Jaarrekening 2020 18-06-2021 Def (getekend vaststellingsbesluit)
Tekst van het document
Onzekerheid eigen bijdrage Wmo Een aanvrager van een voorziening, zoals hulp in de huishouding, ondersteuning of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat het Centraal administratiekantoor (CAK) belast is met de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage. De informatie van het CAK (om privacy redenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. In de kadernota rechtmatigheid 2018 van de commissie BBV geeft de commissie aan dat de wetgever in feite bepaald heeft dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdrage geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeente geen zekerheid omtrent de omvang en de hoogte van de eigen bijdrage kan worden verkregen.
Covid-19 virus Het COVID-19 (Corona) virus heeft financiële gevolgen voor de jaarrekening 2020 en voor veel van onze beleidsterreinen in de begroting 2021 en mogelijk voor de jaren daarna. De financiële impact voor de jaarrekening 2020 is in beeld gebracht in een aparte paragraaf corona opgenomen in het jaarverslag boek 1. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.”
39
Meerjarige inkoopcontracten De gemeente heeft een aantal meerjarige inkoopcontracten, waarvan de lasten doorlopen in de komende jaren. De contractwaarde van de betreffende contracten staan hier onder vermeld. Waarvan doorlopende lasten na 31-12-2020
Looptijd tot
Totale contractwaarde
1. Onderhoud openbaar groen
31-12-21
€ 5.368.000
€ 2.927.000
2. Groot onderhoud asfalt
01-07-21
€ 536.400
€ 536.400
3. Installatietechnisch onderhoud gemeentehuis
31-12-24
€ 564.000
€ 270.500
4. Begrazing bermen
31-12-21
€ 700.000
€ 116.000
5. Onderhoud openbare verlichting
15-10-21
€215.800
€ 117.000
2021
€ 587.000
€ 443.500
31-12-21
€ 188.000
€ 36.000
2021
€ 159.000
€ 62.000
2021
€ 146.000
€ 61.500
14-5-21
€ 1.646.000
€ 1.564.000
€ 10.110.200
€ 6.133.900
Omschrijving contract
6. Invulling Mauritshuis als bezoekerscentrum 7. Onderhoudscontract LEEF 8. Monitoring haven 9. campagne en ondersteuning inkoop energiebesparende producten door inwoners 10. reconstructie Hazeldonkse zandweg incl. brug Totaal
Inkoopcontracten die niet voldoen aan Europese aanbesteding De gemeente heeft in 2020 geen inkoopcontracten die niet voldoen aan Europese aanbesteding, waarvan de lasten doorlopen in de komende jaren.
40
Recapitulatiestaat
Programma / onderdeel
Begroting 2020 voor wijziging
(cijfers x € 1.000)
Baten
Lasten
1. Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk
-10.075
10.703
2. Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk
-2.630
3. Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk
Begroting 2020 na wijziging
Baten
Lasten
627
-10.377
11.815
23.002
20.372
-3.065
-9.555
15.833
6.279
4. Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben
-8.122
36.701
5 Partnerschap in een veranderende samenleving
-5.733
Overige onderdelen: Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vennootschapsbelasting Bedrag onvoorzien Subtotaal overige onderdelen
Saldo
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Baten
Lasten
1.439
-10.333
12.140
1.808
44
325
369
22.871
19.806
-3.710
24.809
21.099
-645
1.938
1.293
-28.775
19.744
-9.031
-28.577
17.469
-11.107
199
-2.275
-2.076
28.579
-14.670
43.723
29.053
-11.944
40.529
28.585
2.726
-3.194
-468
10.705
4.972
-4.044
8.526
4.482
-3.999
7.052
3.054
45
-1.473
-1.428
-70.690 -390 0 0 -71.079
0 12.089 17 0 12.106
-70.690 11.699 17 0 -58.974
-73.208 -390 0 0 -73.598
0 12.760 17 0 12.777
-73.208 12.371 17 0 -60.820
-74.086 -551 0 0 -74.637
0 12.126 8 0 12.135
-74.086 11.575 8 0 -62.502
-878 -161 0 0 -1.039
0 -634 -9 0 -643
-878 -796 -9 0 -1.682
Resultaat voor bestemming
-107.195
109.050
1.856 -134.528
119.456
-15.072 -133.198
114.135
-19.064
1.330
-5.322
-3.992
Mutaties reserves Programma 1 Programma 2 Programma 3 Programma 4 Programma 5 Sub-totaal mutaties reserves
0 -2.116 -168 -793 -123 -3.200
0 1.818 210 0 0 2.028
0 -298 42 -793 -123 -1.172
-349 -2.883 -155 -948 -4.360 -8.695
0 1.887 15.922 0 4.032 21.842
-349 -996 15.767 -948 -328 13.147
-342 -2.762 -554 -800 -4.361 -8.819
0 1.936 16.301 0 4.034 22.271
-342 -826 15.747 -800 -328 13.452
7 121 -399 147 -1 -124
0 49 379 0 2 429
7 170 -20 147 0 305
-110.395
111.078
684 -143.223
141.298
-1.925 -142.018
136.406
-5.612
1.205
-4.892
-3.687
Resultaat na bestemming
Saldo
Realisatie 2020
Saldo
Baten Lasten Saldo
42
Programmarekening
Programma 1 Realisatie 2020
Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk
Begroting 2020 voor wijziging
Begroting 2020 na wijziging
Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten
10.703 -10.075 628
11.815 -10.377 1.439
12.140 -10.333 1.808
325 44 369
628 0 0 628
1.439 0 -349 1.090
1.808 0 -342 1.466
369 0 7 376
(Bedragen x € 1.000) (-/- is voordelig)
Resultaat voor bestemming Storting in reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Het verschil op programma 1 “Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk” tussen het gerealiseerde en begrote resultaat (na bestemming) bedraagt € 376.000 nadelig. Samenvatting verschillen programma 1
Toelichting verschillen programma 1 In onderstaand overzicht is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen, waarbij: - In de kolom V/N is aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft; - In de kolom % de relatieve afwijking ten opzichte van de omvang van het betreffende budget is weergegeven; - De verschillen gemarkeerd met een * geen effect hebben op het uiteindelijke resultaat omdat ze een directe relatie hebben met een afwijking binnen een ander programma of omdat deze uitgaven worden gedekt uit een reserve. Onderwerp Afval
Bedrag 288.000
% 7%
V/N N
Toelichting De kosten en opbrengsten van afval vormen een gesloten exploitatie. Hiervoor is de voorziening tariefegalisatie afvalstoffenheffing ingesteld. Deze voorziening wordt gevoed door een eventueel jaarlijks overschot op de ontvangsten van de afvalstoffenheffing en aan afval gerelateerde producten. Ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2020 is een negatieve afwijking ontstaan van € 288.000. Dit kan niet gedekt worden uit de voorziening omdat daar op dit moment geen middelen in aanwezig zijn. Als gevolg van zogenoemde bijplaatsingen zijn er aanzienlijk meer meldingen (en dus ambtelijke inzet nodig) geweest. Hierdoor zijn er meer kosten toegerekend vanuit de kostenplaatsen (primaire proces) (€ 222.000 N). Daarnaast zijn als gevolg van de coronacrisis meer afvalstromen aangeboden op de milieustraat (€ 55.000 N) en is er een grotere ureninzet vanuit de gemeente Breda nodig geweest voor de inzameling (€ 60.000 N). Tot slot vallen de opbrengsten vanuit de reinigingsrechten en afvalstoffenheffing ca. 1% lager uit dan begroot (€ 51.000 N). Daar staat tegenover dat er lagere onderhoudsuitgaven zijn geweest doordat er eind 2019 nog een grote schoonmaakronde had plaatsgevonden, waardoor dit in 2020 niet nodig is geweest (€ 100.000 V). 44
Onderwerp Riolering (*)
Bedrag 119.000
% 4%
V/N N
Toelichting De kosten en opbrengsten van riolering vormen een gesloten exploitatie. Afhankelijk van de werkelijke baten en lasten binnen het onderdeel riolering wordt het exploitatieresultaat gestort in dan wel onttrokken aan de voorziening riolering. De storting in de voorziening riolering valt € 106.000 hoger uit dan was geraamd bij de 2e bestuursrapportage 2020. Dit komt voornamelijk door diverse voordelen die binnen dit budget zijn ontstaan. Er is een eenmalige extra vergoeding ontvangen (€ 100.000 V) van een ontwikkelaar, voor eventueel toekomstig onderhoud aan de riolering van Bosselaar Zuid (omdat het riool niet is aangelegd zoals aan de voorkant was besproken). Daarnaast waren er minder toe te rekenen kosten m.b.t. overhead en btw (€ 119.000 V) en waren er diverse andere kleine afwijkingen (€ 47.000 V). Daar staat tegenover dat er aan het onderhoud van de vrijvervalriolering meer is uitgegeven dan begroot (€ 160.000 N). Door personele capaciteitsproblemen (als gevolg van ziekte) is het onderhoudsbudget in de 2e bestuursrapportage 2020 verlaagd. Uiteindelijk is al het ingeplande onderhoud toch volbracht door de eigen formatie, die gelukkig eerder weer op orde was dan verwacht.
