Bijlage 1 Eindrapport Accomodatie, Vastgoed- en Tarievenbeleid
Tekst van het document
39
3.4 Financiële gevolgen De voorstellen voor vernieuwing/verbetering van het accommodatieaanbod brengen investeringen met zich mee. In de volgende tabel zijn die investeringen weergegeven. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Prijspeil 2021, bedragen exclusief btw. Integrale stichtingskosten.
Multifunctionele opzet, waarbij ruimten voor zorg en welzijn (vervangende
nieuwbouw van dorpshuizen) zijn geïntegreerd met ruimten van de scholen (bijvoorbeeld aula’s) en sport. Bij een minder multifunctionele opzet moet
rekening worden gehouden met meer vierkante meters en daarmee ook hogere investeringen.
Tabel 1: Stichtingskosten vernieuwing accommodatieaanbod.
Ingreep
Investering
Sporthal Nieuw-Lekkerland
€
5.750.000,--
Dorpshuis Streefkerk
€
1.080.000,--
Gymzaal Streefkerk
€
1.035.000,--
Dorpshuis Ottoland
€
1.080.000,--
Gymzaal Ottoland
€
1.035.000,--
Multifunctionele ruimte
€
270.000,--
Poortzicht/De Veste
€
150.000,--
MFA Goudriaan Subtotaal
Tijdvak PM
Sport €
5.750.000,--
20212024
20212024
€
2032 2033
€
€
1.080.000,--
€
1.080.000,--
€
270.000,--
€
150.000,--
€
2.580.000,--
1.035.000,--
20292029-
Welzijn/zorg
1.035.000,--
20212024 PM
PM € 10.400.000,--
€
7.820.000,--
Uit de tabel blijkt dat het toekomstbestendig maken van het accommodatieaanbod in Molenlanden een investering met zich meebrengt van ongeveer € 10,4 miljoen. Als al deze vernieuwingen/verbeteringen worden gerealiseerd leidt dit op termijn tot structurele meerkosten van € 252.000,-- voor de gemeente. Daarbij geldt de nadrukkelijke voorwaarde dat investeringen uitsluitend kunnen plaatsvinden indien de gemeentebegroting dit toelaat.
40
41
4
Eigendom en beheer
4.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk zijn voorstellen beschreven voor veranderingen in het aanbod van de accommodaties zelf. Dit hoofdstuk richt zich op het eigendom van accommodaties en de wijze van beheer en exploitatie. Onderwerpen die in dit hoofdstuk aan bod komen zijn: Voor welke accommodaties voelt de gemeente zich verantwoordelijk, voor welke niet of minder?
Waar dient het eigendom van de accommodaties te liggen, bij de gemeente, particulier initiatief of beiden?
Hoe moet het eigenaarsbeheer worden georganiseerd?
Wat is de wenselijke opzet van het dagdagelijkse beheer van accommodaties (gebruikerbeheer) en de mate waarin de gemeente invloed heeft op dat gebruikerbeheer?
Wat is de wenselijke opzet van samenwerking in beheer en exploitatie (programmabeheer)?
4.2 De verantwoordelijkheid van de gemeente Uitgangspunt
De gemeente Molenlanden voelt zich medeverantwoordelijk voor de totstandkoming en instandhouding van accommodaties. Daarbij geldt nadrukkelijk dat de gemeente ook een belangrijke verantwoordelijkheid ziet voor het particuliere initiatief (de verenigingen en stichtingen). In de uitgangspuntennotitie heeft de gemeente de verantwoordelijkheid als volgt verwoord (letterlijke tekst van het amendement): “Uitgangspunt voor het toekomstige accommodatiebeleid is dat de gemeente haar
medeverantwoordelijk-heid neemt voor accommodaties en voorzieningen die bijdragen aan de sociale, maatschappelijke en sportieve opgave. De gemeente regelt die medeverantwoordelijkheid langs twee lijnen:
De gemeente maakt, in lijn met de genoemde opgave, prestatieafspraken met
partijen die sterk zijn in het beheren van die accommodaties en vanuit die kracht deze prestaties realiseren. De gemeente respecteert de zelfstandigheid van die partijen.
De gemeente neemt (mede)verantwoordelijkheid voor accommodaties in die gevallen waarin de samenleving gemotiveerd is voor een bijdrage aan de sociale,
42
maatschappelijke en sportieve opgave, maar voor de instandhouding van de benodigde accommodatie(s) onvoldoende draagkracht heeft om dat geheel zelfstandig te doen.”
De toelichting bij dit amendement luidt als volgt: “Deze formulering laat in de volgorde zien dat het primaire uitgangspunt de draagkracht en de zelfstandigheid van de samenleving is en de gemeente stuurt via afspraken zonder in het eigenaarschap van accommodaties of sociale ondernemingen te treden. Dat staat als eerste en dat staat voorop. Partijen kunnen stichtingen, verenigingen, sociale ondernemingen of marktpartijen zijn. De tweede lijn heeft te maken met een accommodatie die de draagkracht van kernen te boven gaat. We vermijden hier het woord markt en focussen op het woord draagkracht van de samenleving. Om die reden komt het woord marktpartij in de tweede alinea niet voor. Deze formulering doet recht aan datgene wat nu al gepresteerd wordt én aan datgene wat beter kan.” In wezen kiest de gemeente Molenlanden er voor om een bijdrage te leveren aan de totstandkoming en instandhouding van accommodaties, die onderdeel zijn van de ‘cruciale maatschappelijke infrastructuur’. Daarbij beperkt de gemeente haar rol ook tot accommodaties, of onderdelen daarvan, die vallen binnen de definitie van ‘basisvoorziening’. Wat is cruciale maatschappelijke infrastructuur?
Onder cruciale maatschappelijke infrastructuur worden de accommodaties verstaan die een onmisbare bijdrage leveren aan de sportieve en sociale opgaves van de gemeente Molenlanden. Dat zijn accommodaties die: Eén maar bij voorkeur meerdere van de volgende functies vervullen:
Fysieke gezondheid: bevorderen gezonde leefstijl, bewegen, sporten in
competitieverband, preventieprogramma’s en sport-/zorgprogramma's.
Mentale gezondheid: een open inloop- en ontmoetingsfunctie. Sociale participatie: zinvolle vrijetijdsbesteding, sociaal
contact/ontmoetingsfunctie, vrijwilligerswerk, dagopvang/dagbesteding.
Werk: maatschappelijke stages, arbeidsmatige dagbesteding.
Opvang: opvang, huiswerkbegeleiding, overig aanbod van sociaalmaatschappelijke ondernemingen.
Voldoende bereik en omvang hebben: een relevant deel van de beoogde doelgroep maakt daadwerkelijk gebruik van de accommodatie.
Inhoudelijk samenwerken met andere accommodaties en instellingen en daarmee de verbanden leggen tussen bewegen, cultuur, educatie, sport, welzijn en zorg.
43
Toekomstbestendig zijn en binnen de kernen op voldoende draagvlak kunnen rekenen.
Een basisvoorziening bieden waarbij de aard en de omvang van de accommodatie passend is bij het gebruik/de behoefte.
Multifunctioneel kunnen worden gebruikt en bij voorkeur geclusterd zijn. Vertaald naar de concrete verschijningsvorm bestaat de cruciale maatschappelijke infrastructuur in de gemeente Molenlanden uit de binnensportaccommodaties (sporthallen, sportzalen en gymzalen), de buitensportaccommodaties voor korfbal en voetbal, de dorpshuizen, de multifunctionele accommodaties (MFA’s), jeugdhonken en aula’s voor uitvaarten. Andere accommodaties (bijvoorbeeld de buitenbaden) zijn weliswaar van maatschappelijke betekenis, maar de maatschappelijke functie is anders dan van de cruciale maatschappelijke infrastructuur. In bijlage 2 van dit rapport is een gedetailleerd beoordelingskader opgenomen om vast te stellen of en in welke mate een accommodatie onderdeel uitmaakt van de cruciale maatschappelijke infrastructuur.
44
Wat is een basisvoorziening?
Een tweede belangrijke afbakening van de rol van de gemeente betreft het begrip ‘basisvoorziening’. De basisvoorziening bevat alle elementen van een accommodatie die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteiten van de betreffende vereniging of stichting. In het toekomstige accommodatiebeleid zal de gemeente haar (financiële) bijdragen richten op accommodaties, of onderdelen daarvan, die passen binnen de definitie van het begrip basisvoorziening. Het voert te ver om in deze rapportage dit begrip volledig te beschrijven. In bijlage 3 is de nadere definiëring van de basisvoorziening weergegeven.
