Getekende Cultuur- en erfgoednota gemeente Moerdijk
Tekst van het document
21
5.
BEHOUDEN
Kunst, cultuur en erfgoed zorgen voor verbinding tussen inwoners en maken dat mensen ergens willen wonen, werken of recreëren. Dit is in de vorige hoofdstukken uitgebreid aan bod gekomen. Om te kunnen verbinden en beleven dienen cultuur en erfgoed in de eerste plaats behouden te blijven. Dit hoofdstuk gaat in op de mogelijkheden en maatregelen van de gemeente Moerdijk voor behoud en ontwikkeling. Behoud is voor ons geen doel op zich maar een manier om ons erfgoed zichtbaar en beleefbaar te maken voor inwoners en bezoekers, zie doel 6: Een aantrekkelijke en betekenisvolle leefomgeving door behoud te koppelen aan beleefbaar maken van cultureel erfgoed . Anders dan cultuur en bijvoorbeeld toerisme is voor behoud en ontwikkeling van met name erfgoed een heel stelsel van wetten en regels van kracht. Dit hoofdstuk laat eerst het instrumentarium zien waarover de gemeente beschikt voor behoud van kunst en erfgoed. Vervolgens komen de stappen aan bod die de gemeente wil zetten om cultuur en erfgoed te behouden en waar mogelijk verder te ontwikkelen. Tenslotte wijden wij een aparte paragraaf aan het beheer van onze kunstcollectie en de kunst in de openbare ruimte. 5.1 Instrumentarium Omgevingswet en omgevingsplan Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking en zal alle bestaande wetgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen en cultureel erfgoed gaan vervangen.
Het is dus belangrijk om per 1 januari alle noodzakelijke aanpassingen te doen die nodig zijn om aan de nieuwe wet te voldoen. Tot eind 2031 hebben gemeenten de tijd om een nieuw omgevingsplan te maken, dat de huidige bestemmingsplannen en verordeningen moet vervangen. Tot die tijd geldt een tijdelijk omgevingsplan, dat feitelijk bestaat uit de samenvoegingen van alle bestaande bestemmingsplannen en verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. In bijlage x staat aangegeven wat er verandert voor erfgoed als de Omgevingswet in werking treedt. Erfgoedverordening De juridische basis voor de omgang met het Moerdijkse erfgoed, en dan met name die van de gemeentelijke monumenten, gemeentelijke beschermde dorpsgezichten en archeologische (waardevolle) verwachtingsgebieden, staat in de Erfgoedverordening gemeente Moerdijk. In 2023 heeft onze gemeenteraad deze verordening vastgesteld. Deze verordening is te zien als een lokale Erfgoedwet. Hierin zijn regels opgenomen met betrekking tot het aanwijzen en afvoeren van gemeentelijke monumenten. Ook zijn hierin regels opgenomen die het verbieden om zonder vergunning (toestemming van de gemeente) schade toe te brengen aan een monument (sloop, verbouw, wijzigingen) of een pand binnen een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht.
Ook zijn in de Erfgoedverordening regels opgenomen ten behoeve van de bescherming van archeologische waardevolle gebieden. Hierin is het verboden om een archeologisch monument, of terreinen met (hoge) archeologische verwachtingswaarden, zonder vergunning te verstoren. Gemeentelijke adviescommissie visuele omgevingskwaliteit Moerdijk / Monumentencommissie Eind 2021 is de Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit Moerdijk door onze raad vastgesteld maar deze treedt pas in werking als de Omgevingswet in werking treedt. Deze commissie adviseert het college van B&W onder andere over vergunningaanvragen voor monumenten en de aanwijzing van nieuwe monumenten. Het staat het college vrij ook andere vragen op het gebied van erfgoed aan deze commissie voor te leggen. Het is daarmee het belangrijkste adviesorgaan van de gemeente op het gebied van erfgoed. Het belangrijkste beoordelingskader van de commissie is de monumentenbeschrijving. Daarin staat vermeld op basis van welke kwaliteiten een gebouw, object, structuur of complex de monumentenstatus heeft verkregen. De commissie dient te beoordelen in hoeverre deze kwaliteiten 22
worden aangetast door de voorgestelde ingreep en adviseert het college daar al dan niet mee in te stemmen. Veel beschrijvingen zijn nogal summier en weinig concreet zodat ze de commissie niet altijd voldoende houvast bieden. Om de beoordeling zo transparant mogelijk te houden, stellen wij met deze nota vast dat de Adviescommissie visuele omgevingskwaliteit Moerdijk bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor monumenten ‘De 10 uitgangspunten voor monumenten’ dient te gebruiken (bijlage x). Dit kader is opgesteld door de Federatie Welstand en biedt overzichtelijke criteria voor de beoordeling van vergunningaanvragen voor monumenten, in aanvulling op de monumentenbeschrijving zelf. Actie: Bij een volgende aanpassing van het Omgevingsplan of Welstandsnota dient te worden opgenomen dat de Adviescommissie visuele omgevingskwaliteit Moerdijk ‘De 10 uitgangspunten voor monumenten’ als beoordelingskader gebruikt. Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waardenkaart (chw) van Moerdijk uit 2014 laat de belangrijkste plekken en objecten op het gebied van cultuurlandschap en gebouwde monumenten zien. De kaart is in de eerste plaats een beleidsinstrument, bedoeld om bij ruimtelijke plannen duidelijk te maken welke cultuurhistorische waarden in het plangebied aanwezig zijn. In de planvorming kan zo rekening worden gehouden met deze waarden.
Het is een van de belangrijkste instrumenten om waardevol erfgoed binnen een gemeente te borgen. De huidige chw voldoet nog niet aan deze voorwaarde. Het is een inventarisatie van cultureel erfgoed maar een waardering ontbreekt. Er is geen onderscheid tussen erfgoed van zeer hoge, hoge of gemiddelde waarde. Omdat de waardering ontbreekt, zijn er ook geen beleidsmaatregelen aan de elementen op de chw gekoppeld. Het is daarmee op dit moment onduidelijk hoe met de gegevens van de chw om te gaan. Verder is de informatie op de chw van Moerdijk is niet compleet en in sommige gevallen gedateerd. Tenslotte is de kaart niet gedigitaliseerd maar enkel als pdf te raadplegen. De bestaande kaarten dienen daarom overgezet te worden naar bestanden die in zogenaamde GIS systemen gebruikt kunnen worden. De data op de kaarten dient daarvoor naar nieuwe, interactieve kaarten te worden overgezet. Zodoende kan de informatie gemakkelijker worden vertaald naar het toekomstig omgevingsplan. Vervolgens dient de informatie met bijbehorende beleidsmaatregelen op de kaart geborgd te worden in de bestemmingsplannen. Bij het actualiseren van de chw betrekken wij ook de lijst met beeldbepalende panden zoals hieronder in Hoofdstuk 5.2 staat beschreven.