Energiemaatregelen
-
-
-
OMWB
192.000
12%
V
Duurzaamheid
72.000
31%
V
Kostentoerekening medewerkers primaire proces (deels*)
303.000
113%
N
Overig Totaal
70.000 376.000
4%
V N
Hoewel de riolering een gesloten exploitatie vormt, ontstaat binnen programma 1 per saldo een nadeel van € 119.000. De toe te rekenen kosten (overhead en btw) vallen namelijk niet binnen programma 1. Als gevolg van de coronacrisis is de uitvoeringstermijn van de Regeling Reductie Energieverbruik door het Rijk verlengd en zijn de activiteiten deels doorgeschoven naar 2021. In 2020 vallen hierdoor zowel de kosten als opbrengsten (rijksbijdrage) € 305.000 lager uit dan begroot. De bijdrage aan de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) valt lager uit dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door het niet uitvoeren van nietbasistaken VTH door de OMWB (-23%). Daarnaast heeft er een onderschrijding plaatsgevonden van niet uitgevoerde adviestaken (-33%). Als gemeente hebben we minder adviesopdrachten bij de OMWB uitgezet. Dit is met name ook veroorzaakt door de coronacrisis. Daarnaast zijn binnen dit budget € 24.000 aan dwangsommen ontvangen die niet waren begroot. De subsidieregeling voor de omwonenden van windpark Oud-Dintel heeft een looptijd tot september 2021. In 2020 zijn in dit kader € 31.000 aan uitgaven gedaan. Het restantbudget (€ 28.000 V) wordt naar verwachting in 2021 als subsidie uitgegeven.
Daarnaast is een eenmalige rijksbijdrage voor het opstellen van de Transitievisie Warmte ontvangen (€ 21.000 V) en zijn er diverse kleinere voordelen binnen dit budget ontstaan (€ 23.000 V). De (personeel)kosten van de primaire afdelingen worden op basis van de urenbesteding van medewerkers doorbelast aan de verschillende programma's. In principe heeft deze toerekening geen effect op het resultaat (de kosten worden alleen verdeeld over de diverse programma's). De relatief grote verschillen per programma zijn echter wel aanleiding geweest om de werkwijze vanaf 2021 te herzien, waardoor dergelijke verschuivingen tussen de programma’s in de toekomst worden beperkt. Diverse kleinere verschillen (< € 40.000).
Structurele reservemutaties programma 1 In principe geldt dat reservemutaties incidenteel van aard zijn (met reserves kunnen geen structurele lasten worden gedekt). Uitzonderingen hierop vormen reserves die zijn ingesteld ter dekking van kapitaallasten, waarmee de dekking van de kapitaallasten structureel is geregeld. Hieronder zijn de (in 2020 gedane) structurele reservemutaties opgenomen. Structurele stortingen in de reserve Niet van toepassing.
Bedrag -
Structurele onttrekkingen aan de reserve Niet van toepassing.
Bedrag -
45
Programma 2 Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk
Realisatie 2020
Begroting 2020 voor wijziging
Begroting 2020 na wijziging
Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten
23.002 -2.630 20.372
22.871 -3.065 19.806
24.809 -3.710 21.099
1.938 -645 1.293
Resultaat voor bestemming Storting in reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming
20.372 1.818 -2.116 20.074
19.806 1.887 -2.883 18.810
21.099 1.936 -2.762 20.273
1.293 49 121 1.463
(Bedragen x € 1.000) (-/- is voordelig)
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Het verschil op programma 2 “Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk” tussen het gerealiseerde en begrote resultaat (na bestemming) bedraagt € 1.463.000 nadelig. Samenvatting verschillen programma 2
Toelichting verschillen programma 2 In onderstaand overzicht is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen, waarbij: - In de kolom V/N is aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft; - In de kolom % de relatieve afwijking ten opzichte van de omvang van het betreffende budget is weergegeven; - De verschillen gemarkeerd met een * geen effect hebben op het uiteindelijke resultaat omdat ze een directe relatie hebben met een afwijking binnen een ander programma of omdat deze uitgaven worden gedekt uit een reserve. Onderwerp Opsporing en opruiming explosieven (*)
Wegbeheer
Bedrag 638.000
% -
V/N N
472.000
24%
N
Toelichting In 2020 zijn kosten gemaakt i.v.m. het opsporen en ruimen van conventionele explosieven. Op grond van de zogenoemde Bommenregeling kunnen gemeenten daar een bijdrage vanuit het Rijk voor ontvangen. Deze opbrengst maakt onderdeel uit van de algemene uitkering en is verantwoord binnen programma 5 (tegenover het nadeel binnen dit programma staat dus een voordeel binnen programma 5). In de gemeente Moerdijk hebben we te maken met achterstallig onderhoud van de wegen. Na de vorst periode in 2020 is het niveau van de wegen dermate verslechterd dat er sprake is van een onveilig situatie. Hierdoor moet er acuut worden ingegrepen om tot het gewenste “veilige” niveau terug 46
Onderwerp
Bedrag
%
V/N
Openbare verlichting
58.000
21%
V
Straatreiniging
64.000
16%
N
Bruggen en objecten openbare ruimte
140.000
42%
V
Groenbeheer
54.000
3%
N
Ruimtelijke ordening
134.000
58%
V
Volkshuisvesting (deels*)
54.000
123%
V
Gemeentelijke eigendommen (deels*)
130.000
55%
V
Bouw- en woningtoezicht
51.000
55%
N
Grondverkopen
317.000
264%
V
Toelichting te komen. Doordat het niveau van de wegen naar “onveilig” is geschaald, zijn er ook per direct middelen nodig in de voorziening om de wegen naar een gewenst veilig niveau te brengen. In 2020 is hierdoor een extra storting benodigd geweest in de voorziening wegbeheer (€ 400.000 N). Daarnaast ontstaat binnen dit budget een nadeel doordat er minder uren aan investeringskredieten zijn toegerekend dan begroot. Vanuit de wetgeving (BBV-voorschriften) is het verplicht om interne uren toe te rekenen aan investeringskredieten. Aan het onderhoud van de openbare verlichting is minder uitgegeven dan begroot (€ 40.000 V). Dit komt echter deels doordat de aannemer nog niet alles had gefactureerd, waardoor in 2021 nog € 22.000 wordt gefactureerd. Daarnaast zijn er in 2020 minder grote defecten geweest en zijn er diverse kleinere voordelen ontstaan binnen dit budget (€ 18.000 V). Straatreiniging maakt onderdeel uit van het Groenplusbestek. Hierbij zijn wegafzettingen (benodigd om straatreiniging uit te voeren) abusievelijk niet opgenomen in het bestek. Niet alle inspecties zijn in 2020 uitgevoerd (€ 118.000 V). Daarnaast is vanwege de doorlooptijd (aanbesteding, vergunningprocedure) niet al het geplande onderhoud in 2020 uitgevoerd (€ 86.000 V). Voor de verdere uitvoering wordt voorgesteld om het resterende budget in 2021 opnieuw beschikbaar te stellen.
Tot slot zijn er binnen dit budget diverse kleinere verschillen ontstaan (€ 64.000 N). Om de veiligheid van de omgeving te kunnen waarborgen zijn in 2020 diverse werkzaamheden uitgevoerd die niet waren voorzien. Dit betrof de aanpak ziektebestrijding Essentaksterfte en Roetschorsziekte. Daarnaast zijn er werkzaamheden uitgevoerd op het gebied van achterstallig snoeionderhoud en het plaatsen van takankers. Ook is gebleken dat de gemeente meer bomen in eigendom heeft dan waarmee bij aanvang van het bestek is gerekend. Gemaakte plankosten worden doorbelast aan initiatiefnemers. Er zijn meer inkomsten gerealiseerd dan begroot (€101.000 V). Doordat het niet mogelijk is om aan de voorkant volledig te voorzien welke aanvragen door initiatiefnemers worden ingediend, was deze opbrengst niet begroot. Daarnaast is een voordeel ontstaan doordat er om diverse redenen minder uitgaven zijn gedaan voor de actualisatie van de bestemmingsplannen (€ 33.000 V). De uitvoering van het woningbehoefteonderzoek is uitgesteld omdat de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose later is opgeleverd. Het onderzoek is in de afrondende fase. Voor de verdere afronding wordt voorgesteld om het resterende budget (€ 32.000 V) in 2021 opnieuw beschikbaar te stellen. Deze uitgaven worden gedekt uit de algemene reserve. Daarnaast zijn binnen dit budget diverse kleinere voordelen ontstaan (€ 21.000 V).
De inspectiekosten voor het gemeentelijk vastgoed vallen lager uit dan begroot. Dit komt enerzijds doordat het beschikbaar gestelde budget t.b.v. asbestinspecties nog niet volledig is besteed. Door de gemeenteraad is daar € 70.000 voor beschikbaar gesteld vanuit de algemene reserve. Het resterende budget (€ 52.000) is in 2021 nodig om de saneringen uit te kunnen voeren. Daarnaast zijn de inspectiekosten m.b.t. de brandveiligheid lager uitgevallen (door verkoop van gebouwen en omdat het gemeentehuis reeds geïnspecteerd was) en hebben er in 2020 geen reguliere inspecties plaats gevonden. In 2020 is een in 2019 opgelegde dwangsom ingetrokken (15.000 N). Daarnaast zijn externe advieskosten voor o.a. archeologische onderzoeken en welstand hoger uitgevallen (30.000 N). Het restantverschil (€ 6.000 N) betreft een upgrade van het softwarepakket LEEF. De opbrengsten zijn fors groter dan verwacht bij de 2e bestuursrapportage 2020. Dit komt voornamelijk door een incidentele grondverkoop van € 229.000 nabij de Bovenkade in Willemstad. Daarnaast zijn er in het afgelopen jaar meer aanvragen binnengekomen voor de aankoop van strookjes gemeentegrond/snippergroen. Dit komt waarschijnlijk ook doordat de gemeente gelijktijdig bezig is geweest met het legaliseren van grondgebruik en dat andere bewoners hierdoor ook een aanvraag tot koop hebben ingediend.
47
Onderwerp Meerjarige uitgaven van incidentele aard (deels*)
Bedrag 151.000
% 25%
V/N N
Kostentoerekening medewerkers primaire proces (deels*)
689.000
13%
N
Reservemutaties
170.000
6%
N
Overig Totaal
7.000 1.463.000
0,1%
N N
Toelichting Er zijn diverse projecten die een meerjarig karakter hebben, maar die op basis van wetgeving niet meerjarig afgeschreven mogen worden. Alle uitgaven die in 2020 op deze ''meerjarige uitgaven van incidentele aard'' zijn gedaan worden daarom ten laste van de exploitatie 2020 gebracht. In veel gevallen worden deze uitgaven gedekt uit de reserve (hieronder aangeduid met *). In de 2e bestuursrapportage 2020 is een inschatting gemaakt van deze uitgaven en de daarmee corresponderende onttrekking. De gevallen waarbij sprake is van een afwijking van deze inschatting volgen hieronder: - € 82.000 N: Project Snippergroen - € 43.000 V*: Project 181- Voorbereidingskrediet randweg Klundert - € 44.000 N*: Project 186- Implementatie omgevingswet - € 68.000 N (deels*): Diverse kleinere verschillen. De (personeel)kosten van de primaire afdelingen worden op basis van de urenbesteding van medewerkers doorbelast aan de verschillende programma's. In principe heeft deze toerekening geen effect op het resultaat (de kosten worden alleen verdeeld over de diverse programma's). De relatief grote verschillen per programma zijn echter wel aanleiding geweest om de werkwijze vanaf 2021 te herzien, waardoor dergelijke verschuivingen tussen de programma’s in de toekomst worden beperkt. Er is per saldo € 170.000 minder uit de reserves onttrokken dan begroot.
Dit komt voornamelijk doordat diverse uitgaven die uit de algemene reserve worden gedekt in 2020 niet volledig zijn besteed. Dit betreft beschikbaar gesteld budget t.b.v. het woningbehoefteonderzoek, asbestinventarisatie bij het gemeentelijk vastgoed en een stappenplan naar een klimaat neutrale vastgoed portefeuille. Diverse kleinere verschillen (< € 40.000).
Structurele reservemutaties programma 2 In principe geldt dat reservemutaties incidenteel van aard zijn (met reserves kunnen geen structurele lasten worden gedekt). Uitzonderingen hierop vormen reserves die zijn ingesteld ter dekking van kapitaallasten, waarmee de dekking van de kapitaallasten structureel is geregeld. Hieronder zijn de (in 2020 gedane) structurele reservemutaties opgenomen. Structurele stortingen in de reserve Niet van toepassing.
Bedrag -
Structurele onttrekkingen aan de reserve Maatschappelijk nut (dekking afschrijvingslasten diverse kredieten) (S) Investeringen bruto methode (dekking afschrijvingslasten):: - Zwembaden (S) - Brandweerkazerne industrieterrein (S) -Sportcomplex Klundert (S)
Bedrag 91.000 20.900 94.600 78.000
48
Programma 3 Realisatie 2020
Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk
Begroting 2020 voor wijziging
Begroting 2020 na wijziging
Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten
15.833 -9.753 6.080
19.744 -28.835 -9.091
17.469 -28.636 -11.166
-2.275 199 -2.075
Resultaat voor bestemming Storting in reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming
6.080 210 -168 6.122
-9.091 15.922 -155 6.676
-11.166 16.301 -554 4.581
-2.075 379 -399 -2.095
(Bedragen x € 1.000) (-/- is voordelig)
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Het verschil op programma 3 “Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk” tussen het gerealiseerde en begrote resultaat (na bestemming) bedraagt € 2.095.000 voordelig. Samenvatting verschillen programma 3
Toelichting verschillen programma 3 In onderstaand overzicht is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen, waarbij: - In de kolom V/N is aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft; - In de kolom % de relatieve afwijking ten opzichte van de omvang van het betreffende budget is weergegeven; - De verschillen gemarkeerd met een * geen effect hebben op het uiteindelijke resultaat omdat ze een directe relatie hebben met een afwijking binnen een ander programma of omdat deze uitgaven worden gedekt uit een reserve. Onderwerp Moerdijk marketing
Sociale werkvoorziening
Bedrag 40.000
% 82%
V/N V
138.000
4%
V
Toelichting Als gevolg van de coronacrisis zijn de meeste evenementen in 2020 niet doorgegaan. Alleen de lichtjesoptocht Standdaarbuiten (voor de corona uitbraak) en de Vestingloop (in een periode dat er versoepelingen waren) hebben gebruik gemaakt van het beschikbare budget. Tevens is besloten geen marketing activiteiten uit te voeren waarbij mensen opgeroepen werden naar Moerdijk te komen. De jaarrekening 2020 van de WVS sloot positiever af dan vooraf verwacht. Dit leidt tot een positieve afrekening met de deelnemende gemeenten. Het overschot is te verklaren door het feit dat de WVS minder beroep heeft hoeven doen op de extra bijdragen van de gemeenten door hogere rijksinkomsten en compensatie in het kader van corona.
49
Onderwerp Wet inburgering
Bedrag 133.000
% 80%
V/N V
Re-integratie
211.000
32%
V
Monumenten
50.000
63%
V
Grondexploitaties
682.000
29%
V
Toelichting Aan de invoering van de nieuwe Wet inburgering is minder uitgegeven dan begroot. De lagere uitgaven zijn deels het gevolg van het uitstel van de invoering van de wet naar 1-1-2022. Daarnaast is minder uitgegeven omdat geplande activiteiten stil kwamen te liggen door corona gerelateerde beperkingen. Voorgesteld wordt om het resterende budget (€ 133.000) in 2021 opnieuw beschikbaar te stellen. Als gevolg van corona heeft het Werkplein minder inzet kunnen plegen op de re-integratie. Dit is een regionale en landelijke trend. Daarnaast is dit budget in de 2e bestuursrapportage 2020 incidenteel verhoogd op basis van de septembercirculaire 2020. Dit omdat we een hogere uitkering vanuit het Rijk ontvangen voor het beschut werken wat onderdeel is van re-integratie. Vanwege personele capaciteit zijn de inspecties t.b.v. de monumentale gebouwen niet uitgevoerd zoals gepland (€ 25.000 V). Om dit alsnog uit te kunnen voeren wordt voorgesteld om dit budget in 2021 opnieuw beschikbaar te stellen. Daarnaast is vanuit het Rijk subsidie ontvangen voor de instandhouding van rijksmonumenten. Omdat het overgrote deel van het werk hiervoor in 2021 plaats vindt en niet duidelijk was hoeveel werk er voor deze subsidie in 2020 gedaan zou worden was deze opbrengst niet begroot (€ 28.000 V). Tot slot zijn er binnen dit budget diverse kleinere verschillen ontstaan (€ 3.000 N).
Diverse ontwikkelingen binnen de grondexploitaties resulteren in een voordelig saldo van € 682.000. Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen kort toegelicht. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. Winstnemingen (€ 792.000 V) Indien voldoende zekerheid bestaat over het (verwachte) resultaat van een grondexploitatie moet op basis van de wettelijk verplichte 'POC-methode' tussentijds winst worden genomen. Bij de grondexploitaties Waterwijk Fijnaart West (€ 523.000 V) en Vlinderbuurt (€ 269.000 V) heeft als gevolg hiervan een tussentijdse winstneming plaatsgevonden.
Grondbedrijf*
21.000
-
N
Kostentoerekening medewerkers primaire proces (deels*)
712.000
38%
V
150.000 2.095.000
5%
V V
Overig Totaal
Tankstation Standdaarbuiten (€ 97.000 N) Het tankstation is gerealiseerd en dit project wordt in 2021 geëvalueerd en afgesloten. Omdat er in de begroting nog vanuit werd gegaan dat dit project in 2020 werd afgesloten, ontstaat een nadeel in 2020 (het positieve resultaat van € 97.000 wordt niet in 2020, maar in 2021 gerealiseerd). De aankoopprijs van een perceel grond aan den Bels te Moerdijk was hoger dan de getaxeerde waarde (€ 400.000 N). Dit nadeel wordt gedekt uit de reserve strategische verwervingen. In 2021 wordt dit tevens gecompenseerd door de (van de Provincie) ontvangen gelden voor Logistiek Park Moerdijk. Daarnaast zijn in 2020 in totaal € 589.000 aan bijdragen ontvangen van derden. Dit is € 379.000 meer dan was begroot, doordat bijdragen eerder zijn geïnd dan begroot (betreft dus een verschuiving in jaren). Deze bijdragen zijn gestort in de reserves bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkeling. De (personeel)kosten van de primaire afdelingen worden op basis van de urenbesteding van medewerkers doorbelast aan de verschillende programma's. In principe heeft deze toerekening geen effect op het resultaat (de kosten worden alleen verdeeld over de diverse programma's).
De relatief grote verschillen per programma zijn echter wel aanleiding geweest om de werkwijze vanaf 2021 te herzien, waardoor dergelijke verschuivingen tussen de programma’s in de toekomst worden beperkt. Diverse kleinere verschillen (< € 40.000).
Structurele reservemutaties programma 3 In principe geldt dat reservemutaties incidenteel van aard zijn (met reserves kunnen geen structurele lasten worden gedekt). Uitzonderingen hierop vormen reserves die zijn ingesteld ter dekking van kapitaallasten, waarmee de dekking van de kapitaallasten structureel is geregeld. Hieronder zijn de (in 2020 gedane) structurele reservemutaties opgenomen. Structurele stortingen in de reserve Niet van toepassing.
Bedrag -
Structurele onttrekkingen aan de reserve Investeringen bruto methode m.b.t. restauratie Fort Sabina (dekking afschrijvingslasten)
Bedrag 20.000 50
Programma 4 Realisatie 2020
Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben
Begroting 2020 voor wijziging
Begroting 2020 na wijziging
Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten
36.701 -8.122 28.579
43.723 -14.670 29.053
40.529 -11.944 28.585
-3.194 2.726 -468
Resultaat voor bestemming Storting in reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming
28.579 0 -793 27.786
29.053 0 -948 28.106
28.585 0 -800 27.785
-468 0 147 -320
(Bedragen x € 1.000) (-/- is voordelig)
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Het verschil op programma 4 “Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben” tussen het gerealiseerde en begrote resultaat (na bestemming) bedraagt € 320.000 voordelig. Samenvatting verschillen programma 4
Toelichting verschillen programma 4 In onderstaand overzicht is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen, waarbij: - In de kolom V/N is aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft; - In de kolom % de relatieve afwijking ten opzichte van de omvang van het betreffende budget is weergegeven; - De verschillen gemarkeerd met een * geen effect hebben op het uiteindelijke resultaat omdat ze een directe relatie hebben met een afwijking binnen een ander programma of omdat deze uitgaven worden gedekt uit een reserve. Onderwerp Leerlingenvervoer Bestrijding onderwijsachterstand
Bedrag 105.000
% 10%
V/N V
-
0%
-
Bijstandsverlening en inkomensvoorziening
278.000
2%
V
Toelichting Als gevolg van de coronacrisis is er minder leerlingenvervoer geweest doordat scholen bepaalde perioden dicht zijn geweest. Gemeenten ontvangen vanuit het Rijk middelen voor onderwijsachterstanden beleid. Doordat de uitbreiding van het aantal uren later is ingevoerd dan beoogd (namelijk augustus 2020) en het feit dat de inzet van de HBO coach pas verplicht is vanaf 2022, is in 2020 € 130.000 minder uitgegeven dan begroot. Doordat de rijksbijdrage afgestemd wordt op de werkelijke kosten, schuiven ook de opbrengsten door. De ontvangen Buig-uitkering is € 550.000 hoger dan geraamd (tussentijds stelt het Rijk deze uitkering bij o.b.v. ontwikkelingen). Hier tegenover staat dat er als gevolg van corona meer uitkeringen zijn verstrekt ( € 272.000 N). Uit de jaarstukken van het Werkplein blijkt dat dit ook geldt voor andere regiogemeenten.
