CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 Toelichting t_NL.IMRO.1978.pdf

Raadsvergadering 10 november 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Middelweg 6 Nieuw-Lekkerland16.026 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Nieuw-Lekkerland, Middelweg 6’

Toelichting bestemmingsplan ‘Nieuw-Lekkerland, Middelweg 6’

Identificatie NL.IMRO.1978.BPmiddelweg6NKL-VG01 Datum 26-09-2022 Planstatus Vastgesteld Versie 2.0

2

Inhoud 1

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding .................................................................................................. 5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied .............................................................. 5

1.3

Belang ........................................................................................................ 6

1.4

Kader .......................................................................................................... 7

1.5

Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 9

1.6

Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 9

1.7

Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid............................ 10

1.8

Communicatie .......................................................................................... 10

1.9

Realisatie .................................................................................................. 10

1.10 Leeswijzer................................................................................................. 10 2

3

4

Planbeschrijving .................................................................................................................... 11 2.1

Bestaande situatie ..................................................................................... 11

2.2

Nieuwe situatie ......................................................................................... 15

Verantwoording beleidskader ......................................................................................... 18 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 18

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 20

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 29

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 31

3.5

Conclusie .................................................................................................. 32

Verantwoording sectorale aspecten ............................................................................. 33 4.1

Milieueffectrapportage .............................................................................. 33

4.2

Watertoets ................................................................................................ 35

4.3

Geluid ....................................................................................................... 41

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 43

4.5

Bedrijven- en milieuhinder ........................................................................ 45

4.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 47

4.7

Kabels en leidingen................................................................................... 50

4.8

Ecologie .................................................................................................... 52

4.9

Bodem ...................................................................................................... 56

4.10 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................. 59 4.11 Duurzaamheid .......................................................................................... 63 5

Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 65 5.1

Inleiding ................................................................................................... 65

5.2

Systematiek van de regels ......................................................................... 65 3

5.3

Bestemmingen .......................................................................................... 65

5.4

Aanduidingen ........................................................................................... 66

Bijlage 1

Omschrijving Situatietekening

2

Digitale watertoets

3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Quickscan Wet natuurbescherming Voortoets stikstofdepositie Verkennend en nader bodemonderzoek (inclusief asbestonderzoek) Archeologisch onderzoek Selectiebesluit

4 5 6

7 8

Auteur Den Dunnen Project Ontwikkeling BV Waterschap Rivierenland Voortman Ingenieurs

Referentie Variant O 3 woningen -

Datum 07-02-2022

R-JVO/1735

25-10-2021

Blom Ecologie

BE/2021/674/r

09-07-2021

Van den Heuvel Milieuadvies Bakker Milieuadvies

20104

14-02-2022

BM/2537-2019 (versie 2)

Maart 2022

ADC ArcheoProjecten

ADC Rapport 5538 1124534

23-08-2021

Gemeente Molenlanden

08-09-2021

11-02-2022

4

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Op het perceel Middelweg 6 te Nieuw-Lekkerland is een bedrijfsperceel aanwezig. De bedrijfsactiviteiten zijn reeds gestaakt en het perceel wordt thans gebruikt voor woondoeleinden. Het plan voorziet in het wijzigen van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming, zodat de juridisch-planologische situatie overeenkomt met het huidig gebruik. De bedrijfswoning blijft daarbij behouden en wordt omgezet naar een burgerwoning. Tevens worden 604 m² aan verouderde voormalige bedrijfsgebouwen gesaneerd (een deel is reeds al gesloopt) en worden 3 nieuwe levensloopbestendige burgerwoningen (rijwoningen) gerealiseerd. Het voorgenomen plan is strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Dijkverzwaren Nieuw-Lekkerland’, vastgesteld op 2 juli 2013 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Molenwaard. Het perceel is voorzien van de bestemmingen ‘Bedrijf – Bebouwde Kom’ en ‘Horeca’. Binnen deze bestemmingen zijn geen burgerwoningen toegestaan. Middels een principeverzoek is het voorgenomen plan voorgelegd aan de gemeente Molenlanden. In een schriftelijke reactie heeft de gemeente aangegeven in principe medewerking te verlenen aan het initiatief middels een bestemmingsplanprocedure.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied De ontwikkeling betreft de gehele bedrijfsbestemming op de percelen Middelweg 6 te Nieuw-Lekkerland, een deel van de bestemming ‘Horeca’ op het perceel Middelweg 6 en een deel van de bestemming ‘Wonen’ op het perceel Middelweg 8. Het plangebied maakt onderdeel uit van de kadastrale percelen gemeente NieuwLekkerland, sectie C, nummers 1229, 1328, 1344, 1345 en deels 1327. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de percelen Middelweg 2, Lekdijk 391 en van Vlietstraat 1c. Het chinees restaurant aan de Middelweg 4 en de openbare weg Middelweg zorgen voor de oostelijke begrenzing van het plangebied. Ten zuiden is het woonperceel Middelweg 8 en de openbare weg van de Rovaartstraat gelegen. Tenslotte zorgt een braakliggende kavel en het woonperceel van de Rovaartstraat 2 voor de zuidelijke begrenzing van het plangebied.

