6. Geconsolideerde tekst GR Avres
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling Avres (geconsolideerde tekst na 5e wijziging)
1
De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd: In aanmerking nemende en overwegende dat: -
-
-
-
-
-
-
Samenwerking op het beleidsterrein van werk en inkomen tussen de gemeenten binnen de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden gewenst is; Deze samenwerking tussen gemeenten tot 1 januari 2016 haar basis heeft gevonden in enerzijds de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep en anderzijds in de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden; De raden en de colleges van burgemeesters en wethouders van de gemeenten binnen de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden, in verband met de inwerkingtreding van de Participatiewet per 1 januari 2015, in het najaar van 2015 hebben besloten beide gemeenschappelijke regelingen te laten fuseren tot één organisatie; De fusieorganisatie een juridische basis diende te krijgen in de vorm van een openbaar lichaam met het karakter van een gemeenschappelijke regeling; Mede vanwege voortdurende wettelijke, juridische en financiële omstandigheden, de gemeenschappelijke regeling voor de nieuwe organisatie diende voort te bouwen op de juridische structuur van de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep; Met het oog op het voortbouwen op genoemde juridische structuur, de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep met ingang van 1 januari 2016 is gewijzigd; De nieuwe naam van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling
Werkvoorzieningsschap Avelingen Groep met ingang van 1 januari 2016 luidt: “Gemeenschappelijke regeling Avres”; De gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden met ingang van 1 januari 2016 is opgeheven en is geliquideerd; Alle rechten en plichten vanuit de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst en Kredietbank Alblasserwaard/Vijfheerenlanden met ingang van 1 januari 2016 zijn overgaan naar de gemeenschappelijke regeling Avres; De gemeenschappelijke regeling Avres is belast met de uitvoering van taken en bevoegdheden op grond van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet gemeentelijke schulddienstverlening, alsmede met de uitvoering van taken en bevoegdheden die behoren bij een (gemeentelijke) kredietbank; Met ingang van 1 januari 2015 de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen in werking is getreden, welke is gevolgd door een nieuwe wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen die in werking is getreden op 1 juli 2022, waarbij gemeenschappelijke regelingen de mogelijkheid is geboden om de regeling tot uiterlijk 1 juli 2024 in overeenstemming te brengen met de wet;
Het in overeenstemming brengen met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling ingaande 1 juli 2022, leidt tot de vijfde wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling Avres.
Besluiten: De gemeenschappelijke Regeling Avres te wijzigen, zodat deze komt te luiden als volgt:
2
Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1.
2.
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. Wet: De Wet gemeenschappelijke regelingen. b. Regeling: De gemeenschappelijke regeling Avres. c. Openbaar lichaam: Het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze gemeenschappelijke regeling. d. Gemeenten: de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden. e. Deelnemers: de raden en de colleges van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden. f. Raden: de gemeenteraden van de gemeenten. g. Colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. h. Gedeputeerde staten: Het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland en de provincie Utrecht. i. Wsw: De Wet Sociale werkvoorziening. j. Directeur: de door het dagelijks bestuur benoemde directeur van het openbaar lichaam. k. Personeel: Ambtelijk personeel in openbare dienst aangesteld bij het openbaar lichaam en medewerkers in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij het openbaar lichaam, danwel medewerkers in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij een van de direct aan Avres gelieerde privaatrechtelijke rechtspersonen. l. Cliëntenraad: De cliëntenraad van Avres ingesteld op grond van artikel 47 van de Participatiewet.
Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of enig andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, worden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk gelezen: de regeling, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van de regeling.
Artikel 2 Openbaar lichaam 1. 2. 3.
Er is een openbaar lichaam, genaamd Avres. Het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam is gevestigd in Gorinchem. Het rechtsgebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de in artikel 1, eerste lid, sub d van deze regeling genoemde gemeenten.
3
Hoofdstuk 2: Belang, doelstelling, taken en bevoegdheden Artikel 3 Belang/doelstelling Het openbaar lichaam behartigt de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de deelnemers op het gebied van uitkeringsverstrekking (waaronder het minimabeleid), gesubsidieerde arbeid, arbeids(re)integratie en -participatie, sociale activering, schuldhulpverlening, sociale kredietverstrekking, kinderopvang in het kader van sociaal medische indicatie en overige van belang zijnde aspecten op het beleidsterrein van werk en inkomen. Het draagt zorg voor een zo doelmatige mogelijke uitvoering van taken en uitoefening van bevoegdheden op de voornoemde terreinen. Artikel 4 De taken van het openbaar lichaam 1.
Ter bereiking van het belang waartoe zij is opgericht, richt het openbaar lichaam zich in ieder geval op de volgende taken: a. Het verstrekken van uitkeringen, danwel inkomensondersteunende voorzieningen op grond van, krachtens of in het kader van: De Participatiewet; Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen; De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers; De Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; De bijzondere bijstand; en Het minimabeleid. b. Het zijn van werkgever voor personen die op grond van de Wet sociale werkvoorziening daarvoor in aanmerking komen; het aanbieden van passende arbeid aan en de bevordering van de re-integratie van personen die tot de doelgroep van de Wet Sociale werkvoorziening behoren en van arbeidsgehandicapten; en de uitvoering van andere wettelijke regelingen op het terrein van de gesubsidieerde arbeid en/of arbeidsintegratie. c. Het verstrekken van voorzieningen, waaronder loonkostensubsidies, gericht op arbeidstoeleiding, arbeidsdeelname en/of sociale activering op grond van, krachtens of in het kader van: De Participatiewet; Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen; De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers; en De Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; d.