51
Onderwerp Wmo begeleiding
Bedrag 123.000
% 4%
V/N N
Wmo opvang en beschermd wonen
110.000
23%
V
Regionale uitvoeringskosten jeugd (deels*)
154.000
72%
N
Centrum jeugd en gezin (deels*)
77.000
6%
V
PGB jeugd
61.000
19%
V
Jeugd. Individuele voorzieningen
108.000
1%
V
Jeugdgezondheidszorg Accommodatie beleid
49.000
5%
V
47.000
94%
V
Gemeenschap shuizen
49.000
6%
N
Kostentoerekening medewerkers primaire proces (deels*)
266.000
11%
N
Reservemutaties
147.000
16%
N
Overig Totaal
225.000 320.000
2%
V V
Toelichting De begrote uitgaven waren gebaseerd op 414 actieve voorzieningen (ondersteuning). Doordat er na augustus 2020 een (verdere) groei is opgetreden naar 460 actieve voorzieningen, zijn er uiteindelijk meer uitgaven dan begroot. Daarnaast is er € 29.000 betaald aan een zorgaanbieder vanwege inkomstenderving als gevolg van de coronacrisis (landelijke verplichting). In de septembercirculaire 2020 zijn vanuit het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld voor vrouwenopvang / huiselijk geweld. Door het zo laat beschikbaar komen van deze middelen konden deze door Veilig Thuis in 2020 niet volledig worden besteed. Veilig Thuis heeft deze middelen (€ 94.000 V) daarom terug gestort naar de deelnemende gemeenten. Daarnaast zijn binnen dit budget diverse kleinere voordelen ontstaan (€ 16.000 V). Het Rijk heeft middelen beschikbaar gesteld ter compensatie van de Wmo- en Jeugdzorgaanbieders voor de extra kosten die zij hebben moeten maken door corona. De vanuit het Rijk ontvangen compensatiemiddelen zijn een op een overgemaakt naar de gemeente Roosendaal (zij geven namens de regio uitvoering aan de regeling). Het nadeel wat hierdoor binnen dit budget ontstaat (€ 107.000 N), wordt gecompenseerd door een voordeel binnen de algemene uitkering (programma 5). Daarnaast zijn andere regionaal opgepakte onderwerpen (o.a. kernteam Juzt i.v.m.
het faillissement van Juzt) duurder uitgevallen dan begroot (€ 47.000 N). Een deel van de inhuurkosten van jeugdprofessionals vanuit Spring, zijn toegerekend aan het personeelsbudget van het team Jeugd (per saldo heeft dit dus geen effect op het resultaat). Dit betreffen kosten voor ondersteunende taken die in mindere mate betrekking hebben op het primaire proces. Verder is er een kleine positieve afrekening op de totale inzet vanuit Spring. Het nieuwe beleidskader PGB heeft zowel inhoudelijk als financieel een positief effect laten zien. Er is actief gestuurd op toeleiding van zorgvragen naar NVTZ of WLZ, waardoor er minder PGB’s zijn gerealiseerd dan voorgaande jaren. Door corona zagen we in het eerste half jaar van 2020 een grote afname in het aantal aanmeldingen en toekenningen voor jeugdhulp. Dit is in de tweede helft van 2020 gelijk getrokken. Er waren wel beduidend minder én minder hoog complexe indicaties. We zien een verschuiving in kosten naar preventie, voorveld en begeleiding door jeugdprofessionals. Wel zien we een stijging in het aantal jeugdzorgplustrajecten (gesloten jeugdzorg). Het aantal gesloten jeugdzorgopnames op basis van een rechterlijke uitspraak was in 2020 vier in plaats van gemiddeld één. Kosten daarvan zijn hoog. Het uiteindelijke positieve resultaat blijft daardoor relatief beperkt. De bijdrage aan TWB valt lager uit dan begroot.
Verder zijn voor een aantal activiteiten de kosten nog niet in rekening gebracht. In 2020 zijn nog geen uitgaven gedaan voor de uitvoering van verkennende haalbaarheidsonderzoeken t.b.v. sportaccommodatie De Borgh. Mede in verband met corona was er minder interne capaciteit beschikbaar en waren er beperktere overlegmogelijkheden met belanghebbenden. Voorgesteld wordt om dit budget in 2021 (opnieuw) beschikbaar te stellen. De exploitatiebijdrage aan ’t Trefpunt (Zevenbergen) wordt vastgesteld op basis van het jaarlijkse resultaat. Vanwege de coronacrisis is voor 2020 een groter tekort verwacht, waardoor de bijdrage hoger uitvalt dan begroot (€ 25.000 N). Daarnaast ontstaat bij MFC de Parel (Fijnaart) door een optelling van diverse oorzaken (hogere exploitatiebijdrage, lagere huuropbrengsten en meer onderhoud) per saldo een nadeel (€ 24.000 N). De (personeel)kosten van de primaire afdelingen worden op basis van de urenbesteding van medewerkers doorbelast aan de verschillende programma's. In principe heeft deze toerekening geen effect op het resultaat (de kosten worden alleen verdeeld over de diverse programma's). De relatief grote verschillen per programma zijn echter wel aanleiding geweest om de werkwijze vanaf 2021 te herzien, waardoor dergelijke verschuivingen tussen de programma’s in de toekomst worden beperkt.
Er is per saldo € 147.000 minder uit de reserves onttrokken dan begroot. Dit heeft voornamelijk betrekking op de reserve sociaal domein. In de raadsvergadering van 18 april 2019 zijn vanuit de reserve sociaal domein voor 2019 en 2020 middelen beschikbaar gesteld voor de uitbreiding en verbreding van taken binnen het sociaal domein en een nieuwe werkwijze ten behoeve van vroegtijdige ondersteuning en kostenreductie. In 2020 zijn minder uitgaven uit de reserve gedekt (onttrokken) dan begroot. Diverse kleinere verschillen (< € 40.000).
52
Structurele reservemutaties programma 4 In principe geldt dat reservemutaties incidenteel van aard zijn (met reserves kunnen geen structurele lasten worden gedekt). Uitzonderingen hierop vormen reserves die zijn ingesteld ter dekking van kapitaallasten, waarmee de dekking van de kapitaallasten structureel is geregeld. Hieronder zijn de (in 2020 gedane) structurele reservemutaties opgenomen. Structurele stortingen in de reserve Niet van toepassing.
