Uitvoerings- en Handhavingsstrategie concept B&W versie inspraakreactie
Tekst van het document
Prioriteit
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 4. laag 2. hoog 2. hoog 3. gemiddeld 4. laag 4. laag
44
Bijlage 5
Onderbouwing aangebrachte wijzigingen in prioriteitenlijst door college B&W Prioriteit was
Taak
wordt
Toelichting
APV en Bijzondere wetten
Alcoholwet – exploitatie (openbare inrichting)
gemiddeld
hoog
Alcoholwet – leeftijd
laag
hoog
Overlast -wonen
gemiddeld
hoog
Evenement-B (groot)
gemiddeld
zeer hoog
Overlast - dieren
laag
hoog
Evenement-O (melding)
laag
zeer laag
Verkeer, parkeren en stallen
laag
hoog
De Alcoholwet is primair een gezondheidswet. Controle op de naleving van vergunningvoorschriften en de Alcoholwetgeving heeft tot doel om problematisch alcohol gebruik te verminderen, alcoholgebruik in het algemeen terug te dringen en de verkoop van alcohol op een verantwoorde manier te laten plaatsvinden. Daarnaast is toezicht en handhaving van belang voor het tegen gaan van gezondheidsschade door alcoholmisbruik, met name onder jongeren (NIX18). Het toezicht op de naleving van de voorwaarden uit de exploitatievergunning is van belang voor het terugdringen van verstoring van de openbare orde. Toezicht op naleving van de leeftijdsgrens bij het verstrekken van alcoholhoudende dranken is één van de instrumenten om uitvoering te geven aan het gemeentelijk alcohol- en preventiebeleid. Het belangrijkste doel van de Alcoholwet is het voorkomen van gezondheidsschade door alcohol bij jongeren. Om die reden is het houden van 3-4 controles op projectbasis per jaar wenselijk. Overlast als gevolg van wonen (o.a. overlast buren) en jeugd tast het woongenot aan. Het is van belang om deze meldingen zoveel mogelijk in behandeling te nemen. Jaarlijks vindt een groot aantal B-evenementen plaats in onze gemeente. Onder B-evenementen vallen de grote evenementen die in de gemeente worden gehouden (carnaval, wielerronde, feestweken etc.) .
Deze evenementen moeten veilig zijn en zonder overlast verlopen. Om die reden is noodzakelijk dat bij deze evenementen altijd toezicht plaatsvindt. Overlast van hondenpoep is voor inwoners een grote bron van ergernis. Hoewel de risico’s van deze vorm van overlast gering zijn, weegt de beleving bij onze inwoners zwaar mee bij het toekennen van de prioriteit hoog aan deze taak. Deze evenementen hebben nauwelijks impact voor de woon- en leefomgeving. De risico’s zijn gering. Steekproefsgewijze controles volstaan. Veel meldingen over de leefomgeving hebben betrekking op verkeer en dan specifiek over het parkeren en stallen van voertuigen. Inwoners ervaren hier veel overlast van. Frequent toezicht is gewenst.
Bouwen
Bedrijven categorie 2 bouwen laag
gemiddeld
Monumenten bouwen
hoog
zeer hoog
Bedrijven categorie 4 bouwen hoog
zeer hoog
Categorie bedrijven 2 loopt van 1.000 m2 tot 5.000m2.Bij een oppervlakte boven de 2.500m2 dient een berekening ten aanzien van gelijkwaardigheid overlegt te worden inzake grote brandcompartimenten. In het kader van brandveiligheid is het verstandig dat deze categorie meer gecontroleerd wordt met name op de te treffen voorzieningen die uit genoemde berekeningen komen. Moerdijk hecht veel waarde in het in stand houden van onze monumenten. Onderhoud of wijzigingen aan monumenten moeten altijd plaatsvinden overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning. Illegaal aangebrachte wijzigingen moeten snel opgespoord worden. Categorie 4 is gericht op alle zware industrie, extreem grote nieuwbouw met alle risico’s die daarbij behoren. Reden om het niveau op te plussen voor de aspecten brand- en constructieveiligheid.
