CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

B2 Ruimtelijke onderbouwing parkeerterrein - nw versie 2022-03-14

Commissievergadering Wonen, Werken & Verkeer 6 september 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Nieuw-Lekkerland, Koggeplantsoen 14a (Westrand)25.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

24

Voor het transport van gevaarlijke stoffen gelden sinds 1 april 2015 het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. De Basisnetten Weg, Water en Spoor geven de verhouding aan tussen ruimtelijke ordening en de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen over rijkswegen, hoofdvaarwegen en spoorwegen. De normering voor risico’s als gevolg van het transport, het gebruik en de opslag van gevaarlijke stoffen en windturbines is gebaseerd op enkele begrippen. − Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich altijd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het plaatsgebonden risico geldt voor kwetsbare objecten een grenswaarde van 10 -6 per jaar (kans op één dode per jaar, mag één op de miljoen zijn). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. − Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat in één keer een groep van een bepaalde grootte dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval. Hoe meer mensen nabij de bron verblijven, hoe groter het groepsrisico. Het groepsrisico wordt vergeleken met de oriëntatiewaarde: met de kans op een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers van 10 -5 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 dodelijke slachtoffers van 10-7 per jaar, en met de kans op 1000 of meer dodelijke slachtoffers van 10-9 per jaar.

Het bevoegd gezag zal bij een nieuwe ontwikkeling moeten bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar risico. Vervolgens moet het bevoegd gezag over de hoogte van het groepsrisico verantwoording moeten afleggen. Bij de verantwoording van het groepsrisico door het bevoegd gezag wordt er nader gekeken naar de gevolgen van de diverse scenario’s die zich kunnen voltrekken. Zo kan er gekeken worden naar de mogelijkheden voor het terugbrengen van de risico’s en optredende effecten, de zelfredzaamheid van personen en de mogelijkheden voor bestrijding en hulpverlening. Voor het transport van gevaarlijke stoffen is het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes van toepassing (Bevt). Wanneer het ruimtelijk plan binnen 200 meter van een transportroute gelegen is dient ook aandacht te worden geschonken aan de volgende aspecten: − Dichtheid van personen en de verwachte veranderingen. − Hoogte van het groepsrisico. − Maatregelen ter beperking van het groepsrisico (waaronder stedenbouwkundige opzet, bouwkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte). − Mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan. Er is echter sprake van een uitzondering wanneer: − Het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde.

− Het groepsrisico, niet meer dan tien procent toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. In dat geval hoeft alleen te worden gekeken naar de eerst genoemde aspecten van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

25

4.6.2 Beoordeling Het onderhavig plan voorziet niet in een nieuwe risicovolle inrichting, transportroutes voor gevaarlijke stoffen of een buisleiding. Het plan heeft daarom geen effect op de veiligheidssituatie in de omgeving. De Lek is opgenomen in het Basisnet water (categorie binnenvaartschepen, onderdeel van Corridor Amsterdam – Rijn). De Lek heeft geen PR 10-6 contour. Plaatsgebonden risico is dus geen belemmering voor het plan. Wel ligt het plangebied binnen 200 meter van de buitenrand van de transportroute. Conform artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) moet daarom ingegaan worden op verschillende aspecten van het groepsrisico. Conform lid 2 van artikel 8 van het Bevt kan dit echter achterwege blijven als aangetoond is dat: a) het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of b) het groepsrisico met niet meer dan tien procent toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. In het vigerende bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk’ is het aspect groepsrisico beoordeeld. Daarin is betreffende de oriëntatiewaarde toegelicht dat: ‘’het groepsrisico niet hoeft te worden verantwoord als er onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde wordt gebleven. Dit betekent in de praktijk dat gemeenten langs groene vaarwegen het groepsrisico niet hoeven te verantwoorden.

Gemeenten langs zwarte vaarwegen moeten het groepsrisico verantwoorden indien het aantal inwoners de 1.500 per hectare bij dubbelzijdige bebouwing overschrijdt. Bij enkelzijdige bebouwing geldt 2.500 inwoners per ha. Langs rode vaarwegen is de verantwoording altijd noodzakelijk. Zowel Kinderdijk als Nieuw-Lekkerland hebben personendichtheden die ruim onder de 1.500 inwoners per hectare liggen. Een nadere verantwoording van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk’’. Omdat de Lek nog steeds een zwarte vaarweg is conform de Risicokaart is er geen ander beoordelingskader van toepassing. Nieuw-Lekkerland heeft nog steeds een personendichtheid die ruimt onder de 1.500 inwoners per hectare ligt. Ook wordt er geen gevoelige functie gerealiseerd. Er hoeft geen nadere beoordeling plaats te vinden in het kader van externe veiligheid. 4.6.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit plan.

4.7

Bodem

4.7.1 Beleidskader In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is het van belang om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in kaart te brengen. Duidelijk moet zijn of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

26

4.7.2 Beoordeling In het kader van de ontwikkeling is door RPS een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage V). Uit het onderzoek blijkt dat de bodem van het projectgebied maximaal licht is verontreinigd met zware metalen, minerale olie, PAK en PCB. De aangetoonde lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het instellen van een vervolgonderzoek. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is door middel van dit bodemonderzoek in voldoende mate in beeld gebracht. De resultaten van dit bodemonderzoek vormen geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Op basis van de analyseresultaten wordt gesteld dat bij uitvoering van eventuele graafwerkzaamheden geen aanvullende arbeidshygiënische veiligheidsmaatregelen genomen hoeven worden (CROW 400). Bij eventuele graafwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de aangetroffen (lichte) verontreinigingen in de bodem. Grond die tijdens graafwerkzaamheden binnen de onderzochte locatie vrijkomt, mag zonder verder onderzoek binnen de onderzoekslocatie teruggebracht worden. Het is echter niet de bedoeling dat de (licht) verontreinigde grond als aanvulling dient of wordt gemengd met schone(re) grond.

Conform het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ voldoet de zandige bovengrond in principe aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’ en de kleiige bovengrond in principe aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen/industrie’. Conform de ‘Herziene handreiking toepassing PFOA houdende grond Zuid-Holland-Zuid’ voldoen de gehalten aan PFOA aan de toepassingsnormen voor PFOA houdende grond in de pluimzone. 4.7.3 Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor dit plan.

4.8

Waterhuishouding

4.8.1 Beleidskader Besluit ruimtelijke ordening Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie uiteengezet (de watertoets). De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Waterhuishoudkundige doelstellingen worden daarbij expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing genomen binnen deze plannen/besluiten. De waterhuishouding wordt hierbij op een integrale wijze benaderd. Zowel het oppervlaktewater als het grondwater moeten dus (in samenhang) in beschouwing worden genomen. Daarbij gaat het naast de kwantiteit ook om de kwaliteit. De integrale benadering van de waterhuishouding betekent ook dat de waterhuishouding moet worden benaderd in samenhang met andere beleidsvelden. De watertoets is een instrument om deze integrale benadering vorm te geven en om het watersysteem gezamenlijk op orde te krijgen. Deze toets heeft in het kader van onderhavige ontwikkeling plaatsgevonden. 4.8.2 Beoordeling Het plangebied ligt in het Waterschap Rivierenland. De Lekdijk betreft een primaire waterkering met een beschermingszone, en tevens liggen er nabij het plangebied verschillende watergangen

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

27

en kunstwerken. Ten behoeve van het onderhavige plan vinden daardoor een aantal werkzaamheden plaats die op basis van de Keur van het waterschap vergunningsplichtig zijn. Het gaat om de volgende werkzaamheden: - het aanleggen van een op- en afrit op de primaire waterkering en bijbehorende beschermingszone; - het aanleggen van een brug over A-water in de primaire waterkering en bijbehorende beschermingszone; - het plaatsen van een duiker in B-water in de primaire waterkering en bijbehorende beschermingszone; - het dempen van C-water in de primaire waterkering en bijbehorende beschermingszone; - het afvoeren van regenwater door een toename verhard oppervlak in primaire waterkering en bijbehorende beschermingszone; - het aanleggen van een uitrit op een gebiedsontsluitingsweg in beheer van het waterschap; - het slopen van bouwwerken in de primaire waterkering en bijbehorende beschermingszone; - het planten van bomen in de beschermingszone van de primaire waterkering. Voor deze werkzaamheden is op 26 juni 2020 een vergunningsaanvraag ingediend bij het waterschap. Op 25 september 2020 heeft het waterschap besloten om de vergunning te verlenen. Daarmee zijn de belangen van de waterhuishouding voldoende geborgd. 4.8.3 Conclusie Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor dit plan.

