CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Toelichting bestemmingsplan Doetseweg 26 Giessenburg – Bergstoep 26 Streefkerk

Commissievergadering Wonen, Werken & Verkeer 6 september 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Doetseweg 26, Giessenburg - Bergstoep 26, Streefkerk16.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting Bestemmingsplan ‘Doetseweg 26 Giessenburg – Bergstoep 26 Streefkerk’

Gemeente Molenlanden Toelichting Bestemmingsplan ‘Doetseweg 26 Giessenburg – Bergstoep 26 Streefkerk’

Identificatie

Planstatus

Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPdoetseweg26GSB-ON01

Datum: 20-09-2022

Status: Vastgesteld

2

Inhoud 1.

2

3

4

5

Inleiding............................................................................................................ 5 1.1

Inleiding ..................................................................................................... 5

1.2

Kader .......................................................................................................... 7

1.3

Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 9

1.4

Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 9

1.5

Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid............................ 10

1.6

Communicatie .......................................................................................... 10

1.7

Realisatie .................................................................................................. 10

1.8

Leeswijzer................................................................................................. 11

Planbeschrijving .............................................................................................. 12 2.1

Bestaande situatie ..................................................................................... 12

2.2

Nieuwe situatie ......................................................................................... 15

Verantwoording beleidskader .......................................................................... 22 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 22

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 24

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 29

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 31

3.5

Conclusie .................................................................................................. 36

Verantwoording sectorale aspecten ................................................................. 37 4.1

Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 37

4.2

Watertoets ................................................................................................ 39

4.3

Geluid ....................................................................................................... 47

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 48

4.5

Bedrijven- en milieuhinder ........................................................................ 50

4.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 52

4.7

Kabels en leidingen................................................................................... 55

4.8

Ecologie .................................................................................................... 56

4.9

Bodem ...................................................................................................... 58

4.10

Archeologie ........................................................................................... 60

4.11

Duurzaamheid ....................................................................................... 64

Juridische planbeschrijving .............................................................................. 65 5.1

Inleiding ................................................................................................... 65

5.2

Systematiek van de regels ......................................................................... 65

5.3

Bestemmingen .......................................................................................... 65

5.4

Aanduidingen ........................................................................................... 66 3

Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8 9

10 11

Omschrijving Landschappelijk inpassingsplan Doetseweg 26 Landschappelijk inpassingsplan Bergstoep 26 Digitale watertoets Doetseweg 26 Digitale watertoets Bergstoep 26 Akoestisch onderzoek Doetseweg 26 Ecologische quickscan Doetseweg 26 Ecologische quickscan Bergstoep 26 Verkennend bodemonderzoek Doetseweg 26 Verkennend archeologisch onderzoek Doetseweg 26 Nota Inspraak en overleg Nota Zienswijze

Auteur Referentie Lagendijk tuin- en 21318-01 landschapsarchitecten

Datum 07-09-2020

Lagendijk tuin- en 21399-01 landschapsarchitecten

11-06-2020

Waterschap Rivierenland Waterschap Rivierenland Voortman Ingenieurs

20200729-923936 20200729-923937 R-JVO/1586

29-07-2020

Blom Ecologie

BE/2020/444/r 19-06-2020

Blom Ecologie

BE/2020/443/r 17-06-2020

29-07-2020 30-07-2020

Bakker Milieuadviezen BM/2687-2020

07-2020

ADC ArcheoProjecten

5201

10-01-2022

Gemeente Molenlanden Gemeente Molenlanden

-

13-12-2021

-

07-2022

4

1.

Inleiding

1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Op het perceel Bergstoep 26 te Streefkerk is een voormalige intensieve varkenshouderij met bijbehorende bebouwing gelegen. Sinds enkele jaren heeft het agrarische bedrijf de volwaardige bedrijfsactiviteiten beëindigd en vinden er enkel nog hobbymatige agrarische activiteiten plaats. Hierdoor is de grote varkensschuur op het perceel leeg komen te staan en is men voornemens deze te saneren om verpaupering te voorkomen. Om de sanering van de schuur te kunnen bekostigen is men opzoek gegaan een locatie om de sloopmeters als ‘bouwrecht’ in te zetten ten behoeve van een burgerwoning, ruimte voor ruimte (compensatie). Een locatie is gevonden aan de Doetseweg 26 te Giessenburg. Hier is een voormalige moestuin gelegen. De activiteiten op deze locatie zijn tevens niet meer als volwaardig te beschouwen. De initiatiefnemers zijn voornemens middels het ‘bouwrecht’ van de Bergstoep een burgerwoning te realiseren en in te passen op deze locatie. Door beide locaties middels het bouwrecht te combineren kan op beide locaties een toekomstbestendige situatie worden gecreëerd. Waarmee verdere leegstand en verpaupering door het beëindigen / afnemen van de activiteiten ter plaatse van de locaties wordt voorkomen. Daarbij tevens een agrarische intensive veehouderij bestemming aan het cultuurhistorisch lint wordt verwijderd.