5

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Het plan voorziet in een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Er wordt circa 600 m² aan vervallen voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt (een deel is al gesloopt), wordt het perceel opgeruimd en worden er 3 levensloopbestendige woningen aan de van de Rovaartstraat gerealiseerd. Met het slopen van de verouderde bedrijfsgebouwen wordt een verdere aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. De 3 woningen worden uitgevoerd als rij-/ hoekwoningen. Daarmee wordt aangesloten bij de stedenbouwkundige structuur langs de van de Rovaartstraat en bij de doelstelling van de gemeente om levensloopbestendige woningen te realiseren, zodat bewoners zo lang mogelijk in hun woning kunnen blijven wonen. Verder kunnen volwaardige bedrijfspercelen hinder veroorzaken en zijn daardoor niet passend binnen de bebouwde kom. Het plan voorziet in het wijzigen van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming zodat het plangebied gebruikt kan worden ten behoeve van het wonen.

Door de bestemmingswijziging wordt eventuele nieuwvestiging van een volwaardig bedrijf op deze locatie juridisch-planologisch uitgesloten. Het verwijderen van het bedrijfsbestemmingsvlak levert een bijdrage aan een structurele verbetering van het woon- en leefklimaat binnen de bebouwde kom van Nieuw-Lekkerland. Het plan is hiermee een passende ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.

6

1.4 Kader Bestemmingsplan ‘Dijkverzwaren Nieuw-Lekkerland’ Het plangebied valt deels binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Dijkverzwaren Nieuw-Lekkerland’, dat door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Molenwaard is vastgesteld op 2 juli 2013. Het plangebied heeft hierin de enkelbestemmingen: • Bedrijf – Bebouwde Kom; • Horeca. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie – 2; • Waarde – Archeologie – 4; • Waterstaat – Waterkering. En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte: 3 m’.

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Dijkverzwaren Nieuw-Lekkerland’

7

Bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk’ Het plangebied valt deels binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk’, dat door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Nieuw-Lekkerland is vastgesteld op 28 juni 2012. Het plangebied heeft hierin de enkelbestemmingen: • Bedrijf; • Groen; • Horeca; • Wonen. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie 2; • Waarde – Archeologie 4; • Waterstaat – Waterkering. En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte: 3 m’.

Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk’

8

Paraplubestemmingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten’ Binnen onderliggende bestemmingsplannen waren te weinig sturingsmogelijkheden om huisvesting van arbeidsmigranten binnen de bestemmingen ‘wonen’, ‘woongebied’, ‘centrum’ of ‘gemengd’ te kunnen reguleren. In veel onderliggende bestemmingsplannen was bijvoorbeeld geen begripsdefinitie opgenomen inzake ‘wonen’ en daarmee was het langdurige verblijf van een ongelimiteerd aantal arbeidsmigranten per woning toegestaan. Dit past niet binnen het doel van de gemeente Molenlanden om te voorzien in passende en kwalitatieve goede huisvesting op de juiste plek, waarbij tevens een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden kan worden gewaarborgd. Met het paraplubestemmingsplan is onder andere een nieuwe begripsdefinitie gekomen van ‘het wonen’, waardoor het niet meer mogelijk is om met meer dan één huishouden te verblijven in een woning. Huisvesting van arbeidsmigranten voor de shortstay (logies) en midstay is uitsluitend toegestaan door een vergunning aan te vragen die voldoet aan de eisen uit de Beleidsnotitie Arbeidsmigranten. Paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden. Hierdoor zijn de stedenbouwkundige bepalingen – waaronder de parkeernormbepaling – uit de Bouwverordening komen te vervallen.

Als gevolg hiervan hebben deze bepalingen geen aanvullende werking meer op bestemmingsplannen, zodat bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de Bouwverordening aan gemeentelijke parkeernormen kan worden getoetst. Voldoende parkeervoorzieningen is een belangrijke voorwaarde voor bijna elke ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente Molenlanden wenst dan ook over de mogelijkheid te beschikken tot het stellen van eisen aan het parkeren. Middels het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ bezit de gemeente een eenduidige regeling, zodat bij ruimtelijke ontwikkelingen voorwaarden kunnen worden gesteld ten aanzien van het aspect parkeren.