4.3 Eigendom Eigendom cruciale maatschappelijke infrastructuur
De meeste accommodaties in Molenlanden zijn in eigendom van verenigingen en stichtingen. De gemeente zelf is eigenaar van enkele binnensportaccommodaties, voetbalcomplexen en dorpshuizen, maar de meeste accommodaties zijn niet in eigendom van de gemeente. In de volgende tabel is de eigendomssituatie samengevat weergegeven. Tabel 2: Eigendomssituatie cruciale maatschappelijke infrastructuur.
Gemeentelijk eigendom
Niet-gemeentelijk eigendom
Sporthal De Reiger, sporthal De
Sporthal Giessenburg en
Klipper, sportzaal De Spil, Binnensport
sportzaal Poortzicht en gymzalen Den Hoek, Hoornaar , Streefkerk, Goudriaan,
Noorderhuis en Schelluinen (allen
Lekkerland en Ottoland
Beemd
Molenaarsgraaf, Nieuw-
Buitensport
gymzalen MFC De Lingenhof, MFC
Sportparken Souburgh, NieuwLekkerland, Groot-Ammers,
Streefkerk en Ottoland (VVAC)
eigendom SGG) en gymzaal De Sportparken Arkel, Peursum, Stedoco, Noordeloos en
Schelluinen (bij de betreffende
clubs) en De Zwerver (corporatie) Hof van Ammers, De Beemd, De 5
Dorpshuizen MFA’s
Het Arsenaal, De Spil, De Multistee,
Lelies, Ottoland, De Wingerdshof, De Til, MFC Noordeloos, MFC
Hoogblokland, De Lingenhof en
MFC Schelluinen(deze laatste vijf bij SGG).
45
De gemeente streeft met dit Vastgoed-, Accommodatie- en Tarievenbeleid niet naar het uniformeren van de eigendomssituatie, noch naar het (op korte termijn) overnemen van het eigendom. De uitgangspunten ‘harmoniseren, niet uniformeren’ en ‘zeggenschap op afstand’ pleiten daar niet voor. Ook geldt dat over het algemeen geen dringende redenen zijn om het eigendom te veranderen. Zo is bijvoorbeeld SGG eigenaar van een groot aantal accommodaties en zijn er geen signalen dat deze accommodaties daar niet ‘in goede handen’ zijn. Ook andere stichtingen blijken de verantwoordelijkheid van het eigendom goed aan te kunnen. Bestaande accommodaties
Voorgesteld wordt dat – voor de bestaande accommodaties – de bestaande situatie van eigendom het uitgangspunt is. De bestaande eigendomsverhoudingen worden gerespecteerd en veranderingen daarin worden alleen overwogen als sprake is van: Nieuwe investeringen: Verandering van eigendom kan worden overwogen op het moment dat grote investeringen gedaan moeten worden aan bestaand vastgoed en de gemeente deze investering geheel en gedeeltelijk voor haar rekening neemt.
Onvoldoende waarborgen maatschappelijke functie: Op het moment dat de
maatschappelijke functie van de accommodatie niet langer leidend is als gevolg van beleidskeuzes van de eigenaar.
Nieuwe afspraken over gemeentelijke bijdrage: Op het moment dat éénmalige
verzelfstandigingsbijdragen zijn uitgeput en nieuwe afspraken moeten worden gemaakt over een financiele bijdrage door de gemeente in de exploitatie.
Op dergelijke momenten zal de gemeente telkens overwegen wat in dat geval de meest wenselijke eigendomsconstructie is. Daarbij geldt dat de gemeente in dat geval een voorkeur heeft voor gemeentelijk eigendom. Als een andere eigendomsconstructie op dat moment meer voordelen biedt, staat de gemeente ook open voor eigendom bij derden. Nieuwe accommodaties
Voor nieuw te realiseren accommodaties, die passen binnen de definities van ‘cruciale maatschappelijke infrastructuur’ en ‘basisvoorziening’ geldt een vergelijkbare redenatie. Bij nieuwe accommodaties is het uitgangspunt dat de gemeente eigenaar is (de gemeente investeert immers), maar dat eigendom van derden – indien dat aantoonbare voordelen heeft – mogelijk is. Daarbij geldt dat eigendom van derden alleen wordt overwogen indien er voldoende garanties kunnen worden gegeven voor continuïteit van beheer, exploitatie en de maatschappelijke functie.
46
Nieuwe multifunctionele accommodaties
De ontwikkeling van het IHP Primair Onderwijs zal waarschijnlijk leiden tot investeringen in schoolgebouwen, waarbij tegelijkertijd de functie van die gebouwen zal worden verbreed met bijvoorbeeld een dorpshuisfunctie, een gymzaal, kinderopvang, peuterspeelzaalwerk, et cetera (zie hoofdstuk 3). Voor dergelijke MFA’s is het telkens de afweging waar het eigendom moet komen te liggen. Er zijn enkele constructies mogelijk: Schoolbestuur: Het eigendom van scholen ligt in principe bij het schoolbestuur. In het verlengde daarvan zou een school met een brede maatschappelijke functie ook eigendom kunnen zijn van dat bestuur.
Gemeente: Er kan ook worden gekozen voor gemeentelijk eigendom van een
MFA. In dat geval wordt de gemeente eigenaar van de gehele accommodatie en
draagt de school de budgetten voor instandhouding van het schoolgedeelte over aan de gemeente.
Derde(n): Het is mogelijk dat een derde partij eigenaar is. In het verleden was het in Nederland bijvoorbeeld niet ongebruikelijk dat een woningcorporatie het
eigendom had. Ook constructies waarbij het eigendom is ondergebracht in een afzonderlijke rechtsvorm (vaak een stichting) is niet heel ongebruikelijk.
Dergelijke constructies zijn in het verleden vaak ingegeven door fiscale motieven.
Gesplitst eigendom: Gesplitst eigendom is ook mogelijk. In dat geval is het
schoolbestuur bijvoorbeeld eigenaar van het schoolgedeelte en de gemeente (of een derde) eigenaar van de rest. Partijen maken onderlinge afspraken over de instandhouding door middel van een Vereniging van Eigenaren.
De keuze voor de ‘meest passende’ vorm van eigendom is afhankelijk van twee factoren, te weten: De mate van samengesteldheid/multifunctionaliteit van de accommodatie. Bij dit
aspect wordt enerzijds gekeken naar de verhouding in het vloeroppervlak tussen de school en anderzijds de toegevoegde functies en de mate waarin sprake is van multifunctioneel gebruik van ruimten.
De mate waarin de accommodatie een bijdrage levert aan de sportieve en sociale opgave. Hier wordt gekeken of en in welke mate de toegevoegde functies tot de cruciale maatschappelijke infrastructuur behoren.
In situaties waarin de mate van samengesteldheid/multifunctionaliteit hoog is en ook de bijdrage aan de sociale en sportieve opgave hoog is, is het wenselijk dat er één eigenaar is, waarbij gemeentelijk eigendom van de totale accommodatie het
47
vertrekpunt is. Immers, een groot deel van de accommodatie wordt gebruikt door functies buiten het onderwijs, waarvoor schoolbesturen over het algemeen niet de risico’s willen lopen. Omdat deze functies in hoge mate bijdragen aan de sociale en sportieve opgave van de gemeente ligt een gemeentelijke rol voor de hand. Als de accommodatie ook nog een hoge mate van multifunctionaliteit kent en de verschillende onderdelen van het gebouw ruimtelijk gezien in elkaar overvloeien is het ook vaak lastig om het eigendom in compartimenten op te knippen. Een lokaal voorbeeld van een dergelijke accommodatie is het Noorderhuis. Deze accommodatie bevat het dorpshuis, een sportzaal, kinderopvang en de school. Het aandeel van de school in de totale hoeveelheid vierkante meters is niet dominant, veel ruimten worden multifunctioneel gebruikt en de maatschappelijk functie van de accommodatie is groot. Dit lokale voorbeeld maakt ook direct duidelijk dat ook voor samengestelde accommodaties eigendom bij een derde partij mogelijk is. Ook hier geldt, indien eigendom bij een derde partij aantoonbare voordelen heeft, wordt deze constructie ook overwogen (mits er voldoende garanties gegeven kunnen worden voor continuïteit van beheer, exploitatie en de maatschappelijke functie).
