Bijl. 1a. Toelichting
Tekst van het document
Gezien het feit dat sprake is van het omgevingstype gemengd gebied, kan de grootste richtafstand voor geluid gemotiveerd met één afstandsstap worden verlaagd van 100 meter naar 50 meter. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan (zie ook onderstaand figuur).
Ligging hindergevoelige functie nabij plangebied
Tot slot geldt dat met onderhavig planvoornemen de reeds vergunde bedrijfsactiviteiten ter plaatse van Energieweg 2 en Ambachtsweg 34 in onderhavig bestemmingsplan worden overgenomen. Ten aanzien van de vergunde bedrijfsactiviteiten geldt dat reeds een beoordeling heeft plaatsgevonden waaruit is gebleken dat de huidige bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 4.1, maar vergelijkbaar met milieucategorie 3.2) passend zijn in de omgeving. Gezien het hier enkel gaat om het planologisch-juridisch borgen van de reeds vergunde (en als passend beoordeelde) situatie, geldt dat een nadere toetsing aan het aspect 'bedrijven en milieuzonering' hier
26
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
niet aan de orde is.
Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
4.4
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader In de Wet luchtkwaliteit zijn de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen als onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) beschreven. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Hoofdstuk 5 van de Wm maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn. Deze NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Als een project ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogd, draagt het project in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Deze regel komt voort uit het NSL. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen. NIBM Voor de uitbreiding van het bedrijf en de bedrijfsactiviteiten ter plaatse van Energieweg 2 - Ambachtsweg 34 dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Dit wordt gedaan aan de hand van de zogeheten NIBM-tool. Uit de NIBM-tool blijkt dat tot een verkeersgeneratie van 1.055 voertuigbewegingen per etmaal, waarvan het aandeel vrachtverkeer 5% bedraagt, een ontwikkeling NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Voor onderhavig planvoornemen wordt de verkeersgeneratie geschat op 220 verkeersbewegingen per dag waarvan het aandeel vrachtverkeer 14% (30 vrachtwagens) bedraagt.
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
27
Uitsnede NIBM-tool
Op basis van de NIBM-tool wordt geconcludeerd dat de verkeersgeneratie ten gevolge van onderhavig planvoornemen niet in betekenende mate bijdraagt aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen.
Fijn stof Voor wat betreft de beoordeling van het leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit dient er gelet te worden op de fijnstofconcentraties ter plaatse. Hiervoor is de NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) geraadpleegd. Uit de NSL-monitoringskaart blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 (beide 40 ìg/m3) en PM2,5 (20 ìg/m3) ter plaatse van het rekenpunten nabij het plangebied niet wordt overschreden (zie onderstaande afbeelding). Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uur gemiddelde concentratie is maximaal 6,3 (7), waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden. De concentratie fijnstof heeft geen negatieve gevolgen voor het leefklimaat ter plekke van het plangebied. Het aspect fijnstof vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
28
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
Uitsnede NSL-monitoringstool
Conclusie Vanuit het aspect 'luchtkwaliteit' zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.
4.5
Externe veiligheid
Wettelijk kader Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege: het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting), het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, wateren spoorwegen, buisleidingen), het gebruik van luchthavens. Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, maar als gevolg van die activiteit wel risico's kunnen lopen, zoals omwonenden. Het beleid is onder andere verankerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) en verder uitgewerkt / toegelicht in o.a. de Handleiding Externe Veiligheid Inrichtingen en de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het beleid opgenomen in de zogenaamde 'Wet Basisnet',. Deze bestaat uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet.
In het externe veiligheidsbeleid staan twee doelen centraal: de bescherming van individuen tegen de kans op overlijden als gevolg van een ongeluk en de bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een ramp met een groter aantal slachtoffers, respectievelijk het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico van een bepaalde activiteit is de kans per jaar op een bepaalde plaats, dat een continu daar aanwezig gedacht persoon die onbeschermd is, komt te overlijden als gevolg van een mogelijk ongeluk met die activiteit. Het groepsrisico is de kans per jaar dat in één keer een groep mensen van een bepaalde omvang komt te overlijden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico is geen norm gesteld. Uit het vigerende beleid, zoals onder andere vastgelegd in het Bevi, geldt een verantwoordingsplicht. Iedere verandering (af- of toename) van het groepsrisico moet inzichtelijk worden gemaakt en worden voorzien van een onderbouwing (verantwoording groepsrisico).
Relevante aspecten planvoornemen Op basis van de risicokaart kan worden geconcludeerd dat er zich diverse risicobronnen in de omgeving van het plangebied bevinden. Onderstaand figuur geeft de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het plangebied weer.
