CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7e bijlagen bij de toelichting, deel 2

Raadsvergadering 8 september 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Veegplan Buitengebied 202116.424 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 8 Ruimtelijke onderbouwing Zuidlangeweg 3, Oudemolen

262

De Prullenkast

Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Leeswijzer

7 7 7 7

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Vigerend bestemmingsplan 2.3 Het plan

9 9 10 11

Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Provinciaal en regionaal beleid 3.2 Gemeentelijk beleid 3.3 Conclusie

15 15 16 17

Hoofdstuk4

19

Toetsing aan dynamisch afwegingskader

Hoofdstuk5 Milieuaspecten 5.1 Milieuzonering 5.2 Geur 5.3 Bodem 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Geluid 5.6 Archeologie en cultuurhistorie 5.7 Externe veiligheid 5.8 Verkeer en parkeren 5.9 Water 5.10 Ecologie 5.11 Besluit milieueffectrapportage

23 23 23 24 24 25 26 27 28 29 30 30

Hoofdstuk6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Omgevingsdialoog 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3 Economische uitvoerbaarheid

31 31 31 32

Bijlagen Bijlage 1

Stukken omgevingsdialoog

Bijlage 2

Opmerking kanoroute

Bijlage 3

Wateradvies

Bijlage 4

ontwerp aanleigsteiger

Bijlage 5

Advies welstand

Bijlage 6

Constructieberekening

Bijlage 7

Publiceerbare aanvraag

Bijlage 8

Memo aanvraag steiger

2

Bijlage 9

Kadastrale kaart

3

4

Ruimtelijke onderbouwing

5

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De brocante en curiosawinkel en theetuin 'de Prullenkast' aan de Zuidlangeweg 3 te Oudemolen is al vele jaren aanwezig (al bijna 13 jaar). Het begon als ondergeschikte functie maar is inmiddels een begrip geworden in de regio. De activiteiten zijn inmiddels zodanig dat dit niet meer past binnen de geldende woonbestemming. Daarom is aan de gemeente gevraagd om voor de aanwezige activiteiten een omgevingsvergunning te verlenen. De gemeente is hiertoe in beginsel bereid, mits voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Het voorliggende document voorziet daarin.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Zuidlangeweg 3 te Oudemolen, grenzend aan 't Breede Gat. In onderstaand figuur is het plangebied aangegeven in de omgeving.

Figuur: Locatie De Prullenkast in rood kader.

1.3

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk zal er verder in worden gegaan op de kenmerken van het plan. Vervolgens zal in hoofdstuk drie een beleidsinventarisatie plaatsvinden op gemeentelijk en provinciaal niveau. Voor zover van toepassing op het plan zal het beleid worden uitgewerkt. In hoofdstuk vier zullen de randvoorwaarden van het project uiteengezet worden. In hoofdstuk vijf zal de uitvoerbaarheid van het gehele plan besproken worden.

7

8

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen aan de Zuidlangeweg 3 te Oudemolen, gemeente Moerdijk. Het betreft een 16e eeuwse boerderij met de bestemming 'Wonen'. Hier zijn verschillende nevenactiviteiten bijgekomen. In de grote schuur bevindt zich: een tearoom; een poppen- en berenmuseum, inclusief poppenhuizen; een verkoopruimte voor brocante en curiosa; een workshopruimte. Buiten bevindt zich nog een theetuin. Langs 't Breede Gat is een kanosteiger aanwezig. Deze is nog niet vergund en maakt dus ook onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning.

De Prullenkast kent beperkte openingstijden voor individuen: elke donderdag-, vrijdag-, en zaterdagmiddag van 13-17 uur (maand januari gesloten). Voor groepen zijn op aanvraag ook andere data mogelijk. Groepen die interesse hebben in de Prullenkast (de tearoom of brocante/curiosa) kunnen tot 1 dag van te voren reserveren voor een andere dag dan donderdag t/m zaterdag.

Voor de kanoverhuur beschikt de Prullenkast over slechts 5 kano's (4 x 3 maximaal en 1 x 2). Deze kunnen tijdens de openingstijden worden gehuurd. De kano's worden te water gelaten via een reeds bestaande steiger. Op onderstaande afbeelding zijn de bouwtekeningen van de steiger weergegeven. Zie ook Bijlage 4.

Bouwtekeningen steiger

Indien men met een groep wil kanoën, dient men dit 8 weken van te voren aan te vragen. De Prullenkast dient vervolgens deze aanvraag in te dienen bij het Waterschap. Aangezien de Prullenkast slechts de beschikking heeft over 5 kano's, bedraagt het maximum aantal personen niet meer dan 14 personen. Met deze beperkte openingstijden kan worden gesteld dat de activiteiten geen primaire functie vormen.

9

Het open agrarisch gebied wordt rondom De Prullenkast onderbroken door begroeiing langs 't Breede Gat. Dit onderdeel van Natuur Netwerk Brabant zorgt voor een Engelse landelijke sfeer, die in de woonkernen niet terug te vinden is. Het plangebied ligt aan de fietsroute tussen fietsknooppunt 23 en 26.

2.2

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied Moerdijk" en heeft de bestemming "wonen" (artikel 11) en ALO (artikel 30). Op 1 maart 2018 is het nieuwe bestemmingsplan buitengebied vastgesteld door de gemeenteraad. Daarin heeft het perceel de bestemming Wonen en Tuin. De omgeving van het perceel is hoofdzakelijk bestemd voor grondgebonden agrarische doeleinden. Aan

10

de westelijke zijde van het plangebied, grenzend aan 't Breede Gat, is een ecologische verbindingszone aanwezig. Deze valt binnen de ecologische hoofdstructuur. Onderstaand is het vigerend en het vastgestelde bestemmingsplan voor het buitengebied Moerdijk toegevoegd. De in paragraaf 2.1 benoemde nevenactiviteiten passen niet in de bestemming 'Wonen'. Reden waarom voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld.

Uitsnede ontwerp bestemmingsplan buitengebied (l) en vigerend bestemmingsplan (r)

2.3

Het plan

Omdat de activiteiten op de Zuidlangeweg 3 niet overeen komen met de huidige bestemming worden deze middels een uitgebreide procedure omgevingsvergunning geregeld. Deze onderbouwing richt zich op de maatregelen die nodig zijn voor het legaliseren van de nevenactiviteiten die tot op heden gedoogd uitgevoerd worden in De Prullenkast. In essentie is het plan gericht op legalisering van de bestaande situatie, er worden geen fysieke aanpassingen gemaakt op de bestaande situatie. Het huidige gebruik heeft betrekking op de volgende nevenactiviteiten: een tearoom; een poppen- en berenmuseum, inclusief poppenhuizen; een verkoop van brocante- en curiosa; een workshopruimte; een theetuin; verhuur van maximaal 5 recreatieve kano's. Naast de legalisering van bovenstaande bestaande nevenactiviteiten wil de Prullenkast ook de verkoop van licht-alcoholische dranken legaliseren. Eén van de eigenaren is in bezit van diploma’s Sociale Hygiëne en HACCP. De andere is met de opleiding hiervan bezig. De verkoop van deze dranken vindt plaats in de high-tea ruimte en het naastgelegen terras.

