CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Toelichting VGBP Heulenslag 75B, Bleskensgraaf

Raadsvergadering 8 maart 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heulenslag 75B, Bleskensgraaf15.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Bleskensgraaf, Heulenslag 75b’

Toelichting bestemmingsplan ‘Bleskensgraaf, Heulenslag 75b’

Identificatie NL.IMRO.1978.BPheulenslag75bBLG-VG01

Planstatus Vastgesteld

Datum 08-03-2022

Versie 3.0

2

Inhoudsopgave 1.

2

3

4

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Inleiding ..................................................................................................... 5

1.2

Kader .......................................................................................................... 7

1.3

Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 9

1.4

Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 9

1.5

Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid............................ 11

1.6

Communicatie .......................................................................................... 11

1.7

Realisatie .................................................................................................. 11

1.8

Leeswijzer................................................................................................. 11

Planbeschrijving .................................................................................................................... 12 2.1

Bestaande situatie ..................................................................................... 12

2.2

Nieuwe situatie ......................................................................................... 15

Beleidskader............................................................................................................................ 22 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 22

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 24

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 28

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 30

3.5

Conclusie .................................................................................................. 33

Sectorale aspecten ................................................................................................................ 34 4.1

Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 34

4.2

Watertoets ................................................................................................ 35

4.3

Geluid ....................................................................................................... 42

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 44

4.5

Bedrijven- en milieuhinder ........................................................................ 46

4.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 48

4.7

Kabels en leidingen................................................................................... 52

4.8

Ecologie .................................................................................................... 53

4.9

Bodem ...................................................................................................... 57

4.10 Archeologie .............................................................................................. 58 4.11 Molenbiotoop ........................................................................................... 61 4.12 Duurzaamheid en klimaatadaptatie ........................................................... 63 5

Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 64 5.1

Inleiding ................................................................................................... 64

5.2

Systematiek van de regels ......................................................................... 64

5.3

Bestemmingen .......................................................................................... 64 3

5.4

Aanduidingen ........................................................................................... 65

Bijlage Omschrijving 1 Situatietekening/ Landschappelijk inpassingsplan 2 Digitale watertoets 3 4 5 6 7 8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ecologische quickscan Verkennend bodemonderzoek (incl. asbest) Archeologisch onderzoek Aanvullend kerkuilonderzoek Nota Inspraak en Overleg

Auteur Bouwkundig teken- en adviesburo Korevaar & Den Breejen Waterschap Rivierenland Voortman Ingenieurs

Referentie 3007/00

Datum 30-10-2020

20191217-922087 R-JVO/1518/2

17-12-2019

Blom Ecologie

BE/2019/798/r

29-01-2020

Bakker Milieuadviezen

BM/2601-2020

April 2020

ADC ArcheoProjecten

Rapport 5111

26-11-2020

Blom Ecologie

BE/2020/084

23-09-2020

Gemeente Molenlanden

-

Okt. 2021

11-01-2021

4

1.

Inleiding

1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Het perceel Heulenslag 75 te Bleskensgraaf betreft een voormalig agrarische bedrijfslocatie. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn jaren geleden beëindigd. Het boerderijgebouw en de rest van het perceel hebben thans een woonfunctie. Het stalgedeelte van het boerderijgebouw en de bijgebouwen bevinden zich in een slechte bouwkundige staat. De initiatiefnemer is voornemens het perceel op te knappen en daarmee een toekomstbestendige situatie te creëren waarmee de instandhouding van de boerderij is gewaarborgd. Het plan is om het stalgedeelte van het boerderijgebouw te splitsen in twee wooneenheden en, de aanwezige bijgebouwen te slopen en een schuurwoning te realiseren (in totaal vier woningen op het perceel). Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ (vastgesteld op 17 juli 2018). Binnen het bouwvlak op het perceel Heulenslag 75 te Bleskensgraaf is slechts één woning toegestaan. Op 23 april 2019 is een principeverzoek ingediend bij de gemeente Molenlanden. Op 5 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten in principe medewerking te verlenen aan het plan. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen.

5

1.1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen tussen de kernen Bleskensgraaf en Oud-Alblas. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de wetering en het open slagenlandschap. Aan de oost- en westzijde wordt het plangebied begrensd door kadastrale grenzen met de naastgelegen percelen. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de Heulenslag. Het plangebied is kadastraal bekend BKG00 – D – 404, 405 en 406.

