Getekende kadernota 2026-2029
Tekst van het document
5.1
Ontwikkelingen na 2029
De kadernota is jaarlijks het moment waarop nieuwe ontwikkelingen aan de gemeenteraad voorgelegd worden zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. Dit kan gaan om nieuwe wetgeving of nieuwe plannen en ambities van de gemeente zelf. Conform artikel 5 van de financiële verordening (raadsvergadering 13 maart 2025) worden de lasten van voorziene nieuwe investeringen in de begroting opgenomen bij de stelpost nieuw beleid. De gemeenteraad ontvangt voor deze investeringen in het begrotingsjaar een apart raadsvoorstel, waarbij autorisatie plaatsvindt van de benodigde middelen. De financiële effecten van de ontwikkelingen die zijn verwoord in de kadernota, de door de gemeenteraad aangenomen kadervoorstellen en de ontwikkelingen uit eerdere kadernota’s die nog niet tot een budgetaanvraag aan de gemeenteraad hebben geleid, worden jaarlijks dus begroot in de stelpost nieuw beleid. Voor diverse ontwikkelingen zijn momenteel nog middelen gereserveerd in de stelpost nieuw beleid. Hiervoor zijn nog geen aparte voorstellen aan de gemeenteraad voorgelegd om deze middelen daadwerkelijk beschikbaar te stellen. Het saldo van de stelpost nieuw beleid maakt voor de periode 2026-2029 onderdeel uit van het meerjarenperspectief zoals dat in hoofdstuk 4 is geschetst.
Er zijn echter een aantal voorziene investeringen die zich pas voordoen na de laatste jaarschijf in de meerjarenbegroting, waardoor deze (nog) geen onderdeel uitmaken van het meerjarenperspectief 20262029. Op de volgende pagina is een totaaloverzicht opgenomen, waarbij voor de diverse ontwikkelingen de verwachte lasten voor de periode 2026-2033 zijn weergegeven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: • de ontwikkeling waar al een raadsbesluit aan ten grondslag ligt (Zuidrandtunnel); • de ontwikkelingen die eerder in een kadernota of het bestuursakkoord zijn opgenomen en dus in de begroting in de stelpost nieuw beleid 2026-2029 zijn opgenomen of de komende jaren in de stelpost nieuw beleid zullen worden opgenomen; • en ontwikkelingen waarvoor beiden nog niet geldt.
53
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
(Bedragen x € 1.000) 1) Stelpost Nieuw beleid
Invest. I/S
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Ramingen uit vorige jaren t/m 2020: Vitale centra Aanleg losloopgebieden/uitlaatterreinen honden
2.423
S
-
162
160
157
154
152
149
147
70
S
5
5
5
5
5
5
5
5
-
I
-
400
-
-
-
-
-
-
Toegevoegd o.b.v. kadernota 2021-2024: Afschaling N285: Bijdrage aan de provincie t.b.v. rotonde Afschaling N285: Bijdrage t.b.v. rotonde Langeweg
-
I
434
434
-
-
-
-
-
-
Afschaling N285: Uitvoering werkzaamheden gemeente
2.792
S
-
-
-
187
184
181
178
175
Scholenontwikkeling Willemstad: nieuwbouw school, gymzaal en gemeenschapshuis Willemstad
14.731
S
-
-
-
-
766
756
746
736
259
S
-
13
13
13
12
12
12
12
Scholenontwikkeling Zevenb.Hoek: > ophoging investering school
4.475
S
-
257
254
250
246
243
239
235
Scholen Fijnaart: bouwkosten schoolgebouwen
> nieuwbouw gemeenschapshuis
12.209
S
-
-
-
-
-
-
635
627
Scholen Klundert: bouwkosten schoolgebouwen
12.864
S
-
-
-
-
669
660
652
643
Toekomstbestendige gymaccomm. Zevenbergen: nieuwbouw gymzaal bij Regenboog
2.675
S
-
159
157
154
152
150
147
145
-
S
-
20
20
20
20
20
20
20
25.560
S
-
-
-
1.446
1.425
1.405
1.385
1.364
Vervanging gymzaal Droge Mark (alleen bouwkosten)
3.160
S
-
-
-
-
188
185
182
180
Herinrichting Doelstraat
3.500
S
-
-
-
235
231
227
223
219
-
S
-
-150
-550
-550
-550
-550
-550
-550
Mobiliteit
-
S
500
500
500
500
500
500
500
500
Inclusiviteit
-
S
100
100
100
100
100
100
100
100
Verbetering entree Klundert Zevenbergseweg
750
S
-
-
50
49
49
48
47
46
Permanente steiger Fort Sabina
190
S
-
13
13
12
12
12
12
11
-
S
-
-13
-13
-12
-12
-12
-12
-11
Werkbudget stedelijke regio’s WBW & Breda -Tilburg
-
S
196
196
196
196
196
196
196
196
Kadervoorstel – onderst. verenigingen en vrijwilligers
-
S
50
50
50
50
50
50
50
50
Toegevoegd o.b.v. kadernota 2022-2025: Exploitatiekosten nieuwe gymzaal bij Regenboog Vervangende nieuwbouw Niervaert Toegevoegd o.b.v. kadernota 2023-2026:
Integrale aanpak arbeidsmigratie: extra inkomsten GF en/of toeristenbelasting Toegevoegd o.b.v. Bestuursakkoord 2023-2026:
Toegevoegd o.b.v. kadernota 2024-2027:
Permanente steiger Fort Sabina (dekking huursom ponton) Toegevoegd o.b.v. kadernota 2025-2028:
Kadernota 2026-2029: Nieuwe ontwikkelingen (zie hoofdstuk 3)
-
I
810
143
-
-
-
-
-
-
Nieuwe ontwikkelingen (zie hoofdstuk 3)
-
S
1.732
2.079
2.231
2.365
2.499
2.521
2.545
2.568
3.827
4.369
3.185
5.177
6.897
6.861
7.462
7.417
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033 454
Subtotaal stelpost nieuw beleid 2) Overige ontwikkelingen
Invest. I/S
Scholenontwikkeling Zevenbergen
8.845
S
-
-
-
-
-
-
460
Stationstunnel Zevenbergen (netto)
15.400
S
-
-
-
-
608
603
598
593
Inrichting stationsomgeving Zevenbergen
20.000
S
-
-
-
-
-
1.340
1.318
1.297
Transformatiegebied Zevenbergen-Noord
5.000
I
-
-
-
-
-
-
pm
pm
Permanente voorziening Roode Vaart-centrum Zvb
2.000
S
-
-
-
134
132
130
128
125
-
-
-
134
740
2.073
2.504
2.469
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
-
-
-
-
845
838
831
824
0
0
0
0
845
838
831
824
Subtotaal overige ontwikkelingen 3) Reeds besloten ontwikkeling
Invest. I/S
Zuidrandtunnel (netto-investering)
21.400
S
Totaal reeds besloten ontwikkeling Totaal
3.827
4.369
3.185
5.311
8.483
Waarvan incidenteel
1.244
976
-
-
-
Waarvan structureel
2.583
3.392
3.185
5.311
8.483
Tabel 5 Totaaloverzicht stelpost nieuw beleid en overige ontwikkelingen
9.772 10.796 10.710 -
-
-
9.772 10.796 10.710
* de investeringsramingen betreffen een globale inschatting. Voor de meeste investeringen geldt dat hier nog geen uitgewerkte kostenraming voor is opgesteld. De bedragen zijn gebaseerd op normbedragen en ervaringen uit het verleden.
54
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
De lasten die uit bovenstaande ontwikkelingen voortkomen, zijn t/m 2029 verwerkt in het financieel meerjarenperspectief 2026-2029 zoals dat in hoofdstuk 4 is geschetst. Er zijn echter ook diverse investeringen die pas na 2029 tot kapitaallasten gaan leiden. Op basis van de huidige inzichten, leiden de diverse investeringen ten opzichte van 2029 tot € 3,2 miljoen (2030), € 4,5 miljoen (2031), € 5,5 miljoen (2032) en € 5,4 miljoen (2033) hogere kapitaallasten. Nu is het natuurlijk zo dat besluitvorming over deze ontwikkelingen (m.u.v. de Zuidrandtunnel) nog plaats moet vinden en er altijd de mogelijkheid bestaat dat zaken niet doorgaan of verder worden doorgeschoven waardoor het beeld er anders uit komt te zien. Daar staat tegenover dat er in de komende jaren ook nog zaken naar voren zullen komen waar nu helemaal nog geen rekening mee is gehouden. Het toekomstperspectief is niet meer dan een indicatie waarbij opgemerkt dient te worden dat de ramingen naarmate deze verder in de tijd komen te liggen steeds ‘zachter’ worden. Toekomstige ontwikkelingen kunnen nog een grote invloed hebben op de uiteindelijke hoogte van investeringen. De uiteindelijke hoogte van een investering is afhankelijk van de definitieve invulling van het plan.
