Getekende aanbiedingsnota Begroting 2026-2029
Tekst van het document
2026
2027
2028
2029
Verwacht begrotingsresultaat Primitieve begroting + 1e begrotingswijziging 2026
-2.023
420
504
929
Waarvan structureel
780
-391
-1.254
-846
Waarvan incidenteel
-2.803
811
1.757
1.775
Tabel 10 Begrotingsresultaat incl. 1e begrotingswijziging 2026
De begrotingsresultaten bestaan uit de totale jaarlijkse baten en lasten die we als gemeente verwachten. Wanneer de baten in een bepaald jaar hoger of lager uitvallen dan de lasten, resulteert dit respectievelijk in een positief of negatief begrotingsresultaat. Dit is in onderstaand figuur grafisch weergegeven:
Opbouw begrotingsresultaat (x € 1.000) 190.000 140.000 90.000 40.000 420 -10.000
-2.023
2026
929
504 2027
Totaal resultaat
2028 Totale lasten
2029
Totale baten
Figuur 1 Begrotingsresultaat i.r.t. begrotingsomvang
In elke provincie houden de Gedeputeerde Staten (GS) toezicht op de financiële positie van gemeenten. Daarbij ligt de nadruk op de beoordeling of de gemeentebegroting structureel en reëel in evenwicht is. Om dit vast te stellen, wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele baten en lasten. Het uitgangspunt hierbij is dat de structurele baten voldoende moeten zijn om de structurele lasten te dekken. Samen vormen deze het structurele begrotingsresultaat.
23
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
De opbouw van het begrotingsresultaat is in onderstaande figuur weergegeven: Verwacht begrotingsresultaat (x 1.000)
4.000 2.000 2026
2027
2028
2029
-2.000 -4.000
Waarvan structureel
Waarvan incidenteel
Tota al resultaat
Figuur 2 Begrotingsresultaat incl. 1e begrotingswijziging
Structurele budgetten Op basis van de huidige begroting wordt voor 2026 een structureel begrotingsoverschot van ca. € 0,8 miljoen verwacht. In dat jaar zijn de structurele baten hoger dan de lasten, waardoor de begroting structureel en reëel sluitend is. Vanaf 2027 worden echter structurele tekorten voorzien van ca. € 0,4 miljoen in 2027, € 1,3 miljoen in 2028 en € 0,8 miljoen in 2029. De terugval in 2028 en 2029 is deels het gevolg van een lagere bijdrage uit het gemeentefonds. Zoals toegelicht in paragraaf 2.3.2, heeft het Rijk in de Meicirculaire extra middelen beschikbaar gesteld ter compensatie van het verwachte tekort in 2026 – het zogenoemde 'ravijnjaar'. Daarnaast is er tot en met 2027 gedeeltelijk voorzien in een oplossing voor de landelijke tekorten in de Jeugdzorg. Met name vanaf 2028, blijft de situatie onzeker en zijn de extra middelen beperkt. Incidentele budgetten Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de incidentele lasten in 2026 ca. € 2,8 miljoen hoger zijn dan de incidentele baten. In de begroting is hier een specificatie en toelichting van opgenomen in het overzicht ‘Incidentele lasten en baten’. Dit betreft o.a. een storting van € 1 miljoen in de reserve vitale centra (conform het bestuursakkoord), € 0,4 miljoen aan incidentele lasten t.b.v. de digitalisering van bouwdossiers, € 0,4 miljoen aan incidentele bijdrage t.b.v.
de rotonde Langeweg en diverse incidentele lasten die in de kadernota 2026-2029 zijn toegelicht. Om deze incidentele uitgaven te kunnen dekken, lijkt het – zoals de huidige stand van zaken laat zien – noodzakelijk om een beroep te doen op de algemene reserve. Een optie is om als gemeenteraad vooraf al te besluiten om de algemene reserve hiervoor in te zetten. Dit levert gedurende het jaar echter een vertekend beeld op. Hierdoor zou het begrotingsresultaat voor 2026 namelijk op 0 uitkomen, terwijl dit alleen is bereikt door de algemene reserve hiervoor aan te wenden. Hierbij geldt ook dat het uiteindelijke werkelijke jaarrekeningresultaat nooit exact zal overeenkomen met het begrotingsresultaat zoals dat nu wordt verwacht. Tussentijdse mutaties die zich gedurende 2026 voordoen zullen hier namelijk nog effect op gaan hebben. Het voorstel is daarom om hierover pas definitief te besluiten na afloop van 2026, bij de vaststelling van de jaarrekening. Op dat moment is het werkelijke jaarrekeningresultaat bekend en kan de gemeenteraad worden voorgesteld om een eventueel negatief jaarrekeningresultaat te dekken uit de algemene reserve.
Vanuit dit oogpunt wordt ook opgemerkt dat het belangrijk is om bij het interpreteren van de cijfers in de meerjarenbegroting te realiseren dat deze cijfers, naarmate het jaar verder van het begrotingsjaar af komt te liggen, steeds minder nauwkeurig worden. Het is daarom niet verstandig om aan deze cijfers absolute waarde toe te kennen. Ze bieden slechts een indicatie voor de toekomst.
24
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
4.2 Overige aspecten die een indicatie geven van de financiële positie Om een goed inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente dienen ook een aantal andere aspecten in samenhang te worden bekeken. In deze paragraaf wordt ingegaan op de reserves en voorzieningen, het benodigde weerstandsvermogen en de ontwikkeling van diverse financiële kengetallen. 4.2.1 Reserves en voorzieningen Bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente is het belangrijk om ook de omvang van de gemeentelijke reserves en voorzieningen in ogenschouw te nemen. Deze worden vaak gezien als de ‘spaarpotjes’ van de gemeente. Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit componenten waaraan de raad (nog) geen bestemming heeft gegeven. Deze reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers en vormt een belangrijk deel van het weerstandsvermogen van de gemeente. Op basis van de raadsbesluiten tot en met de gemeenteraad van 11 september 2025 bedraagt de omvang van de algemene reserve per 1-1-2026 naar verwachting ca. € 35,5 miljoen. Daarvan wordt ca. € 21 miljoen aangehouden t.b.v. het benodigde weerstandsvermogen. Dit bedrag is voor het afdekken van de risico’s die vermeld zijn in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. Daarmee resteert per 1-1-2026 een verwachte ‘vrije ruimte’ van ca. € 14,5 miljoen.
Hierbij is nog geen rekening gehouden met het voorstel (wat in hoofdstuk 6 wordt toegelicht) om middelen uit de reserve onderwijshuisvesting en de reserve nieuwkomers over te hevelen naar de algemene reserve. Daarmee zou de vrije ruimte uitkomen op ca. € 22,7 miljoen. Bestemmingsreserve De gemeente beschikt daarnaast over diverse bestemmingsreserves. Deze reserves zijn afgezonderd van de algemene reserve omdat de gemeenteraad hier een bepaald doel aan heeft gegeven. De omvang van de bestemmingsreserves bedraagt per 1 januari 2025 € 58,2 miljoen. Alleen op basis van een raadsbesluit kan aan deze afgezonderde gelden een andere bestemming worden gegeven. Hierbij geldt wel dat sommige bestemmingsreserves (bijv. de reserve ‘afschrijvingslasten investeringen’) in de praktijk niet zonder meer gewijzigd kunnen worden, aangezien hier structurele afschrijvingslasten mee worden gedekt. In de bijlage van de begroting is een overzicht opgenomen van het verwachte meerjarige verloop van de bestemmingsreserves. In hoofdstuk 6 wordt voor de bestemmingsreserves onderwijshuisvesting en nieuwkomers een voorstel gedaan om deze over te hevelen naar de algemene reserve. Voorzieningen Tot slot beschikt de gemeente over een aantal voorzieningen. Voorzieningen worden aangehouden ter afdekking van kwantificeerbare onzekerheden, b.v.
verliesverwachtingen grondexploitatie en om een gelijkmatige verdeling van kosten over een aantal begrotingsjaren te krijgen, zoals voorziening wegen en voorziening riolering. De omvang van deze voorzieningen bedraagt per 1 januari 2025 € 46,9 miljoen. In de bijlage van de begroting is een overzicht opgenomen van het verwachte meerjarige verloop van de voorzieningen. 4.2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Een andere belangrijke vraag bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente is in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen. Om dat te kunnen beoordelen is inzicht nodig in de omvang en achtergronden van de aanwezige risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. De risico’s worden periodiek geïnventariseerd. De meest recente inventarisatie vond plaats bij de jaarrekening 2024. Voor de begroting 2026 zijn de belangrijkste risico’s opnieuw beoordeeld. Op basis van deze inventarisatie is per risico een inschatting gemaakt van het maximale financiële effect én de kans dat het risico zich daadwerkelijk voordoet. Samen bepalen deze factoren de benodigde omvang van het weerstandsvermogen. Dit wordt afgezet tegen het beschikbare weerstandsvermogen (de algemene reserve). De gemeenteraad heeft vastgesteld dat de weerstandratio minimaal 1,0 moet zijn.