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
29
Uitsnede risicokaart met plangebied bij oranje contour (bron: risicokaart.nl)
Ten aanzien van de relevante risicobronnen geldt het volgende: Transport van geklasseerde stoffen over de Lek De kortste afstand tussen het plangebied en de rivier de Lek bedraagt ca. 800 meter. De Lek wordt in het rapport Basisnet Water aangeduid als zwarte vaarweg (categorie binnenvaart met frequent vervoer van gevaarlijke stoffen: belangrijke binnenvaarwegen). Voor belangrijke binnenvaarwegen (zwart) geldt: 1. Geen nieuwe bestemmingen binnen de waterlijn; 2. Plasbrand Aandacht Gebied (PAG) 25 meter vanaf de waterlijn en in de uiterwaarden. Bouwen binnen een PAG is mogelijk in afweging met de gemeente; 3. Verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Berekening nodig indien bevolkingsdichtheid > 1.500 personen/ha dubbelzijdig of 2250 personen/ha enkelzijdig. Over de vaarweg de Lek is sprake van transport van gevaarlijke stoffen uit de klassen LF1, LF2 en GF3. De maximale effectafstand (1% overlijdenskans) bedraagt voor deze categorieën ten hoogste 90 meter. Het plangebied ligt ruim buiten deze afstand. Transport van geklasseerde stoffen over de N216 De kortste afstand tussen het plangebied en de N216 bedraagt ca. 615 meter. Volgens de risicokaart vindt transport van geklasseerde stoffen plaats over de N216. Voor de N216 geldt geen plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6). Over deze weg is sprake van transport van gevaarlijke stoffen uit de klassen LF1, LF2 en GF3.
GF3 is de stof met het grootste invloedgebied: 355 meter van de transportas. Het plangebied ligt hier ruimschoots buiten. Koelinstallatie Koelcentrum Zederik De kortste afstand tussen het plangebied en de koelinstallatie van Koelcentrum Zederik bedraagt ca. 500 meter. Het bedrijf beschikt over een ammoniakkoelinstallatie. De installatie bevat zoals aangegeven op de risicokaart 1.736 kg ammoniak. Een dergelijke installatie heeft conform de Regeling externe veiligheid inrichtingen geen 10-6/jaar contour. Daarnaast geeft de Regeling aan dat de grens van het invloedsgebied
30
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
niet relevant is. PGS15-opslag Akzo Nobel Decorative Coatings DE kortste afstand tussen het plangebied en de inrichting van Akzo Nobel bedraagt ca. 300 meter. De PGS15-opslagen van het bedrijf betreffen ruimten van 200 – 300 m2 en 1.500 – 2.500 m2 , beide met beschermingsniveau 1. De opslaginrichting heeft zoals aangegeven op de risicokaart een 10-6 PR-contour van ten hoogste enkele tientallen meters. Deze ligt niet over het plangebied en daarmee wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Voor het bedrijf geldt een rekenkundig invloedsgebied van 2.765 meter. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied. Op basis hiervan dient een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Conclusie Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico geldt dat de bevolkingsdichtheid in de kern Groot-Ammers ruim onder de 1.500 inwoners per hectare ligt, waardoor het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde ligt. Daarnaast geldt dat onderhavig planvoornemen toeziet op de planologisch-juridische borging van een reeds vergunde situatie. Er wordt enkel een kleinschalige uitbreidingsmogelijkheid geboden (een eventuele bedrijfsruimte) ter plaatse van het perceel Ambachtsweg 34. Op deze locatie was in het verleden een sportcentrum c.q. bowlingcentrum aanwezig.
Het aantal personen dat in de toekomst binnen het plangebied zal verblijven neemt ten opzichte van de verleden situatie dan ook niet toe. Een verantwoordingsplicht van het groepsrisico is derhalve niet aan de orde. Daarnaast is het plangebied goed bereikbaar voor hulpdiensten en zijn de mensen die er werken zelfredzaam. Tevens bestaat de mogelijkheid om bij eventuele calamiteiten van de bron af te vluchten in de richting van het aangrenzende buitengebied aan de zuidzijde. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
Advies veiligheidsregio Zuid-Holland (VRZHZ) De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) kan zich vinden in onderhavige paragraaf met betrekking tot externe veiligheid. Gezien de ligging is het scenario van een toxische wolk denkbaar. De VRZHZ adviseert daarom het bedrijfspand te voorzien van uitschakelbare mechanische ventilatie conform artikel 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving: Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht. Met betrekking tot de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen binnen het plangebied moet er voldaan worden aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland, 2020). Daarnaast wil de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid graag betrokken blijven bij de inrichtingsplannen van het gebied om gezamenlijk de zelfredzaamheid van de gebruikers en de beheersbaarheid door de hulpverleners te kunnen optimaliseren.
4.6
Natuur
4.6.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn wegens de aanwezigheid van bepaalde zeldzame en kwetsbare soorten en habitat-typen (de zogenoemde kwalificerende waarden). De bescherming ervan is geregeld in de Wet natuurbescherming. Overheden dienen de kwaliteit van
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
31
deze gebieden te waarborgen, waarbij deze aangewezen waarden centraal staan. Deze kwaliteit is mede afhankelijk van de omgeving. Invloeden buiten het gebied kunnen een negatief effect hebben op de natuurwaarden binnen het gebied. Zo kunnen ontwikkelingen op korte afstand kwalificerende soorten in het Natura 2000-gebieden verstoren of verontrusten (externe werking van de bescherming).
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied
Het plangebied igt op 3,6 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Lek. Door de kenmerken van het plangebied, de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van het tussenliggende gebied zijn geen negatieve effecten aan de orde als gevolg van de toekomstige inrichting van het plangebied op het Natura 2000-gebied en de instandhoudingsdoelen. Ook ten aanzien van stikstof zijn geen negatieve effecten te verwachten (zie ook Bijlage 4).
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN is een aaneengesloten of met elkaar in verbinding staand stelsel van belangrijke Nederlandse natuurgebieden. Het NNN is veel groter dan de voorgestelde Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden. In de Structuurvisie is het NNN op provinciaal niveau uitgewerkt. Het NNN omvat kerngebieden (natuurreservaten), natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones.
