CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte Moerdijk

Commissievergadering 12 oktober 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Transitievisie Warmte23.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Wonen in Moerdijk zonder aardgas Route naar een aardgasvrije en duurzame gebouwde omgeving

Transitievisie Warmte

COLOFON

Deze Transitievisie Warmte is vastgesteld op 4 november 2021 door de gemeenteraad. De visie is opgesteld door adviesbureau Over Morgen: Thijs Brandenburg, Marvin Tiemessen, Maureen ter Steege en Remmert van Haaften. In opdracht van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Moerdijk. Met medewerking van de werkgroep van betrokken partijen die tijdens de totstandkoming van deze visie input hebben geleverd: gemeente Moerdijk, Enexis, woningcorporatie Woonkwartier, Havenbedrijf Moerdijk, Energiek Moerdijk, STEM, HV Fijn Wonen en vele betrokken inwoners.

2

Inhoudsopgave Voorwoord

5

Publieksamenvatting

6

1.

Gemeente Moerdijk op weg naar aardgasvrij

10

2.

Wat vinden we belangrijk: uitgangspunten

15

3.

De warmtetransitie in Moerdijk

20

4.

Waar gaan we van start?

29

5.

Handreiking tot uitvoering van de warmtetransitie

42

Bijlage 1: Kaarten en achtergrond informatie per plaats

49

Bijlage 2: Participatieverslag

58

Bijlage 3: Isoleren en andere maatregelen in de woning

61

Bijlage 4: Warmtebronnen en warmtenetten

65

Bijlage 5: Koeling

69

Bijlage 6: NL Klimaatakkoord en financieringsinstrumenten

71

Bijlage 7: Wettelijke kaders en regels

73

Begrippenlijst

75

3

Lijst van Figuren Figuur 1 Onze uitgangspunten voor het opstellen van de Transitievisie Warmte

7

Figuur 2 Stapsgewijs naar aardgasvrij

8

Figuur 3 Overzicht van de planvorming

12

Figuur 4 Overzicht woningen

21

Figuur 5 Stapsgewijs naar aardgasvrij

21

Figuur 6 Enexis Buurtinzicht.

24

Figuur 7 Mogelijke regionale Warmtestructuur West-Brabant uit de RES

26

Figuur 8 Warmtetransitiekaart gemeente Moerdijk (west)

31

Figuur 9 Warmtetransitiekaart gemeente Moerdijk (oost)

32

Figuur 10 Overzicht uitvoeringsprogramma warmtetransitie gemeente Moerdijk

43

Figuur 11 Overzichtskaart gemeente Moerdijk - bouwjaren

49

Figuur 12 Overzichtskaart gemeente Moerdijk – warmtetransitiekaart

50

Figuur 13 Achtergrondkaarten - Zevenbergen

51

Figuur 14 Achtergrondkaarten - Klundert

53

Figuur 15 Achtergrondkaarten - Fijnaart

54

Figuur 16 Achtergrondkaarten - Willemstad

55

Figuur 17 Achtergrondkaarten - Standdaarbuiten

56

Figuur 18 Achtergrondkaarten - kleinere plaatsen

57

Figuur 19 Achtergrondkaart - Havengebied

57

Figuur 20 Maatschappelijke kosten duurzame alternatieven

67

Figuur 21 Overzicht klimaatakkoord voor de gebouwde omgeving

71

4

Voorwoord Moerdijk aardgasvrij in 2050: maar hoe dan? Klimaatverandering houdt veel mensen bezig. En terecht! Want het is belangrijk om die klimaatverandering te beperken. Zodat ook onze kinderen en kleinkinderen goed, gezond en gelukkig kunnen leven. Daarom gaat Nederland uiterlijk in 2050 van het aardgas af. Dan verwarmen we alle woningen en gebouwen zonder CO2uistoot. Zo beperken we de klimaatverandering en zijn we niet meer afhankelijk van Gronings en buitenlands aardgas. Ik merk en hoor dat veel inwoners in Moerdijk hier ideeën bij hebben. Er ontstaan al veel prachtige initiatieven, maar tegelijkertijd is betaalbaarheid belangrijk en willen inwoners duidelijkheid over wat de warmtetransitie voor hen gaat betekenen. Reden om ook in de gemeente Moerdijk na te denken hoe we zonder aardgas onze huizen verwarmen, warm water uit de kraan krijgen en koken. Daarvoor is een routekaart gemaakt: de Transitievisie Warmte. Voor u ligt die Transitievisie Warmte. Deze visie geeft richting aan hoe we willen voldoen aan de afspraak uit het Klimaatakkoord om de woningen, bedrijven en overige gebouwen in Moerdijk in 2050 aardgasvrij en klimaatneutraal te maken. Dat is een grote klus, maar ik ben ervan overtuigd dat we dit in Moerdijk met elkaar voor elkaar krijgen. Daarbij vinden we het belangrijk dat het alternatief duurzaam en betrouwbaar is, en de overstap voor iedereen betaalbaar.

We sturen op natuurlijke momenten om de overstap te maken én de kracht van de gemeenschap. We beseffen ook dat we dit als gemeente niet alleen kunnen. Financiële steun vanuit het Rijk is nodig. Met deze Transitievisie Warmte wordt duidelijker wat deze warmtetransitie voor u als inwoner of ondernemer betekent. U leest wat onze plannen zijn in uw dorp of stad en hoe u stap voor stap uw woning klaarmaakt voor duurzame verwarming. We hebben dertig jaar de tijd en die jaren gaan we goed benutten. Natuurlijk samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties. Veel inwoners en lokale partners hebben bijgedragen aan deze eerste Transitievisie Warmte. Via informatieavonden, werksessies en enquêtes. Hartelijk dank daarvoor! Ook de komende jaren blijven we samenwerken om van de Moerdijkse warmtetransitie een succes te maken. Want alleen samen kunnen we een vuist maken: tégen klimaatverandering en vóór een duurzaam Moerdijk. Zo blijft het goed leven, werken en recreëren in Moerdijk. Désirée Brummans, wethouder Duurzaamheid

5

Publieksamenvatting

6

In het Klimaatakkoord hebben meer dan 100 partijen afgesproken hoe we de overstap naar een duurzaam Nederland maken. In dat akkoord staat dat in 2050 Nederland geen aardgas meer gebruikt. Dat betekent dat ook Moerdijk in de toekomst ook geen aardgas meer gebruikt. Aardgas gebruiken we onder andere voor het verwarmen van onze woningen en gebouwen. Dat gebruiken we nu vooral voor de cv-ketel (dus voor verwarming en warm water) en om te koken. Dat moeten we dus op een andere manier gaan doen.

Waarom willen we geen aardgas meer gebruiken? Het verbranden van aardgas stoot CO2 uit. CO2 is een broeikasgas. Die zorgen ervoor dat de aarde opwarmt. Opwarming van de aarde heeft vele nadelige gevolgen voor de natuur, onze gezondheid en veiligheid. In dit document, de Transitievisie Warmte, leest u hoe we de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving van gemeente Moerdijk terug willen dringen. De Transitievisie Warmte van de gemeente Moerdijk gaat over alle woningen, maar ook over winkels, kantoren, scholen en bedrijven in de gemeente. We willen er samen voor zorgen dat 16.000 woningen en 2.000 andere gebouwen in de gemeente Moerdijk minder energie gebruiken. En dat ze in 2050 geen aardgas meer nodig hebben. Daar werken we de komende jaren aan en dat doen we in stappen. Nieuwbouw wordt al aardgasvrij gebouwd. De Transitievisie Warmte gaat dus over de bestaande woningen en gebouwen.

Hoe we gekomen zijn tot de visie Deze Transitievisie Warmte is gemaakt met inbreng van inwoners, organisaties en bedrijven die betrokken zijn bij de verduurzaming van Moerdijk. De overstap naar aardgasvrij wonen en werken is niet makkelijk. We moeten namelijk moeilijke keuzes maken, Daarom baseren we onze keuzes op een aantal algemene principes. Op basis van alle inbreng zijn we gekomen tot de uitgangspunten voor deze visie (zie Figuur 1).

Figuur 1 Onze uitgangspunten voor het opstellen van de Transitievisie Warmte

Algemene principes

7

•

De gemeente neemt inwoners en relevante organisaties mee in het proces en de keuzes. Dit houdt allereerst in dat de gemeente duidelijke informatie geeft aan inwoners. Dit doet de gemeente bijvoorbeeld op de website (www.moerdijk.nl/aardgasvrij), via huis-aan-huis bladen, brieven en bewonersbijeenkomsten. De gemeente luistert naar wat inwoners en organisaties belangrijk vinden.