Dit houdt in dat de beschikbare buffer voldoende moet zijn om alle geïnventariseerde risico’s volledig te kunnen opvangen.
25
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
In onderstaande grafiek is de meerjarige ontwikkeling van het weerstandsratio weergegeven.
Meerjarig weerstandsratio (bedragen x € 1.000)
€ 40.000
2,0
€ 30.000
1,5
€ 20.000
1,0
€ 10.000
0,5
€-
0,0 JR 2017 JR 2018 JR 2019 JR 2020 JR 2021 JR 2022 JR 2023 B 2025 JR 2024 B 2026 Benodigd weerstandsvermogen Beschikbaar weerstandsvermogen (algemene reserve) Weerstandsratio Norm
Figuur 3 Meerjarige ontwikkeling weerstandsratio
Het weerstandsratio (groene lijn) ligt de afgelopen jaren gemiddeld genomen op 1,7 (1,0 is voldoende en 2,0 is uitstekend). De ratio van het weerstandsvermogen komt in de begroting 2026 uit op 1,7. De weerstandsratio is gelijk gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2024. Met name de risico’s met betrekking tot het sociaal domein (jeugd) en projecten worden hoger ingeschat. Daar staat tegenover dat het beschikbare weerstandsvermogen (algemene reserve) ook hoger is. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf 'Weerstandsvermogen en risicobeheersing'. 4.2.3 Ontwikkeling kengetallen Bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente kan ook gekeken worden naar diverse financiële kengetallen. Deze kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Gemeenten zijn vanuit de (BBV) wetgeving verplicht om in de begroting en jaarrekening diverse kengetallen op te nemen. Er zijn geen wettelijke normen vastgelegd voor de kengetallen. Wel zijn er een aantal signaleringswaarden geformuleerd die kunnen helpen bij de beoordeling van de kengetallen. Hieronder is de meerjarige ontwikkeling van de kengetallen in beeld gebracht. Voor een nadere toelichting op de financiële kengetallen wordt verwezen naar de paragraaf 'Weerstandsvermogen en risicobeheersing'.
Dit toont de verhouding tussen de schuld en de inkomsten.
Dit toont hoeveel we van ons bezit financieren met eigen vermogen. Solvabiliteit
Netto schuldquote 100%
150% 120%
70%
90%
40%
60% 30%
10%
0% 2024
2025
2026
2027
2028
2029
-20%
2024
2025
2026
2027
2028
2029
26
Aanbiedingsnota
Dit toont hoe groot de (boek)waarde van de grondexploitaties is vergeleken met onze totale baten.
Gemeente Moerdijk
Dit toont hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt vergeleken met het landelijk gemiddelde. Belastingcapaciteit
Grondexploitatie 50%
120%
40%
110%
30%
100%
20%
90%
10%
80%
0% 2024
2025
2026
2027
2028
2029
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Dit toont hoeveel structurele ruimte we hebben om onze lasten te dragen. Structurele exploitatieruimte 5% 4% 3% 2% 1% 0% -1% -2% -3% -4% -5%
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Figuur 4 Meerjarige ontwikkeling financiële kengetallen
4.3 Conclusie financiële positie De verschillende onderdelen die in dit hoofdstuk zijn toegelicht, moeten in onderlinge samenhang worden bekeken. Het beschikbare weerstandsvermogen toont aan dat de gemeente in staat is om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. Daarnaast is er per 1 januari 2026 naar verwachting ca. € 14,5 miljoen aan vrije ruimte in de algemene reserve beschikbaar. Hierbij is nog geen rekening gehouden met het voorstel (zoals toegelicht in hoofdstuk 6) om middelen uit de reserves voor onderwijshuisvesting en nieuwkomers over te hevelen naar de algemene reserve. Daarmee zou de vrije ruimte toenemen tot ca. € 22,7 miljoen. Ook de financiële kengetallen geven aan dat de gemeente financieel gezond is. De lage netto-schuldquote laat zien dat we in staat zijn om aan onze verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit geeft aan dat we een gezonde verhouding hebben tussen het eigen en vreemd vermogen. Aandachtspunt vormt wel dat de kengetallen de komende jaren mogelijk minder positief worden als gevolg van investeringen die we de komende jaren als gemeente doen en die (deels) gefinancierd moeten worden met geldleningen. Deze kengetallen blijven desondanks ook aankomende jaren ruimschoots onder de signaleringswaarde. Tot slot is er in 2026 sprake van een structureel sluitende begroting waarbij de structurele lasten gedekt kunnen worden uit de structurele inkomsten.
27
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
De combinatie van deze inzichten laat zien dat de financiële positie van de gemeente gezond is. Tegelijkertijd vraagt de toekomstige ontwikkeling van deze positie aandacht. Dit geldt zowel met het oog op de verwachte uitkomsten in de jaren 2028 en 2029, als met betrekking tot de ambities en investeringen die na 2029 op de gemeente afkomen. Deze toekomstige ontwikkelingen worden in hoofdstuk 5 nader toegelicht.
4.4 Verwachte toets provincie begrotingsuitkomsten Gedeputeerde Staten (GS) houden in elke provincie toezicht op de ontwikkeling van de financiële positie van gemeenten. Wanneer een gemeente een begroting indient die structureel niet in evenwicht is, kan de provincie besluiten om de gemeente onder preventief financieel toezicht te plaatsen. De provincie focust zich primair op de vraag of de begroting 2026 reëel in evenwicht is voor wat betreft de structurele budgetten. Pas wanneer, eventueel na correcties door de provincie, blijkt dat er in 2026 sprake is van een structureel tekort (waarbij de structurele baten lager zijn dan de structurele lasten), wordt het meerjarenperspectief in de beoordeling betrokken. Bij het vaststellen van structureel evenwicht draait het om de mate waarin structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Om dit goed te kunnen beoordelen, is het van belang onderscheid te maken tussen incidentele en structurele baten en lasten. Daarom is in de begroting een overzicht opgenomen van alle incidentele posten, inclusief een nadere toelichting per post. Daarnaast besteedt de provincie bij haar beoordeling ook aandacht aan de in de meerjarenbegroting opgenomen taakstellingen en stelposten. In de primitieve begroting zijn onderstaande taakstellingen en stelposten opgenomen.
In de begroting (in het onderdeel ‘financiële positie 2026-2029’) worden deze posten nader toegelicht. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2026
2027
2028
2029
Organisatie i.v.m. nieuw werkplekconcept
200
200
200
200
Totaal taakstellingen
200
200
200
200
-3.640
-3.501
-2.109
-3.958
• Eigen bijdrage Jeugdzorg
0
0
439
441
• Sturen op trajectduur jeugdzorg
0
0
115
115
0
397
397
397
-136
44
43
43
Taakstellingen
Stelposten Nieuw beleid Taakmutaties algemene uitkering
• Herinvoering eigen bijdrage Wmo • Overige taakmutaties Algemene uitkering: BCF-ruimte onder plafond
627
627
627
627
Totaal stelposten
-3.149
-2.434
-488
-2.335
Totaal
-2.949
-2.234
-288
-2.135
Tabel 11 Taaktellingen en stelposten
Op basis van de huidige uitkomsten mag verwacht worden dat voor de begroting 2026 het repressief toezichtsregime zal gelden. Hierbij geldt zoals altijd dat het risico bestaat dat de provincie bij haar beoordeling van de begroting mogelijk stelt dat bepaalde lasten die nu als incidenteel zijn aangemerkt een structureel karakter hebben. In dat geval zal de provincie een correctie toepassen op het in de begroting gepresenteerde structurele begrotingsresultaat.
28
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
5. Financieel perspectief na 2029 Conform de BBV-wetgeving biedt de meerjarenbegroting inzicht in een periode van vier jaar – in dit geval de jaren 2026 tot en met 2029. Er zijn echter diverse ontwikkelingen die pas ná deze periode financiële consequenties met zich meebrengen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op deze toekomstige ontwikkelingen en wordt een indicatief beeld geschetst van het financieel perspectief na 2029.