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Inspelen op woningbehoefte Bleskensgraaf Het plan voorziet in de behoefte aan betaalbare grondgebonden koopwoningen in Bleskensgraaf. De woningen in de boerderij betreffen betaalbare woningen voor de doelgroepen starters, jonge doorstromers en senioren. De vrijstaande woning betreft een woning in het middeldure segment gericht op doorstromers en gezinnen. Verbetering ruimtelijke kwaliteit Middels dit plan wordt een toekomstbestendige situatie gecreëerd voor de instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij. De boerderij wordt in een goede staat van onderhoud gebracht. De verouderde bijgebouwen op het perceel worden gesloopt en het perceel wordt op een passende wijze landschappelijke ingericht. Het plan voorziet hiermee in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en betreft daarmee een passende ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.

6

1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ (vastgesteld op 25 januari 2010). Het plangebied heeft de enkelbestemmingen: • Agrarisch met waarden; • Wonen. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie; • Waterstaat – Waterkering. En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – vrijkomende agrarische bebouwing’; • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 400m’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning overgangsgebied’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied dorpslint’.

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’

7

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’ Op 15 september 2015 is de derde herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de derde herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dat: • De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is gewijzigd in de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 1 en 2’; • De bestemmingsgrens van dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is gewijzigd. • De gebiedsaanduidingen ‘wro-zones’ zijn gewijzigd naar ‘wetgevingszones’: ▪ Gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – omgevingsvergunning overgangsgebied’; ▪ Gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied dorpslint’.

Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom 3e herziening'

Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ Op 20 februari 2018 is de ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de parapluherziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dit dat de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is gewijzigd in de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’.

8

Afbeelding 4: Uitsnede bestemmingsplan 'parapluherziening Buitengebied Graafstroom'

1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het nieuwe bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om het stalgedeelte van het boerderijgebouw te splitsen in twee wooneenheden en achter de boerderij een schuurwoning te realiseren (in totaal vier woningen op het perceel).

1.4 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Inspraak Het college van de gemeente Molenlanden hebben op 23 juni 2021 bekend gemaakt (Gemeenteblad 2021, 31888) dat het voorontwerp-bestemmingsplan ‘Bleskensgraaf, Heulenslag 75b’ (imro-codering: NL.IMRO.1978.BPheulenslag75bBLG-VO01) vanaf 23 juni 2021 gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen. Er is één schriftelijke inspraakreactie ingediend. De inspraakreactie is inhoudelijk behandeld en van een antwoord voorzien in een Nota van Inspraak en Overleg. De Nota van Inspraak en Overleg is toegevoegd in de bijlage.

9

De inspraakreactie heeft geleid tot een aanpassing van de regels van dit bestemmingsplan: 1. De begripsbepalingen ‘huishouden’, ‘wonen’ en ‘woning’ zijn toegevoegd/gewijzigd. 2. In artikel 9 Algemene gebruiksregels is een regeling toegevoegd waarmee het gebruik van de woningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten niet is toegestaan. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. Parallel aan de inspraakprocedure heeft er wettelijk vooroverleg plaatsgevonden met de overlegpartners. In het kader van het wettelijk vooroverleg zijn er in totaal zes vooroverlegreacties ingediend door: • • • • • •

Waterschap Rivierenland; Stedin; Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid; Oasen N.V.; Gasunie; Molenstichting SIMAV.

De overlegreacties zijn inhoudelijk behandeld en van een antwoord voorzien in een Nota van Inspraak en Overleg. De Nota van Inspraak en Overleg is toegevoegd in de bijlage. De overlegreacties hebben geleid tot twee aanpassingen in het bestemmingsplan: 1. Het advies van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is verwerkt in hoofdstuk 4.6 Externe veiligheid van de toelichting; 2. Ter plaatse van het bouwvlak van de schuurwoning op de verbeelding is de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 3’ opgenomen. In artikel 2.7 ‘Peil’ van de regels van het bestemmingsplan is een extra regel toegevoegd, gekoppeld aan deze specifieke bouwaanduiding, waarmee de (bepaling van de) maximale bouwhoogte van de nieuwe schuurwoning is gekoppeld aan de gemiddelde NAP-hoogte ter plaatse. Zienswijzen Het college van de gemeente Molenlanden hebben op 8 december 2021 bekend gemaakt (Gemeenteblad 2021, 439941) dat het ontwerp-bestemmingsplan (imrocodering: NL.IMRO.1978.BPheulenslag75bBLG-ON01) en bijbehorende stukken (incl. ontwerpbesluit vaststellen hogere grenswaarde) vanaf 9 december 2021 gedurende zes weken ter inzage hebben gelegen. Er zijn géén zienswijzen ingediend.