Er blijft in de toekomstige situatie sprake van beperkte openingstijden. Deze zullen niet wijzigen ten opzichte van de huidige situatie.

Onderstaand is een situatietekening opgenomen en een indeling van het gebouw.

11

Situatietekening

12

Indeling schuur

13

14

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Provinciaal en regionaal beleid

Structuurvisie RO en Verordening Ruimte Noord-Brabant In de Verordening ruimte legt de provincie Noord-Brabant de doelstellingen uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening door het opstellen van regels. Zo worden op basis van kenmerken gebieden aangewezen. De Verordening ruimte beschrijft de mogelijkheden in deze gebieden en aan welke voorwaarden voldaan moeten worden bij realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt binnen cultuurhistorisch vlak - structuurvisie RO gebiedspaspoort Zeekleigebied. Voor het Zeekleigebied zijn verschillende ambities opgesteld in het kader van het versterken van de poldereenheden en het deltakarakter. Waaronder de cultuurhistorische waarden in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen: "Biesbosch" en "Zuiderwaterlinie bij Willemstad-Klundert" (Polder Ruigenhil). Het westelijke deel van het plangebied heeft de aanduiding 'behoud en herstel watersystemen' en maakt deel uit van Natuur Netwerk Brabant als ecologische verbindingszone. Ook de Tonnekreek, waar de kano's naartoe kunnen varen is aangewezen als ecologische verbindingszone.

Uitsnede Verordening Ruimte

De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de legalisering van de huidige functies en nieuwe activiteiten, benoemd in paragraaf 2.3, bij de Prullenkast. De ontwikkeling als ecologische verbindingszone en de functie voor behoud en herstel van het watersysteem worden door de activiteiten van de Prullenkast niet belemmerd. Extensieve vormen van recreatie zijn daarbij toegestaan. De Prullenkast is tijdens de beperkte openingstijden een gewenste stop voor fietsers en wandelaars in het buitengebied. De ligging aan het water en de Ruigenhilpolder voegen toe aan de beleving van natuur- en cultuurhistorische waarden van het gebied. De voorgenomen ontwikkeling is goed inpasbaar zijn binnen de provinciale verordening.

15

Kwaliteitsverbetering landschap West-Brabant Deze notitie bevat eenduidige afspraken die de regio West-Brabant en de provincie Noord-Brabant gezamenlijk hebben gemaakt met betrekking tot de toepassing van het principe Kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit principe vindt zijn oorsprong in de Structuurvisie ruimtelijke ordening van de provincie Noord-Brabant en de Verordening ruimte. Dit afsprakenkader is in het regionaal ruimtelijk overleg (RRO) van West-Brabant opgesteld. Het bevat de minimale basisinspanning voor de investering in het landschap. Gemeenten kunnen ervoor kiezen een grotere investering te vragen voor ontwikkelingen in het buitengebied.

Artikel 3.2 van de 'Verordening ruimte' stelt dat elke ruimtelijke ontwikkeling, buiten het "bestaand stedelijke gebied" gepaard moet gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. De regio West-Brabant heeft voor ruimtelijke ontwikkelingen onderscheid gemaakt in drie categorieën: Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Voorliggende functiewijziging heeft betrekking op een ruimtelijke ontwikkeling van categorie 1. Er hoeft dus geen landschappelijke kwaliteitsverbetering te worden uitgevoerd.

3.2

Gemeentelijk beleid

Visie buitengebied De gemeente Moerdijk heeft een visie opgesteld voor het buitengebied. De gemeente heeft hierin mogelijkheden opgenomen voor functieverandering uit oogpunt van het behoud van de economische vitaliteit van het buitengebied. Daarbij heeft het versterken van de ruimtelijke kwaliteit prioriteit. De aard van de vervolgfunctie is daaraan ondergeschikt.

Voor initiatieven in het buitengebied is daarom een afwegingskader opgesteld. Naast de 'bekende toekomst' wordt er ruimte geboden voor de 'onbekende toekomst'. Dit biedt ruimte voor initiatieven die (net) niet passen in de flexibiliteitsbepalingen van het bestemmingsplan, maar wel een positieve benadering verdienen. Dit wordt het dynamisch afwegingskader genoemd. Het dynamisch afwegingskader heeft 5 afwegingsprincipes waaraan getoetst kan worden of het initiatief bijdraagt aan de ontwikkeling van de kwaliteit van het landschap: a. b. c. d. e.

zonering prioritaire functies; zonering dynamiek-luwte-rust; behoud van de balans; bijdragen aan de kwaliteit van het landschap; invloed op de kwaliteit van de leefomgeving.

Op het gebied van recreatie en toerisme is de verwachting dat de recreatie in het buitengebied de komende jaren zal toenemen. Hier worden vooral kansen gezien voor het verder ontwikkelen van recreatieve routes en daaraan gerelateerde voorzieningen, zoals agrotoerisme, theetuinen, verkoopstalletjes van fruit en dergelijke.

16

In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd op welke wijze het initiatief voldoet aan het dynamisch afwegingskader.

Paraplunota's Maatschappij, Economisch Klimaat en Leefomgeving De gemeente Moerdijk heeft haar ambities voor een duurzame woon-, werk- en leefomgeving vastgelegd in drie paraplunota’s. Dit betreffen de ‘Paraplunota Maatschappij 2014 – 2030’, de ‘Paraplunota Leefomgeving 2012 – 2030’ en de ‘Paraplunota Economisch Klimaat 2012 – 2030’. De paraplunota’s functioneren als kapstok voor alle gemeentelijke beleidsnotities. De nota’s zorgen samenhang in beleid. De uitvoeringsstrategieën in de paraplunota’s benoemen de hoofdrichting die wordt ingezet om de doelstellingen te realiseren. Met de paraplunota’s zet Moerdijk nadrukkelijk in op een toekomst in het teken van duurzaamheid. De gemeente wil de mens centraal plaatsen als onderdeel van de samenleving. De samenleving, zo wordt in de paraplunota’s gesteld, is een samenspel van aspecten die de mens zelf betreffen, de leefomgeving en bedrijvigheid. De gemeente Moerdijk zet daarbij in op de drie pijlers Maatschappij, Leefomgeving en Economisch-Klimaat. De paraplunota 'Maatschappij' richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom. De paraplunota 'Leefomgeving' richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen bodem, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen.

Als laatste richt de paraplunota 'Economisch Klimaat' zich op de economie en bedrijvigheid. Economisch Klimaat is het 'klimaat' waarbinnen economische ontwikkeling plaatsvindt.