Tenslotte is de inventarisatie en waardering van het groen erfgoed, inclusief maatregelen om dit erfgoed te borgen en/of te beschermen, deel van de actualisatie van de chw. Zie Hoofdstuk 5.2. Actie: Actualiseren, digitaliseren, waarderen en beleidsmaatregelen vaststellen van de cultuurhistorische waardenkaart uit 2014 en deze omzetten naar het omgevingsplan en bestemmingsplannen. Archeologische kaarten De archeologische waarden en verwachtingen op het grondgebied van de gemeente Moerdijk zijn in een aparte kaart opgenomen die in 2023 is geactualiseerd (Verdronken en teruggewonnen, actualisatie archeologiekaart Moerdijk, RAAP 2023). Naast deze inventarisatie is een beleidskaart opgesteld die aangeeft welke maatregelen verbonden zijn aan de verschillende archeologische verwachtingen op de inventarisatiekaart. De regels rondom archeologie zijn vastgelegd in de Erfgoedverordening gemeente Moerdijk en Update Uitvoeringskader erfgoed onderdeel archeologie. Op deze wijze is archeologie voldoende geborgd en gereed voor opname in het Omgevingsplan van de gemeente. 23
Erfgoedregister Op grond van de Erfgoedwet houdt de gemeente Moerdijk een erfgoedregister bij van krachtens de Erfgoedverordening aangewezen cultureel erfgoed. In het erfgoedregister staat in ieder geval informatie over de gemeentelijke monumenten en rijksmonumenten. Ook onroerend cultureel erfgoed en immaterieel erfgoed kan worden opgenomen in het erfgoedregister. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 worden de fysieke onderdelen uit het erfgoedregister van rechtswege opgenomen in het omgevingsplan. Immaterieel erfgoed en cultuurgoederen blijven in het erfgoedregister voor zover zij geen fysieke component hebben. Vooralsnog blijven het fysieke erfgoed ook opgenomen in het register. Toezicht en handhaving Behoud en bescherming van kunst, cultuur en erfgoed staat of valt bij een gericht vergunnings-, toezicht- en handhavingsbeleid (VTH). Voor erfgoed betekent dit dat de gemeente in een vroeg stadium toetst of de instandhouding van erfgoed, monumenten en gebouwen in het beschermd gezicht voldoende is om zware en tijdrovende handhavingsprocedures in een later stadium te voorkomen. Doelstelling is dat de gemeente zo vroegtijdig toetst dat geen enkel monument in een instandhoudingstraject terecht zal komen. 5.2 In standhouden Erfgoed beschermen Onze gemeente telt momenteel 122 rijksmonumenten, 38 gemeentelijke monumenten en 1 beschermd stadsgezicht (Willemstad).
De meest in het oog springende rijksmonumenten zijn onze forten en vestingwerken. Daarnaast zijn onder andere kerken, molens, woonhuizen en boerderijen als rijksmonument beschermd. Het Rijk wijst nog heel incidenteel nieuwe monumenten aan. Op dit moment loopt een procedure om enkele watersnoodwoningen de status van rijksmonument te geven. Gemeentelijke monumenten Vanwege het belang van erfgoed voor onze identiteit en het aanzicht van onze gemeente willen we de komende jaren ons monumentenbestand verder uitbreiden. Daarbij kijken we niet alleen naar welke objecten of structuren historisch onveranderd aan ons zijn doorgegeven, maar ook welke betekenis een bepaald object of structuur voor de lokale context heeft gehad. We willen een monumentenbestand dat in balans is, zowel qua tijdsperioden als geografisch. Inmiddels is er een brede waardering ontstaan voor bouwkunst uit de Wederopbouwperiode tot 1965, mede omdat veel gebouwen uit deze tijd alweer gesloopt zijn. En ook de zogenaamde Post 65periode (bouwkunst van 1965 tot 1990) heeft veel kenmerkende architectuur in bijzondere materialen en nieuwe functies opgeleverd. Op dit moment dateren alle gemeentelijke monumenten van voor 1940.
Om een evenwichtiger monumentenbestand op te bouwen dat recht doet aan alle perioden uit onze geschiedenis, ook de meest recente, zullen we bij de aanwijzing van gemeentelijke monumenten de nadruk leggen op de periode vanaf 1945. We zullen niet ineens een groot aantal nieuwe monumenten aanwijzen, maar we willen dit stapsgewijs aanpakken en jaarlijks 2 à 3 nieuwe monumenten aanwijzen. De kosten van het aanwijzen van monumenten en het beslag op de ambtelijke capaciteit blijven zo beheersbaar. Om verrassingen te voorkomen dienen de eigenaren geïnformeerd te worden dat hun vastgoed op een lijst van mogelijk aan te wijzen monumenten staat. Actie: Bij de aanwijzing van gemeentelijke monumenten de nadruk leggen op de periode vanaf WO II. Actie: Eigenaren informeren dat hun vastgoed op de lijst staat van mogelijk aan te wijzen monumenten.
24
Beeldbepalende panden Er zijn verschillende manieren om erfgoed te behouden. Naast het aanwijzen van gemeentelijke monumenten kan ook gedacht worden aan het benoemen van beeldbepalende objecten. Dit zijn cultuurhistorisch waardevolle gebouwen waarvoor de monumentenstatus een te zwaar middel is. Zij vormen echter wel deel van het Moerdijks erfgoed en bepalen mede het aanzien van historische kernen en plekken. Het behoud van deze categorie gebouwen willen wij borgen via het omgevingsplan, bijvoorbeeld door middel van een sloopverbod of een voorschrift dat het aanzicht van een gebouw bewaard moet blijven. Bij de inventarisatie uit de jaren ’90 van de vorige eeuw voor mogelijke Rijksmonumenten is een lijst aangelegd van panden die lang niet allemaal de monumentenstatus hebben gekregen. Deze lijst kan opnieuw geïnventariseerd worden om te beoordelen of de kwaliteit van de gebouwen nog zodanig is dat zij als beeldbepalend in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen. De inventarisatie van beeldbepalende panden en het onderzoek in hoeverre en op welke manier zij in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen is deel van het actualiseren van de cultuurhistorische waardenkaart, zie Hoofdstuk 5.1. Groen erfgoed Erfgoed betreft niet alleen (complexen van) gebouwen maar kan ook groen erfgoed zijn zoals bijzondere bomen of een groenaanleg (zoals lanen, hagen, borders, weiden).
De gemeente kent een bomenlijst waar alleen bomen op particulier terrein op staan. Groen in het de openbare ruimte heeft (nog) geen enkele status. De cultuurhistorisch belangrijkste groene structuren zoals de vestingwallen, dijken en lanen staan op de cultuurhistorische waardenkaart en hebben op die manier een vorm van bescherming doordat ze in het omgevingsplan zijn opgenomen. Het is van belang bij het actualiseren van de cultuurhistorische waardenkaart waar nodig het historisch groen toe te voegen als dat nog niet vermeld staat. Anders valt bijvoorbeeld de karakteristieke bomenaanleg langs dijken of oude wegen niet onder de bescherming. Individuele bomen in de openbare ruimte zijn nauwelijks vermeld op de kaart. De inventarisatie en waardering van het groen erfgoed, inclusief de maatregelen om dit erfgoed te borgen en/of te beschermen, is onderdeel van de actualisatie van de cultuurhistorische waardenkaart, zie Hoofdstuk 5.1. Monumenten- en molenbiotoop De cultuurhistorische waarde van een monument wordt niet alleen bepaald door het object zelf maar ook door de omgeving waarin het zich bevindt. Zo’n omgeving wordt een monumentenbiotoop genoemd.
In de Omgevingswet is opgenomen dat het omgevingsplan bepalingen moet bevatten voor het voorkomen van aantasting van de omgeving van monumenten, voor zover die aantasting een negatieve invloed heeft op het aanzicht of de waardering van die monumenten. Ook de omgeving maakt zo onderdeel uit van de bescherming. Deze voorwaarde geldt niet alleen voor rijksmonumenten maar voor alle monumenten, dus ook gemeentelijke. Deze bepalingen kunnen harde regels zijn maar een plan kan ook open normen bevatten die openstaan voor interpretatie. Het is aan iedere gemeente zelf om in het eigen omgevingsplan aan te geven hoe met de verschillende monumentenbiotopen moet worden omgegaan. Leidraad daarbij is niet of een plan toegestaan of verboden is, maar of het maatschappelijke meerwaarde heeft. Uiterlijk 2030 moet het omgevingsplan deze bepalingen voor de omgeving van monumenten bevatten. Actie: Bepalingen in het omgevingsplan opnemen om aantasting van de omgeving van monumenten te voorkomen. Een bijzondere vorm van een monumentenbiotoop is de molenbiotoop. De beste manier om een historische molen in stand te houden is de molen draaiende te houden. Daarvoor is voldoende vrije 25
ruimte rond de molen nodig om wind te kunnen vangen. De molenbiotoop voor de drie nog werkende Moerdijkse molens is vastgelegd in het bestemmingsplan en wordt overgenomen in het omgevingsplan. Daarbij dient gekeken te worden of de ruimte rond de molens nog steeds voldoende open is. Actie: Het checken van de molenbiotoop in het omgevingsplan van de drie nog draaiende molens van Moerdijk. Gemeentelijk vastgoed Een speciale categorie gemeentelijk vastgoed verdient extra aandacht, namelijk monumentaal vastgoed. Net als iedere eigenaar van monumentaal vastgoed heeft de gemeente conform de Erfgoedwet de plicht onroerend goed met een monumentale status goed te onderhouden. Zoals de gemeente handhavend optreedt tegen eigenaren die deze plicht veronachtzamen, dient het ook op te treden naar de eigen organisatie indien onderhoud van een monument te wensen overlaat. Dat geldt ook voor de openbare ruimte wanneer deze een monumentale status heeft zoals de vestingwerken en het beschermd stadsgezicht Willemstad. 5.3
Ontwikkelen
Herbestemming In de herbestemming van erfgoed ligt een opgave om de gemeenschap vitaal en leefbaar te houden. Voor duurzame instandhouding van gebouwd erfgoed is het vinden van een passende (nieuwe) functie van belang. Wij zullen waar nodig en mogelijk eigenaren van monumentaal vastgoed behulpzaam zijn bij het informeren en meedenken over een andere functie. Kerkgebouwen vormen daarbinnen een belangrijke categorie vanwege hun belang voor en plek middenin de lokale gemeenschap. Een belangrijke cultuurhistorisch ijkpunt in iedere kern is het kerkgebouw. Veel kerken worden bedreigd met sluiting of zijn al dicht en aan de eredienst onttrokken. Voor sommige is een passende bestemming gevonden (zoals De Stad Klundert) maar voor de meeste is dit nog niet het geval. De gemeente heeft een adviserende en stimulerende rol bij herbestemming van kerkgebouwen die behouden moeten worden vanwege hun cultuurhistorische en beeldbepalende waarde. Ook de gemeente is eigenaar van monumentale panden. Sommige daarvan staan leeg zoals het Kruithuis in Willemstad. Wat voor iedere monumenteneigenaar geldt, is ook van toepassing op de gemeente. Een leegstaand en ongebruikt pand gaat snel achteruit. Wij stellen ons actief op bij het vinden van een passende nieuwe functie voor onze eigen monumenten, ook voor panden die (nog) niet leeg staan.