•

Iedere eigenaar beslist voor zich welke maatregelen hij neemt.

•

Het moet financieel haalbaar zijn: voorwaarde is dat de overstap voor inwoners en bedrijven betaalbaar is, waar nodig met extra steun uit landelijke, regionale en/of lokale regelingen. We sturen op logische momenten en koppelkansen: we kiezen logische momenten voor isoleren en de overstap naar aardgasvrij. Voorbeelden zijn een verbouwing, verhuizing, vervanging van de keuken (elektrisch koken) of gasketel.

•

We kiezen voor perspectief op de lange termijn en houvast voor de korte termijn. De Transitievisie Warmte maakt duidelijk wat logisch en handig is om in de komende jaren (tot 2030) te doen en wat dat voor de lange termijn betekent.

•

Ruimte voor innovatie: we nemen alleen beslissingen waar we later geen spijt van krijgen. Dit betekent ook dat we de opties openhouden voor duurzaam gas, betere warmtepompen en technieken die nog moeten worden ontwikkeld.

Hoe gaan we stoppen met het gebruik van aardgas? In het algemeen is deze overstap te maken met twee grote stappen: (1) isoleren en (2) overstap naar een duurzame warmteoplossing (figuur 2) Het is belangrijk om eerst de huidige situatie in kaart te brengen. Op basis daarvan kan voor een woning of gebouw een plan gemaakt worden richting uiteindelijk aardgasvrij en duurzaam wonen of werken. Stap 1: Isoleren De eerste stap is het verbeteren van woningen en Figuur 2 Stapsgewijs naar aardgasvrij andere verwarmde gebouwen. Dan zijn ze klaar voor de overstap naar aardgasvrij: transitiegereed. De belangrijkste maatregelen zijn HR++ glas, isolatie van het dak, vloer en spouwmuur, en elektrisch koken. Woningen vanaf 1995 zijn meestal al voldoende geïsoleerd. Stap 2: Duurzame warmteoplossing De tweede stap is het verwarmen op een duurzame manier, zonder aardgas. Dat kan met elektriciteit (warmtepompen), met duurzaam gas of in aantal gebieden met een lokaal warmtenet. Ook is het mogelijk om een combinatie van elektriciteit en duurzaam gas te gebruiken, bijvoorbeeld met een hybride warmtepomp. In de komende jaren gebruiken we nog aardgas. Als we in 2050 gas willen blijven gebruiken, dan moet dit een duurzaam gas zijn. Er zijn twee vormen van duurzaam gas: waterstof die zonder CO2emissie is gemaakt en groen gas uit biomassa.

8

Voor Moerdijk betekent dit in het kort: 1. Algemeen advies: individuele situatie is leidend, oog voor betaalbaarheid en natuurlijke momenten (verhuizing, verbouwing, einde levensduur gasketel, bewonerswensen). In de komende jaren ligt de focus vooral op isolatie van oudere woningen en het transitiegereed maken van woningen. 2. De gemeente biedt informatie en ondersteuning voor isolatie en (hybride) warmtepompen in samenwerking met het op te zetten regionaal energieloket. Hier helpt Energiek Moerdijk aan mee. 3. Isoleren is belangrijk, vooral in de wijken die voor 1975 gebouwd zijn. Hiermee willen we bereiken dat zoveel mogelijk woningen in 2030 klaar zijn voor een overstap naar aardgasvrij. Daarnaast zetten we in op (hybride) warmtepompen voor woningen die na 1975 gebouwd zijn. 4. In Zevenbergschen Hoek, Zevenbergen, Moerdijk en Klundert verkent de gemeente samen met inwoners haalbare en betaalbare isolatie en alle mogelijke aardgasvrije alternatieven. Een warmtenet op basis van restwarmte van het haven- en industriegebied Moerdijk is hier een denkbaar alternatief. Dit geldt ook voor het lokaal (her)gebruiken van deze restwarmte in het haven- en industriegebied. 5. Lokale warmtenetten op basis van warmte koude opslag (WKO) zijn mogelijk in Zevenbergen, Fijnaart en Standdaarbuiten. 6.

Dorp/stadsgericht delen van kennis over isoleren: In de oude delen van Willemstad en Klundert willen we samen met inwoners kijken wat werkt om woningen te isoleren. In Helwijk willen we ook inzetten op kennisdeling, hier ligt de focus op samenwerking tussen woningbouwcorporatie en particulieren voor een goede leefomgeving. 7. Samen met de dorps/stadstafels stellen we Lokale Energie Agenda’s op. Zo betrekken we iedereen uit de buurt en maken we plannen vóór en dóór inwoners. 8. We werken samen met ondernemers op bedrijventerreinen en met het Havenbedrijf Moerdijk. 9. Tot 2030 zullen geen woningen gedwongen van het aardgasnetwerk af gaan. We volgen de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot duurzaam gas. Bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte in 2025 zal bekeken worden wat de rol voor het gasnet na 2030 kan of moet zijn. 10. Zelf aan de slag met de voorbereidingen op een aardgasvrije woning? Isoleren en elektrisch koken zijn altijd goede stappen om te zetten. Kijk ook naar wat er nog meer in Moerdijk gebeurt. Dit vindt u op www.moerdijk.nl/aardgasvrij. Daar vindt u ook de laatste ontwikkelingen en organisatie die u verder kunnen helpen.

9

1. Gemeente Moerdijk op weg naar aardgasvrij

10

Moerdijk staat voor een grote opgave. De meeste inwoners en bedrijven gebruiken aardgas voor verwarming, warm water en koken. Maar het gebruik van aardgas is niet duurzaam. We gaan daarom op zoek naar duurzame oplossingen voor het verwarmen van onze woningen en andere gebouwen. Landelijk is het doel uit het Klimaatakkoord om in 2050 aardgasvrij te zijn. In 2030 is het doel om al aanzienlijk minder aardgas te verbruiken. De jaren 2030 en 2050 lijken nog ver weg, maar we hebben die tijd echt nodig. Nu is dus het moment om de aanpak voor deze grote verandering in Moerdijk te bepalen. De Transitievisie Warmte is de gemeentelijke visie hoe we op weg gaan naar aardgasvrij. 1.1 Wat staat in de Transitievisie Warmte? In het Klimaatakkoord staat dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte heeft. De Transitievisie Warmte laat voor elke plaats in de gemeente zien op welke manier we het beste duurzaam kunnen gaan wonen en werken. Duurzaam wonen en werken betekent dat we een andere bron dan aardgas nodig hebben. We kijken naar de beschikbare duurzame warmtebronnen, zowel lokaal als regionaal. We kijken naar betaalbaarheid en we houden rekening met landelijke thema’s zoals de beschikbaarheid van bijvoorbeeld waterstof en elektriciteit die zonder CO2-uitstoot is geproduceerd.

In de Transitievisie Warmte bepalen we in welke plaatsen of delen daarvan we kunnen starten met de overstap naar aardgasvrij wonen, met nadruk op isolatie. Tot slot staat in de Transitievisie Warmte de manier waarop de gemeente de regie wil voeren over de warmtetransitie in Moerdijk. Dit is de uitvoeringsstrategie. De warmtetransitie verkeert nog in de startfase. Op nationaal, regionaal en lokaal niveau zijn er continu nieuwe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de transitie in Moerdijk. Flexibiliteit in de uitvoering is dus belangrijk. Deze Transitievisie Warmte geeft focus en richting. We zullen de Transitievisie Warmte in principe eens in de vijf jaar actualiseren. Leerervaringen uit Moerdijk en de rest van het land nemen we daarin mee. Zo blijven we nieuwe ontwikkelingen volgen en kunnen we tijdig bijsturen als blijkt dat we doelen niet halen. 1.2 Landelijke en gemeentelijke ambities In december 2015 heeft Nederland in Parijs ingestemd met een nieuw VN Klimaatakkoord. Het akkoord heeft als doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. In Nederland is vervolgens in 2019 een Nationaal Klimaatakkoord opgesteld. Hierin staan alle klimaatambities en de afspraken om de ambities te halen. Een van de onderdelen van het klimaatakkoord is dat alle gebouwen uiterlijk in 2050 op een betaalbare manier aardgasvrij zijn.

Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn, dat is 20% van het totaal aantal gebouwen in Nederland. Dit is belangrijk om een snelle CO2-reductie in de komende tien jaar mogelijk te maken. De afspraken van het klimaatakkoord zijn inmiddels ook vastgelegd in de Klimaatwet. Gemeente Moerdijk volgt voor haar ambities het landelijke klimaatakkoord en neemt de regionale ontwikkelingen (Regionale Energie Strategie) mee in haar planvorming. Dit betekent dat we ook in Moerdijk stap voor stap over gaan op aardgasvrij wonen in 2050. De tweede ambitie van de gemeente is dat de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar is voor inwoners, ondernemers en relevante organisaties. Hoe we dit kunnen doen staat in deze Transitievisie Warmte. De samenhang op verschillende planniveaus is te zien in Figuur 3.

11

Figuur 3 Overzicht van de planvorming

12

Toelichting op figuur 3 met betrekking tot de plek van de Transitievisie Warmte in alle planvorming: •

•

• •

•

Het Klimaatakkoord is het landelijk kader voor de energietransitie in vijf sectoren. Hier staan de landelijke doelen voor 2030 en 2050 en de landelijke afspraken hoe we deze doelen bereiken. In bijlage 6 is een Infographic opgenomen met de belangrijkste afspraken voor de gebouwde omgeving. In de Regionale Energiestrategie (RES) staat hoeveel duurzame elektriciteit in de regio zal worden opgewekt in 2030. Daarnaast staat hierin de beschikbaarheid van warmtebronnen en hoe deze in de regio mogelijk ingezet kunnen worden. In het Energieprogramma Moerdijk legt de gemeente haar visie en ambities vast voor alle vijf sectoren van het Klimaatakkoord op haar grondgebied. Deze Transitievisie Warmte (TVW) gaat specifiek over de gebouwde omgeving en beschrijft hoe we als gemeente de warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier gaan invullen, in lijn met het Klimaatakkoord, de RES en het Energieprogramma Moerdijk. Voor de gebieden die we in deze Transitievisie als ‘kansrijke startgebieden’ selecteren, gaan we vervolgens lokaal aan de slag met een concrete projecten om duurzamer te verwarmen Deze projecten zijn samen het uitvoeringsprogramma Transitievisie Warmte. 1

De warmtetransitie staat niet op zichzelf. We willen logische koppelingen met andere doelen in de leefomgeving bevorderen, zoals het verbeteren van de kwaliteit van woningen, klimaatadaptatie, leefbaarheid, onderhoud in de openbare ruimte (o.a. riolering) en de opwek van duurzame energie. Om die reden is de Transitievisie Warmte een programma binnen de overkoepelende Omgevingsvisie van Moerdijk.

1.3 Wie hebben er meegedacht? We willen dat de Transitievisie Warmte rekening houdt met de belangen van de inwoners en organisaties die betrokken zijn bij de overgang naar duurzaam wonen. Want alleen gezamenlijk kunnen we de warmtetransitie realiseren. We werken samen met de partners die een belangrijke rol spelen in de transitie. Zo kunnen we planningen op elkaar afstemmen, schaalgrootte behalen, leren van elkaar en de transitie versnellen. Daarnaast kunnen we ook de transitie succesvoller laten verlopen door dit zorgvuldig aan te pakken met maximale maatschappelijke meerwaarde. Uiteindelijk heeft de warmtetransitie impact op alle gebouweigenaren en inwoners. Daarom zijn ook zij uitgenodigd om mee te denken bij de totstandkoming van de Transitievisie Warmte en worden ze nog intensiever betrokken bij de plannen voor hun wijk of plaats.

Projectgroep betrokken organisaties De Transitievisie Warmte is opgesteld met input van een projectgroep van betrokken organisaties. Hierin zaten vertegenwoordigers van netbeheerder Enexis, woningcorporatie Woonkwartier, Havenbedrijf Moerdijk, Energiek Moerdijk, STEM en HV Fijn Wonen. Ook hebben medewerkers van de gemeente deelgenomen met kennis van de openbare ruimte, communicatie en duurzaamheid.

Inwoners en ondernemers Inwoners uit de gemeente zijn tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte op verschillende momenten betrokken geweest. Door verschillende digitale informatieavonden informeerden we inwoners over het proces en de (voorlopige) resultaten. In het najaar van 2020 hebben 122 mensen hun kijk op de warmtetransitie gegeven door middel van een online enquête. In het voorjaar van 2021 is er een tweede enquête gehouden. Hierin zijn inwoners geraadpleegd over de actuele versie van de Transitievisie Warmte. Deze enquête is breder

1

Landelijk wordt de term wijkuitvoeringsplan gehanteerd. De gemeente Moerdijk bestaat uit 11 plaatsen en buitengebied. Alleen Zevenbergen heeft wijken.

De term wijken wordt daarom in deze Transitievisie Warmte beperkt gebruikt.

13

uitgezet via open kanalen én het Burgerpanel. Hieraan namen 667 inwoners deel. Zie bijlage 2 voor meer achtergrond over participatie van inwoners. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte heeft een groep van elf inwoners uit verschillende plaatsen in de gemeente meegedacht. De deelnemers dachten verschillend over aardgasvrij, uiteenlopend van positief kritisch tot sceptisch en negatief. Gedurende het proces kwamen zij vier keer samen. Ook organisaties van MKB ondernemers in de gemeente Moerdijk zijn uitgenodigd om mee te denken en geïnformeerd over het proces en de voorlopige uitkomsten. Zij hebben geen input of suggesties ingebracht. Het voornemen is om ondernemers nauwer te betrekken bij de verdere planvorming.

Gemeenteraad en college De gemeenteraad is op verschillende momenten in 2020 en 2021 geïnformeerd over het proces voor het opstellen van de Transitievisie Warmte, onder andere door middel van een Startnotitie en twee raadsinformatiebrieven. Op 25 maart 2021 is de gemeenteraad geïnformeerd over de voorlopige resultaten. Op 4 november 2021 heeft de gemeenteraad de Transitievisie Warmte vastgesteld. 1.4 Leeswijzer In deze Transitievisie Warmte behandelen we eerst in hoofdstuk 2 de gezamenlijke uitgangspunten voor de warmtetransitie in Moerdijk. Dit zijn de leidende principes die centraal staan in deze visie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de transitie naar aardgasvrij toegelicht en gaan we in op de verschillende oplossingen voor het aardgasvrij maken van woningen en gebieden. In hoofdstuk 4 geven we een richting voor een aardgasvrij (en CO2-neutraal verwarmd) Moerdijk in 2050 en zoomen we in op de plaatsen waar we de komende jaren van start willen gaan met de warmtetransitie. Tot slot beschrijven we in hoofdstuk 5 hoe we dit gaan organiseren en welke stappen we de komende tijd gaan zetten om te komen tot een programmatische aanpak van de warmtetransitie in Moerdijk. In deze transitievisie wordt afwisselend gesproken over zowel dorpen, steden, plaatsen en kernen. Daarnaast gebruiken we de term wijk of wijken voor deelgebieden binnen Zevenbergen.

De term buurt kan voor een deel van elke plaats in de gemeente Moerdijk gebruikt worden. Er is gekozen voor de best passende begrippen en voor een goede leesbaarheid.

14

2. Wat vinden we belangrijk: uitgangspunten

15

De transitie naar uiteindelijk aardgasvrij en CO2-neutraal wonen en werken is technisch, financieel en maatschappelijk gezien een complexe opgave waar we samen met inwoners en organisaties de komende 30 jaar aan zullen werken. Om de goede richting te bepalen voor wat we kunnen en moeten doen, leggen we eerst vast wat we als gemeente belangrijk vinden. Mede op basis van de inbreng van inwoners en organisaties hebben we vijf uitgangspunten opgesteld voor de warmtetransitie. Aan de hand van deze uitgangspunten komen we tot warmteoplossingen die passen bij de woningen én bij inwoners. Deze principes staan aan de basis van de te maken keuzes en laten we duidelijk terugkomen in de Transitievisie Warmte. Op die manier wordt er zoveel mogelijk aangesloten bij de wensen en verwachtingen van bewoners en betrokken partijen.

