Bijlage 3d - Bijlage bij de toelichting - Ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Koning Haakonstraat Moerdijk
Tekst van het document
Vogels
Tabel V. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.10 Wet natuurbescherming Artikel 3.10. Andere soorten Het is verboden om: 1. 2. 3.
In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A1, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B2, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Toelichting Het gaat bij artikel 10 om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers. Dieren zijn opgenomen in bijlage onderdeel A1. Planten zijn opgenomen in bijlage onderdeel B2 van de Wet natuurbescherming. Voor een aantal zoogdieren, amfibieen en reptielen geldt per provincie een vrijstelling onder bepaalde voorwaarden. Dit verschilt per provincie. De betreffende soorten zijn aangegeven met een sterretje. Daarnaast is het mogelijk dat sommige provincies ook ‘eigen’ beschermde soorten hanteren, als aanvulling op het landelijke. Soorten Dieren
Planten
Zoogdieren
aardmuis*, boommarter, bosmuis*, bunzing*, damhert, das, dwergmuis*, dwergspitsmuis*, edelhert, eekhoorn*, egel*, eikelmuis, gewone bosspitsmuis*, gewone zeehond, grote bosmuis, grijze zeehond, haas*, hermelijn*, huisspitsmuis*, konijn*, molmuis, ondergrondse woelmuis*, ree*, rosse woelmuis*, steenmarter*, tweekleurige bosspitsmuis*, veldmuis*, veldspitsmuis, vos*, waterspitsmuis, wezel*, wild zwijn, woelrat*
Amfibieën
Alpenwatersalamander, bruine kikker*, gewone pad*, kleine watersalamander*, meerkikker*, middelste groene kikker*, vinpootsalamander, vuursalamander
Reptielen
adder, hazelworm*, levendbarende hagedis*, ringslang
Vissen
beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, grote modderkruiper, kwabaal
vlinders
aardbeivlinder, bosparelmoervlinder, bruin dikkopje, bruine eikenpage, donker pimpernelblauwtje, duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine heivlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder, pimpernelblauwtje, sleedoornpage, spiegeldikkopje, veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje, veldparelmoervlinder, zilveren maan
Libellen
beekrombout, bosbeekjuffer, donkere waterjuffer, gevlekte glanslibel, gewone bronlibel, hoogveenglanslibel, Kempense heidelibel, speerwaterjuffer
Overige soorten
Europese rivierkreeft, vliegend hert
akkerboterbloem, akkerdoornzaad, akkerogentroost, beklierde ogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, bosboterbloem, bosdravik, brave hendrik, brede wolfsmelk, breed wollegras, bruinrode wespenorchis, dennenorchis, dreps, echte gamander, franjegentiaan, geelgroene wespenorchis, geplooide vrouwenmantel, getande veldsla, gevlekt zonneroosje, glad biggenkruid, gladde zegge, groene nachtorchis, groensteel, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, grote leeuwenklauw, honingorchis, kalkboterbloem, kalketrip, karthuizeranjer, karwijselie, kleine ereprijs, kleine schorseneer, stijve wolfsmelk, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, knollathyrus, knolspirea, korensla, kranskarwij, kruiptijm, lange zonnedauw, liggende ereprijs, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pijlscheefkalk, roggelelie, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, scherpkruid, schubvaren, schubzegge, smalle raai, spits havikskruid, steenbraam
Rapport 19377.002 versie D1
Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden onder conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Binnen de Wet natuurbescherming zijn op houtopstanden de artikelen van toepassing die zijn opgenomen in tabel VI. Tabel VI. Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming Artikel 4.1
De artikelen uitgezonderd artikel 4.6 zijn niet van toepassing op: a) Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) Houtopstanden op erven of in tuinen; c) Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) Kweekgoed; f) Wegbeplantingen, beplantingen langs waterwagen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden bestaande uit wilgen en populieren; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Artikel 4.2
1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.
Artikel 4.3 lid 1 en 2
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting, bedoeld in het eerste lid, herbeplanting die niet is aangeslagen.
Artikel 4.4 lid 1
De artikelen 4.2, eerste en derde lid, en 4.3, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op: het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel in het kader van natuurontwikkeling en -beheer
Artikel 4.5
Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels.
