CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

MER TenneT ZuidWest Oost Deel B 22-2-2021

Commissievergadering 6 april 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vooroverlegreactie voorontwerp inpassingsplan Zuid-West 380kV Oost35.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De 150 kV-verbinding tussen Breda en Geertruidenberg blijft gehandhaafd en wordt bovengronds gekruist. Ter hoogte van Oosterhout ligt het tracé in de beperkte ruimte tussen de snelweg en het bedrijventerrein Weststad III. De Donge en de op- en afritten van de snelweg worden met verhoogde masten gekruist. Vanaf dit punt ligt het tracé tot aan Tilburg gebundeld aan de zuidwestelijke zijde van de bestaande 380 kVverbinding. Het tracé ligt ter hoogte van de Moersedreef op iets grotere afstand van de bestaande verbinding vanwege de ligging van de weg en de aanwezige woningen. De bestaande 150 kV verbindingen tussen Roosendaal en Geertruidenberg en tussen Geertruidenberg en Tilburg West kunnen worden gecombineerd in de nieuwe verbinding en worden afgebroken. De 150 kV-hoogspanningsstations Moerdijk, Zevenbergschen Hoek, Geertruidenberg, Oosteind en Tilburg-West worden door middel van 150 kV-kabeltracés op de nieuwe verbinding aangesloten. Het tracé van Geel is weergegeven in figuur 4.6. Zie figuur 4.6 Appendix deel B – pagina 19 Figuur 4.6 Tracé van Geel in deelgebied 3

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel B, p 22

4.3.2

Geel 3 - variant Standdaarbuiten

In deelgebied 2 ligt het tracé van Geel - variant Standdaarbuiten noordelijker dan Geel. In deelgebied 3 kan Geel niet op deze variant aansluiten. Daarom is in deelgebied 3 ook een variant Standdaarbuiten ontwikkeld die aansluit op Geel - variant Standdaarbuiten in deelgebied 2. Het tracé van deze variant gaat noordelijk om Standdaarbuiten heen en sluit, na de kruising met rivier de Mark, weer aan op Geel 3. Figuur 4.7 geeft het tracé van Geel - variant Standdaarbuiten weer. Zie figuur 4.7 Appendix deel B – pagina 20 Figuur 4.7 Tracé van Geel - variant Standdaarbuiten

4.3.3

Geel 3 - variant Linie van den Hout

In deelgebied 3 bundelt Geel ten zuiden van Made met de snelweg. Hierbij doorkruist de verbinding de Linie van den Hout, een verdedigingswerk dat deel uit maakt van de Zuidelijke Waterlinie. Dit leidt tot een aantasting van de gebiedskarakteristiek en de aanwezige patronen/monumentale elementen en is daardoor als knelpunt benoemd. Om dit knelpunt te voorkomen is variant Linie van den Hout ontwikkeld. Hierbij is de verbinding ter hoogte van de linie iets zuidelijker getraceerd, zodat de linie wordt ontzien. De variant is gelijk aan de variant Linie van den Hout uit alternatief Blauw. Figuur 4.8 geeft het tracé van Geel - variant Linie van den Hout weer. Zie figuur 4.8 Appendix deel B – pagina 20 Figuur 4.8 Tracé van Geel - variant Linie van den Hout

4.3.4

Geel 3 - variant Bosroute

Geel 3 passeert de Moersedreef aan de westzijde om te voorkomen dat er masten op de Moersedreef komen te staan en om de woningen bij de Moer te ontzien. Hierdoor wordt dit woonlint ingeklemd tussen de bestaande 380 kV-verbinding die aan de oostzijde van de Moersedreef ligt en de nieuwe verbinding die aan de westzijde hiervan is getraceerd. Bundeling met de bestaande verbinding is niet maakbaar. Daarom is deze locatie als een knelpunt aangemerkt. De oplossing is gevonden in de ontwikkeling van de variant Bosroute waarbij zowel de nieuwe als de bestaande verbinding over een lengte van ongeveer 7,5 kilometer in oostelijke richting worden verlegd. De tracés van beide verbindingen lopen door het landgoed rond Natuurmonument Huis ter Heide. Deze variant is gelijk aan Blauw 3 - variant Bosroute. Figuur 4.9 geeft het tracé van Geel - variant Bosroute weer. Zie figuur 4.9 Appendix deel B – pagina 21 Figuur 4.9 Tracé van Geel - variant Bosroute

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel B, p 23

4.3.5

Geel 3 - variant Huis ter Heide

Geel bundelt ten noorden van Tilburg met de bestaande 380 kV-verbinding. Hierbij doorsnijdt de nieuwe verbinding het natuurgebied rondom het NNN gebied Huis ter Heide. Dit leidt tot bomenkap en mogelijk aantasting van de natuurwaarden die gecompenseerd moet worden. Om dit te voorkomen is een variant opgenomen die voorziet in een ondergronds tracé met een lengte van circa 3 kilometer. Het ondergrondse tracé begint ten zuiden van de Moer en kruist de bestaande bovengrondse 380 kV verbinding. Ook deze variant is gelijk aan de variant bij alternatief Blauw. Het tracé van Geel - variant Huis ter Heide is weergegeven in figuur 4.10. Zie figuur 4.10 Appendix deel B – pagina 21 Figuur 4.10 Tracé van Geel - variant Huis ter Heide

4.4

Overzicht

Tabel 4.1 geeft het overzicht van de alternatieven en varianten die zijn ontstaan. Tabel 4.1 Overzicht van Alternatief Geel en varianten Geel 1

G1

Geel 1 - variant Markiezaat

G1-vMa

Geel 2

G2

Geel 2 - variant Standdaarbuiten

G2-vSta

Geel 2 - variant Westzijde A17

G2-vWe

Geel 3

G3

Geel 3 - variant Standdaarbuiten

G3-vSta

Geel 3 - variant Standdaarbuiten, variant Linie van den Hout

G3-vSta-vLi

Geel 3 - variant Standdaarbuiten, variant Bosroute

G3-vSta-vBo

Geel 3 - variant Standdaarbuiten, variant Huis ter heide

G3-vSta-vHu

Geel 3 - variant Standdaarbuiten, variant Linie van den Hout, variant Bosroute

G3-vSta-vLi-vBo

Geel 3 - variant Standdaarbuiten, variant Linie van den Hout, variant Huis ter heide

G3-vSta-vLi-vHu

Geel 3 - variant Linie van den Hout

G3-vLi

Geel 3 - variant Bosroute

G3-vBo

Geel 3 - variant Huis ter heide

G3-vHu

Geel 3 - variant Linie van den Hout, variant Bosroute

G3-vLi-vBo

Geel 3- variant Linie van den Hout, variant Huis ter heide

G3-vLi-vHu

In tabel 4.2 zijn de kenmerken van Geel en de varianten opgenomen.

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel B, p 24

Geel 1

Geel 1-vMa

Geel 2

Geel 2-vWe

Geel 2-vSta

Geel 3

Geel 3-vSta

Geel 3-vLi

Geel 3-vBo

Geel 3-vHu

Geel 3-vSta-vLi

Geel 3-vSta-vBo

Geel 3-vSta-vHu

Geel 3-vLi-vBo

Geel 3-vLi-vHu

Geel 3-vSta-vLi-vBo

Geel 3-vSta-vLi-vHu

Tabel 4.2

-

Totaal

28,4

30,5

7,2

7,9

7,0

43,4

44,3

43,5

42,9

43,7

44,4

43,8

44,6

43,0

43,8

43,9

44,7

-

Waarvan bovengronds

26,2

21,1

7,2

7,9

7,0

43,3

44,3

43,5

42,9

39,4

44,4

43,8

40,3

43,0

39,5

43,9

40,4

-

Waarvan ondergronds

2,2

9,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

4,3

0,0

0,0

4,3

0,0

4,3

0,0

4,3

Kenmerken van Alternatief Geel en varianten

Lengte tracé 380 kV (km)

Lengte bovengronds tracé 380 kV (km) -

Totaal

26,2

21,1

7,2

7,9

7,0

43,4

44,3

43,5

42,9

39,4

44,4

43,8

40,3

43,0

39,5

43,9

40,4

-

Waarvan gecombineerd (2x150/380)

25,6

21,0

4,3

5,0

4,3

39,4

40,3

39,5

42,9

39,4

40,4

43,8

40,3

43,0

39,5

43,9

40,4

-

Waarvan Solo (2x380)

0,6

0,1

2,9

2,9

2,7

4,0

4,0

4,0

0,0

0,0

4,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lengte bundeling bovengronds tracé 380 kV (km) -

met bestaande hoogspanning

23,7

16,9

2,4

2,0

4,4

17,1

17,1

17,1

10,2

13,1

17,1

10,2

13,1

10,2

13,1

10,2

13,1

-

met overige infrastructuur

0,0

0,0

3,7

3,8

5,7

11,7

13,4

11,9

11,7

11,7

12,7

12,7

12,7

11,9

11,9

12,7

12,7

0,0

0,0

1,3

1,2

0,0

13,4

13,5

19,8

19,8

13,4

13,5

19,9

13,5

19,8

13,4

19,9

13,5

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

6,7

0,0

0,0

6,7

0,0

6,7

0,0

6,7

0,0

Lengte nieuwe doorsnijding bovengronds 380 kV (km) Lengte reconstructie bestaande 380 kV-verbinding (km) Lengte ondergronds tracé 380 kV (km) -