We geven inwoners en organisaties invloed op de keuzes: duidelijke en tijdige communicatie De warmtetransitie gaat sneller en zorgvuldiger wanneer belanghebbenden goed met elkaar samenwerken. In Moerdijk luisteren we daarom naar wat inwoners en lokale organisaties belangrijk vinden. Samen maken we de keuzes over hoe we uiteindelijk aardgasvrij gaan wonen en werken. Want uiteindelijk zal iedere woning en gebouw aardgasvrij verwarmd moeten worden. De gemeente is transparant over hoe de Transitievisie Warmte en wijkuitvoeringsplannen (het Uitvoeringsprogramma) opgesteld worden en over welke keuzes gemaakt moeten worden. Inwoners worden stap voor stap geïnformeerd en geraadpleegd op een manier die iedereen kan begrijpen. Zo bieden we ook ruimte aan ideeën die de warmtetransitie beter maken. We geven duidelijke uitleg over de warmtetransitie en we geven helder en eerlijk antwoord op de vragen die er ongetwijfeld zullen zijn. Dit doen we onder andere in bijeenkomsten, online met bijvoorbeeld een website en sociale media, huis-aan-huis bladen, brieven en enquêtes. Om geen onnodige investeringen in de infrastructuur van het gas- of elektriciteitsnet te doen, draagt de gemeente zorg voor een goede afstemming tussen organisaties over de planning en uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte.

We zien de warmtetransitie als een kans om de samenleving te versterken én de kracht van de gemeenschap in te zetten. De gemeente moedigt inwoners en ondernemers aan initiatief te nemen, voor henzelf of samen met anderen. De gemeente bevordert de samenwerking tussen de initiatieven en zorgt voor kennisdeling. Plaatsen met initiatieven en enthousiasme bij inwoners voor de warmtetransitie kunnen in overleg ondersteuning voor hun initiatief krijgen van de gemeente.

We werken aan keuzevrijheid We willen dat inwoners zo veel mogelijk vrijheid in hun leven hebben. Dus ook op welke manier hun huis verwarmd wordt. Dit ideaal blijkt sterk aanwezig bij inwoners en organisaties die hebben meegedacht. Als gemeente stimuleren we maatregelen die altijd zinvol zijn, zoals isolatie. Er is echter ook een grens aan de vrijheid. We zijn gebonden aan (inter)nationale afspraken zoals het Klimaatakkoord en daarop gebaseerde wet- en regelgeving. Voorlopig zijn er geen verplichtingen voor particuliere eigenaren om te verduurzamen, maar uiteindelijk moet ieder gebouw aardgasvrij verwarmd worden. Het kan in de toekomst zijn dat inwoners een beperkt aantal keuzemogelijkheden hebben. Uiteraard zullen we het duidelijk onderbouwen als in de toekomst keuzes beperkt blijken.

16

Het moet financieel haalbaar zijn Uit de enquête van november 2020 en input van de meedenkgroep is gekomen dat inwoners betaalbaarheid cruciaal vinden. Ook landelijke onderzoeken bevestigen dat de meeste inwoners dit belangrijk vinden. We weten dat de overstap naar aardgasvrij investeringen vraagt. We willen de betaalbaarheid zo veel als we kunnen bevorderen. Dat doen we door in deze Transitievisie Warmte niet alleen te focussen op de eindoplossingen, maar juist ook op haalbare en betaalbare tussenstappen. Maar daarmee zijn we er nog niet. De volgende stap is het komen tot aardgasvrije oplossingen en tussenstappen waaraan iedereen mee kan doen. Het landelijke uitgangspunt is dat de overstap naar aardgasvrij in het algemeen woonlastenneutraal moet zijn voor bewoners en ondernemers. Woonlastenneutraal betekent dat voor het overgrote deel van de bewoners de kosten van de lening voor aardgasvrij wonen gelijk of lager zijn dan de besparing op de energierekening over een periode van de levensduur van het warmtesysteem 2. En dat er financiële ondersteuning is daar waar dat niet lukt. 3 Wat we lokaal in de gemeente Moerdijk kunnen doen is slimme lokale keuzes maken en een duidelijke Transitievisie Warmte opstellen. We streven naar de kleinst mogelijke meerkosten, zowel op maatschappelijk niveau als voor eindgebruikers.

Er wordt ook gekeken naar de logische tussenstappen naar uiteindelijk aardgasvrij wonen, waarmee de kosten verlaagd en/of gespreid kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld door te beginnen met isoleren en/of met hybride oplossingen. In bijlage 6 staat een overzicht van de beschikbare financiële instrumenten. Om de kosten voor de maatschappij en eindgebruiker zo laag mogelijk te houden maken we gebruik van natuurlijke momenten. Natuurlijke momenten zijn kansen om de warmtetransitie te combineren met bijvoorbeeld werkzaamheden die al aanwezig zijn of gewenst zijn, zoals een verbouwing of het moment dat een gasketel vervangen moet worden. Dit draagt sterk bij aan het draagvlak en aan het beheersbaar houden van de kosten. Op gebiedsniveau houden we rekening met de bestaande infrastructuur en we kijken naar mogelijke tussenstappen. Op woningniveau is het bijvoorbeeld logisch om te isoleren bij een verbouwing. Ook kijken we naar clusters van woningen met een vergelijkbare opgave. Hierdoor is het makkelijker een grootschalige oplossing te realiseren. Bij de koppelkansen houden wij rekening met de uitvoerbaarheid van de plannen, bijvoorbeeld of er genoeg personeel en materialen beschikbaar zijn.

We kiezen duurzame en betrouwbare warmteoplossingen In de gemeente Moerdijk gaan we voor een hoge kwaliteit van woningen en gebouwen: duurzaam én goed wonen en werken is het motto. Onder andere betaalbaarheid, comfort, gezondheid, veiligheid en keuzevrijheid bepalen de kwaliteit van een woning of gebouw. We kiezen warmteoplossingen die duurzaam zijn met zo laag mogelijke CO2-emissie en klimaatneutraal uiterlijk in 2050. We volgen daarbij de landelijke regelgeving en de Regionale Energie Strategie voor invulling van wat duurzaam is en wat niet. Fossiele restwarmte kan alleen als het gebruik daarvan past binnen de

2

Met een warmtesysteem wordt in dit geval het verwarmingssysteem binnen de woning bedoeld: een gasketel, een warmtepomp of een aansluiting op een

warmtenet. 3

Voor de goede orde: woonlastenneutraal richt zich op de energierekening en andere woonlasten. Isolatie heeft ook andere voordelen zoals een beter

wooncomfort. De overstap naar aardgasvrij wonen en werken zal niet zonder maatschappelijke kosten zijn. De financiering daarvan is een landelijk verdelingsvraagstuk buiten de scope van de Transitievisie Warmte.

17

klimaatdoelstellingen op de korte en lange termijn én als het gebruik daarvan geen rem zet op de verduurzaming van de bron. Import van biomassa van buiten de regio is onwenselijk. We kiezen warmteoplossingen die betrouwbaar zijn voordat we grootschalige inzet nastreven. We onderzoeken de impact voor duurzame warmteoplossingen voor op de woning(en), leefomgeving en infrastructuur. We kiezen voor blijvende oplossingen, niet voor tijdelijke oplossingen of oplossingen met een risico dat ze op afzienbare termijn achterhaald blijken. En we houden rekening met de beschikbare uitvoeringscapaciteit. Natuurlijk is het ook nodig om ervaring op te doen met nieuwe technieken en werkwijzen. Dit doen we eerst op kleine schaal en we delen de kennis die we daarmee opdoen.

Ruimte voor innovatie Deze Transitievisie Warmte is geen dichtgetimmerd plan. De visie wordt minimaal om de vijf jaar herijkt. Dit betekent dat de stappen om van het aardgas af te gaan niet vast liggen en de manier waarop ook niet. We willen nieuwe technische en maatschappelijke ontwikkelingen kunnen benutten. Er is nog geen bewezen succesvolle werkwijze gangbaar voor de warmtetransitie naar aardgasvrij. De gemeente evalueert daarom regelmatig haar aanpak en vernieuwt waar nodig. Wanneer in een wijk of gebied voor samenwerking en collectieve oplossingen wordt gekozen, kijken we hoe we de voordelen (winst) zoveel mogelijk binnen de eigen gemeenschap kunnen houden. De belangrijkste twee technische vernieuwingen zijn duurzame waterstof en ontwikkelingen die ervoor zorgen dat warmtepompen makkelijker en/of goedkoper gasketels kunnen vervangen. Deze ontwikkelingen volgen we nauwlettend en we zorgen ervoor dat we nu geen keuzes maken waar we later spijt van zouden kunnen krijgen. Maar uiteindelijk gaan we naar aardgasvrij en kunnen we niet keuzes blijven uitstellen. De Transitievisie Warmte maakt daarom duidelijk wat belangrijke aandachtspunten bij de actualisatie over vijf jaar zijn.

