Bijl. 1. Strategie Vitale Veenweiden Zuid-Holland
Tekst van het document
Terugdringen bodemdaling en CO2-uitstoot
Voor het aanpakken van de klimaatopgave wil de Krimpenerwaard, via ontwikkelplannen op polderniveau, aan de slag met twee verschillende methoden voor het terugdringen van de CO2emissie: waterinfiltratiesystemen en klei in veen. Het plan gaat uit van toepassing van deze methodes op in totaal 1.500 hectare. In 2022 zijn agrariërs in de eerste twee deelgebieden benaderd met de vraag of ze willen meedoen.
Onderzoek en kennisontwikkeling
Onderdeel van het plan is ook onderzoek en kennisontwikkeling. Het gebied wil de resultaten in de praktijk monitoren en onderzoek doen naar effecten op landgebruik en het watersysteem.
Ontwerp gebied met volhoudbare landbouw
Het derde onderdeel is een gebiedsproces voor een nieuw ontwerp van het gebied, met een ‘volhoudbare’ landbouw. Het is een verkenning van bestaande of nieuwe verdienmodellen die tegemoetkomen aan de maatschappelijke wensen. Melkveehouderij is het vertrekpunt, maar ook andere mogelijkheden staan open. Belangrijk onderdeel zijn gesprekken aan de keukentafel: elke melkveehouder kan dus bijdragen. Zo komen in dit gebiedsplan de grote maatschappelijk opgaven en de motivatie en toekomstplannen van de ondernemers bij elkaar. Terug naar inhoud
25
Strategie Vitale Veenweiden Zuid-Holland
Gebiedsproces Nieuwkoop en omgeving
Het gebied rond Nieuwkoop is zeer gevarieerd. De Nieuwkoopse Plassen vormen een uniek Natura 2000-gebied met water, rietland en moerasbos. Hier leven planten en dieren die elders in Nederland niet of nauwelijks voorkomen, zoals veenmos en purperreigers. Rondom het natuurgebied ligt een landelijk gebied met veel melkveebedrijven. De ontwikkelingsmogelijkheden in het gebied hangen sterk samen met de aanwezigheid van het Natura2000-gebied en de daar aanwezige stikstofgevoelige natuur. In Nieuwkoop en omgeving werken overheden (4 gemeenten, 3 waterschappen, 2 provincies) sinds 2019 samen met maatschappelijke partners, waaronder agrariërs, landbouworganisatie LTO en Natuurmonumenten. Ze vormen de stuurgroep Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof en Bodemdaling. Uiteindelijk moet deze samenwerking leiden tot een gedragen en integraal gebiedsplan, waarbij landbouw, recreatie en natuur met elkaar in balans zijn.
Recreatie rond de Nieuwkoopse plassen
Stikstof
De reductie van stikstofemissie is een van de speerpunten in de Gebiedsgerichte Aanpak. Het stikstofbeleid heeft voor de agrarische sector in Nieuwkoop en omgeving een grote impact. Technische oplossingen en managementmaatregelen op bedrijfsniveau zullen in dit gebied waarschijnlijk niet voldoende reductie opleveren. In het Natura-2000 gebied en in de aangrenzende polders is verminderen van het aantal dieren en beëindigen of verplaatsen van bedrijven haast onontkoombaar. Ook met het oog op de andere opgaven, zoals CO2-reductie, verbetering van de waterkwaliteit en -kwantiteit en de versterking van de natuur.
Vijf stappen
In september 2021 is de aanpak voor het ontwikkelen van een duurzaam gebiedsperspectief vastgelegd in een startnotitie. Deze aanpak bestaat uit vijf stappen. Stap 1 is een inventarisatie van de huidige situatie en de opgaven voor de toekomst. De tweede stap is de uitwerking van een aantal hoofdrichtingen voor bedrijfsontwikkeling, in nauw overleg met de agrarische sector. De derde stap is het bepalen van de koers, als kader voor een toekomstgericht en haalbaar gebiedsperspectief. De inzet is om eind 2022 deze koers zoveel mogelijk uitgewerkt te hebben. Vervolgens kunnen in 2023 de polderprocessen van start gaan (stap 4). Daarin wordt met agrariërs en andere belanghebbenden per deelgebied een perspectief opgesteld. De optelsom van deze deelperspectieven vormt het gebiedsperspectief en daarmee het gebiedsplan voor Nieuwkoop (stap 5).