Aan de andere kant van het spectrum zien we accommodaties waarin de mate van samengesteldheid laag is (school maakt 80% of meer van het vloeroppervlak uit) en de maatschappelijke functie van de ‘overige’ vierkante meters (niet school) beperkt is (bijvoorbeeld commerciële verhuur aan fysiotherapeut). In deze gevallen is er weinig tot geen aanleiding tot eigendom bij de gemeente. In dat geval ligt eigendom bij de school voor de hand of gesplitst eigendom.
48
In de volgende figuur zijn de verschillende eigendomsconstructies samengevat weergegeven.
Figuur 3: Eigendomsconstructies MFA’s samengevat.
Overige accommodaties
Logisch gevolg van deze beleidslijn is dat de gemeente het eigendom van andere accommodaties bij voorkeur bij het particulier initiatief ziet liggen (verenigingen en stichtingen). Dat geldt voor de buitenbaden, voor kantines van buitensportverenigingen, et cetera. Samenvattend
Uitgangspunt voor het toekomstige beleid is dat de gemeente een rol heeft in de totstandkoming en instandhouding van accommodaties die behoren tot de cruciale maatschappelijke infrastructuur en kunnen worden gekwalificeerd als basisvoorziening. In de huidige situatie is een groot deel van deze accommodaties geen eigendom van de gemeente. De beleidslijn van de gemeente voor wat betreft het eigendom is: De bestaande eigendomssituatie wordt gerespecteerd. Verandering van eigendom (en dan vooral overname van eigendom door de gemeente) wordt alleen
overwogen bij grote investeringen, bij nieuwe afspraken over exploitatiebijdragen of bij ‘falend’ beheer (de eigenaar waarborgt de maatschappelijke functie niet).
Bij investeringen in nieuwe accommodaties is het uitgangspunt dat de gemeente eigenaar wordt, maar de gemeente staat ook open voor eigendom bij derden als
dit aantoonbare voordelen biedt en er voldoende garanties zijn voor continuïteit.
De kans is reëel dat de gemeente de komende jaren verder investeert in MFA’s die een combinatie vormen van scholen en andere functies (bewegen, cultuur,
sport, welzijn en zorg). Voorgesteld wordt dat de gemeente eigenaar wordt van deze MFA’s indien:
49
De mate van samengesteldheid hoog is (waarmee een noodzaak ontstaat voor gemeentelijk eigendom).
De bijdrage aan de sportieve en sociale opgave hoog is (waardoor het wenselijk is dat de gemeente eigenaar is).
Ook voor de MFA’s geldt dat de gemeente open staat voor andere
eigendomsconstructies als dat aantoonbare voordelen biedt en als dat voldoende garanties biedt.
4.4 Beheer Typen beheer
Voor de wenselijke opzet van beheer en exploitatie is het eerst van belang om onderscheid te maken naar de verschillende typen beheer. Dat zijn: Eigenaarbeheer: Dit zijn de beheertaken die voortvloeien uit het eigendom van de accommodaties. Het betreft het grote/planmatige onderhoud, de
gebouwgebonden verzekeringen en belastingen en het contract- en portefeuillebeheer.
Gebruikerbeheer: Dit zijn de beheertaken die voortvloeien uit het dagelijkse gebruik. Het betreft facilitaire taken (klein onderhoud, schoonmaak,
energiebeheer, toezicht) en exploitatie (horecaexploitatie en verhuur van zalen).
Programmabeheer: Dit zijn alle taken die voortvloeien uit het bevorderen van de inhoudelijke samenwerking tussen de gebruikers van de accommodatie. Het ontwikkelen en onderhouden van gezamenlijke activiteiten en onderlinge afstemming zijn enkele voorbeelden van programmabeheer.
De mate waarin de gemeente eisen stelt aan het beheer en de wijze waarop dat wordt geborgd is sterk afhankelijk van het type accommodatie. Ook voor het beheer geldt dat gemeentelijke invloed op het beheer zich beperkt tot accommodaties die onderdeel uitmaken van de cruciale maatschappelijke infrastructuur en dat de gemeentelijke rol verschilt naar het type beheer. Voor accommodaties die onderdeel uitmaken van de cruciale maatschappelijke infrastructuur wordt/worden de volgende beheervorm(en) voorgesteld: Eigenaarbeheer
In de vorige paragraaf is weergegeven dat het eigendom van de accommodaties ligt bij de gemeente, maar ook bij stichtingen en verenigingen. Elk van deze instellingen is verantwoordelijk voor het eigenaarbeheer. Voor accommodaties die eigendom zijn of worden van de gemeente geldt de volgende constructie:
50
De verantwoordelijkheid voor het eigenaarbeheer ligt bij het Vakteam Vastgoed van de gemeente Molenlanden.
Het Vakteam Vastgoed is verantwoordelijk voor het grote/planmatige onderhoud van de gebouwen. Dit onderhoud wordt uitgevoerd aan de hand van
MeerJarenOnderhoudsPlannen van de accommodaties, die periodiek (bijvoorbeeld elke drie jaar) worden geactualiseerd.
De gemeente verhuurt de accommodaties aan de verenigingen, stichtingen en
instellingen die verantwoordelijk zijn voor het gebruikerbeheer. Daarbij hanteert de gemeente de model-huurovereenkomsten van de Raad voor de Onroerende Zaken (ROZ) en de daarbij behorende demarcatie van onderhoudstaken voor eigenaar en gebruiker.
Voor het onderwijsdeel van de multifunctionele accommodaties geldt
vanzelfsprekend dat – indien de gemeente eigenaar is – geen huur in rekening
wordt gebracht aan de school. Schoolgebouwen worden in gebruik gegeven aan de schoolbsturen conform de spelregels van de verordening onderwijshuisvesting.
51
De huur, die aan accommodaties die behoren tot de cruciale maatschappelijk
infrastructuur, in rekening wordt gebracht is kostendekkend. De huur dient in principe de volgende kosten te dekken:
De bestaande en zich ontwikkelende kapitaallasten.
De kosten voor het eigenaardeel van gebouwgebonden verzekeringen, belastingen en heffingen.
De kosten voor het grote planmatige onderhoud. De apparaatskosten van het Vakteam Vastgoed.
De verdere uitwerking van het eigenaarbeheer is neergelegd in een afzonderlijke rapportage over het toekomstige Vastgoedbeleid van de gemeente Molenlanden. Gebruikerbeheer
De gemeente Molenlanden ziet voor zichzelf geen rol weggelegd in het zelf ter hand nemen van het gebruikerbeheer. Het gebruikerbeheer is eerst en vooral een verantwoordelijkheid van de stichtingen en verenigingen die de accommodaties beheren en exploiteren. De gemeentelijke rol is meer op afstand, waarbij geldt dat – met respect voor ieders verantwoordelijkheid – afspraken worden gemaakt over de bijdrage die deze stichtingen en verenigingen leveren aan de sociale en sportieve opgave op basis van input van Mens en Samenleving. Zeggenschap
De gemeente wenst een bepaalde mate van invloed/zeggenschap over de mate waarin de accommodaties bijdragen aan de sociale en sportieve opgave in Molenlanden. De gemeente wil die invloed/zeggenschap daarbij niet verwarren met nadrukkelijke bemoeienis met de beheervorm en exploitatieopzet die de verenigingen en stichtingen kiezen. Ter illustratie: in de huidige situatie zien we bijvoorbeeld de Til Groep, de Stichting Dorpshuis Noordeloos, Optisport en Sportfondsen accommodaties beheren en exploiteren. Deze organisatie verschillen onderling in hoge mate (andere rechtsvorm, verschillen in het aantal accommodaties dat zij beheren, de mate waarin wordt gewerkt met betaalde medewerkers, et cetera). Desondanks is het gebruikerbeheer van de betreffende accommodaties bij elk van deze organisaties in goede handen. Met andere woorden, er hoeft geen sprake te zijn van een eenheidsworst in beheer en exploitatie om de maatschappelijke functie te waarborgen. Dit past overigens volledig bij het uitgangspunt ‘harmoniseren, niet uniformeren’.
52
De gemeente wil haar invloed/zeggenschap op de maatschappelijke functie op afstand, met respect voor de zelfstandigheid van verenigingen en stichtingen vormgeven. Dat kan als volgt: De gemeente formuleert kaders en randvoorwaarden waarbinnen de beherende instellingen hun taak uitoefenen. Die kaders en randvoorwaarden hebben
betrekking op het primaat van maatschappelijke activiteiten, op toegankelijkheid, bereikbaarheid en serviceniveau.