4.9

Flora en fauna

4.9.1 Beleidskader Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Een andere vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van een gebied als Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot frustratie van de natuurdoelen.

Anders dan bij gebieds- en soortenbescherming is de status als Natuurnetwerk Nederland niet verankerd in de Wet natuurbescherming, maar dient het belang in de planologische afweging een rol te spelen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

28

Soortenbescherming Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (vogel- en habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten. Tevens kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht, zowel voor soorten als hun (beschermde) leefgebied. 4.9.2 Beoordeling Soortenbescherming In het kader van de ontwikkeling is door RPS een quickscan soorten Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie bijlage VI). Uit de quickscan blijkt het volgende. - Beschermde soorten of soortgroepen die aanwezig zijn of verwacht worden in het plangebied zijn algemene grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, buizerd, (broed)vogels, grote modderkruiper, rugstreeppad, heikikker, poelkikker en algemene amfibieën.

- Beschermde vaatplanten, (korst)mossen, reptielen en ongewervelde diersoorten worden niet verwacht in het plangebied vanwege het ontbreken van een geschikt biotoop voor deze soortgroepen. - Ten aanzien van grote modderkruiper, vleermuizen, rugstreeppad, heikikker en poelkikker is aanvullend soortgericht onderzoek noodzakelijk voordat een volledige effectanalyse opgesteld kan worden. De werkzaamheden mogen niet worden uitgevoerd alvorens deze onderzoeken zijn uitgevoerd. - Negatieve effecten die kunnen leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming betreffen: 1. Het beschadigen of vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen van rugstreeppad, heikikker en poelkikker en het doden van individuen ten tijde van werkzaamheden. 2. Het wegnemen van winterbiotoop en doden van individuen van grote modderkruiper. 3. Het beschadigen of vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en vaste vliegroutes van vleermuizen en het verstoren of doden van individuen. 4. Broedvogels kunnen negatieve effecten ondervinden doordat nesten en eieren worden beschadigd of vernield of broedvogels worden verstoord. 5. Algemene grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieën ondervinden negatieve effecten op voortplantings- en verblijfplaatsen door het uitvoeren van de diverse werkzaamheden.

- In de quickscan zijn verschillende voorzorgsmaatregelen voorgesteld om negatieve effecten en het overtreden van verbodsbepalingen te voorkomen te voorkomen.

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

29

-

-

Om te bepalen of maatregelen nodig zijn om negatieve effecten te mitigeren of te compenseren dienen eerst aanvullende stappen genomen te worden. Hieruit volgt of het nemen van compenserende en/of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Het is nog niet duidelijk of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Hiervoor dient ten aanzien van grote modderkruiper, vleermuizen, rugstreeppad, heikikker en poelkikker eerst aanvullende stappen genomen te worden. De werkzaamheden mogen niet uitgevoerd worden alvorens aanvullende stappen zijn genomen.

Zoals ook in bovenstaande conclusie is aangegeven is voor de grote modderkruiper, vleermuizen, rugstreeppad, heikikker en poelkikker een aanvullend soortgericht onderzoek noodzakelijk voordat een volledige effectanalyse opgesteld kan worden. Voor wat betreft de buizerd is in ieder geval een activiteitenplan opgesteld en een ontheffingsaanvraag ingediend (door Ecoresult, d.d. 15 december 2020). Dit is verwerkt in de quick scan. De ontheffingsaanvraag voor de buizerd wordt momenteel behandeld door de ODMH. De opdrachtgever is voornemens om de berm aan de zuidzijde breder te maken en de aanwezige bomen te sparen, waarmee verwacht wordt dat de verstoring van het nest van de buizerd geminimaliseerd wordt. Het aanvullend onderzoek voor de vleermuizen, heikikker, poelkikker, rugstreeppad en grote modderkruiper is uitgevoerd door RPS (zie bijlage VII). De resultaten en conclusie uit het aanvullend onderzoek zijn hieronder opgenomen.

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

30

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

31

Voor de rugstreeppad dient dus een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend indien voldaan wordt aan verschillende voorwaarden uit de Wet natuurbescherming. Er moet onder andere een activiteitenplan en mitigatieplan opgesteld worden. De opdrachtgever is de ontheffingsaanvraag aan het voorbereiden en zal deze spoedig formeel indienen. Gebiedsbescherming In het kader van de ontwikkeling is ten aanzien van gebiedenbescherming een berekening uitgevoerd om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te berekenen (zie bijlage VIII). De planlocatie ligt nabij het Natura-2000 gebied ‘Boezems Kinderdijk’. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat de gemiddelde stikstofdepositie in de gebruikersfase niet boven de 0,00 mol/ha/j ligt. Negatieve effecten door stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde. 4.9.3 Conclusie Voor de grote modderkruiper, vleermuizen, rugstreeppad, heikikker en poelkikker wordt een aanvullend soortgericht onderzoek uitgevoerd. Op basis daarvan kan bepaald worden of er mitigerende maatregelen nodig zijn of een ontheffing moet worden aangevraagd. Voordat hier duidelijkheid over is mogen de werkzaamheden niet uitgevoerd worden. Voor de overige onderzochte soorten zijn er geen belemmeringen.

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

32

4.10

Archeologie en cultuurhistorie

4.10.1 Beleidskader De Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007) is de implementatie van het Verdrag van Malta (1998) en regelt de omgang met het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Het archeologische erfgoed bestaat uit voorwerpen, structuren, landschappelijke- en infrastructurele elementen die in de bodem bewaard zijn gebleven. Dit bodemarchief levert een bijdrage aan de cultuurhistorie van de stad en maakt de beleving van het verleden bovendien tastbaar. Om het bodemarchief beter te beschermen, dient de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachte monumenten. Als behoud in de bodem geen optie is, dan worden archeologische resten opgegraven. De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dat bodemverstoring tot gevolg heeft, is verantwoordelijk voor de planologische en financiële inpassing van het archeologisch onderzoek. Een bouwplan dient te voorzien in maatregelen om archeologische overblijfselen volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie te documenteren en de informatie en vondsten te behouden.

