Bijl. 1. Toelichting bestemmingsplan ‘Uitbreiding bedrijventerrein Melkweg Fase II, Bleskensgraaf’
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Uitbreiding bedrijventerrein Melkweg Fase II, Bleskensgraaf’
Toelichting bestemmingsplan ‘Uitbreiding bedrijventerrein Melkweg Fase II, Bleskensgraaf’
Opgesteld door: Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. Lekdijk 44 2967GB Langerak Identificatie: NL.IMRO.1978.BPMELKWEGFASE2-VG01 Datum: 21-02-2023 Planstatus: Vastgesteld
2
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1
Inleiding ..................................................................................................... 5
1.2
Kader .......................................................................................................... 6
1.3
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 8
1.4
Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 8
1.5
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 9
1.6
Communicatie ............................................................................................ 9
1.7
Realisatie .................................................................................................... 9
1.8
Leeswijzer................................................................................................... 9
Planbeschrijving .................................................................................................................... 10 2.1
Bestaande situatie ..................................................................................... 10
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 12
Verantwoording beleidskader ......................................................................................... 24 3.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 24
3.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 27
3.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 36
3.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 38
3.5
Conclusie .................................................................................................. 39
Verantwoording sectorale aspecten ............................................................................. 40 4.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 40
4.2
Watertoets ................................................................................................ 41
4.3
Geluid ....................................................................................................... 46
4.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 47
4.5
Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 50
4.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 54
4.7
Kabels en leidingen................................................................................... 56
4.8
Molenbiotoop ........................................................................................... 57
4.9
Ecologie .................................................................................................... 66
4.10 Bodem ...................................................................................................... 70 4.11 Archeologie .............................................................................................. 71 4.12 Duurzaamheid en klimaatadaptatie ........................................................... 74 5 Juridische planbeschrijving .................................................................................................. 75 5.1
Inleiding ................................................................................................... 75
5.2
Systematiek van de regels ......................................................................... 75
5.3
Bestemmingen .......................................................................................... 75 3
5.4
Aanduidingen ........................................................................................... 75
Bijlage Omschrijving 1 Landschappelijk inpassingsplan 2 Beplantingsplan 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Archeologisch onderzoek Advies straat- en vloerpeil Rioolberekening Situatietekening verkeer en parkeren Verkennend bodemonderzoek (incl. asbest) Ecologische quickscan Stikstofdepositieonderzoek (aanlegen gebruiksfase) Notitie Watercompensatie Watercompensatietekening
Auteur Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten VUhbs archeologie
Referentie LTL21267
Datum 04-07-2022
LTL21508-05
04-07-2022
MW-BM-18
Juli 2019
Adcim B.V.
20210128
30-04-2021
Adcim B.V. Adcim B.V.
20210480 20210480
11-11-2022 24-03-2022
Adcim B.V.
20220262-DVO-1
09-09-2022
Blom Ecologie B.V.
2022-0733
20-07-2022
Van den Heuvel milieuadvies
21015
21-11-2022
Adcim B.V.
20190066
09-01-2023
Lagendijk tuin- en LTL21330 landschapsarchitecten
23-09-2020
4
1.
Inleiding
1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Aan de Melkweg te Bleskensgraaf tussen de Wervenkampweg, de Melkweg en de wetering liggen een drietal weilanden. De gemeente Molenlanden heeft al langere tijd de plannen om deze gronden te ontwikkelen als bedrijventerrein. Op 19 april 2020 de gemeente Molenlanden het ontwerp-bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Melkweg fase 2’ ter inzage gelegd. In reactie hierop zijn een aantal zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van deze zienswijzen is het plan gestrand. Met inachtneming van de ingediende zienswijzen op het dit bestemmingsplan is een gewijzigd nieuw plan uitgewerkt. Architectenbureau Brand BBA, Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten, Adcim B.V. en Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. hebben in overleg met de bedrijven TTA/Eurogroep, Monta, Blokland Non Ferro, Ventilatieservice Holland een massastudie gedaan wat heeft geresulteerd in een gewijzigd plan. Het college van B&W van de gemeente Molenlanden heeft op 10 mei 2022 besloten in principe medewerking te verlenen aan de nieuwe planopzet voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Melkweg Fase II te Bleskensgraaf. Om het nieuwe plan juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen.
1.1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Bleskensgraaf, sectie E, nummer 471, 474, 498 en 802, aan de Melkweg te Bleskensgraaf. Aan de noord, oost- en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de wetering, Wervenkampweg en de Melkweg. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de bedrijfspercelen aan de Weideweg.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
5
1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Het plan speelt in op de concrete behoefte naar bedrijventerreinen in de gemeente Molenlanden. Bedrijvigheid op bedrijventerreinen is van groot belang voor de werkgelegenheid in de gemeente Molenlanden. Op dit moment is er een tekort aan ruimte voor bedrijven in de gemeente. Bedrijven die willen uitbreiden kan de gemeente niet goed accommoderen en er is nauwelijks ruimte voor bedrijven die willen verplaatsen. Er zijn op dit moment geen bedrijfskavels meer te koop in onze gemeente, terwijl er vanuit het bedrijfsleven wel vraag is naar meer ruimte. Dit geldt ook voor de bedrijven die betrokken zijn bij dit plan. De bedrijven hebben de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt, waardoor de huidige bedrijfslocaties in Nederland niet meer toereikend zijn voor de continuïteit van de bedrijven. Dit plan speelt in op de concrete behoefte naar meer bedrijfsruimte voor deze bedrijven. Het plan heeft een maatschappelijke meerwaarde voor de kern Bleskensgraaf en de rest van de gemeente Molenlanden. Bij dit plan zijn lokale bedrijven betrokken.
