Bijlage 1 Bestemmingsplan Hoogblokland, Bazeldijk 50 vastgesteld met verbeelding en bijlagen
Tekst van het document
Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de ligging van de Schaik stroomrug ten zuiden van het plangebied duidelijk zichtbaar vanwege de relatief hogere ligging (bijlage 4). Een smallere crevassegeul lijkt in het plangebied te liggen. De stroomrug heeft een maaiveldhoogte van circa 0,4 m NAP. De veenvlakte en rivierkomvlaktes hieromheen hebben een maaiveldhoogte van circa 1,4 m NAP. Het bedrijventerrein heeft een relatief hoog maaiveld ten opzichte van de omgeving. Het maaiveld in het plangebied varieert tussen de 0,8 en 7,0 m +NAP (bijlage 5). Het grote maaiveldhoogteverschil wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van asfaltgranulaat in hopen. Het maaiveld hieronder ligt op circa 0,8 m +NAP. Het terrein is opgehoogd met circa 1,2 tot 2,2 m. Geologie en lithologie Op de geologische kaart ligt het plangebied in een zone waar overslag- of crevasseafzettingen aanwezig zijn (kaartcode O/F3). Rondom het plangebied is een profieltype gekarteerd met een afwisselende gelaagdheid van het Hollandveen met de Afzettingen van Tiel en de Afzettingen van Gorkum. Aan de oppervlakte zijn Afzettingen van Tiel als komklei aanwezig (kaartcode F3k). De verwachting is dat onder de overslag en/of crevasse-afzettingen een dergelijk profieltype te verwachten is.
Bij een dijkdoorbraak wordt overslag afgezet, bestaande uit zand en klei dat in hoge snelheid vanuit het buitendijkse gebied de polder instroomt. Op de locatie waar de dijk doorbreekt ontstaat vaak een kolkgat, waarachter een waaier van sediment wordt afgezet. Door de sterke stroom van het water kunnen delen van de oudere aanwezige afzettingen geërodeerd zijn, maar ook kunnen ze begraven worden onder het pakket sediment. In het laatste geval is er sprake van goede conserveringsomstandigheden. Op 75 m ten zuidwesten van het plangebied is een boring beschikbaar uit het Dinoloket, dat inzicht geeft in de opbouw van het plangebied. Vanaf maaiveld (1,0 m -NAP) zijn afwisselend lagen zwak siltig tot matig zandige klei en veenlagen aanwezig. De klei is onderdeel van de Formatie van Echteld en betreffen Holocene rivierafzettingen. Het veen is onderdeel van de Formatie van Nieuwkoop. Vanaf een diepte van 6,3 m -Mv (7,3 m -NAP) is veen aanwezig dat onderdeel is van de Formatie van Nieuwkoop, de Basisveen laag. Deze veenlaag dekt een pakket sterk siltige klei af, dat onderdeel is van de Formatie van Kreftenheye, het Laagpakket van Wijchen (7,1 m -Mv; 8,1 m -NAP). Dit zijn 6
vroegholocene komafzettingen. Vanaf een diepte van 7,6 m -Mv (8,6 m -NAP) is matig grof zand aangetroffen dat onderdeel is van de Formatie van Kreftenheye (bron: www.dinoloket.nl; boring B38G1478; 127.737, 433.375 (RD)). Dit betreffen pleistocene rivierbeddingafzettingen. Bodem Op de bodemkaart ligt het plangebied in een zone waar poldervaaggronden voorkomen (kaartcode Rn47C; bijlage 6). De poldervaaggronden zijn over het algemeen kleigronden met een grijze, roestig gevlekte ondergrond, die niet slap is. Tevens worden ze gekenmerkt door een grijze humusarme bovengrond. Poldervaaggronden zijn wijd verbreid en komen over het algemeen veel voor in westelijk Nederland (De Bakker, 1966). In een poldervaaggrond kunnen begraven bodemniveaus aanwezig zijn, zogenaamde laklagen, die een indicatie vormen voor oudere bodemvorming. Een dergelijk niveau heeft zich in het rivierengebied kunnen vormen op het moment dat er sprake was van een verminderde afvoer, waardoor sprake was van een afgenomen opslibbing van sediment. Daardoor trad begroeiing op en kon zich een humeus niveau vormen. Op het moment dat er sprake was van een toename in rivierafvoer, raakte dit niveau begraven en kenmerkt het zich als een donkere, matig humeuze kleilaag in de bodem. Grondwatertrap In het plangebied is een grondwatertrap III gekarteerd.