Deze ruimtelijke onderbouwing betreft het legaliseren en toestaan van de bestaande en een tweetal nieuwe nevenactiviteiten. Met het initiatief worden geen fysieke aanpassing op de bestaande situatie mogelijk gemaakt. Door het gebruik van de gronden voor de in paragraaf 2.3 genoemde nevenactiviteiten mogelijk te maken wordt de toekomstbestendigheid van De Prullenkast versterkt en blijft de werkgelegenheid behouden. Met de legalisatie en het toestaan van een tweetal nieuwe nevenactiviteiten wordt rekening gehouden met de fysieke leefomgeving en de functies hierbinnen.

Het initiatief is daarmee in overeenstemming met het gestelde in de paraplunota's.

3.3

Conclusie

Gelet op het bovenstaande past het planvoornemen binnen het provinciaal en gemeentelijk beleid.

17

18

Hoofdstuk 4

Toetsing aan dynamisch afwegingskader

De beoogde functiewijziging heeft betrekking op het planologisch vastleggen van de reeds aanwezige en nieuwe kleinschalige nevenactiviteiten aan de Zuidlangeweg 3 te Oudemolen. Omdat de activiteiten niet passen binnen de geldende bestemming wordt het dynamische afwegingskader uit de Visie Buitengebied Moerdijk toegepast. Bij toepassing van het dynamische afwegingskader moet het plan getoetst worden aan de hand van de eerder genoemde 5 afwegingsprincipes. a. zonering prioritaire functies; In de Visie buitengebied is een zonering opgenomen ten aanzien van vormen van gebruik die prioritair zijn in de aangewezen gebieden. Dat betekent niet dat andere functies daar taboe zijn, maar wel dat zij de prioritaire functies niet mogen belemmeren. Het plangebied ligt volgens de Visie buitengebied op de grens van de prioritaire functies 'Grondgebonden agrarisch gebied' en 'Ecologische verbindingszone'.

De bijzondere setting van de Prullenkast als oude boerderij langs het water omringd door begroeiing maakt dat het geen typisch 'Grondgebonden agrarisch gebied' is. Een voorwaarde voor functieverandering in dit gebied is dat de ontwikkeling van de grondgebonden landbouw niet in het gedrang mag komen. Hier is bij deze functiewijziging geen sprake van. De activiteiten van De Prullenkast hebben geen invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende agrarische bedrijven. Het agrarisch bedrijf met mogelijk een invloed betreft de pelsdierhouderij op Zuidlangeweg 4b. Op basis van de Wet geurhinder en veehouderij dient bij de

19

vergunde 6.000 fokteven een afstand van 175 m te worden aangehouden. Aan deze afstand tot De Prullenkast wordt ruimschoots voldaan. Bovendien ligt er een bestaande woning (Zuidlangeweg 4a) tussen De Prullenkast en de pelsdierhouderij. Deze is dus al bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de pelsdierhouderij.

In de 'ecologische verbindingszone' heeft behoud en ontwikkeling van de groenblauwe natuur- en landschapswaarden de prioriteit. Bestaand agrarisch gebruik binnen deze zone kan worden voortgezet. Daarnaast zijn extensieve vormen van recreatie toegestaan. De ontwikkeling als ecologische verbindingszone wordt door de activiteiten van de Prullenkast niet belemmerd. Extensieve vormen van recreatie zijn daarbij toegestaan. De Prullenkast is tijdens de beperkte openingstijden een gewenste stop voor fietsers en wandelaars in het buitengebied. De ligging aan het water en de Ruigenhilpolder voegen toe aan de beleving van natuur- en cultuurhistorische waarden van het gebied. b. zonering dynamiek-luwte-rust; Een tweede belangrijk ordeningsprincipe voor de kwaliteit en beleving van onze leefomgeving is het onderscheid tussen dynamiek, luwte en rust. Hoge dynamiek in en aan de randen van de meer ‘stedelijke’ dorpsgebieden, luwte in het open landelijk gebied en absolute rust in de natuur. Graadmeter voor deze afweging is de aard en intensiteit van het gebruik en de daarmee samenhangende aantrekkende werking op personen en verkeer. Functies die veel verkeer genereren kunnen alleen worden toegelaten langs wegen die daarvoor ook geschikt zijn. De Prullenkast ligt aan de Zuidlangeweg, die in de Visie Buitengebied wordt aangeduid als 'erftoegangsweg type II'.

Wegen in deze categorie hebben geen doorgaande functie en toename van verkeer is hier niet gewenst. Door de beperkte openstelling van de Prullenkast en de nieuwe kleinschalige nevenactiviteiten kan worden gesteld dat er een geringe toename in het verkeer wordt veroorzaakt op de Zuidlangeweg (zie ook paragraaf 5.8). De Prullenkast wordt voornamelijk bezocht door fietsers, dus de geringe toename in verkeer doet geen afbreuk aan de kwaliteit en beleving van de leefomgeving. Bovendien is in de afgelopen jaren dat De Prullenkast al open was, niet gebleken dat er sprake is van een ongewenste verkeerstoename. De gewenste activiteiten van De Prullenkast zijn dus inpasbaar uit oogpunt van het criterium dynamiek-luwte-rust.

c: Behoud van de balans Ruimtelijke ontwikkelingen worden alleen toegestaan als deze een bijdrage leveren aan de kwaliteit en sociaaleconomische ontwikkeling van het buitengebied of gebruik maken van de kwaliteiten van het buitengebied. Initiatiefnemers zullen moeten aantonen welke bijdrage aan de kwaliteiten van het buitengebied de door hen gewenste ontwikkeling levert. Tevens moet inzichtelijk zijn dat de leefbaarheid en het daarvoor benodigde voorzieningenniveau in de kernen niet wordt verstoord. In paragraaf 3.2 wordt gesteld dat de gemeente kansen ziet op het gebied van recreatie en toerisme, onder andere door voorzieningen zoals een theetuin. Dit komt grotendeels overeen met de huidige activiteiten aan de Zuidlangeweg 3. Het is niet gewenst om detailhandel of horeca toe te staan, die ook passend zou zijn in één van de kernen. In dit geval vormt de verkoop van brocante & curiosa, de theetuin en de verkoop van licht-alcoholische dranken (welke plaatsvinden in de tearoom of theetuin) een integraal onderdeel van het toeristische concept. Er is geen sprake van een zelfstandige vorm van verkoop of horeca. Het is daarmee niet te vergelijken met de reguliere winkels of horeca in de kernen.

Bovendien zorgen de beperkte openingstijden (elke donderdag-, vrijdag-, en zaterdagmiddag van 13:00-17:00) er ook voor dat er geen concurrentiepositie ontstaat voor functies in omliggende woonkernen.