18

Meer over betaalbaarheid

Ons streven is woningen te verduurzamen tegen een minimale stijging van de woonlasten. Dat bereiken we alleen met een combinatie van landelijke en lokale oplossingen. Een aantal landelijke ontwikkelingen kunnen grote invloed hebben op de betaalbaarheid voor inwoners, waaronder: 1. Kostendaling door aanbod- en vraagbundeling, digitalisering en innovatie. 2. Slimme financiering, o.a.: eigenaren zonder of met beperkte leenruimte: Nationaal Warmtefonds, betaling naar draagkracht; geen restschuld na 20 jaar looptijd. 3. Afspraken voor huurders: sociaal huurakkoord. 4. Subsidies voor eigenaren voor aansluiting warmtenet, isolatie en warmtepompen (ISDE). 5. Aardgas wordt naar verwachting duurder, elektriciteit wordt goedkoper (budgetneutraal). 6. Inzicht eindgebruikerskosten en proposities: onderzoek PBL en TNO (mei 2021). 7. Financiële ondersteuning vanuit het Rijk voor gemeenten en het vergroten van gemeentelijke bevoegdheden, zodat gemeenten de warmtetransitie wijk voor wijk kunnen stimuleren. Voor veel inwoners is een all-electric warmtepomp nog niet betaalbaar. Duurzaam gas zal in de komende tien jaar niet beschikbaar zijn. Aanvullende stimulering door de landelijke overheid is daarom nodig. Ook willen we ruimte openhouden voor innovaties. Dit betekent dat we in Moerdijk nog willen wachten met het maken van definitieve gebiedsgerichte keuzes over het aardgasvrij maken.

Wel geven we de algemene richting en bieden we waar mogelijk ondersteuning aan inwoners voor isolatie en overstap naar aardgasvrij.

19

3. De warmtetransitie in Moerdijk

20

In dit hoofdstuk gaan we in op de verandering naar een aardgasvrije gemeente. Paragraaf 3.1 beschrijft de opgave waar we als gemeente voor staan. Paragraaf 3.2 gaat in welke mogelijkheden er zijn om uiteindelijk aardgasvrije te verwarmen. Paragraaf 3.3 geeft de regionale context en paragraaf 3.4 tot slot gaat nader in op de situatie voor utiliteit. De huidige situatie in Moerdijk In de 11 kernen van de gemeente Moerdijk zijn ongeveer 16.500 woningen en 1.900 utiliteitsgebouwen (kantoren, winkels, scholen, bedrijven, zorg e.d.), zie figuur 4. Op de industrieterreinen zijn er daarnaast ongeveer 140 bedrijven die samen goed zijn voor een warmtevraag die gelijk is aan 2.100 woningen. De meeste woningen en vrijwel alle bedrijven in Moerdijk gebruiken aardgas voor hun verwarming en warm water. Pas sinds 2019 worden alle woningen aardgasvrij gebouwd. Dit betekent dat vrijwel alle woningen en bedrijven in Moerdijk de overstap naar aardgasvrij nog moeten maken. Verwarming is verreweg het grootste deel van het aardgasverbruik, circa 75%. Warm water voor douche en bad is circa 20% en koken 5%. Het bouwjaar geeft een eerste richting voor de route naar uiteindelijk aardgasvrij wonen in Moerdijk. Voor recent gebouwde woningen is het makkelijker om over te stappen naar aardgasvrij dan voor oudere woningen omdat die over het algemeen beter geïsoleerd zijn.

Figuur 4 Overzicht woningen

Naar aardgasvrij in twee stappen Om de stap naar aardgasvrij te maken, moeten we op zoek naar alternatieve oplossingen. We onderscheiden twee stappen: isoleren en duurzame warmteoplossing, zoals Figuur 5 laat zien. Voordat een eigenaar aan de slag gaat met verduurzamen is het verstandig om een energiescan te laten maken en/of een energieadvies te vragen 4.

Figuur 5 Stapsgewijs naar aardgasvrij

4

Energiek Moerdijk voert gratis energiescans uit voor woningeigenaren. Meer informatie: www.energiekmoerdijk.nl.

21

Stap 1: isoleren en andere maatregelen in de woning Energiebesparing beperkt de warmtevraag in de woning en is een logische eerste stap. De overstap naar aardgasvrij kan worden voorbereid door een combinatie van de volgende maatregelen: 1. Isoleren van het dak, de vloer, muur en glas (HR++ glas of beter). Isolatie verbetert het wooncomfort, verlaagt de warmtevraag en maakt het mogelijk om een woning op lagere temperatuur te verwarmen. Verbetering van de isolatie is voor veel woningen van voor 1995 een voorwaarde om later de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing te kunnen maken. 2. Aanvullende maatregelen kunnen nodig zijn als een woning in de toekomst met een warmtepomp verwarmd gaat worden: efficiënt ventileren (waar mogelijk met warmteterugwinning), vervangen oude radiatoren en verzwaren van de elektriciteitsaansluiting. 3. Elektrisch koken is noodzakelijk voor een overstap naar aardgasvrij wonen. Het is vanwege de veiligheid niet mogelijk om op waterstof te koken. 4. Zuinig energiegebruik zoals niet te lang douchen, niet alle ruimtes verwarmen en de thermostaat laag zetten als men niet thuis is. Door bewuster met energie om te gaan kan zeker het aardgasverbruik beperkt worden. Voor isolatie maken we onderscheid naar minimumniveau (indicatief: energielabel C) en Landelijke Streefwaarden (indicatief: energielabel A).

Bij voorkeur worden woningen naar de Landelijke Streefwaarden geïsoleerd, maar tenminste naar het minimumniveau. Als een woning of gebouw aan de Landelijke Streefwaarden voldoet, is all-electric mogelijk. Dit komt overeen met de bouweisen vanaf 1995. Eigenaren van deze woningen kunnen uit alle alternatieven voor aardgasvrij kiezen, wat voor hun individuele situatie het beste past. Bijlage 3 beschrijft welke isolatiemaatregelen nodig zijn voor de Streefwaarden en voor het minimumniveau, met o.a. aandacht voor goede ventilatie. Naast aardgasvrije verwarming zal ook koeling een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de gebouwde omgeving. Beter geïsoleerde woningen raken in de zomer lastiger hun warmte kwijt, waardoor warmteoverlast (hittestress) kan ontstaan in woningen. Het voorkomen van warmteoverlast is belangrijk. Meer hierover staat in bijlage 5.

Stap 2: duurzame warmteoplossing Er zijn drie energie-infrastructuren 5 die in een wijk kunnen liggen om de verwarming van woningen zonder aardgas mogelijk te maken: een elektriciteitsnet, een warmtenet en een aardgasvrij gasnet. Een hybride warmteoplossing is ook mogelijk: een warmtepomp op elektriciteit in combinatie met een gasketel met duurzaam gas. •

5

Warmtenetten en bronnetten zijn collectieve warmtevoorzieningen waarbij warm water (van meestal 70°C) aangevoerd wordt naar de woning. Dit warm water wordt gemaakt door een warmtebron, bijvoorbeeld restwarmte van het haven- en industrieterrein Moerdijk of diepe geothermie. Opslag van deze hoge temperatuur warmte is op dit moment kostbaar en nog in de innovatiefase. Een bijzondere vorm van een warmtenet is een lokaal bronnet. Dit is een lokale, meestal kleinschalig en collectieve warmtevoorziening op basis van zeer lage temperatuur (water met een temperatuur van circa 15°C). Typische bronnen voor bronnetten zijn warmtekoude opslag (WKO), zonthermie en thermische energie uit oppervlaktewater of afvalwater. In het gebouw is een warmtepomp nodig voor verwarming. Een lokaal bronnet kan meestal ook gebruikt worden voor koeling van de gebouwen. In bijlage 4 worden warmtenetten verder toegelicht.

Dit gaat over de infrastructuur voor verwarming en warm tapwater. Uiteraard is altijd een elektriciteitsnet nodig voor verlichting, apparaten, zonnepanelen

en elektrisch vervoer.

22

•

All-electric (alleen elektriciteitsnet) is het verwarmen en koken met gebruik van alleen elektriciteit voor een individueel gebouw. Dit is meestal een warmtepomp, waarvan er 3 types zijn: lucht/water, zonthermische panelen (PVT) of bodem/water. In enkele gevallen zijn directe elektrische verwarming of infrarood panelen mogelijk. In bijlage 3 wordt all-electric verder toegelicht.