Beide partijen van de locaties zijn onlangs tot overeenstemming gekomen betreffende de overdracht en het inzetten van het bouwrecht. Het plan is in strijd met de vigerende bestemmingsplannen op beide locaties. Het perceel aan de Doetseweg 26 te Giessenburg betreft de enkelbestemming ‘recreatie’, waarop het realiseren van een woning niet is toegestaan. Het perceel aan de Bergstoep 26 te Streefkerk betreft de enkelbestemming ‘agrarisch’ welke moet worden omgezet t.b.v. wonen (met hobbymatige agrarische activiteiten) om de bedrijfsbeëindiging bestemmingsplan technisch vast te leggen. Voor het plan is een principeverzoek ingediend bij de gemeente Molenlanden. In een schriftelijke beantwoording heeft de gemeente Molenlanden aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het plan. 1.1.2 Plangebied Het plangebied bestaat uit twee plangebieden. Het perceel Doetseweg 26 te Giessenburg en het perceel Bergstoep 26 te Streefkerk, beide binnen de gemeente Molenlanden. Doetseweg 26 Giessenburg Het plangebied aan de Doetseweg 26 te Giessenbrug staat kadastraal bekend als GSB00 – G – 1491. Het perceel wordt in het noordwesten begrensd door de openbare weg met daarachter de rivier de Giessen en in het zuidoosten de polder. De naburige percelen betreffen woonpercelen met een burgerwoning.

5

Bergstoep 26 Streefkerk Het plangebied aan de Bergstoep 26 te Streefkerk is een deel van het kadastrale perceel SKK00 – F – 280. Het perceel is aan de noordwestzijde gelegen aan de dijk langs de rivier de Lek, aan de zuidoostzijde is de polder gelegen. Ten oosten is de Veerweg gelegen en ten westen een burgerwoning.

Afbeelding 1: Plangebied Doetseweg 26 Giessenburg

Afbeelding 2: Plangebied Bergstoep 26 Giessenburg

6

1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied wanneer er sprake is van een aangetoonde verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de individuele, bedrijfs- en maatschappelijke belangen en overige belangen in de directe omgeving niet nadelig worden beïnvloed. Het onderhavige plan past binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Molenlanden. Middels het plan is er sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, wordt een agrarische intensieve veehouderij uit het cultuurhistorische lint onttrokken en wordt er voorzien in de concrete woningbehoefte. Het plan voorziet in de sloop van een voormalige verouderde varkensschuur aan de Bergstoep 26 te Streefkerk, waarmee ter compensatie een bouwrecht wordt verworven. Dit bouwrecht wordt ingezet voor een burgerwoning aan de Doetseweg 26 te Giessenburg. Aan de Bergstoep wordt er meer openheid en landschappelijk doorzicht gecreëerd en aan de Doetseweg wordt de burgerwoning op een verantwoorde wijze landschappelijk en stedenbouwkundig ingepast in het cultuurhistorische lint middels de richtlijnen in het Molenwaards Kookboek. Aan de Bergstoep wordt leegstand en verdere verpaupering voorkomen, én is het door het wegnemen van de agrarische bedrijfsbestemming niet meer mogelijk een volwaardig intensief grondgebonden bedrijf te vestigen op deze locatie.

Het onderhavige plan is met dit alles een passende ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.

1.2 Kader Doetseweg 26 Giessenburg Bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ Het plangebied Doetseweg 26 Giessenburg valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’, welke is vastgesteld op 11 maart 2015. Het plangebied betreft hierin de enkelbestemming: • Recreatie; De dubbelbestemmingen: • Waterstaat – Waterkering; • Waarde – Archeologie – 1; • Waarde – Archeologie – 2; • Waarde – Archeologie – 4; • Waarde – Archeologie – 8; En de aanduidingen: • Functieaanduiding: volkstuin; • Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone – dijk.

7

Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplankaart ‘Buitengebied Giessenlanden’

Bergstoep 26 Streefkerk Bestemmingsplan ‘Buitengebied Liesveld’ Het plangebied Bergstoep 26 Streefkerk valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Liesveld’, welke is vastgesteld op 26 maart 2013. Het plangebied betreft hierin de enkelbestemming: • Agrarisch; De dubbelbestemmingen: • Waterstaat – Waterkering; • Leiding – Water; • Waarde – Archeologie – 4; • Waarde – Archeologie – 7; • Waarde – Archeologie – 8; En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Functieaanduiding: intensieve veehouderij; • Figuur: hartlijn leiding – water; Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Liesveld’ Op 20 februari 2018 is de parapluherziening vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Molenwaard. Middels de parapluherziening zijn de regels van drie bestemmingsplannen in het buitengebied van de voormalige gemeente Molenwaard gelijkgetrokken. Voor het onderhavige plangebied betekende dat de extra gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied dorpslint’.

8

Afbeelding 4: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Liesveld’

1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het onderhavige plan wordt het mogelijk gemaakt om ter plaatse van de Doetseweg 26 te Giessenburg een burgerwoning te realiseren. Op het perceel Bergstoep 26 te Streefkerk wordt de agrarische bedrijfsbestemming verwijderd en gewijzigd t.b.v. wonen en tuin/hobbyboer.

1.4 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Participatie In de voorfase is het plan aan de Doetseweg 26 te Giessenburg reeds voorgelegd aan de direct omwonenden, welke hebben aangegeven niet negatief tegenover de ontwikkeling te staan. Vooroverleg / Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplannen heeft voor zes weken ter inzage gelegen. In deze periode kon eenieder schriftelijk of mondeling een inspraakreactie omtrent het voorontwerpbestemmingsplan kenbaar maken. Tevens is het voorontwerp in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan het Waterschap Rivierenland en de Provincie Zuid-Holland. Er is geen vooroverlegreactie ontvangen. Tijdens de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan is er 1 inspraakreactie ingediend. De inspraakreactie heeft betrekking op de locatie Bergstoep 26 te Streefkerk. De inspraakreactie is binnen de daarvoor geldende

9

termijn ingediend en is van beantwoording voorzien in de Nota Inspraak en overleg in de bijlage van deze toelichting. Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen, waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Desgevraagd kon ook een mondelinge zienswijze gegeven worden. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is er 1 zienswijze ingediend. De zienswijze heeft eveneens betrekking op de locatie Bergstoep 26 te Streefkerk. De zienswijze is binnen de daarvoor geldende termijn ingediend. De zienswijze heeft betrekking op de afwijkingsmogelijkheid voor een minicamping. N.a.v.