Deze kaders en randvoorwaarden worden neergelegd in een
exploitatieovereenkomst. Die exploitatieovereenkomst bevat ook de spelregels over hoe gemeente en beherende instellingen elkaar informeren, hoe overleg
wordt gevoerd en op welke wijze de instellingen inzicht geven in de mate waarin zij conform de kaders en randvoorwaarden beheren en exploiteren.
De beherende instellingen betalen een kostendekkend huur aan de gemeente
voor het gebruik van de panden. De omvang van de huur zal ertoe leiden dat de instellingen de accommodaties niet kostendekkend kunnen exploiteren.
De gemeente subsidieert dit exploitatietekort via de exploitatieovereenkomst. De subsidie is afhankelijk van de mate waarin de instellingen binnen de kaders en randvoorwaarden beheren en exploiteren. De gemeente kan deze subsidie
verlagen of zelfs stopzetten als de instellingen niet de prestaties leveren die vooraf overeengekomen zijn.
Deze constructie – die de gemeente overigens al jarenlang toepast richting Optisport en Sportfondsen – biedt een zeer effectief instrument voor
gemeentelijke invloed, zonder dat de gemeente ‘op de stoel van de beherende
instellingen gaat zitten’, met de mogelijkheid voor maatwerk per kern (in termen van afspraken en in termen van beheervorm).
Het is al vaker vermeld, maar een behoorlijk aantal accommodaties is op dit moment geen eigendom van de gemeente. Voorgesteld wordt om voor die accommodaties het volgende beleid te voeren: Ondanks het feit dat de accommodaties geen gemeentelijk eigendom zijn, kan de gemeente met de beherende instellingen een exploitatieovereenkomst gaan
afsluiten. Die exploitatieovereenkomst is tijdens de eerste jaren van de looptijd
minder effectief dan bij accommodaties die wel eigendom zijn van de gemeente (de beherende instellingen betalen immers geen huur, hebben daarmee geen exploitatietekort). Neemt niet weg dat het afsluiten van een dergelijke
overeenkomst een begin vormt van periodiek overleg over de maatschappelijke functie.
Op het moment dat nieuwe afspraken over de financiele bijdrage door de gemeente gemaakt moeten worden, ontstaat de volgende situatie:
53
Het eigendom kan overgaan naar de gemeente en vanaf dat moment komen de accommodaties en de beherende instellingen in het regime van
kostendekkende huur, exploitatietekort en subsidiering van dat tekort door middel van de exploitatieovereenkomst.
Ook als, bij nieuwe financiele afspraken, het eigendom niet overgaat kan een exploitatieovereenkomst, gekoppeld aan een exploitatiesubsidie worden afgesproken. Immers, na afloop van de verzelfstandiging beschikken de instellingen niet meer over de verzelfstandigingsbijdrage waarmee zij exploitatietekorten kunnen dekken.
Gebundeld beheer sporthallen en sportzalen
Eén van de belangrijke redenen waarom de gemeente de beheervorm en exploitatieopzet van de accommodaties niet voorschrijft, is om de kracht en creativiteit van de samenleving in de verschillende kernen volledig tot hun recht te laten komen. Dit neemt niet weg dat voor één type accommodatie wel een andere opzet van beheer en exploitatie wordt voorgesteld. Het betreft de grotere binnensportaccommodaties (sporthallen en sportzalen). Dit zijn accommodaties die over het algemeen een kernoverstijgende functie vervullen. Het is wenselijk dat de verdeling van de capaciteit (het maken van de roosters, het inplannen van competities, et cetera) dan ook niet per kern plaatsvindt, maar overkoepelend over de kernen. Ook is het wenselijk dat verenigingen en andere gebruikers over één aanspreekpunt gaan beschikken waar zij terecht kunnen voor hun aanvragen.
54
In de huidige situatie worden de sporthallen en sportzalen beheerd en geëxploiteerd door verschillende partijen. Op dit moment zijn de Til Groep, Sportfondsen, Optisport en de beheerscommissie Poortzicht actief. Het accommodatiebeleid zet in op het bundelen van beheer en exploitatie van de sporthallen en sportzalen binnen één organisatie. Dit streven kan worden bereikt door: Aanbesteden: Het is mogelijk om het beheer en exploitatie van alle sporthallen en sportzalen als één pakket aan te besteden. Dit temeer omdat de contracten met
Optisport en Sportfondsen binnenkort aflopen. Daarbij geldt als beperking dat de
sporthal in Giessenlanden niet kan worden opgenomen in die aanbesteding. Deze sporthal is niet in eigendom van de gemeente.
Inbesteden: Een tweede mogelijkheid is om beheer en exploitatie toe te
vertrouwen aan één beherende instelling. Het betreft immers accommodaties met een maatschappelijke functie en de gemeente is niet verplicht om beheer en
exploitatie uit te besteden. In dat geval kan de gemeente de accommodaties toevertrouwen aan een instelling die haar sporen al heeft verdiend in de
gemeente. Overlaten van beheer en exploitatie aan de Til Groep is dan een voor de hand liggende optie. De instelling is immers bekend in grote delen van de gemeente en heeft de afgelopen jaren haar maatschappelijke verantwoordelijkheid (meer dan) genomen.
Voorgesteld wordt dat – voor het beheer en exploitatie van de grotere binnensportaccommodaties – wordt gekozen voor gebundeld beheer (beheer en exploitatie in één hand). Het heeft vooralsnog de voorkeur om dit gebundelde beheer te bereiken via de variant inbesteden en dan wel door middel van de Til Groep. Omdat Optisport op dit moment ook nog drie gymzalen beheerd, zal het beheer van die gymzalen in dat geval ook aan de Til Groep worden toevertrouwd. Voorgesteld wordt ook dat – na het raadsbesluit – de gemeente onderhandelingen start met de Til-Groep over de overname van beheer en exploitatie van de grote binnensportaccommodaties in voormalig Molenlanden, onder voorwaarde dat: De financiële aanbieding van de Til-Groep de toets der kritiek kan doorstaan, te controleren door middel van een benchmark.
Gekomen wordt tot goede prestatieafspraken over het beheer en exploitatie. Indien niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan, dan zullen de sporthallen (in ieder geval De Klipper en De Reiger) als pakket worden aanbesteed.
55
Programmabeheer
Eén van de belangrijke uitgangspunten voor het toekomstige accommodatie- en vastgoedbeleid is meer samenhang en samenwerking. Dat uitgangspunt is belangrijk om accommodaties een stevige rol te laten vervullen voor beweegstimulering en activiteiten voor ouderen, chronisch zieken, mensen met een beperking en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voorgesteld wordt om programmabeheer in Molenlanden te introduceren met de volgende kenmerken: Het inzetten van buurtsportcoaches voor het programmabeheer van (clusters van) accommodaties waar samenhang en samenwerking de meeste kansen hebben. Deze inzet geldt voor een periode van drie jaar.
56
Het betreft de accommodaties in Nieuw-Lekkerland, Groot-Ammers, Giessenburg
en Nieuwpoort. In die kernen zijn verschillende accommodaties op het gebied van bewegen, cultuur, onderwijs, sport, welzijn en zorg in elkaars onmiddellijke
nabijheid gevestigd, maar is van onderlinge samenwerking nog te beperkt sprake. De buurtsportcoaches kunnen worden ingezet om verenigingen stichtingen in die gebieden te ondersteunen om gezamenlijke activiteiten te ontwikkelen en te organiseren voor de genoemde doelgroepen. In deze kernen is 43% van de inwoners van Molenlanden gevestigd.
Figuur 4: Accommodatieclusters voor programmabeheer.
Voorgesteld wordt om het najaar van 2021 te gebruiken om nut en noodzaak van het programmabeheer verder te onderbouwen in relatie tot het te ontwikkelen sportbeleid. Op dat moment kan ook worden bepaald of programmabeheer moet leiden tot een extra inzet van buurtsportcoaches, of dat kan worden volstaan met de inzet van de bestaande buurtsportcoaches. Indien programmabeheer wordt geïntroduceerd, dan wordt voorgesteld om dit te beperken tot de jaren 2022 tot en met 2024. Daarna zullen de verenigingen en stichtingen binnen de clusters het programmabeheer volledig zelf uitvoeren.
