3. Toelichting VGBP Emmastraat, Groot-Ammers
Tekst van het document
Emmastraat
bestemmingsplan Emmastraat
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
4 4 4 5 6
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Geschiedenis - tot stand koming 2.2 Landschappelijke kenmerken 2.3 Kwaliteiten en knelpunten 2.4 Uitgangspunten 2.5 Beschrijving plan
7 7 9 11 12 13
Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
16 16 17 19 21
Hoofdstuk 4 Water 4.1 Kader 4.2 Het plangebied
25 25 26
Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten (milieu) 5.1 Bedrijven en milieuzonering 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bodem 5.6 Flora en fauna 5.7 Archeologie en cultuurhistorie 5.8 Duurzaamheid 5.9 Besluit milieueffectrapportage
29 29 30 32 33 36 37 40 43 44
Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 De bestemmingen
45 45 45
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid 7.1 Exploitatieplan - bouwplan 7.2 Kostenverhaal
47 47 47
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Inspraak 8.2 Vooroverleg 8.3 Ontwerp
48 48 48 48
2
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat
Toelichting
vastgesteld
3
bestemmingsplan Emmastraat
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Inleiding
Al geruime tijd zijn er plannen om op de gronden, gelegen tussen de Voorstraat en de Julianastraat woningbouw te ontwikkelen. Wegens omstandigheden zijn de plannen tot op heden niet tot ontwikkeling gekomen. In het bestemmingsplan 'Dorpskernen' dat op 26 maart 2013 is vastgesteld is wel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van de bouw van twee woningen. In oktober 2016 is een principeverzoek ingediend voor zes woningen op de gronden aan de Emmastraat te Groot-Ammers, gelegen tussen de Voorstraat en de Julianastraat. De gemeente heeft onder voorwaarden ingestemd met de verdere uitwerking van het plan (bijlage 1). Met voorliggend bestemmingsplan wordt onderbouwd dat de bouw van de vijf woningen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Voor de gronden, gelegen tussen de Voorstraat, de Emmastraat en de Julianastraat in Groot-Ammers zijn plannen voor de ontwikkeling van vijf woningen: twee aaneengesloten woningen en drie vrijstaande woningen. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. De gewenste ontwikkeling vindt plaats op de kadastrale percelen AMS02A 05550 G0000, AMS02A 05552 G0000 en AMS02A 05582 G0000.
Ligging plangebied
4
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat
Begrenzing plangebied Emmastraat
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Bestemmingsplan 'Dorpskernen' Het plan om de vijf woningen te realiseren, is niet passend in het geldende bestemmingsplan 'Dorpskernen' dat op 26 maart 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld. De gronden hebben de bestemming 'wonen', maar hebben geen bouwvlak. Daarmee zijn hoofdgebouwen (extra woningen) niet mogelijk. Voor het plangebied gelden tevens de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Waterkering' en 'Waarde - Archeologie 2'. Op de gronden met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' mag uitsluitend gebouwd worden ten behoeve van het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering. Het bevoegd gezag kan andere bouwwerken toestaan, indien het belang van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies ingewonnen wordt bij de betreffende waterbeheerder. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' beschermd de archeologische waarden in de grond. Bij werkzaamheden van 100 m² en meer en dieper dan 30 cm dient met onderzoek aangetoond te worden of er archeologische waarden aanwezig zijn en hoe die behouden kunnen worden. Ten behoeve van de ontwikkeling van de vijf woningen wordt een vergunning bij de beheerder van de waterkering aangevraagd en wordt aangetoond of er archeologische waarden aanwezig zijn (en hoe die eventueel beschermd worden).
vastgesteld
5
bestemmingsplan Emmastraat
Waterstaat - waterkering
Archeologische waarde
Het bestemmingsplan voorziet voor een deel van de gronden in een wijzigingsbevoegdheid. Door gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid kan op een deel van de beoogde ontwikkelingsgrond, een tweetal woningen gerealiseerd worden Als wijzigingsvoorwaarden zijn opgenomen dat: de goothoogte ten hoogste 6 meter bedraagt; de afstand van een woning tot de kant van een waterloop ten minste 6 meter bedraagt; geen onevenredige hinder optreedt of op kan treden voor woningen in de omgeving; voldoende parkeergelegenheid (op eigen terrein) wordt gerealiseerd.
Ligging wijzigingsbevoegdheid in bestemmingsplan 'Dorpskernen' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) De opgenomen wijzigingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan is niet toereikend voor de realisatie van de beoogde vijf woningen. Om de woningen mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Bestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeren' Op 27 oktober 2020 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan parkeren vastgesteld. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger. Het bevoegd gezag kan hier onder bepaalde voorwaarden van afwijken.
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding vergezeld van een toelichting en een set met regels. De toelichting bestaat uit 8 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 worden de ruimtelijke en landschappelijk kenmerken van het gebied,de kwaliteiten en de knelpunten en het plan toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft het voor het plan relevante beleid. In hoofdstuk 4 wordt de waterparagraaf beschreven. De verschillende omgevingsaspecten (m.n. milieuaspecten) komen in hoofdstuk 5 aan de orde. In hoofdstuk 6 wordt de juridische toelichting beschreven. De maatschappelijke en de economische haalbaarheid wordt beschreven in hoofdstuk 7 en 8.
6
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Geschiedenis - tot stand koming
Ammers, Ammer of Amer betekend: waterloop. Groot-Ammers ontstond daar waar een veenriviertje uitmondde in de Lek. Het voorvoegsel "Groot" is toegevoegd ter onderscheid van Klein -Ammers of Ammerstol, aan de noordzijde van de Lek. Groot-Ammers wordt in de geschiedenis voor het eerst genoemd in 1042. Het in die tijd gebouwde slot Liesvelt was een van de grootste en sterkste kastelen van Nederland. Het slot was het eigendom van de heren van Liesvely. De omgeving Groot-Ammers, het Achterland, Graafland, Peulwijk, Ottoland en Peursum stond onder invloed van deze heren. Tussen 1300 en 1400 werd de boezem uitgegraven. Deze waterloop monde via een sluis uit in de Lek, en speelt (nog steeds) een belangrijke rol in de beheersing van het waterpeil in de Alblasserwaard, hoewel de sluis buiten gebruik is genomen. Aan deze boezem staan een 4-tal poldermolens. In 1636 kocht Willem Frederik van Nassau, stadhouder van Frieslan, de baronie van Liesvelt. De koning mag zich om deze reden baron van Liesvelt noemen. Omdat het slot Liesvelt een bouwval was geworden, werd het in 1740 afgebroken. Het puin werd gebruikt om de Lekdijk te verstevigen. Het stalgebouw van het slot is bewaard gebleven, en werd sindsdien gebruikt als rechtszaal. In 1745 werd begonnen met de bouw van een nieuw huis van Liesveld, hier zijn nog slechts resten van bewaard gebleven.