1.5 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om het plangebied te gebruiken voor het wonen, wordt de bedrijfswoning omgezet in een burgerwoning en kunnen er 3 rijwoningen worden gebouwd. Nieuwvestiging van een volwaardig bedrijf binnen het plangebied wordt juridisch-planologisch uitgesloten door de bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’.

1.6 Maatschappelijk draagvlak Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de overlegpartners. 9

Zienswijzen Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben vanaf 14 juli 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen (Gemeenteblad 2022, 318405). Er zijn geen zienswijzen ingediend. Participatie Het plan is voorgelegd aan de eigenaar van het woonperceel Middelweg 8 en aan Woningcorporatie Lek en Waard Wonen (westzijde van het plangebied). Zij hebben aangegeven geen bezwaar tegen het plan te hebben.

1.7 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.

1.8 Communicatie Er wordt op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet, het Kontakt en het Gemeenteblad).

1.9 Realisatie Wanneer na vaststelling van het bestemmingsplan geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de beroepstermijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor het plan kan dan worden aangevraagd.

1.10 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • • • •

Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskader; Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.

10

2

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur De kern Nieuw-Lekkerland is één van de kernen van de gemeente Molenlanden. Deze gemeente behoort tot de provincie Zuid-Holland en beslaat grotendeels het midden en noorden van de Alblasserwaard. De kern Nieuw-Lekkerland is gelegen langs de rivier de Lek. Het door de natuur gevormde landschap is te herkennen in de elementen die (nog steeds) structurerend zijn voor Nieuw-Lekkerland: de oostwestoriëntatie van de grote rivier de Lek, de afzettingen van zand en klei op de oevers (oeverwallen) van deze rivier, de dekzandondergrond (met langs de Lek enkele rivierduinen of donken) en daarop een dik veenpakket. De rivieren vormen het raamwerk voor de latere ontginningen. Op de iets hoger gelegen oeverafzettingen, vestigden zich in de Middeleeuwen de eerste kolonisten. Ze gebruikten de oevers als bases voor een systematische ontginning van het achterliggende moerasland. In het verre verleden was het grondgebied van NieuwLekkerland in handen van de Romeinen. In die tijd was Nieuw-Lekkerland alleen maar moeras. Pas in de 10e eeuw kwam daar verandering in, men ging het moeras uitgraven. Vandaar dat het land zo laag ligt. Rond 1280 wordt het dorp Leckerlant genoemd. De naam Nieue-Leckelant wordt voor het eerst genoemd rond 1325 als tegenhanger van het dorpje OudLeckelant (nu Lekkerkerk).

Pas in 1903 werd het dorpje Nieuw-Lekkerland genoemd. Het meest opvallende gebouw was rond 1325 wel het kasteel Schoonenburg. Het kasteel stond op een verhoging in het landschap en diende als toevluchtsoord voor mensen tijdens een overstroming. Na 1456 werd het kasteel verlaten en werd het een ruïne. Toen Nederland was bezet door de Spanjaarden, stak men in Nieuw-Lekkerland de dijken door. De Lek heeft in de geschiedenis een grote rol gespeeld in de plaatselijke economie en handel. De economie was gebaseerd op landbouw, veeteelt en visserij. In de 19e eeuw werd de scheepsbouw ontwikkeld. De stedenbouwkundige opzet van Nieuw-Lekkerland was zeer eenvoudig. NieuwLekkerland bestond oorspronkelijk uit twee wijken, die van de dijk landinwaarts zijn gegroeid: de westelijke wijk Middelweg en de oostelijke wijk Dorpslaan. Deze twee wijken werden verbonden door de karakteristieke bebouwing langs de Lekdijk. De twee wijken zijn langzaam naar elkaar toe gegroeid. Met de bouw van woningen in het Middengebied wordt de kern één geheel. De kern Nieuw-Lekkerland wordt gevormd door een langgerekte strook van min of meer aaneengegroeide bebouwing op en aan de dijk. Tussen de dijk en de wetering bevindt zich van oudsher bebouwing. Een deel van de historische bebouwing is ten behoeve van de dijkverzwaring afgebroken.

