CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8, bijlage bij startdocument - 7 Brief Prorail

Commissievergadering 20 januari 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Versnelling woningbouwopgave en gebiedsontwikkeling Zevenbergen Oost14.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk T.a.v. de heer B. Hendrikx Pastoor van Kessellaan 15 4761 BJ ZEVENBERGEN

Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Onderwerp Bijlage

Projecten Relatiebeheer, Regio Bezoekadres

Postadres

www.prorail.nl

8 december 2021 e-mail van 6-5-2021 2021-227753041-1268 2 Onderdoorgangen Zevenbergen-Oost 2

Telefoonnummer

René Vegter 06 27 88 36 42

E-mail

rene.vegter@prorail.nl

Behandeld door

Geacht college, Hierbij berichten we u dat ProRail u graag verder helpt bij het proces om te komen tot de realisatie van 2 nieuwe onderdoorgangen als onderdeel van de gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost, gebaseerd op de vraag in uw brief van 26 mei 2021. In deze brief beschrijven wij het vervolgproces. Meer informatie kunt u ook terugvinden in de brochure ‘Werken rondom het spoor’ en op de website: https://www.prorail.nl/samenwerken. Uw vraag en onze aanbieding Wij hebben uw klantvraag als volgt geformuleerd: De gemeente Moerdijk verzoekt ProRail om een plan van aanpak op te stellen voor medewerking in de verkenning naar de aanleg van 2 nieuwe onderdoorgangen voor de ontsluiting van een nieuwe woonwijk in Zevenbergen-Oost. Ter beantwoording van deze vraag onderzoeken we graag samen met u welke aanpak nodig is en welke kosten dat met zich meebrengt. Door een veelvoud aan projectaanvragen heeft ProRail op dit moment echter een schaarste aan capaciteit op het gebied van projectmanagement. De wachttijd wordt mede bepaald door de onzekerheid over het wel/niet doorgaan van andere projectaanvragen. Wij stellen daarom voor dat de gemeente in de tussentijd een erkend en spoorgecertificeerd Ingenieursbureau (IB) in de hand neemt en welke ook bekend is met de Tunnel Alliantie.

Dit IB kan een eerste schetsontwerp maken om te bepalen wat de impact van de onderdoorgangen kan zijn, een werkwijze die past binnen de TunnelAlliantie. Zodra ProRail een projectmanager beschikbaar heeft, gaan wij over tot het samen met u opstellen van een projectplan en doen wij u een aanbieding voor de door ProRail uit te voeren studiewerkzaamheden. Werkwijze TunnelAlliantie ProRail heeft voor de realisatie van onderdoorgangen een gestandaardiseerd proces ontwikkeld: “de TunnelAlliantie”. (zie bijlage) De TunnelAlliantie is een ketensamenwerking tussen u, ProRail en marktpartijen, die ProRail contracteert voor de realisatie van onderdoorgangen. De TunnelAlliantie zorgt ervoor dat het

ProRail b.v., Kvk 30124359, ABN AMRO 451952014

gehele proces van het realiseren van onderdoorgangen, van initiatief tot oplevering, efficiënt en beheerst wordt doorlopen, waarbij de juiste partij op het juiste moment aan zet is. Op deze manier wordt geborgd dat de onderdoorgang met een hoge mate van prijszekerheid en minimale restrisico’s aan u aangeboden kan worden. Indien naast de realisatie van een onderdoorgang ook een overweg worden gesaneerd, vindt dit ook plaats binnen de TunnelAlliantie. Nadat wij voor u een projectplan hebben opgesteld en u verder wilt met het project, volgt de studiefase. In de studiefase zult u de regie hebben in de uitwerking van het ontwerp van de in uw opdracht ontworpen voorkeursvariant, waarbij ProRail u zal adviseren. De studiefase zal worden afgesloten met het door u opleveren van een integraal overdrachtsdossier aan ProRail ten behoeve van de fase van contractvoorbereiding, aanbesteding en realisatie. In de contractvoorbereidingsfase neemt ProRail de trekkersrol in het project van u over. In deze fase werkt ProRail, in afstemming met u als initiatiefnemer van het project, het door u opgeleverde overdrachtsdossier uit tot een voor de TunnelAlliantie-aannemers herkenbaar aanbestedingsdossier.

Voor de realisatie en instandhouding van het project (de onderdoorgang) zullen ProRail en de gemeente uiteindelijk met elkaar in overleg treden om in een overeenkomst alle afspraken met de betrokken partijen vast te leggen. De contractvoorbereidingsfase wordt vervolgens gevolgd door de aanbesteding- en realisatiefase. Contactpersoon ProRail gaat ervan uit dat de gemeente Moerdijk met het in de hand nemen van een IB voorlopig verder kan met het oppakken van deze vraag. Zodra er een projectmanager beschikbaar is, zullen wij u dat vanzelfsprekend melden. Daarbij houden wij er rekening mee dat de uitvoering zou moeten plaatsvinden in de periode 2024 en 2027, alhoewel wij daarover geen harde toezeggingen kunnen doen op dit moment. Met vragen of voor meer informatie kunt u contact opnemen met dhr. René Vegter, adviseur Public Affairs, 06 27 88 36 42 of via email rene.vegter@prorail.nl. Met vriendelijke groet, {{Signer1}} 08/12/2021 12:00:59 CET

Signed By: Dimitri Kruik <dimitri.kruik@prorail.nl> ID: 82e294d7-7e98-42ff-9ea9-39771ff7fdb1 Auth: SMS,Consent

Dimitri Kruik Directeur regio zuid

2/2

Memo Aan

Initiatiefnemers van de TunnelAlliantie

Datum

Juli 2020 Benodigde producten voor het overdrachtsdossier P1036618

Onderwerp Documentnummer:

Van

Projectteam TunnelAlliantie

Telefoonnummer

06 3175 6069

E-mail

Simon.vandenenden@prorail.nl 5.0

Versie

Benodigde producten voor Overdrachtsdossier: U bent 'Initiatiefnemer' (de financierend opdrachtgever) van een project waarin u een onderdoorgang onder een door ProRail beheerde spoorweg wil realiseren. Uw project bevindt zich in de studiefase waarin u tot een uitwerking van uw voorkeursvariant en een gedegen besluit omtrent voortzetting van het project wilt komen. U maakt daarvoor het benodigde dossier zodat ProRail het project kan overnemen voor contractering en realisatie van het project. Dat dossier noemen we het Overdrachtsdossier. Dit heeft tot doel om een integraal overzicht van de eisen voor het project te leveren, de maakbaarheid en haalbaarheid aan te tonen en tenslotte alle informatie te verzamelen die nodig is voor de contractering van het werk. Als Initiatiefnemer wilt u weten welke gegevens, rapporten, onderzoeken en overige zaken nodig zijn om tot goede besluitvorming en een compleet, integraal, haalbaar en stabiel project en daarmee overdrachtsdossier te komen. In dit memo geeft ProRail u daarvan een generiek overzicht. Wij overleggen met u over de projectspecifieke inhoud van het Overdrachtsdossier. Voor de samenstelling en levering van het Overdrachtsdossier bent u als Initiatiefnemer verantwoordelijk. ProRail adviseert en ondersteunt wanneer dat gewenst is.

We willen benadrukken dat wij een integraal overdrachtsdossier verwachten: niet alleen de losse hieronder gevraagde producten, maar ook een analyse hoe deze zich tot elkaar verhouden. En daarmee verwachten we bijvoorbeeld een integrale projectplanning (inclusief evt. procedures en besluitvorming, evt. activiteiten derden, etc.), een integrale kostenraming en adviseren we ook een verificatierapport. In het Overdrachtsdossier komen minimaal de volgende onderdelen voor:

A. Documentenoverzicht: Aangezien een dossier uit veel documenten kan bestaan, kan het voor de beoordeelaars bij ProRail zoeken zijn om hun onderdeel in het dossier te vinden of de compleetheid van het dossier te beoordelen. Daarom vragen wij om in het dossier een lijst of tabel op te nemen waarin per onderdeel uit de lijst hieronder staat aangegeven in welk document dit onderdeel staat uitgewerkt. Daarin zien wij dan ook graag van welke versie dit document is en eventueel in welke map het zich bevindt. Als format kan de tabel in hoofdstuk 6 van het basis toetsrapport gebruikt worden.

B. Inventarisatie eisen en wensen (basisspecificatie): De basisspecificatie is bedoeld om een goed inzicht te krijgen in wie de stakeholders van een project zijn en wat hun eisen en wensen ten aanzien van het te bouwen product zijn. Als er een eerder pve of crs of kes opgesteld is, is het verstandig om dit als input hiervoor te gebruiken.

De basisspecificatie bevat in ieder geval een analyse van alle stakeholders, hun belangen en een overzicht van hun eisen (en wensen). Daarnaast bevat deze specificatie een raakvlakanalyse, waarin de raakvlakken tussen het systeem en zijn omgeving en raakvlakken tussen het systeem en andere functies binnen zijn grenzen zijn bepaald. Hieruit kunnen aanvullende eisen of stakeholders naar voren komen. Het is van essentieel belang om deze analyses en de inventarisatie van eisen goed en tijdig uit te voeren. Overweeg om de ontwerpaanpak Value Engineering toe te passen. Hiermee kunnen eisen en wensen snel en effectief worden omgezet in een haalbaar en gedragen ontwerp en kunnen eventuele conflicterende belangen of moeilijk haalbare eisen tijdig aan het licht komen. De meeste ingenieursbureaus hebben ervaring met de organisatie en begeleiding hiervan Wij kunnen u ondersteunen met onze ervaringen in deze processen. Er is een format basisspecificatie tunnelalliantie als hulpmiddel voor dit proces beschikbaar. De bijlagen die daarin genoemd zijn, zoals een alignementstekening, behoren ook tot dit onderdeel. Als onderdeel van deze specificatie vragen wij ook een onderbouwing van de scope. Onduidelijkheid over de scope is een belangrijke bron van verstoringen, faalkosten en onaangename verassingen in projecten.

De onderbouwing van de scope voorkomt dit door de gemaakte keuzen en afwegingen te expliciteren, zodat ze het kader vormen voor verdere uitwerking van het project. De onderbouwing is tevens de basis voor de planologische inpassing, grondverwerving en een raming van de investeringskosten. Binnen de Tunnelalliantie is de scope van een onderdoorgang in principe beperkt tot de functionele onderdoorgang van maaiveld tot maaiveld, met alles wat daar onlosmakelijk aan verbonden is. Bij de onderbouwing van de scope dienen de volgende aspecten te worden betrokken: • Welke functies/verbindingen moeten worden gefaciliteerd? • Welke inpassingsvraagstukken raken de onderdoorgang? • Welke fysieke raakvlakken kent het project? • Welk vormgevingsniveau is bij de onderdoorgang gewenst?

C. Haalbaarheidsontwerp en systeemgrenzen: Op basis van de basisspecificatie, conditionerende onderzoeken en de onderbouwing van de projectscope stelt u ontwerptekeningen en een ontwerprapportage op waarin de gemaakte afwegingen en ontwerpbesluiten zijn beschreven en toegelicht. Doel van dit ontwerpproduct is te verifiëren of het project haalbaar en maakbaar is binnen het gestelde eisenkader, de beschikbare ruimte, het beschikbare budget en bij de aanwezige condities. Ten behoeve van de realisatiewerkzaamheden is vaak aanvullende werkruimte noodzakelijk. Hoeveel dit is is afhankelijk van de verwachtte doorlooptijden, fasering en bouwlogistieke analyse, maar ook van arbo- en omgevingszaken als valbereik en hinder. Deze werkruimte wordt vastgelegd met tijdelijke systeemgrenzen. Op een ondergrond met de bestaande situatie worden de definitieve en tijdelijke systeemgrenzen weergegeven (in RD coördinaten). De systeemgrenzen zijn de basis voor eventuele grondverwerving, conditionerende onderzoeken en het verleggen van Kabels en Leidingen van derden. Ten behoeve van een efficient en beheersbaar proces dient dit document zowel in dwg als pdf format beschikbaar te zijn, zodat het als bijlage in het aanbestedingsdossier kan dienen. Daarbij is het belangrijk dat er geen constructievorm –of afmetingen of een uitvoeringsmethode op de tekening staat.

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

2/19

D. Conditionerende onderzoeken: Het vereiste niveau van de onderbouwing en conditionering van het ontwerpproduct hangt af van het vastgesteld risicoprofiel per aspect binnen de specifieke situatie. Minimaal moet door middel van bureau- en veldonderzoek onderzocht zijn wat de bestaande situatie is per aspect. Het betreft hier onder andere de volgende onderzoeksaspecten: 1. Milieukundige bodemkwaliteit a) Binnen de systeemgrenzen en tot 0,5 meter onder de maximale ontwerp-/werkdiepte (inclusief een eventuele pompkelder); b) Binnen de invloedssfeer van het project (met name grondwaterverontreinigingen); c) Minstens tot verkennend onderzoeksniveau (NEN5725/5740 en NEN5707), waar nodig opgeschaald tot nader onderzoeksniveau (NTA5755 en NEN5707); d) Toetsing van alle resultaten aan de vigerende normen van de Wet bodembescherming, indien nodig gevolgd door een gevalsdefinitie (technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang). e) Toetsing van resultaten, die betrekking hebben op spoorterrein, aan het landelijke/generieke kader van het Besluit Bodemkwaliteit. f) Toetsing van resultaten, die betrekking hebben op overig niet-spoorterrein, aan het gebiedsspecifieke beleid (Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart). g) Toetsing van alle resultaten (middels de online-tool) aan de CROW-400 voor bepaling van de (voorlopige) veiligheidsklasse.

h) Voor alle te slopen objecten dient een asbestinventarisatie conform het Certificatieschema Procescertificaat Asbestinventarisatie te worden uitgevoerd. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de raamovereenkomst die ProRail heeft met bodemonderzoeksbureaus. Overige aandachtspunten i) Puin op/in de bodem van onbekende herkomst wordt per definitie beschouwd als asbestverdacht en dient te worden onderzocht op de aanwezigheid van asbest. j) Als de opdrachtgever vrijkomende grond uit het Werk op een specifieke wijze wil afvoeren of hergebruiken, dan dient dit expliciet te zijn vermeld in de basisspecificatie van het aanbestedingsdossier. 2. Wegbouwkundige kwaliteit a) Opbouw en laagdiktes van wegverhardingen, inclusief fundering binnen de systeemgrenzen en van de aansluitende weginfrastructuur; b) Milieukundige kwaliteit asfaltverharding (o.a. PAK’s en asbest) en funderingsmateriaal binnen de systeemgrenzen conform CROW-210. Aandachtspunt Voor verhardingsonderzoek bij het spoor is een uitgebreid administratief vooronderzoek (zie CROW-210) noodzakelijk in verband met de vaak verschillende aanleg/onderhoudsmomenten, alsook het intensieve wegdekgebruik (meer slijtage). 3.

Geotechnische bodemkwaliteit a) Archiefonderzoek; gegevens vanuit eerdere projecten en/of BRO/DINOloket.nl; b) Veldonderzoek (Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de raamovereenkomst die ProRail heeft met grondonderzoeksbureaus); Uitvoeren van sonderingen als electrische sondering met meting van de conusweerstand, de plaatselijke wrijving en de conushelling, conform NEN-EN-ISO 22476-1/C1 klasse 3 en grondboringen conform NEN-EN 1997-2 en NEN-EN-ISO 22475-1 type A: i. Aan weerszijden van het spoor binnen de systeemgrenzen; ii. Indien bekend; in de voorbouwlokatie; iii. In elk van de sporen, waarvan 1 sondering tot 40m diepte;

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

3/19

iv. Eén sondering met piëzo -waterspanning meting type U2. Alle boringen uitvoeren direct naast een reeds gemaakt sondering en tot een diepte van 25 m onder BS. Sonderingen en boringen moeten worden vastgelegd in X-Y coördinaten (referentie Rijksdriehoeksstelsel). De meetgegevens moeten ook in GEF-bestanden geleverd worden; c) Analyse van mogelijke funderingsmethodes. Hierin dient een deskundige aan te geven op basis van de verzamelde gegevens welke funderingsmethodes op deze locatie haalbaar zijn en welke niet. De mogelijkheden zijn zeer prijsbepalend en het inzicht daarin is daarom zeer risicobepalend. Deze analyse dient een afzonderlijk document te zijn van de verzamelde meetgegevens, aangezien deze laatste bedoeld is om toe te voegen aan het aanbestedingsdossier; d) Wanneer uit bovenstaande analyse blijkt dat funderen op staal tot de mogelijkheden behoort dient het onderzoek nog te worden uitgebreid met voldoende samendrukkingsproeven en triaxiaalproeven. Ook deze onderzoeken kunnen via het raamcontract van ProRail worden uitgevoerd. 4. Geohydrologische situatie a) Beschikbare meetgegevens grondwaterstanden in de periferie van het werk (bureauonderzoek, gegevens waterschap); b) Gemeten grondwaterpeil gegevens van minimaal 3 peilbuizen met een continu digitaal meetsysteem binnen de systeemgrenzen gedurende ten minste een vol jaar.

In het geval dat een afsluitende laag aanwezig is ook stijghoogte onder deze laag meten. Het plaatsen en uitlezen van peilbuizen kan ook via het raamcontract voor geotechnisch onderzoek uitgevoerd worden; c) Berekening van de maatgevende grondwaterstanden op basis van onder- en overschrijdingskans van 1x per 100 jr of frequentie naar keuze. Deze dient als basis voor keuze van de verschillende maatgevende hoogtes m.b.t. drooglegging, opdrijven/opbarsten en dergelijke; d) informatie over lokale grondwaterstroming en impactanlayse van het nieuwe kunstwerk in de realisatie- en eindfase. 5. Niet gesprongen Conventionele Explosieven a) Vooronderzoek conform de WSCS – OCE – Wordt door ProRail beschikbaar gesteld en dient te worden getoetst qua ruimtelijke omvang (systeemgrenzen) door initiatiefnemer. b) Indien het (deel)gebied binnen de systeemgrenzen verdacht is op NGCE een nader onderzoek (Projectgebonden Risico analyse) dat ingaat op alle mogelijke uitvoeringsmethoden en advies geeft over beheersmaatregelen. 6. Kabels &Leidingen derden a) Inventarisatie op basis van KLIC uitvraag; b) opstellen alle mediatekening; c) Overleg met K&L eigenaren en opstellen en vaststellen verleggingstracé op basis van het vereiste ruimtebeslag; d) Sluiten overeenkomst en vaststelling planning verleggingen K&L derden. 7.

Kabels &Leidingen ProRail a) Inventarisatie van beschikbare informatie (BBKS/GIL) in prorail systemen (spoordata, railmaps); b) Proefsleuvenonderzoek aan weerszijden van de onderdoorgang en weerszijden van de spoorbaan; c) Foto’s van proefsleuven en overzichtskaart met fotolokaties; d) Identificeren van aangetroffen kabels & leidingen; e) Verschilanalyse tussen BBKS/GIL-lijsten en resultaten uit proefsleuven. f) Rapportage van de knelpunten in relatie tot het kunstwerk en de projectwerkzaamheden en bijbehorende adviezen / aanbevelingen.

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

4/19

8. Vastgoedanalyse a) Kadastrale gegevens (tijdelijke en definitieve gronden); b) Rapportage over de haalbaarheid en risico’s m.b.t. de grondverwerving en mogelijke onteigeningsprocedures. 9. Geluid a) (Kwalitatieve) analyse: aantonen dat er in de gebruiksfase geen effecten zijn op de geluidproductie spoor ter plekke door de onderdoorgang. (NB; ProRail kan assisteren met analyses rondom spoorgeluid) in samenhang met de daaraan gestelde eisen in de basisspecificatie b) Analyse van het lokale kader voor bouwgeluid en of de onderdoorgang daarbinnen gerealiseerd kan worden 10. Ecologie a) Al het onderzoek voor een goede ruimtelijke inpassing van het plan b) alle onderzoeken en activiteiten om een mogelijke ontheffing of een vergunning op grond van de Natuurbeschermingsregelgeving te verkrijgen. c) De benodigde vergunningen / ontheffingen (t.b.v. opname eisen daaruit in de aanbestedingsdocumenten) 11. Archeologie a) Bureau onderzoek conform KNA; b) Nader onderzoek (boringen, proefsleuven); c) Adviesnota m.b.t. bescherming archeologische waarden tijdens de uitvoering1 . 12. Luchtkwaliteit (Kwalitatief) aantonen dat er geen gevolg is voor luchtkwaliteit (overschrijding normen Wm) in de gebruiksfase als gevolg van de realisatie van de onderdoorgang. 13.

Externe veiligheid (Kwalitatief) aantonen dat er geen gevolg is voor EV (Basisnet) in de gebruiksfase door realisatie van de onderdoorgang. 14. Trillingen a) Inventarisatie van bestaande bebouwing (gebruiksfunctie, monumentale status, funderingswijze en algemene staat van bebouwing) in een straal van b.v. 75 meter rond de bouwzone. U levert een bouwkundige 0-opname op; b) Analyse van de uitvoerbaarheid van het project qua trillingen in de bouwfase c) Analyse van de effecten van de onderdoorgang op spoor- en wegzone in gebruiksfase ((kwalitatief) aantonen dat er geen effect is op de evt. aanwezige trillingen vanuit het spoor ter plekke). 15. Verkeersanalyse Zowel tijdens de bouw als tijdens gebruik van de onderdoorgang kunnen er problemen met verkeer ontstaan. Zo kunnen tijdens de bouw wegen of kruispunten verstopt raken of kunnen er onveilige situaties optreden. Het bevoegd gezag kan er op dat moment voor kiezen het werk stil te leggen. Houd bij deze analyse rekening met eventuele nevenprojecten die ook voor extra verkeersdruk of wegafsluitingen kunnen zorgen. Ook tijdens het gebruik kunnen er problemen ontstaan als de nieuwe verkeerssituatie niet afdoende geanalyseerd is, zoals onvoldoende capaciteit op de rijstroken door de onderdoorgang of op aangrenzende kruisingen. Daarom vragen we een analyse van: 1

Rapportage dient voldoende diepgang te hebben voor een ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning

(aanlegvergunning Archeologie)

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

5/19

a) Tijdelijke situatie, inclusief bouwverkeer; b) Definitieve situatie. Per situatie o.a. de volgende gegevens opstellen: i. etmaal gemiddelde; ii. spits intensiteiten; iii. aandeel vrachtverkeer; iv. kwalitatieve omschrijving van de onderscheiden wegverbindingen. 16. Inventarisatie van benodigde toestemmingen, procedures en vergunningen 17. Planologie a) Memo met vaststelling planologische inpasbaarheid van de onderdoorgang; b) Indien planologische procedure vereist is, dient de initiatiefnemer deze, gebaseerd op de systeemgrens te doorlopen. In het overdrachtsdossier verwachten we bij een lopende procedure een planning van de planologische procedure inclusief de mijlpalen vaststelling en onherroepelijkheid van de procedure. Ook verwachten we een memo met risicoinschatting op tijdig onherroepelijk worden. Het planologisch besluit dient onherroepelijk te zijn voor de start minitender.

E. Overige producten 1. Risico- / kansendossier: Overzicht van risico’s en kansen voor het project die geidentificeerd zijn mbv risicoanalyses op basis van de RISMAN methode. Initiatiefnemer brengt de risico’s in kaart en stelt vast welke risico’s de grootste bedreiging vormen voor het halen van de projectdoelstelling. Tevens worden beheersmaatregelen toegevoegd aan het overzicht en zorgt inititatiefnemer voor een kwantificering van alle onderkende risico’s. Voor vragen over nadere invulling/afstemming van het risicodossier wordt verzocht contact te zoeken met de risicoanalist van het Prorail projectteam. Grote risico’s mbt maakbaarheid/haalbaarheid van het project (gekozen variant onderdoorgang) worden in de contractvoorbereidingsfase besproken met TA-erkende marktpartijen. Het risicodossier omvat verder knelpunten die betrekking kunnen hebben op onderstaande projectaspecten. a) Organisatorisch (oa teamsamenstelling/samenwerking) b) Financieel/Economisch (budgettair/financiering etc.) c) Politiek/Bestuurlijk (besluitvorming) d) Technisch (haalbaarheid/maakbaarheid) e) Juridisch/Wettelijk (bouw knelpunten irt stof, geluid, trillingen, omliggende bebouwing etc) f) Geografisch/ruimtelijk (oa veiligheidsrisico’s irt transport/logistiek) g) Maatschappelijk (bezwaarprocuderes etc.) 2.

Planning: Het overdrachtsdossier dient voorzien te zijn van een integrale projectplanning (engineering, conditionerende activiteiten, contractvoorbereiding, besluitvorming, minitender, ontwerp en realisatie aannemer inclusief de TVP’s, afbouw en oplevering). De planning dient inzage te geven in de belangrijke mijlpalen voor de opdrachtgever. Belangrijke mijlpalen zijn o.a. het gereed komen van het verleggen van de kabels en leidingen derden, de grondverwerving, de planologische procedures, de mogelijke treinvrije periodes en natuurlijk de gewenste opleverdatum. Met name mijlpalen die gekoppeld zijn aan mogelijke subsidies of raakvlakken met andere projecten zijn van belang. Daarnaast zijn er relatief lange doorlooptijden verbonden aan het verkrijgen van de noodzakelijke treinvrije periodes (c.a. 2 jaar) 3. Vormgeving ambitie:

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

6/19

Dit onderdeel omschrijft het ambitieniveau waaraan de onderdoorgang moet voldoen. Het gaat hierbij om de formulering van eisen voor de gewenste vormgeving. Vormgeving heeft een raakvlak met sociale veiligheid en onderhoudbaarheid. Het is in deze fase niet gewenst om een architectonisch ontwerp te maken. Het architectonisch ontwerp wordt in samenwerking met de initiatiefnemer opgesteld door de aannemer. De vormgevingsambitie in het overdrachtsdossier dient te zijn geaccepteerd door of besproken met welstand als toetsingskader voor de omgevingsvergunning voor bouw van de onderdoorgang. Om een vormgevingsdocument geshcikt te maken als onderdeel van een aanbestedingsdossier dient heel expliciet te zijn wat een eis is voor het tunnelalliantie-contract en wat niet en dienen de eisen eenduidig geformuleerd te zijn. 4. Vastlegging bestaande situatie Gemeten situatie tot gemiddeld 5 meter buiten de tijdelijke/ definitieve systeemgrenzen. De gemeten situatie dient: a) het karakter te hebben van een DTM (digitaal terreinmodel). b) Een lengteprofiel en enkele dwarsprofielen op de plaats van de toekomstige infra weer te geven; c) Alle harde zaken (zowel niet-spoorse als spoorse objecten) te omvatten; d) Gekoppeld te zijn aan of weergegeven zijn in RD-coordinaten.

e) Een analyse van het verschil in spoorligging volgens de inmeting en sigma Daarnaast dient de bestaande situatie te zijn vastgelegd met een fotorapportage en objectinventarisatie van het projectgebied. 5. Duurzaamheidsdocument Eén van de drie doelstellingen van ProRail is om spoormobiliteit zo duurzaam mogelijk te maken. Voor de projecten hanteert ProRail hiervoor de Aanpak Duurzaam GWW. De Aanpak Duurzaam GWW wordt door een groot aantal partijen uit de sector gedragen en is een praktische werkwijze om duurzaamheid in GWW-projecten een plaats te geven. Wij vragen een duurzaamheidsdocument die op basis van de eerste vier stappen van de aanpak de duurzaamheidskansen en -ambities van alle belanghebbenden in het project vastlegt en duurzaamheidsmaatregelen benoemd waarmee duurzaamheidsdoelen kunnen worden behaald. Dit houdt in dat er een werksessie met belanghebbenden heeft plaatsgevonden. De voorgestelde duurzaamheidsmaatregelen worden beoordeeld op haalbaarheid, planning en kosten/baten. Na besluitvorming zullen de duurzaamheidsmaatregelen hun beslag krijgen in de eisen in de projectspecifieke basisspecificatie, ontwerpkeuzes en gunningscriteria. Voor de aanleg van onderdoorgangen geldt dat er grote hoeveelheden materiaal (beton, grond, staal, etc.) worden gebruikt of verplaatst en dat als gevolg hiervan sprake is van een aanzienlijke milieubelasting.

Door in het project te sturen op MKI (milieukostenindicator) kan deze milieubelasting, waaronder CO2-uitstoot, worden gereduceerd. In de kunstwerkprojecten van ProRail wordt de MKI standaard als gunningscriterium in de aanbesteding meegenomen. Het instrument DuboCalc wordt hiervoor ingezet. Hiermee wordt de aannemer gestimuleerd om circulair te werken, duurzame materialen toe te passen en het project duurzaam uit te voeren. De ervaring leert dat de projecten hier niet duurder van worden, omdat er vooral ingezet wordt op optimalisaties van het ontwerp, materiaalgebruik, transportafstanden en uitvoeringswijze. De opdrachtnemers van ProRail in GWW en Spoorsector hebben ervaring met het gebruik van DuboCalc. Naast ProRail wordt het bij vele opdrachtgevers ingezet waaronder RWS, provincies en verschillende gemeenten. Voor de toepassing van de Aanpak Duurzaam GWW en het Gunningscriterium voor duurzaam materiaalgebruik is een MKI-referentieberekening als onderdeel van het overdrachtsdossier nodig. Hiervoor zijn vanuit ProRail werkpakketten en

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

7/19

aanbestedingsformats beschikbaar. Daarnaast zijn er suggestiekaarten beschikbaar met duurzaamheidsmaatregelen die in andere kunstwerkprojecten succesvol zijn toegepast. Hiermee kan er op effectieve wijze invulling worden gegeven aan duurzaamheid in het project. 6. Bouwlogistieke analyse: Hier vragen wij een ‘stripboek’ of andere vorm van analyse waarin op basis van de planning de logistieke haalbaarheid en maakbaarheid voor het Werk onderzocht zijn en de risico’s inzichtelijk gemaakt. Daarbij is aandacht voor bouwlogistieke fasering, ontsluitingsmogelijkheden, manoeuvreerruimte op werkterreinen, parkeerruimte, nevenprojecten en dergelijke van belang. Desgewenst kunnen conclusies verwerkt worden in een BLVC-eisendocument (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie). Ook kan het zijn dat conclusies hieruit een plek verdienen in het risicodossier of de planning. 7. Eisen aan het opleverdossier De wijze waarop uw beheerder een opleverdossier vormgegeven wil zien en hoe dit opleverdossier eruit moet zien. 8. Budgetraming Op basis van de gekozen variant zal een opdrachtgever een investeringsraming (budgetraming) verzorgen. ProRail zal hiervoor de nodige input aanleveren (zie F.5 hieronder). De investeringsraming dient te voldoen aan de bijlage bij deze lijst. 9.

Verificatierapport (optioneel) In het verificatierapport dient van elke eis in de projectspecifieke basisspecificatie geverifieerd te worden of hieraan voldaan wordt in het ontwerp, danwel de kostenraming en/of de planning. Door dit op te stellen worden vaak lacunes of discrepanties in het overdrachtsdossier vastgesteld in een stadium dat dit nog makkelijk gecorrigeerd kan worden. In het verificatierapport dient ook aangegeven te zijn of elk onderdeel van het overdrachtsdossier voldoet aan de eisen daaraan in deze productenlijst.

F. Door ProRail aan te leveren gegevens; 1. 2. 3. 4.

Een concept basisspecificatie met ProRail specifieke wensen en eisen Beschikbaar vooronderzoek NGCE van de spoorzone (T&A Survey) Alle documentatie noodzakelijk voor het ontwerpen van de sanering van de overweg Een Functioneel Integraal Systeemontwerp (FIS) waarin de scope van de sanering van de overweg wordt vastgelegd (in studiefase) 5. Document eisen aan de kostenraming Tunnelalliantie, prognose ProRail kosten, prognose verbussingskosten en een prognose van de jaarlijkse onderhoudskosten van de onderdoorgang (zie bijlage 1)

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

8/19

BIJLAGE 1 Eisen aan de kostenraming van de Tunnelalliantie A. Algemeen 1. De initiatiefnemer dient een projectspecifieke kostenraming op te stellen. Deze dient als stuur- en beslisinformatie voor opeenvolgende fasen van het project. De kostenraming is gebaseerd op de scope van het betreffende project. 2. Als basis voor de systematiek van de kostenraming, dient de SSK (standaard systematiek kostenramingen, CROW publicatie 137) te worden toegepast. 3. De kostenraming dient (in overleg met Procurement CE en de projectmanager van ProRail) eventueel te worden gesplitst naar meerdere deelprojecten. De deelprojectramingen dienen per vakdiscipline inzichtelijk te zijn. 4. De kostenraming dient te worden opgezet conform het “format aanbiedingsbegroting”. 5. De kostenraming dient een bedrijfseconomische kostenraming te zijn, waarbij de mate van nauwkeurigheid dient te voldoen aan het gestelde in de tabellen 1 en 2. In deze tabellen is de vereiste nauwkeurigheid in relatie tot de projectfasen gerelateerd aan de beslismomenten weergegeven. 6. Als taakstellend budget dient de 85% waarde (investeringskosten met 15% kans op overschrijding) te worden gehanteerd. De variatiecoëfficiënt mag maximaal 20% bedragen (niveau: beslissing voorkeursvariant). 7. De kostenraming dient aantoonbaar te zijn goedgekeurd door een daartoe bevoegd persoon van de initiatiefnemer. 8.

Voor uitgebreide informatie omtrent het ramingsproces van ProRail Procurement, zie de ‘Leidraad Kostenramingen’, te downloaden van de ProRail website.

B. Proces Ten behoeve van het opstellen van de kostenraming dient onderstaand proces doorlopen te worden: 1. Er dient minimaal één door initiatiefnemer geïnitieerd overlegmoment plaats te vinden met de betreffend coördinerend CE ‘r vanuit de afdeling CE van ProRail Procurement bij aanvang van het ramingsproces. Dit overleg dient plaats te vinden bij ProRail te Utrecht. 2. Er dient minimaal één door initiatiefnemer geïnitieerd overlegmoment plaats te vinden met de betreffend coördinerend CE ‘r, dan wel disciplinedeskundigen vanuit de afdeling CE van ProRail Procurement op basis van het intern initiatiefnemer geaccordeerde product. Dit overleg dient circa 2 werkdagen (in overleg met Procurement CE) na levering van de te reviewen producten plaats te vinden bij ProRail te Utrecht. 3. De documenten dienen te worden aangeleverd als pdf en in native format, zoals toegepast als invoer voor de statistische analyse.

C. Inhoud ramingsrapportage Voor de inhoud van de ramingsrapportage wordt verwezen naar paragraaf 7.3 Ramingsrapportage van Publicatie 137 ‘Standaardsystematiek voor kostenramingenSSK2010’. In aanvulling op paragraaf 7.3 uit Publicatie 137, dient de ramingsrapportage tevens te bevatten: 1. Een voorblad of titelblad met gegevens over: a. Naam project en eventuele variant(en) /alternatief(ven).

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

9/19

2. 3. 4.

5.

b. ProRail projectfase in kernproces van ProRail. c. N.a.w. gegevens van de initiatiefnemer. d. Titel van het document. e. Versienummer en datum van het document. f. Naam, telefoonnummer en emailadres van de contactpersoon. g. Goedgekeurd door bevoegd persoon. Een nadere toelichting/motivering bij de gehanteerde deelprojecten. Een nadere motivatie van de ‘Risicoreservering’, onder andere aan de hand van een gekwantificeerde risicoanalyse en/of expert judgement. De probabilistische analyse van de investeringskosten, in de vorm van het simulatie resultaat inclusief de presentatie van: a. De 85% waarde (investeringskosten met 15% kans op overschrijding). b. De mediaan. c. De standaardafwijking (sigma). d. Variatiecoëfficiënt (vc)= sigma / Mu X 100%. e. De bijdrage in de variatiecoëfficiënt. Een verschilanalyse ten aanzien van scope en kosten gerelateerd aan de voorgaande fase (indien van toepassing).

Een advies voor marktbenadering wordt geacht geen onderdeel uit te maken van de ramingsrapportage.

D. Inhoud kostenraming De kostenraming dient tenminste bevatten: A. Een voorblad of titelblad met gegevens over: a. Naam project en eventuele variant(en) / alternatief(ven). b. ProRail projectfase in kernproces van ProRail. c. Naw gegevens van de opdrachtnemer. d. Titel van het document. e. Versienummer en datum van het document. f. Naam, telefoonnummer en emailadres van de contactpersoon. g. Goedgekeurd door bevoegd persoon. B. Een probabilistische kostenraming t/m het niveau investeringskosten inclusief de door ProRail te leveren, ProRail kosten (incl. backoffice kosten) en verbussingskosten. Excl kosten initiatief nemer en het door de initiatiefnemer gecontracteerde IB. Inschatting onderhoudskosten wordt door ProRail geleverd. C. Het risicodossier dient te worden opgenomen in de raming.

E. Kwaliteit van de kostenraming De kostenraming dient te voldoen aan de eisen aan een SSK-2010-raming conform paragraaf 7.1 van Publicatie 137 ‘Standaardsystematiek voor kostenramingen-SSK2010’. In aanvulling op paragraaf 7.1 dient de kostenraming ten aanzien van de volgende aspecten tevens te voldoen aan de hierna beschreven kwaliteit: • • • • • • •

Duidelijke projectscope. Uniforme ramingstructuur. Volledigheid van de kostenraming. Methodiek. Actualiteit. Risico’s. Ramingsdossier.

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

10/19

a. Duidelijke projectscope. De scopebeschrijving dient aan te sluiten bij de gekozen decompositie van het project. De scope bevat de omschrijving van de oplossing (het “wat”) de beperkingen en randvoorwaarden voor de middelen, de financiën, het ruimtegebruik, de planning en dergelijke volgens de gekozen decompositie. Scope betekent letterlijk vertaald: omvang, reikwijdte. De scope geeft aan wat wel en wat niet tot de afgesproken werkomvang hoort . De scope beslaat enerzijds de specificaties/randvoorwaarden die op dat moment zijn gesteld en anderzijds de geaccordeerde technische oplossing (het ontwerp) op basis van die specificaties en randvoorwaarden. De scope voor kostenramingen is de gedetailleerde omschrijving van de fysieke doelstellingen van het project, waarbij de fysieke doelstellingen afhankelijk van de projectfase, zo concreet mogelijk worden beschreven in termen van: 1. Geografische begrenzing(en) van het te realiseren project. 2. Geografische vastlegging van de gehanteerde objecten (bv kilometrering). 3. Fysieke eindproducten van het te realiseren project, waarbij de detaillering van de eindproducten in de juiste verhouding staan tot de projectfase in termen van afmetingen, hoeveelheden en kwaliteit. 4. Essentiële tussenproducten. 5.

Binnen een functionele uitvraag dient vanuit de daaruit voortvloeiende (systeem/product)eisen een eenduidige link naar de gekozen projectscope inzichtelijk te zijn. 6. De begrenzingen en de raakvlakken met andere disciplines dienen goed beschreven te zijn in de projectscope.

b. Uniforme ramingstructuur. Ten aanzien van de ramingsopbouw, dient deze als basis conform de SSK systematiek te zijn. Dit betekent het consequent toepassen van afgesproken decompositie en definities, zodat tussen de verschillende onderdelen van de decompositie geen dubbeltellingen, vergeten posten of andere inconsistenties optreden.

c. Volledigheid van de kostenraming. De volledigheid van de kostenraming dient te worden aangetoond. Het wel benoemen maar niet meenemen van essentiële onderdelen binnen de raming is niet toelaatbaar. Een volledige kostenraming dient te bevatten: a. De financiële vertaling van de afgesproken scope. b. De financiële vertaling van risico's behorende bij het project tot en met het niveau investeringskosten. c. Een uniforme diepgang, opbouw en presentatie van (deel)ramingen en kostenproducten.

d. Methodiek. Een inzichtelijke onderbouwing is essentieel om de traceerbaarheid en controleerbaarheid van de ramingsposten te kunnen garanderen. In een onderbouwde raming dienen, met bronvermelding, te zijn vastgelegd: 1. Hoeveelheden en prijzen (door middel van bijvoorbeeld een hoeveelheden- en prijzenboek en/of gedetailleerde omschrijving van de post in de raming). 2. Prijsniveau in overeenstemming met complexiteit en (meest waarschijnlijk geachte) uitvoeringsmethode. 3. Indirecte kosten, in overeenstemming met complexiteit en contractvorm. 4. Onderbouwde Risicoreservering en onnauwkeurigheden (L- en U-waarde). 5. Een raming gepresenteerd als kansdichtheidsfunctie verkregen door middel van de exacte probabilistische analyse op Niveau III (Monte Carlo simulatie).

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

11/19

e. Actualiteit. Een actuele kostenraming past bij de fase waarin het project zich verkeert en is gebaseerd op actuele gegevens. Bij actualisering gaat het dan ook om wijzigingen in onder andere: 1. De scope. 2. Het ontwerp (of werkomschrijvingen). 3. Het uitwerkingsniveau; de uitvoeringsmethodieken. 4. De eenheidsprijzen, overeenkomstig het betreffende prijspeil. 5. Externe invloeden. 6. Risico’s. 7. Actueel prijspeil.

f. Risico’s. Prorail maakt ten aanzien van onzekerheden onderscheid in kennisonzekerheden (CROW: kennisonzekerheden), realisatieonzekerheden (CROW: toekomst onzekerheden) en toekomstonzekerheden (CROW: onderdeel van de toekomst onzekerheden). Als kennisonzekerheden gelden onnauwkeurigheden rond prijzen en hoeveelheden, uitgedrukt in een laagste [L] en een hoogste [U] waarde. Deze zullen gedurende het verloop van het proces met het maken van keuzes en het uitwerken van het ontwerp afnemen. Het betreft géén reservering voor mogelijke tegenvallers. Realisatieonzekerheden hebben altijd een kans van optreden en een gevolg. Bij risicomamangement behoort het benoemen van beheersmaatregelen per risico. Door beheersmaatregelen te benoemen wordt actief gestuurd op de inperking van het risicoprofiel. De realisatieonzekerheden binnen het project, dienen zoveel als mogelijk middels kans x gevolg posten te worden omschreven, waarbij het risicodossier het uitgangspunt vomt. In de praktijk blijkt echter slechts een deel van de realisatieonzekerheid te kunnen worden “voorzien” vanuit gekwantificeerde risico’s en dient een deel “niet voorzien” vanuit expert judgement te moeten worden vertaald als een percentage “onvolledig risicodossier”. Uiteindelijk betreffen het voorziene kosten die mogelijk zullen optreden.

Per te ramen oplossingsvariant dient een gekwantificeerde risicoanalyse opgesteld te worden, waarin zich de risico’s bevinden, met passende laagste [L] en hoogste [U] waarden in relatie tot de gevolgkosten en beheersmaatregelen. Ten aanzien van toekomstonzekerheden voorziet ProRail in een risicoreservering van 3%, welke opgenomen dienen te worden bij de “Niet benoemd objectoverstijgend risico investeringskosten’’ (deze dient als dekking voor kleine wijzigingen in wet- en (ProRail)regelgeving). De onzekerheidreserve betreft een dekking om de overschrijdingskans te verlagen. ProRail hanteert voor derden projecten (waaronder ook de tunnelalliantie) een 85% zekerheid. Dit houdt in, dat bij de onzekerheidsreserve het verschil tussen de 85% zekerheid en de verwachtingswaarde opgenomen dient te worden.

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

12/19

Voor de projecten binnen de Tunnelalliantie wordt voor de toekomstonzekerheid een opslag van 3% gehanteerd.

g. Ramingsdossier. Het ramingsdossier dient te voldoen aan de eisen aan een SSK-2010-ramingsdossier conform paragraaf 7.2 van Publicatie 137 ‘Standaardsystematiek voor kostenramingen-SSK2010’. In aanvulling op paragraaf 7.2 dient het ramingsdossier ten aanzien van de volgende aspecten tevens te voldoen aan de hierna beschreven kwaliteit: Dossiervorming is nodig voor een beheerste werkwijze, daarmee zijn de informatieproducten immers naspeurbaar en toetsbaar. Na afloop van het project of de opdracht archiveert de specialist het dossier op zodanige wijze, dat het voor 5 jaar naspeurbaar en in te zien is. Het dossier dient compleet en toegankelijk te zijn. Bij aanvang van het werk voor projecten maakt de verantwoordelijke een opzet voor zowel de digitale als de papieren dossiervorming. Het ramingdossier dient minimaal de volgende items te bevatten: a. een gedetailleerde inhoudsopgave. b. de volledige, onderbouwde raming. c. een verschilanalyse (indien van toepassing). d. de tracering van het project vanaf een vorige raming/mijlpaal tot heden. e. alle relevante stukken die gebruikt zijn bij het opstellen van de raming. De verantwoordelijke voert het beheer en verantwoordelijkheid over dit werkdossier. Het werkdossier dient tijdens het project en tot 5 jaar na oplevering op verzoek van ProRail geleverd te kunnen worden.

F. Methodiek probabilistische analyse 1. De raming dient te worden gepresenteerd als kansdichtheidsfunctie verkregen door middel van een Monte Carlo Simulatie, waarbij 10.000 trekkingen dienen te worden uitgevoerd. 2. Als uitgangspunt geldt, dat binnen de analyse een volledige onderlinge afhankelijkheid (correlatie met ρ = 1) tussen de verschillende kostenposten geldt. 3. De realisatieonzekerheden (benoemd als (object) risicoreservering binnen de SSK 2010) dienen als ramingsregel(s) per kostencategorie te worden opgenomen als kans x gevolg post. Hierbij geldt ten aanzien van onnauwkeurigheid van de kanscategorie, dat zowel de L-, als U-waarde gelijk is met de T-waarde als middenwaarde van de betreffende kanscategorie.

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

13/19

4. De onnauwkeurigheden, uitgedrukt in een L- en U-waarde rond hoeveelheden en prijzen per eenheid, dienen minimaal in relatie tot de top 10 van de posten met de grootste bijdrage in de onnauwkeurigheid per ramingsregel te worden gemotiveerd. 5. De L- en U-waarden dienen als uiterste waarde met een theoretische onderschrijdings- respectievelijk overschrijdingskans te worden ingevoerd van 5%. 6. De kwaliteit van de probabilistische analyse wordt uitgedrukt in een maximale variatiecoëfficiënt per fase conform tabel 1. Bij een overschrijding van deze eis, dient deze te worden gemotiveerd. 7. De uitkomst van de probabilistische analyse betreft de 85% waarde (met 15% kans op overschrijding) met een maximale variatiecoëfficiënt.Te leveren producten De volgende producten dienen ten aanzien van het product kostenraming door de opdrachtnemer te worden aangeleverd: 1. Een probabilistische kostenraming t/m het niveau investeringskosten inclusief de door ProRail te leveren, ProRail kosten (incl. backoffice kosten) en verbussingskosten. Excl kosten initiatiefnemer en het door de initiatiefnemer gecontracteerde IB. Het detailniveau conform de eisen zoals gesteld in par. 1.5, inclusief een inzichtelijke onderbouwing van de L- en U-waarden als basis voor de input voor de probabilistische analyse. De kostenraming dient te worden opgezet conform het “format aanbiedingsbegroting”.

Inschatting onderhoudskosten wordt door ProRail geleverd. 2. Een overzicht van de gekwantificeerde realisatieonzekerheden inclusief beheersmaatregelen volgend uit de projectbrede risicoanalyse, vertaald als (bijdrage) van de risicoreservering binnen de bouwkosten (par. 5.6). 3. Digitale input in native format, zoals toegepast als invoer voor de statistische analyse, 4. De statistische analyse van de som van de investeringskosten, in de vorm van het simulatie resultaat inclusief de presentatie van: a. De 85% waarde (investeringskosten met 15% kans op overschrijding). b. De mediaan. c. De standaardafwijking (sigma). d. Variatiecoëfficiënt (vc)= sigma / Mu X 100%. e. De bijdrage in de variatiecoëfficiënt. 5. Een kostenrapportage met naast de vastlegging van de onder par. 5 genoemde kwaliteitsaspecten, onder andere inzicht in de voor de kostenraming gehanteerde uitgangspunten, aannamen en toegepaste brondocumenten ten aanzien van de geraamde scope.

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

14/19

Memo Aan

Initiatiefnemers van de TunnelAlliantie

Van

Projectteam TunnelAlliantie

Datum

Juli 2020 Benodigde producten voor het overdrachtsdossier P1036618

Telefoonnummer

06 3175 6069

E-mail

Simon.vandenenden@prorail.nl 5.0

Onderwerp Documentnummer:

Bijlage Kostenraming

Versie

Tabellen Tabel 1

Ramingsniveau per kostenniveau per projectfase Alternatievenstudie

Planuitwerkingsfase

fase Kernproces

Realisatiefase

Goedkeuring

Beslissing

Beslissing

Uitvoerings

gekozen

voorkeurs

voorkeursvariant

beslissing

alternatieven

alternatief

Uitwerkingsniveau

Schetsontwerp

Vooronderzoek

Voorontwerp

Definitief ontwerp

Gunning uitvoering

Contract (UAV / UAV GC etc.)

Kostenraming

indicatie

schatting

schatting

raming

raming

contractraming

Variatiecoëfficiënt

≤40%

≤30%

≤20%

≤15%

≤10%

Afhankelijk van fase in het kernproces

Indirecte kosten Nader te detailleren directe- en indirecte kosten Realisatieonzekerheden bouwkosten ingeschat als percentage of als kans (tussen 0 en 100%) x gevolg middels risico inventarisatie / analyse en benoemen beheersmaatregelen Vastgoedkosten Overige bijkomende kosten Nader te detailleren vastgoedkosten en Overige bijkomende kosten Realisatie onzekerheden vastgoedkosten, en Overige bijkomende kosten

discipline afhankelijk volgens tabel 2 toeslag percentage

Bouwkostenraming

Kostenniveau Directe kosten

percentage, overeenstemmend met mate van detaillering (10% tot 20%) Opgave van onzekerheden als kans (tussen 0 en 100%) x gevolg middels risico inventarisatie / analyse en benoemen beheersmaatregelen Door opdrachtgever per project specifiek te bepalen onderbouwing per onderdeel of activiteit o.b.v. voorcalculatie. percentage, overeenstemmend met mate van detaillering (10% tot 20%) Zie realisatieonzeker-heden bouwkosten

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

16/19

Tabel 2

Ramingsniveau per discipline per projectfase Alternatievenstudie

Planuitwerkingsfase

fase Kernproces

Uitwerkingsniveau

Goedkeuring

Beslissing

gekozen

voorkeurs

alternatieven

alternatief

Schetsontwerp

Beslissing voorkeurs variant

Realisatiefase

Uitvoeringsbeslissing

Vooronderzoek

Voorontwerp

Definitief ontwerp

Gunning uitvoering

Contract (UAV / UAV GC etc.)

Kostenraming

indicatie

schatting

schatting

raming

raming

contractraming

Variatiecoëfficiënt

≤40%

≤30%

≤20%

≤15%

≤10%

Afhankelijk van fase in het kernproces

Discipline Conditionering

Baanbouw

Onderverdelen in : Kosten sanering Kosten opgraving archeologie Bodem gegevens (conform boodschappenlijst) Kabels en leidingen derden(o.a. klic-melding) Kosten per onderwerp bepalen aan de hand van bekende informatie. Raming op basis van kosten bepalende elementen, zoals graven geul/m1.,omlassen kabelbed /m1, persing etc. met opslagen voor ntd, NVW en uitvoeringskosten. Raming op basis van proefsleuven en kosten bepalende elementen, zoals graven geul/m1., Leveren en leggen kabelbed /m1, persing etc. met opslagen voor ntd, NVW en uitvoeringskosten. m3-prijs in relatie tot uitvoeringsmethode

Spoorwegbouw (nieuwbouw en vernieuwing)

m1-prijs compleet spoor ,stuks-prijs wissels e.d., rekening houdend met :

Kabels en Leidingen Pro Rail nieuwbouw

Kabels en Leidingen Pro Rail functievrij maken

[Omstandigheden /randvoorwaarden opgegeven door ProRail]

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

17/19

Tabel 3

Ramingsniveau per discipline per projectfase Alternatievenstudie

Planuitwerkingsfase

fase Kernproces

Goedkeuring

Beslissing

gekozen

voorkeurs

alternatieven

alternatief

Uitwerkingsniveau

Schetsontwerp

Beslissing voorkeursvariant

Realisatiefase

Uitvoeringsbeslissing

Vooronderzoek

Voorontwerp

Definitief ontwerp

Gunning uitvoering

Contract (UAV / UAV GC etc.)

Kostenraming

indicatie

schatting

schatting

raming

raming

contractraming

Variatiecoëfficiënt

≤40%

≤30%

≤20%

≤15%

≤10%

Afhankelijk van fase in het kernproces

Discipline Bovenleiding / Draagconstructies

Tractievoeding

Centrale afstandbediening

Beveiliging

Kunstwerken beton

Systeemkeuze. Nieuwbouw: m1-prijs bvl. + draagconstructies Ombouw: m1 bvl., sts. Drgc. Fasering + dag/nacht in percentage Systeemkeuze ; Grote onderdelen zoals onderstations, schakelstations, AT-stations, kabeltracé e.d. Systeemkeuze ; Referentie projecten en/of gebaseerd op aant. Locaties + complexiteitsfactor Systeemkeuze ; Op basis van bouwclusterprijzen per element. Prijzen voor het leveren + aanbrengen van samengestelde constructie elementen zoals m2prijs dek, prijs per funderingspaal, m3-prijs landhoofd , prijs pompinstallatie compleet

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

18/19

Tabel 4

Ramingsniveau per discipline per projectfase Alternatievenstudie

Planuitwerkingsfase

fase Kernproces

Uitwerkingsniveau

Goedkeuring

Beslissing

gekozen

voorkeurs

alternatieven

alternatief

Vooronderzoek

Uitvoeringsbeslissing

Gunning uitvoering

Voorontwerp

Definitief ontwerp

Contract (UAV / UAV GC etc.)

Kostenraming

indicatie

schatting

schatting

raming

raming

contractraming

Variatiecoëfficiënt

≤40%

≤30%

≤20%

≤15%

≤10%

Afhankelijk van fase in het kernproces

Discipline Kunstwerken Staal

Bouwkunde

Geluidsschermen

E-installaties

W-installaties

Telecom

Schetsontwerp

Beslissing voorkeursvariant

Realisatiefase

Prijzen per kg opgesplitst in aankoop, fabricage, engineering, transport, montage e.d. Prijzen op basis van elementen. Elementen zijn fysieke delen van een bouwwerk, gekenmerkt door zijn functie. m2-prijzen afgestemd op constructietype en materiaalsoort m2, m1 en stuksprijzen per constructiesoort, passend op ambitieniveau m2, m1 en stuksprijzen per constructiesoort, passend op ambitieniveau Prijzen per stuk c.q. per element.

TunnelAlliantie | Memo Benodigde producten Overdrachtsdossier | P1036618 | Versie 5.0

19/19

Werking van de TunnelAlliantie

TunnelAlliantie

Van Kenmerk Datum Bestand Status

Camiel Meijneken versie 5.0, sharepoint P20160174-1989451532-347 14 september 2020 De werking van de TunnelAlliantie DEFINITIEF

Inhoudsopgave 1

De TunnelAlliantie

3

2

De verschillende partijen binnen de TunnelAlliantie

4

3

De TunnelAlliantie uitgewerkt in de projectfasen

5

4

3.1

Voorfase

7

3.2

Studiefase

8

3.3

Contractvoorbereidingsfase

10

3.4

Minitenderfase

12

3.5

Ontwerp- en Realisatiefase

14

Het resultaat van de TunnelAlliantie

16

Bijlage 1

Productenlijst voor Overdrachtsdossier

ProRail TunnelAlliantie Werking van de TunnelAlliantie versie 5.0

19

2/19

1

De TunnelAlliantie

Met de TunnelAlliantie verbetert ProRail samen met initiatiefnemers en aannemers het totstandkomingsproces van onderdoorgangen. Sinds 2015 is de TunnelAlliantie in werking. Dit document beschrijft de doelstellingen, de processen, de afspraken en de aan te houden werkmethodiek voor alle participanten in TunnelAlliantie projecten in de verschillende fasen die bij de realisatie van onderdoorgangen horen. De TunnelAlliantie is een manier van werken specifiek voor het realiseren van onderdoorgangen en (indien nodig) het opheffen of aanpassen van overwegen. Specifiek voor dit werkterrein zal dit soort projecten vaak een externe financier kennen (voor ProRail een “derdenwerk”, of een “omgevingswerk”). Voor deze externe financiers is het van belang dat er efficiënt en transparant met hun budgetten omgegaan wordt. Doordat zij binnen de TunnelAlliantie een belangrijke rol in het werkproces hebben, zijn zij ook veel meer ‘eigenaar’ van het werk. Hierdoor is ProRail voor hen niet meer die “black-box” waar men geen invloed heeft, maar de partner waarmee de onderdoorgang gerealiseerd wordt. De werkwijze van de TunnelAlliantie heeft als doel een beter project op te leveren door een toename in kwaliteit en een afname in onvoorziene kosten. De werkwijze is systeemgericht en risico gestuurd.