20

De Prullenkast zorgt op beperkte momenten voor een rustpunt voor recreanten in een cultuurhistorische setting. De landelijke, Engels-ogende, omgeving in combinatie met de theetuin wordt gecombineerd met kleinschalige verkoop van brocante & curiosa, een museum en ruimte voor workshops. Deze ruimtelijke setting is niet terug te vinden in nabije woonkernen. De Prullenkast vervult dus een rol die specifiek op deze locatie vervuld kan worden. Het is de combinatie van verschillende functies en locatie die ervoor zorgen dat de Prullenkast niet in een van de woonkernen thuis hoort.

d: Bijdragen aan de kwaliteit van het landschap Uitgangspunt van de visie buitengebied is dat ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied. Een versterking is een bijdrage aan de kwaliteit en de beleving van het landschap in bredere zin of landschappelijke inpassing van bebouwing. Activiteiten, zoals extensieve recreatie, maken het mogelijk de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit van het landschap te beleven en behouden. De Prullenkast versterkt dit effect door een plek te bieden waar recreanten terecht kunnen en waar mensen kunnen kanovaren. De inkomsten van de Prullenkast maken onderhoud van het pand en de omgeving mogelijk, mede door gebruik van lokale producten. De recreatieve setting wordt versterkt door de aanwezigheid van kleinschalige horeca.

De activiteiten die planologisch worden geregeld leiden niet tot een andere inrichting van het erf. Er is dus sprake van activiteiten die niet of nauwelijks invloed hebben op het landschap. Bovendien is het erf in de huidige situatie al uitstekend ingepast in het omliggende landschap. Zie daartoe de onderstaande foto's.

21

e: Invloed op de kwaliteit van de leefomgeving Per initiatief moet nader onderzocht worden welke gevolgen de ontwikkeling heeft op de leefomgeving in brede zin. Er moet ook verslag gedaan worden van de wijze waarop de dialoog met de omgeving heeft plaatsgevonden en op welke wijze de inbreng van de omgeving is betrokken bij de uitwerking van de plannen. De invloed op de kwaliteit van de leefomgeving wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 5.

22

Hoofdstuk 5 5.1

Milieuaspecten

Milieuzonering

Milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Het doel hiervan is om reeds in ruimtelijke plannen milieuhinder bij woningen te voorkomen en tegelijkertijd aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun bedrijfsactiviteiten. Regels voor milieuzonering zijn opgenomen in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering, editie 2009. Hierin wordt, onderscheiden naar omgevingstypen waarvoor een bepaalde mate van milieuhinder aanvaardbaar wordt geacht, een richtafstand tot woningen per bedrijfstype aangegeven. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige wijk. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kan gemotiveerd een kleinere afstandrichtlijn worden aangehouden, omdat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting aanwezig is. In dit geval dient echter van een rustig buitengebied uit te worden gegaan.

Ten westen van het plangebied, Zuidlangeweg 4b, is een nertsenfokkerij aanwezig. Hier mogen volgens de vergunde situatie maximaal 6.000 dieren gehouden worden. Voor het fokken en houden van nertsen (SBI-2008: 0.149-1) stelt de VNG brochure een richtafstand van 200 m, waarbij geur de bepalende factor is. De Prullenkast ligt op een afstand van circa 240 m afstand van het bedrijf in kwestie. Op het aspect geurhinder wordt in paragraaf 5.2 nader ingegaan. Verder zijn er geen bedrijven in de omgeving die effect hebben op het plangebied. Daarom mag worden gesteld dat de beoogde functiewijziging geen belemmering ondervindt van het aspect milieuzonering.

Hiernaast omvat de Prullenkast milieubelastende nevenactiviteiten waaronder een tearoom, een poppenen berenmuseum en kanoverhuur. In de VNG brochure is een dergelijk bedrijf niet weergegeven. Wel kunnen deze nevenactiviteiten worden gezien als een milieucategorie 2 bedrijf waarbij een richtafstand van 30 meter geldt. De nieuwe nevenactiviteiten zullen voor een geringe verkeerstoename zorgen. Zie voor verkeer en parkeren verder in paragraaf 5.8. De meest nabijgelegen milieugevoelige functie ligt op een afstand van ca. 50 meter. Daarom mag worden gesteld dat de beoogde functiewijziging geen belemmering ondervindt van het aspect milieuzonering.

5.2

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op geurgevoelige objecten. Ten westen van het plangebied, Zuidlangeweg 4b, is een nertsenfokkerij aanwezig. Hier mogen volgens de vergunde situatie maximaal 6.000 dieren gehouden worden. Volgens de Wet geurhinder en veehouderij geldt voor dit bedrijf een afstand van 175 m. De Prullenkast ligt op een afstand van circa 240 m afstand van het bedrijf in kwestie. Hiernaast is tussen het geurbelastende bedrijf en de Prullenkast reeds een geurgevoelig object aanwezig. Dit zorgt ervoor dat het toestaan van geurgevoelige activiteiten binnen het plangebied geen invloed heeft op de nertsenfokkerij. En omgekeerd ligt de nertsenhouderij op een zodanige afstand dat er sprake is van een goed leefklimaat ter plaatse van de Prullenkast.

23

Verder zijn er in de omgeving geen veehouderijen aanwezig die voor het aspect geurhinder relevant zouden kunnen zijn.

Het aspect geur vormt geen belemmering voor het voornemen.

5.3

Bodem

Voor de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan dient de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig moet zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie en dat het de financiële haalbaarheid van het plan niet in gevaar brengt. De nevenactiviteiten zijn, net als de hoofdfunctie wonen, een milieugevoelige functie. Op basis van de beschikbare gegevens bestaat de verwachting dat de bodemkwaliteit afdoende is voor de beoogde nevenactiviteiten. Het perceel heeft al een woonbestemming en er hebben zich geen bodembelastende activiteiten voorgedaan sindsdien. Daarom mag worden gesteld dat er geen ingrijpende verandering zal plaatsvinden voor het aspect bodem.

5.4

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben'.

Op 15 november 2007 is dit onderdeel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de nor-men (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden.

Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

Het project biedt de mogelijkheid tot het legaliseren van de bestaande situatie en het mogelijk maken van kanoverhuur en de verkoop van licht-alcoholische dranken.

Zoals in de paragraaf Verkeer en parkeren is aangegeven is de toename van het aantal verkeersbewegingen uiterst gering. Bovendien komen veel bezoekers met de fiets. De toename is

24

zodanig gering dat deze zeker niet boven de 1.000 verkeersbewegingen komt, waardoor deze kunnen worden aangemerkt als 'niet in betekende mate'.

Daarnaast blijkt uit de Grootschalige Concentratiie- en Depositiekaarten Nederland van RIVM dat de huidige concentraties fijn stof in het plangebied in de huidige situatie minder dan 18 µg/m3 bedraagt (zie onderstaande afbeelding). Daarmee blijft de concentratie ruim binnen de grenswaarde van 40 µg/m3.