Het karakter van de bebouwing is echter in stand gebleven en heeft een kleinschalig halfopen karakter en kent een grote diversiteit aan gebouwvormen en bouwstijlen. De zone heeft een groen karakter. Naast de hoofdbebouwing is ook veel kleine bebouwing als schuren, kasjes en dergelijke aanwezig. Vanaf de Lekdijk de polder in tot de Tiendweg zijn planmatige uitbreidingen ontstaan. De verkavelingsrichting is vrijwel overal op rationele en daardoor overzichtelijke wijze afgeleid van het oorspronkelijke langwerpige en 11

smalle kavelpatroon (slagenlandschap). Naast de richting van de verkaveling, zijn ook de dijken en de hoogspanningsleidingen aan te merken als richtinggevende structuurlijnen. De bebouwing bestaat voornamelijk uit compacte woonbebouwing. Traditionele rijwoningen overheersen. Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern van Nieuw-Lekkerland, achter de cultuurhistorische lintbebouwing langs de Lekdijk.

Cultuurhistorische lintbebouwing langs de Lekdijk

Seriematige bebouwing in de kern Nieuw-Lekkerland

Afbeelding 4: Luchtfoto en stedenbouwkundige structuren

Afbeelding 5: Straatbeeld langs de Middelweg

12

2.1.2 Huidige status/gebruik Op het perceel rust thans een bedrijfsbestemming, terwijl de bedrijfsactiviteiten reeds gestaakt zijn. Het perceel wordt daardoor uitsluitend voor woondoeleinden gebruikt. Op het perceel is een bedrijfswoning gebouwd. Verder zijn op het perceel een fietsenstalling en vier bedrijfsgebouwen gebouwd. Het bedrijfsgebouw aan de zuidzijde van het perceel is verouderd en betreft een open kapschuur zonder dak. Alleen het stalen frame en de achterwand van de golfplaten is aanwezig. Het plangebied is op sommige plaatsen slecht onderhouden, waardoor het groen de overhand heeft.

Afbeelding 6: Bestaande woning

Afbeelding 7: Verouderde bedrijfsloods aan de zuidzijde van het plangebied

13

Afbeelding 8: Zicht op de te slopen golfplaten bedrijfsgebouw

Afbeelding 9: Luchtfoto 2020 (topotijdreis.nl)

14

2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan voorziet in het wijzigen van het voormalig bedrijfsperceel in vier woonpercelen. De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd en wordt functioneel gewijzigd naar een burgerwoning. Daarbij wordt 193 m² aan bestaande bedrijfsgebouwen gebruikt als bijgebouwen bij deze burgerwoning. Reeds heeft de initiatiefnemer om veiligheidsoverwegingen twee bedrijfsgebouwen met een gezamenlijk oppervlak van circa 229 m² gesloopt. Middels het plan worden de bedrijfsgebouwen aan de zuidzijde van het plangebied met een gezamenlijk oppervlak van circa 375 m² gesloopt. De bestaande uitrit blijft behouden ten behoeve van de woning Middelweg 6. Onnodige erfverharding wordt opgeruimd.

Afbeelding 10: Overzicht te slopen bebouwing

Naast de bestemmingswijziging van Bedrijf naar Wonen en het slopen van de schuren wordt aan de zuidzijde van het plangebied, aan de van de Rovaartstraat, 3 levensloopbestendige rijwoningen gerealiseerd. De oriëntatie van de 3 nieuwe levensloopbestendige woningen is gebaseerd op de omliggende verkavelingsstructuur waarbij de rooilijn van de naastgelegen rijwoningblok wordt doorgezet.

15

Afbeelding 11: Nieuwe situatietekening

2.2.2 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting Het perceel Middelweg 6 wordt ontsloten middels een uitrit op de Middelweg. In de nieuwe situatie blijft dit ongewijzigd. De 3 nieuwe woningen aan de van de Rovaartstraat worden direct ontsloten via deze straat. Via de Middelweg kan richting het noorden de Lekdijk bereikt worden. Aan de westkant kan vervolgens het dorp Kinderdijk en aan de oostkant kan de provinciale weg N480, het veerpontje naar Lekkerland en het dorp Streefkerk bereikt worden. Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernorm is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020. De Nota gaat met betrekking tot het plangebied uit van de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’ en de stedelijke zone ‘(rest) bebouwde kom’. Voor wat betreft de categorieën wordt voor wat betreft de bestaande woning Middelweg 6 uitgegaan van de categorie ‘koop, vrijstaand’ en voor wat betreft de 3 nieuwe levensloopbestendige woningen wordt uitgegaan van de categorie ‘koop, tussen/hoek’.

