Bijlage 7b Regels
Tekst van het document
28
3.3.13 Verhogen bouwhoogte sleufsilo's Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2 sublid 3.2.3 ten behoeve van het verhogen van de bouwhoogte van sleufsilo's tot maximaal 4 m, mits de verhoging past binnen de de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee en/of het telen van gewassen indien dit leidt tot een toename van de ammoniakemissie ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit: 1. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 7 lid 5 van de Wet natuurbescherming is aangehaakt, of een melding op grond van artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming welke zijn opgenomen in Bijlage 3 Overzicht vergunningen Wet natuurbescherming, dan wel; 2. indien een vergunning of melding als bedoeld onder a ontbreekt: de bestaande planologisch legale activiteit en de daarbij behorende ammoniakemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande planologische legale activiteit wordt veroorzaakt; b.
een toename van de ammoniakemissie voor het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee en/of het telen van gewassen ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie is toegestaan indien het project of de handeling, waar de aanvraag om omgevingsvergunning op ziet, een stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied, die afzonderlijk en - ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer - in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting, in de periode waarvoor het programma als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit natuurbescherming geldt, een waarde overschrijdt die is vastgesteld in artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming; c. het in gebruik nemen dierenverblijven binnen het bouwvlak of bouwstede ten behoeve van een intensieve veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' of een grondgebonden veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij' is niet toegestaan; d. buitenopslag buiten het bouwvlak of bouwstede, waaronder in elk geval wordt begrepen de opslag van mest; e.
het houden van dieren op andere bouwlagen dan de begane grond, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen van gebouwen gebruikt mogen worden; f. het gebruiken en realiseren van permanente verharding ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, met uitzondering van toegangswegen, buiten het bouwvlak of de bouwstede; g. mestbewerking binnen het bouwvlak of bouwstede van een intensieve veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' of een grondgebonden veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij' van niet ter plaatse geproduceerde mest. 3.4.2
Zorgvuldige landschappelijke inpassing
a. Bij uitbreiding van bebouwing op de gronden welke zijn gelegen ter plaatse van het bouwvlak of de bouwstede dient er sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. b. Op de percelen welke zijn opgenomen in de navolgende tabel dient de landschappelijke inpassing te worden gerealiseerd, beheerd en in stand gehouden conform de landschappelijke inpassingsplannen waar per perceel naar wordt verwezen in de navolgende tabel: Adres
Van toepassing zijnde landschappelijk inpassingsplan
Achterdijk 121, Zevenbergschen Hoek
Landschappelijk inpassingsplan Achterdijk 121
29
Bloemendaalse Zeedijk 39a-41, Zevenbergschen Hoek
Landschappelijk inpassingsplan Bloemendaalseweg Zeedijk 41
Hazeldonkse Zandweg 89-91, Zevenbergen
Landschappelijk inpassingsplan Hazeldonkse Zandweg 89
Klaverpolderseweg 2, Moerdijk
Landschappelijk inpassingsplan Klaverpolderseweg 2
Koekoekendijk 10, Moerdijk
Landschappelijk inpassingsplan Koekoekendijk 10
Noordlangeweg 17, Willemstad
Landschappelijk inpassingsplan Noordlangeweg 17
Zevenbergseweg 30, Klundert
Landschappelijk inpassingsplan Zevenbergseweg 30
Zwingelspaansedijk 16, Fijnaart
Landschappelijk inpassingsplan Zwingelspaansedijk 16
Zwingelspaansedijk 22a, Fijnaart
Landschappelijk inpassingsplan Zwingelspaansedijk 22a
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het bouwen van een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met dien verstande dat: a. de bedrijfswoning noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering; b. de bedrijfswoning enkel toelaatbaar is voor een volwaardig agrarisch bedrijf als is bedoeld in lid 3.1 onder a, b, c, d en e; c. de aanvraag voor een omgevingsvergunning ten behoeve van deze afwijking dient ter toetsing te worden voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a en b is voldaan; d. voldaan wordt aan de bouwregels ten behoeve van het bouwen van een bedrijfswoning zoals zijn opgenomen in lid 3.2 sublid 3.2.2; e. de bouw van de bedrijfswoning past binnen de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan; f. de bedrijfswoning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor (de ontwikkeling van) de omliggende functies; g. ter plaatse van de bedrijfswoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat, waaronder in elk geval wordt verstaan dat dient te worden voldaan aan de wettelijke eisen ten aanzien van de milieuaspecten geluidhinder, geurhinder en luchtkwaliteit. 3.5.2
Nevenactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het toestaan van nevenactiviteiten, met dien verstande dat: a. maximaal 400 m2 van de de bedrijfsgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van de nevenactiviteit, tenzij onder b anders is bepaald; b. uitsluitend de navolgende nevenactiviteiten zijn toegestaan: 1. kleinschalig kamperen, met dien verstande dat: het aantal kampeermiddelen niet meer mag bedragen dan 25; kleinschalig kamperen plaatsvindt op of aansluitend aan de gronden ter plaatse van het bouwvlak of de bouwstede; kleinschalig kamperen uitsluitend is toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 2. ambachtelijke bedrijvigheid, in de vorm van be- en verwerking van agrarische producten, zoals een kaasmakerij uitsluitend binnen bedrijfsgebouwen, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; 3. agrarisch aanverwante bedrijven welke zijn opgenomen in categorie 1 en 2 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten uitsluitend binnen bedrijfsgebouwen, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; 4. agrarisch aanverwante bedrijven welke zijn opgenomen in categorie 3.1 van Bijlage 1 Staat van
30
c.
