Bijlage 1 - Bestemmingsplan ‘Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat'
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN UITKOOPREGELING HOOGSPANNINGSLEIDING MARSLAAN, VENUSLAAN EN NEPTUNUSSTRAAT GEMEENTE MOLENLANDEN
ORDITO.NL
BESTEMMINGSPLAN UITKOOPREGELING HOOGSPANNINGSLEIDING MARSLAAN, VENUSLAAN EN NEPTUNUSSTRAAT
GEMEENTE MOLENLANDEN Planstatus
Vastgesteld
Datum
02 - 02 - 2024
Plan identificatie
NL.IMRO.1978.BPUitkMarVenNeLKL-VG01
Auteur(s)
I. van de Weijer, K. Kusters
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
TOELICHTING
1.
Inleiding ................................................................................................................................................................. 2
1.1
Aanleiding ...................................................................................................................................................................... 2
1.2
Ligging en begrenzing plangebied .................................................................................................................................. 2
1.3
Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................... 4
1.4
Leeswijzer ...................................................................................................................................................................... 6
2.
Bestaande situatie ................................................................................................................................................. 7
2.1
Historie en ruimtelijke structuur omgeving ................................................................................................................... 7
2.2
Bestaande situatie ......................................................................................................................................................... 8
3.
Planbeschrijving ................................................................................................................................................... 11
3.1
Algemeen ..................................................................................................................................................................... 11
3.2
Verkeer en parkeren .................................................................................................................................................... 14
4.
Beleidskader ........................................................................................................................................................ 16
4.1
Rijksbeleid .................................................................................................................................................................... 16
4.2
Provinciaal beleid ......................................................................................................................................................... 17
4.3
Regionaal beleid........................................................................................................................................................... 20
4.4
Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................................................... 20
5.
Randvoorwaarden ............................................................................................................................................... 22
5.1
Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................................................... 22
5.2
Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................................................ 23
5.3
Bodemkwaliteit ............................................................................................................................................................ 24
5.4
Externe veiligheid ........................................................................................................................................................ 25
5.5
Geluid ........................................................................................................................................................................... 28
5.6
Luchtkwaliteit .............................................................................................................................................................. 28
5.7
Natuurwetgeving ......................................................................................................................................................... 29
5.8
Water ........................................................................................................................................................................... 34
5.9
M.e.r.- beoordeling ...................................................................................................................................................... 37
6.
Juridische regelgeving .......................................................................................................................................... 39
6.1
Inleiding ....................................................................................................................................................................... 39
6.2
Systematiek van de regels............................................................................................................................................ 39
6.3
Beschrijving van de bestemmingen ............................................................................................................................. 40
7.
Uitvoerbaarheid ................................................................................................................................................... 42
7.1
Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................................................... 42
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................................................................. 42
Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5.
Verkennend bodemonderzoek Quickscan natuurwetgeving Aanvullend ecologisch onderzoek Ecologisch werkprotocol huismus en vleermuis Stikstofdepositie onderzoek
2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is de uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland in de gemeente Molenlanden. Op 1 januari 2017 is de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningskabels in werking getreden. De gemeente Molenlanden koopt ter uitvoering van deze regeling woningen aan welke loodrecht onder een hoogspanningsverbinding zijn gelegen. De regeling verplicht de gemeente om de woonbestemmingen van deze panden te verwijderen. De ministeriële uitkoopregeling liep af op 1 januari 2022. Om de aangekochte percelen/woningen een nieuwe bestemming te geven is een participatietraject doorlopen. De volgende locaties zijn in dit bestemmingsplan opgenomen: • Marslaan 135, 137, 141, 145 tot en met 163 (oneven), met achterliggende percelen; • Venuslaan 113, 115, 117, 123, 133, 135, 137, 141, 143; • Neptunusstraat 2. Bovengenoemde panden worden gesaneerd. De panden aan de Marslaan 159 t/m 163 (oneven) worden getransformeerd of gesaneerd ten behoeve van nieuwbouw. Deze panden krijgen een maatschappelijke voorziening in de vorm van een huisartsenpraktijk. De bijgebouwen ter plaatse van de maatschappelijke bestemming worden eveneens gesloopt. Om het planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk te maken, is deze herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een bestemmingsplan voor de genoemde locaties.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied van onderhavig planvoornemen betreft een uitgestrekt gebied langs de Marslaan, de Venuslaan en een gedeelte van de Neptunusstraat te Nieuw-Lekkerland in de gemeente Molenlanden. De lengte van de Marslaan en de Venuslaan, het plangebied, bedraagt circa 350 meter. In onderstaande tabel is de kadastrale registratie van het plangebied weergegeven. De percelen van het plangebied staan kadastraal bekend als: Adres binnen plangebied Gemeente Sectie Perceelnummer (Respectievelijk aan adres binnen plangebied)
Marslaan 135, 137 en 139 t/m 163 (oneven) Achterliggende percelen Marslaan; 135, 137 t/m 163 (oneven) Venuslaan 111, 113, 115, 117, 119, 121, 123, 133, 135, 137, 139, 141, 143 Achterliggende percelen Venuslaan; 141, 143, Voorliggend perceel Venuslaan 139, 141, 143 Neptunusstraat 2
Molenlanden C
155, 329, 249 t/m 261
Molenlanden C
1118, 1001 t/m 1014
Molenlanden C
327, 326, 325, 324, 323, 322, 1335, 1340, 1341, 1342, 385, 1399, 1397
Molenlanden C
1398, 1396
Molenlanden C
1154 (gedeeltelijk)
Molenlanden C
1334
Tabel 1: Percelen binnen het plangebied
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
3 Aan de noordzijde van het plangebied op een afstand van circa 130 meter bevindt zich de rivier de Lek. Aan de oostzijde van Nieuw-Lekkerland is weideland gelegen. De gemeente Alblasserdam ligt circa 1,3 km ten zuiden van het plangebied. Aan de westzijde van het plangebied ligt op een afstand van circa 1,5 km het UNESCO Werelderfgoed ‘Kinderdijk’. In paragraaf 1.1 zijn de woningen welke onderdeel uitmaken van het plangebied omschreven. In onderstaande afbeelding is het plangebied visueel weergegeven.