32
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
Ligging plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt op 850 meter van het dichtbijzijnde NNN gebied. Gezien de stedelijke omgeving van het bestaande bedrijventerrein met reeds aanwezige verstoringsfactoren als licht, geluid et cetera worden op gebiedsniveau geen nadelige effecten verwacht.
Conclusie gebiedsbescherming Op basis van de uitgevoerde bureaustudie naar de gebiedsbescherming, blijkt dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op de genoemde beschermde gebieden. Nader onderzoek op dit onderdeel is niet noodzakelijk. 4.6.2 Soortenbescherming Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet ook duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft, en zo ja welke, op beschermde soorten. De Wet natuurbescherming beschermt planten- en diersoorten. Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden om beschermde dieren te verontrusten, verjagen, vangen of te doden. Ook rust- en voorplantingsplaatsen mogen niet worden verontrust of beschadigd. Beschermde planten mogen niet worden beschadigd of gedood. Voor handelingen die mogelijk schadelijk kunnen zijn voor beschermde soorten, moet een ontheffing worden aangevraagd. Op basis van de quickscan die door BK Bouw- en Milieutechniek is uitgevoerd (zie ook Bijlage 5) wordt ten aanzien van soortenbescherming het volgende geconcludeerd:
Vogels Binnen het plangebied zijn broedvogels te verwachten. Voor alle beschermde inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat storende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. Handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren, zijn eveneens niet toegestaan. Nestlocaties van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw worden gezien als jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats. Voor de verstoring van deze verblijfplaatsen en belangrijk leef- of foerageergebied is ook buiten het broedseizoen een ontheffing noodzakelijk. Met de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied worden echter geen jaarrond beschermde
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
33
nest-locaties verstoord of verwijderd. Nader onderzoek of de aanvraag tot ontheffing voor (één van) deze soorten noodzakelijk is, is dan ook niet aan de orde.
Grondgebonden zoogdieren Tijdens de veldronde zijn geen openingen of holen gezien van beschermde grondgebonden zoogdieren. Wel kunnen algemeen voorkomende soorten voorkomen en moet de zorgplicht in acht worden genomen.
Vleermuizen De locatie wordt geschikt bevonden als foerageergebied, vliegroute en zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaats met betrekking tot de groep van vleermuizen. De locatie is geschikt als foerageergebied en vliegroute door de aanwwezigheid van een watergang met bomen aan de zijkant. Er staat ook een boom die mogelijk gebruikt kan worden als verblijfplaats voor vleermuizen doordat deze boom scheuren en gaten in de stam heeft. Daarbij is er voldoende ruimte om uit/aan te vliegen. Met het uitvoeren van de werkzaamheden wordt verwacht dat belangrijke verblijfplaatsen worden verstoord of zullen verdwijnen. Nader (jaarrond)onderzoek naar (gebouw bewonende) vleermuizen is noodzakelijk. Om deze reden is een nader onderzoek uitgevoerd (zie 'Nader onderzoek vleermuizen').
Overige soorten Tijdens de veldronde zijn geen beschermde amfibieën, reptielen, vissen of ongewervelden waargenomen, deze worden ook niet verwacht. Wel zullen algemeen voorkomende soorten op de locatie voor kunnen komen en moet rekening worden gehouden met de algemene zorgplicht. De algemene zorgplicht volgens Wet Natuurbescherming houdt in dat: Een ieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, ook in het geval dat ze beschermd zijn en er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Conclusie quickscan Er is nader onderzoek nodig om te bepalen of de boom met gaten en scheuren gebruikt wordt door vleermuizen.
Dit kan door met een endoscoop te kijken of de gaten en scheuren diep gegenoeg zijn. Tevens moet er onderzocht worden of de watergang met groen stroken gebruikt wordt als vlieg-en/of foerageerroute. Hiervoor zijn twee bezoeken nodig tussen 15 april en 1 oktober (volgens vleermuisprotocol) en kan eventueel worden gecombineerd met het onderzoek naar de verblijfplaats in de boom. Wel kunnen veranderingen in de situatie binnen het plangebied of in de planvorming leiden tot andere inzichten en daarmee tot wijziging van de conclusies.
Nader onderzoek vleermuizen Door BK Bouw- en Milieuadvies B.V. is binnen het plangebied een nader onderzoek 'Vliegroute en
34
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
foerageergebied vleermuizen' uitgevoerd. Het rapport (projectnr. 201261, d.d. 17 augustus 2020) is als Bijlage 6 bij deze toelichting toegevoegd. De resultaten en conclusie van het onderzoek zijn in onderstaande overgenomen. Er zijn waarnemingen gedaan van foeragerende vleermuizen. Het plangebied heeft echter geen functie als essentieel foerageergebied of vliegroute. In de directe omgeving van het plangebied (watergangen en bomenrij langs de wilgenweg) bevinden zich foerageergebieden. Door tijdens de sloop en aanvullende bouwwerkzaamheden eventuele verlichting neerwaarts te richten en geen nachtelijke werkzaamheden uit te voeren, worden nadelige effecten ten aanzien foeragerende vleermuizen beperkt tot een minimum. Op basis van het nader onderzoek naar vleermuizen wordt geconcludeerd dat voor het uitvoeren van de beoogde werkzaamheden geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is benodigd. Een eventuele omgevingsvergunning voor het vellen van de bomen zal aangevraagd dienen te worden bij de gemeente Molenlanden. Indien tijdens de werkzaamheden toch vleermuizen worden aangetroffen, dient een ecoloog te worden ingeschakeld. Naar aanleiding van het nader onderzoek adviseert de OZHZ het volgende: De bouwwerkzaamheden dienen zoveel mogelijk overdag te worden uitgevoerd (tot de avondschemer).