10

1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is er een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.

1.6 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet het Klaroen en het Kontakt).

1.7 Realisatie Wanneer geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de beroepstermijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning(en) voor de realisatie van de woning(en) kan/kunnen dan worden aangevraagd.

1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: • • • •

Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskaders; Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten (onderzoeken); Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.

11

2

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis Bleskensgraaf Het dorp Bleskensgraaf is ontstaan als lintbebouwing langs de Graafstroom. Vanuit de lintbebouwing is er rondom de kerk een buurtschap ontstaan. Vanuit dit buurtschap is het dorp Bleskensgraaf ontstaan. Mede door de verbetering van de wegen en de toename van transport over de weg (voorheen over water) is het dorp Bleskensgraaf in de loop der tijd gegroeid. De groei vond met name plaats in de dorpskern. In de Tweede Wereldoorlog is de dorpskern van Bleskensgraaf nagenoeg volledig verwoest als gevolg van een bombardement. Thans is nog slechts een beperkt deel van het oorspronkelijke buurtschap zichtbaar. Na de Tweede Wereldoorlog is het dorp wederopgebouwd. De laatste fase van de wederopbouw werd afgerond met de opening van het gemeentehuis op 12 mei 1955. In de jaren daarna heeft Bleskensgraaf, net zoals de meeste dorpen in de Alblasserwaard een grote groei doorgemaakt, welke is terug te zien in de seriematige uitbreidingswijken rondom de oorspronkelijke kern van het dorp. 2.1.2 Stedenbouwkundige en landschappelijke structuur Het plangebied is gelegen in de cultuurhistorische lintbebouwing langs de Heulenslag ten westen van de dorpskern Bleskensgraaf.

Deze lintbebouwing is gevormd door een langgerekte strook van min of meer samengegroeide gemengde bebouwing met daartussen afwisselend smalle en brede landschappelijke doorzichten. De bebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) boerderijen en (kleinere) arbeiders-/ knechtenhuisjes. Hier en daar is de traditionele bebouwing vervangen door nieuwbouw (vrijstaande woningen) en hebben de bestaande boerderijen hun agrarische functie verloren en zijn volledig in gebruik als woonfunctie. De verkavelingsrichting van het landschap is haaks op de Heulenslag gericht. De traditionele bebouwing ten zuiden van de Heulenslag is overwegend parallel aan de verkavelingsrichting gepositioneerd. De traditionele bebouwing ligt, indien daar ruimte voor is, doorgaans verder van de Heulenslag. De vervangende nieuwbouw is zowel haaks als parallel aan de verkavelingsrichting gebouwd. Zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw in het cultuurhistorische lint langs de Heulenslag zijn bedekt met een zadeldak of een afgeleide daarvan. De woningen zijn overwegend opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking. Ten noorden van de Heulenslag kenmerkt het gebied zich door slagenverkaveling (open veenweidegebied) omringd door sloten en (achter)weteringen.

In het open slagenlandschap zijn kaden en ontginningsassen gelegen welke veelal zijn beplant met bomenlanen (elzenrijen of knotwilgen). De openheid van het landschap, de slagenverkaveling in combinatie met het slotenpatroon ten noorden van de Heulenslag en de lintbebouwing met landschappelijke doorzichten ten zuiden van de Heulenslag kunnen worden gezien als de streekeigen stedenbouwkundige en landschappelijke structuur.

12

2.1.3 Huidige status/gebruik Het perceel Heulenslag 75 te Bleskensgraaf betreft een voormalig agrarische bedrijfslocatie. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn jaren geleden beëindigd. Op het perceel zijn een boerderijgebouw, een hooimijt en vier voormalige agrarische schuren gelegen. Het stalgedeelte van het boerderijgebouw en de schuren bevinden zich in een slechte bouwkundige staat. Het boerderijgebouw en de rest van het perceel hebben thans een woonfunctie.