Totaal

2,2

9,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

4,3

0,0

0,0

4,3

0,0

4,3

0,0

4,3

-

Waarvan gecombineerd (2x150/380)

2,2

9,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

-

Waarvan solo (2x380)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

4,3

0,0

0,0

4,3

0,0

4,3

0,0

4,3

Aantal 380 kV opstijgpunten

2

2

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

1

0

1

0

1

Lengte 150 kV ondergronds (km)

4,8

0,0

2,0

2,0

2,4

22,8

22,8

22,8

22,8

22,8

22,8

22,8

22,8

22,8

22,8

22,8

22,8

22,1

22,1

0,0

0,0

0,3

38,4

38,4

38,4

45,1

38,4

38,4

45,1

38,4

45,1

38,4

45,1

38,4

Lengte te verwijderen verbinding (km) (150 kV/380kV)

Aantal aan te passen150 kV-stations

2

2

2

2

2

7

7

7

7

7

7

7

7

7

7

7

7

19,5

21,1

7,2

7,9

7,0

43,4

44,3

43,5

42,9

43,7

44,4

43,8

44,6

43,0

43,8

43,9

44,7

6,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

40,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

4,3

20

17

8

10

10

21

24

21

22

20

24

25

23

22

20

25

23

Lengte toe te passen masttype in nieuwe verbinding en de reconstructies (km) -

Wintrack

-

Vakwerk

-

Verlaagde masten

Aantal richtingsveranderingen

MER Zuid-West 380 kV Oost, Deel B, p 26

5.

Alternatief Paars en varianten

Paars volgt tussen Rilland en Roosendaal de ligging van de te verwijderen 150 kV-verbinding. Vervolgens bundelt het tracé met de bestaande 380 kV-verbinding Rilland-Geertruidenberg tussen Roosendaal en de Geertruidenberg. Daarna bundelt Paars met de bestaande 380 kV-verbinding tussen Geertruidenberg en Tilburg. Er wordt zo veel mogelijk gecombineerd met bestaande 150 kV-verbindingen, waardoor een deel hiervan kan worden afgebroken. Om de negatieve effecten en knelpunten te voorkomen zijn varianten ontwikkeld. In deelgebied 1 zijn twee varianten ontwikkeld om negatieve effecten op de Brabantse Wal en landgoed Mattemburgh te voorkomen. In deelgebied 2 is een variant ontwikkeld om de bundeling met de A17 te optimaliseren en een variant om het aantal gevoelige bestemmingen te verminderen. In deelgebied 3 zijn drie varianten ontwikkeld om effecten op natuurgebieden te voorkomen en het aantal gevoelige bestemmingen te verminderen.

5.1

Deelgebied 1

5.1.1

Paars 1

Vanaf het hoogspanningsstation Rilland loopt het tracé naar het oosten en kruist het ScheldeRijnkanaal. Bij de kruising met het Schelde-Rijnkanaal moet rekening gehouden worden met de doorvaarhoogte van het kanaal waardoor hier verhoogde masten worden toegepast. Na de kruising met het Schelde-Rijnkanaal loopt het tracé van Paars 1 tot aan het knooppunt A4/A58 op het tracé van de bestaande 150 kV-verbinding. Tussen het knooppunt A4/A58 en het 150 kVstation Woensdrecht komt de verbinding aan de oostzijde van de buisleidingenstrook te liggen. De verbinding loopt hierdoor langs de rand van het landgoed Mattemburgh. Vanwege de aanwezigheid van de vliegfunnel van vliegbasis Woensdrecht moeten hier verlaagde masten worden toegepast. Hierdoor wordt de veldlengte korter en zijn er meer masten nodig. Daarna volgt het tracé de bestaande 150 kV-verbinding, waarbij het Natura 2000-gebied de Brabantse Wal wordt doorkruist. Vlak na de kruising met de A58 wordt ook de spoorlijn tussen Roosendaal en Bergen op Zoom gekruist. Nabij Roosendaal ligt het tracé iets verder af van de bestaande 150 kVverbinding vanwege de aanwezigheid van de buisleidingenstrook, een kassengebied en een aantal windturbines. De 150 kV-verbinding tussen Rilland en Roosendaal-Borchwerf wordt in zijn geheel verwijderd.

De 150 kV-hoogspanningsstations Rilland, Woensdrecht en Roosendaal-Borchwerf worden aangesloten door middel van ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen. Figuur 5.1 geeft het tracé van Paars weer. Zie figuur 5.1 Appendix deel B – pagina 22 Figuur 5.1 Tracé van Paars in deelgebied 1

5.1.2

Paars 1 - variant Brabantse Wal - Woensdrecht

Paars passeert het Natura 2000-gebied de Brabantse Wal bovengronds en beinvloedt de gebiedskarakteristiek en zichtlijnen van landgoed Mattemburgh. Door de aanwezigheid van het Natura2000-gebied Markiezaat en Brabantse Wal, de buisleidingenstrook, de vliegfunnel van vliegbasis Woensdrecht en een aantal aanwezige woningen blijft er een krappe corridor over. Dit is als knelpunt benoemd. Als oplossing is de variant Brabantse Wal – Woensdrecht ontwikkeld, een ondergronds tracé met een lengte van circa 6,5 kilometer. Het tracé ligt aan de noordwestzijde van de buisleidingenstrook tussen knooppunt A4/A58 en Heimolen en kruist in totaal viermaal de spoorlijn tussen Bergen op Zoom en Goes. In het ondergrondse tracé worden de 380 kVverbinding en de 150 kV-verbinding gecombineerd. De bestaande 150 kV-verbinding wordt afgebroken, waardoor geen sprake meer is van een bovengrondse verbinding in de zichtlijnen van landgoed Mattenburgh. Figuur 5.2 geeft het tracé van Paars - variant Brabantse Wal – Woensdrecht weer. Zie figuur 5.2 Appendix deel B – pagina 22 Figuur 5.2 Tracé van Paars - variant Brabantse Wal - Woensdrecht

5.1.3

Paars 1 - variant Brabantse Wal – Bergen op Zoom

Aansluitend aan de variant Brabantse Wal – Woensdrecht is sprake van doorsnijding van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal ten zuidoosten van Bergen op Zoom. Dit gebied wordt ook door de bestaande 150 kV-verbinding en de buisleidingenstrook doorsneden. Vanwege de benodigde afstand tot de buisleidingenstrook kan de nieuwe verbinding niet op de hartlijn van de bestaande 150 kV-verbinding worden gebouwd. De verbinding komt hierdoor verder in het Natura2000 gebied te staan, waardoor er meer bomen gekapt moeten worden. Hierdoor is ook dit gedeelte aangemerkt als knelpunt. Als oplossing van dit knelpunt is de variant Brabantse Wal – Bergen op Zoom ontwikkeld, een ondergronds tracé met een lengte van circa 3,2 kilometer, waarin de 380 kV-verbinding en de 150 kV-verbinding worden gecombineerd. De bestaande 150 kV-verbinding wordt afgebroken, waardoor er geen sprake meer is van een bovengrondse doorsnijding van het Natura 2000-gebied. Figuur 5.3 geeft het tracé van Paars - variant Brabantse Wal – Bergen op Zoom weer. Zie figuur 5.3 Appendix deel B – pagina 23 Figuur 5.3 Tracé van Paars - variant Brabantse Wal - Bergen op Zoom

5.2

Deelgebied 2

5.2.1

Paars 2

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 28

In deelgebied 2 ligt het tracé van Paars iets ten zuiden van de bestaande 380 kV-verbinding. Ter hoogte van de Nieuw Roosendaalsche Vliet bundelt Paars op iets grotere afstand met de bestaande 380 kV-verbinding om woningen en bedrijven te vermijden. De Nieuw Roosendaalsche Vliet wordt met verhoogde masten gekruist. Vervolgens loopt het tracé naar het noordoosten om net ten noorden van de afslag Roosendaal Noord eerst de N268 en direct daarna de A17 te kruisen. Vanaf dit punt loopt het tracé tot aan de noordwestzijde van Standdaarbuiten gebundeld aan de oostzijde van de A17. Daar kruist de verbinding de A17 ter hoogte van de Sluissedijk en ligt het tracé gebundeld aan de noordzijde van de A17. Iets ten noordoosten van het punt waarop de verbinding de A17 naar het oosten toe kruist, kruist deze ook de bestaande 150 kV-verbinding tussen Roosendaal en Moerdijk. Vanaf dit punt combineert de 150 kV-verbinding met de nieuwe verbinding en wordt de bestaande 150 kV verbinding afgebroken. Door middel van een kabeltracé wordt de nieuwe verbinding aangesloten op de bestaande 150 kV-verbinding. Figuur 5.4 geeft het tracé van Paars weer. Zie figuur 5.4 Appendix deel B – pagina 23 Figuur 5.4 Tracé van Paars in deelgebied 2

