten voorbereiden en besluiten moeten nemen over: 1. Bodemmaatregelen: in hoeverre bodemmaatregelen kunnen bijdragen aan de doelen van het klimaatakkoord, voor welke maatregelen we kiezen en wat ervoor nodig is om ze te nemen. 2. Waterbeheer: In welke mate zijn de bodemmaatregelen inpasbaar binnen de huidige situatie van waterafvoer, wateraanvoer en waterberging. Welke aanpassingen zijn wenselijk en mogelijk. Zie het Tekstvak van waterschap Rivierenland over compenserende waterberging en het Tekstvak over Waterpeilen. En wat betekenen maatregelen voor het behalen van doelen voor de Kaderrichtlijn Water.
5
3.
4.
Landgebruik: welke maatschappelijk gewenste vormen van landgebruik met voldoende verdienvermogen blijven bestaan of worden ontwikkeld. En welke verdienmodellen we mogelijk willen maken. Samenwerken: hoe we richting en ruimte geven aan ontwikkelingen. Welke afspraken moeten partijen maken over planning en afstemmen van hun inzet van instrumenten en middelen voor bodemmaatregelen, waterbeheer en landgebruik.
Tekstvak over compenserende waterberging (bron: waterschap Rivierenland) De toepassing van waterinfiltratiesystemen (actief of passief) leidt tot extra waterafvoer (de bodem is natter). Er is daardoor compenserende waterberging nodig om aan de NBW-normen voor wateroverlast te voldoen (dit rekent Waterschap Rivierenland in 2022/2023 door). In de instemmingsbrief bij de Veenweidestrategie aan de Provincie Zuid-Holland geeft waterschap Rivierenland aan dat de kosten voor compenserende waterberging binnen het financiële kader moet plaatsvinden (de veroorzaker betaalt). Het waterschap zal niet tot vergunningverlening overgaan als compenserende waterberging niet vooraf geregeld is. In de aanvraag vergunning WIS moet de aanvrager beargumenteren wat nadelige effecten zijn op watersysteem. Aangezien dit erg complex is, neemt het waterschap dit over door zelf de NBW-toetsing uit te voeren bij aanleg WIS. Dat neemt niet weg dat de veroorzaker zelf moet zorgen voor de realisatie van compenserende maatregelen vanwege aanleg WIS. Tekstvak over uitgaan van waterpeilen in dan vigerende peilbesluit + peil volgt functie (bron: waterschap Rivierenland) De waterpeilen in het dan vigerende peilbesluit vormen de randvoorwaarde bij de uitrol van actieve WIS.
Het waterschap zal de waterpeilen vanwege de aanleg van actieve WIS niet verhogen om het waterbergend vermogen van het watersysteem te behouden. Het mooie van actieve WIS is dat dit functioneert onafhankelijk van de waterpeilen en de watergang; er is geen noodzaak om de waterpeilen aan te passen bij actieve WIS. Hogere peilen zijn gerelateerd aan een ander landgebruik en wijziging functies. Hierin zijn provincie en gemeente leidend. Het waterschap zal met haar waterbeheer de nieuwe functies zo goed mogelijk ondersteunen. Dat is de juiste volgorde (peil volgt functie), en niet andersom (functie volgt peil). De Veenweide Strategie van de provincie Zuid-Holland bestaat uit een adaptief proces van op steeds grotere schaal maatregelen nemen, daarvan leren en strategie aanpassen. De nadruk verschuift van kennis en ontwikkeling van maatregelen naar uitvoering en beleid. De komende jaren doorlopen partijen de stappen beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming en dit Gebiedsplan vormt de bijdrage van de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden voor de eerste periode.
6
2.
BESCHRIJVING VAN DE ALBLASSERWAARD-VIJFHEERENLANDEN
2.1.
Kenmerken van het gebied
De Canon van Alblasserwaard en Vijfheerenlanden beschrijft de geschiedenis van dit gebied. Interessant is het stuk over de ruilverkaveling van 1955 – 1987. Volgens de Canon kwam deze grootschalige ruilverkaveling er niet van de ene op de andere dag. Op 24 september 1965 waren bussen met boeren naar Hoornaar gereden om te stemmen voor een ruilverkaveling in de Alblasserwaard. In de tien jaar daarvoor waren er veel voorlichtingsavonden aan voorafgegaan. Mannen hadden een ruilverkavelingcursus gevolgd en met vrouwen en moeders was vooruitgeblikt op de vele vernieuwingen van de ruilverkaveling. Lang niet iedereen zag de grote operatie zitten. Jonge boeren waren in het algemeen voor, ouderen hadden hun bedenkingen. De ruilverkaveling maakte het landschap geschikt voor landbouw die gericht is op efficiënte productie voor de export; want dat was naast voedselvoorziening van ste Nederland vanaf 1850 en in de 20 eeuw de belangrijkste doelstelling van het Nederlandse 3 landbouwbeleid . Oude boerderijen werden verlaten, 116 nieuwe werden er gebouwd. Oude, kronkelige tiendwegen werden ingewisseld tegen 128 kilometer nieuwe, kaarsrechte wegen dwars door de polder. Poldersloten werden recht getrokken, nieuwe bruggetjes gebouwd. De les van dit traject is dat grote veranderingen tijd kosten en visie en vastberadenheid van alle betrokkenen.
En dat we accepteren dat het landschap mag veranderen als maatschappelijke opgaven daarom vragen. Gaandeweg kwam er in Nederland en de Alblasserwaard meer aandacht voor natuur- en landschapsbeheer. Levend symbool hiervan is Den Hâneker. Den Hâneker bestaat sinds 1994 en is hiermee de oudste natuur- en landschapsvereniging van Nederland. Den Hâneker zet zich in voor het behoud van de natuur in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Leden zijn “boeren, burgers en buitenlui”. Ongeveer een derde deel van de agrariërs in de Alblasserwaard / Vijfheerenlanden participeert in enige vorm van agrarisch natuurbeheer. In 2020 was er ±3.000 ha (12%) Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (exclusief 4 legselbeheer) op het landbouwareaal in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden . De Vogelwacht “De Alblasserwaard” bestaat als sinds 1969. De Figuur 3 laat zien waar de veengronden in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden liggen. In veel gevallen bedekt een kleilaag het veen. Hoe dikker de kleilaag hoe beter het veen is beschermd tegen veenoxidatie. Dat komt omdat klei het zuurstof tegenhoudt en dat het veen in het grondwater ligt als de kleilaag dik genoeg is en daardoor niet afbreekt.
Figuur 4 is door INFRAM gemaakt in opdracht van waterschap Rivierenland en laat zien dat er in de Alblasserwaard gebieden zijn zonder kleidek waar de beste kansen liggen om de CO2 uitstoot uit de bodem met maatregelen te verminderen.
2.2.