Als het onvermijdelijk is werkzaamheden in de schemer of nachtperiode uit te voeren, dient gebruik te worden gemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting (op bouwplaats gerichte lichtbundels, niet zijwaarts gericht, gebruik van de juiste kleur verlichting, bijv. amberkleurig). Voor het vellen van bomen zal zo mogelijk een omgevingsvergunning nodig zijn, het vellen dient te worden uitgevoerd buiten de broedperiode van vogels, 15 maart tot 15 juli, en kan alleen in de broedperiode worden uitgevoerd als een deskundige een broedvogelcheck uitvoert en de bevinding hiervan uiterlijk een week voor het vellen te mailen aan ecologie@ozhz.nl. Daarnaast adviseert de OZHZ om bij de inrichting van het terrein zoveel mogelijk ruimte te bieden aan biodiversiteit, bijvoorbeeld groene daken of gevels, inbouw nestkasten voor vleermuizen of groenaanleg op het terrein. Indien mogelijk zal hiermee rekening worden gehouden. Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'soortenbescherming' geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
4.7
Archeologie en cultuurhistorie
4.7.1 Archeologie De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De wet beoogt het culturele erfgoed (en vooral het archeologische erfgoed) te beschermen. Onder archeologisch wordt verstaan: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. In de wet is aangegeven dat gemeentes verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. Dit betekent dat gemeente bevoegd gezag is. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de voorgaande wet beschikt de gemeente over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart.
Regionaal beleid archeologie De gemeenten in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden hebben een regionaal archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid is samengevat in drie elementen te weten: de beleidsnota, een archeologische verwachtings- en beleidsadvies-kaart en een beleidsadvies, opgesteld door het adviesbureau BAAC. De nota is gebaseerd op de uitgangspunten en principes van het Verdrag van Malta en gaat uit van behoud van het cultureel erfgoed in situ (op locatie en veiliggesteld in de bodem). Daarnaast gaat het beleid uit van het
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
35
principe 'de verstoorder betaalt' Het beleid krijgt vooral gestalte door de bescherming van archeologische waarden en verwachtingen via de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan vormt hierin het centrale instrument. Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden. Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentenzorgcyclus, die er op is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodemverstorende activiteit. Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen dan voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien of het beperken van bodemingrepen.
Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadviesskaart met plangebied bij oranje contour
Op basis van de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart wordt geconcludeerd dat de archeologische verwachting binnen het plangebied laag is. Bij ingrepen groter dan of gelijk aan 10.000 m² en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit is in het vigerend bestemmingsplan vertaald middels de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie-8'.
Gevolg planvoornemen Onderhavig planvoornemen voorziet niet in bodemingrepen groter dan 10.000 m2 . Daarnaast geldt dat een groot deel van het plangebied bebouwd is geweest, maar dat de bebouwing (bowlingcentrum) inmiddels weer is gesloopt. De gronden zijn hier al eens geroerd, waardoor de archeologische verwachting ter plaatse van deze gronden minimaal is. Archeologisch onderzoek is niet aan de orde. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
Selectiebesluit Door een senior archeoloog van Hamaland Advies is advies uitgebracht. Op basis van dit advies heeft de gemeente Molenlanden het volgende selectiebesluit (d.d. 9 februari 2022, Bijlage 7) genomen.
36
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
Het plangebied, is op basis van het vigerende bestemmingsplan, niet onderzoeksplichtig omdat de voorgenomen ontwikkeling kleiner is dan 10.000 m2. Bovendien heeft in het plangebied ooit een bowlingcentrum gestaan dat ook weer gesloopt is. Op grond daarvan is de kans groot dat de ondergrond van het plangebied reeds verstoord is, en bestaat bovendien de verwachting dat de bodem na de sloop van het bouwlingcentrum opnieuw verhoogd is. Mochten er tijdens de graafwerkzaamheden archeologisch resten worden aangetroffen dan geldt hier een meldplicht conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding dient zo spoedig mogelijk te worden gedaan bij de gemeente Molenland en haar adviseur. 4.7.2 Cultuurhistorie Vanaf 1 januari 2012 dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met cultuurhistorie. Dit is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. Onderhavig plangebied is gelegen op bedrijventerrein Gelkenes. Het westelijk deel van het plangebied is reeds bebouwd en in gebruik ten behoeve van het bedrijf Logisticon Water Treatment. Het oostelijk deel van het plangebied, aan de Ambachtsweg, ligt sinds de sloop van de voormalige bebouwing van het sportcentrum c.q. bowlingcentrum braak.
Ter plaatse van de braakliggende gronden aan de Ambachtsweg is de uitbreiding van het bedrijf Logisticon Water Treatment voorzien.
