CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl. 1a Toelichting

Raadsvergadering 21 maart 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Wijngaarden, t.o. Oosteinde 4515.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Wijngaarden, t.o. Oosteinde 45’

Toelichting bestemmingsplan ‘Wijngaarden, t.o. Oosteinde 45’

Identificatie NL.IMRO.1986.BPtoOosteinde45WGD-VG01 Datum 25-01-2023 Planstatus Vastgesteld Versie 3.0

2

Inhoud 1

2

3

4

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding .................................................................................................. 5

1.2

Plangebied .................................................................................................. 5

1.3

Kader .......................................................................................................... 6

1.4

Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 9

1.5

Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 9

1.6

Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 9

1.7

Communicatie .......................................................................................... 10

1.8

Realisatie .................................................................................................. 10

1.9

Leeswijzer................................................................................................. 10

Planbeschrijving .................................................................................................................... 11 2.1

Bestaande situatie ..................................................................................... 11

2.2

Nieuwe situatie ......................................................................................... 14

Beleidskader............................................................................................................................ 18 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 18

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 20

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 30

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 32

Milieuaspecten ....................................................................................................................... 35 4.1

Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 35

4.2

Watertoets ................................................................................................ 37

4.3

Geluid ....................................................................................................... 42

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 44

4.5

Bedrijven- en milieuhinder ........................................................................ 46

4.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 50

4.7

Kabels en leidingen................................................................................... 52

4.8

Ecologie .................................................................................................... 53

4.9

Bodem ...................................................................................................... 55

4.10 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................. 57 5

Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 60 5.1

Inleiding ................................................................................................... 60

5.2

Systematiek van de regels ......................................................................... 60

5.3

Bestemmingen .......................................................................................... 60

5.4

Aanduidingen ........................................................................................... 61

3

Bijlage 1

Omschrijving Landschappelijk inpassingsplan

Auteur Leon Aantjes

2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ecologische quickscan Verkennend Bodemonderzoek (incl. asbest)

3 4

Datum 06-09-2022

Voortman Ingenieurs

Referentie Perceel tegenover Oosteinde 45 te Wijngaarden R-JVO/1814

Blom Ecologie

2022-0527

17-05-2022

Linge Milieu

22-2055

31-05-2022

30-05-2022

4

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Het perceel tegenover Oosteinde 45 te Wijngaarden betreft een agrarisch perceel in de bebouwde kom. De eigenaren van het perceel hebben het plan om hier een woning te realiseren. De eigenaren begrijpen dat het bouwen van een woning niet zondermeer mogelijk is en hebben derhalve een ‘bouwrecht’ (ook wel ‘woonstip’ genoemd) aangekocht. Het bouwrecht is afkomstig van de locatie Botersloot 50 te Noordeloos. De eigenaren van de locatie Botersloot 50 Noordeloos zijn niet voornemens om hier een vrijstaande woning te realiseren. Het voorgenomen plan is strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘Dorpskernen’. Het perceel heeft de bestemming ‘Agrarisch’. Op gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ is het realiseren van reguliere burgerwoningen niet toegestaan. Op 12 februari 2021 is een principeverzoek ingediend. Op 15 februari 2022 heeft het college van de gemeente Molenlanden besloten om in principe medewerking te verlenen aan het plan. Voor het plan wordt een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen.

1.2 Plangebied Het bestemmingsplan bestaat uit twee deelgebieden. Deelgebied 1 betreft de locatie Botersloot 50 te Noordeloos waar het bouwrecht wordt weggenomen. Het bouwrecht wordt verwijderd op het perceel Botersloot 50 te Noordeloos. Deelgebied 1 maakt onderdeel uit van het kadastrale perceel gemeente Noordeloos, sectie C, nummer 464. De begrenzing van het deelgebied betreft de contouren van de bestemming ‘Wonen’ in het bestemmingsplan ‘Botersloot 50 Noordeloos’.

Afbeelding 1: Begrenzing deelgebied 1 (Botersloot 50 Noordeloos)

5

Deelgebied 2 betreft de locatie tegenover Oosteinde 45 Wijngaarden waar het bouwrecht wordt ingezet en de woningbouw gaat plaatsvinden. Deelgebied 2 maakt onderdeel uit van het kadastrale perceel gemeente Wijngaarden, sectie A, nummer 795. Het deelgebied wordt aan de noordzijde begrensd door de openbare weg Oosteinde. Het deelgebied wordt aan de oost- en westzijde begrensd door kavelpad en een sloot. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan het open landschap.

Afbeelding 2: Begrenzing deelgebied 2 (t.o. Oosteinde 45 Wijngaarden)

1.3 Kader Bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ Het deelgebied t.o. Oosteinde 45 in Wijngaarden valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ (vastgesteld op 13 februari 2012). De locatie heeft de enkelbestemming: • Agrarisch. De dubbelbestemming: • Waarde – Archeologie – 4. Bestemmingsplan ‘Herziening Dorpskernen Graafstroom’ Op 15 september 2015 is de ‘Herziening Dorpskernen Graafstroom’ vastgesteld. In de herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen van het buitengebied, evenals omissies en nieuw beleid. Voor het plan betekent dit de aanpassing/actualisatie van de regelgeving.