Dit betekent over het algemeen dat er sprake is van relatief wisselende grondwaterstanden, waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand binnen 40 cm –Mv wordt aangetroffen en de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen de 80 cm en 120 cm –Mv. Vanuit archeologisch oogpunt betekenen dergelijke grondwaterstanden, dat zowel organische (zaken als leer, hout) als anorganische resten tot een diepte van 120 cm -Mv waarschijnlijk (geheel) gedegradeerd zijn.
Figuur 4: Geologische kaart van het plangebied. Het plangebied bevindt zich in een zone met overslagafzettingen (kaartcode o/F3).
7
7. Archeologische verwachting en bekende waarden Wettelijk beschermd monument
Nee
AMK terrein
Ja
Verwachting gemeentelijke kaart
Waarde
Archeologische waarden en/of informatie
Ja
Archeologische verwachting Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Het plangebied is wel opgenomen op de Archeologische Monumentenkaart als terrein van hoge archeologische waarde (AMK-terrein 6795; bijlage 6). Op de gemeentelijke beleidskaart is het plangebied aangeduid als terrein met een vastgestelde archeologische waarde vanwege de ligging op een archeologisch monument. Bekende waarden Het plangebied bevindt zich op een terrein van hoge archeologische waarde (AMK-terrein 6795). Binnen dit terrein zijn sporen van bewoning aangetroffen uit de periode Neolithicum en Bronstijd. Het betreft een vindplaats dat tijdens een onderzoek van de Stichting voor Bodemkartering is aangetroffen. De vindplaats is gelegen op een smalle stroomrug (vermoedelijk een crevasse van de Schaik stroomrug) waarop een cultuurlaag aanwezig is. De cultuurlaag kenmerkt zich door de aanwezigheid van een zandige, donkergrijs of zwarte laag met een dikte van 30 cm. De cultuurlaag is afgedekt met 30 tot 50 cm aan klei. Uit de cultuurlaag zijn fragmenten vuursteen en aardewerk verzameld, die zijn gedateerd in het Laat Neolithicum en onderdeel zijn van de Klokbekercultuur (vondstmeldingen 2836712100, 2836575100, 2836704100 en 3107405100).
In 1993 is in het kader van de aanleg van de bestaande asfaltfabriek een archeologisch onderzoek uitgevoerd (Asmussen, 1993; onderzoeksmelding n.v.t.). Dit onderzoek bestond uit enkele boringen. Dit onderzoek heeft eveneens vastgesteld dat er een smalle stroomrug in het gebied aanwezig is, waarop een cultuurlaag is aangetroffen. In de cultuurlaag is houtskool, verbrand leem en fosfaat aangetroffen. Deze cultuurlaag is aangetroffen vanaf een diepte van 30 tot 90 cm onder het toenmalige maaiveld (1,1 – 1,8 m -NAP). Er is een vondstspreiding aangetroffen van circa 70 x 70 m en een vondstconcentratie van circa 20 x 20, wat waarschijnlijk de kern van de nederzetting betreft. In afbeelding 5 is de zone met de kern van de nederzetting weergegeven. Deze bevindt zich in het westen van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn ook enkele gegevens bekend. • 600 m ten noordwesten van het plangebied is een beschermd archeologisch monument (AMKterrein 739) aanwezig en een terrein met zeer hoge archeologische waarde (AMK-terrein 10447). Het betreft een terrein met sporen van bewoning uit het Neolithicum op een donk. Er zijn resten van de Klokbekercultuur en Vlaardingencultuur op aangetroffen. Bij een proefsleuvenonderzoekje is een haardkuil aangetroffen en zijn paalsporen aanwezig.