Gevolg planvoornemen Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
4.8
Water
4.8.1 Algemeen De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening wordt gehouden met eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. Met het oog op de verwachte toename van de neerslag, veranderend landgebruik, de bodemdaling en de zeespiegelstijging wordt het belang om snel te zoeken naar oplossingen voor de waterproblematiek benadrukt. De oplossingen liggen in de lijn van de drietrapsstrategie “vasthouden-bergen-afvoeren” (watertrits). Bij alle bouwplannen dient gestreefd te worden naar een scheiding van vuil water en (schoon) regenwater (afkoppeling). Bij de inrichting, het bouwen en het beheer worden zo min mogelijk vervuilende stoffen toegevoegd aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Bij een toename van het bestaande verhard oppervlak (bebouwing, bestrating, e.d.) dient het overtollige water overeenkomstig de hierboven genoemde watertrits te worden gehanteerd (stand-still beginsel).
4.8.2 Beleid Waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Het waterschap vraagt bij een watertoets specifiek aandacht voor de volgende punten:
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
37
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Veiligheid (waterkering); Waterberging; Grondwater en kwel; Inrichten en waterkwaliteit Beheer en onderhoud watergangen; Riolering en hemelwater.
Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. In de Legger wateren wordt onder andere weergegeven welke wateren een A-, B-, C- status hebben.
Uitsnede Legger wateren bij plangebied
Op basis van de Legger wateren wordt geconcludeerd dat binnen onderhavig plangebied een C-watergang loopt en ten zuiden van het plangebied een A-watergang. A-wateren zijn van primair belang voor het waterbeheer en worden daarom door het waterschap onderhouden. Voor A-wateren zijn beschermingszones opgenomen en deze bedraagt 5 meter, gemeten vanuit de insteek van de watergang. De beschermingszones worden altijd aan beide zijden van een A-water in de legger opgenomen. C-wateren betreffen wateren die van tertiair belang zijn voor het waterbeheer waarvoor geen jaarlijkse onderhoudsplicht geldt. Wel geldt dat deze watergangen niet mogen verlanden.
Gevolg planvoornemen In het verleden is de C-watergang die door het plangebied loopt reeds gedeeltelijk gedempt. Er is een duiker aangebracht om de doorstroming van de watergang te borgen. Voor het gedeeltelijk dempen van de watergang en het aanbrengen van de duiker is door initiatiefnemer op 15 april 2020 een vergunning bij Waterschap Rivierenland aangevraagd. Op 30 juni 2020 is de vergunning door Waterschap Rivierenland (zaaknummer 20200503357/2020079198) verleend. De vergunning is als Bijlage 8 bij onderhavige toelichting toegevoegd. In de vergunning zijn voorschriften opgenomen die waarborgen dat de doelstellingen van het waterbeheer voldoende worden beschermd. Zo dient ter compensatie als gevolg van het realiseren van een dam met duiker en de uitbreiding van het verhard oppervlak gecompenseerd te worden door het realiseren van extra bergingsruimte door het verbreden van bestaande wateren. Hiervoor wordt de A-watergang aan de zuidzijde
38
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
van het plangebied verbreed. Het binnen het plangebied opgevangen hemelwater wordt naar deze watergang gevoerd.
Compensatie water
Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
4.9
Kabels en leidingen
In het plangebied is een rioolwaterpersleiding van het Waterschap Rivierenland gelegen. De rioolwaterpersleiding is beschermd middels een beschermingszone met zakelijk recht. Dit is in het vigerend bestemmingsplan verankerd middels de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' in combinatie met de figuur 'hartlijn leiding - riool'. Het is o.a. verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Riool' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen te bouwen of wegen, paden of andere oppervlakteverhardingen aan te brengen.
Gevolg planvoornemen Onderhavig planvoornemen ziet toe op het aanbrengen van oppervlakteverhardingen ter plaatse van de als 'Leiding - Riool' bestemde gronden. Om het belang van de leiding door de hier beoogde bouwactiviteiten niet onevenredig te schaden wordt, alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, advies ingewonnen bij de leidingbeheerder (in dit geval Waterschap Rivierenland). Er heeft reeds een vooroverleg plaatsgevonden, op basis waarvan medewerking kan worden verleend aan onderhavig planvoornemen. Daarnaast is binnen het plangebied, ten oosten van de te dempen watergang, een kleine gasleiding gelegen. Deze kleine gasleiding is niet planologisch-juridisch beschermd en vormt geen risico in het kader van externe veiligheid. Wel dient, om gedurende de realisatiefase schade aan de leiding te voorkomen, een klic-melding te worden gedaan voordat met graaf- en bouwwerkzaamheden op de locatie wordt gestart.
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
39
In het plangebied of de directe omgeving zijn verder geen andere planologisch relevante leidingen zoals rioolpersleidingen, waterleidingen, hoogspanningslijnen of straalpaden gelegen. Er wordt derhalve geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen geen belemmering oplevert voor de uitvoering van onderhavig planvoornemen.
4.10
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
4.10.1 Wet milieubeheer en Besluit milieueffectrapportage De voorgenomen activiteiten ter plaatse kunnen via een tweetal sporen leiden tot de plicht tot het uitvoeren van milieueffectrapportage (m.e.r.). Het eerste spoor is via de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Het nieuwe Besluit m.e.r. is op 1 april 2011 in werking getreden. Een milieueffectrapportage is bij dit spoor verplicht voor besluiten van de overheid over initiatieven van particulieren of marktpartijen, zoals bij de bouw van woonwijken, de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen. Een m.e.r. kan ook verplicht zijn voor plannen van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen.