Rapport 19377.002 versie D1
Bijlage 2
Verklarende woordenlijst
Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.
Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.
Rapport 19377.002 versie D1
Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.
Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is.
Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.
Rapport 19377.002 versie D1
NOTITIE GELUID Onderwerp:
Quickscan onderzoek geluidbelasting braakliggend perceel Koning Haakonstraat
Aan:
Martijn van der Wielen
Van:
Werner van Loon 013 – 30 60 364 w.vanloon@omwb.nl
Collegiale toets:
Willem jan van Empel
Team:
Metingen en onderzoek
Status:
definitief
Datum:
22 juni 2022
Zaaknummer:
2022-024568
Inleiding Door de gemeente Moerdijk is gevraagd onderzoek te doen naar de optredende geluidbelastingen op een op dit moment braakliggend terrein aan de Koning Haakonstraat in de woonkern Moerdijk. De gemeente is voornemens hier woningen te realiseren. De bestemming die woningbouw mogelijk maakt past niet binnen het huidige bestemmingsplan (“Kern Moerdijk” vastgesteld in 2016), waardoor er een nieuw bestemmingsplan moet worden opgesteld. De planontwikkeling valt niet binnen de geluidzones van een weg, spoorweg of een krachtens de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting van relevante niet-gezoneerde wegen (30 km-uur wegen) op de ontwikkeling in beeld gebracht, in dit geval is de planontwikkeling gelegen binnen de invloedssfeer van de Klaverstraat Kloosterstraat, Koning Haakonstraat, Steenweg en Wethouder Matheestraat. Ter bepaling van de te verwachten geluidbelasting op de projectie is een computermodel opgebouwd. In het model zijn poldercontouren opgenomen De poldercontouren zijn bepaald voor een beoordelingshoogte van 1,5, 5, en 7,5 meter +mv, uitgaande van woningen met drie bouwlagen.
In het rekenprogramma is uitgegaan van de volgende parameters en uitgangspunten: Bodemfactor algemeen: 0 (harde reflecterende bodem) Bodemfactor gedefinieerde bodemgebieden: 0 (harde reflecterende bodem) Sectoren met een zichthoek van 2 graden; De geluidbelastingen zijn berekend met alle geluidrelevante gebouwen. De gebouwen schermen geluid af dan wel reflecteren dit. Het maximaal aantal reflecties bedraagt 1; Bij de bepaling van de geluidbelasting ter plaatse van de gevel wordt slechts rekening gehouden met het invallend geluid; Meteorologische correcties: SRM II RMG-2012; Luchtdemping: standaard SRM II RMG-2012.
Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 10 00 info@omwb.nl www.omwb.nl
Zichtbaar samen werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving
De gemeente Moerdijk beschikt alleen over verkeersgegevens van de Steenweg. Tot aan de kruising met de Klaverstraat bedraag de etmaalintensiteit circa 1.800 mvt/etmaal. Ten noorden van de kruising circa 200 mvt/etmaal. Aangezien alleen bestemmingsverkeer rijdt op de overige wegen, wordt als worstcase benadering uitgegaan van een etmaalintensiteit van 250 mvt/etmaal. Hierbij is de voertuigverdeling aangehouden, gebaseerd op een andere weg binnen de kern Moerdijk waar alleen bestemmingsverkeer rijdt (Havendijk). Uit de berekeningen blijkt dat de beoordelingshoogte van 1,5 meter + mv, zoals weergegeven in figuur 1, maatgevend is voor de optredende geluidbelasting op het perceel.
Figuur 1: berekening gecumuleerde geluidbelasting perceel Koning Haakonstraat
Uit de rekenresultaten blijkt dat ten gevolge van alle omliggende wegen een geluidbelasting optreedt van maximaal circa 56 dB Lden excl. aftrek artikel 110g Wgh. Wanneer wordt uitgegaan wordt van een geluidwering van 23 dB zal in de verblijfsruimten van de woningen sprake zijn van een binnenniveau van 33 dB, waarmee sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Een dergelijke geluidwering kan met gangbare thermisch isolerende geveldelen worden bereikt. Conclusie en advies Woningbouw op deze locatie is met betrekking tot het aspect geluid zonder voorwaarden mogelijk. De planontwikkeling is niet gelegen binnen een zone van een weg, spoorweg of industrieterrein. Met normaal gangbare thermisch isolerende geveldelen kan een acceptabel woon- en leefklimaat worden gewaarborgd.