In de sporen zijn fragmenten aardwerk en verbrand bot aanwezig (vondstmeldingen 2836607100 en 283669700). 1963 is het terrein deels opgegraven. • 550 m ten zuidwesten van het plangebied is een beschermd archeologisch monument aanwezig (AMK-terrein 740). Het betreft een terrein met sporen van bewoning uit het Neolithicum op oevers van de Schaik stroomrug. Archeologische resten zijn direct onder de moderne bouwvoor aanwezig (35 – 50 cm -Mv). Het kenmerkt zich door de aanwezigheid van een cultuurlaag (onderzoeksmelding 2836591100; 2836583100 en 3150035100). 8
Figuur 5: Resultaten onderzoek Asmussen, 1993.
9
8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historische bebouwing
Nee
Historisch gebruik
Wei- en hooiland
Huidig gebruik
Weiland
Bodemverstoringen
Onbekend
Historische achtergronden Het plangebied bevindt zich langs de Bazeldijk in het buitengebied tussen Hoogblokland (zuid) en Meerkerk (noord). Het plangebied is gelegen in Polder den Beemd dat is gelegen tussen de Zederik en de Minkeloos, een veenrivier. De polder is waarschijnlijk ontgonnen vanaf de oever van de Zederik, een veenwater dat in verbinding stond met de Linge. De meest ingrijpende gebeurtenissen ten aanzien van het landschap volgen vanaf de 13e eeuw, toen de Bazeldijk langs de Zederik werd aangelegd (vermoedelijk in 1277). De aanleg van de dijk was bedoeld om het overtollig water, dat vanuit het Vijfheerenland de Alblasserwaard instroomde tegen te houden. De aanleg van de dijk zorgde stroomopwaarts voor een ophoping van water, waardoor in dat gebied verschillende andere maatregelen nodig waren om de wateroverlast te kunnen beheersen. Dit leidde onder meer tot de aanleg van de Diefdijk (bij Culemborg) maar ook tot de vergraving van rivierlopen en aanleg van kanalen. Op de oudst geraadpleegde topografische kaart van het plangebied, uit 1741, is de ligging ervan langs de Bazeldijk zichtbaar. Ten noorden van het plangebied is een wiel aanwezig, genaamd ‘het grote wiel’. Dit wiel is waarschijnlijk ontstaan bij een doorbraak van de Bazeldijk. De datering van deze doorbraak is niet bekend (bron: Kaart ‘Leven met Water’ RCE; STIBOKA, 1981).
Aangezien het wiel op een kaart uit 1741 zichtbaar is, is de doorbraak ouder dan dat. Langs de Bazeldijk zijn enkele gebouwen ingetekend. Het plangebied zelf lijkt onbebouwd te zijn. Op een topografische kaart uit 1811-1832 is het plangebied eveneens onbebouwd en in gebruik als bouwland, weiland en bos hakhout volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (OAT’s). Deze situatie blijft grotendeels hetzelfde totdat in 1955 in het oosten van het plangebied een huis is ingetekend. Vanaf 1999 is het plangebied onderdeel van de asfaltfabriek. Militair Erfgoed Op basis van de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) bevindt het plangebied zich binnen de ‘Hintere Wasserstellung’. Dit is een Duitse linie uit de Tweede Wereldoorlog, die als doel had om een invasie vanuit de kuststreek te vertragen. Binnen deze linie kunnen bunkers, tankversperringen, loopgraven, mangaten e.d. worden verwacht. Er zijn geen directe aanwijzingen bekend om dergelijke complexen te verwachten in het plangebied (bron: www.vergeltungswaffen.nl; www.tracesofwar.nl; www.bunkerinfo.nl). Ook op een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog zijn geen bijzonderheden in het plangebied te zien (bron: Universiteitsbibliotheek Wageningen, RAF-luchtfoto’s; niet als kaartbeeld opgenomen).