5.2.2

Paars 2 - variant Westzijde A17

Paars 2 ligt ten oosten van de A17. Gezien de wens van de gemeente Halderberge om bovenlokale infrastructuur in een corridor ten westen van de A17 te bundelen is de variant Westzijde A17 ontwikkeld. Hierbij bundelt de nieuwe 380 kV verbinding aan de westzijde met de A17. Om ruimte te maken voor de nieuwe verbinding, moet de bestaande 380 kVvakwerkverbinding deels worden verplaatst. De nieuwe verbinding kan hierdoor op de locatie van de bestaande verbinding worden gebouwd. Vanwege de aanwezigheid van een betoncentrale met hoge kraan maakt deze verplaatste verbinding een hoek. De combinatie met de bestaande 150 kV verbinding is gelijk aan de combinatie met Paars 1. Figuur 5.5 geeft het tracé van Paars - variant Westzijde A17 weer. Zie figuur 5.5 Appendix deel B – pagina 24 Figuur 5.5 Tracé van Paars - variant Westzijde A17

5.2.3

Paars 2 - variant Oud Gastel

Paars en Paars - Variant Westzijde A17 leiden tot een relatief groot aantal gevoelige bestemmingen. Het is mogelijk om deze te voorkomen, hiervoor is Paars - variant Oud Gastel ontwikkeld. Deze variant kan niet worden gecombineerd met een bestaande verbinding of andere infrastructuur. Het tracé loopt aan de westzijde langs Oud Gastel en buigt ten noorden van Oud Gastel in de richting van Standdaarbuiten. De variant kruist de bestaande 380 kV-verbinding ondergronds net ten zuiden van Oud Gastel en ter hoogte van Standdaarbuiten. Vanaf het punt bij Standdaarbuiten waar de nieuwe verbinding de 150 kV-verbinding kruist, wordt deze weer

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 29

gecombineerd met de bestaande 150 kV-verbinding. De 150 kV-verbinding wordt vanaf dit punt afgebroken. Figuur 5.6 geeft het tracé van Paars - variant Oud Gastel weer. Zie figuur 5.6 Appendix deel B – pagina 24 Figuur 5.6 Tracé van Paars - variant Oud Gastel

5.3

Deelgebied 3

5.3.1

Paars 3

In deelgebied 3 bundelt Paars over vrijwel de gehele lengte met bestaande 380 kV-verbindingen. Tussen Standdaarbuiten en Moerdijk ligt het tracé aan de zuidzijde van de bestaande verbinding, een ligging aan de noordzijde is niet mogelijk vanwege de ligging van de bestaande 150 kVverbinding, de buisleidingenstrook en woningen. Nabij het 150 kV-station Moerdijk is de nieuwe verbinding op kortere afstand van de bestaande 380-verbinding geplaatst om de afvalberg ter plaatse te mijden. Bij Moerdijk kruist de nieuwe verbinding de bestaande 380 kV-verbinding. Hiervoor moet de bestaande verbinding worden aangepast. Tussen Hooge Zwaluwe en Geertruidenberg ligt het tracé op enige afstand ten noorden van de bestaande verbinding. Deze ligging leidt tot minder gevoelige bestemmingen en heeft minder landschappelijke effecten voor Oud-Drimmelen dan een tracé dat dichter bij de bestaande verbinding ligt. Geertruidenberg is een knooppunt in het Nederlandse hoogspanningsnetwerk. Hier bevinden zich op korte afstand van elkaar een 380 kV-hoogspanningsstation, een 150 kV-hoogspanningsstation en diverse verbindingen. Ten zuidwesten hiervan ligt een glastuinbouwgebied en ten oosten hiervan ligt de woonkern van Geertruidenberg. Langs de oever van de Donge ligt een bedrijventerrein en verspreid liggende bebouwing. Een bovengronds tracé bij Geertruidenberg is hierdoor niet realiseerbaar.

Daarom is een ondergronds tracé met een lengte van 2,1 kilometer opgenomen, dat ook de Amertak en de Donge kruist. Aan de oostzijde van de bestaande 380 kV verbinding komt de verbinding weer boven. Vanaf de kruising met A 59 tot Tilburg is Paars 3 gelijk aan Blauw 3. De bestaande 150 kV-verbindingen tussen Roosendaal en Geertruidenberg en tussen Geertruidenberg en Tilburg-West worden afgebroken. De 150 kV-hoogspanningsstations Moerdijk, Zevenbergschen Hoek, Geertruidenberg, Oosteind en Tilburg-West worden door middel van ondergrondse 150 kV-kabeltracés op de nieuwe verbinding aangesloten. Figuur 5.7 geeft het tracé van Paars weer. Zie figuur 5.7 Appendix deel B – pagina 25 Figuur 5.7 Tracé van Paars in deelgebied 3

5.3.2

Paars 3 - variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 30

Het gebied tussen Moerdijk en Geertruidenberg is complex in verband met de kruising met de bestaande 380 kV-verbinding nabij het 150 kV-station Moerdijk en het ganzenfoerageergebied dat deel uit maakt van het NNN. Variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe kruist de bestaande 380 kVverbinding niet, en blijft vanaf Moerdijk gebundeld aan de zuidzijde van de bestaande 380 kVverbinding lopen. Dit tracé ligt op een grotere afstand van het Natura 2000 gebied de Biesbosch dan Paars. Hierdoor neemt de kans op draadslachtoffers af. Met dit tracé wordt ook voorkomen dat Oud-Drimmelen tussen twee hoogspanningsverbindingen in komt te liggen. De variant voorziet ook een gedeeltelijke verplaatsing van de bestaande 380 kV vakwerkverbinding ter hoogte van Hooge Zwaluwe om te voorkomen dat er veel gevoelige bestemmingen bij Hooge Zwaluwe ontstaan. Doordat de variant aan de zuidzijde van de bestaande 380 kV-verbinding ligt, doet zich geen knelpunt meer voor bij het 380 kV-station Geertruidenberg. Het tracé bundelt tot aan Tilburg aan de zuidwestelijke zijde met de bestaande 380 kV-verbinding. Ter hoogte van de Moersedreef ligt het tracé op iets grotere afstand van de bestaande verbinding. Het tracé passeert de Moersedreef aan de westzijde om te voorkomen dat er masten op de Moersedreef komen te staan en om de woningen bij de Moer te ontzien.

Figuur 5.8geeft het tracé van Paars - variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe weer. Zie figuur 5.8 Appendix deel B – pagina 25 Figuur 5.8 Tracé van Paars - variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe

5.3.3

Paars 3 - variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe - Bosroute

Het tracé van Paars - variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe bundelt aan de zuidwestelijke zijde met de bestaande 380 kV-verbinding. Het tracé passeert de Moersedreef aan de westzijde om te voorkomen dat er masten op de Moersedreef komen te staan en om de woningen bij de Moer te ontzien. Hierdoor wordt dit woonlint ingeklemd tussen de bestaande 380 kV-verbinding die aan de oostzijde van de Moersedreef ligt en de nieuwe verbinding die aan de westzijde hiervan is getraceerd. Bundeling met de bestaande verbinding is niet maakbaar. Daarom is deze locatie als een knelpunt aangemerkt. De oplossing is gevonden in de ontwikkeling van de variant Bosroute waarbij zowel de nieuwe als de bestaande verbinding over een lengte van ongeveer 7,5 kilometer in oostelijke richting worden verlegd. De tracés van beide verbindingen lopen door het landgoed rond Natuurmonument Huis ter Heide.

5.3.4

Paars 3 - variant Huis ter Heide

In Paars wordt de nieuwe verbinding gebundeld met de bestaande 380 kV-verbinding. Hierbij doorsnijdt Paars - net als Blauw - de nieuwe verbinding het natuurgebied rondom het NNN gebied Huis ter Heide. Om bomenkap en mogelijk aantasting van de natuurwaarden te voorkomen is variant Huis ter Heide ontwikkeld. Deze heeft een ondergronds tracé met een lengte van drie kilometer. Het tracé begint ten zuiden van de Moer en kruist de bestaande bovengrondse 380 kV verbinding. Deze variant is gelijk aan de variant Blauw - Huis ter Heide. Het tracé van Paars variant Huis ter Heide is weergegeven in figuur 5.9.