5.1 Stelpost nieuw beleid De kadernota is jaarlijks het moment waarop nieuwe ontwikkelingen aan de gemeenteraad worden voorgelegd, zodat daarover een integrale afweging kan plaatsvinden. Dit kan gaan om nieuwe wetgeving of nieuwe plannen en ambities van de gemeente zelf. Conform de financiële verordening worden de lasten van voorziene nieuwe investeringen in de begroting opgenomen in de stelpost nieuw beleid. De gemeenteraad ontvangt voor deze investeringen op een later moment een afzonderlijk voorstel, waarbij de benodigde middelen worden geautoriseerd. Conform artikel 5, lid 4 van de Financiële Verordening wordt voor een aantal zaken voorgesteld om deze direct beschikbaar te stellen. Voor deze ontwikkelingen wordt in het raadsvoorstel bij de begroting voorgesteld om deze direct beschikbaar te stellen uit de stelpost nieuw beleid. In bijlage 1 zijn deze ontwikkelingen groen gearceerd. De financiële effecten van de in de kadernota opgenomen ontwikkelingen – inclusief eerder aangenomen kadervoorstellen en voorstellen die nog niet tot een specifieke budgetaanvraag hebben geleid – worden jaarlijks geraamd in deze stelpost. Het saldo van de stelpost maakt voor de jaren 2026–2029 onderdeel uit van het meerjarenperspectief zoals gepresenteerd in hoofdstuk 4.
Er zijn echter ook investeringen voorzien die pas ná 2029 plaatsvinden en daardoor nog geen onderdeel vormen van het huidige meerjarenperspectief.
5.2 Ontwikkelingen na 2029 In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de verwachte lasten voor de periode 2026–2033. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: • ontwikkelingen waarvoor al een raadsbesluit is genomen (Zuidrandtunnel en Stationstunnel Zevenbergen); • ontwikkelingen die eerder in een kadernota of het bestuursakkoord zijn opgenomen, en zijn of worden opgenomen in de stelpost nieuw beleid; • ontwikkelingen waarvoor beide nog niet geldt. De lasten die uit deze ontwikkelingen voortkomen, zijn t/m 2029 verwerkt in het financieel meerjarenperspectief zoals dat in hoofdstuk 4 is geschetst. Er zijn echter ook diverse investeringen die pas na 2029 tot kapitaallasten gaan leiden. Op basis van de huidige inzichten, leiden de diverse investeringen ten opzichte van 2029 tot € 2,6 miljoen (2030), € 3 miljoen (2031) en € 4,3 miljoen (vanaf 2032) hogere kapitaallasten. De besluitvorming over deze investeringen – met uitzondering van de Zuidrandtunnel en Stationstunnel – moet nog plaatsvinden. Dit betekent dat plannen nog kunnen wijzigen, worden uitgesteld of zelfs komen te vervallen. Tegelijkertijd kunnen zich in de komende jaren ook nieuwe ontwikkelingen aandienen waar nu nog geen rekening mee is gehouden. De investeringsramingen betreffen dan ook een globale inschatting.
Toekomstige ontwikkelingen kunnen nog een grote invloed hebben op de uiteindelijke hoogte van deze investeringen. De uiteindelijke hoogte van de investering is afhankelijk van de definitieve invulling van het plan. Daarnaast betekent een aanpassing van de planning (naar latere jaren) ook een wijziging van de hoogte van de investering, aangezien dan rekening gehouden moet worden met een eventuele verdere lastenstijging. Verder kan ook de renteontwikkeling effect hebben op de uiteindelijke hoogte van de kapitaallasten. Daarnaast geldt dat de financiële effecten uit bovenstaand overzicht voornamelijk structurele
29
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
kapitaallasten zijn. Naast bovengenoemde kapitaallasten brengen deze investeringen ook exploitatielasten (o.a. instandhoudingslasten) met zich mee. Deze zijn nog niet bekend en in het overzicht niet weergegeven. Dit betekent dat er al met al (vooral bij investeringen die verder in de tijd liggen) nog veel onzekerheden zijn en er pas bij de aanbieding van het betreffende raadsvoorstel meer duidelijkheid zal zijn. Tot die tijd wordt het overzicht in bijlage 1 periodiek (in de kadernota en begroting) geactualiseerd op basis van de meest actuele inzichten.
5.3 Wat betekent dit voor het financieel meerjarenperspectief? De in dit hoofdstuk beschreven ontwikkelingen zullen vanaf 2030 een aanvullend effect hebben op het financieel meerjarenperspectief. Hieronder wordt een globale indicatie gegeven van de mogelijke financiële impact van deze ontwikkelingen op het toekomstig meerjarenbeeld. 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 -1.000 -2.000 -3.000 -4.000 -5.000 -6.000
Indicatie structureel begrotingsresultaat (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Ontwikkelingen na 2029 Indicatie structureel begrotingsresultaat na 2029 Structureel begrotingsresultaat 2026-2029
Figuur 5 Indicatie structureel begrotingsresultaat incl. ontwikkelingen na 2029
Als gevolg van diverse investeringen loopt het verwachte structurele tekort na 2029 op naar ca. € 5,2 miljoen vanaf 2032. Zoals gezegd geldt hierbij dat besluitvorming over deze investeringen (m.u.v. de Zuidrandtunnel en de Stationstunnel) nog plaats moet vinden en er altijd de mogelijkheid bestaat dat zaken niet doorgaan of verder worden doorgeschoven waardoor het beeld er anders uit komt te zien. Daar staat tegenover dat er in de komende jaren ook nog zaken naar voren zullen komen waar nu helemaal nog geen rekening mee is gehouden. Het toekomstperspectief is niet meer dan een indicatie waarbij opgemerkt dient te worden dat de ramingen naarmate deze verder in de tijd komen te liggen steeds ‘zachter’ worden.
30
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
6. Aan welke knoppen kan worden gedraaid ter bevordering van de structurele begrotingsruimte? In de kadernota 2026-2029 is als uitgangspunt geformuleerd dat richting het opstellen van de begroting wordt ingezet op een sluitende begroting voor het jaar 2026. Zoals toegelicht in hoofdstuk 4, wordt met de voorliggende begroting aan dit uitgangspunt voldaan. Tegelijkertijd zijn in hoofdstuk 2 verschillende ontwikkelingen benoemd die momenteel nog niet zijn gekwantificeerd, en is in hoofdstuk 5 duidelijk geworden dat de meerjarige ontwikkeling van het structureel begrotingsresultaat aandacht vraagt. Vanuit dat perspectief wordt in dit hoofdstuk inzicht gegeven in de mogelijkheden die worden gezien ter verdere verbetering van de structurele begrotingsruimte. Hierbij wordt aangesloten bij de acties zoals die in de kadernota 20262029 zijn geformuleerd. Actiepunt 1 Benut richting het opstellen van de begroting 2026-2029 diverse mogelijkheden waarmee de structurele begrotingsruimte kan worden vergroot zonder dat dit ten koste gaat van de huidige ambities en dienstverlening van de gemeente. Dit ziet vooral toe op het realistisch(er) en minder voorzichtig begroten van diverse begrotingsposten. Deze mogelijkheden kwamen voort uit het Rapport structurele begrotingsruimte die in de raadsinformatiebijeenkomst van 10 april 2025 aan de gemeenteraad zijn toegelicht.
Zoals in paragraaf 2.3.1 is toegelicht, zijn de resultaten van diverse actiepunten reeds verwerkt in de voorliggende begrotingscijfers. Ten tijde van de kadernota 2026-2029 was nog niet bekend hoe het uiteindelijke begrotingsresultaat eruit zou komen te zien. Onder andere de uitkomsten van de Meicirculaire 2025 moesten toen nog worden afgewacht, waarbij onzeker was in hoeverre het Rijk aanvullende middelen zou toekennen. Vanuit dat perspectief is in de kadernota het volgende actiepunt opgenomen: Actiepunt 2 Zet aanvullende ombuigingsmaatregelen in gang om het structurele begrotingsresultaat te verbeteren. Betrek bij de bepaling van de snelheid en intensiteit van deze maatregelen de daadwerkelijke middelen die vanuit het Rijk aan gemeenten beschikbaar worden gesteld. Bepaal op basis van de financiële vertaling van de voorjaarsnota in de Meicirculaire 2025, in hoeverre een versnelling en intensivering van de ombuigingsmaatregelen nodig is richting het opstellen van de begroting 2026-2029. Hieronder wordt ingegaan op diverse knoppen waar aan gedraaid zou kunnen worden ter verdere verbetering van de structurele begrotingsruimte.
6.1 Knop 1: Nieuwe ontwikkelingen/ambities De kadernota is jaarlijks het moment waarop nieuwe ontwikkelingen aan de gemeenteraad voorgelegd worden zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. Conform artikel 5 van de financiële verordening worden de lasten van voorziene nieuwe investeringen in de begroting opgenomen in de stelpost nieuw beleid. De gemeenteraad ontvangt voor deze investeringen op een later moment nog een apart raadsvoorstel, waarbij autorisatie plaatsvindt van de benodigde middelen. Het saldo van de stelpost nieuw beleid maakt onderdeel uit van het meerjarenperspectief. De middelen die gemoeid gaan met het nieuwe beleid, leggen (in de toekomst) beslag op de begrotingsruimte van de gemeente. In bijlage 1 is een totaaloverzicht opgenomen van de verwachte lasten van deze ontwikkelingen in de periode 2026–2033.
31
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Omdat het hier gaat om gereserveerde middelen waarvoor nog geen definitief besluit is genomen, biedt dit ruimte voor heroverweging. Met het oog op de structurele begrotingsruimte kan kritisch gekeken worden naar deze nieuwe ontwikkelingen. Zijn ze allemaal noodzakelijk? Kan het ook met minder? Is het mogelijk een fasering aan te brengen om de lasten minder snel op te laten lopen? Is het nodig om te gaan werken met een maximumbedrag voor de stelpost? Er zijn verschillende mogelijkheden om de nieuwe ontwikkelingen integraal af te wegen. Het college stelt voor op dit moment geen aanvullende maatregelen te nemen ten aanzien van de nieuwe ontwikkelingen en ambities. Het doorvoeren van dergelijke maatregelen vraagt immers om een gestructureerde en projectmatige aanpak en kan niet op korte termijn worden gerealiseerd. Ook gezien de financiële uitkomsten van deze begroting is dit momenteel niet noodzakelijk. Bovendien wordt het, met het oog op de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen, niet als verstandig beschouwd om nu al dergelijke stappen te zetten. Wel wordt het raadzaam geacht om deze knop (samen met de andere knoppen) een plek te geven in het overdrachtsdocument richting de verkiezingen.
6.2 Knop 2: Bestaand beleid Naast het kritisch afwegen van nieuwe ontwikkelingen en ambities, kan ook worden overwogen om het bestaande beleid te herzien of bij te stellen. In het Rapport structurele begrotingsruimte zijn verschillende benaderingen geschetst die hierbij kunnen worden toegepast. Deze variëren van relatief lichte trajecten, zoals het verder in kaart brengen van de financiële positie (meten is weten), tot meer ingrijpende benaderingen waarbij de bestaande visie en strategie ter discussie worden gesteld en er – vanuit een strategisch perspectief –ombuigingskeuzes worden gemaakt.
Figuur 6 Mogelijke ombuigingsmaatregelen
In het rapport is gekozen voor de aanpak ‘meten is weten’, waarbij op hoofdlijnen inzicht is gegeven in de (on)mogelijkheden om de structurele begrotingsruimte te vergroten. Dit zodat vanuit daar eventuele vervolgstappen zouden kunnen worden bepaald. Uit het rapport blijkt dat het niet vanzelfsprekend is om binnen de huidige begroting, rekening houdend met het huidige beleid en ambitieniveau, substantieel extra begrotingsruimte te vinden. Vooral binnen het sociaal domein spelen diverse landelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van Jeugdzorg en Wmo, waardoor gemeenten landelijk voor de uitdaging staan om de stijgende kosten beheersbaar te houden. Ook binnen het fysieke domein is het algemene beeld dat begrotingsruimte niet zomaar te vinden is. Daarnaast staan er de komende jaren grote investeringen gepland voor onder meer binnensport, buitensport en gemeentelijke zwembaden. Aan de inkomstenkant geldt dat de veruit grootste inkomstenbron (gemeentefonds) niet te beïnvloeden is. In de praktijk is de ozb de voornaamste knop waar gemeenten aan kunnen draaien om de baten te verhogen. Vanwege de grote afhankelijkheid van de inkomsten vanuit het Rijk, is hierbij echter geconstateerd dat gemeenten de ozb tarieven relatief fors zouden moeten verhogen om substantiële extra inkomsten te realiseren.
32
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Verder geldt dat (zoals in paragraaf 2.3.1 is toegelicht) in de begroting 2026-2029 reeds extra kritisch is gekeken naar het verwachte jaar waarin een investering gereed komt, zodat daar in de prognose van de kapitaallasten rekening mee kon worden gehouden. Dit met als doel om te voorkomen dat er onnodig beslag op de structurele begrotingsruimte wordt gelegd. Dit heeft vooral in de jaren 2026 en 2027 geresulteerd in lagere kapitaalasten. Dit betreft investeringskredieten die reeds door de gemeenteraad beschikbaar zijn gesteld en waar in veel gevallen al uitvoering aan wordt gegeven. In theorie zou overwogen kunnen worden om deze investeringskredieten te herzien of te faseren. Voordat een dergelijke stap wordt gezet, moet eerst zorgvuldig worden onderzocht in hoeverre er al contractuele verplichtingen zijn aangegaan en wat de mogelijke effecten en risico’s zijn. Net zoals bij de nieuwe ontwikkelingen en ambities, stelt het college voor op dit moment geen aanvullende maatregelen te nemen ten aanzien van het bestaande beleid. Dit om dezelfde redenen die genoemd zijn in paragraaf 6.1.
6.3 Knop 3: Inzet reserves In de kadernota 2026-2029 is als mogelijke maatregel genoemd om te onderzoeken hoe middelen uit reserves, zoals de reserve nieuwkomers, eventueel ingezet kunnen worden ter verbetering van het structurele begrotingsresultaat. Zoals in paragraaf 2.3.1 is aangegeven, zijn de mogelijke effecten van deze maatregel nog niet verwerkt in de huidige begroting, aangezien het gebruik van reserves onder de bevoegdheid van de gemeenteraad valt. In deze paragraaf wordt wel ingegaan op de mogelijke afromingen van verschillende bestemmingsreserves en de wijze waarop deze middelen kunnen bijdragen aan het vergroten van de structurele begrotingsruimte. 6.3.1 Beoordeling omvang huidige bestemmingsreserves De reserves vormen het eigen vermogen van een gemeente. Reserves zijn vrij te besteden. Dat wil zeggen dat het de gemeenteraad vrij staat de bestemming van reserves te wijzigen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestemmingsreserves (waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven) en de algemene reserve. In paragraaf 4.2 is ingegaan op de omvang van de diverse reserves binnen de gemeente Moerdijk. De laatste keer dat een integrale inventarisatie is uitgevoerd naar de nut en noodzaak van de diverse bestemmingsreserves is de nota reserves en voorzieningen 2024 (raadsvergadering d.d.1 februari 2024).
Hierbij heeft de gemeenteraad verschillende bestemmingsreserves opgeheven en de resterende middelen overgeheveld naar de algemene reserve. Sommige reserves zijn toen nog niet beoordeeld, omdat er rondom deze reserves nog verschillende ontwikkelingen speelden. Dit betrof onder andere de reserves voor huisvesting onderwijs, bovenwijkse voorzieningen, ruimtelijke ontwikkeling en nieuwkomers. Bij het opstellen van de begroting zijn met name deze bestemmingsreserves opnieuw kritisch bekeken, waarbij is onderzocht in hoeverre er ruimte is om deze (gedeeltelijk) af te romen. Reserve Nieuwkomers Deze reserve is oorspronkelijk ingesteld op basis van het raadsbesluit "Samenwerking KaFra Housing inzake Schansdijk 12 Zevenbergen" (d.d. 14 juli 2022). Daarbij is besloten om een eventueel surplus aan ontvangen Rijksbijdrage ten opzichte van de werkelijk gemaakte kosten toe te voegen aan de in te stellen bestemmingsreserve 'Opvang vluchtelingen'. Later is via het raadsbesluit "2e bestuursrapportage 2022" (d.d. 8 december 2022) de naam van deze bestemmingsreserve gewijzigd naar "reserve opvang nieuwkomers". Sindsdien wordt jaarlijks het principe toegepast dat het surplus aan ontvangen rijksbijdrage t.b.v. de opvang van Oekraïense vluchtelingen en de gemaakte lasten t.b.v. opvang Oekraïense vluchtelingen afgezonderd wordt in deze reserve.
33
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
In onderstaande grafiek is de stand en het (verwachte) verloop van de reserve Nieuwkomers inzichtelijk gemaakt.
Verwacht verloopoverzicht reserve nieuwkomers (bedragen x € 1.000) 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 Stand 1-1- Stand 1-1- Stand 1-1- Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht 2023 2024 2025 1-1-2026 1-1-2027 1-1-2028 1-1-2029 1-1-2030 Figuur 7 Verwacht verloopoverzicht reserve nieuwkomers
Doordat de jaarlijkse rijksbijdrage de afgelopen jaren hoger was dan de gemaakte uitgaven, is de omvang van de reserve Nieuwkomers aanzienlijk gegroeid. Waar het saldo op 1 januari 2023 nog € 2,4 miljoen bedroeg, is dit inmiddels opgelopen tot € 8 miljoen per 1 januari 2025. Deze stijging van € 5,6 miljoen in twee jaar tijd is vooral te danken aan de jaarlijkse overschotten op de bijdrage van het ministerie van Asiel en Migratie voor de opvang van Oekraïense ontheemden, die in de reserve zijn gestort. Hoewel de normvergoeding voor de opvang van Oekraïners de afgelopen jaren telkens is verlaagd, waardoor het overschot kleiner wordt, wordt ook voor 2026 nog een overschot van € 1,5 miljoen verwacht. Daardoor zal de reserve Nieuwkomers naar verwachting eind 2026 ongeveer € 10 miljoen bedragen, tenzij het Rijk de normvergoeding per 1 januari 2026 verder verlaagt of overstapt op vergoeding op basis van werkelijke kosten. In de begroting 2026-2029 wordt vooralsnog uitgegaan van een voorzetting van de Oekraïne-opvang die bekostigd wordt door het Rijk. Mocht op een gegeven moment de gemeentelijke opvangtaak voor vluchtelingen uit Oekraïne en de daarmee verband houdende financiering door het Rijk ophouden, dan zal in beeld gebracht moeten worden welke kosten voor de gemeente Moerdijk (voorlopig) wel blijven doorlopen, zoals de huur van de woontorens of de inzet van personeel.
Echter is door het Rijk toegezegd dat te allen tijde de werkelijke lasten die gemeenten t.b.v. de opvang van Oekraïnse vluchtelingen maken zullen worden vergoed. Daarnaast is in het weerstandsvermogen hiervoor een bedrag van € 600.000 opgenomen (zie ook de toelichting hierover in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing). Vanuit dit oogpunt (en rekening houdend met het verwachte verloop van deze reserve), wordt voorgesteld om: • Met ingang van 2026 te stoppen met het storten van het jaarlijkse surplus in deze reserve; • Van de reserve nieuwkomers € 6,7 miljoen af te romen en over te hevelen naar de algemene reserve. Dit betreft de stand van de reserve per 1-1-2025 (€ 8,1 miljoen) min de middelen (ca. € 1,4 miljoen) die in de reserve nodig zijn ter dekking van diverse uitgaven (o.a. personele capaciteit) waarvan de gemeenteraad reeds besloten heeft om deze zaken te dekken uit deze reserve; • Bij de jaarrekening 2025 een voorstel aan de gemeenteraad te doen om het eventuele ontstane surplus over 2025 aanvullend over te hevelen naar de algemene reserve. Het gevolg hiervan is dat de jaarlijkse storting en onttrekking vervallen, wat vanaf 2026 tot een positief effect leidt van € 1,6 miljoen. Omdat de baten en lasten m.b.t. de opvang van Oekraïense ontheemden als incidenteel moeten worden aangemerkt, heeft dit geen effect op het structurele begrotingsresultaat.
De effecten hiervan zijn wel reeds verwerkt in het incidentele begrotingsresultaat zoals dat in hoofdstuk 4 is geschetst.
34
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Reserve onderwijshuisvesting De reserve onderwijshuisvesting is al ingesteld vóór 2006. Het doel van deze reserve was om, gebaseerd op een 40-jarige planning van toekomstige uitgaven en investeringen voor onderwijshuisvesting, jaarlijks een bedrag te storten. Hiermee kon de reserve gebruikt worden om de daadwerkelijke (kapitaal)lasten te dekken, wat zorgde voor een egaliserend effect. Vanaf de begroting van 2010 is deze werkwijze veranderd. Sindsdien wordt er niet meer gespaard in de reserve voor grote nieuwe onderwijsinvesteringen, zoals uitbreiding of nieuwbouw van scholen. In plaats daarvan worden de kapitaallasten die hieruit voortkomen direct ten laste gebracht van de beschikbare begrotingsruimte. In de afgelopen jaren is het saldo van de geraamde toevoegingen en de werkelijke kapitaallasten voor inrichting en tijdelijke huisvesting voor het onderwijs toegevoegd aan de reserve onderwijshuisvesting. De jaarlijkse storting in de reserve wordt afgestemd op het bedrag van de kapitaallasten van de gerealiseerde investeringen. Op basis hiervan wordt het verwachte verloop van de reserve als volgt:
Verwacht verloopoverzicht reserve onderwijshuisvesting (bedragen x € 1.000) 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 Stand 1-1- Stand 1-1- Stand 1-1- Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht 2023 2024 2025 1-1-2026 1-1-2027 1-1-2028 1-1-2029 1-1-2030 Figuur 8 Verwacht verloop reserve onderwijshuisvesting
In de praktijk is de oorspronkelijke functie van deze reserve achterhaald geraakt. De kapitaallasten van toekomstige (nieuwe) investeringen in onderwijshuisvesting worden namelijk meegenomen bij het bepalen van de beschikbare begrotingsruimte. Nieuwe investeringen worden via de jaarlijkse kadernota inzichtelijk gemaakt, waarna er middelen voor worden opgenomen in de stelpost nieuw beleid. Deze aanpak sluit aan bij de werkwijze die voor andere gemeentelijke investeringen geldt. Ook bij het opstellen van het integraal huisvestingsplan (zie hoofdstuk 2) wordt deze methode toegepast, waardoor er een uniforme werkwijze ontstaat voor alle investeringen. Bovenstaande maakt dat het overbodig is geworden een jaarlijkse storting in de reserve onderwijshuisvesting te doen. Vanuit dit oogpunt wordt voorgesteld om: • Met ingang van 2026 te stoppen met de jaarlijkse toevoeging en onttrekking uit deze reserve; • Van de reserve onderwijshuisvesting € 1,5 miljoen af te romen en over te hevelen naar de algemene reserve. Dit betreft de stand van de reserve per 1-1-2025; • Bij de jaarrekening 2025 een voorstel aan de gemeenteraad te doen om het eventuele resterende saldo wat gedurende 2025 nog is ontstaan aanvullend over te hevelen naar de algemene reserve en de reserve vervolgens op te heffen.
35
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Het gevolg hiervan is dat de jaarlijkse storting en onttrekking vervallen, wat tot een positief structureel effect leidt van: € 0,4 miljoen (2026), € 0,3 miljoen (2027 en 2028) en € 0,4 miljoen (2029). De effecten hiervan zijn reeds verwerkt in het financieel perspectief zoals dat in hoofdstuk 4 en 5 is geschetst. Reserve Ruimtelijke ontwikkeling, bovenwijkse voorzieningen en grondexploitatie In deze reserves worden geen mogelijkheden gezien om eventuele middelen af te romen. Dit in verband met het raadsbesluit Stationsgebied Zevenbergen - Gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost (d.d. 26 juni 2025). Hierbij is besloten om akkoord te gaan met het in principe beschikbaar stellen van middelen t.b.v. de stationsomgeving en het busstation onder de voorwaarde van cofinanciering door het Rijk en de provincie. Het beschikbaar stellen van de middelen en bijbehorende dekking wordt, nadat de bijdragen vanuit de provincie en Rijk met betrekking tot medefinanciering definitief zijn, in een nieuw raadsvoorstel voorgelegd. Voor de dekking van deze middelen is besloten om een deel (€ 7,2 miljoen) te oormerken in de reserves bovenwijkse voorzieningen (€ 1,8 miljoen), ruimtelijke ontwikkelingen (€ 4,1 miljoen) en grondexploitaties (€ 1,3 miljoen).