d. e. f. g.
bedrijfsactiviteiten uitsluitend binnen bedrijfsgebouwen, mits: de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; de nevenactiviteit milieutechnisch inpasbaar is in haar omgeving; 5. opslag en stalling van agrarische en niet-agrarische producten, goederen en materialen uitsluitend in de bestaande gebouwen binnen het bouwvlak of de bouwstede ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; 6. kleinschalige horeca ten dienste van extensieve dagrecreatie, zoals een theetuin of proeverij van streekproducten tot een maximale oppervlakte van 400 m2, zowel binnen als buiten de bedrijfsgebouwen; 7. extensieve verblijfsrecreatie uitsluitend in gebouwen zoals kampeerboerderijen, pensions en andere overnachtingsmogelijkheden; 8. verkoop van streekeigen agrarische producten uitsluitend binnen bedrijfsgebouwen, tot een maximale oppervlakte van 100 m2; 9. zorgfuncties, zoals een zorgboerderij in de vorm van dagbesteding voor ouderen, een agrarisch kinderdagverblijf en vergelijkbare activiteiten, mits de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - doorgroeigebied glastuinbouw'; 10. veehandelsbedrijven en paardenhandel uitsluitend binnen de bestaande gebouwen; 11. africhtingsbedrijven voor paarden uitsluitend binnen de bestaande gebouwen; 12. fouragehandel uitsluitend binnen de bestaande gebouwen; 13.
dierenpension, hondenfokkerij; in afwijking van het bepaalde onder a en b mag de oppervlakte van de nevenacitiviteiten welke zijn opgenomen in lid 3.1 worden uitgebreid tot 1.000 m2, met uitzondering van de volgende nevenactiviteiten: 1. kleinschalige horeca ten dienste van extensieve dagrecreatie; 2. verkoop van zelf geteelde of geproduceerde agrarische producten; 3. bermverkoop van ter plaatse voortgebrachte producten; de nevenactiviteit past binnen de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan; de nevenactiviteit mag niet leiden tot een belemmering voor de ontwikkeling van de omliggende functies; parkeren op eigen terrein plaatsvindt; de verkeersaantrekkende werking en de ontsluitingsmogelijkheden passend zijn bij het gebied waar de nevenactiviteit wordt gevestigd, waarbij wordt voldaan aan het afwegingsprincipe zonering dynamiek-luwte-rust uit hoofdstuk 7 van de Visie Buitengebied.
3.5.3
Paardenbak
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het gebruik van gronden welke niet zijn gelegen ter plaatse van het bouwvlak of de bouwstede ten behoeve van een paardenbak voor de agrarische bedrijfswoning of een woning welke is voorzien van de bestemming 'Wonen', mits: a. de oppervlakte van de paardenbak niet meer dan 1.200 m2 bedraagt; b. de paardenbak direct aansluitend aan het bouwvlak, de bouwstede of de bestemming 'Wonen' wordt gerealiseerd; c. de paardenbak past binnen de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan; d. er geen lichtmasten of andere lichtbronnen worden toegepast. 3.5.4
Huisvesting seizoensarbeiders
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het plaatsen van woonunits voor het huisvesten van seizoensarbeiders welke werkzaam zijn op het eigen bedrijf of een direct naastgelegen bedrijf, met dien verstande dat: a. de woonunits uitsluitend ter plaatse van het bouwvlak of de bouwstede mogen worden geplaatst dan wel direct aansluitend aan het bouwvlak of de bouwstede tot een oppervlakte van maximaal 0,5 ha indien het bouwvlak of bouwstede al is vol gebouwd; b. het is niet toegestaan de units te gebruiken of te laten gebruiken voor permanente bewoning; c. de huisvesting mag geen zelfstandig karakter hebben;
31
d. de ondernemer dient een register bij te houden van de wisselende groepen arbeiders die de units gebruiken; e. het gezamenlijke aantal bewoners op een perceel niet meer mag bedragen dan 50; f. de woonunits passen binnen de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan; g. parkeren op eigen terrein plaatsvindt. 3.5.5
Opslag agrarische producten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.4.1 ten behoeve van buitenopslag van agrarische producten op verharde gronden buiten het bouwvlak of bouwstede die in eigendom zijn van de agrariër, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de verkeersaantrekkende werking en de ontsluitingsmogelijkheden zijn passend bij het gebied waar de buitenopslag wordt gevestigd, waarbij wordt voldaan aan het afwegingsprincipe zonering dynamiek-luwte-rust uit hoofdstuk 7 van de Visie Buitengebied; b. de buitenopslag mag niet leiden tot een belemmering voor de ontwikkeling van de omliggende functies; c. de oppervlakte bedraagt maximaal 200 m2.