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
45
Brandveiligheid
Evenementen B & overige plaatsen brandveiligheid (bijv. gemiddeld kamperen)
laag
Gebouwgroep 1
hoog
laag
zeer hoog
zeer hoog m.u.v. fabriek/opslag/ magazijn/ werkplaats > 2.500 m² en/of > 50 personen < 150 personen
Gebouwgroep A
laag
zeer laag
Gebouwgroep C
laag
laag m.u.v. palletbedrijven deze gaan naar hoog
Risicovolle bedrijven
Prioriteit evenementen-B is onder APV verhoogd naar zeer hoog. Het toezicht op brandveiligheid bij de grote evenementen en overige plaatsen wordt uitgevoerd door de boa’s waarbij de toezichthouders brandveiligheid fungeren als adviseurs en eventueel als achtervang. De controle op de brandveiligheidsvoorschriften maken standaard deel uit van het toezicht op de evenementenvergunning. Extra inzet van de toezichthouder brandveiligheid is daarom niet noodzakelijk. Een aantal risicovolle bouwwerken komen niet in Moerdijk voor. Daarnaast is het naleefgedrag de afgelopen periode hoog geweest. Een lagere risico-inschatting doet recht aan de bestaande praktijk in Moerdijk. De risico-inschatting voor bedrijven met opslag van gevaarlijke stoffen blijft zeer hoog. We maken alleen voor de hiernaast genoemde categorie bedrijven zonder opslag gevaarlijke stoffen een uitzondering. De brandveiligheidsrisico’s en de gevolgen/risico’s van een brand bij deze bedrijven schatten we veel minder hoog in. De risico’s voor gebruikers en leefomgeving als gevolg van calamiteiten bij deze categorie gebouwen schatten wij zeer laag in. Uit ervaringen in het verleden blijkt dat de risico op brand bij palletbedrijven hoog is. Ook kan de impact voor de (woon)omgeving aanzienlijk zijn. De risico-inschatting laag voor deze bedrijven achten wij daarom niet reëel.
Milieu Horeca
hoog
laag
Scheepswerven
laag
hoog
Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bkl
hoog
zeer hoog
De milieurisico’s als gevolg van horeca-activiteiten schatten wij laag. Daarnaast krijgen horecabedrijven frequent (BOA-toezicht in het kader van uitvoeren Alcoholwet, APV en eventuele geluidsklachten. In Moerdijk zijn een aantal scheepswerven gevestigd. De milieubelasting van deze activiteiten kunnen groot zijn: geluid, emissies en afval(water). Frequent toezicht is op deze activiteiten is daarom wenselijk. Sinds de brand bij Chemie Pack worden de risicovolle bedrijven (net niet Seveso-bedrijven) jaarlijks integraal bezocht en onaangekondigd. Door de prioriteit zeer hoog aan deze categorie toe te kennen zetten wij dit beleid voort.
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
46
Bijlage 6
Nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Brandveiligheid en Bouwen
Brandveiligheid (Brandveiligheid) Risicovolle bedrijven
• •
opslag gevaarlijke stoffen fabriek/opslag/magazijn/werkplaats > 2.500 m² en/of > 50 personen < 150 personen
(Brandveiligheid) Evenementen & overige plaatsen
• • • • • •
kermis > 50 personen kampeerterrein > 50 personen markt > 50 personen openluchtrecreatie > 50 personen sportpark > 50 personen evenementen/tenten
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 1
• • • • • • • • • • • •
theater, schouwburg, bioscoop, museum, bibliotheek overdekt winkelcentrum (meerdere winkelgebouwen) > 50 personen school VO (leerlingen > 12 jaar) > 50 personen overige gebouwen bijeenkomst (gebedshuis, buurthuis etc.) > 50 personen fabriek/opslag/magazijn/werkplaats > 150 personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie, geen bedgebied > 50 personen kantoren > 150 personen winkelgebouw > 50 personen politiebureau zonder cellen > 150 personen gezondheidsdiensten > 50 personen (tandarts, huisarts, polikliniek) zwembad > 50 personen sportruimte/sportzaal/ sporthal/sportcentrum > 50 personen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 2
• •
hotel/motel/pension > 10 personen asiel-/opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van mensen > 10 pers.
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 3
• • • • • •
ziekenhuis, verpleegtehuizen, bejaardenoorden etc. kinderdagverblijf en peuterspeelzaal dagopvang voor verminderd zelfredzame personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie met bedgebied > 10 personen basisschool (leerlingen < 12 jaar) > 10 personen politiebureau met cellen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 4
• •
zorgwoningen kamergewijze verhuur
(Brandveiligheid) Gebouwgroep A
• • • • • •
gezondheidsdiensten < 50 personen (tandarts, huisarts, polikliniek) kampeerterrein < 50 personen winkelgebouw < 50 personen agrarische bebouwing (stallen, kassen etc.) transformatorhuis < 2.500m² asiel-/opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van mensen < 10 personen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep B
• • • • • • •
parkeergarage (besloten) < 2.500m² politiebureau zonder cellen < 150 personen fabriek/opslag/magazijn/werkplaats < 2.500m2 en/of < 50 personen kantoren < 150 personen hotel/motel/pension < 10 personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie, geen bedgebied < 50 personen overige gebouwen bijeenkomst (gebedshuis, buurthuis etc.) < 50 personen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep C
• • • • • • •
parkeergarage (besloten) > 2.500m² transformatorhuis > 2.500m² cafés, discotheek en restaurant < 50 personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie met bedgebied < 10 personen woonfunctie gecombineerd gebruik (bijv. wonen boven winkel) palletbedrijven woonfunctie in woongebouw (flats, aanleunwoningen, portiekwoningen)
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
47
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
48
Bouwen (Bouwen) Wonen categorie 1
• • •
dakopbouw / dakkapel aan- of bijgebouw < 90 m² kleine bouwwerken zoals schuttingen e.d.
(Bouwen) Wonen categorie 2
• • •
constructieve wijzigingen eengezinswoningen nieuwbouw tot 10 stuks aan- of bijgebouwen > 90 m²
(Bouwen) Wonen categorie 3
• • • •
appartementen woongebouwen (i.c.m. met diverse functies) eengezinswoningen projecten van 11 stuks of meer woonzorg gebouwen
(Bouwen) Publiek categorie 1
• •
aan- of bijgebouw < 90 m² kleine bouwwerken zoals een schutting, container, berging, fietsenhok, portakabin en tijdelijke gebouwen
(Bouwen) Publiek categorie 2
• • •
aan- of bijgebouwen > 90 m² horeca scholen
(Bouwen) Publiek categorie 3
•
bijeenkomstfunctie > 1.000 m²
(Bouwen) Bedrijven categorie 1
• • • • • • • •
loodsen tot 1.000 m² containers tijdelijke gebouwen aan- of bijgebouwen < 1.000 m² portakabin < 500 m² bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot 100 m² (silo’s, waterbassins, installaties) winkels < 500 m² agrarische neven- en bijgebouwen
(Bouwen) Bedrijven categorie 2
• • •
aan- of bijgebouwen 1.000 m² tot 5.000 m² winkels van 500 m² tot 1.000 m² kantoorgebouwen
(Bouwen) Bedrijven categorie 3
• • • •
aan- of bijgebouw > 5.000 m² winkels > 1.000 m² bedrijfsverzamelgebouwen bedrijfsgebouwen agrarische sector
(Bouwen) Bedrijven categorie 4
• • • • •
bouwwerken/gebouwen voor zware industrie extreem grote bouwwerken/gebouwen (> 15.000 m²) Seveso-bedrijven IPPC-bedrijven megastallen
(Bouwen) Overig
• • •
bruggen viaducten tunnels
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
49
Bijlage 7
Inspraakverslag
[Hier opnemen inspraakreacties en behandeling/advies concept-beleid in commissie Sociaal en Bestuur]
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
50
Bijlage 8
Risicogestuurd toezicht
Risicogestuurd toezicht (RGT) is een extra input per bedrijf/locatie voor het bepalen van het programmatisch toezicht. Risicogestuurd toezicht wordt ingezet vanuit de visie “meer toezicht waar nodig, minder waar mogelijk”. Het doel is de aandacht van toezicht vooral te leggen op die locaties waar een verhoogd risico aanwezig is, zowel op aspecten als veiligheid als op niet-naleving van de wet- en regelgeving. De doelstelling is ook dat het RGT geen verzwaring van de toezicht last in zijn totaliteit tot gevolg heeft. Op bedrijfs- of locatieniveau (hierna: locatie) kan RGT wel een vermindering of verzwaring van de toezicht last geven, afhankelijk van het risicoprofiel van de betrokken locatie. Het risicoprofiel geeft geen oordeel over de kwaliteit van het toezicht, het zegt slechts iets over de risico’s, omdat de locatie wel of niet voldoet aan wet- en regelgeving. Een steeds belangrijker aspect in het RGT wordt ook het beoordelen van de veiligheidscultuur binnen het bedrijf. Dit aspect is nog verder in ontwikkeling omdat het moeilijk is om objectieve criteria hiervoor te benoemen. De toezichthouder heeft hierin een belangrijke functie om dit aspect binnen het risicogestuurd toezicht te borgen. Voor de handhavingsorganisatie is het, om RGT goed toe te kunnen passen, van belang inzicht te krijgen in het naleefgedrag van de bedrijven.
Het naleefgedrag is te omschrijven als de wijze waarop de regelgeving wordt nageleefd zonder dat handhaving plaatsvindt. Het naleefgedrag van een gehele branche/handhavingstaak is bepalend voor het vaststellen van de prioriteit en is dus een indicator voor het afwegingsmodel. Het naleefgedrag per locatie is bepalend voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma via het RGT. In de strategie van het RGT is opgenomen dat bij de meest risicovolle bedrijven onaangekondigde toezichtbezoeken worden uitgevoerd. Bij de meest risicovolle bedrijven betreft het een extra onaangekondigd toezicht naast het reguliere toezicht en bij de overige (minder) risicovolle bedrijven betreft het een onaangekondigd regulier toezicht. Met deze werkwijze wordt het doel van het onaangekondigd toezicht, controleren van de operationele vergunning voorschriften, gerealiseerd. Naast het instrument voor toezicht voorziet RGT ook in bestuurlijke interventie. Daar waar sprake is van zeer slecht naleefgedrag en een hoog risico (code rood) wordt contact gelegd met de betreffende bedrijven om in overleg met het bestuur over de problematiek te spreken. Het naleefgedrag wordt per locatie vastgelegd door het toekennen van een kleurcode: groen, geel, oranje of rood. Afhankelijk van de indeling wordt bepaald wat voor soort toezicht wordt uitgevoerd en met welke frequentie.
In het RGT is een borging ingebouwd om te voorkomen dat bedrijven buitenbeeld raken voor het in beeld houden van de risico’s.Met de indeling in categorie groen (koploper) vervallen namelijk een aantal standaard toezichtstaken. Hierdoor kunnen een aantal zaken/overtredingen niet in beeld komen. De mogelijkheid bestaat dat het naleefgedrag afneemt en dat het niet geconstateerd wordt met het beperkte toezicht dat is gekoppeld aan deze categorie. Om te voorkomen dat een locatie verkeerd is ingedeeld en daardoor te weinig toezicht krijgt wordt periodiek toch een volledig toezicht uitgevoerd om naleefgedrag en juiste indeling opnieuw vast te stellen. Het vaststellen van de kleurcode per locatie is een taak van de toezichthouder. De toezichthouder is verplicht na het uitvoeren van een toezichts-/controlebezoek het naleefgedrag via de kleurcode in de rapportage vast te leggen. De rapportage is de input voor de toezichtsdatabase.
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
51
De indeling, het soort toezicht en de frequenties van het RGT wordt opgenomen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Hierdoor is het mogelijk ze jaarlijks op basis van evaluatie en ontwikkelingen aan te passen.
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
52
Bijlage 9
Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO)
De volledige tekst van de LHSO kunt u hier teruglezen.
Interventiematrix uit LHSO
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
53
Bijlage 10
Roulatie en functiescheiding
Roulatie Toezicht op naleving vergunning/melding/ontheffing/informatie vindt plaats direct nadat de vergunning/melding/ontheffing is verleend, aan de informatieplicht is voldaan of op programmatische basis. Het doel van deze bezoeken is om te zien of de vergunninghouder zich houdt aan de inhoud van de verleende vergunning/melding/ontheffing. Bij constatering van een overtreding zal de exploitant aangeschreven worden om deze overtreding op te doen heffen. Wanneer een toezichthouder jarenlang een vaste relatie heeft met de exploitant/overtreder kan er een vorm van bedrijfsblindheid ontstaan of een binding met het bedrijf waardoor objectiviteit een rol kan spelen. Om zo efficiënt en effectief mogelijk te kunnen toezichthouden/handhaven moet er een roulatiesysteem zijn. In dit systeem moet de frequentie van roulatie en de hieraan gekoppelde voorwaarden aangegeven worden. Belangrijk in deze is om een balans te vinden tussen dossierkennis, objectiviteit, effectiviteit en overige factoren. De kans dat een handhaver een band opbouwt met een bedrijf dat niet regelmatig (bijvoorbeeld elke twee jaar minstens één keer) bezocht wordt, lijkt erg klein. Voor alle overige bedrijven geldt dat roulatie vaak al vanzelf plaatsvindt door doorstroming of verloop van personeel.
Omdat een aantal programmatische taken wordt uitgevoerd door externen zoals de Omgevingdienst Midden- en West-Brabant, zijn met deze partijen hierover afspraken gemaakt.
Intensiteit Voor de frequenter gecontroleerde inrichtingen geldt vaak dat die inderdaad intensief gecontroleerd worden, waarbij per bezoek speciale aandachtspunten bestaan, specifieke metingen en verdergaande administratieve controles verricht kunnen worden. Die intensiteit heeft ook te maken met de omvang en complexiteit van de zwaardere inrichtingen. Die omvang en complexiteit vereisen een inwerktraject voor elke nieuwe toezichthouder, hoe vakbekwaam en ervaren die ook is. Het kan goed zo zijn dat een nieuwe toezichthouder een jaar en meerdere bezoeken nodig heeft (bij voorkeur gekoppeld aan een gedegen overdracht door de vorige toezichthouder van die specifieke inrichting) voor een compleet beeld van alle relevante aandachtspunten. Dat onderstreept de behoefte om zeker niet te vaak te rouleren. Gaan we uit van een gemiddeld inwerktraject van ongeveer een jaar, dan lijkt een roulatiefrequentie van eens per 5 jaar redelijk.
Samenvattend Roulatie is van belang bij programmatische controles die vaker dan één keer per twee jaar plaatsvinden. Roulatie vindt voor de betreffende inrichtingen minstens éénmaal per 5 jaar plaats. Uitzondering Er kunnen zich zaken voort doen die zich niet lenen voor overdracht van het dossier. Dit kan zijn als er sprake is van een relatie met meerdere wetten of op een andere manier een complexe materie vormen. Belangrijk bij deze zaken is de achterliggende kennis waarover een toezichthouder beschikt. Deze dossiers worden na goedkeuring van het management niet overgedragen aan een andere toezichthouder. In het dossier zal het gemotiveerde besluit om het dossier niet over te dragen aanwezig moeten zijn.
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
54
Functiescheiding Scheiding van vergunningverlening en handhaving moet minimaal liggen op personeelsniveau en bij voorkeur ook op organisatorisch niveau. Scheiding op organisatorisch niveau is het eenvoudigst vast te leggen door toezichthouders en vergunningverleners in verschillende organisatorische eenheden te plaatsen en dat middels een organogram en functiebeschrijvingen vast te leggen. Scheiding op organisatorisch niveau is een voorkeursoptie, er kan worden volstaan met een heldere scheiding op personeelsniveau. Overigens dient bij een scheiding op organisatieniveau ook de onderdelen met betrekking tot scheiding op personeelsniveau te worden vastgelegd, voor die gevallen waarin een voormalig vergunningverlener van dezelfde organisatie zijn carrière op enig moment voortzet als toezichthouder (om te voorkomen dat die persoon gaat handhaven bij inrichtingen waarvoor hij de vergunning heeft geschreven). Scheiding op personeelsniveau. Er is een viertal redenen om op personeelsniveau de vergunningverlenings- en handhavingstaken niet te vermengen: • Handhaven vereist specifieke kennis en vaardigheden en de handhavers en vergunningverleners hebben verschillende belangen. • Wie beide doet, zal geneigd zijn meer tijd aan vergunningverlening te besteden en eerder de norm bijstellen dan sancties treffen.
• Tussen een vergunningverlener en een bedrijf ontstaat een zekere relatie, die hem/haar als handhaver in de weg zou kunnen staan. • Als een handhaver onvolkomenheden in een vergunning onderkent, moet hij/zij zich vrij voelen om zijn leidinggevende te adviseren de vergunning te veranderen. Daaruit komt naar voren dat iemand die ergens toezicht uitvoert, in ieder geval: 1. Beschikt over de voor handhaving benodigde kennis, vaardigheden en attituden. 2. Niet ook vergunningverlening in zijn takenpakket heeft. De taken van iemand die toezicht houdt moeten worden vastgelegd. In het jaarlijkse werkprogramma worden de taken van iedere toezichthouder beschreven en wordt duidelijk gemaakt dat diezelfde persoon geen vergunningverleningstaken heeft (anders dan misschien een handhaafbaarheidstoets).
Opleveringscontroles Een laatste punt van discussie is de vraag of een opleveringscontrole de laatste stap is in het vergunningverleningtraject of de eerste stap in het toezicht. Hoe men daar ook over denkt in verband met de benodigde toelichting op voorschriften, het is duidelijk dat er ook in een opleveringscontrole tekortkomingen in de naleving geconstateerd kunnen worden. Daarbij is het dus zeker van belang dat die constateringen door de “onpartijdige” toezichthouder gedaan worden en niet door de vergunningverlener. Wij zien opleveringscontroles daarom als eerste stap van de handhaving te zien en laten deze controle uitvoeren door een toezichthouder. De OMWB hanteert hierover een afwijkend standpunt en laat de opleveringscontroles voor vergunningen voor milieubelastende activiteiten door de vergunningverlener uitvoeren. Aan functiescheiding wordt in de gemeente Moerdijk op de volgende wijze voldaan: Het toezicht op en de handhaving van de wettelijke regels voor milieuwetgeving, ruimtelijke ordening- en bouwwetgeving en de plaatselijke verordeningen van de gemeente zijn opgedragen aan het team VVTH die zijn aangewezen als toezichthouder en de OMWB. Binnen het team VVTH verrichten toezichthouders geen taken op regelvoorbereidend of – gevend gebied. Dit geldt andersom ook voor de taken op het gebied van vergunningverlening en beoordelen van meldingen.
Medewerkers die deze taken uitvoeren CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
55
zijn niet betrokken bij het uitvoeren van toezichtstaken. De scheiding op het juridische vlak is geregeld op personeelsniveau. De OMWB dient als organisatie zelfstandig te voldoen aan de kwaliteitscriteria en dus ook aan het onderdeel functiescheiding en dient dit aan te kunnen tonen aan de opdrachtgever.
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
56
Bijlage 11
Vormen van toezicht en controle
We onderscheiden de volgende soorten toezicht: Oplevering van vergunningen en meldingen: toezichtbezoek na verlenen vergunning/ontheffing of accepteren melding (activiteiten bouw, milieu, brandveiligheid en APV). Programmatisch toezicht: periodiek toezichtbezoek na verlenen vergunning/ontheffing of accepteren melding (activiteiten milieu, bouw, brandveiligheid en APV) of toezichtbezoek met als doel het controleren op algemene voorschriften van een AmvB waarvoor geen meldingsplicht geldt. Onder programmatisch toezicht vallen o.a. regulier, systeem en operationeel toezicht. Regulier toezicht: Integraal toezicht op voorzieningenniveau. Integraal toezicht: deze vorm van toezicht is de afgelopen jaren een steeds grotere plaats in gaan nemen binnen het toezicht. Integraal wil zeggen dat tijdens het bezoek aandacht wordt besteed aan alle relevante wetgeving. Vanuit de integrale benadering is het beter en eenvoudiger om het VTH-beleid te richten op doelgroepen. Programmatische toezichtbezoeken worden zoveel als mogelijk integraal uitgevoerd. Dit zal daar waar mogelijk door één toezichthouder worden uitgevoerd. In complexere gevallen zal een team van toezichthouders/specialisten worden samengesteld. Vanwege de complexiteit kan besloten worden af te zien van integraal toezicht en andere vormen van toezicht toe te passen, zoals systeemtoezicht, operationeel toezicht etc.
Wanneer een inspectieteam wordt ingesteld is het streven om het aantal toezichthouders in een team tot een minimum te beperken. Op termijn moet een behoorlijke efficiëntiewinst te bereiken zijn doordat bij een aantal taken één toezichthouder op meerdere aspecten kan controleren. Systeemtoezicht: is een vorm van toezicht gericht op de processen en beheersingsmaatregelen binnen een bedrijf. Onaangekondigde toezichtbezoeken (toezicht operationeel niveau): Dit is een vorm van toezicht om vast te stellen of tijdens werksituaties de voorschriften worden nageleefd. Controle: bezoek t.b.v. het constateren van overtredingen. Dit bezoek is niet naar aanleiding van een vergunning/ontheffing of melding. Tijdens het bezoek worden eventueel verleende vergunningen of van toepassing zijnde meldingen wel gecontroleerd (illegaal bouwen, dumpen afval, strijdig gebruik etc. bij milieu, bouw, brandveiligheid en APV). Deeltoezicht: idem als regulier/operationeel toezicht, alleen wordt maar een bepaald deel gecontroleerd, bijv. brandveiligheid tijdens carnaval en kerst. Administratief toezicht: toezicht op het naleven van voorschriften zonder fysiek controle ter plaatse, bijvoorbeeld door het indienen van verplichte keuringen, jaarverslagen. certificaten etc. Klachtenbezoek: Locatiebezoek naar aanleiding van klachten/meldingen van derden.
Bezoek naar aanleiding van verzoek handhaving: Locatiebezoek naar aanleiding van een verzoek van derden om handhavend op te treden. Hercontrole: alle bezoeken naar aanleiding van eerdere toezichtbezoeken/controles waarbij opmerkingen zijn gemaakt met betrekking tot het naleven van voorschriften om vast te stellen of de overtredingen zijn opgeheven. Controle naar aanleiding van vooraankondiging: alle bezoeken naar aanleiding van een vooraankondiging bestuursdwang of dwangsom om vast te stellen of de overtredingen zijn opgeheven. Dwangsomcontroles: alle bezoeken naar aanleiding van opgelegde dwangsom om vast te stellen of de overtredingen zijn opgeheven. Bestuursdwangcontroles: alle bezoeken die nodig zijn om uitvoering te geven aan een bestuursdwangbeschikking. CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
57
Zelfcontrole: Bij dit soort toezicht wordt van het bedrijf gevraagd om inspectielijsten in te vullen. Deze inspectielijsten moeten periodiek worden ingeleverd bij het bevoegde gezag. Afhankelijk van de resultaten wordt wel of geen extra toezicht uitgevoerd. Toezicht op bedrijfsbeëindiging: toezichtbezoek na het ambtshalve intrekken van de vergunning of wanneer een bedrijf zijn activiteiten op die locatie staakt om vast te stellen of aan alle voorschriften wordt voldaan die samenhangen met een bedrijfsbeëindiging.
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
58
Bijlage 12
Afstemming en uitwisseling van handhavingsinformatie
Het gaat hier om operationele informatie-uitwisseling intern en met andere handhavingsorganisaties van toezichtsresultaten, sanctie- en gedoogbesluiten. Hierbij gelden diverse beperkingen op grond van privacyregelingen. Voor de externe informatieuitwisseling zijn op grond van de LHSO-protocollen opgesteld. A. Interne informatie-uitwisseling Het doel is op adequate wijze uitwisselen en afstemmen van informatie met andere medewerkers en andere organisatieonderdelen (interne informatie-uitwisseling). Binnen één organisatieonderdeel of in geval van meerdere betrokken organisatieonderdelen doen zich situaties voor waarbij het raadzaam is samen af te stemmen of informatie uit te wisselen. Het gaat om de volgende situaties: • Bij het opstellen van een vergunning door een vergunningverlener, behoort deze getoetst te worden op handhaafbaarheid. Dat kan door een handhaver gebeuren. Daarbij wordt gekeken naar de reikwijdte van de vergunning en de daarin opgenomen voorschriften en het al dan niet handhaafbaar zijn daarvan. • Tijdens het toezicht kunnen overtredingen worden geconstateerd, waarbij vervolghandelingen moet worden afgestemd met de vergunningverlener. Het betreft met name overtredingen waarbij de inrichting uitgebreid en/of gewijzigd is ten opzichte van de vigerende vergunning.
De vergunningverlener bekijkt of deze overtredingen te legaliseren zijn en doet hierover verslag aan de handhaver. - bouwregelgeving (constructief, conform bouwvergunning). - brandveiligheid. - bestemmingsplan (gebruik pand/perceel conform plan); - bodem; - APV. Afstemming met andere interne organisatieonderdelen: Tijdens het toezichttraject kan op diverse momenten, bijvoorbeeld bij de voorbereiding van een controle, bij het verslagleggen van controleresultaten en de bij afronding van het traject afstemming met andere organisatieonderdelen noodzakelijk zijn. Aspecten waarbij overleg/informatie-uitwisseling onder meer aan de orde is, zijn: bestemmingsplan (nieuwe planontwikkeling). afstemming en uitwisseling handhavingsinformatie over wel of geen legalisatiemogelijkheid moet verbeteren. waterkwaliteit- en waterkwantiteitsregeling. Bodembeleid. natuurwet- en regelgeving (gebruik groene ruimte). APV (beleid). B. Externe informatie-uitwisseling Informatie-uitwisseling met andere handhavingsorganisaties is met name geregeld in de LHSO. Daarnaast heeft externe informatie-uitwisseling van handhavingsinformatie betrekking op het voor publiek beschikbaar stellen van controlerapporten. Een controlerapport wordt aan de exploitant toegezonden en ter inzage beschikbaar gesteld voor het publiek.
Bij het verstrekken van informatie aan het publiek dient rekening te worden gehouden met het CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
59
gestelde in de Wet open overheid. Ook in het communicatieplan zal worden aangegeven hoe met externe informatie-uitwisseling zal worden om gegaan.
CONCEPT-UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE MOERDIJK 2024-2027 (INSPRAAKVERSIE)
60