Rond 1900 was er in Groot-Ammers veel handel in kaas. De kaas werd in de Alblasserwaardse polder geproduceerd, en in Groot-Ammers verhandeld, getuige de kaaspakhuizen in het dorp. Groot-Ammers was van 1 april 1817 tot 1986 een zelfstandige gemeente, nadat het was afgesplitst van Nieuwpoort, waaraan het in 1812 was toegevoegd. Van 1 januari 1986 tot 1 januari 2013 viel Groot-Ammers onder de gemeente Liesvelt. Sinds 2013 maakt Groot-Ammers deel uit van de gemeente Molenwaard en sinds 1 januari 2019 van de gemeente Molenlanden. Stedelijke ontwikkeling in kaart gebracht In 1900 werd in Groot-Ammers gewoond aan de (huidige naamgeving) Voorstraat, de Kerkstraat en het Graafland. De toenmalige woonpercelen werden door een wetering begrensd; een watergang die de wegenstructuur volgde. De wetering markeert de overgang van de dijk (de Voorstraat) naar het achtergelegen landschap. Het gebied, omsloten door de wetering, werd gekenmerkt door een slagenlandschap. Het gebruik was agrarisch van aard. De ontginningsassen bevinden zich historisch gezien haaks op de wetering aan de achterzijde van Voorstraat. De Voorstraat is van oudsher aanwezig en volgt (min of meer) de meanderende vorm van de rivier de Lek.
Pas rond 1960 werd met de aanleg van de Wilhelminastraat, de Emmastraat, de Julianastraat, de Beatrixstraat en de Irenestraat het 'tussengelegen' gebied ontwikkeld ten behoeve van voornamelijk woningbouw. Met deze eerste 'grootschalige' uitbreiding van Groot-Ammers werd het lang gerekte slotenpatroon te niet gedaan, doordat o.a. evenwijdig aan de watergang gebouwd werd. Na 1960 heeft de ontwikkeling zicht verder doorgezet tot het Groot-Ammers in de huidige vorm. Wat opvalt is dat de gehele ontwikkeling van het dorp heeft plaats gevonden in het gebied dat begrensd wordt door de Voorstraat, de Kerkstraat, het Graafland en de Haarsteeg. Uitzondering hierop vormt het industrieterrein Gelkenes. Door de stedelijke ontwikkeling te concentreren in een aantal dijkdorpen, is het buitengebied de gemeente nog zeer vergelijkbaar met de situatie uit 1900. Uit onderstaande kaartjes is het verloop van de ontwikkeling van Groot-Ammers goed te zien. Gezien de ontstaansgeschiedenis van Groot-Ammers, de ligging van de rode contour en de visie, zoals verwoord in het Molenwaards kookboek, is het toevoegen van woningen in het gebied dat begrensd wordt door de Voorstraat, de Kerkstraat, het Graafland en de Haarsteeg een logische vervolgstap. 1900
vastgesteld
7
bestemmingsplan Emmastraat
1950
1960
2016
8
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat
2.2
Landschappelijke kenmerken
Mate van verstedelijking De gronden tussen de Voorstraat en de Julianastraat zijn sinds de jaren zestig van de vorige eeuw in toenemende mate ontwikkeld. Niet alleen ten zuide van de watergang, maar voor deelgebied 1 (zie verbeelding hieronder) ook ten noorden van de watergang. Naast de realisatie van het voormalige gemeentekantoor op de hoek met de Beatrixlaan, heeft er een verdichting van bebouwing aan de voorstraat plaats gevonden, waardoor op dit deel van de Voorstraat de weggebruiker minder de hoogte van het dijklichaam ervaart. Het aantal doorzichten vanaf de Voorstraat naar de bebouwing aan de Julianastraat toe is hierdoor zeer beperkt (tot niet meer aanwezig). De bebouwing aan de Julianastraat bestaan uit blokken van meerdere aaneengesloten woningen, die evenwijdig aan de weg staan. De achtertuinen grenzen aan de watergang. Voor deelgebied 2 is de situatie anders. In dit deelgebied zijn grote stukken onbebouwd en groen. Hierdoor is het zicht op het lager gelegen dorp veel meer aanwezig. De bebouwing aan dit deel van de Julianastraat bestaat uit twee - onder- één kap woningen, waardoor ook hier in minder hoge dichtheid is gebouwd. Deelgebied 1 is de afgelopen 50 jaar veel meer verstedelijkt dan deelgebied 2.
Ligging deelgebied 1 en deelgebied 2 Kavelpatroon Door de toegenomen verstedelijking van met name de afgelopen 50 jaar, is het van oudsher aanwezige kavelpatroon ingrijpend veranderd. Het voormalige agrarische landschap, begrensd door de watergang, is vervangen door woningbouw: de kern Groot-Ammers is ontstaat. De kadastrale kaart geeft een mooie impressie van de verkaveling.
Kadastrale kaart
vastgesteld
9
bestemmingsplan Emmastraat
De gronden, begrensd door de Voorstraat, Emmastraat, de watergang en de Beatrixstraat wordt gekenmerkt door verschillende structuren. 1. de vierkante structuur van het voormalige gemeentekantoor; 2. de lang gerekte structuur van de bebouwing aan de Voorstraat (al dan niet met een gezamenlijk tuin); 3. een achtergebied dat haaks op lang gerekte structuur van de bebouwing aan de Voorstraat ligt. 4. het gebied moet worden gezien als een overgangszone tussen de Voorstraat en het achtergelegen gebied: naast de wetering is de Voorstraat nog de enige link met de het verleden. De wijk achter de wetering is haaks op het oorspronkelijk kavelpatroon geprojecteerd. In onderstaande figuur zijn de verschillende structuren in beeld gebracht.