Hooiberg Stalgedeelte

Voormalige agrarische schuren

Boerderij Heulenslag 75 Afbeelding 5: Luchtfoto bestaande situatie Heulenslag 75 Bleskensgraaf

Afbeelding 6: Straataanzicht perceel Heulenslag 75 Bleskensgraaf

13

Afbeelding 7: Zijaanzicht perceel Heulenslag 75 Bleskensgraaf

Afbeelding 8: Overzicht bestaande bebouwing

14

2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan is om het stalgedeelte van het boerderijgebouw te splitsen in twee wooneenheden, de voormalige agrarische bebouwing met een gezamenlijke oppervlakte van 248 m2 te slopen en een schuurwoning te realiseren. Voor wat betreft de maatvoering van de schuurwoning wordt aangesloten bij het bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’. Hierbij is rekening gehouden met de windvang van de nabijgelegen molens. De schuurwoning zal bestaan uit één bouwlaag met een kap (max. bouw- en goothoogte van 7,3 m respectievelijk 4 m). De schuurwoning wordt in het verlengde van de bestaande boerderij gepositioneerd (ter plaatse van de huidige hooiberg). De schuurwoning en de overige bijgebouwen krijgen een ingetogen/ondergeschikte uitstaling ten opzichte van het boerderijgebouw. Hiermee blijft het agrarische karakter van het perceel en omgeving behouden.

Afbeelding 9: Nieuwe situatie

15

2.2.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting Het plangebied wordt in de huidige situatie ontsloten middels een brede inen uitrit op de Heulenslag. In de nieuwe situatie wordt de centrale in- en uitrit geformaliseerd (zie afbeelding 9).

Afbeelding 10: Bestaande ontsluiting

Verkeersgeneratie Voor de berekening van de verkeersgeneratie is uitgegaan van CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimaal tot een maximaal kengetal. In de berekening is uitgegaan van het gemiddelde, de stedelijkheidsgraad “niet stedelijk” en het gebiedstype “buitengebied”. De woning in het voorhuis van de boerderij is niet in de berekening meegenomen, omdat dit een bestaande woning betreft. De extra verkeersgeneratie van dit plan is in tabel 1 uiteengezet. Tabel 1: Verkeersgeneratie Categorie Kengetal per woning (gemiddelde) Koop, vrijstaand 8,2 verkeersbewegingen (schuurwoning) Koop, tussen/hoek 7,4 verkeersbewegingen Totaal -

Aantal

Verkeersgeneratie

1

8,2 verkeersbewegingen

2 -

14,8 verkeersbewegingen 23 verkeersbewegingen

Als gevolg van dit plan is sprake van slechts 23 extra verkeersbewegingen per weekdag. De extra intensiteiten als gevolg van dit plan zijn dermate laag, dat het niet aannemelijk is dat de verkeersafwikkeling buitenproportioneel wordt benadeeld. Verder is het aantal ontmoetingen tussen auto’s bij een dergelijke intensiteit gering. Bovendien zullen de meeste auto’s in de ochtendspits het plangebied uitrijden en in de avondspits het plangebied weer inrijden, en dus dezelfde richting volgen. 16

De toename van het verkeer zal de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid niet buitenproportioneel benadelen. Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel - in de categorie ‘niet stedelijk’. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘buitengebied’. In tabel 2 is de parkeerbehoefte van dit plan uiteengezet. Tabel 2: Parkeren Categorie Koop, vrijstaand (schuurwoning) Koop, tussen/hoek Totaal

Parkeernorm (gemiddelde) 2,4 parkeerplaatsen

Aantal

Parkeerbehoefte

1

2,4 parkeerplaatsen

2,0 parkeerplaatsen -

3 -

6 parkeerplaatsen 8,4 parkeerplaatsen

De parkeerbehoefte van dit plan bedraagt 8,4 parkeerplaatsen. Parkeeroplossing De benodigde parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost. Binnen het plangebied worden 11 parkeerplaatsen gerealiseerd (zie afbeelding 10). Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden in het gemeentelijk parkeerbeleid niet altijd volledig meegerekend in de gerealiseerde parkeerplaatsen, omdat deze plaatsen in de praktijk vaak voor andere doeleinden worden gebruikt dan het parkeren van auto’s. De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegerekend (afhankelijk van de parkeervoorziening) is opgenomen in tabel 3. Tabel 3: Berekeningsfactoren voor parkeren op eigen terrein Parkeervoorziening Theoretisch aantal Berekend aantal Enkele oprit zonder garage

1

Tabel 4: Parkeeroplossing Parkeervoorziening Theoretisch aantal Enkele oprit zonder garage Totaal

11

0,8

Berekend aantal

Parkeerplaatsen

0,8

8,8 8,8

Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de gestelde parkeernormen in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'.