Reserve strategische verwerving Deze reserve heeft als doel om middelen beschikbaar te hebben voor mogelijke aankopen in het kader van strategische grondpolitiek. In het bestuursakkoord is hierover gesteld: "De gemeente Moerdijk wil op ondernemende wijze regievoeren op het realiseren van de woningbouwopgave. We gaan meer dan in het verleden proactief grond verwerven en stellen daar meer geld voor beschikbaar. We investeren en durven risico’s te nemen. Daartoe zetten we ons instrumentarium zoals de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) en waar nodig onteigening in om onze opgaven te realiseren. Het is soms nodig om ook zelf te investeren om ontwikkelingen haalbaar te maken. Om complexe ruimtelijke opgaven te realiseren, maken we de start om te komen tot een gemeentelijk ontwikkelbedrijf. We zijn bereid hierin te investeren. De eerste stap is het vergroten van de reserve strategische verwervingen van € 5 miljoen naar € 8 miljoen." Per 1-1-2025 bedraagt de omvang van deze reserve ca. € 6,8 miljoen. Conform BBV wetgeving en de nota grondbeleid (raadsvergadering d.d. 8 december 2022) kan uit de reserve strategische verwerving nooit de volledige aankoop van een onroerend goed gedekt worden. Alleen de eventuele incidentele lasten die ontstaan (doordat het onroerend goed bijv.
boven marktwaarde wordt aangekocht of er andere bijkomende verwervingskosten zijn) kunnen uit de reserve worden gedekt. De reserve zou ook ingezet kunnen worden t.b.v. het dekken van eventuele benodigde afwaarderingen van gronden. Indien aangekochte gronden minder waard worden, dienen deze (deels) afgeboekt te worden, wat in het betreffende jaar tot een incidentele last leidt. De jaarlijkse aanspraak op deze reserve is de afgelopen jaren beperkt geweest. Met het oog op de bepaling uit het bestuursakkoord en de ontwikkelingen rondom Powerport, wordt het echter op dit moment niet raadzaam geacht om deze reserve deels over te hevelen naar de algemene reserve. 6.3.2 Op welke manier kunnen de reserves ingezet worden ter bevordering van de structurele begrotingsruimte? Reserves mogen in principe uitsluitend voor incidentele uitgaven worden gebruikt. Er zijn echter twee uitzonderingen op deze regel. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op deze uitzonderingen en wordt onderzocht in hoeverre ze kunnen bijdragen aan het vergroten van de structurele begrotingsruimte. Optie 1: Inzet reserve t.b.v. dekking afschrijvingslasten investeringen Investeringen worden geactiveerd en over meerdere jaren afgeschreven, gebaseerd op hun verwachte levensduur.
Dit betekent dat gedurende de afschrijvingstermijn de kapitaallasten (afschrijving- en rentelasten) jaarlijks als structurele last op de begroting drukken. Volgens de (BBV)-wetgeving mogen investeringen niet rechtstreeks uit een reserve worden gedekt. Een uitzondering geldt alleen wanneer een investering door een derde partij wordt gedaan en de gemeente hierbij een financiële bijdrage levert. Wel mogen de jaarlijkse afschrijvingslasten die voortkomen uit investeringen worden gedekt vanuit een daarvoor bestemde bestemmingsreserve.
36
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
De kapitaallasten van de investeringen moeten echter altijd structureel in de begroting worden opgenomen. Vervolgens kan er een onttrekking uit de bestemmingsreserve plaatsvinden ter dekking van de afschrijvingslasten. Deze onttrekking wordt in de begroting als een structurele bate gezien. Kort gezegd zorgt deze methode ervoor dat de afschrijvingslasten worden gedekt en niet langer drukken op het structurele begrotingsresultaat.
Voorbeeld: Hoe werkt de reserve ‘dekking afschrijvingslasten’? Wanneer de gemeenteraad besluit een investering van € 2 miljoen te doen, bijvoorbeeld in een maatschappelijk vastgoedproject, en deze investering een levensduur heeft van 20 jaar, dan moeten de kosten hiervan gespreid over die periode in de begroting verwerkt worden. Volgens de BBV-wetgeving mag een investering namelijk niet rechtstreeks volledig worden gedekt uit de (algemene) reserve. Dit betekent dat de jaarlijkse kapitaallasten - in dit voorbeeld € 100.000 aan afschrijving en € 54.000 aan rentelasten - jaarlijks als structurele lasten drukken op de begrotingsruimte. Er is echter wél ruimte om de afschrijvingslasten structureel te dekken uit een bestemmingsreserve, mits deze vooraf expliciet voor dat doel is ingesteld. Concreet: als de gemeenteraad ervoor kiest om € 2 miljoen in een bestemmingsreserve 'dekking afschrijvingslasten' te storten, dan kunnen de jaarlijkse afschrijvingen van € 100.000 daaruit worden gedekt. Deze jaarlijkse onttrekking uit de bestemmingsreserve telt dan mee als structurele dekking, wat betekent dat het structurele begrotingsresultaat met € 100.000 verbetert. De rentelasten blijven wel drukken op de begroting.
37
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Op dit moment heeft de gemeente Moerdijk reeds een bestemmingsreserve ‘afschrijvingslasten investeringen’. In deze reserve zat per 1-1-2025 ca. € 30 miljoen. Uit deze reserve worden (conform raadsbesluiten) de afschrijvingslasten gedekt van diverse investeringen die in het verleden zijn gedaan. In 2025 wordt ca. € 0,7 miljoen uit deze reserve onttrokken ter dekking van deze lasten. In lijn hiermee kan ervoor gekozen worden om deze constructie ook voor toekomstige investeringen toe te passen, waarmee de structurele begrotingsruimte vergroot kan worden.
Wat zijn de mogelijke effecten die hiermee kunnen worden bereikt? Indien besloten wordt om de afschrijvingslasten van een investering te dekken uit een reserve ‘afschrijvingslasten investeringen’, is het uiteindelijke effect op het structurele begrotingsresultaat afhankelijk van de hoogte en de afschrijvingstermijn van de investering. Ter indicatie zijn hieronder diverse situaties in beeld gebracht met daarbij de potentiële effecten die dit heeft op het structurele begrotingsresultaat. Indicatie effecten inzet reserve 'afschrijvingslasten investeringen' (Bedragen x € 1.000) Storting in reserve Levensduur investering
1.000
5.000
10.000
Effect op structurele begrotingsruimte
25 jaar
40
200
400
50 jaar
20
100
200
80 jaar
13
63
125
In de situatie dat € 10 miljoen van de algemene reserve ingezet zou worden voor het dekken van de afschrijvingslasten van een investering met een levensduur van 25 jaar, zou dit resulteren in een verbetering van de structurele begrotingsruimte van € 400.000. Bij een inzet van € 1 miljoen voor een investering met een levensduur van 80 jaar is het effect op de structurele begrotingsruimte ‘slechts’ € 13.000.
Indien hiertoe wordt gekozen dienen aanvullende middelen in de reserve ‘afschrijvingslasten investeringen’ te worden gestort. De uiteindelijke keuze of en voor welke investeringen de reserve eventueel ingezet wordt is een raadsbevoegdheid en vraagt altijd een raadsbesluit vooraf. Het besluit tot inzet van de reserve moet genomen worden voordat de investering wordt afgerond en de afschrijvingstermijn begint te lopen. Verder dient te worden opgemerkt dat reserves niet oneindig ingezet kunnen worden ter dekking van structurele lasten. Investeringen waarbij er aan het einde van de afschrijvingstermijn een vrije keuze is tot het wel of niet vervangen van de investering verdienen dan ook de voorkeur. Op dat moment is er namelijk geen dekking vanuit de reserve meer aanwezig en kan de gemeenteraad de afweging maken of er al dan niet een beslag op de structurele begrotingsruimte wordt gelegd. Wanneer tegen die tijd een vervangingsinvestering nodig is zullen de afschrijvingslasten namelijk doorlopen en ten laste komen van het structurele begrotingsresultaat. Optie 2: Inzet algemene reserve als structurele dekking Sinds 1 januari 2024 is het voor gemeenten – onder bepaalde voorwaarden – toegestaan om (een deel van) de algemene reserve te gebruiken voor het dekken van structurele lasten.
Concreet mogen gemeenten maximaal 10% van het vrij beschikbare deel van de algemene reserve hiervoor inzetten. Hierbij gelden wel randvoorwaarden: • De solvabiliteit van de gemeente moet minimaal 20% bedragen én op dat niveau blijven; • Het weerstandsvermogen moet volgens de provincie (als financieel toezichthouder) toereikend zijn; • Deze beoordeling moet gebaseerd zijn op een actuele en zorgvuldig uitgevoerde risico-inventarisatie.