Daarnaast betekent een aanpassing van de planning (naar latere jaren) ook een wijziging van de hoogte van de investering, aangezien dan rekening gehouden moet worden met een eventuele kostenstijging. Verder kan ook de renteontwikkeling nog effect hebben op de uiteindelijke hoogte van de kapitaallasten. Tot slot geldt dat investeringen naast de kapitaallasten ook van invloed zijn op de exploitatielasten (o.a. instandhoudingslasten). Deze zijn nog niet bekend en in het overzicht niet weergegeven. De hoogte van deze lasten is mede afhankelijk van de gekozen uitvoering van de investering. In sommige gevallen kunnen zij ook van invloed zijn op de te verstrekken exploitatiebijdrage. Dit betekent dat er al met al (vooral bij investeringen die verder in de tijd liggen) nog veel onzekerheden zijn en er pas bij de aanbieding van het betreffende raadsvoorstel meer duidelijkheid zal zijn. Tot die tijd wordt bovenstaand overzicht periodiek (in de kadernota en begroting) geactualiseerd op basis van de meest actuele inzichten.
Wat betekent dit voor het financieel meerjarenperspectief? De in deze paragraaf beschreven ontwikkelingen zullen vanaf 2030 een (aanvullend) effect gaan hebben op het financieel meerjarenperspectief. Hieronder worden (grove) indicaties gegeven van de effecten die de diverse ontwikkelingen kunnen gaan hebben op het toekomstige financieel meerjarenperspectief.
Figuur 1 Indicatie structureel begrotingsresultaat incl. ontwikkelingen na 2028
55
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
Als gevolg van diverse investeringen loopt het verwachte structurele tekort vanaf 2029 op naar ruim € 7 miljoen vanaf 2032. Zoals gezegd geldt hierbij dat besluitvorming over deze investeringen (m.u.v. de Zuidrandtunnel) nog plaats moet vinden en er altijd de mogelijkheid bestaat dat zaken niet doorgaan of verder worden doorgeschoven waardoor het beeld er anders uit komt te zien. Daar staat tegenover dat er in de komende jaren ook nog zaken naar voren zullen komen waar nu helemaal nog geen rekening mee is gehouden. Het toekomstperspectief is niet meer dan een indicatie.
5.2
Overige ontwikkelingen
Er zijn ontwikkelingen die nog niet in geld of formatie uit te drukken zijn. Ze kunnen naar verwachting in de toekomst echter wel tot een middelenbeslag gaan leiden. In deze paragraaf worden deze ontwikkelingen alvast op hoofdlijnen benoemd.
Projecten in de intake/initiatieffase Er zijn diverse projecten die nu al worden opgepakt, maar waarbij het nog niet voor alle projecten duidelijk is of de gemeente hier financieel in moet participeren. Zonder uitputtend te zijn gaat het o.a. om: • Stationsgebied Lage Zwaluwe; • Groenvliet Standdaarbuiten; • Woningbouw kleine kernen; • Herontwikkeling IJshof; • De Donk Zevenbergen. Integraal huisvestingsplan scholen 2025-2040 In de loop van 2025 wordt het integraal huisvestingsplan scholen (IHP) opgesteld. De scholen die in de afgelopen jaren geen (vervangende) nieuwbouw of renovatie hebben gehad, zullen hierin met een meerjaren investeringsplanning opgenomen worden. Het betreft de volgende scholen waarvoor al projecten zijn gestart: • Zevenbergschen Hoek: de Hoeksteen (i.c.m. gemeenschapshuis); • Klundert: De Molenvliet, De Rietvest en Het Bastion; • Fijnaart: De Fijne Aarde en De Springplank; • Willemstad: Willem de Zwijger en De Singel (i.c.m. de gymzaal en gemeenschapshuis Irene). Daarnaast zullen de volgende scholen, waarvoor nog geen projecten zijn gestart, opgenomen worden: • Zevenbergen: De Toren en De Boemerang (één van beiden i.c.m. gymzaal ter vervanging huidige gymzaal Droge Mark); • Moerdijk: De Klaverhoek; • Heijningen: Het Kompas. Een aantal hiervan is eerder opgenomen in een kadernota en maakt dus (op termijn) onderdeel uit van de stelpost nieuw beleid.
Voor een aantal andere geldt dit echter nog niet.
Verduurzaming zwembaden Gekoppeld aan het traject voor de nieuwbouw van de Niervaert in Klundert heeft de gemeenteraad besloten dat er ook een duurzaam toekomstperspectief moet komen voor de drie andere zwembaden binnen de gemeente. Zwembad de Bosselaar is eigendom van de gemeente, om voor dat bad een duurzaam toekomstperspectief te creëren is naar inschatting van het college meer nodig dan alleen verduurzaming. Ons Bad en de Oester zijn geen eigendom van de gemeente. Momenteel wordt onderzocht hoe het college op een goede manier uitvoering kan geven aan de opdracht van de gemeenteraad. In Q1 2026 volgt hierover een voorstel aan de gemeenteraad. Naar verwachting heeft dat voorstel ook financiële consequenties.
56
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
Mogelijk omzetten van de pilotfunctie coördinator buitengebied naar vaste formatie In 2023 is de (tijdelijke) functie coördinator landelijk gebied in het leven geroepen om de transitie van het landelijk gebied van een samenhangende aanpak te voorzien. De coördinator fungeert daarnaast als gesprekspartner en in- en extern aanspreekpunt voor zaken die spelen in het buitengebied. Daarbij is bepaald dat het in eerste instantie om een pilotfunctie gaat voor drie jaar. En dat binnen die drie jaar een evaluatie plaatsvindt of het wenselijk is om deze pilotfunctie te veranderen in een functie binnen de vaste formatie. Deze evaluatie staat gepland mei’ 25. De pilot zelf loopt af 1 mei’26. Mocht uit de evaluatie blijken dat het wenselijk is deze functie te continueren en formaliseren zal hiertoe nog budget worden aangevraagd. Organisatieontwikkeling en sturing op resultaat Moerdijk wordt net als alle gemeenten geconfronteerd met een toenemend aantal taken vanuit het Rijk in een steeds complexer wordende samenleving. Dit heeft ook personele gevolgen. Echter Moerdijk heeft daarbovenop, anders dan andere gemeenten, specifiek een ook steeds complexer wordende inhoudelijke opgave rond woningbouw, de zeehaven van nationaal belang, de Powerport opgave en de deelname aan twee regio's, en dat in combinatie met een uitgestrekt landelijk gebied.
Hierop zijn de afgelopen jaren tientallen extra medewerkers aangetrokken, zonder de organisatiestructuur wezenlijk te wijzigen. De rek lijkt nu uit de bestaande organisatiestructuur: zonder ingrijpen ligt verloop, verzuim en verlies aan productie op de loer. Het buiten bouwen aan een vitaal Moerdijk betekent ook intern de organisatie toerusten om dat waar te kunnen maken. De groei van de organisatie is in de afgelopen jaren vaak direct gekoppeld aan nieuwe taken, projecten en ontwikkelingen. Sinds 2017 is de managementlaag van onze organisatie is echter gelijk gebleven, terwijl er circa 70 fte bij zijn gekomen. Waar we bij het opstellen van het organisatiemodel het streven hadden om met teams van 2030 personen per teammanager te werken, hebben we nu een aantal teams van circa 60 personen, exclusief inhuur. Daarnaast maakt de arbeidsmarkt dat de teammanager steeds meer tijd kwijt is aan het inwerken en werven van nieuwe collega’s. Ook hier ziet het college dat het knelt. Het wordt steeds lastiger om te sturen op de opgaven en we kunnen niet garanderen dat medewerkers voldoende aandacht hebben. De organisatie is bezig met een onderzoek naar benodigde aanpassingen in de organisatiestructuur. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen tot gevolg hebben dat een aanvullende aanvraag wordt gedaan bij de begroting.