ADVIES GELUID 2022-024571
pagina 2 van 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk
Opdrachtgever Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant De heer K. Mollenhauer Postbus 75 5000 AB TILBURG Adviesbureau Geofoxx Jules Verneweg 21-15 Postbus 2205 5001 CE TILBURG 013 - 458 21 61 Status Definitief Datum 18 juli 2022 Projectnummer 20220682/KVUG Documentkenmerk 20220682_a1RAP
Auteur De heer K. van Vugt Paraaf:
Kwaliteitscontrole en vrijgave De heer W. Wijnja Paraaf:
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk
Inhoudsopgave 1
Inleiding
1
2
Vooronderzoek en onderzoeksstrategie 2.1 Algemeen 2.2 Bronverwijzing 2.3 Locatiegegevens en huidig gebruik 2.4 Voormalig gebruik 2.5 Terreinverkenning 2.6 Omgeving 2.7 Beschikbare bodeminformatie 2.8 Bodemopbouw en geohydrologie 2.9 Conclusie vooronderzoek en onderzoekshypothese 2.10 Onderzoeksstrategie
2 2 2 3 4 4 5 5 6 7 7
Veld- en laboratoriumwerkzaamheden 2.11 Kwaliteit 2.12 Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden
9 9 9
3
Resultaten onderzoek 3.1 Resultaten veldonderzoek 3.2 Resultaten laboratoriumonderzoek
11 11 13
4
Interpretatie resultaten 4.1 Grond en grondwater 4.2 PFAS 4.3 Asbest
16 16 16 16
5
Samenvatting en conclusie 5.1 Samenvatting 5.2 Conclusie
17 17 17
Bijlagen 1 Situatietekeningen 1.1 Geografische ligging locatie 1.2 Situatietekening 2 Boorstaten 3 Analyseresultaten 4 Toetsingscriteria en -tabellen 5 Toelichting bodemonderzoek en asbest 6 Foto’s 7 Bijlagen vooronderzoek 8 Onafhankelijkheidsverklaring veldwerker
Projectnummer
Datum
20220682/KVUG
juli 2022
-/-
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk
1
Inleiding
In opdracht van Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant heeft Geofoxx in juni en juli 2022, als onafhankelijk adviesbureau1, een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw op de locatie en in samenhang hiermee de aanvraag van een omgevingsvergunning alsmede de voorgenomen transactie (aankoop/verkoop) van de locatie. Het onderzoek heeft tot doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) te bepalen en deze te toetsen aan het voorgenomen gebruik en of deze bodemkwaliteit (juridische en/of financiële) consequenties heeft voor de voorgenomen transactie. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het PFAS-onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen (graaf)werkzaamheden op de locatie. Bij de geplande werkzaamheden gaat mogelijk grond vrijkomen. Het doel van het onderzoek is om een indicatie te krijgen van het gehalte PFAS in de grond en de bijbehorende hergebruiksmogelijkheden. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is het vaststellen of de verdenking voor de parameter asbest terecht is en wat (indicatief) het gewogen gehalte aan asbest in de grond en/of puin is.
Bij het opstellen van het onderzoeksprogramma is uitgegaan van de Nederlandse Norm 'Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek' (NEN 5740) en de Nederlandse Norm 'Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond' (NEN 5707). Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen uit de Nederlandse Norm (NEN 5725). In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en de onderzoeksopzet, de veldwerkzaamheden inclusief het zintuiglijk onderzoek, het chemisch onderzoek, de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies.
1
De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Geofoxx is een handelsnaam van Geofox-Lexmond bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 06056452. Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Geofox-Lexmond bv van toepassing. Deze voorwaarden zijn te vinden op geofoxx.nl.
1 / 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk
2
Vooronderzoek en onderzoeksstrategie
2.1
Algemeen
Het doel van een vooronderzoek is het verzamelen van inzichten over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw en geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. In de NEN57252 wordt onderscheid gemaakt in algemene en specifieke onderzoeksaspecten die verzameld moeten worden. Voor dit vooronderzoek geldt dat specifieke informatie verzameld moet worden over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Het vooronderzoek wordt afgesloten met een conclusie, die zal leiden tot een onderzoekshypothese. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. In de volgende paragrafen is de verkregen informatie vastgelegd.
2.2
Bronverwijzing
In tabel 2.1 zijn de geraadpleegde bronnen van dit vooronderzoek weergegeven.
Tabel 2.1: Bronverwijzing Nr. 1. 2. 3.
Bron Topografische ligging en kadastrale gegevens Historische kaarten Regionale en landelijke bronnen
4. 5. 6.
Geohydrologische gegevens Ligging kabels en leidingen Terreinverkenning
Verwijzing PDOK; www.google.nl/maps; www.kadaster.nl www.topotijdreis.nl Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant www.noord-brabant.omgevingsrapportage.nl www.dinoloket.nl; www.grondwatertools.nl www.klic-online.nl De heer R. Slagter en de heer F. Moulijn
2
NEN5725 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017).
Projectnummer
Datum
20220682/KVUG
juli 2022
2 / 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk
2.3
Locatiegegevens en huidig gebruik
De onderzoekslocatie is gelegen in het centrum van Moerdijk. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Zevenbergen, sectie O en nummers 1220, 1217 en 2537. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 1.920 m2. De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd. In afbeelding 2.1 is de regionale ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. In bijlage 1 zijn de geografische ligging van de onderzochte locatie en een situatietekening opgenomen. In bijlage 6 zijn de foto’s van de locatie opgenomen. LUCHTFOTO
Afbeelding 2.1: Onderzoekslocatie (bron: 1)
De algemene locatiegegevens zijn opgenomen in tabel 2.2.
Tabel 2.2: Algemene gegevens onderzoekslocatie Algemene gegevens onderzoekslocatie Locatie omschrijving: Oppervlakte onderzoekslocatie: Bebouwing: Verharding: Kadastrale aanduiding: Eigenaar:
Projectnummer
Datum
20220682/KVUG
juli 2022
Grasveld 1.920 m2 Onbebouwd met uitzondering van monument Onverhard Gemeente Zevenbergen, Sectie O, Nummers 1220,1217 en 2537 Gemeente Moerdijk
3 / 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk
2.4
Voormalig gebruik
In onderstaande afbeelding zijn historische kaarten opgenomen. Uit het historische kaartmateriaal blijkt dat er vanaf het jaar 1930 sprake is van bebouwing in de vorm van een rooms-katholieke kerk. Tijdens gevechtshandelingen is deze kerk beschadigd geraakt waarna omstreeks het jaar 1970 is begonnen met de herinrichting van het terrein ter realisatie van multifunctioneel centrum ‘’De Ankerkuil’’. Deze situatie duurde voort tot 2016 waarna de bebouwing is geamoveerd ter realisatie van woningbouw.
1945
1970
2000
2019
Afbeelding 2.2: historische kaarten met in blauw locatiegrenzen (bron: 2)
2.5
Terreinverkenning
Het locatiebezoek is uitgevoerd op 21 juni 2022 door de heer R. Slagter en de heer F. Moulijn. Tijdens het locatiebezoek is gebleken dat er monument aanwezig is ter nagedachtenis van een voormalige kerk. Verder zijn er geen bijzonderheden en/of (aanwijzingen van voormalige) activiteiten waargenomen op basis waarvan de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem kan zijn beïnvloed.
Projectnummer
Datum
20220682/KVUG
juli 2022
4 / 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk
2.6
Omgeving
Aan zowel de noord, oost en westzijde van de onderzoekslocatie bevinden zich woonhuizen. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich recreatiecentrum “Dorpshart Moerdijk”. Er is geen reden om aan te nemen dat activiteiten in de nabijheid van de locatie hebben geleid tot bodemverontreiniging en daarmee tot aantasting van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie.