de zienswijze is er meermalen contact geweest met de indiener en worden er enkele aanpassingen doorgevoerd om de bezwaren weg te nemen, zie ook de nota zienswijzen: • De aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – minicamping’ wordt toegevoegd, om extra te borgen dat eventuele campingactiviteiten op voldoende afstand van het naburige perceel zijn gelegen en het woon- en leefklimaat van dit perceel niet negatief wordt beïnvloed; • In artikel 5.5.1 (binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor een minicamping) wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – hobbyboer’ vervangen door ‘specifieke vorm van wonen – minicamping’ zodat deze afwijkingsmogelijkheid alleen binnen het gebied met de laatstgenoemde aanduiding geldt; • Het gebied met een woonbestemming en aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – hobbyboer’ wordt ca. 20 meter naar achteren uitgebreid.

1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemers, welke aangeven dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente wordt een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemers komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.

1.6 Communicatie Er wordt op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet, de Staatscourant en het Kontakt).

1.7 Realisatie Wanneer geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de beroepstermijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor het plan kan dan worden aangevraagd.

10

1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • • • •

Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskader; Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.

11

2

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Giessenburg Giessenburg is in 1957 ontstaan uit de dorpjes Peursum en Giessen-Nieuwkerk. Deze dorpjes zijn vanaf de 13de eeuw ontstaan door ontginning van het veengebied. Het gebied heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld, wat met name te danken was aan het slot Giessenburg met de bijbehorende heerlijkheden. Giessenburg is gelegen langs het riviertje de Giessen. Vanuit de kleihoudende stroomrug langs dit riviertje is het oorspronkelijke dorpje ontstaan. Deze hoger gelegen stroomruggen waren namelijk droger en beter van ondergrond om op te bouwen. Vanuit het dorp heeft men het achterliggende polderlandschap ontgonnen, iets wat goed te zien is in de slagen van het landschap. Langs de noordelijke zijde van de Giessen is geen seriematige uitbreiding van het dorp te vinden en wordt de bebouwingsstructuur nog gekenmerkt door typische lintbebouwing, waar grote boerderijen en kleine arbeidershuisjes elkaar afwisselen. Streefkerk Rond de 12e en 13e eeuw is men voor bewoning het uitgestrekte natte veengebied van de Alblasserwaard ingetrokken. Daarbij kwamen de in het veen zichtbare donken en stroomruggen van riviertjes als de Alblas en Goudriaan het eerst voor permanente bewoning in aanmerking. Zo is ook het huidige dorp Streefkerk ontstaan.

Op de in het landschap van nature aanwezige zanddonk is in de vroege middeleeuwen de eerste bewoning ontstaan. Recente archeologische vondsten doen zelfs vermoeden dat er door jagers zelfs gebruik is gemaakt van de Streefkerkse donk voor onze jaartelling. In de vroege middeleeuwen vestigden de eerste bewoners van deze streek zich op deze uit het veen oprijzende zandheuvel, om vandaar uit met de ontginning van het moerasland te beginnen. In de Gouden Eeuw begint in Streefkerk de welvaart toe te nemen, wat resulteert in de groei van het dorp. Met de bedijking van de Alblasserwaard neemt ook langzaam de bewoning langs de dijken toe. Zo ontstaat er een langgerekt dijkdorp met een compacte kern. Een ruimtelijke structuur die nog steeds kenmerkend is voor het dorp. De eerste uitbreiding van het dorp concentreerde zich in een compacte bebouwing rond de in 1495 gebouwde kerk, op de van nature aanwezige zanddonk. Pas is de 20e eeuw kent Streefkerk een grotere uitbreiding en met name de naoorlogse wijken zijn hiervan een goed voorbeeld. Het centrum van het dorp is gelegen aan de Kerkstraat en Kerklaan. De commerciële en maatschappelijke functies zijn langs deze straten geconcentreerd. Doordat Streefkerk een kleine kern is, staat het draagvlak voor winkels onder druk. Een studie naar een passendere schaal en maat voor deze voorzieningen is momenteel gaande.

Hierbij spelen zaken als kwaliteit en toekomstvastheid een belangrijke rol. 2.1.2 Huidige status/gebruik Doetseweg 26 Giessenburg Het plangebied Doetseweg 26 Giessenburg betreft een perceel waarop enkele volks/moestuinen zijn gelegen. Op het perceel staat een enkele schuur.

12

Afbeelding 5: Vooraanzicht Doetseweg 26 Giessenburg

Afbeelding 6: Impressies huidige situatie Doetseweg 26 Giessenburg

Bergstoep 26 Streefkerk Het plangebied Bergstoep 26 Streefkerk betreft een voormalige agrarisch bedrijfsperceel (varkenshouderij), waar de volwaardige bedrijfsactiviteiten reeds enkele jaren zijn beëindigd. Er wordt nog enkel hobbymatig vee gehouden, de grote voormalige varkensschuur staat leeg.