Onderzoek concurrerende arbeidsvoorwaarden De arbeidsmarkt is op dit moment krap. De complexe opgaven maken dat Moerdijk vist in een andere vijver dan voorheen, waar wij moeten concurreren met grote(re) overheidsorganisaties, specialistische bedrijven of adviesbureaus. Daardoor lukt het soms niet om mensen over de streep te trekken op de primaire arbeidsvoorwaarden. Een extern bureau voert momenteel onderzoek uit naar de concurrentiepositie van de gemeente wanneer het arbeidsvoorwaarden betreft. Ook dit onderzoek kan tot gevolg hebben dat er een aanvullende aanvraag wordt gedaan bij de begroting. Indien beide onderzoeken aanleiding geven voor het doen van een aanvullende aanvraag dient rekening gehouden te worden met een bedrag van tussen de € 400.000 - € 600.000.
Accommodatiebeleid Na vaststelling van het beleidskader voor gemeenschapshuizen / MFC's in september 2023, is het overkoepelende accommodatiebeleid eind 2025 gereed. De uitwerking en implementatie volgt in 2026. In de begroting van 2026 is hiermee nog geen rekening gehouden. Daarnaast zal bij het vaststellen van het accommodatiebeleid ook de benodigde structurele formatie voor de uitvoering worden opgenomen. Deze zal mogelijk landen in de kadernota 2027.
57
5.3
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
Onzekerheden gemeentefonds
Gemeenten zijn in grote mate afhankelijk van de inkomsten van het Rijk. De belangrijkste inkomstenbron van gemeenten is de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor de gemeente Moerdijk gaat het hierbij om ruim € 77 miljoen. Juist op die veruit grootste inkomstenbron hebben gemeenten geen invloed en heerst er momenteel landelijk veel onzekerheid. Terwijl gemeenten de komende jaren met diverse grote landelijke uitdagingen te maken hebben op het gebied van o.a. woningbouw, verduurzaming, energietransitie en stijgende lasten binnen het sociaal domein, is er grote onduidelijkheid over de bijdragen die gemeenten voor deze taken ontvangen vanuit het Rijk. In de landelijke media wordt in dit kader ook wel gesproken over het ‘ravijnjaar 2026’. Gemeenten ontvangen vanaf dat jaar vanuit het Rijk fors minder middelen via het gemeentefonds. Analyses van o.a. BMC, de VNG, en de Raad voor het Openbaar Bestuur tonen een grote disbalans tussen de taken en de middelen van de gemeenten. In februari / maart is de VNG een landelijke campagne gestart waarin (nogmaals) aandacht wordt gevraagd voor het belang dat gemeenten voldoende vergoed moeten worden voor de taken die zij moeten uitvoeren en de gevolgen van de aanstaande korting van het gemeentefonds. Dit met het oog op de overleggen die richting de voorjaarsbesluitvorming van het kabinet gepland staan.
Hierbij was de landelijke oproep dat het Rijk in de Voorjaarsnota duidelijkheid geeft zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden in hun begrotingen 2026-2029. De middelen die gemeenten ontvangen voor de bekostiging van de Jeugdzorg vormen hierbij een belangrijk onderwerp van gesprek. Op vrijdag 28 april 2025 heeft het Rijk de Voorjaarsnota 2025 uitgebracht. In de voorjaarsnota zijn extra middelen voor gemeenten opgenomen. Via de ledenbrief (d.d. 18 april 2025) heeft de VNG gemeenten geïnformeerd over de uitkomsten en gemaakte afspraken.
Wat betekent dit voor het financieel meerjarenperspectief? Hoewel benadrukt moet worden dat het om grove inschattingen gaat, is hieronder in beeld gebracht wat de voorjaarsnota naar verwachting betekent voor de gemeente Moerdijk. (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Scenario 1 (indicatie hoog)
3.500
3.600
2.600
2.800
Scenario 2 (indicatie laag)
2.500
2.600
1.600
1.800
Tabel 6 Indicatieve effecten voorjaarsnota 2025 Vooral voor de jaren vanaf 2028 zijn de ramingen nog erg onzeker. Dit komt door het feit dat het Rijk in de voorjaarsnota vooral t/m 2027 duidelijkheid en extra middelen verstrekt aan gemeenten. Daarbij heeft het Rijk vanaf 2028 diverse maatregelen ingeboekt die op termijn moeten leiden tot lagere lasten binnen de Jeugdzorg. In bovenstaande indicatie is er vanuit gegaan dat deze maatregelen die vanaf 2028 door het Rijk zijn ingeboekt voor de gemeente budgettair neutraal zullen zijn. Dit vanuit de gedachte dat tegenover deze lagere ontvangsten vanuit het Rijk op termijn lastenbesparingen moeten ontstaan voor gemeenten. Vanuit dit oogpunt is het de vraag hoe de provinciaal toezichthouder bij de beoordeling van de gemeentelijke begroting omgaat met het opnemen van dergelijke stelposten. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota is hier nog geen duidelijkheid over. Over de aanblijvende onzekerheid vanaf 2028 stelt de VNG: "De VNG heeft in het overleg met het kabinet het belang van een financieel houdbaar stelsel onderschreven en beklemtoont zich daarvoor medeverantwoordelijk te voelen. Tegelijkertijd heeft de VNG serieuze vraagtekens geplaatst bij de haalbaarheid van de reeks zoals die nu vanaf 2028 in de tabel staat. Het doorvoeren van deze reeks vergt ingrijpende wijzigingen binnen het stelsel en bijbehorende wetswijzigingen.
Denk bijvoorbeeld aan de inperking van de reikwijdte van de jeugdzorg. De inwerkingtreding van het desbetreffende wetsvoorstel is voorzien voor midden 2027. Het zal daarna nog de nodige tijd vergen voordat dit werkelijk (financieel) effect sorteert. Voor de overige initiatieven geldt hetzelfde. Bovendien heeft de VNG daar (nog)
58
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
niet mee ingestemd." "Met de vermelde afspraken is voor de periode 2025 tot en met 2027 met de inzet van kabinet en VNG en de steun van beide Kamers en onze partners de financiële druk bij gemeenten in de komende jaren voor een aanzienlijk deel weggenomen. Dat biedt de ruimte om de inzet op de transformatie van het jeugdstelsel samen met het rijk en de partners te versterken. Gemeenten hebben daarin een cruciale rol en zijn in staat het verschil te maken. Tegelijkertijd zijn we ervan doordrongen dat met de Voorjaarsnota 2025 en de aanvullende afspraken nog niet alle problemen zijn opgelost en er een gat resteert. Samen met het rijk en de partners moeten we anticiperen op de fase daarna. De komende tijd is het zaak om stappen te zetten die gemeenten in staat stellen ook na 2028 hun rol en verantwoordelijkheden ten volle te kunnen waarmaken." Bovengenoemde effecten zijn dan ook niet meer dan een indicatie. Wanneer we (ondanks alle onzekerheden) de mogelijke effecten uit tabel 6 toevoegen aan het perspectief zoals dat in figuur 1 is geschetst, levert dit onderstaand beeld op:
Figuur 2 Indicatie structureel begrotingsresultaat incl. ontwikkelingen na 2028 en mogelijke extra middelen Rijk De maatregelen uit de voorjaarsnota zullen financieel verwerkt worden in de meicirculaire 2025. Doordat wij onze ramingen voor het gemeentefonds baseren op die meicirculaire, zullen de meest actuele inzichten van dat moment dus verwerkt worden in de begroting 2026-2029. Pas op dat moment zal er meer duidelijkheid ontstaan wat de maatregelen uit de voorjaarsnota concreet betekenen voor de gemeente Moerdijk.