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het voornemen.

5.5

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Binnen de bebouwde kom bedraagt de zonebreedte voor tweestrookswegen die aan weerszijden van de weg, gerekend vanuit de wegas, in acht moet worden genomen 200 meter. Buiten de bebouwde kom bedraagt deze afstand voor tweestrookswegen 250 meter. Het planvoornemen voorziet niet in het realiseren van geluidsgevoelige bebouwing. Derhalve kan akoestisch onderzoek achterwege blijven. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het plan.

25

5.6

Archeologie en cultuurhistorie

5.6.1

Archeologie

Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet maakt deel uit van de (gewijzigde) Monumentenwet. De kern van de Wamz is, wanneer de bodem wordt verstoord, dat de archeologische resten intact moeten blijven.

Er zijn geen bodemverstoringen gemoeid met het planvoornemen. Daarom zullen de archeologische waarden (onderstaande afbeelding) in het gebied niet aangetast worden. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het plan.

Uitsnede archeologische waardenkaart gemeente Moerdijk. Plangebied paars omcirkeld.

5.6.2

Cultuurhistorie

De rijksmonumenten worden beschermd door de erfgoedwet. Met monumenten worden alle "onroerende zaken" bedoeld. Tot die onroerende zaken horen gebouwen en objecten, zoals vaarten, bruggen, wegen, bomen en pleinen, die tenminste vijftig jaar oud zijn. Zij moeten van belang zijn door hun schoonheid, de wetenschappelijke en/of hun cultuurhistorische betekenis. Een monument kan worden aangewezen als rijksmonument wanneer het aan deze regels voldoet en als het een nationale, unieke waarde heeft. Naast rijksmonumenten worden op provinciaal niveau en gemeentelijk niveau monumenten aangewezen op grond van de respectievelijk provinciale- en gemeentelijke monumentenverordening.

De beoogde functiewijziging betreft de legalisering van de bestaande situatie en het toevoegen van een

26

aantal nevenactiviteiten. Legalisering leidt niet tot aantasting van cultuurhistorisch erfgoed. De nevenactiviteiten zorgen er bovendien voor dat het cultuurhistorisch waardevolle gebouw in de Ruigenhilpolder in stand kan blijven. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het plan.

5.7

Externe veiligheid

Op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) gelden richtlijnafstanden tussen risicovolle en risicogevoelige functies. Doel van het Bevi is individuele en groepen burgers een minimum beschermingsniveau te garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Bij de toetsing moet gekeken worden naar twee soorten risico's: plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. Hoe dichter bij de bron, hoe groter het plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven met de 10-6 risicocontour. Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat, in het geval van een ongeval met gevaarlijke stoffen, in één keer een groep van een bepaalde grootte dodelijk slachtoffer wordt. Hoe meer mensen nabij de bron, hoe groter het groepsrisico. Voor het groepsrisico wordt doorgaans de 10-5 risicocontour aangegeven. In het navolgende zullen de voor het plangebied relevante risicofactoren worden beschreven en worden de risico's voor het gebied afgewogen.

Op de locatie zelf is een propaantank aanwezig. Hierbij moet rekening gehouden worden met een veiligheidsafstand van 10 m. Verder zijn er geen inrichtingen, buisleidingen of transportroutes in de nabijheid die een risico kunnen vormen voor de Prullenkast.

Uitsnede Risicokaart.nl

Omdat de functie van het gebouw geen kwetsbaar object is, is het aspect externe veiligheid geen 27

belemmering voor de functiewijziging.

Shell Nederland Chemie B.V. Met betrekking tot deze inrichting is de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag. Op basis van de professionele risicokaart is bepaald dat het plangebied op een afstand van ca. 5.000 meter van de inrichtingsgrens van Shell Nederland Chemie BV (Shell) ligt. Het invloedsgebied van Shell 10.700 meter en ligt hierdoor volledig over het plangebied. Uit de QRA, behorende bij de Wm-aanvraag, blijkt dat het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar niet buiten het industrieterrein Moerdijk ligt. Er zijn dan ook geen knelpunten ten aanzien van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar. Voor de inrichtingen op het industrieterrein, waaronder Shell, zijn groepsrisicoberekeningen uitgevoerd. Op basis van de beschikbare QRA wordt een overschrijding van 2 x de oriëntatiewaarde berekend. Toename van personendichtheden buiten de grenzen van het haven- en industrieterrein Moerdijk, hebben nauwelijks invloed op het groepsrisico. De ruimtelijke ontwikkeling aan de Zuidlangeweg is van dien beperkte aard (zeer beperkte toename personendichtheid) en gelegen op grote afstand van het haven- en industrieterrein, waardoor de ontwikkeling niet leidt tot een toename van het groepsrisico. Overeenkomstig het Bevi dient het groepsrisico wel te worden verantwoord. Volstaan kan worden met een verantwoording op hoofdlijnen.

Groepsrisicoverantwoording Bevi Met betrekking tot de Bevi-inrichting Shell Nederland Chemie B.V. blijkt uit de QRA, behorende bij de vigerende vergunning, dat het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar niet over het plangebied ligt. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico. De ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied leidt niet of nauwelijks tot een toename van het aantal aanwezige personen binnen het plangebied. Het voor de inrichting Shell berekend groepsrisico wordt dus niet beïnvloed door de medewerking aan deze ruimtelijke ontwikkeling. Gezien het feit dat er geen toename is van het groepsrisico en de risicobron Shell op zo’n grote afstand is gelegen, acht de gemeente Moerdijk de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de externe veiligheid verantwoord. De uitgangspunten uit de standaard verantwoording GR (P.M.) zijn van toepassing ten aanzien van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

5.8

Verkeer en parkeren

De beoogde functiewijziging betreft de legalisering van de bestaande situatie en het toevoegen van een aantal nevenactiviteiten. Met de extra verkeersaantrekkende werking van 10 personen (maximaal 20 verkeersbewegingen) kan er worden gesteld dat er geen ingrijpende verandering plaats zal vinden voor het aspect verkeer. De toename van extra verkeersbewegingen past ruimschoots binnen de erftoegangsweg type 2 (0-2000 mvtg/etm).