Op grond van, krachtens of in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet financieel toezicht, en/of de Wet op het consumentenkrediet, voor zover van toepassing met in achtneming van de Wet schuldsanering natuurlijke personen: Het verlenen van hulp aan burgers die door hun schuldenlast in maatschappelijke problemen zijn of kunnen komen, door het verrichten van bemiddelende, sanerende, voorlichtende en nazorg activiteiten; Het afgeven van verklaringen op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen; Het op een maatschappelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan een krediet, dan wel het verstrekken van een geldlening; Het in stand houden van en het uitoefenen van de taken en bevoegdheden die aan een kredietbank zijn verbonden.
4
-
2.
3.
Het verrichten van alle overige handelingen die met schuldhulpverlening verband houden of daarvoor bevorderlijk kunnen zijn. e. Het verstrekken van (financiële) tegemoetkomingen in het kader van kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie; Het openbaar lichaam heeft mede een taak met betrekking tot een deel van de opvang en verzorging van slachtoffers in het kader van de (regionale) rampenbestrijdingsplannen van de deelnemende gemeenten Met het oog op de taak van het openbaar lichaam in het kader van de rampenbestrijding maken het openbaar lichaam en de betrokken gemeenten daartoe nadere afspraken. De taken zoals genoemd in het eerste lid, worden waar mogelijk en gewenst uitgevoerd in samenwerking met de deelnemers, het Uwv-werkbedrijf, zorg- en welzijnsorganisaties en overige instanties die belast zijn met de uitvoering van taken binnen het sociale domein.
Artikel 5 Overdracht van taken en bevoegdheden 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Alle taken en alle bevoegdheden die bij of krachtens de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, en de daarbij behorende of aanverwante algemeen verbindende voorschriften, aan de raad of het college van burgemeester en wethouders zijn opgedragen, inclusief het vaststellen van verordeningen, die op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet sociale werkvoorziening, en de daarbij behorende of aanverwante algemeen verbindende voorschriften aan de raden of colleges van de deelnemende gemeenten toekomen, danwel inclusief de planverplichting die op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening aan de raden van de deelnemende gemeenten toekomt, worden, voor zover de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering en de daarbij behorende of aanverwante algemeen
verbindende voorschriften het toelaat, aan Avres overgedragen. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten dragen aan Avres voorts over, voor zover wetgeving dit toelaat, alle taken en bevoegdheden van regeling en bestuur met betrekking tot het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen. De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten dragen aan Avres op en over, voor zover wetgeving dit toelaat, het in stand houden van en het uitoefenen van alle taken en bevoegdheden behorende bij een kredietbank. In afwijking van het bepaalde in het derde lid, stellen de raden van de deelnemende gemeenten, met het oog op de bedrijfsvoering van de kredietbank, een reglement op, waarin voor het aanbieden van krediet in het kader van het uitoefenen van haar publieke taak ten minste voorschriften staan opgenomen die overeenkomen met het ingevolge de afdelingen 4.2.1, 4.2.2, en 4.2.3, de artikelen 4:32 en 4:33, paragraaf 4.3.8.1. van de Wet op het financieel toezicht en de hoofdstukken IV en V van de Wet op het consumentenkrediet bepaalde. Avres kan op verzoek van een van de deelnemers, indien het algemeen bestuur hiertoe besluit, binnen de overgedragen bevoegdheden, voor deze deelnemer een taak of een gedeelte van een taak uitvoeren, conform de eigen beleidsuitgangspunten van deze deelnemer.
Een besluit hiertoe vermeldt alsdan de voorwaarden waaronder deze taak of gedeelte van deze taak wordt uitgevoerd, alsmede de eventuele wijze van kostenverrekening. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, blijven, overeenkomstig hetgeen is gesteld in artikel 8 c van de Participatiewet, de taken en bevoegdheden op grond van het bepaalde in de
5
paragrafen 7.1. en 7.3 van de Participatiewet, voorbehouden aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. Artikel 6 Meerjarenbeleidsplan 1. 2.
Ieder tweede jaar van de (reguliere) zittingsperiode van de gemeenteraden, ontwikkelt het dagelijks bestuur van Avres een concept meerjarenbeleidsplan. Na bespreking van het concept-meerjarenbeleidsplan in het algemeen bestuur, waarbij een gevraagd advies van de cliëntenraad wordt betrokken, geleidt het dagelijks bestuur het conceptmeerjarenbeleidsplan ter vaststelling - dit in afwijking van het bepaalde in artikel 5 eerste, tweede en derde lid van deze regeling - door naar de raden en colleges. Iedere deelnemer kan bij de vaststelling van het meerjarenbeleidsplan lokale beleidsaccenten aanbrengen.
Artikel 7 Dienstverlening 1.
2.