Algemene kenmerken van de landbouw in de Alblasserwaard
De cijfers over de landbouw zijn gebaseerd op onderzoek van het Kadaster (Figuur 5). Er zijn 352 landbouwbedrijven in de Alblasserwaard en 70% daarvan zijn melkveebedrijven. Het totale areaal landbouwgewassen is 15.368 ha en daarvan is het merendeel blijvend grasland. Ongeveer 75% van de landbouwgrond is in eigendom van boeren. Bedrijven zijn tussen de 30 en 40 hectare groot en dat is vergelijkbaar met andere veengebieden in de westelijke veenweiden. Het percentage huiskavels is 55%. Het Kadaster beoordeelt deze situatie als redelijk en ziet ruimte voor verbetering 45% van de ondernemers is jonger dan 55 jaar. 67% van de boeren heeft een opvolger of is zelf jonger dan 50 jaar. Deze getallen 3 4
Het Landschap De Mensen Nederland 1850-1940, Auke van de Woud, 2020. Factsheet Collectief Alblasserwaard-Vijfheerenlanden.
7
geven aan dat jonge ondernemers toekomstperspectief zien om in dit gebied een agrarisch bedrijf verder te ontwikkelen. Omdat er ook bedrijven zullen stoppen komt er ook grond beschikbaar. De landbouw in het gebied blijft in beweging. De landbouwvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden van LTO en het Visiedocument Landbouw van de gemeente Molenlanden willen door middel van kavelruil werken aan agrarische structuurversterking om regie te voeren op de ontwikkeling van de landbouw. Het aandeel melkveebedrijven in Vijfheerenlanden is 59%. Er is in de Vijfheerenlanden meer tuinbouw, akkerbouw en overige graasdieren dan in de Alblasserwaard. Jonge ondernemers in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden maken zich zorgen over het verdienvermogen van hun bedrijven. In gesprekken vertellen boeren dat ze graag werken aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer en kansen zien voor de duurzame ontwikkeling van hun bedrijf. De crux is dat investeren in de duurzame ontwikkeling van je bedrijf op korte termijn vooral geld kost en daarmee het bedrijf kwetsbaarder maakt voor tegenvallers zoals een nat voorjaar, slechte melkprijs of zieke koeien. 5 Boeren in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden herkennen het beeld van het PBL en de Taskforce Verdienvermogen dat de grondprijs en de schuldenlast van bedrijven zijn gestegen.
Dat maakt investeren in duurzame bedrijfsontwikkeling steeds moeilijker voor veel boeren Figuur 6. Daarbij komt dat banken nu ook kijken naar de liquiditeit van bedrijven en niet meer alleen naar de waarde van het onderpand (de grond). Lenen is nu moeilijker dan vroeger. 58% van de rundveehouders geeft aan dat het in vergelijking 6 met 2 jaar geleden moeilijker is geworden om financiering voor hun bedrijf te krijgen . Als boeren meer ruimte op hun bedrijf willen maken om aan maatschappelijke opgaven te werken, bijvoorbeeld door meer aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer of de grondwaterstand te verhogen om veenoxidatie te remmen dan kunnen ze dat in theorie op twee manieren aanpakken: 1. Minder koeien gaan houden op hetzelfde areaal land. 2. Meer land kopen en niet of beperkt koeien erbij nemen. Binnen het huidige economische systeem is minder koeien houden onmogelijk voor de meeste boeren want vaste kosten zoals hypotheek, arbeid en machines nemen niet af terwijl inkomsten uit melk wel dalen. De compensatie van Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer is te laag om de gedaalde inkomsten uit melk op te vangen. Meer land kopen zonder meer melk te produceren is met de huidige grondprijzen voor de meeste boeren ook niet weggelegd.
Het begin van dit hoofdstuk beschreef al waarom er in de landbouw algemeen weinig ruimte meer is om te investeren in ontwikkelingen die niet meteen geld opbrengen. 7
Uit onderzoek van PPP-Agro Advies blijkt dat het arbeidsinkomen van extensieve boeren EUR 30.000, 8 lager is dan van intensieve boeren. Uit onderzoek in het project Veenweiden in Beweging bevestigt het beeld: de kosten van aflossen en rente aankoop grond en toegenomen kosten van arbeid en loonwerk (er zijn meer hectares te bewerken) wegen niet op tegen extra inkomsten uit Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer en besparingen op mestafvoer. De inkomsten stijgen met ongeveer EUR 9.000, - en de kosten stijgen met ongeveer 42.000, - per jaar.
5
Naar een wenkend perspectief voor de Nederlandse landbouw. Voorwaarden voor verandering PBL Planbureau voor de Leefomgeving Den Haag, 2018 PBL-publicatienummer: 2717. 6 Wat wil de veeboer, 2021 Rapport I&O research. 7 https://ppp-agro.nl/actueel/arbeidsinkomen-extensieve-boeren-e-30-000-lager/ 8 https://www.hdsr.nl/werk/info-op-maat/gemeenten/omgevingswet/veenweiden-beweging/
8
Een beter verdienvermogen is een essentiële randvoorwaarde voor een vitale landbouw en daaraan kunnen we op vier manieren werken: 1. Lagere productiekosten, bijvoorbeeld lagere grondprijzen en minder kilometers door betere kavelstructuur. 2. Hogere inkomsten uit melk: meer melk produceren of een hogere prijs per liter melk. 3. Inkomsten die niet afhangen van melkproductie, zoals agrarisch natuur- en landschapsbeheer en carbon credits. 4. Aanvullende verdienmogelijkheden o.a. door waardevermeerdering van het basisproduct (bv kaas maken), natuurbeheer i.o.v. terreinbeheerders, recreatieve dienstverlening of zorgdiensten etc. We hebben geen cijfers van de economische positie van bedrijven in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. In een landelijke enquête beoordeelt 43% van de rundveehouders hun financiële situatie als zeer goed tot tamelijk goed en 16% als tamelijk slecht of zeer slecht. 21% van de rundveehouders denkt er de komende 2 jaar op vooruit te gaan en 20% denkt er op achteruit te gaan (Bron: I&O research 2021).
9
Figuur 3. Bodemkaarten
10
Figuur 4. Kleidikte in veengebied
11
Figuur 5. Dashboards met informatie over landbouw
12
Figuur 6. Ontwikkeling schuld, grondprijs en aantal en schaalgrootte bedrijven in Nederland
13
2.3.
Landgebruik
Figuur 7 laat zien waar de natuurgebieden in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden liggen. Natura 2000gebieden zijn een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie bestaande uit Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden. Natura 2000-gebieden zijn een samenvoeging van beide richtlijnen en de daarin gelegen beschermde natuurmonumenten. De data van de Alblasserwaard (provincie Zuid-Holland) is afgeleid uit de ‘Visie Ruimte en Mobiliteit’ opgesteld door de provincie Zuid-Holland in 2019. Hierin worden de volgende categorieën onderscheiden: 1. Bestaande en nieuwe natuur. Dit vormt de hoofdstructuur van de natuur. 2. Ecologische verbinding: Deze verbinden grotere gelijksoortige natuurgebieden met elkaar. 3. Waternatuurgebied: Natuurgebied dat voornamelijk uit water en/of moeras bestaat. 4. Grote wateren en Noordzee: In Alblasserwaard gaat het om de rivieren Lek, Noord en Boven en Beneden Merwede. De data van Vijfheerenlanden (provincie Utrecht) is afgeleid uit de Interim omgevingsverordening / omgevingsvisie die provinciale staten van Utrecht op 10 maart 2021 hebben vastgesteld. De data zijn aangevuld met informatie uit het Natuurbeheerplan (NBP) 2021 eveneens opgesteld door de provincie Utrecht. Hierdoor kan het Natuurnetwerk Nederland (NNN) in Utrecht worden opgedeeld in 4 categorieën: 1. NNN "natuur": Dit betreft bestaande en al ingerichte natuur. 2.