38
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Deze regeling biedt gemeenten extra ruimte om financiële knelpunten op korte termijn aan te pakken, zonder direct in te grijpen in het bestaande beleid of voorzieningenpeil. Deze mogelijkheid kan gezien worden als middel om de begroting in een bepaald jaar structureel sluitend te krijgen. Dit kan echter nooit een structurele oplossing zijn omdat de omvang van de algemene reserve hiermee afneemt en uiteindelijk niet meer ingezet kan worden. Met deze mogelijkheid wordt tijd gekocht om uiteindelijk keuzes te maken welke structurele maatregelen nodig zijn om tot een structureel sluitende begroting te kunnen komen.
Voorbeeld: Hoe werkt de inzet van de algemene reserve als structurele dekking? Een gemeente stelt haar begroting 2026-2029 op en voorziet daarbij de volgende structurele begrotingsresultaten. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2026
2027
2028
2029
Structurele baten
10.000
10.000
11.000
11.000
Structurele lasten
-11.000
-10.000
-10.000
-10.000
Structureel begrotingsresultaat
-1.000
0
1.000
1.000
Voor het jaar 2026 wordt een negatief begrotingsresultaat van € 1 miljoen voorzien. Tegelijkertijd is de verwachting dat de structurele inkomsten en structurele uitgaven in 2027 weer in balans zijn. Vanaf 2028 wordt zelfs een positief begrotingsresultaat verwacht. Om te voorkomen dat er in 2026 direct bezuinigingsmaatregelen nodig zijn, kan ervoor worden gekozen om het tekort in dat jaar te dekken uit de algemene reserve. Dit is mogelijk, mits de reserve voldoende omvang heeft en wordt voldaan aan de voorwaarden die hiervoor gelden (zoals solvabiliteit en weerstandsvermogen). Na inzet van de algemene reserve in 2026, ziet het begrotingsbeeld er als volgt uit: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2026
2027
2028
2029
Structurele baten
10.000
10.000
11.000
11.000
Structurele lasten
-11.000
-10.000
-10.000
-10.000
1.000
0
0
0
0
0
1.000
1.000
Dekking uit algemene reserve Structureel begrotingsresultaat
Op deze manier wordt de gemeente in staat gesteld om de algemene reserve in te zetten ter dekking van het voorziene tekort in 2026. Op deze manier is sprake van een structureel sluitende begroting, zonder dat daarbij direct bezuinigingsmaatregelen getroffen dienden te worden.
Wat zijn de mogelijke effecten die hiermee kunnen worden bereikt? De algemene reserve binnen de gemeente Moerdijk bedraagt per 1-1-2026 naar verwachting ca. € 35,5 miljoen. Het aan te houden bedrag t.b.v. het benodigde weerstandsvermogen bedraagt ca. € 21 miljoen. De vrij besteedbare ruimte binnen de algemene reserve bedraagt hierdoor ca. € 14,5. Zoals in paragraaf 6.3.1 is toegelicht wordt voorgesteld om vanuit de reserve nieuwkomers € 6,7 miljoen en vanuit de reserve onderwijshuisvesting € 1,5 miljoen over te hevelen naar de algemene reserve. Na de overheveling van € 8,2 miljoen vanuit de genoemde reserves, neemt de vrije ruimte toe tot ca. € 22,7 miljoen. Op basis van de nieuwe mogelijkheid die aan gemeenten wordt geboden, kan (onder bepaalde voorwaarden) in een bepaald jaar 10% van deze vrije ruimte ingezet worden ter dekking van structurele lasten. Voor de gemeente Moerdijk zou dat uitkomen op maximaal € 2,27 miljoen.
39
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
6.3.3 Welke aanpak wordt voorgesteld? Zoals in paragraaf 6.3.1 is toegelicht wordt voorgesteld om vanuit de reserve nieuwkomers € 6,7 miljoen en vanuit de reserve onderwijshuisvesting € 1,5 miljoen over te hevelen naar de algemene reserve. Hierdoor neemt de verwachte vrije ruimte binnen de algemene reserve per 1-1-2026 toe tot ca. € 22,7 miljoen. In paragraaf 6.3.2 zijn vervolgens twee mogelijkheden geschetst waarop deze middelen ingezet zouden kunnen worden ter verbetering van de structurele begrotingsruimte. Bij het aanbieden van deze begroting 2026-2029 doet het college nog geen concrete voorstellen voor de inzet van deze extra ruimte. Dit gezien het feit dat de voorliggende begroting voor het jaar 2026 reeds structureel sluitend is, waardoor verdere maatregelen voor dat jaar nog niet nodig zijn. Daarnaast worden op deze manier flexibiliteit en keuzemogelijkheden behouden. Met het oog op de aanstaande verkiezingen biedt dit de nieuwe gemeenteraad de mogelijkheid om de inzet van deze ruimte te gaan betrekken richting het opstellen van de begroting 2027-2030. Op dat moment kan op basis van het actuele financieel meerjarenperspectief een weloverwogen besluit genomen worden over de inzet van deze middelen, waarbij de raad daar ook voortijdig in betrokken kan worden.
40
Aanbiedingsnota - Bijlagen
Gemeente Moerdijk
Bijlage 1 Totaaloverzicht stelpost nieuw beleid en ontwikkelingen na 2029 Nb: In het raadsvoorstel bij de begroting 2026-2029 wordt voor diverse onderwerpen voorgesteld om deze bij het vaststellen van de begroting direct beschikbaar te stellen. Deze posten zijn hieronder groen gearceerd waarbij wordt verwezen naar het betreffende besluitpunt. Investering
I/S
1.621.675
S
70.000
S
Afschaling N285: Bijdrage aan de provincie tbv rotonde
-
Afschaling N285: Bijdrage t.b.v. rotonde Langeweg
-
Afschaling N285: Uitvoering werkzaamheden gemeente
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033 Opmerking
105.409
103.787
102.166
100.544
98.922
97.301
95.679
5.250
5.163
5.075
4.988
4.900
4.813
4.725
4.638
I
-
400.000
-
-
-
-
-
-
I
433.850
433.850
-
-
-
-
-
-
2.792.332
S
-
-
-
181.502
178.709
175.917
173.125
170.332
Scholenontwikkeling Willemstad: nieuwbouw school, gymzaal en gemeenschapshuis Willemstad
14.730.749
S
-
-
-
-
736.537
727.331
718.124
708.917
Scholen Fijnaart: bouwkosten schoolgebouwen
12.208.952
S
-
-
-
-
-
-
610.448
602.817
Scholen Klundert: bouwkosten schoolgebouwen
12.864.060
S
-
-
-
-
643.203
635.163
627.123
619.083
25.560.000
S
-
-
-
1.394.700
1.375.808
1.356.915
1.338.023
Vervanging gymzaal Droge Mark (alleen bouwkosten)
3.160.000
S
-
-
-
-
181.700
179.133
176.565
Herinrichting Doelstraat
3.500.000
S
-
-
-
227.500
224.000
220.500
217.000
213.500
-
S
-
-150.000
-550.000
-550.000
-550.000
-550.000
-550.000
-550.000
-
S
397.000
397.000
397.000
397.000
397.000
-
-
Stelpost Nieuw beleid Ramingen uit vorige jaren t/m 2020: Vitale centra Aanleg losloopgebieden/uitlaatterreinen honden Toegevoegd o.b.v. kadernota 2021-2024:
Toegevoegd o.b.v. kadernota 2022-2025: Vervangende nieuwbouw Niervaert
1.319.130 * De raadsvergadering van oktober (RV Inzet middelen Nederwiek III) kan mogelijk nog invloed hebben op deze post.