Structuur Geconstateerd wordt dat het plangebied (de rood omkaderde gronden) een bijzonder element vormt. De gronden wijken af van de rest op de volgende punten: ze hebben een zelfstandige functie (gronden horen niet bij woningen); ze liggen achter bestaande bebouwing en zijn als 'tussengebied / overgangszone' te beschouwen. Dit kom enerzijds door min of meer verscholen en lagere ligging ten opzichte van de Voorstraat. Anderzijds door het pad (de weg) dat de woningen van de Voorstraat aan de achterzijde ontsluit. ze liggen 'haaks' op de aanwezige structuren aan de Voorstraat. Voor wat betreft de 'richting' sluiten de gronden aan bij de bebouwing aan de Julianastraat. Objecten in omgeving De woningen aan de Voorstraat zijn dijkwoningen. De woningen aan de zuidzijde van de straat (voor zover gelegen ten westen van de Beatrixstraat) worden gekenmerkt door: 1. vanaf de Voorstraat: 1 bouwlaag met kap; 2. overwegend zadeldaken, evenwijdig aan de weg; 3. wisselende bouwstijl. Ook voor de aaneengesloten woningen aan de Julianstraat geldt dat deze woningen een zadeldak, evenwijdig aan de weg hebben. De bebouwing op de hoek Emmastraat - Julianastraat vormen hier een uitzondering op. Al deze woningen hebben twee bouwlagen met kap.
10
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat
Impressie nokrichtingen omgeving
2.3
Kwaliteiten en knelpunten
In deze paragraaf worden de aspecten benoemd die het gebied typeren en die bij een ontwikkeling van woningen richtinggevend zijn. Richtinggevende kwaliteiten van het gebied: de wetering en de bestaande sloten, welke haaks op de wetering liggen; een (lager gelegen) overgangszone tussen de lintbebouwing aan de Voorstraat en de woonwijk in de omgeving van de Julianstraat en de Margrietlaan; een dorps, landelijk karakter; een geheel eigen ruimtelijke structuur. Aandachtspunten van het gebied: met name op het eerste deel (de gronden gelegen achter het appartementencomplex aan Voorstraat 54) is een hoogteverschil aanwezig; de 'overgangszone': met de realisatie van woningen op deze gronden, wordt de samenhang met de gebouwde omgeving vergroot. Opgemerkt wordt dat met het ontwikkelen van het gebied, de samenhang met de omgeving vergroot kan worden, waarmee de ruimtelijke structuur versterkt wordt; onderhoud: het onderhoud kostbaar en tijdrovend. Het gebied wordt momenteel goed onderhouden, maar dit onderhoud staat onder druk. Het onderhoud van de gronden vergt de nodige inspanningen; niet alleen financieel, maar ook qua tijd en inspanning. De kwaliteit van de gronden is een kracht (het ligt er nu 'mooi en strak' bij), maar tegelijkertijd ook een zwakte (de kosten lopen steeds hoger op) en verloedering ligt op de loer.
vastgesteld
11
bestemmingsplan Emmastraat
Foto bestaande situatie
2.4
Uitgangspunten
De kwaliteiten die in paragraaf 2.3 benoemd zijn, vormen de uitgangspunten voor de realisatie van de woningen. Belangrijke uitgangspunten zijn: 1. aansluiten bij het dorpse karakter en de 'hiërarchie' respecteren van de hoger gelegen Voorstraat. De bebouwing aan Voorstraat is ook het belangrijkste. De gebouwen daarachter moeten terughoudend en ietwat ingetogen zijn. Dit kan behaald worden door: a. gepaste eenvoudige vormgeving; b. het toepassen van ingetogen kleurstellingen. De kleinschaligheid en variatie moet ook tot uiting komen in de architectuur. De woningen mogen onderling geen eenheid vormen en tegelijkertijd ook geen concurrenten van elkaar worden. De bouwhoogte sluit aan bij de woningen aan de Julianastraat en Emmastraat (maximaal 10 meter). De positionering van de woning kan variëren door de meanderende Voorstraat oftewel een informele ordening. 2. het terug laten komen van het landelijke en dorpse karakter in de architectuur. 3. de realisatie van de woningen wordt in samenhang ontwikkeld. Het geheel eigen karakter van de gronden spelen daarbij een belangrijke rol; 4. achtertuinen aan het water; 5. bestaande bomen waar mogelijk respecteren en aandacht voor aanplant; 6. bouwregels: a. één bouwlaag met kap (goothoogte van maximaal 4 meter en een bouwhoogte van maximaal 10 meter); b.
aanbouwen, bijgebouwen en andere toevoegingen zoals dakkapellen zijn een belangrijk onderdeel van de architectuur van de woning en worden in samenhang met de woningen ontworpen; c. kleur en materiaal zijn belangrijke karakterdragers die met zorg worden gekozen. 7. parkeren: a. parkeren zo veel mogelijk op eigen terrein bij de vrijstaande woningen; b. overig parkeren zo mogelijk uit zicht; c. aansluiten bij de geldende parkeernormen van de gemeente. In bijlage 2 zijn referentiebeelden opgenomen over de gewenste vormgeving van de woningen.
12
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat
2.5
Beschrijving plan
2.5.1
Plan
Zoals beschreven in paragraaf 2.4 is het behoud van het landelijke en dorpse karakter van groot belang bij de ontwikkeling van de nieuwe woningen. De woningen worden daarom uitgevoerd als één bouwlaag met kap. Dit geldt voor zowel de vrijstaande woningen als de 2-onder-1-kap woningen. De goothoogte van maximaal 4 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter worden met dit bestemmingsplan vastgelegd.
Situatietekening De vijf woningen zijn vrije sector (koop-)woningen en zijn geschikt voor eengezinshuishoudens. Met name de vrijstaande woningen zijn zeer geschikt om levenloopbestendig uitgevoerd te worden. Met de aaneengesloten woningen wordt aansluiting gezocht bij de ontwikkeling van de Emmastraat in de jaren '30 van de vorige eeuw. Door het aanwezige hoogteverschil worden deze woningen als 'dijkwoning' uitgevoerd. De vrijstaande woningen krijgen het karakter van schuren. Met de architectuur wordt het landelijke- en dorpse karakter benadrukt. De achtertuinen van de vrijstaande woningen grenzen aan het water. Voor wat betreft de kaprichting, wordt aangesloten bij de bebouwing op de hoek Emmastraat - Julianastraat. In bijlage 2 zijn referentiebeelden opgenomen. Momenteel zijn er (niet concrete) ideeën om in de toekomst ook de aangrenzende gronden te gaan ontwikkelen. Door de positionering van de woningen en de vormgeving van het plan, wordt de eventuele ontwikkeling van de naast gelegen gronden (ten oosten van het plangebied) in de toekomst mogelijk gemaakt.
vastgesteld
13
bestemmingsplan Emmastraat
Impressie woningbouw 2.5.2
Bereikbaarheid en parkeren
Bereikbaarheid Het plangebied is via de bestaande Emmastraat te bereiken. Er kan gebruik gemaakt worden van de bestaande ontsluiting, welke achter de woningen aan de Voorstraat ligt. Een aantal bewoners van de Voorstraat maakt reeds gebruik van deze ontsluitingsweg: zowel de parkeerplaatsen van het appartementencomplex als een aantal garages / carports behorende bij de woningen zijn via deze ontsluitingsweg te bereiken. De weg behoort tot de te herontwikkelen grond; de bewoners aan de Voorstraat hebben het recht van overpad. De huidige weg heeft het karakter van een erfontsluitingsweg (een woonerf).