NNN "te ontwikkelen natuur": De als ‘nog te ontwikkelen natuur’ begrensde gebieden dienen als versterking en verbinding van de bestaande natuurgebieden in het NNN. 3. NNN "agrarisch": natuurgebieden waar agrarisch natuur- en landschapsbeheer plaatsvindt. 4. NNN "overig": Dit betreft landschapselementen, zoals dijken en bomenrijen. Naast de NNN is er in de provincie Utrecht ook nog sprake van de ‘Groene Contour’. Binnen de 'Groene contour' liggen gebieden die van belang worden geacht voor het functioneren van het NNN, maar die niet onder het NNN zelf vallen, omdat er tot 2021 geen financiering met Rijksmiddelen mogelijk is. In het Akkoord van Utrecht hebben de deelnemende partijen afgesproken dat binnen deze gebieden op 3000 ha grond op vrijwillige basis nieuwe natuur gerealiseerd kan worden. Na realisatie wordt deze nieuwe natuur opgenomen in het NNN. De gebieden van de Groene Contour bevinden zich alleen binnen de voormalige gemeente Vianen, dat voor 1 januari 2021 al bij de provincie Utrecht hoorde. De Natura-2000 gebieden hebben een begrenzing zoals die in november 2018 is vastgesteld. Figuur 8 laat zien dat het grootste deel van de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden worden gebruikt voor 9 permanent grasland. In 2020 was er ±6.000 ha ANLb (dit is ±25% van ±23.
640 ha landbouwgrond Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (cijfers van Collectief Alblasserwaard-Vijfheerenlanden).
9
Inclusief legselbeheer en exclusief ca. 800 hectare waar ruige stalmest wordt uitgereden (bron Collectief AV).
14
Figuur 7. Natuurgebieden, zie tekst hierboven voor uitleg legenda
15
Figuur 8. Gewaspercelen / landgebruik
16
2.4.
Oppervlaktewaterbeheer
Taken waterschap bij het waterbeheer De algemene taken van het waterschap staan in het recent vastgestelde Waterbeheerprogramma 20222027. https://www.waterschaprivierenland.nl/waterbeheerprogramma-2022-2027. Het Gebiedsprogramma A5H De veengronden in de Alblasserwaard worden grotendeels van water voorzien vanuit de inlaat bij gemaal Kinderdijk. In het gebiedsprogramma A5H is nagedacht over een nieuw afvoergemaal met inlaatvoorziening. Het doel van het bestaande en het nieuwe gemaal is de toetspeilen in de lage boezems te verlagen zodat de veiligheid en stabiliteit van de boezemkaden gewaarborgd blijven. Het waterschapsbestuur heeft besloten dat in de periode 2026-2028 een nieuwe gemaal bij Hardinxveld wordt gerealiseerd naast het Kanaal van Steenenhoek. Het gemaal zal via een nieuw boezemkanaal, tracé nog onbekend, met de Giessen in verbinding worden gebracht Het bestaande afvoergemaal Kinderdijk, inclusief inlaatvoorziening, blijft in werking. Vanuit het nieuwe gemaal bij Hardinxveld kan water worden ingelaten vanuit het hoofdwatersysteem van de Merwede, waar voldoende en zoet (i.e. niet brak) water aanwezig is. Met de inlaatvoorzieningen bij het nieuwe gemaal Hardinxveld en het bestaande gemaal Kinderdijk, kan naar verwachting voorzien worden in de waterbehoefte van de Alblasserwaard.
Informatie over de waterbeschikbaarheid vanuit het hoofdwatersysteem is bijvoorbeeld te vinden op een informatieve site www.wabes.nl. In 2035 zullen de genomen maatregelen rond de afvoersituatie worden geëvalueerd, en tegen het licht gehouden van de dan heersende inzichten en ontwikkelingen van het klimaat. Het belang van waterafvoer en wateraanvoer bij de aanleg van infiltratiedrainage In figuur 12 is de geschiktheid van de peilgebieden voor waterafvoer en wateraanvoer gegeven. De kaarten zijn gebaseerd op bestaande modelleringen van het waterschap. De geschiktheid van de peilgebieden is weergegeven in vijf klassen (tussen haakjes het aantal rekenpunten dat níet voldoet): meest (0-1%), meer (1-25%), minder (26-50%), minst (51-75%), niet (76-100%). Uit de kaarten blijkt dat de wateraanvoer in de peilgebieden grotendeels meest tot meer geschikt is. Daarbij is rekening gehouden met een wateraanvoer voor infiltratiedrainage van 0,1 liter per seconde per hectare als vuistregel. De geschiktheid geldt alleen voor de hoofdwatergangen (A-watergangen volgens de legger). Lokaal in de kleinere B- en C-watergangen kunnen zich terdege hydraulische knelpunten voordoen. De geschiktheid voor waterafvoer is van belang omdat de aanleg van infiltratiedrains tot snellere afvoer van regenwater naar de watergangen leidt.
De berging in de bodem vermindert namelijk vanwege de hogere grondwaterstanden in de percelen. De peilgebieden die meest tot meer geschikt zijn voor waterafvoer heeft het waterschap, tezamen met dezelfde categorie voor wateraanvoer, aangedragen om het zoekgebied voor maatregelen in spoor 1 (zie elders in dit Gebiedsplan) op te baseren. Het belang van behoud van aanwezige waterberging voor aanwezige functies Bebouwing, percelen en hun gebruikers moeten geen overlast ondervinden als water niet snel genoeg kan worden afgevoerd. Het water moet kunnen worden afgevoerd en niet de huizen in stromen bij hevige regenbuien en geen schade aan gewassen te veroorzaken. Waterinfiltratiesystemen hebben als doel het verhogen van de grondwaterstand in percelen en daardoor neemt het waterbergend vermogen van percelen af en stroomt het regenwater eerder de sloot in. Bij hevige buien kan dit tot wateroverlast leiden. Als we uitgaan van een hevige bui die gemiddeld een keer in de 50 jaar voorkomt (T50) dan blijkt uit een
17
memo van het vooraanstaande adviesbureau HKV (Waterstandsverandering door aanleg van actieve waterinfiltratiesystemen in de Alblasserwaard; 21 juni 2022. In opdracht van Waterschap Rivierenland, memo is op te vragen bij opvraagbaar is bij t.drost@wsrl.nl) dat als gevolg van de hogere grondwaterstanden door infiltratiedrains het waterniveau in de watergangen tot ongeveer 2 cm tot 6 cm meer kan stijgen dan zonder infiltratiedrains. Waarbij 6 cm een uitschieter is en de meeste waarden tussen 2 en 4 cm liggen. Als we 6 cm als een uitschieter beschouwen dan gaan we met 2 cm en 4 cm verder voor respectievelijk een hoge en een lage benadering van de waterstandsstijging als gevolg van een hevige bui, en de benodigde waterberging om deze stijging te compenseren. A. BEREKENING VAN BENODIGDE COMPOENSERENDE WATERBERGING OBV 2 CM Bij 600 ha infiltratiedrains (500 ha uit impulsproject en 100 ha uit project GCKB) en een aandeel open water 3 van 12%, leidt dit via een indicatieve berekening tot een verlies aan waterberging van 16.000 m . Stel er kan een schijf van 30 cm gerealiseerd worden (verschil tussen beoogde grondwaterstand in perceel -20 cm, en drooglegging -50 cm). Dan is bijna 5½ ha nodig aan waterberging. Bij geschatte aankoop en 2 inrichtingsprijs van € 25 per m is hier een bedrag mee gemoeid van minimaal € 1.375 .000. B.