Het openbaar lichaam is bevoegd tot het verrichten van bepaalde diensten voor een of meer deelnemers, voor bestuursorganen van gemeenten buiten het in artikel 2, lid 3 genoemde rechtsgebied, en/of andere organisaties, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur hier mee instemt. De dienstverlening bedoeld in het eerste lid geschiedt op basis van overeenkomst, tussen het openbaar lichaam en de deelnemer of deelnemers, bestuursorganen van overige gemeenten, danwel organisaties die het aangaat. In deze overeenkomst wordt neergelegd welke prestaties het openbaar lichaam zal leveren, de kosten die bij de deelnemer of deelnemers, bestuursorganen van overige gemeenten, danwel andere organisaties in rekening worden gebracht, en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan.
6
Hoofdstuk 3: Bestuursorganen Artikel 8 Organen Het openbaar lichaam kent de volgende organen: a. Het algemeen bestuur; b. Het dagelijks bestuur; c. De voorzitter; d. De door het bestuur ingestelde bestuurscommissies ter behartiging van bepaalde belangen, ook wel bestuurscommissies genoemd.
7
Hoofdstuk 4: Het algemeen bestuur Artikel 9 Samenstelling 1. 2.
Het algemeen bestuur bestaat uit 6 leden. De raden van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden wijzen bij aanvang van de nieuwe zittingsperiode in hun vergadering uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders, ieder twee leden aan. 3. De raden wijzen voor de leden van het algemeen bestuur, uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders plaatsvervangende leden aan. 4. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode de betreffende raad een besluit neemt tot aanwijzing van de leden en de plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 5. Wanneer het lidmaatschap van de raad of het college van burgemeester en wethouders eindigt, eindigt ook het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het algemeen bestuur. 6. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het algemeen bestuur en aan de raad die het lid heeft aangewezen. 7. Indien tussentijds de plaats van een (plaatsvervangend) lid vacant komt, wijst de daartoe bevoegde raad zo spoedig mogelijk een nieuw (plaatsvervangend) lid aan. 8. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. 9.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één der gemeenten, dan wel door of vanwege het bestuur van Avres aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld zij die bij één der gemeenten of bij Avres werkzaam zijn op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, danwel die door één der gemeenten of Avres worden ingehuurd als freelancer of als zelfstandige zonder personeel om werkzaamheden te verrichten 10. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden. Artikel 10 Werkwijze 1. 2. 3.
4.
5.
6.
Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, alsmede een wijziging daarvan, wordt ter kennisname aan de raden gezonden. Het reglement van orde bevat bepalingen over de mogelijkheid van digitaal vergaderen Het reglement van orde bevat bepalingen over de mogelijkheid voor ingezetenen en andere belanghebbenden hun mening kenbaar te maken over een voorstel op de agenda van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur vergadert minimaal twee maal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordelen, of wanneer een derde deel van de leden van het algemeen bestuur dit onder opgave van redenen schriftelijk verzoekt. In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken na het gedane verzoek plaats. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd, dit met uitzondering van stukken waaromtrent conform de wettelijke bepalingen geheimhouding is opgelegd. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.
De deuren worden gesloten wanneer een derde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
8
7.
8.
In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de rekening; c. een voorstel tot het wijzigen van een gemeenschappelijke regeling; d. de vaststelling van het liquidatieplan; e. het verlenen van ontslag aan een lid van het dagelijks bestuur; f. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan. Derden kunnen worden uitgenodigd aan de beraadslagingen van het algemeen bestuur deel te nemen.
Artikel 11 Taken en bevoegdheden 1. 2.
3.
4.
5.
De taken en bevoegdheden die Avres bij of krachtens de wet en deze regeling toegekend heeft gekregen, berusten bij het algemeen bestuur, tenzij bij wet of in deze regeling anders is bepaald. Tot de bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren in ieder geval: a. Het vaststellen van de begroting en de jaarrekening, als bedoeld in artikel 34 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met in achtneming van respectievelijk het bepaalde in artikel 35 en artikel 34 b van de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. Het bij verordening vaststellen van regels, als bedoeld in de artikelen 8, 8a, 8b en 47 van de Participatiewet; c. Het bij verordening vaststellen van regels, als bedoeld in artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers; d. Het bij verordening vaststellen van regels, als bedoeld in artikel 35 van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; e. Het bij verordening vaststellen van regels, als bedoeld in artikel 2, lid 3 van de Wet sociale werkvoorziening; f. Het vaststellen van het plan op grond van artikel 2, lid 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; g. Het vaststellen van kadernota’s en strategische nota’s. Alvorens het algemeen bestuur overgaat tot het vaststellen van hetgeen is bepaald in artikel 11, lid 2, sub b. t/m g.
van deze regeling, zendt het dagelijks bestuur tien weken voordat de betreffende conceptverordening, danwel het betreffende conceptplan, danwel de betreffende conceptnota aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, deze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende genoemde tien weken schriftelijk hun zienswijzen over de betreffende conceptverordening, danwel het betreffende conceptplan, danwel de betreffende conceptnota bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is door het algemeen bestuur, stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze als bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het dagelijks bestuur daaraan verbindt. Tegelijkertijd met het verzoek om een zienswijze bij de raden, vraagt het dagelijks bestuur om advies bij de cliëntenraad van Avres, over de onderwerpen zoals bepaald in lid 2, met uitzondering van sub e. Lid 3 en lid 4 zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12 Oprichten en deelname in privaatrechtelijke rechtspersonen 1.
Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onder-
9
2.
3.
linge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het algemeen bestuur van Avres oefent alle rechten uit van de algemene vergadering van aandeelhouders van Avres Diensten BV en Avres SW BV, danwel haar rechtsvoorganger(s), hetgeen ook geldt, tenzij anders is bepaald in de statuten, voor mogelijk toekomstig door Avres op te richten rechtspersonen. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam te brengen.
Artikel 13 Besluitvorming 1. 2.
3. 4. 5. 6.
Ieder lid van het algemeen bestuur komt één stem toe. De besluitvorming vindt plaats bij gekwalificeerde meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen. Voor het vaststellen van de vereiste meerderheid, vindt zo nodig een afronding naar boven plaats. Indien bij de totstandkoming van een besluit de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Het algemeen bestuur vergadert en besluit slechts indien twee/derde van het totaal aantal stemmen dat de leden van het algemeen bestuur gezamenlijk bezitten, aanwezig is. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het vierde lid niet aanwezig is bij een vergadering, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. Het algemeen bestuur kan bij toepassing van het vijfde lid over alle onderwerpen beraadslagen en besluiten nemen ongeacht het aantal aanwezige leden, echter niet als de aanwezige leden slechts één gemeente vertegenwoordigen.
Artikel 14 Geheimhouding Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet open overheid, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft.
10
Hoofdstuk 5: Het dagelijks bestuur Artikel 15 Samenstelling 1. 2.
Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter en twee leden, zijnde de vicevoorzitter en de tweede vicevoorzitter. Iedere deelnemer is met één lid vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur.
Artikel 16 Zittingsduur 1. 2.
3.
Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode uit haar midden de leden van het dagelijks bestuur aan. De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dat bestuur af op de dag, waarop de zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, wijst het algemeen bestuur een nieuw lid aan.
Artikel 17 Werkwijze 1.
2. 3.
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter oordeelt of tenminste twee leden de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. De artikelen 53, 54 en 56 tot en met 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden, onverminderd het bepaalde in artikel 33 c van de wet.
Artikel 18 Taken en bevoegdheden 1.
Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met: a. Het voeren van het dagelijks bestuur van Avres, voor zover niet bij of krachtens de wet of deze regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. Het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en, voor zover van toepassing, ter beslissing zal worden voorgelegd; c. Het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; d. Het behartigen van de belangen van Avres bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is; e. Het vrijgeven van voorgenomen besluiten van het algemeen bestuur voor zienswijzen, bedenkingen of reacties door colleges, respectievelijk de raden, danwel voor advies door de clientenraad, indien wetgeving of deze regeling voorschrijft dat colleges, respectievelijk de raden, danwel de cliëntenraad daartoe gelegenheid moeten hebben of het bestuur dat nodig acht; f. Het houden van toezicht op het functioneren van Avres; g. De zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van Avres; h. De zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; i. Het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van Avres; j. Het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel. k.
Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31 a van de wet; 11
2.
3.
4.
l. Het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures, of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. Het dagelijks bestuur is voorts opgedragen de uitoefening van alle taken en bevoegdheden, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet, die de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten toekomen, op grond van de in de artikel 5, eerste lid van deze regeling genoemde wetten, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen en de daarbij behorende of aanverwante algemeen verbindende voorschriften, en welke bij het treffen van deze regeling door de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten aan Avres zijn overgedragen. Het dagelijks bestuur is voorts opgedragen de uitvoering van alle taken en bevoegdheden, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet, die het college van burgemeester en wethouders toekomen in verband met het in stand houden van een kredietbank en welke bij het treffen van deze regeling door de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten aan Avres zijn overgedragen.
Het algemeen bestuur kan besluiten nog andere dan de in artikel 18, lid 1, 2 en 3 van deze regeling genoemde bevoegdheden aan het dagelijks bestuur over te dragen, met uitzondering van: a. Hetgeen in artikel 11, lid 2 van deze regeling is bepaald. b. Het oprichten van of deelnemen in een stichting, maatschap, vennootschap, vereniging, cooperatie en onderlinge waarborgmaatschappij, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan.
12
Hoofdstuk 6 De voorzitter Artikel 19 Aanwijzing 1. 2. 3.
Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode uit haar midden de voorzitter, de vicevoorzitter en de tweede vicevoorzitter aan. Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door de vicevoorzitter, of bij verhindering of ontstentenis van de vicevoorzitter door de tweede vicevoorzitter. Het bepaalde in artikel 16, tweede en derde lid van deze regeling, is op de voorzitter, respectievelijk de vicevoorzitter en de tweede vicevoorzitter van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20 Taken en bevoegdheden van de voorzitter 1. 2. 3. 4.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur. Hij draagt zorg voor een spoedige afhandeling van zaken. Alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend. De voorzitter vertegenwoordigt Avres in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. De voorzitter kan de vertegenwoordiging aan de vicevoorzitter of de tweede vicevoorzitter, dan wel, met instemming van het dagelijks bestuur, een andere gemachtigde opdragen. In rechtsgedingen tussen Avres en de gemeente, waarvan de voorzitter lid van het bestuur is, wordt de voorzitter vervangen door de vicevoorzitter of de tweede vicevoorzitter.