59
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
Hoofdstuk 6 - Vervolgaanpak richting het opstellen van de begroting 20262029 De aanhoudende landelijke onzekerheid over de veruit grootste inkomstenpost van gemeenten, maakt het voor gemeenten lastig om een nauwkeurig inzicht te krijgen in hun financieel meerjarenperspectief. Daarmee bemoeilijkt dit ook het bepalen van de te kiezen aanpak richting het opstellen van de begroting 2026-2029. De landelijke onduidelijkheid over de middelen die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen is niet nieuw en was vorig jaar ten tijde van de kadernota al onderwerp van gesprek. Tijdens de behandeling van de kadernota 2025-2028 (raadsvergadering d.d. 27 juni 2024) en daarop volgend de begroting 2025-2028 (raadsvergadering d.d. 7 november 2024) is geconstateerd dat de financiële uitkomsten van de gemeente Moerdijk op de korte termijn geen (urgente) noodzaak gaven om op dat moment al mogelijkheden te hebben waarmee de structurele begrotingsruimte kon worden vergroot. Echter was het algehele beeld dat het richting komende begrotingsjaren nuttig en noodzakelijk was om nader inzicht te krijgen in de wijze waarop de structurele begrotingsruimte kan worden vergroot. Vanuit dat oogpunt is het rapport structurele begrotingsruimte opgesteld. Het rapport structurele begrotingsruimte is in de informatiebijeenkomst van 10 april 2025 aan de gemeenteraad toegelicht.
De inzichten uit dit onderzoek dragen bij aan het inzicht in onze gemeentelijke begroting en de (on) mogelijkheden tot het vergroten van de structurele begrotingsruimte. Dit zodat deze inzichten betrekkokken kunnen worden bij de behandeling van deze kadernota 2026-2029, als opmaat naar het opstellen van de uiteindelijke begroting 2026-2029. De samenhang tussen het rapport structurele begrotingsruimte, de kadernota 2026-2029 en het vervolgtraject richting het opstellen van de uiteindelijke begroting 2026-2029 ziet er als volgt uit:
Figuur 3 Samenhang rapport structurele begrotingsruimte, kadernota en begroting
60
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
Op basis van deze kadernota wordt duidelijk dat het gepresenteerde meerjarenperspectief vanaf 2026 negatief is (meer structurele lasten dan baten). Zoals in hoofdstuk 4 is geschetst worden vanaf 2026 structurele tekorten verwacht van € 4 miljoen (2026), € 4,2 miljoen (2027), € 2,1 miljoen (2028) en € 2 miljoen (2029). Daarmee is het meerjarenperspectief ten opzichte van de begroting 2025-2028 verslechterd. Dit is voornamelijk het gevolg van de benodigde budgetbijstellingen binnen het bestaande beleid (hoofdstuk 2) en de nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3). Tegelijkertijd geldt dat in deze cijfers nog geen rekening is gehouden met extra middelen die in de voorjaarsnota 2025 door het Rijk zijn aangekondigd (hoofdstuk 5) en de verwachte financiële effecten van de maatregelen zoals die in het rapport structurele begrotingsruimte zijn benoemd. Ondanks (of juist door) de grote onzekerheden is het van belang om expliciet stil te staan bij de vervolgaanpak richting het opstellen van een sluitende begroting 2026-2029. Hieronder worden de voorgestelde stappen toegelicht.
6.1
Benutten mogelijkheden uit het rapport structurele begrotingsruimte
Allereerst worden richting het opstellen van de begroting 2026-2029 diverse mogelijkheden benut zoals die in het rapport structurele begrotingsruimte naar voren zijn gekomen. Daarbij worden concreet onderstaande actiepunten genomen.
Actiepunt 1 Benut richting het opstellen van de begroting 2026-2029 diverse mogelijkheden waarmee de structurele begrotingsruimte kan worden vergroot zonder dat dit ten koste gaat van de huidige ambities en dienstverlening van de gemeente. Concreet gaat het hierbij om de volgende zaken: • Actiepunt 1.1 Hanteer richting het opstellen van de begroting 2026-2029 een minder voorzichtige inschatting wat betreft de verwachte afrekening van het btw-compensatiefonds. Zoals in paragraaf 8.7 van het rapport structurele begrotingsruimte is toegelicht houden we op dit moment in de begroting rekening met 75% van ons aandeel in de gemiddelde landelijke afrekening over de afgelopen 7 jaar. Vanuit de provincie als toezichthouder is het toegestaan om 100% van de laatste afrekening als uitgangspunt te hanteren. Dit kan gezien worden als de meest risicovolle variant. De aanbeveling is om in de begroting 2026-2029 uit te gaan van het geformuleerde scenario 2, waarbij wordt uitgegaan van 100% van de gemiddelde afrekening over de afgelopen 4 jaar. De indicatie voor de structurele begrotingsruimte die hiermee wordt gerealiseerd bedraagt ca. € 0,4 miljoen, waarbij de uiteindelijke omvang afhankelijk is van de definitieve afrekening over 2024 (die in de meicirculaire 2025 bekend wordt).
• Actiepunt 1.2 Hanteer richting het opstellen van de begroting 2026-2029 een reële(re) inschatting van het verwachte jaar van afronden van investeringen. De afgelopen jaren is het beeld dat er doorgaans sprake is van lagere kapitaallasten dan vooraf in de begroting was ingeschat. Het betreft voornamelijk voordelen doordat de investeringen pas later worden afgesloten dan vooraf ingeschat. Omdat kapitaallasten structurele lasten zijn, heeft dit een effect op de structurele begrotingsruimte. Een onderuitputting van de kapitaallasten betekent in feite dat er een onnodig beslag op de structurele begrotingsruimte is gelegd. Om ervoor te zorgen dat deze onderuitputting zich minder voordoet is het van belang een reële inschatting te maken van het jaar van afronding van een investering, zodat daar in de prognose van de kapitaallasten rekening mee gehouden kan worden. Dit betekent niet dat investeringen uitgesteld worden. Het doel is om (op basis van een realistische inschatting van het verwachte jaar van afronden) een zo realistisch mogelijke raming van de kapitaallasten op te nemen in de begroting, waardoor dit voorkomt dat er onnodig beslag op de structurele begrotingsruimte wordt gelegd. Dit vraagt wellicht een planning die rekening houdt met tegenvallers en niet uitgaat van het meest optimistische scenario.
Voor de investeringen zal nadrukkelijk(er) in beeld gebracht worden wat de reële inschatting is van het jaar van afronding van deze investeringen. Dit zodat dit verwerkt kan worden in de begroting 2026-2029. Het is lastig om aan de voorkant het effect hiervan op het structurele begrotingsresultaat te bepalen. Wel is in paragraaf 10.3 van het rapport structurele begrotingsruimte benoemd dat over de periode 20212024 de gemiddelde onderuitputting circa € 0,8 miljoen bedroeg.
61
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
• Actiepunt 1.3 Hanteer richting het opstellen van de begroting 2026-2029 een reële(re) inschatting van het verwachte jaar waarin de in de stelpost nieuw beleid opgenomen middelen daadwerkelijk ingezet zullen gaan worden. Net als bij de kapitaallasten is het beeld de afgelopen jaren dat jaarlijks een deel van de stelpost nieuw beleid onbenut blijft omdat een deel van de daarin gereserveerde middelen nog niet beschikbaar is gesteld middels een apart raadsvoorstel. Een onderuitputting van de stelpost nieuw beleid betekent in feite dat er een onnodig beslag op de structurele begrotingsruimte is gelegd. Om ervoor te zorgen dat deze onderuitputting zich minder voordoet is het belangrijk een realistische(re) inschatting te maken van het moment waarop de daadwerkelijke inzet van de middelen uit de stelpost nieuw beleid plaats zal gaan vinden. Dit vraagt per onderdeel wellicht een planning die rekening houdt met tegenvallers en niet uitgaat van het meest optimistische scenario. Het is lastig om aan de voorkant het effect hiervan op het structurele begrotingsresultaat te bepalen. Wel is in paragraaf 10.4 van het rapport structurele begrotingsruimte in beeld gebracht dat over de periode 2020-2024 de gemiddelde onderuitputting circa € 0,9 miljoen bedroeg, waarvan gemiddeld circa € 0,3 miljoen betrekking had op begrote structurele lasten.
• Actiepunt 1.4 Overweeg richting het opstellen van de begroting 2026-2029 de mogelijkheid tot het dekken van afschrijvingslasten uit een bestemmingsreserve. Reserves kunnen in principe alleen ingezet worden ter dekking van incidentele lasten. Een uitzondering hierop vormt het vormen van een bestemmingsreserve van waaruit (structurele) afschrijvingslasten kunnen worden gedekt. Het uiteindelijke effect dat dit heeft op het structurele begrotingsresultaat is afhankelijk van de omvang van de reserve en de levensduur van de investering waarvoor dit wordt ingezet. In paragraaf 10.5 van het rapport structurele begrotingsruimte zijn de indicatieve effecten hiervan in beeld gebracht. Een storting in de reserve van € 1 miljoen en een levensduur van de investering van 80 jaar resulteert in circa € 0,01 miljoen structurele begrotingsruimte, terwijl een storting in de reserve van € 13,9 miljoen (huidige vrije ruimte in de algemene reserve) en een levensduur van de investering van 25 jaar tot circa € 0,6 miljoen structurele begrotingsruimte leidt. Op dit moment wordt hier bewust (nog) geen concreet voorstel voor gedaan. Deze mogelijkheid zal betrokken worden bij de verdere bepaling van het traject om te komen tot een sluitende begroting 2026-2029 (zie ook actiepunt 2).
• Actiepunt 1.5 Hou de mogelijkheid tot het inzetten van de algemene reserve achter de hand als eventuele noodmaatregel om de begroting voor het eerstvolgende jaar sluitend te maken, waarmee eventueel tijd gekocht kan worden. Een tweede uitzondering op het principe dat reserves alleen ingezet mogen worden ter dekking van incidentele lasten, is de mogelijkheid om als gemeente onder voorwaarden een deel van de algemene reserve in te zetten als structurele dekking. Zoals in paragraaf 10.5 van het rapport structurele begrotingsruimte is toegelicht zou dit voor de gemeente Moerdijk uitkomen op maximaal € 1,39 miljoen die vanuit de algemene reserve hiervoor ingezet mag worden. De aanbeveling is om deze mogelijkheid te zien als een uiterst middel om de begroting structureel sluitend te krijgen.
62
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
Wanneer we de indicatieve effecten van bovenstaande actiepunten verwerken in het meerjarenperspectief zoals dat in figuur 2 is geschetst, ziet dit er als volgt uit:
Figuur 4 Indicatie structureel begrotingsresultaat incl. indicatie ontwikkelingen na 2028 , effecten voorjaarsnota en effecten maatregelen rapport structurele begrotingsruimte.
6.2 Welk uitgangspunt hanteren we ten aanzien van het structurele begrotingsresultaat in de begroting 2026-2029? De acties die hierboven zijn geschetst zien vooral toe op het realistisch(er) en minder voorzichtig begroten van diverse begrotingsposten. Tegelijkertijd kan de vraag gesteld worden in hoeverre deze maatregelen alleen voldoende gaan zijn in relatie tot de (landelijke) onzekerheden en de ontwikkelingen die we als gemeente op (middel)lange termijn op ons af zien komen. Het opstellen van een begroting gebeurt op basis van een reële verwachting van de ontwikkelingen van bestaand beleid, aangevuld met nieuwe ontwikkelingen die we als gemeente op ons af zien komen en die bijv. het gevolg kunnen zijn van wijzigende wetgeving of nodig zijn t.b.v. het realiseren van de gemeentelijke ambities. Hierbij is het van belang dat sprake is van een begroting die structureel en reëel in evenwicht is. De provinciaal toezichthouder beoordeelt aan de hand van diverse criteria of hier sprake van is. Een belangrijke voorwaarde is hierbij dat de begroting structureel sluitend is. Hiervan is sprake als de structurele lasten gedekt kunnen worden uit de structurele baten.
Indien hier het eerste begrotingsjaar (2026) geen sprake van is, kan geoordeeld worden dat het voldoende aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in uiterlijk de laatste jaarschijf van de meerjarenraming (2029) tot stand zal worden gebracht. Vanuit dit oogpunt is het van belang om met elkaar het doel te bepalen waarmee het begrotingstraject wordt ingegaan. Zetten we in op een sluitende begroting voor het jaar 2026?, werken we toe naar een sluitende begroting in de laatste jaarschijf (2029)? In hoeverre streven we naar een positief begrotingsresultaat zodat ruimte overblijft met het oog op de aanstaande verkiezingen in 2026? En hoe gaan we bij deze afweging om met de landelijke onzekerheid die momenteel bestaat over de grootste inkomstenbron van de gemeente (gemeentefonds)? Om de snelheid en intensiteit van de verdere actiepunten te bepalen is het van belang om een gezamenlijk uitgangspunt te hebben wat betreft de inzet en het doel ten aanzien van het structurele begrotingsresultaat in de begroting 2026-2029. Op basis van de financiële uitkomsten van deze kadernota wordt voor het jaar 2026 een structureel tekort voorzien van € 4 miljoen.
De vraag of voor dat jaar al tot een sluitende begroting kan worden gekomen, zal daarbij in grote mate afhankelijk zijn van de uiteindelijke middelen die vanuit het Rijk worden ontvangen en de daadwerkelijke opbrengst van de maatregelen uit het rapport structurele begrotingsruimte. Op basis van de indicaties zoals die in figuur 2 zijn geschetst heeft het college er vertrouwen in dat met de verwachte middelen vanuit het Rijk en de maatregelen uit het
63
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
rapport structurele begrotingsruimte tot een sluitende begroting voor het jaar 2026 gekomen kan worden. Vanuit dat oogpunt wordt onderstaand uitgangspunt geformuleerd: Uitgangspunt begroting: Richting het opstellen van de begroting wordt ingezet op een sluitende begroting voor het jaar 2026.
6.3
Welke verdere acties nemen we richting het opstellen van de begroting 2026-2029?
In hoofdstuk 5 zijn diverse ontwikkelingen in beeld gebracht die (op termijn) van invloed gaan zijn op het financieel meerjarenperspectief. Wat betreft de middelen vanuit het Rijk geldt dat de maatregelen uit de voorjaarsnota financieel verwerkt zullen worden in de meicirculaire 2025. Doordat wij onze ramingen voor het gemeentefonds baseren op die meicirculaire, zullen de meest actuele inzichten van dat moment dus verwerkt worden in de begroting 2026-2029. Pas op dat moment zal er meer duidelijkheid ontstaan wat de maatregelen uit de voorjaarsnota daadwerkelijk betekenen voor de gemeente Moerdijk. Naast de onzekerheden over het gemeentefonds zijn in hoofdstuk 5 diverse ontwikkelingen geschetst die na 2029 tot aanvullende (kapitaal)lasten zullen leiden en zijn diverse ontwikkelingen benoemd die op dit moment nog niet in geld of formatie uit te drukken zijn. Met het oog op bovenstaande onzekerheden is het verstandig om richting het opstellen van de begroting 2026-2029 (in aanvulling op actiepunt 1) verdere acties te nemen ter bevordering van het structurele begrotingsresultaat. Vanuit dat oogpunt is onderstaand actiepunt geformuleerd:
Actiepunt 2 Zet aanvullende ombuigingsmaatregelen in gang om het structurele begrotingsresultaat te verbeteren. Betrek bij de bepaling van de snelheid en intensiteit van deze maatregelen de daadwerkelijke middelen die vanuit het Rijk aan gemeenten beschikbaar worden gesteld. Bepaal op basis van de financiële vertaling van de voorjaarsnota in de meicirculaire 2025, in hoeverre een versnelling en intensivering van de ombuigingsmaatregelen nodig is richting het opstellen van de begroting 2026-2029. Hierbij wordt voorgesteld om richting het opstellen van de begroting 2026-2029 het volgende traject te doorlopen: • Een prioritering aan te brengen in de nieuwe ontwikkelingen/ambities die in deze kadernota zijn toegelicht (zie hoofdstuk 3); • Een prioritering aan te brengen in de ontwikkelingen/ambities waar momenteel al middelen voor gereserveerd zijn in de stelpost nieuw beleid (zie paragraaf 5.1); • Hierbij als handvat gebruik te maken van een prioriteringskader zodat duidelijk is hoe de prioritering tot stand is gekomen; • Vanuit de inzichten uit het rapport structurele begrotingsruimte kritisch te kijken naar mogelijke ombuigingen binnen het bestaande beleid; • Betrek hierbij ook de omvang van de huidige bestemmingsreserves (bijv.
reserve nieuwkomers) waarbij in beeld gebracht wordt hoe deze middelen eventueel ingezet zouden kunnen worden ter bevordering van het structurele begrotingsresultaat; • De gemeenteraad uit te nodigen om bij de algemene beschouwingen van de kadernota 2026-2029 met suggesties / denkrichtingen te komen. Welke begrotingsposten moeten (mede op basis van de inzichten uit het rapport structurele begrotingsruimte en deze kadernota) bijvoorbeeld buiten beschouwing gelaten worden of juist met voorrang bekeken worden?; • De hieruit voortkomende inzichten en voorstellen richting de vaststelling van de begroting 2026-2029 voor te leggen aan de gemeenteraad.