4.10.2 Beoordeling EARTH Integrated Archaeology heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd om bekende en te verwachten archeologische waarden vast te stellen (zie bijlage IX). Op basis van het onderzoek is het advies om de geplande werkzaamheden vrij te stellen van archeologisch vervolgonderzoek. Door de verstoringen als gevolg van het gebruik van het plangebied als rioolwaterzuiveringsinstallatie en de recente dijkversterking KIS, worden geen intacte archeologische resten in de bovenste 150 cm – maaiveld meer verwacht. Aangezien de geplande ingrepen niet dieper dan 100 cm – maaiveld zullen reiken, is er geen risico op het verstoren van archeologische resten. Indien tijdens de uitvoering van het grondwerk archeologische (toevals)vondsten worden gedaan, geldt nog steeds de wettelijke plicht om deze te melden bij de bevoegde overheid, zoals staat aangegeven in de Erfgoedwet (Art. 5.10). 4.10.3 Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor dit plan.

4.11

Luchtkwaliteit

4.11.1 Beleidskader In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Titel 5.2 Wm 'Luchtkwaliteitseisen' wordt kortweg aangeduid als de Wet luchtkwaliteit. In artikel 5.16 van de Wm is vastgelegd dat voor een plan dat ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, geen uitgebreid luchtkwaliteit¬ onderzoek uitgevoerd hoeft te worden en het plan doorgang kan vinden. Met andere woorden, draagt een project niet of niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering.

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

33

De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate, ofwel niet in betekenende mate (NIBM), leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Grotere projecten die in betekenende mate bijdrage kunnen worden opgenomen in het NSL, als is aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Met projecten die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging is rekening gehouden in de autonome ontwikkeling van de luchtkwaliteit. Het Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een bepaald project wel of niet als 'in betekenende mate' moet worden beschouwd. NIBM projecten kunnen - juridisch gezien - zonder toetsing aan de grenswaarden voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. In het Besluit NIBM is in artikel 5 een zgn. anticumulatiebepaling opgenomen. Hiermee wordt de verplichting opgelegd om nieuwe plannen die van dezelfde ontsluitingswegen gebruik maken en individueel als NIBM aan te merken zijn, ook als één geheel te beschouwen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot plan met een grote invloed op de luchtkwaliteit opgedeeld wordt in kleinere NIBM deelplannen.

4.11.2 Beoordeling Gevolg luchtkwaliteit als gevolg van de ontwikkeling Er is geen sprake van een toename in verkeersintensiteiten als gevolg van het plan (zie ook paragraaf 4.3). Doordat bezoekers van de molens van Kinderdijk niet meer Nieuw-Lekkerland in hoeven te rijden neemt het aantal gereden kilometers af. Ook het aantal verkeersbewegingen in de kern Nieuw-Lekkerland neemt af. Als gevolg daarvan is er sprake van een verbetering van de luchtkwaliteit. Huidige luchtkwaliteit In de NSL-monitoringstool van de Rijksoverheid zijn langs wegen rekenpunten opgenomen waarin de concentraties voor NO2, PM10 en PM2,5 berekend zijn. Het dichtstbijzijnde rekenpunt bij de onderhavige locatie bevindt zich ter plaatse van de Lekdijk 432. De NSL-monitoringstool geeft ter plaatse van deze rekenpunten de volgende concentraties in de Monitoringsronde NSL 2020: - De hoogst optredende jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) is 20,3 μg/m3. Hiermee wordt ruim voldaan aan de geldende grenswaarde van 40 μg/m 3. - De hoogst optredende jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) is 19,1 μg/m3. Hiermee wordt ruim voldaan aan de geldende grenswaarde van 40 μg/m3. - Het hoogst optredende aantal overschrijdingen van de etmaalnorm voor fijn stof (PM10) is 7. Hiermee wordt ruim voldaan aan de geldende grenswaarde van 35.

- De hoogst optredende jaargemiddelde concentratie zeer fijn stof (PM2,5) is 11,9 μg/m3. Hiermee wordt ruim voldaan aan de geldende grenswaarde van 25 μg/m3. In aanvulling op het voorgaande is nog van belang dat voor fijnstof en zeer fijnstof door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) lagere waarden worden geadviseerd: 20 μg/m 3 (PM10) en 10 μg/m3 (PM2,5). Deze waarden worden volgens de NSL-monitoringstool naar verwachting in 2030 gehaald.

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

34

4.11.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

35

5

Economische uitvoerbaarheid

Bij een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo dient op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Tevens volgt uit de Wro de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) en/of plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer. 5.1.1 Grondexploitatie De beoogde ontwikkeling betreft een initiatief van de gemeente Molenlanden. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de uitvoering en draagt het risico van de planontwikkeling. Ook neemt initiatiefnemer het beheer, de exploitatie en het onderhoud van de oever voor zijn rekening. Voor de gemeente zijn aan de realisatie geen kosten en financiële risico’s verbonden, behoudens de kosten voor het begeleiden en in procedure brengen van dit plan. Het plan wordt daarom financieel uitvoerbaar geacht. 5.1.2 Planschade Artikel 6.1 van de Wro biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde ‘planschade’. Deze vergoeding wordt in beginsel toegekend door het besluitvormend orgaan aan degene die waardevermindering van onroerend goed ondervindt als gevolg van het besluit om van het bestemmingsplan af te wijken.

Artikel 6.4 onder a van de Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om een met de initiatiefnemer van een plan (degene die om het besluit om van het bestemmingsplan af te wijken verzoekt) een overeenkomst te sluiten. In de anterieure overeenkomst wordt opgenomen dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemers is. Hiermee is het risico op planschade voor de gemeente afgedekt. 5.1.3 Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor) geeft aan dat op de voorbereiding van een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo) artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) van toepassing is. Artikel 3.1.1 Bro geeft aan dat de gemeente bij de voorbereiding overleg moet plegen met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in de omgevingsvergunning in het geding zijn. In dit geval is het plan in ieder geval voorgelegd aan het Waterschap Rivierenland. De ruimtelijke onderbouwing wordt gelijktijdig met de ontwerp-omgevingsvergunning voor de activiteit 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening' gedurende zes weken ter inzage

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

36

gelegd. Gedurende deze inzagetermijn wordt eenieder in de mogelijkheid gesteld een zienswijze over dit ontwerpbesluit (en de bijbehorende documenten) naar voren te brengen.

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

37

6

Conclusie

In de voorgaande hoofdstukken is de ontwikkeling getoetst aan het relevante ruimtelijke beleid en aan de milieu- en omgevingsaspecten. Uit deze beoordeling zijn geen belemmeringen naar voren gekomen voor de uitvoerbaarheid van het plan. Geconcludeerd wordt dat vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening kan worden ingestemd met het aanleggen van een parkeerterrein met toegangsweg in Nieuw-Lekkerland.

LBP|SIGHT BV

J.C (Jos) Wiegman MSc

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

38

Bijlage I Beplantingsplan

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

Beplanting P-plaats Nieuw Lekkerland 9 juli 2020

1

Beplanting P-plaats Nieuw Lekkerland 9 juli 2020

De locatie van de parkeerplaats ligt aan de Lekdijk, met een ingang op de dijk, in het historische bebouwingslint. De parkeerplaats zelf wordt gerealiseerd op een voormalige rioolwaterzuivering. De rioolwaterzuivering is overbodig geworden na opening van een nieuwe grote rioolwaterzuivering in Alblasserdam in 2016. Het huidige terrein ligt aan de rand van de bebouwing van Nieuw-Lekkerland. Het RWZI-terrein werd gekenmerkt door een dichte boslaag rondom het terrein, waardoor het terrein zelf vanaf de kade niet te zien is. Ten westen van het toekomstige parkeerterrein is het landschap open, wordt het gekenmerkt door enkele knotwilgenrijtjes nabij bebouwing. Er staat één moderne stal, behorend bij de boerderij aan de westzijde. Vanaf de zuidwestzijde van het terrein is er vrij en open zicht op het open veenlandschap middenin de Alblasserwaard. Aan de oostzijde van het terrein staat een werkterrein van de gemeente, met direct erachter een nieuwbouwwijk van Nieuw-Lekkerland. Aan de Lekdijk, de noordzijde, staan oudere en jongere woningen en bedrijven gemengd door elkaar, het is een historisch gegroeid lint. Aan de zuidzijde van het terrein tenslotte ligt een ijsbaan, omringd door een natuurlijk bosje1. Door het voormalige gebruik van het terrein is de natuurlijke bodem op een deel van het terrein afwezig.

Daar waar deze wel aanwezig is bestaat deze bodem uit een circa 12 meter dikke laag klei op zand, met een veenlaag van ca een halve meter binnen de eerste anderhalve meter, dus binnen het bereik van planten. De grondwaterstand ligt op ca 1 meter beneden maaiveld.2 De van nature voorkomende vegetatie is die van het Essen-Iepenbos, met op de meest venige en natte standplaatsen Elzenbroekbos. Soorten van deze bossen zijn Gewone Esdoorn, Es, Gladde iep, Zomereik, Eenstijlige meidoorn, Beuk, Wilde kardinaalsmuts, Paardenkastanje, Hazelaar, Zwarte Els, Aalbes, Vlier, Hondsroos en Egelantier, Sleedoorn, Rode Kornoelje en Vogelkers. Op de meest natte standplaatsen is het vooral de Zwarte Els.3 Cultuurelementen voor deze omgeving zijn grotere en kleinere groepen Elzen (de Hovelingen zijn typisch voor de streek: een combinatie van Elzen aan de sloot aan weerszijden en een hek met vleugels), rijen Knotwilgen langs sloten, beukenhagen bij boerderijen.

1

Dinoloket, pulsboring op RWZI-terrein. Dichtstbijzijnde waterstand, dinoloket, grondwaterstanden. 3 Bron: potentieel natuurlijke vegetatie van Nederland op http://avn.geo.uu.nl/16landschap/28/28.html, Veldgids plantengemeenschappen van Nederland (Schaminée, J. ea., 2010), Natuurbeheer in Nederland 5: Bosgemeenschappen (Van der Werf, S., 1991) 2

2

Beplanting P-plaats Nieuw Lekkerland 9 juli 2020

Het gebied ligt aan de rand van de bebouwing, waardoor de parkeerplaats ook vanaf het buitengebied zeer zichtbaar zal zijn. Voorstel is om het zicht op de parkeerplaats vanaf de omgeving te verminderen met de volgende elementen: • • •

Geschoren hagen Natuurlijke bosvorming langs de Bakwetering Rietland langs de sloot met bestaande knotwilgen aan de westzijde

Daarnaast is inrichting van de parkeerplaats zelf gewenst met passende soorten in deze extreem stenige omgeving. Het accent zal hierbij op cultuurplanten liggen, die verwijzen naar het historische gebruik van de omgeving, die van de boerderij. Er worden hagen en cultuurvariëteiten van fruitbomen gebruikt. Onder de fruitbomen worden diverse sierheesters gebruikt in meer lagen voor een compleet beeld in de vakken.

Nabij de bebouwing, bij de ingang en op het parkeerterrein zijn geschoren hagen aanwezig voor afscherming en begeleiding van de ruimte. Materiaal van deze hagen: haagbeuk: aanplant als haag met 4 planten per meter in twee rijen, dus 8 planten per m. De haagbeukenhagen bij de entree zijn ongeveer 1 meter hoog, alle andere hagen zijn 1,5 meter hoog.

Groepen Elzen, aangevuld met enkele andere soorten van het Elzen-Iepenbos, zoals eenstijlige meidoorn, Aalbes, Hazelaar, Vlier, Vogelkers, Sleedoorn en wilde kardinaalsmuts. Dit mengsel is vogelvriendelijk. Heesters worden elke 1.6 m2 geplant. Elzen worden iets groter geplant, zodat ze een voorsprong hebben ten opzichte van de heesters. De oppervlakte van dit nieuwe bosje op vak A is 710 m2. Het totaal aantal heesters is 440. Het bosje sluit aan op vak B met bestaand bos dat behouden blijft.

Soort Crataegus monogyna Prunus spinosa Prunus padus Corylus avellana

% 25 15 15 15

Soort Euonymus europaea Ribes rubrum ssp rubrum Sambucus nigra

De bomen en heesters worden geplant in een kruidenrijk grasmengsel.

3

% 15 10 5

Beplanting P-plaats Nieuw Lekkerland 9 juli 2020

Het doel is de ontwikkeling van natuurlijk rietland aan de rand van het terrein. Tussen de behouden bestaande bomen door blijft het uitzicht op het achterland vanaf de parkeerplaats aanwezig. Vanuit de omgeving gezien is er echter wel enige afscherming van de parkeerplaats. Vanwege de gewenste afscherming worden knotbomen slechts om de drie à vier jaar geknot. Om het natuurlijk rietland zich te laten ontwikkelen wordt aan de slootkant een mix ingezaaid voor natuurrijke vochtige graslanden. Mengsel G3 van Cruydthoeck wordt in het grasmengsel meegenomen.

Op de parkeerplaats is de omgeving zeer onnatuurlijk, en wordt divers stadsplantsoen geplant. De bomen zijn vruchtbomen, die echter geen vruchten geven, dit is praktisch omdat er zeer veel gereden zal worden. Eronder staan sierheesterbeplantingen, die enigszins natuurlijk ogen, omdat ze geënt zijn op de natuurlijke vegetatie. De bodembedekker in de vakken is Euonymus fortunei ‘Darts Blanket’ of een laag blijvende klimop Hedera helix ‘Woerner’. Beide zijn wintergroen en laagblijvend. In de vakken staan bovendien groepen grotere sierheesters, die de sierwaarde vergroten, en de ruimte enigszins indelen. Grote sierheesters die gebruikt worden zijn Kolkwitzia amabilis, Euonymus alatus en Viburnum plicatum ‘Rowellane’. In het groen kunnen narcissen of andere hoger groeiende verwilderende bollen worden geplant.

OVERZICHTEN BOMEN Nr 1-9 10 11-12 13 14 15 16 17-18 Geen nr

GRASLAND Vak Dijktaluds A en C

Vak A D E G I K B en C

Sortiment Alnus glutinosa, jong en met lage vertakking Malus ‘Rudolph’ Prunus avium ‘Plena’ Prunus avium ‘Plena’ Malus ‘Rudolph’ Prunus avium ‘Plena’ Prunus avium ‘Plena’ Prunus avium ‘Plena' Behoud bestaande bomen, in B inclusief behoud ondergroei.

Sortiment Kruidenrijk grasland, G1 van Cruydthoeck meezaaien in het grasland, een B3 mengsel Kruidenrijk grasland, G3 van Cruydthoeck meezaaien met het grasland Bij bestaande bomen grasland behouden, niet spitten.