13
Hoofdstuk 7: Regionale raadsadviescommissie, bestuurscommissies, adviescommissies en burgerparticipatie Artikel 21 regionale raadsadviescommissie 1.
2.
3. 4. 5. 6.
Na een besluit van de raden van de deelnemende gemeenten eensluidend ter zake, stelt het algemeen bestuur een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden en/of de raden van advies kan voorzien. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de raadsadviescommissie, nadat het de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. De commissie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen. Een raad kan besluiten geen lid of leden aan te wijzen. Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie eindigt van rechtswege op het moment dat men ophoudt lid te zijn van de raad uit wiens midden men is aangewezen. Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de commissie. De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen.
De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welk het lid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad. De artikelen 96, tweede en derde lid, tweede zin, 98 en 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regels, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 22 Bestuurscommissies 1. 2.
Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, onverminderd het bepaalde in artikel 25 van de wet. Een lid van het dagelijks bestuur is voorzitter van een commissie als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 23 Commissies van advies 1. 2.
Het algemeen bestuur kan besluiten commissies van advies in te stellen, onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet. De instelling van commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter, geschiedt door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter, onverminderd het bepaalde in artikel 24, derde lid, van de wet.
Artikel 24 Burgerparticipatie 1.
2.
Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover in deze regeling of door het algemeen bestuur is bepaald. De door het algemeen bestuur op grond van artikel 47 van de Participatiewet ingestelde cliëntenraad is in ieder geval een van de vormen waarmee invulling wordt gegeven aan burgerparticipatie.
14
Hoofdstuk 8 Inlichtingen, informatievoorziening, verantwoording en terugroeping Artikel 25 Dagelijks bestuur / algemeen bestuur 1. 2. 3.
4.
Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Onverminderd het bepaalde in de Wet open overheid regelt het algemeen bestuur van welke besluiten van het dagelijks bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het dagelijks bestuur laat de kennisgeving of ter inzage legging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 26 Avres / raden 1.
2.
3.
Het bestuur van Avres verstrekt zo spoedig mogelijk, schriftelijk aan de colleges en de raden de door een of meer leden van die colleges en raden gevraagde inlichtingen voor zover dat niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden in ieder geval binnen twee maanden schriftelijk verstrekt en wel door het dagelijks bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd Het bestuur van Avres verstrekt schriftelijk aan de colleges en raden alle inlichtingen die de colleges en de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
Artikel 27 Lid algemeen bestuur / raden 1. 2.
3.
Het lid van het algemeen bestuur is aan de raad, die dit lid heeft aangewezen, verantwoording schuldig over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van die raad of schriftelijk verstrekt. De raad kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur, indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen.
Artikel 28 Informatievoorziening 1.
Met het oog op het versterken van de relatie tussen de deelnemers en het openbaar lichaam en het borgen van de verantwoordingsrelatie tussen de leden van het algemeen bestuur en de deelnemers die zij vertegenwoordigen, voorziet het algemeen bestuur van Avres de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten periodiek van informatie. 2. De in het eerste lid bedoelde informatievoorziening bestaat in ieder geval uit: - Het jaarlijks organiseren van een tot twee thema-avonden; - Het jaarlijks periodiek verstrekken van bestuurs- en financiële rapportages; en - Het jaarlijks verstrekken van twee tot vier raadsinformatiebrieven.
15
3. Het dagelijks bestuur draagt zorg dat uiterlijk één week voor de vergadering van het algemeen bestuur de agenda en bijbehorende stukken en de verslagen en besluitenlijsten van het algemeen bestuur worden gepubliceerd op de website van Avres.
16
Hoofdstuk 9 Personeel en organisatie Artikel 29 (De taken en bevoegdheden van) de secretaris/directeur 1.
2.
3. 4. 5. 6. 7.
8.
De bestuursorganen van het openbaar lichaam worden bijgestaan door een directeur. Hij vervult de functie van secretaris van het algemeen en het dagelijks bestuur. Waar in deze regeling verder gesproken wordt van directeur, wordt daarmee tevens de functie van secretaris bedoeld. De directeur woont in de hoedanigheid van ambtelijk secretaris, voor zover het algemeen bestuur, respectievelijk het dagelijks bestuur niet anders beslist, de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur bij. Hij heeft daarin een adviserende stem. De directeur is verantwoording verschuldigd aan het bestuur van het openbaar lichaam. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van Avres. De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een statuut. Het statuut wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, ieder voor wat betreft de eigen bevoegdheid. Het dagelijks bestuur kan besluiten bepaalde bevoegdheden die de directeur toekomen, ook in (onder)mandaat - en onder handhaving van de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur te verlenen aan derden.
Artikel 30 Het personeel 1.
2. 3.