3.6
Wijzigingsbevoegdheid
3.6.1
Tuin
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen ten behoeve van de bestemming 'Tuin', met dien verstande dat: a. uitsluitend de bestemming van de gronden die grenzen aan de bestemming 'Wonen' mogen worden gewijzigd in de bestemming 'Tuin'; b. de wijzigingsbevoegdheid niet eerder wordt toegepast dan nadat de betrokken gronden in eigendom aan de aanvrager zijn overgedragen; c. de bestemmingswijziging mag niet leiden tot een belemmering voor de ontwikkeling van de omliggende functies. 3.6.2
Wonen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden met de bestemming 'Agrarisch' ter plaatse van het bouwvlak of de bouwstede te wijzigen in de bestemming 'Wonen', indien is komen vast te staan dat ter plaatse geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. indien de oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak 'Wonen' niet meer dan 1.500 m² bedraagt en de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen niet meer bedraagt dan 400 m² en hiertoe alle overtollige bebouwing wordt gesloopt, dan is geen aanvullende kwaliteitsverbetering vereist; 2. indien de oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 1.500 m², maar niet meer bedraagt dan 5.000 m², en de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen niet meer bedraagt dan 500 m² en hiertoe alle overtollige bebouwing wordt gesloopt, dan dient te worden voorzien in een goede landschappelijke inpassing overeenkomstig een landschappelijk inpassingsplan; 3.
indien de oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak 'Wonen' groter is dan 5.000 m² en/of de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen meer bedraagt dan 600 m², dan dient er sprake te zijn van een versterking van de ruimtelijke kwaliteit, waarbij wordt voldaan aan het afwegingsprincipe bijdrage aan de kwaliteit van het landschap uit hoofdstuk 7 van de Visie Buitengebied; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag ten behoeve van statische opslag en stalling maximaal 1.000 m² van de bestaande gebouwen worden gebruikt, mits: 1. alle overtollige bebouwing wordt gesloopt; 2. de oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak 'Wonen' niet meer bedraagt dan 5.000 m²; 3. er geen sprake is van buitenopslag of buitenstalling, en 32
c.
d. e.
f. g. h.
4. wordt voorzien in de realisatie en instandhouding van een goede landschappelijke inpassing overeenkomstig de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan; indien er sprake is van uitsluitend één bij de voormalige bedrijfswoning aangebouwd bedrijfsgebouw, dit bedrijfsgebouw één architectonisch geheel vormt met de woning en in goede bouwkundige staat verkeert, dan behoeft geen sloop plaats te vinden; de inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 750 m3; er dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat in de woning, waaronder in elk geval wordt verstaan dat dient te worden voldaan aan de wettelijke eisen ten aanzien van de milieuaspecten geluidhinder, geurhinder en luchtkwaliteit; de bestemmingswijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen erf aanwezig te zijn; gronden die niet worden voorzien van de bestemming 'Wonen', houden de agrarische bestemming.
3.6.3
Bedrijf - Agrarisch aanverwant
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden met de bestemming 'Agrarisch' ter plaatse van het bouwvlak of de bouwstede, voor zover deze niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel', te wijzigen in de bestemming 'Bedrijf - Agrarisch aanverwant', indien is komen vast te staan dat ter plaatse geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de verkeersaantrekkende werking en de ontsluitingsmogelijkheden passend zijn bij het gebied waar de ontwikkeling plaatsvindt, waarbij wordt voldaan aan het afwegingsprincipe zonering dynamiek-luwte-rust uit hoofdstuk 7 van de Visie Buitengebied; b. ten behoeve van agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarisch aanverwante bedrijven mag maximaal 2.500 m² van de bestaande gebouwen worden gebruikt, mits: 1. alle overtollige bebouwing wordt gesloopt; 2. geen sprake is van buitenopslag of buitenstalling, en 3. wordt voorzien in de realisatie en instandhouding van een goede landschappelijke inpassing overeenkomstig de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan; c. indien er sprake is van uitsluitend één bij de voormalige bedrijfswoning aangebouwd bedrijfsgebouw, dit bedrijfsgebouw één architectonisch geheel vormt met de woning en in goede bouwkundige staat verkeert, dan behoeft geen sloop plaats te vinden; d.
de oppervlakte van het bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan 1,5 ha; e. de bestemmingswijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de omliggende functies; f. er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen erf aanwezig te zijn. 3.6.4
Plattelandswoning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van het toestaan van wonen, anders dan ten behoeve van het agrarische bedrijf zoals is bedoeld in artikel 1.1a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in een voormalige agrarische bedrijfswoning, met dien verstande dat: a. het aantal (bedrijfs)woningen op het desbetreffende perceel niet toeneemt; b. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: 1. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 2. het landschaps- en bebouwingsbeeld; c. ter plaatse van de woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat, waaronder in elk geval wordt verstaan dat dient te worden voldaan aan de wettelijke eisen ten aanzien van de milieuaspecten geluidhinder, geurhinder en luchtkwaliteit. 3.6.5
Vormverandering bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak, van een intensieve veehouderij, ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de totale oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot;
33
b. vormverandering mag er niet toe leiden dat bestaande bedrijfsbebouwing buiten het bouwvlak komt te liggen; c. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; d. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven; e. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing waarbij wordt getoetst aan de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan; f. er dient te worden voldaan aan de regels omtrent de ammoniakemissie, zoals opgenomen in artikel 3.4.1 onder a. en b. g. er dient te worden voldaan aan de regels omtrent een zorgvuldige veehouderij, zoals opgenomen in artikel 3.3.6 onder a. t/m f.
3.6.6
Vergroting bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het de bestemming te wijzigen ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak van een intensieve veehouderij tot maximaal 1,5 ha, ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. vergroting van het bouwvlak is noodzakelijk uit oogpunt van de regelgeving op het gebied van dierwelzijn; b. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; c. er mag geen sprake zijn van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven; d. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing waarbij wordt getoetst aan de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan; e. er dient te worden voldaan aan de regels omtrent de ammoniakemissie, zoals opgenomen in artikel 3.4.1 onder a. en b. f. er dient te worden voldaan aan de regels omtrent een zorgvuldige veehouderij, zoals opgenomen in artikel 3.3.6 onder a. t/m f.
