Getekende aanbiedingsnota Begroting 2026-2029
Tekst van het document
1.. t ~~ CC•• ` i
t
~ , ~~ r ' ?\
- +
, .
•w`~* ;
,~
.•1 ~ • ~,yi's'.E.„~JM ~ *~ ! ~~~`•
~• Y' {L~ ~7` et r'~X
~
;' ~ „~
' ~ N ~• ~#y' _! ~-
f 1
mij bekend, de raadsgriff' ,
~í
MOERDIJK
;
9 ` .
1 ~ 4 j1
~
2
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Inhoud Inleiding
3
1
5 5 6 8
Het doorlopen proces richting de begroting 2026-2029 1.1 Rapport structurele begrotingsruimte 1.2 Behandeling kadernota 2026-2029 in gemeenteraad 1.3 Financiële uitkomsten kadernota 2026-2029
2. Van kadernota naar primitieve begroting 2026-2029 2.1 Financiële uitkomsten primitieve begroting 2026-2029 2.2 Verschillen ten opzichte van kadernota 2026-2029 2.3 Aandachtspunten / gehanteerde uitgangspunten die in de begroting zijn verwerkt
9 9 10 11
3. Nagekomen ontwikkelingen na opstellen primitieve begroting 3.1 Genomen raadsbesluiten 3.2 Overige nagekomen ontwikkelingen 3.3 Samenvatting nagekomen ontwikkelingen na opstellen primitieve begroting
18 18 19 21
4. Wat zijn de financiële uitkomsten van de begroting 2026-2029, inclusief de nagekomen ontwikkelingen die verwerkt worden in de 1e begrotingswijziging? 22 4.1 Financieel perspectief 2026-2029 22 4.2 Overige aspecten die een indicatie geven van de financiële positie 24 4.3 Conclusie financiële positie 26 4.4 Verwachte toets provincie begrotingsuitkomsten 27 5. Financieel perspectief na 2029 5.1 Stelpost nieuw beleid 5.2 Ontwikkelingen na 2029 5.3 Wat betekent dit voor het financieel meerjarenperspectief?
28 28 28 29
6. Aan welke knoppen kan worden gedraaid ter bevordering van de structurele begrotingsruimte? 6.1 Knop 1: Nieuwe ontwikkelingen/ambities 6.2 Knop 2: Bestaand beleid 6.3 Knop 3: Inzet reserves
30 30 31 32
Bijlage 1 Totaaloverzicht stelpost nieuw beleid en ontwikkelingen na 2029
40
3
Aanbiedingsnota
Inleiding
Beste raadsleden, Op 3 juli 2025 heeft de gemeenteraad de kadernota 2026-2029 vastgesteld, waarmee de kaders en uitgangspunten zijn bepaald voor de opstelling van de begroting 2026-2029. In de afgelopen maanden is, op basis van deze kaders, de begroting verder uitgewerkt. In de begroting stelt de gemeenteraad de na te streven effecten en doelen voor het komende jaar vast inclusief de daarvoor benodigde middelen. Voor ons algehele beeld over de begroting 2026-2029 en de belangrijkste beleidsontwikkelingen verwijzen wij u naar de inleiding van de begroting zelf. In deze aanbiedingsnota nemen we u stap voor stap mee in de totstandkoming van de begroting 2026-2029 en geven we nader inzicht in de belangrijkste (financiële) onderwerpen. In hoofdstuk 1 blikken we kort terug op het doorlopen proces richting de begroting 20262029. Dit hoofdstuk gaat in op het rapport structurele begrotingsruimte, de kadernota 20262029, zoals deze op 3 juli 2025 door de gemeenteraad is vastgesteld, en biedt een overzicht van de kaders die zijn gehanteerd bij het opstellen van de begroting. In hoofdstuk 2 gaan we in op de acties die sindsdien zijn uitgevoerd, wat de financiële uitkomsten zijn van de primitieve begroting 2026-2029 en hoe dit zich verhoudt tot de kadernota 2026-2029.
Ook wordt ingegaan op enkele specifieke onderwerpen die tijdens het opstellen van de begroting aan de orde kwamen en hoe deze zijn verwerkt in de begroting. Hoofdstuk 3 behandelt de ontwikkelingen die na de opstelling van de primitieve begroting zijn opgetreden, zoals de financiële effecten van besluiten die zijn genomen in de raadsvergaderingen van 11 september en 13 oktober 2025, en andere relevante ontwikkelingen. De effecten hiervan zullen worden meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2026, die onderdeel uitmaakt van de raadsbehandeling van de begroting 2026-2029. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de financiële uitkomsten van de primitieve begroting, inclusief de nagekomen ontwikkelingen uit hoofdstuk 3. We gaan in op de stand van de reserves, voorzieningen, risico’s en het weerstandsvermogen van de gemeente. Ook worden de financiële kengetallen besproken, die een duidelijker beeld geven van de financiële positie van de gemeente, en de verwachte toetsing door Gedeputeerde Staten als toezichthouder.
Gemeente Moerdijk
4
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
In dit hoofdstuk zal duidelijk worden dat het verwachte begrotingsresultaat van de gemeente Moerdijk er de komende jaren als volgt uitziet: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2026
2027
2028
2029
Verwacht begrotingsresultaat Primitieve begroting + 1e begrotingswijziging 2026
-2.023
420
504
929
Waarvan structureel
780
-391
-1.254
-846
Waarvan incidenteel
-2.803
811
1.757
1.775
Tabel 1 Begrotingsresultaat incl. 1e begrotingswijziging 2026
Voor 2026 wordt een structureel begrotingsresultaat verwacht van ca. € 0,8 miljoen. In dat jaar worden meer structurele baten dan lasten verwacht, wat betekent dat de begroting voor dat jaar reëel en structureel sluitend is. Vanaf 2027 worden structurele tekorten verwacht van ca. € 0,4 miljoen (2027), € 1,3 miljoen (2028) en € 0,8 miljoen (2029). Zoals in deze aanbiedingsnota duidelijk zal worden kan de terugval in 2028 en 2029 deels verklaard worden door lagere inkomsten uit het gemeentefonds. Uit bovenstaande tabel blijkt tevens dat voor 2026 de incidentele lasten de incidentele baten overstijgen. In hoofdstuk 4 leest u terug hoe het college voorstelt hiermee om te gaan. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan ontwikkelingen die zich na 2029 naar verwachting voordoen en die pas later een financieel effect zullen hebben. Hoewel deze ontwikkelingen buiten de scope van de begroting 2026-2029 vallen, bieden zij belangrijke inzichten in het toekomstige financiële perspectief van de gemeente. We geven een indicatie van wat deze ontwikkelingen kunnen betekenen voor de financiële situatie na 2029. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de verschillende mogelijkheden om de structurele begrotingsruimte verder te verbeteren. Dit betreft onder andere nieuwe ontwikkelingen, ambities, het bestaande beleid en de inzet van gemeentelijke reserves.
Wij hopen dat deze aanbiedingsnota bijdraagt aan een helder inzicht in de financiële aspecten van de begroting 2026-2029 en de besluitvorming hierover. Zevenbergen, 30 september 2025 Het college van burgemeester en wethouders, Aart-Jan Moerkerke Bennie Blom Danny Dingemans Pauline Joosten Eef Schoneveld Sjoerd Elseman
5
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
1 Het doorlopen proces richting de begroting 2026-2029 1.1 Rapport structurele begrotingsruimte De financiële positie van gemeenten staat momenteel landelijk onder druk. Gemeenten worden de komende jaren geconfronteerd met diverse grote landelijke uitdagingen, waaronder woningbouw, verduurzaming, de energietransitie en stijgende kosten binnen het sociaal domein. Tegelijkertijd is er grote onzekerheid over de bijdragen die gemeenten van het Rijk ontvangen voor deze taken. Daarnaast voorzien we binnen onze eigen gemeente verschillende ontwikkelingen die, op termijn, zullen leiden tot aanvullende investeringslasten. Dit betreft onder andere ambities op het gebied van scholenontwikkeling, gemeenschapshuizen, zwembaden, en woningbouw en mobiliteit. Gezien de bovenstaande uitdagingen werd reeds vorig jaar, tijdens de behandeling van de kadernota 2025-2028 en de daaropvolgende begroting 2025-2028, het belang van inzicht in de structurele begrotingsruimte benadrukt. Het werd toen als noodzakelijk geacht om te verkennen hoe we deze begrotingsruimte kunnen vergroten, zodat de gemeenteraad deze inzichten kan betrekken bij de behandeling van de kadernota 2026-2029 en de uiteindelijke opstelling van de begroting 2026-2029. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst van 10 april 2025 is het Rapport structurele begrotingsruimte aan de gemeenteraad gepresenteerd.