64
Kadernota 2026-2029
Gemeente Moerdijk
Actiepunt 3 Sta (los van het traject om tot een sluitende begroting 2026-2029 te komen) de komende jaren bij tussentijdse besluitvorming en de jaarlijks op te stellen kadernota nadrukkelijk(er) stil bij de structurele begrotingsruimte. Ook indien we met de hierboven genoemde maatregelen tot een structureel sluitende begroting 2026-2029 komen, geldt dat we als gemeente diverse ontwikkelingen en investeringen voorzien die vanaf 2030 gaan leiden tot substantiële kapitaallasten (zie paragraaf 5.1). Hoewel diverse investeringen pas over enkele jaren tot kapitaallasten gaan leiden, vindt de besluitvorming over deze investeringen de komende jaren al plaats. Vanuit dit oogpunt is het van belang om de komende jaren in de tussentijdse besluitvorming nadrukkelijk(er) stil te staan bij de structurele begrotingsruimte. Ook in de jaarlijkse kadernota wordt het (nog) belangrijker om op basis van de lokale en landelijke ontwikkelingen een integrale afweging te maken in zowel bestaand beleid, nieuwe ontwikkelingen en de huidige stelpost nieuw beleid.
65
Bijlagen
Gemeente Moerdijk
Bijlage 1 - Budgetaanpassingen bestaand beleid -/- = voordeel Progr.
Onderwerp
I/S
2
Omgevingsplan
S
2026 70.000
2027 50.000
2028 75.000
2029
110.000 De werkzaamheden betreffen het omvormen van het tijdelijk naar het gebiedsdekkend omgevingsplan en alle werkzaamheden die daarmee gerelateerd zijn. Het gaat met name om de inhuur van adviseurs voor het komen tot een wijzigingsbesluit en om benodigd advies van bijvoorbeeld de OMWB. In 2024 is, oa door problemen met de plansoftware, vertraging opgetreden in dit transitieproces. Daardoor is de planning aangepast en schuiven werkzaamheden door naar komende jaren. Dit heeft effect op de verwachten kosten omdat nu meerdere gebieden tegelijk opgepakt moeten worden. Op verschillende onderwerpen moeten onder de omgevingswet beleidskeuzes gemaakt worden. Het gaat om thema's als veiligheid, geluid en de vertaling van de regels in de bruidsschat. Hiervoor is veel extra advisering nodig door OMWB. In 2028 en 2029 is de start voor de werkzaamheden aan de grootste gebieden in de gemeente voorzien (Buitengebied en Zeehaven- en industriegebied Moerdijk). Vanwege de grootte van de gebieden en de diversiteit van regels die voor deze gebieden nodig zijn, is de verwachting dat de kosten van advisering in deze jaren hoger liggen dan voorgaande jaren. Dit betreft de benodigde inzet van externe expertise die niet binnen de bestaande capaciteit beschikbaar is.
Toelichting
4
Budgestsubsidie Stichting Bibliotheek West-Brabant
S
85.600
85.600
85.600
85.600 Tot en met het jaar 2025 werd de subsidie aan Stichting Bibliotheek West-Brabant, voor het product de Bibliotheek op School, gefinancierd vanuit de Rijksmiddelen Onderwijsachterstanden. Vanaf oktober 2024 is er een Onderwijsachterstanden subsidieregeling, waarbinnen het product de Bibliotheek op school, in zijn huidge vorm, niet meer past. Gezien het belang van goed leesonderwijs voor de (taal)ontwikkeling van kinderen is regionaal met 8 gemeenten, waarbinnen Stichting Bibliotheek West-Brabant actief is, de afspraak gemaakt dat de Bibliotheek op school op alle scholen beschikbaar is. Dit product bestaat uit professionele ondersteuning voor scholen in de vorm van een leesconsulent en beschikbaarstelling van een collectie. Op deze manier heeft iedere leerling in onze gemeente, van welke achtergrond ook, toegang tot boeken. Het product Bibliotheek op school blijven we dan ook afnemen bij Stichting Bibliotheek West-Brabant en dient er dus een alternatieve dekking beschikbaar te komen. Daarnaast wordt rekening gehouden met een indexering van het subsidiebedrag op basis van het Samenwerkingsconvenant Bibliotheekwerk West-Brabant 2024-2027. Voor de jaren 2025 en 2026 zijn vanuit het Rijk extra middelen beschikbaar gekomen voor bibliotheekwerk. Hiermee kan een groot deel van de kosten voor de Bibliotheek op School en de indexering bekostigd worden.
In het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen zoals dat ter consultatie heeft opengestaan en wat dit jaar bij de Tweede Kamer ingediend gaat worden staat dat gemeenten structureel gecompenseerd worden met het bedrag dat ook in september 2024 aan de gemeenten voor 2025 en 2026 is toegekend. Wij gaan er vooralsnog vanuit dat ook na 2026 die structurele compensatie daadwerkelijk wordt toegekend.
66
Bijlagen
Progr. 4
Gemeente Moerdijk
Onderwerp
I/S
2026
2027
2028
2029
Beschermd wonen Wmo
S
304.000-
164.000-
164.000-
164.000- De gemeenschappelijke regeling Beschermd Wonen regio Breda heeft al enkele jaren een positief jaarrekeningresultaat. Conform de afspraken in de GR vloeit dit overschot terug naar de deelnemende gemeenten. De concept-begroting 2026 die door de gemeente Breda is opgesteld als centrumgemeente van deze GR Beschermd Wonen laat een begrotingsoverschot zien. Voor de jaren ná 2026 is geen raming beschikbaar. De bekostiging vanaf 2027 is nog met veel onzekerheden omgeven. Er zijn nog steeds plannen om ook voor beschermd wonen het woonplaatsbeginsel in te voeren dat betekent dat de gemeente alleen betaalt voor de eigen inwoner. Daarnaast is het de bedoeling dat het budget voor beschermd wonen - dat nu nog volledig naar de gemeente Breda wordt overgemaakt - over alle gemeenten verdeeld gaat worden. En tenslotte wordt voor de verdeling van dat budget een nieuw objectief verdeelmodel ingevoerd. Dit zou ook tot herverdeeleffecten tussen regio's en gemeenten kunnen gaan leiden. Ten slotte verwachten we op de maatschappelijke opvang - een gemeentelijke taak die tot nu toe volledig door de gemeente Breda kon worden bekostigd (m.n. uit Rijksgelden) - een structureel tekort op de begroting waarbij een bijdrage van de regiogemeenten gevraagd gaat worden. Kortom is het nu zeer lastig om een goed onderbouwde raming van de bijdrage / teruggaaf vanaf 2027 te maken.
Vooralsnog wordt de raming van 2026 structureel doorgetrokken.
Toelichting
De gemeente Moerdijk ontvangt via het gemeentefonds voor de doelgroep licht verstandelijke beperking (LVB) circa € 140.000 per jaar. Dit zijn structurele middelen Beschermd Wonen waarvan centrumgemeente Breda de uitvoering doet. In 2026 heeft de GR Beschermd Wonen de LVB bijdrage van de regiogemeenten niet nodig om de begroting sluitend te krijgen. Daarom is deze op 0 gesteld in de begroting 2026. Op basis van afspraken in de GR wordt vanaf 2027 weer wel rekening gehouden met de afdracht van de LVB bijdrage aan gemeente Breda en dus per saldo een lagere uitkering uit het positief saldo van de GR BW. 4
Wmo - Begeleiding
S
593.000
693.000
793.000
893.000 Aanpassing raming voor voorzieningen Wmo begeleiding op basis van recentere gegevens over de aantallen indicaties en de indexering van de tarieven. Het aantal indicaties voor Begeleiding is in 2024 sterker toegenomen dan een jaar geleden werd ingeschat. De oorzaak van de toename van indicaties voor Begeleiding is naar verwachting gelegen in de toename van psychische/psychiatrische klachten in de samenleving in combinatie met de wachtlijsten in de zorg. Vanaf 2027 is een aanname gedaan dat de te verwachten groei van het aantal actieve indicaties €100.000 per jaar extra kost De kostenstijging wordt ten dele veroorzaakt door de doorwerking van de tariefstijging 2025 die 2,77% hoger was dan de 5% waarmee in de begroting 2025 rekening was gehouden. Daarnaast wordt nu voor 2026 wederom rekening gehouden met een tariefstijging van 5%. De stijging in de tarieven verklaart circa € 200.000 van de totale kostenstijging.