Het planvoornemen ziet toe op de planologische-juridische borging van een reeds vergunde bedrijfsuitbreiding ter plaatse van Energieweg 2 en Ambachtsweg 34 te Groot-Ammers. Daarnaast wordt de oprichting van bedrijfsruimtes mogelijk gemaakt, om in een eventuele latere uitbreidingsbehoefte te voorzien. Het planvoornemen kan niet worden gezien als een stedelijk project. Het vindt immers plaats binnen het huidige ruimtebeslag van het bestaande bedrijventerrein en is vrijwel geheel reeds vergund. Daarnaast zullen, gelet op de kenmerken van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieueffecten optreden. Dit is nader onderbouwd in voorgaande paragrafen (paragrafen 4.1 tot en met 4.9). Voor het planvoornemen is dan ook verder geen m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. 4.10.2 Wet natuurbescherming en Wet milieubeheer Het tweede spoor op basis waarvan de plicht tot het uitvoeren van milieueffectrapportage (m.e.r.) aanwezig kan zijn is via de Wet natuurbescherming en de Wet Milieubeheer. Indien niet (op voorhand) kan worden uitgesloten dat de voorgenomen activiteit significant negatieve effecten heeft op een Natura 2000-gebied, dient een zogenaamde passende beoordeling te worden uitgevoerd.
De voorgenomen plannen zullen gelet op de afstand (3,6 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Lek) en de aard en omvang van het planvoornemen (planologisch-juridische borging van een reeds vergunde situatie) naar verwachting geen verstorend effect hebben op de Natura 2000-gebieden en geen nadelig effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Zie hiervoor ook Bijlage 4 en Bijlage 5.
40
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Inleiding
In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door voor de gronden bestemmingen aan te wijzen. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In deze paragraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht.
5.2
Uitgangspunten
5.2.1 Wettelijk kader Het wettelijk kader wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De wettelijke regeling voor bestemmingsplannen is vervolgens verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Het bestemmingsplan dient te voldoen aan de als bijlage bij de voornoemde Regeling opgenomen Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Dit betekent dat bestemmingsplannen kwalitatief gelijkwaardig zijn en uniform in aanpak, uitvoering, uitwisseling van gegevens en raadpleging daarvan. 5.2.2
Planonderdelen
Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden opgenomen en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op de analoge verbeelding heeft geen juridische betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/GBKN ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. Bij eventuele verschillen tussen de digitale en analoge verbeelding is de digitale verbeelding juridisch bindend. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de gebruiks- en bouwmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd conform de door het SVBP2012 voorgeschreven systematiek en gebaseerd op de regels uit het vigerende bestemmingsplan. De regels omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en ten slotte de overgangs- en slotregels.
5.3
Toelichting op de planregels
5.3.1 Inleidende regels In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om onduidelijkheid door interpretatieverschillen te voorkomen. Er zijn alleen begripsbepalingen opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Een gedeelte van de begrippen is omschreven in het SVBP en dient letterlijk daaruit te worden overgenomen. Deze begrippen en de voorgeschreven omschrijvingen zijn overgenomen. Ook over de bepaling van afstanden,
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
41
hoogtes en oppervlaktes kunnen interpretatieverschillen ontstaan. Om op een eenduidige manier afstanden, hoogtes en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de wijze van meten worden in de SVBP2012 regels gegeven, welke in het plan letterlijk zijn overgenomen. 5.3.2 Bestemmingsregels Per bestemming, die op de verbeelding wordt gebruikt, worden gebruiks- en bouwregels opgenomen. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid; Niet alle onderdelen komen bij elke bestemming voor. Van de meest gebruikte onderdelen volgt hieronder een korte toelichting.
Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie(s) worden als eerste genoemd. Indien van toepassing worden ook de aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies genoemd. De ondergeschiktheid kan worden aangegeven door de woorden 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie binnen de betreffende bestemming.
Bouwregels In de bouwregels is bepaald welke bouwwerken mogen worden opgericht, waarbij in ieder geval een onderscheid wordt gemaakt tussen de regeling van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en daar waar van toepassing ook tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. Voorts bevatten de bouwregels, voor zover van toepassing, minimale en maximale maatvoeringen voor de diverse bouwwerken zoals goothoogtes, bouwhoogtes, oppervlaktes en dakhellingen.
Afwijken van de bouwregels Door het opnemen van afwijkingsbevoegdheden wordt flexibiliteit in bestemmingsregels gecreëerd door mogelijkheden te bieden om in beperkte mate af te wijken van de algemeen toegestane bouwregelingen. Deze bevoegdheden zijn niet bedoeld voor afwijkingen van de bouwregels, waarvan de verwachting is, dat ze veelal kunnen worden verleend. In dat geval zijn de bouwregels hierop aangepast. Voor elke afwijking is aangegeven waarvan een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels wordt verleend, de maximale afwijking die met de omgevingsvergunning kan worden toegestaan en meestal de situaties of voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning wordt verleend. Het gaat hier om afwijkingsbevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Indien afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen dan wel een
42
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
algemene strekking hebben, zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels (zijnde algemene regels).
Specifieke gebruiksregels Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening vervallen. In dit artikel was het verbod opgenomen om gronden te gebruiken op een manier die in strijd is met het bestemmingsplan. Derhalve moeten in de specifieke gebruiksregels bepaalde functies concreet worden genoemd als zijnde verboden gebruik. Ook het laten gebruiken moet specifiek worden genoemd.