34
Artikel 4 4.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten welke zijn opgenomen in ten hoogste categorie 2 van de in de Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten ter plaats van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2', alsmede voor: 1. een aannemersbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf aannemersbedrijf; 2. een aannemersbedrijf, alsmede verhuur van bouw- en sloopmachines, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf en verhuur bouw- en sloopmachines'; 3. een garage- en autoreparatiebedrijf, uitsluitend ter plaats van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autobedrijf'; 4. een computerservice- en informatietechnologiebureau, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - computerservice- en informatietechnologiebureau'; 5. een groothandel in hout en bouwmaterialen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groothandel in hout en bouwmaterialen'; 6. een groothandel in machines, apparaten en toebehoren, uitsluitend ter plaats van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groothandel in machines apparaten en toebehoren'; 7. met bakkerij samenhangende detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - met bakkerij samenhangende detailhandel'; 8.
een metaalbewerkingsbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aandudiing 'specifieke vorm van bedrijf - metaalbewerkingsbedrijf'; 9. een slachterij en tevens daarmee samenhangende detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - slachterij'; 10. verhuur van machines en werktuigen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - verhuur machines en werktuigen'; 11. vervaardiging en reparatie van audio-, video- en telecommunicatieapparatuur en benodigdheden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - audio-, video- en telecommunicatieapparatuur'; 12. vervaardigen van en handel in pallets, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - pallets'; 13. vervaardiging van meel en diervoerder, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vervaardiging van meel en diervoerder'; 14. een werkplaats met bijbehorende opslag ten dienste van het waterschap, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats en opslag waterschap'; 15. een transportbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'transportbedrijf'; 16. een rioolwaterzuiveringsinstallatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'waterzuiveringsinstallatie'; 17. een opslagbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag'; 18.
een dierenpension, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'dierenpension'; 19. handel in erfverharding, bouwmaterialen en tuinbenodigdheden, foeragehandel, een bedrijf voor binnen- en buiten op- en overslag, be- en verwerking en (detail)handel van goederen die samenhangen met de toegestane bedrijfsactiviteiten (o.a. dakpannen en pallets), uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - handel, opslag en verwerking van goederen'; 20. vervaardiging en bewerking van textiel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vervaardiging en bewerking van textiel'; 21. detailhandel in dierbenodigdheden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - detailhandel in dierbenodigdheden'; b. bedrijfsactiviteiten welke zijn opgenomen in ten hoogste categorie 3.1 ter plaats van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1' van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten
35
alsmede voor: 1. een caravanconstructie en aanhangwagenmaker, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - caravanconstructie en aanhangwagenmaker'; 2. een groothandel in bestrijdingsmiddelen en kunstmest, uitsluitend ter plaats van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groothandel in bestrijdingsmiddelen en kunstmest'; 3. een metaalconstructiebedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specfieke vorm van bedrijf - metaalconstructiebedrijf'; 4. een transportbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'transportbedrijf'; 5. laad-, los- en overslagactiviteiten ten behoeve van de zeescheepvaart, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'laad- en losplaats'; c. een onderhoudsbedrijf behorende tot categorie 3.1 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf onderhoudsbedrijf'; d. een benzineservicestation met lpg-verkoop behorende tot categorie 3.1 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten met daaraan ondergeschikte horeca- en detailhandelsactiviteiten ten dienste van de hoofdfunctie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'; e.
een benzineservicestation zonder lpg-verkoop met daaraan ondergeschikte horeca- en detailhandelsactiviteiten ten dienste van de hoofdfunctie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'; f. een gemaal behorende tot categorie 2 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gemaal'; g. een nutsbedrijf behorende tot categorie 2 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening'; h. een expositieruimte, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf expositieruimte'; i. de opwekking van windenergie door middel van windturbines en opstelplaatsen ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines en voor de uitoefening van agrarische bedrijfsactiviteiten, als bedoeld in artikel 3, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf windturbinepark Oud Dintel'; j. ter plaatse van de aanduiding 'verkeer': tevens voor wegen ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines; k. ter plaatse van de aanduiding 'water': uitsluitend een watergang; l. een werkterrein ten dienste van wegenonderhoud met bijbehorende opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkterrein wegenonderhoud- en opslag'; m.
een antennemast, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf antennemast'; n. bedrijfsactiviteiten welke zijn opgenomen in ten hoogste categorie 2 van de in de opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten ter plaats van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - gestopt bedrijf'; o. bedrijfswoning, met dien verstande dat: 1. het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan 1 per bedrijf dan wel niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen'; 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; p. bebouwing behorende tot een voormalig agrarisch bedrijfscomplex, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - voormalig agrarisch bedrijf'; q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – elektrisch oplaadstation' een elektrisch oplaadstation; r. bedrijfsactiviteiten welke zijn opgenomen in ten hoogste categorie 3.2 van de in de Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten ter plaats van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2; met daarbij behorende: s. t. u. v. w.
toegangswegen, -paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; erven en tuinen; waterhuishoudkundige voorzieningen.