Met het oog op het uitvoeren van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft het openbaar lichaam personeel in dienst, danwel maakt zij daartoe gebruik van personeel dat bij haar is gedetacheerd of wordt ingehuurd. Het personeel wordt aangestuurd onder verantwoordelijkheid van de secretaris/directeur. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur en het personeel. Het dagelijks bestuur kan de bevoegdheid voor wat betreft het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel, niet zijnde de directeur, verlenen aan de voorzitter en/of de secretaris/directeur.
17
Hoofdstuk 10 Financiële bepalingen Artikel 31 Voorlopige jaarrekening en financiële kaders Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 32 Begroting 1.
Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting van het openbaar lichaam op in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient, overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en -begrotingswijzigingen, minimaal twaalf weken, voordat deze door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. 3. De ontwerpbegroting en -begrotingswijziging wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin de(ze) zienswijze is vervat, samen met het oordeel hierover en de conclusies die het daaraan verbindt, bij de ontwerpbegroting, zoals deze ter vaststelling aan het algemeen bestuur worden aangeboden. 6.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. 7. Nadat de begroting is vastgesteld door het algemeen bestuur, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting met de daarbij behorende zienswijzen, aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 9. Besluiten tot het wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. 10. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een wijziging in de bijdragen van de deelnemers buiten de vastgestelde gemeentebegrotingen, direct worden vastgesteld door het algemeen bestuur. 11. Tegelijkertijd met het toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten van de ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen, om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze uit te brengen, verzoekt het dagelijks bestuur de cliëntenraad advies uit te brengen over de ontwerpbegroting respectievelijk de ontwerpbegrotingswijziging.
Het tweede, vierde, vijfde en het tiende lid van dit artikel zijn daarbij van overeenkomstige toepassing Artikel 33 Rekening 1. 2.
Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de voorlopige jaarrekening, als bedoeld in artikel 31, met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening en het jaarverslag tien weken, voordat deze door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden, 18
3.
4.
5. 6.
7.
toe aan de raden van de deelnemende gemeenten om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaand aan het vaststellen van de jaarrekening schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de(ze) zienswijze is vervat, samen met het oordeel hierover en de conclusies die het daaraan verbindt, bij de voorlopige jaarrekening, zoals deze ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt, toe aan gedeputeerde staten en de raden. Tegelijkertijd met het toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten van de voorlopige jaarrekening en het jaarverslag, om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze uit te brengen, verzoekt het dagelijks bestuur de cliëntenraad advies uit te brengen over de voorlopige jaarrekening en het jaarverslag. Het tweede tot en met het derde lid zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
Artikel 34 Financiële voorschriften 1.
2.
3.
4. 5. 6. 7.
Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Deze verordening als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval regels over: a. waardering en afschrijving van activa; b. algemene doelstellingen en te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie, daaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Het algemeen bestuur wijst de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 31 genoemde jaarrekening. De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van bevindingen met betrekking tot de jaarrekening aan het algemeen bestuur.
De verordeningen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, worden na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten en aan de colleges en raden van de gemeenten. Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 35 Financiële gegoedheid / garantstelling 1. 2.
De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat Avres te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Iedere deelnemer verbindt zich om de volledige rijksbijdragen die de betreffende gemeente ontvangt ten behoeve van de uitvoering van de in artikel 4 van deze regeling genoemde taken en van de in artikel 5 genoemde overgedragen taken en bevoegdheden, direct door te betalen aan het openbaar lichaam.
19
3.
Indien aan het dagelijks bestuur blijkt dat één van de deelnemers weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het dagelijks bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.
Artikel 36 Bijdragen deelnemers, toerekening kosten, financiële verdeelsleutel 1. 2. 3.
4.
5.
6.
7. 8.
In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage iedere deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam. De kosten die het openbaar lichaam aan de deelnemers toerekent, bestaan uit en directe kosten en overhead Overhead zijn de kosten waartoe behoren: a. De kosten van het personeel voor zover overhead; b. De kosten van huisvesting voor zover overhead; c. De kosten van automatisering voor zover overhead; en d. Alle overige indirecte kosten voor zover overhead.. De overheadkosten worden overeenkomstig de bepalingen van de financiële beheersverordening aan de directe kosten doorbelast. Het saldo van de directe kosten (= kosten beleidstaken + uitgaven bedrijfsvoering) vermeerderd met de opslag ter financiering van alle overheadkosten en verminderd met de gemeentelijke middelen waarvoor rijksfinanciering is ontvangen, worden per deelnemer op basis van een financiële verdeelsleutel doorbelast. De financiële verdeelsleutel als bedoeld in het vierde lid wordt op voorstel van het dagelijks bestuur vastgesteld door het algemeen bestuur.
Alvorens het algemeen bestuur overgaat tot het vaststellen van de financiële verdeelsleutel, zendt het dagelijks bestuur, tien weken voordat het ontwerp van de financiële verdeelsleutel aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, het ontwerp van de financiële verdeelsleutel toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende genoemde tien weken hun zienswijze over het ontwerp van de financiële verdeelsleutel bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerp van de financiële verdeelsleutel, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Tot de directe kosten behoren: a. Uitkeringskosten, kosten van voorzieningen, kosten in verband met het werkgeverschap voor personen die op grond van de Wet sociale werkvoorziening daarvoor in aanmerking komen, leningen en andere verstrekkingen die voortvloeien uit de uitvoering van de in artikel 4 van deze regeling genoemde taken en van de in artikel 5 genoemde overgedragen taken en bevoegdheden, onder aftrek van ontvangsten uit vorderingen; en b. Alle extra kosten van de dienst die voortvloeien uit een kennelijke ontoereikende uitvoering van de taken en bevoegdheden. c.