Figuur 1: Plangebied (plangebied rood omkaderd)
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
4
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘’Bebouwde kom Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk’’, vastgesteld op 28 juni 2012 door de voormalige gemeente Nieuw-Lekkerland. Alle gronden binnen het plangebied kennen de enkelbestemming ‘Wonen’. Daarbij geldt voor het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’. Ter plaatse van de Marslaan 135 en 137, geldt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Ter plaatse het gehele plangebied met uitzondering van de Marslaan 141 t/m 149 (oneven) geldt gedeeltelijk de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Ter plaatse van Marslaan 141 t/m 149 (oneven) geldt gedeeltelijk de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Elke adreslocatie kent een bouwvlak waarbinnen voor alle locaties een maximale goothoogte geldt van 6 meter. De gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ geldt voor de gronden binnen het plangebied ten zuiden van de Venuslaan 141. Voor het plangebied geldt tevens de ‘’Parapluherziening Parkeren’’, vastgesteld op 27 oktober 2020. Het doel van deze parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in de gemeente Molenlanden. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het parkeerbeleid. De parkeerregeling uit deze Parapluherziening is verwerkt in dit bestemmingsplan.
Voor het plangebied geldt tevens het ‘’Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten’’, vastgesteld op 26 oktober 2021. Het doel van het paraplubestemmingsplan is het bieden van een eenduidige regeling voor het aspect ‘huisvesting arbeidsmigranten’ in de gemeente Molenlanden. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van de huisvestingsregelingen voor arbeidsmigranten. Onderhavig planvoornemen voorziet in de verwijdering van de woonbestemming op sommige panden onder hoogspanningsleidingen. Derhalve wordt er binnen onderhavig planvoornemen niet voorzien in de ontwikkeling van woningen en wordt de opname van het ‘Paraplubestemmingsplan huisvesting arbeidsmigranten’ uitgesloten voor dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
5
Figuur 2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan (panden plangebied rood omkaderd)
Wonen (enkelbestemming) De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor het wonen met daaronder begrepen aan-huis-verbonden beroepen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen en de bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals tuinen. Hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak. Binnen de woonbestemming is eveneens de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ opgenomen. Leiding - Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming) De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding. Op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leidingen toegestaan, zoals meet- en regelkasten en hoogspanningsmasten.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
6 Waarde – Archeologie 4 (dubbelbestemming) De voor 'Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op deze gronden mogen ten behoeve van deze genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien wordt voldaan aan de opgestelde voorwaarden. Graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm zijn niet toegestaan zonder omgevingsvergunning. Waarde – Archeologie 5 (dubbelbestemming) De voor 'Waarde – Archeologie 5' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op deze gronden mogen ten behoeve van deze genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien wordt voldaan aan de opgestelde voorwaarden. Graafwerkzaamheden dieper dan 150 cm zijn niet toegestaan zonder omgevingsvergunning.
Waterstaat – Waterkering (dubbelbestemming) De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken. Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied (gebiedsaanduiding) Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de drinkwaterkwaliteit.
1.4
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt allereerst ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving van het relevante beleidskader op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
7
2.
BESTAANDE SITUATIE
2.1
Historie en ruimtelijke structuur omgeving
Algemeen De kern Nieuw-Lekkerland is één van de kernen van de gemeente Molenlanden. Deze gemeente behoort tot de provincie Zuid-Holland en beslaat grotendeels het midden en noorden van de Alblasserwaard. De gemeente Molenlanden is sinds januari 2019 ontstaan uit een fusie van de gemeenten Molenwaard en Giessenlanden. De kern Nieuw-Lekkerland is gelegen langs de rivier de Lek. Ruimtelijke structuur Heel vroeger was het grondgebied van Nieuw-Lekkerland in handen van de Romeinen. In die tijd was Nieuw-Lekkerland alleen maar moeras. Pas in de 10de eeuw kwam daar verandering in, men ging het moeras uitgraven. Vandaar dat het land zo laag ligt. Rond 1280 wordt het dorp Leckerlant genoemd. De naam Nieue-Leckelant wordt voor het eerst genoemd rond 1325 als tegenhanger van het dorpje Oud-Leckelant (nu Lekkerkerk). Pas in 1903 werd het dorpje Nieuw-Lekkerland genoemd. De stedenbouwkundige opzet van Nieuw-Lekkerland was zeer eenvoudig; Nieuw-Lekkerland bestond oorspronkelijk uit twee wijken, die van de dijk landinwaarts zijn gegroeid: de westelijke wijk Middelweg en de oostelijke wijk Dorpslaan Deze twee wijken werden verbonden door de karakteristieke bebouwing langs de Lekdijk. De twee wijken zijn langzaam naar elkaar toe gegroeid. Met de bouw van woningen in het Middengebied wordt de kern één geheel.