Systeemgericht omdat ze systematisch de complete keten van werkzaamheden omvat die leiden tot de realisatie van de onderdoorgang. Risico gestuurd omdat de werkwijze erop gericht is in alle fasen van het proces risico's tijdig te signaleren en te verkleinen of weg te nemen. Met als doel d oe het werk dat je doet in een keer goed. Mede daarom kijkt en praat elke partij mee in de fase voorafgaand aan de fase waarin hijzelf aan de lat staat. Zo kan het werk sneller en met minder afwijkingen (meer kwaliteit) uitgevoerd worden. De projecten die georganiseerd worden binnen de werkwijze van de TunnelAlliantie kennen in principe een scope van de functionele oplevering van onderdoorgangen van maaiveld tot maaiveld (dat betekent inclusief de toeritten en de onlosmakelijk verbonden werkzaamheden) en het opheffen of aanpassen van overwegen. Het is noodzakelijk om dit in nauwe samenwerking met de Initiatiefnemer en de aannemer te doen want het inpassen, ontwerpen en realiseren van een onderdoorgang is vaak een complex vraagstuk. Een onderdoorgang moet voldoen aan een groot aantal eisen en is niet altijd eenvoudig aan te leggen, vanwege het doorgaande weg- en treinverkeer en de vaak beperkte bouwruimte. Aansluitende werkzaamheden worden door de financierend opdrachtgever georganiseerd (hierna te noemen 'Initiatiefnemer' – veelal gemeenten, waterschappen of provincies).

De Initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de voorbereiding van het project: van variantenstudie tot verlegging van niet spoorse kabels en leidingen (K&L derden), evenals voor planologische inpassing en verwerving van de noodzakelijke gronden zodat vergunningaanvragen gehonoreerd worden. De TunnelAlliantie staat voor een ketensamenwerking tussen Initiatiefnemers, ProRail en specifiek geprekwalificeerde aannemers. Door aannemers te betrekken die aantoonbaar aan kwaliteitseisen voldoen, die de werking van de TunnelAlliantie onderschrijven, en er voor te zorgen dat de kwaliteiten van de markt veel beter en in een eerder stadium van het project worden benut, verhogen we de waarde voor alle ketenpartners binnen de TunnelAlliantie.

ProRail TunnelAlliantie Werking van de TunnelAlliantie versie 5.0

3/19

2 2.1

De verschillende partijen binnen de TunnelAlliantie 3 belangrijke partijen Initiatiefnemer De TunnelAlliantie start op het moment dat de Initiatiefnemer weet dat een onderdoorgang een oplossing is voor zijn vraagstuk. Een initiatiefnemer is binnen de TunnelAlliantie voor ProRail vaak een derde partij, maar kan ook intern ProRail zijn. Op dat moment wordt contact opgenomen met ProRail accountmanagement en start de Voorfase van een project. Tijdens een intakegesprek worden de plannen besproken, en wordt de te volgen TunnelAlliantie werkwijze uitgelegd aan de initiatiefnemer. Als deze intake leidt tot een daadwerkelijk vervolg, neemt ProRail Projecten het contact met de initiatiefnemer over. De initiatiefnemer, als eigenaar en financier van het vraagstuk verzorgt het budget, stuurt de Studiefase aan en levert alle input voor de Studiefase, contracteert een ingenieursbureau voor de engineering, draagt zorg voor conditionering, sluit overeenkomsten met ProRail, accordeert plannen van aanpak, geeft goedkeuringen op dossiers, etc.

ProRail ProRail levert na de intake in de Voorfase een volledig projectteam die per fase en op basis van met de initiatiefnemer overeengekomen plannen van aanpak haar werk doet. Het projectteam werkt op de TunnelAlliantie werkwijze: haar rol is in de basis adviserend naar de initiatiefnemers, zorgen dat initiatiefnemer in een keer de juiste producten laat maken en het zorgdragen voor effectief contact met de benodigde ProRail-afdelingen. Ook kunnen per project op basis van specifieke wensen of lokale onderwerpen, andere afspraken over inzet gemaakt worden. Bijvoorbeeld dat ProRail producten in de studiefase levert, zoals een RVTO. Het projectteam zorgt ook voor de afstemming met de ProRail beheerafdelingen voor de benodigde project- en beheer overeenkomsten en allerhande andere procedures, afspraken en richtlijnen voor het werken aan indienstzijnd spoor (o.a. veiligheid, regelen trein vrije periodes, afstemming met de verschillende vervoerders). Uiteindelijk draagt ProRail als uitvoerend opdrachtgever ook zorg voor aanbesteding, minimale project kwaliteitsniveau geborgd door middel van de prestatielijn, uitvoering en oplevering van het project.

Aannemer Aannemers die geselecteerd zijn (programmaerkenning TunnelAlliantie) om mee te mogen doen in TunnelAlliantie-projecten borgen de TunnelAlliantie-werkwijze in hun systemen. In de contractvoorbereiding beoordelen/reviewen zij contractdossiers. Ze doen daarna een aanbieding in de minitender-fase en stellen daarbij hun prestatielijn vast voor de ontwerp- en uitvoeringsfase. De aannemer verzorgt verder het ontwerp en de realisatie van het project t/m overdracht van het werk, op basis van een UAV-GC contractvorm. Zij participeren ook in TunnelAlliantie programma-overleggen om de werkwijze blijvend te verbeteren.

ProRail TunnelAlliantie Werking van de TunnelAlliantie versie 5.0

4/19

2.2

TunnelAlliantie Programmateam Behalve de projectspecifieke inzet heeft ProRail voor de TunnelAlliantie ook een TunnelAlliantie programmateam. Het belangrijkste werk van dit team is het zorgdragen voor de pre-kwalificatie van de aannemers (programmaerkenning TunnelAlliantie), het contracteren van een vaste toets organisatie en het borgen en vergroten van de kennis van projectteams over de techniek en de werkprocessen. ProRail selecteert aannemers, op basis van kwalitatieve criteria. Op basis van de TunnelAlliantie-doelstellingen, een basisprestatielijn (kritische prestatie-indicatoren) en normen geven de partijen aan hoe zij gewenste prestaties gaan waarmaken alsmede hoe zij continue verbetering willen organiseren in hun productieketen. Zij maken hiervoor kwaliteitsdocumenten (o.a. een projectkwaliteitsplan, een specifieke foutenboomanalyse) waarmee zij in hun eigen productieketen een effectief systeem van mitigerende maatregelen gaan inregelen (de inrichting van hun KAMsysteem) en ze geven aan hoe hun projectteam hier invulling aangeeft. Deze kwaliteitsdocumenten vormen de basis voor beoordeling door een team van deskundigen, waarna de aannemer toe kan treden tot de tunnelalliantie: programmaerkenning TunnelAlliantie.

Deze erkenningsregeling staat in principe open voor elke aannemer en is ook openbaar gepubliceerd: https://www.prorail.nl/leveranciers/aanbesteden-en-inkoop/tunnelalliantie. Er is sprake van actief kwaliteitsmanagement van de aannemers. De kwaliteit van de aannemers wordt gemonitord middels audits, prestatiemeting en de prestatielijn. Indien aannemers niet conform de gewenste kwaliteit werken zal in overleg tussen ProRail en de aannemer geïnventariseerd en in een plan van aanpak vastgelegd worden hoe de kwaliteit verbeterd dient te worden. Slechte prestaties kunnen leiden tot (tijdelijke) schorsing van een aannemer. Het programmateam zorgt ook voor borging van de TA-werkwijze. Daarbij horen intake gesprekken met initatiefnemers, zorgen voor te gebruiken templates, advies en ruggespraak aan projecten, verbeteringen van de werkwijze, etc. Om ook de kwaliteit en leercurve te bewaken/stimuleren wordt er naar gestreefd met vaste TA-teams in de gebieden te werken. Ook verzorgt het programmateam raamcontracten voor een toets- en veiligheids organisatie (o.a. voor V&G dossier). Het programmateam houdt ook op grote lijnen de stand van zaken van de TunnelAlliantie-projecten bij. De financierend initiatiefnemer draagt bij aan de programmakosten. Hierover worden in de projectovereenkomst en in overleg met het programmateam TunnelAlliantie afspraken gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=dd7a33cb-0955-4108-bc96-c5bbb891e3ed