De kosten voor de bedrijfsvoering niet zijnde overhead De toerekening van de directe kosten aan de deelnemers als bedoeld in het zesde lid, is gebaseerd op het solidariteitsprincipe. Met betrekking tot de directe kosten als bedoeld in het zesde lid, voor zover deze hun dekking vinden uit het zogeheten BUIG-budget, is naast het bepaalde in het zevende lid voorts het volgende van toepassing: a. Indien na verrekening van overschotten en tekorten tussen de deelnemers, aan het einde van het boekjaar een tekort resteert, beziet het openbaar lichaam of dit tekort kan worden gedekt uit de reserves als bedoeld in artikel 38 van deze regeling. Eerst dan verrekent het openbaar lichaam het tekort met de deelnemers, tenzij het algemeen bestuur op grond van artikel 37 van deze regeling daartoe anders besluit. b. Indien na verrekening van overschotten en tekorten tussen de deelnemers, aan het einde van het boekjaar een overschot resteert, voegt het openbaar lichaam dit overschot in begin20
sel toe aan de reserves als bedoeld in artikel 38 van deze regeling. Indien deze toevoeging leidt tot een overschrijding van de maximale reserve als bedoeld in artikel 38 van deze regeling, keert het openbaar lichaam het meerdere uit aan de deelnemers, tenzij het algemeen bestuur op grond van artikel 38 van deze regeling daartoe anders besluit. 9. In afwijking van het bepaalde in het zevende lid, worden de directe kosten als bedoeld in het zesde lid, voor zover deze betrekking hebben op de bijzondere bijstand en het minimabeleid, toegerekend aan de betreffende deelnemer waarop deze kosten betrekking hebben. 10. In afwijking van het bepaalde in het zevende lid, worden de directe kosten als bedoeld in het zesde lid, althans voor zover deze voortvloeien uit het afwijken van het algemene beleid van het openbaar lichaam en voor zover daaraan een besluit van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 5, vijfde lid van deze regeling ten grondslag ligt, toegerekend aan de betreffende deelnemer voor wie dat afwijkende beleid van toepassing is. Dit lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de indirecte kosten ter zake. Artikel 37 Betaling aan het openbaar lichaam, voorschotbetaling en verrekening voorschotten 1. 2. 3. 4.
Het openbaar lichaam brengt de kosten als bedoeld in artikel 36 in rekening bij de deelnemers. De bevoorschotting door de deelnemers gebeurt per 1e van iedere maand. In de rekening wordt het werkelijke bedrag opgenomen dat elk van de deelnemers verschuldigd is. Verrekening van het verschil tussen de reeds verrichte betalingen en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt uiterlijk en onmiddellijk plaats na de kennisgeving aan de deelnemers van de vaststelling van de rekening.
Artikel 38 Reserve en voorzieningenbeleid 1. 2. 3. 4. 5.
Winsten en verliezen van het openbaar lichaam worden in beginsel jaarlijks verrekend met de algemene reserve van het openbaar lichaam Het algemeen bestuur is bevoegd ter zake een maximum te stellen aan de hoogte van de algemene reserve. Het algemeen bestuur is tevens bevoegd ter zake een minimum te stellen aan de hoogte van de algemene reserve. Bij het vaststellen van de jaarrekening kan het algemeen bestuur besluiten tot een andere bestemming van de winst of dekking van een verlies dan is bepaald in het eerste lid van dit artikel. Het algemeen bestuur kan besluiten naast de algemene reserve ook andere reserves of voorzieningen te treffen en daaraan voorwaarden te verbinden met betrekking tot het maximum, het minimum of de verrekening daarvan.
21
Hoofdstuk 11 Het archief Artikel 39 Archiefbescheiden en archiefbewaarplaats 1.
2.
3. 4. 5.
6.
7.
8.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van het openbaar lichaam overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling, die aan Gedeputeerde Staten moet worden meegedeeld Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de krachtens het eerste lid aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig artikel 33 van de Archiefwet 1995. De directeur van het openbaar lichaam is belast met het beheer van de archiefbescheiden. De archivaris van de gemeente Gorinchem oefent toezicht uit op het in het derde lid genoemde beheer. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Gorinchem. Deze archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Gorinchem. Na uittreding door een deelnemer, danwel opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de archiefbescheiden van de deelnemende gemeente, respectievelijk het openbaar lichaam, althans voor zover de archiefbescheiden niet noodzakelijk zijn voor de continuering van de dienstverlening en ondersteuning door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n), overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Gorinchem.