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 31

Zie figuur 5.9 Appendix deel B – pagina 26 Figuur 5.9 Tracé van Paars - variant Huis ter Heide

5.4

Overzicht

Tabel 5.1geeft het overzicht van de alternatieven en varianten die zijn ontstaan. Tabel 5.1 Overzicht van Alternatief Paars en varianten Paars 1

P1

Paars 1 - variant Brabantse Wal - Woensdrecht

P1-vWo

Paars 1 - variant Brabantse Wal – Bergen op Zoom

P1-vBe

Paars 1 - variant Brabantse Wal – Woensdrecht, variant Brabantse Wal – Bergen op Zoom

P1-vWo-vBe

Paars 2

P2

Paars 2 - variant Westzijde A17

P2-vWe

Paars 2 - variant Oud Gastel

P2-vOu

Paars 3

P3

Paars 3 - variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe

P3-vBi

Paars 3 - variant Huis ter heide

P3-vHu

Paars 3 - variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe, variant Bosroute

P3-vBi-vBo

Paars 3 - variant Biesbosch/Hooge Zwaluwe, variant Huis ter heide

P3-vBi-vHu

In tabel 5.2 zijn de kenmerken van Paars en de varianten opgenomen.

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 32

Paars 1

Paars 1-vWO

Paars 1-vBe

Paars 1-vWo-vBe

Paars 2

Paars 2-vWE

Paars 2-vOu

Paars 3

Paars 3-vBi

Paars 3-vHu

Paars 3-vBI-vBo

Paars 3-vBi-vHu

Tabel 5.2

-

Totaal

24,4

24,8

24,5

30,7

8,6

9,2

9,2

46,2

45,5

46,1

44,9

45,7

-

Waarvan bovengronds

24,4

18,2

21,2

20,9

8,6

9,2

7,5

44,1

45,5

39,8

44,9

41,4

-

Waarvan ondergronds

0,0

6,6

3,3

9,8

0,0

0,0

1,7

2,1

0,0

6,3

0,0

4,3

Kenmerken van Alternatief Paars en varianten

Lengte tracé 380 kV (km)

Lengte bovengronds tracé 380 kV (km) -

Totaal

24,4

18,2

21,2

20,9

8,6

9,2

7,5

44,1

45,5

39,8

44,9

41,4

-

Waarvan gecombineerd (2x150/380)

22,4

16,2

19,2

18,9

4,7

5,3

0,1

39,3

45,5

34,7

44,9

41,4

-

Waarvan Solo (2x380)

2,0

2,0

2,0

2,0

3,9

3,9

7,4

5,1

0,0

5,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

5,0

2,0

37,5

41,6

33,3

34,7

37,6

9,6

9,6

9,6

7,3

9,6

Lengte bundeling bovengronds tracé 380 kV (km) 0,2 -

met bestaande hoogspanning

0,2 -

met overige infrastructuur

Lengte nieuwe doorsnijding bovengronds 380 kV (km)

6,1

3,8

6,1

3,8

6,3

6,5

2,1

2,1

2,1

2,1

0,0

0,0

7,3

6,6

0,0

6,6

6,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

3,0

0,0

1,0

3,0

1,0

9,7

3,0

Lengte reconstructie bestaande 380 kV-verbinding (km) Lengte ondergronds tracé 380 kV (km) -

Totaal

0,0

6,6

3,3

9,8

0,0

0,0

1,7

2,1

0,0

6,3

0,0

4,3

-

Waarvan gecombineerd (2x150/380)

0,0

5,6

3,3

8,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

-

Waarvan solo (2x380)

0,0

1,0

0,0

1,0

0,0

0,0

1,7

2,1

0,0

6,3

0,0

4,3

Aantal 380 kV opstijgpunten

0

2

2

2

0

0

4

2

0

1

0

1

Lengte 150 kV ondergronds (km)

1,4

2,5

1,4

2,5

0,2

0,5

0,1

12,0

10,7

10,7

10,6

10,7

22,1

22,1

22,1

22,1

5,3

8,5

0,9

44,0

46,1

44,0

52,8

46,1

Lengte te verwijderen verbinding (km) (150 kV/380kV)

Aantal aan te passen150 kV-stations

2

2

2

2

1

1

1

6

6

6

6

6

Lengte toe te passen masttype in nieuwe verbinding én de reconstructies (km) -

Wintrack

16,2

16,2

15,0

18,9

8,6

9,2

7,5

45,1

48,5

40,8

54,6

44,4

-

Vakwerk

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

3,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

-

Verlaagde masten

8,2

2,0

6,2

2,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Aantal richtingsveranderingen

19

10

16

8

12

13

2

18

28

17

29

17

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 34

6.

Alternatief Rood en varianten

Rood volgt tussen Rilland en Roosendaal zo veel mogelijk het tracé van de bestaande 150 kVverbindingen, zodat beide verbindingen gecombineerd worden. Vanaf Roosendaal is er sprake van een circa 35 km nieuwe doorsnijding tot aan Tilburg. Hier is geen sprake van bundeling met een bestaande verbinding of bovenregionale infrastructuur. Rood passeert op korte afstand de woonwijk Oosterheide. Er zijn twee varianten ontwikkeld om de negatieve effecten hiervan te voorkomen.

6.1

Deelgebied 1

6.1.1

Rood 1

In deelgebied 1 is Rood hetzelfde tracé als Paars. De verbinding kruist de oostelijk van het station Rilland gelegen 380 kV-verbinding en vervolgens het Schelde-Rijnkanaal met verhoogde vakwerkmasten. Het tracé ligt tot aan het knooppunt A4/A58 op het tracé van de bestaande 150 kV-verbinding naar het hoogspanningsstation Woensdrecht. Tussen het knooppunt A4/A58 en het 150 kV-station ligt de verbinding aan de oostzijde van de buisleidingenstrook tussen knooppunt A4/A58 en Heimolen. De verbinding loopt hierdoor langs de rand van het landgoed Mattemburgh. Daarna volgt het tracé ligt tot aan de A58 op het tracé van de bestaande 150 kV-verbinding, waarbij het Natura 2000-gebied de Brabantse Wal wordt doorkruist. Vlak na de kruising met de A58 wordt ook de spoorlijn tussen Roosendaal en Bergen op Zoom gekruist. Nabij Roosendaal ligt de ligging van het tracé iets verder af van de bestaande 150 kV-verbinding vanwege de aanwezigheid van een kassengebied en een aantal windturbines. De 150 kV-verbinding tussen Rilland en Roosendaal-Borchwerf wordt in zijn geheel verwijderd. Figuur 6.1 geeft het tracé van Rood weer. De tracévarianten in Paars kunnen ook in aansluiting op Rood worden gerealiseerd, er zijn geen andere varianten ontwikkeld. Zie figuur 6.1 Appendix deel B – pagina 27 Figuur 6.1 Tracé van Rood in deelgebied 1

6.2

Deelgebied 2

6.2.1

Rood 2

Vanuit deelgebied 1 vervolgt Rood in deelgebied 2 in oostelijke richting. Het tracé kruist het Markvlietkanaal met verhoogde wintrackmasten. Iets oostelijker kruist de verbinding de A17 en komt het tracé te liggen op het tracé van de bestaande 150 kV verbinding RoosendaalWoensdrecht. De nieuwe verbinding bundelt over een beperkte lengte met de spoorlijn in de richting van Oudenbosch en kruist de bestaande 150 kV-verbinding tussen Roosendaal en

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 35

Moerdijk. Vanaf dit punt volgt de verbinding niet langer het tracé van de bestaande 150 kV verbinding. Deze verbinding loopt door een aantal woonkernen en zou tot gevoelige bestemmingen leiden. Daarom is binnen de corridor gezocht naar een nieuw tracé met zo min mogelijk gevoelige bestemmingen. Het tracé buigt daarom naar het noorden en volgt een vrij tracé. Hierbij wordt Oudenbosch aan de noordzijde gepasseerd. De bestaande 150 kV-verbinding tussen Roosendaal-Borchwerf en Roosendaal wordt met de nieuwe verbinding gecombineerd en kan worden afgebroken. Ook de bestaande 150 kVverbinding tussen Roosendaal en Breda wordt gecombineerd met de nieuwe verbinding. De te verwijderen verbinding ligt in deelgebied 3. Het 150 kV-station Roosendaal wordt verbonden door middel van ondergrondse kabeltracés. Figuur 6.2 geeft zicht op het tracé van Rood 2. Zie figuur 6.2 Appendix deel B – pagina 27 Figuur 6.2 Tracé van Rood 2

6.3

Deelgebied 3

6.3.1

Rood 3

In deelgebied 3 bestaat Rood over vrijwel de gehele lengte uit een vrij tracé door landelijk gebied. Het eerste deel van het tracé is gelijk aan Geel. Het tracé loopt tussen Standdaarbuiten en Oudenbosch en buigt vervolgens af in oostelijke richting. Vanaf dit punt volgt de verbinding een vrij tracé, rekening houdend met aanwezige ruimtelijke beperkingen en gevoelige bestemmingen. De verbinding kruist een zijarm van de Mark, kruist een klein natuurgebied en de spoorlijn tussen Oudenbosch en Zevenbergen. Vanwege aanwezige windparken in de gemeenten Etten-Leur en Halderberge en een aantal woningen vervolgt het tracé met een aantal kleine richtingveranderingen in de richting van de A16. De A16 wordt ten zuiden van knooppunt Zonzeel gekruist. Vanaf dit punt volgen Rood en Geel niet langer hetzelfde tracé. Rood volgt een vrij tracé naar het oosten. Tussen Breda, Terheijden, Den Hout, Made, Teteringen, Oosterhout, Dongen en 's-Gravenmoer is hiervoor een beperkte corridor aanwezig. Het tracé volgt een nagenoeg rechte lijn door het open gebied tussen Breda Noord en Terheijden en vormt daarmee een nieuwe doorsnijding. De Mark en het Markkanaal worden gekruist ten noorden van de uitloper van het bedrijventerrein van Breda langs de N285.