De bedrijven hebben de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt, waardoor de huidige bedrijfslocaties in Nederland niet meer toereikend zijn voor de continuïteit van de bedrijven. Er is een concrete behoefte naar meer bedrijfsruimte. De bedrijven hebben een sterke binding met de gemeente Molenlanden. Veel werknemers van de betrokken bedrijven zijn woonachtig in de gemeente Molenlanden. De bedrijven hebben een maatschappelijke functie in de vorm van werkgelegenheid en onderwijs/educatie in de gemeente Molenlanden. Onderdeel van het plan is Molenlanden Technology Center. Scholen/instanties kunnen gebruik maken van speciaal hiervoor ingerichte educatiezalen in Molenlanden Technology Center. In deze zalen kunnen ook medewerkers van de bedrijven binnen Molenlanden Technology Center gastlessen verzorgen. Het plan zal resulteren in toenemende werkgelegenheid. Dit geeft een positieve impuls aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het dorp Bleskensgraaf. Het plan is een wenselijke ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.
1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ (vastgesteld op 13 februari 2012). Het plangebied heeft de bestemmingen: • Agrarisch; De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie – 4; • Waarde – Archeologie – 8; • Waterstaat – Waterkering. En de aanduiding: • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 400 m’. 6
Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Dorpskernen’
Bestemmingsplan ‘Herziening Dorpskernen Graafstroom’ Op 15 september 2019 is de ‘Herziening Dorpskernen Graafstroom’ vastgesteld. In de herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen van het buitengebied, evenals omissies en nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dit een aanpassing/ actualisatie van de regelgeving. Bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren’ Op 27 oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ vastgesteld. Het doel van deze parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in de gemeente Molenlanden. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het parkeerbeleid. In de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020” zijn de parkeernormen opgenomen die van toepassing zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ regelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden voldaan aan de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020”.
Voor dit plan heeft de gemeente Molenlanden besloten af te wijken van de richtlijnen voor het aantal parkeerplaatsen welke zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen, met dien verstande dat de ondergrens van de bandbreedte uit de CROW-richtlijnen als minimale norm wordt gehanteerd en in het bestemmingsplan wordt gegarandeerd dat niet in de omliggende groenstroken geparkeerd kan worden. Dit is nader uitgewerkt In paragraaf 2.2.2 ‘Verkeer en parkeren’. Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten Op 26 oktober 2021 heeft de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten’ vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan voorziet uitsluitend in een juridische borging voor het reguleren van het beleid met betrekking tot huisvesting van arbeidsmigranten.
7
Door deze regeling wordt het eveneens onmogelijk gemaakt om andere ongewenste huisvestingsvormen toe te staan in woningen. Dit bestemmingsplan voorziet niet in de realisatie van woningen.
1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om de gronden aan de Melkweg te Bleskensgraaf te ontwikkelen als bedrijventerrein, waarmee het bedrijventerrein Melkweg te Bleskensgraaf kan worden afgerond.
1.4 Maatschappelijk draagvlak Participatie In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan zijn er meerdere opties om omwonenden van een planontwikkeling te informeren. De ontwikkelaar heeft goed contact met de omwonenden. Voor dit plan is er voor gekozen om op woensdag 1 november 2022 een inloopavond te organiseren op het kantoor van bedrijf TTA/Eurogroep om de omwonenden te informeren over het plan en het proces. De plannen zijn toegelicht en de omwonenden is de mogelijkheid geboden om vragen te stellen. Over het algemeen was er een goede acceptatie van het plan. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de Provincie Zuid-Holland en het Waterschap Rivierenland. Integrale reactie provincie Zuid-Holland (d.d. 31-03-2022/19-10-2022) De provincie Zuid-Holland heeft wat betreft de molenbiotoop aangegeven akkoord zijn met het plan en de onderbouwing van de gebruikmaking van artikel 6.34 van de Omgevingsverordening. De provincie vraagt wel om aandacht te besteden de hoogte van de beplanting met betrekking tot de molenbiotoop.
De provincie is wat betreft de ontwerpen ruimtelijke kwaliteit en klimaatadaptatie tevens akkoord met het landschappelijk inpassingsplan en daarmee de inpassing van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving. De provincie vraagt daarbij wel aandacht om te onderzoeken naar de mogelijkheid voor het toepassen van halfverharding. Dit is positief voor de waterdoorlaatbaarheid, de hittestress op het bedrijfsterrein en de uitstraling van het bedrijventerrein. In het beplantingsplan is rekening gehouden met de hoogte van de beplanting teneinde nadelige gevolgen voor de molenbiotoop uit te sluiten. Het groen zal daarbij met regelmaat door de aangrenzende bedrijven worden onderhouden. Tevens zijn in het plan duurzaamheidsmaatregelen toegepast die ten goede komen van de ruimtelijke kwaliteit en de klimaatadaptatie. In het bestemmingsplan is ter bescherming van de molenbiotoop een regeling opgenomen. De regeling in lijn met de regeling in de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland. 8
Reactie waterschap Rivierenland (d.d. 21-10-2022) Het waterschap Rivierenland heeft per mail enkele opmerkingen gegeven op het plan. De opmerkingen zijn verwerkt in hoofdstuk 4.2 Watertoets en/of de daaraan gerelateerde bijlagen. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben vanaf 25 november 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is er een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar gesloten, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
1.6 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via het digitale Gemeenteblad en het Kontakt). De omwonenden zijn per brief op de hoogte gehouden van het proces van het plan.