Bestaande ontsluiting achter achtertuinen van de Voorstraat Parkeren De gemeente heeft in oktober 2020 parkeerbeleid en parkeernomen vastgesteld (zie paragraaf 3.4). In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van het aantal benodigde parkeerplaatsen. parkeernorm
aantal parkeerplekken
3 vrijstaande woningen
2,3
6,9
2 half vrijstaande woningen
2,2
4,4
totaal
11,3
Parkeernorm CROW Binnen het plangebied moeten er tenminste 11 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Voor
14
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat parkeerplaatsen op eigen terrein geldt een berekeningsfactor. In paragraaf 3.4 wordt hier nader op in gegaan. Gewenste ontwikkeling De kavels van de vrijstaande woningen zijn dusdanig van omvang (ten minste 425 m2), dat parkeerplaatsen deels op eigen terrein worden gerealiseerd. In de regels is opgenomen dat bij de vrijstaande woningen tenminste één parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd wordt. Het plan voorziet bij de 2-onder-1-kap woningen ook in een opstelruimte voor twee auto's. De overige parkeerplaatsen worden in het openbaar toegankelijke gebied gerealiseerd op de volgende plekken: langs de ontsluitingsweg is ruimte om twee parkeerplaatsen te realiseren; aan het einde van de ontsluitingsweg (achter de woning aan de Voorstraat 62) is ruimte voor een parkeerhaven voor vijf auto's. Door het aanbrengen van een groene afscherming, worden de parkeerplaatsen onttrokken aan het zicht voor de bestaande woningen aan de Voorstraat. Om te waarborgen dat deze groene afscherming daadwerkelijk gerealiseerd wordt, is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen. In totaal biedt het plangebied ruimte aan twaalf parkeerplaatsen. Daarmee wordt voldaan aan de parkeernorm van de gemeente. De parkeernorm is, conform het parapluplan voor parkeren, vastgelegd in artikel 12 (overige regels) van dit bestemmingsplan.
Parkeerplaatsen Ook als de berekeningsfactor voor parkeren op eigen terrein uit de nota parkeernormen wordt toegepast wordt voldaan aan de parkeernorm. Hieronder een overzicht daarvan. aantal woningen aantal parkeerplekken op eigen erf* totaal enkele oprit zonder garage
2
0,8
1,6
dubbele oprit zonder garage
(1)
1,7
1,7
garage met lange oprit
1
1,3
1,3
langs de ontsluiting
2
parkeerhaven
5
Totaal
11,6
* volgens berekeningsfactor Overzicht parkeerplaatsen conform de berekeningsfactor voor parkeren op eigen terrein
vastgesteld
15
bestemmingsplan Emmastraat
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt in z'n geheel (behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone). De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit.
De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het rijk. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten, namelijk: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; bevorderen duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes te helpen maken hanteert het rijk een omgevingsinclusieve benadering en drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. NOVI-gebieden In de NOVI op vier thema's voorlopig acht zogenaamde NOVI-gebieden benoemd welke onderdeel worden van de Omgevingsagenda. Het Rijk zal in deze gebieden een actieve rol gaan spelen. Deze thema's en bijbehorende gebieden zijn: Transities van havengebieden in Regio Rotterdam en Amsterdam Transities landelijk gebied: De Peel en Groene Hart Energie- en klimaattransities in relatie tot verstedelijking: Groningen en regio Zwolle Transities in grensoverschrijdende context: Zuid-Limburg en de Zeeuwse havens/Zeeuws Vlaamse kanaalzone.
De NOVI gaat vergezeld met een Uitvoeringsagenda, waarin staat hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Zo helpt de NOVI om keuzes te maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Consequentie NOVI voor plangebied Met de beoogde ontwikkeling wordt bijgedragen aan twee van de vier prioriteiten en de afwegingssprincipes van de NOVI. Dat blijkt uit de hoofdstukken 4 en 5. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming van de NOVI.
16
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Barro (voorheen AMvB Ruimte) bevat inhoudelijke regels van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen met ruimtelijke onderbouwing moeten voldoen. Het Barro bevat regels over Project Mainportontwikkeling Rotterdam (Maasvlakte II), Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie (militaire terreinen, munitie, militaire luchtvaart), Erfgoed (Unesco). Het Barro is niet van invloed op dit bestemmingsplan. 3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) - Ladder voor duurzame verstedelijking
Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling is duurzame verstedelijking het uitgangspunt. Als stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit jurisprudentie blijkt dat kleinschalige ontwikkelingen niet worden aangemerkt als 'stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Zo oordeelde de Afdeling dat een plan dat voorzag in de planologische inpassing van drie woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt (zie AbRvS 5 november 2014, nr. 201402621/1/R2). De Afdeling heeft recent (28 juni 2017, nr. 201608869/1/R3) een uitspraak gedaan over de aard, het doel en de strekking van de ladder voor duurzame verstedelijking en over welke randvoorwaarden de Afdeling hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te gelden. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt.
Gelet op het voorgaande wordt de realisatie van vijf woningen niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Er is daarmee geen noodzaak voor het doorlopen van de ladder voor duurzame ontwikkeling. Desondanks wordt opgemerkt dat de bouw van de vijf woningen aan de regionale en lokale woningvraag voldoet (zie paragraaf 3.3 en 3.4). De gemeente heeft bevestigd dat het toevoegen van vijf woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Groot-Ammers past binnen de beleidsuitgangspunten vanuit volkshuisvesting. Met de ontwikkeling op een inbreidingslocatie wordt daarmee voorzien in een actuele woningbehoefte en is één van de initiatieven waardoor de gemeente Molenlanden kan voorzien in woningbouw.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsverordening Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft haar doelstellingen en provinciale belangen vastgelegd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid -Holland. De geconsolideerde versie is van 7 augustus 2021. De volgende instructieregels van de provinciale verordening zijn relevant voor het plangebied: 1. Ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9); 2. Ecologische hoofdstructuur en strategische reservering natuur (artikel 6.24); 3. Risico's van klimatverandering (artikel 6.50). Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); 2. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op vastgesteld
17
bestemmingsplan Emmastraat structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: a. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; 3. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: a. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1 kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling. tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden;
Ligging gebied met beschermingszone 1 (Bron:www.ruimtelijkeplannen.nl) Natuurnetwerk Nederland en strategische reservering natuur Een bestemmingsplan voor gronden binnen de ecologische hoofdstructuur (Natuur Netwerk Nederland, NNN), onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.