Afwijken van de gebruiksregels Door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels kan van de gebruiksregels in het plan worden afgeweken ten behoeve van een concrete vorm van grondgebruik. Dit mag echter niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen dat wel kan worden afgeweken van de gebruiksregels ten behoeve van functies die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies, maar dat via het afwijken geen 'nieuwe' functies kunnen worden toegestaan. Het afwijken van de gebruiksregels dient te zien op kleinere, planologisch minder ingrijpende onderwerpen. Functiewijzigingen en grotere, ruimtelijke ingrepen dienen te worden geregeld via een wijzigingsbevoegdheid of een afzonderlijke bestemmingsplanherziening.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of werkzaamheden Met een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een werk of werkzaamheid worden verbonden. Onder deze inrichtingsactiviteiten valt niet het bouwen en het gebruiken. Een vergunningenstelsel wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals landschappelijke of natuurlijke waarden, ecologische waarden of de groen- en/of waterstructuur. Een vergunningenstelsel kan in specifieke en bijzondere situaties worden opgenomen in verband met bijvoorbeeld het verwijderen van waardevolle boombeplanting.
5.4
Toelichting op bestemmingen
Hierna zijn de binnen het plangebied gelegen bestemmingen afzonderlijk opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de desbetreffende bestemming. 5.4.1 Bedrijventerrein Het bedrijfsperceel heeft de bestemming 'Bedrijventerrein'. Deze bestemming is gebaseerd op geldende bestemmingsplan. Ter plaatse van de bestemming zijn bedrijven mogelijk uit ten hoogste categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfactiviteiten. Overeenkomstig het vigerend bestemmingsplan mag het bouwvlak ter plaatse van Energieweg 2 voor 70% worden bebouwd en ter plaatse van Ambachtsweg 34 voor 100%. De maximale bouwhoogte bedraagt 12 meter. Daarnaast zijn bij de bestemming 'Bedrijventerrein' behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen, verkeersvoorzieningen (waaronder (ontsluitings)wegen), parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming is ter plaatse van de gedeeltelijk te dempen watergang de aanduiding 'water' opgenomen. Hier is water in de vorm van een overkluizing toegestaan. Binnen de bestemming zijn zelfstandige kantoren niet toegestaan. oppervlak behorende bij de bedrijfsvoering is wel toegestaan met een maximum van 1.200 m² bedrijfsvloeroppervlak per bedrijfsvestiging (conform bestaande en vergunde situatie). Risicovolle inrichtingen zijn op grond van het Besluit externe veiligheid
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
43
inrichtingen (Bevi) binnen de bestemming niet toegestaan, evenals geluidshinderlijke inrichtingen. De opslag van meer dan 10.000 kg vuurwerk is eveneens niet toegestaan. Binnen de bestemming geldt tevens een gebruiksregel waarin onder meer de opslag van goederen op onbebouwde gronden is gereguleerd. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen, zodat het bevoegd gezag bedrijven kan toestaan uit één categorie hoger en bedrijven die niet genoemd worden in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, indien het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de toegelaten categorieën op die gronden. 5.4.2 Groen Hieronder vallen de openbare groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden alsmede nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 5.4.3 Water Binnen deze bestemming zijn de watergangen opgenomen. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en voorzieningen die ten dienste staan aan de bestemming, zoals constructies voor bruggen, kademuren en duikers, zijn toegestaan. 5.4.4 Dubbelbestemming 'Leiding - Riool' De in het plangebied aanwezige leidingen zijn bestemd met de daarop toegespitste dubbelbestemming. De regels (met name aan te houden afstanden) met betrekking tot deze leidingen zijn verankerd in de regels.
Door deze regeling worden bouwwerkzaamheden en de in de regels genoemde aanlegactiviteiten getoetst aan de belangen verbonden aan de betrokken leiding. 5.4.5 Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 8' Ter bescherming van de archeologische waarden die mogelijk in het gebied voorkomen is voorzien in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 8'. Voor deze gronden geldt dat bouwen en een aantal genoemde werken en werkzaamheden, waarbij archeologische waarden in het geding kunnen zijn, slechts mogelijk zijn na voorafgaande toetsing door het bevoegd gezag aan de archeologische waarden. De archeologische verwachtingswaarde, met bijbehorende regeling, is bepaald aan de hand van de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Liesveld. Vanwege deze archeologische verwachtingswaarde dient, eventueel voorafgaand aan werkzaamheden, een verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd door een hiertoe gecertificeerd bureau. Indien uit het onderzoek blijkt dat er resten aanwezig zijn, dan dient in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald hoe met deze resten wordt omgegaan.
5.5
Algemene regels
5.5.1 Anti-dubbeltelregeling Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Deze regel wordt opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel of een bepaalde oppervlakte van een bouwperceel mogen beslaan, het resterende onbebouwde terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 5.5.2 Algemene bouwregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden eveneens een aantal algemene bouwregels. Deze zijn dus niet opgenomen in de afzonderlijke bestemmingen.