26
Terug naar inhoud
Strategie Vitale Veenweiden Zuid-Holland
Gebiedsprocessen overige gebieden
Behalve de drie prioritaire gebieden omvat het kerngebied Veenweiden het hele landelijk gebied ten noorden van de Rotterdamse en Dordtse stedelijke regio’s en ten oosten van de Bollenstreek en het Westland. Om de doelen van het NPLG te realiseren moeten in het hele kerngebied maatregelen genomen worden en willen we aan de slag met deelgebiedsplannen. Op verschillende plekken wordt het proces in gang gezet. We doen dit in overleg met de betrokken gemeenten, waterschappen en andere partners, waaronder agrarische ondernemers. In Midden-Delfland werken gemeenten, agrariërs en andere partijen al geruime tijd samen aan de ontwikkeling van kringlooplandbouw. Daarnaast lopen er op verschillende plekken kleinschalige initiatieven (polderprocessen) voor het afremmen van bodemdaling of meer integrale plannen. Dat gebeurt in het veenweidegebied rond Moordrecht (gebiedsproces Restveengebied, gemeente Zuidplas), Polder Middelburg en Tempelpolder (gemeenten Alphen aan den Rijn en BodegravenReeuwijk), Drooggemaakte Polder aan de Westzijde te Aarlanderveen (gemeente Alphen aan den Rijn) en de Vlietpolder, Blauwe Polder en Waterloospolder (gemeente Kaag & Braassem).
Glastuinbouw en akkerbouw bij Zuidplas
Naast veenweiden omvat het kerngebied Veenweiden ook deelgebieden met andere agrarische bedrijvigheid en grondsoorten zoals glastuinbouw (Oostland), akkerbouw (Zuidplas) en sierteelt (Boskoop). In deze regio’s zoeken we naar (bestaande) samenwerkingsstructuren om een plan te ontwikkelen.
Polders bij Aarlanderveen Terug naar inhoud
27
5. Gebiedsgericht op weg naar Vitale Veenweiden In Zuid-Holland werken overheden en andere belanghebbenden samen aan Vitale Veenweiden. Dat doen we door op deelgebiedsniveau toekomstbestendige plannen te maken. De NPLGopgaven voor klimaat, natuur en water zijn daarbij kaderstellend. De deelgebiedsplannen vormen via het kerngebied de bouwstenen voor het programma op provinciaal niveau. Daarmee kunnen we vanaf 2023 samen concreet aan de slag, met ondersteuning van het Rijk. We benoemden in de voorgaande hoofdstukken een aantal oplossingsrichtingen en maatregelen, zoals vernatten van veen voor de klimaatopgave, technische aanpassingen voor stikstofreductie en een transitie naar een extensievere landbouw. Maatregelen zijn echter geen doel op zich. Ze horen een onderdeel te zijn van een integrale aanpak die bijdraagt aan het halen van doelen voor verschillende opgaven. De uitwerking wordt bepaald in de gebieden.
Gebiedsgericht
Een gebiedsgerichte aanpak maakt maatwerk mogelijk. Elk deelgebied heeft immers specifieke omstandigheden en karakteristieken, waardoor er soms grote verschillen zijn in de impact van de verschillende opgaven en de wensen van de bewoners en ondernemers.
Kaderstellende opgaven
De gebieden worden uitgenodigd een gebiedsplan op te stellen (zie kader). De NPLG-opgaven voor klimaat, natuur en water zijn hiervoor kaderstellend. De betrokken partijen bepalen zelf op welke manier ze daaraan invulling geven, vanuit hun gezamenlijke visie op een toekomstbestendige ontwikkeling. Op basis van hun plan kunnen gebieden aanspraak maken op (financiële) ondersteuning vanuit de (rijks)overheid. Daar liggen dus kansen. Er ligt ook een verantwoordelijkheid:
28
Terug naar inhoud
Strategie Vitale Veenweiden Zuid-Holland
als deelgebiedsplannen onvoldoende bijdragen aan het realiseren van de NPLG-doelen komen ze niet in aanmerking voor ondersteuning.
Perspectief
De gebiedsgerichte aanpak is dus bij uitstek de gelegenheid voor belanghebbende partijen om mee te bouwen aan de ontwikkeling in hun omgeving. Dat is belangrijk, want het gaat om de inrichting van het gebied, het economisch perspectief en de sociale cohesie. We realiseren ons dat de opgaven verplichtingen en strengere randvoorwaarden met zich meebrengen die impact hebben op het verdienvermogen van het boerenbedrijf. Agrarische ondernemers moeten tijd krijgen om zich aan te passen. Voor de toekomst van het veenweidegebied hebben we boeren nodig.
Adaptieve aanpak
In de gebiedsprocessen ontwikkelen partijen samen een visie op een toekomstbestendige ontwikkeling. Tegelijkertijd willen we ook snel concreet aan de slag, want de tijd dringt. Voor de klimaat- en stikstofopgaven, bijvoorbeeld, liggen er ambitieuze doelen die al in 2030 moeten zijn gerealiseerd. Voor het op orde brengen van de waterkwaliteit ligt de deadline al in 2027. We realiseren ons terdege dat er nog onzekerheden zijn. Zelfs de kaders van het overheidsbeleid zijn nog niet volledig duidelijk; die worden in de loop van 2022 en 2023 verder bepaald. Bovendien is voor een aantal mogelijke oplossingsrichtingen meer onderzoek nodig. Onze strategie is daarom gebaseerd op een adaptieve benadering. Op basis van de beschikbare kennis en ervaring bepalen we in eerste instantie de hoofdlijnen. Naarmate er meer kennis en ervaring beschikbaar komt, kunnen we de plannen verder verfijnen met concrete maatregelen.
Ruimte voor concrete acties
Binnen de adaptieve aanpak is er ruimte voor concrete acties die op de korte termijn kunnen worden uitgevoerd. Dat geldt voor maatregelen waarvan al bekend is dat ze werken of waarvan aannemelijk is dat ze een gunstig effect hebben, en die inpasbaar zijn in de huidige praktijk. Voorbeelden zijn de aanleg van waterinfiltratiesystemen en de pilots met klei in veen die zijn opgenomen in de gebiedsplannen van de Alblasserwaard en de Krimpenerwaard. Ook al zijn er de nodige vraagtekens, door ermee aan de slag te gaan bouwen we kennis en ervaring op. Daarmee kunnen we in een later stadium beter onderbouwde keuzes maken. Met andere woorden: we leren door te doen. Dat werkt inspirerend. Het Rijk faciliteert dit. Het transitiefonds dat is gekoppeld aan het NPLG gaat van start in 2024, maar voor 2022/23 zijn al middelen beschikbaar.
Rollen en verantwoordelijkheid provincie
De provincie heeft een aantal rollen: faciliteren, regisseren en kaders stellen. Daarnaast is de provincie verantwoordelijk voor het behalen van voldoende resultaat op provincieniveau. Vanuit de faciliterende rol biedt de provincie begeleiding en ondersteuning van de gebiedsprocessen. Bij deze rol hoort ook het stimuleren van kennisontwikkeling en -verspreiding. Het regisseren houdt in dat de provincie de verbinding tussen het Rijk en de gebieden verzorgt en de samenhang van de gebiedsprocessen coördineert. De kaderstellende rol is de zorg voor de kwaliteit van de deelgebiedsplannen, zodat ze voldoende bijdragen aan de (NPLG-)doelen van het Rijk. De provincie stelt kaders en volgt de voortgang. Terug naar inhoud
29
Strategie Vitale Veenweiden Zuid-Holland
Ten slotte is de provincie het bevoegd gezag voor het ZH-PLG. De provincie kan vanuit die verantwoordelijkheid regiegroepen in deelgebieden aanspreken op de resultaten van hun plannen, als deze onvoldoende bijdragen aan de gestelde doelen in het ZH-PLG.
Van deelgebiedsplan tot gebiedsplan Vitale Veenweiden
De deelgebiedsplannen bevatten een overzicht van de doelen die het gebied wil realiseren in 2030, van de maatregelen die de gebiedspartijen in de periode 2023-2025 willen uitvoeren en - waar mogelijk - een doorkijk naar de maatregelen die na 2025 nodig zijn. De plannen bevatten ook een eigen visie op het toekomstperspectief voor het gebied. De provincie bundelt de afzonderlijke deelgebiedsplannen tot het gebiedsplan Vitale Veenweiden. Dit vormt samen met de gebiedsplannen uit de andere twee kerngebieden de basis voor het provinciale gebiedsprogramma ZH-PLG dat in juli 2023 wordt aangeboden aan het Rijk. De (deel)gebiedsplannen blijven in ontwikkeling. In de komende jaren worden de (deel) gebiedsplannen bijgesteld op basis van evaluaties en nieuwe inzichten en zullen de plannen steeds concreter worden. In 2025 en 2027 vindt een herijking van de plannen plaats.
30
Terug naar inhoud
Colofon Dit document is opgesteld door de provincie Zuid-Holland in nauwe samenwerking met medewerkers van enkele van de partnerorganisaties. Een eerder concept is in september 2022 gedeeld en besproken met de partners. Ontwerp-document, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland op 22 november 2022
Terug naar inhoud
31