Toegevoegd o.b.v. kadernota 2023-2026:
Integrale aanpak arbeidsmigratie: extra inkomsten GF en/of toeristenbelasting
173.998
Toegevoegd o.b.v. Bestuursakkoord 2023-2026: Mobiliteit
- Besluitpunt 5b (€ 130.000 inzet ter dekking van capaciteit adviseur verkeer)
41
Aanbiedingsnota - Bijlagen
Investering
I/S
2026
Verbetering entree Klundert Zevenbergseweg
750.000
S
Permanente steiger Fort Sabina
190.000
S
-
Werkbudget stedelijke regio’s West-Brabant West & Breda -Tilburg Kadervoorstel - ondersteuning verenigingen en vrijwilligersorganisaties
Gemeente Moerdijk
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033 Opmerking
-
-
48.750
48.000
47.250
46.500
45.750
45.000
-
12.350
12.160
11.970
11.780
11.590
11.400
11.210
S
-
-12.730
-12.525
-12.320
-12.114
-11.909
-11.704
-11.499
-
S
195.845
195.845
195.845
195.845
195.845
195.845
195.845
195.845
-
S
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Toegevoegd o.b.v. kadernota 2024-2027:
Permanente steiger Fort Sabina (dekking tlv huursom voor ponton) Toegevoegd o.b.v. kadernota 2025-2028:
Kadernota 2026-2029: Waarschuwings en Alarmering Systeem (WAS)
60.000
S
-
4.600
4.500
4.500
4.400
4.300
4.200
4.100
Bastion Groningen
2.212.000
S
-
-
-
120.700
119.100
117.400
115.800
114.100
Powerport Moerdijk
-
I
300.000
-
-
-
-
-
-
- Besluitpunt 4a
Stedelijke regio’s Breda-Tilburg, West-Brabant en Baronie samenwerking
-
I
367.500
-
-
-
-
-
-
- Besluitpunt 4b
Coördinatie Brede School
-
I
55.000
55.000
-
-
-
-
-
- Besluitpunt 4c
Subsidiebeleid vrijwilligersorganisaties
-
S
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Samenwerking op de informatievoorziening
-
S
130.000
130.000
70.000
-
-
-
-
Communicatiemiddelen openbare ruimte
270.000
S
-
34.300
33.600
32.800
32.100
31.400
30.600
I
120.000
-
-
-
-
-
-
- Besluitpunt 4e
-
-
-
-
-
-
-
-
Kadervoorstel 2 - Gezondheidsonderzoek Kadervoorstel 5 - Herstel beschoeiing en talud zuidelijke binnengracht Klundert. Basis op orde voor ontwikkelend beheer van de fysieke leefomgeving
nb
100.000 - Besluitpunt 4d 29.900
-
S
207.000
434.500
646.400
730.600
867.600
891.800
918.500
943.400
nvt
S
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000 Besluitpunt 7i
2. Vervangingsbudget bomen
3.325.000
S
-
11.500
34.400
64.600
101.600
137.800
173.500
208.400
bomen jaarlijks krediet 2026
150.000
S
-
11.500
11.300
11.100
10.900
10.700
10.500
10.300 Besluitpunt 8a
bomen jaarlijks krediet 2027
300.000
S
-
-
23.100
22.700
22.300
21.900
21.500
21.100
bomen jaarlijks krediet 2028
400.000
S
-
-
-
30.800
30.300
29.700
29.200
28.600
bomen jaarlijks krediet 2029
495.000
S
-
-
-
-
38.100
37.400
36.800
36.100
bomen jaarlijks krediet 2030
495.000
S
-
-
-
-
-
38.100
37.400
36.800
bomen jaarlijks krediet 2031
495.000
S
-
-
-
-
-
-
38.100
37.400
bomen jaarlijks krediet 2032
495.000
S
-
-
-
-
-
-
-
38.100
bomen jaarlijks krediet 2033
495.000
S
-
-
-
-
-
-
-
-
1. Capaciteit fysieke leefomgeving (1fte)
42
3. Openbaar groen en Faunavoorzieningen
Aanbiedingsnota - Bijlagen
Investering
I/S
2026
2027
2028
Gemeente Moerdijk
2029
2030
2031
2032
2033 Opmerking
nvt
S
90.000
90.000
90.000
90.000
90.000
90.000
90.000
90.000 Besluitpunt 8b
4. Vergroeningsplannen voor alle kernen
7.500.000
S
-
216.000
405.000
459.000
559.000
547.000
538.000
528.000
Vergroeningsplannen 2026
2.800.000
S
-
216.000
212.000
208.000
204.000
200.000
197.000
193.000
Vergroeningsplannen 2027
2.500.000
S
-
-
193.000
189.000
186.000
182.000
179.000
176.000
Vergroeningsplannen 2028
800.000
S
-
-
-
62.000
61.000
59.000
58.000
57.000
Vergroeningsplannen 2029
1.400.000
S
-
-
-
-
108.000
106.000
104.000
102.000 103.000 Besluitpunt 5a
Fte’s waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven hier positief tegenover te staan: Capaciteit adviseur verkeer (1 fte)
-
S
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
Capaciteit Schuldhulpverlening (1 fte)
-
S
93.000
93.000
93.000
93.000
93.000
93.000
93.000
93.000 Besluitpunt 5c
Capaciteit Wmo (1,89 fte uitbreiding en extra loonruimte)
-
S
142.000
198.000
198.000
198.000
198.000
198.000
198.000
198.000 Besluitpunt 5d
Capaciteit backoffice Wmo en Schuldhulpverlening (1,2 fte)
-
S
87.600
87.600
-
-
-
-
-
- Besluitpunt 5e
Capaciteit programmamanager nieuwkomers (1 fte)
-
I
22.000
131.000
-
-
-
-
-
- Besluitpunt 5f
Capaciteit programmamanager nieuwkomers (1 fte) (dekking reserve)
-
I
-22.000
-131.000
-
-
-
-
-
- Besluitpunt 6
Capaciteit adviseur Leren en Ontwikkelen (0,33 fte)
-
S
34.000
34.000
34.000
34.000
34.000
34.000
34.000
34.000 Besluitpunt 5g
Capaciteit strategisch financieel adviseur (1 fte)
-
S
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000 Besluitpunt 5h
Implementatie WOO (0,66 fte)
-
S
68.000
68.000
68.000
68.000
68.000
68.000
68.000
68.000 Besluitpunt 5i
Implementatie WOO (dekking middelen Rijk)
-
S
-68.000
-68.000
-68.000
-68.000
-68.000
-68.000
-68.000
-68.000 Besluitpunt 5j
Capaciteit ISO (Information Security Officer) (1 fte)
-
S
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000 Besluitpunt 5k
Fte’s waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven een vermindering in het aantal fte’s te wensen: Capaciteit medewerker servicepunt (1 fte)
-
S
73.000
73.000
73.000
73.000
73.000
73.000
73.000
73.000 Besluitpunt 7a
Capaciteit KCC cluster publiekszaken (met middagopenstelling) (3 fte)
-
S
219.000
219.000
219.000
219.000
219.000
219.000
219.000
219.000 Besluitpunt 7b
Capaciteit coördinator KCC cluster publiekszaken (0,88 fte)
-
S
73.000
73.000
73.000
73.000
73.000
73.000
73.000
73.000 Besluitpunt 7c
Fte’s waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven hier negatief tegenover te staan: Capaciteit Projectleider Interne Dienstverlening (1 fte)
-
S
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000 Besluitpunt 7d
Capaciteit administratief ondersteuner (0,66 fte)
-
S
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000 Besluitpunt 7e
Capaciteit processpecialist (1 fte)
-
S
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000
117.000 Besluitpunt 7f
Capaciteit adviseur digitale dienstverlening (1 fte)
-
S
77.500
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000
103.000 Besluitpunt 7g
Capaciteit functioneel beheer digitale werkplek (1 fte)
-
S
93.000
93.000
93.000
93.000
93.000
93.000
93.000
3.846.545
3.761.886
2.583.592
4.518.950
6.187.362
5.764.619
6.351.823
Subtotaal stelpost nieuw beleid
93.000 Besluitpunt 7h 6.319.149
43
Aanbiedingsnota - Bijlagen
Gemeente Moerdijk
Investering
I/S
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033 Opmerking
Scholenontwikkeling Zevenbergen
8.845.000
S
-
-
-
-
-
-
459.940
453.970
Inrichting stationsgebied en busstation Zvb (investering van € 40,2 mln met dekking van 30,1 mln)
10.100.000
S
-
-
-
-
-
-
472.000
564.000
geoormerkte reserves ter dekking van de afschrijvingslasten als gevolg van bovengenoemde investering
-7.200.000
S
-171.000
-212.000
Transformatiegebied Zevenbergen-Noord
5.000.000
I
-
-
-
pm
pm
Permanente voorziening Roode Vaart-centrum Zvb
2.000.000
S
-
-
-
134.000
131.840
129.680
127.520
125.360
-
-
-
134.000
131.840
129.680
888.460
931.330
845.300
Overige ontwikkelingen
Subtotaal overige ontwikkelingen
-
-
-
Reeds besloten ontwikkelingen Zuidrandtunnel (netto-investering)
21.400.000
S
0
0
0
0
Langzaamverkeersverbinding (stationstunnel) Zvb (netto) (investering van € 29,9 mln met dekking van € 10,5 mln)