6

Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Dorpskernen’

Bestemmingsplan ‘Botersloot 50 Noordeloos’ Het deelgebied Botersloot 50 Noordeloos valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Botersloot 50 Noordeloos’ (vastgesteld op 23 juni 2016). Het deelgebied heeft de enkelbestemming: • Wonen. De dubbelbestemming: • Waarde – Archeologie 1 en 4; • Waarde – Cultuurhistorie. En de aanduidingen: • Bouwvlakken; • Bouwaanduiding ‘bijgebouw’; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – hulp-/nevenfunctie inseminatie toegestaan’; • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’.

7

Afbeelding 4: Uitsnede bestemmingsplan ‘Botersloot 50 Noordeloos’

Bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ Op 27 oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ vastgesteld. Het doel van deze parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in de gemeente Molenlanden. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het parkeerbeleid. In de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020” zijn de parkeernormen opgenomen die van toepassing zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ regelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden voldaan aan de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020”. In paragraaf 2.2.2 ‘Verkeer en parkeren’ is beschreven dat dit plan voldoet aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten Op 26 oktober 2021 heeft de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten’ vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan voorziet uitsluitend in een juridische borging voor het reguleren van het beleid met betrekking tot huisvesting van arbeidsmigranten. Door deze regeling wordt het eveneens onmogelijk gemaakt om andere ongewenste huisvestingsvormen toe te staan in woningen. De regeling is overgenomen in de regels van dit bestemmingsplan (artikel 15).

8

1.4 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het plan wordt het juridischplanologisch mogelijk gemaakt om een levensloopbestendige woning te realiseren tegenover het perceel Oosteinde 45 te Wijngaarden. Op dit moment is het mogelijk om naast de woonboerderij Botersloot 50 te Noordeloos een vrijstaande woning te realiseren. Met dit bestemmingsplan wordt deze mogelijkheid weggenomen. Daarnaast is in het bestemmingsplan ‘Botersloot 50 Noordeloos’ vergeten de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ ter plaatse van de kernzone van de regionale waterkering op te nemen. Met dit plan wordt deze omissie hersteld.

1.5 Maatschappelijk draagvlak Participatie In het kader van een goede ruimtelijke ordening en een goede relatie met de buren is het plan tegenover het Oosteinde 45 voorgelegd aan de bewoners aan de Oosteinde 45, 45a, 46, 47 en 47a. De reacties waren allen positief. De woning Oosteinde 44 stond ten tijden van participatie in de verkoop. De initiatiefnemers hebben aan de verkopende makelaar laten weten dat zij voornemens zijn een woning te realiseren en hiervoor een bestemmingsplanprocedure gaan starten. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de provincie Zuid-Holland, het waterschap Rivierenland en de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid. Zienswijzen Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben vanaf 1 december 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegd (Gemeenteblad 2022, nr. 522363), waarbij eenieder in de gelegenheid werd gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Er zijn in deze periode geen zienswijzen ingediend.

1.6 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is er een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.

9

1.7 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via het Kontakt en het Gemeenteblad).

1.8 Realisatie Wanneer na vaststelling van het bestemmingsplan geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de beroepstermijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor de bouw van de levensloopbestendige woning kan dan worden aangevraagd.

1.9 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • • • •

Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Beleidskader; Hoofdstuk 4: Milieuaspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.

10

2

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Wijngaarden De geschiedenis van het dorp Wijngaarden gaat terug tot voor het jaar 1283. Uit bronnen blijkt dat in het jaar 1283 Graaf Floris V in een open brief heeft verklaard dat Wijngaarden en Ruijbroek een oude en vrije heerlijkheid is en moest blijven. Iedereen uit het land en de steden van Graaf Floris V die een misdaad hadden begaan waren vrij zich in Wijngaarden op te houden. Tussen 1421 en 1860 is de heerlijkheid meerdere malen van eigenaar veranderd. Door de tijd heen is de naam Ruijbroek, het oostelijke gedeelte van Wijngaarden dat nu bekend staat als het Oosteinde, langzaam komen te vervallen. Aan het Oosteinde van Wijngaarden in het Kraaienbos bevindt zich het galgenveld. Op deze plaats werden in het verleden misdadigers opgehangen. Het dorp Wijngaarden betreft een langgerekt dorp (oost-west). Wijngaarden is het laagst gelegen dorp in de Alblasserwaard. Het dorp was in het verleden uitsluitend bereikbaar vanuit Sliedrecht via de Tolsteeg en vanuit Bleskensgraaf via de Wijngaardsesteeg. Voor de ruilverkaveling was het Oosteinde een doodlopende weg. Het Oosteinde werd ontsloten middels de aanleg van de Zwijnskade. Via de Zwijnskade ontstond een verbinding met Sliedrecht en Hardinxveld-Giessendam. Na de ruilverkaveling werd aan het Westeinde het Alblasserbos aangelegd.