2.7
Beschikbare bodeminformatie
2.7.1
Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken
Op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn, voor zover bij Geofoxx bekend, in het verleden de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: Wematech Bodem Adviseurs B.V. Gecombineerd verkennend bodemonderzoek, asfaltonderzoek en puinonderzoek Steenweg te Moerdijk (kenmerk DB50190507.R001-1 d.d. 09-11-2019); Wubben tank- en bodemsanering B.V Meldingsformulier tanksanering Steenweg 50/52 te Moerdijk (registratienummer 150900762.01 d.d. 16-09-2015). In bijlage 7 is een overzicht opgenomen waarin alle relevante verzamelde historische (bodem)informatie is weergegeven per locatie langs het gehele onderzoekslocatie. Navolgend worden de resultaten en/of aandachtspunten toegelicht: Uit het uitgevoerde onderzoek door Wematech Bodem Adviseurs B.V in het openbaar gebied (Steenweg) ten westen van de locatie blijkt dat geconcludeerd kan worden dat de bovengrond licht verontreinigd is met minerale olie en plaatselijk licht verontreinigd is met lood en PAK. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met lood en nikkel. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Ten oosten van de onderzoekslocatie is in het verleden een tanksanering uitgevoerd. Uit het meldingsformulier blijkt dat er geen sprake is van rest verontreiniging. De ondergrondse tank met huisbrandolie met een inhoud van 3.000 liter is afgevoerd naar een door het bevoegd gezag erkend verwerker.
2.7.2
Gebiedsgericht bodembeleid
In het kader van een gezamenlijk bodembeleid is voor het gebied een Nota bodembeheer en een bodemkwaliteitskaart opgesteld. In tabel 2.3 is een overzicht gegeven van de voor de locatie geldende klasseindeling uit de bodemkwaliteitskaart.
Tabel 2.3: Bodemkwaliteitskaart Omschrijving Functiekaart: Ontgravingskaart: Toepassingskaart:
Wonen Bovengrond: Achtergrondwaarde Bovengrond: Achtergrondwaarde
Projectnummer
Datum
20220682/KVUG
juli 2022
Ondergrond: Achtergrondwaarde Ondergrond: Achtergrondwaarde
5 / 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk
2.7.3
PFAS
Bij de geplande werkzaamheden gaat mogelijk grond vrijkomen. Volgens het handelingskader mag hergebruik van de grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, enkel plaatsvinden als de vrijkomende grond is onderzocht op PFAS. Onderzoek naar PFAS is om deze reden sinds 8 juli 2019 verplicht gesteld. Het doel van het onderzoek is om de grond af te kunnen voeren naar een erkende acceptant. Er is geen informatie bekend met betrekking tot het voorkomen van PFAS op de onderhavige onderzoekslocatie. De locatie is niet verdacht op het voorkomen van PFAS en er zijn geen verdachte deellocaties te benoemen. Desondanks zijn overal in Nederland (licht) verhoogde gehaltes PFAS in de bodem aangetoond, waardoor het aantreffen van PFAS niet uitgesloten is.
2.7.4
Asbest
Puin (ongedefinieerd) wordt standaard gezien als asbestverdacht. Gedefinieerd puin is afhankelijk van de samenstelling (wel/geen bouw- sloopafval, leeftijd materiaal tussen 1945 1980) als zijnde asbestverdacht te beschouwen.
2.8
Bodemopbouw en geohydrologie
Tabel 2.4 geeft schematisch de globale geologische bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie, bepaald op basis van een representatieve TNO-boring uit DINO-loket. De afzettingen zijn van met toenemende diepte (van jong naar oud) weergegeven.