13

Afbeelding 7: Zijaanzicht Bergstoep 26 Streefkerk

Afbeelding 8: Te saneren varkensstal Bergstoep 26 Streefkerk

14

2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan is om de voormalige verouderde varkensschuur (ca. 1.000 m2) aan de Bergstoep 26 te Streefkerk te saneren en de agrarische bedrijfsbestemming te wijzigen ten behoeve van wonen en tuin/hobbyboer. Hierbij tevens de mogelijkheid om binnenplans onder voorwaarde een minicamping (max. 15 plaatsen) mogelijk te maken. Op het perceel is het agrarische bedrijf de volwaardige agrarische bedrijfsactiviteiten al enige tijd verloren en sindsdien staat de voormalige varkensschuur leeg. Middels de sanering wordt een ‘bouwrecht’ verkregen welke wordt verplaatst en ingezet aan de Doetseweg 26 te Giessenburg waar een burgerwoning wordt gerealiseerd. Hiermee kan de sanering van de schuur worden bekostigd, tegelijkertijd worden voorzien in de concrete woningbehoefte van de initiatiefnemers en worden voorzien in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit binnen de gemeente Molenlanden.

Afbeelding 9: Uitsnede nieuwe situatie Doetseweg 26 Giessenburg

Afbeelding 10: Uitsnede nieuwe situatie Bergstoep 26 Streefkerk

15

2.2.2 Ontsluiting, parkeren en verkeersgeneratie Ontsluitingen De beide plangebieden worden thans ontsloten middels een enkele in- en uitrit op de openbare wegen Doetseweg en Bergstoep. Deze ontsluitingen blijven in de nieuwe situatie op beide locaties behouden. Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernorm op beide plangebied is gebruik gemaakt van de nieuwe parkeernota van de gemeente Molenlanden. Voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen. Doetseweg 26 Giessenburg Binnen het plangebied Doetseweg 26 te Giessenburg is er meer dan voldoende ruimte om minimaal 3 auto’s te parkeren op eigen terrein rondom de woning, zie afbeelding 9. De benodigde parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost, waarmee wordt voldaan aan de gestelde parkeernormen uit de gemeentelijke parkeernota. Bergstoep 26 Streefkerk Het plangebied Bergstoep 26 te Streefkerk betreft een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. Het onderhavige plan betreft de juridisch-planologische wijziging van het agrarisch bedrijfsperceel naar een woonperceel en hobbyboer, naast de sloop van de varkensschuur. Voor wat betreft de juridisch-planologische wijziging van de bedrijfs- naar een burgerwoning is er sprake van een gelijkblijvende situatie voor parkeren. Hier blijft voldoende ruimte voor het parkeren van minimaal 3 auto’s.

Voor wat betreft de juridisch-planologische wijziging van het agrarisch bedrijf naar een hobbyboer is er sprake van een verbeterende situatie voor parkeren. Een volwaardig agrarisch bedrijf verdwijnt en enkele hobbymatige activiteiten blijven, hierdoor neemt de parkeerbehoefte af. Op het erf en in de te behouden schuren is er meer dan voldoende ruimte om de te behouden landbouwvoertuigen welke men nog wil behouden te stallen. De benodigde parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost, waarmee wordt voldaan aan de gestelde parkeernormen uit de gemeentelijke parkeernota. Er is sprake van een verbeterende situatie wat betreft parkeren gezien het verwijderen van een agrarische bedrijfsfunctie. Ten behoeve van een minicamping ter plaatse wordt in de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid een voorwaarde opgenomen dat het parkeren ten behoeve hiervan op eigen terrein wordt opgelost, alvorens de activiteiten zullen worden toegestaan. 2.2.3 Landschappelijk inpassingsplan/Molenwaards Kookboek Om tot een optimale ruimtelijke kwaliteitsverbetering te komen worden beide plangebieden op een verantwoorde en passende wijze landschappelijk ingepast. Door een expert landschapsarchitect is voor beide plangebieden een landschappelijk inpassingsplan opgesteld met behulp van de richtlijnen in het Molenwaards Kookboek.

16

Doetseweg 26 Giessenburg Geschiedenis De lintbebouwing langs de Doetseweg is in 1900 al goed zichtbaar. De bebouwing is zowel tussen de weg en de rivier de Giessen als aan de andere kant van de weg gelegen. Bebouwing is zowel haaks als parallel op de weg gelegen. In het lint zijn brede en smallere landschappelijke doorzichten te vinden. In 1950 is de intensiteit in het dijklint toegenomen en zijn bebouwing-clusters ontstaan. Hierdoor zijn enkele doorzichten verloren gegaan. De verkavelingsstructuur haaks op de rivier bestaat uit rechte slagen. Ten opzichte van 1950 zijn in 2000 grote wijzigingen zichtbaar. Door schaalvergroting in de agrarische sector is de bebouwingsdichtheid, maar ook de grootte van de bebouwing verder toegenomen. Het lint bestaat naast deze bedrijvigheid tevens uit burgerwoningen welke in aantallen zijn toegenomen. Verder is nu de vorm van het plangebied zichtbaar. Ten opzichte van 2000 lijkt 20 jaar later in het lint niet veel veranderd te zijn. 1900

1950

2000

2020

Afbeelding 11: Geschiedenis in beeld (Doetseweg)

Kenmerken omgeving De locatie is gelegen in een lint langs de Doetseweg. Het lint langs de rivier de Giessen heeft zich in de tijd ontwikkeld tot een cultuurhistorisch lint met (klassieke) (woon) boerderijen en arbeiderswoningen. Ten noordwesten is de rivier de Giessen gelegen en ten zuidoosten het open slagenlandschap. 17

De bebouwing aan de zuidzijde van de Doetseweg bestaat voornamelijk uit burgerwoningen met bijbehorende bijgebouwen. Deze zijn veelal op een kleine afstand van de weg gerealiseerd. De bebouwing is opgetrokken uit bakstenen gevels en dakpannen of rieten daken. Tussen de bebouwing zijn landschappelijke doorzichten te vinden naar het open slagenlandschap. Ten noorden van de weg is een heel ander beeld te zien. Wanneer aan deze zijde van de weg gekeken wordt, is de ruimte gevuld door de rivier en haar uiterwaarde met hier en daar ook een enkele burgerwoning. Kenmerken erf Het plangebied betreft een voormalige moestuin, waarop bijna geen bebouwing op aanwezig is. Er zijn streekeigen soorten en verruigde beplanting aanwezig.