Het doel van dit rapport was niet om directe ombuigingsmaatregelen voor te stellen, maar om juist vanuit een breder perspectief naar mogelijkheden te kijken die bijdragen aan het vergroten van de structurele begrotingsruimte. Het rapport biedt belangrijke inzichten in de huidige gemeentelijke begroting en schetst de (on)mogelijkheden voor het vergroten van de structurele begrotingsruimte. Uit het rapport blijkt dat het niet vanzelfsprekend is dat er binnen de huidige begroting, op basis van het huidige beleid en ambitieniveau, substantieel extra begrotingsruimte gevonden kan worden. Binnen het sociaal domein spelen bijvoorbeeld diverse landelijke ontwikkelingen, zoals de stijgende kosten in de Jeugdzorg en de Wmo, waarvoor gemeenten landelijk voor de uitdaging staan om de lastenstijgingen te beheersen. Ook in het fysieke domein is het algehele beeld dat er weinig ruimte is voor extra begrotingsruimte. De gemeente staat voor de opgave om achterstanden binnen het wegbeheer weg te werken en werkt daarnaast aan het programma Fysieke Leefomgeving, waarin verschillende losse beheerplannen, voor bijvoorbeeld openbaar groen, worden samengevoegd in één document. Bovendien staan er de komende jaren aanzienlijke investeringen op de planning op het gebied van binnensport, buitensport en gemeentelijke zwembaden.
Wat betreft de inkomstenkant is de grootste bron van inkomsten voor de gemeente het Gemeentefonds, waar gemeenten weinig invloed op hebben. In de praktijk is de Onroerendezaakbelasting (OZB) de belangrijkste inkomstenbron waarmee gemeenten hun baten kunnen verhogen. Gezien de grote afhankelijkheid van de bijdragen vanuit het Rijk, is echter geconstateerd dat gemeenten de OZB-tarieven relatief fors zouden moeten verhogen om substantiële extra inkomsten te genereren. In het rapport zijn verschillende maatregelen voorgesteld waarmee de begrotingsruimte kan worden vergroot zonder dat dit ten koste gaat van de huidige ambities en dienstverlening van de gemeente. Dit richt zich vooral op een realistischer en minder voorzichtige benadering bij het begroten van diverse posten. In het vervolg van deze aanbiedingsnota wordt uitgebreid beschreven hoe deze benadering in de voorliggende begroting is verwerkt en welke andere mogelijkheden er nog zijn om de begrotingsruimte verder te verbeteren.
6
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
1.2 Behandeling kadernota 2026-2029 in gemeenteraad In de kadernota heeft de gemeenteraad de kaders en uitgangspunten vastgesteld die dienen als basis voor de opstelling van de begroting 2026-2029. Naast de financiële uitgangspunten is in de kadernota ook aandacht besteed aan verschillende bijstellingen die op dat moment binnen de bestaande budgetten werden voorzien. Nieuwe ontwikkelingen die de gemeente in de nabije toekomst verwacht, werden eveneens gepresenteerd aan de gemeenteraad, evenals kadervoorstellen die door de raad zelf zijn ingediend. Op basis van deze input is in de kadernota op hoofdlijnen inzicht gegeven in wat dit alles waarschijnlijk betekent voor de toekomstige financiële positie van de gemeente. In de kadernota 2026-2029 is het volgende uitgangspunt vastgesteld:
Uitgangspunt begroting: Richting het opstellen van de begroting wordt ingezet op een sluitende begroting voor het jaar 2026.
Vanuit dit uitgangspunt zijn diverse actiepunten geformuleerd, die bij de opstelling van de begroting 2026-2029 zijn opgepakt. Deze acties zijn gericht op het bevorderen van de structurele begrotingsruimte en het benutten van de mogelijkheden die in het rapport structurele begrotingsruimte naar voren zijn gekomen. De acties richten zich voornamelijk op het realistisch(er) en minder voorzichtig begroten van verschillende begrotingsposten. Tijdens de totstandkoming van de kadernota is, zoals gebruikelijk, de gemeenteraad tussentijds betrokken bij het proces. In de raadsinformatiebijeenkomst van 6 mei 2025 is de conceptkadernota gepresenteerd en toegelicht, waarna de gemeenteraad de gelegenheid kreeg om eigen kadervoorstellen in te dienen. Dit stelde de gemeenteraad in staat om, in de commissie van 4 juni 2025 en de raadsvergadering van 3 juli 2025, een integrale afweging te maken tussen de nieuwe ontwikkelingen die door het college en de raadsfracties waren aangedragen. Zoals gebruikelijk hebben de fracties tijdens de raadsvergadering ook hun algemene beschouwingen gehouden.
1.2.1 Aangenomen kadervoorstellen Aanvullend op de nieuwe ontwikkelingen zoals die door het college waren aangedragen, zijn twee door de raad zelf ingediende kadervoorstellen aangenomen, t.w.: • Kadervoorstel 2 - Moerdijk Lokaal – Gezondheidsonderzoek Formulering besluit: Vervolg geven aan het eerder ingezette periodiek gezondheidsonderzoek. We laten als gemeente Moerdijk zien dat we de gezondheid van onze inwoners serieus nemen, monitoren en ook acties kunnen nemen wanneer er alarmerende conclusies komen uit het onderzoek. Op basis van dit kadervoorstel is in de begroting € 120.000 aan incidenteel budget voor 2026 opgenomen in de stelpost nieuw beleid. • Kadervoorstel 5 - ChristenUnie - Herstel beschoeiing en talud Zuidelijke Binnengracht te Klundert Formulering besluit: De Raad draagt het college op binnen een half jaar te komen met een onderbouwd plan, met een juridische toetsing en een realistische begroting van de kosten voor het herstel van de beschoeiing en het talud van de Zuidelijke Binnengracht te Klundert over de gehele lengte. Omdat op dit moment nog niet bekend is welk bedrag hiermee gemoeid gaat, is in de begroting vooruitlopend daarop nog geen bedrag opgenomen in de stelpost nieuw beleid.
7
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
1.2.2 Aangenomen amendementen Tijdens de raadsvergadering van 3 juli 2025 zijn 2 amendementen aangenomen. • Amendement BBM CDA CU D66 ML OM PvdA UM VVD - kadernota - Uitbreiding formatie Dit amendement heeft betrekking op de in de kadernota voorgestelde formatie-uitbreidingen. Tijdens de raadsvergadering is mondeling toegelicht dat de formatie, conform de gebruikelijke werkwijze, apart dient te worden opgenomen in de stelpost nieuw beleid. Vervolgens kan, nadat hierover een gesprek tussen de gemeenteraad en het college heeft plaatsgevonden, bij de begrotingsbehandeling worden besloten welke capaciteit daadwerkelijk uit de stelpost nieuw beleid door de gemeenteraad beschikbaar wordt gesteld. In afwachting van een raadsbesluit om de formatie daadwerkelijk beschikbaar te stellen, is in de voorliggende begroting de uitsplitsing in de stelpost nieuw beleid opgenomen, zoals voorgesteld in het aangenomen amendement. 1. Fte’s waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven hier positief tegenover te staan: − Strategisch financieel adviseur (5.3): 1.0 FTE − Capaciteit adviseur verkeer (2.1): 1.0 FTE − SHV medewerker (4.1): 1.0 FTE − WMO medewerker (4.2): 1.89 FTE − Backoffice WMO en SHV (4.3): 1.2 FTE − Programmamanager nieuwkomers (4.4): 1.0 FTE − Adviseur Leren en Ontwikkelen (5.2): 0.33 FTE − WOO-coördinator (5.4): 0.66 FTE − Informatie Security Officer (5.9): 1.0 FTE 2.
Fte’s waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven een vermindering in het aantal fte’s te wensen: − Medewerker Servicepunt (5.11): De voorgestelde uitbreiding van 1.0 FTE − Allround medewerker cluster Publiekszaken (5.12): De voorgestelde uitbreiding van 3.0 FTE − Coördinator Publiekszaken (5.13): De voorgestelde uitbreiding van 0.88 FTE 3. Fte’s waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven hier negatief tegenover te staan: − Programmanager Fysieke leefomgeving (1.1): 1.0 FTE − Projectleider interne dienstverlening (5.1): 1.0 FTE − Administratieondersteuning Juridische Zaken (5.5): 0.66 FTE − Processpecialist (5.6): 1.0 FTE − Adviseur Digitale Dienstverlening (5.7): 1.0 FTE − Functioneel Beheerder Digitale Werkplek (5.8): 1.0 FTE • Amendement CU BBM CDA D66 ML OM PvdA UM VVD - kadernota - Programma 1 Met dit amendement is besloten om de in de Kadernota 2026-2029 opgenomen nieuwe ontwikkeling 1.1 (p. 15 & 16 kadernota) en de daarbij horende investering van € 10,825 miljoen te laten vervallen. Op basis hiervan zijn in de voorliggende begroting geen middelen in de stelpost nieuw beleid hiervoor geraamd. Wel is inmiddels via een initiatiefbesluit in de raadsvergadering van 11 september besloten om deze middelen weer toe te voegen aan de stelpost nieuw beleid. De verwerking hiervan is toegelicht in paragraaf 3.1.
1.2.3 Aangenomen motie Tot slot is tijdens de raadsvergadering van 3 juli 2025 een motie aangenomen waarin de gemeenteraad het college verzoekt om op korte termijn een gesprek te organiseren tussen college en gemeenteraad, waarin wordt bekeken hoe omvang en kwaliteit van de organisatie geoptimaliseerd kunnen worden in relatie tot zowel de wettelijke taken als de opgaven voortvloeiend uit de ambities van de gemeenteraad. Met daarin specifieke aandacht voor de oorzaken van het hoge ziekteverzuim en de omvang van de span of control en de uitkomsten van dit gesprek mee te nemen in de heroverweging van de vraag om extra formatie in de begroting. Hierbij heeft het college aangegeven bezig te zijn met een plan voor organisatieontwikkeling.
8
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
1.3 Financiële uitkomsten kadernota 2026-2029 Rekening houdend met de aangenomen kadervoorstellen en amendementen, werden op basis van de kadernota 20262029 onderstaande begrotingsresultaten verwacht. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2026
2027
2028
2029
Verwacht begrotingsresultaat kadernota 2026-2029 (vóór raadsvergadering 3 juli 2025)
-7.706
-5.340
-2.084
-1.964
Kadervoorstel gemeenteraad – Gezondheidsonderzoek
-120
0
0
0
Kadervoorstel gemeenteraad – Herstel beschoeiing en talud Zuidelijke Binnengracht te Klundert
pm
pm
pm
pm
Amendement – Programma 1 (schrappen nieuwe ontwikkeling 1.1)
207
435
646
731
Verwacht begrotingsresultaat kadernota 2026-2029 (na raadsvergadering 3 juli 2025)
-7.619
-4.905
-1.438
-1.233
Waarvan structureel
-3.832
-3.766
-1.438
-1.233
Waarvan incidenteel
-3.787
-1.139
-
-
Tabel 2 Financieel perspectief kadernota 2026-2029
Op basis van de kadernota werd voor de jaren 2026 en 2027 een structureel tekort verwacht van ongeveer € 3,8 miljoen, aflopend naar € 1,4 miljoen in 2028 en € 1,2 miljoen in 2029. Zoals in de kadernota is toegelicht, werd in deze cijfers nog geen rekening gehouden met extra middelen die het Rijk in de Voorjaarsnota 2025 had aangekondigd, maar die op dat moment nog niet financieel verwerkt waren in de Meicirculaire 2025. Ook waren in deze cijfers de mogelijke effecten van de maatregelen, zoals genoemd in het Rapport structurele begrotingsruimte, nog niet meegenomen. In de kadernota werden echter wel al indicaties gegeven van de positieve effecten die dit naar verwachting ging hebben op het begrotingsresultaat. Na het uitkomen van de Meicirculaire 2025 is de gemeenteraad per raadsinformatiebrief (d.d. 24 juni 2025) nader geïnformeerd over de positieve effecten van deze circulaire op het begrotingsresultaat.
9
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
2. Van kadernota naar primitieve begroting 2026-2029 De afgelopen maanden is de begroting 2026-2029 verder uitgewerkt. Na het opstellen van de kadernota zijn grofweg onderstaande acties uitgevoerd: • Het opstellen van de beleidsteksten per programma, waarin de te realiseren doelen en verwachte ontwikkelingen zijn toegelicht; • Het vertalen van de vastgestelde uitgangspunten uit de kadernota; • Het actualiseren en onderbouwen van de ramingen voor alle budgetten, op basis van de ingevulde productformulieren; • Het verwerken van de effecten van enkele nagekomen ontwikkelingen, die nodig zijn om het huidige beleid te kunnen voortzetten; • Het actualiseren van de rente- en afschrijvingslasten, op basis van reeds beschikbaar gestelde investeringskredieten en vervangingsinvesteringen voor de jaren 2026-2029; • Het verwerken van de uitkomsten van de Meicirculaire 2025 gemeentefonds.
2.1 Financiële uitkomsten primitieve begroting 2026-2029 Het uiteindelijke boekwerk dat als begroting aan de gemeenteraad wordt aangeboden noemen we de ‘primitieve begroting’. Op basis van de voorliggende primitieve begroting 2026-2029 worden onderstaande begrotingsresultaten verwacht. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2026
2027
2028
2029
Baten
160.048
182.679
166.798
167.987
Lasten
-161.552
-182.096
-166.646
-167.131
Saldo baten en lasten
-1.504
583
153
856
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-1.569
-1.110
-525
-772
Verwacht begrotingsresultaat primitieve begroting 2026-2029
-3.073
-527
-373
84
Waarvan structureel
929
137
-555
-116
Waarvan incidenteel
-4.002
-664
182
200
Tabel 3 Financieel perspectief primitieve begroting 2026-2029
Zoals eerder beschreven in de kadernota en de raadsinformatiebrief (d.d. 24 juni 2025), blijkt uit de voorliggende begroting dat het structurele begrotingsresultaat minder negatief uitvalt dan oorspronkelijk werd voorzien in de kadernota. Op basis van de primitieve begroting wordt voor de jaren 2026 en 2027 een structureel begrotingsresultaat verwacht van respectievelijk ca. € 0,9 miljoen en ca. € 0,1 miljoen (meer structurele baten dan lasten), wat een structureel sluitende begroting betekent. Vanaf 2028 verandert dit beeld echter, waarbij voor 2028 een structureel tekort van ca. € 0,6 miljoen en voor 2029 van ca. € 0,1 miljoen wordt verwacht. Uit bovenstaande tabel blijkt tevens dat voor 2026 en 2027 de incidentele lasten de incidentele baten overstijgen. In de begroting is (in het overzicht ‘incidentele lasten en baten’) een specificatie en nadere toelichting van deze lasten en baten opgenomen. Om deze incidentele zaken doorgang te kunnen laten vinden zal (zoals het er nu naar uitziet) aanspraak gedaan moeten worden op de algemene reserve. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit de begrotingscijfers zijn zoals die in de primitieve begroting zijn opgenomen. Zoals in hoofdstuk 3 duidelijk zal worden, zijn er diverse ontwikkelingen die zich na het opstellen van de primitieve begroting hebben voorgedaan, en die nog een effect hebben op bovenstaande cijfers.
In hoofdstuk 4 wordt het begrotingsresultaat gepresenteerd inclusief die nagekomen ontwikkelingen. In de resterende paragrafen van dit hoofdstuk wordt allereerst ingegaan op de totstandkoming van de cijfers in de primitieve begroting.
10
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
2.2 Verschillen ten opzichte van kadernota 2026-2029 De ontstane verschillen ten opzichte van de kadernota 2026-2029 kunnen als volgt worden samengevat. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2026
2027
2028
2029
Verschil verwacht begrotingsresultaat (primitieve begroting vs. vastgestelde kadernota)
4.546
4.378
1.066
1.317
Waarvan structureel
4.761
3.903
883
1.117
Waarvan incidenteel
-215
475
182
200
Tabel 4 Verschil primitieve begroting vs. kadernota
In de begroting is (in de 'financiële positie 2026-2029') een gedetailleerd verloopoverzicht opgenomen, waarin de verschillen ten opzichte van de kadernota nader worden toegelicht. In grote lijnen geldt dat vanaf 2026 op basis van de Meicirculaire 2025 voordelen worden verwacht door een hogere uitkering uit het gemeentefonds. Omdat de Meicirculaire 2025 ten tijde van het opstellen van de kadernota nog niet uit was gebracht door het Rijk, konden deze effecten nog niet verwerkt worden in de kadernota. Deze voordelen zijn wel toegelicht in de raadsinformatiebrief (d.d. 24 juni 2025). De hogere uitkering heeft vooral betrekking op extra middelen die het Rijk heeft toegewezen ter compensatie van de verwachte terugval in het gemeentefonds in 2026 (ook wel het 'ravijnjaar 2026' genoemd), alsmede de landelijke tekorten binnen de Jeugdzorg. Vanaf 2028 heerst er nog steeds onduidelijkheid en blijven de extra middelen beperkt. Daarnaast worden vooral in 2026 en 2027 lagere kapitaallasten verwacht. Dit is het resultaat van de in de kadernota geformuleerde actie om richting het opstellen van de begroting 2026-2029 een reële(re) inschatting van het verwachte jaar van afronden van investeringen te hanteren. Hiertegenover staan diverse nadelen als gevolg van verwachte lastenstijgingen m.b.t. o.a. de Wmo en Jeugdzorg (waarover de gemeenteraad per raadsinformatiebrief d.d.
4 juni 2025 is geïnformeerd).
11
Aanbiedingsnota
2.3
Aandachtspunten / gehanteerde uitgangspunten die in de begroting zijn verwerkt
Gemeente Moerdijk
Bij de totstandkoming van bovenstaande cijfers zijn diverse uitgangspunten gehanteerd en spelen diverse aandachtspunten. In deze paragraaf worden de belangrijkste zaken inzichtelijk gemaakt en toegelicht. 2.3.1 Acties rapport structurele begrotingsruimte In de raadsinformatiebijeenkomst van 10 april 2025 is het Rapport structurele begrotingsruimte aan de gemeenteraad toegelicht. In het rapport zijn diverse maatregelen benoemd waarmee de begrotingsruimte kan worden vergroot zonder dat dit ten koste gaat van de huidige ambities en dienstverlening van de gemeente. Dit ziet vooral toe op het realistisch(er) en minder voorzichtig begroten van diverse begrotingsposten. In de kadernota 2026-2029 zijn op basis van het rapport diverse actiepunten geformuleerd. Hieronder wordt per actiepunt aangegeven hoe dit is verwerkt in de voorliggende begroting. Actiepunt
Verwerking in begroting
1.1 Hanteer richting het opstellen van de begroting 2026-2029 een minder voorzichtige inschatting wat betreft de verwachte afrekening van het btw-compensatiefonds.
Het btw-compensatiefonds (BCF) stelt gemeenten in staat om betaalde btw op bepaalde activiteiten terug te vorderen. Sinds 2015 is er een plafond ingesteld voor het BCF, waarbij het fonds en het gemeentefonds functioneren als communicerende vaten. Blijven de gezamenlijke btw-declaraties van gemeenten onder dit plafond, dan wordt het verschil toegevoegd aan het gemeentefonds. Wordt het plafond echter overschreden, dan volgt er een inhouding. Gemeenten mogen bij het opstellen van hun begroting rekening houden met de (verwachte) afrekening van het BCF. Omdat de exacte hoogte hiervan moeilijk te voorspellen is, zijn er eerder afspraken gemaakt tussen de provinciale toezichthouders en het ministerie van BZK over wat als een realistische inschatting geldt. Daarbij is vastgesteld dat gemeenten maximaal mogen ramen op basis van de meest recent gerealiseerde afrekening. Waar de gemeente in het verleden nog uit voorzorg een lager bedrag opnam, is in deze begroting uitgegaan van 100% van de laatst bekende afrekening over 2024. Voor gemeente Moerdijk betekent dit een verwachte ontvangst van € 627.000 vanaf 2026. Dit bedrag valt binnen de provinciale richtlijnen en sluit aan bij het actiepunt zoals geformuleerd in de kadernota. Wel geldt dat als de landelijke afrekening in enig jaar lager uitvalt, er in het daaropvolgende begrotingsjaar mogelijk een neerwaartse bijstelling nodig is.
1.2 Hanteer richting het opstellen van de begroting 2026-2029 een reële(re) inschatting van het verwachte jaar van afronden van investeringen.
Dit actiepunt is opgesteld op basis van het beeld uit voorgaande jaren, waarin de werkelijke kapitaallasten doorgaans lager uitvielen dan in de begroting was geraamd. Deze voordelen ontstaan vooral doordat investeringen vaak later worden afgerond dan oorspronkelijk gepland. Zo’n onderuitputting van kapitaallasten legt feitelijk een onnodig beslag op de structurele begrotingsruimte. Om deze onderuitputting te beperken, is bij het opstellen van deze begroting kritisch gekeken naar een realistische inschatting van het jaar waarin investeringen daadwerkelijk worden afgerond. Dit is vervolgens verwerkt in de prognoses van de kapitaallasten. Daarbij is bewust gekozen voor een planning die ruimte laat voor tegenvallers, en niet uitgaat van het meest optimistische scenario. Hoewel het effect van deze maatregel lastig exact te kwantificeren is — omdat niet kan worden vastgesteld hoe de situatie zonder deze actie zou zijn geweest — is het resultaat zichtbaar in de neerwaartse bijstelling van de verwachte kapitaallasten voor de jaren 2026-2029. Zoals weergegeven in de paragraaf "Financiële positie 2026-2029" zijn binnen de kapitaallasten de volgende voordelen gerealiseerd ten opzichte van de kadernota 2026-2029:
1.3 Hanteer richting het opstellen van de begroting 2026-2029 een reële(re) inschatting van het verwachte jaar waarin de in de stelpost nieuw beleid opgenomen middelen daadwerkelijk ingezet zullen gaan worden.
(bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Kapitaallasten
1.537
1.372
280
220
In de kadernota 2026-2029 zijn de middelen die op basis van eerdere kadernota’s al in de stelpost nieuw beleid waren opgenomen, reeds geactualiseerd en bijgesteld. In de voorliggende begroting zijn hier geen verdere wijzigingen in doorgevoerd. In hoofdstuk 6 komt de huidige stelpost nieuw beleid wel aan bod als mogelijke knop waaraan nog gedraaid kan worden.
12
Actiepunt 1.4 Overweeg richting het opstellen van de begroting 2026-2029 de mogelijkheid tot het dekken van afschrijvingslasten uit een bestemmingsreserve. 1.5 Hou de mogelijkheid tot het inzetten van de algemene reserve achter de hand als eventuele noodmaatregel om de begroting voor het eerstvolgende jaar sluitend te maken, waarmee eventueel tijd gekocht kan worden.
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Verwerking in begroting
Hoofdstuk 6 schetst de verschillende mogelijkheden voor de inzet van de gemeentelijke reserves. Omdat het inzetten van reserves een bevoegdheid van de raad is, zijn eventuele effecten hiervan nog niet in de begroting verwerkt. Wel wordt hier een voorstel voor gedaan.
Tabel 5 Verwerking acties rapport structurele begrotingsruimte
2.3.2 Algemene uitkering gemeentefonds Gemeenten zijn in hoge mate afhankelijk van inkomsten vanuit het Rijk. De belangrijkste bron hiervan is de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor gemeente Moerdijk betreft dit in 2026 een bedrag van ruim € 82 miljoen. Meicirculaire 2025 De raming van de algemene uitkering in de begroting 2026–2029 is – conform een bestendige werkwijze – gebaseerd op de Meicirculaire 2025. Daarmee wordt voldaan aan de begrotingsrichtlijnen van de provincie als financieel toezichthouder. Omdat de Meicirculaire pas na het opstellen van de kadernota 2026–2029 verscheen, kon daar toen nog geen rekening mee worden gehouden. Wel waren in de kadernota al indicaties opgenomen op basis van de toen beschikbare Voorjaarsnota, waarin een positief effect werd voorzien. De gemeenteraad is per raadsinformatiebrief (d.d. 24 juni 2025) nader geïnformeerd over de inhoud en gevolgen van de Meicirculaire. Onzekerheden Jeugdzorg Het Rijk heeft in de Meicirculaire extra middelen beschikbaar gesteld als compensatie voor het verwachte tekort in 2026 (het zogeheten 'ravijnjaar') en daarnaast is er tot en met 2027 deels voorzien in een oplossing voor de landelijke tekorten in de Jeugdzorg. Dit is mede gedaan naar aanleiding van het rapport Groeipijn van de Commissie Van Ark. Het Rijk heeft toegezegd 50% van de geconstateerde jeugdzorgtekorten voor haar rekening te nemen.
Deze compensatie is, voor zover het de jaren vanaf 2025 betreft, verwerkt in de Meicirculaire 2025. Voor de jaren 2023 en 2024 is nog geen compensatie opgenomen. Het demissionaire kabinet heeft echter aangegeven te zoeken naar financiële ruimte om ook over die jaren compensatie aan gemeenten te bieden. Onzekerheid over de maatregelen / middelen vanaf 2028 Met name vanaf 2028, blijft de situatie onzeker en zijn de extra middelen beperkt. Het ingroeipad voor de verwachte besparingen uit de Hervormingsagenda Jeugd is verschoven naar 2028. Het Rijk verwacht dan namelijk dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd gerealiseerd gaan worden. Omdat de verwachte besparingen pas vanaf 2028 worden gerealiseerd – en zowel het volume als het prijspeil sinds de oorspronkelijke inschattingen (ten tijde van de Hervormingsagenda Jeugd) zijn toegenomen – rekent het Rijk op een hoger besparingspotentieel. Daarnaast zijn aanvullende maatregelen aangekondigd, waaronder: • De invoering van een eigen bijdrage voor Jeugdzorg per 1 januari 2028 • Nieuwe afspraken over het beter sturen op de duur van jeugdzorgtrajecten Deze maatregelen moeten vanaf 2028 leiden tot lagere lasten voor gemeenten. Gemeenten mogen ervan uitgaan dat deze ontwikkeling per saldo budgettair neutraal zal zijn: tegenover lagere inkomsten vanuit het Rijk zouden structureel lagere uitgaven moeten staan.
Vanuit deze veronderstelling staat de provinciaal toezichthouder toe dat gemeenten hiervoor stelposten opnemen in hun begroting. Op basis hiervan zijn in de voorliggende begroting onderstaande stelposten opgenomen: (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Stelpost - Eigen bijdrage Jeugdzorg
0
0
439
441
Stelpost - Sturen op trajectduur jeugdzorg
0
0
115
115
Tabel 6 Stelposten Jeugdzorg
13
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Uitgavenontwikkeling Jeugdzorg In het licht van de aanhoudende onzekerheid over rijksmaatregelen en -middelen, blijven de kostenontwikkelingen binnen de Jeugdzorg een belangrijk aandachtspunt. De gemeenteraad is per raadsinformatiebrief d.d. 4 juni 2025 geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de jeugdzorgbudgetten van gemeente Moerdijk. Zoals in die brief toegelicht, werd in de kadernota 2026–2029 nog uitgegaan van een benodigde bijstelling van € 1 miljoen vanaf 2026, terwijl dit met de nieuwe inzichten uitkomt op € 2,05 miljoen. Dit betekent dat in deze begroting ten opzichte van de kadernota een extra bijstelling van € 1,05 miljoen is verwerkt. Daarbij is tevens rekening gehouden met de verwachte indexering van de jeugdtarieven voor 2026. Hoewel deze forse bijstellingen in de begroting zijn verwerkt in de meerjarige ramingen, blijft het risico op verdere kostenstijgingen bestaan als er geen aanvullende maatregelen worden genomen. In de raadsinformatiebrief is hierover het volgende gesteld: ''Door een stevige regionale samenwerking, een passend gecontracteerd zorgaanbod en data gedreven sturing, kan versnippering worden tegengegaan en financiële efficiëntie worden bereikt.
Daarnaast werken we aan het verbeteren van de doorstroom en uitstroom van jeugdhulp, in combinatie met preventieve maatregelen zoals versterken van het voorliggend veld, inzet van ambulante toegangsprofessionals en normaliseren. Hierdoor blijft de specialistische zorg beschikbaar en betaalbaar voor jeugdigen die het écht nodig hebben. Worden bovengenoemde ontwikkelingen niet doorgezet dan zal de jeugdbegroting op Niet Vrij Toegankelijke Zorg verder oplopen.'' Op basis van deze ingezette aanpak is in de begrotingsraming verwerkt dat de kostenstijgingen vanaf 2028 geleidelijk afvlakken. Waar in de jaren 2026 en 2027 nog wordt gerekend met ca. € 2,05 miljoen aan hogere lasten, is dit bedrag vanaf 2028 geraamd op ca. € 1,65 miljoen. Onzekerheden Wmo Ook binnen een andere grote kostenpost van het sociaal domein, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), bestaan diverse landelijke onzekerheden. Verschillende landelijke trends zorgen gezamenlijk voor een toenemende vraag naar Wmo-voorzieningen en daarmee oplopende uitgaven. De vergrijzing van de Nederlandse bevolking leidt ertoe dat steeds meer mensen ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld bij huishoudelijke taken, mobiliteit of persoonlijke verzorging. Daarnaast is er een landelijke ontwikkeling waarbij ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen, wat vaak gepaard gaat met intensievere zorg- en ondersteuningsvragen.
Ook de aanhoudende krapte op de zorgarbeidsmarkt heeft een opwaarts effect op de kosten. Deze ontwikkelingen zetten de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van Wmo-ondersteuning door gemeenten onder druk. Onderzoek naar houdbaarheid Wmo Al in 2021 is door het ministerie van VWS en de VNG een gezamenlijk onderzoekstraject gestart naar de toekomstbestendigheid van de Wmo 2015. Het doel is om dit traject eind 2025 af te ronden met een eindrapport, waarin aanbevelingen worden gedaan die een structurele bijdrage moeten leveren aan de houdbaarheid van de Wmo. Onderdeel van een toekomstbestendige Wmo is ook een passende en duurzame financiering. In de Meicirculaire 2024 is daarom afgesproken dat voor een nader te bepalen deel van de Wmo in de toekomst een aparte financieringssystematiek wordt gehanteerd, die beter aansluit op de lastenontwikkeling. Vooruitlopend op deze uitwerking heeft het Rijk reeds extra middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. Deze waren reeds vorig jaar in de begroting verwerkt. Stelpost invoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage Sinds 2019 geldt voor de meeste Wmo-voorzieningen een vast abonnementstarief. Inwoners betalen hierbij een standaard maandbedrag, ongeacht hun inkomen of vermogen. Deze maatregel heeft landelijk geleid tot een toename van het aantal aanvragen, met name voor huishoudelijke hulp, en daarmee tot hogere kosten voor gemeenten.
14
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
In 2023 kondigde het toenmalige kabinet aan het abonnementstarief te willen vervangen door een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Het doel hiervan is om de gemeentelijke Wmo-voorzieningen beschikbaar te houden voor de inwoners die daadwerkelijk op ondersteuning zijn aangewezen en deze niet zelf kunnen organiseren. Aanvankelijk was het plan om deze wijziging alleen te laten gelden voor huishoudelijke hulp per 1 januari 2025. Later werd besloten de inkomensafhankelijke bijdrage breder in te voeren, voor alle Wmo-voorzieningen waarop het abonnementstarief van toepassing is. Hierdoor werd de invoering uitgesteld naar 1 januari 2026. Inmiddels is bekend dat de invoering opnieuw is uitgesteld en is het moment van daadwerkelijke invoering onduidelijk, mede omdat het onderwerp als controversieel is aangemerkt. Vooruitlopend op deze wijziging heeft het Rijk de uitkering uit het gemeentefonds verlaagd, met de gedachte dat gemeenten op termijn eigen inkomsten kunnen genereren via de nieuwe eigen bijdrage. Vanuit deze veronderstelling staat de provinciaal toezichthouder toe dat gemeenten hiervoor een stelpost opnemen in hun begroting. Op basis hiervan is in de voorliggende begroting onderstaande stelpost opgenomen: (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Stelpost - Herinvoering eigen bijdrage Wmo
0
397
397
397
Tabel 7 Stelpost Wmo
Overige onzekerheden gemeentefonds Naast de benodigde omvang van het gemeentefonds, mede in relatie tot de kostenontwikkelingen binnen de Jeugdzorg en Wmo, worden er momenteel ook onderzoeken uitgevoerd naar de manier waarop het gemeentefonds onder de gemeenten wordt verdeeld. Daarnaast spelen ontwikkelingen rondom de specifieke uitkeringen (Spuks) die gemeenten voor bepaalde onderwerpen ontvangen, terwijl er tevens een risico bestaat bij de jaarlijkse afrekening van het zogenoemde Btw-compensatiefonds, waarvan de hoogte kan fluctueren. In de paragraaf over weerstandsvermogen en risicobeheersing worden deze risico’s voor onze gemeente regelmatig geactualiseerd en toegelicht. Ook is daar een nadere toelichting opgenomen over de onzekerheden rondom het gemeentefonds. Gezien deze verschillende onzekerheden is in het weerstandsvermogen een bedrag van € 1,5 miljoen gereserveerd. 2.3.3 Lokale heffingen (tarieven en kostendekkendheid) Naast de uitkering uit het gemeentefonds vormen lokale heffingen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Naast de onroerendezaakbelasting (OZB) zijn ook de afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en rioolheffing van groot belang voor het totaalbeeld van de lokale lasten.
In de begroting wordt (in de paragraaf ‘’lokale heffingen’’) een overzicht gegeven van de geraamde opbrengsten uit diverse gemeentelijke belastingen en rechten, de kwijtscheldingen, en de effecten hiervan op de lokale lastendruk. De tarieven zijn geïndexeerd volgens de uitgangspunten uit de kadernota 2026-2029. Voor 2026 is daarbij een prijsindex van 3,4% gehanteerd, wat neerkomt op een inflatiecorrectie zonder verdere verhogingen. Voor de riool- en afvalstoffenheffing geldt het principe van 100% kostendekkendheid. De verwachting is dat de lokale lastendruk voor een gemiddeld huishouden met ongeveer 3,3% toeneemt ten opzichte van 2025. Ook voor de leges met betrekking tot omgevingsvergunningen geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn, wat betekent dat de opbrengsten niet hoger mogen uitvallen dan de daadwerkelijk gemaakte gemeentelijke kosten. Op basis van de verwachte kosten, de doorberekende uren en de geraamde leges is voor 2026 de kostendekkendheid berekend op ca. 92,8%. De belangrijkste inkomsten binnen deze categorie zijn de leges voor omgevingsvergunningen en procedures Ruimtelijke Ordening. Aangezien het aantal vergunningen en daarmee de leges (afhankelijk van de bouwsom) jaarlijks sterk kunnen variëren, zijn de tarieven voor bouwleges enkel geïndexeerd met de in de kadernota
15
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
vastgestelde indexering (3,4%). Dit resulteert in een kostendekkendheid van ongeveer 93%, waarmee enige marge wordt aangehouden i.r.t. de maximaal 100% kostendekkendheid. Een eventuele gewenste verhoging van de kostendekkendheid zou betekenen dat de tarieven verder verhoogd dienen te worden. 2.3.4 Personeel gerelateerde aandachtspunten Taakstelling Invoering Wkb In de begroting was voor de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) een taakstelling opgenomen van € 50.000 in 2026 en € 100.000 vanaf 2027. Dit was gebaseerd op de verwachting dat er door de Wkb minder vergunningen zouden worden afgegeven en dat de inzet van het team VVTH (en daarmee de kosten) zou afnemen. Op 1 januari 2024 is de Wkb van kracht geworden voor nieuwbouw in gevolgklasse 1. In december 2024 heeft de minister de Eerste Kamer geïnformeerd dat de Wkb in de huidige vorm onvoldoende aansluit bij verbouwprojecten. Verbouw valt daarom definitief niet onder de Wkb. Mocht dit in de toekomst veranderen, dan moet eerst een nieuw voorstel aan de Tweede en Eerste Kamer worden voorgelegd. Dit betekent dat een groot deel van het werk dat zou afnemen, gewoon bij de gemeente blijft. De taakstelling was gebaseerd op het volledig vervallen van de werkzaamheden uit gevolgklasse 1, maar in werkelijkheid gaat het slechts om ca. 10% van het oorspronkelijk geraamde aantal uren.
Daardoor kan de eerder vastgestelde taakstelling niet worden gerealiseerd. Mocht in de toekomst worden besloten om meer typen bouwwerken onder de Wkb te brengen, dan wordt het effect op de benodigde capaciteit opnieuw beoordeeld. Inzet middelen CDOKE Met de tijdelijke regeling Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat en Energie (CDOKE) ondersteunt het Rijk gemeenten en provincies bij het versterken van hun interne organisatie voor de uitvoering van klimaat- en energietaken. De middelen kunnen worden ingezet voor extra personele inzet en het inschakelen van externe expertise. Mede op basis van de eerder door de gemeenteraad beschikbaar gestelde formatie zijn in de begroting onderstaande lasten begroot, met daartegenover de corresponderende rijksbijdragen. Per saldo is dit voor de gemeente dus budgettair neutraal. (bedragen x € 1.000) (-/- is nadeel)
2026
2027
2028
2029
Salarissen en sociale lasten
-771
-771
-767
-767
Overige lasten
-316
-87
0
0
Rijksbijdragen
1.087
858
767
767
0
0
0
0
Saldo Tabel 8 Financiële verwerking formatie CDOKE in begroting
2.3.5 Onderwerpen die op dit moment nog niet financieel vertaald zijn in de begroting Zoals eerder benoemd in de kadernota, zijn er diverse lopende ontwikkelingen die naar verwachting in de toekomst tot een beroep op middelen (budget of formatie) zullen leiden, maar waarvan de effecten op dit moment nog niet concreet zijn te begroten. In de voorliggende begroting 2026–2029 is dan ook nog geen rekening gehouden met deze ontwikkelingen. Projecten in de intake- of initiatieffase Er lopen meerdere projecten waarbij nog onduidelijk is of en in welke mate financiële participatie van de gemeente noodzakelijk is. Zonder uitputtend te zijn gaat het o.a. om: • Stationsgebied Lage Zwaluwe; • Groenvliet Standdaarbuiten; • Woningbouw kleine kernen; • Herontwikkeling IJshof; • De Donk Zevenbergen.
16
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Integraal huisvestingsplan scholen 2025-2040 In de loop van 2025 wordt het integraal huisvestingsplan scholen (IHP) opgesteld. De scholen die in de afgelopen jaren geen (vervangende) nieuwbouw of renovatie hebben gehad, zullen hierin met een meerjaren investeringsplanning opgenomen worden. Het betreft de volgende scholen waarvoor al projecten zijn gestart: • Zevenbergschen Hoek: de Hoeksteen (i.c.m. gemeenschapshuis); • Klundert: De Molenvliet, De Rietvest en Het Bastion; • Fijnaart: De Fijne Aarde en De Springplank; • Willemstad: Willem de Zwijger en De Singel (i.c.m. de gymzaal en gemeenschapshuis Irene). Daarnaast zullen de volgende scholen, waarvoor nog geen projecten zijn gestart, opgenomen worden: • Zevenbergen: De Toren en De Boemerang (één van beiden i.c.m. gymzaal ter vervanging huidige gymzaal Droge Mark); • Moerdijk: De Klaverhoek; • Heijningen: Het Kompas. Een aantal hiervan is eerder opgenomen in een kadernota en maakt dus (op termijn) onderdeel uit van de stelpost nieuw beleid. Voor een aantal andere geldt dit nog niet. Naar verwachting zal het IHP begin 2026 aan de raad worden voorgelegd, met hierin een investeringsplanning. De financiële effecten hiervan zullen vervolgens worden opgenomen in de kadernota 2027-2030.
Verduurzaming zwembaden Gekoppeld aan het traject voor de nieuwbouw van de Niervaert in Klundert heeft de gemeenteraad besloten dat er ook een duurzaam toekomstperspectief moet komen voor de drie andere zwembaden binnen de gemeente. In Q1 2026 volgt hierover een voorstel aan de gemeenteraad. Naar verwachting heeft dat voorstel ook financiële consequenties. Per informatiebrief (d.d. 8 juli 2025) is de gemeenteraad geïnformeerd over de actuele status en het te doorlopen proces. Mogelijk omzetten van de pilotfunctie coördinator buitengebied naar vaste formatie In 2023 is de (tijdelijke) functie coördinator landelijk gebied in het leven geroepen om de transitie van het landelijk gebied van een samenhangende aanpak te voorzien. De coördinator fungeert daarnaast als gesprekspartner en in- en extern aanspreekpunt voor zaken die spelen in het buitengebied. Daarbij is bepaald dat het in eerste instantie om een pilotfunctie gaat voor drie jaar. En dat binnen die drie jaar een evaluatie plaatsvindt of het wenselijk is om deze pilotfunctie te veranderen in een functie binnen de vaste formatie. De pilot zelf loopt af op 1 mei 2026. Mocht uit de evaluatie blijken dat het wenselijk is deze functie te continueren en formaliseren zal hiertoe nog budget worden aangevraagd.
Accommodatiebeleid Na vaststelling van het beleidskader voor gemeenschapshuizen / MFC's in september 2023, is het overkoepelende accommodatiebeleid eind 2025 gereed. De uitwerking en implementatie volgt in 2026. In de begroting van 2026 is hiermee nog geen rekening gehouden. Daarnaast zal bij het vaststellen van het accommodatiebeleid ook de benodigde structurele formatie voor de uitvoering worden opgenomen. Deze zal mogelijk landen in de kadernota 2027.
17
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Powerport Als gevolg van het in juni genomen BOL-besluit over het zoekgebied in de gemeente Moerdijk voor de nationale opgave Powerport, is de verwachting dat het in de kadernota opgenomen budget van € 300.000 voor 2026 niet toereikend zal zijn. Wij voorzien dat er rekening moet worden gehouden met versterking van een effectieve programmatische aanpak van de Powerport-opgave met expertise, aansturing- advies en uitvoeringscapaciteit en (werk)budget ten behoeve van: • Projectleiding en uitvoering van de Moerdijkregeling • Uitvoering en (strategische) advisering grondzaken • Omgevingsmanagement • Programmamanagement incl. financiën en control • Strategievorming en deelname Ontwerptafel • Inhoudelijke advisering op o.a. RO, milieu, buitengebied, sociaal domein, wonen, economie en mobiliteit • Planologie, VVTH, interventies openbare ruimte t.b.v. energie infrastructuurprojecten • Ondersteuning van dorps/gebiedstafels • Sociaal-maatschappelijke ondersteuning inwoners De komende maanden zal een geactualiseerd meerjarenbeeld en een programmaplan worden uitgewerkt en voorgelegd aan de gemeenteraad inclusief de werking van de dan gemaakte bekostigingsafspraken met Rijk en Provincie. Hierbij wordt conform eerdere raadsbesluiten ingezet op het uitgangspunt dat de kosten in beginsel voor rekening van het Rijk en/of provincie zullen komen.
18
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
3. Nagekomen ontwikkelingen na opstellen primitieve begroting In hoofdstuk 2 zijn de uitkomsten van de primitieve begroting geschetst. De primitieve begroting is het uiteindelijke boekwerk dat als begroting aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Om dit boekwerk op tijd aan de gemeenteraad te kunnen aanbieden, wordt dit document begin september afgerond. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op ontwikkelingen die niet zijn verwerkt in de primitieve begroting, maar worden meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2026, die onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de besluitvorming over de begroting 2026–2029.
3.1 Genomen raadsbesluiten Sinds het opstellen van de primitieve begroting 2026-2029 zijn of worden diverse raadsbesluiten verwacht die nog een effect hebben op het meerjarige begrotingsresultaat. Raadsvergadering 11 september 2025 In de raadsvergadering van 11 september 2025 zijn onderstaande besluiten genomen met financiële consequenties, t.w.: • Toekomstbestendige gymaccommodaties – aanvraag krediet gymzaal Zevenbergen Dit betreft het instemmen met het ontwerp voor de nieuwe gymzaal bij basisschool de Regenboog aan de Regenboogstraat in Zevenbergen inclusief inrichting openbare ruimte. Hierbij is een investeringskrediet beschikbaar gesteld voor de investering in het gebouw (€ 2.302.907) en de installaties, inventaris en buitenterrein (€ 677.298). Met de lasten uit deze investering was in de stelpost nieuw beleid grotendeels al rekening gehouden. In het raadsvoorstel is in de besluitpunten 5 en 6 verwezen naar de financiële verwerking van de aanvullende lasten hiervan in de kadernota 2027, begroting 2027 en de 1e begrotingswijziging 2027. Aangezien met het raadsbesluit is ingestemd met het beschikbaar stellen van het investeringskrediet, ligt het voor de hand om de aanvullende effecten die hieruit voortkomen direct in de begroting 2026-2029 te verwerken middels de 1e begrotingswijziging 2026.
• Initiatiefvoorstel: Aanvullend kader meerjarenbegroting: financiële middelen programma beheer fysieke leefomgeving Op 3 juli 2025 heeft de gemeenteraad via een aangenomen amendement besloten om de benodigde financiële middelen voor het programma beheer fysieke leefomgeving uit de kadernota te schrappen. In de raadsvergadering van 11 september 2025 is besloten om: − Als aanvullend kader voor de meerjarenbegroting te formuleren dat financiële middelen voor het programma beheer fysieke leefomgeving worden opgenomen in de stelpost nieuw beleid in de meerjarenbegroting 2026-2029, in lijn met de paragraaf daarover in de kadernota 2026-2029; − Als aanvullend kader voor de meerjarenbegroting te formuleren dat de raad bij de begrotingsbehandeling een besluit wil kunnen nemen over de inzet van de middelen die noodzakelijk zijn voor het onderhoud van het bestaande groenareaal; − Het college op te dragen om voor de vergroeningsplannen per kern met een raadsvoorstel te komen waarin aandacht is voor fasering en kernspecifieke keuzes. Op basis hiervan zijn de middelen die in eerste instantie uit de stelpost nieuw beleid waren gehaald (zie hoofdstuk 1) weer toegevoegd aan de stelpost nieuw beleid. In het raadsvoorstel bij de begroting 2026-2029 wordt voor diverse onderdelen voorgesteld om deze direct beschikbaar te stellen.
De resterende middelen blijven in de stelpost nieuw beleid zitten, in afwachting van een afzonderlijk raadsbesluit. • Raadsbesluit De Parel Tot slot is een raadsbesluit genomen m.b.t. De Parel. De financiële effecten die hieruit voortkomen verwerken we in deze aanbiedingsnota.
19
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Raadsvergadering 23 oktober 2025 Voor de raadsvergadering van 23 oktober 2025 wordt, voor zover nu bekend, onderstaand voorstel aan de raad voorgelegd wat een effect heeft op het meerjarige begrotingsresultaat: • Drukriolering Fort Sabina Dit betreft het uitvoeren van de aanleg van drukriolering bij Fort Sabina. Voorgesteld wordt om voor deze werkzaamheden een investeringskrediet van € 240.000 beschikbaar te stellen en de jaarlijkse kapitaallasten van € 11.300 vanaf 2027 ten laste te brengen van het begrotingsresultaat 2027 en volgende jaren. Ten tijde van het opstellen van deze aanbiedingsnota, heeft de besluitvorming over bovenstaand voorstel nog niet plaatsgevonden. Logischerwijs zullen de financiële effecten uiteindelijk conform het genomen raadsbesluit worden verwerkt.
3.2 Overige nagekomen ontwikkelingen Er zijn enkele nieuwe ontwikkelingen die nog niet waren meegenomen in de kadernota of die nog nader uitgezocht dienden te worden. Omdat het essentieel is deze ontwikkelingen wel op te nemen in de meerjarenbegroting 2026-2029 wordt voorgesteld deze alsnog mee te nemen. De financiële gevolgen worden verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2026. Het betreft de volgende zaken: Organisatiesturing- en structuur De groei van de gemeente is meer dan het stapelen van stenen. Het gaat ook om de voorzieningen die nodig zijn om fijn in Moerdijk te kunnen wonen, werken en recreëren. Om adequate dienstverlening te kunnen blijven verlenen is het nodig dat de organisatie meegroeit met de toename van inwoners en maatschappelijke taken. Dat maakt dat de invulling van ons organisatiemodel (Van Goed naar Beter) aan een update toe is. Dit komt doordat we voor grotere en complexere opgaven staan dan we hadden voorzien in 2017. De complexiteit zit hem in een aantal zaken. De samenleving stelt hogere eisen: inwoners weten de gemeente steeds beter te vinden, stellen complexere vragen en verwachten snelle, adequate antwoorden. Ook de vergrijzing brengt extra taken met zich mee, WMO-aanvragen zijn steeds vaker complex en meervoudig en ook de druk op jeugdhulp wordt steeds hoger.
Daarnaast zien we ambitieuze doelstellingen vanuit de lokale politiek en van buitenaf zoals op het gebied van woningbouw, de ontwikkeling van Powerport, haven- en industrieterrein, stationsomgevingen, scholen, sporthallen en zwembaden. De afgelopen jaren hebben we door te leren en te experimenteren innovatie een impuls gegeven. Hoewel we de afgelopen jaren innovatief en meer data gedreven zijn gaan werken, blijkt dat dit de stijgende werkdruk niet volledig opvangt. De organisatie is in de afgelopen jaren gegroeid in medewerkers voor het fysieke en het sociale domein, maar ondersteuning en management zijn daarbij achtergebleven. Het aantal teammanagers is zelfs verminderd. Om beter te kunnen sturen op opgaven, resultaten en ontwikkeling van medewerkers is onderzoek gedaan naar mogelijke verbeteringen. Dit heeft geleid tot het koersdocument Koersvast bijsturen. Daarmee zetten we een stap richting een toekomstbestendige organisatie die klaar is voor de uitdagingen van morgen. Wat voor organisatie zijn we? Het koersdocument begint met een visie op de gewenste organisatie. Deze visie is uitgewerkt in zes leidende principes die richting geven aan hoe we werken en samenwerken: 1. Moerdijk is een organisatie die goede dienstverlening levert aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners. 2. Moerdijk is een luisterende, aanspreekbare, responsieve en samenwerkende gemeente. 3.
Moerdijk is een wendbare organisatie de in kan spelen op politieke ambitie. 4. Moerdijk is een toekomstbestendige organisatie die gesteld staat voor opgaven van buitenaf. 5. Moerdijk neemt verantwoordelijkheid en stimuleert eigenaarschap op alle niveaus. 6. Moerdijk is een aantrekkelijke werkgever.
20
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
Koersvast bijsturen Het organisatie ontwikkeltraject heeft als doel de gemeentelijke organisatie zo in te richten dat er effectief gestuurd kan worden op maatschappelijke opgaven, terwijl medewerkers de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Dit draagt bij aan een wendbare, slagvaardige en toekomstbestendige organisatie. Om dit te bereiken, kiezen we voor de volgende oplossingsrichtingen: 1. Doorontwikkeling van een sturingsmodel gebaseerd op opgavegericht organiseren. 2. Een logische herstructurering van teams, met een richtlijn van ca. 30 medewerkers per teammanager. 3. Heldere hiërarchische lijnen en duidelijke escalatiepaden. 4. Gerichte investering in samenwerking en integraliteit, zowel binnen de ambtelijke organisatie als in het samenspel tussen bestuur en organisatie. Financiële doorvertaling Voor de uitvoering is een structurele uitbreiding van het managementteam met drie teammanagers nodig. Daarnaast wordt de rol van coördinator in enkele uitvoerende teams omgezet naar operationeel leidinggevende. Hiervoor is een structureel budget van € 400.000 noodzakelijk. Daarnaast is een incidenteel budget nodig voor de verdere inrichting van sturingslijnen, het versterken van samenwerking en integraliteit, en aanvullende opleidingen en trainingen.
Daarmee borgen we dat de verandering toekomstbestendig is en niet alleen betrekking heeft op de structuur, maar ook op cultuur en sturing. Het gaat hierbij om € 100.000 in 2026 en in 2027. Ondersteuning woningeigenaren bij isolatie De Specifieke Uitkering (SPUK) Lokale Aanpak Isolatie ondersteunt gemeenten bij het opzetten van isolatieprogramma’s voor slecht geïsoleerde woningen, met als doel energiebesparing en verduurzaming. Eind 2023 is een overeenkomst gesloten met Energiebox, dat inwoners thuis energieadvies geeft en direct kleine energiebesparende maatregelen uitvoert. Omdat een groot deel van de doelgroep in sociale huurwoningen woont, betaalt Woonkwartier de materiaalkosten voor woningen in haar bezit. In 2024 ontving de gemeente ruim € 130.000 van Woonkwartier als bijdrage aan dit project, waarmee kwetsbare inwoners worden geholpen. Deze inkomsten zijn verwerkt in het jaarrekeningresultaat 2024. Voor 2026 wordt voorgesteld een incidenteel budget van hetzelfde bedrag vrij te maken voor een extra intensieve ondersteuningsaanpak. Dit richt zich op het begeleiden van huishoudens bij het vinden van passende financieringsmogelijkheden via professionele financieel adviseurs. Door gerichte communicatie en promotie wordt gestreefd naar meer bewustwording en activatie van woningeigenaren om isolatiemaatregelen te treffen.
Reserves Nieuwkomers en Onderwijshuisvesting Zoals in paragraaf 6.3 nader wordt toegelicht wordt voorgesteld om met ingang van 2026 te stoppen met de jaarlijkse toevoeging en onttrekking aan de reserves Nieuwkomers en Onderwijshuisvesting. Het gevolg hiervan is dat de jaarlijkse storting en onttrekking vervallen. Omdat er meer stortingen dan onttrekkingen waren geraamd, leidt dit tot een positief effect. • Voor de reserve onderwijshuisvesting ontstaat een positief effect op het structurele begrotingsresultaat van € 0,4 miljoen (2026), € 0,3 miljoen (2027 en 2028) en € 0,4 miljoen (2029). • Voor de reserve nieuwkomers gaat het vanaf 2026 om een positief effect van € 1,6 miljoen. Omdat de baten en lasten m.b.t. de opvang van Oekraïense ontheemden als incidenteel moeten worden aangemerkt, heeft dit geen effect op het structurele begrotingsresultaat.
21
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
3.3 Samenvatting nagekomen ontwikkelingen na opstellen primitieve begroting De financiële effecten van de in dit hoofdstuk toegelichte raadsbesluiten en nagekomen ontwikkelingen kunnen als volgt worden samengevat. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
I/S
2026
2027
2028
2029
• Toekomstbestendige gymaccommodaties – aanvraag krediet gymzaal Zevenbergen
S
0
-40
-40
-39
• Initiatiefvoorstel: Aanvullend kader meerjarenbegroting: financiële middelen programma beheer fysieke leefomgeving
S
-207
-435
-646
-731
• Raadsbesluit De Parel
S
60
52
52
52
• Raadsbesluit De Parel
I
-146
0
0
0
S
0
-11
-11
-11
• Organisatieontwikkeling
S
-400
-400
-400
-400
• Organisatieontwikkeling
I
-100
-100
0
0
• Ondersteuning woningeigenaren bij isolatie
I
-130
0
0
0
• Reserve onderwijshuisvesting
S
398
306
346
399
• Reserve nieuwkomers
I
Omschrijving Raadsvergadering 11 september 2025
Raadsvergadering 23 oktober 2025 • Drukriolering Fort Sabina Overige nagekomen ontwikkelingen
Totaal effect
1.575
1.575
1.575
1.575
1.050
947
876
845
Waarvan structureel
S
-149
-528
-699
-730
Waarvan incidenteel
I
1.199
1.475
1.575
1.575
Tabel 9 Nagekomen ontwikkelingen na primitieve begroting
Deze effecten zijn niet verwerkt in de primitieve begroting maar zullen worden verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2026, die onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de besluitvorming over de begroting 2026–2029.
22
Aanbiedingsnota
Gemeente Moerdijk
4. Wat zijn de financiële uitkomsten van de begroting 2026-2029, inclusief de nagekomen ontwikkelingen die verwerkt worden in de 1e begrotingswijziging? 4.1 Financieel perspectief 2026-2029 In hoofdstuk 3 is voor diverse onderdelen aangegeven dat deze verwerkt worden in de 1e begrotingswijziging 2026. Deze begrotingswijziging is een onlosmakelijk onderdeel van de begroting 2026-2029. Samen met de primitieve begroting bepaalt deze 1e wijziging de uiteindelijke begrotingsuitkomst. Als we de effecten van de nagekomen ontwikkelingen (zie tabel 9) toevoegen aan de eerder gepresenteerde uitkomsten van de primitieve begroting (zie tabel 3), ontstaat het volgende beeld: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)