18
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat
Ligging NNN (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl ) Risico's van klimaatverandering In een bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte. Consequentie plangebied Ruimtelijke kwaliteit: zoals beschreven in hoofdstuk 2 is bij de totstandkoning van het plan goed gekeken de ruimtelijke inpassing; het plan past binnen de aard en schaal van het gebied. Het bestemmingsplangebied ligt buiten een gebied met beschermingscategorie 1 (waarbinnen geen ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is). Ecologische hoofdstructuur (NNN): het plangebied ligt op ruim 100 meter van het dichtstbijzijnde NNN. De ontwikkeling van de woningen beperkt de wezenlijke kenmerken en waarden van dit gebied niet. Klimaatverandering: de locatie ligt niet buitendijks, waarmee overstromingsrisico beperkt is. Als de Lekdijk doorbreekt, dan komen de woingen grotendeels onder water te staan, gezien de lage ligging (5 meter beneden NAP). De woningen worden (tenminste) conform de wettelijke normen uit het Bouwbesluit vorm gegeven, waarmee de woningen duurzaam zijn. Het project is beperkt van omvang (vijf woningen) en is omringd door groen en water. Gesteld kan worden dat het project geen gevolgen heeft voor de klimaatverandering.
Gesteld wordt dat er geen strijd is met de belangen van de provinciale verordening.
3.3
Regionaal beleid
Visie 2030 - Open voor elkaar In het voorjaar 2012 hebben de gemeenteraden in de regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden (AV) de Visie 2030 vastgesteld. In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard Vijfheerenlanden, heeft de regio in 2012 de Visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en bepaalt de beleidskeuzes met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. Onder de titel 'authentiek & vernieuwend' geven de gemeenten in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden hun integrale kijk op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van hun regio. Kern van de visie is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, samen met het versterken van het overwegend open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. Een doelstelling van de regionale visie is te komen tot een levensloopbestendige regio. Het aantal zorgvragers dat zelfstandig wil blijven wonen neemt toe en daarmee de vraag naar aanpassing in de woonomstandigheden of andere huisvesting.
Naast de zorg voor startende huishoudens, zijn daarom de komende jaren bijzondere inspanningen nodig voor de doelgroep ouderen. De opgave is een aanzienlijke vergroting van het aantal voor ouderen geschikte woningen en het maken van woon-zorgzones in combinatie met zorgsteunpunten. De regionale structuurvisie zet daarnaast in op behoud van economische vitaliteit en werkgelegenheid voor de regionale beroepsbevolking. Versterking van de regionale samenwerking en afstemming van het ruimtelijk-economisch beleid is essentieel. Consequentie plangebied Het bestemmingsplan maakt vijf woningen mogelijk. De 2-onder-1-kap woningen zijn met name geschikt voor de starters op de woningmarkt. De drie vrijstaande woningen bieden, gezien hun omvang, goede
vastgesteld
19
bestemmingsplan Emmastraat kansen om deze levensloopbestendig te bouwen (of te verbouwen). De woningbouw die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt draagt bij aan het levensloop bestendig maken van de regio. Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden In oktober 2013 is de regionale woonvisie opgesteld. In 2017 is een actualisatie van de visie vastgesteld. De woonvisie gaat over kansen grijpen. Het doel van de regionale visie is om de woonkwaliteit van de regio te vergroten, door: Kansen te pakken voor woningbouw. Alleen vraaggericht bouwen leidt tot succes, en daarom willen we antwoord op de vragen: wat bouwen we, waar, voor wie, hoeveel en hoe snel? Signaleren van uitdagingen. Wonen behelst meer dan nieuwbouw. Minstens zo belangrijk is behoud van kwaliteit in de huidige woongebieden en het verbeteren van de leefbaarheid, met oog op ontgroening, vergrijzing en schaalvergroting van voorzieningen. Deze uitdagingen willen we aanpakken. De regionale woonvisie geeft antwoord op de vraag: hoe zorgen we er voor dat de regio Alblasserwaard Vijfheerenlanden (AV) in 2020 een aantrekkelijk woongebied is voor zowel huidige als nieuwe inwoners? Ook beantwoordt de regionale woonvisie de eis van de provincie om in bestemmingsplannen de behoefte aan te tonen met een regionale visie.
Wanneer een plan een bovenlokale functie heeft en mogelijk concurrentie met andere plannen aangaat, wordt er afstemming gezocht met de regio. Plannen die potentieel concurreren, worden besproken in een regionale werkgroep. De initiatiefnemer onderbouwt nut en noodzaak van de plannen, en de regionale werkgroep beoordeelt dit getalsmatig en kwalitatief. Daarbij wordt getoetst aan: 1. De regionale woonvisie: passend aantal woningen, noodzaak voor nieuwbouw, inbreiding boven uitbreiding, passend bij de nieuwbouwstrategie die bij dat woonmilieu hoort? 2. Een objectieve lokale marktanalyse, waaruit de noodzaak en toegevoegde waarde blijkt; 3. Een concurrentieanalyse waaruit blijkt waarom het plan wel of niet concurreert met andere plannen. In de regionale woonvisie zijn vier strategieën beschreven: 1. 2. 3. 4.
Starters mogelijkheden bieden (veel ruimte voor aantrekkelijke prijs, tot 2 ton). Binden van doorgroeiers Bedienen van senioren Aantrekken van nieuwkomers
Actualisatie regionale Woonvisie 2017-2020 In 2017 is een actualisatie van de regionale woonvisie vastgesteld. Deze visie komt op veel punten overeen met de regionale woonvisie uit 2013, maar de demografische inzichten zijn geüpdate. In de regionale woonvisie zijn afspraken gemaakt over: een flexibele omgang met tempowisselingen in de realisatie van projecten ; een praktische vorm voor sturing op de kwaliteit en samenstelling van projecten; het behoud van voldoende betaalbare woningen ; zorgvuldig ruimtegebruik; omgang met recreatieve bewoning en scheiden van wonen en zorg; het anticiperen op vraaguitval in de meeste kwetsbare delen van de woningvoorraad op langeretermijn. De themas wonen en zorg en duurzaamheid van het wonen blijven actueel. Als gevolg van snelle wijzigingen in wetgeving en landelijke (en bij duurzaamheid mondiale) ambities is de visie op punten herzien: Bij wonen en zorg hebben gemeenten vooral als taak om op het niveau van dorpen en wijken het lang thuis blijven wonen van zorgvragers te faciliteren. Dat gaat over de woningen: lang thuis blijven wonen, maar ook alternatieven voor mensen met een intensieve zorgvraag in de vorm van verzorgd wonen. En het gaat om de omgeving: bereikbaarheid van voorzieningen, on tmoetingsmogelijkheden en zorgaanbod, en een goede openbare ruimte.
