B2 Ruimtelijke onderbouwing parkeerterrein - nw versie 2022-03-14
Tekst van het document
433425.68
0.00
1.50
5.00
--
--
--
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
1/6/2022 12:16:20 PM
Model: Groep:
Naam 9 10 7 8 5
model geluidwal V074477aa.21hvhic.sbl_01_001_geluidhinder Parkeerterrein - Parkeerterrein Nieuw Lekkerland (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Hoogte F ------
6 11 12 13 14
------
15 16 17 18 19
------
20 21 3 4 2
------
1
--
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
1/6/2022 12:16:20 PM
Model: Groep:
Naam
model geluidwal V074477aa.21hvhic.sbl_01_001_geluidhinder Parkeerterrein - Parkeerterrein Nieuw Lekkerland (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr.
X-1 104899.20 104959.80 104959.10 104942.90 104942.90
Y-1 433383.60 433281.20 433308.30 433308.20 433308.20
Hoogte 5.00 5.00 5.00 5.00 5.00
104921.90 104959.10 104905.80 104933.90 105058.20
433372.10 433308.30 433372.20 433351.50 433020.60
5.00 5.00 5.00 5.00 3.20
105020.50 104850.00 104610.27 104649.50 104656.00
433013.90 433473.69 433496.97 433501.80 433490.60
3.00 7.70 7.00 9.00 5.60
104815.72 104605.90 104625.50 104642.30 104814.70
433428.41 433428.10 433418.20 433488.80 433465.62
3.80 7.50 5.70 7.20 7.00
104785.80 104743.80 104835.00 104715.90 104683.20
433458.40 433513.40 433508.00 433497.10 433469.70
4.80 6.70 7.00 6.00 3.20
433534.10 433471.00 433313.90 433372.10 433325.20
10.20 2.80 5.00 5.00 5.00
10 19 8
0571100000002980 0571100000002977 0571100000003103
104658.60 104812.20 104939.60 104921.90 104933.00
11 12 14 6 17
0571100000003671 0571100000002544 0571100000001826 0571100000003823 0571100000003137
104890.20 104890.10 104905.80 104937.70 104905.80
433414.40 433399.30 433387.50 433345.00 433372.20
5.00 5.00 5.00 5.00 5.00
5 7 15 9 13
0571100000002486 0571100000003051 0571100000002464 0571100000003102 0571100000003666
104933.90 104936.40 104905.80 104939.70 104896.80
433351.50 433334.80 433387.50 433329.20 433403.10
5.00 5.00 5.00 5.00 5.00
16 40
0571100000002979 0571100000003173 0571100000004196 1978100007689850 0571100000002169
104905.80 105110.20 105024.70 104871.46 104971.10
433372.20 433027.10 433017.60 433445.30 433287.80
5.00 7.00 3.00 5.00 5.00
9 7 40 10
0571100000002186 0571100000002054 0571100000003173 0571100000003009 0571100000003302
104965.40 104974.90 105110.48 104883.50 104683.20
433284.50 433281.20 433026.63 433410.60 433469.70
5.00 5.00 7.00 5.00 1.50
9 8 7 6
0571100000002550 0571100000003127 0571100000003665 0571100000003678 0571100000001025
104886.90 104876.90 104873.60 104867.20 104854.70
433420.10 433421.90 433427.60 433438.70 433476.30
5.00 5.00 5.00 5.00 3.80
0571100000000276 0571100000003394 0571100000000357 1927100000000000 1927100000000000
104848.80 104656.02 104640.66 104871.14 104871.45
433473.70 433538.43 433517.69 433442.95 433445.30
3.80 6.00 10.20 5.00 5.00
1978000000000000 0571100000000294 0571100000001405
104677.39 104634.58 104671.30
433476.77 433486.70 433477.10
2.00 7.00 2.00
5
436a 436
444
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
1/6/2022 12:16:20 PM
Model: Groep:
Naam
model geluidwal V074477aa.21hvhic.sbl_01_001_geluidhinder Parkeerterrein - Parkeerterrein Nieuw Lekkerland (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr. 0571100000006306 0571100000006143 0000000000000000 0571100000006306 0000000000000000
X-1 104703.29 104821.38 104650.10 104706.30 104893.47
Y-1 433431.01 433443.79 433485.20 433433.14 433332.70
Hoogte 7.30 2.40 2.00 2.80 4.00
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
1/6/2022 12:16:20 PM
Model: Groep:
Naam scherm
model geluidwal V074477aa.21hvhic.sbl_01_001_geluidhinder Parkeerterrein - Parkeerterrein Nieuw Lekkerland (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr.
X-1 104718.38
Y-1 433476.69
Lengte 143.89
Cp 0 dB
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
Refl.L 1k 0.80
Refl.R 1k 0.80
ISO_H 2.00
1/6/2022 12:16:20 PM
Model: Groep:
Naam 0 lijn 1 lijn
model geluidwal V074477aa.21hvhic.sbl_01_001_geluidhinder Parkeerterrein - Parkeerterrein Nieuw Lekkerland (hoofdgroep) Lijst van Hoogtelijnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr.
ISO_H 0.00 5.00
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
1/6/2022 12:16:20 PM
Bijlage III
Rekenresultaten
V074477aa.21HVHIC.sbl | versie 01_001 | 17 januari 2022
7
Rapport: Model: Groep:
Resultatentabel model geluidwal LAmax totaalresultaten voor toetspunten parkeerterrein
Naam Toetspunt 10_B 9_B 16_B 5_B 15_B
Omschrijving Koggeplantsoen 13A z Koggeplantsoen 13a w Koggeplantsoen 17 w Lekdijk 432 z Koggeplantsoen 14 w
X 104810.80 104806.10 104907.51 104720.05 104897.40
Y 433462.40 433466.36 433369.14 433499.22 433386.49
Hoogte 5.00 5.00 4.00 5.00 4.00
Dag 63.0 61.8 61.7 61.5 61.1
Avond 57.1 56.7 55.0 52.3 55.3
7_B 16_A 18_B 15_A 6_B
Lekdijk 430 z Koggeplantsoen 17 w Gondelplantsoen Koggeplantsoen 14 w Lekdijk 432 w
104734.41 104907.51 104931.40 104897.40 104711.55
433503.73 433369.14 433350.14 433386.49 433504.92
5.00 1.50 4.00 1.50 5.00
60.7 59.4 59.2 58.9 58.9
52.2 53.6 52.7 53.4 50.3
14_B 19_B 13_B 18_A 17_B
Koggeplantsoen 13 w Gondelplantsoen Koggeplantsoen 9 w Gondelplantsoen Koggeplantsoen 18 n
104891.57 104928.05 104878.44 104931.40 104918.16
433396.56 433333.54 433419.10 433350.14 433365.21
4.00 4.00 4.00 1.50 4.00
58.7 58.5 58.3 57.8 57.5
52.8 48.7 54.0 51.7 51.3
10_A 12_B 20_B 19_A 14_A
Koggeplantsoen 13A z Koggeplantsoen 6 w Gondelplantsoen Gondelplantsoen Koggeplantsoen 13 w
104810.80 104868.75 104941.23 104928.05 104891.57
433462.40 433435.83 433310.88 433333.54 433396.56
1.50 4.00 4.00 1.50 1.50
57.4 57.3 57.0 56.9 56.6
49.8 50.2 48.9 48.3 51.0
9_A 17_A 13_A 5_A 20_A
Koggeplantsoen 13a w Koggeplantsoen 18 n Koggeplantsoen 9 w Lekdijk 432 z Gondelplantsoen
104806.10 104918.16 104878.44 104720.05 104941.23
433466.36 433365.21 433419.10 433499.22 433310.88
1.50 1.50 1.50 1.50 1.50
56.1 56.0 55.9 55.7 55.6
49.0 50.0 51.9 48.5 48.4
12_A 7_A 4_B 21_B 3_B
Koggeplantsoen 6 w Lekdijk 430 z lekdijk 437 o aakstraat 11 lekdijk 437 z
104868.75 104734.41 104648.74 104957.12 104647.80
433435.83 433503.73 433491.33 433279.74 433484.77
1.50 1.50 5.00 4.00 5.00
55.1 54.7 54.1 53.8 52.7
49.3 48.2 44.8 46.0 43.7
6_A 21_A 8_A 11_B 2_B
Lekdijk 432 w aakstraat 11 Lekdijk 430 z terras Lekdijk 417 z lekdijk 444 o
104711.55 104957.12 104740.16 104827.80 104617.13
433504.92 433279.74 433511.89 433509.77 433431.71
1.50 1.50 1.50 5.00 5.00
52.7 52.7 52.4 51.6 50.4
43.6 45.6 48.1 46.4 42.9
4_A 11_A 1_B 2_A 1_A
lekdijk 437 o Lekdijk 417 z lekdijk 444 z lekdijk 444 o lekdijk 444 z
104648.74 104827.80 104614.38 104617.13 104614.38
433491.33 433509.77 433425.68 433431.71 433425.68
1.50 1.50 5.00 1.50 1.50
50.3 49.6 48.9 48.8 46.8
42.0 43.4 39.5 41.6 38.2
3_A
lekdijk 437 z
104647.80
433484.77
1.50
45.9
38.6
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
1/17/2022 5:08:55 PM
Rapport: Model: Groep:
Resultatentabel model geluidwal LAmax totaalresultaten voor toetspunten verkeersaantrekkende werking
Naam Toetspunt 1_A 1_B 10_A 10_B 11_A
Omschrijving lekdijk 444 z lekdijk 444 z Koggeplantsoen 13A z Koggeplantsoen 13A z Lekdijk 417 z
Dag 48.3 50.3 44.2 47.9 49.7
Avond 39.6 40.8 34.4 38.4 39.9
11_B 12_A 12_B 13_A 13_B
Lekdijk 417 z Koggeplantsoen 6 w Koggeplantsoen 6 w Koggeplantsoen 9 w Koggeplantsoen 9 w
49.7 48.4 48.6 47.8 48.2
39.7 38.3 38.2 38.7 38.9
14_A 14_B 15_A 15_B 16_A
Koggeplantsoen 13 w Koggeplantsoen 13 w Koggeplantsoen 14 w Koggeplantsoen 14 w Koggeplantsoen 17 w
43.6 44.2 44.9 45.7 44.9
36.3 37.9 38.0 38.6 38.0
16_B 17_A 17_B 18_A 18_B
Koggeplantsoen 17 w Koggeplantsoen 18 n Koggeplantsoen 18 n Gondelplantsoen Gondelplantsoen
45.2 32.6 36.5 44.6 44.2
38.0 26.7 29.7 38.4 38.1
19_A 19_B 2_A 2_B 20_A
Gondelplantsoen Gondelplantsoen lekdijk 444 o lekdijk 444 o Gondelplantsoen
41.8 41.4 50.2 52.2 41.0
36.4 36.0 40.9 42.8 35.6
20_B 21_A 21_B 3_A 3_B
Gondelplantsoen aakstraat 11 aakstraat 11 lekdijk 437 z lekdijk 437 z
40.7 40.3 39.7 58.6 61.6
35.2 34.6 34.2 47.0 52.4
4_A 4_B 5_A 5_B 6_A
lekdijk 437 o lekdijk 437 o Lekdijk 432 z Lekdijk 432 z Lekdijk 432 w
54.3 58.4 63.2 63.9 67.3
48.0 51.2 54.4 55.2 58.4
6_B 7_A 7_B 8_A 9_A
Lekdijk 432 w Lekdijk 430 z Lekdijk 430 z Lekdijk 430 z terras Koggeplantsoen 13a w
67.1 59.5 61.5 40.2 52.8
58.2 50.1 52.3 30.6 44.7
9_B
Koggeplantsoen 13a w
55.1
46.1
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
1/17/2022 5:12:51 PM
Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel model geluidwal LAeq totaalresultaten voor toetspunten parkeerterrein Nee
Naam Toetspunt 10_B 5_B 7_B 9_B 15_B
Omschrijving Koggeplantsoen 13A z Lekdijk 432 z Lekdijk 430 z Koggeplantsoen 13a w Koggeplantsoen 14 w
Dag 46.2 45.5 45.2 44.7 44.3
Avond 37.7 37.2 37.2 36.8 36.8
Etmaal 46.2 45.5 45.2 44.7 44.3
16_B 15_A 16_A 14_B 13_B
Koggeplantsoen 17 w Koggeplantsoen 14 w Koggeplantsoen 17 w Koggeplantsoen 13 w Koggeplantsoen 9 w
44.0 43.1 43.0 42.0 41.2
36.5 35.1 35.1 34.4 33.6
44.0 43.1 43.0 42.0 41.2
5_A 18_B 18_A 7_A 10_A
Lekdijk 432 z Gondelplantsoen Gondelplantsoen Lekdijk 430 z Koggeplantsoen 13A z
41.1 41.1 40.9 40.6 40.5
32.8 32.4 31.8 32.4 31.8
41.1 41.1 40.9 40.6 40.5
14_A 12_B 6_B 8_A 13_A
Koggeplantsoen 13 w Koggeplantsoen 6 w Lekdijk 432 w Lekdijk 430 z terras Koggeplantsoen 9 w
40.5 40.4 39.8 39.8 39.6
32.7 32.6 31.4 30.9 32.0
40.5 40.4 39.8 39.8 39.6
11_B 9_A 19_B 17_B 12_A
Lekdijk 417 z Koggeplantsoen 13a w Gondelplantsoen Koggeplantsoen 18 n Koggeplantsoen 6 w
39.5 39.3 39.3 39.0 38.9
30.3 31.3 31.1 31.5 31.4
39.5 39.3 39.3 39.0 38.9
19_A 17_A 20_B 4_B 11_A
Gondelplantsoen Koggeplantsoen 18 n Gondelplantsoen lekdijk 437 o Lekdijk 417 z
38.4 38.1 37.8 37.8 37.6
30.3 30.0 29.4 30.6 28.2
38.4 38.1 37.8 37.8 37.6
20_A 3_B 6_A 21_A 21_B
Gondelplantsoen lekdijk 437 z Lekdijk 432 w aakstraat 11 aakstraat 11
37.4 37.0 36.4 36.1 36.0
29.0 29.7 27.8 27.4 27.3
37.4 37.0 36.4 36.1 36.0
4_A 2_A 2_B 3_A 1_B
lekdijk 437 o lekdijk 444 o lekdijk 444 o lekdijk 437 z lekdijk 444 z
34.3 32.6 32.6 30.4 30.0
28.0 25.6 26.3 23.5 23.2
34.3 32.6 32.6 30.4 30.0
1_A
lekdijk 444 z
27.6
21.3
27.6
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
1/17/2022 5:06:36 PM
Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel model geluidwal LAeq totaalresultaten voor toetspunten verkeersaantrekkende werking Nee
Naam Toetspunt 6_B 6_A 5_B 5_A 3_B
Omschrijving Lekdijk 432 w Lekdijk 432 w Lekdijk 432 z Lekdijk 432 z lekdijk 437 z
Etmaal 48.4 47.6 44.1 42.9 41.8
7_B 4_B 7_A 3_A 4_A
Lekdijk 430 z lekdijk 437 o Lekdijk 430 z lekdijk 437 z lekdijk 437 o
41.6 41.1 38.8 36.3 36.0
9_B 2_B 9_A 2_A 11_B
Koggeplantsoen 13a w lekdijk 444 o Koggeplantsoen 13a w lekdijk 444 o Lekdijk 417 z
33.7 33.5 33.0 31.9 31.6
11_A 1_B 15_B 12_B 16_A
Lekdijk 417 z lekdijk 444 z Koggeplantsoen 14 w Koggeplantsoen 6 w Koggeplantsoen 17 w
31.6 29.8 28.7 28.4 28.4
1_A 15_A 16_B 12_A 13_B
lekdijk 444 z Koggeplantsoen 14 w Koggeplantsoen 17 w Koggeplantsoen 6 w Koggeplantsoen 9 w
28.4 28.2 28.2 27.8 27.8
18_A 18_B 13_A 14_B 10_B
Gondelplantsoen Gondelplantsoen Koggeplantsoen 9 w Koggeplantsoen 13 w Koggeplantsoen 13A z
27.6 27.4 27.2 27.2 26.5
14_A 19_A 19_B 20_A 20_B
Koggeplantsoen 13 w Gondelplantsoen Gondelplantsoen Gondelplantsoen Gondelplantsoen
26.2 25.1 24.8 24.5 24.1
10_A 21_A 21_B 8_A 17_B
Koggeplantsoen 13A z aakstraat 11 aakstraat 11 Lekdijk 430 z terras Koggeplantsoen 18 n
23.7 23.5 23.1 22.1 17.7
17_A
Koggeplantsoen 18 n
14.3
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
1/17/2022 5:09:48 PM
Bijlage V Bodemonderzoek
R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022
Postbus 75 4140 AB Leerdam Prins Mauritsstraat 17
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
4141 JC Leerdam T +31 88 99 04 800
Lekdijk 436a in Nieuw-Lekkerland
Ref.: NL202001227.010.001-R21-058 21 januari 2021
Gemeente Molenlanden Adres
RPS advies- en ingenieursbureau bv Projectleider
F. Van der Sterre
Postbus 5
Projectnummer
NL202001227.010.001
2970 AA Bleskensgraaf
Kenmerk Datum
NL202001227.010.001-R21-058 21 januari 2021
Versie
01
Handtekening
Handtekening
Akkoord
Akkoord
D. Oomen-Boomaars Adviseur/auteur
F. van der Sterre Projectleider/controleur
Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 2 van 22
RPS advies- en ingenieursbureau bv in Leerdam RPS besteedt veel aandacht aan de uitvoering van zijn werkzaamheden en is hiervoor gecertificeerd volgens:
• • • •
NEN-EN-ISO 9001:2015 en ISO 14001:2015
2001 + 2002
VGM Checklist Aannemers (VCA**) BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen grond; protocol 1001) BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek; protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018)
•
BRL SIKB 6000 (Beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding en evaluatie (water)bodemsanering; protocollen 6001 en 6003)
RPS advies- en ingenieursbureau bv is een onafhankelijk adviesbureau. Uitbesteding van werkzaamheden en/of analyses vindt plaats bij gecertificeerde en/of geaccrediteerde bedrijven (ISO 9001:2008, ISO 14001:2004, RvA-Testen en BRL SIKB 1000, 2000, 6000).
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 3 van 22
INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
INLEIDING ..................................................................................................................... 5 Algemeen ....................................................................................................................... 5 Aanleiding ...................................................................................................................... 5 Doelstelling..................................................................................................................... 5 Toegepaste normen ....................................................................................................... 5 Opbouw rapportage ....................................................................................................... 5
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 6 Ligging locatie en algemene gegevens ......................................................................... 6 Historische gegevens ..................................................................................................... 6 Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ....................................................................... 7 Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) .............................................................................. 8 Achtergrondwaarden ...................................................................................................... 9 Geologie en geohydrologie ............................................................................................ 9 Conclusie vooronderzoek .............................................................................................. 9
3 3.1 3.2 3.3
ONDERZOEKSSTRATEGIE ....................................................................................... 10 Hypothese .................................................................................................................... 10 Onderzoeksopzet veldwerk .......................................................................................... 10 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ............................................ 11
4 4.1 4.2 4.3 4.4
RESULTATEN VELDWERK ....................................................................................... 12 Veldwerk ...................................................................................................................... 12 Lokale bodemopbouw .................................................................................................. 12 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................... 12 Meetresultaten grondwatermonsters ........................................................................... 13
5 5.1 5.2 5.2.1 5.3 5.4 5.5
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................. 14 Samenstelling analysemonsters .................................................................................. 14 Toetsing analyseresultaten .......................................................................................... 15 Toetsingswaarden ........................................................................................................ 15 Toetsingsresultaten grondmonsters ............................................................................ 19 Toetsingsresultaten grondwatermonsters .................................................................... 19 Interpretatie .................................................................................................................. 20
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................... 21 Conclusies .................................................................................................................... 21 Toetsing hypothese ...................................................................................................... 21 Aanbevelingen ............................................................................................................. 21 Hergebruiksmogelijkheden grond ................................................................................ 21 Kwaliteit ........................................................................................................................ 22
Bijlagen 1.A 1.B 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Kadastrale kaart Locatieoverzicht met boorpunten en peilbuizen Boorprofielen Toetsingskader Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten Foto’s van de onderzoekslocatie Bodeminformatie milieudienst/gemeente
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 4 van 22
1. INLEIDING 1.1
Algemeen
Dit rapport behandelt het verkennend bodemonderzoek dat RPS advies- en ingenieursbureau bv (RPS) heeft verricht in opdracht van de gemeente Molenlanden. Het onderzoek is uitgevoerd aan de Lekdijk 436a in Nieuw-Lekkerland en staat bij RPS geregistreerd onder nr. NL202001227.010.001.
1.2
Aanleiding
Aanleiding van dit bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en bestemmingsplanwijziging (nieuwe bus parkeerplaats).
1.3
Doelstelling
Het doel van het verkennend onderzoek in deze situatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater, in gehalten boven de streefwaarde of het geldende achtergrondgehalte, die een belemmering kunnen vormen voor de plannen.
1.4
Toegepaste normen
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 (Nederlandse Norm: 'Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek', oktober 2017). Het vooronderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek van de bodem (= veld- en laboratoriumonderzoek). De bij het vooronderzoek verzamelde informatie is gebruikt voor het verkrijgen van een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1 (Nederlandse Norm: ‘Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’, april 2016). De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) met onderliggende protocollen 2001 en 2002.
1.5 •
•
• •
•
Opbouw rapportage In hoofdstuk 2 is een beeld gegeven van de onderzoekslocatie. Aspecten als ligging, terreininrichting en grondgebruik zijn hierbij toegelicht. Tevens is in dit hoofdstuk duidelijk gemaakt welke bodembelastende activiteiten in het verleden hebben plaatsgevonden. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksstrategie. Hierin is de hypothese gesteld en een toelichting gegeven op het uitgevoerde veldonderzoek, de wijze van monstername en laboratoriumonderzoek. De resultaten van het veldonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 4. Bodemopbouw, grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen zijn in dit hoofdstuk behandeld. De samenstelling van de mengmonsters en de resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk is tevens een interpretatie van deze resultaten gegeven. In hoofdstuk 6 zijn vervolgens conclusies getrokken naar aanleiding van het veld- en laboratoriumonderzoek en zijn aanbevelingen gedaan.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 5 van 22
2
VOORONDERZOEK
2.1
Ligging locatie en algemene gegevens
De onderzoekslocatie aan Lekdijk 436a ligt in het buitengebied ten westen van de dorpskern van Nieuw-Lekkerland. De locatie wordt in het noorden en oosten begrensd door watergang de Bakwetering, in het zuiden door de ijsbaan (momenteel grasland) en in het westen door een melkveehouderij. De locatie is momenteel braakliggend. In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie samengevat. Tabel 2.1: algemene gegevens onderzoekslocatie algemene gegevens
informatiebron
adres
Lekdijk 436a
opdrachtgever
postcode en plaats
2957 VC Nieuw-Lekkerland
opdrachtgever
huidige eigenaar/gebruiker
gemeente Molenlanden
Kadaster
kadastrale aanduiding
gemeente Nieuw-Lekkerland, sectie C,
Kadaster
perceelnummers 899, 1158 (gedeeltelijk) en 1159 x-,y-coördinaten
104763 - 433466 (middelpunt)
Kadaster
oppervlakte locatie
17.000 m²
opdrachtgever
huidig gebruik
braakliggend
opdrachtgever
bestemming
parkeerterrein voor campers en bussen
opdrachtgever
bebouwing op het terrein
geen
veldinspectie
terreinverharding
grotendeels braakliggend (puin),
veldinspectie
deels klinkers
In de bijlagen zijn de volgende tekeningen en kaarten opgenomen: Bijlage 1A - kadastrale kaart Bijlage 1B - gedetailleerde tekening van het perceel met de boorlocaties Locatie-inspectie Op 3 december 2020 heeft een medewerker van RPS (de heer P. van Vuuren) een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens deze locatie-inspectie is gebleken dat een groot deel van de locatie verhard is met puin dat afkomstig is van de sloop van de voormalige bedrijfspanden. De puinlaag is niet handmatig te doorboren. In bijlage 6 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.
2.2
Historische gegevens
Bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is navraag gedaan naar beschikbare gegevens over de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie en de naastgelegen percelen. Uit informatie van de omgevingsdienst (zie bijlage 7) blijkt dat de locatie geregistreerd staat bij het bevoegd gezag onder locatiecode AA057100009/AA057100124. (Bodembedreigende) activiteiten op de locatie Op de locatie zijn potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten aanwezig (geweest). De relevante gegevens zijn opgenomen in tabel 2.2.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 6 van 22
Tabel 2.2: (voormalige) activiteiten locatie
activiteit (periode)
conclusie
Kogelplantsoen 13b
ophooglaag met grond
Op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken kan
(AA057100009/AA057100
(onbekend)
gesteld worden dat de (voormalige) activiteiten de
124
rioolwaterzuiveringsinrichting
bodemkwaliteit niet negatief hebben beïnvloed. Ten
(onbekend)
tijde van het meest recente onderzoek uit 2016 zijn
bovengrondse afgewerkte
geen aanwijzingen naar voren gekomen voor de
olietank (onbekend) ondergrondse brandstoftank (onbekend – 1984) Chemicaliënopslagplaats (1972 – onbekend) gemeentelijke werkplaats (weg- en waterbouw) (1972 – onbekend) opslag alifatische koolwaterstoffen (onbekend) opslag zinkassen op land (onbekend – 1988)
aanwezigheid van een slootdemping.
slootdemping (onbekend)
Luchtfoto’s en ander kaartmateriaal Op basis van de beschikbare oude luchtfoto’s en kaartmateriaal (via: www.topotijdreis.nl) heeft de onderzoekslocatie tot 1980 een agrarische bestemming gehad. De rioolwaterzuivering is voor het eerst zichtbaar op kaartmateriaal van 1981. Op de meest recente luchtfoto zijn geen verdachte deellocaties aan te merken.
2.3
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Ter plaatse van en in de directe omgeving (binnen een straal van 25m) van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. In tabel 2.3 zijn de relevante gegevens opgenomen. Tabel 2.3: eerder uitgevoerde onderzoeken locatie
onderzoek, auteur, kenmerk
conclusie
en datum RWZI Koggeplantsoen
verkennend bodemonderzoek,
Bij onderhoudswerkzaamheden zijn scheuren ontdekt,
13b Nieuw-Lekkerland
Tauw milieu, kenmerk
hierop is aanvullend grondwateronderzoek uitgevoerd.
onbekend, 1-6-1996
Hierbij is een lichte verontreiniging met chroom en zink
monitoringsrapportage, Tauw,
gemeten. Onbekend is of deze lichte verontreinigingen
kenmerk onbekend, 29-2-2000 monitoringsrapportage, Waterschap Rivierenland, kenmerk onbekend, 1-9-2008
eerder al aanwezig waren.
asfaltonderzoek en verkennend
Visueel zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen.
bodemonderzoek, Inpijn-
Het aanwezige asfalt is niet teerhoudend. In de bovengrond
Blokpoel Milieu BV, 14P001663,
(0,0 - 0,5 m -mv) is plaatselijk op het noordelijk deel van de
18-1-2016
locatie een matig verhoogd gehalte met zink aangetoond. In de bovengrond zijn verder maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, minerale olie, PAK en/of PCB’s aangetoond. De ondergrond (0,5 - 1,3 m -mv) bevat maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, minerale olie, PAK en/of PCB. Het grondwater (0,3 à 0,8 m mv) bevat maximaal een licht verhoogde concentratie aan barium.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 7 van 22
locatie
onderzoek, auteur, kenmerk
gemeentewerkplaats Koggeplantsoen 13b Nieuw-Lekkerland
en datum indicatief onderzoek, Ecolyse Nederland BV, kenmerk onbekend, 6-5-1992 Indicatief onderzoek, auteur en kenmerk onbekend, 31-12-1992 oriënterend onderzoek, Ecolyse, kenmerk onbekend, 31-12-1992
conclusie Bij de onderzoeken zijn in de grond en het grondwater maximaal lichte verontreinigingen met minerale olie en/of PAK aangetoond. Door het Bevoegd Gezag is de locatie beoordeeld als onverdacht/niet verontreinigd en heeft het de status ‘voldoende onderzocht’ gekregen.
nader onderzoek, Ecolyse Nederland BV, kenmerk onbekend, 8-6-1993 nulsituatieonderzoek, BAM Milieu, kenmerk onbekend, 17-10-2006
2.4
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS)
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. De stofgroep bestaat uit ruim 6.000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Ze worden toegepast is allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Inmiddels worden er al meer dan vijftig jaar producten gemaakt en gebruikt waar PFAS in voorkomt. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten wordt PFAS in Nederland en breder in Europa, inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen. In heel Nederland zijn de bovengrond en geroerde bodems verdacht op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Bron: tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie en website bodemplus FAQ PFAS
Regionaal beleid In november 2017 is door de OZHZ beleid in werking getreden met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van PFOA (perfluoroctaanzuur) in de (water)bodem van de Drechtsteden en omgeving. Dit als gevolg van de jarenlange uitstoot door de fabriek van Chemours (voorheen Dupont) in Dordrecht. Dit beleid is verder uitgewerkt in de “Herziene handreiking toepassing van PFO-houdende grond ZuidHolland Zuid” (13 juni, 2018). In bijlage 8 is de herziene handreiking opgenomen. Als gevolg van dit beleid is het vanuit zorgbeginsel niet toegestaan vrijkomende grond en/of baggerspecie zonder (aanvullend) onderzoek opnieuw toe te passen of af te voeren naar een verwerkingslocatie. Dit met het oog op het onbedoeld creëren van nieuwe verontreiniging met PFOA buiten de nu verdachte gebieden. In bijlage 1a van de herziene handreiking is de kaart met de verschillende zones volgens OZHZ opgenomen. De huidige onderzoekslocatie ligt op de verwachtingskaart voor PFOA in de bovengrond in de zone 0. In deze zone worden PFOA-gehalten tussen 0,0 en 2,5 µg/kg verwacht.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 8 van 22
2.5
Achtergrondwaarden
Voor het gebied waarbinnen de onderzoekslocatie ligt, is een regionale bodemkwaliteitskaart opgesteld. Hierin zijn gemiddelde en achtergrondwaarden opgenomen die in het gebied voorkomen. De locatie ligt binnen bodemfunctie ‘Wonen’, hiervoor geldt dat de gemiddelde bodemkwaliteit van zowel de bovengrond als de ondergrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’. Heterogeen verdeeld kunnen lichte verontreinigingen voorkomen. In juni 2018 is door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid een herziene ‘handreiking toepassing van PFOA-houdende grond Zuid-Holland zuid’ gepubliceerd. Uit deze handreiking blijkt dat de locatie buiten de pluimzone ligt (verwachte PFOA-gehalte 0,0 - 2,5 µg/kg ds).
2.6
Geologie en geohydrologie
Voor een beschrijving van de regionale bodemopbouw en geohydrologie is gebruikgemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland. Bron: www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen Lokale bodemopbouw Voor de lokale bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.2. Geohydrologie Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bodem voornamelijk uit zandige klei. Het uitgebreide geohydrologische profiel is in tabel 2.4 weergegeven. Tabel 2.4: geohydrologisch profiel onderzoekslocatie laag
diepte in m-mv
bodemsamenstelling
Holocene afzettingen
0,0 - 10,9
afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een
(complexe eenheid) eerste kleiige eenheid (formatie van Boxtel)
weinig grof zand 10,9 - 11,0
hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, met weinig klei, veen en grof zand
Grondwater De regionale grondwaterstroming is voornamelijk noordelijk gericht richting de Lek. Lokaal kan de grondwaterstroming afwijken door verschillen in bodemopbouw of door humane bodemverstorende activiteiten. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied, maar wel binnen een boringsvrije zone. Circa 13 kilometer ten zuidoosten van de locatie vindt grondwateronttrekking plaats.
2.7
Conclusie vooronderzoek
Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn aanwijzingen naar voren gekomen dat de onderzoekslocatie of een deel ervan licht verontreinigd is met één of meer stoffen. De locatie kan als ‘verdacht’ voor lichte bodemverontreiniging worden beschouwd. De landbodem is tevens verdacht op het heterogeen voorkomen van een verontreiniging met PFAS. De verdenking op het voorkomen van PFAS komt voort uit het gestelde in het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Gesteld wordt dat de bovenste circa 1,0 m van alle bodems en/of geroerde bodemlagen in Nederland verdacht zijn op het voorkomen van PFAS.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 9 van 22
3
ONDERZOEKSSTRATEGIE
3.1
Hypothese
Op grond van het vooronderzoek bestaan concrete aanwijzingen dat de locatie of een deel ervan (licht) verontreinigd is met één of meer stoffen. De onderzoekshypothese luidt derhalve ‘verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verspreid (VED-HE-NL)’.
3.2
Onderzoeksopzet veldwerk
De conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.1. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 met onderliggende protocollen 2001 en 2002. Bij de monstername wordt extra aandacht geschonken aan kleding en schoeisel. Een en ander teneinde contaminatie van de monsters met PFAS gerelateerde stoffen te voorkomen. Tabel 3.1: overzicht veldwerkzaamheden oppervlakte
boringen
boringen
peilbuizen
tot 0,5 m-mv
tot gws1)
tot 1,5 m-gws2)
boringen totaal
circa 1,7 ha 24 5 3 32 gws: grondwaterstand (min. 1,0 m-mv) 1) Indien de grondwaterstand zich ondieper bevindt dan 1,0 m-mv geldt een boordiepte van 1,0 m-mv. Bevindt de grondwaterstand zich dieper dan 2,0 m-mv dan geldt een boordiepte van 2,0 m-mv. 2) Indien de grondwaterstand zich dieper dan 5,0 m-mv bevindt, wordt er geen peilbuis geplaatst.
In tabel 3.1 is de diepte van de boringen aangegeven in meters beneden het maaiveld (m-mv). De einddiepte van de peilbuizen is circa 1,5 m onder de heersende grondwaterspiegel. De peilbuizen worden na plaatsing afgepompt. Een deel van de locatie is verhard met puin afkomstig van de sloop van de voormalige bedrijfspanden (rwzi). Om door deze puinverharding heen te komen is gebruikgemaakt van een avegaar boorstelling. Het uitkomende bodemmateriaal wordt zintuiglijk beoordeeld op kleur en samenstelling en gedetailleerd weergegeven in profielbeschrijvingen. Grondmonsters worden genomen uit trajecten van maximaal 50 cm. Zintuiglijk verontreinigde bodemlagen worden apart bemonsterd, zodat gerichte analyse van deze lagen mogelijk is. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden wordt tevens aandacht besteed aan het voorkomen van asbest en asbestgelijkende materialen in de bodem. De peilbuizen worden een week na plaatsing nogmaals afgepompt en bemonsterd en in het veld onderzocht op pH (zuurgraad) en elektrische geleiding (EC).
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 10 van 22
3.3
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
Het conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 3.2. Naast het ‘standaardpakket bodem’ worden drie monsters van de bovengrond tevens geanalyseerd op PFAS(30). De analyses worden door een RvA-geaccrediteerd milieulaboratorium uitgevoerd conform de geldende richtlijn. Voor analyses op grond en grondwater geldt het AS3000 (Accreditatieschema 3000). AS3000 beschrijft alle kwaliteitseisen vanaf het moment van monsteroverdracht aan het laboratorium tot en met de analyse en rapportage van het laboratorium. Tabel 3.2: laboratoriumonderzoek locatie
bovengrond
ondergrond
(0,0-0,5 m-mv) 6x
standaardpakket bodem*
grondwater
(0,5-2,0 m-mv) 2x
standaardpakket bodem*
3
standaardpakket grondwater**
3x PFAS*** *) droge stof, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), PAK (10 VROM), minerale olie (GC), polychloorbifenylen (PCB’s - som 7). **) barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen (BTEXNS), gechloreerde koolwaterstoffen en chloorbenzenen, bromoform en minerale olie (GC). ***) 30 stoffen uit de PFAS-advieslijst handelingskader d.d. 12 juli 2019 (Bodemplus)
Van alle grond(meng)monsters wordt afzonderlijk het gehalte van organisch stof en lutum bepaald.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 11 van 22
4
RESULTATEN VELDWERK
4.1
Veldwerk
De boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn uitgevoerd op 5 en 19 januari en 2021 door de heer T.A.J. Groeneveld onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562/12). In verband met het uit te voeren bodemonderzoek op de locatie is bij het Kadaster Klic een graafmelding uitgevoerd. Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot kabels en leidingen waren niet noodzakelijk. Er is formeel afgeweken van de veldwerkopzet, zoals weergegeven in tabel 3.1. Gezien de dikte van de puinverhardingslaag zijn enkele boringen doorgezet tot een halve meter onder de verhardingslaag in plaats van tot een halve meter onder maaiveld. Het veldwerk is uitgevoerd conform tabel 4.1. Tabel 4.1: overzicht wijzigingen in onderzoeksstrategie oppervlakte
boringen tot 0,5 m-mv/m -
boringen
peilbuizen
(m2)
onderkant verharding*
tot gws
tot 1,5 m-gws
17.000
25**
4
3
boringen totaal
32
*) tot 0,5m in het “oorspronkelijk maaiveld” **) 9 van de 25 boringen zijn abusievelijk in een later stadium geplaatst en hebben daarom coderingen vanaf nr. 101
4.2
Lokale bodemopbouw
De lokale bodemopbouw kan als volgt worden gekarakteriseerd: • De bodem van 0,0 m-mv tot minimaal de maximale boordiepte van 3,0 m -mv bestaat hoofdzakelijk uit matig tot sterk siltig en/of zandig klei. • Plaatselijk bestaat de bodem van 0,0 tot 0,5 à 1,0 m -mv uit matig fijn en zwak siltig zand. • Plaatselijk is vanaf 1,5 m -mv veen aanwezig. Het freatisch grondwater is aangetroffen op een diepte van gemiddeld 1,5 m-mv. In bijlage 2 zijn de profielbeschrijvingen als boorstaten opgenomen.
4.3
Zintuiglijke waarnemingen
Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn zintuiglijk geen afwijkingen aan de grond en het grondwater geconstateerd. Op basis hiervan zijn geen directe aanwijzingen gevonden die duiden op eventuele bodemverontreinigingen op de locatie. Tijdens de locatie-inspectie en het uitvoeren van de veldwerkzaamheden is geen asbest in de bodem of op het maaiveld waargenomen. Er wordt wel een puinverhardingslaag (geen bodem) van maximaal 0,9 meter waargenomen. De aanwezige puinlaag is afkomstig van de gesloopte rwzi gebouwen en wordt als ‘niet asbestverdacht’ aangeduid.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 12 van 22
4.4
Meetresultaten grondwatermonsters
Tijdens de bemonstering van de peilbuizen op 12 januari 2021 is het elektrisch geleidingsvermogen (EC), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater vastgesteld met behulp van een geijkte troebelheid/pH/EC-meter. De bemonstering is uitgevoerd door de heer J.T.E. Warring van RPS onder Kwalibo-erkenning. Het EC wordt als maat gehanteerd voor de hoeveelheid opgeloste zouten in het water en wordt uitgedrukt in micro-Siemens per centimeter (µS/cm) of milliSiemens per centimeter (mS/cm). In tabel 4.2 zijn de resultaten van deze metingen weergegeven. Tabel 4.2: gegevens grondwatermonsters nummer
filterstelling
peilbuis
(m-mv)
01 02
2,0 – 3,0 2,0 – 3,0
03
2,0 – 3,0
pH
EC
troebelheid
gws tijdens
gws tijdens
(µS/cm)
(NTU)
plaatsing (m-mv)
bemonstering(m-mv)
6,88 6,79
1.623 1.632
27 47
1,5 1,5
0,76 0,98
6,91
963
37
1,5
0,61
De pH en EC kunnen voor de onderzoekslocatie als normale waarden worden beschouwd. Met betrekking tot troebelheid dient te worden gesteld dat wanneer de waarde hoger ligt dan 10 NTU, eventueel gemeten verontreinigingen in het grondwater met slecht oplosbare organische parameters (onder andere PAK en PCB), deze mede veroorzaakt kunnen zijn door gronddeeltjes.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 13 van 22
5
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
5.1
Samenstelling analysemonsters
In tabel 5.1 is het uitgevoerde laboratoriumonderzoek weergegeven. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de onderzoeksopzet zoals weergegeven in hoofdstuk 3. Visueel zijn er geen bodemverontreinigingen waargenomen, derhalve zijn in afwijking op strategie ‘VED-HE-NL’ bij het samenstellen van de mengmonsters meer dan vier deelmonsters geselecteerd per mengmonster. De samenstelling van de mengmonsters van de boven- en ondergrond heeft plaatsgevonden in het laboratorium van Synlab in Hoogvliet. Hierbij is rekening gehouden met de geografische indeling van de onderzoekslocatie, de bodemtypen en informatie zoals weergegeven in hoofdstuk 4. In tabel 5.1 en 5.2 zijn respectievelijk de specificaties voor de grond- en grondwatermonsters aangegeven. Tabel 5.1: samenstelling grond(meng)monsters nummer (meng)monster BG01
BG02
BG03
BG04
BG05
BG06
nummer
diepte
analysepakket
boring
(m-mv)
incl. AS3000
01, 02, 05
0,0 - 0,5
standaardpakket
11
0,9 - 1,4*
bodem + PFAS
03
0,7 - 1,2*
standaardpakket
04
0,2 - 0,7*
bodem + PFAS
06
0,0 - 0,5
07
0,3 - 0,8*
08
0,2 - 0,7*
09
0,7 - 1,2*
16
0,0 - 0,3*
standaardpakket
17
0,1 - 0,5*
bodem
18
0,1 - 0,3*
23
0,1 - 0,5*
10
0,2 - 0,6*
12
0,5 - 1,0*
13
0,0 - 0,5
14
0,5 - 1,0*
15
0,5 - 1,0*
19
0,0 - 0,5
20
0,5 - 1,0*
21
0,7 - 1,2*
22
0,5 - 1,0* 0,0 - 0,5
101 t/m 106,
onderzoeksdoel
bepalen kwaliteit bovengrond (zand) bepalen kwaliteit bovengrond (klei)
bepalen kwaliteit bovengrond (zand)
standaardpakket bodem
bepalen kwaliteit bovengrond (klei)
standaardpakket bodem + PFAS
bepalen kwaliteit bovengrond (klei)
standaardpakket bodem
bepalen kwaliteit bovengrond (klei)
standaardpakket bodem
bepalen kwaliteit ondergrond (klei)
standaardpakket bodem
bepalen kwaliteit ondergrond (veen)
108, 109 OG1
OG2
01, 02, 19
0,5 - 1,5
20
1,0 - 1,5
02
1,5 - 2,5
03
1,5 - 2,5
23
1,3 - 1,5
* betreft de bovenste 50 cm van het ‘oorspronkelijke’ maaiveld (gelegen onder de puinfundatielaag)
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 14 van 22
Tabel 5.2: overzicht grondwatermonsters nummer
nummer
filterstelling
analysepakket
watermonster
boring
(m-mv)
incl. AS3000
01
2,0 - 3,0
01-1 02-1
02
2,0 - 3,0
03-1
03
2,0 - 3,0
standaardpakket grondwater (incl. arseen en chroom) standaardpakket grondwater (incl. arseen en chroom) standaardpakket grondwater (incl. arseen en chroom)
5.2
Toetsing analyseresultaten
5.2.1
Toetsingswaarden
onderzoeksdoel
bepalen kwaliteit grondwater bepalen kwaliteit grondwater bepalen kwaliteit grondwater
Toetsing van de analyseresultaten vindt plaats aan de toetsingswaarden zoals die op 1 juli 2013 van kracht zijn geworden (Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013), zie ook ‘Toelichting op het Wbb’ in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice van SIKB-IHW) via de webapplicatie @MIS. Grond In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen de AW2000-waarde (voorheen: ‘streefwaarde’) en de interventiewaarden. Als actiewaarde (tussenwaarde) voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de achtergrondwaarde ((AW+I) * ½). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: AW2000 = achtergrondwaarde T = triggerwaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) I = interventiewaarde Dit leidt tot de volgende indeling: • gehalte < AW2000 • gehalte > AW2000 en < T • gehalte > T en < I • gehalte > I
- niet verontreinigd - licht verontreinigd - matig verontreinigd - sterk verontreinigd
Alvorens de analyseresultaten te toetsen worden deze naar standaard bodem omgerekend (organische stof 10% en humus 25%). Voor barium geldt dat per 1 april 2009 wettelijk geen eis meer is vastgesteld. Grondwater In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen streef- en interventiewaarden. Als actiewaarde voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de streefwaarde ((S+I) * ½). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: S = streefwaarde T = triggerwaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) I = interventiewaarde Dit leidt tot de volgende indeling: • gehalte < S - niet verontreinigd • gehalte > S en < T - licht verontreinigd • gehalte > T en < I - matig verontreinigd • gehalte > I - sterk verontreinigd De toetsingswaarden voor grondwater zijn landelijk vastgesteld. rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 15 van 22
De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 zijn alle analyseresultaten van de monsters weergegeven die getoetst zijn aan de geldende achtergrond-/streef- en interventiewaarden. Toetsingskader Per- en Polyfluoralkylstoffen (PFAS) Vooruitlopend op de definitieve normstelling voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie is op 8 juli 2019 het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ gepubliceerd. Op 2 juli 2020 zijn in de geactualiseerde versie van dit document de toepassingsnormen vastgesteld. In onderstaande tabel 5.3 zijn de toepassingsmogelijkheden van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau weergegeven. In de tabel 5.4 is een overzicht gegeven van de toepassingsnormen voor de overige onderscheiden situaties waarin grond en baggerspecie worden toegepast. Tabel 5.3: toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau 1,2. (in µg/kg d.s.) functieklasse in de zin van PFOS
PFOA
GenX
overige PFAS
1,9
1,4
1,4
het Bbk landbouw/natuur
1,4
wonen/industrie 3,0 7,0 3,0 3,0 1. Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. 2. Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10%) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden (dit is overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt). Tabel 5.4: overige toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie (in µg/kg d.s.) 4, 5, 6 toepassingssituatie
toepassingsnorm Op de landbodem
Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau1, als bedoeld in
PFOS = 3
artikel 35, onder f, BBK (verspreiden van baggerspecie op
PFOA = 7
aangrenzend perceel of weilanddepot)
GenX = 3 andere PFAS = 3
Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven
PFOS = 3
grondwaterniveau1
PFOA = 7 GenX = 3 andere PFAS = 3
Grond en baggerspecie toepassen in
gebiedskwaliteit
grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau2, met
PFAS = 1,4
inbegrip van grootschalig toepassen
PFOA = 1,9 In oppervlaktewater
Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of
Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters.
aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK (verspreiden van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewater). Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in
Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters.
ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK Het in een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd een diepe
Rijkswater: PFAS = 0,8
plas3: • verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK en
PFOS = 3,7 Anders: PFAS = 0,8 PFOS = 1,1
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 16 van 22
toepassingssituatie toepassingsnorm • het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK. Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen PFAS = 0,8 die in open verbinding staan met een rijkswater3, 8
PFOS = 3,7
Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan
PFAS = 0,8
bedoeld onder 4.9.7, 8
PFOS = 1,1
1
2
3
4 5 6
7
8
Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: oppervlaktewaterlichaam, ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak. Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders. Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet.
Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld. Met toepassingswaarden voor PFAS wordt bedoeld de waarde voor alle overige PFAS verbindingen, te toetsen per stof (dus niet gesommeerd). PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal het waterschap in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast. Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen.
Voor de toepassing van PFAS-houdende grond en baggerspecie is niet alleen het tijdelijk handelingskader van belang, maar dient vanzelfsprekend ook te worden voldaan aan alle verplichtingen die voor het toepassen voortvloeien uit het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit biedt echter de mogelijkheid om in het kader van gebiedsspecifiek beleid afwijkende lokale maximale waarden vast te stellen. Lokaal kunnen derhalve afwijkende normen voor hergebruik van PFAS-houdende grond gelden. Bron: Tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie
De Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid beschikt over gebiedsspecifiek beleid ten aanzien van PFAS (PFOA). De “Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid” (13 juni, 2018). Herziene handreiking toepassing PFOA houdende grond Zuid-Holland-Zuid (OZHZ, 13 juni 2018) De handreiking is van kracht in de regio Zuid-Holland-Zuid en moet gezien worden als tussenstap op weg naar een uiteindelijk op te stellen formeel hergebruiksbeleid, dat door de individuele gemeenteraden in de regio moet worden vastgesteld. Vanuit het zorgplicht beginsel uit de Wbb en het Bbk is het niet toegestaan vrijkomende grond en/of baggerspecie zonder (aanvullend) onderzoek op PFOA opnieuw toe te passen of af te voeren naar een verwerkingslocatie. Dit met het oog op het onbedoeld creëren van nieuwe verontreiniging met PFOA buiten de nu verdachte gebieden.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 17 van 22
Toepassing of hergebruik van PFOA-houdende grond kan alleen plaatsvinden in zones met een vergelijkbare of hogere concentratie PFOA als de toe te passen grond (stand-still principe). In de onderstaande tabel zijn de toepassingszones weergegeven. Zie ook de toepassingskaart voor PFOAhoudende grond in bijlage 8. Tabel 5.5: toepassingszones zone zone A: buiten pluimzone; achtergrondbelasting. Alle gebruikstypen zone B: pluimzone: Alle gebruikstypen
maximale toegestane concentratie PFOA in toe te passen grond 2,5 µg/kg 10,0 µg/kg
Indien uit onderzoek blijkt dat er in de toe te passen grond geen PFOA wordt gemeten in concentraties boven de detectiegrens van 0,1 µg/kg, gelden geen beperkingen als gevolg van PFOA en geldt voor de betreffende grond het reguliere van toepassing zijnde hergebruiksbeleid voor andere stoffen dan PFOA. Relatie PFOA – overige PFAS Binnen het invloedgebied van PFOA (zone 1, 2 en 3 op de verwachtingswaardekaart) kunnen iets hogere concentraties overige PFAS voorkomen, waarschijnlijk als gevolg van productonzuiverheden in het door Chemours/DuPont gebruikte PFOA. Aangezien de concentraties PFOA in de grond in deze zones altijd hoger zullen zijn dan die van de overige PFAS, is de concentratie aan PFOA leidend bij het bepalen van de hergebruiksmogelijkheden. Voor PFOS (PerFluorOctaanSulfonzuur) geldt evenals voor PFOA een voorlopig achtergrondniveau van 2,5 μg/kg. Voor de overige PFAS (waaronder GenX) geldt een voorlopig achtergrondniveau van 1 μg/kg (individueel). Bij deze niveaus is vooralsnog geen sprake van humane of ecologische risico's. Naast de toetsing van de analysewaarden aan de zones gedefinieerd in de verwachtings- en toepassingskaart zijn de analysewaarden getoetst aan de, in 2018 door het RIVM, voor PFOA opgestelde indicatieve normwaarden (zie tabel 5.4). Voor waterbodems zijn vooralsnog geen (indicatieve) normwaarden vastgesteld.
Tabel 5.6: advieswaarden en risicogrenzen PFOA in grond en grondwater risicogrenzen PFOA voor grond, RIVM 2018 risicogrenswaarde grond µg/kg ds scenario “wonen met tuin” 900 (maximaal 10 % voedselconsumptie uit eigen tuin) scenario “wonen met moestuin” 86 (100% voedselconsumptie uit eigen moestuin) levenslange consumptie van 2 l ongezuiverd grondwater per dag
risicogrenswaarde grondwater µg/l 129 12 0,39
Voor de toetsing is het toepassen van een bodemtypecorrectie, vanuit het oogpunt van stofgedrag en risico, niet noodzakelijk. In Zuid-Holland-Zuid is er voor gekozen om bij de toetsing van de PFOAwaarden geen bodemtype correctie uit te voeren.
rps.nl NL202001227.010.001-R21-058 | 21 januari 2021 Pagina 18 van 22