De kern Nieuw-Lekkerland wordt gevormd door een langgerekte strook van min of meer aaneengegroeide bebouwing op en aan de dijk. Tussen de dijk en de wetering bevindt zich van oudsher bebouwing. Een deel van de historische bebouwing is ten behoeve van de dijkverzwaring afgebroken. Het karakter van de bebouwing is echter in stand gebleven en heeft een kleinschalig halfopen karakter en kent een grote diversiteit aan gebouwvormen en bouwstijlen. De zone heeft een groen karakter. De verkavelingsrichting is vrijwel overal op rationele en daardoor overzichtelijke wijze afgeleid van het oorspronkelijke langwerpige en smalle kavelpatroon (slagenlandschap). Naast de richting van de verkaveling, zijn ook de dijken en de hoogspanningsleidingen aan te merken als richtinggevende structuurlijnen. De bebouwing bestaat voornamelijk uit compacte woonbebouwing. Traditionele rijwoningen overheersen. Binnen de bebouwing zijn weinig open plekken met groen aanwezig. Onderhavig plangebied is gelegen aan de Marslaan, Venuslaan en gedeeltelijk de Neptunusstraat in de buurt Middelweg. De buurt is gebouwd in de jaren ‘70 en bestaat uit voornamelijk rijwoningen. Verder kent de buurt een klein centrum, een kerk en een basisschool.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
8
2.2
Bestaande situatie
Figuur 3: Uitsnede plangebied (participerende panden rood omkaderd)
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
9
Figuur 4: Marslaan 135 en 137
Figuur 5: Marslaan 141 en Marslaan 145 t/m 163 (oneven)
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
10
Figuur 6: Venuslaan 141 en 143
Figuur 7: Venuslaan 113, 115 en 117
Figuur 8: Venuslaan 123, 133, 135 en 137 en Neptunusstraat 2
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
11
3.
PLANBESCHRIJVING
3.1
Algemeen
Marslaan 135 De woning aan de Marslaan 135 wordt gesaneerd. De grond van het perceel krijgt de bestemming ‘Groen’, met uitzondering van de eerste 3 meter langs de perceelsgrens van Marslaan 133. Deze gronden krijgen de bestemming ‘Tuin’. Ten behoeve van een nieuwe spouwmuur wordt langs de zijgevel van Marslaan 133 70 cm woonbestemming gesitueerd. Marslaan 137 De woning aan de Marslaan 137 wordt gesaneerd. De grond van het woonperceel en achtergelegen perceel krijgen de bestemming ‘Groen’, met uitzondering van de eerste 3 meter langs de perceelsgrens van Marslaan 139. Deze gronden krijgen de bestemming ‘Tuin’. Ten behoeve van een nieuwe spouwmuur wordt langs de zijgevel van Marslaan 139 70 cm woonbestemming gesitueerd. Marslaan 139 De woning aan de Marslaan 139 is geen onderdeel van de ministeriële uitkoopregeling hoogspanningsleidingen. De woning blijft behouden in de toekomstige situatie. De bouwaanduiding van de woning verandert van aaneengebouwd naar vrijstaand. Marslaan 141 De woning aan de Marslaan 141 wordt gesaneerd. De grond van het woonperceel en achtergelegen perceel krijgt de bestemming ‘Tuin’. Ten behoeve van een nieuwe spouwmuur wordt langs de zijgevel van Marslaan 143 70 cm woonbestemming gesitueerd. De tuinbestemming komt ten goede van de woning aan de Marslaan 143.
Marslaan 143 De woning aan de Marslaan 143 is geen onderdeel van de ministeriële uitkoopregeling hoogspanningsleidingen. De woning blijft behouden in de toekomstige situatie. De bouwaanduiding van de woning verandert van aaneengebouwd naar vrijstaand. Marslaan 145 t/m 155 (oneven) De woningen aan de Marslaan 145 t/m 155 (oneven) worden gesaneerd. De gronden van de woonpercelen en achterliggende percelen krijgen de bestemming ‘Groen’, met uitzondering van 5,80 meter (80 cm talud) ter plaatse van de gronden van woning Marslaan 145. De eerste vier meter grond krijgt de bestemming ‘Tuin’ en de overige 1 meter 80 krijgt de bestemming ‘Water’ en komt ten goede van de woning aan de Marslaan 143. Marslaan 157 t/m 163 (oneven) De woningen aan de Marslaan 159 t/m 163 (oneven) krijgen de bestemming ‘Maatschappelijk’. Ten behoeve van een huisartsenpraktijk. De woning aan de Marslaan 157 wordt gesloopt en krijgt de bestemming ‘Verkeer’. Ter plaatse wordt een parkeerkoffer gerealiseerd ten behoeve van de maatschappelijke functie ter hoogte van de panden aan de Marslaan 159 t/m 163 (oneven). De achtergelegen percelen van deze panden krijgen de bestemming ‘Groen’.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
12 Venuslaan 141 en 143 De woningen aan de Venuslaan 141 en 143 worden gesaneerd. De gronden krijgen de bestemming ‘Groen’, met uitzondering van de eerste 3 meter langs de perceelsgrens van Venuslaan 139. Deze gronden krijgen de bestemming ‘Tuin’. Ten behoeve van een nieuwe spouwmuur wordt langs de zijgevel van Venuslaan 139 70 cm woonbestemming gesitueerd. Aan de achterzijde van de woonpercelen wordt 3 meter tuinbestemming gesitueerd ten behoeve van Planetenlaan 56. Venuslaan 139 De woning aan de Venuslaan 139 is geen onderdeel van de ministeriële uitkoopregeling hoogspanningsleidingen. De woning blijft behouden in de toekomstige situatie. De bouwaanduiding van de woning verandert van aaneengebouwd naar vrijstaand. Venuslaan 133, 135 en 137 De woningen aan de Venuslaan 133, 135, 137 worden gesaneerd. De gronden krijgen de bestemming ‘Groen’, met uitzondering van de eerste 3 meter langs de perceelsgrens van Venuslaan 131. Deze gronden krijgen de bestemming ‘Tuin’. Ten behoeve van een nieuwe spouwmuur wordt de langs de zijgevel van Venuslaan 131 70 cm woonbestemming gesitueerd. Venuslaan 123 De woning aan de Venuslaan 123 wordt gesaneerd. De grond krijg de bestemming ‘Groen’, met uitzondering van de eerste 70 cm langs de perceelsgrens van Venuslaan 125. Deze grond krijgen de bestemming ‘Tuin’.