BEREKENING VAN BENODIGDE COMPOENSERENDE WATERBERGING OBV 4 CM Bij 4 cm stijging van het waterpeil in de watergangen verdubbelen de bovenstaande getallen: 32.000 m3 waterberging nodig op 11 ha waarmee en bedrag van € 2.750.000 is gemoeid. Het waterschap zal de benodigde waterberging ter compensatie van de aanleg van infiltratiedrains het lopende jaar uitrekenen bij zowel het nieuwe peilbesluit als voor de NBW-normen voor regionale wateroverlast. Naar verwachting zijn de resultaten medio 2023 beschikbaar. Het is onderwerp van bestuurlijk overleg hoe met de compensatieberging wordt omgegaan. In de instemmingsbrief bij de VWS heeft WSRL aangegeven dat de compenserende waterberging financieel ten laste van het impulsproject of de provincie moet komen. We verwachten dat de hoeveelheid waterberging naar beneden kan worden bijgesteld. Herziening van het peilbesluit voor de Alblasserwaard Het waterschap is bezig met de voorbereidingen voor herziening van het peilbesluit voor de Alblasserwaard. Onderdeel hiervan is het uitvoeren van een analyse naar de maaivelddaling.. Het algemeen bestuur van het waterschap heeft op 18 februari 2022 de volgende uitgangspunten voor het nieuwe peilbesluit vastgesteld: • Het winterpeil wordt met 5 cm verhoogd tot 5 cm beneden het zomerpeil.
• De peilmarges om in te spelen om weersomstandigheden blijft 5 cm boven en onder het vastgestelde peil van het oppervlaktewater. • Peilindexatie geven we vorm door de zomer- en winterpeilen niet meer volledig met de maaivelddaling te laten meebewegen. • Peilverhoging is niet aan de orde. Met drukdrainage op alle veengronden (15.000 ha) in de Alblasserwaard kan de CO2 uitstoot met 40-55% worden verminderd. Dit resulteert in een opgave voor compenserende waterberging (2 cm peilstijging bij 3 hevige regenval (zie eerder) van ruim 400.000 m op 135 ha voor ruim € 34 miljoen bij een lage schatting van 2 cm peilstijging. Bij 4 cm (hoge schatting) verdubbelen de getallen: 800.000 m3 compenserende waterberging nodig op 270 ha en 68 miljoen euro.
18
Het waterschap heeft aangegeven beslist van de huidige peilen uit te gaan. Wanneer de drooglegging met 10 cm verminderd wordt, wordt de geschiktheid voor de huidige functies significant verminderd. Ook ontstaat een gigantisch opgave voor compensatie van verloren gegane waterberging. Bij alle veengronden 3 (15.000 ha) is om peilstijging van 12 cm te compenseren, 2.400.000 m waterberging nodig op 810 ha waterberging voor ruim € 200 miljoen. Bij 14 cm wordt dit 2.800.000 m3, 945 ha, en 235 miljoen euro De rekenvoorbeelden zijn bedoeld om gevoel voor getallen te geven, die compenserende waterberging mee zich meebrengt. Boven op de kosten voor waterberging komen kosten voor bijvoorbeeld aanpassen gemalen en watergangen. Tijdens een expertmeeting van alle waterschappen en provincies in de veenweidegebieden is afgesproken om bij inschatten van de kosten van aanpassen watersysteem bij het opstellen van de gebiedsplannen in Nederland gebruik te maken van de volgende rekenregel: kosten aanpassen watersysteem aan waterinfiltratie is tenminste EUR 1.750,- per hectare aangelegde waterinfiltratie. Het bedrag wordt dan 600 ha x €1.750 = €1.050.000, ruim 1 miljoen euro. Het bedrag voor 500 ha, zijnde € 875.000 is in de begroting opgenomen.
Berekeningen door de provincie Zuid-Holland laten zien dat dat aanvullend op drukdrainage, de drooglegging naar 30 cm brengen, leidt tot een aanvullende CO2 reductie van 6-13%. Peilverhoging heeft relatief beperkt effect, als er al drukdrainage of AWIS ligt met 55% CO2-reductie. Zie tabel in paragraaf 6.4. Het belang van een goede drooglegging Drooglegging is het slootpeil ten opzichte van maaiveld. Het waterschap legt het peil vast in het peilbesluit als de hoogte van het slootpeil ten opzichte van NAP (Figuur 10). Het waterschap hanteert winter- en zomerpeilen. In de kaart van Figuur 11 is de drooglegging te zien ten opzichte van zomerpeil. Het peil is voor elk perceel in een peilvak gelijk. De drooglegging hangt af de maaiveldhoogte van het perceel en kan binnen en tussen percelen verschillen. Laaggelegen delen van weilanden kunnen natter zijn dan hoger gelegen delen in hetzelfde peilvak. De drooglegging van percelen en de afstand tussen de sloten beïnvloeden hoe nat het veen kan blijven, naast andere kenmerken zoals klimatologische omstandigheden, doorlatendheid van het veenveen of de aanwezigheid van infiltratiedrains. Omdat veengrond water minder goed doorlaat dan veel andere bodems is er een beperkte relatie tussen slootpeil en grondwaterstand in de percelen.
Vooral in de zomer kan de grondwaterstand decimeters lager zijn dan het slootpeil omdat de (gewas)verdamping veel groter is dan de indringing van oppervlaktewater vanuit de sloot. De veenbodem droogt dan uit. Een van de maatregelen tegen veenoxidatie is de aanleg van infiltratiesystemen. Oppervlaktewater stroomt via de infiltratiesystemen makkelijker het perceel met een veenopbouw in. Het belang van drooglegging voor remmen van uitstoot broeikasgassen In het boek Paludiculture-productive use of wet peatlands (2016) geven Jurasinski et al. een internationaal overzicht van alle metingen aan het verband tussen de gemiddelde grondwaterstand en emissies van broeikasgassen. Uit de gegevens blijkt dat CO2 emissies afnemen als de grondwaterstand hoger worden en dat CH4 (methaan) emissies dan toenemen (Figuur 9). Overigens hebben bodemeigenschappen (organisch stof gehalte en samenstelling, kleigehalte) en gebruik (gewas, bemesting) ook effect – het NOBV doet hiernaar onderzoek. De metingen suggereren dat de optimale grondwaterstand voor het reduceren van emissies van broeikasgassen zich rond de 20 cm beneden maaiveld bevindt maar dat er grote verschillen zijn tussen verschillende systemen. Er is overigens niet gemeten aan ontwaterde
19
landbouwsystemen die opnieuw vernat zijn. Het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) meet hier nu wel aan. Meer informatie staat op de site www.nobveenweiden.nl. Het belang van drooglegging voor de landbouw Voor de landbouw is een goede drooglegging belangrijk omdat het anders te nat wordt voor weidegang en maaien en omdat het gras minder goed groeit. Verminderen van de drooglegging gaat gepaard met kosten. Figuur 13 toont de extra kosten van een mindere drooglegging zoals die zijn berekend op basis van gegevens in de Krimpenerwaard. De balken tonen het gemiddelde over 10 jaar en de lijnen in de balken van laten zien dat de kosten per jaar kunnen verschillen. In een droog jaar zijn ze lager en in een nat jaar hoger. De kosten zijn vooral voor aankoop van voer en de ondernemer wordt daarmee ook kwetsbaarder voor prijsfluctuaties, zeker in natte jaren als er meer vraag naar voer is. Op landbouwpercelen zoekt het waterschap een balans tussen optimale productieomstandigheden, tegengaan bodemdaling en risico op wateroverlast. In de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden is de drooglegging van veenweidenpercelen meestal tussen de 40 en 60 centimeter beneden maaiveld (Figuur 11). In het algemeen bedraagt de drooglegging 50 cm.