Daartoe maakt de gemeente een inventarisatie van het eigen monumentenbezit. Wij kijken in de eerste plaats welke panden leeg staan of een andere functie nodig hebben, en wat de mogelijkheden zijn voor herbestemming. Dit zal per pand maatwerk zijn zodat voor ieder monument een plan van aanpak wordt gemaakt. In het uiterste geval kan verkoop overwogen worden. Daarnaast leggen wij zo veel mogelijk ook de huidige bestemming vast, zoals we in deze nota ook doen met De Schuur als theatervoorziening. Actie: Inventarisatie van het monumentaal vastgoed in eigendom van de gemeente en bepalen van de (her)bestemming. Transformatiekader De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vraagt – wanneer het rijksmonumenten betreft - voor het uitwerken van grootschalige plannen een transformatiekader (gebieden) of Bouwhistorische onderzoeken (gebouwen). Het transformatiekader is een nieuw middel. Het is een analyse van de historische gelaagdheid en functionaliteit van rijksmonumentale objecten waaruit een programma 26
en/of een plan ontwikkeld moet worden. Voor de ontwikkeling van het inrichtingsplan Stenen Poppen Klundert is hier voor het eerst mee gewerkt. Voor de ontwikkeling en herbestemming van grootschalige monumentale gebouwen en complexen in gemeentelijk eigendom laten wij standaard een transformatiekader opstellen, ook als het gemeentelijke monumenten betreft. Duurzaamheid De verduurzaming van gebouwen is een steeds belangrijker thema geworden. Daarbinnen vormen monumenten een specifieke opgave. Monumenten zijn door hun lange levensduur en de wijze waarop ze vroeger zijn geconstrueerd feitelijk al duurzaam. Maar eigenaren willen de panden graag verder verduurzamen, al was het maar om de energielasten te verlagen. Dat begint bij voorlichting over gedrag: veel energie kan worden bespaard door zogenaamde quick wins. In het regionaal energieloket - waar gemeente Moerdijk mee verbonden is - wordt gerichte en actuele informatie geplaatst, specifiek gericht op eigenaren van monumenten. De meest gebruikte maatregel voor het verduurzamen van monumenten – ook binnen het beschermde stadsgezicht Willemstad - is het plaatsen van zonnepanelen. Vanwege het belang van cultuurhistorie is dat bijna alleen aan de achterkant van gebouwen, uit het zicht van de openbare weg. Bovendien is de plaatsing vergunningplichtig zodat de eigenaar legeskosten moet betalen.
Het contrast is groot met verreweg de meeste huiseigenaren die vergunningvrij zonnepanelen kunnen aanleggen, zonder legeskosten. De vergunningplicht voor zonnepanelen op monumenten is noodzakelijk. Om monumenteneigenaren tegemoet te komen bij verduurzaming van hun vastgoed, laten wij het extra deel vervallen dat zij aan leges betalen bij verduurzaming op en bij monumenten. Actie: Aanpassen van de legesverordening zodat eigenaren van monumenten geen extra legeskosten hebben bij verduurzaming van monumenten. 5.4 Kunst- en collectiebeheer Herdenkingsmonumenten en kunst in de openbare ruimte Moerdijk telt veel herdenkingsmonumenten en kunst in de openbare ruimte. Ze dragen bij aan een aantrekkelijke en betekenisvolle leefomgeving en met name herdenkingsmonumenten zijn deel van de identiteit van de inwoners. Tot dusver is er echter geen beleid voor deze categorie kunst en erfgoed. Zo ontbreekt een voor iedereen toegankelijk overzicht, is er geen onderhoudsplan (reparaties en restauratie gebeuren nu adhoc) en zijn er geen richtlijnen of procedures voor nieuwe monumenten en kunst in de openbare ruimte. Het succes van de jaarlijkse kunst en monumentenroute laat zien dat het ontsluiten van deze categorie kunst en erfgoed voor een groter publiek in een behoefte voorziet.
Samen vormen deze monumenten en kunst een echt openluchtmuseum van Moerdijk dat met bijvoorbeeld een brochure, website en/of route veel beter ontsloten kan worden. Door het onderhoud planmatig uit te voeren blijven alle objecten in goede staat en kunnen dure restauraties vermeden worden. Omdat sommige objecten van bijzondere materialen gemaakt zijn, zal een deel van het onderhoud uitbesteed worden aan gespecialiseerde personen of bedrijven. Actie: Een plan van aanpak maken voor monumenten en kunst in de openbare ruimte. Daarnaast een lichte procedure opstellen voor het plaatsen van (herdenkings)monumenten en kunst in de openbare ruimte. Actie: Een onderhoudsplan voor kunst in de openbare ruimte opstellen en uitvoeren. Collectiebeheer De gemeente Moerdijk bezit een bescheiden eigen kunstcollectie. Een aantal werken staan in de hal van het gemeentehuis opgesteld. Verder zijn de werken verspreid over verschillende ruimtes in het 27
gemeentehuis. Formeel valt een gemeentelijke kunstcollectie onder de erfgoedwet zodat de gemeente een zorgplicht heeft voor zorgvuldig collectiebeer. Het collectiebeheer is in vier thema’s te verdelen: - Documenteren: wat bevindt zich in de collectie, wat is de kwaliteit ervan, waar bevindt het zich en wat is er inhoudelijk over te vertellen. Onderzoek naar de achtergrond van de stukken is onderdeel van het documenteren. Kern van een goede documentatie is een goed werkend en actueel registratiesysteem. - Conserveren: de gemeente heeft als eigenaar een zorgplicht voor de eigen collectie, die ook in de erfgoedwet staat beschreven. Zijn de kunstwerken in goede staat en zijn de bewaarcondities voldoende? Restauratie is deel van het conserveren. Ook moet er een passende verzekering zijn. - Presenteren: de functie van kunst is gezien en ervaren worden. Op welke wijze worden de werken tentoongesteld en op welke manieren wordt verder aandacht aan de kunstcollectie besteed (boeken, folders, reportages, etc.). - Samenstellen: Tenslotte heeft elke collectiebeheerder beleid over de samenstelling van de collectie: al dan geen aankoop, verwerving, schenkingen en eventueel afstoten van werk. Actie: Een collectieplan opstellen voor de eigen kunstcollectie om te komen tot een zorgvuldig collectiebeheer.
28
6.