Ten noorden van Breda ligt de verbinding in het landelijke gebied tussen Breda-Noord aan de zuidzijde en Terheijden, Teteringen en Oosterhout aan de noordzijde. Ten noorden van Breda kruist het tracé de bestaande 150 kV-verbinding tussen Breda en Geertruidenberg. Het tracé ligt hier in een open gebied bij de zuidpunt van de Linie van de Munnikenhof. Ten zuidwesten van Oosterhout buigt het tracé naar het zuidoosten en loopt door het bosgebied Oosterheide en parallel aan de zuidelijke begrenzing van de wijk Oosterheide. Vervolgens kruist het tracé de A27. Het tracé passeert Dongen aan de zuidzijde door de boswachterij Dorst. Hier ligt het tracé in de vliegfunnel van vliegbasis Gilze-Rijen. Het tracé kruist vervolgens het Wilhelminakanaal en loopt naar het nieuwe 380 kV-hoogspanningsstation in Tilburg.

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 36

De bestaande 150 kV-verbindingen tussen Roosendaal en Breda en tussen Geertruidenberg en Tilburg-West worden gecombineerd met de nieuwe verbinding en kunnen daarom worden afgebroken. De hoogspanningsstations Etten, Breda Princenhage, Breda, Oosteind en TilburgWest worden aangesloten op de nieuwe verbinding door middel van ondergrondse 150 kVkabeltracés. Figuur 6.3 geeft zicht op het tracé van Rood. Zie figuur 6.3 Appendix deel B – pagina 28 Figuur 6.3 Tracé van Rood in deelgebied 3

6.3.2

Rood 3 - variant Oosterheide

Rood passeert de woonwijk Oosterheide op korte afstand. Daarom is variant Oosterheide ontwikkeld. Het tracé hiervan ligt op grotere afstand van de woonwijk en is weergegeven in figuur 6.4. Zie figuur 6.4 Appendix deel B – pagina 28 Figuur 6.4 Tracé van Rood - variant Oosterheide

6.3.3

Rood 3 - variant Oosterheide/ondergronds

Variant Oosterheide ligt weliswaar op grotere afstand tot de woonwijk, maar doorsnijdt nog wel Landgoed Oosterheide. Dit leidt tot negatieve landschappelijke effecten op het landgoed. Bovendien bestaat er onduidelijkheid over de mogelijkheden tot compensatie van te kappen bomen. Om dit knelpunt te vermijden is variant Oosterheide/ondergronds ontwikkeld. Deze variant heeft een ondergronds tracé parallel aan de woonwijk Oosterheide en aan de noordzijde van het landgoed. Het tracé van Rood - variant Oosterheide/ondergronds is weergegeven in figuur 6.5. Zie figuur 6.5 Appendix deel B – pagina 29 Figuur 6.5Tracé van Rood - variant Oosterheide/ondergronds

6.4

Overzicht

Tabel 6.1 geeft het overzicht van de alternatieven en varianten van Rood. Tabel 6.1 Overzicht van Alternatief Rood en varianten Rood 1

R1

Rood 2

R2

Rood 3

R3

Rood 3 - variant Oosterheide

R3-vOo

Rood 3 - variant Oosterheide ondergronds

R3-vOo/O

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 37

In tabel 6.2 zijn de kenmerken van Rood en de varianten opgenomen. Tabel 6.2 Kenmerken van

Rood 1

Rood 2

Rood 3

Alternatief Rood en varianten

-

Totaal

24,3

7,9

40,0

-

Waarvan bovengronds

24,3

7,9

40,0

-

Waarvan ondergronds

0,0

0,0

0,0

Lengte tracé 380 kV (km)

Lengte bovengronds tracé 380 kV (km) -

Totaal

24,3

7,9

40,0

-

Waarvan gecombineerd (2x150/380)

24,2

7,9

37,3

-

Waarvan Solo (2x380)

0,1

0,0

2,7

0,0

0,0

0,0

6,1

1,0

5,0

Lengte nieuwe doorsnijding bovengronds 380 kV (km)

2,1

5,3

20

Lengte reconstructie bestaande 380 kV-verbinding (km)

0,0

0,0

0,0

Lengte bundeling bovengronds tracé 380 kV (km) -

met bestaande hoogspanning

-

met overige infrastructuur

Lengte ondergronds tracé 380 kV (km) -

Totaal

0,0

0,0

0,0

-

Waarvan gecombineerd (2x150/380)

0,0

0,0

0,0

-

Waarvan solo (2x380)

0,0

0,0

0,0

Aantal 380 kV opstijgpunten

0

0

0

Lengte 150 kV ondergronds (km)

1,6

1,0

17,7

23,5

3,0

38,7

2

2

7

Lengte te verwijderen verbinding (km) (150 kV/380kV) Aantal aan te passen150 kV-stations Lengte toe te passen masttype in nieuwe verbinding en de reconstructies (km) 40,0 -

Wintrack

16,1

7,9

-

Vakwerk

0,0

0,0

-

Verlaagde masten

8,2

0,0

Aantal richtingsveranderingen

19

10

0,0 0,0

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 38

20

7.

Uitgangspunten en werkwijze effectbeschrijving

7.1

Inleiding

De milieueffecten van alle alternatieven en varianten zijn in beeld gebracht. De effecten zijn in beeld gebracht en beoordeeld conform het beoordelingskader dat TenneT hanteert bij de aanleg van nieuwe hoogspanningsverbindingen op land. Het geeft aan welke thema's, deelaspecten en criteria hierbij aan de orde komen en welke beoordelingsmethodiek is toegepast. Tabel 7.1 geeft een overzicht van de effecten die beschreven zijn. In de hoofdstukken 8 tot en met 13 komen de effecten per thema aan de orde. In deze hoofdstukken is de werkwijze die gehanteerd is bij het beschrijven van de effecten en het beoordelingskader voor elk thema toegelicht. Bij de samenstelling van het MMA (toegelicht in hoofdstuk 15 van deel B van het MER), het Voorgenomen tracé (toegelicht in hoofdstuk 2 van deel C van dit MER) en het Voorkeursalternatief (toegelicht in hoofdstuk 4 van deel C van dit MER) is niet met ál deze effecten rekening gehouden. Dit wordt in de aangegeven hoofdstukken verder toegelicht. Tabel 7.1 Te beschrijven effecten Leefomgevingskwaliteit, hoofdstuk 8 Gevoelige bestemmingen

aantal gevoelige bestemmingen waarvan reeds aanwezig

Vrijgespeelde gevoelige bestemmingen

aantal vrijgespeelde gevoelige bestemmingen

Hinder

aantal woningen binnen zone van 250 m van aanleg nieuwe verbinding aantal woningen binnen zone van 250 m van sloop bestaande verbinding

Landschap, hoofdstuk 9 Tracéniveau

landschappelijk hoofdpatroon kwaliteit Tracé

Lijnniveau

gebiedskarakteristiek samenhang elementen

Natuur, hoofdstuk 10 Draadslachtoffers

draadslachtoffers

Bijzondere natuurwaarden

bijzondere natuurwaarden leefgebieden vogels leefgebieden vleermuizen leefgebieden zoogdieren

Tijdelijke hinder

tijdelijke hinder

Bodem en Water, hoofdstuk 11 Bodemkundige waarden

aantal ha aantasting door ondergrondse 150 kV-verbinding aantal ha aantasting ondergrondse 380 kV-verbinding aantal ha aantasting mastvoeten bovengrondse verbinding totaal effect in ha

Bodemkwaliteit

aantal ha aantasting door ondergrondse 150 kV-verbinding aantal ha aantasting ondergrondse 380 kV-verbinding aantal ha aantasting mastvoeten bovengrondse verbinding

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 39

totaal effect in ha Archeologie, hoofdstuk 12 Archeologische rijksmonumenten

doorsnijding door bovengrondse 380 kV (m2) doorsnijding door ondergrondse 380 kV (m2) doorsnijding door ondergrondse 150 kV (m2) doorsnijding door bovengrondse 380 kV (m2) totaal effect in m2

AMK-terreinen

doorsnijding door bovengrondse 380 kV (m2) doorsnijding door ondergrondse 380 kV (m2) doorsnijding door ondergrondse 150 kV (m2) doorsnijding door bovengrondse 380 kV (m2) totaal effect in m2

Archeologische verwachtingswaarden

doorsnijding door bovengrondse 380 kV (m2) doorsnijding door ondergrondse 380 kV (m2) doorsnijding door ondergrondse 150 kV (m2) doorsnijding door bovengrondse 380 kV (m2) totaal effect in m2