36
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. indien het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak, dan zijn de gebouwen uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de afstand van de bedrijfswoning tot de dichtsbij gelegen openbare weg mag niet minder bedragen dan de bestaande afstand; c. bijgebouwen, overkappingen en aanbouwen aan de bedrijfswoning dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning te worden gebouwd; d. voor de maatvoering van bedrijfsgebouwen geldt dat: 1. indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak', dan mag het bebouwd oppervlak niet meer bedragen dan is aangegeven; 2. indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage', dan mag het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 8 m; 4. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 10 m, dan wel niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte'; e. voor de maatvoering van de bedrijfswoning, inclusief aanbouwen, geldt dat: 1. de inhoud niet meer mag bedragen dan 750 m3; 2. de goot- en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 6 m en 11 m; 3.
de goothoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning vermeerderd met 0,35 m; 4. de bouwhoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan 1,5 maal de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning; f. voor de maatvoering van de bedrijfswoning, inclusief aanbouwen, bij dijkbebouwing geldt dat: 1. de inhoud niet meer mag bedragen dan 750 m3; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8,5 m; 3. de goothoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning vermeerderd met 0,35 m; 4. de bouwhoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan 1,5 maal de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning; g. voor de maatvoering van bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning geldt dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m2 per woning; 2. de goot- en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; h. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - voormalig agrarisch bedrijf' en 'specifieke vorm van bedrijf - gestopt bedrijf' mogen aanwezige gebouwen in geen enkel opzicht worden uitgebreid, met dien verstande dat de bedrijfswoning wel mag worden vergroot voor zover de maximale inhoudsmaat niet wordt overschreden. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van terrein en erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van een antennemast ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf antennemast' mag niet meer bedragen dan 40 m; c. ter plaatse van de aanduidingen 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' en 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg': 1. mag de bouwhoogte van overkappingen niet meer bedragen dan 6 m; 2. is per bedrijf één reclamezuil toegestaan, met dien verstande dat de bouwhoogte van de reclamezuil niet meer mag bedragen dan 15 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m.
37
4.2.3
Windturbinepark Oud Dintel
In afwijking van het bepaalde in de subleden 4.2.1 en 4.2.2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - windturbinepark Oud Dintel' de volgende regels voor het bouwen van bouwwerken: a. het minimum aantal windturbines bedraagt ten minste het met de aanduiding 'mininum aantal windturbines' aangegeven aantal; b. het maximum aantal windturbines bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal windturbines' aangegeven aantal; c. de minimale bouwhoogte mag niet minder bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; d. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; e. de rotordiameter van een windturbine bedraagt ten minste 82 m; f. de rotordiameter van een windturbine bedraagt ten hoogste 101 m; g. de tiphoogte van een windturbine bedraagt ten minste 140 m; h. de tiphoogte van een windturbine bedraagt ten hoogste 150 m; i. een windturbine heeft 3 rotorbladen; j. de rotordiameter, de bouwhoogte en de vormgeving van de alle windturbines dienen hetzelfde te zijn; k. de draairichting van de windturbines is rechtsom gezien vanaf de zijde van de hub; l. de afstand tussen de windturbines dient gelijk te zijn; m. de afstand tussen de windturbines onderling bedraagt: 1.
indien 5 windturbines worden gebouwd: ten minste 370 m; 2. indien 6 windturbines worden gebouwd: ten minste 295 m; n. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 4 m; o. windturbines waarvoor na toetsing, verzorgd door de initiefnemer, aan het Toetsingskader Defensieradar geen positief advies is ontvangen van het Ministerie van Defensie zijn niet toegestaan. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afstand bedrijfswoning tot de openbare weg
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2 sublid 4.2.1 ten behoeve van het verkleinen van de bestaande afstand van bedrijfswoning tot de dichtsbij gelegen openbare weg, met dien verstande dat uit akoestisch onderzoek is gebleken dat op de nieuwe locatie van de bedrijfswoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat, waaronder in elk geval wordt verstaan dat dient te worden voldaan aan de wettelijke eisen ten aanzien van de milieuaspecten geluidhinder en luchtkwaliteit. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en/of opstallen ten behoeve van twee of meer zelfstandige bedrijven, met uitzondering van de gronden en/of opstallen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijventerrein'; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden welke zijn gelegen voor de naar de openbare weg gekeerde gevel ten behoeve van de opslag van goederen; c. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden welke niet zijn bedoeld onder a ten behoeve van de opslag van goederen met een totale opslaghoogte van meer dan 8 m; d. geluidzoneringsplichtige inrichtingen, met uitzondering van laad-, los- en overslagactiviteiten ten behoeve van de zeescheepvaart ter plaatse van de aanduiding 'laad- en losplaats'; e. het gebruik dat leidt tot een verminderde bereikbaarheid en toegankelijkheid van de windturbines ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch'.
38
4.4.2
Zorgvuldige landschappelijke inpassing
Op de percelen welke zijn opgenomen in de navolgende tabel dient de landschappelijke inpassing te worden gerealiseerd, beheerd en in stand gehouden conform de landschappelijke inpassingsplannen waar per perceel naar wordt verwezen in de navolgende tabel: Adres
Van toepassing zijnde landschappelijk inpassingsplan
Kreekdijk 9, Standaardbuiten
Landschappelijk inpassingsplan Kreekdijk 9
Potenblokseweg 2a, Heijningen
Landschappelijk inpassingsplan Potenblokseweg 2a
Molendijk 6, Standdaarbuiten
Landschappelijk inpassingsplan Molendijk 6
4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - windturbinepark Oud Dintel' uit te voeren: a. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van de dagrecreatie in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen en parkeerplaatsen; b. het vellen en rooien van houtgewas ten behoeve van randbeplanting in agrarische bouwpercelen; c. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen; d. het verlagen van de bodem en het afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning krachtens de Ontgrondingswet is vereist, en het egaliseren van gronden. 4.5.2
Uitzonderingen op het aanlegverbod
Het verbod in sublid 4.5.1 is niet van toepassing voor: a. werkzaamheden in het kader van bestemmingen zoals genoemd in het lid 4.1 en bijbehorende functies; b. andere werken, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; c. het aanleggen van verhardingen ten behoeve van in- en uitritten; d. andere werken die op het moment van het inwerkingtreden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 4.5.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
a. een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 4.5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van het andere werk, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen; b. bij de afweging als bedoeld in sub a wordt in ieder geval betrokken het bepaalde in lid 4.1.
