Bijlage 6 - P24-115 activiteitenplan Koekoek II - Definitief v.2
Tekst van het document
Nesten van de volgende soorten zijn jaarrond beschermd indien ze nog in functie zijn: Boomvalk
Falco subbuteo
Buizerd Gierzwaluw
Buteo buteo Apus apus
Grote gele kwikstaart Havik
Motacilla cinerea Accipiter gentilis
Huismus
Passer domesticus
Kerkuil Oehoe
Tyto alba Bubo bubo
Ooievaar Ransuil
Ciconia ciconia Asio otus
Roek Slechtvalk
Corvus frugilegus Falco peregrinus
Sperwer
Accipiter nisus
Steenuil Wespendief
Athene noctua Pernis apivorus
Zwarte wouw
Milvus migrans
Nesten van de volgende soorten zijn niet jaarrond beschermd (categorie 5), maar hiervan is inventarisatie wel gewenst: Blauwe reiger Boerenzwaluw
Ardea cinerea Hirundo rustica
Bonte vliegenvanger Boomklever
Ficedula hypoleuca Sitta europaea
Boomkruiper Bosuil
Certhia brachydactyla Strix aluco
Brilduiker
Bucephala clangula
Draaihals Eider
Jynx torquilla Somateria mollissima
Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht
Pica pica Phoenicurus phoenicurus
Grote bonte specht Hop
Dendrocopos major Upupa epops
Huiszwaluw
Delichon urbica Alcedo atthis
IJsvogel Kleine bonte specht
Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk Zeearend
Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht
Parus palustris Muscicapa striata Picus viridis
Dendrocopos minor Ficedula parva Parus major Certhia familiaris macrodactyla Riparia riparia Parus caeruleus Corvus corax Aegolius funereus Sturnus vulgaris Oenanthe oenanthe Falco tinnunculus Haliaeëtus albicilla Corvus corone Parus ater Phoenicurus ochruros Dryocopus martius
Bijlage 5: Uitwerking van een alternatief foerageergebied. Wanneer een essentieel foerageergebied zijn functie niet meer vervult kan worden, is het noodzakelijk om voorafgaand voor de werkzaamheden maatregelen te nemen om nadelige effecten van vleermuissoorten te voorkomen. Hiervoor kan een alternatief foerageergebied aangeboden worden: -
Het alternatieve foerageergebied dient zo goed mogelijk de oorspronkelijke situatie te benaderen betreffende hoogte, structuur, dichtheid en oriëntatie.
-
Het duurt veelal minimaal twee tot drie jaar voor een beplanting om uit te kunnen groeien tot een vergelijkbaar te functioneren foerageergebied als het oorspronkelijke foerageergebied.
-
Het nieuwe foerageergebied dient een zo voldoende beschut gebied met een voldoende groot insectenaanbod te leveren dat tevens wordt gebruikt door vleermuizen. Belangrijk hierbij is dat het vervangende foerageergebied niet mag onderdoen voor de oorspronkelijke locatie.
-
Voor voldoende insectenaanbod is de aanwezigheid van water veelal van belang.
-
Het alternatieve foerageergebied dient tijdig voor aanvang van de werkzaamheden aanwezig te zijn zodat de vleermuizen het nieuwe gebied kunnen ontdekken, vooraleer het voor hen kan functioneren.
-
Het vervangende foerageergebied zal bij voorkeur nabij het oorspronkelijke foerageergebied gelegen zijn, maar buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden om alsnog mogelijke verstoring te voorkomen.
-
De getroffen maatregelen moeten op hun effectiviteit en functionaliteit gemonitord worden door een ecoloog of vleermuisdeskundige. Daarbij dient de inrichting van het nieuwe foerageergebied bepaald te worden door deze persoon.
Bijlage 6: Uitwerking van een alternatieve vliegroute. Een alternatieve vliegroute biedt vleermuizen de mogelijkheid om niet verstoort te worden in hun migratie en/ of foerageren wanneer er werkzaamheden plaatsvinden. Deze vliegroute moet de oorspronkelijke situatie zo goed mogelijk benaderen wat betreft hoogte, structuur, dichtheid, ect. Bij voorkeur moet de alternatieve vliegroute nabij of parallel aan de originele vliegroute liggen. Het is van belang dat deze alternatieve vliegroute aanwezig en functioneel is voordat de werkzaamheden beginnen. Wanneer de vliegroute tevens als foerageergebied wordt gebruikt, dient er rekening gehouden te worden met een periode van minimaal twee à drie groeiseizoenen voor het vervangen van de vliegroute. Een alternatieve vliegroute kan in de vorm van het aanleggen van nieuwe beplanting of schermen. Nieuwe beplanting -
De vliegroute functioneert pas wanneer de nieuw aangeplante bomen een hoogte van minimaal vijf meter hebben bereikt en een onderste kroonbreedte van minimaal twee en halve meter hebben. Hierbij mag de plantafstand maximaal zeven meter zijn.
-
Wanneer er grote gaten in vliegroutes aanwezig zijn, kunnen deze gaten overbrugd worden door het plaatsen van hoge palen, deze palen bevatten een hoogte van vier en halve meter (waarvan minstens drie meter boven de grond). Deze palen hebben een minimum doorsnede van twintig centimeter en worden op een dubbele rij in verband geplaatst op een afstand van een halve meter van elkaar.
-
Monitoring kan aan de orde zijn wanneer de periode dat de nieuw te planten bomenrij functioneert als de functie van vliegroute van de te kappen bomenrij tijdelijk wordt overgenomen door in bakken geplaatste bomen.
Schermen - De schermen moeten een minimale hoogte van twee meter bevatten en op palen staan van minimaal anderhalve meter hoog, de totale hoogte van de schermen en de palen bedraagt minimaal drie meter; -
Een scherm kan zowel van stuifzanddoek als van gaaswerk met een maximale maaswijdte van anderhalve centimeter zijn, of gemaakt worden van wilgentenen of rietstengels.
-
Schermen zijn gevoelig voor wind, hierdoor is goed onderhoud van belang na stormachtig weer in het actieve seizoen van de vleermuizen.
-
Monitoring kan aan de orde zijn als schermen en dergelijke worden aangebracht als tijdelijke overbrugging en te kunnen functioneren als echo-baken of als wind- of lichtscherm. Dergelijke schermen dienen minimaal een maand aanwezig te zijn voorafgaand het verwijderen van de oorspronkelijke vliegroute, hierbij zal de hoogte en de keuze tussen enkel- of dubbelscherm aansluiten aan de oorspronkelijke situatie.
Tijdelijk gerealiseerde vliegroutes dienen te functioneren tijdens de gehele periode van de werkzaamheden. Mogelijk is hier onderhoud voor nodig. Verder is het van belang dat er geen bouwlicht schijnt op de alternatieve vliegroute.