Het belang van drooglegging voor natuur Natuurgebieden in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden hebben voor het halen van de 10 instandhoudingsdoelstelling een kleinere drooglegging dan landbouw . Het N2000 gebied van de Donkse Laagten heeft bijvoorbeeld een drooglegging van 0-20 cm. Het belang van een goede wateraanvoer en waterafvoer Waterschap Rivierenland heeft kaarten gemaakt van de geschiktheid van peilvakken voor de aanvoer en afvoer van water. Zie Figuur 12. Deze informatie is van belang omdat: • Bebouwing, percelen en hun gebruikers geen wateroverlast moet ondervinden als water niet snel genoeg kan worden afgevoerd. Het water moet kunnen worden afgevoerd en niet de huizen in stromen bij hevige regenbuien en geen schade aan gewassen te veroorzaken. • Maatregelen die leiden tot verhoging van de grondwaterstand in percelen en peilvakken effecten kunnen hebben op watervraag en waterafvoer. Hogere grondwaterstanden kunnen leiden tot minder berging in het systeem omdat een groter deel van de bodem al met water verzadigd is en geen water meer opneemt. Er moet in dat geval meer water worden afgevoerd bij intense regenval en /of er ontstaat eerder overlast voor gebruikers en bewoners van 11 het gebied.
Onderzoek in de Proefpolder Kringlooplandbouw laat echter ook zien dat hevige regenval op zeer droge bodems via krimpscheuren of harde bovengrond snel naar de sloot stroomt en in vochtige bodems beter infiltreert. Als ook het slootpeil wordt verhoogd om de grondwaterstand te verhogen dan neemt het bergend vermogen nog verder af. Figuur 12 laat zien dat er bij de bestaande slootpeilen al peilgebieden zijn waar de afvoer van water als minder, minst en niet geschikt te beoordelen valt. Over het algemeen is er voor de aanvoer van water
10
Zie bijvoorbeeld het Natura 2000-beheerplan van de Donkse Laagten Debby van Rotterdam (NMI), Gerard Ros (NMI/Waternet), Jeroen Pijlman (LBI), Frank Verhoeven (Boerenverstand), Wim Honkoop (PPP-Agro Advies), Peter Schipper (WEnR), Rob Hendriks (WEnR), Luuk van Gerven (WEnR) en Gé van den Eertwegh (KnowH2O/VIC), 2021. Proefpolder Kringlooplandbouw – Verbeteren waterkwaliteit door landbouwmaatregelen ter reductie van nutriëntenbelasting in veenweidegebieden – Casestudie in polder Groot Wilnis-Vinkeveen. Projectteam Proefpolder Kringlooplandbouw, 2021. 11
20
meer ruimte zoals kaart (geschiktheid voor wateraanvoer laat zien). Het is goed om te realiseren dat de geschiktheidskaarten voor wateraanvoer (bij herhalingstijd van 10 jaar) en waterafvoer (bij herhalingstijd van 1 jaar) gebaseerd zijn op bestaande modelinformatie voor alleen de A-watergangen. Lokaal (B- en Cwatergangen) kunnen er terdege zich knelpunten voordoen die niet op de geschiktheidskaarten staan. Het is belangrijk om bij het nemen van maatregelen tegen veenoxidatie nadelige effecten op wateraanvoer en waterafvoer op te vangen. In spoor 1 onderzoeken we dat. Het waterschap kan dit op zijn vroegst medio 2023 hebben berekend (doorrekenen peilbesluit en toetsing aan NBW-normen). Mogelijk blijkt uit deze doorrekeningen dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Het waterschap gaat ervan uit dat deze compenserende maatregelen in het (financiële) kader van de Veenweidestrategie Zuid-Holland worden uitgevoerd.
21
Figuur 10. Begripsuitleg slootpeil, drooglegging en grondwaterstand
Figuur 9. Verband uitstoot broeikasgassen en grondwaterstand
22
Figuur 11. De drooglegging in de Alblasserwaard. De drooglegging is de berekende drooglegging op basis van vigerende peilen 2021 en de actuele hoogte bestanden (AHN3)
23
Figuur 12. Geschiktheid van een peilvak voor wateraanvoer en waterafvoer
24
Figuur 13. Gevolgen van verminderde drooglegging voor melkveebedrijven in de Krimpenerwaard. WUR Rapport 88, 2007
25
2.5.
Grondwateronttrekkingen voor drinkwater
In de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden onttrekt OASEN water voor de bereiding van drinkwater op de locaties: 1) De Steeg bij Langerak: 11,0 Mm3/jaar vergunningscapaciteit (bron: NRD ontwikkeling oevergrondwaterwinning Krimpenerwaard/Alblasserwaard) (9 miljoen m3 drinkwater per jaar operationeel). 2) De Laak bij Lexmond: 12,8 Mm3/jaar vergunningscapaciteit (bron: NRD) (12 miljoen m3 per jaar operationeel). 3) De Put bij Nieuw Lekkerland: 4,5 Mm3/jaar vergunningscapaciteit (bron: NRD) (1,5 miljoen m3 drinkwater per jaar operationeel) Uit voorspellingen blijkt dat OASEN, net als alle waterbedrijven, rekening moet houden met een stijging van het drinkwatergebruik in haar voorzieningengebied. Om te kunnen blijven voldoen aan de leveringsplicht van drinkwater zoekt OASEN momenteel in ASV gebieden (aanvullende strategische voorraden waterwinning) in Alblasserwaard en de Krimpenerwaard naar een extra aanvullende 3 winningslocatie van 8 miljoen m per jaar. ASV gebieden worden in Nederland door de provincies aangewezen als mogelijke plek voor een drinkwatervoorziening. Dit gaat om grondwatervoorraden die ingezet kunnen worden voor de drinkwaterproductie. Eenmaal aangewezen is het de taak van de provincie om deze gebieden ook te beschermen (zie kaart voor ligging gebieden in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden).
Momenteel wordt in 7 zoekgebieden in Zuid-Holland in opdracht van Oasen een milieueffectenrapportage uitgevoerd. Die is naar verwachting in eerste helft van 2023 gereed en dan zal de MER-commissie een onafhankelijk advies uitbrengen over de voorkeurslocatie. Tijdens de klankbordgroep van 29 maart 2022 heeft Oasen medegedeeld dat hierbij geen formeel inspraakmoment is.