Ten behoeve van een nieuwe spouwmuur wordt langs de zijgevel van Venuslaan 125 70 cm woonbestemming gesitueerd. Neptunusstraat 2 De woning aan de Neptunusstraat 2 wordt gesaneerd. De grond krijgt de bestemming ‘Groen’, met uitzondering van de eerste 3 meter langs de perceelsgrens van Neptunusstraat 4. Deze gronden krijg de bestemming ‘Tuin’. Ten behoeve van een nieuwe spouwmuur wordt langs de zijgevel van de Neptunusstraat 4 70 woonbestemming gesitueerd. Venuslaan 119, 121 De woning aan de Venuslaan 119 en 121 zijn geen onderdeel van de ministeriële uitkoopregeling hoogspanningsleidingen. De woning blijft behouden in de toekomstige situatie. De bouwaanduiding van de woningen veranderen van twee-aaneen naar vrijstaand. Venuslaan 113, 115, 117 De woningen aan de Venuslaan 113, 115, 117 worden gesaneerd. De grond krijgt de bestemming ‘Tuin’, met uitzondering van 70 cm langs de zijgevels van Venuslaan 111 en 119. Binnen deze 70 cm wordt de vigerende woonbestemming behouden ten behoeve van de nieuwe spouwmuur van zowel Venuslaan 111 als 119. De oppervlakte van de resterende tuinbestemming wordt evenredig verdeeld over de woningen aan de Venuslaan 111 en 119. Venuslaan 111 De woning aan de Venuslaan 111 is geen onderdeel van de ministeriële uitkoopregeling hoogspanningsleidingen. De woning blijft behouden in de toekomstige situatie.
De bouwaanduiding van de woning verandert van aaneengebouwd naar vrijstaand.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
13 Door de gemeente Molenlanden is een ingrepenkaart opgesteld, zoals onderstaand weergegeven. Deze ingrepenkaart is een opbrengst van het doorlopen participatietraject. De ingrepenkaart visualiseert de bovengenoemde tekstuele planbeschrijving.
Uitsnede Figuur 9: ingrepenkaart Uitsnede ingrepenkaart
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
14
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeer
Het plangebied wordt ontsloten via de Planetenlaan. De Planetenlaan is een wijkontsluitingsweg die in beide richtingen aansluit op de Lekdijk. De Lekdijk is een gebiedsontsluitingsweg die langs de Lek loopt en de kernen Streefkerk, Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk met elkaar verbindt. Door het slopen van de woningen aan de Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat en deze gronden een tuin-, groen-, of waterbestemming te geven zal het aantal verkeersbewegingen afnemen. De woningen aan de Marslaan 159 t/m 163 (oneven) worden vooralsnog niet gesloopt. Ter hoogte van de panden aan de Marslaan 159 t/m 163 (oneven) vindt een functiewijziging plaats waarbij de woonfunctie wijzigt naar een maatschappelijke functie. Als gevolg van de functiewijziging zal het aantal verkeersbewegingen wijzigen. Voor het bepalen van de verkeeraantrekkende werking, wordt aangesloten bij de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstig bestendig parkeren’. Gezien de ligging van het plangebied in de kern NieuwLekkerland van de gemeente Molenlanden is aansluiting gezocht bij de gemiddelde cijfers voor ‘Rest bebouwde kom, matig stedelijk’. In onderstaande tabel is de bestaand en toekomstige verkeersgeneratie schematisch weergegeven. Voor de toekomstige maatschappelijke functie wordt aansluiting gezocht bij de kengetallen voor ‘huisartsenpraktijk’.