4
Wmo - Huishoudelijke hulp
S
312.000
379.000
379.000
479.000 Aanpassing raming voor voorzieningen Wmo huishoudelijke ondersteuning op basis van recentere gegevens over de aantallen indicaties en de indexering van de tarieven. Het aantal indicaties voor huishoudelijke ondersteuning is in 2024 (zoals verwacht werd) toegenomen. We zien echter dat het aantal indicaties HO stabilisatie light daarbinnen een stuk harder gestegen is dan het aantal indicaties HO stabilisatie. HO stabilisatie light heeft een lagere kostprijs dan HO stabilisatie. De kostenstijging wordt voor 95% veroorzaakt door wijzigingen in de tarieven. Zoals de doorwerking van de tariefstijging 2025 die 1,37% hoger was dan de 5% waarmee in de begroting 2025 rekening was gehouden. Daarnaast wordt nu voor 2026 wederom rekening gehouden met een tariefstijging van 5%. Vanaf 2027 is een aanname gedaan dat de te verwachten groei van het aantal actieve indicaties €100.000 per jaar extra kost. Deze inschatting is ook zo verwerkt in de huidige meerjarenraming 2026-2028. Omdat in deze Kadernota de jaarschijf 2029 wordt toegevoegd is dat de reden voor het grotere verschil ten opzichte van de jaren daarvoor.
67
Bijlagen
Progr.
Gemeente Moerdijk
Onderwerp
I/S
2026
2027
2028
2029
4
Jeugdhulp ambulant regionaal
S
700.000
700.000
300.000
300.000 Voor 2026 en 2027 is een ophoging van € 700.000 nodig, gevolgd door € 300.000 in 2028 en 2029. Deze bijstelling is nodig vanwege twee samenhangende ontwikkelingen binnen de jeugdzorg. Enerzijds nemen de kosten voor specialistische jeugdhulp toe, onder andere door een lichte stijging in het aantal jeugdigen, indexatie tarieven, faillissementen bij zorgaanbieders, schaarste in het zorgaanbod, wachtlijsten en de af- ombouw van JeugdzorgPlus. Anderzijds zien we een beweging van het gedwongen naar het vrijwillige kader, waardoor sneller wordt afgeschaald naar de lokale toegang en de inzet van gezinsgerichte/systemische aanpak noodzakelijk wordt. Deze ontwikkelingen hangen samen met het Toekomstscenario, de opbouw van Sterk Lokale Teams, wijkgerichte aanpak en de implementatie van het OKO-programma (Opgroeien in een Kansrijke Omgeving). Daarmee wordt gestuurd op een integrale aanpak en het versterken van de sociale basis. De verwachting is dat hierdoor na 2027 stabilisatie optreedt in de inzet van (gezinsgerichte) specialistische jeugdzorg.
Toelichting
4
Jeugdhulp met verblijf regionaal
S
300.000
300.000
300.000
300.000 De uitvoering van de landelijke afspraken over de af- en ombouw Jeugdzorg Plus (gesloten jeugdzorg) zal een gewenste beweging laten zien op jeugdhulp met verblijf. Het volledige begrote bedrag voor Jeugdzorg Plus zal op termijn, mogelijk 2028, worden overgeheveld naar NVTZ-met verblijf. NVTZ met verblijf is een duurdere vorm van zorg, dit is een overgangsfase. Vanaf 2026 zal € 300.000 euro extra begroting noodzakelijk zijn.
4
Bijdrage GR Werkplein
S
318.000
319.000
319.000
331.000 Op basis van de concept begroting 2026-2029 van de gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant zijn de ramingen geactualiseerd. Daarnaast zijn de ramingen geactualiseerd van de hiermee samenhangende opbrengsten, te weten de rijksbijdrage BUIG en de specifieke uitkering Wet inburgering.
5
Overbrengen bouwdossiers naar West-Brabants Archief
I
400.000
-
-
- In de archiefkelder bevindt zich 300 meter aan bouwvergunningen van 1997-2010 die overgebracht moeten worden naar het WestBrabants Archief. Dit is een wettelijke taak. De bouwvergunningen (ca. 10.000 dossiers) worden gedigitaliseerd en overgebracht naar het e-depot van het West-Brabants Archief zodat de informatie duurzaam toegankelijk is. Hiermee voldoen we aan de Archiefwet en vergroten we de dienstverlening aan burgers en bedrijven. Het project zou in 2022 opstarten, maar dat is door omstandigheden niet gebeurd. De uitvoering van het project is namelijk niet verder gekomen dan de voorbereidende werkzaamheden voor dit project. Hierdoor is het budget telkens gedeeltelijk doorgeschoven, waardoor er in 2025 nog een beschikbaar budget van € 180.000 resteert. Dit bedrag zal vrijvallen in de eerste bestuursrapportage van 2025.
5
verSaasen van applicaties
S
450.000
450.000
450.000
450.000 Een paar jaar geleden is de informatievisie vastgesteld. Hierin hebben we aangegeven dat er de komende jaren diverse ontwikkelingen zullen plaatsvinden op het gebied van informatisering.De groeiende behoefte aan flexibiliteit, schaalbaarheid en beheersbaarheid vraagt om een softwareomgeving die snel te implementeren is, altijd up-to-date is en waarmee de organisatie met goede ondersteuning snel en op ieder moment veilig kan werken. Software-as-a-service (SaaS) is software die te benaderen is vanuit de cloud, de software wordt aangeboden als een dienst (abonnement) in plaats van dat het moet worden gekocht. De software is direct en overal te gebruiken, is altijd up-to-date en hoeft niet geïnstalleerd te worden. Met deze visie werkt de organisatie aan de ambitie in 2026 klaar te zijn om op het gebied van digitaal werken volledig in de cloud, SaaS, te kunnen werken. Op basis van voornoemde visie is een inschatting gedaan naar de te verwachten kosten. Helaas zijn de kosten hoger dan we hadden gecalculeerd. Bedrag is ingeschat op basis van de realisatiecijfers 2024, de kosten van de reeds verSaasde applicaties, software welke nog versaasd moet worden en contracten die opnieuw afgesloten moeten worden. Gelet op de aanbesteding en de doorontwikkeling van ICT WBW naar een regieorganisatie verwachten we dat de bijdrage voor ICT WBW de komende jaren veranderd.
Het is momenteel nog in een te vroeg stadium om hier rekening mee te houden.
5
Ozb opbrengsten niet woningen
S
-
-
-
5
Ozb opbrengsten woningen
S
67.000
49.000
45.000
2.991.600
2.861.600
2.582.600
TOTAAL
860.700- Raming jaarschijf 2029. Toename t.o.v. raming 2028 als gevolg van verwachte nieuwbouw 88.000- Bijstelling op basis van realisatiecijfers 2024 en actualisatie verwachte nieuwbouw. 1.835.900
waarvan incidenteel
400.000
-
-
-
waarvan structureel
2.591.600
2.861.600
2.582.600
1.835.900
68
Bijlagen
Gemeente Moerdijk
Bijlage 2 - Actualisatie eerdere nieuwe ontwikkelingen -/- = voordeel Progr.
Omschrijving
I of S
Investering oud
Div.
Toevoegen jaarschijf 2029
3
Investering nieuw
2026
Vitale centra
S
2.422.675
2.422.675
1
Aanleg losloopgebieden/uitlaatterreinen honden
S
70.000
70.000
2
Afschaling N285: Bijdrage t.b.v. rotonde Langeweg
I
2
Afschaling N285: Aanpassing plein Langeweg i.v.m. rotonde
S
2
Afschaling N285: Werkzaamheden gemeente
S
2
Schoolontw.Willemstad: bouw school, gymzaal en gemeenschapshuis
S
2
Scholen Fijnaart (investering betreft alleen bouwkosten schoolgebouwen; bijkomende kosten nog niet bekend)
S
2
Scholen Klundert (investering betreft alleen bouwkosten schoolgebouwen; bijkomende kosten nog niet bekend)
2
2027
2028
2029
-
-
-
156.655-
8.087
7.893
Toelichting
1.242.006 Toevoegen oorspronkelijke raming stelpost nieuw beleid 2029. 7.699 Actualisatie planning en rente kapitaallasten van 2,5% naar 2,7%.