17

4 parkeerplaatsen

3 parkeerplaatsen

3 parkeerplaatsen

1 parkeerplaats

Afbeelding 11: Parkeeroplossing

18

2.2.3 Landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting van het plangebied (landschappelijke inpassing). Aan de hand van het ruimtelijk kwaliteitskader van de gemeente, het ‘Molenwaards Kookboek’, is een landschappelijke analyse uitgevoerd. Stappenplan Molenwaards Kookboek Stap 1: De geschiedenis in beeld 1900

In 1900 was reeds bebouwing aanwezig in het plangebied. Het plangebied is gelegen in het cultuurhistorische lint. Aan beide zijden van de Graafstroom is bebouwing aanwezig. De bebouwingsdichtheid is laag en het open slagenlandschap is goed zichtbaar. De wegen zijn parallel aan de Graafstroom en haaks op de slagen gelegen.

1950

Ten opzichte van 1900 is de bebouwing licht toegenomen. De bebouwingsdichtheid is nog steeds laag. Het zicht op de polder vanaf de weg blijft aanwezig.

2000

In 2000 is de bebouwingsdichtheid in vergelijking met 1950 toegenomen. Aan weerzijden van de boerderij is sprake van zicht naar de polder.

19

2020

Ten opzichte van 2000 blijft de bebouwingsdichtheid redelijk gelijk, met uitzondering van enkele wijzigingen.

Stap 2: Kenmerken lint en omgeving Het plangebied is gelegen in de cultuurhistorische lintbebouwing langs de Heulenslag ten westen van de dorpskern Bleskensgraaf. Deze lintbebouwing is gevormd door een langgerekte strook van min of meer samengegroeide gemengde bebouwing met daartussen afwisselend smalle en brede landschappelijke doorzichten. De bebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) boerderijen en (kleinere) arbeiders-/ knechtenhuisjes. Hier en daar is de traditionele bebouwing vervangen door nieuwbouw (vrijstaande woningen) en hebben de bestaande boerderijen hun agrarische functie verloren en zijn volledig in gebruik als woonfunctie. De verkavelingsrichting van het landschap is haaks op de Heulenslag gericht. De traditionele bebouwing ten zuiden van de Heulenslag is overwegend parallel aan de verkavelingsrichting gepositioneerd. De traditionele bebouwing ligt, indien daar ruimte voor is, doorgaans verder van de Heulenslag. De vervangende nieuwbouw is zowel haaks als parallel aan de verkavelingsrichting gebouwd. Zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw in het cultuurhistorische lint langs de Heulenslag zijn bedekt met een zadeldak of een afgeleide daarvan. De woningen zijn overwegend opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking.

Ten noorden van de Heulenslag kenmerkt het gebied zich door slagenverkaveling (open veenweidegebied) omringd door sloten en (achter)weteringen. In het open slagenlandschap zijn kaden en ontginningsassen gelegen welke veelal zijn beplant met bomenlanen (elzenrijen of knotwilgen). De openheid van het landschap, de slagenverkaveling in combinatie met het slotenpatroon ten noorden van de Heulenslag en de lintbebouwing met landschappelijke doorzichten ten zuiden van de Heulenslag kunnen worden gezien als de streekeigen stedenbouwkundige en landschappelijke structuur. Stap 3: Kenmerken erf Het perceel Heulenslag 75 te Bleskensgraaf betreft een voormalig agrarische bedrijfslocatie. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn jaren geleden beëindigd. Op het perceel zijn een boerderijgebouw, een hooimijt en vier voormalige agrarische schuren gelegen. Het stalgedeelte van het boerderijgebouw en de schuren bevinden zich in een slechte bouwkundige staat. Het boerderijgebouw en de rest van het perceel hebben thans een woonfunctie.