16

Tabel 1: Parkeerbehoefteberekening Categorie Parkeernorm Eenheid Koop, vrijstaand 2,3 Per woning Koop, tussen/hoek 2,0 Per woning

Aantal 1 3

Parkeerbehoefte 2,3 parkeerplaatsen 6,0 parkeerplaatsen

Totale parkeerbehoefte

8,3 parkeerplaatsen

Het plan voorziet in een parkeerbehoefte van 9 parkeerplaatsen. Het plan voorziet in het realiseren van 6 parkeerplaatsen binnen het plangebied voor de 3 nieuwe woningen. Aan het voorerf worden 3 langsparkeerplaatsen langs de Van de Rovaartstraat gerealiseerd en aan de achterzijde van de kavels nog eens 3 parkeerplaatsen. Daardoor is er voldoende parkeerruimte voor de nieuwe bewoners van deze woningen. Vanwege de grootte van het perceel Middelweg 6 kan de parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen voor de vrijstaande woning gemakkelijk opgevangen worden op het eigen terrein.

Afbeelding 12: Beoogde parkeersituatie voor de 3 nieuwe woningen

Met betrekking tot de regels van dit bestemmingsplan is aangesloten bij het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’. In het paraplubestemmingsplan is een regeling opgenomen waardoor de gemeente voorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen kan stellen ten aanzien van het aspect parkeren. Door deze regeling over te nemen in dit plan, behoudt de gemeente het recht om voorwaarden voor dit plan op te nemen ten aanzien van het aspect parkeren en is het oplossen van de parkeerbehoefte voor dit plan juridisch gewaarborgd. Geconcludeerd wordt dat wordt voldaan aan de Nota parkeernormen Molenlanden 2020. De volledige parkeerbehoefte wordt opgelost op het eigen terrein.

17

3

Verantwoording beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is op rijksniveau kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.

18

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van de Bro op een aantal punten gewijzigd. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmings- plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’.

Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt: ‘De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3929). De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRVS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013: 2471). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).’ Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ In het plan worden per saldo 3 wooneenheden toegevoegd.

Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk.

19

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie ZuidHolland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie ZuidHolland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020 gepubliceerd (ontwerpOmgevingsvisie Zuid-Holland - Koers 2020). De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.

Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).

Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op BSD of in bebouwingslinten. Bij 20

nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plangebied is gelegen binnen BSD. Het plan past binnen het woningbouwbeleid van de provincie Zuid-Holland om woningbouw primair plaats te laten binnen in het bestaand stads- en dorpsgebied. Het plan leidt tot een opwaardering van een bestaand perceel binnen de bebouwde kom van Nieuw-Lekkerland. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling (toevoeging van 3 wooneenheden en kleiner dan 3 hectare), welke qua schaal en aard past in het gebied. Vanuit jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is.

Plangebied

Afbeelding 13: Uitsnede kaart Bestaand stads- en dorpsgebied

Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit : een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).

21

De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. Volwaardige bedrijfspercelen kunnen hinder veroorzaken en zijn daardoor niet passend binnen de bebouwde kom. Het plan voorziet in het wijzigen van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming zodat het plangebied gebruikt kan worden ten behoeve van het wonen. Door de bestemmingswijziging wordt eventuele nieuwvestiging van een volwaardig bedrijf op deze locatie juridisch-planologisch uitgesloten. Het verwijderen van het bedrijfsbestemmingsvlak levert een bijdrage aan een structurele verbetering van het woon- en leefklimaat binnen de bebouwde kom van Nieuw-Lekkerland. Verder voorziet het plan in het bouwen van 3 rijwoningen aan de van de Rovaartstraat. De oriëntatie van de 3 nieuwe woningen is zo gekozen dat wordt aangesloten bij de omliggende verkavelingsstructuur, waarbij de rooilijn van de naastgelegen rijwoningblok wordt doorgezet. Daarmee zijn de 3 nieuwe woningen passend in de omgeving. Tenslotte voorziet het plan in het saneren van verouderde bedrijfsgebouwen.

Met de sloop van deze gebouwen wordt verdere veroudering, verpaupering en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. Met betrekking tot de kwaliteitskaart is de laag van de ondergrond, de laag van cultuur- en natuurlandschappen en de laag van de stedelijke occupatie relevant.

22

Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen in het gebied ‘rivierklei en veen’.

Bijzonder reliëf en aardkundige waarden

Rivierklei en veen

Afbeelding 14: Uitsnede kwaliteitskaart – laag van de ondergrond

Rivierklei en veen De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Voor ontwikkelingen in het gebied ‘rivierklei en veen’ heeft de provincie de volgende richtpunt vastgesteld: • Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. Het plan voorziet niet in ontwikkelingen die het verschil tussen komgronden en oeverwallen onherkenbaar maken en voldoet daarmee aan de richtpunt voor gebieden gelegen in ‘rivierklei en veen’.

23

Laag van cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied is gelegen in het gebied ‘veen(weide)landschap’.

Rivierdijken

Linten

Veen(weide)landschap

Afbeelding 15: Uitsnede kwaliteitskaart – laag van de cultuur- en natuurlandschappen

Veen(weide)landschap De ruimtelijke structuur in het veen(weide)gebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veenweidelandschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor ontwikkelingen in het veenweidelandschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Nieuw-Lekkerland. Daardoor zijn er weinig tot geen kenmerkende landschapselementen aanwezig. Aan de westzijde van het plangebied is een lengtesloot aanwezig welke wordt behouden.

Het plan tast verder niet de maat en weidsheid van de polder of de bestaande 24

structuren/linten van het veenweidelandschap aan. Het plan is in overeenstemming met de richtpunten uit de laag van cultuur- en natuurlandschappen. Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen in het gebied ‘steden en dorpen’.

Stads- en dorpsranden

Steden en dorpen

Afbeelding 16: Uitsnede kwaliteitskaart – laag van de stedelijke occupatie

Steden en dorpen Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Voor ontwikkelingen in steden en dorpen heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur; • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving; • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; • Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stadsen dorpsranden); • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; • Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt.

25

Met de bestemmingswijziging van Bedrijf naar Wonen sluit het plangebied beter aan bij de bebouwde kom van Nieuw-Lekkerland, welke voornamelijk bestaat uit woonfuncties. De bestaande bedrijfswoning wordt daarbij functioneel gewijzigd naar een burgerwoning. De 3 nieuwe rijwoningen worden aan de zuidzijde van het plangebied gerealiseerd. De oriëntatie van deze 3 nieuwe woningen is gebaseerd op de omliggende verkavelingsstructuur waarbij de rooilijn van de naastgelegen rijwoningblok wordt doorgezet. Zodoende wordt aangesloten bij de opzet van de bebouwing in de omgeving van het plangebied en daarmee bij de stedenbouwkundige identiteit van Nieuw-Lekkerland. Het plan is in overeenstemming met de richtpunten voor steden en dorpen. Laag van de beleving Het plangebied is niet opgenomen in de Laag van de beleving. Conclusie Kwaliteitskaart Het plan sluit aan bij de kwaliteitskaart van de Omgevingsvisie Zuid-Holland en aan de richtpunten voor ontwikkelingen in de gebieden ‘rivierklei en veen’, ‘veen(weide)landschap’ en ‘steden en dorpen’.

26

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9). Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.

Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang.

Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: • Een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid; • Hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Inpassen In dit licht kan het plan kan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van de 27

bebouwde kom van Nieuw-Lekkerland. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van de omgeving. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een bestaand bedrijfsperceel in de bebouwde kom. Bij het plan verandert de functie van Bedrijf naar Wonen en wordt er aangesloten bij de bestaande stedenbouwkundige structuren. Er wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Gebiedsidentiteit De gebiedsidentiteit is de aard of karakteristiek van een gebied dat is ontstaan in de loop der jaren. In die tijd zijn gemeenschappelijke kernwaarden in het gebied ontstaan die gekoppeld zijn aan gebruik en de verschijningsvorm. De gebiedsidentiteit van een plek is verbonden met de mensen die er wonen, werken en er zich thuis voelen. Een gebiedsidentiteit is meestal van grote omvang. Het plan betreft de wijziging van een bedrijfsperceel naar woonpercelen waarbij enkele bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Daarmee sluit het perceel aan bij de functie van de bebouwde kom van Nieuw-Lekkerland, welke overwegend een woonfunctie heeft. Er vinden geen wijziging plaats in de landschaps-, water- en in de verkeersstructuur. Met het uitsluiten van een volwaardig bedrijf binnen het plangebied wordt het woonkwaliteit ter plaatse verbeterd. Het plan is passend binnen de gebiedsidentiteit.

Structuur Onder structuur worden de samenhangende ruimtelijke elementen die in het gebied aanwezig zijn die het gebruik van functies in het gebied mogelijk maken. Er is een gebiedsanalyse gedaan in de omgeving. De bestaande woning blijft gehandhaafd. De oriëntatie van de 3 nieuwe woningen is gebaseerd op de omliggende verkavelingsstructuur waarbij de rooilijn van de naastgelegen rijwoningblok wordt doorgezet. De 3 nieuwe woningen sluiten daardoor aan bij de stedenbouwkundige structuur. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10). Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a) De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b) Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan betreft een kleinschalige ontwikkeling binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Het plan betreft vanuit jurisprudentie geen stedelijke ontwikkeling.

Toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame ontwikkeling’ is daarmee niet vereist dan wel noodzakelijk (zie tevens paragraaf 3.1.3).

28

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard Vijfheerenlanden, heeft de regio in 2012 de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en bepaalt de beleidskeuzes met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. Volwaardige bedrijfspercelen kunnen hinder veroorzaken en zijn daardoor niet passend binnen de bebouwde kom. Daarnaast zijn niet in gebruik zijnde bedrijfspercelen niet wenselijk. Middels het plan krijgt het perceel een nieuwe functie voor wonen en een nieuwe invulling in de vorm van woningbouw. Daardoor wordt aangesloten bij de hoofdfunctie van de bebouwde kom.

Het verwijderen van het bedrijfsbestemmingsvlak levert een bijdrage aan een structurele verbetering van het woon- en leefklimaat binnen de bebouwde kom van Nieuw-Lekkerland. Het plan draagt daarmee bij aan de versterking van het overwegende rustige en authentieke karakter van de regio en is daarmee in overeenstemming met het regionaal beleid. 3.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied een dynamische stedelijke zone. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Er wordt onderscheid gemaakt in: • Stedelijk gebied; • Voorzieningendorpen; • Woondorpen. De huidige afspraak is een netto toevoeging van maximaal 3.364 woningen netto in totaal voor de regio voor de periode 2015-2025.

De gemiddelde jaarlijkse netto woningbehoefte in de regio is geschat op 0,7% huishoudensgroei per jaar. Nieuw-Lekkerland is aangeduid als voorzieningendorp. Voorzieningendorpen hebben een bovenlokale functie in wonen en voorzieningen. Nieuwbouw bedient hier de lokale vraag, aangevuld met toestroom uit omliggende dorpen. Hier past een 29

gemengd bouwprogramma, ook projectmatig, voor starters, doorstromers en senioren. Naast traditionele groepen is er vraag van de groeigroepen ‘opwaarts mobielen en gemaksgeoriënteerden. Voor voorzieningendorpen geldt dat voor het realiseren van 10 wooneenheden (of minder), mits de totale groei van het aantal wooneenheden in Nieuw-Lekkerland niet groter is dan 0,7% van de totale woningvoorraad in de planperiode 2010-2019, regionale afstemming niet noodzakelijk is. Bij het overleg van de regionale Bestuurlijke tafel Wonen op 23 juni 2021 zijn afspraken gemaakt over welke plannen regionaal afgestemd worden. Plannen met een beperkte omvang, zoals dit plan, worden opgenomen op de planmonitor en hoeven niet in het regionaal overleg afgestemd te worden.

30

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Woonvisie Molenlanden 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020 – 2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: • Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029. • De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. • De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnelt de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. • Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. • Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen.

• Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed). Daarnaast geldt voor Nieuw-Lekkerland het volgende: Een grote opgave ligt in het bieden van voldoende levensloopgeschikte woningen voor de groeiende groep ouderen (zowel in de koop als huur). Maar ook voor andere doelgroepen is NieuwLekkerland vanwege het voorzieningenniveau een aantrekkelijke kern. In de bestaande voorraad zit een relatief groot aanbod aan betaalbare woningen. Het midden- en dure koopsegment is nog relatief beperkt, terwijl hier vraag naar is om wooncarrière te kunnen maken. De totale woningbehoefte ligt voor de periode 2020 t/m 2029 op ongeveer 335 woningen. Het plan voorziet in de toevoeging van 3 levensloopbestendige rijwoningen. Daarmee wordt direct voorzien in een bijdrage aan de grote opgave om voldoende levensloopbestendige woningen te realiseren. Daarnaast wordt met de omzetting van de bedrijfswoning naar een burgerwoning een woning in het midden-/dure koopsegment aan de woningmarkt toegevoegd. Naar deze type woning is volgens de Woonvisie vraag. 3.4.2 Toekomstvisie Molenwaard De Toekomstvisie Molenwaard geeft aan dat de gemeente plaats biedt aan mensen die hier wonen en die hier willen blijven en mensen die een binding hebben met de gemeente.