4

% 20% bloemen 20% bloemen

Maat 10-12 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20 18-20

Aantal 9 1 2 1 1 1 1 2

nvt

Dichtheid 1,5 gr / m2 1,5 gr per m2

Beplanting P-plaats Nieuw Lekkerland 9 juli 2020 HAGEN Sortiment

Carpinus Betulus haagplantsoen, maat 100

Aantal per m

8

Locatie (nr) 101 102 103 104 105 106 107 108 109

Lengte 38 27 38 45 88 18 17.5 46.5 18 336

Totaal aantal 304 216 304 360 704 144 140 372 144 2688

% 25 15 15 15 15 10 5

Maat 100-125 100-125 100-125 100-125 100-125 100-125 100-125

Aantal 110 66 66 66 66 44 22

4 / m2

P9

620

125-150

15

P9

665

125-150

7

P9

308

125-150

5

Totaal

HEESTERS en bodembedekkers Vak Sortiment Crataegus monogyna Vak A: Natuurlijke Prunus spinosa bosrand-achtige beplanting, in totaal Prunus padus 440 heesters Corylus avellana In driehoeksverband Euonymus europaea 1.6 m2 per heester Ribes rubrum ssp rubrum Willekeurig gemengd Sambucus nigra Euonymus fortunei ‘Dart’s Blanket’ (155 m2), halve meter afstand tot Kolkwitzia en haag houden. Haag staat halve meter uit opsluitband D (217 m2), Kolkwitzia amabilis drie groepen 18 m2 voor de heg van 5 heesters. Binnen de groep een plantafstand van 1 meter Minimaal 2 meter van de opsluitband planten Hedera helix ‘Woerner’, halve meter uit haag en kardinaalshoed beginnen met planten. Haag staat 0.5 meter van de opsluitband af E (147 m2), (133 m2). 2 18 m voor de heg Euonymus alatus in een groepje van zeven, aan hegkant planten, maar minimaal 1,5 meter van de heg Euonymus fortunei ‘Dart’s Blanket’, opening bij elke Kolkwitzia (77 m2) Kolkwitzia amabilis een groepen F (82 m2) van 5 heesters. Binnen de groep een plantafstand van 1 meter Minimaal 2 meter van de opsluitband planten

5

5 / m2

4 / m2

Beplanting P-plaats Nieuw Lekkerland 9 juli 2020 HEESTERS en bodembedekkers Vak Sortiment Euonymus fortunei ‘Dart’s Blanket’, G (126 m2) halve meter van Euonymus af planten. Ca 126 m2 Hedera helix ‘Woerner’ 5 planten per m2, maar opening bij elke Viburnum (80 m2) H (82 m2)

I (127 m2)

J (78 m2)

J (78 m2) K (112 m2), 18 m2 voor haag

%

Maat

Aantal

4 / m2

P9

480

5 / m2

P9

400

125-150

7

Viburnum plicatum ‘Rowellane’ een groep van 7 heesters. Binnen de groep een plantafstand van 1 meter, minimaal 2 meter van de rand planten Hedera helix ‘Woerner’ 5 planten per m2, maar opening bij elke Kolkwitzia (77 m2) Euonymus alatus in een groepje van zeven, aan boomkant planten, maar minimaal 1,5 meter van de opsluitband Hedera helix ‘Woerner’ planten op halve meter afstand van de groep kardinaalshoeden. 63 m2 Euonymus alatus in een groep van 15, afstand van 1 meter binnen de groep minimaal 1,5 meter van de opsluitband Hedera helix ‘Woerner’ 5 planten per m2 (96 m2)

6

5 / m2

5 / m2

5 / m2

P9

125-150

7

P9

315

125-150

15

P9

480

Bijlage II Impressies

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

Bijlage III Verkeerskundige onderbouwing

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

Notitie Aan

: Marco van Leeuwen (RPS advies- en ingenieursbureau)

C.c.

: -

Van

: Alex Roedoe en Eveline de Jong (Mobycon)

Betreft

: Verkeerskundige onderbouwing touringcar- en camperparkeerterrein

Datum

: 24-6-2021

Kenmerk

: 7236M1E1

Inleiding De gemeente Molenlanden is voornemens om een touringcar- en camperparkeerterrein met een toegangsweg inclusief brug aan te leggen aan de westzijde van het dorp Nieuw-Lekkerland. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning aangevraagd om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. Bij de vergunningsaanvraag moet een ruimtelijke onderbouwing worden aangeleverd. Een verkeerskundige onderbouwing vormt een onderdeel van deze ruimtelijke onderbouwing. De voorliggende notitie geeft de verkeerskundige onderbouwing van het touringcar- en camperparkeerterrein. Hierbij wordt ingegaan op de aspecten verkeer (verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid) en parkeren. Allereerst wordt ingegaan op de bestaande situatie. Vervolgens wordt ingegaan op de toekomstige ontwikkelingen. Daarna gaan we in op de voorgestelde toekomstige situatie met het nieuwe parkeerterrein en de effecten. Tot slot volgt een conclusie betreffende het verkeerskundig effect van het nieuwe parkeerterrein.

Bestaande situatie De molens van Werelderfgoed Kinderdijk zijn een grote publiekstrekker. Het gebied met de molens is voor bezoekers bereikbaar te voet, per fiets, met het openbaar vervoer, de boot, de touringcar en met de eigen auto of camper. Parkeren Voor touringcars is in- en uitstapzone gerealiseerd langs de dijk ten oosten van het bezoekerscentrum (tussen bezoekerscentrum en Nieuw-Lekkerland). Touringcars parkeren zo nodig voor langere tijd op diverse locaties op grotere afstand van Kinderdijk. Binnen NieuwLekkerland zijn hiervoor een bedrijventerrein langs de Lekdijk, het vrachtwagenparkeerterrein aan de Planetenlaan en het parkeerterrein bij de sportvoorzieningen aan de Vletstraat 2 beschikbaar. Voor campers is er een nieuw camperpark (en met 70 plaatsen groter dan voorheen) in Alblasserdam aan de Poldersemolenweg en een camping in Nieuw-Lekkerland waar kan worden overnacht. Ook mag door campers gebruik worden gemaakt van de parkeerplaats bij de sportvoorzieningen aan de Vletstraat 2 met 70 parkeerplaatsen in Nieuw-Lekkerland en kan in het weekend geparkeerd worden op het parkeerterrein van Royal IHC aan de Smitweg 6 in Kinderdijk. Op de laatste twee locaties mag niet worden overnacht. Op bijgevoegd kaartje zijn de drie camperparkeerplaatsen weergegeven.

De geografische aanduiding van Camperpark Kinderdijk is echter onjuist, want die ligt in Alblasserdam en niet in Kinderdijk zelf. Personenauto’s kunnen parkeren op de parkeerplaatsen bij het bezoekerscentrum van het Werelderfgoed Kinderdijk en op het parkeerterrein aan de Molenstraat en kost € 7,50. In het havengebied van Alblasserdam zijn in totaal zo’n 125 parkeerplaatsen beschikbaar. Bezoekers betalen per geparkeerde auto € 7,50 euro inclusief het vervoer naar Kinderdijk. In het dorp Kinderdijk mogen alleen vergunninghouders parkeren en geldt een verbod voor het parkeren van vrachtwagens, touringcars en campers. In de kern Nieuw-Lekkerland mogen geen vrachtwagens en bussen parkeren alsmede voertuigen langer dan 6 meter of hoger dan 2,4 m (behalve op het vrachtwagenparkeerterrein aan de Planetenlaan en het parkeerterrein aan de Vletstraat 2). Kleine campers die binnen deze maten blijven mogen dus ook in het woongebied parkeren. Ook in de kern Alblasserdam mogen geen vrachtwagens en bussen parkeren behalve op enkele aangewezen plaatsen. In Alblasserdam geldt vergunningparkeren op een deel van de West Kinderdijk en op een deel van de Molenkade.