315
308
301
66.150-
433.850
-
- De kosten voor de aanleg van de rotonde vallen hoger uit dan in eerste instantie geraamd (€ 500.000). De bijdrage die wij aan de provincie betalen wordt hiermee ook hoger. Afgesproken is om deze in 2 termijnen te betalen. De eerste 50% in 2026 en de 2e 50% in 2027.
-
-
19.500-
19.200-
18.900- De aanpassing aan het plein wordt in de aanleg van de rotonde meegenomen. (zie de ontwikkeling hierboven).
2.660.000
2.792.332
-
-
172.900-
13.487.000
14.730.749
-
-
-
11.402.000
12.208.952
-
-
570.100-
562.974- Afronding naar 2031. Normbedrag berekend met nieuwe leerling prognoses + indexering.
S
11.060.000
12.864.060
-
-
-
553.000- Afronding naar 2029. Normbedrag berekend met nieuwe leerling prognoses + indexering.
Toekomstbestendige gymaccommodatie Zevenbergen: nieuwbouw gymzaal bij Regenboog
S
3.076.756
2.675.005
-
17.751-
17.598-
17.446- In verband met uitwerken optie 2 bedrag aangepast o.b.v. raadsbesluit 18-4-2024.
2
Exploitatiekosten nieuwe gymzaal bij Regenboog
S
-
-
20.000-
-
-
2
Vervangende nieuwbouw Niervaert
S
22.000.000
25.560.000
-
-
-
2
Gymzaal Droge Mark: hogere exploitatiekosten
S
-
-
-
-
20.000-
20.000- Onderdeel turn blijft in de Droge Mark, dus geen opbrengstenderving.
2
Herinrichting Doelstraat
S
1.100.000
3.500.000
71.500-
70.400-
69.300-
166.300 Een en ander is afhankelijk van de te kiezen variant door de raad. Bedrag is fors hoger omdat dit als verlengstuk van het centrumgebied wordt meegenomen met dezelfde uitstraling. Voor nu is het bedrag gebaseerd op de minimale variant. Afronding naar 2028.
300.000
294 Rente kapitaallasten van 2,5% naar 2,7%.
16.846 Afronding naar 2028 + investeringsbedrag geïndexeerd. 709.750- Raming gemeenschapshuis samengevoegd met de raming van de school en de gymzaal. Kosten stijging door een toename van het aantal vierkantemeters van de school op basis van nieuwe leerlingprognoses. Afronding naar 2029. Investeringsbedrag geïndexeerd.
- Exploitatiekosten vanaf 2027. 1.445.820 Investeringsbedrag aangepast aan de actuele inschatting zoals benoemd in het raadsvoorstel maart 2025 + realisatie naar 2028.
69
Bijlagen
Investering nieuw
2026
Gemeente Moerdijk
Progr.
Omschrijving
I of S
Investering oud
2027
2028
2029
Toelichting
5
Integrale aanpak arbeidsmigratie: extra inkomsten gemeentefonds en/of toeristenbelasting
S
-
-
225.000
300.000
100.000-
100.000-
Realisatie een jaar doorgeschoven. Inschatting geactualiseerd o.b.v. actuele informatie.
2
Verbetering entree Klundert Zevenbergseweg
S
750.000
750.000
48.750-
48.000-
3.000
2.940
Vanwege bezwaren van omwonenden wordt de realisatie later dan eerder verwacht (2027) + rente kapitaallasten van 2,5% naar 2,7%.
3
Permanente steiger Fort Sabina
S
190.000
190.000
12.350-
570
555
540
Afronding naar 2026 + rente kapitaallasten van 2,5% naar 2,7%.
3
Permanente steiger Fort Sabina (dekking t.l.v. huursom voor ponton)
S
-
-
12.350
570-
555-
540-
Afronding naar 2026.
3
Werkbudget stedelijke regio's West-Brabant West & Breda -Tilburg
S
-
-
43.845
43.845
43.845
43.845
Bijdrage aan stedelijke regio's Breda-Tilburg, West-Brabant en Baronie samenwerking o.b.v. inwoneraantallen en bijdragen per inwoner.
Totaal
93.895-
630.439
914.059-
waarvan incidenteel
66.150-
433.850
-
943.681 -
waarvan structureel
27.745-
196.589
914.059-
943.681
70
Bijlagen
Gemeente Moerdijk
Bijlage 3 - Nieuwe ontwikkelingen -/- = voordeel Ontw. nr.
Progr. Omschrijving
1.1
1 en 2
2.1 2.1
I of S
Investeringsbedrag
2026
2027
2028
2029
207.000
434.500
646.400
730.600
Basis op orde voor ontwikkelend beheer van de fysieke leefomgeving
S
10.825.000
2
Capaciteit adviseur verkeer (1 fte)
S
nvt
103.000
103.000
103.000
103.000
2
Capaciteit adviseur verkeer (1 fte) (dekking stelpost nieuw beleid)
S
nvt
103.000-
103.000-
103.000-
103.000-
2.2
2
Waarschuwings en Alarmering Systeem (WAS)
S
60.000
-
4.600
4.500
4.500
3.1
3
Bastion Groningen
S
2.212.000
-
-
-
120.700
3.2
3
Powerport Moerdijk
I
nvt
300.000
-
-
-
3.3
3
Stedelijke regio’s Breda-Tilburg, West-Brabant en Baronie samenwerking
I
nvt
367.500
-
-
-
4.1
4
Capaciteit Schuldhulpverlening (1 fte)
S
nvt
93.000
93.000
93.000
93.000
4.2
4
Capaciteit Wmo (1,89 fte uitbreiding en extra loonruimte)
S
nvt
142.000
198.000
198.000
198.000
4.3
4
Capaciteit backoffice Wmo en Schuldhulpverlening (1,2 fte)
I
nvt
87.600
87.600
-
-
4.4
4
Capaciteit programmamanager nieuwkomers (1 fte)
I
nvt
22.000
131.000
-
-
4.4
4
Capaciteit programmamanager nieuwkomers (1 fte) (dekking reserve)
I
nvt
22.000-
131.000-
-
-
4.5
4
Coördinatie Brede School
I
nvt
55.000
55.000
-
-
4.6
4
Subsidiebeleid vrijwilligersorganisaties
S
nvt
100.000
100.000
100.000
100.000
5.1
5
Capaciteit Projectleider Interne Dienstverlening (1 fte)
S
nvt
103.000
103.000
103.000
103.000
5.2
5
Capaciteit adviseur Leren en Ontwikkelen (0,33 fte)
S
nvt
34.000
34.000
34.000
34.000
5.3
5
Capaciteit strategisch financieel adviseur (1 fte)
S
nvt
117.000
117.000
117.000
117.000
5.4
5
Implementatie WOO (0,66 fte)
S
nvt
68.000
68.000
68.000
68.000
5.4
5
Implementatie WOO (dekking middelen Rijk)
S
nvt
68.000-
68.000-
68.000-
68.000-
5.5
5
Capaciteit administratief ondersteuner (0,66 fte)
S
nvt
50.000
50.000
50.000
50.000
5.6
5
Capaciteit processpecialist (1 fte)
S
nvt
117.000
117.000
117.000
117.000
5.7
5
Capaciteit adviseur digitale dienstverlening (1 fte)
S
nvt
77.500
103.000
103.000
103.000
5.8
5
Capaciteit functioneel beheer digitale werkplek (1 fte)
S
nvt
93.000
93.000
93.000
93.000
5.9
5
Capaciteit ISO (Information Security Officer) (1 fte)
S
nvt
103.000
103.000
103.000
103.000
5.10
5
Samenwerking op de informatievoorziening
S
nvt
130.000
130.000
70.000
-
5.11
5
Capaciteit medewerker servicepunt (1 fte)
S
nvt
73.000
73.000
73.000
73.000
5.12
5
Capaciteit KCC cluster publiekszaken (met middagopenstelling) (3 fte)
S
nvt
219.000
219.000
219.000
219.000
5.13
5
Capaciteit coördinator KCC cluster publiekszaken (0,88 fte)
S
nvt
73.000
73.000
73.000
73.000
5.14
5
Communicatiemiddelen openbare ruimte
S
270.000
Totaal
-
34.300
33.600
32.800
2.541.600
2.222.000
2.230.500
2.364.600
waarvan incidenteel
810.100
142.600
-
-
waarvan structureel
1.731.500
2.079.400
2.230.500
2.364.600