Bedrag -
Structurele onttrekkingen aan de reserve Investeringen bruto methode m.b.t. MFC Fijnaart (dekking afschrijvingslasten)
Bedrag 87.700
53
Programma 5 Realisatie 2020
Partnerschap in een veranderende samenleving
Begroting 2020 voor wijziging
Begroting 2020 na wijziging
Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten
22.811 -76.614 -53.803
21.303 -77.582 -56.279
19.187 -78.577 -59.390
-2.116 -995 -3.111
Resultaat voor bestemming Storting in reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming
-53.803 0 -123 -53.926
-56.279 4.032 -4.360 -56.606
-59.390 4.034 -4.361 -59.717
-3.111 2 -1 -3.111
(Bedragen x € 1.000) (-/- is voordelig)
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Het verschil op programma 5 “Partnerschap in een veranderende samenleving” tussen het gerealiseerde en begrote resultaat (na bestemming) bedraagt € 3.423.000 voordelig. Samenvatting verschillen programma 5
Toelichting verschillen programma 5 In onderstaand overzicht is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen, waarbij: - In de kolom V/N is aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft; - In de kolom % de relatieve afwijking ten opzichte van de omvang van het betreffende budget is weergegeven; - De verschillen gemarkeerd met een * geen effect hebben op het uiteindelijke resultaat omdat ze een directe relatie hebben met een afwijking binnen een ander programma of omdat deze uitgaven worden gedekt uit een reserve. Onderwerp Pensioenvoor ziening (ex) wethouders P-budget (deels *)
Bedrag 111.000
% 222%
V/N N
482.000
3%
V
Toelichting Vanwege een verdere verlaging (van ruim 70 procent) van de rekenrente, is er een aanvullende storting in de voorziening pensioen wethouders nodig gebleken. In de begroting 2021 is de jaarlijkse reguliere storting daarom verhoogd van € 50.000 naar € 100.000. Binnen het personeelsbudget ontstaat ten opzichte van de inschatting bij de 2e bestuursrapportage 2020 een voordeel van € 347.000. In de beleidstekst van programma 5 is dit nader toegelicht. Het totale overschot binnen het personeelsbudget komt niet exact overeen met het voordeel wat uiteindelijk binnen programma 5 ontstaat. De personeelskosten van het primaire proces worden namelijk toegerekend aan de verschillende programma's (zie onderdeel 'kostentoerekening medewerkers primaire proces'). 54
Onderwerp Raad(s)commissies
Bedrag 57.000
% 13%
V/N V
Directieteam
161.000
56%
V
Gemeentehuis
44.000
4%
V
Telecomvoorzieningen Publieksvoorlichting openbare ruimte Datagedreven werken
39.000
58%
V
40.000
100%
V
50.000
50%
V
Algemene uitkering gemeentefond s (deels*)
1.057.000
2%
V
Stelpost taakmutaties algemene uitkering
673.000
100%
V
Dubieuze debiteuren
152.000
-
N
OZB
171.000
1%
N
Kostentoereke ning medewerkers primaire proces (deels*)
840.000
30%
V
102.000 3.111.000
1%
V V
Overig Totaal
Toelichting Er zijn minder uitgaven gedaan als gevolg van lagere salariskosten, het niet gebruiken van het opleidingsbudget, minder presentiegelden en het feit dat er in 2020 geen excursie heeft plaatsgevonden. De activiteiten in het kader van het vernieuwen van het werkplekconcept hebben vanwege de coronacrisis een groot deel van het jaar stilgelegen. Voorgesteld wordt om het restant budget van € 80.000 in 2021 opnieuw beschikbaar te stellen ten behoeve van training en verandermanagement om de medewerkers van de gemeente Moerdijk een goede start te laten maken met de nieuwe werkwijze (conform raadsbesluit gemeentehuis nieuwe stijl 2e fase). Daarnaast hebben vanwege de coronamaatregelen in- en externe opleidingen een groot deel van het jaar stilgelegen (€ 41.000 V) en hebben we mede als gevolg van de coronacrisis minder onderzoeken kunnen uitvoeren (€ 30.000 V) en minder externe adviseurs ingeschakeld (€ 10.000 V). Als gevolg van de coronacrisis is er in 2020 aanzienlijk minder vanuit kantoor gewerkt. De verbruikskosten (koffie en theevoorziening, kleine inventaris, etc.) vallen daardoor lager uit dan begroot. Als gevolg van het afsluiten van een nieuw contract zijn de kosten sterk gedaald. Vanwege krapte in de formatie hebben we de aanbesteding pas in de tweede helft van 2020 kunnen doorlopen, waardoor er in 2020 nog geen uitgaven zijn gedaan.
Voorgesteld wordt om dit budget in 2021 opnieuw beschikbaar te stellen. De vanaf september 2020 geplande activiteiten waren vooral gericht op het vergroten van de bewustwording. Als gevolg van de coronamaatregelen zijn de plannen niet of anders uitgevoerd, met als gevolg lagere kosten. Ter compensatie van gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven, kunnen gemeenten een bijdrage vanuit het Rijk ontvangen. Door de gemeenteraad is voor het jaar 2020 een aanvraag van € 640.000 ingediend voor de suppletie-uitkering Bommenregeling. De hiervoor gemaakte kosten zijn grotendeels verantwoord binnen programma 2. Verder zijn er wijzigingen op basis van de decembercirculaire 2020 (waaronder een aanvullend toegekende coronacompensatie van € 108.000) en is er een voordeel van € 150.000 ontstaan als gevolg van bijstellingen van de algemene uitkering over de jaren 2018 en 2019 (die eind 2020 zijn afgerekend). Voor de in de mei- en septembercirculaire 2020 toegekende coronamiddelen waar nog geen concrete uitgaven tegenover stonden, is een stelpost opgenomen. Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat zal worden voorgesteld om dit bedrag, vermeerderd met de toegekende middelen in december, grotendeels (€ 600.000) opnieuw beschikbaar te stellen in 2021.
De voorziening dubieuze debiteuren wordt gevormd op basis van de inschatting van de oninbaarheid van openstaande debiteuren. Op basis van een geactualiseerde opgave vanuit de BWB is een aanvullende storting nodig geweest in de voorziening. In de oorspronkelijke begroting is uitgegaan van een waardevermeerdering van de niet-woningen van € 100 miljoen. Door verminderde nieuwbouw bedroeg de waardevermeerdering in 2020 echter slechts € 10 miljoen. In de 2e bestuursrapportage 2020 is daarom de geraamde OZB opbrengst verlaagd met € 332.000. Het blijkt nu dat dit te weinig is (de opbrengst is nog lager uitgevallen). Het effect voor 2021 zal verwerkt worden in de 1e bestuursrapportage 2021. De (personeel)kosten van de primaire afdelingen worden op basis van de urenbesteding van medewerkers doorbelast aan de verschillende programma's. In principe heeft deze toerekening geen effect op het resultaat (de kosten worden alleen verdeeld over de diverse programma's). De relatief grote verschillen per programma zijn echter wel aanleiding geweest om de werkwijze vanaf 2021 te herzien, waardoor dergelijke verschuivingen tussen de programma’s in de toekomst worden beperkt. Diverse kleinere verschillen (< € 40.000).
55
Structurele reservemutaties programma 5 In principe geldt dat reservemutaties incidenteel van aard zijn (met reserves kunnen geen structurele lasten worden gedekt). Uitzonderingen hierop vormen reserves die zijn ingesteld ter dekking van kapitaallasten, waarmee de dekking van de kapitaallasten structureel is geregeld. Hieronder zijn de (in 2020 gedane) structurele reservemutaties opgenomen. Structurele stortingen in de reserve Niet van toepassing.
Bedrag -
Structurele onttrekkingen aan de reserve Investeringen bruto methode m.b.t. aanpassing gemeentehuis (dekking afschrijvingslasten)
Bedrag 33.300
56
Algemene dekkingsmiddelen De gemeente kent een aantal algemene dekkingsmiddelen die ingezet kunnen worden op diverse beleidsterreinen. De gemeente mag die middelen naar eigen inzicht besteden. Voor een deel zijn de algemene dekkingsmiddelen niet beïnvloedbaar. Gedacht kan worden aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor een deel kan de gemeente de omvang van haar algemene dekkingsmiddelen zelf bepalen. Dit gedeelte wordt afgebakend door het eigen belastinggebied. In de gemeentewet is bepaald welke belastingen de gemeente mag heffen. Wij heffen van onze inwoners en bedrijven onder meer onroerende zaakbelastingen (OZB). Daarnaast heffen wij ook nog toeristenbelasting die juridisch als algemeen dekkingsmiddel kan worden aangemerkt. De gemeentelijke belastingen kennen in tegenstelling tot de retributies, zoals het rioolrecht en de afvalstoffenheffing geen vooraf bepaald bestedingsdoel. De niet vrij aanwendbare heffingen worden, net als de ontvangsten van de specifieke uitkeringen, onder de baten van de betreffende producten verantwoord, waarvan ze geheel of voor een deel de kosten dekken. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Omschrijving (bedragen x €1.000)
Begroting na wijziging 2020
Rekening 2020
Belastingen (OZB en toeristenbel.)