Bewoners in de woonkernen rondom het molengebied (Kinderdijk, Nieuw-Lekkerland en Alblasserdam-noord) ervaren in de huidige situatie veel last van het toerisme vanwege de verkeersdruk en -veiligheid, de parkeerproblematiek en afval (bron: Gebiedsperspectief Kinderdijk 2030). Het aantal bezoekers dat Kinderdijk met de camper bezoekt is sterk gegroeid. Er is daardoor een tekort aan geschikte parkeerplekken voor campers. Ze parkeren vaker op openbare plaatsen en belemmeren regelmatig de doorstroming van het verkeer. In Alblasserdam heeft het nieuwe camperpark een grotere capaciteit gekregen omdat in het verleden het aantal beschikbare plaatsen te klein bleek te zijn. Op het terrein aan de Vletstraat wordt ook door personenauto’s van bezoekers van Kinderdijk en door reguliere gebruikers van de daar gelegen sportvoorzieningen gebruik gemaakt. De capaciteit is regelmatig onvoldoende en daardoor ook onvoldoende voor touringcars en campers. Verkeersafwikkeling De touringcars en campers die een parkeerplaats zoeken in Nieuw-Lekkerland komen over de Lekdijk vanuit westelijke of oostelijke richting. De vrachtwagenparkeerplaats aan de Planetenlaan is vanaf de Lekdijk redelijk goed bereikbaar via de Standerdmolen. Het parkeerterrein aan de Vletstraat is vanaf de Lekdijk bereikbaar via de Hoogaarslaan en de Vletstraat.

Dit zijn smalle woonstraten die eigenlijk niet geschikt zijn voor touringcars en grote aantallen campers. Op de meeste plaatsen is de straat maar geschikt voor autoverkeer in één richting tegelijk (vanwege parkeren op de rijbaan, terwijl er twee-richtingsverkeer geldt. Er ontstaan opstoppingen door gemotoriseerd verkeer en fietsers komen hierdoor in de knel. Daardoor ontstaat verkeersveiligheidsproblemen en irritatie onder weggebruikers en bewoners.

Toekomstige ontwikkelingen bezoekers Kinderdijk Gezien de verwachte toename in toeristen tot 2030 (bron: Gebiedsperspectief Kinderdijk 2030) zal de huidige parkeervraag eerder toenemen dan afnemen. Zonder maatregelen zullen de bestaande problemen (parkeerdruk, verkeersdruk en onveiligheid) in Nieuw-Lekkerland ook verder toenemen. Gebiedsperspectief Kinderdijk 2030 In het Gebiedsperspectief Kinderdijk 2030 is als les voor Kinderdijk wat betreft leefbaarheid het volgende aangegeven: ‘Toeristische Iconen en wonen gaan moeilijk samen vanwege verkeersdruk en parkeerproblematiek. De logistieke afhandeling van toerismestromen moet daarom worden losgekoppeld van het molengebied en de woonkernen.’ Daarnaast is het volgende aangegeven: ‘Op hoofdlijnen zijn er twee maatregelen aan de orde waarmee de basis op orde wordt gebracht, namelijk het oplossen van het verkeers-en parkeerproblemen en de grip op de openbare ruimte versterken.

Dit moet verwezenlijkt worden door het nemen van de volgende maatregelen: • Afvangen en geleiden van Kinderdijk-autoverkeer vanaf A15 en provinciale wegen; • Stimuleren van (online) ticketing vooraf; • Vergunning parkeren in Kinderdijk en Alblasserdam-noord; • Toegangsprijs heffen voor bezoekers van het molengebied en tegelijkertijd het molengebied toegankelijk houden voor de bewoners;’ Advies Toekomst Werelderfgoed Kinderdijk Het Advies Toekomst Werelderfgoed Kinderdijk is gebaseerd op het Gebiedsperspectief Kinderdijk 2030 en bevat de gezamenlijke ambitie, de concrete doelen die daaruit voortvloeien, de kaders waarbinnen de toekomst van Kinderdijk gestalte moet te krijgen en de maatregelen die daarvoor nodig zijn. In het Advies is onder andere het volgende aangegeven: • Dorpen in de luwte van de toeristenstroom: Wij zorgen voor een toekomst waarin de dorpen Kinderdijk, Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland zich in de luwte van de toeristenstroom kunnen blijven ontwikkelen als prettige plek om te wonen en ongewenste ontwikkelingen effectief kunnen worden geblokkeerd.

• Kader: zodat bezoekers het werelderfgoed op een gastvrije manier kunnen bereiken, zonder dat dat leidt tot overlast voor de bewoners van de dorpen (bijvoorbeeld: parkeren, geluid, zwerfvuil) • Uitgangspunt: alle auto’s van bezoekers (incl.campers) worden aan de randen opgevangen en bezoekers worden via georganiseerd vervoer (shuttles, boot, bus) naar de hoofdingang vervoerd. • Korte termijn maatregel: Westrand Nieuw-Lekkerland voor opvang bussen en later ook campers Om de bestaande problematiek te verminderen is conform Gebiedsperspectief en Advies besloten om een gastvrije parkeervoorziening voor touringcars en campers aan de westrand van Nieuw-Lekkerland te realiseren.

Toekomstige situatie touringcar- en camperparkeerplaats Nieuw-Lekkerland Ontwerp parkeerplaats Voorgesteld wordt om een touringcar- en camperparkeerplaats aan de westzijde van NieuwLekkerland te realiseren. Deze wordt gesitueerd op het terrein van de voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). De parkeerplaats gaat ruimte bieden aan in totaal 88 voertuigen, waarvan 30 plekken voor touringcars (ca. 12 m lang) en 58 plekken voor campers (ca. 10 m lang). Het terrein krijgt een betaalregime en wordt afgesloten met slagbomen. Het ontwerp is zo vormgegeven dat het mogelijk is om het terrein later uit te breiden indien dit noodzakelijk mocht zijn. Een eventuele uitbreiding wordt vooralsnog niet planologisch mogelijk gemaakt. Het terrein krijgt voor gemotoriseerd verkeer één ontsluiting die direct aansluit op de Lekdijk en niet op het dorp Nieuw-Lekkerland. De aansluiting op de Lekdijk wordt voorzien van een voorrangskruispunt met visueel plateau net als de omliggende kruispunten op de Lekdijk. Het zicht op het verkeer op de Lekdijk wordt mogelijk gemaakt door de sloop van een bestaande schuur die nu in de dijk staat. Voetgangers en fietsers vanaf de camperparkeerplaats gebruiken de doorsteek via het Koggeplantsoen en de Hoogaarslaan naar de Lekdijk en steken daar over naar het fietspad aan de noordzijde van de dijk om richting bezoekerscentrum te lopen of fietsen.

Het bestaande parkeerterrein aan de Vletstraat kan door de realisatie van de nieuwe touringcaren camperparkeerplaats worden gesloten voor touringcars en campers. In de volgende afbeelding is het inrichtingsplan voor de touringcar- en camperparkeerplaats weergegeven.