Ruimtegebruik, hoofdstuk 13 Fysiek ruimtegebruik in hectare

Ruimtebeslag nieuw Vrijkomende ruimte Totaal effect

Bos in ZRO-strook in hectare

Te kappen bos Vrijkomend bos Totaal effect

Maatgevende functies in ZRO-strook in hectare bedrijven

Recreatie

Agrarische bedrijven

Infrastructuur

Oppervlakte nieuw Vrijkomende oppervlakte Netto ruimtebeslag Oppervlakte nieuw Vrijkomende oppervlakte Netto ruimtebeslag Oppervlakte nieuw Vrijkomende oppervlakte Netto ruimtebeslag Oppervlakte nieuw Vrijkomende oppervlakte Netto ruimtebeslag

De effecten zijn beoordeeld aan de hand van een 7-puntsschaal zoals weergegeven in tabel 7.2. Tabel 7.2 Beoordelingsklassen +++

Zeer positief effect

++

Positief effect

+

Licht positief effect

0

Neutraal effect

-

Licht negatief effect

--

Negatief effect

---

Zeer negatief effect

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 40

7.2

Oordeel Commissie voor de Effectrapportage

De milieu-informatie is in 2017 gepubliceerd in de Integrale Effectanalyse en in meer detail beschreven in de Samenvatting Milieueffecten. Deze informatie is ook aan de Commissie voor de Milieueffectrapportage voorgelegd, met het verzoek hier een tussenadvies over uit te brengen. De Commissie heeft aangegeven dat de rapporten al veel milieu-informatie bevatten en gaf de volgende aandachtspunten mee voor het definitieve MER: •

Geef inzicht in de mogelijke effecten van de magneetveldzone van de ondergrondse kabels, opstijgpunten en hoogspanningsstations op het aantal gevoelige bestemmingen. ➢

Er is geen voorzorgbeleid voor magneetvelden van ondergrondse kabeltracés, hoogspanningsstations en opstijgpunten. Desondanks houdt TenneT bij de tracering van een ondergrondse kabel zoveel mogelijk afstand tot bebouwing om te voorkomen dat woningen binnen de magneetveldzone van de nieuwe infrastructuur komen te liggen. Dit gebeurt door rekening te houden met de breedte van de aanlegstrook om het werk uit te kunnen voeren. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de kabels door een open ontgraving worden gerealiseerd. Wanneer hier onvoldoende ruimte voor aanwezig is, worden hier binnen het project Zuid-West 380kV-Oost passende oplossingen onderzocht. Dit kunnen bijvoorbeeld boringen zijn, waarbij de kabel diep onder de grond wordt geboord. Door deze werkwijze wordt beoogd dat er binnen het project Zuid-West 380kV-Oost geen woningen te liggen in de magneetveldzone van ondergrondse kabels, opstijgpunten en hoogspanningsstations.

•

Beschrijf de uitkoopregeling die TenneT hanteert bij de aanleg van nieuwe hoogspanningsverbindingen. ➢

•

De uitkoopregeling komt aan de orde in paragraaf 10.4 van deel A van dit MER.

Geef inzicht in het aantal draadslachtoffers voor vogels en vleermuizen met de hoogste beschermingsstatus. ➢

•

Dit onderwerp komt in paragraaf 6.3 van deel A van dit MER aan de orde.

Neem visualisaties op waarmee de landschappelijke effecten beoordeeld kunnen worden. ➢

Er is een website met een atlas van het project. Deze site is bereikbaar op https://tennet.projectatlas.zuid-west-380kv-oost Op deze site is het hele tracé van de nieuwe verbinding zichtbaar. Dit vormt de visuele onderbouwing van de landschappelijke effecten.

•

Geef inzicht in de gevolgen van autonome ontwikkelingen voor het voornemen en vice versa. ➢

7.3

Dit onderwerp staat centraal in onderstaande paragraaf 7.3 van deel B van het MER.

Actualiteit van de effectbeschrijving

De effectbeschrijvingen van de hoofdalternatieven (Blauw, Geel, Paars en Rood met hun varianten) zijn reeds in 2017 gepresenteerd. Deze zijn in beeld gebracht door de effecten van de

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 41

alternatieven en varianten te vergelijken met de referentiesituatie. In de periode tussen 2017 en 2020 is de autonome situatie iets gewijzigd. Daarom is onderzocht of de effectbeschrijving nog actueel is. Daarnaast is besloten dat het voornemen uitgevoerd wordt met vakwerkmasten in plaats van wintrackmasten. Met het oog hierop is onderzocht of de effectbeschrijving uit 2017 hierdoor significant wijzigt. Onderstaand zijn de resultaten van deze analyses beschreven.

7.3.1 Wijzigingen in de referentiesituatie De effecten zijn in 2017 in beeld gebracht door de situatie met de nieuwe verbinding te vergelijken met de referentiesituatie. Dit is de situatie in 2030 waarbij vastgesteld overheidsbeleid wordt uitgevoerd, maar zonder dat de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding wordt aangelegd. In de referentiesituatie zijn autonome ontwikkelingen meegenomen, waarvoor op 1 december 2016 een voorontwerp, ontwerp of vastgesteld ruimtelijk besluit officieel bekend is gemaakt en op ruimtelijkeplannen.nl is gepubliceerd. De autonome ontwikkelingen die in 2017 deel uit maakten van de referentiesituatie zijn inmiddels voor een deel gerealiseerd. Daarmee zijn zij onderdeel van de bestaande situatie geworden, en blijven zij onderdeel van de referentiesituatie. In de afgelopen jaren zijn er nieuwe autonome ontwikkelingen ontstaan in de nabijheid van de tracé-alternatieven. Deze maken op dit moment onderdeel uit van de referentiesituatie. In 2020 is onderzocht of de referentiesituatie hierdoor dusdanig is veranderd, dat de effectbeschrijving en beoordeling hierdoor significant zou wijzigen.

De belangrijkste nieuwe autonome ontwikkelingen binnen een straal van één kilometer van de tracés zijn: Deelgebied 1 • Zonnepark Reimerswaal • Afvalwaterpersleiding AWP 2.0, Grindweg, Woensdrecht • Klein-Molenbeek 4 en 9, realisatie van 4 extra woningen • Balsedreef 3, realisatie van een akkerbouwloods • Zonnepark Heerle • Oostelaarsestraat 6, uitbreiden van varkenshouderij • Vroenhoutseweg 16, Stallen afbreken, woonhuis realiseren • Wijzigingsplan gemeente Roosendaal, Stallen afbreken, woonhuizen realiseren op 4 locaties • Herziening Buitengebied Roosendaal, oprichting biomineralenfabriek Deelgebied 2 • Zonnepark Evertkreekweg, realisatie zonnepark van circa 30 ha • (ontwerp)Bestemmingsplan Logies Emmerkblok, realisatie van kleinschalige logiesaccomodatie van 50 studio’s • Kralen 20a, nieuwbouw stallingsruimte met zoutbuffer • Langeweg 3 Oudenbosch, Verbouwing van melkrundveebedrijf naar hoefsmederij • Langeweg 1 Oudenbosch, Verbouw bedrijfspand tot gewone burgerwoning

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 42

Deelgebied 3 • Windenergie A16, plaatsen van 28 windmolens in een zone van 1 km aan weerszijden van de A16 • Wereld van de Efteling 2030, uitbreiding van park de Efteling • Natuurbegraafplaats Huis ter Heide

7.3.2 Van Wintrackmasten naar vakwerkmasten In de beschrijving van de effecten van de tracés van de alternatieven in 2017 is er van uitgegaan dat de alternatieven en varianten gerealiseerd zouden worden met wintrackmasten. In 2020 is het voornemen aangepast doordat de keuze is gemaakt om het Voorkeursalternatief uit te voeren met speciaal voor het project ontworpen vakwerkmasten. Er is een analyse gemaakt om te bekijken of de effectbeschrijving van de alternatieven en varianten die in dit MER is gepresenteerd significant wijzigt wanneer er rekening gehouden zou zijn met vakwerkmasten. Hiervoor zijn de kenmerken van beide masttypes die bepalend zijn voor de effectbeschrijving naast elkaar gezet. De Wintrackmast bestaat uit twee pylonen die circa 17 m uit elkaar staan. Deze pylonen staan op een betonnen voet. Dit leidt per mastlocatie tot een roering van de bodem van circa 50 x 20 meter. De Moldau-mast heeft vier poten die op een heipaal staan die bovengronds uitsteekt. Dit leidt tot een beperktere roering van de bodem, waarbij is uitgegaan van 20 m2. De lengte van de masten verschilt: de wintrackmasten zijn circa 6 m hoger dan de vakwerkmasten. In beide mastsoorten worden vergelijkbare draadconfiguraties toegepast. Figuur 7.1 laat dit zien. De traversen van de Moldaumast zijn langer dan die van de Wintrackmasten.

De effecten van beide masten op maatgevende functies verschilt echter niet. De veldlengte van de verbinding verschilt niet bij toepassing van de verschillende masttypen. Ook het aantal opstijgpunten is onafhankelijk van de mastsoort. In paragraaf 4.1.2 van deel C van dit MER is een nadere toelichting van de verschillende masttypes opgenomen.