4.5 De overige accommodaties In Molenlanden zijn ook accommodaties gevestigd die niet – of in mindere mate – behoren tot de cruciale maatschappelijke infrastructuur. Voor deze nota is het van belang om aandacht te besteden aan drie groepen accommodaties, te weten: De buitenbaden
De geprivatiseerde dorpshuizen
57
Aula’s/begraafplaatsen Buitenbaden
De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de uitgangspunten voor het accommodatie- en vastgoedbeleid specifiek aandacht gevraagd voor de buitenbaden. De raad is van mening dat de maatschappelijke functie van de buitenbaden zodanig is dat een bepaalde rol van de gemeente in de instandhouding van deze accommodaties gewenst is. Die gemeentelijke rol kan beperkter zijn dan voor de eerder genoemde accommodaties, maar zeker niet nihil. Bovendien zijn er kansen om de maatschappelijke functie van de buitenbaden te versterken. Daar komt nog bij dat harmonisatie geboden is. Er zijn op dit moment vier buitenbaden verzelfstandigd, maar twee buitenbaden niet (Nieuw-Lekkerland en Groot-Ammers). Voorgesteld wordt: Beheer en exploitatie van alle buitenbaden wordt verzelfstandigd. Dat houdt in
dat lokale verenigingen of stichtingen verantwoordelijk worden (voor zover nog niet het geval) voor beheer en exploitatie van de buitenbaden.
De gemeente houdt – ondanks de verzelfstandiging – een rol in het
eigenaarbeheer van de buitenbaden. De kosten en de complexiteit van het grote
onderhoud van de baden zijn dusdanig dat die redelijkerwijs niet volledig kunnen worden gedragen door de stichtingen en verenigingen. De gemeentelijke rol omvat:
Het opstellen van MeerjarenOnderhoudsplannen per zwembad.
Het aanleggen van een reserve voor het grote planmatig onderhoud, waarbij wordt voorgesteld dat de gemeente 80% van de kosten voor haar rekening
neemt en de verenigingen/stichtingen 20% (het aandeel van de verenigingen en stichtingen al dan niet door zelfwerkzaamheid).
Het ter beschikking stellen van middelen uit het fonds aan de stichtingen en verenigingen voor het uitvoeren van het grote planmatige onderhoud en periodiek controleren van de uitvoering van het grote en kleine
gebruikersonderhoud, dat de verantwoordelijkheid is van de verenigingen en stichtingen.
Geprivatiseerde dorpshuizen
In Molenlanden is een aantal standalone dorpshuizen gevestigd dat in meer of mindere mate is geprivatiseerd. Ook binnen deze groep accommodaties is sprake van grote verschillen. Enkele voorbeelden: In Nieuwpoort is Het Arsenaal gevestigd midden in het historische centrum van dit stadje. Het Arsenaal vervult een functie voor feesten, partijen en
58
bijeenkomsten en voor enkele verenigingen. De maatschappelijke functie van Het Arsenaal is beperkt en staat optimale exploitatiemogelijkheden deels in de weg.
In Streefkerk is de accommodatie De 5 Lelies gevestigd. Deze accommodatie is
eigendom van een woningcorporatie en wordt gehuurd door de gemeente die de accommodatie vervolgens weer onderverhuurt. Ook de maatschappelijke functie van deze accommodatie kan worden versterkt.
Voor elk van de standalone dorpshuizen geldt dat er aanleiding is of komt om de gemeentelijke rol te heroverwegen. In Streefkerk mag, als gevolg van het IHP, een ontwikkeling worden verwacht richting een brede school/MFA. Het is wenselijk dat, als deze ontwikkeling zich daadwerkelijk voor gaat doen, de dorpshuisfunctie wordt overgeheveld naar deze brede school. In Nieuwpoort zou de dorpshuisfunctie van Het Arsenaal kunnen worden overgeheveld naar Poortzicht, zodat Het Arsenaal zich meer kan richten op een commerciële exploitatie en kan worden afgestoten. Na vaststelling van dit beleid zal – in overleg met de gebruikers van Het Arsenaal – deze richting verder worden uitgewerkt. Deze ontwikkelingen zijn eerst en vooral bedoeld om meer samenhang in het aanbod te realiseren. Bijkomend voordeel is dat het aantal vierkante meters kan worden teruggedrongen en daarmee de toekomstbestendigheid van de accommodaties kan worden verbeterd. Aula’s en begraafplaatsen
Gespreid over de gemeente zijn nog enkele kleine accommodaties gevestigd die dienst doen als aula’s voor uitvaarten. Het gebruik van deze gebouwen beperkt zich doorgaans tot enkele malen per jaar, maar de maatschappelijke functie wordt in de kernen als groot ervaren. Voorgesteld wordt om voor deze voorzieningen de beleidslijn te volgen die ook voor de dorpshuizen geldt, namelijk: De gemeente is eigenaar en draagt de eigenaarslasten.
De gebruiker (de uitvaartondernemers) dragen de exploitatiekosten.
4.6 Duurzaamheid De energieprestaties van de accommodaties zijn verschillend. In de nieuwe en eigentijdse accommodaties (bijvoorbeeld de MFA’s) zijn de nieuwste inzichten toegepast op het gebied van duurzaamheid. Er zijn echter ook accommodaties met matige tot slechte duurzaamheidsprestaties. Gemeenten hebben de wettelijke opgave om in 2050 energieneutraal te zijn. De gemeente Molenlanden heeft voor 59
zichzelf een hoger ambitieniveau neergelegd en wil dit doel eerder behalen. Het aanbod van accommodaties met een te hoog energieverbruik belemmert de gemeente om haar eigen doelstellingen op het gebied van duurzaamheid te behalen. De gemeente zal de komende jaren de duurzaamheidsprestaties van de accommodaties verbeteren. Daartoe is een fonds gevormd met een omvang van circa € 3,5 miljoen. De gemeente zal de komende jaren een verduurzamingsplan uitvoeren en dit fonds inzetten waarbij de volgende beleidsregels gelden: De prioriteit ligt bij de accommodaties met het hoogste energieverbruik. Het verduurzamen van deze accommodaties leidt tot de hoogte opbrengst. Die
accommodaties zijn de gemeentewerf Noordeloos, Poortzicht, De Multistee, de buitenbaden Schoonenburg en De Dompelaar, De Klipper, het kleed-/
clubgebouw van VV Nieuw-Lekkerland, gymzaal De Turner en verenigingsgebouw De overstap. Voor een aantal van deze accommodaties geldt overigens dat in
hoofdstuk 3 voorstellen zijn gedaan voor vernieuwing (bijvoorbeeld De Klipper). Indien die voorstellen worden overgenomen, zal de vervangende nieuwbouw
vanzelfsprekend aan de laatste eisen op het gebied van duurzaamheid voldoen.
Voor de accommodaties die eigendom zijn van de gemeente geldt dat deze investeringen ten laste worden gebracht van het fonds.
Voor accommodaties die geen eigendom zijn van de gemeente geldt dat de
gemeente duurzaamheid stimuleert en – onder voorwaarden – bereid is mee te
investeren, mits (financiële) afspraken worden gemaakt over de verdeling van de besparing op energiekosten.
60
4.7 Financiële gevolgen Ook de voorstellen op het gebied van eigendom en beheer hebben financiële gevolgen, te weten: Gebundeld beheer grotere binnensportaccommodaties: De gemeente
Molenlanden stelt jaarlijks een exploitatievergoeding beschikbaar voor de
exploitatie van De Klipper, De Reiger en Poortzicht. Verwacht mag worden dat – bij invoering van gebundeld beheer – de exploitatiebijdrage voor deze
accommodaties (althans die voor De Klipper en De Reiger) lager wordt. De exacte besparing hangt vanzelfsprekend af van de onderhandelingen met de Til-Groep. De financiele consequenties zijn daarom vooralsnog als PM-post opgenomen.
Kosten voor programmabeheer: In dit hoofdstuk is voorgesteld om
programmabeheer in te voeren voor vier clusters van accommodaties. Ook is
voorgesteld om in dit najaar het nut en de noodzaak verder te onderbouwen in
relatie tot het te ontwikkelen sportbeleid. Pas daarna kan worden bepaald of en in welke mate extra inzet van buurtsportcoaches wenselijk is.
De meerkosten voor de instandhouding van de buitenbaden bedragen jaarlijks
circa € 32.000,--. De voorgestelde harmonisatie leidt enerzijds tot hogere kosten voor de gemeente (80% storting in onderhoudsfonds), anderzijds tot het beëindigen van de exploitatiebijdragen aan Optisport en Sportfondsen.
In totaal leiden de voorstellen op het gebied van eigendom en beheer tot structurele meerkosten van € 32.000,-- per jaar.