20

Stap 4: Ontwerpuitgangspunten De landschappelijke analyse heeft geresulteerd in de onderstaande ontwerpuitgangspunten: • • • • • • • •

Behouden cultuurhistorisch waardevolle boerderij; Behouden/versterken aanwezig slotenpatroon; Behouden agrarische identiteit; Behoud doorzicht op het oostelijke deel van het perceel; Pas de maat, schaal en vormgeving aan op het lint en het perceel; Woningen situeren met de nokrichting parallel aan de slagenverkaveling; Schuurwoning en bijgebouwen ondergeschikt maken aan de boerderij; Parkeren aan het zicht onttrekken;

Stap 5: Landschappelijk inpassingsplan Op basis van de ontwerpuitgangspunten is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het landschappelijk inpassingsplan is uitvergroot toegevoegd in de bijlage. Het landschappelijk inpassingsplan is middels een voorwaardelijke verplichting juridisch verankerd in dit bestemmingsplan.

Afbeelding 12: Landschappelijk inpassingsplan

21

3

Beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.

22

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt.

In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. ‘Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).’ Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ In dit plan worden per saldo drie woningen toegevoegd. Op basis van bovenstaande jurisprudentie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is. De woningen worden gemeld in het regionaal overleg en wordt meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.

23

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020 gepubliceerd (ontwerp-Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020). De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.

Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).

Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op BSD of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame 24

verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plangebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), maar binnen de ‘bebouwde ruimte’. Het plan past binnen het woningbouwbeleid van de provincie Zuid-Holland en het streven van de provincie Zuid-Holland naar het beter benutten en opwaarderen van de ‘bebouwde ruimte. Het plan leidt tot een opwaardering van de lintbebouwing ter hoogte van het perceel Heulenslag 75 te Bleskensgraaf. Middels dit plan wordt de instandhouding van een cultuurhistorisch waardevolle boerderij gewaarborgd. De verouderde voormalige agrarische opstallen worden gesloopt en het perceel wordt op een passende wijze landschappelijk ingericht. Tenslotte heeft plan geen nadelige gevolgen voor de windvang van de nabijgelegen molens. Ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang.

Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt.

Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. Het plangebied is gelegen in het ‘veenweidelandschap’ en de ‘linten’. Veenweidegebied De ruimtelijke structuur in het veenweidegebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veenweidelandschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. 25

Voor ontwikkelingen in het veenweidelandschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Linten Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend.

Voor ontwikkelingen in de linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting van het plangebied. Aan de hand van de richtpunten van de kwaliteitskaart en een ruimtelijke analyse van het gebied is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Twee van de drie nieuwe woningen worden in het bestaande boerderijgebouw gerealiseerd. De derde woning wordt in het verlengde van de boerderij gerealiseerd. De woning krijgt de uitstraling van een schuurwoning (ondergeschikte uitstraling aan de boerderij).

Verder wordt het perceel op een passende wijze landschappelijk ingericht. Het landschappelijke doorzicht over het oostelijke deel van het plangebied blijft behouden. Het plan resulteert in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

26

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsverordening gepubliceerd (ontwerp-Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020). Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.

Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Gezien de schaal en aard kan het plan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Het plan voorziet in de mogelijkheid tot het realiseren van drie extra woningen in het lint. Hierbij is geen sprake van wijzigingen op structuurniveau. De bestaande gebiedsidentiteit blijft ongewijzigd. Het plan is qua aard en schaal passend is in dit gebied.

27

Stedelijke ontwikkelingen (Ladder voor duurzame verstedelijking) In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling (toevoegen drie wooneenheden) in het bestaande bebouwingslint. Vanuit jurisprudentie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).

Bescherming molenbiotoop In artikel 6.25 ‘Bescherming molenbiotoop’ van de verordening zijn regels opgenomen ter bescherming van molenbiotopen. In het plan is rekening gehouden met de windvang van de nabijgelegen Wingerdse Molen en Korenmolen ‘De Hoop’. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 4.12 Molenbiotoop. Het plan heeft geen negatieve invloed op de windvang van de omliggende molens. Ter bescherming van de molenbiotoop wordt de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 400m’ overgenomen in dit bestemmingsplan.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Het plan speelt in op de woningbehoefte in Bleskensgraaf. De woningen worden op een passende wijze in het landschap ingepast. Het plan draagt bij aan het behoud van de leefbaarheid in de kern Bleskensgraaf. Middels dit plan wordt een toekomst-

28

bestendige situatie gecreëerd voor de instandhouding/onderhoud van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij op het perceel. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid. 3.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen.

Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden. We sturen niet in exacte aantallen op de samenstelling van programma’s. In plaats daarvan hanteren we een kwalitatieve leidraad, die gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Bleskensgraaf is aangeduid als een voorzieningenkern. Voorzieningenkernen zijn aantrekkelijk voor verschillende doelgroepen, starters, doorstromers en senioren. Dit plan voorziet vooral in de woonbehoefte van doorstromers en starters. Voor een voorzieningenkern geldt dat voor het realiseren van 10 wooneenheden (of minder), mits de totale groei van het aantal wooneenheden in Bleskensgraaf niet groter is dan 0,7% van de totale woningvoorraad in de planperiode 2010-2020, regionale afstemming niet noodzakelijk is. Gezien de hoeveelheid plannen in de kern Bleskensgraaf (1%, dus boven de agendamaat van 0.7%) moet het plan regionaal worden afgestemd. De woningen worden gemeld in het regionaal overleg en wordt meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.

29

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Molenwaard De Toekomstvisie Molenwaard geeft aan dat de gemeente plaats biedt aan mensen en bedrijven die hier wonen en werken en die hier willen blijven en mensen en bedrijven die een binding hebben met de gemeente. De gemeente wil zijn bedrijven begeleiden in hun ontwikkeling. Dit vraagt om maatwerk en veelal heel praktische oplossingen. Om de doelen in de visie te realiseren moet worden samengewerkt met bedrijven/ondernemers. Het plan sluit aan bij het gemeentelijk beleid van de gemeente Molenlanden (Toekomstvisie Molenwaard). Het plan betreft de splitsing van een bestaande woonboerderij in drie wooneenheden en de realisatie van een schuurwoning. Het plan speelt in op een concrete lokale woningbehoefte in Bleskensgraaf. Het plan levert een positieve bijdrage aan de gewenste doorstroming op de woningmarkt. Het plan zorgt voor een kwalitatieve toevoeging aan de woningvoorraad van de gemeente Molenlanden. 3.4.2 Woonvisie Molenlanden 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020-2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: • Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029.

• De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. • De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnel de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. • Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. • Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen. • Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed). In Bleskensgraaf is de behoefte aan woningen in de periode 2020-2030 ca. 100 woningen. Voor een groot deel moet daarin voorzien worden door een nieuwe uitbreidingswijk, waarvoor de planvorming nog in een pril stadium is. Nu er op korte termijn nog geen nieuwe uitbreiding ontwikkeld wordt, is er ruimte voor plannen om in de behoefte te voorzien.

30

De woningbehoefte gaan vooral uit naar grondgebonden koopwoningen. Dat zijn in eerste instantie betaalbare rij- en hoekwoningen voor starters, maar ook ruimere woningen in het middeldure segment, gericht op gezinnen. Dit plan voorziet in de behoefte aan betaalbare grondgebonden koopwoningen. De woningen in de boerderij betreffen betaalbare woningen voor de doelgroepen starters, jonge doorstromers en senioren. De vrijstaande woning betreft een woning in het middeldure segment gericht op doorstromers en gezinnen. De woningen voldoen aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Het plan voorziet in een kwalitatieve en kwantitatieve verbetering van de (lokale) woningvoorraad en draagt het plan bij aan doorstroming in de markt. Het plan past binnen Woonvisie Molenlanden 2020-2024 . 3.4.3 Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ (vastgesteld op 25 januari 2010). Het plangebied heeft de enkelbestemming: • Agrarisch met waarden; • Wonen. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie; • Waterstaat – Waterkering.

En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – vrijkomende agrarische bebouwing’; • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 400m’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning overgangsgebied’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied dorpslint’.

Afbeelding 13: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’

31

3.4.4 Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’ Op 15 september 2015 is de derde herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de derde herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dat: • De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is gewijzigd in de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1 en 2’; • De bestemmingsgrens van dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is gewijzigd. • De gebiedsaanduidingen ‘wro-zones’ wijzigen naar ‘wetgevingszones’: ▪ Gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – omgevingsvergunning overgangsgebied’; ▪ Gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied dorpslint’.