Het dorp Wijngaarden heeft een agrarisch verleden wat blijkt uit de vele oude boerderijen, onder andere langs het Oosteinde en het Westeinde. Noordeloos De kern van Noordeloos is gelegen langs een natuurlijk veenriviertje, genaamd de Noordeloos. Vanuit de klei houdende stroomrug langs dit riviertje is het oorspronkelijke dorpje ontstaan. Deze hoger gelegen stroomruggen waren namelijk droger en beter van ondergrond om op te bouwen. Vanuit het dorp heeft men het achterliggende polderlandschap ontgonnen, iets wat goed te zien is in de huidige ligging van de slagen in het landschap. Het centrum van Noordeloos kenmerkt zich door een dichte, soms stedelijke bebouwingsdichtheid. Rond de kerk is van oudsher een concentratie aan bebouwing ontstaan. Anno 2020/2021 is de kern door latere uitbreiding, daterend uit de 20e eeuw, zowel aan de noord- als de zuidzijde omsloten. Ondanks de latere uitbreidingen wordt het dorpsbeeld grotendeels bepaald door met name monumentale boerderijen. Het dorp Noordeloos is daarmee een karakteristiek voorbeeld van een nederzettingsvorm die rechtstreeks is ontstaan uit de wijze van ontginnen in de Middeleeuwen in een groot deel van het Holland Utrechtse veengebied. De ruimtelijke structuur van de kern Noordeloos is in hoofdlijnen nagenoeg onveranderd gebleven.

11

2.1.2 Huidige status/gebruik Tegenover Oosteinde 45 te Wijngaarden Het perceel betreft thans een stuk weiland in de bebouwde kom van Wijngaarden. Het voorste deel van het perceel wordt gebruikt als openbare parkeerplaats.

Afbeelding 5: Aanzicht op het perceel tegenover Oosteinde 45 te Wijngaarden

Bouwlocatie

Afbeelding 6: Bouwlocatie in relatie tot bebouwde omgeving Wijngaarden

12

Botersloot 50 te Noordeloos Het perceel betreft een bestaand woonperceel. Op het perceel is een cultuurhistorische waardevolle woonboerderij gelegen, welke wordt gebruikt voor wonen en een (kleinschalig) inseminatiebedrijf. Het wonen vindt plaats in het voorhuis en het inseminatiebedrijf in het achterhuis. Achterop de woonboerderij is een schuur gebouwd. Het perceel is volledig verhard met klinkers en stelconplaten. Conform het vigerend bestemmingsplan is het mogelijk ten oosten van de woonboerderij een vrijstaande woning te realiseren.

Afbeelding 7: Zicht op het westelijk deel van het perceel Botersloot 50 te Noordeloos

Afbeelding 8: Zicht op het oostelijk deel van het perceel Botersloot 50 te Noordeloos

13

2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan betreft de verplaatsing van ‘bouwrecht’ van het perceel Botersloot 50 te Noordeloos naar het perceel tegenover Oosteinde 45 te Wijngaarden. Het bouwvlak naast de boerderij Botersloot 50 wordt verwijderd en op het perceel tegenover Oosteinde 45 te Wijngaarden wordt een bouwvlak opgenomen teneinde de bouw van een vrijstaande levensloopbestendige woning mogelijk te maken. Beide partijen van de locaties zijn tot overeenstemming gekomen betreffende de overdracht en het inzetten van het bouwrecht. Botersloot 50 te Noordeloos Met dit plan wordt dit plan wordt het bouwvlak ten oosten van het boerderijgebouw weggenomen. Verder wordt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ ter plaatse van de kernzone van de regionale waterkering toegevoegd. Daarmee wordt een omissie in het bestemmingsplan ‘Botersloot 50 Noordeloos’ hersteld.

Afbeelding 9: Te verwijderen bouwvlak op het perceel Botersloot 50 te Noordeloos

14

Tegenover Oosteinde 45 te Wijngaarden Op het perceel wordt een vrijstaande woning gerealiseerd. De nieuwe woning voldoet aan de eisen voor een levensloopbestendige woning. De woning is geschikt (of kan zonder grote bouwkundige ingrepen geschikt gemaakt worden) voor bewoning in alle levensfasen. De levensloopbestendigheid is middels de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - levensloopbestendige woning’ vastgelegd in de verbeelding en regels van dit bestemmingsplan. Qua bouwstijl van de woning wordt aangesloten bij de bebouwing in de omgeving en krijgt daarmee een landelijk en dorps karakter. De woning wordt opgetrokken uit bakstenen en zwarte gepotdekselde gevels en voorzien van een traditionele kap. Het hoofdgebouw wordt haaks op de weg gesitueerd. Bijgebouwen zullen qua uitstraling passen bij het hoofdgebouw (landelijke stijl). Ter bescherming van het landschappelijk doorzicht over het oostelijk deel van het perceel blijft de strook aan de oostzijde van het perceel bestemd als ‘Agrarisch’. De bestaande en beeldbepalende eikenbomen langs het Oosteinde blijven tevens behouden. De openbare parkeerplaatsen langs het Oosteinde blijven tevens behouden. Het perceel wordt op een passende en verantwoorde wijze landschappelijk ingepast. Op het voorerf wordt een streekeigen haag gerealiseerd om de begrenzing van het voorerf en de parkeerplaatsen aan te geven.

Verder worden langs de watergang knotwilgen aangebracht om de watergang te accentueren. Ook langs het kavelpad wordt een streekeigen bomenrij aangebracht. Op het achtererf is een indicatieve waterplas ingetekend. Deze waterplas zal, mede afhankelijk van de noodzaak tot het graven van watercompensatie, nader worden uitgewerkt.

Afbeelding 10: Schetsontwerp nieuwe levensloopbestendige woning

15

Afbeelding 11: Landschappelijk inpassingsplan

16

2.2.2 Verkeer en parkeren Verkeer Het perceel tegenover Oosteinde 45 te Wijngaarden in de bestaande situatie één onverharde uitrit op het Oosteinde. Voor de nieuwe woning wordt een verharde inrit gerealiseerd. De locatie is gelegen binnen de verkeerskundige bebouwde kom van Wijngaarden. Hiervoor dient een inritvergunning aangevraagd te worden bij gemeente Molenlanden. Op de locatie Botersloot 50 te Noordeloos vinden geen fysieke ingrepen plaats. Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernormering is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020. Voor het vaststellen van de parkeerbehoefte gaat de nota uit van de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’ en de stedelijke zone ‘buitengebied’. Voor de vrijstaande woning wordt uitgegaan van de categorie ‘koop, vrijstaand’. Hiervoor staat een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen. Op het perceel dienen 3 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Op het nieuwe woonperceel is ruim voldoende ruimte voor het parkeren van 3 auto’s (zie afbeelding 12). Hiermee wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm. Het plan voldoet aan de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020. De parkeerregeling uit het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ is overgenomen in dit plan. Daardoor is het realiseren van voldoende parkeerplaatsen juridisch-planologisch gewaarborgd.

Afbeelding 12: Parkeren

17

3

Beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • • • •

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven als de ondergrond. Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stadsen dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het perceel Botersloot 50 te Noordeloos is gelegen binnen een door het Rijk aangewezen beschermd dorpsgezicht. Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden/het dorpsgezicht van Noordeloos wordt de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ overgenomen in het bestemmingsplan. Verder is het plan op rijksniveau kleinschalig van aard en worden er geen rijksbelangen geschaad.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van 18

bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is op rijksniveau kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’.

Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3). Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Het plan betreft de verplaatsing van een bouwrecht/wooneenheid. Per saldo voorziet het plan niet een toevoeging van wooneenheden. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk.

19

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie ZuidHolland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie ZuidHolland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 15 maart 2022 is een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland gepubliceerd. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.

Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stadsen dorpsgebied (BSD). Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem.

Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren.

20

Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op BSD of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. De locatie aan het Oosteinde is gelegen binnen de verkeerskundige bebouwde kom van Wijngaarden. De provincie zet in om de bevolkingstoename primair op te vangen binnen de bebouwde kom, zodat er sprake is van een zorgvuldig ruimtegebruik. Het realiseren van een nieuwe woning op deze locatie is daarom een logische keuze. Daarbij voorziet het plan in het verwijderen van de mogelijkheid om een woning op de locatie Botersloot 50 te realiseren. Het perceel Botersloot 50 is gelegen in het buitengebied. In het buitengebied hanteert de provincie strenge voorwaarden voor het toestaan van woningen.

Daarom is het in dit licht logisch om het bouwrecht te verplaatsen van het buitengebied naar de bebouwde kom. Hiermee sluit het plan aan bij het provinciaal beleid om de verstedelijkingsopgave primair binnen de bestaande bebouwingsstructuur te realiseren. Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. De nieuwe woning tegenover Oosteinde 45 wordt op een passende en verantwoorde wijze landschappelijk ingepast.

Qua bouwstijl van de woning wordt aangesloten bij de bebouwing in de omgeving en krijgt daarmee een landelijk en dorps karakter. De woning wordt opgetrokken uit bakstenen en zwarte gepotdekselde gevels en voorzien van een traditionele kap, waarbij de gebruikte kleuren terughoudend zijn. Het hoofdgebouw wordt haaks op de weg gesitueerd. De woning volgt de voorgevelrooilijn van de naastgelegen woning Oosteind 46a. Bijgebouwen zullen qua uitstraling passen bij het hoofdgebouw (landelijke stijl).