Op basis van de parkeernota van de gemeente Moerdijk is er berekend hoeveel extra parkeerplaatsen er in totaal benodigd zullen zijn. Voor het horeca deel zijn er 12 parkeerplaatsen per 100 m2 gebruiksoppervlak nodig, voor het detailhandel deel zijn er 4,5 parkeerplaatsen per 100 m2 gebruiksoppervlak nodig. Voor de kanoverhuur zijn geen normen in de parkeernota opgenomen. Hier wordt uitgegaan dat er 1 auto per aanwezige kano geparkeerd zal worden. Voor het horeca deel zijn 24 extra parkeerplaatsen nodig, voor het detailhandel deel zijn er 6 extra parkeerplaatsen nodig en voor de kanoverhuur worden er 5 parkeerplaatsen nodig geacht. In totaal zijn er dus 35 extra parkeerplaatsen nodig. De parkeervoorzieningen zijn op het eigen perceel aanwezig. De Prullenkast heeft een parkeercapaciteit van circa 50-60 auto's en 30 fietsen. Er is meer dan voldoende voorzien in het opvangen van bezoekers. Zie de situatietekening in paragraaf 2.3.

28

5.9

Water

De beoogde functiewijziging betreft de legalisering van de bestaande situatie en het toevoegen van een aantal nevenactiviteiten. Het plangebied is gelegen naast het Breede Gat wat een a-water met een ecologische functie betreft. Het waterschap Brabantse Detta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettetijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerptan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeetd relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer.

De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta.

Binnen het planvoornemen worden geen gebouwen gebouwd of vervangen. Derhalve is er geen sprake van een toename van het verhard oppervlak en het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Voor het kanovaren is er al een bestaande steiger. Hierover is afstemming gezocht met het Waterschap Brabantse Delta en heeft het Waterschap toestemming verleend. Voor het kanovaren in groepen is door het waterschap een vergunning verleend. Het individueel kanovaren kan vergunningsvrij gebeuren. Circa 4 jaar geleden is door het Waterschap de oostzijde van de kreek opgeknapt. Het Waterschap heeft toen zelf vervangende palen van de steiger geleverd en teruggezet. In het kader van het kanovaren, heeft destijds ook nog overleg plaatsgevonden met Sjoerd Koenraadt (van Waterschap Adviseur Wateren Emissiebeheer, Beleid & Planadvies). Hij heeft toen mondeling doorgegeven dat het geen probleem was (omdat de steiger hier al vele jaren ligt). Op 26 juli 2017 heeft mevr. van den Elshout van het Waterschap per mail bevestigd dat kanovaren op individuele basis is toegestaan. Voor verhuur in groepsverband is het Waterschap in beginsel bereid mee te werken, indien daarvoor bij het Waterschap een vergunning wordt aangevraagd.

Op 1 mei heeft het Waterschap Brabantse Delta conform de watertoets een advies uitgebracht. Uit dit advies blijkt dat het waterschap positief tegenover de ruimtelijke ontwikkeling staat. Het aspect water vormt geen belemmering voor het plan. Het Wateradvies is als bijlage 3 opgenomen.

Er is op het perceel geen riolering aanwezig. Al jaren geleden is een sceptic tank geplaatst, die door het Waterschap is goedgekeurd. Dat blijft ook zo. Er is dus geen sprake van lozing van afvalwater op het oppervlakte water.

29

5.10

Ecologie

Ter bescherming van ecologische waarden dient bij ruimtelijke ingrepen een afweging te worden gemaakt in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden (Natura 2000). De beoogde functiewijziging betreft de legalisering van de bestaande situatie en het toevoegen van een aantal nevenactiviteiten, waaronder kanoverhuur. De watergang waarin de kano's varen is aangewezen als ecologische verbindingsroute binnen het NNB en kan in gebruik zijn als vliegroute en foerageergebied van vleermuizen; de oevers zijn geschikt als verbindingsroute voor kleine zoogdieren. Er is geen sprake van kap van opgaande beplanting, dempen van watergangen , sloop/realisatie van bebouwing of plaatsing van verlichting. De kleinschalige verhuur van kano's vindt alleen overdag plaats en heeft geen significante toename van recreanten in de watergang tot gevolg. De bestaande situatie blijft hier gehanteerd. Daarmee wordt er voldaan aan de eisen die gesteld worden in artikel 5.1.1 in de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant.

Het initiatief heeft geen negatieve effecten op beschermde soorten in het kader van de Wnb. De legalisatie van de bestaande functies heeft ook geen negatief effect op beschermde gebieden in het kader van de Wnb. Het gebruik van 't Breede Gat en de Tonnekreek als kanoroute heeft geen negatieve effecten op het kunnen realiseren van een ecologische verbindingszone. Het gebruik door kano's leidt er niet toe dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone. Daarmee is de functiewijziging/legalisering niet in strijd met het provinciale beleid. De reactie van de provincie in het kader van het vooroverleg (zie paragraaf 6.2) bevestigt deze conclusie.

Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat natuurwet en -regelgeving en het provinciale natuurbeleid de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat.

5.11

Besluit milieueffectrapportage

In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffect beoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder C of D van het Besluit m.e.r. . Het initiatief dat in deze ruimtelijke onderbouwing centraal staat betreft de legalisering van het gebruik van de gronden ter plaatse van het perceel Zuidlangeweg 3 en uitbreiding daarvan met een kanoverhuur. In theorie zouden de activiteiten bij de Prullenkast gezien kunnen worden als vallend onder D9: Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan. Het gaat daarbij dan om een functiewijziging van 125 ha of meer van o.a. recreatie. Gelet op de kleinschaligheid van het initiatief kan het bevoegd gezag in redelijkheid besluiten dat er geen sprake is van belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu. Dat blijkt uit de behandeling van de milieuaspecten in deze ruimtelijke onderbouwing. Het opstelen van een m.e.r.-beoordeling is dan ook niet aan de orde.

30

Hoofdstuk 6 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog

De Prullenkast bestaat al meer dan tien jaar en heeft gedoogd haar nevenfuncties uitgevoerd. In het kader van de legalisering van de nevenactiviteiten moet gekeken worden wat voor effect de ontwikkeling heeft op de omgeving en hoe de omgeving hier tegenover staat. Voor de omgevingsdialoog is de ruimtelijke onderbouwing aan de naaste buren (ca. 200 meter afstand) voorgelegd. De buren hebben in het gesprek aangegeven akkoord te zijn met de legalisering van de Prullenkast. Getekende documenten zijn terug te vinden in Bijlage 1. De bewoners van Zuilangeweg 4A (Bijlage 2) hebben hier een opmerking bij geplaatst met betrekking tot de route van de kanotocht. Zij vinden het bezwaarlijk als kanoërs achter hun huis komen. De kanoroute is georiënteerd op de Tonnekreek. Dit is in noordelijke richting (zie kaartje hieronder). Hiervoor krijgen de recreanten het onderstaande kaartje mee, waarmee duidelijk is dat de route alleen in noordelijke richting loopt. Dit wordt ook nog uitgelegd. Tevens krijgen de reacteanten vooraf de algemene voorwaarden kano's en gebruik kreken. Overigens heeft het ook weinig zin om in zuidelijke richting te kanoeen, aangezien 't Breede Gat daar dood loopt. Verder kan nog worden opgemerkt dat de Prullenkast gebruik maakt van slechts 5 kano's. De intensiteit van deze activiteit is dus heel gering, zeker in combinatie met de beperkte openingstijden.