Ontwerpuitgangspunten • Sluit aan op het verkavelingspatroon en de verkavelingsrichting; • Behoud poldersloten en streekeigen landschapselementen; • Sluit aan op het dorpse karakter; • Sluit aan op de karakteristieke van het cultuurhistorische lint; • Sluit aan in kleur, materiaal gebruik en detaillering; • Bouw niet voorbij de wetering; • Ontwikkel een groene voortuin; • Pas parkeren toe in de erfinrichting; • Voorkom dubbele opritten; • Realiseer de woning in dezelfde lijn als de bestaande bebouwing; Landschappelijke inpassing Aan de Doetseweg worden de bestaande opstallen op de locatie gesaneerd en wordt er een burgerwoning in de bebouwingslijn van het cultuurhistorische lint gerealiseerd. Tevens wordt de verruigde beplanting t.b.v. de openheid verwijderd en wordt de slagenverkaveling hersteld. De stedenbouwkundige structuur van het lint blijft behouden, de woning komt in dezelfde lijn als de bestaande woningen in het lint. De huidige ontsluiting blijft tevens behouden, waarmee de burgerwoning en het erf te bereiken is. Rondom de woning is er meer dan voldoende ruimte voor het parkeren van auto’s. Het erf en de woning worden middels streekeigen soorten groen ingepast. Aansluitend op de directe omgeving wordt het erf middels streekeigen hagen begrensd.

De watergangen blijven behouden en hierlangs kunnen streekeigen knotwilgen worden ingepast om de privacy van de erven te borgen. De tuinindeling is nader te bepalen, maar ook hier is ruimte voor veel groen, bijvoorbeeld gestrooide hoogstam fruitbomen. Indien er watercompensatie noodzakelijk is n.a.v. de toename in verharding kan dit binnen het plangebied op het achtererf worden opgelost. De gronden achterop dienen zoveel mogelijk open te blijven.

18

Afbeelding 12: Landschappelijk inpassingsplan Doetseweg 26 Giessenburg

Bergstoep 26 Streefkerk Geschiedenis De lintbebouwing langs de Bergstoep is in 1900 al goed zichtbaar. De boerderijen zijn haaks op de dijk gericht. Alle bebouwing is binnendijks gelegen. In het lint zijn brede en smallere landschappelijke doorzichten te vinden. In 1950 is de intensiteit in het dijklint toegenomen en zijn bebouwing-clusters ontstaan. Hierdoor zijn enkele doorzichten verloren gegaan. De verkavelingsstructuur haaks op de dijk bestaat uit rechte slagen. Ten opzichte van 1950 zijn in 2000 grote wijzigingen zichtbaar. Door schaalvergroting in de agrarische sector is de bebouwingsdichtheid, maar ook de grootte van de bebouwing verder toegenomen. Verder valt de aanwezigheid van de Veerweg/N479 op. Ten opzichte van 2000 lijkt 17 jaar later in het lint een verdere schaalvergroting plaats te hebben gevonden. Verder lijkt er niet veel veranderd te zijn. 1900

1950

19

2000

2017

Afbeelding 13: Geschiedenis in beeld (Bergstoep)

Kenmerken omgeving De locatie is gelegen in een lint langs de Bergstoep. Het lint langs deze dijk heeft zich in de tijd ontwikkeld tot een cultuurhistorisch lint met (klassieke) (woon) boerderijen en arbeiderswoningen. Ten noorden is de rivier de Lek gelegen en aan de zuidzijde is de open slagenverkaveling te vinden. De bebouwing aan de zuidzijde van de Bergstoep bestaat voornamelijk uit grote (klassieke) (woon)boerderijen en kleinere arbeiderswoningen. Deze zijn of direct tegen de openbare weg gebouwd, of onderaan de dijk. De bebouwing is opgetrokken uit bakstenen gevels en dakpannen of rieten daken. Tussen de bebouwing zijn landschappelijke doorzichten te vinden naar het open slagenlandschap. Ten noorden van de dijk is een heel ander beeld te zien. Wanneer aan deze zijde van de dijk gekeken wordt, is de ruimte gevuld door de rivier en haar uiterwaarde. De uiterwaarde ter hoogte van het plangebied is vooral gevuld met hoge vegetatie. Kenmerken erf Het plangebied kent een karakteristiek boerenerf. In de eerste bebouwingslijn vanaf de dijk is de bedrijfswoning gelegen, parallel aan de weg. Daarachter in de tweede bebouwingslijn is de bedrijfsbebouwing gelegen met een schuur, wagenloods en stallen. Het erf blijft binnen een verkavelingsslag en wordt aan weerszijde begrenst door een poldersloot.