•

Voor hybride warmtepompen of duurzame gasoplossingen hebben we het bestaande gasnet nodig. In de komende jaren gebruiken we nog aardgas. Als we in 2050 gas willen blijven gebruiken, dan moet dit een duurzaam gas zijn. Er zijn twee vormen van duurzaam gas: waterstof die zonder CO2-emissie is gemaakt en groen gas uit biomassa.

De meest geschikte infrastructuur en warmte-oplossing is afhankelijk van de eigenschappen van een gebouw en gebied. Diverse factoren spelen hierbij een rol, zoals bouwjaar, gebouwtype, gebouwfunctie, bebouwingsdichtheid, eigendom, schaal en beschikbaarheid van warmtebronnen. In het volgende hoofdstuk gaan we in op de oplossingen die voor de gemeente Moerdijk in beeld zijn.

Hybride warmtepompen De hybride warmtepomp is een combinatie van een warmtepomp met een cv-ketel. De warmtepomp gebruikt elektriciteit voor het opwekken van warmte. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van duurzaam gas op koude dagen en in sommige gevallen ook voor warm tapwater. Uit de praktijk blijkt dat hybride warmtepompen tot 70% gas besparen in combinatie met goede isolatiemaatregelen. Deze besparing is lager bij een slechtere isolatie. Een voordeel van een hybride systeem ten opzichte van een all-electric oplossing is dat er minder aanpassingen gedaan moeten worden aan het elektriciteitsnet en/of in de woningen. Als een overstap naar all-electric of een andere oplossing denkbaar is, is het belangrijk om te voorkomen dat de hybride tussenstap tot onnodige extra kosten leidt.

Samenhang isolatie en duurzame warmteoplossing We maken onderscheid naar de volgende niveaus van isolatie, zoals in tabel 1 hieronder weergegeven. Het niveau van de isolatie bepaalt welke aardgasvrije techniek mogelijk is.

Isolatieniveau

Temperatuur goed comfort (warmtepomp)

Allelectric

Hybride

Duurzaam gas (100%)(1)

Warmtenet (3)

Matig/ slecht Label E, F, G (4)

>70C

HT

Minimumniveau (2) Label C (4)

Max. 70C Vaak 55C

MT / HT

Landelijke streefwaarden, Label A (4)

Max. 55C

MT / LT

Nieuwbouw (aardgasvrij)

Max. 45C

MT / LT

(1)

Tabel 1 Samenhang isolatie en aardgasvrije opties

1: duurzaam gas (100%) alleen als isolatie redelijkerwijs niet te verbeteren is naar minimumniveau. 2: minimumniveau isolatie is maximaal 70C bij vrieskou (gasketel) en zoveel mogelijk maximaal 55C bij inzet warmtepompen 3: HT/MT/LT warmtenet = hoog >70C, midden (55-70C), laag (<55C) temperatuur warmtenet; temperaturen zijn indicatief 4: energielabels zijn indicatief in het bijzonder voor automatisch toegekende energielabels, labelindicatie is te behalen zonder toepassing van zonnepanelen; labels B en D zijn tussencategorieën.

23

Toelichting tabel 1:

•

Matige/slechte isolatie: deze woningen zijn niet geschikt om de overstap naar aardgasvrij te maken. Het verwarmingssysteem, vaak (ouderwetse) radiatoren, van deze woningen dient in de winter een temperatuur van meer dan 70 °C te leveren. In de lente en herfst moet dat meer dan 55 °C zijn. Als verdere isolatie niet mogelijk is, dan kan alleen een warmtenet op hoge temperatuur of een ketel op 100% duurzaam gas uitkomst bieden. Warmtepompen (all-electric en hybride) zijn dan met de huidige techniek niet in te zetten, mogelijk in de toekomst wel.

•

Minimum isolatie: deze woningen kunnen op een middentemperatuur warmtenet (70 °C) worden aangesloten of met een hybride oplossing (duurzaam gas met warmtepomp) worden verwarmd. Allelectric is met de huidige techniek niet haalbaar, mogelijk in de toekomst wel. Hybride warmtepompen zijn wel mogelijk omdat deze woningen in de lente en herfst met een aanvoertemperatuur van 55 °C voldoende verwarmd kunnen worden.

•

Landelijke streefwaarden: deze woningen hebben in de winter maximaal 55 °C nodig bij radiatoren of 45 °C bij vloerverwarming voor voldoende comfort in de winter. Deze woningen kunnen all-electric worden verwarmd. De meest efficiënte collectieve oplossing is een lage temperatuur warmtenet (ook wel bronnet) met een warmtepomp in de woning.

•

Nieuwbouw wordt door recente regelgeving aardgasvrij gebouwd. Voor nieuwbouw gelden de normen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG).

Duurzame elektriciteit en duurzaam gas Het is belangrijk dat niet alleen de woningen aardgasvrij zijn, maar ook dat het energiesysteem als geheel aardgasvrij en CO2-neutraal is. Dit betekent dat bij warmtenetten alleen duurzame bronnen worden gebruikt (zie volgende paragraaf) en dat elektriciteit en gas CO2-neutraal moeten zijn opgewekt. Elektriciteit voor hybride en all-electric warmtepompen wordt in de toekomst met alleen wind, zon en andere klimaatneutrale technieken gemaakt. Voor zon en wind op land wordt in de Regionale Energie Strategie (RES) afgesproken welke bijdrage iedere regio levert en op welke manier die wordt gerealiseerd. De netbeheerder Enexis heeft een eerste inzicht gegeven in de transportcapaciteit van het lokale elektriciteitsnet in de gemeente Moerdijk. Figuur 6 laat de uitkomsten zien als 50% van alle woningen overstapt op hybride warmtepompen, zonnepanelen op daken en elektrisch laden van auto’s. In dat geval is het mogelijk dat het elektriciteitsnet in Klundert en Zevenbergen verzwaard moet worden. Op dit moment zijn er vrijwel geen woningen die overgestapt zijn op duurzaam wonen. Het lokale elektriciteitsnetwerk is voorlopig geen beperking voor individuele eigenaren om stappen te zetten richting aardgasvrij wonen en werken.

Figuur 6 Enexis Buurtinzicht. Scenario: Autonome ontwikkeling van PV-panelen op daken, elektrisch rijden en 50% van woningen op een hybride warmtepomp. Toelichting: Groene vlakken = geen verzwaring nodig, lichtgroene vlakken = lokale verzwaring van kabels, oranje omrand = verzwaring van stations nodig. In Moerdijk zijn dus maar beperkt kabelverzwaringen / nieuwe kabels nodig bij bovenstaand scenario. Nieuwe onderstations zijn niet nodig in Moerdijk in dit scenario.

24

Het gasnet wordt uiterlijk in 2050 niet meer voor aardgas gebruikt, maar alleen voor duurzaam gas. Dit kan groen gas zijn of waterstof. De huidige inzichten in de mogelijkheden voor groen gas en waterstof zijn als volgt: •

•

Groen gas zal beperkt beschikbaar zijn voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving. De maximale potentie van groen gas in Nederland en de RES Regio West Brabant is 10-20% van het huidige aardgasverbruik in Nederland voor verwarming. Over duurzame waterstof is nog geen definitieve uitspraak te doen. Op basis van landelijk beleid voor duurzame waterstof willen we in Moerdijk de mogelijkheid openhouden dat waterstof een bijdrage kan leveren voor woningen en gebouwen die moeilijk met een warmtenet of all-electric te verduurzamen zijn, bijvoorbeeld monumenten. Tegelijkertijd moeten we er ook rekening mee houden dat waterstof geen belangrijke rol gaat vervullen vanwege bijvoorbeeld beperkte beschikbaarheid 6. Dit betekent dat isoleren naar in ieder geval minimum niveau van groot belang is. Bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte zal opnieuw naar de mogelijkheden van waterstof gekeken worden. Regionale Energie Strategie (RES): duurzame warmtebronnen

Op 1 februari 2021 is de Regionale Energie Strategie 1.0 gepubliceerd en door de gemeenteraden in West Brabant vastgesteld. De RES beschrijft keuzes en randvoorwaarden van de 16 gemeenten in West-Brabant, de provincie en het Waterschap. Er staan afspraken in over hoe en waar duurzame elektriciteit opgewekt kan worden, over de verduurzaming van de warmtevoorziening – zonder aardgas – en over de uitbreiding van de energie-infrastructuur binnen de regio. De belangrijkste keuzes en conclusies in de RES West-Brabant op het gebied van warmte voor de periode 2020 – 2030 zijn als volgt:

6

−

Gemeenten bepalen de beste duurzame warmteoplossing voor hun buurten en wijken in de Transitievisie Warmte en de wijkuitvoeringsplannen.