17.257
17.097
Algemene uitkeringen vanuit het Rijk
53.728
54.767
35
34
Saldo financieringsfunctie
2.188
2.188
Totaal algemene dekkingsmiddelen
73.208
74.086
Dividenden / winstuitkeringen
Toelichting overzicht algemene dekkingsmiddelen Belastingen De OZB en toeristenbelasting hebben geen specifiek bestedingsdoel en worden zodoende aangemerkt als algemene dekkingsmiddelen. Een nadere toelichting over deze belastingen is opgenomen in het jaarverslag (paragraaf Lokale heffingen). Algemene uitkering vanuit het Rijk Vanuit het Rijk worden diverse uitkeringen verstrekt. Voornamelijk de algemene uitkering geldt als belangrijk algemeen dekkingsmiddel voor de gemeente. Dividenden/winstuitkeringen De gemeente Moerdijk heeft in 2020 € 34.000 dividend ontvangen van de Bank Nederlandse Gemeenten m.b.t. het aandelenbezit. Saldo financieringsfunctie Bij de berekening van het omslagpercentage wordt de rente over eigen financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) meegenomen. Voor de berekening van de bespaarde rente is uitgegaan van een rentepercentage van 2,00% (2019: 2,09%). De bespaarde rente in 2020 van € 2.188.000 (2019:€ 2.139.000) is volledig verantwoord in de exploitatie. Dit bedrag is meegenomen in het saldo financieringsfunctie.
57
Overzicht incidentele baten en lasten
Incidentele baten en lasten Om vast te kunnen stellen dat sprake is van een structureel evenwicht is het belangrijk dat inzicht bestaat in de structurele baten en lasten. Dit overzicht heeft voornamelijk in de begroting een belangrijke rol bij de beoordeling van een structureel en reëel begrotingsevenwicht op langere termijn. Hieronder zijn per programma de in 2020 gerealiseerde incidentele baten en lasten toegelicht. 2020 Bedragen x €1.000 Onderwerp Baten Lasten Toelichting Programma 1 Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk Duurzaamheid 40 52 Uitgaven voor het opstellen van een transitievisie warmte en uitgaven i.h.k.v. de Regeling omwonenden windpark Oud Dintel. Hier staan ook eenmalige bijdragen tegenover (vanuit het Rijk voor de transitievisie warmte en vanuit Pure Energie voor de Regeling Oud Dintel). Meerjarige uitgaven van incidentele aard
342
342 Er zijn diverse projecten die een meerjarig karakter hebben, maar die op basis van wetgeving niet meerjarig afgeschreven mogen worden. Alle uitgaven die in 2020 op deze ''meerjarige uitgaven van incidentele aard'' zijn gedaan worden daarom ten laste van de exploitatie 2020 gebracht. Hiertegenover staat in veel gevallen een onttrekking uit de daarvoor ingestelde bestemmingsreserve.
Totaal programma 1
382
394
Programma 2 Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk Grondverkopen 437 0 Incidentele grondverkopen (o.a. een verkoop van € 229.000 nabij de Bovenkade in Willemstad). Daarnaast zijn er in 2020 relatief veel aanvragen binnengekomen voor de aankoop van strookjes gemeentegrond/snippergroen. Wegbeheer Rampenbestrijding
Buitensportaccommodaties
46 Eens in de 3 jaar wordt een inspectie wegen uitgevoerd. 76 Diverse incidentele coronagerelateerde uitgaven (verkeersregelaars, posters etc. om awereness te creeren en maatregelen t.b.v. de inrichting van het ''1,5 meter'' kantoor). 45
45 In 2020 is de 2e helft van de eenmalige bijdrage van in totaal € 90.000 aan hockeyclub Zevenbergen betaald voor de renovatie van was- en kleedlokalen. Dit is gedekt uit de algemene reserve. 40 Eenmalige kosten m.b.t. implementatieplan omgevingswet. 640 Er zijn kosten gemaakt voor het opsporen en ruimen van explosieven. De daarmee verband houdende suppletie-uitkering vanuit het Rijk is verantwoord binnen programma 5.
Meerjarige uitgaven van incidentele aard
698
766 Er zijn diverse projecten die een meerjarig karakter hebben, maar die op basis van wetgeving niet meerjarig afgeschreven mogen worden. Alle uitgaven die in 2020 op deze ''meerjarige uitgaven van incidentele aard'' zijn gedaan worden daarom ten laste van de exploitatie 2020 gebracht. Hiertegenover staat in veel gevallen een onttrekking uit de daarvoor ingestelde bestemmingsreserve.
Overig Totaal programma 2
36 1.216
Ruimtelijke ordening Opsporing en opruiming explosieven
123 Overige incidentele baten / lasten < €40.000 1.736
59
Programma 3 Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk Grondexploitaties 792 112 Voor de projecten Vlinderbuurt (Standdaarbuiten) en Waterwijk West (Fijnaart) heeft een tussentijdse winstneming van in totaal € 792.000 plaatsgevonden. Daar staat tegenover dat ook stortingen in de verliesvoorziening nodig zijn geweest. Zie ook de nadere toelichting in de paragraaf grondbeleid. Grondbedrijf (bijdragen derden)
589
Aankoop grond
400
Verkoop grond
543
LPM-gelden
16.842
Nadeelcompensatie centrumontwikkeling Zevenbergen Overig Totaal programma 3
74
15 19.255
589 In 2020 zijn € 589.000 aan bijdragen ontvangen van derden. Deze bijdragen zijn gestort in de reserves bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkeling. 400 De aankoopprijs van een perceel grond aan den Bels te Moerdijk was hoger dan de getaxeerde waarde. Dit nadeel wordt gedekt uit de reserve Stategische verwervingen. 126 Incidentele grondverkopen (voornamelijk een perceel aan de Schansdijk in Zevenbergen). Een deel van deze opbrengst is gestort in de reserves bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkeling. 16.842 In 2020 zijn € 16.842.000 aan LPM-gelden ontvangen. Vooruitlopend op een specifiek besluit over de besteding hiervan is € 13.892.000 gestort in de reserve LPM-gelden. Het restant is ingezet voor de eerder gemaakte afspraak inzake de nabetaling aan Wolst van € 1.256.000 (voor de aankoop van het voormalige terrein van Wolst). Daarnaast is € 1.694.000 toegevoegd aan de reserve strategische verwerving gronden. 74 Op basis van de verordening nadeelcompensatie centrumontwikkeling Zevenbergen hebben ondernemers die (omzet)schade hebben geleden, compensatie ontvangen. Dit is gedekt uit de algemene reserve. 30 Overige incidentele baten / lasten < €40.000 18.173
Programma 4 Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben Schoolgebouwen 57 57 Gemaakte kosten m.b.t. het aanpassen van de brandveiligheid van scholen. Deze kosten zijn gedekt uit de algemene reserve. Tijdelijke extra 606 606 In de raadsvergadering van 18-4-2019 is tijdelijke extra capaciteit capaciteit sociaal beschikbaar gesteld om te kunnen blijven voldoen aan de (wettelijke) domein taken en termijnen binnen het sociaal domein. De hiervoor gemaakte kosten zijn gedekt uit de reserve sociaal domein. TOZO
2.744
2.744 De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De ontvangen middelen vanuit het Rijk zijn 1 op 1 doorbetaald aan het Werkplein.