FINANCIEN
6.1 Subsidieverlening Kernvraag van onze subsidieverlening is op welke wijze subsidies kunnen bijdragen aan het cultuuren erfgoedbeleid van de gemeente. Omdat er bijna geen wet- en regelgeving is op het gebied van cultuur zijn subsidies het belangrijkste instrument voor het realiseren van culturele doelen. Op gemeentelijke schaal zijn subsidies ook voor erfgoed een belangrijk sturingsinstrument. De belangrijkste spelers in het cultuur- en erfgoedveld zijn de vele tientallen verenigingen en stichtingen op het gebied van cultuur en erfgoed. Omdat zij met hun activiteiten zo’n belangrijke rol spelen, ondersteunt de gemeente deze verenigingen met verschillende soorten subsidies. Met deze nota willen we zorgen dat het subsidiestelsel nog steeds optimaal functioneert om alle cultuur- en erfgoedorganisaties te betrekken bij de gemeentelijke doelstellingen. Aan het eind van dit hoofdstuk staat een schema als samenvatting van de huidige subsidievormen en voorgestelde verbeteringen. 6.1.1 Huidige subsidievormen Wij kennen voor organisaties en activiteiten op het gebied van cultuur en erfgoed de volgende subsidievormen: Basissubsidie Bijna alle organisaties ontvangen een basissubsidie die helpt de organisatie in stand te houden. Iedere organisatie heeft immers een aantal vaste kosten die los staan van de eigen activiteiten.
Het hoofddoel van de basissubsidie is het stimuleren van sociale cohesie en participatie. De basissubsidie is een vast bedrag dat niet wordt geïndexeerd. Dat maakt dat de subsidie feitelijk ieder jaar minder waard wordt. Plussubsidie Iedere vereniging en stichting organiseert activiteiten voor de eigen leden, achterban en vaak andere inwoners en bezoekers. Bovenop de basissubsidie kan de organisatie plussubsidie aanvragen als de organisatie voldoet aan een aantal voorwaarden. Ook deze subsidie wordt niet geïndexeerd. Begrotings- of budgetsubsidie Een aantal organisaties die voor de hele gemeente actief zijn en / of zich op meer professionele basis bezig houden met cultuur en erfgoed ontvangen een vaste begrotings- of budgetsubsidie. Het betreft Stichting Stoffer en Blik / theater De Schuur, Stichting Fort Sabina, Stichting Cultuur Moerdijk, Nationaal Suiker- en Vlasserijmuseum, Watersnoodwoning, Villa d’Engelenburgh. Een begrotingssubsidie is beleidsarm en wordt jaarlijks automatisch toegekend, een budgetsubsidie dient jaarlijks door het college vastgesteld te worden. Beide subsidievormen worden niet geïndexeerd. Dat leidt met name bij Stoffer en Blik en Fort Sabina tot extra subsidie-aanvragen om het beoogde activiteitenniveau te kunnen halen.
Regeling Cultuureducatie: Vanuit het Rijk ontvangen de scholen een bedrag per leerling om de leerlingen te laten kennismaken met kunst, cultuur en erfgoed (=doel). In de regeling Cultuureducatie is opgenomen dat de gemeente dit bedrag verdubbelt. Op deze wijze kunnen scholen hun cultureel programma ontwikkelen en financieren. De inzet van de intermediair cultuureducatie via Meer Moerdijk is deel van de Regeling Cultuureducatie. Door middel van financiering van het Rijk, de provincie en de gemeente zelf wordt de inzet van de intermediair cultuureducatie bekostigd. De intermediair cultuureducatie stelt jaarlijks een Kunstmenu samen, zodat leerlingen ieder jaar naar een voorstelling kunnen gaan. Dez 29
intermediair cultuureducatie begeleidt scholen bij het ontwikkelen en uitvoeren van hun cultureel programma (CMK programma van de provincie, ook wel de Cultuurloper genoemd). Daarnaast organiseert de cultuurcoach naschoolse en vakantie-activiteiten, ontwikkelt lesprogramma’s en legt de verbinding met het culturele veld. Ieder kind op de basisschool komt op deze manier in aanraking met kunst, cultuur en erfgoed. De vraag is vooral of het netwerk van cultuur- en erfgoedinstellingen in de gemeente nog beter ingeschakeld kan worden voor de uitvoering van het programma. Muziekonderwijs Iedere leerling kan een subsidie van maximaal €200 ontvangen voor buitenschools muziekonderwijs, onafhankelijk van het inkomen van de ouders / verzorgers. Deze regeling functioneert tot tevredenheid van alle betrokkenen, inclusief de verenigingen. Doel van de regeling is om zoveel mogelijk kinderen die dat willen de mogelijkheid te bieden muziekonderwijs te volgen. Het aantal aanvragen bedraagt 225 en is al jarenlang stabiel. Vitale en cultuurrijke samenleving Deze regeling is bedoeld voor organisaties om extra in te zetten op sport, bewegen en cultuur voor de doelgroepen jeugd 2-18 jaar, mensen met een beperking en gepensioneerden.
Deze subsidie is mede bedoeld om deze doelgroepen te laten kennismaken met cultuur en erfgoed, te begeleiden naar een vereniging of kwaliteitsverbetering voor cultureel aanbod te krijgen. Evenementensubsidie Subsidie voor een activiteit voor een bredere doelgroep dan de eigen kern, waarbij ook de beleving centraal staat. De regeling vergoedt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €10.000. Alleen materiaal- en locatiekosten vallen onder subsidiabele kosten, geen (inhuur van) personeel. Zoals in Hoofdstuk 4.3 beschreven ligt het grootste knelpunt bij de organisatie van evenementen in de steeds toenemende regeldruk en eisen. 6.1.2 Verbeterpunten subsidiebeleid Kijkend naar de doelstellingen van de cultuur- en erfgoednota functioneert het subsidiestelsel zeer behoorlijk. De fijnmazige infrastructuur van vele tientallen verenigingen en stichtingen, verdeeld over alle kernen, blijft in stand en bereikt met de eigen leden en de passieve beoefenaren een groot aantal inwoners. Uit de enquête van het inwonerspanel blijkt dat driekwart van de respondenten actief cultuur beoefent en ruim twee derde jaarlijks een of meer culturele activiteiten bezoekt. Daarmee voldoet het stelsel aan de doelstelling om de sociale cohesie en participatie te stimuleren.
Knelpunten zitten vooral in het ontbreken van een indexering, het ontbreken van nadere regels voor de begrotings- en budgetsubsidies en het ondersteunen van het behoud en beleven van erfgoed. Basis- en plussubsidie De voorwaarden bij de plussubsidie zijn al jaren ongewijzigd en dienen herzien te worden. Hierbij dient er gekeken te worden of het een optie is om beide subsidies samen te voegen. Dit zorgt voor meer duidelijkheid bij de betrokken organisaties (niet alleen cultuur maar ook andere beleidsterreinen) en minder administratieve inzet van de gemeente. Actie: Onderzoeken of de basis- en plussubsidie samengevoegd kunnen worden. Dit dient te gebeuren voor alle verenigingen/stichtingen aan wie de gemeente momenteel een basis/plussubsidie verleent en ligt dan ook buiten de scope van deze cultuur-en erfgoednota. Subsidieregeling Kunst, Cultuur en Erfgoed Het is inmiddels niet duidelijk meer waarom de ene organisatie een begrotings- en de ander een budgetsubsidie ontvangt en welke doelstellingen aan betreffende organisaties zijn gekoppeld. Juist vanwege het belang van cultuur en erfgoed voor het realiseren van gemeentelijke doelstellingen zijn subsidies aan de grotere instellingen per definitie niet beleidsarm. Dat betekent dat wij de 30
subsidieverlening van alle cultuur- en erfgoedinstellingen onder hetzelfde regime brengen. Daartoe stellen wij een nieuwe Subsidieregeling Kunst, Cultuur en Erfgoed gemeente Moerdijk op waarin wij de subsidies aan deze instellingen beleidsmatig verankeren. De subsidie aan iedere instelling wordt hiermee jaarlijks door het college vastgesteld. De subsidie aan cultuur- en erfgoedorganisaties dient aan de volgende doelen te voldoen: structurele activiteiten gericht op inwoners uit de hele gemeente, die ervoor zorgen dat cultuur en erfgoed beter zichtbaar en beleefbaar zijn voor onze inwoners. Dit raakt alle zes doelen uit deze nota. Omdat de begrotingssubsidies beleidsarm waren, is de afgelopen jaren weinig gekeken in hoeverre de hoogte van deze subsidies nog past bij de gemeentelijke doelen. Bij het opstellen van de nieuwe subsidieregeling zal het college opnieuw de hoogte van deze subsidies tegen het licht houden. Om ook nieuwe initiatieven een kans te geven zal aan deze subsidieregeling een extra budget van €10.000 toegevoegd worden, bovenop de huidige budget- en begrotingssubsidies aan culturele en erfgoedinstellingen. Indexering In deze periode van hoge inflatie komen de activiteiten en daarmee de gemeentelijke doelstellingen van de cultuur- en erfgoedorganisaties onder druk te staan.
Het belang dat de gemeente toekent aan cultuur en erfgoed rechtvaardigt een subsidieverlening die meebeweegt met de inflatie. De subsidies die onder de nieuwe Subsidieregeling Kunst, Cultuur en Erfgoed vallen worden om die reden jaarlijks geïndexeerd. Actie: Opstellen van een subsidieregeling Kunst, Cultuur en Erfgoed gemeente Moerdijk waarin de huidige begrotings- en budgetsubsidies van de culturele en erfgoedinstellingen worden ondergebracht, met ruimte voor nieuwe aanvragers. Stichting Stoffer en Blik / theater De Schuur Voor Stichting Stoffer en Blik / theater De Schuur is al langer duidelijk dat de huidige subsidie niet toereikend is. In 2018 heeft de gemeente een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar theaters in de regio. Daar kwam uit dat – met name door de steeds hogere eisen aan technische voorzieningen – het theater jaarlijks ruim €27.000 tekort kwam, bovenop de activiteitensubsidie van €9.000. Dit bedrag is in de jaren daarna als incidentele subsidie verstrekt aan de stichting. Door de inzet van de technici en geschoolde vrijwilligers en het gebruik van de aanpassingen in de techniek is Stoffer en Blik in staat invulling te geven aan de complexe eisen van hedendaagse producties. Er zijn geen grenzen aan het ontwerp waardoor theatermakers, technici en artiesten optimaal worden bediend.
Het publiek kan hierdoor genieten van een toonaangevende programmering met een volwaardig theaterbeleving die wat betreft geluid en belichting niet onder doet voor grotere zalen. Daarnaast speelt Stoffer en Blik een steeds grotere maatschappelijke rol door de toegenomen samenwerking met het primair onderwijs, het Markland College en andere maatschappelijke organisaties. Zoals hierboven gesteld worden met de nieuwe subsidieregeling Kunst, Cultuur en Erfgoed alle begrotings- en budgetsubsidies tegen het licht gehouden. Stichting Stoffer en Blik wacht echter al sinds 2018 op duidelijkheid van de gemeente over een structurele subsidie die past bij het huidige theater. In Hoofdstuk 3.2 hebben we de borging van deze theatervoorziening al genoemd zodat wij – vooruitlopend op de nieuwe subsidieregeling – voor Stichting Stoffer en Blik een uitzondering maken. Wij stellen de jaarlijkse subsidie van Stichting Stoffer en Blik vanaf 2024 vast op €40.000 (activiteitensubsidie €9.000, techniek €27.000, indexering sinds 2018 van €4.000) en nemen deze als zodanig op in de nieuwe subsidieregeling Kunst, Cultuur en Erfgoed gemeente Moerdijk. Actie: De jaarlijkse subsidie van Stichting Stoffer en Blik vast te stellen op €40.000.
31
Stichting Fort Sabina Net als bij theater De Schuur is ook voor Stichting Fort Sabina al jaren duidelijk dat de jaarlijkse – niet geïndexeerde – activiteitensubsidie van €9.000 ontoereikend is om het culturele programma van de stichting uit te voeren. Dit jaar heeft de stichting €9.000 extra ontvangen om het programma uit te kunnen voeren. Dit betrof deels kosten voor instandhouding van de organisatie als nasleep van de coronacrisis. Net als bij Stichting Stoffer en Blik wacht ook Stichting Fort Sabina al langer op financiële duidelijkheid van de gemeente voor de culturele activiteiten. Het budget van €9.000 is al zeker vijftien jaar lang niet aangepast. Met de extra incidentele bijdrage voor 2023 (waarvan een deel dekking van de vaste kosten betreft) achten wij een activiteitenbudget van €15.000 per jaar noodzakelijk om zowel aan de culturele ambities van de gemeente (doelen 5 en 6) als van de Stichting zelf te voldoen. En net als bij Stoffer en Blik lopen wij hiermee vooruit op de nieuwe Subsidieregeling Kunst, Cultuur en Erfgoed, waarin deze subsidie zal worden opgenomen. Actie: De jaarlijkse subsidie van Stichting Fort Sabina vast te stellen op €15.000. De activiteitensubsidie staat los van de ambitie van de stichting en gemeente om een buitenpodium te realiseren op deze locatie (zie Hoofdstuk 3.1).
Na onderzoek dienen hiervoor eventueel extra middelen toebedeeld te worden. Naast de subsidie voor culturele activiteiten draagt de gemeente ook bij – als huurder van het complex – aan instandhouding en exploitatie van Fort Sabina. De verdere uitwerking van eigendom, beheer en exploitatie krijgt een plek in het maatschappelijk accommodatiebeleid en valt buiten de scope van deze nota. Initiatiefsubsidie bij Subsidieregeling Vitale en cultuurrijke samenleving De gemeente voegt aan de Subsidieregeling Vitale en cultuurrijke samenleving een nieuw onderdeel toe voor nieuwe initiatieven op het gebied van cultuur- en erfgoed. Deze toevoeging moet vooral het creatieve maakproces stimuleren zodat nieuwe culturele initiatieven ontstaan. Wij kennen nu alleen een subsidie om culturele initiatieven uit te voeren, niet voor het maakproces. Terwijl het stimuleren van creatieve ontwikkeling de kwaliteit van cultuur in Moerdijk naar een hoger niveau kan brengen. Met deze aanvulling kunnen projecten van bijvoorbeeld kunstenaars en artiesten gesteund worden, maar ook bijzondere activiteiten en evenementen die buiten de reguliere activiteiten van een vereniging of stichting vallen. De initiatieven dienen van een Moerdijkse organisatie afkomstig te zijn en plaatsvinden binnen de gemeentegrenzen van Moerdijk.
De regeling moet een stimulans bevatten om kunst, cultuur en erfgoed aan elkaar te koppelen. De activiteiten dienen voor een groter publiek toegankelijk en/of zichtbaar te zijn. Het totale budget voor deze regeling is €15.000. Deze regeling verschilt van de evenementensubsidie aangezien hierbij uitvoeringskosten deels worden vergoed. Actie: De Subsidieregeling Vitale en cultuurrijke samenleving uitbreiden met een subsidie voor culturele makers op het gebied van erfgoed en cultuur. Cultuureducatie en muziekonderwijs De subsidies voor cultuureducatie en muziekonderwijs functioneren op dit moment naar tevredenheid, conform de doelstellingen en te bereiken doelgroep. De regeling Cultuureducatie zal worden herzien, omdat de wijze van financiering (niet de hoogte van het bedrag) vanuit het Rijk is aangepast. Inhoudelijk zal er niets worden gewijzigd. Aandachtspunt voor de intermediair cultuureducatie is om voor cultuureducatie te zorgen met zoveel mogelijk betrokkenheid van de eigen cultuur- en erfgoedorganisaties. 32
Op dit moment zijn ouders en verenigingen tevreden met de regeling voor een bijdrage van €200. Het is echter goed om ook bij een regeling die goed loopt na verloop van tijd te vragen of het doel nog steeds bereikt wordt, bijvoorbeeld of het bereik nog hoger kan zijn. Wij grijpen het opstellen van deze nota aan om de regeling te evalueren. Actie: Evalueren van de subsidieregeling muziekonderwijs. Heemkundekringen Moerdijk telt zes heemkundekringen. Zij zijn primair gericht op onderzoek en behoud van cultuur, erfgoed en geschiedenis. Natuurlijk organiseren zij ook activiteiten (o.a. lezing, excursie) maar hun voornaamste taak is het boven water halen, bewaren en toegankelijk maken van de geschiedenis en het verhaal van de eigen kern en omgeving. Zie ook doel 4 (Onze inwoners ontlenen een gevoel van trots en identiteit aan kunst, cultuur en erfgoed van Moerdijk) en paragraaf 4.2 Het verhaal van Moerdijk. Voor hun kernfuncties - de ontvangst van bezoekers en het bewaren van archief en historische objecten - hebben zij behoefte aan een eigen ruimte. Dat legt een behoorlijk beslag op de financiële middelen van deze verenigingen en stichtingen. Als hoeders van een deel van het Moerdijks erfgoed zijn zij van belang voor zowel het verbinden, beleven als behouden van cultuur en erfgoed.
Op dit moment ontvangt iedere heemkundekring een gemeentelijke basissubsidie, aangevuld met plussubsidies. De hoogte van de basissubsidie is gebaseerd op de grootte van de kern. Er wordt in de subsidieverlening geen rekening gehouden met de bewaar- en ontvangstfunctie van een heemkundekring. Dat betekent dat niet iedere heemkundekring de geschiedenis van de eigen kern voor de inwoners toegankelijk kan maken. Tot op heden is in gemeentelijk beleid geen faciliterende taak in de huisvesting van heemkundekringen vastgelegd. In de praktijk is het echter zo dat alle heemkundekringen, met uitzondering van die van de kern Moerdijk, gehuisvest zijn in gemeentelijk vastgoed en dus worden gefaciliteerd in een eigen ruimte en het toegankelijk maken van de geschiedenis voor onze inwoners. Dit gebeurt echter niet op een kwalitatief zelfde wijze en varieert sterk per kern. Gezien bovenstaand belang van de activiteiten van heemkundekringen en hun rol als hoeder van het erfgoed is het zaak de huisvestingstaak van de gemeente voor heemkundekringen in deze nota te borgen. Dit betekent een extra inspanning als het gaat om faciliteren van de huisvesting voor de heemkundekringen in de kernen Moerdijk (geen gemeentelijke rol) en Klundert (huisvesting is onvoldoende toegankelijk), die zijn verdere uitwerking moet krijgen in het nog op te stellen maatschappelijk accommodatiebeleid.