Voor duurzaamheid geldt dat betaalbaarheid een belangrijkste drijfveer is van het regionale beleid, om op die manier met corporaties, marktpartijen en bewoners tegelijk bij te dragen aan milieudoelen. 20
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat De corporaties zijn verantwoordelijk voor voldoende betaalbare woningen in de sociale huursector. Als regiogemeenten maken we enerzijds daarover afspraken met hen en dragen we anderzijds bij aan meer alternatieven voor middeninkomens, om zo de hoge 'scheefheid' in de sociale huursector te helpen oplossen. We besteden aandacht aan bijzondere groepen op de woningmarkt: mensen met een zorgachtergrond, statushouders, woonwagenbewoners. De huidige afspraak is een netto toevoeging van maximaal 3.364 woningen netto in totaal voor de regio voor de periode 2015-2025. De gemiddelde jaarlijkse netto woningbehoefte in de regio is geschat op 0,7% huishoudensgroei per jaar. In juni 2021 zijn nieuwe afspraken gemaakt over het regionaal afstemmen van plannen. Onder de nieuwe afspraken hoeft een woningbouwplan niet regionaal afgestemd te worden, als het wordt opgenomen in de planmonitor. Consequentie plangebied Groot-Ammers is een voorzieningendorp. Voorzieningendorpen zijn aantrekkelijk voor verschillende doelgroepen, met name lokale starters, senioren en doorstromers. De woningen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt betreft een inbreidingslocatie, gelegen tussen de Voorstraat en de Julianastraat in. Zoals eerder beschreven zijn de 2-onder-1-kap woningen met name geschikt voor starters op de woningmarkt.
De vrijstaande woningen hebben de doorgroeiers op de woningmarkt als doelgroep. Bovendien zijn de vrijstaande woningen goed levensloopbestendig te maken. De woningbouw, die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is in overeenstemming met de regionale woonvisie. Het plan wordt opgenomen in de planmonitor en hoeft niet regionaal afgestemd te worden.
3.4
Gemeentelijk beleid
Toekomstvisie Molenwaard 2030 De ambitie die in de toekomstvisie staat is om de kernwaarden in het gebied vast te houden, te ontwikkelen en stimuleren. Vanuit historische tradities en landschappelijke kwaliteiten wordt gestreefd naar een comfortabele en veilige woon- en werkomgeving in een levend, groen en duurzaam landschap. De visie formuleert de volgende doelen: 1. 2. 3. 4.
Wonen: woonbehoeften dorpen en stad zijn leidend; Economische dragers: werk voor de inwoners; Voorzieningen: vraaggericht; Landschap: waardevol cultuurlandschap benutten.
Wonen: woonbehoeften dorpen en stad zijn leidend Voor wonen betekent dat vooral dat er woningen en een woonomgeving geboden moet worden waarin de inwoners zich thuis voelen en waar een aanbod van voorzieningen op maat is. Dit wordt tegen de achtergrond van een sterk veranderende wereld (zowel economisch als demografisch). Groei is niet (meer) vanzelfsprekend. Molenwaard biedt in ieder geval plaats aan: de mensen die hier al wonen en die willen blijven; mensen die een binding hebben met de gemeente, bijvoorbeeld omdat ze hier werken of hier voorheen gewoond hebben. Mensen moeten zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Om dit mogelijk te maken wil de gemeente Molenwaard inzetten op: levensloopbestendige woningen zorg aan huis Consequentie plangebied Zoals in het voorgaande al is aangegeven (onder andere in paragraaf 2.5.1 en 3.3) zijn met name de vrijstaande woningen zeer geschikt om levensloopbestendig gebouwd (of verbouwd) te worden. Gesteld
vastgesteld
21
bestemmingsplan Emmastraat wordt dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de toekomstvisie van de gemeente. Woonvisie 2020 - 2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020 - 2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van 1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029. De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnelt de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen.
Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed). Volgens de fact sheet die voor Groot-Ammers gemaakt is, is de behoefte aan woningen in de periode 2020-2030 circa 135 woningen. Groot-Ammers krijgt te maken met een toenemend aantal oudere huishoudens. Zij hebben behoefte aan een levensloopgeschikte woning (appartement of grondgebonden). In het grondgebonden segment is behoefte aan diverse woningtypen, zowel betaalbare rij- en hoekwoningen voor starters (in het segment tot € 250.000) als (middel-) dure woningen voor doorstromers en gezinnen. Het accent ligt op betaalbare woningen voor starters en betaalbare nultredenwoningen. Nieuwe initiatieven worden aan de hand van een kwalitatief afwegingskader getoetst.
De gemeente verleent medewerking aan de plannen die het beste scoren op de beoogde toetsingscriteria: het plan speelt in op de woningbehoefte van de kern; de beoogde woningen blijven duurzaam voor het betaalbare segment behouden; het plan speelt in op de vraag van bijzondere doelgroepen; het plan levert een bijdrage aan het langer zelfstandig wonen van ouderen / mensen met een zorgvraag; het plan past binnen het dorpse / landelijke woonmilieu van Molenlanden; het plan biedt een vernieuwende woonvorm (Tiny / Small Houses, hofjeswoningen, meergeneratiewoningen, etc.); nieuwbouw levert een bijdrage aan het creëren van een gevarieerde woningvoorraad op wijkniveau (wat betreft woningtype, eigendom, prijsklasse). Consequentie plangebied Binnen het plangebied worden vijf vrije sector koopwoningen gebouwd. De twee-onder-één-kap woningen vallen in het goekopere segment en de drie vrijstaande woningen zijn zeer geschikt om levenloopbestendig uitgevoerd te worden. Het te bebouwen terrein ligt tussen de dijk, waar een grote variatie aan woningtypen te vinden is, een oudere jaren 60 wijk, waar met name rijwoningen staan in huur en koop en een straat met vooral bebouwing uit de jaren 30. Het plan is qua typologie passend in de omgeving: de woningen passen binnen het dorpse woonmilieu en dragen, door de aard en locatie, bij aan een gevarieerde woningvoorraad.