21

Ter bescherming van het landschappelijk doorzicht over het oostelijk deel van het perceel blijft de strook aan de oostzijde van het perceel bestemd als ‘Agrarisch’. De bestaande en beeldbepalende eikenbomen langs het Oosteinde blijven tevens behouden. De openbare parkeerplaatsen langs het Oosteinde blijven tevens behouden. Er worden streekeigen beplanting aangebracht in de vorm van hagen en knotwilgenrijen. Kwaliteitskaart Gezien uitsluitend op de locatie tegenover Oosteinde 45 Wijngaarden relevante ontwikkelingen plaatsvinden, is alleen deze locatie getoetst aan de kwaliteitskaart. Met betrekking tot de kwaliteitskaart zijn de laag van de ondergrond, de laag van cultuur- en natuurlandschappen en de laag van de stedelijke occupatie relevant. Laag van de ondergrond Het deelgebied is gelegen in het gebied ‘veencomplex – veen’. Veencomplex – veen Een groot deel van Zuid-Holland bestaat uit veengronden met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Daarnaast vinden we hier een groot aantal bestaande en voormalige plassen. De voormalige plassen zijn drooggemalen en staan bekend als droogmakerijen. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Binnen het veengebied is een aantal plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn.

Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden zeer gevoelig voor bodemdaling. Het plan voorziet niet in het verwijderen van het veen.

Veencomplex – veen

Afbeelding 13: Uitsnede kwaliteitskaart – laag van de ondergrond

22

Laag van cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied is gelegen in de gebieden ‘veen(weide)landschap’ en ‘linten’. Veen(weide)landschap De ruimtelijke structuur in het veen(weide)gebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veenweidelandschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor ontwikkelingen in het veenweidelandschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Linten Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied.

Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Voor ontwikkelingen in de linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht.

23

Linten

Veen(weide)landschap Afbeelding 14: Uitsnede kwaliteitskaart – laag van cultuur- en natuurlandschappen

Het plan voorziet in de inpassing van een vrijstaande woning op een kavel, gelegen binnen de verkeerskundige bebouwde kom van Wijngaarden, in het lint langs het Oosteinde. Het plangebied is omringd is door bestaande bebouwing. Het plan draagt bij aan het behoud van de cultuurhistorische karakteristieken van het lint. Het lineaire karakter van het lint blijft behouden. Tevens wordt het perceel op een verantwoorde wijze landschappelijk ingepast. Het plan is in overeenstemming met de relevante richtpunten uit de laag van cultuur- en natuurlandschappen. Laag van de stedelijke occupatie Het deelgebied is gelegen in het gebied ‘stads- en dorpsranden’. Stads- en dorpsranden De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Daarbij onderscheiden we drie typen ‘overgangskwaliteiten’. Het front, het contact en de overlap. Op kaart vinden we de hoogwaardige en bijzondere fronten terug.

Daar waar recreatiegebieden voorkomen langs stads- of dorpsrand is veelal sprake van overlap. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit: 1. De kwaliteit van het front (contrast) Een scherpe rand tussen bebouwing en land, waarbij de bebouwing en landschap ‘met het gezicht naar elkaar’ zijn gekeerd. 2. Contactkwaliteit Bebouwd gebied en landschap zijn verbonden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren, zoals wegen, paden, dijken, lanen, linten of waterlopen. De structuur die stad en land verbindt, kan een herkenbare landschappelijke onderlegger hebben als een strandwal of rivier.

24

3. De kwaliteit in de overlap (‘contract’) Tussen bebouwd gebied en landschap is een geleidelijke overgang. Stedelijke en landelijke programma’s vloeien in elkaar over. Het zijn gebieden met een hybride uitstraling en betekenis: recreatiegebieden, sportvelden, volkstuincomplexen, golfbanen, enzovoorts. Voor ontwikkelingen in het ‘stads- en dorpsranden’ heeft de provincie het volgende richtpunt vastgesteld: • Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).

Steden en dorpen

Stads- en dorpsranden

Afbeelding 15: Uitsnede kwaliteitskaart – laag van de stedelijke occupatie

Het plan sluit aan bij het richtpunt voor ‘stads- en dorpsranden’. De nieuwe woning wordt op een passende wijze in het lint ingepast. De woning volgt de voorgevelrooilijn van de naastgelegen woning Oosteind 46a. Wat betreft de vormgeving, kleurstelling, architectuur en materiaalgebruik van de woning wordt aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing in de omgeving en het landelijke karakter van het gebied. Het plan sluit daarmee aan bij de omgevingskwaliteit ‘contactkwaliteit’. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 15 maart 2022 is een herziening van de Omgevingsverordening gepubliceerd. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie.

25

Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9). Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c.

Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: • Een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid; • Hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. In dit licht kan het plan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad.

De toelichting op de Omgevingsverordening geeft ‘de toevoeging van een woning in een lint’ als voorbeeld voor een ontwikkeling op het niveau van ‘inpassen’. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel. Er is geen sprake van een wijziging op structuurniveau. De ontwikkeling is gebiedseigen en passend bij de schaal en aard in de lintbebouwing langs het Oosteinde. Het plan sluit aan bij de Kwaliteitskaart van de Omgevingsvisie ZuidHolland. Het plan draagt bij aan het behoud van de karakteristieken van het lint.