−

15% energiebesparing in de regio West-Brabant in 2030 ten opzichte van 2020 komt tot stand door isolatie.

−

Biomassa wordt alleen benut als deze uit Nederland of Vlaanderen afkomstig is en niet kan worden gebruikt voor hoogwaardigere toepassingen.

−

Waar warmtenetten geen optie zijn, wordt ingezet op individuele warmtesystemen.

−

De RES-deal ‘energieke innovaties’ wordt opgesteld met minimaal tien experimenten in de regio op het gebied van warmte, waaronder ook opslag en conversie, die samen voor een reductie van het aardgasgebruik van meer dan 10.000 huishoudens zorgen (circa 2% van het totale verbruik).

−

In het Uitvoeringsprogramma bij de RES is ook opgenomen dat de regio de samenwerking met energiecoöperaties op regionaal niveau intensiveert door gezamenlijk een regionale tool box te maken, die inwoners, maatschappelijke organisaties en gemeenten kunnen benutten.

−

Er vindt een verkenning plaats van uitbreiding van het regionale warmtenet (Amernet), met name naar een verbinding tussen Moerdijk en Breda. Welk effect dat heeft op de uitvoeringsstrategie is te lezen in hoofdstuk 5. Zie onderstaande kaart: figuur 7 Regionale Warmtestructuur West-Brabant uit RES.

Waterstof in de gebouwde omgeving is nog onzeker: kabinetsbrief aan de Tweede Kamer (30 maart 2020)

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/03/30/kamerbrief-over-kabinetsvisie-waterstof

25

Figuur 7 Mogelijke regionale Warmtestructuur West-Brabant uit de RES

Duurzame bronnen voor warmtenetten De Regionale Energie Strategie heeft in kaart gebracht welke warmtebronnen voor warmtenetten beschikbaar zijn in de gemeente Moerdijk. Figuur 7 toont die mogelijke warmtestructuur. In het volgende hoofdstuk bekijken we of en hoe we deze bronnen inzetten. Het huidige beeld voor beschikbare warmtebronnen op midden of hoge temperatuur is als volgt: • Restwarmte haven- en industrieterrein Moerdijk: dit lijkt vooral toepasbaar in de plaatsen Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Moerdijk en Klundert. De RES geeft aan dat er gewerkt wordt aan het gebruiken van restwarmte voor het Amer warmtenet. Inzet van restwarmte is ook denkbaar voor Noordhoek, Langeweg en Standdaarbuiten, maar ligt voorlopig niet voor de hand. • Diepe geothermie: deze bron is nog zeer onzeker. De kansen worden verder onderzocht in regionaal verband. Het kost veel tijd om geothermie te ontwikkelen. Als uit het onderzoek blijkt dat er mogelijkheden zijn, dan zal het niet voor 2030 zijn voordat geothermie warmte gebruikt kan worden. • Restwarmte van de suikerfabriek is denkbaar voor Standdaarbuiten, maar voorlopig geen prioriteit volgens de RES. Mogelijke lokale bronnen voor kleine collectieve oplossingen op lage of midden temperatuur zijn: •

26

Aquathermie (oppervlaktewater, in combinatie met WKO en warmtepompen op laag of midden temperatuur). Dit is denkbaar in Willemstad, Zevenbergen, Klundert en Moerdijk. De beschikbaarheid van deze bron in de winter is een aandachtspunt.

•

In Zevenbergen kan mogelijk ondiepe geothermie gebruikt worden, al dan niet gekoppeld aan het tuinbouwproject ten zuidoosten van Zevenbergen. Aandachtspunt voor deze bron is dat de bodem op de lange termijn niet uitgeput raakt.

•

WKO: kleinschalige toepassing (typisch 200 tot 500 woning equivalent 7) is in principe mogelijk in alle plaatsen in de gemeente Moerdijk op laag of midden temperatuur in combinatie met warmtepompen.

•

Zonthermie: zonthermie is een warmtebron gevoed door energie van de zon. Deze kunnen kleinschalig op huizen en geplaatst worden en grootschaliger op veld nabij (dichte) bebouwing. Vanwege de onbalans in vraag (winter) en aanbod (zomer) vereist deze oplossing ook seizoensoplag. Voorlopig is deze oplossing alleen mogelijk met aanzienlijke financiële steun.

Verduurzaming van utiliteit In Moerdijk zijn circa 2.000 utiliteitsgebouwen. Ook deze gebouwen moeten uiteindelijk aardgasvrij worden. Hieronder staat het overzicht van de utiliteitsgebouwen in Moerdijk. Gebouwen

Woningequivalent (1 woningequivalent = 130 m2)

Aantal

Kantoor

Winkel

Zorg

Onderwijs

Logies

Bijeen- Sport Overig Industrie Som komst 108 384 1.283 2.100

Haven- en industrieterrein

141

325

Zevenbergen

662

212

185

87

4

133

89

137

143

14

1.004

Klundert

383

29

76

38

7

42

49

52

47

6

346

Fijnaart

143

37

25

92

-

33

30

39

28

-

284

Willemstad

133

12

25

6

6

15

73

8

11

-

156

Standdaarbuiten

68

2

4

16

2

13

27

5

6

1

76

Overige plaatsen

237

11

8

3

4

33

55

23

87

1

225

Buitengebied

261

47

88

3

61

10

65

26

159

171

630

2.028

675

411

245

84

279

496

290

865

1.476

4.821

TOTAAL

Tabel 3.2 Overzicht utiliteitsgebouwen in gemeente Moerdijk

De stappen voor utiliteit zijn dezelfde als voor woningen: eerst isoleren om het gebouw transitiegereed te maken en daarna aardgasvrij. Er zijn wel een paar specifieke aandachtspunten: •

•

•

7

Kleine utiliteitsgebouwen: voor deze gebouwen (<500 m2) zijn de aardgasvrije alternatieven vergelijkbaar als bij woningen. Voor grotere gebouwen zijn andere oplossingen beschikbaar. De meeste grote gebouwen staan in Zevenbergen (centrum en bedrijventerrein) of op het industrie- en haventerrein. Dit maakt een doelgroep- of gebiedsgerichte benadering mogelijk. Warm water en koken: De meeste bedrijven gebruiken aardgas alleen voor verwarming. Verbruik van warm water en koken is wel relevant bij zorggebouwen, horeca (in het bijzonder hotels) en sommige sportvoorzieningen (bijv. zwembad). Koeling is voor veel bedrijven belangrijk, zeker als veel mensen op een beperkt oppervlak bij elkaar komen en als er goed geïsoleerd is. Voorbeelden zijn kantoren, winkels, onderwijs en zorg. Dit

Een woningequivalent (WEQ) is een eenheid voor de hoeveelheid warmte die een gemiddeld huishouden gebruikt. Zo zijn utiliteiten uit te drukken in

aantallen WEQ op basis van hun gebruiksoppervlak (1 WEQ = 130 m²).

27

•

•

28

betekent dat oplossingen die verwarming en koeling kunnen combineren (bronnet, all-electric en hybride) aantrekkelijk kunnen zijn als voorkeursalternatief. Verduurzaming kantoren: voor kantoren geldt aanvullend dat deze in 2023 energielabel C moeten hebben en in 2030 energielabel A. De gebouwen met energielabel D of E zijn in de meeste gevallen nog eenvoudig te verbeteren naar energielabel C, bijvoorbeeld met zonnepanelen of energiebesparing van het elektriciteitsverbruik. Bij gebouwen met energielabel F of G is de opgave groter en moet vaak ingrijpend verbouwd worden. Denk daarbij aan het vervangen van beglazing en isolatie van de gebouwschil. Deze komen dan bovenop eenvoudigere maatregelen als zuinige verlichting en zonnepanelen. Energielabel A vereist aanzienlijke isolatie of een hybride warmtepomp, bronnet of warmtenet. Levensduur bedrijfsgebouwen: Sommige bedrijfsgebouwen hebben een beperkte levensduur. Plannen voor verduurzaming dienen hierop afgestemd te worden. Sloop en nieuwbouw kan dan een alternatief zijn.