Molenwaards kookboek De gemeente heeft in 2016 het Molenwaards kookboek opgesteld. Het kookboek biedt handvatten voor het stimuleren en aanjagen van ontwikkelingen. Geen ‘nee, tenzij’ maar ‘ja, onder voorwaarde dat’. Over die voorwaarden gaat het in het ruimtelijk kookboek. De gemeente wil aan het begin van een initiatief duidelijke ingrediënten als voorwaarde meegeven en initiatiefnemers inspireren, laten zien hoe met de
22
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat ontwikkeling kan worden ingespeeld op de kenmerken van de plek, hoe de ontwikkeling zodanig kan worden uitgewerkt dat daarmee niet alleen de kwaliteiten behouden blijven maar ook nieuwe kwaliteit wordt toegevoegd. Idealiter wordt ons gebied met toevoeging van de juiste ingrediënten ruimtelijk, sociaal, economisch en/of ecologisch interessanter. Met het ruimtelijk kookboek biedt de gemeente zowel richtlijnen als een bron van inspiratie om ontwikkelingen op de juiste smaak te bereiden. Door landschap en cultuurhistorie van begin af aan in de planvorming te integreren wordt een vervlakking voorkomen en kunnen weer karaktervolle gebieden ontstaan. Daarmee wordt geïnvesteerd in de landschappelijke kwaliteit van de toekomst. Bij iedere ontwikkeling is het belangrijk dat initiatiefnemers zich in de kenmerken van de plek verdiepen, dat geprobeerd wordt de plek te doorgronden en onderzoekt wordt hoe de ontwikkeling op die kenmerken in kan spelen. Doordat initiatiefnemers zich verdiepen in het bestaande landschap en gebruik wordt begrip verkregen om, met behoud van de kernkwaliteiten, het landschap te vernieuwen. Het kookboek formuleert zeven stappen. Consequentie plangebied Voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan is een principeverzoek ingediend bij de gemeente, waarbij de zeven geformuleerde stappen doorlopen zijn.
De gemeente heeft in april 2017 (bijlage 1) laten weten in te stemmen met het bouwplan voor vijf woningen, onder voorwaarde dat: a. dat de watercompensatie en het parkeren nader wordt uitgewerkt; b. dat de perceelseigenaren aan de oostkant van de locatie actief bevraagd worden in hoeverre er belangstelling is qua bestemmingsplanproces woningbouwontwikkeling/ontsluiting gezamenlijk op te trekken; c. dat de omwonenden en de klankbordgroep nadrukkelijk betrokken worden bij de participatie. Aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Voor een toelichting op deze punten wordt verwezen naar de paragraven 2.5.2, 4.2 en 8.1. Nota parkeernormen Molenlanden 2020 De doelstelling van de 'Nota parkeernormen Molenlanden 2020' is: het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en -ontwikkelingen in de gemeente Molenlanden om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Molenlanden te waarborgen. Op basis van publicatie 381 van het CROW ('Toekomstbestendig parkeren' d.d. december 2018) is een lijst met parkeernormen voor de gemeente Molenlanden opgesteld. De gemeente werkt binnen de kaders van het verkeer en vervoerbeleid met ‘vaste parkeernormen’ (zonder bandbreedte). Dit biedt duidelijkheid voor alle betrokkenen.
Bij nieuwbouwplannen wordt de parkeerplaatsopgave berekend aan de hand van de volgende parkeernormentabel:
vastgesteld
23
bestemmingsplan Emmastraat
Parkeernormentabel (bron: Nota parkeernormen Molenlanden 2020) Een ruimtelijk initiatief dient in beginsel op eigen terrein aan de parkeerplaatsopgave te voldoen. Met het begrip “parkeren op eigen terrein” wordt bedoeld: ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Het bevoegd gezag kan hiervan afwijken indien op een andere wijze in de benodigde parkeerplaatsen wordt voorzien. Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden niet altijd volledig meegerekend in de gerealiseerde parkeerplaatsen. Deze plaatsen worden immers vaak voor andere doeleinden gebruikt dan het parkeren van auto’s. De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegerekend (afhankelijk van de parkeervoorziening) is opgenomen in onderstaande tabel.
Berekeningsfactoren parkeren op eigen terrein (bron: Nota parkeernormen Molenlanden 2020) Consequentie plangebied In paragraaf 2.5.2 zijn de consequenties van de nota parkeernormen uitgewerkt. Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan de vastgesteld parkeernormen, ook als rekening gehouden wordt met de berekeningsfactoren voor parkeren op eigen terrein.
24
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat
Hoofdstuk 4 4.1
Water
Kader
Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven; ook de ecologische ambities worden op dit niveau geregeld. Wettelijk kader Het Rijk, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen hebben in februari 2001 de startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw ondertekend. Deze startovereenkomst is in 2003 omgezet in het Nationaal Bestuursakkoord Water dat in juni 2008 is geactualiseerd. Hiermee hebben deze partijen elkaar gecommitteerd om een watertoets toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorts bepaald dat waterbeheerders dienen te worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen.
De watertoets is een instrument om bij alle ruimtelijke plannen en besluiten waarin waterhuishoudkundige aspecten voorkomen te toetsen of in voldoende mate rekening wordt gehouden met die aspecten. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor de waterkwantiteit (ruimte voor water, berging, infiltratie, aan- en afvoer), aandacht voor effecten op de waterkwaliteit en aandacht voor de veiligheid (overstroming). Rijksbeleid De hoofddoelstelling voor waterbeheer in Nederland is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP): Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. Het NWP is per 22 december 2009 de vervanger van de Vierde Nota Waterhuishouding en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Dit eerste Nationaal Waterplan is ook een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening. Het is opgesteld voor de planperiode 2009-2015. In het nieuwe (ontwerp) Nationaal Waterplan (2016-2021) staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Het kabinet kiest voor een grotere inzet op verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is.
Verder wil het kabinet dat Nederland klimaatbestendig en water robuust wordt ingericht, dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. Tot slot wil het kabinet dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Op 22 december 2009 is ook de Waterwet van kracht is geworden. In de Waterwet worden de verantwoordelijkheden en bevoegdheden over water vastgelegd in wetgeving Provinciaal beleid Het beleid van de provincie Zuid-Holland met betrekking tot water is vastgelegd in het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010 – 2015. Dit waterplan is 11 november 2009 door Provinciale Staten vastgesteld. In het Provinciaal Waterplan zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationale Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Zuid-Holland. Het Provinciaal Waterplan beschrijft op hoofdlijnen wat de provincie in de periode tot 2015 samen met haar waterpartners wil bereiken. Het Waterplan heeft vier hoofdopgaven: a. Waarborgen waterveiligheid. b. Zorgen voor mooi en schoon water.