26

Buitengebied Volgens artikel 6.9a van de verordening kan een bestemmingsplan voor een locatie in het buitengebied alleen voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig worden aangetast. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. De locatie t.o. Oosteinde 45 in Wijngaarden is gelegen in de lintbebouwing langs het Oosteinde en maakt onderdeel uit van een samenstelsel van bebouwing met een overwegend woon- en verblijffunctie en zodoende gelegen binnen de bebouwde kom. Ter plaatse is er echter wel sprake van een ‘verdunning’ van de bebouwing ten opzichte van de kern van Wijngaarden, waardoor de provincie de locatie in het kader van het aspect landschapswaarden waarschijnlijk heeft aangewezen als buitengebied. De locatie maakt onderdeel uit van het lint langs het Oosteinde. De lintbebouwing is gevormd door een langgerekte strook van min of meer samengegroeide gemengde bebouwing.

De bebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) boerderijen en (kleinere) arbeiders-/knechtenhuisjes. Hier en daar is de oude bebouwing vervangen door nieuwbouw en hebben de bestaande boerderijen hun agrarische functie verloren en zijn volledig in gebruik als woonfunctie. Kijkend naar de kern van Wijngaarden, dan is duidelijk te zien dat de zuidelijke bebouwing wordt begrensd door een wetering. Uitsluitend een agrarisch bedrijf is voorbij deze wetering gebouwd. Dit principe geldt niet voor het noordelijke deel van de kern Wijngaarden, daar is een landschappelijke begrenzing niet duidelijk te vinden. De locatie is gelegen aan de zuidzijde van het Oosteinde. Waar de zuidelijke bebouwing in de kern wordt begrensd door de wetering, is dat ter plaatse van het deelgebied niet het geval. De bebouwing beperkt zich hier door een dwarssloot, tot circa 50 meter vanaf het Oosteinde. Daarachter is er sprake van een open landschap. De vergezichten naar het achtergelegen landschap zijn hier en daar vanaf het lint zichtbaar tussen de bebouwing door. Het landschap achter de bebouwing en de wetering wordt gekenmerkt door het archetypisch polderlandschap. Het landschap kenmerkt zich door openheid, hier kan men nog ver van zich afkijken.

Het heeft een sterk agrarische identiteit en het landschap wordt met name gevormd door de rechte verkaveling met daaraan parallel de watergangen en haaks daarop de weteringen. Dit landschap is ontstaan door het eeuwenlang afsterven van beplanting, waardoor er een dikke veenlaag ontstond. Bij de ontginning van het gebied werd er een systeem ontwikkeld om het water af te laten voeren. Het systeem bestond (en bestaat) uit een stelsel van sloten, weteringen en veenriviertjes, waarbij het overtollige water uiteindelijk op de rivier werd geloosd. Door inklinking van de 27

veenbodem en de hoger wordende waterstanden in de rivier werkte het systeem van natuurlijke afwatering niet meer. De mens zag zich genoodzaakt om het systeem te verbeteren door kades, dijken, boezemwateren, molens, sluizen en gemalen op te richten. Langzamerhand is zo het landschap ontstaan zoals we die nu kennen: lange rechte kavels met parallel daaraan de watergangen en haaks op de verkaveling de weteringen, waarbij het open veenlandschap wordt begrensd door dijken en kades.

Afbeelding 16: Kenmerken locatie t.o. Oosteinde 45 en landschap in de omgeving

Stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan betreft een kleinschalige ontwikkeling buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), maar binnen de lintbebouwing en de verkeerskundige bebouwde kom van Wijngaarden. Het plan betreft vanuit jurisprudentie geen stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame ontwikkeling’ is daarmee niet vereist dan wel noodzakelijk (zie tevens paragraaf 3.1.3).

28

Klimaatadaptatie In de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland zijn de afspraken van het convenant klimaatadaptief bouwen vertaald in de beleidsbeslissingen klimaatadaptatie en toekomstbestendig bouwen. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is artikel 6.50 Risico’s van klimaatverandering toegevoegd. Dit houdt in dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. Wateroverlast door overvloedige neerslag; b. Overstroming; c. Hitte; d. Droogte. Wateroverlast door overvloedige neerslag Gezien het natter wordt moet de waterhuishouding geschikt zijn om zware regenbuien op te kunnen vangen. Het plan betreft een ontwikkeling waarbij het verhard oppervlak toeneemt, maar er watercompensatie wordt gerealiseerd zodat (overvloedige) neerslag opgevangen kan worden. Hiermee is voldoende waterberging aanwezig om zware regenbuiten te kunnen opvangen. Overstroming Het stijgen van de zeespiegel raakt het plan niet direct. Het deelgebied is gelegen in het binnendijks gebied. Hitte Gezien het warmer wordt, wordt bij de uitwerking van plannen rekening gehouden met de accumulatie van warmte. Het plan voorziet in het aanbrengen van water en groen. Door het water en de schaduwwerking van beplanting ontstaat er een verkoelend effect.

Verder worden mogelijk in de nieuwe woningen apparaten toegevoegd die naast het opwekken van warmte ook kunnen verkoelen. Droogte Omdat het steeds droger wordt, zal de bodem sneller verdroogt raken. De initiatiefnemer is geïnformeerd over de functie van een regenton, waarmee regenwater dat valt op een dak van een gebouw, vastgehouden kan worden. Indien het aanwezige groen door droogte een gebrek aan water heeft, kan het opgevangen hemelwater vervolgens gebruikt worden om de bodem ter plaatse van het groen te hydrateren. De beplanting kan daardoor blijven voorzien in het afbreken van CO2 en het produceren van zuurstof voor mens en dier.

29

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. De structuurvisie zet in op het benadrukken van de combinatie van het stedelijk en het landelijk milieu om zo de diversiteit en aantrekkelijkheid van de regio te versterken. Het plan voorziet in het verplaatsen van de bouwmogelijkheid van een woning van het buitengebied (landelijk milieu) naar de bebouwde kom (stedelijk milieu). Zodoende wordt zowel het landelijke als het stedelijke milieu versterkt en draagt het plan bij aan het behouden van het verschil tussen deze milieus.

3.3.2 Regionale woonvisie In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden.

We sturen niet in exacte aantallen op de samenstelling van programma’s. In plaats daarvan hanteren we een kwalitatieve leidraad, die gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Wijngaarden is aangeduid als landelijk wonen. Kenmerkend voor het landelijk wonen is het buiten wonen, geen voorzieningen, veel ruimte en een zeer lage bebouwingsdichtheid. Veel privacy mogelijk, vaak veel gelijkgestemden, maar niet noodzakelijkerwijs. Soms nabij de snelweg gelegen, soms op grotere afstand. Ruimte voor de auto. OV vaak afwezig. Nauwelijks nieuwbouw, vooral grote 30

koopwoningen (waaronder boerderijen). Wijngaarden heeft een hechte gemeenschap die gebruik maakt van een sterk lokaal sociaal netwerk. In het dorp is er sprake van een woningbehoefte op kleine schaal. Middels dit plan wordt een toekomstbestendige woonsituatie gecreëerd. Het plan voorziet in een levensloopbestendige woning. De initiatiefnemers van dit plan zullen hun intrek nemen in deze woning. Hiermee ontstaat een toekomstbestendige situatie waarbij de initiatiefnemers nog jaren op de locatie kunnen blijven wonen. Men maakt gebruik van een zogenaamd ‘bouwrecht’ uit de gemeente Molenlanden. Derhalve voorziet het plan niet in een toevoeging van een wooneenheid. Mede vanwege de kleinschaligheid van het plan is regionale afstemming niet aan de orde.

31

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Molenlanden 2030 Op 28 september 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Molenlanden unaniem de Toekomstvisie Molenlanden 2030 vastgesteld. Op zes onderwerpen beschrijft de visie de landelijke en lokale trends en de wensen van de gemeente. Deze trends die de gemeente ziet, gebruikt de gemeente om de wensen mogelijk te maken. Per onderwerp schetst de gemeente het beeld voor het jaar 2030. Deze zes beelden samen bepalen het integrale beeld voor wat de gemeente in 2030 wil zijn. De zes beelden gaan in op de volgende aspecten: 1. Inclusieve samenleving 2. Leefomgeving 3. Economie 4. Recreatie & Toerisme 5. Klimaat & Energie 6. Bereikbaarheid De gemeente ziet een grotere vraag naar verschillende woontypes en woonvormen. Waaronder een vraag naar kleinere woningen, unieke woonvormen, duurzame woningen en tijdelijke woonruimtes afhankelijk van de levensbehoefte van de inwoners. Dit mede als gevolg van het individualisme, zorgvraag, vergrijzing en gezinsverdunning. De gemeente wenst dan ook voldoende, betaalbare en (levensloop)geschikte woningen voor de verschillende doelgroepen. Voor iedereen is er een passende woning, zoals voor statushouders, jongeren met belemmeringen om zelfstandig te wonen, personen met een woonzorgvraag (dreigende) dak- en thuislozen, ouderen en starters.

Verwelkomen van vernieuwende woonvormen, zoals Knarrenhof, tiny houses en small houses. Het plan voorziet in de realisatie van een levensloopbestendige woning. De woning is daardoor voor alle doelgroepen passend. Wanneer de woning beschikbaar komt op de woningmarkt, dan kan de woning aangewend worden aan alle doelgroepen. Het plan is in overeenstemming met de Toekomstvisie Molenlanden 2030. 3.4.2 Woonvisie Molenlanden 2020-2024 Op 27 oktober 2020 heeft de gemeenteraad van de gemeente Molenlanden unaniem de nieuwe woonvisie vastgesteld. De woonvisie beschrijft vooral de opgaven die de gemeente ziet op het vlak van de woningmarkt, voortkomend uit de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte die de mensen hebben. De grootste opgave ligt in het voorzien in kleinere en betaalbare koopwoningen, maar de woonvisie maakt ook nog steeds woningbouwinitiatieven mogelijk als daar behoefte aan is; kwantitatief en kwalitatief. De woonvisie is opgedeeld in de volgende opgaven: • Meer woningen met de juiste kwaliteit; • Betaalbaar wonen; • Bestaande voorraad op peil; • Wonen met zorg; • Specifieke woningbehoeften; • Leefbare en vitale dorpen.

32

Daarnaast geldt voor Wijngaarden het volgende: De uitbreidingsopgave is beperkt. De toename valt te verwachten bij de jongste en oudste 1+2 persoonshuishoudens. Een levensloopgeschikt woonproduct, dat zowel aantrekkelijk is voor jong als oud past hier het meest bij de verwachte vraag. Het bestaande aanbod aan ruime grondgebonden koop is voldoende om in de vraag van gezinnen te voorzien. De totale woningbehoefte ligt op ongeveer 15 woningen voor de periode 2020 t/m 2029. Het plan betreft een particulier initiatief welke voorziet in de realisatie van een grondgebonden vrijstaande koopwoning. De nieuwe woning voldoet aan de eisen voor een levensloopbestendige woning. De woning is geschikt (of kan zonder grote bouwkundige ingrepen geschikt gemaakt worden) voor bewoning in alle levensfasen. De levensloopbestendigheid is middels de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - levensloopbestendige woning’ vastgelegd in de verbeelding en regels van dit bestemmingsplan. De woning zal voldoen aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. De woning wordt gebouwd conform de meest actuele normen uit het Bouwbesluit. Deze normen schrijven een zeer hoge kwaliteit voor met betrekking tot energiezuinige bouwwerken en duurzame materialen. De woning wordt gebouwd volgens de nieuwste eisen en technieken. Het plan zal conform de BENG-norm gerealiseerd worden.

Deze eis wordt gehaald met zo veel mogelijk permanente oplossingen, zoals isolatie en kierdichting, en gebruiksvriendelijke installaties. De toegepaste materialen zijn duurzaam en voor hergebruik geschikt. De woning wordt zonder gasaansluiting gerealiseerd. De energievraag wordt ingevuld met warmtepompsystemen al dan niet in combinatie met zonne-energie. Het plan zorgt daarmee voor een kwalitatieve toevoeging aan de woningvoorraad van de gemeente Molenlanden. Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie Molenlanden 2020-2024. 3.4.3 Parapluherziening Parkeren Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden. Hierdoor zijn de stedenbouwkundige bepalingen – waaronder de parkeernormbepaling – uit de Bouwverordening komen te vervallen. Als gevolg hiervan hebben deze bepalingen geen aanvullende werking meer op bestemmingsplannen, zodat bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de Bouwverordening aan gemeentelijke parkeernormen kan worden getoetst. Voldoende parkeervoorzieningen is een belangrijke voorwaarde voor bijna elke ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente Molenlanden wenst dan ook over de mogelijkheid te beschikken tot het stellen van eisen aan het parkeren.

Middels het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ bezit de gemeente een eenduidige regeling, zodat bij ruimtelijke ontwikkelingen voorwaarden kunnen worden gesteld ten aanzien van het aspect parkeren. De parkeerregeling in het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ is overgenomen in dit bestemmingsplan.

33

3.4.4 Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten In oude bestemmingsplannen waren te weinig sturingsmogelijkheden om huisvesting van arbeidsmigranten binnen de bestemmingen ‘wonen’, ‘woongebied’, ‘centrum’ of ‘gemengd’ te kunnen reguleren. In veel oude bestemmingsplannen waren bijvoorbeeld geen begripsdefinitie opgenomen inzake ‘wonen’ en daarmee was het langdurige verblijf van een ongelimiteerd aantal arbeidsmigranten per woning toegestaan. Dit past niet binnen het doel van de gemeente Molenlanden om te voorzien in passende en kwalitatieve goede huisvesting op de juiste plek, waarbij tevens een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden kan worden gewaarborgd. Met het paraplubestemmingsplan is onder andere een nieuwe begripsdefinitie gekomen van ‘het wonen’, waardoor het niet meer mogelijk is om met meer dan één huishouden te verblijven in een woning. Huisvesting van arbeidsmigranten voor de shortstay (logies) en midstay is uitsluitend toegestaan door een vergunning aan te vragen die voldoet aan de eisen uit de Beleidsnotitie Arbeidsmigranten. De regeling en begrippen die zijn opgenomen in het paraplubestemmingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten’ zijn overgenomen in dit bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=ff3e9d73-1d1e-4480-aa97-66ebffc40e6a