Bestaande situatie Functie Koop, huis, twee-onder-een-kap Marslaan 137, 141, 145, 147, 149, 151, 153, 155 Koop, huis, tussen/hoek Marslaan 135, 157, 159, 161, 163 Venuslaan 113, 115, 117, 123, 133, 135, 137, 141, 143 Neptunusstraat 2 Totaal Toekomstige situatie Functie Behandelkamer voor artsen Huisartsenpraktijk Behandelkamer voor praktijkondersteuner Huisarts – S Huisartsenpraktijk Behandelkamer voor praktijkondersteuner Huisarts – GGZ Huisartsenpraktijk Totaal Afname
Norm 7,8 mvt/ etmaal per woning
Eenheid 9
Verkeersgeneratie 70,2 mvt/ etmaal
7,1 mvt/ etmaal per woning
14
99,4 mvt/ etmaal
169,6 mvt/ etmaal
25,6 mvt/ etmaal per behandelkamer 25,6 mvt/ etmaal per behandelkamer
2
51,2 mvt/ etmaal
2
51,2 mvt/ etmaal
25,6 mvt/ etmaal per behandelkamer
1
25,6 mvt/ etmaal
128 mvt/ etmaal 41,6 mvt/ etmaal
Tabel 2: Verkeersgeneratie bestaande- en toekomstige situatie plangebied
De totale verkeersgeneratie zal afnemen na de realisatie van het planvoornemen. Geconcludeerd kan worden dat verkeer geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
15 Parkeren
Voor het parkeren dient voldaan te worden aan de ‘’Nota Parkeernormen Molenlanden 2020’’. Voor het plangebied is aansluiting gezocht bij ‘(Rest) bebouwde kom’. Door het slopen van de woningen aan de Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat en deze gronden een tuin-, groen-, of waterbestemming te geven zal de parkeerbehoefte afnemen. De woningen aan de Marslaan 159 t/m 163 (oneven) worden vooralsnog niet gesloopt. Ter hoogte van de panden aan de Marslaan 159 t/m 163 (oneven) vindt een functiewijziging plaats waarbij de woonfunctie wijzigt naar een maatschappelijke functie. Als gevolg van de functiewijziging zal de parkeerbehoefte wijzigen. Voor de bepaling van de toekomstige parkeerbehoefte wordt voor de maatschappelijke functie aansluiting gezocht bij kengetallen voor ‘huisartsenpraktijk’. In onderstaande tabel is de huidige en toekomstige parkeerbehoefte in beeld gebracht. Bestaande situatie Functie Koop, huis, twee-onder-een-kap Marslaan 137, 141, 145, 147, 149, 151, 153, 155 Koop, huis, tussen/hoek Marslaan 135, 157, 159, 161, 163 Venuslaan 113, 115, 117, 123, 133, 135, 137, 141, 143 Neptunusstraat 2 Totaal Toekomstige situatie Functie Behandelkamer voor artsen Huisartsenpraktijk Behandelkamer voor praktijkondersteuner Huisarts – S Huisartsenpraktijk Behandelkamer voor praktijkondersteuner Huisarts – GGZ Huisartsenpraktijk Totaal Afname
Norm
Eenheid
Parkeerbehoefte
2,2 pp per woning
9
19,8 parkeerplaatsen
2,0 pp per woning
14
28 parkeerplaatsen
47,8 parkeerplaatsen
3,3 pp per behandelkamer 3,3 pp per behandelkamer
2
6,6 parkeerplaatsen
2
6,6 parkeerplaatsen
3,3 pp per behandelkamer
1
3,3 parkeerplaatsen
16,5 parkeerplaatsen 16,5 parkeerplaatsen
Tabel 3: Parkeerbehoefte bestaande- en toekomstige situatie plangebied
Gezien de afname van de parkeerbehoefte kan worden geconcludeerd dat parkeren geen belemmering vormt voor het planvoornemen. In de planregels is dit in artikel 15.1 (parkeren) geborgd: “Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger”.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
16
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt.
Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Het is in de eerste plaats de keuze van de burger om gebruik te maken van deze minsteriele regeling. De regeling verplicht de gemeente om de woonbestemming van deze woningen te verwijderen. Dit bestemmingsplan geeft voor de genoemde percelen een andere bestemming. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Hetgeen in lijn is met de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke Ordening (Barro)
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te kunnen stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland, zoals onder het kopje Nationale Omgevingsvisie (NOVI) staat vermeld. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Hetgeen in lijn is met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
17 Ministeriële Uitkoopregeling hoogspanningsleidingen
Op 1 januari 2017 is de ‘Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding’ van start gegaan. Met de uitkoopregeling kunnen gemeenten woningen, die recht onder de draden van een hoogspanningsverbinding staan, aankopen of verplaatsen. Dit gebeurt middels een participatietraject en op initiatief van de woningeigenaar. Door de strekking van de hoogspanningsleidingen boven Nieuw-Lekkerland deelt de gemeente Molenlanden mee in de uitkoopregeling. Zo ook de woningen aan de Marslaan, Venuslaan en gedeeltelijk de Neptunusstraat. De uitkoopregeling wordt hier dan ook toegepast, waarbij sanering van de panden plaatsvindt. Conclusie
Het nationale ruimtelijke beleid geeft geen belemmeringen voor het planvoornemen.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 augustus 2020 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. De zes ambities zijn: 1. Naar een klimaatbestendige delta; 2. Naar een nieuwe economie: the next level; 3. Naar een levendigere meerkernige metropool; 4. Energievernieuwing; 5. Best bereikbare provincie; 6.
Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Voor het realiseren van de maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
18 Beleid ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij een gebied, onderscheidt de provincie de kwaliteit van gebieden in categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving. Hieruit is de Kwaliteitskaart ontwikkeld, een kaart waarbij de kwaliteiten van onder meer het plangebied inzichtelijk worden gemaakt. Steden en dorpen Het plangebied is volgens de kwaliteitskaart gelegen in ‘steden en dorpen’. Voor dergelijke gebieden zijn de volgende richtlijnen opgenomen in de Omgevingsvisie: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; •
Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijk structuur;
•
Daar waar hoogbouw niet samenvalt met ‘zwaartepunten’ in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving;
•
Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur;
•
Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand;
•
Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd;
•
Het eigen karakter van het historische centrum wordt versterkt;
•
Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringend gebied;
•
Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.
Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Hetgeen in lijn is met de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Omgevingsverordening Zuid-Holland
In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld, van kracht vanaf 20 februari 2019. Op 9 april 2019 is er een wijzigingsbesluit vastgesteld voor het onderdeel NNN Krimpenenerwaard van de Omgevingsverordening. Op 1 juli 2020 is de Omgevingsverordening ZuidHolland – verzamelherziening 2020 vastgesteld. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening zijn instrumenten die onderling sterk met elkaar samenhangen. In de systematiek van de Omgevingswet is de inhoud van de Omgevingsvisie voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
19 In relatie tot het onderhavige plan is artikel 6.9 “Ruimtelijke kwaliteit” van de Omgevingsverordening van toepassing. De provincie Zuid-Holland streeft er naar om stedelijke ontwikkelingen primair te laten plaatsvinden binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het onderhavige plangebied is gelegen binnen het BSD. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i.
Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). Het planvoornemen past binnen de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Conclusie
Het planvoornemen is in lijn met het provinciaal beleid.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
20
4.3
Regionaal beleid
Visie 2030 ‘’Open voor elkaar’’
De “Visie 2030 ‘Open voor elkaar” is vanuit de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en waarin de beleidskeuzes worden bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat en een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De visie “Open voor elkaar” benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Het voornemen sluit daarmee aan op de Visie 2030 “Open voor elkaar”. Conclusie
Het planvoornemen is in lijn met het regionaal beleid.
4.4
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Nieuw-Lekkerland
De voormalige gemeente Nieuw-Lekkerland heeft op 29 november 2012 de structuurvisie ‘NieuwLekkerland’ vastgesteld. In dit structuurplan heeft de gemeente haar integraal ruimtelijk beleid voor de langere termijn vastgelegd. De structuurvisie moet helderheid verschaffen in het ruimtelijke beleid van de (voormalige gemeente) kern Nieuw-Lekkerland en de wijze waarop zij deze tot uitvoering wil brengen. Deze helderheid is gewenst voor inwoners en ondernemers, als ook voor andere (semi-) overheden en maatschappelijke partners. De (voormalige gemeente) kern Nieuw-Lekkerland beoogt met de opstelling van de structuurvisie meerdere inhoudelijke en procesmatige doelen te bereiken: • Integrale visievorming voor de lange termijn; • Bijeenbrengen en afwegen van belangen (inhoudelijk en procesmatig); • • •
Toetsings- en inspiratiekader voor ruimtelijke beslissingen. - ‘bottom-up’ voor regionale en provinciale planvorming. - ‘top-down’ voor ruimtelijke initiatieven; Basis voor uitwerking in sectoraal beleid en in juridisch-planologische kaders (zoals bestemmingsplannen); Basis voor uitvoering: de structuurvisie vervult een functie als grondpolitiek instrument. Zo kan via een structuurvisie bij particuliere ontwikkelingen de programmatische invulling van het woningbouwprogramma en het kostenverhaal van bovenplanse kosten af worden gedwongen.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
21 Daarnaast besteedt deze structuurvisie aandacht aan het thema ‘bevolkingsontwikkeling en wonen’. De structuurvisie geeft op basis van de structuur van de huidige woningvoorraad en de bevolkingsopbouw een beeld van de stand van zaken in de (voormalige gemeente) kern NieuwLekkerland. Aan de hand van de doorrekening naar de toekomst, die rekening houdt met bekende woningbouwplannen en herstructurering, wordt een beeld geschetst van de kwantitatieve en kwalitatieve woonwensen. Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling voor woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Daarbij is ook het participatietraject doorlopen. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Met het planvoornemen blijft de leefbaarheid aan de Marslaan, Venuslaan en gedeeltelijk de Neptunusstraat behouden met de gekozen opzet. Bouwvlakken zijn zoveel mogelijk strak om de huidige bebouwing gelegd en voor de maximale goot- en bouwhoogtes is aangesloten op de omliggende bestaande bebouwing. De nieuwe functies passen daarbij goed bij de bestaande functies in het gebied. Het voornemen sluit daarmee aan op de Structuurvisie Nieuw-Lekkerland van de voormalige gemeente Nieuw-Lekkerland. Conclusie
Het planvoornemen is in lijn met het gemeentelijk beleid.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
22
5.
RANDVOORWAARDEN
5.1
Archeologie en cultuurhistorie
Beleidskader
Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Beleidsnota Archeologie
De gemeenten in de regio Alblasserwaard – Vijfheerenlanden, waaronder de gemeente Molenlanden, hebben een regionaal archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid, vastgesteld op 24 november 2009, is genaamd “Een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart”. De nota is gebaseerd op de uitgangspunten en principes van het Verdrag van Malta en gaat uit van behoud van het cultureel erfgoed in situ (op locatie en veiliggesteld in de bodem). Daarnaast gaat het beleid uit van het principe “de verstoorder betaalt”. Het beleid krijgt vooral gestalte door de bescherming van archeologische waarden en verwachtingen via de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan vormt hierin het centrale instrument. Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden. Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentzorgcyclus, die er op is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodem verstorende activiteit.
Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien of het beperken van bodemingrepen. Onderzoek
De onderzoeklocaties liggen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Bebouwde kom NieuwLekkerland en Kinderdijk’ en geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’. Er geldt een onderzoekplicht bij bodemingrepen groter of gelijk aan 250 m² en met een diepte van respectievelijk 30 cm en 150 cm. Voor het planvoornemen worden de deelnemende woningen van de uitkoopregeling gesloopt, met uitzondering van Marslaan 159 t/m 163 (oneven). Deze woningen blijven behouden en krijgen een maatschappelijke bestemming. De gronden van de andere woningen krijgen de bestemming ‘Groen’, ‘Tuin’ of ‘Water’. Onderhavig planvoornemen voorziet in de sloop van 20 woningen en in de functiewijziging van 3 woningen. Met de te verwachten werkzaamheden met betrekking tot de sloop zullen naar verwachting bodemingrepen plaatsvinden door middel van het roeren van de bodem. Verwacht wordt dat het roeren van de bodem geen belemmering vormt in het kader van waarde en archeologie omdat ten tijde van de bouw van de woning grondwerkzaamheden hebben plaatsgevonden welke destijds geen belemmering vormde. De nieuwe bestemmingen ‘Tuin’, ‘Groen’ en ’Water’ zullen naar verwachting geen bodemingrepen behoeven. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. In het nieuwe bestemmingsplan zullen de huidige dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ worden overgenomen.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
23 Conclusie
Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Beleidskader
De Wet milieubeheer zorgt er voor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstandenlijst voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen opgenomen. Alle bedrijven die in de buurt van de planlocatie liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met maximale hinderafstand. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.
Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Milieucategorie
t.o.v. rustige woonwijk
t.o.v. gemengd gebied
1
10 meter
0 meter
2 3.1
30 meter 50 meter
10 meter 30 meter
3.2
100 meter
50 meter
4.1 4.2
200 meter 300 meter
100 meter 200 meter
5.1
500 meter
300 meter
5.2
700 meter
500 meter
5.3
1.000 meter
700 meter
6
1.500 meter
1.000 meter
Tabel 4: Richtafstanden voor bedrijfsactiviteiten
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
24 Onderzoek
Een inventarisatie naar de aanwezigheid van milieubelastende bedrijfsactiviteiten in de directe omgeving van het plangebied is noodzakelijk. Onderhavig planvoornemen voorziet in de sloop van de participerende woningen uit de uitkoopregeling. Ter plaatse van de gesloopte woningen komen de bestemmingen ‘Groen’, ‘Tuin’ en ‘Water’. Dit geldt voor alle woningen met uitzondering van de woningen aan de Marslaan 157 t/m 163 (oneven). De gronden ter hoogte van deze panden krijgen een maatschappelijke functie. Marslaan 157 wordt gesloopt en vervangen door een parkeerkoffer ten behoeve van de maatschappelijke functie ter hoogte van de panden aan de Marslaan 159 t/m 163 (oneven). De Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat maken onderdeel uit van een woonwijk. De woonwijk kent enkele maatschappelijke en centrum bestemmingen voor in de directe omgeving. Gelet op de omgevingskarakteristieken van het plangebied kan gesproken worden van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Met onderhavig planvoornemen wordt door de gemeente Molenlanden invulling gegeven aan de ministeriële uitkoopregeling woningen onder hoogspanningsleidingen in Nieuw-Lekkerland. Onderhavig planvoornemen voorziet niet in de ontwikkeling van gevoelige bestemmingen, derhalve is toetsing aan de omliggende milieubelastende bedrijfsactiviteiten niet noodzakelijk.