39
Artikel 5 5.1
Bedrijf - Agrarisch aanverwant
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een agrarisch technisch hulpbedrijf/ landbouwmechanisatiebedrijf gericht op het vervaardigen en repareren van landbouwwerktuigen (hoofdactiviteit), alsmede metaalconstructie voor zowel de agrarische als de niet-agrarische sector (nevenactiviteit) in ten hoogste categorie 3.1 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - landbouwmechanisatiebedrijf'; b. een agrarisch hulp- en nevenbedrijf/agrarisch loonbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch loonbedrijf'; c. opslag van agrarische producten voor derden in ten hoogste categorie 2 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag'; d. een agrarisch hulp- en nevenbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch hulp- en nevenbedrijf'; e. een agrarisch hulp- en nevenbedrijf en de opvang van politiehonden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch hulp- en nevenbedrijf en opvang politiehonden'; f.
een agrarisch loonbedrijf en op- en overslag van mest behorende tot categorie 3.1 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch loonbedrijf en op- en overslag mest. De op- en overslag van mest is op ten hoogste 50% van het bestemmingsvlak toegestaan; g. een fouragehandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf fouragehandel'; h. een groothandel in en/of opslag van agrarische producten/agrarisch loonbedrijf in ten hoogste categorie 3.1 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groothandel in agrarische producten'; i. een groothandel in en/of opslag van agrarische producten, alsmede voor be- en verwerking van agrarische producten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf groothandel en opslag agrarische producten'; j. een groothandel in, verwerking van en/of opslag van agrarische producten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groothandel, verwerkings- en opslagbedrijf van agrarische producten'; k. een kwekerij van en groothandel in huisdieren, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kwerkerij van- en groothandel in huisdieren'; l.
agrarisch loonbedrijf met een mestverwerkingsinstallatie met bijbehorende op- en overslag van mest in ten hoogste categorie 3.1 van de de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - mestverwerking'; m. een hoveniersbedrijf in ten hoogste categorie 3.1 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hovenier'; n. bedrijfsactiviteiten welke zijn opgenomen in ten hoogste categorie 2 van de in de Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten ter plaats van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf gestopt bedrijf'; o. agrarische nevenactiviteiten in de vorm van akkerbouw, vollegrondstuinbouw, fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij, alsmede een bestaande nevenactiviteit in de grondgebonden of intensieve veehouderij; p. nevenactiviteiten, met dien verstande dat: 1. maximaal 400 m2 van de de bedrijfsgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van de nevenactiviteit, tenzij onder 2 anders is bepaald; 2. uitsluitend de navolgende nevenactiviteiten zijn toegestaan: het gebruik ten behoeve van akker- en vollegrondstuinbouw binnen alle bedrijfsgebouwen; het gebruik ten behoeve van fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij binnen alle bedrijfsgebouwen; ambachtelijke bedrijvigheid zoals een kaasmakerij en bewerking en verwerking van
40
agrarische producten uitsluitend binnen bedrijfsgebouwen, mits de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; agrarisch aanverwante bedrijven welke zijn opgenomen in categorie 1 en 2 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten uitsluitend binnen bedrijfsgebouwen, mits de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; opslag en stalling van agrarische en niet-agrarische producten, goederen en materialen uitsluitend in de bestaande gebouwen tot een maximale oppervlakte van 1.000 m2, ten behoeve van particulieren of het ter plaatse gevestigde bedrijf, mits de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; de verkoop van op het eigen bedrijf of in de regio geproduceerde agrarische producten uitsluitend binnen bedrijfsgebouwen, mits de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2; hoefsmederij uitsluitend binnen de bestaande gebouwen; q. bedrijfswoning, met dien verstande dat: 1. het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan 1 per bedrijf dan wel niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen'; 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; r.
bebouwing behorende tot een voormalig agrarisch bedrijfscomplex, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - voormalig agrarisch bedrijf'; met inachtneming van het volgende: s. indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' dan zijn uitsluitend activiteiten voor zover deze voorkomen in ten hoogste categorie 2 van de de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is op de opvang van politiehonden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf agrarisch hulp- en nevenbedrijf en opvang politiehonden'; t. indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1' dan zijn uitsluitend activiteiten voor zover deze voorkomen in ten hoogste categorie 3.1 van de de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is op het kweken van huisdieren ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kwerkerij van- en groothandel in huisdieren'. met daarbij behorende: u. v. w. x. y.