26
Zodra de voorkeurslocatie bekend is zal in een 2e fase een project MER voor de voorgestelde locatie worden uitgevoerd. Dat is ook het moment voor bestuurlijke oordeelsvorming door de diverse belanghebbende partijen. Uit deze bestuurlijke oordeelsvorming zal duidelijk worden of het voorbehoud (geen A-WIS in zoekgebied dat samenvalt met ASV-gebied) geheel of gedeeltelijk kan komen te vervallen. Tijdens de klankbordgroep van 29 maart 2022 heeft Oasen het volgende medegedeeld in 2024 is de formele terinzagelegging van het MER-rapport en het concept-besluit van de Provincie Zuid-Holland. Het zoekgebied voor drukdrainage in dit Gebiedsplan heeft een grote overlap met het ASV-gebied ten zuiden van de Lek. Ongeveer de helft van de 1.600 ha van het zoekgebied overlapt met de ASV. Het waterschap heeft in het voorjaar van 2023 Oasen hierover geschreven: Kader: Samenhang tussen impulsproject waterinfiltratie en nieuwe drinkwaterwinning Oasen Het waterschap verwacht dat een nieuwe oevergrondwaterwinning in de Alblasserwaard een significante verlaging van de (ondiepe) grondwaterstand tot gevolg heeft. Zonder mitigerende en compenserende maatregelen zal dit leiden tot versterkte veenoxidatie met verhoogde CO2-uitstoot en versnelde maaivelddaling.
De wateraanvoerbehoefte, welke nodig is voor het compenseren van verlaging van de grondwaterstanden als gevolg van een nieuwe oevergrondwaterwinning, is echter nog niet onderzocht, evenmin als de hydraulische knelpunten die zich daarbij kunnen voordoen. Het beïnvloedingsgebied van enkele locatiealternatieven voor een nieuwe oevergrondwaterwinning voor drinkwater, valt voor een groot deel samen (overlap) met het zoekgebied voor waterinfiltratiesystemen van voorliggende Veenweidestrategie Alblasserwaard. We schatten in dat de wateraanvoerbehoefte meer dan verdubbelen zal. We hebben sterke bedenkingen bij de combinatie van compenserende maatregelen voor oevergrondwaterwinning en veenweideaanpak. De verdubbelde hoeveelheid wateraanvoer kan beslist niet gegarandeerd worden. We schatten in dat het watersysteem niet in de volledige waterbehoefte kan voorzien. Wij adviseren Oasen dan ook om, naast het m.e.r.-traject, een wateraanvoerplan en watercompensatieplan op te stellen. Om deze reden zullen we eerst de uitkomsten van het hydrologisch onderzoek voor compenserende maatregelen (zijnde het wateraanvoerplan en het watercompensatieplan) afwachten, voordat we in het kader van voorliggende Veenweidestrategie Alblasserwaard kunnen meegaan met de voorbereidingen rond de aanleg van waterinfiltratiesystemen in het overlap-gebied.
Uit het bovenstaande volgt dat voor het zoekgebied voor Actieve Waterinfiltratiesystemen twee verschillende tempo’s wordt gekozen: 1. Voor het zoekgebied A-WIS dat geen overlap met het ASV-gebied heeft, kan het gebiedsproces worden aangevangen nadat alle partijen schriftelijk, bestuurlijk (vergelijkbaar niveau) hebben ingestemd. 2. Voor het zoekgebied A-WIS dat overlapt met het ASV-gebied, wordt eerst de bestuurlijke oordeelsvorming rond fase 2 van het MER-proces van de nieuwe drinkwaterwinningen (hiervoor beschreven) van het drinkwaterbedrijf afgewacht. Deze overlap is relevant omdat grondwaterwinning, aanvullend op het bovenstaande tekstkader, afhankelijk van bodemtype en hoeveelheid gewonnen water, de volgende invloeden kan hebben: 1) Een lagere grondwaterstand direct onder maaiveld in het gebied rond de winning. 2) Zetting in de diepere ondergrond met verzakkingen van huizen en dijklichamen tot gevolg.
27
3) Deze maaivelddaling door veenoxidatie en zetting kan onregelmatig zijn waardoor het maaiveld ongelijker wordt en plassen op het veld, huizen scheuren gaan vertonen ontstaan. Binnen een peilvak is dit met waterbeheer niet op te lossen. 4) Als onder deze omstandigheden wordt gekozen voor waterinfiltratiesystemen om veenoxidatie te remmen dan kan een lagere grondwaterstand de effectiviteit deze systemen verminderen.
Op basis van ervaringen in Langerak constateren de partijen dat de mogelijke overlap tussen maatregelen waterinfiltratie en waterwingebied een zeer zorgvuldige aanpak vereist. Ervaringen van waterwinning De Steeg in Langerak De grondwaterwinning voor drinkwater in Langerak (De Steeg) levert 9,5 miljoen m3 drinkwater per jaar uit diep grondwater en ondiepe oevergrondwater. De winning is sinds 1987 in productie en ging gepaard gaat met extra daling van het maaiveld. Deels is dit het gevolg van zetting van de diepere ondergronden en deels door veenoxidatie, omdat de (freatische) grondwaterspiegel direct onder het maaiveld naar beneden wordt getrokken. Hierdoor ontstonden ongewenste situaties (onregelmatige daling en putvorming) en sommige percelen moesten worden opgehoogd om effecten te 12 compenseren. Met modelonderzoek berekende Witteveen + Bos in 2012 nabij de onttrekking een freatische grondwaterstand die 25-50 cm lager was als gevolg van de aanwezige drinkwaterwinning. In een gebied rondom de onttrekking berekende Witteveen+Bos een freatische grondwaterstand van 525 cm lager dan zonder winning. Aandachtspunten voor combinatie waterinfiltratiesystemen en waterwinning Het Veenweiden Innovatiecentrum heeft advies gegeven over de combinatie van waterwinning met waterinfiltratiesystemen. Het advies luidt:
12
Regionale Verkenning Zoetwater Rivierengebied Knelpuntenanalyse 2.0 Witteveen+Bos (2012) in opdracht van waterschap Rivierenland, provincie Gelderland, provincie Noord-Brabant, provincie Utrecht, provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat
28
Kader: advies van het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC) Over de vraag of actieve waterinfiltratie nog effectief is onder deze omstandigheden bij een nieuwe drinkwaterwinning is contact geweest met het Veenweiden Innovatie Centrum (VIC). Bij een drinkwaterwinning zullen door dalende grondwaterstand de veenafbraak en de compactie (klink) van veenbodems toenemen. Dit komt overeen met een wegzijgingssituatie en in dat soort omstandigheden kan een actief waterinfiltratiesysteem juist effectief zijn, mits goed aangelegd en gebruikt. Vanwege de toegenomen -in dit geval opgelegde wegzijging als gevolg van een mogelijke drinkwaterwinning, zal de waterbehoefte van de drains namelijk toenemen, en daarbij neemt ook de wateraanvoerbehoefte naar de drains toe. Er zal niet altijd sprake zijn van een grote aanvoerbehoefte. In perioden van neerslagoverschot is daar geen sprake van. Ook is de ervaring met actieve waterinfiltratiesystemen dat het makkelijker is om een gewenste grondwaterstand vast te houden door vroegtijdig te gaan infiltreren wanneer de grondwaterstand uitzakt, dan dat is om de grondwaterstand weer omhoog te krijgen. Het is van belang te zorgen voor voldoende aanvoercapaciteit door het systeem voldoende groot te dimensioneren. Dat geldt voor de drainafstand (uitgaan van 4 tot maximaal 5 meter), de diameter van verzameldrains, en de capaciteit van de pomp.