Bodemverstoringen Het plangebied is ten tijde van het onderzoek onderdeel van het bedrijfsterrein van een asfaltfabriek en wordt gebruikt voor de opslag van asfaltgranulaat. Op basis van het AHN is het bedrijfsterrein opgehoogd met circa 1,2 tot 2,2 m. Het maaiveld is geasfalteerd en hierop is de opslag van asfaltgranulaat aanwezig. Op basis van AHN hebben de granulaathopen een maaiveldhoogte tot circa 7,0 m +NAP. Het gewicht van de ophoging en opslag heeft vermoedelijk voor verdrukking van de 10
ondergrond en daarmee ook het archeologisch relevante niveau gezorgd. De aanwezigheid van gesloten verharding kan een effect hebben gehad op de waterhuishouding en daarmee op de conservering van (organische) archeologische resten. Ook kan dit hebben gezorgd voor de verblauwing van de onderliggende klei, waardoor grondsporen niet of nauwelijks af te lezen zijn. In hoeverre hierbij de archeologische waarden in het plangebied zijn aangetast is niet bekend. In het Bodemloket is het plangebied aangeduid als ‘voldoende onderzocht/gesaneerd’. Er is sprake van een vervuiling afkomstig van een demping en ophooglaag met puin en/of bouw- en sloopafval. Er heeft op het bedrijventerrein een sanering plaatsgevonden, maar waar en op welk manier is niet bekend (bron: www.bodemloket.nl). Aangezien de archeologische waarden zich onder een eventueel ophoogpakket bevinden, is niet de verwachting dat deze zijn vergraven.
11
Figuur 6: Plangebied op de Nieuwe kaart van de Vyf Heeren Landen gelegen tusschen den Dief en Zouwen Dyk, uit 1741. Bron: Universiteitsbibliotheek Utrecht
Figuur 7: Het plangebied op de kadastrale minuut uit 1811-1832. Bron: beeldbank RCE
12
Figuur 8: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1880. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl
Figuur 9: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1900. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl
13
Figuur 10: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1930. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl
Figuur 11: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1955. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl
14
Figuur 12: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1980. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl
Figuur 13: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1999. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl
15
Figuur 14: Recente luchtfoto van het plangebied. Bron: www.pdok.nl
16
9. Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op archeologische waarden
Waarde
Periode
Neolithicum - Bronstijd
Complextypen
Nederzettingen, sporen van landgebruik, grafvelden Op de top van de crevasseafzettingen van de Schaik stroomrug.
Stratigrafische positie
In het plangebied is op basis van eerder archeologisch onderzoek sprake van een archeologische waarde voor de periode Neolithicum – Bronstijd. In het plangebied is een crevasserug van de Schaik stroomrug aanwezig, waarop zich een vindplaats uit deze periode bevindt. De kern van de vindplaats kenmerkt zich voornamelijk in het westen van het plangebied volgens Asmussen (1993). Voor de overige perioden is de archeologische verwachting laag op basis van reeds uitgevoerd onderzoek en op basis van onderhavig onderzoek. De top van de crevasse is overdekt geraakt met jongere klei en het gebied heeft vanaf dat moment in een nat kom- en/of veengebied gelegen. Gedurende de Late Middeleeuwen is de Bazeldijk aangelegd en is het gebied ontgonnen en in gebruik genomen als landbouwgrond. Aan het einde van de 20ste eeuw is de asfaltcentrale aangelegd. Stratigrafische positie en diepteligging Het archeologisch relevante niveau wordt gevormd door de top van de crevasseafzettingen van de Schaik stroomrug en de cultuurlaag die hierop is gevormd. Op basis van het onderzoek van Asmussen (1993) is het archeologisch relevante niveau aangetroffen op een diepte van (1,1 – 1,8 m NAP). Dit is op 1,9 tot 2,6 m beneden het huidige maaiveld. Complextypen, omvang en aanwezigheid In het plangebied is vermoedelijk sprake van een nederzettingsterrein uit de periode Neolithicum – Bronstijd.
De vindplaats bevindt zich op een crevasserug en kenmerkt zich door een cultuurlaag. De cultuurlaag kenmerkt zich door de aanwezigheid van een zandige, donkergrijs of zwarte laag met een dikte van 30 cm en hierin is fosfaat, houtskool en verbrand leem aanwezig. Uit de cultuurlaag zijn fragmenten vuursteen en aardewerk verzameld, die zijn gedateerd in het Laat-Neolithicum en onderdeel zijn van de Klokbekercultuur. Er worden in het plangebied sporen van bewoning verwacht, zoals paalkuilen, greppels en haardkuilen. In de cultuurlaag is een vondstspreiding aanwezig. .