INRICHTINGSPLAN Parkeerterrein Nieuw - Lekkerland

Legenda bebouwing (bestaand)

slagboom

betontegel

(knot)bomen bestaand

bloemrijk gras

toiletgebouw

damwand

chemische stortplaats

te verwijderen bomen

water

brug (incl. leuningen)

duiker

water & electra voorz.

haag

hekwerk

asfalt

bomen bestaand

beplanting

poort

betonstraatsteen

bomen nieuw

rietkraag

0

25

50

100m

Effect op parkeren Met de nieuwe camper- en touringcarparkeerplaats worden 58 camperplekken en 30 touringcarplekken gerealiseerd (totaal 88 plaatsen). Het bestaande parkeerterrein aan de Vletstraat biedt plaats aan 70 campers en heeft geen specifieke touringcarplekken. Een parkerende touringcar neemt dan dus meerdere camperplekken in beslag. Bovendien moet het bestaande parkeerterrein gedeeld worden met parkeerders van de sportvoorzieningen. Op het eerste gezicht is er dus sprake van een uitbreiding met 18 parkeerplaatsen, maar in werkelijkheid is de uitbreiding veel groter omdat het parkeerterrein aan de Vletstraat niet exclusief gebruikt wordt door campers en touringcars. Doordat de campers en touringcars niet meer op het parkeerterrein aan de Vletstraat hoeven te staan ontstaat er weer voldoende parkeercapaciteit voor de sportvoorzieningen. Effect op het aantal voertuigbewegingen De realisatie van de camper- en touringcarparkeerplaats leidt op zichzelf niet tot meer voertuigbewegingen van en naar de gemeente Molenwaard. Alleen een stijging van het aantal bezoekers naar werelderfgoed Kinderdijk zou kunnen leiden tot meer voertuigbewegingen.

Vanuit de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK) wordt echter actief gestimuleerd op het gebruik van alternatieve vervoerwijzen (te voet, per fiets, met het openbaar vervoer, de boot, de touringcar) in plaats van particulier autogebruik. Betaald parkeren zorgt eveneens voor het beperken van particulier autogebruik. Touringcargebruik is één van de alternatieven voor particulier autogebruik. De uitbreiding van het aantal touringcarparkeerplaatsen met 30 stuks is daarom belangrijk. Campergebruik is een vorm van particulier autogebruik. Er is daarom niet gekozen voor een substantiële uitbreiding van het aantal camperparkeerplaatsen. Effect op verkeersafwikkeling Door de nieuwe locatie van de camper- en touringcarparkeerplaats in plaats van de bestaande camper- en touringcarparkeerplaats aan de Vletstraat veranderen de verkeersstromen van de campers en touringcars. Deze voertuigen hoeven vanaf de Lekdijk niet meer door het dorp via de smalle woonstraten Hoogaarslaan en de Vletstraat te rijden. Daarmee verdwijnt de oorzaak van de huidige opstoppingen, verkeersveiligheidsproblemen en irritatie onder weggebruikers en bewoners. Door de uitbreiding van het aantal touringcarparkeerplaatsen hoeven touringcars die eventueel nu nog op de vrachtwagenparkeerplaats op de Planetenlaan staan ook niet meer het dorp in.

Dit levert minder bewegingen van touringcars over de Standerdmolen en Planetenlaan op. Het belangrijkste verschil is dat de afwikkeling van het camper- en touringcarverkeer door de nieuwe parkeerplaats buiten de woonkern van Nieuw-Lekkerland gaat plaatsvinden en niet meer in de kern hoeft te komen.

Conclusie verkeerskundig effect Onderhavig project voorziet in de realisatie van een camper- en touringcarparkeerterrein aan de rand van de woonkern Nieuw-Lekkerland. Hiermee wordt bijgedragen aan de ambitie zoals geformuleerd in het Gebiedsperspectief Kinderdijk 2030 om de parkeer- en verkeersproblematiek en de bijbehorende overlast binnen onder andere de woonkern NieuwLekkerland te verminderen. De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor dit plan. Het plan draagt namelijk bij aan een betere verkeers- en parkeersituatie.

Bijlage IV Akoestisch onderzoek

R074477aa.20FRTZ2.jwi | versie 04_001 | 14 maart 2022

Notitie Datum:

17 januari 2022

Project:

Uw kenmerk:

-

Locatie:

Ons kenmerk:

V074477aa.21HVHIC.sbl

Betreft:

Versie:

01_001

Parkeerterrein Nieuw-Lekkerland Geluidemissie naar omgeving

Situatie De gemeente Molenlanden wil een nieuw openbaar parkeerterrein realiseren in Nieuw-Lekkerland. In deze notitie beoordelen we de geluidemissie naar de omgeving vanwege het parkeerterrein op verzoek van de gemeente Molenlanden. Het parkeerterrein is gesitueerd ten zuiden van de Lekdijk. Het terrein is specifiek bedoeld voor touringcars en campers. In figuur 1 is de situatie weergegeven.

Figuur 1 Inrichtingsplan

Kelvinbaan 40 2e verd., 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01

Wettelijk kader Om het parkeerterrein te realiseren wordt afgeweken van het bestemmingsplan bebouwde kom Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk (IMRO-nummer: NL.IMRO.0571.BPbebouwdekomLKL-VG02). Zoals genoemd in onze rapportage met de ruimtelijke onderbouwing R074477aa.20FRTZ2.jwi_03_001 is er sprake van een gemengd gebied. Voor een parkeerterrein geldt voor een gemengd gebied een richtafstand van 10 m conform de VNG publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’. Binnen 10 m liggen geen gebouwen met een geluidgevoelige functie. Op verzoek van de gemeente wordt door ons de geluidemissie berekend ten behoeve van de vergunningsaanvraag voor het afwijken van het bestemmingsplan. Voor een gemengd gebied worden, conform de VNG-publicatie, de volgende geluidnormen aangehouden: -

50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus;

-

70 dB(A) voor de piekgeluiden;

-

65 dB(A) voor de verkeersaantrekkende werking.

Uitgangspunten Het betreft een betaald parkeerterrein dat is afgesloten met slagbomen. Tussen de doorgaande weg en de slagbomen bevindt zich een toegangsweg. Het aan- en afrijdend verkeer op deze toegangsweg wordt beoordeeld conform de VNG-systematiek voor indirecte hinder. Aantallen voertuigen Er zijn 30 plekken voor de touringcars en 58 voor de campers. De parkeerplaats is geopend tussen 09:00 en 20:00 uur. Het aantal voertuigbewegingen is opgenomen in tabel 1. Hierbij is aangenomen dat touringcars alleen overdag aan- en afrijden maar dat campers ook wel in de avond afrijden. Op het terrein is ook een vuilcontainer voor de campers opgesteld, wij hanteren één vrachtwagenbeweging in de dagperiode voor het legen van deze container. In tabel 1 zijn de aantallen voertuigen opgenomen. Het gebruik van de toiletten en het schoonmaken van een chemisch toilet op de daartoe bestemde plaats is akoestisch niet relevant. Tabel 1 Gehanteerde aantallen voertuigbewegingen per dag, avond en nacht. Aantal in dag

Aantal in avond

Aantal in nacht

(07:00 – 19:00 uur)

(19:00 – 23:00 uur)

(23:00 – 07:00 uur)

Touringcar

30

0

0

Camper

58

18

0

Vrachtwagen

1

0

0

Type voertuig

* Eén voertuigbeweging is het op- en afrijden van de parkeerplaats.