Mensen moeten kunnen wonen waar ze willen, de woonwens en de eigen kern als woonplaats staan centraal. Mensen moeten zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Daarom zet de gemeente in op levensloopbestendige wonen en zorg aan huis. In mei 2013 heeft de raad de kaders voor verdeling van het woningbouw31

programma vastgesteld. Relevante kaders zijn het aansluiten bij de demografische ontwikkeling, het bouwen in voorzieningendorpen voor senioren en plannen met maatschappelijke urgentie (zoals centrumplannen) voorrang geven. Het plan betreft de nieuwbouw van 3 levensloopbestendige rijwoningen. Zodoende kunnen bewoners langer in de aanpasbare woning blijven wonen. Tevens wordt een bijdrage geleverd aan de wens van de gemeente om zich in te zetten op levensloopbestendige woningen. Het plan voorziet verder in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door de sloop van verouderde bedrijfsgebouwen en de functiewijziging van het bedrijfsperceel naar woonpercelen. Hiermee en middels het verwijderen van de bedrijfsfunctie binnen de bebouwde kom van Nieuw-Lekkerland is het plan in overeenstemming met de Toekomstvisie.

3.5 Conclusie Op basis van het beleidskaders kan worden geconcludeerd dat: • Het plan zorgt voor het uitsluiten van een volwaardig bedrijf binnen de bebouwde kom en in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; • Vanuit jurisprudentie in dit geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' en is toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' niet noodzakelijk; • Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; • Er is sprake van strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan.

32

4

Verantwoording sectorale aspecten

4.1 Milieueffectrapportage Beleidskader In de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffect- beoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek Het plan voorziet in het omzetten van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming, de functionele wijziging van een bedrijfswoning naar een burgerwoning en het realiseren van 3 levensloopbestendige woningen. De activiteit, het realiseren van woningen, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D11.2 van het Besluit m.e.r. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling bestaande uit de juridisch-planologische toevoeging van 3 wooneenheden. Gezien de kleinschaligheid is er geen directe m.e.r-plicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Bij dit aantal woningen, onder de grenswaarde van 2.000 woningen waarvoor een direct m.e.r-plicht geldt, geldt wel de vergewisplicht.

Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteit te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Kenmerken van het plan Het plan maakt het juridisch planologisch mogelijk om de bedrijfswoning te gebruiken als burgerwoning. Tevens worden er 3 levenslooopbestendige woningen toegevoegd. Behoudens de standaard toegestane aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven zullen er geen andere bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. De bedrijfsbestemming wordt uit het bestemmingsplan verwijderd. De mogelijkheid tot vestiging van een volwaardig bedrijf is daarmee juridisch-planologisch uitgesloten Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Nieuw-Lekkerland. Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van circa 380 meter is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied gelegen. Het betreft de ‘Boezems Kinderdijk’.

33

Kenmerken van de potentiële effecten van het plan Als gevolg van de ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toenemen. Significante negatieve effecten op het milieu zijn vanwege de kleinschaligheid van het plan niet te verwachten. Daarnaast wordt met het uitsluiten van een eventuele nieuwvestiging van een volwaardig bedrijf eventuele negatieve effecten op het milieu voorkomen. Conclusie Voor dit plan hoeft geen m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden gevolgd. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieu- aspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wm.

34

4.2 Watertoets In het plangebied is Waterschap Rivierenland de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen, beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en wegbeheerder van de wegen buiten de bebouwde kom, niet zijnde rijks- of provinciale wegen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met het duurzaam waterbeheer. Beleidskader Waterschapsbeleid Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, verbinden, vergroenen’ beschrijft wat het waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheer zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van het waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema’s: 1. Beschermen tegen overstromingen; 2. Water eerlijk verdelen; 3. Voorbereiden op extreem weer; 4. Schoon water; 5. Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; 6. Zwemwater; 7. Toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; 8. Toewerken naar circulariteit. Verordening ‘de Keur’ Het waterschap Rivierenland heeft als regelgeving haar verordening de Keur. Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging.

In de Keur is geregeld dat langs A- en Bwatergangen een beschermingszone in acht dient te worden genomen. Dit houdt in dat binnen de beschermingszone van een A- of B-watergang niet zonder toestemming van het Waterschap Rivierenland werkzaamheden mogen plaatsvinden die schade kunnen aanbrengen aan de watergang. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de Keur. Het onderhoud en de toestand van de watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Onderzoek Voor het plan is de digitale watertoets doorlopen. De uitkomsten van de digitale watertoets zijn verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. Het plangebied is gelegen binnen het peilgebied NDW044. Het peilgebied heeft een zomerpeil van -2,10 meter NAP en een winterpeil van -2,15 meter NAP. Ten aanzien van de drooglegging geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,0 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=ca4a0382-071f-461e-a048-301b4400f4fa