Figuur 7.1 Draadconfiguraties bij Moldaumasten (links) en wintrackmasten (rechts) Voor de verschillende effectthema’s is op basis van expert judgement beoordeeld of dit tot wijzigingen van de effecten zou leiden. Onderstaand is dit oordeel per thema weergegeven. Leefomgevingskwaliteit Voorwaarde bij het ontwerpen van de Moldaumasten was, dat deze niet tot toename van het aantal gevoelige bestemmingen zou leiden. De wijziging van het mastsoort heeft ook daadwerkelijk niet geleid tot verandering van het aantal gevoelige bestemmingen van de

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 43

hoofdalternatieven en varianten en ook niet van het aantal vrijgespeelde gevoelige bestemmingen. Dit is zichtbaar in Deel C van dit MER. De tijdelijke effecten op geluid, luchtkwaliteit en trillingen die bij aanleg optreden zijn bij toepassing van de Moldaumasten naar alle waarschijnlijkheid minder dan bij aanleg van de wintrackmasten. Landschap en cultuurhistorie De effecten op landschap zijn op drie niveaus beschreven. Op tracéniveau is het effect van de hoofdalternatieven en varianten op de samenhang van het landschappelijk hoofdpatroon beschreven. Het gaat hierbij om de tracés van de hoofdalternatieven en varianten. De kwaliteit van de boven- en ondergrondse tracédelen wordt bepaald door de herkenbaarheid van de verbinding als bovenregionaal infrastructuurelement. Het tracé heeft een hoge kwaliteit als de verbinding autonoom is. Het type mast heeft geen effect op beide criteria. Op lijnniveau is de invloed beschreven van de verschillende hoogspanningsverbindingen (nieuw en bestaand, afzonderlijk en in samenhang) op de gebiedskarakteristiek. De forsheid van de bundel speelt mee in het effect van bovengrondse tracédelen. De forsheid van de bundel wordt niet of nauwelijks bepaald door de mastsoort. De keuze voor een wintrackmast of een vakwerkmast heeft daarom geen invloed op (de beoordeling van) de effecten op de gebiedskarakteristiek.

Op lijnniveau speelt ook de beïnvloeding van de samenhang tussen specifieke elementen en hun context. Bij dit criterium gaat het om landschapselementen zoals dorps- en stadssilhouetten, vertekenmerken, bebouwingslinten of bijzondere bosjes of lanen. Wanneer de samenhang tussen deze elementen en het landschap of landschapselementen door een ingreep wordt verstoord, is sprake van een negatief effect. Bij dit criterium kunnen ook positieve effecten optreden, bijvoorbeeld als door het slopen van een bestaande verbinding een verbroken samenhang wordt hersteld. Voor de beoordeling op de samenhang tussen elementen in hun landschappelijke context is in alle gevallen de lokale situatie (waar, welke elementen, welke samenhang) maatgevend voor de beoordeling. De gewijzigde mastconfiguratie heeft daar op lijnniveau geen effect op en leidt niet tot andere effectbeoordelingen per tracéalternatief. In de effectbeschrijving is op mastniveau ingegaan op de samenhang tussen specifieke elementen en hun context. Er is aangegeven welke elementen gevoelig zijn voor beïnvloeding op mastniveau door bepaalde alternatieven. Er is hieraan geen beoordeling toegekend. De toepassing van een ander mastsoort leidt daarom niet tot een andere effectbeoordeling. Natuur In de beschrijving van effect op natuur is aandacht besteed aan draadslachtoffers.

De hoeveelheid draadslachtoffers wordt bepaald door biologische, technische, topografische en meteorologische factoren. Alleen de technische en de topografische factoren zijn te beïnvloeden door tracékeuze en de inrichting van de verbinding. Technische factoren zijn onder andere de hoogte van de mast, het aantal traversen, de aanwezigheid van bliksemdraden en retourstroomgeleiders, de eventuele aanwezigheid van mitigerende maatregelen zoals varkenskrullen en de plaatsing van

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 44

verschillende hoogspanningsverbindingen vlak naast elkaar. De vakwerkmast is circa 7 meter lager dan de Wintrackmast. De geleiders hangen in beide mastsoorten echter nagenoeg in dezelfde configuratie en op dezelfde hoogte. De inschatting is dat de toepassing van een andere mastsoort geen significante impact heeft op het aantal draadslachtoffers. Ook de effecten op gebieden met bijzondere natuurwaarden en op leefgebieden van vogels, vleermuizen, en zoogdieren zijn in kaart gebracht. De mastsoort is vooral relevant bij de effecten op de gebieden met bijzondere natuurwaarden. Deze effecten bestaan uit het netto effect van winst door de ontwikkeling van natuur op plaatsen waar de bestaande verbinding wordt geamoveerd en verlies van gebieden door de aanleg van de nieuwe verbinding. Dit verlies ontstaat door de plaatsing van masten. Doordat de oppervlakte van vakwerkmasten kleiner is dan de oppervlakte van wintrackmasten, zal het netto verlies van gebieden met bijzondere natuurwaarden over het algemeen iets verminderen en het effect iets positiever worden beoordeeld. Bodem en water Effecten op aardkundige waarden ontstaan door de ontgraving en grondberoering bij de aanleg van de masten. De grondberoering bij aanleg van de vakwerkmast is 20 m2, dit is 50 keer kleiner dan van de wintrackmast.

Dit leidt er in principe toe dat de licht negatieve beoordeling van de tracés wijzigt in een neutrale beoordeling. Uitzondering vormen de effecten van de tracédelen die ondergronds worden aangelegd. Deze effecten veranderen niet en blijven als licht negatief beoordeeld. Dit betreft in deelgebied 1 het tracé van alternatief Paars (met varianten) en in deelgebied 2 alternatief Paars variant Oud Gastel. Langs de tracés van de alternatieven en varianten zijn diverse bodemverontreinigingen aanwezig. Bij het funderen van de masten worden lokale verontreinigingen indien nodig gesaneerd. Dit leidt tot een positief effect op de bodemkwaliteit. De realisatie van een wintrackmast vergt een ontgravingsoppervlakte van circa 1.000 m2. De realisatie van de masten van de alternatieven en varianten leidt niet tot saneringen. Dit is voor alle alternatieven en varianten als een neutraal effect beoordeeld. De realisatie van een vakwerkmast vergt een beperkter ontgravingsoppervlak, namelijk van 20 m2. Er worden net zoveel vakwerkmasten als wintrackmasten voorzien en op dezelfde locaties. Op basis van het kleinere ontgravingsoppervlak verandert deze neutrale beoordeling niet. Archeologie De effecten van de alternatieven en varianten op archeologische rijksmonumenten, AMK terreinen en verwachtingsgebieden zijn beschreven.

Archeologische rijksmonumenten zijn de meest waardevolle vindplaatsen in Nederland. De aanleg van de mastvoeten zou archeologische waarden in een archeologisch rijksmonument kunnen aantasten. Geen van de alternatieven en varianten doorsnijden of beschadigen echter de archeologische rijksmonumenten. Dit is als neutraal beoordeeld. De toepassing van andere mastvoeten brengt geen verandering in de tracés, en leidt daarom niet tot een andere beoordeling.

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 45

Bekende vindplaatsen van archeologische resten in Nederland zijn weergegeven op de Archeologische Monumenten Kaart. Deze vindplaatsen worden de AMK-terreinen genoemd. De aanleg van de mastvoeten kan de archeologische waarden in een AMK-terrein aantasten en vormt dan een negatief effect. De realisatie van een wintrackmast leidt tot een ontgravingsoppervlakte van circa 1.000 m2. In deelgebied 1 worden hierdoor geen AMK-terreinen verstoord. In deelgebied 2 leiden de varianten Blauw variant Kruisland/Steenbergen en Paars variant Oud Gastel tot een doorsnijding van AMK-terreinen met 224 meter, omdat mogelijk een enkele mastvoet in het AMKterrein komt te staan. Dit is als een negatief effect beoordeeld. De realisatie van vakwerkmasten leidt tot een kleinere ontgravingsoppervlakte. Hierdoor worden de effecten van deze varianten als licht negatief beoordeeld in plaats van negatief. In deelgebied 3 worden ook AMK- terreinen verstoord door de aanleg van wintrackmasten. Deze effecten zijn als licht negatief beoordeeld. De realisatie van vakwerkmasten zal deze effecten niet volledig kunnen voorkomen, waardoor de beoordeling niet wijzigt. De aanleg van mastvoeten kan de archeologische verwachtingswaarde in het gebied mogelijk aantasten.