Ontwerpuitgangspunten • Sluit aan op het karakter van het cultuurhistorisch lint aan de Lekdijk; • Sluit aan op verkavelingspatroon; • Creëren openheid/doorzicht middels de sanering van de varkensschuur; • Afwisseling van grote (klassieke) (woon)boerderijen en kleinere arbeiderswoningen behouden; • Behouden/versterken water, oevers en streekeigen erfbeplanting; • Behouden/versterken agrarische identiteit, boerenerf, hiërarchie • Behouden/versterken oorspronkelijk slotenpatroon en slagenlandschap; • Parkeren uit het zicht inpassen in de erfinrichting; 20

• • •

Bouw niet voorbij de wetering; Behouden/versterken groene voortuin; Voorkom dubbele opritten;

Landschappelijke inpassing Aan de Bergstoep wordt er middels de sanering van de grote voormalige varkensschuur aanzienlijk meer openheid en meer landschappelijke doorzichten gecreëerd. Op het inpassingsplan is de contour van de te saneren schuur nog weergegeven, waaruit de aanzienlijke kwaliteitsverbetering blijkt. Gezien het karakter van het perceel en de directe omgeving is het streven de openheid zoveel mogelijk te behouden. Waar indien nodig en/of passend is het mogelijk streekeigen soorten in te passen ter vergroening, bijvoorbeeld knotwilgen langs de watergangen of streekeigen hagen langs het erf. Ten behoeve van een minicamping ter plaatse wordt in de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid een voorwaarde opgenomen dat de camping op een verantwoorde wijze middels de richtlijnen van het Molenwaards Kookboek landschappelijk dient te worden alvorens de activiteiten zullen worden toegestaan.

Afbeelding 14: Landschappelijk inpassingsplan Bergstoep 26 Streefkerk

21

3

Verantwoording beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven als de ondergrond. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmings- plannen aan moeten voldoen. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.

22

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van de Bro op een aantal punten gewijzigd. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmings- plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’.

Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt: ‘De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3929). De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRVS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013: 2471). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).’ Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ In het onderhavige plan wordt per saldo één wooneenheid toegevoegd.

Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk.

23

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie ZuidHolland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.

Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Beide plangebieden zijn gelegen buiten het bestaand stads- en dorpsgebied, maar binnen het cultuurhistorische lint en de bebouwde ruimte van Giessenburg en Streefkerk. Het plan betreft kleinschalige woningbouw van één woning én de sanering van een voormalige varkensschuur in de cultuurhistorische linten. De te realiseren woning wordt op een verantwoorde en passende wijze landschappelijk ingepast. Binnen de cultuurhistorische linten wordt gestreefd naar het beter benutten van deze ruimte voor een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied door het stimuleren en faciliteren van verdichting en herstructurering. Met het toevoegen van één burgerwoning én de sanering van ca.

1.000 m2 voormalige varkensschuur draagt het plan bij aan het beter benutten van de bebouwde ruimte.

24

Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Middels het onderhavige plan wordt de ruimtelijke kwaliteit binnen de gemeente Molenlanden aanzienlijk verbeterd. Aan de Bergstoep wordt ca. 1.000 m2 voormalige verouderde en verpauperende varkensschuur gesaneerd en wordt aanzienlijk meer openheid gecreëerd. Verdere leegstand en verdere verpaupering wordt voorkomen. Tevens wordt het woon- en leefklimaat ter plaatse aanzienlijk verbeterd door het verwijderen van een agrarische bedrijfsbestemming.

Vesting van een volwaardig agrarisch bedrijf of intensieve veehouderij in de toekomst wordt hiermee voorkomen. Ter compensatie en om de sanering te bekostigen wordt er aan de Doetseweg een burgerwoning gerealiseerd. De woning zal op een stedenbouwkundig passende wijze gerealiseerd worden. Hiermee zal de woning aansluiten bij de overige bebouwing langs het lint. Om te voorzien in een ruimtelijke kwaliteitsverbetering zal tevens het nieuwe woonperceel op een verantwoorde wijze landschappelijk ingericht worden. Hiervoor heeft een landschapsarchitect een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld (zie paragraaf 2.2.3). Kwaliteitskaart De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. In de Visie ruimte en mobiliteit heeft de provincie de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen vastgelegd op de kwaliteitskaart. Beide plangebieden zijn gelegen in het ‘veenweidelandschap’ en in ‘linten’. Voor ontwikkelingen in het veenweidelandschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen.

Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. 25

Voor ontwikkelingen in linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Het onderhavige plan sluit met beide plangebieden aan bij de kwaliteitskaart van de provincie Zuid-Holland en daarmee de richtpunten van de gebieden ‘veenweidelandschap’ en ‘linten’. Voor de inrichting van beide locaties is door een landschapsarchitect een landschappelijk beplantingsplan opgesteld teneinde de percelen op een verantwoorde wijze landschappelijk in te richten (conform de richtlijnen) (paragraaf 2.2.3).

Afbeelding 15: Uitsnede provinciale kwaliteitskaart Doetseweg 26 Giessenburg

26

Afbeelding 16: Uitsnede provinciale kwaliteitskaart Bergstoep 26 Streefkerk

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9).

Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a) De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b) Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen;

27

c) Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Het onderhavige plan kan worden geschaard binnen de categorie ‘inpassen’. De ontwikkeling is gebiedseigen en passend bij de schaal en aard van het gebied. Het onderhavige plan sluit aan bij de kwaliteitskaart van de Omgevingsvisie ZuidHolland. Het plan sluit op beide locaties aan bij de karakteristieken van het cultuurhistorische lint ter plaatse. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10).

Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a) De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b) Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In het onderhavige plan wordt per saldo één wooneenheid toegevoegd. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk (paragraaf 3.1.3).

28

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, heeft de regio in 2012 de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en worden de beleidskeuzes bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Middels het onderhavige plan wordt een agrarisch bedrijfsperceel uit het cultuurhistorische lint te Streefkerk verwijderd en wordt een voormalige verouderde varkensschuur gesaneerd.