44
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
5.5.3 Algemene gebruiksregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden eveneens een aantal algemene gebruiksregels. Deze hoeven dus niet opgenomen te worden in de afzonderlijke bestemmingen. 5.5.4 Algemene afwijkingsregels Behalve de specifieke afwijkingsregels, opgenomen binnen de bestemmingsregels, kent het plan ook een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden. Deze bevoegdheden hebben als doel om flexibel te kunnen inspelen op afwijkingen en overschrijdingen van beperkte aard of omvang. 5.5.5 Algemene wijzigingsregels De specifieke en algemene wijzigingsbevoegdheden hebben als doel het bestemmingsplan van flexibiliteit te voorzien. Via gedeeltelijke planwijziging, zoals bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, kan worden besloten tot wijziging van het plan, zonder dat daarvoor een normale (integrale) herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. 5.5.6 Overige regels In deze regels wordt de geldigheid van wettelijke regelingen opgenomen en wordt op basis van de parapluherziening parkeren een regeling voor het parkeren opgenomen.
5.6
Overgangs- en slotregels
5.6.1 Overgangsrecht In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening, overgenomen. 5.6.2 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel schrijft voor hoe het plan kan worden aangehaald.
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
45
46
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Inleiding
Naast het toetsen van een bestemmingsplan aan diverse omgevingsaspecten, dient het bestemmingsplan ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij wordt gekeken naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer, tevens eigenaar. In dit geval het bedrijf Logisticon Water Treatment. Dit wordt geregeld door middel van een anterieure overeenkomst met de gemeente Molenlanden. In deze overeenkomst worden de principes op basis waarvan de ontwikkeling wordt gerealiseerd en de afwenteling van eventuele planschadeclaims geregeld. Voor de gemeente zelf zijn er geen kosten verbonden aan de verwezenlijking van het plan. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische en financiële uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan zal conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Tijdens de periode van ter inzage legging kunnen bewoners, bedrijven, dorps- en stadsraden en andere geïnteresseerden of belanghebbenden reageren op het plan. In dezelfde periode is ook overleg gevoerd met andere overheden over het plan. De resultaten van de ter inzage legging kunnen leiden tot aanpassingen, verbeteringen of wijzigingen van het plan.
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
47
48
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
Hoofdstuk 7 7.1
Procedure
Te volgen procedure
Het bestemmingsplan doorloopt als (voor)ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure, te weten: a.
b. c.
d.
Voorbereiding: 1. Vooroverleg met instanties 2. Watertoets 3. Inspraak (niet verplicht) Ontwerp: 1. 1e ter inzage legging (ontwerp bestemmingsplan) Vaststelling: 1. Vaststelling door de Raad 2. 2e ter inzage legging (vastgesteld bestemmingsplan) Beroep: 1. (Gedeeltelijk) onherroepelijk bestemmingsplan 2. Reactieve aanwijzing 3. Beroep bij Raad van State
In het kader van deze procedure kunnen gedurende de ter inzageligging van het ontwerp bestemmingsplan (fase b) zienswijzen worden ingesteld. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen wordt daarvan steeds melding gemaakt. Uiteindelijk besluit de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, indien nodig, over het plan in zijn onherroepelijke vorm.
7.2
Kennisgeving
Overeenkomstig artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is kennis gegeven van het voornemen tot het voorbereiden van het bestemmingsplan 'Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers'. Hierbij is aangegeven dat dit bestemmingsplan een herziening betreft van de geldende bestemmingsplannen in verband met de beoogde wijziging en uitbreiding van het bedrijf Logisticon Water Treatment ter plaatse van Energieweg 2 - Ambachtsweg 34 te Groot-Ammers.
7.3
Vooroverleg met instanties
Tot de voorbereiding van dit bestemmingsplan behoort het overleg met de daarvoor in aanmerking komende instanties. Instanties die blijkens hun werkterrein, belangen vertegenwoordigen of bevoegdheden krachtens de Wro hebben, bij de totstandkoming van bestemmingsplannen betrokken in het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). In het kader van het vooroverleg is door de provincie Zuid Holland een reactie gegeven (d.d. 23 maart 2022) op het voorontwerp bestemmignsplan. De reactie van de provincit inzake het provinciale beleid inzake kantoren en klimaatadatatie is voor zover relevant verwerkt, met dien verstaande dat het (bestaande) kantoor vergund is en in zijn huidige vorm reeds een oppervlakte heeft van 1.200 m2. Deze bestaande situatie is dan ook planologisch-juridisch geregeld in onderhavig bestemmingsplan. Wel is de afwijkingsmogelijkheid om de vestiging van zelfstandige kantoren (artiek 3.4.2) komen te vervallen, zodat alleen kantoor als onderdeel van het bedrijf zijn toegestaan. Tot slot wordt ten aanzien van de klimaatrisico'sgesteld dat het hier gaat om een bestaande en vergunde situatie die met onderhavig bestemmingsplan planologisch-juridisch wordt geregeld. Omdat het hier een
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers
49
bestaande en vergunde situatie betreft worden er geen maatregelen dan wel voorzieningen getroffen.
7.4
Ontwerp en vaststelling
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 27 oktober 2022 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om zijn/haar zienswijze kenbaar te maken. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Er zijn dan ook geen zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Tevens is er ook geen aanleiding geweest om ambtshalve wijzigingen door te voere. Het bestemmingsplan is in de raadsvergadering van 9 februari 2023 ongewijzigd vastgesteld.
50
bestemmingsplan Bedrijfsuitbreiding Energieweg 2 - Ambachtsweg 34, Groot-Ammers