De effecten van de alternatieven en varianten leidt et verschil in verstoring door kleinere ontgravingsoppervlaktes is dusdanig klein dat de beoordelingen in dezelfde klassegrenzen blijven. Alleen de ontgravingsoppervlaktes rond de mastvoeten worden iets kleiner. Dit leidt echter niet tot een andere beoordeling. Ruimtegebruik Bij het thema ruimtegebruik zijn alleen effecten in beeld gebracht, hieraan is geen beoordeling toegekend. Er is in beeld gebracht hoeveel grond er beroerd zal worden als gevolg van de aanleg van de verbinding. Hierbij is geen rekening gehouden van tijdelijke effecten zoals werkwegen en werkterreinen. De oppervlakte van de beroerde grond per mast wijzigt aanzienlijk: deze neemt met circa 60% af. Het aantal masten verandert niet, daardoor zal de totale oppervlakte van de beroerde grond met hetzelfde percentage afnemen. De traversen van de Moldaumast zijn breder dan die van de Wintrackmasten. De effecten hiervan op maatgevende functies verandert hierdoor echter niet.

7.3.3 Conclusie De nieuwe autonome ontwikkelingen die in beeld zijn gebracht betreffen ontwikkelingen die geen of nauwelijks invloed hebben op de referentiesituatie. Op basis van de vergelijking van de wintrackmast en de vakwerkmast is geconcludeerd dat de effecten van de alternatieven en varianten op een aantal punten beperkt wijzigingen, maar dat dit niet tot significant andere beoordelingen leidt. De algemene conclusie is dat de in dit deel B van het MER gepresenteerde effectbeschrijving van de alternatieven en varianten niet significant wijzigt door de actualisering van de referentiesituatie en de toepassing van vakwerkmasten in plaats van wintrackmasten en voldoende actueel is.

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 46

8.

Leefomgevingskwaliteit Werkwijze

Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de alternatieven en varianten op de leefomgevingskwaliteit. Binnen het aspect Leefomgevingskwaliteit worden aspecten onderzocht die invloed kunnen hebben op gezondheid en welbevinden van personen die wonen, verblijven of werken in de nabijheid van de nieuwe hoogspanningsverbinding. Meer informatie over het onderzoek is opgenomen in het Achtergronddocument Leefomgevingskwaliteit.

8.1.1.

Wet- en regelgeving

Overheden hebben in wetten en beleid kaders aangegeven waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen mogen en kunnen plaatsvinden. De wet- en regelgeving vormen een dwingend kader voor de planvorming. Er moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met bestaand beleid. Tabel 8.1 geeft een overzicht van wet- en regelgeving op het gebied van leefomgevingskwaliteit. Tabel 8.1 Overzicht van relevante wet- en regelgeving op het gebied van leefomgevingskwaliteit Aspect

Beleidsstuk/regeling/onderzoeken

Toelichting (relevantie voor ZW380 Oost)

Magneetvelden

ICNIRP Internationale advieswaarde

Advieswaarde (100 microtesla)

overgenomen door EU Advies VROM 2005

Voorzorgsprincipe

Beleidsadvies inzake magneetvelden

Mogelijk verband magnetische velden van

van bovengrondse hoogspanningslijnen

hoogspanningsverbindingen en leukemie bij kinderen

met daarvan afgeleid de Handreiking voor het berekenen van de magneetveldzone Geluid

Wet milieubeheer en

Normen voor toegestane geluidsniveaus bij woningen

circulaireBouwlawaai, Wet geluidhinder, Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht Trillingen

Richtlijn Stichting Bouwresearch

Beoordelingsrichtlijn voor trillingen binnen gevoelige bestemmingen

Luchtkwaliteit

Wet luchtkwaliteit

Grenswaarden voor luchtkwaliteit

De wet- en regelgeving is medebepalend voor de effecten die in beeld gebracht worden en de manier waarop die beoordeeld worden. Voor het thema Leefomgevingskwaliteit worden de effecten op het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse verbinding, het aantal gevoelige bestemmingen dat wordt vrijgespeeld uit de magneetveldzone van een bestaande hoogspanningsverbinding die wordt verwijderd en tijdelijke hinderfactoren in de realisatiefase beschreven en beoordeeld. Er zijn geen significante effecten op de luchtkwaliteit te verwachten.

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 47

8.1.2.

Werkwijze gevoelige bestemmingen

Het milieueffect bestaat uit mogelijk verhoogde gezondheidsrisico's voor kinderen als gevolg van het magneetveld van bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een jaargemiddelde sterkte van 0,4 microtesla of meer. Dit criterium is bepaald naar aanleiding van wetenschappelijk onderzoek dat volgens de Gezondheidsraad een consistente en statistisch significante relatie laat zien tussen het wonen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en een toename van de kans op kinderleukemie. Om dit effect in beeld te brengen is, conform het beleidsadvies van VROM uit 2005, het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van een bovengrondse hoogspanningsverbinding in beeld gebracht. Gevoelige bestemmingen zijn woningen, crèches, scholen en kinderopvangplaatsen. De indicatieve magneetveldzone is gedefinieerd als het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Deze zone wordt ook wel de ‘ontwerp magneetveldzone’ genoemd. Er is ook aangegeven of deze gevoelige bestemmingen al liggen in de magneetveldzone van een bestaande bovengrondse verbinding. Bij het bepalen van het aantal gevoelige bestemmingen is gebruik gemaakt van het beleidsadvies van VROM uit 2005.

Dit is van toepassing op gevallen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij woningen, scholen, crèches of kinderopvangplaatsen in de magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding komen te liggen. Dat kan aan de orde zijn bij het aanleggen van nieuwe hoogspanningsverbindingen, of het wijzigen van bestaande hoogspanningsverbindingen, bijvoorbeeld wanneer de transportcapaciteit wordt opgewaardeerd door het vervangen van de geleiders. Op basis van de Handreiking van het RIVM versie 4.1, waarin de door het RIVM geadviseerde berekeningsmethodiek is beschreven, moet ook rekening worden gehouden met wederzijdse beïnvloeding van magneetveldzones van bovengrondse hoogspanningsverbindingen op elkaar. Het beleidsadvies is niet van toepassing op ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations. In wetenschappelijke onderzoeken is geen statistisch significante relatie geconstateerd tussen het wonen nabij ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations en een toename van de kans op kinderleukemie. De Nederlandse overheid hanteert voor magnetische velden van 50 hertz zoals die voorkomen bij ondergrondse verbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations als uitgangspunt een blootstellingslimiet van 100 microtesla.

De magneetveldsterkten blijven op vrij toegankelijke plaatsen in de buurt van ondergrondse hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstations onder alle omstandigheden hier onder. Hiermee is dit geen relevant en onderscheidend criterium en zijn de effecten van magneetvelden van ondergrondse hoogspanningsverbindingen, opstijgpunten en hoogspanningsstations niet in beeld gebracht. In het MER is het aantal gevoelige bestemmingen met behulp van drie berekende magneetveldzones bepaald, te weten de bestaande zone, de nieuwe zone en zone van gebundelde verbindingen. In figuur 8.1 zijn deze zones weergegeven.

MER Zuid-West 380 kV Oost, p 48

Figuur 8.1 Gevoelige bestemmingen in verschillende magneetveldzones Categorie 1 is de specifieke magneetveldzone van de nieuwe verbinding, categorie 2 is de magneetveldzone van gebundelde verbindingen en categorie 3 is de magneetveldzone van de bestaande verbinding.

Omdat in het MER geen gedetailleerd uitgewerkt tracé met mastlocaties van alle alternatieven en varianten opgenomen is, is het niet mogelijk om specifieke magneetveldzones te berekenen. De effectbeschrijving in het MER is daarom gebaseerd op indicatieve magneetveldzones. Deze worden ook ‘ontwerp magneetveldzones genoemd. Deze zijn ingeschat en weergegeven in tabel 8.2. Tabel 8.2 Indicatieve magneetveldzones van 0,4 microtesla Mast

Uitvoeringsvorm

Indicatieve magneetveldzone

Combi 2x380 – 2x150 kV

Niet gebundelde verbinding

80 m links en 80 m rechts

Gebundelde verbinding

90 m links en 90 m rechts

Niet en wel gebundelde verbinding

60 m links en 60 m rechts

2x380

Er is bij de bepaling van de indicatieve magneetveldzones geen rekening gehouden met wederzijdse beïnvloeding van magneetveldzones van bovengrondse hoogspanningsverbindingen op elkaar. Hiervoor is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd, deze is beschreven in paragraaf 8.5. Om het effect van de nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding op het aantal gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone te kunnen beoordelen zijn klassengrenzen bepaald. De situatie dat er geen gevoelige bestemmingen in de indicatieve magneetveldzone van de nieuwe bovengrondse verbinding liggen is neutraal beoordeeld. Het ontstaan van gevoelige bestemmingen wordt in principe aangemerkt als een negatief milieueffect. Het ontstaan van één tot en met 15 gevoelige bestemmingen wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een aantal van 16 tot en met 30 gevoelige bestemmingen wordt als negatief beoordeeld (- -). Het ontstaan van meer dan 30 gevoelige bestemmingen wordt als zeer negatief beoordeeld (- - -). Tabel 8.3 geeft een overzicht van het beoordelingskader voor gevoelige bestemmingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=87f97353-e407-4704-8844-ef43fe1b1785