toegangswegen, -paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; erven en tuinen waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. indien het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak, dan zijn de gebouwen uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de afstand van de bedrijfswoning tot de dichtsbij gelegen openbare weg mag niet minder bedragen dan de bestaande afstand; c. bijgebouwen, overkappingen en aanbouwen aan de bedrijfwoning dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning te worden gebouwd; d. voor de maatvoering van bedrijfsgebouwen geldt dat: 1. indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak', dan mag het bebouwd oppervlak niet meer bedragen dan is aangegeven; 2. de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 8 m en 10 m; e. voor de maatvoering van de bedrijfswoning, inclusief aanbouwen, geldt dat: 1. de inhoud niet meer mag bedragen dan 750 m3; 2. de goot- en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 6 m en 11 m; 3. de goothoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag
41
van de bedrijfswoning vermeerderd met 0,35 m; 4. de bouwhoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan 1,5 maal de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning; f. voor de maatvoering van de bedrijfswoning, inclusief aanbouwen, bij dijkbebouwing geldt dat: 1. de inhoud niet meer mag bedragen dan 750 m3; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8,5 m; 3. de goothoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning vermeerderd met 0,35 m; 4. de bouwhoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan 1,5 maal de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning; g. voor de maatvoering van bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning geldt dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m2 per woning; 2. de goot- en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; h. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - voormalig agrarisch bedrijf' en 'specifieke vorm van bedrijf - gestopt bedrijf' mogen aanwezige gebouwen in geen enkel opzicht worden uitgebreid, met dien verstande dat de bedrijfswoning wel mag worden vergroot voor zover de maximale inhoudsmaat niet wordt overschreden. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van terrein en erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afstand bedrijfswoning tot de openbare weg
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2 sublid 5.2.1 ten behoeve van het verkleinen van de bestaande afstand van bedrijfswoning tot de dichtsbij gelegen openbare weg, met dien verstande dat uit akoestisch onderzoek is gebleken dat op de nieuwe locatie van de bedrijfswoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat, waaronder in elk geval wordt verstaan dat dient te worden voldaan aan de wettelijke eisen ten aanzien van de milieuaspecten geluidhinder en luchtkwaliteit. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. buitenopslag, met uitzondering van buitenopslag ter plaatse van de aanduidingen 'agrarisch loonbedrijf', 'specifieke vorm van bedrijf – groothandel, agrarische producten', 'specifieke vorm van bedrijf – agrarisch loonbedrijf en op- en overslag van mest' en 'specifieke vorm van bedrijf – mestverwerking'; b. het gebruik van gronden en/of opstallen ten behoeve van twee of meer zelfstandige bedrijven. 5.4.2
Zorgvuldige landschappelijke inpassing
Op de percelen welke zijn opgenomen in de navolgende tabel dient de landschappelijke inpassing te worden gerealiseerd, beheerd en in stand gehouden conform de landschappelijke inpassingsplannen waar per perceel naar wordt verwezen in de navolgende tabel: Adres
Van toepassing zijnde landschappelijk inpassingsplan
Oostmiddelweg 3, Willemstad
Landschappelijk inpassingsplan Oostmiddelweg 3
Stadsedijk 30, Oudemolen
Landschappelijk inpassingsplan Stadsedijk 30
42
Stadsedijk 45c, Oudemolen
Landschappelijk inpassingsplan Stadsedijk 45c
5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.1 ten behoeve van het bouwen van een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met dien verstande dat: a. de bedrijfswoning noodzakelijk en doelmatig is; b. de bedrijfswoning enkel toelaatbaar is voor een volwaardig bedrijf als is bedoeld in lid 5.1 onder a dat genoemd wordt in lid 5.1 en dat een volwaardig bedrijf is; c. de aanvraag voor een omgevingsvergunning ten behoeve van deze afwijking dient ter toetsing te worden voorgelegd aan een bedrijfseconomische deskundige omtrent de vraag of de bedrijfseconomische noodzaak voor een bedrijfswoning is aangetoond; d. de bedrijfswoning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende agrarische bedrijven voortvloeiend uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. de afstand tot kassen en boomgaarden van derden dient tenminste 50 m te bedragen; f. voldaan moet worden aan de bepalingen ingevolge de Wet geluidhinder en het Besluit Luchtkwaliteit. 5.5.2
Nevenactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.1 ten behoeve van het toestaan van nevenactiviteiten, met dien verstande dat: a. maximaal 400 m2 van de de bedrijfsgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van de nevenactiviteit, tenzij onder b anders is bepaald; b. uitsluitend de navolgende nevenactiviteiten zijn toegestaan: 1. ambachtelijke bedrijvigheid zoals een kaasmakerij en bewerking en verwerking van agrarische producten uitsluitend binnen bedrijfsgebouwen, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone groenblauwe mantel'; 2. agrarisch aanverwante bedrijven welke zijn opgenomen in categorie 1 en 2 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten uitsluitend binnen bedrijfsgebouwen, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; 3. agrarisch aanverwante bedrijven welke zijn opgenomen in categorie 3.1 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten uitsluitend binnen bedrijfsgebouwen, mits: de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; de nevenactiviteit milieutechnisch inpasbaar is in haar omgeving; 4. opslag en stalling van agrarische en niet-agrarische producten, goederen en materialen uitsluitend in de bestaande gebouwen binnen het bouwvlak of de bouwstede ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; 5.
veehandelsbedrijven en paardenhandel uitsluitend binnen de bestaande gebouwen; 6. africhtingsbedrijven voor paarden uitsluitend binnen de bestaande gebouwen; 7. fouragehandel uitsluitend binnen de bestaande gebouwen; c. in afwijking van het bepaalde onder a en b mag de oppervlakte van de nevenacitiviteiten welke zijn opgenomen in lid 5.1 worden uitgebreid tot 1.000 m2; d. de nevenactiviteit past binnen de ontwerprichtlijnen uit het Landschapskwaliteitsplan; e. de nevenactiviteiten mogen niet leiden tot een belemmering voor de ontwikkeling van de omliggende functies; f. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; g. de verkeersaantrekkende werking en de ontsluitingsmogelijkheden passend zijn bij het gebied waar de nevenactiviteit wordt gevestigd, waarbij wordt voldaan aan het afwegingsprincipe zonering dynamiek-luwte-rust uit hoofdstuk 7 van de Visie Buitengebied.