Totaal programma 4
3.407
3.407
Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving Bijdrage BWB 70 Tijdelijke extra bijdrage aan de BWB t.b.v. het project ''taxeren naar gebruiksoppervlakte''. Mobiliteitsbudget 186 Kosten voor personele vraagstukken die zich voordoen als gevolg van diverse ontwikkelingen (conform raadsbesluit 5-7-2018). Basisinformatie 40 Incidentele uitgaven voor het wegwerken van achterstand in mutaties op basis van nieuwe luchtfoto en aanschaf van landmeter apparatuur. Directieteam 60 Incidentele uitgaven in het kader van vernieuwen en experimenteren. Algemene uitkering 1.116 516 Vanuit het Rijk is een vergoeding ontvangen voor het uitvoeren van (coronamiddelen) coronamaatregelen en het mislopen van inkomsten als gevolg van corona. In totaal is over 2020 een bedrag ontvangen van € 1.116.000. Dit naast de vergoedingen die zijn ontvangen voor tal van maatregelen om ondernemers te compenseren voor hun schade. De uitgaven in het kader van corona lopen in de tijd niet altijd synchroon aan deze ontvangsten. Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2020 wordt voorgesteld om de niet ingezette middelen (€ 600.000) weer beschikbaar te stellen voor maatregelen in 2021. Zie ook de toelichting in het jaarverslag (programma 5). Decentralisatie83 Vanuit het rijk ontvangen decentralisatieuitkeringen Inburgering (€ uitkeringen 43.000) en Schulden en armoede (€ 40.000).
Opsporing en opruiming 640 In 2020 zijn kosten gemaakt voor het opsporen en ruimen van explosieven explosieven. De kosten zijn verantwoord binnen programma 4. De daarmee verband houdende ontvangen suppletie-uitkering vanuit het Rijk is verantwoord binnen programma 5. Overig 34 67 Overige incidentele baten / lasten < €40.000 Totaal programma 5 1.873 939 Totaal incidenteel
26.133
Resultaat incl. incidenteel Saldo incidenteel Resultaat excl. Incidenteel
24.649 5.612 1.484 4.128
60
Analyse begrotingsrechtmatigheid
Bij de beoordeling van de begrotingsrechtmatigheid is het van belang dat de werkelijke lasten van het programma de begrote lasten niet overschrijden. In de kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV staan uitgangspunten voor de beoordeling van deze overschrijdingen. In onderstaand overzicht wordt aangegeven wat naar de mening van de commissie BBV de consequentie van betreffende overschrijdingen moet zijn voor het accountantsoordeel.
Binnen diverse programma’s is sprake van een overschrijding op de lasten. Beoordeling van deze overschrijdingen op basis van bovenstaand overzicht geeft het volgende resultaat per programma. Progr.
Lastenoverschrijding
Invloed op oordeel
1 2 3 4 5 Kredieten
€ € € € € €
Telt niet mee voor het oordeel Telt niet mee voor het oordeel n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
325 1.938 -
Hieronder volgt per programma een nadere toelichting. Programma 1 De (personeel)kosten van de primaire afdelingen op basis van urenbesteding doorbelast aan de verschillende producten en programma's. Aan programma 1 zijn € 525.000 meer kosten toegerekend dan begroot. Deze kostentoerekening is gemaakt op basis van de werkelijk geschreven uren en kon daardoor pas na afsluiting van het boekjaar opgesteld worden. In zijn totaliteit bezien (voor alle programma’s gezamenlijk) is er geen kostenoverschrijding op de totale kostentoerekening. Als gevolg van de toerekening ontstaan alleen enkele verschuivingen tussen de diverse programma’s. Programma 2 Ten eerste zijn ook binnen programma 2 (€ 689.000) meer (personeel)kosten toegerekend van de primaire afdelingen. Zie ook de toelichting hierboven bij programma 1. Daarnaast zijn binnen dit programma aan kosten gemaakt in verband met het opsporen en ruimen van conventionele explosieven. Deze overschrijding (€ 638.000) wordt gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten. De gemeente Moerdijk ontvangt hier een bijdrage voor vanuit het Rijk, die binnen programma 5 is verantwoord. Ten derde is een nadeel ontstaan binnen het budget voor wegbeheer. Na de vorst periode in 2020 is het niveau van de wegen dermate verslechterd dat er sprake is van een onveilig situatie.
Hierdoor moet er acuut worden ingegrepen om tot het gewenste “veilige” niveau terug te komen. Doordat de 62
omvang van de voorziening niet toereikend was om deze uitgaven te kunnen dekken, is (conform wetgeving) een bijstorting van € 400.000 nodig geweest in de voorziening. Daarnaast is een nadeel van € 72.000 ontstaan doordat er minder uren aan investeringskredieten zijn toegerekend dan begroot. Het toerekenen van ambtelijke uren aan investeringskredieten is een wettelijke verplichting. Tot slot zijn er binnen programma 2 kosten gemaakt voor diverse projecten, waarvan de jaarlijkse kosten worden gedekt uit de daarvoor ingestelde bestemmingsreserve. Programma 3 Binnen dit programma is er geen sprake van een overschrijding op de begrote lasten. Programma 4 Binnen dit programma is er geen sprake van een overschrijding op de begrote lasten. Programma 5 Binnen dit programma is er geen sprake van een overschrijding op de begrote lasten. Investeringskredieten Binnen de investeringskredieten is geen sprake van lastenoverschrijdingen. Conclusie Op basis van de beoordeling van de overschrijdingen komen wij tot de conclusie dat er bij de overschrijding op de lasten binnen de programma’s geen sprake is van een begrotingsonrechtmatigheid die mee moet tellen in het oordeel van de accountant. De diverse overschrijdingen passen binnen het bestaande beleid, worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten of betreffen een overschrijding op een open einde regeling.
63
Overzicht onvoorzien
Het BBV schrijft een overzicht van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien in de jaarrekening voor. Binnen de begroting is echter geen aparte raming opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Ook in de realisatie komt deze niet terug.
65
Overzicht WNT
WNT-verantwoording 2020 gemeente Moerdijk Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op de gemeente Moerdijk van toepassing zijnde regelgeving: Het algemene WNT-maximum. Het bezoldigingsmaximum in 2020 voor de gemeente Moerdijk is € 201.000. Het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte.
1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.
67
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 Bedragen x € 1 Functiegegevens Kalenderjaar Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde) Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar
E. Kooi Griffier 2020 03/02 – 18/07 6 569
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar Maxima op basis van de normbedragen per maand
€ 193 € 160.800
Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
€ 109.817
Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw) Werkelijk uurtarief lager dan het maximum uurtarief? Bezoldiging in de betreffende periode Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12 -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
Ja, namelijk € 91,50 € 52.018 € 52.018
N.v.t. € 52.018 N.v.t. N.v.t.
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen Niet van toepassing 1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder Niet van toepassing Tabel 1e Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 De totale bezoldiging van een topfunctionaris inclusief degene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt, voor al zijn/haar functies bij één WNTinstelling en eventuele aan deze WNT-instelling gelieerde rechtspersonen (uitsluitend te verantwoorden indien en voor zover er sprake is bij een topfunctionaris van bezoldiging voor andere werkzaamheden dan die als topfunctionaris bij de WNT-instelling en/of bezoldiging uit hoofde van werkzaamheden bij gelieerde rechtspersonen) 1 Niet van toepassing.
68
1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 waarop de anticumulatie bepaling van toepassing is In het geval een leidinggevende topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700, op of na 1-1-2018 met een WNT-instelling een dienstbetrekking aangaat en hij/zij bij een of meer andere WNT-instellingen reeds een dienstbetrekking heeft als topfunctionaris, niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris, zijn bepaalde of alle onderdelen van deze tabel van toepassing. Indien van toepassing kan het betreffende tabelonderdeel dienen als aanvulling op tabel 1a. Dit geldt in voorkomende gevallen ook voor diegene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700. Niet van toepassing. 1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is In het geval een leidinggevende topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder, op of na 1-1-2018 met een WNT-instelling een dienstbetrekking aangaat en hij/zij bij een of meer andere WNT-instellingen reeds een dienstbetrekking heeft als topfunctionaris, niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris, zijn bepaalde of alle onderdelen van deze tabel van toepassing.
Indien van toepassing kan het betreffende tabelonderdeel dienen als aanvulling op tabel 1d, Dit geldt in voorkomende gevallen ook voor diegene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder. Niet van toepassing. 2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt Niet van toepassing.