Afbeelding 14: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom 3e herziening'

3.4.5 Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ Op 20 februari 2018 is de ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de parapluherziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dit dat de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is gewijzigd in de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’.

32

Afbeelding 15: Uitsnede bestemmingsplan 'parapluherziening Buitengebied Graafstroom'

Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ (vastgesteld op 17 juli 2018). Binnen het bouwvlak op het perceel Heulenslag 75 te Bleskensgraaf is slechts één woning toegestaan.

3.5 Conclusie Op basis van het beleidskaders kan worden geconcludeerd dat: • • • •

Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is daarmee niet van toepassing; Het plan resulteert in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; Het plan speelt in op een concrete lokale woningbehoefte in Bleskensgraaf. De woningen worden afgestemd in de regio en worden meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.

33

4

Sectorale aspecten

4.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek De activiteit, het realiseren van woningen, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D 11.2 van het besluit m.e.r. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling bestaande uit de toevoeging van 3 woningen. Er is daarmee geen directe m.e.r-plicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Bij dit aantal woningen, onder de grenswaarde van 2.000 woningen waarvoor een direct m.e.r-plicht geldt, geldt wel de vergewisplicht. Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteit te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden.

Kenmerken van het plan Het plan maakt het juridisch-planologisch mogelijk om twee extra woningen in een boerderijgebouw en een schuurwoning te realiseren. Behoudens de standaard toegestane aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven zullen er geen andere bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Ligging van het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura2000, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park of Natuurnetwerk Nederland. Kenmerken van de potentiële effecten van het plan Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toenemen. De toename van het aantal motorvoertuigbewegingen als gevolg van het plan kan in voldoende mate worden afgewikkeld via de bestaande wegen. Gezien de kleinschaligheid van het plan zullen geen van de toenames leiden tot significante negatieve effecten op het milieu. Conclusie Voor dit plan hoeft geen m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden gevolgd. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd.

Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer. 34

4.2 Watertoets Beleidskader In het plangebied is Waterschap Rivierenland de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen, beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en wegbeheerder van de wegen buiten de bebouwde kom, niet zijnde rijks- of provinciale wegen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met het duurzaam waterbeheer. Gemeentelijk beleid Vanuit onder andere het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), is bepaald dat voor alle gemeenten in Nederland een stedelijk waterplan opgesteld moet worden. Om aan deze eis te kunnen voldoen hebben de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom en het waterschap Rivierenland de handen ineengeslagen en het Stedelijk Waterplan Gemeente Liesveld en Graafstroom opgesteld. In dit waterplan is aangegeven welke doelen men wenst te bereiken op het gebied van stedelijk waterbeheer voor de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom. De doelen uit het beleidsplan zijn uitgewerkt in vier aspecten: • Afkoppelen, meer ruimte voor water creëren en diffuse bronnen aanpakken (duurzaam onkruidbeheer, duurzaam bouwen); • Belevingswaarde; • Samenwerking; • Beheer en onderhoud.

Het beleidsplan moet de gemeenten helpen om een veilig, robuust en duurzaam watersysteem te bereiken in 2025 door optimalisering van het huidige systeem. De gemeenten en het waterschap gaan de komende jaren intensief samenwerken om de gestelde doelen te bereiken. Hierbij wordt, naast het toetsen van nieuwe ontwikkelingen in de ruimtelijke inrichting, ook aandacht besteed aan de gezamenlijke uitvoering en communicatie rond de geplande ingrepen. In het laatste aspect wordt deze samenwerking doorgezet voor het beheer en onderhoud. Dit is een belangrijke pijler voor het op orde houden van het watersysteem. Waterschapsbeleid Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 ‘Koers houden, kansen benutten’ bepalend voor het waterbeleid. Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren. De speerpunten hierin zijn: • Een veilig rivierengebied. Verbeteren en versterken dijken en boezemkades. Met daarnaast oog voor oplossingen door een aangepast ruimtelijke inrichting en door risicobeheersing (bijv. evacuatie); • Anticiperen op klimaatveranderingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=5252afa6-677f-4ac0-903c-8c597c20dae8