V074477aa.21HVHIC.sbl | versie 01_001 | 17 januari 2022

2

Bezoekers moeten vooraf een toegangskaart kopen om de slagboom geopend te krijgen om te kunnen parkeren. Hiervoor hebben we ook in het model rekening gehouden met het tot stilstand komen, stoptijd en het vertrekken van voertuigen bij de slagboom. Voor een geparkeerde touringcar hebben we rekening gehouden met het feit dat de motor soms 15 minuten stationair draait om de ruimte tijdig op te warmen of af te koelen. Berekeningen In het softwareprogramma Geomilieu versie 2021 hebben we een rekenmodel opgesteld om het geluid van de parkeerplaats te bepalen bij omliggende gebouwen met een geluidgevoelige functie. De gebouwen zijn ingevoerd met behulp van de BAG. De gebouwhoogtes hiervan zijn bepaald aan de hand van het AHN. De hoogtelijnen rondom de dijk zijn ook ingevoerd aan de hand van het AHN. In het model hanteren wij een standaard-bodemfactor 0 (reflecterende bodem). Voor de omliggende landbouwgronden hanteren we een bodemfactor 1 (absorberende bodem). Op de parkeerplaats hanteren we een gemiddelde snelheid van 15 km/u voor alle voertuigen. In tabel 2 staan de gehanteerde geluidvermogenniveaus weergegeven. Deze zijn gebaseerd op eerdere metingen die door ons zijn uitgevoerd in vergelijkbare situaties. In de plannen is een geluidscherm opgenomen dat aan de noordzijde van het terrein geplaatst wordt.

In rapportage R074477aa.20FRTZ2.jwi_03_001 is er sprake om de omwonenden tegemoet te komen met een geluidscherm ter bescherming van de privacy en voor eventuele geluidhinder. Rekening is gehouden met een geluidscherm van 2 m hoog. Dit geluidscherm moet gesloten materiaal van ten minste 10 kg/m2 bevatten. Volgens methode II.8 uit de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999 (HMRI), het overdrachtsmodel, berekenen we de geluidbelasting vanwege de voertuigbewegingen bij de rekenpunten. De modelinvoer is opgenomen in bijlage II. Tabel 2 Gehanteerde geluidvermogenniveaus LW [dB(A)] Bron

LW [dB(A)]

Touringcar (15 km/u)

105

Camper (15 km/u)

93

Vrachtwagen (15 km/u)

105

Camper dichtslaande portier LAmax

100

Vrachtwagen LAmax legen container

107

Touringcar stationair

92

Camper stationair

90

V074477aa.21HVHIC.sbl | versie 01_001 | 17 januari 2022

3

Resultaten In de bijlage zijn de rekenresultaten weergegeven. Uit de resultaten blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van het parkeerterrein hooguit 46 dB(A) bedraagt in de dagperiode en 38 dB(A) in de avondperiode (Koggenplantsoen 13a). Deze waarde voldoet aan de toetswaarde van 50 dB(A) in de dagperiode en 45 dB(A) in de avondperiode. Het maximale geluidniveau (van geluidpieken) bedraagt hooguit 63 dB(A) in de dagperiode en 57 dB(A) in de avondperiode (ook Koggenplantsoen 13a). Deze waarde voldoet aan de toetswaarde van 70 dB(A) in de dagperiode en 65 dB(A) in de avondperiode. Het geluid van de verkeersaantrekkende werking bedraagt hooguit 48 dB(A) etmaalwaarde en voldoet daarmee aan de streefwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Deze waarde treedt op bij de Lekdijk 432. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de geluidnormen conform de VNG-publicatie. Hierbij is rekening gehouden met het geplande geluidscherm van 2 m hoogte.

LBP|SIGHT BV

C.L. (Christophe) Bruynseels

ir. M.T. (Mike) Dijkstra

V074477aa.21HVHIC.sbl | versie 01_001 | 17 januari 2022

4

Bijlage I

Figuren

V074477aa.21HVHIC.sbl | versie 01_001 | 17 januari 2022

5

Bijlage II

Modelinvoer

V074477aa.21HVHIC.sbl | versie 01_001 | 17 januari 2022

6

Model: Groep:

Omschr.

model geluidwal V074477aa.21hvhic.sbl_01_001_geluidhinder Parkeerterrein - Parkeerterrein Nieuw Lekkerland (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie ISO_H 0.75 1.00 0.75 0.75 0.75

Lengte 477.52 477.69 489.55 192.51 207.72

Aantal(D) 42 1 30 42 30

Aantal(A) 18 --18 --

Aantal(N) ------

Gem.snelheid 15 15 10 15 10

Lwr Totaal 92.81 102.44 98.67 92.81 98.67

1.00

197.81

1

--

--

15

102.44

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein

1/6/2022 12:16:20 PM

Model: Groep:

model geluidwal V074477aa.21hvhic.sbl_01_001_geluidhinder Parkeerterrein - Parkeerterrein Nieuw Lekkerland (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Naam maxcontain portier portier portier portier

Omschr. lossen container vrw

X 104852.74 104805.50 104788.23 104820.29 104835.44

Y 433310.99 433392.77 433419.04 433400.11 433359.92

Maaiveld 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

Lwr Totaal 107.13 100.03 100.03 100.03 100.03

Cb(D) 99.00 99.00 99.00 99.00 99.00

Cb(A) -99.00 99.00 99.00 99.00

Cb(N) ------

portier campstat tourstat tourstat tourstat

104850.68 104720.18 104720.63 104753.84 104773.08

433330.27 433471.69 433468.65 433448.29 433413.35

0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

100.03 89.81 92.20 92.20 92.20

99.00 16.02 21.76 8.07 8.07

99.00 20.84 ----

------

tourstat tourstat

104797.11 104826.35

433375.83 433323.19

0.00 0.00

92.20 92.20

8.07 8.07

---

---

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein

1/6/2022 12:16:20 PM

Model: Groep:

model geluidwal V074477aa.21hvhic.sbl_01_001_geluidhinder Parkeerterrein - Parkeerterrein Nieuw Lekkerland (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Naam 9 10 7 8 5

Omschr. Koggeplantsoen 13a w Koggeplantsoen 13A z Lekdijk 430 z Lekdijk 430 z terras Lekdijk 432 z

X 104806.10 104810.80 104734.41 104740.16 104720.05

Y 433466.36 433462.40 433503.73 433511.89 433499.22

Maaiveld 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

Hoogte A 1.50 1.50 1.50 1.50 1.50

Hoogte B 5.00 5.00 5.00 -5.00

Hoogte C ------

Hoogte D ------

Hoogte E ------

6 11 12 13 14

Lekdijk 432 w Lekdijk 417 z Koggeplantsoen 6 w Koggeplantsoen 9 w Koggeplantsoen 13 w

104711.55 104827.80 104868.75 104878.44 104891.57

433504.92 433509.77 433435.83 433419.10 433396.56

0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

1.50 1.50 1.50 1.50 1.50

5.00 5.00 4.00 4.00 4.00

------

------

------

15 16 17 18 19

Koggeplantsoen 14 w Koggeplantsoen 17 w Koggeplantsoen 18 n Gondelplantsoen Gondelplantsoen

104897.40 104907.51 104918.16 104931.40 104928.05

433386.49 433369.14 433365.21 433350.14 433333.54

0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

1.50 1.50 1.50 1.50 1.50

4.00 4.00 4.00 4.00 4.00

------

------

------

20 21 3 4 2

Gondelplantsoen aakstraat 11 lekdijk 437 z lekdijk 437 o lekdijk 444 o

104941.23 104957.12 104647.80 104648.74 104617.13

433310.88 433279.74 433484.77 433491.33 433431.71

0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

1.50 1.50 1.50 1.50 1.50

4.00 4.00 5.00 5.00 5.00

------

------

------

1

lekdijk 444 z

104614.38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=bf76ed98-1918-441b-8bd5-15a6ef73b22e