Het is verstandig om te zorgen voor een draaipijp, waarmee de put van het waterinfiltratiesysteem direct met de sloot kan worden verbonden. In perioden met een grote watervraag kan de put direct met de sloot worden verbonden om zo voor directe wateraanvoer te zorgen. Dat zorgt ervoor dat de pompcapaciteit niet op extreme situaties gedimensioneerd hoeft te worden. Zo’n draaipijp is overigens gebruikelijk bij actieve waterinfiltratiesystemen. Om voor de drainafstand uit te gaan van 4 meter bij het opstellen van een drainageplan is ook volgens de laatste KIWA-richtlijn (hier te vinden: https://www.kennisprogrammabodemdaling.nl/home/onderwaterdrainage-2/ ). Een grotere dimensionering werkt kostenverhogend. Het is van belang dat er voorafgaand aan de aanleg van een waterinfiltratiesysteem een goed drainageplan wordt opgesteld met voldoende capaciteit, rekening houdend met de doorlatendheid van de bodem en de watervraag door verdamping, watergebruik door het gewas en de extra wegzijging door de drinkwaterwinning. Het waterschap Rivierenland heeft in berekeningen over de geschiktheid van peilvakken voor waterinfiltratie buiten de werking van A-WIS binnen context van dit Gebiedsplan, geen rekening kunnen houden met de aandachtspunten van het Veenweiden Innovatiecentrum.
Het waterschap schat in dat de wateraanvoerbehoefte meer dan verdubbelen zal bij een combinatie van compenserende maatregelen voor een oevergrondwaterwinning en waterinfiltratie voor de veenweideaanpak. De geschiktheidskaarten voor wateraanvoer in het begin van dit Gebiedsplan gelden niet voor WIS ten behoeve compensatie voor drinkwaterwinning en al helemaal niet voor combinatie van compensatie voor drinkwaterwinning en CO2reductie in kader van dit Gebiedsplan. Conclusie 1) Combinatie van waterwinning met waterinfiltratie (impulsproject 500 ha): a. Een nieuwe grondwaterwinning leidt tot daling van de grondwaterstand en daardoor tot meer bodemdaling en een grotere CO2 uitstoot. Om dit negatieve effect te compenseren dient er meer water in de percelen te worden geïnfiltreerd en meer oppervlaktewater te worden aangevoerd en ingelaten vanuit het hoofdwatersysteem van Rijkswaterstaat. b. Leidt tot hogere wateraanvoerbehoefte (eerste inschatting van het waterschap is een verdubbeling) en tot meer hydrologische knelpunten in het watersysteem dan bij waterinfiltratie zonder waterwinning.
29
c.
Werkt kostenverhogend voor ontwerpen, aanleggen en beheren van waterinfiltratiesystemen en aanpassen waterbeheer om toegenomen watervraag te leveren d. Vanwege de fors vergrote wateraanvoerbehoefte, en daarmee samenhangend het oplossen van hydraulische knelpunten, zien we deze combinatie juist meer problemen geven dan bij elk van de genoemde doelen afzonderlijk. 2) Het waterschap adviseert Oasen hiertoe om, naast het m.e.r.-traject, een wateraanvoerplan en watercompensatieplan op te stellen. 3) We leggen in het kader van Spoor 1 geen waterinfiltratiesystemen aan in ASV gebieden in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden totdat er duidelijkheid is: a. De locatie en invloed van nieuwe grondwaterwinningen op de watervraag van waterinfiltratiesystemen in het zoekgebied van Spoor 1 (fase 1 van het mer). b. Om deze reden zullen we eerst de uitkomsten van het hydrologisch onderzoek voor compenserende maatregelen (zijnde het wateraanvoerplan en het watercompensatieplan) afwachten, voordat we in het kader van het Gebiedsplan Veenweideaanpak Alblasserwaard kunnen meegaan met het gebiedsproces en de voorbereidingen rond de aanleg van waterinfiltratiesystemen in het overlap-gebied. Uit deze bestuurlijke oordeelsvorming zal duidelijk worden of het voorbehoud (geen A-WIS in zoekgebied dat samenvalt met ASV-gebied) geheel of gedeeltelijk kan komen te vervallen.
30
3.
STAKEHOLDERS EN ONTWIKKELINGEN
3.1.
Stakeholders
Stakeholders zijn mensen en organisaties die invloed ondervinden en / of invloed kunnen uitoefenen op de uitvoering van het Gebiedsplan. Ontwikkelingen zijn trajecten, programma’s, projecten die stakeholders alleen of samen in gang zetten en die raakvlakken hebben met het Gebiedsplan.
Stakeholders (organisaties) Provincie Zuid-Holland
Belang Afspraken klimaatakkoord, onder andere Regionale Veenweide Strategie. Ontwikkeling Vitale Landbouw. Halen Natuurdoelen en stikstofopgave.
Provincie Utrecht en gemeente Vijfheerenlanden
Afstemmen beleid met provincie Zuid-Holland en gemeente Molenlanden. Uitvoeren Regionale Maatschappelijke Agenda (RMA) Uitvoeren Regionale Energie Strategie (RES), Regionale Klimaatadaptatie Strategie (RAS), Lokale Klimaatadaptatie Strategie (LAS) en Visiedocument Landbouw RMA Bijdragen aan veilige dijken en een evenwichtig watersysteem (schoon en voldoende water). Maatregelen afstemmen met beleid voor aan- en afvoer van water en waterkwaliteit. Voorkomen van watertekort en -overlast (marges peilbesluit) en regionale wateroverlast (NBWnormen). Verbeteren kwaliteit natuurgebieden door maatregelen in gebieden en daarbuiten. Verduurzamen van de winningen. Effecten op omgeving verminderen en klimaat adaptief maken van wingebieden. Oevergrondwaterwinningen langs de Lek Verduurzamen van de winningen. Effecten op omgeving verminderen en klimaat adaptief maken van wingebieden. Toekomstperspectief voor jonge ondernemers. Zie verder LTO-Noord. Werken aan toekomstperspectief voor ondernemers, verdienmodel, behoud landbouwgrond en bijdragen aan maatschappelijke opgaven (klimaat, energie, natuur). Uitvoeren toekomstvisie landbouw.
Gemeente Molenlanden
Waterschap Rivierenland
Staatsbosbeheer DUNEA drinkwaterbedrijf Onttrekken uit de Afgedamde Maas, hebben bij e Bergambacht een 2 onttrekkingspunt, uit Lek. OASEN Drinkwaterbedrijf
NAJK LTO-Noord
31
Stakeholders (organisaties) Agrarisch Collectief AlblasserwaardVijfheerenlanden Den Hâneker
Belang https://collectief-av.nl/ Den Hâneker is een vereniging voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer van boeren en burgers die zich inzet om de Alblasserwaard / Vijfheerenlanden zodanig te beheren en te ontwikkelen dat het zijn aantrekkelijkheid behoudt, nu en in de toekomst. De Stichting Blauwzaam richt zich op het bevorderen van regionale samenwerking in de Alblasserwaard Vijfherenlanden rond thema’s als het bevorderen van de Circulaire economie, het versnellen van de CO2 – reductie en het vergroten van de biodiversiteit. Het gebiedsplatform vertegenwoordigt 22 maatschappelijke organisaties in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Doel is bijdragen aan de vitaliteit van de regio: bevorderen van landschappelijke cultuurhistorische, archeologische, economische en recreatief-toeristische waarden.