Onderhavig planvoornemen voorziet wel in de functiewijziging naar maatschappelijk voor de panden aan de Marslaan 159 t/m 163 (oneven). Ter plaatse van de maatschappelijke functie wordt in de toekomstige situatie een huisartsenpraktijk gevestigd. Conform de VNG brochure richtafstandentabel kent een artsenpraktijk milieucategorie 1. De richtafstand voor een artsenpraktijk in een rustige woonwijk dient 10 meter te bedragen. Aan deze richtafstand kan niet worden voldaan. Echter wordt er in het kader van bedrijven en milieuzonering geen belemmering verwacht voor een goed woon- en leefklimaat, omdat tot kort voorheen een huisartsenpraktijk was gevestigd aan de Marslaan 167. Deze huisartsenpraktijk grensde direct aan de naastgelegen woning. Daarnaast zijn bedrijven met milieucategorie 1 qua woon- en leefklimaat goed verenigbaar met omliggende woningen. Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.3
Bodemkwaliteit
Beleidskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient een bodemonderzoek te worden verricht met het oog op de beoordeling van de realiseerbaarheid van een bepaalde (bestemmings-)wijziging. Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Hiervoor is het bij nieuwe ontwikkelingen verplicht een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. Onderzoek
Onderhavig planvoornemen voorziet in verschillende bestemmingswijzigingen, derhalve is een bodemonderzoek genoodzaakt. Het doel van het bodemonderzoek is het inzichtelijk maken van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor toekomstig gebruik. Onderstaand zijn de conclusies uit het bodemonderzoek opgenomen. Het volledige bodemonderzoek is opgenomen als bijlage van deze toelichting.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
25 In februari 2023 heeft Inventerra een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 op de locaties aan de Marslaan en Venuslaan te Nieuw-Lekkerland. Op basis van het uitgevoerde veldonderzoek is een hypothese opgesteld met betrekking tot een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem, namelijk verdacht voor een bodemverontreiniging met voornamelijk zware metalen en PAK als gevolg van een diffuse bodembelasting. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: • Het zintuiglijk onverdachte zand onder de aanwezige verhardingen in de tuinen van de Marslaan en de Venuslaan (0,5 – 0,4 m-mv, MM1) is licht verontreinigd met PCB en is niet verontreinigd met de overige onderzochte stoffen. • De zintuiglijk onverdachte kleiige bovengrond in de tuinen langs het noordelijk deel van de Marslaan (0,15 – 0,5 m-mv, MM2) is licht verontreinigd met lood en is niet verontreinigd met de overige onderzochte stoffen. De zintuiglijk onverdachte kleiige bovengrond in de tuinen langs het zuidelijk deel van de Marslaan (0 – 0,5 m-mv, MM3) is niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. De zintuiglijk onverdachte kleiige bovengrond in de tuinen langs de Venuslaan (0 – 0,5 m-mv, MM4) is licht verontreinigd met PCB en is niet verontreinigd met de overige onderzochte stoffen.
• De zintuiglijk onverdachte kleiige ondergrond in de tuinen langs de Marslaan (0,5 – 1,5 m-mv, MM5) is licht verontreinigd met diverse zware metalen en is niet verontreinigd met de overige onderzochte stoffen. De zintuiglijk onverdachte kleiige ondergrond in de tuinen langs de Venuslaan (0,5 – 1,0 m-mv, MM6) is niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. • Het grondwater op de onderzoekslocatie (peilbuizen 111 en 121) bevat licht verhoogde concentraties met barium; deze worden beschouwd als natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek is de hypothese ‘verdacht voor verontreiniging’ bevestigd, vanwege de aangetoonde licht verhoogde gehalten in de grond. De licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PCB in de grond worden toegeschreven aan de lange bewoningsgeschiedenis (ca. 50 jaar). Een relatie met het gebruik van licht verontreinigde grond in het kader van tuinverbetering gedurende die periode is niet uit te sluiten. De aangetoonde gehalten in de grond zijn zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt wordt het onderzochte terrein geschikt geacht voor de huidige en de toekomstige bestemming. Conclusie
Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.4
Externe veiligheid
Beleidskader
Bij de invloed van de externe veiligheid wordt bezien in hoeverre de veiligheidsrisico’s door de gewenste bestemmingen worden overschreden. Het gaat hierbij om risico’s door stationaire (inrichtingsgebonden) activiteiten met gevaarlijke stoffen en risico’s door het transport van gevaarlijke stoffen. In beide gevallen wordt de afweging gebaseerd op de omvang van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, de mogelijke effecten die optreden en de kans dat die effecten ook daadwerkelijk manifest worden. Nieuwe (beperkt) kwetsbare bestemmingen mogen niet voorkomen op plaatsen waar het plaatsgebonden risico groter is dan 10-6 per jaar. De normen voor het plaatsgebonden risico zijn bedoeld als grenswaarden volgens de Wet milieubeheer. Naast het plaatsgebonden risico wordt gekeken naar het groepsrisico. De normen worden weergegeven door middel van risicocontouren.
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Marslaan, Venuslaan en Neptunusstraat
26 Invloed van stationaire bronnen
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijventerrein. Bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken en LPG-tankstations. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunning en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden. Het besluit is -op enkele onderdelen na- op 27 oktober 2004 inwerking getreden. Nieuwe kwetsbare objecten mogen niet worden gerealiseerd in gebieden waar sprake is van een plaatsgebonden risico (PR) van meer dan 10-6 per jaar. De kans per jaar dat één persoon, die op een bepaalde plaats verblijft, komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen moet kleiner zijn dan 1 op 1 miljoen. Ook het vaststellen van een bestemmingsplannen geldt als nieuwe situatie, waarbij voldaan moet worden aan de eisen uit het Bevi. Concreet betekent dit dat kwetsbare objecten binnen de 10-6 contour niet zijn toegestaan Volgens de risicokaart van de provincie Zuid-Holland liggen in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen. Wel ligt het plangebied nabij rivier de Lek. Hetgeen een risicovolle transportroute (vaarweg) is.
Uitsnede voor de Leefomgeving (plangebied(plangebied rood omkaderd, globaal aangegeven) Figuur 10:Atlas Uitsnede Atlas voor de Leefomgeving rood omkaderd, globaal aangegeven)
Invloed transport gevaarlijke stoffen, buisleiding
Bij het besluit van 24 juli 2010 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van kracht geworden. Dit besluit stelt regels voor risico’s en zonering langs buisleidingen, het opnemen van voorschriften in bestemmingsplannen, technische eisen, het aanwijzen van een toezichthouder, melding van incidenten en beschikbaarheid van noodplannen. Conform de Atlas voor de Leefomgeving is het plangebied gelegen buiten de invloedgebieden van buisleidingen.