43
Artikel 6 6.1
Bedrijf - Nutsbedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een hoogspannings(koppel)station voor het transporteren, verdelen en transformeren van elektrische energie met bijbehorende voorzieningen; b. kabels en leidingen; c. groenvoorzieningen; d. wegen, paden en verharding; e. parkeervoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: g. gebouwen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; i. erven en terreinen. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de bestaande gebouwen. 6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 18 m, behoudens bliksempieken en erf- en terreinafscheidingen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de bouwhoogte van bliksempieken mag niet meer bedragen dan 25 m.
44
Artikel 7 7.1
Cultuur en ontspanning
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud en herstel van cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden in de vorm van een fort met randbeplanting, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - fort', met de daarbij behorende functies: 1. horeca behorende tot categorie 2 van Bijlage 2 Staat van horeca-activiteiten; 2. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; 3. werk- en kantoorruimte voor artistieke en ambachtelijke bedrijfsactiviteiten; 4. kleinschalige overnachtingsmogelijkheden; 5. een atelier, beeldentuin, expositieruimte en voorzieningen ten behoeve van het uitvoeren van theatervoorstellingen; 6. informatiecentrum; 7. kamperen, met dien verstande dat het aantal kampeermiddelen niet meer mag bedragen dan 25; 8. maatschappelijke voorzieningen; 9. fiets- en wandelpaden; 10. fietsenstalling; b. een molen met de daarbij behorende activiteiten zoals het malen van graan, het verkopen van meel en het behoud en herstel van de molen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - molen'; met daarbij behorende: c. d. e. f.
toegangswegen, -paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen;
7.2
Bouwregels
7.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. uitsluitend de bestaande gebouwen, op de bestaande locatie en met de bestaande maatvoeringen zijn toegestaan. 7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - fort' niet meer mag bedragen dan 17 m.
45
Artikel 8 8.1
Detailhandel
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een bouwmarkt, inclusief de productgroep dier en tuin, en de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - bouwmarkt'; b. een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'; c. een supermarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt'; met daarbij behorende: d. e. f. g. h.
toegangswegen, -paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; erven en tuinen; waterhuishoudkundige voorzieningen.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. indien het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak, dan zijn de gebouwen uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voor de maatvoering van bedrijfsgebouwen geldt dat: 1. indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak', dan mag het bebouwd oppervlak niet meer bedragen dan is aangegeven; 2. de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 8 m en 10 m. 8.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van terrein en erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4,5 m.
46
Artikel 9 9.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
9.2
beplantingen en andere groenvoorzieningen; bermen; paden; water en watergangen; voor een onderhoudspad van de bestaande watergang, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - onderhoudspad watergang'. Bouwregels
Op of in deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m.
47
Artikel 10 10.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een hotel-restaurant behorende tot categorie 1a van Bijlage 2 Staat van horeca-activiteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hotel'; b. een café-restaurant behorende tot categorie 2 van Bijlage 2 Staat van horeca-activiteiten en kleinschalig kamperen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca café-restaurant en kleinschalig kamperen'; c. een wegrestaurant behorende tot categorie 1a van Bijlage 2 Staat van horeca-activiteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specfieke vorm van horeca - wegrestaurant'; d. een seksinrichting, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'seksinrichting'; e. één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; met daarbij behorende: f. g. h. i. j.
toegangswegen, -paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; erven en tuinen; waterhuishoudkundige voorzieningen.
10.2
Bouwregels
10.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. indien het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak, dan zijn de gebouwen uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de afstand van de bedrijfswoning tot de dichtsbij gelegen openbare weg mag niet minder bedragen dan de bestaande afstand; c. bijgebouwen, overkappingen en aanbouwen aan de bedrijfwoning dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning te worden gebouwd; d. voor de maatvoering van bedrijfsgebouwen geldt dat: 1. indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak', dan mag het bebouwd oppervlak niet meer bedragen dan is aangegeven; 2. indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage', dan mag het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 10 m en 12 m, tenzij anders is aangegeven; e. voor de maatvoering van de bedrijfswoning, inclusief aanbouwen, geldt dat: 1. de inhoud niet meer mag bedragen dan 750 m3; 2. de goot- en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 6 m en 11 m; 3. de goothoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning vermeerderd met 0,35 m; 4.
de bouwhoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan 1,5 maal de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning; f. voor de maatvoering van de bedrijfswoning, inclusief aanbouwen, bij dijkbebouwing geldt dat: 1. de inhoud niet meer mag bedragen dan 750 m3; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8,5 m; 3. de goothoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning vermeerderd met 0,35 m; 4. de bouwhoogte van aanbouwen niet meer mag bedragen dan 1,5 maal de hoogte van de begane grondlaag van de bedrijfswoning; g. voor de maatvoering van bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning geldt dat:
48
1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m2 per woning; 2. de goot- en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m. 10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van terrein en erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van een reclamemast mag niet meer bedragen dan 15 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m. 10.3