Indien archiefbescheiden wel noodzakelijk zijn voor continuering van de dienstverlening en ondersteuning door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n), vindt de overdracht hiervan plaats aan de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n). Overdracht van archiefbescheiden kan ook plaatsvinden aan een door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n) aan te wijzen derde, echter niet nadat hiertoe eerst door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n) schriftelijke toestemming is verleend. De bepalingen bij en krachtens de Archiefwet 1995 gesteld voor gemeenten, zijn van overeenkomstige toepassing op Avres, tenzij in dit hoofdstuk anders is voorzien. Waar in die bepalingen gesproken wordt over de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, wordt daarvoor respectievelijk in de plaats gesteld Avres, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Zodra het wetsvoorstel tot vervanging van de Archiefwet 1995 door de Archiefwet 2021 tot wet is verheven, worden verwijzingen naar de Archiefwet 1995 geacht te zijn gedaan naar overeenkomstige bepalingen van de Archiefwet 2021.
22
Hoofdstuk 12 Toetreding, Artikel 40 Toetreding 1.
2.
3.
4.
5. 6.
7.
De raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die wenst toe te treden, richten een verzoek ter zake aan het algemeen bestuur, dat vergezeld gaat met daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de raad en het college van de gemeente die wenst toe te treden. Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen drie maanden door aan de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding. Toetreding tot de regeling door een andere gemeente kan plaatsvinden indien de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten gezamenlijk daartoe eensluidend besluiten. Het algemeen bestuur kan aan de toetreding nadere voorwaarden verbinden, waaronder een storting door de toetredende gemeente van een financieel kapitaal in de reserve(s) van Avres, de betaling door de toetredende gemeente van een vergoeding voor de kosten die gepaard gaan met de feitelijke invlechting in Avres; en de betaling van de jaarlijkse bijdragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 36 van de regeling De toetreding gaat in met ingang van de datum, genoemd in het gezamenlijke eensluidende besluit, bedoeld in het derde lid.
De raad van de toegetreden gemeente gaat zo spoedig mogelijk na het gezamenlijke eensluidende besluit als bedoeld in het derde lid, over tot het aanwijzen van (plaatsvervangende) leden in het algemeen bestuur. Het besluit tot toetreding wordt door het bestuur van de gemeente Gorinchem toegezonden aan het college van gedeputeerde staten.
23
Hoofdstuk 13 Uittreding Artikel 41 Aanvang uittredingsprocedure 1. 2. 3.
4.
5. 6.
7.
8. 9.
Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende eensluidende besluiten van de raad en het college van burgemeester en wethouders. Het dagelijks bestuur zendt het besluit tot uittreding van een deelnemer na ontvangst aan de raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur de besluiten heeft ontvangen. Tenzij het algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt, vindt de uittreding niet eerder plaats dan op 31 december te 24:00 uur van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van de besluiten tot uittreding in kennis is gesteld, tevens zijnde op 1 januari te 00:00 uur van het derde kalenderjaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van de besluiten tot uittreding in kennis is gesteld. Het dagelijks bestuur inventariseert in opdracht van het algemeen bestuur de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan en moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.
Indien het algemeen bestuur, op basis van een rapportage vanuit het dagelijks bestuur, constateert dat de besluiten tot uittreding van een raad en college en de gevolgen daarvan de vraag oproepen of continuering van de samenwerking in de gemeenschappelijke regeling Avres redelijkerwijs nog wel mogelijk is, doet zij de colleges en de raden van de deelnemers een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling Avres, als bedoeld in artikel 49, eerste lid gemeenschappelijke regeling Avres. Indien een van de deelnemers uittredingsbesluiten neemt, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, en er door ter minste één ander college van de overige deelnemers, alsmede door de raad van diezelfde deelnemer, gedurende de effectueringsperiode van de eerst ontvangen uittredingsbesluiten, ook besluiten tot uittreding worden genomen, danwel besluiten worden genomen houdende een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling Avres, vindt opheffing van de regeling plaats. De besluiten tot uittreding van beide deelnemers, danwel de besluiten tot uittreding samen met de besluiten houdende een voorstel tot opheffing van de regeling, worden alsdan beschouwd als besluiten tot opheffing. Een besluitvormingsproces als bedoeld in het derde lid van artikel 49 blijft in dat geval achterwege.
Het algemeen bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk over de ontstane situatie. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen. Het algemeen bestuur zendt een afschrift van het ontvangen besluit tot uittreding naar het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid Holland.
Artikel 42 Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1.
2.
Na ontvangst van het in het eerste lid van artikel 41 bedoelde besluiten, stelt het dagelijks bestuur - mede op basis van de inventarisatie als bedoeld in artikel 41 vierde lid en met in achtneming van de bepalingen in hoofdstuk 13 van deze regeling - in opdracht van het algemeen bestuur een concept uittredingsplan op. Het concept uittredingsplan bevat de systematiek voor de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer aan het openbaar lichaam, resulterend in de calculatie van de concept uittreedsom en houdt verder in de uitwerking van de voorwaarden waaronder de uittreding kan plaatsvinden en andere aspecten die het gevolg zijn van de uittreding.
24
3.
4.
5.
6.
7.
8.
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het concept uittredingsplan kan het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen, die in opdracht van het dagelijks bestuur het opstellen van een concept-uittredingsplan voorbereid. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende deelnemer. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de GR Avres. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. Tenminste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het concept uittredingsplan met daarin de concept uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert (de berekening van) de concept uittreedsom op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar.