Transitievisie Warmte Moerdijk
Tekst van het document
1950 – 1975
Verbetering van isolatie naar tenminste minimum niveau en waar haalbaar naar landelijke streefwaarden. Op termijn overstappen naar hybride warmtepompen, als tussenstap naar all-electric, of als eindbeeld.
1975 – 1995
Isoleren waar gewenst/nodig; als isolatie voldoet: overstap naar hybride warmtepompen, als tussenstap naar all-electric, of als eindbeeld.
Van na 1995
Hybride warmtepomp als tussenstap naar uiteindelijk all-electric. Check isolatie; all-electric mogelijk bij max 55C winter en LT afgiftesysteem.
Gestapelde bouw meer dan 3 hoog (appartementen)
Warmtetransitie is voor het gebouw als geheel vorm te geven, zowel m.b.t. isolatie als aardgasvrij alternatief. Collectieve oplossingen en groen gas zijn het meest kansrijk. Vooralsnog zijn all-electric oplossingen minder kansrijk.
Utiliteit
Kleine utiliteit (<500 m2): conform woningen. Grote utiliteit (>500 m2): all-electric, evt. hybride tussenstap; warmtenet ook mogelijk: kleinschalig (lokale bron) of grootschalig (restwarmte haven- en industrieterrein). Sloop / nieuwbouw als alternatieve aanpak ook mogelijk.
Nieuwbouw
Altijd aardgasvrij gebouwd. Afhankelijk van de locatie, de dichtheid en het soort bouw wordt een geschikte - collectieve of een individuele - oplossing gezocht.
Tabel 4.1 Handelingsperspectief per categorie en bouwjaar
Ontwikkelingsperspectief voor infrastructuur: warmtenetten, gasnet en elektriciteitsnet In lijn met de RES is een regionaal warmtenet op basis van restwarmte van haven- en industrieterrein Moerdijk kansrijk in de plaatsen Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Moerdijk en Klundert. Als restwarmte van de industrie op het haven- en industrieterrein gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het Amernet, kan een kans ontstaan om met gunstige voorwaarden aan een warmtenet mee te doen. Op basis van de huidige maatschappelijke kosten analyses kan nog geen definitieve conclusie getrokken worden of in deze plaatsen een warmtenet het goedkoopste is, of dat een ander alternatief goedkoper is. 9 Een van de uitgangspunten is dat we inwoners gaan betrekken bij de te maken keuzes. Daarom willen we als gemeente samen met inwoners en bedrijven de mogelijkheden voor aardgasvrij verkennen voor deze vier kernen waar een warmtenet mogelijk is. Tijdens de verkenning kijken we zowel naar collectieve als naar individuele oplossingen. Voor utiliteitsgebouwen en appartementen kunnen kleine collectieve warmte oplossingen, meestal bronnetten, interessant zijn. Dit is met name het geval in Zevenbergen: het gebied tussen het centrum en het treinstation. In dit gebied staan een aantal utiliteitsgebouwen en appartementengebouwen dicht bij elkaar. Diverse warmtebronnen zijn mogelijk, zoals WKO, aquathermie en geothermie.
Ook zijn er mogelijkheden voor kleine collectieve oplossingen in Fijnaart en Standdaarbuiten. Deze mogelijkheden zijn kleiner van schaal en daar gaat het met name om WKO als mogelijke warmtebron. Tot 2030 zullen naar verwachting weinig woningen van het aardgasnetwerk af gaan. Bij de actualisatie van de TVW in 2025 zal bekeken worden wat de rol voor het aardgasnetwerk na 2030 kan of moet zijn. Als uit de verkenning blijkt dat een warmtenet kansrijk is en als vervolgens restwarmte beschikbaar gemaakt wordt met een warmteleiding, worden mogelijk vóór 2030 de eerste woningen al aangesloten op een warmtenet. De verwachting is dat elektriciteit in toenemende mate ook voor mobiliteit (elektrische auto’s), aardgasvrij koken en voor verwarming (warmtepompen) wordt gebruikt. Deze ontwikkelingen, samen met de installatie van zonnepanelen, leiden er toe dat het elektriciteitsnet op alle spanningsniveaus verzwaard zal moeten worden. Dit betekent ook nieuwe of uitbreiding van bestaande transformatorhuisjes. De behoefte om het net te verzwaren is beperkt volgens eerste analyses van Enexis. Wel weten we dat de verzwaringsbehoefte bij brede toepassing van all-electric (meer dan 50% van de woningen) aanzienlijk groter zal zijn dan bij toepassing van hybride warmtepompen. Dit aspect wordt opnieuw bekeken bij de herijking in 2025.
Bijlage 4 geeft meer achtergrond over de afweging tussen warmtenet en individuele oplossingen.
9
Meer hierover in bijlage 4
35
Versnellen richting duurzaam wonen en werken in gemeente Moerdijk In hoofdstuk 2 hebben we de uitgangspunten voor de warmtetransitie benoemd. We streven naar/zorgen voor draagvlak, we gaan uit van keuzevrijheid en we kiezen voor haalbare en betaalbare oplossingen. En we willen werken vanuit gezamenlijke belangen (koppelkansen) om van de warmtetransitie een succes te maken. Er wordt al veel gedaan om duurzamer te wonen en werken. Maar we weten dat we de verduurzaming moeten versnellen met focus op isolatie, hybride warmtepompen en waar mogelijk warmtenetten. In deze paragraaf geven we aan waar en op welke wijze we extra willen inzetten op verduurzaming. We kunnen niet heel gemeente Moerdijk in één keer aardgasvrij maken. En dat hoeft ook niet. Daarom hebben we samen met de stakeholders uit de projectgroep gebieden en strategieën geselecteerd die wij als kansrijk zien om in de periode tot 2030 mee aan de slag te gaan, waarbij we onder andere gekeken hebben naar onderstaande factoren. 10 •
Waar de transitie het meest betaalbaar is (of te maken is);
•
Waar veel besparing mogelijk is of waar het nodig is om isolatiestappen te zetten (transitiegereed maken van woningen);
•
waar kansrijke clusters zijn voor toepassing van gestandaardiseerde maatregelen, waar collectieve oplossingen (warmtenet) mogelijk zijn;
•
Waar hoge mate van betrokkenheid van inwoners en organisaties is (kracht van de gemeenschap);
•
De (benodigde) capaciteit en kennis beschikbaar in de gemeente (zie paragraaf 5.1.3).
Wat Gemeentebreed stimuleren van energiebesparing: a) isolatie: woningen <1990 b) hybride warmtepompen: woningen >1975 11 c) vrijstaande woningen en vooroorlogse, aandacht voor buitengebied d) vooroorlogse woningen e) gebouwen in eigendom van de gemeente Verkenningsgebieden aardgasvrij wonen en werken a) Woongebieden Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Moerdijk en Klundert b) bedrijventerreinen: Zevenbergen en haven- en industrieterrein Moerdijk
Aanpak
Omvang
Campagnematig bewoners informeren, adviseren en 16.000 woningen begeleiden m.b.t. het verduurzamen van hun huis en besparen op hun energierekening. Aanpak samen met partners gericht op collectieve inkoop.
Verkenning isolatie en 9.000 woningen in aardgasvrije alternatieven Zevenbergen, samen met inwoners, Zevenbergschen bedrijven en organisaties, Hoek, Moerdijk en onder regie gemeente Klundert
Start planvorming
Isolatie: intensiveren lopende initiatieven Warmtepompen: vanaf 2022
Planning in lijn met RES: afronding eerste verkenning in 2023; vervolg op basis van besluitvorming regionaal en gemeenteraad
10
Op termijn kunnen deze factoren als selectiecriteria worden gebruikt voor de fasering van wijken om aardgasvrij te worden.
11
Het is mogelijk dat oudere woningen al zijn geïsoleerd op minimumniveau (energielabel C op basis van een inspectierapport voor de woning zonder
toepassing van zonnepanelen). Hybride warmtepompen zijn dan ook toepasbaar.
36
Samenwerkingsgebieden isolatie a. Willemstad b. Klundert c. Helwijk
Doelgroep- of gebiedsgerichte stimulering van isolatie
Samenwerkingsgebieden voor kleine collectieve kansen Informeren, bij elkaar a. Zevenbergen brengen inwoners en/of facilitering b. Fijnaart c. Standdaarbuiten
Start vanaf 2022 in Circa 1.000 woningen samenhang met verdeeld over drie Lokale Energie gebieden Agenda Circa 1.000 woning equivalent in Zevenbergen; in Fijnaart en Standdaarbuiten elk circa 200 woning equivalent
Planning afhankelijk van draagvlak en technische / financiële mogelijkheden
Tabel 4.2 Planvorming in Moerdijk en per gebied
4.2.1. Gemeentebreed stimuleren van energiebesparing: isolatie en hybride oplossingen Wat: een gemeentebrede aanpak om eigenaren te stimuleren om passende stappen te nemen voor hun woning: isolatie bij woningen van voor 1990 en hybride warmtepompen bij woningen na 1975 en oudere woningen die voldoende geïsoleerd zijn. All-electric waar inwoners al voorop lopen met isolatie. Daarnaast is het belangrijk om als gemeente het goede voorbeeld te geven met het verduurzamen van de eigen gebouwen. Waarom: isolatie en (hybride) warmtepompen zijn op dit moment het meest betaalbaar. Isolatie is bij oudere woningen nodig om de woning transitiegereed te maken. Warmtepompen (hybride en all-electric) kunnen aanzienlijk bijdragen aan CO2-reductie. De gemeentebrede stimulering van energiebesparing bestaat uit de volgende onderdelen: a. Stimulering isolatie woningen: Zoals eerder aan de orde kwam, is isoleren een essentieel onderdeel van de warmtetransitie voor woningen van vóór 1975 en in mindere mate voor de woningen die gebouwd zijn tussen 1975 en 1990. Het is belangrijk om in de hele gemeente de warmtevraag terug te brengen, zodat deze woningen de overstap naar aardgasvrij kunnen maken. Dit kan worden gerealiseerd met spouw-, vloer-, dakisolatie, HR++ glas en andere maatregelen in de woning.
Bij isolatie en kierdichting is het belangrijk om ventilatiesysteem in te richten, het liefst met warmteterugwinning (WTW). Specifiek hebben we aandacht voor circa 1.800 vooroorlogse woningen (o.a. ook buitengebied; maatwerk aanpak isolatie) en vrijstaande woningen. Hier kijken we naar mogelijkheden voor stimulering binnen het gemeentebrede programma. b. Stimulering (hybride) warmtepompen: Verdeeld over de gemeente Moerdijk zijn veel straten te vinden met woningen die gebouwd zijn na 1995. Het gaat in totaal om ongeveer 3.500 woningen. Deze categorie woningen is interessant omdat zij door bouwnormen sinds 1995 al (zeer) goed geïsoleerd zijn. Met hybride warmtepompen kan tot 70% aardgas bespaard worden. Dit is bij woningen vanaf 1995 het meest betaalbaar. Woningen die vanaf 2005 zijn gebouwd hebben meestal een laagtemperatuur afgiftesysteem (LT ventilatoren, LT radiatoren of vloerverwarming). Bij deze woningen is all-electric mogelijk. Een gemeentebrede campagne, waarbij gebruik wordt gemaakt van vervangingsmomenten van gasketels, is hier een logische aanpak. c. Verduurzaming eigen vastgoed gemeente: De gemeente wil ook het goede voorbeeld geven en haar CO2-uitstoot verlagen. Daarom wordt er gewerkt aan een uitvoeringsplan om het eigen vastgoed te verduurzamen 12. Ook zijn alle kantoren van gemeenten in 2023 tot minimaal label C geïsoleerd en in
12
Zie Leidraad verduurzamen gemeentelijk vastgoed: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/verduurzaming-
utiliteitsbouw/maatschappelijk-vastgoed/gemeentelijk-vastgoed
37
2030 naar label A. Wanneer er in de buurt koppelkansen zijn, wordt er geprobeerd om zaken samen aan te pakken.
4.2.2. Verkenningsgebieden aardgasvrij Wat: een gebiedsgerichte aanpak, in lijn met de RES en onder regie van de gemeente, om samen met inwoners, bedrijven en organisaties voor een deel van Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Moerdijk en Klundert te verkennen wat de voorwaarden en verwachtingen zijn ten aanzien van de verschillende alternatieven voor aardgasvrij wonen en werken. Uiteraard zijn er ook mogelijkheden voor het gebruik van restwarmte op het haven- en industrieterrein zelf. Waarom: Het haven- en industrieterrein Moerdijk gaat naar verwachting een belangrijke rol spelen voor de warmtetransitie in West en Midden-Brabant door het leveren van (rest)warmte. Het warmtenet in combinatie met isolatie kan een goed duurzaam alternatief zijn in Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Moerdijk en Klundert. In de komende 2 jaar zal door de RES-regio onderzocht worden of het haalbaar is om warmtebronnen op het haven- en industrieterrein van Moerdijk voor het Amer warmtenet (warmtenet voor o.a. Breda) te gebruiken. Als dit zo is, biedt dit een kans voor Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Moerdijk en Klundert om aan te sluiten. Een warmtenet kan met name bij oude woningen en gebouwen een goed alternatief blijken. Voor een aansluiting op een warmtenet is het minimum isolatieniveau in principe voldoende.
Om deze redenen willen we verkennen wat de voorwaarden en wensen zijn en wat logische vervolgstappen zijn. Tijdens de verkenning zoeken we aan de hand van de uitgangspunten in deze Transitievisie Warmte samen met inwoners, bedrijven en organisaties richting op de volgende onderwerpen: • Er zijn meerdere grote warmtebronnen beschikbaar op het haven- en industrieterrein. We haken aan bij het onderzoek voor de RES-regio naar een regionaal warmtenet, met betrekking tot de optimale keuzes voor duurzaamheid, kosten en betrouwbaarheid. •
We gaan met inwoners, ondernemers en organisaties in gesprek om de voorwaarden en wensen te inventariseren. De uitgangspunten zoals in deze Transitievisie Warmte opgenomen, zijn daarvoor het startpunt.
•
De meeste woningen in de verkenningsgebieden zijn voor 1975 gebouwd. Dit betekent dat extra isolatiemaatregelen nodig zijn. We kijken naar wat benodigde isolatiemaatregelen voor de verschillende alternatieven voor aardgasvrij zijn en wat dit voor eigenaren en inwoners betekent. Voor het zuidelijke deel van Zevenbergen (gebouwd na 1975) zijn de kosten van all-electric mogelijk lager dan de kosten voor een warmtenet.
•
We inventariseren de kosten en impact van een warmtenet en van individuele aardgasvrije alternatieven. In Zevenbergen is eventueel ook een lokaal collectieve oplossing mogelijk.
Op basis van bovenstaande bevindingen bepalen we wat een logisch vervolg is voor hoe met de mogelijkheden van een warmtenet om te gaan en wat dat betekent voor het vervolgproces. Deze verkenning duurt naar verwachting twee jaar. Als uit het onderzoek komt dat een warmtenet niet haalbaar blijkt, gaan we verder met de uitvoering richting individuele oplossingen: hybride en/of all-electric warmtepompen. Als een warmtenet de voorkeur heeft, kan een haalbaarheidsonderzoek voor een warmtenet opgezet worden. De resultaten van de verkenning en het vervolg daarop wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.
38
4.2.3. Samenwerkingsgebieden isolatie Wat: een doelgroep- en gebiedsgerichte aanpak, waarbij gemeente inwoners en bedrijven bij elkaar brengt, om kennis te delen en stappen te zetten op het gebied van isolatie. Waarom: inzetten op de eerste logische stap naar aardgasvrij: isolatie. Doel is het bevorderen isolerende maatregelen via versterkte betrokkenheid van inwoners en het verlagen van kosten voor isolatie in gebieden met een meer dan gemiddelde isolatie uitdaging en/of eigen karakter. We kunnen aan de slag omdat bewoners betrokken zijn en er wat te winnen valt op het gebied van isolatie. In aanvulling op de gemeentebrede stimulering van isolatie wil de gemeente Moerdijk in een aantal gebieden maximaal inzetten op de kracht van de gemeenschap. Samen met de gebiedstafels en/of als onderdeel van de Lokale Energie Agenda’s (LEA) wil de gemeente Moerdijk toewerken naar een isolatieplan voor gebieden met een meer dan gemiddelde isolatie uitdaging en/of eigen karakter. Dit zijn de vesting Willemstad, vesting Klundert en Helwijk. Als deze aanpak succesvol is, kunnen we de gebiedsgerichte aanpak of elementen daarvan verbreden naar alle plaatsen in de gemeente Moerdijk.
Project EnergieA16 Een voorbeeld van deze aanpak is de ‘One Stop Shop’, waar collectieve verduurzaming van woningen, mét begeleiding, advies en financieringsinstrumenten mogelijk zijn. Het eerste project van 200 woningen langs de A16 zal lopen van 2021 tot en met 2022. Hier werken we ook samen met buurgemeenten.
Woningen van voor 1950 hebben een maatwerk aanpak nodig voor goede isolatie. In de oude vestingen van Willemstad en Klundert staan veel oude woningen bij elkaar. In deze gebieden kunnen we meer bereiken op het gebied van verduurzaming als inwoners samen met hun buren kijken wat voor hun woningen mogelijk is. Met de ervaring die we hier opdoen, kunnen we eigenaren van oudere woningen in andere plaatsen in de gemeente Moerdijk beter faciliteren. Woningen van voor 1950 zijn voor meer gemeenten in West Brabant een speciale doelgroep. We verkennen daarom de samenwerkingsmogelijkheden met omringende gemeenten. In Helwijk is een groot gedeelte van de woningen eigendom van woningcorporatie Woonkwartier. De woningbouwcorporatie heeft al stappen gezet op het gebied van isolatie. We vinden het belangrijk dat ook de particuliere eigenaren meekomen bij de verduurzaming. In lijn met de uitgangspunten voor huisvesting willen we de samenwerking in Helwijk maximaal bevorderen voor een goede leefbaarheid van dit dorp. In de samenwerkingsgebieden willen we onderzoeken en leren hoe we met de menselijke maat slim kunnen samenwerken, bijvoorbeeld door straat voor straat in gesprek te gaan over de mogelijkheden. Dit doen we met een lokaal plan voor communicatie en participatie. Daar waar we aan de slag gaan, doen we dat met een goed onderbouwd plan: • • •
Een heldere afbakening van het gebied of doelgroep, het type woningen in de buurt en/of een overzicht van opgaven of werkzaamheden die spelen in de buurt. Hoe we toewerken naar een duidelijk aanbod van verschillende maatregelen die passend zijn bij de woningtypen, gekoppeld aan financiële hulp. Een duidelijke rolverdeling van de partijen die samenwerken aan de isolatieaanpak.
De samenwerkingsgebieden sluiten aan bij onze inzet op Lokale Energie Agenda's. Die willen we met iedere kern opstellen, om te komen tot een agenda met collectieve energieprojecten voor de betreffende kern.
39
4.2.4. Samenwerkingsgebieden kleine collectieve kansen Wat: een doelgroep- en gebiedsgerichte aanpak, waarbij gemeente inwoners en bedrijven bij elkaar brengt, om kennis te delen en stappen te zetten op het gebied van kleine collectieve oplossingen Waarom: doel is om kleine collectieve kansen te bevorderen waar hoge betrokkenheid van eigenaren en/of organisaties is om te verduurzamen en CO2 te besparen. In aanvulling op de gemeentebrede stimulering van maatregelen en in aanvulling op de samenwerkingsgebieden voor isolatie ziet de gemeente Moerdijk in een aantal gebieden kansen voor kleine collectieve oplossingen. Ook hier willen we gebruik maken van de kracht van de gemeenschap. In Zevenbergen is dit een relatief groot gebied waar appartementen en (grotere) utiliteitsgebouwen staan. Hier zijn meerdere lokale warmtebronnen denkbaar, waaronder WKO, ondiepe geothermie en aquathermie. In Fijnaart en Standdaarbuiten zijn er kleine clusters van zorgcomplexen (utiliteit) en appartementen. Hier zijn kleine collectieve oplossingen denkbaar op basis van WKO. Aandachtspunt voor kleine collectieve oplossingen is de betaalbaarheid en/of behoefte aan financiële steun. Als mogelijk kijken we of we hier kunnen aansluiten op stimulering van innovaties door de RES-regio.
Voor Zevenbergen zullen de kansen voor kleine collectieve oplossingen en/of kansen voor lokale warmtebronnen meegenomen worden in de verkenning voor aardgasvrije alternatieven. Voor Fijnaart en Standdaarbuiten zal de aanpak zich vooral richten op het informeren en waar mogelijk bij elkaar brengen van betrokken eigenaren en gebruikers/huurders. Samen kan dan met hen gekeken worden welke mogelijkheden zij zien voor aardgasvrij wonen en werken. De aanpak is niet gericht op (financiële) deelname van de gemeente zelf aan kleine collectieve oplossingen. De lessen die we hieruit kunnen trekken zijn belangrijk om de aanpak voor appartementen in de gemeente Moerdijk verder te ontwikkelen. Daarnaast zijn de lessen van deze samenwerkingsgebieden belangrijke input voor de actualisatie van de Transitievisie Warmte.
40
Perspectief voor het jaar 2030 Het Klimaatakkoord zet in op een CO2-reductie van circa 39% voor ruimteverwarming en tapwater in 2030 ten opzichte van 2017. In de afgelopen 20 jaar is het aardgasverbruik jaarlijks met 1 à 1,5% gedaald. Het klimaatakkoord wil deze lijn doortrekken en bovendien de verduurzaming aanzienlijk versnellen. Hieronder brengen we een mogelijk transitiepad in kaart op basis van de landelijke CO2 reductie ambities. Het is duidelijk dat de landelijke ambities een grote inspanning vergen op lokaal niveau. Mogelijke besparing op totaal gasverbruik in gemeente Moerdijk
Gebouwen
Aantal
Aanpak
Woningen van voor 1975
8.000
25-50% woningen naïsoleren tot minimaal label C
10-20%
Woningen van na 1975
8.000
25% van woningen een hybride luchtwarmtepomp
10%
Utiliteit
2.200
Helft aardgasvrij
10%
Totaal
30-40% besparing in 2030 t.o.v. 2017
Tabel 4.3 Overzicht mogelijke aardgasbesparing bij ingrepen
Toelichting bij tabel 4.3 •
•
•
41
Als 25-50% van de 8.000 woningen van voor 1975 in Moerdijk volgens bovenstaande planning nageïsoleerd wordt tot tenminste minimumniveau (label C), kunnen we ongeveer 10-20% aardgas besparen ten opzichte van de huidige situatie (geen na-isolatie). Als we ook inzetten op hybride oplossingen dan kan het totale aardgasverbruik in Moerdijk in 2030 verder verlaagd worden ten opzichte van 2020. Als 25% van de woningen vanaf 1975 een hybride warmtepomp op basis van buitenlucht zou hebben, kan het totale gasverbruik in heel Moerdijk met 10% extra verlaagd worden. Als we tot slot erin zouden slagen om de helft van de utiliteitsbouw aardgasvrij te maken, dan kan het gasverbruik voor de gebouwde omgeving in Moerdijk met in totaal met 30-40% worden gereduceerd. Dit is verenigbaar met de landelijke klimaatambities. Monitoring en evaluatie van de voortgang wordt besproken in hoofdstuk 5.
5. Handreiking tot uitvoering van de warmtetransitie
42
De transitiepaden in het vorige hoofdstuk geven per plaats inzicht in de route die we doorlopen naar aardgasvrij. In dit hoofdstuk geven we een doorkijk richting de uitvoering. Hoe ziet het uitvoeringsprogramma eruit, welke instrumenten zetten we als gemeente in en hoe werken we samen met inwoners, ondernemers en organisaties? In paragraaf 5.1 komt de gemeentebrede aanpak aan bod en wie we daarin betrekken. In paragraaf 5.2 beschrijven we hoe we de gebiedsgerichte aanpak (samenwerkings- en verkenningsgebieden) invulling geven. Paragraaf 5.3 plaats de planvorming en kaders in de bredere context, waaronder de koppelingen met regelgeving en beleidsvorming zoals de RES. Paragraaf 5.4 beschrijft tot slot hoe de gemeente Moerdijk de Transitievisie Warmte wil opvolgen: monitoring en vooruitblik op de herijking van de Transitievisie Warmte in 2025. In figuur 10 is een overzicht te zien van de planvorming.
Figuur 10 Overzicht uitvoeringsprogramma warmtetransitie gemeente Moerdijk
Gemeentebrede aanpak: informeren, samenwerken en activeren Inwoners hebben behoefte aan informatie, advies, begeleiding, ontzorging, financiering en een aantrekkelijk aanbod voor hun woning. We voorzien voor een deel al in deze behoefte, door de inzet van Energiek Moerdijk voor informatie, advies en begeleiding en door de inzet van de Stimuleringslening woningbouw als financieringsinstrument. We vullen de bestaande diensten aan met een digitaal Energieloket. Uit onze en landelijke ervaringen (zoals het programma aardgasvrije wijken en de proeftuinen) blijkt dat de praktijk weerbarstig is. In een enquête over aardgasvrij wonen (zie participatiebijlage) blijkt dat het onderwerp nog beperkt leeft onder inwoners. De meeste inwoners weten wel dat verwarmen met aardgas eindig is. Tegelijkertijd is de algemene perceptie dat isoleren en het overstappen op een aardgasvrije oplossing lastig en duur is. De gemeente moet daarom werken aan vertrouwen. Met dit uitvoeringsprogramma gaat de gemeente aan de slag om het vertrouwen te vergroten. De gemeente Moerdijk is voor een succesvolle uitvoering afhankelijk van het landelijk kader voor de warmtetransitie, in het bijzonder de landelijke maatregelen voor betaalbaarheid en de gemeentelijke
43
bevoegdheden. Op dit moment kan de belofte van woonlastenneutraliteit nog niet waargemaakt worden. De uitvoeringscapaciteit is tevens beperkt bij de gemeente en uitvoerende partijen. Hieronder beschrijven we hoe we de samenwerking met inwoners, ondernemers en organisaties willen invullen, welke rol we in het algemeen zien voor de gebiedstafels en hoe we de eigen organisatie willen vormgeven. Al lopende initiatieven blijft de gemeente steunen. 5.1.1. Samenwerken voor een succesvolle warmtetransitie Om de transitie naar aardgasvrij verwarmen te versnellen is het essentieel om samen te werken met partijen. De gemeente nodigt organisaties daarom uit om samen aan de slag te gaan met de verduurzaming, in lijn met het Energieprogramma. Als regisseur van de warmtetransitie zal de gemeente in ieder geval met de belangrijkste organisaties afspraken maken om te komen tot lokale Energiedeals en de ambities te kunnen realiseren. Netbeheerder Enexis wordt betrokken om advies te geven over onderhoud, vervanging of uitfasering van het gasnet en voor het voorkomen of oplossen beperkingen op het elektriciteitsnet. De gemeente en de netbeheerder stemmen de plannen voor de warmtetransitie op elkaar af, zowel gemeentebreed als gebiedsgericht.
Woningbouwcorporatie Woonkwartier wordt nauw betrokken met het afstemmen van hun plannen en gemeentelijke plannen om in bepaalde wijken gezamenlijk aan de slag te gaan. Daarnaast kijken we in gebieden waar dat relevant is naar mogelijkheden voor kennis- en informatie uitwisseling tussen woningcorporatie en particuliere eigenaren. Dit wordt mede vormgegeven in de prestatieafspraken tussen Woonkwartier, HV Fijn Wonen en de gemeente. Havenbedrijf Moerdijk werkt samen met de industrie op het haven- en industrieterrein aan een decarbonisatieplan 2050. Verduurzaming van de ruimteverwarming is hiervan onderdeel, maar het Havenbedrijf ziet wel urgentere thema’s, zoals verduurzaming van de procesindustrie. Het Havenbedrijf en gemeente gebruiken de bestaande brede samenwerking op het gebied van verduurzaming voor het vervolg op de Transitievisie Warmte. 5.1.2. Rol voor gebiedstafels en koppeling met Lokale Energie Agenda’s Een van onze uitgangspunten is dat we gebruik maken van de kracht van de gemeenschap. Voor een succesvolle warmtetransitie is het belangrijk om inwoners zo lokaal mogelijk te betrekken bij de planvorming en uitvoering. Dit doen we op de volgende manieren: •
•
In lijn met het Energieprogramma Moerdijk wil de gemeente in elke plaats met inwoners Lokale Energie Agenda’s (LEA) ontwikkelen. Hierin staan voor een dorp of stad de ambities, uitgangspunten en projecten om de energietransitie te realiseren. De reikwijdte van een LEA is dus breder dan de warmtetransitie en omvat bijvoorbeeld ook duurzame energie, opwek en mobiliteit. De opgaven uit de Transitievisie Warmte worden opgenomen in de LEA’s. Zo zorgen we ervoor dat de verschillende opgaven van de energietransitie samenkomen en we projecten met elkaar verbinden, zoals binnen Energie A16. De gemeente wil de gebiedstafels betrekken. De gemeente heeft daarbij de regie, verzorgt de inhoudelijke begeleiding en organiseert de plaats- of buurtgerichte aanpak. De gebiedstafels kennen de inwoners en functioneren ook als aanspreekpunt. We betrekken de gebiedstafels daarom bij het opzetten van voorlichting, communicatie en participatie gericht op hun plaats. Dit doen we kern voor kern. Kader voor gebiedsgerichte stimulering warmtetransitie
Naast gemeentebrede stimulering kiezen we in lijn met het Klimaatakkoord er ook voor om in een aantal gebieden (wijken, plaatsen) extra stappen te zetten. We gaan op de volgende manieren wijkgericht aan de slag:
44
•
Samenwerkingsgebieden gericht op isolatie: in de vesting Willemstad, Klundert en Helwijk willen we inwoners bij elkaar brengen om kennis uit te wisselen en waar mogelijk met inkoopcollectieven samen de isolatie verbeteren. Het doel is om zoveel mogelijk woningen in deze plaatsen gereed te maken voor de overstap naar aardgasvrij.
•
Buurtverkenningsgebieden gericht op isolatie en aardgasvrij: Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Moerdijk en Klundert zijn de eerste plaatsen waar we samen met inwoners gebiedsgericht bespreken wat de voorwaarden en eisen zijn ten aanzien van verschillende aardgasvrije alternatieven: een warmtenet, allelectric of hybride. Dit zal tot 2023 duren. Dan is er ook meer duidelijkheid over de mogelijkheden van restwarmte uit Moerdijk. De volgende stap is een haalbaarheidsonderzoek in de buurten. Bij herijking in 2025 kan er dan een definitieve beslissing worden genomen over de voorkeursvariant en bijbehorende isolatie. Mogelijk bevorderen we de isolatie op een vergelijkbare wijze als in de samenwerkingsgebieden.
•
Samenwerkingsgebieden gericht op kleine collectieve oplossingen: er is een aantal kleine collectieve systemen denkbaar in Fijnaart, Standdaarbuiten en Zevenbergen. Hier wil de gemeente kennisontwikkeling en -uitwisseling faciliteren en als ‘makelaar’ optreden om partijen bij elkaar te brengen. In Fijnaart en Standdaarbuiten is de schaalgrootte beperkt tot 200 à 500 woningen of woningequivalenten. In Zevenbergen is het denkbaar dat een lokale warmtebron geschikt is voor een groter gebied.
Paragraaf 5.2.1 geeft een overzicht van wat belangrijk is voor een succesvolle wijkgerichte aanpak. Paragraaf 5.2.2 gaat in op de volgende stap: planvorming naar aardgasvrij wonen en werken aan de hand van een wijkuitvoeringsplan.
5.2.1. Ingrediënten voor een succesvolle gebiedsgerichte aanpak De volgende aspecten zijn belangrijk voor een succesvolle wijkaanpak. Deze aanbevelingen komen grotendeels van inwoners en stakeholders en worden tegelijkertijd onderschreven door de gemeente. • • •
• • • • •
•
Kies waar mogelijk voor dorpen en wijken met vergelijkbare bouwjaren, behoeften en woningtypen. Sluit aan bij de behoeften, belemmeringen en voorkeuren van inwoners/gebouweigenaren/gebruikers. Zorg voor uitstekende communicatie en volwaardige participatie. Dit is de kern van de gebiedsgerichte aanpak. Houd daarin rekening met verschillende doelgroepen, niet alleen gebaseerd op woningtypen maar ook type gebouweigenaren/gebruikers en leefstijlen. Zorg voor heldere en onafhankelijke informatie over de maatregelen en de kosten. Zorg dat er een betaalbaar aanbod voor de financiering is. Geef duidelijk aan wat de gevolgen zijn voor bewoners en andere eigenaren in de wijk en welke inzet je van hen verwacht. Onderzoek waar woningcorporaties en particulieren samen kunnen optrekken, in buurten of straten waar ze vergelijkbaar bezit hebben. Voer woningscans uit bij veelvoorkomende woningtypes in de wijk, zodat je de mogelijke maatregelen en verwachte besparingen voor een herkenbare woning in de wijk kunt laten zien. Maak gebruik van bewoners met voorbeeldwoningen die al maatregelen genomen hebben, en laat daarmee zien wat het effect is en de ervaringen zijn. Benut kennis en ervaringen van anderen: we leren van andere aanpakken in gemeenten met soortgelijke uitdagingen en trekken lessen uit de ervaringen van het programma aardgasvrije wijken.
5.2.2. De volgende stap: het wijkuitvoeringsplan Het wijkuitvoeringsplan is de volgende stap. Met een wijkuitvoeringsplan wordt de planvorming voor de overstap naar aardgasvrij wonen in een wijk concreet. Als uit de buurtgerichte verkenning blijkt dat een warmtenet kansrijk is in Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Klundert, Moerdijk of een deel daarvan, dan zullen we daarvoor een wijkuitvoeringsplan opstellen.
45
Het kan ook zijn dat een warmtenet niet of niet overal haalbaar blijkt. In dat geval gaan we voor die gebieden verder met de uitvoering richting all-electric of hybride oplossingen en is het niet nodig om de komende tijd voor deze plaatsen wijkuitvoeringsplannen op te stellen. Bij de voorbereiding van een warmtenet op basis van restwarmte is de Warmtewet of de opvolger daarvan, de Wet Collectieve Warmte (WCW), van toepassing. In de ontwerp WCW is opgenomen dat de gemeente bepaalt hoe het warmtenet georganiseerd wordt. In de ontwerp WCW is het voor inwoners mogelijk om niet aan te sluiten (de zogeheten opt-out) als ze een minstens even duurzaam alternatief hebben (zie paragraaf 5.3). Als we een wijkuitvoeringsplan opstellen, dan nemen we daar de tijd voor. Alleen dan kunnen we iedereen goed betrekken en de juiste keuzes maken: goede participatie en communicatie zijn de kern van de wijkaanpak. Het opstellen van het wijkuitvoeringsplan wordt gecoördineerd door een projectgroep onder regie van de gemeente. Die projectgroep betrekt actief de inwoners (eigenaren en huurders), betrokken organisaties in de gemeente Moerdijk en andere belanghebbenden in de wijk of kern. Actieve participatie is van groot belang omdat het wijkuitvoeringsplan actie vraagt van alle inwoners.
Op basis van de lessen uit de landelijke proeftuinen duurt het opstellen van een wijkuitvoeringsplan 2 tot 3 jaar afhankelijk van de complexiteit en omvang van de wijk. Het Klimaatakkoord geeft aan dat de daadwerkelijke uitvoering vervolgens tenminste 8 jaar in beslag neemt. Dat betekent dat er minimaal 10 jaar tijd is tussen de start van het wijkuitvoeringsplan en het afscheid nemen van het aardgas. Zo heeft iedereen de tijd om zich goed voor te bereiden. De gemeenteraad besluit over een wijkuitvoeringsplan. In het wijkuitvoeringsplan staat de ambitie voor de wijk, de keuze voor de alternatieve infrastructuur, de planning (stappenplan) en de rollen en verantwoordelijkheden. Een goed wijkuitvoeringsplan bevat in ieder geval: •
Een duidelijke afbakening van het gebied waar we aan de slag gaan, met een gedetailleerde planning in welk deel van de wijk wanneer gestart wordt. Hiervoor is het nodig dat we alle planningen in de wijk (ondergrond, openbare ruimte en onderhoud woningen) naast elkaar leggen en zoveel mogelijk slim samenwerken. Binnen het gebied maken we logische clusters van woningen of gebouwen, zodat het mogelijk is om een goede volgorde te bepalen voor de warmtetransitie.
•
een communicatie- en participatieplan voor de wijk: hoe willen de gemeente en andere organisaties (bijvoorbeeld de woningcorporatie of een warmtebedrijf) inwoners en andere belanghebbenden informeren, betrekken, ondersteunen en waar mogelijk ontzorgen?
•
Een keuze van het voorkeursalternatief voor aardgas op basis van (i) technische en financiële haalbaarheidsstudies en (ii) de voorkeuren van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden. Hier hoort ook een duidelijk overzicht bij welke stappen gezet moeten worden om te komen tot een concreet aanbod voor eigenaren. Dit betreft de techniek, organisatie en financiering. In het wijkuitvoeringsplan wordt duidelijk wanneer iedere eigenaar in het plangebied een keuze moet maken en welke keuzemogelijkheden zij hebben.
•
Een duidelijke rolverdeling van de partijen die samenwerken aan het wijkuitvoeringsplan. Het wijkplan kan worden bekrachtigd door met de belangrijkste stakeholders in de wijk een samenwerkingsovereenkomst te sluiten, waarin de rollen en verantwoordelijkheden worden vastgelegd.
Planvorming warmtetransitie in bredere context Het is van belang om de regionale ontwikkelingen, wetten en regels op de juiste manier in te zetten zodat de warmtetransitie wordt versneld in plaats van afgeremd. Hiervoor zijn drie belangrijke ontwikkelingen relevant: de Omgevingswet, de wet collectieve warmte (bijlage 8) en de RES. In de RES maken we afspraken om bijvoorbeeld meer duidelijkheid te creëren over de toekomst van warmtenetten in de regio.
5.3.1. Energieprogramma Moerdijk: lokale planvorming voor de energietransitie
46
De uitvoering van de Transitievisie Warmte is onderdeel van het overkoepelende Energieprogramma Moerdijk. In het programma is vastgelegd dat er met drie aanpakken de gebouwde omgeving wordt verduurzaamd: De doelgroepen benadering, het stap voor stap verduurzamen en de wijkgerichte aanpak zoals verder toegelicht in de tabel hieronder. Gebouwde omgeving DoelgroepenVerduurzaming als vast onderdeel van de Prestatieafspraken die de gemeente maakt met de benadering woningcorporaties en huurdersorganisaties (waaronder samenwerkingsafspraken m.b.t. de warmtetransitie). Woningeigenaren een duidelijke planning en objectieve informatie bieden, plus en mogelijkheden om te verduurzamen. Gebruikers utiliteitsbouw bewust maken van de eigen opgave en verantwoordelijkheid en ze concrete handvatten bieden om zelf te gaan handelen. Stap voor stap Bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties informeren over en activeren in de verduurzamen opgave d.m.v. een klimaatwebsite, een Energieloket en Energiek Moerdijk. Bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties ontzorgen d.m.v. rijksregelingen, collectieve inkoopacties, de milieubarometer en financieringsinstrumenten. Als gemeente zelf het goede voorbeeld geven door onze bedrijfsvoering te verduurzamen Wijkgerichte Opstellen van een Transitievisie Warmte (TVW). aanpak Opstellen wijkuitvoeringsplannen.
Opstellen Lokale Energie Agenda’s per kern. Tabel 5.1 uitvoeringsstrategie voor de gebouwde omgeving (bron: Energieprogramma gemeente Moerdijk)
Onderdeel hiervan zijn ook de Lokale Energie Agenda’s voortkomend uit overleggen met de gebiedstafels (zie paragraaf 5.1).
5.3.2. Samenwerken binnen de RES regio We werken samen met de omliggende gemeenten in West-Brabant. We vinden het belangrijk om van elkaar te leren. Waar mogelijk zoeken we de samenwerking om de capaciteit in de gemeentelijke organisaties slim en efficiënt in te zetten. Concrete activiteiten waar we samen gaan werken zijn:
47
−
We willen de RES-deal voor de verkenning van een warmteleiding tussen Moerdijk en Amernet koppelen aan onze buurtverkenning voor isolatie en aardgasvrij in Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Klundert en Moerdijk. De bronnenstrategie voor de regio zal nog verder uitgewerkt worden, onder andere waar de restwarmte van Moerdijk het beste benut kan worden.
−
We willen kijken of we één van onze samenwerkingsgebieden of buurtverkenningsgebieden kunnen inbrengen in de RES-deal “Energieke innovaties”. Binnen de RES regio is de ambitie om 10 experimenten op te zetten op het gebied van warmte, waaronder ook opslag en conversie, die samen voor een reductie van het aardgasgebruik van meer dan 10.000 huishoudens zorgen (circa 2% van het totale verbruik).
−
In het Uitvoeringsprogramma bij de RES is opgenomen dat gemeenten gebruik gaan maken van instrumenten op het vlak van informatievoorziening, afspraken met woningcorporaties en het aanbieden of ontsluiten van financiële ondersteuning. o
Gemeenten zorgen voor de procesparticipatie en communicatie voor inwoners bij plannen voor duurzame elektriciteits- en/of warmtevoorziening. Dit doen zij door bijvoorbeeld straatgesprekken, enquêtes en energiecafé’s te organiseren.
o
Daarnaast gaan gemeenten inwoners ondersteunen bij het realiseren van kleinschalige opwek en besparing. Ze gebruiken instrumenten als energieloketten, duurzaamheidsleningen, subsidies en wijkcoaches.
−
In het Uitvoeringsprogramma bij de RES is ook opgenomen dat de regio de samenwerking met energiecoöperaties op regionaal niveau intensiveert door gezamenlijk een regionale tool box te maken, die inwoners, maatschappelijke organisaties en gemeenten kunnen benutten.
−
De voortgang wordt gemonitord en de Regionale Energie Strategie zal naar verwachting worden geactualiseerd in 2023.
Opvolging van de Transitievisie Warmte: monitoring en actualisatie in 2025 Om een succesvolle aanpak mogelijk te maken, is een professionele gemeentelijke organisatie nodig met voldoende capaciteit, middelen, kennis en netwerk. De beste vorm van werken is nog niet ontdekt en de ervaring zal leren hoe de gemeente het beste inwoners kan begeleiden naar aardgasvrij verwarmen. De gemeente Moerdijk wil de voortgang van de warmtetransitie monitoren om zicht te houden op de bijdrage aan de landelijke klimaatdoelen. Het voornemen is om de monitoring tweejaarlijks op te maken met een beknopte kwantitatieve en kwalitatieve evaluatie van het bestaande beleid. Op dit moment is het aanbod van monitoring tools beperkt maar in opbouw door o.a. VNG, CBS en programma’s zoals VIVET. Het draagvlak bij inwoners voor de warmtetransitie is een belangrijke graadmeter. De gemeente zal regelmatig een enquête organiseren, bijvoorbeeld onder het burgerpanel. Inzichten hieruit dragen bij aan de verdere professionalisering van de aanpak bij de gemeente en zullen richting bieden bij de actualisatie van de Transitievisie. De Transitievisie Warmte wordt minimaal elke vijf jaar herijkt. Tegen die tijd verwachten we dat er veel meer bekend zal zijn over een aantal belangrijke onderwerpen, zoals: • •
•
• •
de inzetbaarheid van restwarmte van het haven- en industrieterrein Moerdijk. de resultaten van de gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak gericht op isolatie, hybride warmtepompen en kleine collectieve oplossingen, alsmede voortschrijdend inzicht bij andere gemeenten. de beschikbaarheid en toekomstige rol voor waterstof en groen gas in de gebouwde omgeving. Dit is met name van belang voor de rol van hybride warmtepompen: eindbeeld bij goede beschikbaarheid waterstof of tussenstap naar all-electric bij matige beschikbaarheid. aanvullend landelijk beleid en landelijke ontwikkelingen voor de betaalbaarheid van de warmtetransitie. aanvullend landelijk beleid voor de taken en bevoegdheden van de gemeente, bijvoorbeeld met betrekking tot de Omgevingswet, de Wet Collectieve Warmtevoorziening en de taken met bijbehorende bevoegdheden voor de gemeente.
Met een actualisatie van de Transitievisie Warmte kunnen we de warmtetransitie bijsturen zodat de CO2reductiedoelen voor het jaar 2030 en het eindbeeld van aardgasvrij 2050 binnen bereik blijven.
48
Bijlage 1: Kaarten en achtergrond informatie per plaats Overzichtskaart bouwperiode van woningen en bedrijven in gemeente Moerdijk De bouwperiode van de woning is een belangrijke indicatie wat het handelingsperspectief is voor de eigenaar. Dit is in hoofdstuk 4 beschreven. Kenmerkend voor de gemeente Moerdijk is onder andere: •
In gemeente Moerdijk zijn 3 clusters van woningen van voor 1920: Willemstad, Klundert en Zevenbergen. Daarnaast zijn er in het buitengebied en in de andere plaatsen ook woningen van voor 1920.
•
In gemeente Moerdijk zijn veel woningen tussen 1950 en 1975 gebouwd. Deze zijn veelal geclusterd. Een flink deel van deze woningen is in bezit van Woonkwartier. Na 1975 zijn de woningen in gemeente Moerdijk in kleinere clusters verder bijgebouwd om de kern van woningen van voor 1975 heen.
•
Groot buitengebied, hier zijn relatief veel vrijstaande woningen.
•
Er zijn twee relevante bedrijventerreinen in de gemeente Moerdijk: het grote haven- en industrieterrein tussen Klundert en Moerdijk en een bedrijventerrein bij Zevenbergen.
Detailkaarten voor Zevenbergen, Klundert, Fijnaart, Willemstad en Standdaarbuiten.
Figuur 11 Overzichtskaart gemeente Moerdijk - bouwjaren
49
Warmtetransitiekaart gemeente Moerdijk
Figuur 12 Overzichtskaart gemeente Moerdijk – warmtetransitiekaart
Leeswijzer bij kaarten en achtergrondinformatie per plaats Op de volgende pagina’s is voor de vijf grotere plaatsen in de gemeente Moerdijk meer achtergrondinformatie opgenomen met een beknopte toelichting. Deze toelichting is een aanvulling op de gemeentebrede visie en benoemt alleen de specifieke punten voor een plaats. Deze achtergrondkaarten zijn bedoeld om het gesprek over isolatie en aardgasvrije mogelijkheden aan te gaan binnen de gemeente Moerdijk. De achtergrondkaarten zijn niet bedoeld als een aanwijzing wat er met specifieke gebouwen moet gebeuren.
50
ZEVEN BERGEN
Bouwperiode
Utiliteit
Corporatiebezit (oranje) VVEs, kantoren (stippen)
Warmtevraag woningen (PC6)
Indicatie gemiddelde isolatie in een straat of blok (postcode 6) Oranje/rood: matige isolatie lichtgroen: minimumniveau of beter Donkergroen: redelijk tot goed
Figuur 13 Achtergrondkaarten - Zevenbergen
51
Puntsgewijze toelichting bij de kaarten voor Zevenbergen De route voor individuele woningen naar aardgasvrij wonen en werken (isolatie en alternatief voor aardgas) is volgens het algemene advies (hoofdstuk 4). Specifiek voor Zevenbergen:
52
•
Een warmtenet op basis van havenwarmte is denkbaar. Dit is onderdeel van de voorgestelde dorps/stadsgerichte verkenning voor isolatie en aardgasvrije alternatieven. Zevenbergen is daarom geel omkaderd.
•
De woningen die vanaf 1975 zijn gebouwd zijn over het algemeen redelijk tot goed geïsoleerd. Voor deze woningen is het makkelijker om met individuele maatregelen aardgasvrij te worden dan voor de oudere woningen in het noordelijke deel van Zevenbergen. In het noordelijke deel van Zevenbergen zijn ook een aantal blokken zeer goed geïsoleerd. Dit gegeven is mee te nemen bij de verkenningen voor de verschillende alternatieven voor duurzaam verwarmen.
•
Centrumgebied Zevenbergen en diverse utiliteitsgebouwen rondom de Kristallaan: de grotere utiliteit (winkels en kantoren) en appartementen zijn het meest geschikt voor een warmtenet op basis van restwarmte vanuit de haven of op basis van lokale warmtebronnen. Dit gebied is daarom groen omrand.
•
Het bedrijventerrein ten oosten van het spoor is grotendeels na 1990 gebouwd. Hier zijn goede mogelijkheden voor individuele en collectieve verduurzaming. In dit gebied staan ook woningen. De route voor verduurzaming is voor deze woningen vergelijkbaar met die voor andere woningen in Zevenbergen.
KLUNDERT
Bouwperiode
Corporatiebezit (oranje) VVEs / appartementen (stippen)
Utiliteit
Warmtevraag woningen per m2
• Route voor individuele woningen volgens algemeen advies (hoofdstuk 4). • In afwijking daarop lijkt all- electric voorlopig niet haalbaar voor woningen 1990 – 2005, dit in verband met relatief hoog gasverbruik. • Warmtenet o.b.v. havenwarmte denkbaar, onderdeel van dorps/stadsgerichte verkenning alternatieven. • Centrumgebied Klundert: kleine utiliteit in vooroorlogse panden: samenwerken en kennis delen voor individuele aanpak • Enkele kleine appartement complexen: maatwerk aanpak • 10-tal grotere utiliteit noordzijde: individuele warmtepompen. Figuur 14 Achtergrondkaarten - Klundert
53
Indicatie gemiddelde isolatie in een straat of blok (postcode 6) Oranje/rood: matige isolatie lichtgroen: minimumniveau of beter Donkergroen: redelijk tot goe d
FIJNAART
Bouwperiode
Corporatiebezit (oranje) VVEs / appartementen (stippen)
Utiliteit
Warmtevraag woningen per m2 (PC6)
• Warmtenet o.b.v. havenwarmte onwaarschijnlijk. Individuele transitie per gebouw voorzien. • Route voor individuele woningen volgens algemeen advies (hoofdstuk 4). • Cluster van ongeveer 200 appartementen (Edvard Griegstraat) met kleine utilteit in Voorstraat: samenwerking mogelijk voor een lokaal collectieve oplossing
Indicatie gemiddelde isolatie in een straat of blok (postcode 6) Oranje/rood: matige isolatie lichtgroen: minimumniveau of beter Donkergroen: redelijk tot goe d
Figuur 15 Achtergrondkaarten - Fijnaart
54
Bouwperiode
WILLEM STAD
Appartementen / VVE(stippen) Corporatiebezit (oranje)
Route voor individuele woningen volgens algemeen advies (hoofdstuk 4). Er zijn drie duidelijk af te bakenen gebieden: 1. Vesting : grote diversiteit woningen en gebouwe n; isolatie lijkt deels op orde, data warmtevraag echter minder betrouwbaar. Model maatschappelijke kosten (PBL) geeft aan dat een collectieve oplossing denkbaar is (WKO / oppervlaktewater ), vanwege diversiteit zal dit complex zijn. In de praktijk is dit alleen haalbaar bij zeer hoge betrokkenheid bewoners. Focus op individuele oplossingen en samenwerking tussen inwoners en gemeente om van elkaar te leren.
Indicatie gemiddelde isolatie in een straat of blok (postcode 6) Oranje/rood: matige isolatie lichtgroen: minimumniveau of beter Donkergroen: redelijk tot goe d
2. Woningen <1990 (vnl. westelijk van Steenpad): focus op isoleren, op termijn wellicht hybride. 3. Woningen >1990 (oostelijk van Steenpad): isolatie voldoet, individueel hybride of all electric mogelijk
Figuur 16 Achtergrondkaarten - Willemstad
55
Utiliteit
Warmtevraag woningen per m2 (PC6)
STANDDAAR BUITEN
Bouwperiode
VVE’s / appartementen (stippen) Corporatiebezit (oranje)
Utiliteit
Warmtevraag woningen per m2 (PC6)
• Warmtenet o.b.v. havenwarmte onwaarschijnlijk. Individuele transitie per gebouw voorzien. • Route voor individuele woningen volgens algemeen advies (hoofdstuk 4). • Rondom Markt: maatwerk voor isolatie en uiteindelijke overstap naar aardgasvrij voor de vooroorlogse gebouwen. • Tevens is een kleine collectieve oplossing op basis van warmte koude opslag voor de appartementen en eventueel rondom Markt denkbaar.
Indicatie gemiddelde isolatie in een straat of blok (postcode 6) Oranje/rood: matige isolatie lichtgroen: minimumniveau of beter Donkergroen: redelijk tot goe d
Figuur 17 Achtergrondkaarten - Standdaarbuiten
56
KLEINERE PLAATSEN
Route voor individuele woningen volgens algemeen advies (hoofdstuk 4).
Moerdijk
Zevenbergschen hoek Zevenbergsche Hoek
• Warmtenet o.b.v. havenwarmte denkbaar, onderdeel van dorps/stadsgerichte verkenning alternatieven. • Isolatie bij woningen <1975 is veelal matig, warmtepompen zijn in Moerdijk vooralsnog niet aan de orde.
Helwijk
• Warmtenet o.b.v. havenwarmte denkbaar, onderdeel van dorps/stadsgerichte verkenning alternatieven.
Heijningen Noordhoek Langeweg & Buitengebied
• Woningen >1990 zijn naar verwachting goed geïsoleerd en laag gasverbruik per m2. Hybride en wellicht all -electric mogelijk.
• Vrijwel geheel woningen 1950-1975, grotendeels coöperatiebezit. Door naisolatie diversiteit in kwaliteit woningen • Samenwerking en/of kennis uitwisseling bevorderen tussen Woonkwartier en particulieren. • Voornamelijk vrijstaande woningen, vrijwel geheel in particulier eigendom • Samenwerken / kennis delen met buren, straat, plaats • In het algemeen: isoleren naar minimum niveau, daarna hybride oplossing ter overweging.
Figuur 18 Achtergrondkaarten - kleinere plaatsen
HAVENHavenen industrieterrein Moerdijk TERREIN • Typering: grote panden, vrijwel allemaal met industriefunctie en na 1990 gebouwd. Beperke gasverbruik per m2 voor ruimteverwarming. Grijze gebouwen hebben waarschijnlijk gasgebruik voor industrie doeleinden. • Aanwezigheid van grote restwarmte bronnen, waaronder Shell, Attero en BMC. • Warmtenet o.b.v. havenwarmte denkbaar, onderdeel van dorps/stadsgerichte verkenning alternatieven. • Alternatieven voor een warmtenet zijn lucht/water warmtepompen en WKO. • Haventerrein kan ingedeeld worden in clusters, per cluster kan het transitiepad naar volledig aardgasvrij samen met gebruikers onderzocht worden. Paarse bollen geven aan dat hier mogelijk ruimteverwarming behoefte is equivalent aan 50 -200 woningen. https://www.brabant.nl/onderwerpen/energie/energieneutrale-industrie/bestaande-warmtenettenmoerdijk: stoomlev ering Solv ay/ Shell, Attero / RWE en warmtenet rondom BEWA (Appelweg)
Figuur 19 Achtergrondkaart – Haven- en industrieterrein Moerdijk
57
Bijlage 2: Participatieverslag Inwonersavonden Op maandag 23 november 2020 vond de informatiebijeenkomst ‘Moerdijk aardgasvrij in 2050: maar hoe dan?’ plaats. Tijdens de online bijeenkomst deden we een live peiling en presenteerden we de belangrijkste resultaten van de eerder afgenomen vragenlijst onder inwoners. Wethouder Désirée Brummans vertelde over de ambitie van de gemeente Moerdijk en met projectleider Eric Spithoven en expert Thijs Brandenburg keken we naar de eerste stappen en de alternatieven voor aardgas. Tot slot stonden we stil bij de vraag hoe u als inwoner betrokken kunt blijven. Op maandag 14 juni 2020 vond de tweede informatiebijeenkomst plaats. Tijdens deze online bijeenkomst presenteerden we de route voor Moerdijk richting aardgasvrij wonen en beantwoordden we vragen van inwoners. Ook presenteerden we de belangrijkste resultaten van de tweede enquête over aardgasvrij Moerdijk. Expert Thijs Brandenburg lichtte de voorgenomen route inhoudelijk toe, wethouder Désirée Brummans vertelde over opgave waar Moerdijk voor staat en projectleider Eric Spithoven keek vooruit naar het vervolg.
Meedenkgroep eigenaar/bewoners De verduurzaming van woningen is complex en heeft betrekking op het belangrijkste bezit van onze inwoners: hun huis. De gemeente Moerdijk heeft daarom inwoners gevraagd om mee te denken bij de planvorming. Tijdens de eerste inwonersavond hebben 11 particuliere eigenaren aangegeven graag te willen meedenken bij het opstellen van de Transitievisie Warmte. In totaal bestond de meedenkgroep uit 11 deelnemers uit 8 verschillende plaatsen binnen de gemeente Moerdijk. De meedenkgroep richtte zich op eigenaar/bewoners. Huurders waren via de huurdersbelangenvereniging vertegenwoordigd in de projectgroep. Op 12 januari 2021 is een kennismakingsbijeenkomst gehouden waarin is toegelicht wat de transitievisie warmte is en hoe deelnemers daaraan kunnen bijdragen. Op 2 februari 2021 is een tweede bijeenkomst gehouden waarin de mogelijkheden voor de gemeente Moerdijk zijn besproken. Op 23 maart is een derde bijeenkomst gehouden om de voorlopige resultaten te bespreken en te bespreken wat de meedenkgroep belangrijk vindt bij de uitvoering. Op 7 juli is de meedenkgroep voor de laatste keer bij elkaar gekomen om de concept Transitievisie Warmte te bespreken. Projectleider Eric Spithoven heeft de deelnemers hartelijk bedankt voor hun inbreng.
Inwonersenquêtes -
1e inwonersenquête (november 2020)
120 inwoners van de gemeente Moerdijk hebben meegedaan aan de eerste digitale enquête. Panelleden die eerder hadden aangegeven op de hoogte gehouden te willen worden over de energietransitie in Moerdijk waren hiervoor uitgenodigd per e-mail. Het aandeel eigenaren in de enquête is 90%. Over het algemeen zijn
58
de panelleden bekend met de overstap naar aardgasvrij in Nederland maar nog niet bekend met aardgasvrij wonen voor hun eigen woning. Alle resultaten van de enquête zijn terug te vinden in de rapportage 13. -
2e inwonersenquête (mei/juni 2021)
667 inwoners van de gemeente Moerdijk hebben meegedaan aan de 2e digitale enquête: Denk mee over de route naar een aardgasvrij Moerdijk. Deze is uitgevoerd door Moventem. Alle panelleden in Moerdijk waren hiervoor uitgenodigd per e-mail. Er kon ook via een openbare link meegedaan worden. Het aandeel mannen in de enquête is 68%. Hiervan zijn de meesten 40+ (92%). Hiervan is >50% 60+. Het feitelijk aandeel 65+’ers in de gemeente Moerdijk is 21%. De resultaten van de enquête zijn daarom gewogen naar leeftijd. Het merendeel van de respondenten was eigenaar van een koopwoning (84%). 92% woont in de bebouwde kom en 8% in het buitengebied. De grootste groep (31%) woonde in een woning met een bouwjaar tussen 1950 en 1975. In deze paragraaf duiden we de enquêteresultaten. Alle data met betrekking tot de enquête is terug te vinden in de rapportage 14. Ruim 44% van de respondenten komt uit Zevenbergen, gevolgd door Klundert (15%), Fijnaart (10%) en Willemstand (10%). De rest (21%) woont in een andere kern of in het buitengebied. Algemeen •
Circa 47% van de mensen kent het thema aardgasvrij, maar weet nog niet goed wat het betekent voor hen; 51% kent het thema niet / amper. Er is dus veel onbekendheid in Moerdijk.
•
In Moerdijk wordt gemiddeld licht positief gedacht over aardgasvrij. Veel inwoners geven wel randvoorwaarden mee: de overstap kan alleen als het haalbaar en betaalbaar is. Een kwart is het niet eens met de stelling dat alle woningen in de gemeente Moerdijk uiterlijk in 2050 aardgasvrij verwarmd gaan worden.
•
Inwoners hebben zeker interesse in een energiescan, vooral als het gratis wordt aangeboden (45%). Wel vinden inwoners het belangrijk dat de kwaliteit hoog is.
•
De gemeente wordt door 39% van de respondenten als betrouwbare bron van informatie gezien; de gemeente scoort daarmee vergelijkbaar met consumentenorganisaties, zoals bijvoorbeeld Eigen Huis. Energiek Moerdijk wordt door 26% van de respondenten genoemd, dit duidt op een beperkte naamsbekendheid van Energiek Moerdijk. Huurders noemen vooral (60%) hun verhuurder als betrouwbare bron van informatie. Eigenaren lijken het dus lastig te vinden om een betrouwbare bron van informatie aan te wijzen.
•
Circa 70% van de eigenaren staat open voor verduurzaming van hun woning, circa 15% niet. Randvoorwaarden zijn wel betaalbaarheid, goede bewezen alternatieven en beschikbare subsidies. Huurders zijn minder welwillend, slechts 17% wil hieraan bijdragen. Zij vinden het vooral een verantwoordelijkheid van de verhuurder.
•
Circa 33% van de eigenaren staat open voor een concreet aanbod, circa 50% niet. Er zijn weinig inwoners bezig met het opzetten van initiatieven of willen dit zelf opzetten. Een groep van 19% wil wel aanhaken bij gebiedstafels. Een kleine groep wil ambassadeur worden.
•
Er zijn zorgen over het geluid van (hybride) warmtepompen.
13
https://www.moerdijk.nl/Docs/2021/Resultaten-inwonersenqu%C3%AAte-Moerdijk-november-2020.pdf
14
https://www.moerdijk.nl/Docs/2021/19045_Moerdijk-Transitievisie-Warmte-11-06-2021.pdf
59
Per stads/dorpskern In Fijnaart, Klundert, Zevenbergen en Standdaarbuiten wordt gemiddeld het meest positief gedacht over een aardgasvrij Moerdijk. In Fijnaart, Standdaarbuiten en Zevenbergschen Hoek lijkt de weerstand ook klein met een beperkte groep inwoners die het (helemaal) oneens zijn. Dit beeld is terug te zien voor huurders en huizenbezitters.
60
Bijlage 3: Isoleren en warmtepompen bij woningen Deze bijlage gaat in op de maatregelen die nodig zijn om een woning individueel aardgasvrij te maken. De volgende onderwerpen komen aan de orde: 1. Isolatie: minimum niveau en basisniveau 2. All-electric / warmtepompen 3. Elektrisch koken
1. Isolatie We onderscheiden twee niveaus van isolatie: het minimumniveau en het basisniveau. Exacte details kunnen gevonden worden op de website van de Rijksoverheid 15.
Minimum isolatieniveau Om de transitie naar aardgasvrij mogelijk te maken, is het wenselijk dat alle woningen zo snel mogelijk het minimumniveau aan isolatie hebben bereikt. Op dit niveau kunnen woningen comfortabel verwarmd worden met een maximumtemperatuur van 70°C in plaats van de 80°C tot 90°C die nodig is voor het verwarmen van slecht geïsoleerde woningen. De woningen zijn dan dus aardgasvrij-ready voor hogetemperatuur oplossingen. Tabel 7 geeft ter indicatie per bouwjaar de isolatiemaatregelen die genomen moeten worden voor het minimumniveau. Bij alle maatregelen geldt dat maximaal geïsoleerd moet worden zonder dat onderdelen van de woning geheel vervangen hoeven te worden. De daadwerkelijke isolatiewaarde die behaald kan worden is dus sterk situatieafhankelijk, omdat alle woningen anders zijn. Iedere huizenbezitter kan testen of hij op dit niveau zit door de bestaande gasketel op een maximumtemperatuur van 70°C in te (laten) stellen zonder (veel) in te hoeven leveren op gebied van comfort en warmte. In een aantal gevallen zullen er radiatoren vervangen of bijgeplaatst moeten worden. Alle woningen gebouwd na 1990 en een deel van de woningen die zijn gebouwd tussen 1975 en 1990 zitten al vanaf het bouwjaar op dit minimumniveau.
Minimum isolatieniveau Eengezinswoningen < 1920 ≥ 1920 – 1950
Vloer Kruipruimte isoleren indien aanwezig
≥ 1950 - 1975 ≥ 1975 – 1990 Voldoet
Gevel
Kozijnen en glas
Dak
Geen spouw Minimaal HR glas Spouw Isoleren*
Minimaal dubbel glas
Dak isoleren
Voldoet
Voldoet
Voldoet
≥ 1990 - 2005 ≥ 2005
15
61
Te vinden op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/03/18/standaard-en-streefwaarden-uitkomst-traject-begeleidingscommissie
Meergezinswoningen < 1920 ≥ 1920 – 1950
Kruipruimte isoleren indien aanwezig
≥ 1950 - 1975 ≥ 1975 – 1990 Voldoet
Geen spouw Minimaal HR glas Spouw isoleren*
Minimaal dubbel glas
Voldoet
Voldoet
Dak isoleren
Voldoet
≥ 1990 – 2005 ≥ 2005 Tabel 2 Indicatie minimumniveau maatregelen per bouwjaar en woningtype * Voor alle maatregelen, in het bijzonder spouwmuur isolatie, geldt dat vakkundig technisch advies nodig is.
Landelijke Streefwaarden Wanneer woningen het basisniveau bereikt hebben, zijn ze zowel geschikt om comfortabel te verwarmen met een maximumtemperatuur van 70°C, als met beperkte aanpassingen ook lager tot zelfs 40°C. Om verwarming met deze lagere temperatuur mogelijk te maken, moeten wel in de meeste gevallen de radiatoren vervangen worden door grotere laagtemperatuurradiatoren of vloerverwarming. Het is wenselijk dat een groot deel van de woningen in Nederland aan het einde van de warmtetransitie op dit niveau zit. Hierdoor zijn ze namelijk geschikt voor bijna alle alternatieve duurzame verwarmingstechnieken. Door isolatie naar de Landelijke Streefwaarden wordt de warmtevraag nog verder verlaagd en kunnen installaties (warmtepompen en warmtenetten) tevens efficiënter functioneren. Tabel 8 geeft ter indicatie de maatregelen die horen bij het basisisolatieniveau. Bij alle isolatiemaatregelen geldt dat het advies is om maximaal te isoleren tot het niveau dat technisch mogelijk is, zonder dat onderdelen van de woning geheel vervangen hoeven te worden. Basis isolatieniveau Vloer