Deze ondersteuning dient gekoppeld te zijn aan het toegankelijk maken van de eigen collectie. Evenementensubsidie Van de organisatoren van zowel grote als kleinere activiteiten horen wij dat zij de organisatie steeds moeilijker voor elkaar krijgen. Dat heeft vooral te maken met strengere regels die aan evenementen verbonden zijn. De gemeentelijke procedures voor vergunningverlening zijn daar een onderdeel van. Vanuit de doelstellingen 4 (In iedere kern kunnen inwoners actief en passief deelnemen aan activiteiten op het gebied van cultuur en erfgoed) en 5 (Het bijzondere erfgoed maakt onze gemeente aantrekkelijk voor bezoekers) zien wij de noodzaak zien om onze evenementensubsidie te evalueren om te kijken op welke manier wij initiatiefnemers nog beter kunnen helpen bij de organisatie van evenementen. Onderdeel van de evaluatie is de vraag in hoeverre de gemeente beleidsmatig meer moet doen met de organisatie van evenementen. Nu ontbreekt een specifiek evenementenbeleid. Zie verder Hoofdstuk 4.3 waarin wij aangeven de evenementensubsidie te evalueren en evenementenbeleid op te stellen. 33
6.2 Onderhoud en restauratie van monumenten Moerdijks restauratiefonds In 2013 is het Moerdijks Restauratiefonds vastgesteld om revolverende leningen te kunnen verstrekken aan eigenaren van gemeentelijke monumenten. Dat wil zeggen dat de inkomsten bewaard blijven en weer gebruikt kunnen worden voor een nieuwe lening. Het depot is in beheer bij het Nationaal Restauratiefonds. Het gaat dan om cascoherstel (gevels, bouwmuren, balklagen, kappen (inclusief goten en hemelwaterafvoeren), kelders, monumentale kappen of restanten daarvan) en om restauratie van bijzondere onderdelen van het exterieur. Het minimale leningsbedrag is €10.000. Het maximale bedrag is €25.000 euro voor een woonhuismonument en €50.000 euro voor overige monumenten. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Drentse en Gelderse monumentenfondsen loopt het bij het Moerdijks Restauratiefonds niet storm terwijl dezelfde voorwaarden worden gehanteerd. Wij zullen het fonds evalueren om te kunnen bepalen in hoeverre het fonds meer kan bijdragen aan de instandhouding van ons erfgoed. Bijdrage aan restauratie rijksmonumenten De gemeente Moerdijk telt 122 rijksmonumenten waaronder enkele zeer grote in particulier eigendom zoals kerken en molens. Ondanks de subsidies vanuit het rijk hebben veel eigenaren grote moeite deze monumenten in stand te houden.
Een restauratie van een groot gebouw als een molen bedraagt al snel meer dan €100.000. Het lukt deze eigenaren nauwelijks de overige middelen zelf te verwerven zodat verwaarlozing op de loer ligt. Anderzijds zijn er behalve subsidie van het Rijk ook andere fondsen en donateurs, en kan een eigenaar zelf een reserve aanleggen. Het is daarmee niet vanzelfsprekend dat een gemeente geld bijlegt voor de restauratie van een rijksmonument. Dit heeft ook een precedentwerking naar eigenaren van andere monumenten, ook gemeentelijke. Om hierover een besluit de kunnen nemen dient eerst onderzocht te worden in hoeverre er sprake is van een structureel probleem waarvoor een structurele oplossing gezocht kan worden. Daarbij dient het doel van behoud meegewogen te worden, namelijk het beter en zichtbaar en beleefbaar maken van erfgoed. Actie: Evalueren van de manier waarop de gemeente restauratie van (rijks)monumenten faciliteert.
34
Overzicht subsidies cultuur en erfgoed Subsidie
Doelgroep
Doel
Bedrag
Basissubsidie
verenigingen
instandhouding verenigingen
Plussubsidie
verenigingen
extra activiteiten verenigingen
verschilt per organisatie verschilt per organisatie
Begroting- en budgetsubsidie
Stichtingen cultuur en erfgoed
activiteiten stichting mogelijk maken
verschilt per organisatie
Muziekonderwijs
jeugd tot 18 jaar
Cultuureducatie
leerlingen basisonderwijs
€200 per jaar bedrag per leerling
Vitale en cultuurrijke samenleving
maatschappelijke organisaties
Evenementen subsidie
organisator evenement
Moerdijks Restauratiefonds
Eigenaren monumenten
ondersteuning bij volgen muzieklessen jeugd kennis laten maken met kunst, cultuur en erfgoed doelgroepen (jeugd, kwetsbare groepen) kennis laten maken met o.a. cultuur en erfgoed evenement mogelijk maken door gedeeltelijke vergoeding kosten materiaal Restauratie monument
Verschilt per activiteit max. €10.000
Lening
Verbeterpunten v.a. 2024 voortzetten Wordt mogelijk onderdeel basissubsidie in 2025 nieuwe subsidieregeling kunst, cultuur en erfgoed in 2025 evaluatie in 2026 voortzetten uitbreiden met initiatiefsubsidie voor makers cultuur en erfgoed Evaluatie in 2025
Evaluatie in 2024
6.3 Overzicht financiën cultuur- en erfgoednota 2024 – 2027 Het huidige cultuurbudget bestaat voornamelijk uit structurele subsidies (educatie-, muziek-, basis-, begrotings- en budgetsubsidies) aangevuld met incidentele evenementen- en activiteitensubsidies (zie Hoofdstuk 6.1). In het Bestuursakkoord 2022 is € 100.000 per jaar extra vrijgemaakt voor cultuur en erfgoed. Deze nota geeft aan hoe deze extra middelen besteed worden, deels structureel (vaste budgetten, subsidies), deels incidenteel. Daar komt een bedrag van € 27.000 voor Stoffer en Blik bovenop om het beleid van de afgelopen jaren te formaliseren. Zie hiervoor het uitvoeringsplan van de cultuur- en erfgoednota. De onderzoeken die zijn aangekondigd kunnen leiden tot extra lasten, bijvoorbeeld voor een buitenpodium of faciliteren van grote voorstellingen. Indien aan de orde dient het college hiervoor aan de raad een extra (eenmalig of structureel) budget te vragen. Zie voor de specificatie per actie het uitvoeringsprogramma.
35
Personele middelen De maatregelen in het uitvoeringsplan waar geen budget aan is toegekend, worden door eigen medewerkers uitgevoerd. Verder zijn een aantal onderzoeken en activiteiten voorzien die door externen worden uitgevoerd en door eigen medewerkers begeleid en aangestuurd moeten worden. Omdat de maatregelen over een periode van vier jaar zijn uitgesmeerd is de verwachting dat dit binnen de huidige bezetting kan worden uitgevoerd. 7
UITVOERINGSPROGRAMMA
Zie het bijgevoegde bestand.
36