Hiermee is er sprake van een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het woon en leefklimaat ter plaatse. Met het plan is vestiging van een volwaardig agrarisch bedrijf / intensieve veehouderij en het bijbehorende zwaar verkeer op het perceel uitgesloten en wordt de leefbaarheid ter plekke verbeterd. De nieuwe woning in Giessenburg wordt op een verantwoorde en passende wijze stedenbouwkundig en landschappelijk ingepast. Het onderhavige plan draagt bij aan de versterking van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van het landschap. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid. 3.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau.

Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden. De regio stuurt niet in exacte aantallen op de samenstelling van 29

programma’s. In plaats daarvan hanteert de regio een kwalitatieve leidraad, die gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Giessenburg is aangeduid als een voorzieningendorp. Een voorzieningendorp heeft een bovenlokale functie in wonen en voorzieningen. Nieuwbouw bedient hier de lokale vraag, aangevuld met toestroom uit omliggende dorpen. Zowel starters, doorstromers als senioren zijn allen een doelgroep in deze dorpen. Het onderhavige plan voorziet in de realisatie van een vrijstaande burgerwoning in Giessenburg. Er wordt welkom woningaanbod gecreëerd binnen de bestaande bebouwde ruimtelijke structuur. Deze woning speelt in op de concrete behoefte van de initiatiefnemers, welke een starterswoning in Schelluinen achterlaten. Middels het plan wordt dus tevens doorstroming op de woningmarkt gestimuleerd en biedt dit ruimte voor starters. Het plan wordt conform de afspraken gemeld in de regio.

30

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Giessenlanden Op 14 december 2017 heeft de voormalige gemeente Giessenlanden de Omgevingsvisie Giessenlanden vastgesteld. De Omgevingsvisie Giessenlanden heeft de formele status van een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1 Wet ruimtelijke ordening. Deze omgevingsvisie beschrijft de visie hoe de gemeente in samenwerking met de inwoners willen zorgen voor het gemeentelijk grondgebied. De visie geeft aan: 1. Waar bestaande kwaliteiten liggen en waar ruimte ligt voor nieuwe ontwikkelingen (behoud bestaande omgevingswaarden en –kwaliteiten en versterken identiteit); 2. Op welke wijze het gemeentebestuur als partner, bij wil en bij kan dragen aan plannen en wensen van inwoners en ondernemers, passend bij de visie. In totaal zijn er acht omgevingskwaliteiten geformuleerd: 1. Wij koesteren, versterken en stimuleren de identiteit van onze dorpen en hun ommeland. Dit door o.a. te bewaken dat het karakter van ieder dorp behouden blijft; 2. De ondergrond, cultuurhistorie en ontstaansgeschiedenis van een dorp en zijn ommeland dragen in belangrijke mate bij aan de huidige kwaliteit, karakteristiek en identiteit van dat dorp. Deze aspecten zijn een belangrijk vertrekpunt bij toekomstige ontwikkelingen; 3. Zorgvuldig ruimtegebruik is uitgangspunt. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de huidige en toekomstige vraag; 4.

De kwaliteiten van de onderlinge samenhang tussen de dorpen, het landschap en het water worden beschermd, benut en versterkt; 5. De fysieke leefomgeving van de dorpen dient niet alleen functioneel te zijn, maar ook kwaliteit te bieden in beleving, veilig te zijn en bij te dragen aan de gezondheid van haar inwoners; 6. Wij stimuleren duurzame maatregelen welke een positieve bijdrage leveren aan het milieu; 7. Wij bieden ruimte aan innovatie, zolang deze geen afbreuk doet aan de overige omgevingskwaliteiten; 8. Wij behouden het evenwicht tussen een doeltreffende waterhuishouding en het karakteristieke slagenlandschap. Het landschap dankt haar karakteristiek mede aan het water en staat daar tegelijkertijd door onder druk. Het onderhavige plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Giessenlanden. De identiteit van de dorpen wordt gekoesterd, versterkt en gestimuleerd en het karakter wordt bewaakt. De cultuurhistorie wordt als vertrekpunt genomen bij de ontwikkeling en er wordt zorgvuldig met de ruimte omgegaan. De ontwikkeling sluit aan op de concrete vraag en de kwaliteit van het landschap wordt beter benut en beschermd. Er is sprake van een veilig leefomgeving en er wordt middels de sanering van de varkensschuur een positieve bijdrage geleverd aan het milieu binnen de gemeente Molenlanden. De waterhuishouding wordt beschermd en verbeterd, door het verwijderen van ca.

1.000 m2 bebouwing en het realiseren van watercompensatie indien nodig nabij de nieuwe burgerwoning.

31

3.4.2 Toekomstvisie Molenwaard De Toekomstvisie van Molenwaard geeft aan dat de gemeente plaats biedt aan mensen en bedrijven die hier wonen en werken en die hier willen blijven en mensen en bedrijven die een binding hebben met de gemeente. De gemeente wil zijn bedrijven begeleiden in hun ontwikkeling. Dit vraagt om maatwerk en veelal heel praktische oplossingen. Om de doelen in de visie te realiseren moet worden samengewerkt met bedrijven/ondernemers. Het onderhavige plan betreft de sanering van een voormalige varkensschuur en het verwijderen van een agrarische bedrijfsfunctie welke wordt gewijzigd naar wonen en tuin/hobbyboer. Dit biedt een praktische oplossing met maatwerk voor een stoppende agrariër die binding heeft met de gemeente en die er willen blijven wonen. Er wordt tegelijkertijd maatwerk geleverd om te voorzien in de concrete woningbehoefte van andere bewoners die binding hebben met de gemeente Molenlanden. 3.4.3 Woonvisie Molenlanden 2020 - 2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020 – 2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: • Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029.