Stichting BlauwZaam
Gebiedsplatform Alblasserwaard-Vijfheerenlanden
Rabobank
Een kentering in overheidsbeleid van sturing op middelen naar sturing op doelen is nodig voor een toekomstbestendige en duurzame Nederlandse agrarische sector. Visiedocument Landbouw. Onderhouden van het molencomplex (molens en het gebied) en educatie., het Kinderdijkse verhaal vertellen. Levenslang leren en praktijkgericht onderzoek en onderwijs. Onder andere De Graafstroom / DeltaMilk, Vreugdenhil,
Stichting Werelderfgoed Kinderdijk SWEK
Yuverta Onderwijs (o.a. in Ottoland) De zuivelketen
3.2.
Ontwikkelingen
Ontwikkeling, traject, programma Nationale Omgevingsvisie en Uitvoeringsprogramma NOVI
Doel
Organisatie
Keuzes maken zodat Nederland ook voor toekomstige generaties een veilig, gezond en welvarend land kan blijven. Want de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire
Werken in Programma’s voor prioriteiten. Trekker van Nationaal Programma Landelijk Gebied (BZK en LNV), Programma Natuur (LNV) en Nationaal Programma Landbouwbodems (LNV).
32
Ontwikkeling, traject, programma
Regionale Veenweidestrategieën
Groene Cirkels Kaas en Bodemdaling
LIFE IP - All4 Biodiversity Donkse Laagten
Regionale Maatschappelijke Agenda Alblasserwaard en Vijfheerenlanden
Living Lab Alblasserwaard
IBP Vitaal Platteland (doel voor dit gebied)
Doel
Organisatie
economie vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Het Groene Hart is een van de NOVI experimenteergebieden Leveren van het afgesproken aandeel van de provincie ZuidHolland aan de reductie van de uitstoot van broeikasgassen uit de veenweiden. Bijdragen aan een toekomstbestendige melkveehouderij in het Groene Hart door: • Tegengaan bodemdaling. • Herstel biodiversiteit. • Ontwikkelen verdienmodellen. Wat kunnen we rondom de Donkse Laagten doen om de biodiversiteit in natuurgebied en de omgeving te versterken? En welke verdienmodellen helpen daarbij? Samenwerken aan Landschapsontwikkeling (met het Landschapsuitvoeringsplan), Agrarische economie, Waterveiligheid en Klimaatadaptatie (RAS), Bodemdaling, Energietransitie (RES) Het Living Lab Alblasserwaard beantwoordt samen met de partijen van de Groene Cirkel Kaas en Bodemdaling de wetenschappelijke vragen (ecologische, economische en sociale) en mobiliseert kennis die cruciaal is voor het behalen van de ambitie en het versterken van de biodiversiteit Carbon Credits introduceren als verdienmodel voor remmen bodemdaling introduceren voor
33
Trekker: Provincie Zuid-Holland en provincie Utrecht voor de Vijfheerenlanden
Trekker: Kaasfabriek De Graafstroom, namens de zuivelcoöperatie Deltamilk
Trekker: Provincie Zuid-Holland (Europees subsidietraject)
Trekker: gemeente Molenlanden en gemeente Vijfheerenlanden
Trekker: Naturalis.
Trekker: Groene Cirkels Kaas en Bodemdaling
Ontwikkeling, traject, programma
Gebiedsagenda Water en Groen Alblasserwaard
Gebiedsdeals
Tegengaan bodemdaling, verdienmodellen en ecologisch beheer in relatie met drinkwaterwinning bij de Steeg “
Peilbesluit Alblasserwaard
BlauwZaam “drukdrainage”
Doel
Organisatie
100 ha veenweide. Doel van de pilot is ervaring opdoen. Realiseren ecologische verbindingszone (gezamenlijk met kadeversterking). Uitvoering in vorm van stapstenen langs kades. EVZ beslaat totaal 28,6 ha waarvan 25 ha langs Achterwaterschap en 3,6 ha langs Dwarsgang. 1. een samenhangend ecologisch netwerk in de AV met een hoge biodiversiteit en kwaliteit (verdubbeling biodiversiteit) in het 2. agrarische gebied, maar ook in de stedelijke en stad/landzone eigenaarschap en borging van biodiversiteit door overheden en in het agrarisch natuurbeheer (in beleid) 3. een sterk netwerk van groene vrijwilligers, gebiedskenners en van provinciale en landelijke natuurkennis . Hoe gaan we het totaal van 200 ha aan drinkwaterwingebied, waterschap-eigendom, natuurgebied en aangrenzende landbouwgrond met elkaar verbinden, zodat er een klimaatadaptief gebied gerealiseerd kan worden waar bodemdaling wordt tegengegaan. Herziening peilbesluit in Q3 2022, maar waarschijnlijk later in 2023. Analyse maaivelddaling is hier onderdeel van. Tegengaan bodemdaling, ontwikkelen verdienmodellen.
34
Trekker van dit onderdeel van de gebiedsagenda: Waterschap Rivierenland.
De Gebiedscoalitie AV bestaande uit : overheden, onderwijs (Yuverta), Gebiedsplatform AV en Blauwzaam trekken dit gezamenlijk. Gebiedsregisseur vanuit PZH zit in deze coalitie.
Trekker: OASEN drinkwaterbedrijf Werkgroep Water BlauwZaam
WSRL
De werkgroep Water van BlauwZaam onder andere in samenwerking met het Meerjarenprogramma Groen (Blauw ) verbindt van de
Ontwikkeling, traject, programma
Doel
Organisatie gebiedscoalitie Alblasserwaard Vijfherenlanden.
3.3.
Het belang van werken aan begrip en vertrouwen
In kennismakingsgesprekken met leden van de regiegroep en bijeenkomsten ter voorbereiding van dit Gebiedsplan ging het gesprek ook vaak over begrip en vertrouwen. Partijen voelen onzekerheid bij de grote opgaven die op het gebied afkomen en begrijpen niet altijd het belang van de opgave en de onzekerheid van ‘de ander’. Begrip, vertrouwen en samenwerken liggen in het verlengde van elkaar. Mensen die samen een beeld vormen van de situatie in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, eventueel ondersteunt door experts, gaan elkaar – en hun situatie – beter begrijpen. Zeker als mensen samen leren en experimenteren groeit het vertrouwen in elkaar en de bereidheid om samen te werken. Dit is zeker geen gemakkelijk traject; mensen kunnen aan heel verschillende waarden belang hechten. Het gaat erom deze waarden en belangen bespreekbaar te maken en transparant om te gaan met de afweging van deze belangen, bijvoorbeeld in de bestuurlijke besluitvorming. Dat doen we niet vóór, maar mét de toekomstige generatie. Het samen levenslang leren staat centraal en heeft wat ons betreft twee doelen: 1. Gebiedsplan: door ontwikkelen van het Gebiedsplan: met studenten, boeren, bewoners, leden van de regiegroep en overheden kunnen we werken aan de volgende versies van het Gebiedsplan.