17
10. Conclusie en Advies Conclusie In het plangebied is sprake van een archeologische waarde voor de periode Neolithicum – Bronstijd. Op basis van eerder onderzoek is vastgesteld dat in de ondergrond van het plangebied een crevasserug van de Schaik stroomrug aanwezig is. Op de top van de crevasserug is een cultuurlaag aangetroffen, waarin aardewerk uit de Klokbekercultuur is aangetroffen. Er is sprake van een nederzetting op deze stroomrug, waarvan de kern in het westen van het plangebied gelegen is op basis van het onderzoek van Rasmussen (1993). De top van de nederzetting bevindt zich op een diepte van 1,1 – 1,8 m -NAP. Vanwege de aanwezigheid van een recent ophoogpakket, dat is opgebracht bij de aanleg van de bestaande asfaltfabriek, is dit niveau nu waarschijnlijk op een diepte van 1,9 tot 2,6 m -Mv aanwezig. Het recente ophoogpakket is op basis van het AHN circa 1,2 tot 2,2 m dik. Voor de overige periodes is op basis van reeds uitgevoerd onderzoek en onderhavig bureauonderzoek geen aanwijzing voor de aanwezigheid van een vindplaats in het plangebied. Hiervoor geldt daarom een lage archeologische verwachting. Advies Op basis van onderhavig archeologisch onderzoek geldt voor het plangebied een archeologische waarde op een diepte van 1,1 tot 1,8 m -NAP. Het voornemen is om in het plangebied een overkapping te plaatsen.
Om dit mogelijk te maken worden betonnen poeren aangelegd op circa 50 cm -Mv. De poeren worden geheel in de recente ophoging aangelegd en hierbij vinden dus geen verstoringen plaats in het archeologisch relevante niveau. De heipalen worden wel dieper geslagen en raken het archeologisch relevante niveau. De heipalen worden echter op een rij geplaatst met een onderlinge afstand van ruim 5,0 m. Gezien de grote tussenafstand blijft het archeologisch relevante niveau in voldoende mate beschikbaar voor eventueel toekomstig onderzoek. Er is in onze optiek geen sprake van een onevenredige verstoring. Ook worden er geen nieuwe verstoringen verwacht door het opbrengen van grond en/of het aanleggen van verharding, aangezien er al sprake is van een aanzienlijke ophoging en geheel gesloten verharding op het terrein. Samenvattend vindt er in onze optiek geen onevenredige verstoring plaats bij het realiseren van de overkapping en adviseren wij om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel geldt dat wanneer tijdens de grondwerkzaamheden in het plangebied toch archeologisch relevante zaken tevoorschijn komen, deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 moeten worden gemeld bij het bevoegd gezag (in deze de gemeente Molenlanden). Bovenstaande vormt een advies.
Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Molenlanden) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
18
11. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • Archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Giessenlanden • Kaart ‘leven met water’ RCE • Universiteitsbibliotheek Utrecht • Universiteitsbibliotheek Wageningen • mapy.mzk.cz • www.ahn.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.bodemloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • www.topotijdreis.nl • www.pdok.nl • www.dinoloket.nl • www.ikme.nl • www.vergeltungswaffen.nl • www.tracesofwar.nl • www.bunkerinfo.nl
Afbeeldingenlijst Figuur 1: Ligging van het plangebied (bron: www.pdok.nl). Figuur 2: Palenplan nieuwbouw. Bron: Aveco de Bondt Figuur 3: Funderingsdetail overkapping. Bron: Aveco de Bondt Figuur 4: Geologische kaart van het plangebied. Het plangebied bevindt zich in een zone met overslagafzettingen (kaartcode o/F3). Figuur 5: Resultaten onderzoek Asmussen, 1993. Figuur 6: Plangebied op de Nieuwe kaart van de Vyf Heeren Landen gelegen tusschen den Dief en Zouwen Dyk, uit 1741. Bron: Universiteitsbibliotheek Utrecht Figuur 7: Het plangebied op de kadastrale minuut uit 1811-1832. Bron: beeldbank RCE Figuur 8: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1880. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl Figuur 9: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1900. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl Figuur 10: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1930. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl Figuur 11: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1955. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl Figuur 12: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1980. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl Figuur 13: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1999. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Bron: www.topotijdreis.nl
1 2 3 7 9 12 12 13 13 14 14 15 15 19
Figuur 14: Recente luchtfoto van het plangebied. Bron: www.pdok.nl
16
Literatuur • Asmussen, P.S.G., 1993. Archeologisch onderzoek terrein asfaltfabriek Hoogblokland. Stichting RAAP. • Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade • Bennema, J. en L.J. Pons, 1952, Donken, fluviatiel Laagterras en Eemzee-afzettingen in het westelijk gebied van de grote rivieren. Boor en Spade 5: 126-137 • Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland, Assen • Berendsen, H.J.A. en E. Stouthamer (eds.), 2001. Palaeogeographical development of the RhineMeuse delta, the Netherlands. Assen. • Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn‐Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. • Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhof, en T.E. Wong. De ondergrond van Nederland. Houten, 2003 • STIBOKA, 1981. Bodemkaart van Nederland, Schaal 1:50 000, Blad 38; Oost-Gorinchem. Wageningen.