Tabel 2.4: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv) Formatie 0,0 – 6,5 6,5 – 14,5
Formatie van Kreftenheye
14,5 – 24,0
Formatie van Waalre
24,0 – 34,0
Formatie van Peize
34,0 – 50,0
Formatie van Waalre
Samenstelling Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind
Geohydrologische eenheid holocene afzettingen, complexe eenheid Derde zandige eenheid Eerste kleiige eenheid Tweede zandige eenheid Tweede kleiige eenheid
De freatische grondwaterstand wordt verwacht op circa 1,50 m-mv. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. De grondwaterstroming in de deklaag vindt overwegend in verticale richting plaats (infiltratie). Op de locatie is geen sprake van kwel. De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal noordelijk gericht (bron: grondwatertools.nl). De grondwaterstroming kan echter lokaal worden beïnvloed door ‘ontwateringsmiddelen’ (sloten, drains, zandcunetten e.d.). Op basis hiervan en de aard van het onderzoek, wordt een verdere uitwerking van de regionale geohydrologische gegevens niet relevant geacht.
Projectnummer
Datum
20220682/KVUG
juli 2022
6 / 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk
2.9
Conclusie vooronderzoek en onderzoekshypothese
2.9.1
Conclusie
Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is de relevante bodeminformatie van de onderzoekslocatie verkregen. Hiermee kan een inschatting worden gemaakt over de kans op een bodemverontreiniging. Vanwege het jarenlang intensief gebruik van de locatie is een diffuus, heterogene bodemverontreiniging niet uitgesloten. In het verleden zijn in de omgeving hoofdzakelijk licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond. Puin (ongedefinieerd) wordt standaard gezien als asbestverdacht. Gedefinieerd puin is afhankelijk van de samenstelling (wel/geen bouw- sloopafval, leeftijd materiaal tussen 1945 1980) als zijnde asbestverdacht te beschouwen. Wanneer tijdens de veldwerkzaamheden puin(resten) in de bodem worden aangetroffen en deze op basis van samenstelling, ouderdom en/of herkomst niet als onverdacht aangemerkt kunnen worden, dient mede op grond van een uitspraak van de Raad van State (16 november 2016) het onderzoek te worden uitgebreid met asbest.
2.9.2
Onderzoekshypothese
Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met zware metalen, PAK en asbest vanwege: de jarenlange belasting van de locatie (intensief gebruikte locaties). de reeds uitgevoerde bodemonderzoeken. het vermoedelijk voorkomen van bodemvreemde bijmenging. De verontreiniging is vermoedelijk diffuus, heterogeen verspreid in de bovengrond aanwezig.
2.10
Onderzoeksstrategie
NEN 5740 verkennend bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is uit de NEN5740/A13 gekozen voor de onderzoeksstrategie: voor een verdachte locatie met een diffuus belaste niet lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). Er worden een tweetal aanvullende analyses opgenomen om de algemene bodemkwaliteit van de diepere ondergrond te verifiëren. Onderzoeksstrategie PFAS verbindingen Bij het opstellen van het onderzoeksstrategie wordt uitgegaan van de NEN5740/A1. Op basis van de hypothese wordt de locatie onderzocht volgens de strategie: voor een verdachte locatie met een diffuus belaste niet lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming (VED-HO-NL).
3
NEN 5740/A1 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, februari 2016)
Projectnummer
Datum
20220682/KVUG
juli 2022
7 / 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Koning Haakonstraat 1a te Moerdijk
Gekozen is voor een homogeen verdachte strategie waarbij de bovengrond de verdachte laag betreft. Vanwege de aanleiding van het onderzoek (afvoer grond) wordt het grondwater niet onderzocht. NEN 5707 verkennend asbestonderzoek Onderzoekshypothese Op basis van de beschikbare bodeminformatie is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van asbest in de bodem vanwege: het aantreffen van asbestverdacht puin in de bodem. NEN 5707 verkennend asbestonderzoek Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van het onderzoeksstrategie wordt uitgegaan van de NEN57074. Op basis van de beschikbare bodeminformatie is gekozen voor de onderzoeksstrategie: voor een verdachte bovengrond, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld Als op de locatie meer dan 50% puin aanwezig is in plaats van grond zou de locatie worden onderzocht volgens strategie voor halfverhardingslagen uit de NEN58975. Deze strategie is vergelijkbaar (inwisselbaar).
4
NEN 5707+C2:2017 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017) 5 NEN 5897+C2:2017 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017)
Projectnummer
Datum
20220682/KVUG
juli 2022
8 / 17