4. Waar gaan we van start?

29

In dit hoofdstuk beschrijven we voor de gemeente Moerdijk wat de voorkeursalternatieven voor aardgas zijn en wat de logische tussenstappen zijn. We laten zien in welke gebieden al op korte termijn gestart kan worden en we laten zien wat eigenaren zelf kunnen doen. In de komende jaren zetten we daarbij in op snelle CO2-reductie met als einddoel een aardgasvrije warmtevoorziening uiterlijk in 2050. Richting voor aardgasvrij in de gemeente Moerdijk We hebben voor de verschillende plaatsen en bouwtypes de meest waarschijnlijke warmteoplossing bepaald, aan de hand van de huidige stand van de techniek en het huidige inzicht in de maatschappelijke kosten. Het is mogelijk dat het eindresultaat in 2050 er anders uit zal zien op basis van nieuwe inzichten en innovaties. Dit beeld is daarom niet in beton gegoten en wordt regelmatig herijkt. Een van onze uitgangspunten voor de warmtetransitie is dat we zoveel mogelijk keuzevrijheid voor individuele eigenaren willen bieden. Ook landelijk beleid stelt de individuele situatie en individuele wensen van eigenaren voorlopig centraal. We hebben oog voor betaalbaarheid en natuurlijke momenten om te verduurzamen, zoals een verhuizing, verbouwing of het moment dat een gasketel vervangen moet worden. In de komende 10 jaar ligt de focus op isolatie, hybride warmtepompen en verkenning van buurten waar een warmtenet mogelijk is.

Onderstaande transitiekaart geeft het overzicht van de planvorming voor de gemeente Moerdijk. Bijlage 1 bevat per plaats gedetailleerdere kaarten. De samenvattende kaart is te zien in figuur 8 (uitsnede westMoerdijk) en 9 (uitsnede oost-Moerdijk).

30

Figuur 8 Warmtetransitiekaart gemeente Moerdijk (west)

31

Figuur 9 Warmtetransitiekaart gemeente Moerdijk (oost)

32

Uitleg van de kaart De route naar aardgasvrij is flexibel De kansen die in deze kaart zijn aangegeven, geven een richting voor de komende jaren. Initiatief nemen en rekening houden met flexibiliteit in de uitvoering en fasering zijn daarbij belangrijk. Ook vinden we het belangrijk om bewonersinitiatieven in de gemeente, die passen binnen de uitgangspunten van deze transitievisie te stimuleren. Het kan dus ook zo zijn dat er op plekken die nu nog niet zijn aangegeven als samenwerkingsgebied, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij. We kunnen nu al beginnen De noodzaak van het transitiegereed maken van woningen door te isoleren, geldt voor alle woningen van vóór 1990, ook als een woning of gebouw niet in een verkennings- of samenwerkingsgebied ligt. Samen dragen we bij aan de transitie.

Grenzen liggen niet vast We kiezen in de warmtetransitie voor een gebiedsgerichte aanpak, dus plaatsen, combinaties daarvan of juist delen van gebieden staan centraal. Dit betekent natuurlijk niet dat de aanpak ophoudt bij de grens van een plaats, of dat een bewonersinitiatief altijd maar in één plaats kan plaatsvinden. De grenzen zijn niet beperkend. Ze kunnen wel helpen om richting te geven en gebruikt worden om de communicatie op te starten. Diversiteit binnen gebieden is mogelijk Het feit dat een wijk of plaats is aangeduid als kansrijk voor een bepaalde oplossing betekent niet dat dat voor elk gebouw in dat gebied het slimste is. Wijken zijn niet homogeen en het kan dus zijn dat in delen van een wijk andere oplossingen kostenefficiënter zijn of technisch beter uitpakken.

Transitieroute en logische tussenstappen voor individuele woningen Woningen die na 1995 gebouwd zijn én vloerverwarming (of laag temperatuur convectoren) hebben kunnen met één ingreep naar aardgasvrij: vervanging van de gasketel naar all-electric warmtepomp. Deze woningen zijn goed geïsoleerd en als er vloerverwarming is, voldoet ook het afgiftesysteem. Bij woningen met traditionele radiatoren zal gekeken moeten worden of deze voldoen, of dat laag temperatuur convectoren nodig zijn. Voor alle andere woningen zijn er logische tussenstappen richting uiteindelijk aardgasvrij: isolatie en hybride warmtepompen. Met elke tussenstap wordt energie bespaard en de CO2-emissie gereduceerd. Deze transitieroute is de basis voor hoe we in de gemeente Moerdijk de warmtetransitie willen bevorderen. De eerste en noodzakelijke tussenstap is isolatie. Doel van de deze tussenstap is dat woningen zoveel mogelijk of zelfs geheel met maximaal 55 °C verwarmd kunnen worden. 8 Isolatie is een noodzakelijke tussenstap voor alle woningen van vóór 1975 omdat deze woningen zonder extra isolatie niet of nauwelijks met 55 °C verwarmd kunnen worden, ook niet in de lente of in de herfst. Met isolatie

8

Dit kan je als inwoner testen door de gasketel op 55C te zetten; een (gasketel) installateur kan hierbij helpen.

33

naar minimumniveau (indicatief energielabel voor de gebouwschil: C) is een aanzienlijk deel van het jaar een verwarmingstemperatuur van 55 °C wel haalbaar. Verdere isolatie naar basisniveau (landelijke streefwaarden isolatie, indicatief energielabel voor de gebouwschil: A) is een optionele tussenstap voor woningen van na 1975 of oudere woningen waar al enige isolatie verbeteringen zijn doorgevoerd. Woningen vanaf 1995 hebben voldoende isolatie om aardgasvrij te kunnen worden met een warmtepomp (all-electric). Bijlage 3 beschrijft welke isolatie maatregelen nodig zijn, met aandacht voor zomercomfort (voorkomen hittestress) en goede ventilatie. De tweede en voorlopig optionele tussenstap is een hybride warmtepomp. Hiermee kan met de bestaande radiatoren veel aardgas bespaard worden. Er zijn twee types gangbaar: een ventilatielucht warmtepomp waarmee circa 30% aardgas bespaard kan worden en een buitenlucht warmtepomp waarmee circa 70% aardgas bespaard kan worden. Eventueel is ook een zonneboiler met zon-thermische panelen denkbaar om warm tapwater te verduurzamen. Als duurzaam gas (waterstof, groen gas) grootschalig beschikbaar komt, is de hybride warmtepomp ook de eindoplossing. Als duurzaam gas niet beschikbaar komt, of als de woning volledig met 55°C verwarmd kan worden (zoals bij de meeste woningen van na 1995), dan heeft overstappen naar all-electric de voorkeur.

Allelectric betekent voor woningen van vóór 1995 dat de isolatie naar basisniveau moet worden gebracht. Ook is bij alle woningen voor all-electric hetzij vloerverwarming of laag temperatuur convectoren / radiatoren nodig. Deze tweede tussenstap is voorlopig alleen in beeld voor woningen vanaf circa 1975 en oudere woningen die zijn nageïsoleerd. De individuele situatie en de wensen van eigenaren/bewoners zijn leidend bij de keuze voor wel/niet een hybride warmtepomp. Op dit moment is de investering in een hybride warmtepomp voor de meeste eigenaren nog te hoog. De investeringskosten zijn het laagst op een natuurlijk moment, zoals een verhuizing, verbouwing of vervanging van de gasketel. De verwachting is dat hybride warmtepompen door landelijk beleid (subsidies, verlagen energiebelasting elektriciteit) en verbeterd aanbod van installateurs steeds betaalbaarder worden.

Handelingsadvies voor inwoners Op basis van bovenstaande transitieroute komen we tot het volgende algemene advies, gericht op no-regret stappen, waarbij de individuele situatie leidend is. In Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Moerdijk en Klundert kan op termijn een warmtenet een mogelijk alternatief zijn. De verwachting is niet dat een warmtenet op korte termijn concreet wordt. Daarom stimuleren we overal in de gemeente Moerdijk individuele maatregelen.

34

Bouwjaar

Wat kunnen inwoners – zelf en samen – doen in de komende 10 jaar?

Van voor 1950

Verbetering van isolatie naar tenminste minimum niveau en waar haalbaar naar landelijke streefwaarden, over het algemeen met maatwerk oplossingen i.v.m. grote diversiteit. Bij actualisatie Transitievisie Warmte te beoordelen of 100% duurzaam gas mogelijk blijkt of overstap naar hybride warmtepompen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=adc0bfa2-4cee-4166-bb64-d0946d9345f1