vastgesteld
25
bestemmingsplan Emmastraat c. Ontwikkelen duurzame zoetwatervoorziening. d. Realiseren robuust en veerkrachtig watersysteem. In het plan zijn deze opgaven verder uitgewerkt in 19 thema's én voor drie gebieden, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Waterbeheerprogramma 2016 - 2021. Koers houden, kansen benutten. Op 27 november 2015 heeft het bestuur van Waterschap Rivierenland het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld, met als titel Koers houden, kansen benutten. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Keur waterschap Rivierenland Voor nieuwe ontwikkelingen is het een voorwaarde dat (verbeterd) gescheiden rioolsystemen worden toegepast en ingeval dat de verharding toeneemt, dient de initiatiefnemer compenserende waterberging te realiseren. Het Waterschap hanteert hierbij de vuistregel dat voor elke hectare nieuwe verharding 436 m³ waterberging gerealiseerd moet worden. Deze waterberging dient te worden aangelegd in open water en daarbij mag de maximale peilstijging niet meer dan 20 cm bedragen. Als de toename aan verhard oppervlak voor het stedelijk gebied kleiner is als 500 m² en de ontwikkeling op zichzelf staat (dus geen cumulatief effect), is geen watercompensatie nodig.
Bij een toename van verharding van meer dan 500 m² moeten voorzieningen getroffen worden om de landelijk afvoer te realiseren door middel van: het creëren van extra waterberging op het eigen terrein door middel van het graven of vergroten van een oppervlaktewaterlichaam, en/of het creëren van extra retentie in het oppervlaktewaterlichaam waarop wordt geloosd door vergroten van het profiel van de oppervlaktewaterlichaam, en/of het graven van nieuw oppervlaktewaterlichaam binnen hetzelfde peilgebied en aangesloten op bestaande A- of B-wateren, en/of het creëren van extra berging door het aanleggen van wadi’s. Bij nieuwe ontwikkelingen adviseert het Waterschap om (schone) verharde oppervlakken niet aan te koppelen op het rioolstelsel, maar af te koppelen op de watergang, en daar waar nodig een filterende voorziening toe te passen. Voor alle bouwplannen geldt dat duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toegepast moeten worden (dus geen zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen) om diffuse verontreiniging van water en bodem te voorkomen. In algemene zin geldt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het Waterschap een vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'.
Dit geldt dus bijvoorbeeld voor graaf- en bouwwerkzaamheden in de beschermingszone van watergangen, de aanleg van overstorten van de hemelwaterafvoer op het oppervlaktewater en het graven van nieuwe watergangen.
4.2
Het plangebied
Met uitzondering van een deel van de toegangsweg is het gehele gebied momenteel onverhard. Als gevolg van de ontwikkeling van de 5 woningen neemt het verhard oppervlakte als volgt toe: Oppervlakte van het doortrekken van de toegangsweg naar de laatste drie woningen en de realisatie van vijf parkeerplaatsen: 215 m2 Oppervlakte van de vijf woningen (totaal): 605 m2 Verharding op de woonpercelen (oprit, tuin, etc. op eigen terrein): 385 m2 Het oppervlakte verharding binnen het plangebied neemt toe met circa 1.205 m2. Gebruik makend van de eenmalige vrijstelling van 500 m2, dient binnen het plangebied een toename van verharding van 705 m2 gecompenseerd te worden. In verband met toepassen van de vuistregel voor watercompensatie resulteert dit in een wateropgave van 31 m3 welke in een peilstijging van 20 cm van het open water moet passen. Hierdoor komt de wateropgave voor het plangebied neer op 154 m2 nieuw water. Daarnaast wordt er in het plangebied ook een watergang gedempt van 67 m2. Slootdempingen dienen 1 op 1 gecompenseerd te worden. Dit brengt de totale wateropgave op 221 m2 (154 + 67). Binnen het plangebied wordt een nieuwe sloot gegraven en enkele 'inprikkers' van 92 m2. Hierdoor blijft
26
vastgesteld
bestemmingsplan Emmastraat er nog een opgave van 129 m2 over. Dit tekort afgekocht in de gemeentelijke waterbergingsbank in de kern Groot-Ammers. Hierover zijn afspraken met de gemeente gemaakt.
Watercompensatie Watergangen Binnen het plangebied ligt een B-watergang of een beschermingszone van een B-watergang. B-watergangen zijn wateren met een secundaire functie voor het waterhuishoudkundig systeem. Het water heeft deze functie als een stedelijk gebied met een oppervlak tussen 10 en 25 hectare afhankelijk is van dit water voor de wateraanvoer en/of de waterafvoer en de waterberging. Binnen het plangebied ligt geen A-watergang of een beschermingszone van een A-watergang.
Ligging B-watergang (bron: google.nl) Werkzaamheden in de watergang of de bijbehorende beschermingszone zijn vergunning -en of meldingsplichtig omdat deze invloed hebben op de water aan- en afvoer, de waterberging of het onderhoud. Een onderhoudsstrook is een obstakelvrije strook die als beschermingszone in de legger is aangewezen. Met deze zone wordt handmatig en/of machinaal onderhoud van de watergang vanaf de kant mogelijk gemaakt. Voor B-watergangen is de strook 1 meter breed. De tuinen van de nieuw te ontwikkelen woningen liggen binnen de beschermingszone van de B-watergang. Het bestemmingsplan maakt geen bouwwerken (zoals steigers) mogelijk. Indien toekomstige bewoners op minder dan 1 meter van de watergang een steiger willen realiseren, dan dient hiervoor een vergunning verkregen te worden van het waterschap. Waterkering
vastgesteld
27
bestemmingsplan Emmastraat
De buitenbeschermingszone van de primaire waterkering langs de Lek ligt in het plangebied. In het geldende bestemmingsplan heeft de buitenbeschermingszone een dubbelbestemming 'waterstaat waterkering' gekregen. Voor deze gronden in de keur van Waterschap Rivierenland van toepassing. Het aangegeven plangebied ligt deels in de buitenbeschermingszone van de primaire waterkering (de Lekdijk). In deze buitenbeschermingszone zijn de volgende zaken niet toegestaan zonder vergunning; afgravingen en seismische onderzoeken; werken met een overdruk van 10 bar; explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen. Onder afgravingen worden diepe ontgravingen verstaan en daaronder valt ook ondergronds bouwen. Uitgangspunt hierbij is dat de ontgrondingen geen nadelige invloed mogen hebben op de functie van de waterkering, alsmede de waterhuishouding. Indien er ondergronds gebouwd gaat worden, wordt er een watervergunning aangevraagd. De buitenbeschermingszone krijgt een gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - dijk - 2'. Daarmee zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. Aangesloten wordt bij de regeling van het geldende bestemmingsplan.