1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de ter inzage termijn onherroepelijk. De omgevingsvergunningen voor de realisatie van het bedrijventerrein kunnen dan worden aangevraagd.
1.8 Leeswijzer Deze toelichting van het bestemmingsplan bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: • • • •
Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskaders; Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.
9
2.
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur Het dorp Bleskensgraaf is ontstaan als lintbebouwing langs de Graafstroom. Vanuit de lintbebouwing is er rondom de kerk een buurtschap ontstaan. Vanuit dit buurtschap is het dorp Bleskensgraaf ontstaan. Mede door de verbetering van de wegen en de toename van transport over de weg (voorheen over water) is het dorp Bleskensgraaf in de loop der tijd gegroeid. De groei vond met name plaats in de dorpskern. In de Tweede Wereldoorlog is de dorpskern van Bleskensgraaf nagenoeg volledig verwoest als gevolg van een bombardement. Thans is nog slechts een beperkt deel van het oorspronkelijke buurtschap zichtbaar. Na de Tweede Wereldoorlog is het dorp wederopgebouwd. De laatste fase van de wederopbouw werd afgerond met de opening van het gemeentehuis op 12 mei 1955. In de jaren daarna heeft Bleskensgraaf, net zoals de meeste dorpen in de Alblasserwaard een grote groei doorgemaakt, welke is terug te zien in de seriematige uitbreidingswijken rondom de oorspronkelijke kern van het dorp. Het bedrijventerrein Melkweg ligt aan de zuidzijde van Bleskensgraaf. De Melkweg vormt de hoofdontsluiting van het bedrijventerrein en de grens met het buitengebied. Deze weg verbindt de Wervenkampweg met de Dorpsstraat. Het bestaande bedrijventerrein ligt ten westen van het plangebied.
Afbeelding 3: Ruimtelijke structuur omgeving plangebied
10
2.1.2 Huidige status/gebruik Het plangebied betreffen drie weilanden tussen de Wervenkampweg, de Melkweg en de wetering. Het plangebied ligt ten oosten van het bestaande bedrijventerrein Melkweg te Bleskensgraaf. De gemeente Molenlanden heeft al langere tijd de plannen om deze gronden te ontwikkelen als bedrijventerrein.
Afbeelding 4: Foto’s bestaande situatie
11
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan is om een bedrijventerrein te realiseren met vier bedrijfspanden voor de bedrijven TTA/Eurogroep, Monta, Blokland Non Ferro, Ventilatieservice Holland. Monta Monta helpt webshops groeien via fulfilment en magazijnsoftware. Via de fulfilment tak wordt de volledige logistiek voor ruim 1.500 webshops verzorgd vanuit 15 onafhankelijke vestigingen in Nederland. Monta’s klanten hebben tevens toegang tot Monta's zelfgebouwde software, zo hebben de webshops real-time inzicht in alle data m.b.t. de orders en voorraad. Sinds enkele jaren biedt Monta haar zelf ontwikkelde software ook aan webshops met eigen magazijnen voor optimale procesinrichting. Bij Monta werken ongeveer 1200 mensen, waarvan 10-15 % bestaat uit mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de gemeente Molenlanden werkt Monta hiervoor samen met Avres en Sterk@Werk. Het bedrijfspand van Monta, in de zuidwesthoek van het plangebied, heeft een oppervlakte van 6400 m2 (waarvan 200 m2 kantoor). Het bedrijfspand wordt gebruikt als distributiehal voor het verwerken van consumenten orders voor webshops. Blokland Non Ferro Blokland is een familiebedrijf met 60 jaar geschiedenis en een sterke focus op de toekomst. Het bedrijf werkt met een team van ongeveer 55 mensen aan innovatieve producten voor scheepvaart en industrie.
Blokland Non Ferro is een bedrijf gespecialiseerd in de ontwikkeling en productie van voorstuwingsinstallaties en besturingsinstallaties t.b.v. plezier en beroepsvaart. De twee hoofdactiviteiten bestaan uit koeling en voortstuwing voor de maritieme sector. De engineering ontwerpt oplossingen voor schepen op gebied van voorstuwing en besturing. Dit produceert Blokland met behulp van een modern machine park grotendeels in eigen huis. Dit jaar heeft men in Bleskensgraaf nieuwe huisvesting mogen realiseren voor 2 nieuwe onderdelen uit onze groep: GreenSonic en GreenPower Propulsion. Daarmee bestaat de Blokland Groep uit: • Blokland non ferro BV, Sliedrecht en verkoopkantoor in Beugen (ontwikkelen en produceren van warmtewisselaars voor scheepvaart en industrie). • Machinefabriek Sliedrecht BV, Sliedrecht (machinefabriek met modern machinepark t.b.v. eigen productie en derden). • Blokland Propulsion BV, Sliedrecht (ontwikkelen en produceren van voortstuwings- en roerasinstallaties voor scheeps- en jachtbouw). • Poseidon Propulsion, Barendrecht (ontwikkelen en produceren van elektrische voorstuwingsoplossingen voor beroeps en pleziervaart met Poseidon leveren we een belangrijke bijdrage aan het elektrificeren van grootstedelijk vervoer over het water.
• GreenSonic, Bleskensgraaf (ontwikkelen en produceren van ultrasoon anti aangroeisystemen voor maritieme en industriële toepassingen: de biocide vrije oplossing tegen aangroei). • GreenPower Propulsion BV, Bleskensgraaf (ontwikkelen van hybride en elektrische motoren voor beroeps en pleziervaart: elektrisch varen voor schepen en jachten). Voor Blokland non ferro en Poseidon zal het nieuwe bedrijfspand gebruikt gaan worden voor montage en testen van warmtewisselaars en montage van thusters e.d. (2000 m2), kantoor (450 m2) en opslag (900 m2). De productie (draaien, frezen, lassen, boren, zagen) van de componenten zal grotendeels in Sliedrecht blijven.