20
Bijlage 1: Archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Giessenlanden
21
22
Bijlage 2: Stroomruggen
23
Bijlage 3: Geomorfologie
24
Bijlage 4: Maaiveldhoogte
25
Bijlage 5: Maaiveldhoogte detail
26
Bijlage 6: Bodem
27
Bijlage 7: Archeologie
28
Bijlage 3
planstatus vastgesteld
Omgevingsdialoog
NL.IMRO.1978.BPBazeldijk50HBL-VG01
pagina 42 van 65
Omgevingsdialoog De omwonenden (woonachtig op Bazeldijk 8, 37, 40, 44/43, 45, 47-1, 52, 53, 54-1, 56, 59, 60, 62, 65A) zijn op de hoogte gebracht van de voorgenomen ontwikkeling. De omwonenden zijn begin december 2021 op de hoogte gebracht door APH, waarbij de initiatiefnemer de omwonenden persoonlijk heeft benaderd en de voorgenomen ontwikkeling van het realiseren van de overkapping heeft toegelicht. De volgende zes punten zijn toegelicht in het gesprek met de omwonenden: 1.
Beter balans asfaltgranulaat droog maken en verwarmen.
2.
Minder CO2 uitstoot.
3.
Minder gas verbruik.
4.
Minder emissies.
5.
Minder geluid vanuit het achter terrein (past binnen de geluidsvoorschriften).
6.
Inzet van zonnepanelen.
Tijdens de toelichting zijn tekeningen getoond van de nieuwe situatie en de constructie.
Door de omwonenden zijn ten tijde van de toelichting een aantal vragen gesteld en beantwoord door de initiatiefnemer. 1.
Wordt de stank overlast ook minder. Antwoord: De emissie punten van het geur liggen bij het verlaten van de schoorsteen en uit het verladen van asfalt.
2.
Leveren de zonnepanelen straks schittering op. Antwoord: De bomenrij houdt de schittering van de zonnepanelen tegen.
3.
Waarom wordt de overkapping niet over de gehele lengte geplaatst. Antwoord: Om financiële reden is er gekozen om eerst de eerste twee vakken te overkappen, in de toekomst is het wel de bedoeling om de gehele lengte te overkappen. Het bestemmingsplan maakt mogelijk om de andere vier vakken ook te overkappen.
Vanuit de omgeving is er positief gereageerd op de voorgenomen ontwikkeling van het realiseren van de overkapping.
P 1/1
Regels
planstatus vastgesteld
NL.IMRO.1978.BPBazeldijk50HBL-VG01
pagina 43 van 65
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan 'Hoogblokland, Bazeldijk 50' met identificatienummer NL.IMRO.1978.BPBazeldijk50HBL-VG01 van de gemeente Molenlanden; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende bijlagen); 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
achtererf:
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan; 1.6
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7
bebouwingspercentage:
een in het plan aangeduid percentage, dat de grootte van het in de regels aangegeven bouwvlak of erf aangeeft dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.8
bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen; 1.9
beperkt kwetsbaar object:
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;
planstatus vastgesteld
NL.IMRO.1978.BPBazeldijk50HBL-VG01
pagina 44 van 65