61
5
Tarieven
5.1 Inleiding Eén van de belangrijke doelstellingen van dit project is het harmoniseren van de voorwaarden waaronder verenigingen en stichtingen gebruik kunnen maken van de accommodaties. Het betreft de tarieven voor bijvoorbeeld de binnensportaccommodaties, de kosten die buitensportverenigingen dragen voor het gebruik van de sportparken, et cetera. In dit hoofdstuk worden de voorstellen beschreven om te komen tot harmonisatie. In dit hoofdstuk wordt gestart met de buitensportaccommodaties, omdat daar de verschillen het grootst zijn. Daarna worden de voorstellen beschreven voor respectievelijk de binnensport en de dorpshuizen/MFA’s.
5.2 De buitensport Het is al eerder vermeld, maar er zijn grote verschillen tussen het beleid van de beide voormalige gemeenten als het gaat om de buitensportaccommodaties/ voetbal. Sterk samengevat geldt: Voormalig Giessenlanden
In de gemeente Giessenlanden zijn de voetbalaccommodaties in het jaar 2015 verzelfstandigd. Die verzelfstandiging hield het volgende in: De verenigingen werden vanaf dat moment volledig verantwoordelijk voor de instandhouding van de accommodaties en namen alle kosten voor de
instandhouding voor hun rekening. Het betrof niet alleen kosten voor het dagdagelijkse onderhoud, maar bijvoorbeeld ook de kosten voor renovatie/vernieuwing van velden en parkinfrastructuur.
Vanaf 2015 bestond er geen subsidierelatie meer tussen de gemeente en de verenigingen, noch voor de accommodatie, noch voor de verenigingen zelf (bijvoorbeeld geen subsidie meer voor het aantal jeugdleden).
Het eigendom van de accommodaties werd, door middel van erfpacht, voor 50 jaar overgedragen aan de verenigingen.
De verenigingen ontvingen elk een verzelfstandigingsbijdrage. Deze
verzelfstandigingsbijdrage is na een intensief proces tussen de gemeente en
verenigingen overeengekomen. Belangrijk om te vermelden is dat deze bijdrage nog niet de helft bedroeg van het bedrag dat eerder – via een onafhankelijke
62
opname van de gebouwen, velden en parkinfrastructuur – was becijferd om de parken 15 jaar lang in stand te kunnen houden. Voormalig Molenwaard
In de gemeente Molenwaard gold een constructie die in de meeste gemeenten in Nederland van toepassing is. Voor vijf van de zes verenigingen is de gemeente eigenaar van de velden. De gemeente verhuurt deze velden aan de verenigingen. De verenigingen hebben vervolgens de keuze om (delen van) onderhoud aan de velden en de parkinfrastructuur uit te voeren. Afhankelijk van de mate waarin de verenigingen zelf onderhoudswerkzaamheden uitvoeren ontvangen zij een financiële bijdrage in het onderhoud van de gemeente.
63
Overigens geldt dat voor VV De Alblas de constructie iets complexer is (een gemeenschappelijke regeling met de buurgemeente), maar de systematiek is gelijk. Alleen voor VV De Zwerver geldt een andere constructie. Deze vereniging huurt de velden van een woningbouwvereniging en komt niet in aanmerking voor een financiële bijdrage in het onderhoud van de velden. Voor de kleed-/clubgebouwen geldt in voormalig Molenwaard dat de meeste verenigingen eigenaar zijn van deze accommodatie en zelf alle instandhoudingkosten voor hun rekening nemen. VV Nieuw-Lekkerland is geen eigenaar van het kleed-/clubgebouw, maar betaalt een huur aan de eigenaar (de gemeente). Het harmonsatievoorstel
De verschillen in het beleid van de beide voormalige gemeenten, leiden in de praktijk ook tot grote verschillen in de kosten die de verenigingen moeten dragen. Daarbij geldt dat die verschillen geen betrekking hebben op de kleed/clubgebouwen. Die kosten zijn voor alle verenigingen min of meer vergelijkbaar. De verschillen hebben wel betrekking op de kosten voor de velden en de parkinfrastructuur. Die kosten zijn voor de verenigingen uit voormalig Giessenlanden twee tot drie keer zo hoog als voor de verenigingen uit voormalig Molenwaard. Ook voor VV De Zwerver (voormalig Molenwaard) zijn de kosten hoog. Oorzaken voor de hogere kosten zijn: De eigenaarslasten: In voormalig Giessenlanden dragen de verenigingen de eigenaarslasten voor de velden en de parkinfrastructuur. Dat zijn vooral de
kapitaallasten. In voormalig Molenwaard worden de eigenaarslasten door de gemeente gedragen.
Renovatie/vervanging: In voormalig Giessenlanden moeten de verenigingen zelf sparen/reserveren voor renovatie en vervanging. In voormalig Molenwaard reserveert de gemeente voor renovatie en vervanging.
De netto onderhoudskosten: Deze zijn in voormalig Giessenlanden hoger dan in voormalig Molenwaard, maar dat wordt vooral veroorzaakt doordat de
verenigingen in voormalig Giessenlanden gemiddeld genomen meer uitbesteden aan gespecialiseerde bedrijven.
Om te komen tot een geharmoniseerde situatie dienen de volgende veranderingen te worden doorgevoerd voor de verenigingen in voormalig Giessenlanden en voor VV De Zwerver:
64
1. De gemeente Molenlanden dient in de toekomst de eigenaarslasten, die
voortvloeien uit het eigendom van de velden en parkinfrastructuur, over te nemen van de verenigingen. Daarbij geldt dit uitsluitend voor de eigenaarslasten die gevolgen hebben voor liquiditeit (bijvoorbeeld wel rente, geen afschrijving).
2. De gemeente Molenlanden dient de kosten voor renovatie/vervanging van de
velden en de parkinfrastructuur in de toekomst voor haar rekening te nemen.
3. De gemeente Molenlanden dient het verschil in netto onderhoudskosten te compenseren aan de verenigingen in voormalig Giessenlanden.
65
De kosten na harmonisatie
In de volgende tabel zijn de verschillen tussen voormalig Molenwaard en voormalig Giessenlanden weergegeven na invoering van de harmonisatievoorstellen. Voor het overzicht is zowel de situatie vóór harmonisatie als na harmonisatie weergegeven. Uit de tabel blijkt het volgende: Na het doorvoeren van de voorstellen zijn de verschillen tussen voormalig Molenwaard en voormalig Giessenlanden een stuk kleiner dan voor de harmonisatie.
Na het doorvoeren van de voorstellen is er nog steeds een verschil. Dat verschil wordt uitsluitend verklaard door de mate waarin de verenigingen in voormalig
Giessenlanden de onderhoudswerkzaamheden uitbesteden aan gespecialiseerde
bedrijven. Die ‘uitbestedingsgraad’ is hoger dan in Molenwaard. Anders gezegd, in voormalig Molenwaard worden meer onderhoudswerkzaamheden door vrijwilligers gedaan en minder door bedrijven. Daardoor liggen de
onderhoudskosten per park in voormalig Molenwaard een stuk lager dan in voormalig Giessenlanden, waarmee het resterende verschil volledig wordt verklaard. Dat is de vrije keuze van de individuele verenigingen.
De details van het harmonisatievoorstel voor de buitensport zijn neergelegd in bijlage 4.
Tabel 3: Gemiddelde kosten velden en parkinfrastructuur binnen de voormalige gemeenten.
Gemiddelde
Gemiddelde
vm M'waard
Gemiddelde
vm G'Landen
Molenlanden
Velden en park huidige situatie
€
20.900,--
€
46.600,--
€
32.600,--
Per lid
€
42,--
€
116,--
€
76,--
Per spelend lid
€
58,--
€
172,--
€
110,--
Per veld
€
6.900,--
€
11.700,--
€
9.000,--
Velden en park na harmonisatie
€
17.800,--
€
24.300,--
€
20.800,--
Per lid
€
35,--
€
67,--
€
50,--
Per spelend lid
€
47,--
€
100,--
€
71,--
Per veld
€
6.200,--
€
6.100,--
€
6.200,--
Naast de voorstellen voor harmonisatie bevat het beleid voor de buitensport ook ‘spelregels’ voor de capaciteit van de accommodaties (aantal velden, aantal kleeden wasruimten, et cetera). Gegeven het huidige aantal leden en teams van de 66
verenigingen is het waarschijnlijk dat die spelregels de komende jaren gaan leiden tot uitbreiding van de capaciteit bij VV Groot-Ammers, VVAC en KV Triade. De investeringen die daarmee gemoeid kunnen gaan, zijn niet opgenomen in de financiële gevolgen van het accommodatiebeleid voor de buitensport.