12
Ventilatieservice Holland Ventilatieservice Holland is een bedrijf gespecialiseerd in ventilatietechniek. Het bedrijfspand, in de noordoosthoek van het plangebied, zal worden gebruikt voor een nieuwe afdeling van Ventilatie Service Holland. Het bedrijf is voornemens een online activiteit op te starten voor noviteiten op het gebied van ventilatietechniek. Het bedrijfspand van Ventilatieservice heeft een oppervlakte van 1000 m2 (waarvan 100 m2 kantoor en 900 m2 opslag). TTA/Eurogroep TTA/Eurogroep is een bedrijf in ontwikkeling. Het bedrijf is ruim 20 jaar geleden in Bleskensgraaf begonnen als TTA (Tuinbouw Technisch Atelier) om tuinbouwmachines te maken. Het bedrijf heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een gerenommeerd bedrijf op het gebied van machines die de selectie en behandeling van planten regelen. Door de combinatie van het volledig zelf ontwerpen en fabriceren van de machines, inclusief de software die hierbij nodig is, heeft het bedrijf expertise opgebouwd om de ontwikkelde technieken ook toe te passen binnen vakgebieden buiten de tuinbouw. Het nieuwe bedrijfspand zal gebruikt gaan worden door Lowpad. Het bedrijf Lowpad is onderdeel van Eurogroep waar TTA en Eurotron ook onderdeel van zijn. Het bedrijf TTA (Tuinbouw Technisch Atelier) houdt zich bezig met de ontwikkeling en productie van tuinbouwmachines.
Het bedrijf heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een gerenommeerd bedrijf op het gebied van machines voor het overzetten en selecteren van jong plantmateriaal. Het bedrijf Eurotron ontwikkelt en produceert machines voor de productie van zonnepanelen. Het bedrijf Lowpad ontwikkelt en produceert autonoom rijdende voertuigen. Alle drie de bedrijven hebben een hoog innovatief karakter waarbij ontwikkeling, productie en software centraal staan. Bij Lowpad werken veel programmeurs en ontwikkelaars. Voor deze mensen is kantoorruimte nodig. Daarnaast zal een deel van het pand gebruikt worden voor de assemblage en het testen van de autonoom rijdende voertuigen. Daarnaast zal een deel gebruikt worden als magazijn. Het bedrijfspand van Lowpad heeft een oppervlakte van 4.000 m2 (waarvan 1.600 m2 kantoor, een test- en lichte assemblageruimte van 1.600 m2 en 800 m2 opslag).
13
Afbeelding 5: Nieuwe situatie (uitvergroot in bijlage)
14
Afbeelding 6: Impressies nieuwe situatie
15
2.2.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting bedrijventerrein Het bedrijventerrein wordt ontsloten via een uitrit op de Melkweg. Op het perceel wordt een toegangsweg gerealiseerd waarmee alle bedrijven worden ontsloten. De nieuwe toegangsweg wordt boven een bestaande watergang gerealiseerd. Derhalve wordt het gehele bedrijventerrein onderheid. Het terrein tussen de bedrijfspanden wordt een privaat gebied waarbij er één afsluitbare ontsluiting komt op de Melkweg. Om deze reden is er bewust voor gekozen om de oost-west weg niet aan te sluiten op de Weideweg. Bij de uitwerking van het binnenterrein is rekening gehouden met bochtstralen van vrachtwagens. Voor het uitdraaien van het verkeer wordt gebruik gemaakt van het totale gezamenlijke binnenterrein. Het bedrijventerrein heeft een goede bereikbaarheid (nabij de Wervenkampweg en de N214) wat zeer belangrijk is voor de bedrijven.
Afbeelding 7: Verkeersimulatie 1 draaicirkels vrachtwagens (uitvergroot in bijlage)
Afbeelding 8: Verkeersimulatie 2 draaicirkels vrachtwagens (uitvergroot in bijlage)
16
Afbeelding 9: Verkeersimulatie 3 draaicirkels vrachtwagens (uitvergroot in bijlage)
Verkeersgeneratie Om er zeker van te zijn dat het plan niet leidt tot negatieve effecten op de verkeersafwikkeling en verkeerveiligheid in het gebied is een theoretische berekening van de verkeersgeneratie van het plan berekend. Voor de vaststelling van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In de berekening is uitgegaan van de minimale kencijfers gelegen in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘niet stedelijk’ gebied. Tabel 1: Verkeersgeneratie (o.b.v. CROW-publicatie 381) BVO Kengetal (per VerkeersSubtotalen m2 100 m2 BVO) bewegingen Blokland non Ferro montage 2000 9,1 182 Blokland non Ferro kantoor 450 7,9 35,6 Blokland non Ferro opslag 900 3,9 35,1 252,7 Monta distributie 6200 3,9 241,8 Monta kantoor 200 7,9 15,8 257,6 Ventilatieservice kantoor 100 7,9 7,9 Ventilatieservice opslag 900 3,9 35,1 43 Eurogroep kantoor 1600 7,9 126,4 Eurogroep testruimte 1600 3,9 62,4 Eurogroep opslag 800 3,9 31,2 220 Totaal 773,3 Totaal verkeersgeneratie
774 verkeersbewegingen
17
Een verkeersgeneratie van 774 verkeersbewegingen is echter niet reëel wanneer dit wordt afgezet tegen de door de bedrijven aangegeven bedrijfsinformatie. In de praktijk zal het aantal verkeersbewegingen lager liggen. De verkeerstoename is daarmee dermate laag, dat het niet aannemelijk is dat de doorstroming en verkeersveiligheid buitenproportioneel wordt benadeeld. Het bedrijventerrein heeft een goede ontsluiting via de Wervenkampweg en de N214. Indicatie van het aantal arbeidskrachten per bedrijf Blokland non Ferro Het bedrijf telt ca. 25 medewerkers. Monta Het bedrijf telt ca. 60 medewerkers in dagdienst en ca. 50 medewerkers in de avonddienst. Hierbij moet worden opgemerkt dat 15% van deze mensen bestaat uit mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze zullen altijd met een busje worden gebracht en gehaald. Ventilatieservice Holland Het bedrijf telt bij aanvang ca. 3 medewerkers. TTA/Eurogroep Het bedrijf telt bij aanvang ca. 60 medewerkers. Een eerder gedaan onderzoek wijst uit dat > 40% op de fiets komt. Indicatie aantal bezoekers Blokland non Ferro • Klant/leverancier bezoek met personenauto: 5 per week; • Bode: 2 bezoekers per week; • Afhaal met bakwagen: 2 per week; • Trailerwagen: 1 per week; Monta • Vrachtwagens aanleveren: 18 per dag; • Vrachtwagens ophalen: 6 per dag; • Bezoekers (personenauto’s): ca.
3 per dag; Ventilatieservice Holland • Klantbezoek met personenauto: 1 per week; • Koeriers met bus brengen DHL, TNT, GLS: ca. 2 per week; • Vrachtvervoerder c.q. bakwagens voor laden of lossen: ca. 1 per week. TTA/Eurogroep • Klantbezoek met personenauto: 4 per week; • Koeriers met bus brengen en afhalen, DHL, TNT, Fedex, GLS: ca. 5 per week; • Vrachtvervoerder c.q. bakwagens voor laden of lossen: ca. 3 per week; • Vrachtvervoerder c.q. trailerwagens voor laden of lossen: ca. 4 per week.
18
Parkeren Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. Stedelijkheidsgraad De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad in zijn geheel in de categorie ‘niet stedelijk’. Gebiedstype Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘(Rest) bebouwde kom’. Parkeernormen Voor de bedrijven zijn de volgende gemiddelde parkeernormen van toepassing: Tabel 2: Parkeernormen Bedrijf arbeidsintensief/ bezoekers extensief Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekers extensief Kantoor (zonder baliefunctie)
Parkeernorm 2,4
Eenheid Per 100 m2 BVO
1,1
Per 100 m2 BVO
2,6
Per 100 m2 BVO
Parkeerbehoefte Dit resulteert in de volgende parkeerbehoefte: Tabel 3: Parkeerbehoefte (conform 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020') BVO Norm Parkeerbehoefte Subtotalen (m2) Blokland non Ferro montage 2000 2,4 48 Blokland non Ferro kantoor 450 2,6 11,7 Blokland non Ferro opslag 900 1,1 9,9 69,6 Monta distributie 6200 1,1 68,2 Monta kantoor 200 2,6 5,2 73,4 Ventilatieservice kantoor 100 2,6 2,6 Ventilatieservice opslag 900 1,1 9,9 12,5 Eurogroep kantoor 1600 2,6 41,6 Eurogroep testruimte 1600 1,1 17,6 Eurogroep opslag 800 1,1 8,8 68 Totaal 223,5 Totaal benodigde parkeerplaatsen
224 parkeerplaatsen
19
De parkeernorm van 224 parkeerplaatsen is echter niet reëel wanneer dit wordt afgezet tegen de door de bedrijven aangegeven praktisch benodigde aantal parkeerplaatsen. In sommige gevallen is de parkeernormberekening bijna twee keer zoveel dan het bedrijf personeel heeft. Dit vraagt derhalve om een maatwerkoplossing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient hierbij rekening gehouden met de toekomstbestendigheid van het bedrijventerrein. Theoretisch kunnen er zich in de toekomst weer andere bedrijven vestigen (om te voorkomen dat deze bedrijven in de knel komen met het aantal parkeerplaatsen). De gemeente Molenlanden heeft besloten voor dit plan af te wijken van de richtlijnen voor het aantal parkeerplaatsen welke zijn vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Er is besloten om in plaats van de normen uit onze 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' (wat uitgaat van het gemiddelde uit de bandbreedte van de CROW-beleid) het minimum van deze bandbreedte te hanteren. Uitgaande van de minimale parkeernormen conform de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018) komt de parkeerbehoefte uit op 180 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost. Op het terrein tussen de bedrijfspanden worden in totaal 182 parkeerplaatsen gerealiseerd (zie afbeelding 7). De situatietekening parkeren is toegevoegd in de bijlage.
In de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd in de omliggende groenstroken niet geparkeerd kan worden ten einde de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Tabel 4: Parkeerbehoefte (o.b.v. minimale parkeernorm CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018) BVO Norm Parkeerbehoefte Subtotalen (m2) Blokland non Ferro montage 2000 2,1 42 Blokland non Ferro kantoor 450 2,3 10,3 Blokland non Ferro opslag 900 0,8 7,2 59,5 Monta distributie 6200 0,8 49,6 Monta kantoor 200 2,3 4,6 54,2 Ventilatieservice kantoor 100 2,3 2,3 Ventilatieservice opslag 900 0,8 7,2 9,5 Eurogroep kantoor 1600 2,3 36,8 Eurogroep testruimte 1600 0,8 12,8 Eurogroep opslag 800 0,8 6,4 56 Totaal 179,2 Totaal benodigde parkeerplaatsen
180 parkeerplaatsen
20
2.2.3 Landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen aan de randen van kernen wenselijk zorg te dragen voor een passende landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing. Door landschapsarchitect Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten uit Bergambacht is een stedenbouwkundige landschappelijke verkenning en analyse uitgevoerd gericht op de landschappelijke hoofdstructuur en landschappelijke kwaliteit. Gebiedsomschrijving Het landschapstype rond Bleskensgraaf betreft het slagenlandschap. Dit wordt gekenmerkt door lange rechte kavelscheidingssloten die vaak min of meer in noordzuidrichting lopen. Veelal haaks daarop liggen buurtwegen in de vorm van lintbebouwing of landbouwontsluitingswegen. De dorpen liggen daar als woonclusters binnen. Vaak is het hoogste punt de kerktoren. De hoogte en massa wordt veelal gevormd door erfbeplanting en bebouwing. Van een afstand is een groene horizon kenmerkend waarbinnen de gebouwen ingekaderd zijn door bomen en bosschages. Aan de randen van de kernen liggen vaak bedrijventerreinen. Bleskensgraaf vormt bij bovengenoemde karakteristieken geen uitzondering.
Het gebied wordt gekenmerkt door een groen kader en groene uitstraling en hierbij is het streven dit ook in de nieuwe ontwikkelingen door te zetten zodat er een aanvulling plaats vindt op de ontwikkeling van een sterk groen kader. Dit zorgt voor een zachte overgang naar het open veenweide landschap en zet streekeigen inheemse beplanting in om het landschappelijk karakter van de dorpsrand te versterken en de overgang naar het buitengebied te verzachten. Ontwerpuitgangspunten Op basis van de verkenning en analyse van het gebied en op basis van de landschappelijke kwaliteit en de landschappelijke hoofdstructuur zijn ontwerpuitgangspunten geformuleerd: Uitgangspunten t.a.v. de uitgezoomde situatie in wijdere setting De bedrijventerreinen grenzend aan het buitengebied dienen te worden voorzien van gepaste landschappelijke beplanting. In lijn met de analyse betekent dit de toepassing van boombeplanting met een gemiddelde hoogte onder de bestaande gebouwen en erfbeplanting. Hierbij dient wat betreft de hoogte van de beplanting wel rekening te worden gehouden met de molenbiotoop. Door deze toepassing wordt vanuit de omgeving een basis gecreëerd voor een wenselijke overgang naar het buitengebied. Wat betreft de vormgeving van de bedrijfspanden wordt qua architectuur, materiaalgebruik, kleurstelling etc. gekozen voor een landelijke ingetogen uitstraling. Uitgangspunten t.a.v.
het betreffende plangebied De bedrijfshallen worden gevormd door een ensemble van rechthoekige bouwmassa’s. De bouwmassa’s dienen zo ver mogelijk naar het midden van het terrein worden gepositioneerd om enerzijds voldoende ruimte over te houden voor o.a. parkeren en anderzijds de maximale ruimte te houden voor de inpassing van beplanting langs de buitenranden. Daarnaast is er ruimte om diversiteit te creëren in de vier buitenzijden. Grenzend aan de vier zijden bevinden zich terrein onderdelen met elk een eigen karakteristiek en functie. Dit wordt nader toegelicht in het landschappelijk inpassingsplan dat is toegevoegd in de bijlage).
21
Landschappelijk inpassingsplan en beplantingsplan Op basis van de ontwerpuitgangspunten is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Om nadelige gevolgen voor de molenbiotoop uit te sluiten is door de landschapsarchitect tevens een beplantingsplan opgesteld. In het beplantingsplan is rekening gehouden met de hoogte van de beplanting teneinde nadelige gevolgen voor de molenbiotoop uit te sluiten. Het landschappelijk inpassingsplan en beplantingsplan zijn uitvergroot toegevoegd in de bijlage. Het bedrijventerrein wordt voorzien van een groene omzoming middels streekeigen beplanting, waarbij rekening is gehouden met de hoogte van de beplanting in relatie tot de molenbiotoop. Over de toegangsweg, gelegen op een bestaande watergang, blijft het doorzicht behouden. Aan de noordzijde worden insteken in de bestaande watergangen gemaakt teneinde de oude slagenverkaveling te accentueren. De gebiedsvreemde bocht in de Wervenkampweg in aansluiting met de Hofwegen wordt uitgebreid met een waterelement. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt langs de zuidzijde van de Melkweg watercompensatie gerealiseerd waarbij de nadruk ligt op een passende landschappelijke inpassing. Van de Wervenkampweg kijkend levert dit een bijdrage aan zowel de beleving en landschappelijke inpassing van de achterzijde van het lint, als aan landschappelijk herstel.
De totale oppervlakte aan bedrijfspanden is voor een bedrijventerrein erg laag. De verkeers- en parkeerruimte ligt tussen de bedrijfspanden. Geparkeerde (vracht)auto’s worden hiermee uit het zicht onttrokken. Het bedrijventerrein wordt op een landschappelijk en stedenbouwkundig verantwoorde wijze ingepast in het bestaande landschap. Tevens wordt hiermee werkgelegenheid in een landelijke setting met oog voor landschappelijke- en ecologische waarden gecreëerd. De provincie heeft aangegeven akkoord te zijn met het landschappelijk inpassingsplan en daarmee de inpassing van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving.
Afbeelding 10: Landschappelijk inpassingplan (uitvergroot in bijlage)
22
Afbeelding 11: Beplantingsplan (uitvergroot in bijlage)
23
3.
Verantwoording beleidskader
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • • • •
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven als de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen Rijksbelangen geschaad. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.
Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
24
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.
In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het plan betreft de realisatie van een bedrijventerrein met een oppervlakte van ca. 2 hectare. Hiermee is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ vereist. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Is er behoefte naar de ontwikkeling? Bedrijvigheid op bedrijventerreinen is van groot belang voor de werkgelegenheid in de gemeente Molenlanden. Uit gesprekken met ondernemersverenigingen, verschillende disciplines binnen de gemeente en de provincie Zuid-Holland en gesprekken met kenners van de lokale markt, cijfermatige analyse en onderzoekswerk, in het kader van de Visie bedrijventerreinen gemeente Molenlanden (2022), blijkt er op dit moment sprake is van een tekort aan ruimte voor bedrijven in de gemeente. Bedrijven die willen uitbreiden kan de gemeente Molenlanden op dit moment niet goed accommoderen en er is nauwelijks ruimte voor bedrijven die willen verplaatsen. Er zijn op dit geen bedrijfskavels meer te koop in de gemeente, terwijl er vanuit het bedrijfsleven wel vraag is naar meer ruimte.
Daarnaast is er de afgelopen jaren circa 20 hectare aan bedrijfskavels gesaneerd in de gemeente Molenlanden. Inschattingen op basis van cijfermateriaal (werkgelegenheids- en andere prognoses) laten zien dat tot 2030 een vraag is van 6,6 tot 17 hectare, en in de daaropvolgende periode tot 2040 een extra 0 tot 13 hectare. Het gaat dus in totaal om een bandbreedte van 6,6 (minimum scenario) tot 30 hectare (maximum scenario) uitbreiding tot 2040. De gemeente Molenlanden gaat, mede op basis van signalen uit de markt, uit van de bovenste helft van deze bandbreedte, ofwel minimaal 18 hectare en maximaal 30 hectare tot 2040. Het plan speelt in op de behoefte aan bedrijventerrein in de gemeente Molenlanden/de regio AlblasserwaardVijfheerenlanden. Het plan, de afronding van het bedrijventerrein Melkweg 25
Bleskensgraaf (fase 2) is opgenomen in de regionale bedrijventerreinenstrategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden als zacht plan. Het plan is regionaal afgestemd binnen de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Het plan voorziet verder in een concrete uitbreidingsbehoefte van vier lokaal en regionaal gebonden bedrijven. De bedrijven hebben de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt, waardoor de huidige bedrijfslocaties niet meer toereikend zijn voor de continuïteit van de bedrijven. Er is een concrete behoefte naar meer bedrijfsruimte. De bedrijven hebben een sterke binding met de gemeente Molenlanden. Veel werknemers van de betrokken bedrijven zijn woonachtig in de gemeente Molenlanden. De bedrijven hebben een maatschappelijke functie in de vorm van werkgelegenheid en onderwijs/educatie in de gemeente Molenlanden. Onderdeel van het plan is Molenlanden Technology Center. Scholen/instanties kunnen gebruik maken van speciaal hiervoor ingerichte educatiezalen in Molenlanden Technology Center. In deze zalen kunnen ook medewerkers van de bedrijven binnen Molenlanden Technology Center gastlessen verzorgen. Het plan zal resulteren in toenemende werkgelegenheid. Het plan geeft een positieve impuls aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het dorp Bleskensgraaf.
Waarom kan het niet binnen bestaand stedelijk gebied? In eerste instantie is door de gemeente onderzocht of bestaande ruimte (bestaande bedrijventerreinen) beter benut kan worden. Dat levert echter maar zeer beperkte ruimtewinst op. Om aan de vraag te voldoen moet er dus nieuwe ruimte worden gecreëerd. De visie van de gemeente Molenlanden is om bedrijventerrein te creëren op een klein aantal plekken waar dat logisch is vanwege de vraag van ondernemers en waar het zo goed mogelijk aansluit bij de complexe ruimtelijke omstandigheden in Molenlanden. Deze locatie is één van deze locaties. Het plan betreft een afronding van het bedrijventerrein Melkweg te Bleskensgraaf (grenzend aan bestaand stedelijk gebied). Met deze ontwikkeling ontstaat een logische afronding van het stedelijk gebied. Het plan voldoet aan ‘de Ladder voor duurzame verstedelijking’.
26
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie ZuidHolland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie ZuidHolland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 15 maart 2022 is een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland gepubliceerd. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.
Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).
Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het 27
provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plan betreft de realisatie van een bedrijventerrein met een oppervlakte van ca. 2 hectare. Hiermee is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan betreft een afronding van het bedrijventerrein Melkweg te Bleskensgraaf (grenzend aan bestaand stedelijk gebied). Met deze ontwikkeling ontstaat een logische afronding van het stedelijk gebied. Het plan voldoet aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (zie paragraaf 3.1.3).
Plangebied
Afbeelding 12: Bestaand stedelijk gebied (BSD)
Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag.
28
Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. Het plangebied is gelegen in het ‘veenweidelandschap’ en de ‘Stads- en dorpsranden’.
Plangebied
Afbeelding 13: Provinciale kwaliteitskaart (laag van cultuur- en natuurlandschappen)
Veenweidegebied De ruimtelijke structuur in het veen(weide)gebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veen(weide)landschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor ontwikkelingen in het veen(weide)landschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen;
29
• • •
Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders; Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.
Plangebied
Afbeelding 14: Provinciale kwaliteitskaart (laag van de stedelijke occupatie)
Stads- en dorpsranden Voor de ontwikkelingen in de ‘stads- en dorpsrand’ heeft de provincie één richtpunt vastgesteld: • Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Het plan betreft de afronding van het bedrijventerrein Melkweg te Bleskensgraaf (fase 2). Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is door landschapsarchitect Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten uit Bergambacht een stedenbouwkundige landschappelijke verkenning en analyse uitgevoerd gericht op de landschappelijke hoofdstructuur en landschappelijke kwaliteit. Naar aanleiding hiervan is een landschappelijk inpassingsplan en beplantingsplan opgesteld (zie paragraaf 2.2.3). Het bedrijventerrein wordt op een landschappelijk en stedenbouwkundig verantwoorde wijze ingepast in het bestaande landschap. Tevens wordt hiermee werkgelegenheid in een landelijke setting met oog voor landschappelijke30
en ecologische waarden gecreëerd. Het bedrijventerrein wordt voorzien van een groene omzoming middels streekeigen beplanting, waarbij rekening is gehouden met de hoogte van de beplanting in relatie tot de molenbiotoop. Over de toegangsweg, gelegen op een bestaande watergang, blijft het doorzicht behouden. Aan de noordzijde worden insteken in de bestaande watergangen gemaakt teneinde de oude slagenverkaveling te accentueren. De gebiedsvreemde bocht in de Wervenkampweg in aansluiting met de Hofwegen wordt uitgebreid met een waterelement. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt langs de zuidzijde van de Melkweg watercompensatie gerealiseerd waarbij de nadruk ligt op een passende landschappelijke inpassing. Van de Wervenkampweg kijkend levert dit een bijdrage aan zowel de beleving en landschappelijke inpassing van de achterzijde van het lint, als aan landschappelijk herstel. De totale oppervlakte aan bedrijfspanden is voor een bedrijventerrein erg laag. De verkeers- en parkeerruimte ligt tussen de bedrijfspanden. Geparkeerde (vracht)auto’s worden hiermee uit het zicht onttrokken. In het beplantingsplan is rekening gehouden met de hoogte van de beplanting teneinde nadelige gevolgen voor de molenbiotoop uit te sluiten. Het groen zal met regelmaat door de aangrenzende bedrijven worden onderhouden.
Tevens zijn in het plan duurzaamheidsmaatregelen toegepast die ten goede komen van de ruimtelijke kwaliteit en de klimaatadaptatie. De provincie heeft aangegeven akkoord te zijn met het landschappelijk inpassingsplan en daarmee de inpassing van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving. Molenbiotoop Het plangebied ligt binnen de molenbiotoop van de Hofwegense Molen. In het gebied rondom deze molen is een molenbiotoop ingesteld met een straal van 400 meter vanuit het middelpunt van de molen waarbinnen beperkingen gelden ten aanzien van de hoogte van gebouwen en beplanting. Dit is nader toegelicht in paragraaf 3.2.2 en 4.8. De provincie Zuid-Holland heeft wat betreft de molenbiotoop aangegeven akkoord zijn met het plan en de onderbouwing van de gebruikmaking van artikel 6.34 van de Omgevingsverordening. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 15 maart 2022 is een herziening van de Omgevingsverordening gepubliceerd. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd.
In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9). Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a) De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); 31
b) Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c) Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. In dit licht kan het plan kan worden geschaard in de categorie ‘transformeren’. Door een landschapsarchitect is een landschappelijk inpassings- en beplantingsplan opgesteld waarin behalve de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving.
De provincie heeft aangegeven akkoord te zijn met het landschappelijk inpassingsplan en daarmee de inpassing van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: • De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; • Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte. Het plan betreft de realisatie van een bedrijventerrein met een oppervlakte van ca. 2 hectare. Hiermee is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan betreft een afronding van het bedrijventerrein Melkweg te Bleskensgraaf (grenzend aan bestaand stedelijk gebied). Met deze ontwikkeling ontstaat een logische afronding van het stedelijk gebied. Het plan voldoet aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (zie paragraaf 3.1.3).
32
Bescherming Molenbiotoop In artikel 6.25 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn – met het oog op een afweging van de molenbelangen – instructieregels opgenomen. Aan deze instructieregels dient een bestemmingsplan bij vaststelling getoetst te worden. Artikel 6.25 van de omgevingsverordening Zuid-Holland vermeldt hierover: Artikel 6.25 Bescherming molenbiotoop 1. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de molenbiotoop van traditionele windmolens, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, garandeert in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen en voldoet aan de volgende voorwaarden: a. Binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen nieuwe bebouwing opgericht of beplanting aangebracht, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b. Binnen een straal van 100 tot 400 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden de volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting: i. Voor zover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek; ii.
Voor zover dit gebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek. 2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, is het oprichten van nieuwe bebouwing mogelijk ten behoeve van: a. Een ontwikkeling binnen een molenbiotoop waarin vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd; of b. Een ontwikkeling binnen een bijzondere molenbiotoop, waarvan de plaats geometrisch is begrensd en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, mits de molen en de molenbiotoop op een goede manier ruimtelijk worden ingepast. In de provincie Zuid-Holland is een groot aantal cultuurhistorische en archeologische waarden aanwezig. Deze zijn beschreven in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS). Het behoud van de cultuurhistorische hoofdstructuur is van provinciaal belang. Molens en de daarbij behorende molenbiotopen zijn onderdeel van de CHS.