Tenslotte kan vermeld worden dat 1 van de huurders altijd boven de 18 jaar moet zijn.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voorbereidingsfase Volgens artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is het ontwerpbesluit en de ontwerpvergunning toegezonden aan een aantal overlegpartijen. Op 2 mei 2018 heeft de provincie Noord Brabant aangegeven geen aanleiding te zien tot het maken van opmerkingen. Ook het Waterschap heeft gereageerd, zoals al in paragraaf 5.9 is vermeld. Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg wordt de formele Wabo-procedure gestart. De eventuele aanpassingen die volgen uit de overlegreactie worden verwerkt in de ontwerpstukken. Op een uitgebreide Wabo-procedure is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit en de ontwerp-omgevingsvergunning moet in de Staatscourant worden geplaatst en moet ook via elektronische weg worden gepubliceerd. Het ontwerpbesluit en de ontwerpvergunning worden gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid een zienswijze in te dienen.

31

Vaststellingsfase Na de termijn van terinzagelegging dient het college van burgemeester en wethouders te besluiten omtrent het definitieve besluit om af te wijken van het bestemmingsplan en om de omgevingsvergunning te verlenen. Hierna staat voor belanghebbenden de mogelijkheid open tot het instellen van beroep.

6.3

Economische uitvoerbaarheid

Het initiatief wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie van het project zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure van een omgevingsvergunning zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Hiermee zijn de kosten voor de gemeente afgedekt.

32

Inhoudsopgave

Bijlagen Bijlage 1

Stukken omgevingsdialoog

Bijlage 2

Opmerking kanoroute

Bijlage 3

Wateradvies

Bijlage 4

ontwerp aanleigsteiger

Bijlage 5

Advies welstand

Bijlage 6

Constructieberekening

Bijlage 7

Publiceerbare aanvraag

Bijlage 8

Memo aanvraag steiger

Bijlage 9

Kadastrale kaart

1

ADVISEURS RUIMTELIJKE KWALITEIT

Groothandelsgebouw Stationsplein 45 Postbus 29129 3001 GC Rotterdam T 010 - 280 94 45 E info@dorpstadenland.nl

ADVIES WELSTANDSCOMMISSIE op verzoek van de gemeente MOERDIJK over onder vermeld plan: Betreft nummer gemeente omschrijving adres datum vergadering

: AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING : SBA 2018/389-01-00001 : legaliseren van een aanlegsteiger : Zuidlangeweg 3, Oudemolen in Oudemolen : 24 oktober 2019

De commissie heeft zich bij deze advisering gebaseerd op het beleid van de gemeente zoals dat is vastgelegd in haar welstandsnota. Welstandsgebied

: Buitengebied G8D

Conclusie In haar vergadering van 24-10-2019 heeft de commissie uw plan beoordeeld. Het plan voldoet aan de gestelde criteria.

MOTIVERING: De commissie kan instemmen met het bouwplan.

Namens de commissie, Marco Onrust (voorzitter) en Jan Couwenberg (secretaris)

Memo Opdrachtgever: Gemeente Moerdijk Aan:

projectnummer: 219.14.50.00.00

M. Brouwer

Van:

R. de Groot, H. Veldhuis

Onderwerp:

Ruimtelijke onderbouwing Zuidlangeweg 3

Datum:

17-09-2019

Beste mevrouw Brouwer, Bij deze dienen wij, namens de initiatiefnemers van de locatie Zuidlangeweg 3, de vernieuwde versie van de ruimtelijke onderbouwing in. In een eerdere reactie hebt u aangegeven dat de bestaande aanvraag omgevingsvergunning nog niet volledig is aangezien er voor de bestaande steiger nog een bouwaanvraag plaats moet vinden. Bijgevoegd bij deze aanvraag vindt u de bouwtekeningen van de steiger. Deze zijn ook in de ruimtelijk onderbouwing verwerkt. De aanvraag zelf dient voor de bouw van deze steiger ook bijgewerkt te worden. Helaas laat het Omgevingsloket het niet toe om de aanvraag naast handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening achteraf de optie bouwen van een bouwwerk aan te vinken. Na telefonisch overleg zijn wij tot de afspraak gekomen dat de aanvraag voor het bouwen van een bouwwerk in een memo bij de vergunningsaanvraag wordt aangeleverd. Via voorliggende memo willen wij u dan ook verzoeken de aanvraag voor de bouw van deze steiger tevens met de vergunningsaanvraag voor het handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening mee te nemen. Ik ga er vanuit u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en dat de aanvraag aan uw wensen voldoet. Indien een en ander nog onduidelijk is, neemt u dan gerust contact met ons op. Met vriendelijke groet, Henk Veldhuis, Ruben de Groot

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: ---

60

59

3

55

0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 7 april 2017 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

10 m

50 m

Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

WILLEMSTAD I 59

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Omgevingskaart

Klantreferentie: ---

0m

125 m

625 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object WILLEMSTAD I 59 Zuidlangeweg 3, 4796 SB OUDEMOLEN NB CC-BY Kadaster.

Schaal 1: 12500

Bijlage 9 Ruimtelijke onderbouwing Zuidlangeweg 6, Oudemolen

331

Toelichting Bij aanvraag omgevingsvergunning Zuidlangeweg 6, Oudemolen

Datum concept: Datum gewijzigd: Datum definitief:

9 november 2017 20 februari 2018 8 maart 2018

Opdrachtgever:

Mevr. De Lint-Holtz Zevenbergsepoort 38 4791 AE Klundert

Contactpersoon gemeente:

Mevr. M.N. van den Bosch

Mureau Advies

INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer 2. Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie 3. Beleidskader 3.1 Wettelijk kader 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 4. Verantwoording 4.1 Bodem 4.2 Water 4.3 Cultuurhistorie en archeologie 4.4 Ecologie 4.5 Wegverkeerslawaai 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Geur 4.8 Externe veiligheid 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Toetsing besluit milieueffectrapportage 4.12 Gezondheid 4.13 Verkeer en parkeren 5. Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.3 Omgevingsdialoog 6. Procedure 6.1 Vooroverleg 6.2 Procedure 6.3 Zienswijzen 6.4 Verdere procedure Bijlagen

Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning Zuidlangeweg 6, Oudemolen

2 2 2 3 3 4 4 4 6 6 7 8 14 18 18 18 20 22 24 25 25 27 29 29 30 30 31 32 32 32 32 33 33 33 33 33 34

1

Mureau Advies

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel Aan de Zuidlangeweg 6 te Oudemolen, in het buitengebied van gemeente Moerdijk, bevindt zich een cultuurhistorisch waardevolle landbouwschuur met een voormalige bedrijfswoning. Op de locatie vinden al geruime tijd geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaats. Het initiatief beoogt het perceel te splitsen en aan zowel de voormalige bedrijfswoning als de cultuurhistorisch waardevolle schuur een woonfunctie toe te kennen. Splitsing van het perceel is noodzakelijk, om een economische drager te creëren voor het behoud en herstel van de cultuurhistorisch waardevolle landbouwschuur. Om het initiatief mogelijk te maken, wordt een omgevingsvergunning aangevraagd voor afwijkend gebruik (eerste fase) en voor de activiteit bouwen (tweede fase). 1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie is gelegen aan de Zuidlangeweg 6 in het buitengebied ten noorden van de kern Oudemolen, gemeente Moerdijk. De topografische kaart van afbeelding 1 geeft de ligging van het plangebied weer.

Afbeelding 1 Topografische kaart

Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning Zuidlangeweg 6, Oudemolen

2

Mureau Advies Het plangebied wordt gevormd door de kadastrale percelen bekend als gemeente Willemstad, sectie K, nummers 162 en 163 en heeft een oppervlakte van 4.400 m2. Afbeelding 2 geeft de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding 2 Begrenzing plangebied

1.3 Vigerende bestemmingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Buitengebied (2008). Gemeente Moerdijk bereidt de algehele herziening van het bestemmingsplan Buitengebied voor. Het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Moerdijk heeft recent ter inzage gelegen. 1.4 Leeswijzer Na deze inleiding volgt in hoofdstuk twee de planbeschrijving. Hoofdstuk drie geeft het beleidskader weer. In hoofdstuk vier wordt aan de hand van de relevante (milieu)aspecten een verantwoording gegeven voor het initiatief. De uitvoerbaarheid van het initiatief wordt omschreven in hoofdstuk vijf. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt afgesloten met de weergave van de procedure in hoofdstuk zes.

Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning Zuidlangeweg 6, Oudemolen

3

Mureau Advies

2.

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen ten noorden van de kern Oudemolen in het buitengebied van gemeente Moerdijk. De omgeving kenmerkt zich door verspreid gelegen bebouwing in het met kreken doorsneden grootschalige open polderlandschap. De percelen zijn ingericht voor efficiënt agrarisch grondgebruik en worden afgewisseld met enkele groene elementen. Momenteel is de voormalige bedrijfswoning in gebruik voor bewoning en wordt de cultuurhistorisch waardevolle landbouwschuur gebruikt voor opslag van machines en materialen. De bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van agrarisch loonwerk zijn reeds geruime tijd geleden beëindigd. Afbeelding 3 geeft een luchtfoto weer van de bestaande situatie, waarop de cultuurhistorisch waardevolle schuur, het woonhuis en de paardenstal zijn weergegeven.

Afbeelding 3 Bestaande situatie

2.2 Nieuwe situatie Het perceel wordt in de nieuwe situatie gesplitst op de kadastrale grens tussen de percelen 162 en 163. De cultuurhistorisch waardevolle landbouwschuur wordt gebruikt voor bewoning. Hiertoe wordt het gebouw grondig gerenoveerd, met behoud en waar mogelijk versterking van de cultuurhistorische waarden. Met de woonfunctie ontstaat een economische drager die

Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning Zuidlangeweg 6, Oudemolen

4

Mureau Advies het onderhoud en beheer van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing mogelijk maakt. Het door de gemeentelijke Monumentencommissie goedgekeurde voorlopig ontwerp voor de nieuwe situatie is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. Aan de voormalige bedrijfswoning wordt in de nieuwe situatie een woonfunctie toegekend. Bij de woning wordt een vergunningvrij te bouwen bijgebouw opgericht met een oppervlakte van 90 m2. De bestaande paardenstal wordt gesloopt. De bestaande inrit aan de oostzijde van het plangebied wordt gebruikt voor de ontsluiting van het bijgebouw. Op eigen terrein worden drie parkeerplaatsen aangelegd. Afbeelding 4 geeft de nieuwe situatie weer. De situatietekening is opgenomen als bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing.

Woning in schuur

Splitsing perceel

Afbeelding 4 Nieuwe situatie

Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning Zuidlangeweg 6, Oudemolen

5

Mureau Advies

3.

Beleidskader

3.1 Wettelijk kader 3.1.1 Grondexploitatiewet Op 1 juli 2008 is de Grondexploitatiewet (Grex-wet) in werking getreden en als paragraaf 6.4 in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen. De Grex-wet is noodzakelijk omdat eerdere wettelijke instrumenten voor kostenverhaal, te weten de exploitatieverordening en de baatbelasting, niet toereikend bleken. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (d.m.v. een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en via het publiekrechtelijke spoor. Eén van de belangrijkste wijzigingen is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Als een gemeente er echter niet in is geslaagd met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie, dan moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1.

Er is sprake van een besluit op grond van de Wro, zijnde vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit; 2. Het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of belangrijke verbouwplannen met functiewijziging, zoals aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het voorliggende initiatief voorziet in een functiewijziging. De Grex-wet is dan ook van toepassing. Dit betekent dat de kosten voor de planologische procedure worden verhaald op de initiatiefnemer, op basis van leges, zoals vastgelegd in de gemeentelijke Legesverordening. Het kostenverhaal wordt geregeld via een anterieure overeenkomst tussen gemeente Moerdijk en de initiatiefnemer. 3.1.2 Wet op de archeologische monumentenzorg In de wet op de archeologische monumentenzorg, aangenomen in 2006, is het doel van het in 1992 gesloten verdrag van Valletta (Malta) verwerkt: bescherming van het archeologisch erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Om dat doel te bereiken moet de wetgever het archeologisch erfgoed betrekken bij de ruimtelijke ordening. Met de wet wordt het Verdrag van Valletta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De kern van de wet is dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrenzen.

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient de gemeente rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. 3.1.3 Wet natuurbescherming De Flora- en faunawet, Boswet en Natuurbeschermingswet 1998 zijn opgegaan in de Wet natuurbescherming, die op 1 januari 2017 in werking is getreden. De bescherming van Natura-2000 gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt

Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning Zuidlangeweg 6, Oudemolen

6

Mureau Advies van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura-2000 gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura-2000 gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde Staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Verder moet rekening gehouden worden met het beleid ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in tenzijDe bescherming van dier- en plantensoorten is eveneens in de Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels in de zin van de Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten uit de Habitatrichtlijn en voor overige soorten. Het is verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Hun voortplanting- en rustplaatsen mogen niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield. Beschermde plantensoorten mogen niet worden vernield. Onder voorwaarden is ontheffing van de verbodsbepalingen mogelijk. Het bevoegd gezag voor het verlenen van een ontheffing zijn Gedeputeerde Staten. Als eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, dan haakt de ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming daarbij aan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=cd146d0c-a125-43dd-95d7-a4205e5edbe2