• De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. • De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnelt de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. • Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. • Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen. • Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed). Het onderhavige plan betreft een kleinschalige ontwikkeling bestaande uit een sanering van een voormalige varkensschuur en de realisatie van een burgerwoning. Er wordt welkom woningaanbod gecreëerd binnen de bestaande bebouwde ruimtelijke structuur. De woning speelt in op de concrete behoefte van de initiatiefnemers, welke een starterswoning in Schelluinen achterlaten.

In Schelluinen is er een grote vraag naar starterswoningen. Middels het plan wordt dus tevens doorstroming op de woningmarkt gestimuleerd en biedt dit ruimte voor starters.

32

3.4.4 Beleid Vrijkomende Agrarische Bebouwing aan ruilverkavelingslinten Op 19 november 2020 heeft de gemeente Molenlanden het Beleid Vrijkomende Agrarische Bebouwing aan ruilverkavelingslinten (VAB-beleid) vastgesteld. Doel van dit beleid is om de vitalisering van het buitengebied in de ruilverkavelingslinten te stimuleren. Het gaat dan om het behouden en versterken van de karakteristieken van het landschap, de leefbaarheid, de draagkracht en kwaliteit van het Molenlandse buitengebied. Uitgangspunt van het VAB-beleid is een bijdrage te leveren aan een vitaal buitengebied en aan de versterking van de omgevingskwaliteit van het buitengebied. Die versterking kan bijvoorbeeld bestaan uit het slopen van overtollige gebouwen, sanering van asbestdaken, landschappelijke inpassing, aanleg van recreatieve routes, versterken van de biodiversiteit. Hierbij blijft de agrarische sector centraal staan in het gebied, maar zal tegelijkertijd aandacht nodig zijn voor onder meer een aantrekkelijk landschap en biodiversiteit. Dit beleid geeft de ontwikkelingsmogelijkheden aan voor met name de vrijkomende agrarische bebouwing in de ruilverkavelingslinten. Ondanks dat de Bergstoep niet aan een ruilverkavelingslint is gelegen, kan het VABbeleid (dan wel in mindere mate) ook in dit geval worden gebruikt als kapstok.

De agrarische intensieve bedrijfslocatie aan de Bergstoep heeft de volwaardige agrarische bedrijfsactiviteiten al geruime tijd geleden beëindigd. Er is geen bedrijfsopvolging beschikbaar. Gezien de leegstand van de voormalige grote varkensschuur en deze daardoor steeds verder verpaupert is het plan deze te saneren. Gezien de sloop van 1.000 m2 is er voldoende verbetering van de ruimtelijke kwaliteit om een de realisatie van een (voorheen ruimte-voor-ruimte) woning mogelijk te maken. Realisatie van de woning aan de Bergstoep is niet de wens en daarom is een andere passende locatie gezocht voor deze nieuwe woning. Deze locatie is gevonden in het cultuurhistorische lint aan de Doetseweg te Giessenburg. Met het slopen van de schuur, saneren van asbest, een goede landschappelijke inpassing en de mogelijkheid tot een minicamping wordt aangesloten bij de versterking van de omgevingskwaliteiten genoemd in het VABbeleid aan de Bergstoep. 3.4.5 Toeristische Agenda Molenlanden 2021-2025 Het beleid van de gemeente Molenlanden en de regio AlblasserwaardVijfheerenlanden op het gebied van toerisme en recreatie is vastgelegd in de Toeristische Agenda Molenlanden (TAM). Molenlanden werkt de komende jaren aan onderstaande ambities: • Versterken van de vrijetijdseconomie, verhogen van de bestedingen en werkgelegenheid; • Toeristen komen specifiek voor het verhaal van Molenlanden.

Dit kan door de beleving van iconen in het landschap te verbeteren; • Toerisme is in balans. Toerisme moet niet voor overlast zorgen (bij de inwoners of het landschap), maar juist bijdragen aan maatschappelijke doelen, zoals duurzaamheid en mobiliteit. Dit vraagt om ontwikkeling op passende schaal; • De kansen voor toerisme worden benut door regionale samenwerking, o.a. met de provincie en door regiomarketing (‘t Groene Hart); • De vrijetijdssector kan (nog beter) bijdragen aan educatie en opleidingen van jongeren in de omgeving. 33

Concreet wil de gemeente de volgende doelen bereiken: 1. Molenlanden gaat inzetten op de ontwikkeling van dagrecreatieve bestemming naar een aantrekkelijke bestemming voor meerdaags verblijf. Dit betekent concreet ruimte voor meer (verblijfs)recreatieve voorzieningen. De ambitie is om de verblijfsrecreatie (aantal slaapplaatsen) in Molenlanden met 30% te laten groeien naar 2025 ten opzichte van 2020. De gemeente verzilvert hiermee de verwachte groei conform het landelijk gemiddelde. 2. De algehele leefbaarheid voor onze inwoners mag door de toeristische ontwikkeling niet achteruitgaan. De gemeente monitort de balans tussen toerisme en de leefbaarheid. Monitoring leidt tot inzicht in eventuele verbeterpunten aangaande leefbaarheid waaraan gewerkt wordt. 3. De gemeente gaat in haar werkwijze ruimte inbouwen voor ‘samen leren’, het omarmen van innovatieve ideeën en het starten van pilots. Het onderhavige bestemmingsplan heeft een binnenplanse afwijking voor een minicamping opgenomen ter plaatste van het voormalige agrarische bedrijf aan de Bergstoep 26 Streefkerk. Hoewel de mini-camping niet direct is toegestaan, maar er eerst toestemming moet worden verkregen van het bevoegd gezag, is een eventuele mini-camping in overeenstemming met de Toeristische Agenda Molenlanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=2e41cad0-abbc-4e23-9a50-537be76e0d18