5.3 De binnensport De huidige tarieven
Op het eerste gezicht verschillen de tarieven (kosten per uur voor een gymzaal op sporthal) tussen de twee voormalige gemeenten aanzienlijk. In voormalig Giessenlanden betalen de verenigingen bijna het dubbele van de verenigingen in voormalig Molenwaard. In voormalig Giessenlanden is gekozen om kostendekkende tarieven in rekening te brengen aan de gebruikers. In voormalig Molenwaard is sprake van gesubsidieerde tarieven. In de volgende tabel is dit tariefverschil weergegeven per type sportaccommodatie. Tabel 4: Huidige tarieven binnensportaccommodaties Molenlanden (2020).
Voormalig
Voormalig
Giessenlanden Sporthal
circa
Nederland
Molenwaard
€
100,--
€
53,--
circa
€
45,--
Sportzaal
€
66,--
€
35,--
circa
€
30,--
Gymzaal
€
31,--
€
15,50
circa
€
15,--
Het verschil in tarieven is minder groot dan het doet lijken. In voormalig Giessenlanden ontvangen de verenigingen een subsidie voor de zaalhuur (50% van de zaalhuur), waardoor zij uiteindelijk netto ongeveer hetzelfde betalen als de verenigingen in voormalig Molenwaard. Dat brengt de opgave voor het harmoniseren van de tarieven tot een relatief eenvoudige oplossing. De gemeente dient een keuze te maken voor één van de twee systematieken van de voormalige gemeenten. Een dergelijke harmonisatie leidt niet tot hogere kosten voor zowel de gemeente als voor de gesubsidieerde verenigingen.
67
Het harmonisatievoorstel
De gemeente Molenlanden heeft ervoor gekozen om minder in te zetten op indirecte subsidies (tarieven laag houden en exploitanten subsidiëren) en dit te vervangen door directe subsidies (tarieven kostendekkend en direct subsidiëren van de verenigingen). Dit uitgangspunt houdt direct in dat het Giessenlandse model als vertrekpunt gaat dienen voor het harmoniseren van de tarieven voor de binnensport. Dat houdt in dat de tarieven die in de accommodaties van deze voormalige gemeente worden gehanteerd, ook in voormalig Molenwaard gaan gelden. De volgende tarieven worden voorgesteld: Tabel 5: Toekomstige tarieven binnensportaccommodaties Molenlanden (prijspeil 2020).
Molenlanden Sporthal
€
99,--
Sportzaal
€
66,--
Gymzaal
€
33,--
Bij dit uitgangspunt gelden de volgende aandachtspunten: De gesubsidieerde binnensportverenigingen in voormalig Molenwaard ontvangen, vanaf het moment van invoering van deze nieuwe tarieven, een subsidie. Die
subsidie is bedoeld om hen in staat te stellen deze hogere tarieven te betalen. De subsidie bedraagt 50% van de kosten voor de zaalhuur en is gelijk aan de
subsidie die de verenigingen in voormalig Giessenlanden ontvangen. Daarmee is sprake van een volledig geharmoniseerde situatie.
De voorwaarden (bijvoorbeeld exploitatiebijdragen) voor de beherende
instellingen van de binnensportaccommodaties in voormalig Molenwaard
(beheerscommissie Poortzicht, Optisport, Sportfondsen, et cetera), moeten
worden aangepast. Zij zullen meer inkomsten uit de verhuur gaan ontvangen
waarmee hun exploitatietekort zal dalen. Dat moet worden vertaald naar lagere exploitatiebijdragen.
Binnen afzienbare tijd (1.1.2023) lopen de contracten met Optisport en
Sportfondsen af, die de binnensportaccommodaties in voormalig Molenwaard
beheren. Het voorstel is om de invoering van de tariefswijziging op dat moment in te voeren.
Niet alle gebruikers van de binnensportaccommodaties in voormalig Molenwaard zijn gesubsidieerde verenigingen. De niet-gesubsidieerde gebruikers zullen niet worden gecompenseerd in de hogere kosten voor huur van de
68
binnensportaccommodaties, tenzij het verenigingen betreft die in voormalig Giessenlanden wel subsidie ontvangen. Dit houdt in dat het gebruik van de binnensportaccommodaties door niet-gesubsidieerde gebruikersgroepen waarschijnlijk zal dalen.
69
De tarieven, zoals weergegeven in de tabel, zijn de ‘standaardtarieven’. De
exploitanten wordt de mogelijkheid geboden om enigszins af te wijken van deze standaardtarieven. Afwijkingen zijn mogelijk in de volgende gevallen:
Seizoensgebruik: Verenigingen die gedurende het hele seizoen gebruik maken van de binnensportaccommodaties, met een minimum van 200 hele
sporthaluren (of 400 sportzaaluren, of 600 gymzaaluren) per jaar, kunnen een korting voor het seizoensgebruik krijgen.
Blokgebruik: Verenigingen die in staat zijn om alle verenigingsactiviteiten te huisvesten in één compact blok van uren voor een hele sporthal of zaal
(bijvoorbeeld op één avond per week van 18.00 tot 23.00 uur), kunnen een korting krijgen.
De korting geldt als van beide omstandigheden sprake is (seizoensgebruik plus blokgebruik), met een maximumkorting van 10% (werkelijke korting door de exploitant te bepalen).
Commercieel gebruik: Voor de verhuur van de hallen en zalen aan gebruikers
met een winstoogmerk, staat het de beherende instellingen vrij om de tarieven naar eigen inzicht te verhogen.
5.4 De dorpshuizen/MFA’s De huidige tarieven
De tarieven, die verenigingen en andere gebruikers betalen in de dorpshuizen, verschillen onderling. Daarbij moet direct worden opgemerkt dat het gebodene onderling ook sterk verschilt. Die verschillen hebben te maken met de kwaliteit van de accommodaties, maar ook – of juist vooral – met het serviceniveau. In de ene accommodatie is sprake van vrijwilligersbeheer en moeten de verenigingen zelf de ruimte klaarzetten, schoon achterlaten en het buffet bemensen. In de andere accommodatie worden deze taken verzorgd door professionele beheerders. Het verschil in serviceniveau leidt tot verschillen in exploitatiekosten en daarmee ook in verschillen in tarieven. Overigens geldt dat in geen enkele accommodatie tarieven worden gerekend die door ons als ‘te hoog’ worden gekwalificeerd. Het harmonisatievoorstel
Voor de dorpshuizen/MFA’s wordt voorgesteld om vooralsnog niet tot harmonisering van de tarieven over te gaan. De volgende argumenten worden daarvoor aangevoerd: De onvergelijkbaarheid: De verschillen tussen de dorpshuizen en MFA’s in termen van kwaliteit van de accommodatie, uitstraling, functionaliteit en serviceniveau zijn zeer groot. Die verschillen mogen tot uitdrukking komen in afwijkende
70
tarieven. Bijvoorbeeld de verschillen tussen de accommodaties zijn veel groter dan bij de binnensport. Bij de binnensport gelden ook verschillen in kwaliteit, uitstraling en ouderdom, maar niet in functionaliteit (een gymzaal is een gymzaal).
De noodzaak ontbreekt: Er zijn weliswaar verschillen in de tarieven, maar de
tarieven zijn niet dusdanig hoog dat gemeentelijk ingrijpen noodzakelijk is. De
tarieven liggen iets boven het landelijke gemiddelde, maar dat geldt ook voor de binnensport.
De afdwingbaarheid: De gemeente beschikt nauwelijks over een instrumentarium om de tarieven in de dorpshuizen/MFA’s te harmoniseren. De vele verzelfstandigingen maken dat nauwelijks mogelijk.
71
De ontwikkeling van MFA’s: In hoofdstuk 3 is beschreven dat in voormalig Molenwaard de kans reëel is dat – in samenhang met het Integraal
Huisvestingsplan Primair Onderwijs – vernieuwing van het aanbod van
dorpshuizen/MFA’s gaat plaatsvinden. Die vernieuwing zal ertoe leiden dat zowel op het gebied van kwaliteit, als functionaliteit en serviceniveau de verschillen tussen de accommodaties onderling verder verkleinen. Dat zal ongetwijfeld vanzelf ook leiden tot kleinere verschillen in de tarieven.
Wel wordt voorgesteld om te komen tot een geharmoniseerde verdeling van de kosten tussen gemeente en beherende instellingen. Te doen gebruikelijk is dat de gemeente verantwoordelijk is voor de eigenaarslasten (hetzij structureel, hetzij door middel van een verzelfstandigingsbijdrage) en dat de beherende instellingen verantwoordelijk zijn voor alle exploitatiekosten. Dat principe zal worden toegepast (voor zover nog niet het geval), maar dat is in hoofdstuk 4 al uitvoerig beschreven.
5.5 Financiële gevolgen Vooral de harmonisatie van de buitensport heeft financiële gevolgen voor de gemeente. Immers, de gemeente neemt kosten voor de instandhouding van de buitensportparken over van de verenigingen in voormalig Giessenlanden en VV De Zwerver. In de volgende tabel zijn die gevolgen weergegeven: Kosten per jaar Overname kosten verenigingen
€
48.500
Toename reserveringen
€
137.500
Toename onderhoudskosten
€
42.000
Onvoorzien
€
23.000
Totaal
€
251.000
Harmonisatie van de tarieven voor de binnensport heeft geen financiële gevolgen en verloopt voor de gemeente budgettair neutraal.
72
6
Financiële gevolgen
6.1 Inleiding In dit rapport is een groot aantal voorstellen gedaan om te komen tot een toekomstbestendig accommodatie-aanbod en een geharmoniseerde situatie voor eigendom, beheer en tarieven. Deze voorstellen verschillen op het vlak van startmoment, gevolgen voor de verenigingen, financiële gevolgen, et cetera. In dit hoofdstuk worden de financiële gevolgen van deze voorstellen samengevat weergegeven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar: Voorbereidingsbudget: Om alle beschreven werkzaamheden te kunnen uitvoeren is een voorbereidingsbudget nodig. Immers, de werkzaamheden vereisen
projectleiding, ruimtelijke onderzoeken, opstellen van onderhoudsplannen, onderzoeken en ondersteuning op financieel en juridisch vlak, et cetera.
Structurele kosten als gevolg van veranderingen in het aanbod van
accommodaties, veranderingen in het beheer en de harmonisatievoorstellen.
6.2 Voorbereidingsbudget In de volgende tabel is de omvang van de voorbereidingskosten voor de verschillende projecten weergegeven. Tabel 6: Voorbereidingskosten (in de tabel komen afrondingsverschillen voor).
2021
2022
2023
Aanbod van accommodaties Sporthal Nieuw-Lekkerland
€
51.000
€
64.000
€
-
Dorpshuis Streefkerk
€
-
€
29.000
€
29.000
Gymzaal Streefkerk
€
-
€
29.000
€
29.000
Dorpshuis en gymzaal Ottoland
€
-
€
-
€
-
Multifunctionele ruimte Groot-Ammers
€
6.000
€
6.000
€
-
Ontmoetingsruimte Poortzicht/De Veste
€
-
€
19.000
€
-
Haalbaarheidsstudie mfa Goudriaan
€
-
€
42.000
€
42.000
Subtotaal
€
57.000
€
189.000
€
100.000
Eigendom en beheer
73
Gebundeld beheer binnensport
€
32.000
Programmabeheer
€
35.000
Subtotaal
€
67.000
€
32.000
€
-
€
32.000
€
-
2021
2022
2023
Harmoniseren Buitensport
€
78.000
€
39.000
€
-
Zwembaden
€
61.000
€
-
€
-
Binnensport
€
-
€
31.000
€
-
Subtotaal
€
139.000
€
70.000
€
-
TOTAAL
€
262.000
€
291.000
€
100.000
In totaal bedraagt het voorbereidingskrediet circa € 653.000,-- voor de komende drie jaren tezamen.
6.3 Totaaloverzicht financiële gevolgen In deze paragraaf zijn de financiële gevolgen van alle voorstellen weergegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt naar: Beheer, exploitatie en harmoniseren: De structurele kosten als gevolg van veranderingen in het beheer en de harmonisatievoorstellen.
Investeren in accommodaties: De structurele kosten als gevolg van investeringen in het aanbod van accommodaties.
Bij de financiële gevolgen geldt dat nog geen rekening is gehouden met: Eventuele herontwikkelingsopbrengsten: De voorgestelde ontwikkelingen in het
aanbod van accommodaties kunnen ertoe leiden dat locaties worden vrijgespeeld die vervolgens kunnen worden herontwikkeld (bijvoorbeeld woningbouw). Eventuele opbrengsten uit die herontwikkeling zijn niet meegenomen.
Eventuele aanvullende verzelfstandigingsbijdrage zwembaden voormalig
Molenwaard: In de berekeningen is meegenomen dat de zwembaden in voormalig Molenwaard een éénmalige bijdrage ontvangen (verzelfstandigingsbuffer). Voor
de beide baden is het op dit moment nog onduidelijk of die bijdrage voldoende is
74
om tot verzelfstandiging over te kunnen gaan. De exacte bijdrage die nodig is wordt in het jaar 2022 becijferd (zie activiteitenoverzicht in de bijlagen).
Verder geldt dat voor de investeringen in sportaccommodaties is uitgegaan van de volledige toekenning van de SPUK-subsidie (subsidie die in de plaats is gekomen voor de mogelijkheid van aftrek van btw). Toekomstige regelgeving kan ertoe leiden dat de subsidie lager uitvalt dan op dit moment aangenomen of zelfs wegvalt.
75
Beheer, exploitatie en harmoniseren
In de volgende tabel zijn de structurele lasten weergegeven voor de jaren 2021 tot 2025 e.v. Tabel 7: Financiële gevolgen Vastgoed-, Accommodatie- en Tarievenbeleid (in de tabel komen afrondingsverschillen voor).
2021
2022
2023
2024
PM
PM
PM
PM
PM
2025 e.v.
Eigendom en beheer Programmabeheer
€
-
€
-
Gebundeld beheer binnensport
€
-
€
-
Subtotaal
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Harmoniseren buitensport
€
-
€
251.000
€
251.000
€
251.000
€
251.000
Harmoniseren zwembaden
€
-
€
87.000
€
32.000
€
32.000
€
32.000
Harmoniseren binnensport
€
-
€
-
€
-
€
-
Subtotaal
€
-
€
338.000
€
283.000
€
283.000
€
283.000
TOTAAL
€
-
€
338.000
€
283.000
€
283.000
€
283.000
PM
Harmoniseren
€
-
Uit de tabel blijkt dat vanaf 2023 rekening moet worden gehouden met structurele meerkosten van € 283.000,--. In het jaar 2022 zijn de structurele lasten iets hoger. In dat jaar exploiteren Optisport en Sportfondsen nog de zwembaden in GrootAmmers en Nieuw-Lekkerland. Deze worden per 1.1.2023 verzelfstandigd. Om dat mogelijk te maken moet in 2023 ook rekening worden gehouden met een éénmalige verzelfstandigingsbuffer van € 305.500 Investeren in accommodaties
In hoofdstuk 3 is een overzicht gegeven van gewenste investeringen in accommodaties. Nogmaals, het al dan doen van deze investeringen is afhankelijk van: De financiële situatie van de gemeente Molenlanden op dat moment.
De uitwerking van de plannen die zal plaatsvinden met behulp van het
voorbereidingskrediet. Na die uitwerking zal de gemeente telkens per project een afweging maken van de investeringen.
76
In de volgende tabel zijn de structurele lasten, die voortvloeien uit deze investeringen, per project weergegeven.
77
Tabel 8: Structurele meerkosten investeringen in accommodaties.
Project
Structurele last
Sporthal Nieuw-Lekkerland
€
160.000
Dorpshuis/gymzaal Streefkerk
€
30.000
Dorpshuis/gymzaal Ottoland
€
46.000
€
9.000
Poortzicht/De Veste
€
7.000
Totaal
€
252.000
Multifunctionele ruimte GrootAmmers
Uit de tabel blijkt dat de investeringen in accommodaties leiden tot € 252.000,-aan structurele meerkosten.
78
Bijlage 1: Overzicht per kern Kern
Naam accommodatie
Voorstel
Binnensport
De Lingehof
Geen
Buitensport
ASV Arkel
Harmonisatievoorstel
MFA/dorpshuis
De Lingehof
Geen
Zwembad
De Tobbe
Harmonisatievoorstel
Binnensport
MFC Den Hoek
Geen
Buitensport
Geen
n.v.t
MFA/dorpshuis
MFC Den Hoek
Geen
Zwembad
De Hoge Kamp
Harmonisatievoorstel